[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Tweede voortgangsrapportage ABRO-programma (Algemene Beveiligingseisen voor Rijksoverheidsopdrachten)

Brief regering

Nummer: 2025D49048, datum: 2025-11-28, bijgewerkt: 2025-11-28 14:40, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2025Z20822:

Preview document (🔗 origineel)


Met deze brief informeren wij u dat het kabinet op 21 november jl. de Algemene Beveiligingseisen voor Rijksoverheidsopdrachten (ABRO) heeft aanvaard. Dit besluit is in lijn met het Regeerprogramma van het demissionaire kabinet en sluit aan bij de brief van 31 maart 2025.1 De ABRO brengt risico’s voor de nationale veiligheid bij het zakendoen van de overheid met het bedrijfsleven terug tot een aanvaardbaar beveiligingsniveau.

De ABRO brengt op hoofdlijnen twee wijzigingen:

  • Eén uniforme en integrale set beveiligingseisen (ABRO 2026) voor alle overheidsopdrachten van de rijksoverheid en politie die risico’s inhouden voor de nationale veiligheid.

  • Eén organisatie, het Nationaal Bureau Industrieveiligheid (NBIV), dat de bedrijven controleert op de naleving van ABRO 2026.2

Hierdoor verhoogt het kabinet de weerbaarheid tegen onder meer spionage, cyberaanvallen en sabotage.

De ABRO bestaat uit de volgende regelgevings- en organisatorische documenten:

  • Kaderbesluit ABRO rijksdienst voor de departementen en hun diensten en agentschappen. Dat wordt gehangen onder het Coördinatiebesluit organisatie, bedrijfsvoering en informatiesystemen rijksdienst.3 Daarin bepaalt de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, dat alle ministeries bij het doen van inkopen met risico’s voor de nationale veiligheid waarvoor zij verantwoordelijk zijn, een aantal stappen moeten zetten bij het toepassen van de ABRO.

  • Convenant met de politie. De politie gaat de ABRO ook gebruiken. Het Kaderbesluit ABRO rijksdienst 2026 is niet op de politie van toepassing. De afspraken worden daarom geborgd in een convenant tussen de korpschef van politie en de ministers van BZK en Justitie en Veiligheid.

  • ABRO 2026, één set uniforme en integrale beveiligingseisen voor alle overheidsopdrachten van de rijksoverheid en de politie die risico’s inhouden voor de nationale veiligheid, vastgesteld door de ministers van BZK en Defensie.

  • ABRO-dienstverleningskader met onderlinge afspraken tussen de ministeries, politie en NBIV.

ABRO 2026 kent vier beveiligingsniveaus voor de rubriceringen oplopend van Departementaal Vertrouwelijk tot en met Staatsgeheim Zeer Geheim, elk met specifieke eisen.

De ABRO 2026 gaat gelden voor de departementen, hun agentschappen en diensten, en de politie (tranche 1). De ABRO is een doorontwikkeling van de Algemene Beveiligingseisen voor Defensieopdrachten (ABDO 2019). Ook het ministerie van Defensie gaat over op ABRO; lopende ABDO-dossiers worden niet aangetast. ABRO wordt contractueel overeengekomen tussen een inkopende organisatie en een leverancier; als niet meer aan de ABRO-eisen wordt voldaan, kan het contract worden ontbonden.

In de brief van 31 maart 2025 hebben wij gemeld te streven naar afronding van het regelgevings- en organisatorische kader van ABRO voor het zomerreces 2025. Dat is niet haalbaar gebleken. Publicatie in de Staatscourant van Kaderbesluit ABRO rijksdienst, het convenant met de politie en de ABRO 2026 is op korte termijn voorzien, met de aankondiging dat de ABRO op 1 januari 2026 in werking treedt.

Vanaf die datum starten de tranche 1-organisaties geleidelijk met toepassing van de ABRO op inkoopdossiers waarop de nationale veiligheid in het geding is. Voorzien is dat alle tranche 1-organisaties binnen twee jaren ABRO toepassen. Hierbij worden zij ondersteund door de tijdelijke ABRO-programmadirectie. De geleidelijkheid van de implementatie heeft te maken de implementatiegereedheid van de ministeries en het absorptievermogen van het NBIV dat gradueel uitbreidt. Een tussenevaluatie is eind 2026 voorzien.

Over de uitbreiding van ABRO naar opvolgende tranches zullen wij u in de derde voortgangsrapportage informeren. Dit betreft naar verwachting onder meer zelfstandige bestuursorganen, decentrale overheden, bedrijven uit de vitale sectoren en Hoge Colleges van Staat. Daarbij wordt ook bezien welke inkopende organisaties uit die tranches met de hoogste risico’s voor de nationale veiligheid bij hun inkopen, prioriteit bij invoering zouden moeten krijgen. Juridische instrumenten, financiën en organisatorische afspraken worden voorbereid. De ABRO-programmadirectie wordt, onder leiding van het interdepartementale ABRO DG Kernteam en de ABRO-stuurgroep, belast met de voorbereidingen hiervan. De uitbreiding naar opvolgende tranches vergt separate besluitvorming van het kabinet.

Het informeren van het bedrijfsleven via de branche- en clusterorganisaties wordt voortgezet.

Met de ABRO verwachten wij, in lijn met het Regeerprogramma van het demissionaire kabinet, een belangrijke bijdrage te leveren aan het beperken van de risico’s voor de nationale veiligheid bij overheidsinkopen. In het derde kwartaal van 2026 ontvangt uw Kamer de derde ABRO-voortgangsrapportage.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

F. Rijkaart

De minister van Defensie,

R. Brekelmans


  1. TK 2024/2025, 26 643 en 30 821, nr. 1328.↩︎

  2. NBIV is een samenwerkingsverband van de AIVD en MIVD (Staatscourant 2025 nr. 6892).↩︎

  3. wetten.nl - Regeling - Coördinatiebesluit organisatie, bedrijfsvoering en informatiesystemen rijksdienst - BWBR0029514.↩︎