Antwoord op vragen van het lid Vermeer over de toe-eigening door Aegon van € 2,5 miljard uit Optas, bestemd voor indexatie van pensioenaanspraken van havenwerkers en andere Optas-verzekerden
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D00798, datum: 2026-01-13, bijgewerkt: 2026-01-13 12:01, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (ah-tk-20252026-862).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: M.L.J. Paul, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Ooit VVD kamerlid)
- Aanbiedingsbrief
- Beslisnota bij Kamerbrief Antwoord op vragen van het lid Vermeer over de toe-eigening door Aegon van € 2,5 miljard uit Optas, bestemd voor indexatie van pensioenaanspraken van havenwerkers en andere Optas-verzekerden
Onderdeel van zaak 2025Z20880:
- Gericht aan: M.L.J. Paul, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Indiener: H. Vermeer, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 | Aanhangsel van de Handelingen |
| Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden |
862
Vragen van het lid Vermeer (BBB) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de toe-eigening door Aegon van € 2,5 miljard uit Optas, bestemd voor indexatie van pensioenaanspraken van havenwerkers en andere Optas-verzekerden (ingezonden 1 december 2025).
Antwoord van Minister Paul (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 13 januari 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 720
Vraag 1 t/m 11
Is u bekend dat het Pensioenfonds voor Vervoer- en Havenbedrijven (PVH) vanaf 1965 indexatie toepaste en dat de aanspraken van havenwerkers in de periode vanaf 1 januari 1985 tot 1998 met circa 28% zijn geïndexeerd, maar sindsdien niet meer, met enorm koopkrachtverlies tot gevolg?
Is u bekend dat Optas bij de oprichting in 1990 bewust een niet-commercieel karakter kreeg, vrijstelling van vennootschapsbelasting genoot, en statutair en fiscaal (in verband met de vrijstelling vennootschapsbelasting) verplicht was om de winsten uitsluitend ten bate van de verzekerden aan te wenden, onder meer voor indexatie? En is u bekend dat de winsten van Optas statutair en fiscaal niet ten goede konden komen van de aandeelhouder(s) van Optas?1
Is u bekend dat bij de overgang van PVH naar Optas (1990/1996) expliciet is afgesproken dat de winsten aan de verzekerden ten goede komen om de pensioenen waardevast te houden, en dat hierover garanties zijn gegeven, onder meer in de Pensioenkrant van PVH van december 1996 en in de nieuwsbrieven van de vakbonden van december 1996 voorafgaand aan het referendum onder hun leden over de wijzigingen bij PVH en de overgang van PVH naar Optas?
Begrijpt u dat havenwerkers en andere deelnemers van PVH er op basis van deze afspraken en garanties en het niet commerciële karakter van Optas op hebben vertrouwd dat de winsten van Optas aan hen ten goede zouden komen en voor indexatie zouden worden gebruikt?
Realiseert u zich dat deelnemers van een pensioenuitvoerder volgens de nog steeds geldende jurisprudentie van de Hoge Raad op grond van wettelijke bepalingen, statuten, afspraken, garanties, en/of de redelijkheid en billijkheid recht kunnen hebben op de overschotten van de pensioenuitvoerder2 en deze situatie bij Optas van toepassing is?
Is u bekend dat Aegon, als aandeelhouder en feitelijk bestuurder van Optas, ondanks de statutaire en fiscale verplichtingen van Optas om de winst aan te wenden ten bate van de verzekerden, indexatie van de pensioenaanspraken van de Optas-verzekerden vanaf 2007 heeft geblokkeerd en de winsten binnen Optas heeft opgepot?
Bent u op de hoogte van het Fusie Memo uit 2018 van Aegon, waaruit blijkt dat Aegon met Optas wilde fuseren om zich de binnen Optas opgepotte winst van € 2,5 miljard toe te eigenen en Aegon wist dat dit bedrag op grond van de statuten van Optas en de fiscale eisen niet aan Aegon ten goede kon komen?
Is u bekend dat Aegon de Optas-verzekerden voorafgaand aan de fusie – met instemming van De Nederlandsche Bank (DNB) – in strijd met de waarheid heeft medegedeeld dat er door de fusie niets verandert, waardoor de Optas-verzekerden volgens de rechter geen reële mogelijkheid hebben gehad om zich tegen de voorgenomen fusie te verzetten en de rechter het instemmingsbesluit van DNB met de fusie, wegens schending van dit verzetrecht en het geheim houden van stukken door DNB, in 2023 heeft herroepen?3
Realiseert u zich dat de fusie en toe-eigening door Aegon van de € 2,5 miljard onrechtmatig is door het ontbreken van de wettelijk vereiste instemming van DNB (nu het instemmingsbesluit is herroepen)?
Hoe beoordeelt u de handelwijze van Aegon, dat zij ondanks de statutaire en fiscale verplichtingen van Optas indexatie blokkeerde en de winsten binnen Optas oppotte, en zich in 2019 middels de fusie met Optas de winst van € 2,5 miljard heeft toegeëigend, terwijl dit bedrag statutair en op grond van de fiscale regels niet aan Aegon ten goede kan komen?
Hoe beoordeelt u dat DNB heeft ingestemd met de onjuiste mededeling van Aegon aan de verzekerden dat er door de fusie niets verandert, en ondanks waarschuwingen heeft ingestemd met de fusie en de toe-eigening door Aegon van de € 2,5 miljard, en (op verzoek van Aegon) het Fusie Memo en andere essentiële stukken in strijd met haar wettelijke verplichting geheim heeft gehouden?
Antwoord 1 t/m 11
In het verleden is de pensioenregeling van havenwerkers door de betrokken sociale partners gewijzigd, met als gevolg – met de kennis van nu – dat de betreffende deelnemers mogelijk minder pensioen hebben dan wanneer de pensioenregeling niet op die manier zou zijn gewijzigd. Er zijn diverse gerechtelijke procedures gevoerd waarin eisers hebben gesteld recht te hebben op het «Optas-vermogen» ten behoeve van hun pensioen. De uitspraken in deze procedures hebben steeds uitgewezen dat de gewijzigde pensioenregeling en de overgang/fusie rechtsgeldig tot stand zijn gekomen. Het gevoel van de betreffende deelnemers hierbij is echter goed te begrijpen.
In de beantwoording op eerdere Kamervragen is reeds uitgebreid ingegaan op de feiten, procedures, juridische verzoeken en uitspraken en andere relevante gebeurtenissen van de afgelopen jaren over de Optas-zaak. In het antwoord op vraag drie van de toenmalige Kamervragen zijn daarbij al de relevante feiten en omstandigheden opgesomd. Die opsomming is hier onverkort van toepassing.4
Uit dat overzicht van feiten en omstandigheden blijkt dat er diverse procedures zijn gevoerd met de eis dat de havenwerkers recht hebben op het Optas-vermogen ten behoeve van hun pensioen. De uitspraken in deze procedures hebben steeds uitgewezen dat de polishouders geen (eigendoms)recht hebben op het vermogen van het voormalige Optas en dat de fusie van Optas met Aegon rechtsgeldig is. De Hoge Raad heeft die lijn onlangs bevestigd in haar uitspraak van 10 oktober 2025.5 De aanspraken die deelnemers bij Optas hadden, hebben zij nog steeds bij Aegon. De Hoge Raad oordeelt dan ook dat er geen sprake is van inbreuk op het eigendom. Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat het ontbreken van instemming van DNB met de portefeuilleovergang geen grond is voor vernietiging van de fusie. Op de rol en de geleerde lessen van DNB, als ook van de wetgever, is ook eerder uitvoerig ingegaan in de beantwoording van de eerdere Kamervragen.6
Vraag 12 t/m 15
Realiseert u zich dat deze gang van zaken – de toe-eigening door Aegon van de € 2,5 miljard, het uitblijven van indexatie, de onrechtmatige instemming van DNB en het feit dat de € 2,5 miljard (ondanks herroeping van de instemming) nog steeds in de kas van Aegon zit – tot grote publieke verontwaardiging en aantasting van vertrouwen in het pensioenstelsel leidt, en met name de (oud)havenwerkers geboren voor 1950 spoedeisend belang hebben bij beëindiging van deze misstand?
Bent u gelet op uw toezichtstaak op DNB en het maatschappelijke belang bereid om DNB op te dragen om ervoor te zorgen dat het vermogen van € 2,5 miljard (en de aangroei daarvan) alsnog voor de (voormalige) Optas-verzekerden wordt veiliggesteld en spoedig wordt aangewend voor indexatie en verbetering van hun pensioenaanspraken, en DNB zo nodig op te dragen om Aegon een daartoe strekkende aanwijzing te geven7? Mede gezien uw opmerking bij de beantwoording van de vragen van Joseph en Omtzigt van mei 2025 «dat pensioenvermogen haar pensioenbestemming dient te behouden»8.
Welke andere juridische of beleidsmatige instrumenten ziet u om te zorgen dat de € 2,5 miljard (en aangroei) zijn pensioenbestemming behoudt en alsnog ten goede komt van de rechthebbenden?
Wilt u in uw beantwoording ingaan op de omissie dat eerdere Kamerstukken en uw antwoorden van juni 2025 geen rekening hielden met de feiten en omstandigheden die in deze vragen zijn opgesomd, en er rekening mee houden dat de uitspraken van het Hof Den Haag en de Rechtbank Den Haag uit 2024 door de Optas-verzekerden in rechte worden bestreden, de conclusie van de advocaat-generaal in de cassatieprocedure tegen de uitspraak van het Hof door eisers in cassatie is weerlegd, en de uitspraken uit 2009/2011 in de jaarrekeningenprocedure tegen Optas/Aegon geen bindende kracht hebben voor de Optas-verzekerden en onder andere op grond van vorenstaande feiten en omstandigheden door hen worden bestreden.
Antwoord 12 t/m 15
Er is geen sprake van toe-eigening door Aegon. Zoals eerder beschreven en beargumenteerd is de overgang rechtsgeldig. En voor zover delen van het geschil nog onder de rechter zijn, kan daar geen uitspraak over worden gedaan.
Het kabinet heeft geen mogelijkheden om iets te doen aan het gevoel van de betreffende polishouders. Door schikkingen is in 2010 en 2014 uiteindelijk EUR 688 miljoen van Stichting Optas en Aegon ten goede gekomen aan de polishouders. Verder zijn FNV Havens en ASR (als rechtsopvolger van Aegon) in 2024 tot een schikking gekomen waarbij ASR nog eens ruim EUR 7 miljoen beschikbaar gesteld heeft voor verbetering van de pensioenen, bovenop de EUR 5 miljoen die Aegon ten tijde van de fusie al beschikbaar had gesteld. Voor zover sprake was van financieel nadeel als gevolg van de fusie is dat hiermee gecompenseerd. De geschillen tussen FNV Havens, als belangenhartiger van de havenwerkers, en Aegon/ASR zijn met deze schikking tot een einde gekomen. Er is dan ook geen sprake van «spoedeisend belang» of reden om anderszins «in het maatschappelijk belang» op te treden. Voor zover er hier (nog) sprake is van een juridische kwestie zoals u in uw vragen schetst, dan is dat aan de rechter om over te oordelen.
Vraag 16
Kunt u deze vragen één voor één en binnen drie weken beantwoorden?
Antwoord 16
Hierbij treft u de antwoorden aan. Vanwege de aard van de vragen zijn deze in samenhang met elkaar beantwoord.
Behoudens maximaal € 23.000 per jaar↩︎
HR 24 september 1976, NJ 1978, 245 Pensioenfonds Zwanenberg-Organon/Pensioenrisico↩︎
Rechtbank Rotterdam, 13 februari 2023, ECLI:NL:RBROT:914↩︎
Aanhangsel Handelingen II 2024/25, nr. 2533 (Antwoord op Kamervragen over «het havenpensioenfonds Optas en Aegon en de voortdurende juridische strijd, waarbij miljarden pensioengeld in verkeerde zakken beland is» (ingezonden 13 mei 2025).↩︎
ECLI:NL:HR:2025:1544.↩︎
Antwoord op vraag 5, Aanhangsel Handelingen II 2024/25, nr. 2533 (Antwoord op Kamervragen over «het havenpensioenfonds Optas en Aegon en de voortdurende juridische strijd, waarbij miljarden pensioengeld in verkeerde zakken beland is» (ingezonden 13 mei 2025).↩︎
Als bedoeld in art. 1:75 Wet op het financieel toezicht↩︎
Aanhangsel Handelingen II, vergaderjaar 2024–2025, nr. 2533↩︎