Het artikel 'Ook bij het tegengaan van belastingontwijking zwicht de rest van de wereld voor Trump'
Schriftelijke vragen
Nummer: 2026D00309, datum: 2026-01-08, bijgewerkt: 2026-01-09 08:58, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kv-tk-2026Z00125).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: L.A.J.M. Dassen, Tweede Kamerlid (Volt)
Onderdeel van zaak 2026Z00125:
- Gericht aan: E. Heinen, minister van Financiën
- Gericht aan: E.H.J. Heijnen, staatssecretaris van Financiën
- Indiener: L.A.J.M. Dassen, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 | Vragen gesteld door de leden der Kamer |
2026Z00125
Vragen van het lid Dassen (Volt) aan de Minister en de Staatssecretaris van Financiën over het artikel «Ook bij het tegengaan van belastingontwijking zwicht de rest van de wereld voor Trump» (ingezonden 8 januari 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het NRC-artikel «Ook bij het tegengaan van belastingontwijking zwicht de rest van de wereld voor Trump» van 6 januari 2026?
Vraag 2
Deelt u de opvatting dat de OESO-minimumwinstbelasting van 15% onder andere bedoeld is om voor alle grote multinationals een gelijk minimum te creëren zodat er geen «race to the bottom» plaatsvindt en belastingontwijking wordt tegengegaan? Zo ja, kunt u reflecteren wat het effect is van de gemaakte uitzondering voor Amerikaanse multinationals hierop? Zo nee, waarom niet?
Vraag 3
Erkent u dat het niet toepassen van het OESO-minimumtarief op Amerikaanse multinationals, terwijl deze wel van toepassing wordt op Europese en Nederlandse multinationals, het beoogde gelijke speelveld onder druk zet?
Vraag 4
Welke signalen heeft u ontvangen van Nederlandse en/of Europese bedrijven over het belang van een wereldwijde minimumwinstbelasting die zonder uitzonderingen wordt toegepast met het oog op een gelijk speelveld?
Vraag 5
Hoe beoordeelt u het gegeven dat de uitzondering voor Amerikaanse multinationals ertoe leidt dat grote, zeer winstgevende Amerikaanse multinationals die actief zijn op de Nederlandse en Europese markt niet in alle gevallen een vergelijkbare minimumwinstbelasting betalen als Europese bedrijven?
Vraag 6
Deelt u de analyse dat het internationale belastingstelsel, dat nog grotendeels is gebaseerd op fysieke aanwezigheid, fundamenteel tekortschiet in een economie waarin waardecreatie steeds vaker digitaal plaatsvindt? Zo nee, waarom niet?
Vraag 7
Zijn er concrete alternatieven om alsnog een gelijk speelveld te creëren tussen Europese multinationals en Amerikaanse multinationals? Bijvoorbeeld door in te zetten op een Europese Digitale Dienstenbelasting?
Vraag 8
Bent u bereid om samen met gelijkgezinde EU-lidstaten op te trekken om te komen tot een gecoördineerde Europese digitale dienstenbelasting? Zo nee, waarom niet?
Vraag 9
Acht u het een reëel risico dat bedrijven hun hoofdkantoor verplaatsen naar de Verenigde Staten om onder het mondiale minimumtarief uit te komen? Zo ja, welke maatregelen overweegt u om dit tegen te gaan?
Vraag 10
Deelt u de opvatting dat dreigementen zoals de «revenge tax» geen reden mag zijn om af te zien van eerlijke belastingheffing en nationale fiscale soevereiniteit? Zo nee, waarom niet?