[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [šŸ§‘mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [šŸ” uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Actuele ontwikkelingen rond veteranen

Veteranenzorg

Brief regering

Nummer: 2026D00151, datum: 2026-01-06, bijgewerkt: 2026-01-06 16:04, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 30139 -292 Veteranenzorg.

Onderdeel van zaak 2026Z00072:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (šŸ”— origineel)


> Retouradres Postbus 20701 2500 ES Den Haag

de Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

Bezuidenhoutseweg 67

2594 AC Den Haag

Datum 6 januari 2026
Betreft Actuele ontwikkelingen rond veteranen

Ministerie van Defensie

Plein 4

MPC 58 B

Postbus 20701

2500 ES Den Haag

www.defensie.nl

Onze referentie

D2025-005065/ MINDEF20250044047

Bij beantwoording, datum, onze referentie en onderwerp vermelden.

Geachte voorzitter,

In de Veteranenwet is wettelijk verankerd dat bepaalde inzetvormen aanvullende erkenning en waardering verdienen. Daarnaast beschrijft deze wet dat veteranen recht hebben op zorg voor, tijdens en na inzet. De bijzondere zorgplicht wordt beschreven voor alle militairen die als gevolg van hun inzet zorg nodig hebben.

Nederland telt ruimt 100.000 veteranen die vanwege hun bijzondere inzet voor ons land en de internationale rechtsorde erkenning, waardering en passende zorg verdienen. De bijzondere zorgplicht geldt ook voor de circa 11.000 militaire oorlogs- en dienstslachtoffers (MOD), waarvan sommigen ook veteraan zijn. Ik vind het belangrijk om u naast de jaarlijkse Veteranennota ook tussentijds op de hoogte te brengen van de uitvoering van het veteranenbeleid. Met deze brief geef ik u mijn reactie op enkele moties en toezeggingen. Daarnaast ga ik in op een aantal andere ontwikkelingen.

Afwegingskader Veteranenstatus

Tijdens het Notaoverleg veteranen van 16 juni 2025 is gesproken over de veteranenstatus. Ik heb toegezegd om u voor het einde van dit jaar nader te informeren over het toetsingskader dat wordt gebruikt om invulling te geven aan het begrip veteraan (TZ202506-051, d.d. 16 juni 2025).

Uit gesprekken met diverse betrokkenen, zoals het nationaal Veteranen Platform (nVP) en het Nederlands Veteraneninstituut (NLVi), maar ook met defensieonderdelen, komt het beeld naar voren dat de Veteranenwet en daarmee de in de wet beschreven definitie van veteraan toekomstbestendig is. Ook wordt waarde gehecht aan de exclusiviteit van de veteranenstatus, wat inhoudt dat niet iedere militair veteraan wordt, maar dat de veteranenstatus gekoppeld blijft aan bepaalde vormen van inzet. Wel is behoefte aan verduidelijking ten aanzien van het al dan niet ontlenen van de veteranenstatus aan een inzet en aan een nadere uitwerking van enkele begrippen in de definitie veteraan.

In het nieuwe afwegingskader worden de begrippen uit de definitie van de Veteranenwet nader geduid, wat helpt bij het uniform keuzes maken bij het ontlenen van de veteranenstatus aan een inzet. Op deze manier wordt binnen de kaders van de wet duidelijk hoe Defensie de wet toepast binnen zowel de huidige als de toekomstige geopolitieke omstandigheden, waarin meer aandacht uitgaat naar gereedstelling en de eerste hoofdtaak van Defensie dan voorheen. Tevens wordt een aantal processtappen vastgelegd die een eenduidige, heldere en transparante afweging voorafgaand aan de inzet ten goede komen. Deze werkwijze maakt beter inzichtelijk welke inzet ik als minister wel en niet bij regeling aanwijs en waarom. Daarbij vind ik het van belang om te benadrukken dat indien de omstandigheden ter plaatse wijzigen, dit aanleiding kan geven om het afwegingskader opnieuw te doorlopen. Ook wil ik benadrukken dat goede, passende zorg beschikbaar is voor alle militairen, ongeacht of zij veteraan zijn. Het afwegingskader wordt zorgvuldig afgestemd met de defensieonderdelen en ingebed in de betreffende regelgeving. Ik zal hier voorafgaand aan het jaarlijkse veteranendebat in de Kamer nader op terugkomen.

De bijzondere zorgplicht voor veteranen en hun relaties, beschreven in de Veteranenwet en artikel 18 van het Veteranenbesluit, geldt zoals eerder genoemd ook voor MOD die geen veteraan zijn. Zij kunnen daardoor ook terugvallen op de zorg en ondersteuning vanuit het Nederlands Veteraneninstituut (NLVi) of het Landelijk Zorgsysteem voor Veteranen (LZV).

Stand van zaken veteranen in detentie

De Veteranenombudsman heeft op 23 december 2021 een rapport uitgebracht onder de naam: ā€˜Toegang tot veteranenzorg achter slot en grendel’. In dit rapport werden aan de minister voor Rechtsbescherming en mij enkele aanbevelingen gedaan om de toegang tot veteranenzorg te verbeteren voor veteranen in detentie. De Minister voor Rechtsbescherming heeft in zijn brief aan de Veteranenombudsman in afschrift aan de Tweede Kamer (Kamerstuk 30139-263, d.d. 24 april 2023) aangegeven op welke wijze uitvoering wordt gegeven aan de toezeggingen die hij heeft gedaan naar aanleiding van de aanbevelingen uit dit onderzoek.

Zo is de toegang van zorgcoƶrdinatoren van het Nederlands Veteraneninstituut (NLVi) tot penitentiaire inrichtingen verbeterd. EƩn van de aanbevelingen is om samen met het NLVi de mogelijkheid (verder) te verkennen tot plaatsing van gedetineerde veteranen in het Militaire Penitentiair Centrum (MPC) Stroe, in plaats van in een civiele penitentiaire inrichting. De motie van de leden Valstar en Boswijk (Kamerstuk 30139-265, d.d. 27 juni 2023) roept op om het convenant tussen Dienst Justitiƫle Inrichtingen (DJI) en Defensie zodanig aan te passen dat ook veteranen die specifieke zorg nodig hebben in MPC Stroe kunnen worden geplaatst.

Onder coƶrdinatie van het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) is gewerkt aan een haalbaarheidsplan. Het uitvoeren van zo’n plan is voor DJI noodzakelijk om een goed beeld te krijgen van wat nodig is voor wat betreft bijvoorbeeld het beveiligingsniveau, het regime en het inrichten van (inzetgerelateerde) zorg, zodat gedetineerde (post-actieve) veteranen met inzetgerelateerde klachten in het MPC te Stroe gehuisvest kunnen worden. Voor de doelgroep van veteranen die uit dienst zijn worden wettelijk andere eisen gesteld aan het MPC dan aan militairen in dienst die worden gedetineerd in het MPC. Ook ontvangen militairen in dienst van Defensie bijvoorbeeld zorg vanuit de militaire gezondheidszorg, maar moet voor de doelgroep veteranen passende (civiele) zorg beschikbaar zijn en ook de toegang tot veteranen specifieke zorg uit het LZV mogelijk worden gemaakt.

Het plan moet leiden tot een (hernieuwd) convenant tussen DJI en Defensie waarin is bepaald welke doelgroepen in welk regime onder welke voorwaarden geplaatst kunnen worden in MPC Stroe. Dit plan nadert de eindfase en wordt naar verwachting in het eerste kwartaal van 2026 gefinaliseerd. Defensie zal zich in samenwerking met JenV inspannen om de zorg voor veteranen in detentie verder te optimaliseren. Ik houd uw Kamer op de hoogte van relevante ontwikkelingen.

Motie bijdrage veteranen aan de defensie-industrie in het kader van weerbaarheid

Met de motie van het lid Boswijk (Kamerstuk 30139-284, d.d. 16 juni 2025) is de regering gevraagd om in overleg te treden met relevante maatschappelijke organisaties (zoals de Stichting Nederlandse Industrie voor Defensie en Veiligheid, het NLVi, het V-fonds en andere betrokkene partijen) om te onderzoeken of en hoe investeringen in de defensie-industrie kunnen bijdragen aan het versterken van veteraneninitiatieven, educatieprogramma's en maatschappelijke weerbaarheid.

Deze motie sluit aan bij de uitdagingen waar Defensie voor staat. Maatschappelijke weerbaarheid staat interdepartementaal en ook zeker binnen Defensie hoog op de agenda. De veiligheid staat wereldwijd onder druk en ook Nederland ervaart toenemende dreiging. Om de krijgsmacht te kunnen versterken is het noodzakelijk dat de defensie-industrie in staat is om op te schalen en snel te innoveren. In gesprekken met de NIDV, defensiebedrijven, overige bedrijven en overige partners brengen wij het belang van deze thema’s ter sprake. Specifiek zijn er initiatieven om de kracht en kwaliteiten van veteranen breder bij werkgevers onder de aandacht te brengen, zoals ā€˜Ongekende Krachten’. In de komende periode zal Defensie bezien welke mogelijkheden er zijn om dit nog meer bij de defensie-industrie onder de aandacht te brengen, in lijn met de motie van het lid Boswijk.

Daarbij dient te worden opgemerkt dat het onderling verbinden van maatschappelijke organisaties en investeringen vanuit Defensie vraagt om zorgvuldigheid en tijd, onder andere omdat de Wet Markt en Overheid ertoe dient om oneerlijke concurrentie te voorkomen wanneer een overheid economische activiteiten verricht. Ik ben voornemens om u in de komende Veteranennota een nadere weergave te geven van de maatschappelijke initiatieven en organisaties die zich inzetten voor veteranen.

Motie ondersteunen van initiatieven gericht op erkenning en waardering

De motie van het lid Nordkamp c.s. (Kamerstuk 30139-285, d.d. 16 juni 2025) verzoekt om te verkennen op welke wijze initiatieven gericht op erkenning, waardering en verbondenheid van veteranen door de samenleving gefaciliteerd en ondersteund kunnen worden.

Een niet limitatief overzicht van zulke initiatieven gericht op veteranen, is opgenomen in de bijlage van de Veteranennota 2024-2025. De ondersteuning van dit soort initiatieven buiten Defensie, zoals fondsen, provincies en gemeenten is van grote betekenis, omdat door financiering vanuit bijvoorbeeld de lokale overheid de verbondenheid tussen veteranen met hun directe leefomgeving wordt versterkt. Dit is bijvoorbeeld ook weer van belang bij de transitie van de militaire omgeving naar de civiele samenleving.

Het ministerie van Defensie ondersteunt door middel van de subsidie aan het NLVi reeds veel activiteiten gericht op erkenning en waardering voor veteranen en hun relaties. Vanwege het belang van het stimuleren en ondersteunen van waardevolle initiatieven stelt Defensie sinds 2025 jaarlijks een budget van 250.000 euro ter beschikking aan het NLVi specifiek voor incidentele financiƫle ondersteuning van initiatieven uit de samenleving. Voorwaarden voor toekenning van financiƫle ondersteuning zijn bijvoorbeeld de grootte van de doelgroep die met het initiatief wordt bereikt en de toegevoegde waarde die het initiatief heeft ten opzichte van de activiteiten die al plaatsvinden. Daarnaast is het van belang dat initiatieven aansluiten op de uitgangspunten van het veteranenbeleid. Deze regeling is recent geƫvalueerd en met een vernieuwd proces kunnen nu meer initiatieven worden ondersteund. Hiermee beschouw ik de motie als opgevolgd.

Motie nationaal monument Srebrenica

Met de motie van Nordkamp c.s. (Kamerstuk 30139-286 en 287 van 16 juni 2025) is verzocht om actieve inzet voor de totstandkoming van een nationale herdenkingsplek tegenover het voormalige JoegoslaviĆ«-tribunaal op het Churchillplein in Den Haag en hierover in overleg te treden met relevante partijen zoals de stichting Nationaal Monument Srebrenica Genocide ā€˜95.

Hierover kan ik u melden dat ten tijde van de totstandkoming van de motie actief overleg plaatsvond met de initiatiefnemers, de vertegenwoordigers van de in de motie genoemde stichting. Dit overleg werd gefaciliteerd door de gemeente Den Haag met deelname van het Rijksvastgoedbedrijf en het ministerie van Buitenlandse Zaken. Gekeken is op welke wijze de initiatiefnemers gesteund konden worden. Dit heeft er onder meer toe geleid dat er tijdens de Srebrenica-herdenking van 11 juli jongstleden een plaatsmarkering – als eerste stap naar een definitief monument - tegenover het voormalige JoegoslaviĆ«-tribunaal is onthuld. Dat de stichting daarbij ook nauw heeft samengewerkt met veteranen van Dutchbat III, vind ik extra waardevol en prijzenswaardig.

De plaatsmarkering heeft de vorm van een gedenksteen met tekst en is omgeven door een symbolisch aantal van 8372 kleine steentjes afkomstig uit Srebrenica, het aantal van de slachtoffers van de genocide. Ik vind het belangrijk dat deze stap is gezet en ga ervan uit dat hiermee de motie is opgevolgd.Ā Voor de vervolgstappen heeft de stichting het voornemen geuit om een breder publiek te betrekken door o.a. de inzet van crowd-funding en een ontwerpwedstrijd. Defensie blijft de komende tijd in gesprek met betrokken partijen en aangesloten bij de vervolgstappen.

Herziening voorzieningen- en uitkeringenstelsel

In het notaoverleg Veteranen van 16 juni 2025 heb ik aangegeven dat het inhoudelijke overleg over de knelpunten en oplossingsrichtingen in relatie tot het project herziening voorzieningen- en uitkeringen stelsel (HVUS) plaatsvindt met de sociale partners. Ik heb u toen toegezegd om u voor het eind van het jaar te informeren over de stand van zaken en de voortgang van het project.

Defensie heeft in aanvulling op de rapporten en evaluaties die betrekking hebben op het stelsel eerst de knelpunten van het stelsel geïnventariseerd en gevalideerd, om een volledig en zorgvuldig beeld te creëren. Vervolgens is over deze knelpunten met de sociale partners gesproken, zodat vanuit een gedeelde analyse van de knelpunten wordt gewerkt aan een toekomstig stelsel met gedeelde uitgangspunten en doelstellingen. Dit gesprek zullen we komend jaar voortzetten.

Het doel van HVUS is om het systeem te verbeteren voor militairen die te maken hebben met schade als gevolg van hun uitzending (zie ook het ā€˜Eindrapport Commissie van onderzoek mortierongeval Mali’, deelrapport 2 en de beleidsreactie rapport Commissie van onderzoek mortierongeluk Mali, Kamerstuk 36800-X-15, d.d. 27-11-2025). Een van de uitgangspunten van deze herziening is om in de eerste fase na het gewond raken financiĆ«le rust te creĆ«ren, zodat een gewonde medewerker zich volledig kan richten op herstel en re-integratie. Hulp en ondersteuning moet op basis van maatwerk met een ruim mandaat en zonder bureaucratische procedures worden geboden. Na de re-integratiefase wordt bekeken wat verder nodig is om met de gewond geraakte militair tot een volledige schadevergoeding te komen.

Vooruitlopend op de stelselwijzigingen zal Defensie zoveel als mogelijk in de geest van het nieuwe stelsel gaan werken. Daarbij valt bijvoorbeeld te denken aan het laagdrempelig inzetten van herstelbevorderende voorzieningen tijdens de herstel- en re-integratiefase zonder afzonderlijke verzekerings-geneeskundige beoordeling, zoals nu nog wel gebruikelijk is. Daarnaast kan de gewonde defensiemedewerker die militair wil blijven nu toegang krijgen tot de Regeling Volledige Schadevergoeding, waar dat voorheen niet mogelijk was. Tevens zullen op de diverse deelaspecten van het project concrete oplossingen geformuleerd worden, zonder daarbij de integraliteit uit het oog te verliezen. Ik zal u in de komende Veteranennota’s blijven informeren over de stand van zaken. Ā 

Erken mijn zorgen

De Veteranenombudsman heeft op 12 december 2024 het rapport ā€˜Erken mijn zorgen’ uitgebracht waarin aanbevelingen worden geformuleerd over de wijze waarop ondersteuning van relaties van veteranen die niet meer in dienst zijn bij Defensie kan worden verbeterd. Deze aanbevelingen waren zowel aan het NLVi als aan Defensie gericht. De beleidsreactie aan de Veteranenombudsman met de wijze waarop de aanbevelingen zijn opgepakt, is april j.l. met de Tweede Kamer gedeeld (Kamerstukken II, Beleidsreactie rapport Veteranenombudsman ā€˜Erken mijn zorgen’, 15 april 2025). In de Veteranennota 2024-2025 is daarnaast aangegeven dat naar aanleiding van het rapport een werkgroep is ingesteld met vertegenwoordigers van het NLVi, het LZV en het ministerie van Defensie. Graag informeer ik u nader over meer recente ontwikkelingen.

Naar aanleiding van het rapport is de focus op relaties verder aangescherpt. Relaties van veteranen zijn de afgelopen periode zelf ook betrokken geweest bij de verdere uitwerking van de aanbevelingen, zodat hun persoonlijke ervaringen konden worden meegenomen. De informatievoorziening voor relaties is zowel binnen Defensie als bij het NLVi verbeterd en daarnaast zijn relaties betrokken bij het vernieuwen van de website van het NLVi. Er is gestart met het beter vindbaar maken van gegevens en komend jaar vindt er een vernieuwing van de website plaats waarbij erkenning, waardering en zorg voor relaties beter is vormgegeven. Ook zal voortaan het eerste gesprek tussen zorgcoƶrdinator/maatschappelijk werker en de veteraan bij voorkeur en indien van toepassing in aanwezigheid van de partner plaatsvinden. Huisbezoeken worden waar mogelijk gepland op tijdstippen waarbij de relaties van de veteraan ook thuis zullen zijn. Het ondersteuningsaanbod van het NLVi wordt daarnaast verder ontwikkeld, met specifieke aandacht voor relaties. En er zal voor relaties ook regionaal hulp en ondersteuning beschikbaar zijn. NLVi en Defensie zijn in goed contact over de wijze waarop ondersteuning aan relaties wordt uitgevoerd. De aanbevelingen uit het rapport zijn hiermee opgevolgd.

Mede op basis van de bevindingen uit het onderzoek ā€˜Erken mijn zorgen’ is de Veteranenombudsman samen met de Kinderombudsman een onderzoek gestart naar de invloed van uitzendingen op kinderen van veteranen. Ik ondersteun dit onderzoek en kijk ernaar uit het rapport te mogen ontvangen.

Wetenschappelijk onderzoek over veteranen

Tot slot wil ik benoemen dat het belangrijk is dat er (wetenschappelijk) onderzoek plaats blijft vinden, zodat erkenning, waardering en zorg voor veteranen, MOD en hun relaties verder kan worden verbeterd. In dat kader benoem ik graag nog enkele belangrijke ontwikkelingen op onderzoeksgebied. Zo wordt door ARQ Nationaal Psychotraumacentrum in samenwerking met het ministerie van Defensie gestart met een onderzoek naar de prevalentie van Posttraumatische Stressstoornissen (PTSS) onder veteranen. De huidige cijfers zijn gebaseerd op ouder onderzoek en met dit onderzoek worden deze cijfers geactualiseerd. Ook start Defensie met een onderzoek waarbij veteranen in de tijd worden gevolgd. Zo kan inzicht worden verkregen in de eventuele ontwikkeling van psychische problemen die zich immers ook maanden en jaren na de inzet kunnen manifesteren. Dergelijk zogenaamd longitudinaal onderzoek geeft een beter begrip in de ontwikkeling van klachten en kan bijdragen tot verbetering van de behandeling ervan.

Ik ga ervan uit met deze brief te hebben bijgedragen aan uw beeldvorming voor wat betreft belangrijke en positieve ontwikkelingen binnen het stelsel van veteranen. Juist in een tijd van geopolitieke onrust is het meer dan ooit belangrijk dat militairen vertrouwen hebben in de erkenning, waardering en zorg die voortvloeit uit hun onmisbare inzet, zodat zij hun toekomst met vertrouwen tegemoet zien. Ik laat deze gelegenheid dan ook niet aan mij voorbij gaan om mijn grote dank uit te spreken aan alle militairen die ons land hebben gediend.

Hoogachtend,

DE MINISTER VAN DEFENSIE

Ruben Brekelmans