Beantwoording vragen bij onderzoeksopzet Periodieke rapportage Douane
Brief regering
Nummer: 2026D00737, datum: 2026-01-12, bijgewerkt: 2026-01-12 16:20, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: E. Heinen, minister van Financiën (VVD)
Onderdeel van zaak 2026Z00299:
- Indiener: E. Heinen, minister van Financiën
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Financiën
Preview document (🔗 origineel)
Geachte voorzitter,
Naar aanleiding van de toezending van het plan van aanpak voor de Periodieke Rapportage Douane aan uw Kamer, heeft de vaste commissie voor Financiën enkele vragen gesteld over de onderzoeksopzet. Hierbij zend ik u de beantwoording van deze vragen.
Wat is een ontwerpgerichte onderzoeksaanpak en waarom is hiervoor gekozen?
Een ontwerpgerichte onderzoeksaanpak is een onderzoeksmethode waarbij het ontwerpen van een oplossing voor een reëel vraagstuk met behulp van een praktische en creatieve aanpak centraal staat. Deze aanpak is gericht op het creëren van iets nieuws.
De Douane heeft voor de Periodieke rapportage voor deze aanpak gekozen om een goede beleidstheorie te kunnen maken. Deze beleidstheorie is een model, waarmee de Douane inzichtelijk wil maken wat de veronderstellingen zijn ten aanzien van de effectiviteit van de uitvoerings- en toezichtsinstrumenten, en welke relaties daarbij worden verwacht met het nalevingsgedrag van burgers en bedrijven. Een adequate beleidstheorie is een van de inzichtbehoeften in deze Periodieke rapportage.
Het opstellen van een beleidstheorie is een creatief proces waarin de onderzoekers en Douane-professionals gezamenlijk een model creëren. Het externe onderzoeksbureau zal hiervoor geëigende methoden en technieken inzetten.
Ter beantwoording van de vragen over de doeltreffendheid wordt een syntheseonderzoek opgezet om de effectiviteit van beleidsinstrumenten te beoordelen. Waarom is voor deze opzet gekozen?
Een Periodieke rapportage is (per definitie) een syntheseonderzoek. De Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek stelt dat in een Periodieke rapportage de in de rapportageperiode opgedane inzichten in de (voorwaarden voor) doeltreffendheid en doelmatigheid worden samengebracht. Dit samenbrengen vraagt om een synthese (samenvoeging) van de opgedane inzichten, waar nodig en mogelijk aangevuld met kwalitatieve en kwantitatieve analyses.
Tijdens het onderzoek 'kan' gebruik worden gemaakt van eerder uitgevoerd onderzoek, en/of beschikbare primaire gegevensverzamelingen. Hoe vrijblijvend is dit, of moet hier 'zal' worden gelezen?
Het Plan van Aanpak beschrijft dat het onderzoek van de Periodieke rapportage vier deelgebieden beslaat, elk met eigen onderzoeksvragen en bijbehorende aanpak en gegevensverzameling. Het externe onderzoeksbureau kan bij al deze deelgebieden vrijelijk gebruik maken van alle uitgevoerde onderzoeken en/of gegevensverzamelingen van de Douane. Of het bureau daar in alle gevallen gebruik van zal maken, is niet van tevoren te bepalen.
Wat/wie zijn de relevante benchmarkorganisaties?
Relevante benchmarkorganisaties zijn bijvoorbeeld de Belastingdienst, de Koninklijke Marechaussee, de Inspectie Leefomgeving en Transport, en buitenlandse douanediensten. Deze benchmarkorganisaties kunnen een rol spelen bij de beoordeling van de doelmatigheid van het uitvoerings- en toezichtsbeleid van de Douane, bijvoorbeeld door middel van de vergelijking van uitgaven.
In hoeverre was kwantitatief onderzoek mogelijk rondom het thema Effectgericht toezicht?
Het thema Effectgericht toezicht wordt niet als zodanig in het Plan van Aanpak voor de Periodieke rapportage geadresseerd. De Douane heeft de afgelopen periode in de Strategische Evaluatieagenda (SEA) extra aandacht gegeven aan het thema Effectgericht sturen.
In lijn met de in 2020 opgeleverde Beleidsdoorlichting 2012-2018 heeft de Douane zich daarbij gericht op:
Gesprekken met opdrachtgevers over de te bereiken effecten, en de relatie met naleving en aantallen controles. De SEA-Procesevaluatie is een kwalitatieve evaluatie van deze ontwikkeling.
Formulering van meetbare prestatie-indicatoren op outcomeniveau (gewenste impact; dit als onderdeel van een verdere explicitering van de beleidstheorie onder de Douanestrategie en -instrumenten). In 2024 en 2025 zijn gedetailleerde beleidstheorieën gemaakt voor de deelterreinen Actorgerichte e-commerce en voor het toezicht op vervoer van Liquide Middelen en het daaraan gerelateerde Meldrecht. Deze uitwerkingen vormen de basis voor toekomstig kwantitatief onderzoek, bijvoorbeeld naar de effectiviteit van toezicht.
Een van de inzichtbehoeften van deze Periodieke rapportage betreft de effectiviteit van de Douane beleidsinstrumenten, waaronder het toezicht. Voor dit onderzoeksgebied binnen de Periodieke rapportage zal gebruik worden gemaakt van eerder uitgevoerd (kwantitatief) onderzoek, en/of beschikbare gegevensverzamelingen zoals de Fiscale monitor en Douane monitor (2019-2025), statistische analyses binnen het Douane Landelijk Tactisch Centrum en (analyses op basis van) steekproeven op aangiftestromen.
Wie zijn de externe onafhankelijke deskundigen?
Bij de Periodieke rapportage dient ten minste één methodologische en/of beleidsinhoudelijk onafhankelijk deskundige te worden betrokken. De deskundige geeft een onafhankelijk oordeel over de validiteit en betrouwbaarheid van de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek.
De Douane heeft gekozen voor twee onafhankelijk deskundigen; voor het methodologische perspectief een hoogleraar beleidsevaluatie, en voor het inhoudelijk perspectief (effectgericht sturen) een hoogleraar effectiviteit van toezicht.
Momenteel vindt de aanbesteding plaats. De namen van de onafhankelijke deskundigen staan vermeld bij hun oordeel dat als bijlage bij het rapport aan uw Kamer zal worden aangeboden.
De Douane is voornemens het onderzoek aan het eind van het eerste kwartaal van 2026 te starten. De resultaten worden eind 2026 met uw Kamer gedeeld.
Hoogachtend,
| de minister van Financiën, E. Heinen |
|
|---|---|