[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [๐Ÿง‘mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [๐Ÿ” uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Rapport Studiegroep Interbestuurlijke Verhoudingen

Brief regering

Nummer: 2025D49051, datum: 2025-11-28, bijgewerkt: 2025-11-28 15:22, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2025Z20823:

Preview document (๐Ÿ”— origineel)


Op 3 juli 2025 is motie 36740-VII-31 van het lid Chakor aangenomen. In deze motie wordt de regering opgeroepen om ten behoeve van de kabinetsformatie een interbestuurlijke studiegroep in te stellen die moet komen tot een โ€˜gedeelde probleemanalyse, mogelijke oplossingen, onderscheiden verantwoordelijkheden en beleidsopties voor het takenpakket en de bekostiging van decentrale overhedenโ€™. Met deze brief bied ik u het eindrapport van de studiegroep aan.

Conform de motie Chakor is door de ministerraad een onafhankelijke studiegroep ingesteld onder voorzitterschap van de heer Polman. De leden van de studiegroep hebben deelgenomen op persoonlijke titel en zijn ondersteund door een onafhankelijk secretariaat. De studiegroep pleit voor een doorstart binnen de interbestuurlijke verhoudingen gebaseerd op samenwerking, uitvoerbaarheid en respect voor ieders democratische rol en reikt bouwstenen aan voor toekomstbestendige interbestuurlijke verhoudingen.

De motie van lid Chakor onderstreept naleving van artikel 7 van de Code Interbestuurlijke Verhoudingen waarin staat dat decentrale overheden tijdens de kabinets(in)formatie betrokken worden. Ik wil benadrukken dat het advies van de studiegroep niet in plaats komt van de consultatie van de koepelorganisaties van gemeenten, provincies en waterschappen tijdens de formatie, zoals is vastgelegd in de Code Interbestuurlijke Verhoudingen. Rijk, provincies en waterschappen hebben elkaar nodig om de grote maatschappelijke vraagstukken effectief aan te pakken. Het is daarom goed om decentrale overheden al in de formatiefase te consulteren. Dit komt de uitvoerbaarheid van kabinetsbeleid ten goede.

Ik wil de studiegroep en in het bijzonder voorzitter Polman bedanken voor het rapport dat in korte tijd tot stand is gekomen.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

F. Rijkaart