Antwoord op vragen van het lid Dassen over het FD-bericht 'Klimaateconoom: opwarming kan leiden tot een nieuwe kredietcrisis'
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2025D53552, datum: 2025-12-19, bijgewerkt: 2025-12-19 17:20, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: E. Heinen, minister van Financiƫn (VVD)
- Mede ondertekenaar: V.P.G. Karremans, minister van Economische Zaken
- Mede ondertekenaar: S.T.M. Hermans, minister van Klimaat en Groene Groei (Ooit VVD kamerlid)
- Aanbiedingsbrief
- Beslisnota bij Kamerbrief Antwoord op vragen van het lid Dassen over het FD-bericht 'Klimaateconoom: opwarming kan leiden tot een nieuwe kredietcrisis'
Onderdeel van zaak 2025Z20175:
- Gericht aan: S.T.M. Hermans, minister van Klimaat en Groene Groei
- Gericht aan: V.P.G. Karremans, minister van Economische Zaken
- Indiener: L.A.J.M. Dassen, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (š origineel)
AH 749
2025Z20175
Antwoord van minister Heinen (Financiƫn) en de minister van Economische Zaken en de minister van Klimaat en Groene Groei (ontvangen 19 december 2025)
Vraag 1
Bent u bekend met het FD-artikel 'Klimaateconoom: opwarming kan leiden tot een nieuwe kredietcrisis'1
Antwoord
Ja.
Vraag 2
Wat is volgens u het verband tussen onvoorziene klimaatschade en de stabiliteit van de financiƫle sector in Europa, zowel nu als in de toekomst?
Antwoord
FinanciĆ«le instellingen staan via hun investeringen in bedrijven bloot aan fysieke risicoās (de impact van natuurrampen en veranderende klimaatomstandigheden zoals vernatting of verdroging) en transitierisicoās (verlies door bijvoorbeeld de dalende waarde van investeringen in COā-intensieve bedrijven). Beide risico's zijn financiĆ«le duurzaamheidsrisico's. FinanciĆ«le instellingen zijn wettelijk verplicht hun risicoās adequaat te beheersen. Dat geldt ook voor duurzaamheidsrisicoās.
De Europese Centrale Bank (ECB) en De Nederlandsche Bank (DNB) houden vanuit prudentieel oogpunt toezicht op de beheersing van financiĆ«le duurzaamheidsrisicoās van financiĆ«le instellingen.
Vraag 3
Deelt u de conclusie uit het FD-artikel dat klimaatverandering op de lange termijn een groot risico vormt voor de stabiliteit van de financiƫle sector? Zo ja, welke mogelijke risico's voorziet u? Kunt u hierop een toelichting geven?
Antwoord
Vanwege de potentiĆ«le impact op de financiĆ«le stabiliteit monitort DNB duurzaamheidsrisicoās, onder meer via scenarioanalyses. Een recente studie, die de gebouwschade door grote overstromingen in Nederland analyseert, laat bijvoorbeeld zien dat de toename van kredietrisicoās in een dergelijke situatie vooralsnog beperkt is. Daarbij wordt echter aangemerkt dat de kredietrisicoās in de toekomst kunnen toenemen als gevolg van klimaatverandering. Ook kunnen financiĆ«le instellingen op indirecte wijze geraakt worden, bijvoorbeeld wanneer overstromingen leiden tot een recessie.2 DNB concludeert in het Overzicht FinanciĆ«le Stabiliteit dat het uitstellen, afzwakken of uitblijven van klimaatmaatregelen klimduurzaamheidsrisicoās in de toekomst vergroot.3 Mogelijke risicoās zijn onder andere: fysieke verliezen en waardevermindering van activa, hogere krediet- en verzekeringsverliezen, concentratierisicoās in sectoren/gebieden, en liquiditeits- en marktrisicoās bij abrupte herwaarderingen.
Vraag 4
Bent u van mening dat deze risicoās extra klimaatactie vereisen vanuit Nederland? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke acties onderneemt u momenteel en welke acties bent u bereid te nemen in de toekomst?
Antwoord
Het kabinet vindt dat passende mitigatie- en adaptatiemaatregelen noodzakelijk zijn. Voor het kabinet gelden hiervoor de Europese en Nederlandse klimaatwet als anker.
Daarnaast wijs ik op de stappen die vanuit prudentieel oogpunt gezet worden om financiĆ«le duurzaamheidsrisicoās te beheersen. FinanciĆ«le instellingen zijn op dit punt gebonden aan wettelijke verplichtingen en de ECB en DNB houden toezicht op de adequate beheersing van duurzaamheidsrisicoās, zoals in antwoord op vraag 2 nader toegelicht.
Vraag 5
Op welke manier beïnvloedt de invloed van klimaatschade op de stabiliteit van de financiële sector uw inzet tijdens de Klimaatconferentie van Belém 2025 (COP30)?
Antwoord
De Nederlandse inzet en deelname aan COP30 in BelƩm is in algemene zin gericht geweest op het verbeteren van het mondiale klimaatbeleid, zowel op het gebied van mitigatie als adaptatie. Zie de Kamerbrief van 31 oktober jl. (Kamerstuk 31793 nr. 285) voor volledige Nederlandse COP30-inzet. Door het bevorderen van mitigatie wordt toekomstige klimaatschade beperkt, wat belangrijk is voor de financiƫle stabiliteit. Daarnaast draagt de internationale samenwerking bij aan een voorspelbare transitie, wat financiƫle instellingen investeringszekerheid biedt en private duurzame investeringen bevordert.
Vraag 6
Op welke manier wordt momenteel het risico voor de Nederlandse economie van toekomstige klimaatschade accuraat meegewogen in kabinetsbesluiten? Bent u bereid aanvullende acties te ondernemen om deze factor beter mee te wegen? Waarom wel of niet?
Antwoord
Toekomstige klimaatschade wordt al meegewogen in kabinetsbesluiten. Dit is ook de reden dat Nederland, zowel nationaal als in Europees en mondiaal verband, inzet op klimaatmitigatiemaatregelen om toekomstige klimaatschade zo veel mogelijk te voorkomen.
Vraag 7
Worden de premies van verzekeringsmaatschappijen ook in Nederland al verhoogd als gevolg van klimaatgebeurtenissen zoals beschreven in het artikel? Zo ja, kunt u hiervan data verschaffen?
Antwoord
Het Verbond van Verzekeraars stelt in zijn jaarlijkse Klimaatschademonitor dat de gevolgen van extremer weer zichtbaar zijn en dat de schadepieken gemiddeld gezien hoger worden. Zo bedroeg de schade door extreem weer in 2022 meer dan 886 miljoen euro, het hoogste bedrag aan verzekerde schade sinds 2007.4 In 2024 was het schadebedrag 280 miljoen euro.5 Verzekeraars kunnen hun premies verhogen of voorwaarden aanpassen als schadeposten toenemen, maar hierin zijn verschillen zichtbaar tussen individuele verzekeraars en tussen sectoren waar verzekeringsproducten betrekking op hebben. Ook is er niet per definitie sprake van een directe relatie tussen schade en premies, vanwege onder andere de rol van herverzekeraars en financiĆ«le producten die risicoās afdekken (zogenaamde natural catastrophy bonds).
Vraag 8
In hoeverre zijn Europese verzekeraars, net zoals Amerikaanse verzekeraars, blootgesteld aan het risico van hogere verzekeringspremies enerzijds en dalende vastgoedwaarde anderzijds?
Antwoord
Verschillende soorten fysieke klimaatrisicoās zijn voor de Nederlandse economie en verzekeringssector van belang. Voor wat betreft de specifieke gevolgen hangt veel af van de vorm van klimaatschade (zoals droogte, extreem weer, of overstromingen). Zo geldt dat in economisch herstel na overstromingen van primaire keringen voorzien wordt via de Wet tegemoetkoming van schade bij rampen (Wts) en dat overstromingsrisicoās vanuit secundaire keringen op dit moment afdoende verzekerd zijn in de private markt, met brede dekking onder consumenten en bedrijven. De situatie in de Verenigde Staten is dus niet dezelfde als die in Nederland.
Vraag 9
Is Nederland bereid bij te dragen aan de vergroening van de elektriciteitsproductie van opkomende economieƫn? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Het kabinet draagt bij aan vergroening van de elektriciteitssector in lage- en middeninkomenslanden. Nederland draagt bij aan de investeringen door ontwikkelingsbanken, zoals FMO en de Wereldbank, en door multilaterale klimaatfondsen, zoals het Green Climate Fund en de Climate Investment Funds. Bovendien mobiliseert het kabinet private financiering met innovatieve instrumenten zoals Climate Investor One en het ILX-fonds. Ook Invest International en de exportkredietverzekering helpen bij de financiering van hernieuwbare energie in ontwikkelingslanden. Daarnaast voert RVO een programma uit om partnerlanden te ondersteunen in capaciteitsopbouw en regelgeving om de benodigde investeringen aan te trekken.
Vraag 10
Kunt u deze vragen elk afzonderlijk beantwoorden?
Antwoord
Ja.
FD, 17 november 2025, 'Klimaateconoom: opwarming kan leiden tot een nieuwe kredietcrisis'ā©ļø
https://www.dnb.nl/en/publications/research-publications/working-paper-2023/796-floods-and-financial-stability-scenario-based-evidence-from-below-sea-level/ā©ļø
Zie position paper Verbond van Verzekeraars voor ronde tafelgesprek 26 maart 2025: https://www.tweedekamer.nl/downloads/document?id=2025D12224ā©ļø
Zie de Klimaatschademonitor van het Verbond van Verzekeraars.ā©ļø