Inbreng verslag van een schriftelijk overleg inzake Voorhang wijziging statuten stichting Inlichtingenbureau (Kamerstuk 26448-860)
Inbreng verslag schriftelijk overleg
Nummer: 2026D00728, datum: 2026-01-12, bijgewerkt: 2026-01-12 16:07, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: E. van der Burg, voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (VVD)
- Mede ondertekenaar: C.E. Morrin, adjunct-griffier
Onderdeel van zaak 2025Z21026:
- Indiener: M.L.J. Paul, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- 2025-12-04 13:25: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2025-12-16 16:30: Procedurevergadering Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Procedurevergadering), vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- 2026-01-12 12:00: Voorhang wijziging statuten stichting Inlichtingenbureau (Inbreng schriftelijk overleg), vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Preview document (🔗 origineel)
26448 Structuur van de uitvoering werk en inkomen (SUWI)
32761 Verwerking en bescherming persoonsgegevens
Nr.
VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Vastgesteld … 2026
In de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid bestond bij enkele fracties de behoefte een aantal vragen en opmerkingen voor te leggen aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de op 3 december 2025 ontvangen brief Voorhang wijziging statuten stichting Inlichtingenbureau (Kamerstuk 26448, nr. 860).
Bij brief van … 2026 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid deze beantwoord. De vragen en opmerkingen van de fracties en de antwoorden van de minister zijn hieronder afgedrukt.
De fungerend voorzitter van de commissie,
Van der Burg
Adjunct-griffier van de commissie,
Morrin
Inhoudsopgave
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de 50PLUS-fractie
II Antwoord/Reactie van de minister
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de brief over de voorhang wijziging statuten stichting Inlichtingenbureau. Deze leden hebben geen vragen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van de stukken met betrekking tot de wijziging van de statuten van het Inlichtingenbureau. Deze leden hebben hier meerdere vragen over.
De leden van de GroenLinks-PvdA fractie merken op dat de oorspronkelijke bedoeling was dat het Inlichtingenbureau (IB) onder de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en nu de Wet open overheid (Woo) zou vallen. Deze leden merken op dat de Kamer hier per motie om had gevraagd. Dit is technisch gezien wettelijk nog niet het geval met de voorgenomen statutenwijzigingen, al merken deze leden op dat in de stukken staat dat deze organisatie in praktische zin tegemoet komt aan alle Woo-verzoeken. Waarom is er niet voor gekozen om het IB zo in te richten dat deze ook wettelijk onder de Woo valt?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen in dit kader dat de Algemene Rekenkamer (ARK) opmerkt dat er een bredere zoektocht is naar een hybride vorm van publiek-private inrichting. Deze leden vragen hoe de verkenning hiernaar vorm krijgt en wanneer de Kamer hierover wordt geïnformeerd.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben ook een vraag over de overige aanbevelingen van de ARK. Zo beveelt de ARK aan om een toezichtregime op te stellen. Deze leden vragen of het kabinet deze aanbeveling overneemt en zo ja welk tijdspad hiervoor gevolgd wordt. Daarnaast lezen deze leden in de brief van de ARK dat de minister niet expliciet ingaat op welke visie zij heeft op haar verhouding tot de stichting. Zij vragen de minister hierop in te gaan en expliciet alle vragen van de ARK te beantwoorden (zie pagina 4 van de brief).
Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie
De leden van de JA21-fractie hebben na zorgvuldige bestudering en overweging van de voorliggende stukken, kennisgenomen van de daarin vervatte inhoud en wensen naar aanleiding daarvan nog enkele nadere vragen aan de orde te stellen.
De leden van de JA21-fractie merken op dat het IB grote hoeveelheden persoonsgegevens voor uiteenlopende overheden verwerkt en daarmee feitelijk deel uitmaakt van een gevoelig gegevens‑ en algoritmisch ecosysteem. Kan de minister helder uiteenzetten wie in de politieke lijn minister, gemeenten, Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), of de stichting zelf waarop aanspreekbaar is bij datalekken, onrechtmatige gegevensverwerking of ongewenste uitkomsten, en hoe die verantwoordelijkheid juridisch is geborgd?
De leden van de JA21-fractie merken op dat het takenpakket van het IB de afgelopen jaren is verbreed naar meerdere domeinen, terwijl de doelomschrijving breed en open is geformuleerd. Deze leden vragen wat de politieke eindvisie van de minister is: blijft het IB/ Bureau Informatiediensten Nederland (BIDN) een beperkte, technisch ondersteunende stichting of is de feitelijke koers dat dit de centrale nationale data‑hub wordt voor gemeenten en verschillende ministeries?
De leden van de JA21-fractie merken op dat de gekozen vorm een privaatrechtelijke stichting is en blijft, terwijl daar niet automatisch de publieke waarborgen gelden die we normaal bij overheidsorganisaties vanzelfsprekend vinden. Waarom is, ondanks deze bekende tekortkomingen, niet gekozen voor een publieke rechtsvorm waarbij de Kamer directe en volle controle kan uitoefenen? Deze leden merken op dat door de privaatrechtelijke vorm het IB niet automatisch onder de Woo, de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en andere regels voor financieel beheer, archivering en informatiebeveiliging valt. Is de minister bereid deze kaders integraal van toepassing te verklaren op het IB/BIDN en daarbij een concrete termijn te noemen, zodat burgers niet langer zijn aangewezen op indirecte routes via andere bestuursorganen?
De leden van de JA21-fractie constateren dat het huidige bestuur wordt vervangen door een Raad van Toezicht met een directeur‑bestuurder, terwijl de minister extra instemmings‑ en consultatierechten krijgt en de VNG een stevige positie inneemt. Kan de minister concreet maken hoe deze nieuwe governance in de praktijk leidt tot kortere lijnen en efficiëntere besluitvorming, in plaats van extra overlegtafels, goedkeuringsrondes en bureaucratische rompslomp?
De leden van de JA21-fractie merken op dat het IB ooit is opgezet om gemeenten te ontzorgen in gegevensverwerking, maar de praktijk is volgens deze leden dat er nu een complexe interbestuurlijke IT‑stichting is ontstaan. Welke concrete indicatoren gebruikt de minister om te meten of de statutenwijziging leidt tot minder dubbel werk en minder rapportage‑ en verantwoordingseisen voor gemeenten, en welke consequenties verbindt de minister daaraan als dat effect uitblijft?
De leden van de JA21-fractie constateren dat in de juridische analyse een kader wordt geschetst om te bepalen of activiteiten niet‑economisch zijn en dus buiten aanbestedingsplicht vallen. Deze leden vragen welke concrete, toetsbare criteria de minister hanteert bij de vraag óf het IB/BIDN een nieuwe taak krijgt, en op welke wijze wordt de Kamer vooraf betrokken bij die afweging, in plaats van achteraf via jaarverslagen kennis te nemen van een feitelijk gegroeid takenpakket?
De leden van de JA21-fractie merken op dat er behoefte is aan een helder toezichtarrangement waarin staat hoe toezicht, risicobeheersing, informatievoorziening en interventiemogelijkheden zijn georganiseerd. Is de minister bereid een dergelijk arrangement, inclusief een vaste evaluatiemoment (bijvoorbeeld na drie jaar) en een reële terugvaloptie naar een andere, meer publieke vorm aan de Kamer voor te leggen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de 50PLUS-fractie
De leden van 50PLUS-fractie danken de minister van Sociale Zaken & Werkgelegenheid voor de brief en het toezenden van de relevante adviezen. Deze leden hebben daarbij nog de volgende vragen.
De leden van de 50PLUS-fractie vragen of de minister bekend is met het rapport ‘Onzichtbare Macht – het Inlichtingenbureau doorgelicht’ van het Wetenschappelijk Bureau NSC (WB-NSC)1, waarin wordt geconcludeerd dat de huidige constructie van het IB als private stichting kwetsbaar is en vragen oproept over democratische verantwoording.
De leden van de 50PLUS-fractie vragen waarom de minister in de voorliggende statutenwijziging opnieuw kiest voor de stichtingsvorm, terwijl het ministerie van Financiën alsook onderzoeksbureau AEF (expliciet) hebben geadviseerd de stichtingsvorm los te laten indien er een wens is naar meer democratische controle. Hoe verhoudt de keuze van de minister om de organisatie niet om te vormen tot een zelfstandig bestuursorgaan (zbo) zich tot de aanbevelingen van onder anderen het ministerie van Financiën, de ARK, en het WB-NSC, dat stelt dat een zbo-status (vergelijkbaar met het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) of de Sociale Verzekeringsbank (SVB)) de transparantie, democratische controle en rechtsbescherming van burgers aanzienlijk zou vergroten?
De leden van de 50PLUS-fractie merken op dat de minister stelt dat een zbo-status niet mogelijk is omdat het IB geen besluiten met rechtsgevolg neemt. Deze leden vragen of de minister echter erkent, zoals beschreven in het WB-NSC-rapport alsook eerdere onderzoeken van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) en verschillende hoogleraren, dat deze stelling in de praktijk weerbarstig is, aangezien gemeenten dermate afhankelijk zijn van de data-analyses van het bureau dat er feitelijk nauwelijks sprake is van zelfstandige besluitvorming zonder het bureau evenals het feit dat sommige gemeenten zonder eigen onderzoek onmiddellijk overgaan tot maatregelen na een signaal van IB/BIDN.
De leden van de 50PLUS-fractie vragen of de minister kan reflecteren op de kritiek van de ARK, die stelt dat met deze statutenwijziging de mate van democratische controle niet toeneemt en dat verplichtingen rondom archivering en financieel beheer niet geregeld worden zoals bij andere overheidsorganisaties?
De leden van de 50PLUS-fractie vragen of de minister de zorg deelt dat het IB (straks BIDN), ondanks de cruciale publieke taak die het uitvoert voor 400.000 uitkeringsgerechtigden, niet onder de Woo valt? Is de minister bereid om in de statuten of wetgeving op te nemen dat BIDN wel aan de Woo moet voldoen? Deze leden vragen daarnaast waarom het IB niet onder het toezicht van de Nationale Ombudsman valt, zoals bij uitvoeringsorganisaties als het UWV wel het geval is. Vindt de minister het wenselijk dat burgers bij klachten over de bejegening of werkwijze van IB/BIDN zijn aangewezen op een interne klachtenprocedure zonder mogelijkheid tot onafhankelijk bezwaar of beroep en/of zij worden doorverwezen naar hun eigen gemeente die voor beantwoording/afdoening volledig afhankelijk is van (de expertise van) IB/BIDN?
De leden van de 50PLUS-fractie merken op dat in het rapport ‘Grip op gegevensuitwisseling’ van AEF2 werd aanbevolen om te werken met een Raad van Toezicht en een directeur-bestuurder, maar ook om democratische controle te borgen. Waarom wordt de governance-structuur wel aangepast, maar wordt de aanbeveling om het takenpakket wettelijk te verankeren vooralsnog niet opgevolgd? Wanneer is de minister voornemens deze omissie in de wetgeving en wettelijke kadering te herstellen?
De leden van de 50PLUS-fractie merken op dat het IB opgericht is voor de rechtmatigheidscontrole van uitkeringen, maar dat het takenpakket inmiddels is uitgebreid naar onder andere vroegtijdige schoolverlaters, schuldhulpverlening en de beslagvrije voet. Deze leden vragen of de minister voor alle taken die IB/BIDN nu uitvoert kan aangeven wat de specifieke wettelijke grondslag is, en of de minister de conclusie van het WB-NSC deelt dat er sprake is van ‘function creep’ zonder duidelijk wettelijk kader. Is de minister bereid om, conform de aanbevelingen uit de rapporten van AEF en het WB-NSC en de adviezen van het ministerie van Financiën en de ARK, het volledige takenpakket van BIDN wettelijk te verankeren om zo democratische controle mogelijk te maken?
De leden van de 50PLUS-fractie vragen of het wenselijk is dat een private stichting met een feitelijke monopoliepositie essentiële infrastructuur ontwikkelt voor het sociaal domein (zoals knooppunten voor de Wet maatsschappelijke ondersteuning (Wmo) en Jeugdzorg) zonder dat hier een aanbesteding of publiekrechtelijk besluit aan ten grondslag ligt.
De leden van de 50PLUS-fractie vragen in hoeverre de minister de maandelijkse controle van alle uitkeringsgerechtigden op autobezit, zoals beschreven in het rapport van het WB-NSC naar aanleiding van controles van de AP, proportioneel en in overeenstemming met de onschuldpresumptie acht. Deze leden vragen of de minister bekend is met de kritiek van de AP dat er bij deze massale controles vaak geen sprake is van een concrete verdenking van fraude. Waarom wordt deze werkwijze, waarbij burgers preventief worden doorgelicht, gefaciliteerd door een organisatie die op afstand staat van de overheid?
De leden van de 50PLUS-fractie vragen de minister of zij kan garanderen dat alle algoritmen die invloed hebben op de bestaanszekerheid van burgers per direct openbaar worden gemaakt in het register. Binnen welke termijn zal dit gebeuren?
De leden van de 50PLUS-fractie vragen hoe de minister willekeur en rechtsongelijkheid voorkomt, gezien het feit dat gemeenten zeer verschillend omgaan met de signalen van het IB; waarbij sommige gemeenten direct uitkeringen stopzetten en andere eerst in gesprek gaan.
In het licht van het toeslagenschandaal vragen de leden van de 50PLUS-fractie hoe de minister het risico beoordeelt dat door de geautomatiseerde massa controles kwetsbare burgers onterecht als fraudeur worden aangemerkt, mede gezien het gebrek aan ‘tegenmacht’ binnen de huidige inrichting van het IB. Hoe wordt geborgd dat de maatschappelijke voorkeur van lokale ambtenaren en medewerkers geen doorslaggevende rol speelt bij het wel of niet overgaan tot actie naar aanleiding van signalen van het IB?
De leden van de 50PLUS-fractie vragen of de minister de mening deelt dat de huidige positionering van het inlichtingenbureau ten minste vraagt om een regelmatige cyclus van extern onderzoek en externe evaluatie, teneinde de rechtmatigheid en eenduidigheid van de werkzaamheden van het inlichtingenbureau geloofwaardig te houden.
De leden van de 50PLUS-fractie vragen of er landelijk zicht is op het aantal incidenten, procedures en klachten van burgers, naar aanleiding van de werkzaamheden van het IB, per gemeente. Zo ja, kan dat als geanonimiseerd overzicht per gemeente worden gegeven?
De leden van de 50PLUS-fractie vragen tot slot of de minister bereid is de statutenwijziging aan te houden en eerst te onderzoeken hoe BIDN kan worden omgevormd tot een publiekrechtelijke organisatie (zoals een zbo of agentschap), zodat fundamentele waarborgen zoals de Woo, het klachtrecht bij de Ombudsman en directe ministeriële verantwoordelijkheid gegarandeerd zijn.
Wetenschappelijk Burau NSC, 23 september 2025, ‘Onzichtbare Macht – het Inlichtingenbureau doorgelicht’, https://wb-nsc.nl/rapporten/onzichtbare-macht-het-inlichtingenbureau-doorgelicht/↩︎
Bijlage bij Kamerstuk 26 448, nr. 693.↩︎