Antwoord op vragen van de leden Bühler en Inge van Dijk over het wegvallen van de inzet van vrijwillige duikteams bij opsporing en berging
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D00265, datum: 2026-01-08, bijgewerkt: 2026-01-09 08:09, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (ah-tk-20252026-805).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.N.J. Nobel, staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Onderdeel van zaak 2025Z20079:
- Gericht aan: M.L.J. Paul, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Indiener: J.G.L.M. Bühler, Tweede Kamerlid
- Medeindiener: I. (Inge) van Dijk, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 | Aanhangsel van de Handelingen |
| Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden |
805
Vragen van de leden Bühler en Inge van Dijk (beiden CDA) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het wegvallen van de inzet van vrijwillige duikteams bij opsporing en berging (ingezonden 19 november 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Nobel (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 8 januari 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 573.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht dat vrijwillige amateurduikers door nieuwe veiligheidsregels niet langer ingezet zouden mogen worden bij het bergen van vermiste personen of stoffelijke overschotten in wateren in Nederland?1
Antwoord 1
Ja, ik ben bekend met dit bericht.
Vraag 2
Deelt u de mening dat hiermee een waardevolle en betrokken vorm van burgerinitiatief en maatschappelijke dienstbaarheid ten onrechte verloren dreigt te gaan?
Antwoord 2
Nee, deze mening deel ik niet. Het beeld dat regels zijn aangescherpt en vrijwillige amateurduikers hierbij niet langer ingezet kunnen worden, klopt niet. Ik werk samen met de Stichting Werken onder Overdruk (SWOD) en andere belanghebbenden juist aan een versoepeling van de regels om vrijwilligersinitiatieven in de toekomst mogelijk te maken.
De versoepelde regels worden gebaseerd op het advies «Vrijwilligers en Duiken» van 4 juni 2025 van een werkgroep onder leiding van de SWOD. Dit advies is op mijn verzoek opgesteld en dit heb ik eerder aan uw Kamer gezonden.2 Aan de werkgroep namen deel: de Nederlandse Onderwatersportbond voor sportduikers (NOB), de Dutch National Scientific Diving Committee (DNSDC), de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE), de civiele duikindustrie en het Ministerie van Defensie. De voorgestelde regels zijn tot stand gekomen na een volledige risicobeoordeling van het systeem. In het advies zijn ook de duikmedische normen opgenomen die eerder beoordeeld waren door de projectgroep «duikmedische zaken», eveneens onder leiding van de SWOD.
Het advies bevat voorstellen tot versoepeling van de regels voor vrijwilligers die duikarbeid verrichten zonder dat dit extra risico’s met zich meebrengt. Denk hierbij aan aangepaste lichtere medische keuringen op basis van geschikte sportduikbrevetten in plaats van registratie-eisen, zoals deze voor beroepsduikers gelden. Ik zal bij het vereenvoudigen van de voorschriften het advies van de werkgroep als uitgangspunt nemen.
Vraag 3
Klopt het dat de politie op dit moment niet beschikt over voldoende professionele duikcapaciteit om op korte termijn overal in het land te kunnen reageren op vermissingen of mogelijke noodsituaties onder water?
Antwoord 3
De capaciteit van de politie, de brandweer en defensie blijkt in de praktijk voldoende te zijn voor de benodigde inzet bij zoek- en bergingstaken. Afhankelijk van de situatie en locatie zijn in Nederland verschillende organisaties verantwoordelijk voor de inzet van duikcapaciteit. Voor het zoeken naar en bergen van vermiste personen en bewijsmiddelen onder water heeft de politie een specialistisch team ingericht dat beschikt over duik-, sonar- en speurhonden capaciteit. Dit team opereert landelijk en wordt gemiddeld 180 keer per jaar ingezet.
Daarnaast beschikt de brandweer over duikteams die, in samenwerking met de politie, ingezet kunnen worden in geval van nood dan wel in het kader van openbare orde en veiligheid. En defensie heeft beschikbare duikcapaciteit voor inzet op de Noordzee, de kustwateren en het IJsselmeer. Ten slotte kan het Openbaar Ministerie een verzoek doen voor militaire bijstand van defensieduikteams als de politie hiervoor extra capaciteit nodig heeft voor onder andere vermissingen of het zoeken naar bewijslast.
Vraag 4
Deelt u de mening dat het onwenselijk is als nabestaanden van vermiste personen langer in onzekerheid blijven omdat professionele duikcapaciteit beperkt is en niet direct inzetbaar is?
Antwoord 4
Voor vermiste personen en nabestaanden is het van belang dat adequaat wordt gehandeld en indien nodig duikcapaciteit beschikbaar is. Bij mij zijn geen gevallen bekend waarbij geen duikers en/of sonar konden worden ingezet vanwege onvoldoende duikcapaciteit. Beperkende factoren voor inzet kunnen zijn: de locatie, omstandigheden en duur van de zoekacties.
Vraag 5
Kunt u inzicht geven in hoe vaak de afgelopen vijf jaar vrijwillige duikteams zijn ingezet, in hoeveel gevallen dat tot een succesvolle vondst leidde, en in hoeveel gevallen dit daadwerkelijk tot gevaarlijke situaties leidde?
Antwoord 5
De Werkgroep Ongevallen Registratie (WOR) van de Nederlandse Onderwatersport Bond (NOB) houdt de DOSA (Duik Ongevallen Statistiek Analyse) bij en rapporteert jaarlijks. De DOSA maakt geen onderscheid tussen ongevallen bij recreatief duiken, waarbij er geen organisatie verantwoordelijk is en vrijwillige duikarbeid, waarbij er wel een organisatie achter de activiteit verantwoordelijk is. Het is daarom niet mogelijk om uit deze registratie op te maken in hoeveel gevallen vrijwillige duikteams worden ingezet. En ook niet in welke gevallen dit tot gevaarlijke situaties leidde.
Ik heb daarom uw vraag voorgelegd aan de stichting Signi Zoekhonden en de stichting Onderzoek Maritieme Vermisten (OMV). De stichting Signi Zoekhonden geeft aan dat in de afgelopen vijf jaar in Nederland geen vrijwillige duikers zijn ingezet, behalve in het buitenland (Roemenië), waarbij de duikers het lichaam hebben gevonden en geborgen. De OMV houdt geen gegevens hierover bij.
Vraag 6
Kunt u uiteenzetten op basis van welke overwegingen en welk formeel besluit de inzet van deze vrijwillige duikers niet is toegestaan?
Antwoord 6
In de huidige situatie mogen sportduikers als vrijwilliger duikarbeid verrichten indien zij aan de voorschriften voor duikarbeid voldoen. Als zij daar niet aan voldoen, is dat niet toegestaan. Zodra een sportduiker meer doet dan recreatief duiken en als vrijwilliger arbeid verricht, is sprake van werken onder overdruk en gelden de reguliere voorschriften.
Vraag 7
Klopt het dat het verbod voortkomt uit aangescherpte beroepsnormen die in de praktijk niet van toepassing zouden moeten zijn op vrijwilligerswerk zonder winstoogmerk? Zo ja, acht u die strikte toepassing proportioneel en noodzakelijk?
Antwoord 7
Nee, dit klopt niet. Er is momenteel geen verbod op duikarbeid door vrijwilligers. Als vrijwilligers duikarbeid willen verrichten, gelden de reguliere voorschriften. De normen voor beroepsduikers zijn ook niet aangescherpt. Op basis van het advies van de SWOD voor de aanpassing van de regels ga ik de bestaande regels juist vereenvoudigen. Omdat het advies tot stand is gekomen na een volledige risicobeoordeling van alle vormen van duiken, zowel in de beroepsmatige context als in de recreatieve context, geeft het advies de kans om de wettelijke voorschriften zo aan te passen dat voor alle vormen van duikactiviteiten de risico’s zijn bepaald en ook de daarbij behorende kwalificaties en beperkingen. Daarmee kan voor arbeid door vrijwilligers aangesloten worden bij bestaande kwalificaties in de sportduikwereld en zijn geen aanvullende kwalificaties nodig. En dit biedt ook duidelijkheid voor vrijwilligersorganisaties en hun verantwoordelijkheid richting de vrijwilligers die zij inzetten.
Vraag 8
Klopt het dat de werkinstructie die nu opgesteld wordt slechts een leidraad is? Zo ja, onder welke voorwaarden kan daarvan afgeweken worden?
Antwoord 8
Vrijwilligersorganisaties moeten voor vrijwilligers die duikarbeid verrichten, in alle gevallen de risico’s inventariseren en werkinstructies opstellen voor de duikactiviteiten. Dat geldt nu ook al en dit zal niet veranderen na aanpassing van de wettelijke voorschriften. Om deze organisaties daarbij te ondersteunen, wordt door de NOB een document opgesteld dat de leidraad wordt genoemd of de werkinstructie, om te helpen daar op een goede manier invulling aan te geven. De leidraad bevat ook maatregelen volgens de laatste stand van de techniek en de professionele dienstverlening met ruimte voor de organisaties. Zolang het risico maar op gelijk niveau afgedekt blijft. Dit document is nog in de concept-fase. Het document is een hulpmiddel en heeft geen wettelijke status.
Als vrijwilligersorganisaties op een andere manier de risico- inventarisatie en de werkinstructie invulling willen geven is dat evengoed mogelijk. Zo lang de organisator van de duikactiviteit maar aan kan tonen dat de veiligheid van de vrijwilligersactiviteit op een vergelijkbaar niveau geborgd is.
Vraag 9
In hoeverre is voldoende getoetst bij de toekomstige gebruikers of deze leidraad voldoende aansluit bij de gebruikelijke werkwijze of dat er waarschijnlijk veel afwijkingen noodzakelijk zijn?
Antwoord 9
Bij het opstellen van het advies hebben de leden van de projectgroep van SWOD, alle belanghebbende partijen geconsulteerd. Door de Nederlandse Onderwatersport Bond (NOB) is onder anderen met de Stichting Maritiem Onderzoek Nederland (STIMON) en de Landelijke Werkgroep Archeologie onder Water (LWAOW) afgestemd. Ik verwacht daarom niet dat de leidraad onvoldoende aansluit bij de gebruikelijke werkwijze of dat er veel afwijkingen noodzakelijk zijn. Naar aanleiding van het artikel in de Telegraaf heeft de NOB op haar website de vrijwilligersorganisaties aangeboden in overleg na te gaan over welke ondersteuning zij nodig hebben om zelf goede werkinstructies en risico- inventarisaties op te stellen.
In een persoonlijk gesprek met de LWAOW en de STIMON heb ik aanvullend aangeboden dit gesprek te willen organiseren. De partijen zijn op mijn uitnodiging ingegaan en zijn inmiddels uitgenodigd voor een workshop hierover begin 2026. In het gesprek heb ik ook aangegeven dat de partijen bij de wijziging van de regels hun visies kunnen inbrengen tijdens de consultatierondes.
Vraag 10
Klopt het dat de Nederlandse Onderwatersport Bond (NOB) de werkinstructie dit najaar zal afronden en publiceren? Zo ja, kunt u toezeggen dat bij de publicatie van deze werkinstructie ook gecommuniceerd zal worden hoe vrijwillige amateurduikers hier van af kunnen wijken?
Antwoord 10
De publicatie van de leidraad of werkinstructie kan pas plaatsvinden als de regelgeving op het punt van vrijwillige duikarbeid is aangepast. Ik streef ernaar dit medio 2026 te doen. De NOB geeft vervolgens voorlichting over de conceptleidraad en heeft aangegeven om te assisteren bij het opstellen van de specifieke werkinstructies.
Vraag 11
Wilt u de Kamer vóór het kerstreces informeren over de mogelijkheden om de inzet van amateurduikers op een veilige en verantwoorde manier weer mogelijk te maken?
Antwoord 11
Ik heb uw vragen voor het Kerstreces beantwoord. Zoals in mijn antwoorden aangegeven klopt het beeld niet dat regels zijn aangescherpt en vrijwillige amateurduikers niet langer ingezet kunnen worden. Ik werk samen met de Stichting Werken onder Overdruk (SWOD) en andere belanghebbenden juist aan een versoepeling van de regels om vrijwilligersinitiatieven in de toekomst mogelijk te maken. Ik streef ernaar de aanpassingen in de regelgeving medio 2026 gereed te hebben.
De Telegraaf, 15 november 2025, «Nieuwe regels ramp voor amateurduikers die helpen bij vermissingen: «We mogen alleen nog visjes kijken»» (www.telegraaf.nl/binnenland/nieuwe-regels-ramp-voor-amateurduikers-die-helpen-bij-vermissingen-we-mogen-alleen-nog-visjes-kijken/105057239.html).↩︎
Kamerstuk 25 883, nr. 531↩︎