[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Uitkomsten BO’s MIRT januari 2026 voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

Vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2026

Brief regering

Nummer: 2026D00874, datum: 2026-01-13, bijgewerkt: 2026-01-13 14:01, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36800 A-10 Vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2026.

Onderdeel van zaak 2026Z00353:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte voorzitter,

Het kabinet werkt onverkort door aan de aanpak van alle grote ruimtelijke opgaven, ondanks de demissionaire status en dankzij steun van uw Kamer. En dat is hard nodig, want de opgaven waar Nederland voor staat zijn groot, veelvormig en urgent. Denk aan de bouw van 100.000 woningen per jaar, ruimte voor economie en industrie en het bieden van toekomstperspectief voor de landbouw.

Tijdens de Bestuurlijke Overleggen Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (BO’s MIRT) op 5, 7 en 8 januari 2026 zijn bestuurlijke afspraken gemaakt met provincies, gemeenten, vervoerregio’s en waterschappen over het aanpakken van de ruimtelijke opgaven.

Via deze brief informeer ik uw Kamer mede namens de minister en staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) over de uitkomsten in relatie tot Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. De minister en staatssecretaris van IenW informeren uw Kamer, mede namens mij, over de uitkomsten ten aanzien van het MIRT in relatie tot de MIRT-projecten en -programma’s. Een overzicht van de bestuurlijke afspraken in relatie tot Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening is te vinden in de bijlage bij deze Kamerbrief.

De afspraken sluiten aan bij de koers en keuzes in de Ontwerp-Nota Ruimte die ik op 26 september namens het kabinet aan uw Kamer heb verstuurd1. Tijdens de BO’s MIRT zijn nadere afspraken gemaakt over de inzet van € 2,5 miljard voor het ontsluiten en bereikbaar maken van nieuwe woningen en € 877 miljoen voor gebiedsgerichte maatregelen voor woningbouw binnen de nationaal grootschalige woningbouwgebieden. Over het kabinetsbesluit over de inzet van deze middelen is uw Kamer op 10 november geïnformeerd2. Deze middelen dragen in de NOVEX-verstedelijkingsgebieden rechtstreeks bij aan de verstedelijkingambities en het bereikbaar houden van regio’s en steden. Om een concreet voorbeeld te noemen start voor de Oude Lijn de planstudiefase voor opwaardering van enkele bestaande stations en wordt onderzocht wat er nodig is om de sprinter acht keer per uur te laten rijden, vier nieuwe stations aan te leggen en de daarvoor benodigde spoorverdubbeling te realiseren. Dit is een belangrijke stap om de 170.000 woningen en 85.000 arbeidsplaatsen langs de Oude Lijn te kunnen blijven realiseren, want die ontwikkeling is al in volle gang. Met de totale realisatie van de Oude Lijn is het mogelijk om door te groeien naar de realisatie van 200.000 woningen tot 2040. Een ander voorbeeld is de stap die Rijk en regio zetten in de verdere ontwikkeling van Groot Merwede en Rijnenburg waar in totaal 63.000 tot 75.000 woningen en 30.000 tot 41.000 arbeidsplaatsen gerealiseerd kunnen worden. Voor de MIRT-verkenning OV en Wonen is namelijk een voorlopig voorkeursalternatief (VKA) vastgesteld waarbij de Merwedelijn een verdiepte ligging krijgt.

In het eerste deel van deze Kamerbrief ga ik kort in op de samenhangende aanpak van ruimtelijke opgaven door dit kabinet en de noodzaak van grootschalige woningbouw en de grote woningbouwlocaties die daartoe in de Nota Ruimte worden aangewezen. In het tweede deel van de brief geef ik een terugmelding van de uitkomsten van de BO’s MIRT voor achtereenvolgens Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.

Samenhangende aanpak van ruimtelijke opgaven

De Ontwerp-Nota Ruimte bevat de integrale visie op de ruimtelijke ordening van Nederland. Met de Nota Ruimte herneemt het Rijk de nationale regie op de ruimtelijke inrichting en ordening van de fysieke leefomgeving. Onder andere op basis van de ingediende zienswijzen van medeoverheden, maatschappelijke organisaties, het bedrijfsleven en inwoners van Nederland werkt het kabinet toe naar de definitieve Nota Ruimte, inclusief een Uitvoeringsagenda.

Nationale ruimtelijke keuzes landen uiteindelijk ergens in Nederland op een perceel of in een achtertuin. De keuzes die we maken voor de inrichting van Nederland raken uiteindelijk iedereen. Daarom voeren we structureel een maatschappelijke dialoog die ook het beleid voedt. Zo dragen we eveneens bij aan maatschappelijk draagvlak voor ruimtelijke ordening en keuzes die daarin worden gemaakt.

Het Rijk voert nationale regie op de ruimtelijke ordening, maar kan dit uitdrukkelijk niet alleen. Daarom werkt het Rijk via de NOVEX-aanpak samen met provincies, gemeenten, waterschappen en de samenleving aan de ruimtelijke inrichting van Nederland. Dat doet het kabinet door met provincies omgevingsbeleid aan de voorkant af te stemmen. Afspraken daarover zijn tijdens de BO’s Leefomgeving in juni gemaakt in de eerste generatie ruimtelijke arrangementen3. In 16 NOVEX-gebieden waar sprake is van een complexe stapeling van fysieke opgaven werken Rijk en regio samen met de stakeholders aan gebiedsgerichte uitvoering. Met de NOVEX-aanpak versnellen we de uitvoering en doen we recht aan de verscheidenheid aan regio’s en gebieden in Nederland. De NOVEX-aanpak bood samen met diverse nationale programma’s bouwstenen voor de Ontwerp-Nota Ruimte.

Voor integraal ruimtelijk beleid en gebiedsgerichte uitvoering in samenwerking met medeoverheden zijn ruimtelijke informatie en ontwerpend onderzoek essentieel. Betrouwbare en toegankelijke ruimtelijke informatie over de leefomgeving vormt de basis voor het maken van zorgvuldige en verantwoorde keuzes in het ruimtelijk beleid. Data helpen de gevolgen van beleidskeuzes zowel boven- als ondergronds integraal, driedimensionaal en in de tijd inzichtelijk te maken. In het Ruimtelijk Arrangement Groningen dat tijdens het BO MIRT Noord is vastgesteld is dan ook een afspraak opgenomen over goede en snelle data-uitwisseling en het werken op basis van een betrouwbare en gedeelde informatiebasis. Dat geldt ook voor meeste Ruimtelijke Arrangementen die tijdens de BO’s Leefomgeving in juni 2025 zijn vastgesteld. In lijn met de meerjarenvisie Zicht op Nederland4 bevorderen we daarmee datagedreven werken als standaardwerkwijze.

In de samenwerking met medeoverheden zet het Rijk ontwerpkracht in via de Interdepartementale Ontwerpagenda en door het organiseren van werkplaatsen. Met de Interdepartementale Ontwerpagenda levert het Rijk bouwstenen voor de uitwerking van de richtingen en keuzes in de Ontwerp-Nota Ruimte en in nationale programma’s. De Ontwerpagenda biedt overzicht en inzicht in de onderlinge samenhang van de thema’s uit de Ontwerp-Nota Ruimte. Door tussentijdse wisselwerking te organiseren, bevorderen we kennisuitwisseling en de ontwikkeling van gedeelde denkrichtingen. Met werkplaatsen creëren we een tussenruimte bij de samenwerking met medeoverheden via de NOVEX-aanpak in provincies en NOVEX-gebieden. In de werkplaatsen draagt ontwerpend onderzoek bij aan het overbruggen van uiteenlopende waarden, inzichten en ervaringen met als doel te komen tot innovatieve en lokaal gedragen oplossingen voor ruimtelijke vraagstukken.

Noodzaak grootschalige woningbouw (nationaal en regionaal)

Nederland staat voor een enorme woningbouwopgave. Het is belangrijk dat we nu bouwen én zeker stellen dat er nog vele jaren voldoende woningen worden gebouwd. Daarom bestendigt het kabinet in de Ontwerp-Nota Ruimte de bestaande grootschalige woningbouwgebieden en wijst vele nieuwe grootschalige woningbouwlocaties aan. Het kabinet onderscheidt in de Ontwerp-Nota Ruimte gebieden die qua omvang en integrale opgaven zo complex zijn dat ze extra rijksregie vragen (nationaal grootschalige woningbouwgebieden) en grotere woningbouwlocaties die vooral een regionale betekenis kennen (regionaal grootschalige woningbouwlocaties). Om de noodzakelijke groei van het aantal woningen en meegroeiende werkgelegenheid mogelijk te maken, is - naast de bouw van 100.000 woningen per jaar - het versterken en uitbreiden van goede infrastructuur essentieel om nieuwe en bestaande woongebieden en werklocaties goed te ontsluiten. Bij de keuze en ontwikkeling van de grootschalige woningbouwlocaties blijft het bevoegd gezag altijd verantwoordelijk voor het maken van integrale ruimtelijke afwegingen, bijvoorbeeld ten aanzien van water en bodem, economie, (strategische) bedrijventerreinen, infrastructuur en landbouwgrond, zoals in de Ontwerp-Nota Ruimte is opgenomen.

Nationaal grootschalige woningbouwgebieden en 4 nieuwe locaties

Aanvullend op de bestaande zeventien grootschalige woningbouwgebieden, gelegen in de NOVEX-verstedelijkingsgebieden (figuur 1) wijst het kabinet in de Ontwerp-Nota Ruimte vier nieuwe grootschalige woningbouwlocaties aan die extra rijksregie nodig hebben. Het gaat hierbij om de locaties Spoorzone Hengelo-Enschede (SHE), Helmond Centrum+, Alkmaar Kanaalzone en het BSK-gebied (Binnenstad Spoorzone, Kanaalgebied) in Apeldoorn. De woningbouwplannen binnen de nationaal grootschalige woningbouwgebieden vloeien veelal voort uit bestaande (openbare) plannen. Tegelijkertijd blijf ik gemeenten proactief vragen om strategisch grondbeleid te voeren voor locaties die nog niet openbaar zijn, waarmee ik tevens uitvoering geef aan de motie van het lid Grinwis c.s.5

De benodigde inspanningen om tot realisatie te komen vergen van alle betrokken overheden en marktpartijen focus en prioritering: met minder regels en meer investeringscapaciteit dáár bouwen waar het meest efficiënt het meeste tempo te maken is. Nationaal grootschalige woningbouw speelt daarbij een belangrijke rol, omdat de opgave op het vlak van ruimtelijke ordening en inrichting van nieuwe (stedelijke) leefomgevingen hiermee hanteerbaar te houden is. Voor een volgend kabinet is het de opgave om het tempo in de realisatie te verhogen en daarbij verdere slagen te maken in effectiviteit en doelmatigheid van woningproductie, bijvoorbeeld in publiek-privaatsamenwerkingsverband. Tijdens het BO MIRT in januari 2026 heeft de regio bepleit om ook vanuit rijkszijde te blijven werken aan structurele oplossing van belemmerende woningbouwvoorwaarden.

Regionaal grootschalige woningbouwlocaties

Naast de bovengenoemde nationaal grootschalige woningbouwgebieden benoemt de Ontwerp-Nota Ruimte ook 127 potentiële regionaal grootschalige woningbouwlocaties. Deze potentiële locaties zijn door het Rijk geselecteerd om aan de regionale woningbouwbehoefte tegemoet te komen. Het Rijk wil met deze locaties woningbouwplannen van gemeenten ondersteunen en stimuleren door deze locaties te erkennen en zichtbaar te maken. De opname in de Ontwerp-Nota Ruimte (waarin onderscheid gemaakt wordt tussen drie typen woningbouwlocaties) zorgt voor een sterke ruimtelijk verankering van woningbouwplannen en geeft richting aan regionaal en provinciaal beleid. Ook Bleizo-West is als regionaal grootschalig aangewezen en op die wijze is er tevens invulling te geven aan de motie van het lid Mooiman6.

Figuur 1 Overzicht NOVEX-verstedelijkingsgebieden in relatie tot nationaal grootschalige woningbouwgebieden en regionaal grootschalige woningbouwgebieden. De NOVEX-landelijke gebieden en haven- en industriegebieden zijn op deze kaart niet weergegeven, met uitzondering van Arnhem-Nijmegen-Foodvalley dat zowel opgaven heeft in het landelijk gebied alsook verstedelijkingsopgaven.

Uitkomsten Bestuurlijke Overleggen MIRT 2025

Ik licht de uitkomsten hieronder toe. Een volledig overzicht van de afspraken per landsdeel is opgenomen als bijlage bij deze Kamerbrief.

1. Volkshuisvesting

Afspraken over de inzet van financiële middelen

Woningbouw op Korte Termijn (WoKT)

€ 1,3 miljard van de € 2,5 miljard inframiddelen wordt ingezet voor voorstellen gericht op Woningbouw op Korte termijn (WoKT). Met de WoKT investeert het Rijk gericht in nationale, regionale én lokale infrastructurele maatregelen die woningbouwlocaties ontsluiten en bereikbaar maken. Op basis van de vastgestelde criteria en de beoordeling worden 106 voorstellen gehonoreerd, verspreid over 88 gemeenten. Deze 106 voorstellen tellen op tot de realisatie van ongeveer 159.000 woningen waarvan de bouw op korte termijn (vóór 2034) zal starten. Hierover is uw Kamer op 10 november 2025 meer specifiek geïnformeerd7.

Gebiedsbudget

Het Gebiedsbudget van € 877 miljoen is voor gebiedsgerichte maatregelen die noodzakelijk zijn voor het realiseren van woningen in de nationaal grootschalige woningbouwgebieden, zoals maatregelen voor de toekomstbestendigheid en (her)inrichting van de openbare ruimte in de Spoorzone in Den Bosch en het Stationsgebied in Nijmegen. Dit wordt ingezet naast het budget van ca. € 1,2 mld. aan inframaatregelen voor ontsluiting van grootschalige woningbouw. Dit ter bevordering van de woningbouwambitie van 100.000 nieuwe woningen per jaar (waarvan 2/3 betaalbaar), zoals ook benoemd in het Hoofdlijnenakkoord. Een derde van deze ambitie wordt in de nationaal grootschalige woningbouwgebieden tot en met 2034 gerealiseerd. De bijdrage vanuit het gebiedsbudget voor het dekken van de tekorten op de gebiedsontwikkeling komt aanvullend op de verwachte dekking die gemeenten ontvangen vanuit de realisatiestimulans: een vaste bijdrage van € 7.370 voor elke betaalbare woning waarvan de startbouw plaatsvindt vóór 2030 binnen de scope van het gehele grootschalige woningbouwgebied.

Zowel de huidige 17 nationaal grootschalige woningbouwgebieden als de nieuwe locaties in Hengelo, Enschede, Apeldoorn, Helmond en Alkmaar, zoals aangewezen in de Ontwerp-Nota Ruimte, kwamen voor een bijdrage uit het Gebiedsbudget in aanmerking. Daartoe zijn deze nieuwe locaties opgenomen in de gewijzigde Regeling gebiedsbudget die per 1 december 2025 in werking is getreden. Het beperkte budget voor infrastructuur en mobiliteit in de nationaal grootschalige woningbouwgebieden heeft geleid tot het besluit om aan de, in de Ontwerp-Nota Ruimte aangewezen, nieuwe nationaal grootschalige woningbouwgebieden nu alleen Gebiedsbudget toe te kennen, hoewel duidelijk is dat dit nu niet genoeg zal zijn voor de totale ontwikkeling van deze locaties. Het is aan een nieuw Kabinet om te bezien hoe de noodzakelijke mobiliteitsmaatregelen alsnog geborgd kunnen worden en het Rijk blijft hierover met de betreffende gemeenten in gesprek. Daarnaast is de locatie Cortelande in de gemeente Zuidplas, opgenomen in de gewijzigde Regeling gebiedsbudget. Deze locatie is door het Rijk al in 2004 aangewezen als ontwikkellocatie voor grootschalige woningbouw en voldoet wat betreft woningbouwpotentie, complexiteit en inhoudelijke opgaven aan alle kenmerken van een nationaal grootschalige woningbouwlocatie waarvoor extra Rijksregie nodig is.

Voor de verdeling van het Gebiedsbudget en het beschikbare infrabudget voor nationaal grootschalige woningbouwgebieden hebben de gemeenten die in aanmerking kwamen een propositie opgesteld. De ingediende proposities zijn beoordeeld aan de hand van het geactualiseerde afweegkader dat in het voorjaar van 2025 als bijlage bij de Kamerbrief Uitkomsten BO’s Leefomgeving 2025 met uw Kamer is gedeeld. Hierbij is ook een inschatting gemaakt van de maakbaarheid en uitvoerbaarheid van de beoogde mobiliteitsmaatregelen en waarmee tevens invulling wordt gegeven aan de motie van de leden Mooiman c.s.8 inzake het betrekken van partijen op het gebied van mobiliteit bij de relevante planvorming.

In het NOVEX-gebied Utrecht-Amersfoort is voor de MIRT-verkenning OV en Wonen een voorlopig voorkeursalternatief (VKA) vastgesteld waarbij de Merwedelijn een verdiepte ligging krijgt. Daarmee zetten Rijk en regio stappen in de verdere ontwikkeling van Groot Merwede en Rijnenburg. Voor de aanleg van de Merwedelijn is door het Rijk aanvullend op eerdere financiële reserveringen € 562 miljoen gereserveerd. Tijdens het debat over de Voorjaarsnota zegde ik uw Kamer toe inzicht te geven in de planning van de bouwprojecten voorafgaand aan de bouw in Rijnenburg. Daartoe riep de motie van het lid Peter de Groot9 ook op. Daarnaast is afgesproken dat in Utrecht Groot Merwede de gemeenten Utrecht en Nieuwegein 25.500 woningen realiseren tot en met 2030. Het betreft onder andere een groot deel van de Merwedekanaalzone en de ontwikkelingen Nieuwegein City en Rijnhuizen. Zoals afgesproken in het Akkoord van Rijnenburg tijdens de Woontop in december 2024 wordt de ontwikkeling van Merwedekanaalzone deelgebied 6 versneld en is het doel de bouw in de rest van de A 12-zone in 2030 te starten, gevolgd door Rijnenburg in 2035. Van ongeveer de helft van alle woningen (ca. 6.000) in deelgebied 5, heeft de startbouw in 2025 plaatsgevonden. Zoals de motie van het lid Peter de Groot10 verzoekt, houd ik druk op de regio om zo snel als mogelijk te starten met de ontwikkeling van Rijnenburg.

2. Ruimtelijke Ordening

Uitvoering in NOVEX-gebieden en via regionale samenwerking

In de 16 NOVEX-gebieden werken Rijk en regio samen met de stakeholders aan gebiedsgerichte uitvoering van de fysieke opgaven en de complexe stapeling daarvan. Want uiteindelijk moet de schop in de grond. De NOVEX-aanpak draagt rechtstreeks bij aan versnelling van de woningbouw in de NOVEX-verstedelijkingsgebieden, toekomstperspectief voor de NOVEX-landelijke gebieden en versnelde aanpak van de transitieopgaven in de NOVEX-haven- en industrieclusters die cruciaal zijn voor het toekomstig verdienvermogen, strategische autonomie en leveringszekerheid van Nederland.

Voor alle 16 NOVEX-gebieden is inmiddels een ontwikkelperspectief bestuurlijk vastgesteld. Voor alle NOVEX-gebieden met uitzondering van NOVEX-gebied Lelylijn en NOVEX-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens is een uitvoeringsagenda bestuurlijk vastgesteld. Het ontwikkelperspectief biedt een gezamenlijk toekomstbeeld voor de ruimtelijke ontwikkeling van een NOVEX-gebied. De uitvoeringsagenda bevat afspraken over wie wat doet en wanneer om het ontwikkelperspectief te realiseren. Momenteel werken Rijk en regio in de NOVEX-gebieden regionale investeringsagenda’s (RIA’s) uit.

Ook buiten de NOVEX-gebieden werken Rijk en regio met elkaar samen aan versnelling van de uitvoering. In de Ontwerp-Nota Ruimte staat dat ook in de regio’s Twente, Stedendriehoek (Apeldoorn–Deventer-Zutphen en omgeving) en Limburg Centraal (omgeving van de intercitystations Venlo, Weert, Roermond, Sittard-Geleen, Heerlen en Maastricht) verstedelijkingsstrategieën worden opgesteld. Hier werken de regio’s en het Rijk gezamenlijk aan. Rond de Nedersaksenlijn werken Rijk en regio samen aan een gebiedsverkenning.

NOVEX-verstedelijkingsgebieden

In de NOVEX-verstedelijkingsgebieden bevinden zich de 17 reeds bestaande nationaal grootschalige woningbouwgebieden (figuur 1). Met de middelen waarover tijdens de BO’s MIRT afspraken zijn gemaakt (€ 2,5 miljard en € 877 miljoen gebiedsbudget) wordt in de NOVEX-verstedelijkingsgebieden concreet resultaat geboekt ten behoeve van ruim 850.000 woningen en de bereikbaarheid van de woningen en werklocaties. Voor de MIRT-verkenning Oude Lijn hebben Rijk en regio tijdens het BO MIRT afgesproken om eerst te starten met de onderdelen die het meest bijdragen aan de verstedelijkingsopgave in het NOVEX-gebied Zuidelijke Randstad en verder te blijven werken aan alle onderdelen die nodig zijn voor de schaalsprong van de Oude Lijn. Dit is nodig omdat er op dit moment nog niet voldoende middelen beschikbaar zijn om alle onderdelen van de MIRT-verkenning uit te voeren. Om de volgende fase (planstudiefase) voor de stations Leiden Centraal, Schiedam Centrum en Den Haag Laan van NOI in te gaan is een Rijksbijdrage van circa € 140 miljoen geleverd uit de hiervoor genoemde € 2,5 miljard. Voor knooppunt Dordrecht zijn partijen het eens over de benodigde maatregelen, maar moeten nadere afspraken worden gemaakt over de daarbij behorende kostenverdeling. Parallel wordt verder uitgewerkt wat nodig is voor frequentieverhoging naar 8 sprinters per uur. De verkenning naar de aanleg van de nieuwe stations Dordrecht Leerpark, Rijswijk Buiten, Schiedam Kethel en Rotterdam Van Nelle en de daarvoor benodigde spoorverdubbeling tussen Delft en Schiedam wordt in 2026 afgerond.

Met de Ontwerp-Nota Ruimte kiest het kabinet voor versterking en uitbreiding van het stedelijk netwerk Nederland en krachtige regio’s met een eigenstandig karakter. Het is aan een volgend kabinet om – in aansluiting op de Ontwerp-Nota Ruimte – besluiten te nemen over een langjarig gerichte strategie voor programmering en bekostiging van infrastructuur. De probleemanalyse, de lijst met mogelijke structuurversterkende projecten, varianten van alternatieve bekostiging en de geschetste oplossingsrichtingen in de Kamerbrief ‘Langetermijnperspectief infrastructuur en woningbouw’11 dragen hieraan bij.

Voor het NOVEX-gebied Regio Groningen-Assen is tijdens het BO MIRT de uitvoeringsagenda 2.0 vastgesteld. Hierin zijn uitvoeringsafspraken gemaakt die beschrijven hoe Rijk en regio via gebiedsgerichte samenwerking en integrale planning de randvoorwaarden voor verstedelijking creëren. Dit levert een bijdrage aan de realisatie van 36.000 woningen en 28.000 arbeidsplaatsen tot 2040. Rijk en Regio concretiseren de RIA en agenderen op het BO Leefomgeving 2026 een volgende versie. Voor de NOVEX-gebieden Stedelijk Brabant en Regio Zwolle is afgesproken om de komende periode aan een concreet voorstel voor een RIA te werken als vervolg en verdieping op de uitvoeringsagenda. Voor het NOVEX-gebied Metropoolregio Amsterdam (MRA) zijn de verdieping op de uitvoeringsagenda en de vervolgstappen van een RIA besproken. Voor het NOVEX-gebied Utrecht Amersfoort zijn er - naast een doorkijk over de vervolgstappen - ook afspraken gemaakt over de MIRT-verkenning ‘OV en Wonen’ en het MIRT-onderzoek ‘A12-zone’. Voor het NOVEX-gebied Lelylijn is een update gegeven over de stand van zaken rondom het Masterplan Lelylijn. Dit masterplan heeft als doel om de benodigde beslisinformatie te leveren voor de Lelylijn. Een besluit over het vervolg is aan het volgende kabinet.

Voor het NOVEX-gebied Arnhem-Nijmegen-Foodvalley zijn de vervolgstappen, die zowel betrekking hebben op doelstellingen voor verstedelijking als landelijk gebied, onder het kopje NOVEX-landelijke gebieden te vinden.

Verstedelijkingsstrategieën Twente, Stedendriehoek en Limburg Centraal

Tijdens het BO Leefomgeving van 2024 is afgesproken om voor de regio’s Twente, de Stedendriehoek (Apeldoorn-Deventer-Zutphen en omgeving) en Limburg Centraal (omgeving van de intercitystations Venlo, Weert, Roermond, Sittard-Geleen, Heerlen en Maastricht) gezamenlijke verstedelijkingsstrategieën op te stellen. De Ontwerp-Nota Ruimte stelt dat in deze regio’s een grotere ontwikkeling mogelijk is. Dit proces is al in volle gang. Voor Twente hebben Rijk en regio de ontwikkelprincipes voor verdere ontwikkeling van de verstedelijkingsstrategie onderschreven. Aan de hand van deze ontwikkelprincipes wordt de verstedelijkingsstrategie verder uitgewerkt en worden ruimtelijke keuzes gemaakt. Voor de regio Stedendriehoek hebben Rijk en regio stilgestaan bij de mogelijke varianten voor verstedelijking die op dit moment onderwerp zijn van ontwerpend onderzoek. Deze varianten helpen om te komen tot een gedragen verstedelijkingsstrategie. Voor Limburg Centraal is een tussenstand besproken en wordt toegewerkt naar vaststelling van de verstedelijkingsstrategie op het BO Leefomgeving 2026.

Gebiedsverkenning MIRT-verkenning Nedersaksenlijn

Op 6 oktober hebben Rijk en regio de startbeslissing voor de MIRT-verkenning Nedersaksenlijn genomen. Een belangrijke mijlpaal en startsein voor de werkzaamheden in deze verkenning. Tijdens het BO MIRT hebben Rijk en regio het startdocument voor de verkenning gebiedsontwikkeling Nedersaksenlijn vastgesteld. Deze verkenning stelt de ruimtelijke, economische en sociale uitwerking en impact van de Nedersaksenlijn centraal, met het versterken van de brede welvaart als rode draad. De verkenning gebiedsontwikkeling loopt parallel op met de MIRT-verkenning Nedersaksenlijn; beide trajecten vullen elkaar wederzijds aan.

NOVEX-haven- en industrieclusters

In de NOVEX-haven- en industrieclusters werken Rijk en regio aan de duurzame ontwikkeling van de haven- en industriegebieden in samenhang met leefomgevingskwaliteit, duurzame bereikbaarheid en logistiek en een balans met de opgaven in de omgeving zoals woningbouw en een robuust en klimaatadaptief watersysteem. Het gaat om de NOVEX-gebieden North Sea Port District, Rotterdamse haven, Noordzeekanaalgebied, Groningen | Masterplan Zeehavens, Zuid-Limburg en Schiphol. Deze gebieden spelen een sleutelrol voor het duurzaam verdienvermogen, de werkgelegenheid, de strategische autonomie en de leveringszekerheid van Nederland. In de Ontwerp-Nota Ruimte beschouwt het Rijk de vijf energie-intensieve clusters als van nationaal belang en kiest ervoor de Rijksregie in en om de clusters te versterken. Het Rijk gaat de fysieke contouren en milieucontouren van de industrieclusters van rijkswege vastleggen. Haven- en industriële functies en grootschalige energiefuncties krijgen in en waar mogelijk rond de vijf industrieclusters voorrang boven andere functies. Daarnaast verkent het Rijk handelingsperspectieven voor onder meer betere benutting van (fysieke en milieu) ruimte, strategische specialisaties en uitbreidingen. Daarbij is ook de samenhang tussen de energie-intensieve clusters van belang en wordt ook de relatie gelegd met lopende trajecten en verkenningen in en voor de haven- en industrieclusters. Tijdens de BO’s MIRT is gesproken over de NOVEX-gebieden North Sea Port District, Zuid-Limburg en Rotterdamse haven.

Voor het NOVEX-gebied North Sea Port District is afgesproken om de komende periode aan een concreet voorstel voor een investeringsagenda te werken als vervolg en verdieping op de uitvoeringsagenda. Voor het NOVEX-gebied Zuid-Limburg is tijdens dit BO MIRT een tweede versie van een gecombineerde uitvoerings- en investeringsagenda vastgesteld. In deze uitvoerings- en investeringsagenda zijn projecten geprioriteerd en is er verbinding gemaakt met bestaande nationale programma’s. Tijdens het BO MIRT Zuid heeft de provincie Limburg de oproep gedaan om tot een gezamenlijke (versnellings)aanpak te komen voor het urgente vraagstuk van netcongestie. De provincie heeft daarbij gewezen op het belang van de verzwaring van de hoogspanningsverbinding Maasbracht-Graetheide ook in relatie tot industriecluster Chemelot, dat in de Ontwerp-Nota Ruimte als van nationaal belang wordt benoemd. Rijk, regio en netbeheerders onderschrijven het belang van een voortvarende realisatie van netuitbreidingsprojecten, onder andere vanwege de verduurzaming van industriecluster Chemelot. In de zomer van 2025 is het ministerie van Klimaat en Groene Groei gestart met een versnellingsaanpak, gericht op het oplossen van knelpunten in wet- en regelgeving en het versnellen van procedures. Onderdeel van de versnellingsaanpak is een projectenaanpak. De verzwaring van de hoogspanningsverbinding Maasbracht-Graetheide en de bijbehorende realisatie van een nieuw 380 kV-station Einighausen is opgenomen als doorbraakproject in de projectenaanpak. Het Rijk neemt ook de mogelijkheden van de voormalige Crisis- en Herstelwet die zijn overgegaan naar de Omgevingswet, waaronder de experimenteerbepaling, in beschouwing. Rijk en regio blijven in gesprek en onderhouden nauw contact over het vraagstuk van netcongestie.

Het Rijk, de provincie Zuid-Holland, de gemeente Rotterdam en het Havenbedrijf Rotterdam hebben afgesproken een verkenning te starten naar verschillende oplossingsrichtingen voor het ruimtegebrek in de haven en de impuls voor de leefomgeving van het Rotterdamse havengebied (NOVEX Rotterdamse Haven).12 De koppeling van de twee doelstellingen – oplossing van het dreigende ruimtetekort en de impuls voor de leefomgeving - onderkent het belang van een sterke metropool en een vitale regio voor de transitie van de haven. Voor de opgave ‘ruimtegebrek in de haven’ geldt zorgvuldig ruimtegebruik als uitgangspunt. Zeewaartse uitbreiding is geen doel op zich en geen automatisme, maar één van de te verkennen oplossingsrichtingen. Dat geldt ook voor de oplossingsrichting herinrichten en herontwikkelen van bestaande bedrijventerreinen in de regio. In de verkenning worden aspecten zoals stikstofdepositie, de noodzaak tot natuurcompensatie, de gevolgen voor de visserij en het behoud van een strategische zandvoorraad voor de toekomstige waterveiligheid van Nederland in beschouwing genomen en meegewogen. Natuurcompensatie in geval van een eventuele zeewaartse uitbreiding wordt bij voorkeur kwantitatief benaderd. Daarbij is het streven de gevolgen voor de visserij te minimaliseren. Provincie Zeeland heeft tijdens het BO MIRT Zuidwest het belang van afstemming over de verkenning met de Provincie Zeeland benadrukt. In een procesconvenant worden afspraken gemaakt met omgevingspartijen over hun rol en betrokkenheid bij de verkenning. Rijkswaterstaat draagt zorg voor het beheer en onderhoud van de vaargeul Slijkgat. Met het Havenbedrijf Rotterdam zijn aanvullende afspraken gemaakt over de doorvaart van het Slijkgat, zodat visserijschepen de haven van Stellendam optimaal kunnen bereiken. Dit betreft een bestaande afspraak zoals overeengekomen in het Akkoord van Alders.

NOVEX-landelijke gebieden

Het kabinet werkt aan het terugdringen van stikstofemissies, aanpassingen van het juridisch systeem en Nederland van het slot brengen. In het Startpakket Nederland van het slot13 heeft dit kabinet via de Voorjaarsnota € 600 miljoen beschikbaar gesteld voor een regionale maatwerkaanpak op de Veluwe en in de Peel, gericht op stroken rondom de Natura 2000-gebieden. Deze twee gebieden overlappen (deels) met NOVEX-gebied Arnhem Nijmegen-Foodvalley en NOVEX-gebied De Peel. Met de regio’s wordt gewerkt aan de uitwerking van de maatregelen. In het Vervolgpakket Nederland van het slot14 is een gebiedsgerichte aanpak voor de Rotterdamse haven, Brainport Eindhoven en het Groene Hart aangekondigd. De aanpak is gericht op het versoepelen van de vergunningverlening. Het kabinet is van plan om specifiek voor deze gebieden te starten met een aanpak om (economische) activiteiten weer mogelijk te maken. Voor deze gebieden is een richtinggevend en indicatief budget van € 242 miljoen voorzien. Met de betreffende regio’s wordt via een gebiedsgerichte aanpak gewerkt aan verdere uitwerking van de maatregelen.

Het NOVEX-gebied De Peel is op basis van Ontwikkelperspectief 2050 en de Regionale Uitvoerings- en Investeringsagenda gestart met dertig impulsprojecten, opschaalbare initiatieven die variëren van landbouwinnovaties en natuurherstel tot ondernemerschap en het versterken van de leefbaarheid. De gezamenlijke inzet laat zien hoe de betrokken overheden als één overheid en in samenspraak met maatschappelijke organisaties, ondernemers en inwoners de beweging in gang zetten naar een duurzame, leefbare en ondernemende Peel, met de streek nadrukkelijk aan zet.

Voor NOVEX-gebied Arnhem-Nijmegen-Foodvalley is besproken dat wordt gewerkt aan een netwerkanalyse 2030-2040 die in 2026 wordt verwacht. Daarnaast is besloten het onderzoek naar ‘groene scheggen’ verder uit te werken in een uitvoeringsstrategie. Verder is afgesproken de opgaven voor dit NOVEX-gebied te bezien in samenhang met de maatregelen die worden ontwikkeld in rivierenprogramma's zoals Ruimte voor de Rivier 2.0 en programma's voor het landelijk gebied, zoals de interbestuurlijke Aanpak Veluwe en de strokenaanpak van de Provincie Gelderland.

Ruimtelijk Arrangement provincie Groningen

Tijdens de Bestuurlijke Overleggen Leefomgeving in juni 2025 hebben Rijk en 11 provincies wederkerige bestuurlijke afspraken gemaakt over de ruimtelijke vertaling van nationale en regionale maatschappelijke opgaven in een provincie en door eerste Ruimtelijke Arrangementen vast te stellen. Zo stemmen Rijk en provincies nationaal en provinciaal omgevingsbeleid op elkaar af. Met de provincie Groningen is de procesafspraak ‘Op weg naar het Ruimtelijk Arrangement’ ondertekend, waarin met het toen recent aangetreden college van gedeputeerde staten is afgesproken om in het najaar van 2025 een Ruimtelijk Arrangement vast te stellen. Afgelopen maanden heeft open en constructief overleg plaatsgevonden tussen de provincie en het Rijk met als gezamenlijk resultaat de ondertekening van het Ruimtelijk Arrangement voor de provincie Groningen tijdens het BO MIRT.

Tijdens de BO’s Leefomgeving in het voorjaar van 2026 zullen Rijk en provincies het gesprek over de wisselwerking tussen nationaal en regionaal omgevingsbeleid voortzetten en de voortgang van de gemaakte afspraken bespreken. Daar waar nodig kunnen de huidige afspraken worden geactualiseerd of herzien. Momenteel wordt het proces van de eerste Ruimtelijke Arrangementen geëvalueerd om daarvan gezamenlijk te leren voor het vervolg van de samenwerking tussen Rijk en provincies op het terrein van ruimtelijke ordening. Tijdens de BO’s Leefomgeving in juni 2026 zal het uitvoeringsvoorstel voor dit vervolg worden besproken.

Tot slot

Het afgelopen jaar hebben Rijk en regio betekenisvolle stappen gezet bij het aanpakken van de ruimtelijke opgaven in Nederland. Ik noem er een paar.

Met de Ontwerp-Nota Ruimte zet het Rijk een grote stap bij het hernemen van de nationale regie op de ruimtelijke ordening, maar het Rijk kan dat uitdrukkelijk niet alleen. De eerste generatie van Ruimtelijke Arrangementen, die Rijk en provincies tijdens de BO’s Leefomgeving in juni 2025 en voor Groningen tijdens het BO MIRT hebben ondertekend, zijn een sprekend voorbeeld van de vernieuwde samenwerking tussen alle overheden bij de inrichting van Nederland. De voortgang in de NOVEX-gebieden laat zien dat gebiedsgericht werken werkt. Met de NOVEX-aanpak kunnen bestuurlijke afspraken op breed draagvlak rekenen.

Met de investeringen waarover tijdens de BO’s MIRT afspraken zijn gemaakt wordt ingezet op het terugdringen van het woningtekort. Tegelijkertijd blijft ook met deze investeringen de druk op de woningmarkt en de bereikbaarheid hoog. De urgente ruimtelijke opgaven vragen blijvend om nationale regie, toegankelijke en betrouwbare ruimtelijke informatie als basis voor ruimtelijke keuzes, versterking van de uitvoeringskracht en bovenal samenwerking tussen het Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen en met de samenleving. Het is aan een nieuw kabinet om hier structureel in te investeren.

Met gepaste trots en waardering blik ik terug op de gezamenlijke resultaten. Tijdens de BO’s Leefomgeving in het voorjaar van 2026 zullen Rijk en regio het gesprek vervolgen om de voortgang te bespreken en vervolgstappen te zetten. Voor de woningzoekende, de ondernemer en de volgende generatie.

Hoogachtend,

De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,

M.C.G. Keijzer


  1. Tweede Kamer, vergaderjaar 2025-2026, 29 435 nr. 269↩︎

  2. Tweede Kamer, vergaderjaar 2025-2026, 32847, nr. 1389↩︎

  3. Tweede Kamer, vergaderjaar 2024-2025, 34682, nr. 228↩︎

  4. Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, 29435, nr. 266↩︎

  5. Tweede Kamer, vergaderjaar 2024-2025, 32847, nr. 1235↩︎

  6. Tweede Kamer, vergaderjaar 2024-2025, 32 847, nr. 1363↩︎

  7. Tweede Kamer, vergaderjaar 2025-2026, 32847, nr. 1389↩︎

  8. Tweede Kamer, vergaderjaar 2024-2025, 32847, nr. 1229↩︎

  9. Tweede kamer, vergaderjaar 2024-2025, 36 725 XXII, nr. 2993↩︎

  10. Tweede Kamer, vergaderjaar 2024-2025, 36725 XXII, nr. 19↩︎

  11. Tweede Kamer, vergaderjaar 2025-2026, 29435, nr. 270↩︎

  12. Het Startdocument is te vinden op https://www.novexrotterdamsehaven.nl/downloads/startdocument.↩︎

  13. Tweede Kamer, vergaderjaar 2024-2025, 35334, nr. 362↩︎

  14. Tweede Kamer, vergaderjaar 2025-2026, 35334, nr. 413↩︎