[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Antwoord op vragen van het lid Ellian over het bericht dat het Openbaar Ministerie weer procesafspraken maakt met een grote crimineel (Faissal Taghi)

Antwoord schriftelijke vragen

Nummer: 2026D00781, datum: 2026-01-13, bijgewerkt: 2026-01-13 09:26, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2025Z19979:

Preview document (🔗 origineel)


AH 858

2025Z19979

Antwoord van minister Van Oosten (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 13 januari 2026)

Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 609

Vraag 1

Bent u bekend met het bericht: “Zoon Ridouan Taghi maakt procesafspraken met OM in strafzaak”? 1)

Antwoord op vraag 1

Ja.

Vraag 2

Wat vindt u ervan dat met de zoon van de beruchtste crimineel van Nederland procesafspraken worden gemaakt?

Antwoord op vraag 2
Op lopende individuele zaken kan ik als minister niet ingaan. Het is een eigenstandig besluit van het Openbaar Ministerie (OM) om al dan niet procesafspraken te maken.

Vraag 3

Hoe kan het dat procesafspraken worden gemaakt met iemand die zijn vader uit de Extra Beveiligde Inrichting wilde bevrijden en iemand die dus mede heeft veroorzaakt dat medewerkers van de Extra Beveiligde Inrichting moesten onderduiken?

Antwoord op vraag 3
Op lopende individuele zaken kan in niet ingaan, maar het is in algemene zin niet ongebruikelijk dat het OM in strafzaken procesafspraken maakt, ook met personen die zich mogelijk schuldig hebben gemaakt aan ernstige misdrijven, mits de voorwaarden daarvoor gerechtvaardigd zijn en de belangen door het OM op de juiste wijze zijn afgewogen. Het OM maakt per individueel geval een afweging die recht moet doen aan de omstandigheden van het geval. Er wordt hierbij natuurlijk ook rekening gehouden met de veiligheid van derden. Het is uiteindelijk aan de rechter om een passende straf op te leggen voor de bewezenverklaarde feiten.

Vraag 4

Hoe kunt u volhouden dat “criminele kopstukken moeten worden aangepakt” (zie uw eerdere antwoorden van 6 februari 2025) indien het Openbaar Ministerie grote criminelen met procesafspraken laat wegkomen met een lichtere straf?

Antwoord op vraag 4
Criminele kopstukken met grote impact op de samenleving moeten streng en ook effectief worden aangepakt. Het maken van procesafspraken door het OM kan een middel zijn om een strafzaak efficiënter af te ronden, met name in gevallen waar er andere belangrijke overwegingen spelen. Procesafspraken worden door het OM gemaakt op basis van een zorgvuldige belangenafweging, waarbij acht wordt geslagen op de ernst van het begane strafbare feit, de daarop gestelde maximumstraf en de straf die de rechter op zal leggen. Dit betekent niet dat de ernst van de strafbare feiten wordt miskend. Na het maken van procesafspraken is doorgaans minder zittingstijd nodig en kan de zaak veelal in één instantie worden afgedaan. Hierdoor blijft ook meer capaciteit beschikbaar om andere (ernstige) strafzaken op te pakken. Zoals in mijn antwoord op de vorige vraag is aangegeven, is het uiteindelijk aan de rechter om een passende straf op te leggen voor de bewezenverklaarde feiten.

In de literatuur1 en de jurisprudentie2 wordt aanvaard dat de strafkorting die aan verdachten geboden kan worden in ruil voor het maken van procesafspraken, een bandbreedte kent van maximaal een derde ten opzichte van de straf die in een zaak eigenlijk zou kunnen/moeten worden opgelegd. Hoewel dit geen harde regel is en dit dus niet met zoveel woorden in de Aanwijzing procesafspraken in strafzaken van het College van Procureurs-Generaal staat opgenomen, pleegt deze regel in beginsel te worden gevolgd door rechters. De rechter kan echter ook een hogere straf opleggen dan in de procesafspraken is voorgesteld.3

Vraag 5
In hoeverre zijn dit soort vergaande afspraken zonder wettelijke grondslag en dus een uitdrukkelijke uitspraak van de wetgever, nog wenselijk?

Antwoord op vraag 5
Over de wenselijkheid van het maken van procesafspraken verwijs ik naar het antwoord op de vragen 2, 3 en 4. Er bestaat op dit moment geen specifieke wettelijke regeling voor het maken van procesafspraken. De huidige praktijk wordt genormeerd via door de Hoge Raad gegeven kaders (ECLI:NL:HR:2022:1252) en de Aanwijzing procesafspraken in strafzaken van het College van Procureurs-Generaal. Binnen die grenzen kunnen procesafspraken worden gemaakt. Ik vind het van belang om een specifiek wettelijk kader voor procesafspraken in te voeren. Deze regeling is opgenomen in de eerste aanvullingswet bij het nieuwe Wetboek van Strafvordering. Op dit moment wordt het advies van de Raad van State over dit wetsvoorstel verwerkt, waarna het wetsvoorstel bij uw Kamer wordt ingediend.

Vraag 6

Hoe beoordeelt u de transparantie en openbaarheid van rechtspraak nu juist bij grote criminelen in toenemende mate procesafspraken worden gemaakt?

Antwoord op vraag 6

In uiteenlopende typen strafzaken vindt het OM het op basis van een zorgvuldige belangenafweging wenselijk om procesafspraken te maken. Het maken van procesafspraken doet geen afbreuk aan de transparantie en openbaarheid van het strafproces, die gelden als essentiële pijlers van het rechtssysteem. Procesafspraken worden schriftelijk aan de rechter voorgelegd en tijdens een openbare behandeling besproken. De rechter beoordeelt zelfstandig of hij al dan niet overeenkomstig de gemaakte procesafspraken zal beslissen en legt daarover in zijn vonnis verantwoording af. Op die wijze is gewaarborgd dat procesafspraken niet op gespannen voet staan met de genoemde beginselen.

Vraag 7

Waarom heeft het (demissionaire) kabinet geen mening over de omvang en reikwijdte van procesafspraken met grote criminelen?

Antwoord op vraag 7
Ik hecht grote waarde aan effectieve strafrechtelijke handhaving en proportionele bestraffing, alsook aan een voortvarend verloop van het strafproces en een efficiënte inzet van capaciteit. Zoals hiervoor ook aangegeven kunnen procesafspraken daarbij behulpzaam zijn. De vraag of en in welke mate procesafspraken in praktijk moeten worden ingezet, is een afweging die aan het OM en de rechtspraak is. In het antwoord op vraag 5 heb ik aangegeven dat een wetsvoorstel in procedure is, waarin een specifieke regeling van procesafspraken is opgenomen. Deze wettelijke regeling geeft de wetgever de mogelijkheid om principiële vragen die samenhangen met procesafspraken van een antwoord te voorzien, waaronder de vraag of de mogelijkheid om procesafspraken te maken bij bepaalde strafbare feiten moet worden uitgesloten.

Vraag 8

Waarom prevaleren doorlooptijdtijden, werklast en capaciteitsinzet boven het eisen van de maximale straf voor internationale drugscriminelen die met hun handel een spiraal van geweld in stand houden?

Antwoord op vraag 8
Zowel het streven naar proportionele bestraffing als een efficiënt strafproces zijn voor het OM van groot belang. Daarbij worden de ernst van de misdrijven en de impact op de samenleving altijd meegewogen. Het OM maakt procesafspraken om tot een voortvarende afdoening van strafzaken te komen en kijkt daarbij altijd nadrukkelijk naar de gevolgen van de misdrijven voor de maatschappij. De capaciteit die door de inzet van procesafspraken wordt bespaard worden ingezet om andere strafzaken op te pakken, die anders mogelijk zouden zijn blijven liggen.

Zoals hiervoor bij vragen 3 en 4 is aangegeven blijft het uiteindelijk aan de rechter om te bepalen wat een passende straf is.

Vraag 9

Waarom mogen procesafspraken worden gemaakt met criminelen waarbij het risico op voortgezet crimineel handelen uit detentie onaanvaardbaar hoog is?


Antwoord op vraag 9
Het kabinet hecht groot belang aan het voorkomen van voortgezet crimineel handelen vanuit detentie. De afwegingen die het OM maakt bij het maken van procesafspraken zijn complex en betreffen niet alleen de strafmaat, maar ook andere belangen zoals bijvoorbeeld het voorkomen van langdurige rechtszaken met risico’s van strafvermindering bij het wijzen van het vonnis. Bij het maken van procesafspraken is het toepasselijke detentieregime nadrukkelijk geen onderwerp van onderhandeling. Zo is dat ook opgenomen in de Aanwijzing procesafspraken in strafzaken van het Openbaar Ministerie. Als er voorafgaand aan het maken van procesafspraken signalen zijn van mogelijk voortgezet crimineel handelen in detentie, worden deze signalen door het OM uiteraard betrokken bij de beslissing over het al dan niet maken van procesafspraken.

Vraag 10

Hoe beoordeelt u het maken van procesafspraken met grote criminelen in het licht van de overweging van de Hoge Raad dat geen algemene regels gegeven kunnen worden over de toelaatbaarheid van procesafspraken en dat een algemene regeling door de wetgever gemaakt dient te worden?

Antwoord op vraag 10
Ik erken de wenselijkheid van duidelijke kaders voor het maken van procesafspraken. Er is – zoals toegelicht in de beantwoording van vraag 5 – een wetsvoorstel in voorbereiding waarin een specifieke regeling van procesafspraken is opgenomen.

Vraag 11

Kunt u deze vragen afzonderlijk en binnen drie weken beantwoorden?

Antwoord op vraag 11

Het kabinet heeft de vragen afzonderlijk en zo volledig mogelijk beantwoord. Er is gepoogd om de gevraagde termijn te behalen, maar dit is helaas niet gelukt.  

1) Het Parool, 22 oktober 2025, Zoon Ridouan Taghi maakt procesafspraken met OM in strafzaak (https://www.parool.nl/nederland/zoon-ridouan-taghi-maakt-procesafspraken-met-om-in-strafzaak~b6e6830e/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F).


  1. Onder meer L.J.J. Peters, Dealen met ondermijningsdelicten. Naar een efficiënte strafprocedure voor ondermijnende criminaliteit, Deventer: Wolters Kluwer 2018, paragraaf 4.2.6.2↩︎

  2. Onder meer de zaken met ECLI-nummers ECLI:NL:RBROT:2021:12699, ECLI:NL:RBMNE:2022:1493, ECLI:NL:GHAMS:2024:1847, ECLI:NL:RBMNE:2025:335.↩︎

  3. Zie in dit verband bijv. Rb. Den Haag 6 februari 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:1219. In die zaak volgde de rechtbank de procesafspraken niet omdat de voorgestelde straf volgens de rechtbank niet in redelijke verhouding tot de ernst van de zaak stond.↩︎