Antwoord op vragen van de leden Faber en Lammers over de uitzending van ‘Bureau Utrecht’ d.d. 4 november 2025 waarin te zien is dat de politie na een aanhouding moet vluchten uit een Utrechtse wijk voor geweld van buurtbewoners
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D00067, datum: 2026-01-05, bijgewerkt: 2026-01-06 08:28, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (ah-tk-20252026-789).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid (Ooit VVD kamerlid)
- Mede namens: F. Rijkaart, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Onderdeel van zaak 2025Z19981:
- Gericht aan: F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid
- Gericht aan: F. Rijkaart, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Indiener: M.H.M. Faber, Tweede Kamerlid
- Medeindiener: A.N. Lammers, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 | Aanhangsel van de Handelingen |
| Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden |
789
Vragen van de leden Faber en Lammers (beiden PVV) aan de Ministers van Justitie en Veiligheid en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de uitzending van «Bureau Utrecht» d.d. 4 november 2025 waarin te zien is dat de politie na een aanhouding moet vluchten uit een Utrechtse wijk voor geweld van buurtbewoners (ingezonden 18 november 2025).
Antwoord van Minister Van Oosten (Justitie en Veiligheid), mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (ontvangen 5 januari 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 610.
Vraag 1
Bent u bekend met de aflevering van Bureau Utrecht van 4 november 2025, waarin te zien is dat agenten moeten vluchten geweld van buurtbewoners?1 Deelt u de mening dat dit soort beelden het gezag en aanzien van zowel de politie als de overheid ernstig schaden?
Antwoord 1
Ik ben bekend met de uitzending van «Bureau Utrecht». Laat ik voorop stellen dat agressie en geweld tegen politiemedewerkers onacceptabel is. Zij zetten zich dagelijks in voor onze veiligheid. Dit kan alleen als zij veilig hun werk kunnen uitvoeren.
Zowel de werkgever als de politiemedewerkers zelf nemen maatregelen om het risico op agressie en geweld te verkleinen. Politiemedewerkers worden getraind om in situaties een afweging te maken wanneer en hoe zij handelen. Hieronder valt het (tijdelijk) tactisch terugtrekken als hun veiligheid niet gewaarborgd kan worden. Ook heeft de politie als werkgever een «Integrale Aanpak Geweld Tegen Politieambtenaren» vastgesteld waarin eenduidige registratie, kennisontwikkeling, opleiding van politiemedewerkers en vroegsignalering van incidenten centraal staat. Daarnaast biedt de werkgever een politiemedewerker waar nodig zorg, aandacht en ondersteuning.
Als Minister van Justitie en Veiligheid treed ik niet in individuele afwegingen die politiemedewerkers maken tijdens het uitvoeren van hun werk. Ik ondersteun iedere beslissing om veilig en gezond te kunnen werken en zie dit niet als verlies van aanzien van de politieorganisatie. Daarbij merk ik op dat er verschillende manieren zijn om op te treden. De politie heeft een lange adem en een groot arsenaal van interventiemogelijkheden. Afhankelijk van wat de situatie vraagt, betekent dit de ene keer dat meteen stevig wordt opgetreden, een andere keer dat dat op een later moment gebeurt.
Vraag 2
Deelt u de mening dat de politie moet beschikken over voldoende middelen en bevoegdheden om haar taken te kunnen uitvoeren en haar gezag te behouden? Zo ja, bent u bereid om nadere middelen en bevoegdheden toe te wijzen?
Antwoord 2
De politie beschikt over voldoende bevoegdheden en middelen om haar taken te kunnen uitvoeren. Indien de gevaarzetting groter of massaler wordt, kan de politie opschalen naar geweldspecialisten, zoals de Mobiele Eenheid en de hondengeleiders. Deze geweldspecialisten beschikken over aanvullende middelen en werken veelal in groepsverband.
Vraag 3
Bent u op de hoogte van de uitspraken van presentator Ewout Genemans en de burgemeester van Utrecht in de uitzending van Pauw en De Wit op 4 november 2025 waarin zij stellen dat het hier niet gaat om een uitzonderingssituatie maar dit vaker gebeurt? Deelt u de mening dat het onacceptabel is dat de burgemeester dit laat gebeuren? Zijn er al stappen ondernomen om dergelijke situaties te voorkomen?
Antwoord 3
Beslissingen over de politie-inzet in het kader van de openbare orde zijn aan de burgemeester die belast is met de handhaving van de openbare orde in diens gemeente. De burgemeester heeft daarbij het gezag over de politie. Hierover legt de burgemeester desgevraagd verantwoording af aan de gemeenteraad. De politie van Utrecht treedt onder gezag van de burgemeester wel degelijk in deze situaties handhavend op.
Vraag 4 en 5
Bent u het er mee eens dat er nooit toegestaan mag worden dat tuig hele wijken overnemen en «No Go» zones ontstaan? Kunt u aangeven in welke gemeenten en met welke frequentie deze situaties zich nog meer voordoen? En zijn hier al maatregelen tegen getroffen?
Deelt u de mening dat de burgemeester in dit soort situaties moet optreden? Welke mogelijkheden heeft de burgemeester in deze situaties en ziet u mogelijkheden om deze verder uit te breiden?
Antwoord 4 en 5
Het is vanzelfsprekend onwenselijk als er gebieden zijn waar mensen onveilig zijn of zich onveilig voelen. Van een «no go» zone is in deze situatie geen sprake. Het is verder zoals bij de beantwoording van vraag 3 aangegeven aan de burgemeester om de openbare orde in diens gemeente te handhaven. De burgemeester beschikt daarbij over verschillende wettelijke bevoegdheden. Het is aan de burgemeester om deze -gelet op de situatie die zich in de gemeente voordoet- toe te passen.
Vraag 6
Bent u bereid de korpschef ter verantwoording te roepen en concrete maatregelen af te spreken teneinde een einde te maken aan dergelijke absurde situaties?
Antwoord 6
Ik sta voor onze politiemedewerkers die elke dag hun belangrijke werk in de wijken doen. Zij moeten hiervoor voldoende zijn toegerust en dat is het geval, zoals ik boven reeds heb aangegeven.
Ik zie geen aanleiding om de korpschef ter verantwoording te roepen. Het is namelijk belangrijk dat de politie en de burgemeester, die het gezag heeft over dit optreden, voldoende steun krijgen en ruimte houden om wettelijke bevoegdheden toe te passen om ordeverstoringen te bestrijden.
https://v2.videoland.com/bureau-utrecht-p_5140↩︎