Ontwerpbesluit houdende de wijziging van het Warenwetbesluit Kruidenpreparaten en het Warenwetbesluit voedingssupplementen
Voedingsbeleid
Brief regering
Nummer: 2026D00367, datum: 2026-01-08, bijgewerkt: 2026-01-08 16:29, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Ooit VVD kamerlid)
- Besluit houdende de wijziging van het Warenwetbesluit Kruidenpreparaten en het Warenwetbesluit voedingssupplementen in verband met het opnemen van een grondslag voor het aanwijzen van stoffen of materiaal dat geheel of ten dele afkomstig is van planten en schimmels waarvan het gebruik in kruidenpreparaten of voedingssupplementen is verboden of onder voorwaarden is toegestaan
- Nota van toelichting
- Beslisnota bij Ontwerpbesluit houdende de wijziging van het Warenwetbesluit Kruidenpreparaten en het Warenwetbesluit voedingssupplementen
Onderdeel van kamerstukdossier 31532 -304 Voedingsbeleid.
Onderdeel van zaak 2026Z00158:
- Indiener: J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- 2026-01-14 10:15: Procedurevergadering Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Procedurevergadering), vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Preview document (🔗 origineel)
Geachte voorzitter,
Hierbij bied ik u aan het ontwerpbesluit, houdende de wijziging van
het Warenwetbesluit Kruidenpreparaten en het Warenwetbesluit
voedingssupplementen in verband met het opnemen van een grondslag voor
het aanwijzen van stoffen of materiaal dat geheel of ten dele afkomstig
is van planten en schimmels waarvan het gebruik in kruidenpreparaten of
voedingssupplementen is verboden of onder voorwaarden is toegestaan.
Voor de inhoud van het ontwerpbesluit verwijs ik u naar de ontwerpnota
van toelichting.
De voorlegging geschiedt in het kader van de wettelijk voorgeschreven
voorhangprocedure (artikel 32b, tweede lid, van de Warenwet) en biedt uw
Kamer de mogelijkheid zich uit te spreken over het ontwerpbesluit
voordat het aan de Afdeling advisering van de Raad van State zal worden
voorgelegd en vervolgens zal worden vastgesteld.
Op grond van de aangehaalde bepaling geschiedt de voordracht aan de Koning ter verkrijging van het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State over het ontwerpbesluit niet eerder dan vier weken nadat het ontwerpbesluit aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Een gelijkluidende brief heb ik gezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.
Hoogachtend,
de staatssecretaris Jeugd,
Preventie en Sport,
Judith Zs.C.M. Tielen