[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Verslag Eurogroep en Ecofinraad 11 en 12 december 2025

Bijlage

Nummer: 2026D00773, datum: 2026-01-12, bijgewerkt: 2026-01-12 17:25, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Bijlage bij: Verslag van de Eurogroep en de Ecofinraad van 11 en 12 december 2025 in Brussel (2026D00772)

Preview document (🔗 origineel)


Verslag Eurogroep en Ecofinraad 11 en 12 december 2025

Eurogroep

Macro-economische ontwikkelingen in de eurozone, inclusief IMF Artikel IV-missie

In de Eurogroep is gesproken over de macro-economische ontwikkelingen in de eurozone. Daarnaast heeft de Eurogroep een terugkoppeling ontvangen van de IMF-missie aan de eurozone in het kader van de jaarlijkse Artikel IV-missie voor de eurozone. Het IMF wees op de voortdurende onzekerheden in de wereldeconomie en koppelde daaraan het belang dat de EU weerbaarder wordt tegen exogene economische schokken. Ook wees het IMF op de lage arbeidsproductiviteit in de EU ten opzichte van de Verenigde Staten. Daarbij werd ook ingegaan op de noodzaak van structurele hervormingen om op die manier economische groei te realiseren. In dit geval wees het IMF op drie specifieke aandachtsgebieden, namelijk vervolmaking van de interne markt, verdere stappen op de Spaar- en Investeringsunie en verdere ontwikkeling van de energie-infrastructuur in de EU. De Europese Centrale Bank (ECB) onderstreepte het pleidooi van het IMF over vervolmaking van de interne markt.

Beoordeling van de ontwerpbegrotingsplannen van de lidstaten van de eurozone en van de begrotingssituatie en vooruitzichten in de eurozone

De Eurogroep besprak de ontwerpbegrotingen voor 2026 die de lidstaten van de eurozone medio oktober hebben ingediend bij de Europese Commissie, en de opinie van de Commissie over deze ontwerpbegrotingen die op 25 november zijn gepubliceerd.1 In haar opinie op basis van de ontwerpbegrotingen voor 2026 onderscheidt de Commissie drie categorieën lidstaten op basis van hun naleving van de maximaal toegestane groei van de netto overheidsuitgaven. De eerste categorie ("compliant") omvat landen die binnen de uitgavenplafonds blijven. De tweede categorie ("at risk of non-compliance") betreft landen waar de uitgavenstijging de plafonds benadert of licht overschrijdt. In de derde categorie ("at risk of material non-compliance") vallen lidstaten, waaronder Nederland, waar de uitgaven boven de grens uitkomen. De Eurogroep heeft zoals ieder jaar een verklaring over de ontwerpbegrotingen gepubliceerd.2 De Eurogroep verklaring benadrukt het belang van prudent begrotingsbeleid, naleving van de Europese begrotingsregels en het tijdig corrigeren van overschrijdingen van het uitgavenpad.

Verkiezing voorzitter van de Eurogroep

Op 18 november jl. maakte de toenmalig voorzitter van de Eurogroep, de minister van Financiën van Ierland Paschal Donohoe, bekend zijn functie neer te leggen vanwege een nieuwe betrekking bij de Wereldbank.3 Vervolgens werd een procedure gestart voor verkiezing van een nieuwe voorzitter van de Eurogroep. Twee ministers van Financiën hadden zich gekandideerd voor het voorzitterschap van de Eurogroep, namelijk de minister van Financiën van Griekenland Kyriakos Pierrakakis en de minister van Begroting van België Vincent van Peteghem.4

Tijdens de vergadering kozen de leden van de Eurogroep voor de benoeming van Kyriakos Pierrakakis tot voorzitter van de Eurogroep. Zijn ambtstermijn is ingegaan per 12 december 2025 voor een periode van 2,5 jaar.

Raad van Gouverneurs van het Europees Stabiliteitsmechanisme

De Raad van Gouverneurs (RvG) van het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) kwam op 11 december jl. bijeen. De RvG besloot, ten eerste, tot instemming met het beëindigen van de twaalfjarige aanpassingsperiode op de kapitaalinleg van Letland. Dit betekent dat Letland ongeveer 103 miljoen euro kapitaal dient in te leggen per januari 2026. Ten tweede besloot de RvG in te stemmen met toetreding van Bulgarije tot het ESM per 1 januari 2026. Bulgarije wordt daarmee het 21ste lid van het ESM. Tot slot besloot de RvG om de nieuwe voorzitter van de Eurogroep, Kyriakos Pierrakakis, te benoemen tot voorzitter van de RvG van het ESM.

Ecofinraad

Ecofinraadontbijt

Zoals gebruikelijk gaf de voorzitter van de Eurogroep bij het Ecofinraadontbijt de aanwezige ministers een terugkoppeling van de besprekingen in de Eurogroep. Tevens heeft de Commissie een update gegeven over de macro-economische situatie.

Spaar- en Investeringsunie

De Ecofinraad wisselde van gedachten over het kapitaalmarktintegratie- en toezichtcentralisatiepakket (KTP). De Europese Commissie gaf een korte toelichting op de voorstellen die het gedaan heeft als onderdeel van het KTP.

De Raad erkende het belang van verdere ontwikkeling van de Europese Spaar- en Investeringsunie. De lidstaten verwelkomden het pakket aan voorstellen dat de Europese Commissie op 3 december jl. publiceerde. Een aantal lidstaten gaf een eerste appreciatie op de inhoud van de voorstellen en de komende raadsonderhandelingen. Daarbij benadrukten zij dat bij het overhevelen van nationaal toezicht op significante niet-bancaire financiële instellingen naar toezicht op Europees niveau, ook aandacht zal moeten zijn voor het kostenniveau en een efficiënte verdeling van toezichtstaken tussen de nationale en Europese toezichthouder ESMA. Hiermee moet worden voorkomen dat het Europees toezicht op deze instellingen zorgt voor hoge kosten en verlies van de effectiviteit van het toezicht.

Pakket voor de gemeenschappelijke munt: digitale euro en eurocontanten als wettig betaalmiddel

Het voorzitterschap lichtte toe dat een raadsakkoord op het pakket voor de gemeenschappelijke munt nabij is. Dit kon op goedkeuring rekenen van de Europese Commissie en de ECB. De lidstaten die het woord namen, dankten het voorzitterschap voor het goede werk en spraken steun uit voor het aanstaande Raadsakkoord. Nederland dankte het voorzitterschap voor de gemaakte voortgang. De raadspositie bevat waarborgen die voor Nederland essentieel zijn: niet-programmeerbaarheid, een hoog niveau van privacy en het vastgelegde karakter van de digitale euro als betaalmiddel, niet als spaarproduct. Nederland lichtte toe dat het toegevoegde waarde ziet in de digitale euro op het gebied van weerbaarheid, strategische autonomie en als pan-Europees, publiek betaalmiddel. Verder verwelkomde Nederland de versterking van de positie van contant geld als wettig betaalmiddel met de verordening inzake contant geld. Nederland noemde de proportionaliteit voor ondernemers, het voorkomen van disproportionele regeldruk en de ruimte voor nationale betaalgewoonten als positieve punten in het Raadsakkoord.

Zoals het voorzitterschap tijdens de Ecofinraad meldde en waarover de Kamer reeds is geïnformeerd5, is op 19 december in het Comité van Permanente Vertegenwoordigers (COREPER) een Raadspositie vastgesteld op de wetsvoorstellen die vallen onder het pakket voor de gemeenschappelijke munt. Het kabinet heeft ingestemd met deze Raadsposities. Het betreft de twee verordeningen die een juridische basis vormen voor de digitale euro (Digital Euro Regulation) en een verordening inzake contant geld als wettig betaalmiddel (Legal Tender Cash Regulation, LTCR). Een Raadspositie is geen definitief akkoord dat maakt dat de verordening in werking kan treden. Eerst moet het Europees Parlement tot een eigen positie komen, waarna in triloogonderhandelingen moet worden gekomen tot een definitief akkoord. Zonder deze politieke besluitvorming kunnen de verordeningen niet in werking treden. Dat betekent in dit geval dat de ECB zonder politiek akkoord geen digitale euro kan uitgeven. De Kamer zal via de gebruikelijke wegen nader worden geïnformeerd over de verdere behandeling van het pakket voor de gemeenschappelijke munt.

Hervormingspakket douane-unie

Het voorzitterschap gaf een overzicht van de stand van zaken met betrekking tot het hervormingspakket van de douane-unie. Daarbij werd het belang van de hervorming van de douane-unie benadrukt; de hervorming raakt aan fundamentele aspecten als het concurrentievermogen, de handel en veiligheid. Het voorzitterschap riep de lidstaten op tot flexibiliteit, om zo snel mogelijk tot een akkoord te kunnen komen. Het is het Deens Voorzitterschap niet gelukt om een politiek akkoord te bereiken, dit was wel het doel.

Stand van zaken financiële dienstenwetgeving

Het voorzitterschap gaf een overzicht van de stand van zaken met betrekking tot wetgevingsvoorstellen op het gebied van financiële diensten.

Economische gevolgen van EU-wetgeving

De Ecofinraad wisselde van gedachten over de economische gevolgen van EU-wetgeving. Veel lidstaten uitten zich positief over de inspanningen van het Deense voorzitterschap voor het agenderen van dit onderwerp; en voor de inspanningen voor een overzicht van de verwachte economische gevolgen van EU-wetgeving op basis van impact assessments. De Ecofinraad verwelkomde het voorstel van het Deens voorzitterschap voor een reguliere publicatie van dit overzicht. Ook werd overwegend positief gereageerd op het voorstel om het thema ‘Economische gevolgen van EU-wetgeving’ regulier te bespreken in de Ecofinraad. Tijdens de Raad Algemene Zaken op 16 december jl. zijn Raadsconclusies aangenomen over de economische gevolgen van EU-wetgeving.6

Raadsconclusies vereenvoudiging financiële wet- en regelgeving

De Ecofinraad nam Raadsconclusies aan over vereenvoudiging van regelgeving voor financiële dienstverlening.7 Met deze bespreking en conclusies gaf de Raad opvolging aan een eerdere discussie over vereenvoudiging van bestaande en nieuwe wet- en regelgeving tijdens de informele Ecofinraad van 19 en 20 september jl.

In de Raadsconclusies schetst de Ecofinraad de bijdrage die de vereenvoudiging van de EU-wetgeving inzake financiële diensten kan leveren aan het concurrentievermogen van de financiële sector en de Europese economie. De Ecofinraad beschrijft dat de financiële stabiliteit van het stelsel, zoals robuuste kapitaal- en liquiditeitseisen geborgd moeten blijven, maar erkent de toegenomen complexiteit van de regelgeving en benadrukt dat alle betrokkenen bij de totstandkoming van wet- en regelgeving hier gedeeld verantwoordelijkheid voor dragen. De conclusies bevatten tevens een lijst met concrete leidende principes voor het versimpelen van wet- en regelgeving en schetsen de stappen die de Ecofinraad noodzakelijk vindt om concrete versimpeling te bewerkstelligen.

Versneld afschaffen vrijstellingsdrempel invoerrechten

De Ecofinraad bereikte een politiek akkoord over de versnelde afschaffing van de Europese vrijstelling van invoerrechten voor goederen tot en met € 150 (de zogenoemde de-minimisregeling) en de tijdelijke en pragmatische invoering van een vast tarief van € 3 per (in beginsel) product of productgroep. Deze maatregel moet nog verder technisch worden uitgewerkt.

Het politiek akkoord volgt op het eerdere besluit van de Ecofinraad op 13 november jl. om de de-minimisregeling af te schaffen vanaf het moment dat het IT-systeem (de zogenoemde datahub) dat hiervoor nodig is, beschikbaar komt. Dit gebeurt in 2028. De invoering van een vast tarief van EUR 3 per product of productgroep is daarmee tijdelijk van aard. De voorziene ingangsdatum is 1 juli 2026, met een looptijd tot 1 juli 2028. Het gaat specifiek om een belastingheffing, die losstaat van de Europese en nationale handelingskostenvergoeding, waarover de Staatssecretaris voor fiscaliteit, Belastingdienst en Douane uw Kamer in december heeft geïnformeerd.

Op dit moment zijn zendingen met een waarde onder de EUR 150 vrijgesteld van invoerrechten. Deze vrijstelling komt uit een tijd voor de opkomst van e-commerce waarin het aantal lage waarde zendingen verwaarloosbaar was. Met de explosieve opkomst van e-commerce is een situatie ontstaan waarin e-commerce zendingen van online platforms van buiten de EU vrijgesteld zijn, maar bulkimporten van Europese ondernemers niet. Dit zorgt voor een ongelijk speelveld. Lidstaten gaven aan dat de afschaffing van de de-minimisregeling een belangrijke stap is om de stroom aan e-commerce te beteugelen en dat de tijdelijke invoering van een vast tarief een werkbare maatregel is, die in beginsel snel geïmplementeerd kan worden. Een aantal lidstaten benoemde desondanks de relatief korte implementatietermijn. Die lidstaten gaven de uitvoerbaarheid door de Douane en het bedrijfsleven als aandachtspunten mee bij de verdere (technische) uitwerking van de maatregel, evenals dat de tijdelijke maatregel moet voldoen aan internationale afspraken.

Economische en financiële impact van de Russische agressie tegen Oekraïne

De Commissie gaf een toelichting op de financieringsnoden van Oekraïne. Op basis van de cijfers van het IMF bedraagt het ongedekte financieringstekort over de periode 2026-2027 EUR 54 mld. Dit bedrag is na inzet van de zogenoemde ERA-leningen, waaruit alle betalingen reeds op 13 november jl. werden voltooid, en inzet van de Oekraïne-faciliteit. Ook ging de Commissie in op de economische situatie in zowel Oekraïne als Rusland.

De Commissie herhaalde het belang van spoedige besluitvorming voor extra financiering voor het dekken van het Oekraïense financieringstekort. De Commissie lichtte verder toe dat het bij andere G7-partners zal blijven aandringen op het naar voren halen van uitbetalingen onder de ERA-leningen, om zo aan de acute financieringsbehoefte van Oekraïne tegemoet te komen. De Commissie ging tot slot in op de impact van het sanctiebeleid.

Tijdens de Europese Raad op 18 december jl. is een akkoord bereikt om Oekraïne in de komende twee jaar te ondersteunen met 90 miljard euro aan leningen.8 Dit was noodzakelijk vanwege de urgente financieringsbehoefte van Oekraïne en met het oog op besluitvorming over het nieuwe IMF-programma. Eén van de voorwaarden voor een nieuw IMF-programma is dat in de eerste twaalf maanden van het IMF-programma het financieringstekort is gedekt. Met de EU-leningen wordt aan deze voorwaarde voldaan. Op 26 november jl. is op stafniveau een voorlopig akkoord bereikt tussen het IMF en Oekraïne over een nieuw vierjarig IMF-programma (2026-2029) met een omvang van USD 8,1 miljard. Voorwaarde vanuit het IMF voor een programma is verder dat crediteuren en donoren van Oekraïne bereid zijn om financing assurances af te geven om de schuldhoudbaarheid van de Oekraïense schuld en de financiering van het financieringstekort voor de komende jaren te garanderen. Dit is conform het vorige IMF-programma voor Oekraïne9, waarvoor Nederland financing assurances heeft verleend samen met de G7, België, Litouwen, Polen, Slowakije en Spanje. Net als bij het vorige IMF-programma heeft Nederland aangegeven bereid te zijn dergelijke assurances af te geven.

Europees Semester 2026: Alert Mechanism Report 2026 en Raadsaanbevelingen economisch beleid eurozone

De Commissie gaf een korte toelichting op het herfstpakket dat in het kader van het Europees Semester is gepubliceerd.10 Specifiek was er aandacht voor twee verschillende onderdelen uit het pakket, namelijk het jaarlijkse rapport over het waarschuwingsmechanisme (Alert Mechanism Report, AMR) in het kader van de macro-economische onevenwichtigheden procedure (MEOP) en het voorstel voor de aanbeveling van de Raad over het economisch beleid van de eurozone (Euro Area Recommendation). In deze Ecofinraad bleef het bij een toelichting van de Commissie. Een uitgebreidere bespreking staat gepland voor de aankomende Ecofinraad op 20 januari 2026. In de geannoteerde agenda van de Eurogroep en Ecofinraad van januari zal nader worden ingegaan op de inhoud en appreciatie van het pakket.

Implementatie Stabiliteits-en Groeipact

De Commissie gaf een toelichting op haar beoordeling van de aanwezigheid van buitensporige tekorten in lidstaten in het kader van artikel 126, lid 3 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). De Commissie heeft het bestaan van buitensporige tekorten in Finland en Duitsland onderzocht, op basis van cijfers voor 2024 en prognoses voor 2025. Uit de beoordeling blijkt dat voor Finland wordt voorgesteld een buitensporigtekortprocedure (Excessive Deficit Procedure; EDP) te openen omdat het tekort ondanks de toepassing van de ontsnappingsclausule niet volledig te verklaren is door hogere defensie-uitgaven. Voor Duitsland wordt geen voorstel gedaan om een EDP te openen, omdat de tekortoverschrijding hoofdzakelijk samenhangt met een tijdelijke stijging van defensie-uitgaven, wat ook aanleiding was voor het activeren van de nationale ontsnappingsclausule. Besluitvorming hierover ligt voor in de Ecofinraad van 20 januari 2026. In de geannoteerde agenda van de Eurogroep en Ecofinraad van januari wordt hierop ingegaan.

De Ecofinraad stemde in met de Gedragscode (Code of Conduct). De implementatie van de nieuwe begrotingsregels wordt op onderdelen verduidelijkt via een Code of Conduct.11 Deze geldt als 'soft law'. De verordeningen zijn bindend en blijven leidend.

Raadsbesluiten over gewijzigde HVF-plannen

De Ecofinraad stemde in met de gewijzigde herstel- en veerkrachtplannen van Cyprus, Frankrijk, Griekenland, Letland, Malta, Oostenrijk, Polen, Portugal, Slovenië en Tsjechië. De Commissie lichtte toe dat de EU tot op heden meer dan € 378 miljard uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit (HVF) aan de lidstaten heeft uitbetaald.

Jaarverslag Europese Rekenkamer EU-begroting 2024

De Europese Rekenkamer (ERK) gaf in de Ecofinraad een presentatie over het jaarverslag over de EU-begroting 2024. De ERK geeft in het rapport over het verslagjaar 2024 wederom een afkeurend oordeel ten aanzien van de uitgaven van de EU-begroting. Het foutenpercentage (onrechtmatigheden) in de uitgaven is in 2024 3,7%. Dit is een daling ten opzichte van 2023, toen het foutenpercentage 5,6% was. De goedkeuringsdrempel is maximaal 2%. Het hoogste foutenpercentage wordt gevonden bij de uitgaven m.b.t. Cohesie, veerkracht en waarden (5,7%) (2023: 9,3%). Daarnaast heeft de ERK een separate beoordeling gegeven over de uitgaven in het kader van de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit. De ERK geeft een oordeel ‘met beperking’ ten aanzien van deze uitgaven. Dit betekent dat de bevindingen van materieel belang zijn, maar geen diepgaande invloed hebben. Bij vijf van de zes betalingen zijn materiële fouten gevonden. Daarnaast onderzocht de ERK in hoeverre de hervormingen die lidstaten moeten doorvoeren in ruil voor de ontvangen middelen, daadwerkelijk zijn gerealiseerd. Hieruit blijkt dat hier nog verbeterpunten liggen met name op het terrein van klimaat en vergroening.

De presentatie van het jaarverslag is voor de Raad het startpunt van de zogenaamde dechargeprocedure. Op basis van het jaarverslag stelt de Raad ieder jaar een Raadsaanbeveling op voor het Europees Parlement. Het Europees Parlement verleent decharge aan de Europese Commissie over de uitvoering van de Europese begroting. In januari 2026 starten de inhoudelijke en technische besprekingen in het ambtelijke Begrotingscomité, die resulteren in een dechargeadvies van de Raad aan het Europees Parlement. De Ecofinraad beslist, waarschijnlijk in maart 2026, met gekwalificeerde meerderheid over het dechargeadvies.

Overig

De Commissie heeft nieuwe informatie gepubliceerd over de voorstellen voor het volgende Meerjarig Financieel Kader (MFK) en het eigenmiddelenbesluit (EMB). In dat kader zijn ook nieuwe economische cijfers gepubliceerd, wat gevolgen heeft voor de Nederlandse raming van de EU-afdrachten. Op basis van deze nieuwe informatie is de geschatte budgettaire impact van het voorgestelde MFK en EMB geactualiseerd. Deze vormt een update van de budgettaire effecten ten opzichte van de op 12 september jl. verzonden Kamerbrief. De budgettaire schatting blijft onzeker, zowel vanwege de onwaarschijnlijkheid dat de voorstellen zonder wijzigingen worden ingevoerd als ook de inherente onzekerheden bij (nieuwe) lange termijn ramingen.

Indien de Commissievoorstellen voor het nieuwe MFK en EMB zonder wijzigingen zouden worden doorgevoerd, leiden de voorstellen tot een budgettaire opgave van gemiddeld 3,1-4,0 miljard euro per jaar in lopende prijzen ten opzichte van de huidige Nederlandse raming op de BZ-begroting (stand Miljoenennota 2026).12 Dit betreft een inschatting van de gemiddelde budgettaire opgave over de jaren van het volgend MFK (2028-2034). Hoewel deze lager is dan de eerdere inschatting van gemiddeld 4,5–5,4 miljard euro uit de kabinetsappreciatie van 12 september jl., blijft dit voor Nederland onverminderd een onwenselijke budgettaire uitkomst. Het uiteindelijke budgettaire effect is afhankelijk van het onderhandelingsresultaat.

Het verschil met de eerdere inschatting van gemiddeld 4,5-5,4 miljard euro uit de kabinetsappreciatie van 12 september jl. is met name te verklaren door de doorrekening van een aantal onderdelen van het EMB, waarover eerder nog geen cijfers beschikbaar waren. Dit gaat onder andere over het pakket aan voorgestelde nieuwe eigen middelen en nieuwe cijfers voor de douanerechten. Deze onderdelen zijn voor de Nederlandse afdrachten aan de EU-begroting relatief gunstig. Het kabinet blijft evenwel bij de inzet conform de kabinetsappreciatie van 12 september jl. en zal zich onder meer inzetten voor een verlaging van het voorgestelde MFK, het behoud van de korting op de bni-afdracht en het behoud van de perceptiekostenvergoeding van 25%.

In de beantwoording van het schriftelijk overleg MFK/EMB van 10 november jl. is uw Kamer reeds geïnformeerd over de budgettaire effecten van de nieuwe eigen middelen. Uit een eerste analyse komt naar voren dat de voorgestelde nieuwe eigen middelen op basis van ETS1, CBAM, tabak en de omzetbijdrage van grote ondernemingen (CORE), indien de voorstellen niet worden gewijzigd, financieel voordelig zijn voor Nederland ten opzichte van de bni-afdracht. Het voorgestelde nieuwe eigen middel op basis van e-waste is daarentegen – op basis van de huidig voorgestelde vormgeving – financieel nadelig voor Nederland. Indien alle nieuwe eigen middelen, zonder wijzigingen, ingevoerd zouden worden heeft dit een positief effect voor Nederland van 861 miljoen euro ten opzichte van de bni-afdracht. Momenteel is er nog geen volledige inhoudelijke appreciatie van alle nieuwe eigen middelen, wel blijft het kabinet zeer kritisch ten aanzien van CORE.

Uit de nieuwe informatie van de Europese Commissie blijkt tevens dat de raming van de inkomsten uit de traditionele eigen middelen (TEM, oftewel douanerechten) hoger is dan eerder werd aangenomen. Dit komt onder andere door de afschaffing van de invoerrechtenvrijstelling voor pakketjes onder 150 euro (de minimis vrijstelling) en de introductie van de handling fee voor e-commercepakketjes. Dit verhoogt de TEM-opbrengsten en verlaagt daarmee de benodigde bni-afdrachten voor de lidstaten.

De Commissie heeft tevens nieuwe meerjarige economische groeicijfers gepubliceerd. Hieruit blijkt dat het EU-bni harder groeit dan verwacht, en dat het Nederlandse bni-aandeel hierin relatief groeit (naar 6,5%) op de lange termijn. Dit betekent logischerwijs – bij een gelijkblijvend MFK als percentage van het EU-bni – dat Nederland ook meer en een iets groter deel van de bni-afdracht betaalt. Dit betreft een tegenvaller van gemiddeld 666 miljoen euro per jaar in de periode 2028-2034.13 Deze tegenvaller als gevolg van de nieuwe economische groeicijfers zal conform de bestaande werkwijze bij een regulier begrotingsmoment in de raming van de EU-afdrachten op de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken worden verwerkt. De verwerking van deze tegenvaller leidt tot een verhoging van de Nederlandse raming van de afdrachten aan de EU-begroting, waardoor het resterende verschil met de doorrekening van de Commissievoorstellen voor het volgende MFK en EMB afneemt. Daarmee zal het verschil tussen de Nederlandse raming van de EU-afdrachten en de doorrekening van de Commissievoorstellen uitkomen op gemiddeld circa 2,5–3,4 miljard euro per jaar.


  1. https://economy-finance.ec.europa.eu/publications/commission-communication-assessing-national-fiscal-policies_en & https://economy-finance.ec.europa.eu/economic-governance-framework/stability-and-growth-pact/preventive-arm/annual-draft-budgetary-plans-dbps-euro-area-countries/draft-budgetary-plans-2026_en↩︎

  2. Eurogroup press statement, 11 december 2025, ‘Eurogroup statement on the draft budgetary plans for 2026’,

    https://www.consilium.europa.eu/nl/press/press-releases/2025/12/11/eurogroup-statement-on-the-draft-budgetary-plans-for-2026/↩︎

  3. Eurogroup press statement, 18 november 2025, ‘Statement from President of the Eurogroup, Paschal Donohoe’,

    https://www.consilium.europa.eu/nl/press/press-releases/2025/11/18/statement-from-president-of-the-eurogroup-paschal-donohoe/.↩︎

  4. Eurogroup press statement, 28 november 2025, ‘Eurogroup presidency: two ministers put forward their candidacies’

    https://www.consilium.europa.eu/nl/press/press-releases/2025/11/28/eurogroup-presidency-two-ministers-put-forward-their-candidacies/.↩︎

  5. Zie Kamerstukken II, vergaderjaar 2025-2026, 22 112 nr. 4219↩︎

  6. https://www.consilium.europa.eu/en/meetings/gac/2025/12/16/↩︎

  7. ‘Conclusions on simplifying the Union’s financial services regulation - Council Conclusions (12 December 2025)’, 16463/25, Brussel, 12 december 2025, https://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-16463-2025-INIT/en/pdf.↩︎

  8. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2025/12/19/akkoord-europese-raad-over-financiele-steun-aan-oekraine↩︎

  9. Kamerstukken II, vergaderjaar 2022–2023, 26 234, nr. 275↩︎

  10. ‘Commission outlines priorities to boost EU competitiveness in its 2026 European Semester Autumn Package’, Straatsburg, 25 november 2025, https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/ip_25_2760.↩︎

  11. https://www.consilium.europa.eu/media/zlbeojkz/st16230en25-002.pdf↩︎

  12. Het voorstel van de Commissie omvat maximaal 100 miljard euro steun voor Oekraïne (2028–2034), bestaande uit leningen, giften en garanties. Omdat de verdeling tussen deze instrumenten nog niet vaststaat, blijft de exacte budgettaire impact onzeker, vandaar conform de kabinetsappreciatie van 12 september jl. een bandbreedte van gemiddeld circa 0,9 miljard euro per jaar.↩︎

  13. Deze tegenvaller start in 2027 (142 miljoen) en loopt op gedurende de MFK-periode van 2028 (312 miljoen) tot 2034 (898 miljoen).↩︎