[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Uitstel beantwoording vragen van het lid Dassen over het bericht 'Transparantie is alweer passé, met dank aan het ultrakorte politieke geheugen in Den Haag'

Mededeling (uitstel antwoord)

Nummer: 2026D00299, datum: 2026-01-08, bijgewerkt: 2026-01-09 08:15, versie: 3 (versie 1, versie 2)

Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (ah-tk-20252026-806).

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2025Z22661:

Preview document (🔗 origineel)


Tweede Kamer der Staten-Generaal 2
Vergaderjaar 2025-2026 Aanhangsel van de Handelingen
Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden

806

Vragen van het lid Dassen (Volt) aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het bericht «Transparantie is alweer passé, met dank aan het ultrakorte politieke geheugen in Den Haag» (ingezonden 22 december 2025).

Mededeling van Minister Rijkaart (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) (ontvangen 8 januari 2026).

Vraag 1

Bent u bekend met het Volkskrant-bericht «Transparantie is alweer passé, met dank aan het ultrakorte politieke geheugen in Den Haag» d.d. 17 december 2025?

Vraag 2

Erkent u het belang van het recht van iedere burger op overheidsinformatie en dat dit een internationaal erkend mensenrecht is? Deelt u de mening dat het van belang is om het recht op overheidsinformatie niet in te perken?

Vraag 3

Kunt u reageren op de kritiek dat voorstellen zoals het begrenzen van de omvang van Woo-verzoeken, het invoeren van verplichte formulieren of het doorberekenen van kosten neerkomen op drempelverhoging voor een mensenrecht?

Vraag 4

Deelt u de opvatting dat de Woo bijdraagt aan transparantie en daarmee aan het vergroten van het vertrouwen in de overheid?

Vraag 5

Kunt u toelichten waarom het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vooruitlopend op de geplande evaluatie van de Woo in 2026 al voorstellen doet die het recht op overheidsinformatie feitelijk kunnen beperken? Acht u het getuigen van goed bestuur om conclusies te trekken over de werking van de Woo voordat de wettelijke evaluatie heeft plaatsgevonden? Zo ja, kunt u dat uitleggen?

Vraag 6

Welke concrete stappen heeft u sinds de inwerkingtreding van de Woo gezet om proactieve openbaarmaking daadwerkelijk de norm te maken, zoals de wet al mogelijk maakt?

Vraag 7

Bent u bereid om, naar Scandinavisch voorbeeld, te onderzoeken hoe informatie sneller en minder politiek (zijnde met meer vertrouwen in de Woo-specialisten en daarmee een drastisch inkorting van de parafenlijn) kan worden verstrekt, inclusief e-mails en informele documenten? Zo ja, hoe gaat u daar invulling aan geven? Zo niet, waarom niet?

Vraag 8

Waarom worden in beleidsafwegingen rond de Woo vrijwel uitsluitend de kosten betrokken en niet de maatschappelijke baten van openbaarheid, zoals beter bestuur, minder fouten en groter vertrouwen?

Vraag 9

Kunt u aangeven of er binnen andere ministeries onderzoeken zijn gedaan naar het verbeteren en makkelijker maken van de Woo en wat hier de uitkomsten van zijn geweest?

Vraag 10

Kunt u aangeven hoe u aankijkt tegen het voorstel om het Adviescollege Openbaarmaking en Informatiehuishouding (ACOI) te versterken tot een onafhankelijke autoriteit met bindende bevoegdheden?

Vraag 11

Bent u voornemens om lessen te trekken uit de aanpak van onder andere de gemeente Amsterdam die de doorlooptijd terugbracht en de proactieve openbaarmaking van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO)?

Vraag 12

Kunt u deze vragen één voor één beantwoorden?

Mededeling

Hierbij laat ik u weten dat de aan mij op 22 december 2025 gestelde vragen van het lid Dassen (Volt) over het bericht «Transparantie is alweer passé, met dank aan het ultrakorte politieke geheugen in Den Haag», met kenmerk 2025Z22661, helaas niet binnen de termijn van drie weken kunnen worden beantwoord.

Vanwege het kerstreces vergt de beantwoording van de vragen meer tijd. Ik streef ernaar uw Kamer uiterlijk 2 februari te informeren.