Vragenuur (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D01013, datum: 2026-01-13, bijgewerkt: 2026-01-14 09:20, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-01-13 14:00: Vragenuur (Vragenuur), TK
Preview document (🔗 origineel)
Vragenuur
Vragenuur
Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig
artikel 12.3 van het Reglement van Orde.
Vragen Mutluer
Vragen van het lid Mutluer aan de staatssecretaris van
Justitie en Veiligheid over de jaarwisseling en het excessief
geweld dat is gebruikt jegens agenten.
De voorzitter:
Aan de orde is het mondelinge vragenuurtje. Ik heet van harte welkom de
staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en geef als eerste het woord
aan mevrouw Mutluer, voor de eerste vraag van 2026. U heeft het
woord.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, dank u wel. Wat zich tijdens de afgelopen jaarwisseling
heeft afgespeeld, was geen gewone ordeverstoring meer, maar excessief
geweld. Politie, brandweer en medische hulpdiensten spraken over een
slagveld en over situaties die aan oorlog deden denken. Met
voorbedachten rade werd zwaar vuurwerk, vaak illegaal, ingezet, soms met
zelfgebouwde constructies die meer weg hadden van bazooka's en
mitrailleurs dan van vuurwerk. Er vielen doden en zwaargewonden, veelal
minderjarigen die niet-afgegaan vuurwerk opnieuw aanstaken en daarbij
gewond raakten. Hulpverleners raakten gewond en getraumatiseerd,
meldkamers raakten overbelast en auto's en woningen brandden uit. Zelfs
de Vondelkerk werd getroffen.
Voorzitter. Wat mij persoonlijk diep raakte, was het verhaal van een
agente die in de pers vertelde dat zij werden bekogeld met vuurwerk en
uitgescholden, terwijl ze nota bene een pasgeboren baby aan het
reanimeren waren. Onbestaanbaar. Dit was geen spontane baldadigheid,
maar doelgericht en georganiseerd geweld tegen mensen die hun werk deden
om anderen veilig te houden. Onacceptabel, verwerpelijk en ronduit
idioot gedrag. De korpschef Janny Knol sprak na afloop openlijk over de
impact op haar collega's en zei in een talkshow dat er sprake was van
criminele netwerken die politiemensen in de val hadden gelokt.
Mijn vragen aan de staatssecretaris. Hoe heeft deze situatie zo uit de
hand kunnen lopen? Kan hij daarop reflecteren? Is vooraf een
risicoanalyse gemaakt? Acht de staatssecretaris de getroffen maatregelen
achteraf gezien voldoende doordacht en effectief om het ontstane geweld
te voorkomen, of concludeert hij dat deze tekort zijn geschoten? Wat is
het expliciete oordeel van de staatssecretaris over de uitspraken van de
korpschef? Was hier daadwerkelijk sprake van criminele netwerken of
kiest hij voor andere duidingen? In hoeverre is er concreet zicht op de
betrokkenen en is de opsporing hier voldoende en voortvarend mee
bezig?
De voorzitter:
Het woord is aan de staatssecretaris.
Staatssecretaris Rutte:
Voorzitter. Dank aan mevrouw Mutluer voor het stellen van deze vragen.
Ik denk dat zij een emotie raakt die wij hier allemaal voelen. Het ging
deze jaarwisseling over aan de ene kant grote, stoere, heldhaftige
mensen, namelijk de hulpverleners bij de politie, ambulances, de
brandweer, bij 112 en de boa's, de mensen die vol in wat mevrouw Mutluer
"het oorlogsgebied" noemde, moesten stappen om ons allemaal veilig te
houden. Dat zijn de grote, stoere, sterke mannen en vrouwen van dit
land.
Zij werden geconfronteerd door sneue, zielige, kleine mannetjes. Daar
hebben we het over. Mannetjes die grijpen naar de meest schandalige
vormen van geweld om onze hulpverleners, de echte helden, het leven
onmogelijk te maken. Ik neem daar met op z'n minst even stevige woorden
als mevrouw Mutluer afstand van, van deze types en van wat zij in onze
maatschappij veroorzaken. Want hoewel de jaarwisseling voor veel mensen
feestelijk verliep, werd die helaas op heel veel plekken overschaduwd
door excessief geweld, brandstichting en vernieling. Er zijn, mevrouw
Mutluer zei het al, twee mensen omgekomen door vuurwerk.
Zij vraagt of er dan wel het maximale gedaan is. Ook dit jaar was er
weer maximale inzet van onze hulpdiensten gevraagd. Zij kregen tijdens
die maximale inzet op allerhande plekken te maken met zeer zwaar geweld.
Die incidenten lijken ook ernstiger en gewelddadiger te worden. Dat
gedrag is ronduit zorgelijk, want ieder incident van geweld en agressie
tegen hulpverleners is er één te veel en is onaanvaardbaar.
In de aanloop naar en in de voorbereidingen op de jaarwisseling zetten
de betrokken partners, zoals gemeenten, boa's, politie en
jongerenwerkers, zich intensief in om de risico's op mogelijke escalatie
op voorhand zo veel mogelijk weg te nemen. De vraag van mevrouw Mutluer
is of dat voldoende is. Ik denk dat zij het maximale doen. Ik denk ook
dat we ieder jaar opnieuw moeten leren van wat er gebeurd is en daarmee
onze plannen moeten verbeteren. In die zin zou het voldoende moeten zijn
als je het maximale inzet. Aan de andere kant hebben we hier ook te
maken met een excessief, onacceptabel maatschappelijk probleem. Het is
onmogelijk om met alleen politie, justitie en andere hulpverleners dit
onacceptabele maatschappelijke probleem in één keer op te lossen. In die
balans vind ik dat we de maximaal mogelijke inzet hebben gepleegd. De
mensen die die inzet hebben gepleegd, hebben het maximaal mogelijke
gedaan. En nee, maatschappelijk hebben we het niet voor elkaar. We
zullen met elkaar en ook richting elkaar weer eens moeten leren wat het
is om normaal te doen.
In de uitspraak van de korpschef gaat het over georganiseerd geweld. Ik
kan daar in die zin in meegaan dat er vormen van organisatie en
samenscholing waren waarin geweld werd gepleegd. Of dat nou echt
helemaal voldoet aan de kwalificatie die zij daaraan heeft gegeven, zal
uit nader onderzoek moeten blijken. Maar we hebben wel allemaal gezien
dat hulpverleners in de val werden gelokt en vervolgens door grote
groepen sneue, zielige, kleine mannetjes zijn belaagd. Dat vind ik net
als mevrouw Mutluer onacceptabel.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
De vraag blijft: had dit voorkomen kunnen worden? In ieder geval ben ik
het met de staatssecretaris eens dat de daders moeten worden opgespoord
en bestraft. Uit de Kamerbrief die wij hebben ontvangen, blijkt dat 171
verdachten bij het Openbaar Ministerie zijn aangeleverd. We hebben
eerder met elkaar afgesproken dat er bij geweld tegen hulpverleners tot
200% zwaarder kan worden bestraft. Dat gedrag vraagt namelijk om een
helder en afschrikwekkend signaal. Minstens zo belangrijk is de
voorbereiding op de aankomende jaarwisseling. Ik houd mijn hart vast.
Een landelijk vuurwerkverbod, waar wij voor hebben gepleit en de
meerderheid van de mensen achter staat, gaat natuurlijk het een en ander
brengen. Tegelijkertijd geldt dat een verbod zonder stevig
handhavingsplan en zonder intensieve internationale samenwerking vooral
papier blijft. Het is dweilen met de kraan open zolang dat soort
vuurwerk, met name illegaal, over de grens of online te verkrijgen is.
De politie staat nu al onder enorme druk tijdens de jaarwisseling, mede
door structurele capaciteitsproblemen. Je moet met name kijken hoe je
niet alleen de incidenten in de nacht zelf wil aanpakken, maar juist ook
de voorbereiding en de organisatie die hierachter schuilgaan.
Mijn laatste vraag is: welke concrete stappen gaat de staatssecretaris
lokaal nemen om groepen die zich structureel schuldig maken aan dit
soort ernstig en ontwrichtend gedrag, uit de anonimiteit te halen? Denkt
hij aan bestuurlijke en strafrechtelijke instrumenten zoals
gebiedsverboden met meldplicht, een last onder dwangsom of andere
maatregelen? En wat gaat hij concreet doen om samen met Duitsland en
België de grensoverschrijdende handel aan te pakken, zodat een
Nederlands vuurwerkverbod niet structureel wordt ondermijnd, en er dus
ook Europeesrechtelijk afspraken worden gemaakt over illegaal
vuurwerk?
Voorzitter, ik rond af. Geweld tegen hulpverleners mag nooit, maar dan
ook nooit een terugkerend ritueel worden.
Staatssecretaris Rutte:
We zullen ook deze jaarwisseling intensief moeten evalueren: wat is er
gebeurd en wie waren de geweldsplegers? Politie en justitie zijn
overigens al hard bezig om mensen te vervolgen. Mevrouw Mutluer raakte
er al aan: we hebben een deel van de mensen al in beeld en opgepakt. Die
zullen worden bestraft. Zo hoort het ook. Wat betreft de toekomst: ons
handhavingsplan, dat met de Kamer is gedeeld, wordt in het eerste
kwartaal geüpdatet. We gaan opnieuw kijken wat we moeten doen, wat werkt
en wat niet werkt. Ik wil ook gezegd hebben dat dat niet alleen maar een
verantwoordelijkheid van justitie kan zijn; ik denk dat mevrouw Mutluer
dat met mij deelt. We kunnen niet alleen maar vanuit het justitiële
kader zorgen dat mensen zich gedragen en een beetje normaal doen. Je
kunt het niet alleen maar vanuit justitie voorkomen. Kijk bijvoorbeeld
ook naar hooliganisme in stadions of op het Malieveld, waar we het ook
hebben gezien. Dat kun je niet alleen justitieel bestrijden. We zullen
ook maatschappelijk andere normen moeten vinden en ons op een andere
manier naar elkaar moeten uitspreken. De middelen die mevrouw Mutluer
noemt, zijn er nu al. We zullen intensief met gemeenten, burgemeesters,
handhavers en ook het OM en justitie bezig blijven om passende
maatregelen te nemen om mensen te identificeren, op te pakken en passend
te bestraffen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ten eerste moeten we ermee stoppen om het gewone siervuurwerk te
koppelen aan dit excessieve geweld. Het een heeft echt totaal niks met
het ander te maken. Mensen die dit doen, zijn gewoon criminelen. Dat
zijn niet alleen sneue jongetjes en sneue mannetjes; dit is gewoon
crimineel gedrag. Laten we die twee dingen loskoppelen.
De politie wordt van na de jaarwisseling tot en met het begin van de
jaarwisseling elke dag belaagd, bedreigd, bespuugd en geïntimideerd.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Er is een gezags- en een gedragscrisis in Nederland. Dat is waar we het
over moeten hebben.
Mijn vraag is de volgende. Wij hebben als BBB vorig jaar een motie
ingediend voor een meldplicht. Toen is gezegd dat dat aan het lokale
gezag is. Mijn vraag is: zijn er meldplichten geweest na incidenten van
vorig jaar, waarbij die mensen niet meer op straat mochten komen tijdens
de jaarwisseling? En wanneer komt eindelijk ons wetsvoorstel naar de
Kamer om een taakstrafverbod te krijgen voor mensen die geweld plegen
tegen hulpverleners? Dat is nog steeds niet gebeurd en ik wil dat dat zo
snel mogelijk naar de Kamer gaat.
Staatssecretaris Rutte:
Ik bedenk net dat ik mevrouw Mutluer ten aanzien van vuurwerk niet
volledig heb beantwoord. De inzet is ook om internationaal, in Europees
verband, te kijken of wij wat kunnen doen aan dat veel te zware en veel
te gevaarlijke vuurwerk. Dat is dus wel degelijk de inzet van de
regering.
Wat betreft mevrouw Van der Plas: de politie schat op dit moment in dat
50% van het gebruikte vuurwerk bij aanslagen op de politie wel degelijk
legaal vuurwerk is. We hebben ook de beelden gezien waarin er allerhande
vuurwerk dat je kunt afschieten met een soort van vuurkaarsen, massaal
op de politie werd afgeschoten. Ook dat gebeurt. Laten we de discussie
over vuurwerkverboden hier niet overdoen, maar het is niet zo dat het
alleen maar illegaal vuurwerk is dat hier de problemen
veroorzaakt.
Of de meldplicht is ingezet, weet ik eerlijk gezegd niet. Dat zal ik
nader moeten laten uitzoeken. Ik zorg dat die informatie alsnog tot u
komt. Het wetsvoorstel voor het taakstrafverbod ligt op dit moment bij
de Raad van State. Zodra dat daarvan terugkomt, zullen we dat met spoed
naar de Kamer sturen zodat het kan worden behandeld.
De voorzitter:
Tweede vraag, mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja. Ik maak me gewoon heel veel zorgen over het eerste deel van het
antwoord. Er wordt gezegd dat die uitwassen ook legaal vuurwerk
betreffen. Als de staatssecretaris en het ministerie van Justitie en
Veiligheid denken dat de mensen die dit doen, of ze nou een rotje of een
vuurpijl gooien, wat al verboden is, of iets anders wat legaal is,
volgend jaar met een vuurwerkverbod denken "o ja, sorry, ik kan geen
vuurpijlen meer kopen; nou, dan ga ik de politie ook maar niet
aanvallen", dan zie ik het zwaar in. We hebben hier een onderliggend
probleem van mensen die compleet, totaal lak hebben aan de regels, of ze
nou een vuurpijl of een rotje hebben; als ze die niet meer hebben, zijn
het volgend jaar waarschijnlijk bakstenen.
De voorzitter:
De staatssecretaris.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dáár gaat het om.
Staatssecretaris Rutte:
Ik geloof niet dat ik hier heb gezegd dat een vuurwerkverbod alles
oplost. Dat heb ik niet gezegd. Ik ga in op de woorden van mevrouw Van
der Plas, die zei: de mensen die dit doen, gebruiken illegaal vuurwerk.
Helaas, dat is niet zo. Er wordt ook legaal vuurwerk gebruikt. Een
vuurwerkverbod zal hooguit een deel van de oplossing kunnen zijn. Het
zal lang niet alles oplossen en gaat ook niet volgend jaar alles
oplossen. Dat heb ik hier niet beweerd. Ik ben het volstrekt met mevrouw
Van der Plas eens dat we hier te maken hebben met een ernstige
maatschappelijke ontsporing. Daar moeten we primair naar kijken.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Dank aan de minister voor zijn duidelijke bewoordingen zojuist. Ik heb
een jaar geleden bij het debat over de jaarwisseling een voorstel
ingediend om extra helmen en gehoorbescherming beschikbaar te stellen
aan de agenten die bij de oud-en-nieuwdienst het werk oppakken. Er is
door het ministerie meerdere malen toegezegd dat dat voor elkaar zou
zijn, in december nog. Nu horen we, onder andere van politievakbond ACP,
dat het niet het geval is en dat veel politiemedewerkers in basisteams
en vrijwel alle boa's nog niet over adequate gehoorbescherming
beschikken. Wat gaat deze staatssecretaris doen om dat op te lossen?
Staatssecretaris Rutte:
Ik moet eerlijk zeggen dat dit een vraag is die een detailniveau raakt,
waardoor ik die niet met honderd procent zekerheid kan beantwoorden.
Maar als is toegezegd dat boa's en politie toegang krijgen tot passende
gehoorbescherming, hebben wij daarvoor te zorgen.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Het lijkt me heel belangrijk dat de staatssecretaris die toezegging hier
nog even herbevestigt en dat het ministerie niet alleen bij de eenheden
maar ook bij de gemeenten, die de werkgevers zijn van de handhavers,
checkt wat er nog moet gebeuren om dit voor komende jaarwisselingen te
regelen. Er was namelijk een zeer brede Kamermeerderheid die zei: als we
zo veel steun uitspreken voor de boa's en de agenten, moeten we het voor
hen makkelijk maken of in ieder geval mogelijk maken om die nacht te
kunnen werken. Dan vind ik het wel heel slecht dat we achteraf toch
horen dat er niet voldoende spullen waren. Gaat de staatssecretaris
ervoor zorgen dat het bij de volgende jaarwisseling in ieder geval voor
elkaar is qua helmen en gehoorbescherming?
Staatssecretaris Rutte:
Als die toezegging eerder is gedaan, moeten we die opvolgen; dat kan ik
toezeggen. Voor de rest neem ik het punt mee. Het is een van de dingen
die we in ons nieuwe handhavingsplan mee zouden kunnen en moeten nemen,
als het nog niet hard is toegezegd, om te bekijken op welke manier wij
kunnen zorgen voor adequate bescherming voor de mensen die voor ons in
de vuurlinie staan.
Mevrouw Faber (PVV):
We hebben de afgelopen jaarwisseling gezien wat het gevolg is van
tientallen jaren slap, links beleid. Ik vind het heel bijzonder dat
PvdA-GroenLinks nu zo verontwaardigd is, want dit is in feite onder
andere een gevolg van hun beleid. Maar dat geldt ook voor de VVD, de
zogenaamde partij van law-and-order, die al meer dan tien jaar aan de
knoppen zit. Nederland werd afgelopen jaarwisseling een oorlogszone.
Ondanks de tomeloze inzet van de politie — die heeft echt maximaal
geprobeerd om de boel in bedwang te houden — is het niet gelukt en is de
hele zaak uit de hand gelopen.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
Mevrouw Faber (PVV):
Wordt het nu niet eens tijd dat in dit soort gevallen het leger wordt
ingezet, dat het tuig wordt berecht met een verzwaringsfactor en dat
degenen die uit Nederland gezet kunnen worden, uit worden gezet? Op
papier hebben we allemaal mooie woorden. De staatssecretaris had het
over kleine, zielige mannetjes, maar deze kleine, zielige mannetjes
hebben wel de hele boel verstierd.
Staatssecretaris Rutte:
Ik ben het volstrekt met mevrouw Faber eens dat Nederland op sommige
plekken bijna een oorlogszone leek, dat er excessief geweld is gebruikt
en dat de inzet van de politie maximaal was. Zij verdienen daarvoor een
compliment. Ik denk dat ik dat met mevrouw Faber kan delen. Mensen die
worden opgepakt, hebben te maken met een strafeis die 200% is verhoogd.
Er wordt dus zwaarder gestraft. Er wordt zwaarder opgetreden. Dat moet
ook en dat blijven we ook doen. Het punt is wel dat we met alleen
strafrechtelijk optreden dit probleem er niet onder krijgen. Ik bedoel
het probleem dat grote groepen mensen zich op sommige momenten bijna
vrijwaren, vrij voelen om op de grootst mogelijke manieren geweld te
plegen. Dat speelt rondom oud en nieuw, maar helaas ook onder
hooliganisme en sommige demonstraties. Dat is een maatschappelijke
trend, die we met elkaar moeten keren. Justitie moet een eigen positie
innemen en doen wat nodig is, maar dat is niet het enige wat helpt.
Mevrouw Faber (PVV):
Maar we hebben een burgemeester in Amsterdam die zegt: ik ga geen
traangas stoppen in het waterkanon. Die zegt dat al van tevoren. Dat is
in feite een uitnodiging, in de trant van: jongens, kom de boel maar
afbreken, want ik ga toch niks doen. Ik ben in ieder geval wel blij dat
de staatssecretaris zegt: we hebben verzwaringsfactor van 200%. Maar
gaat het OM dat ook doen? Er zijn namelijk berichten waaruit blijkt dat
het OM zegt: dat gaan we niet doen; we hebben een cellentekort, dus waar
moeten we ze laten? Door dat slappe beleid zitten we op een glijdende
schaal. Dat moet gewoon gestopt worden. Dan kunnen we wel mooie woorden
hebben over kleine, zielige mannetjes, maar het lijkt erop dat deze
staatssecretaris niet in staat is om deze kleine, zielige mannetjes
onder de duim te houden.
Staatssecretaris Rutte:
Met alleen strafrechtelijk optreden krijgen we dit probleem er niet
onder; dat is helaas het geval. Dat neemt niet weg dat mensen, als we ze
oppakken, wel degelijk geconfronteerd worden met de strafeis die 200% is
verhoogd. Het OM heeft altijd ruimte — zo werkt het nu eenmaal — om te
kijken naar de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de dader
en om daar een korting op toe te passen. Maar het startpunt is altijd
die 200%, en dat blijft ook zo.
Mevrouw Straatman (CDA):
Ik deel het sentiment hier in de Kamer dat de beelden die we hebben
gezien, afschuwelijk zijn. Ik vrees dat het geweld niet het gevolg is
van links of rechts beleid, maar van een kleine groep relschoppers die
zich ongelofelijk misdragen. Daar moeten we ons allemaal heel hard tegen
uitspreken. We moeten ze oppakken. Daarom wil ik een vervolgvraag
stellen op het punt dat mevrouw Faber maakte, over de
200%-verzwaringseis. Er komen namelijk bepaalde signalen vanuit de
politie. Er wordt gevraagd om urgentie bij het Openbaar Ministerie. Die
200%-verzwaringseis ligt als beleidsregel bij het Openbaar Ministerie,
maar ook uit WODC-onderzoek van vorig jaar nog blijkt dat heel vaak geen
gebruik wordt gemaakt van de ruimte die er is om geweld tegen publieke
personen zwaarder te bestraffen.
De voorzitter:
Uw vraag?
Mevrouw Straatman (CDA):
Hoe gaat deze staatssecretaris ervoor zorgen dat we niet alleen het
beleid en de boodschap hebben, maar dat het in de praktijk ook
daadwerkelijk leidt tot zwaarder straffen?
Staatssecretaris Rutte:
De minister heeft aangegeven hier op korte termijn over in gesprek te
gaan met het OM om te zorgen dat nogmaals wordt bevestigd hoe belangrijk
het is om die 200%-eis als basis te hanteren. Dat neemt niet weg — dat
zei ik net ook tegen mevrouw Faber — dat het OM natuurlijk altijd de
ruimte heeft om rekening te houden met de persoon van de dader, de
omstandigheden en al dat soort zaken. Ik vind echter dat die 200%-eis er
als heldere basis moet zijn. Die eis hebben we niet voor niks met elkaar
afgesproken. Dat signaal zal opnieuw worden overgebracht aan het OM.
De voorzitter:
Tweede vraag, mevrouw Straatman.
Mevrouw Straatman (CDA):
Dan delen wij die lijn. We hebben die eis niet voor niets, dus laten we
die ook vooral uitvoeren. Mijn tweede vraag gaat over een ander punt,
namelijk: hoe gaan we nu om met de politieagenten en hulpverleners, in
brede zin, die met deze afschuwelijke incidenten te maken hebben gehad?
Het CDA heeft met een aantal andere partijen een initiatiefnota
ingediend over het behandelen van PTSS als beroepsziekte. Kan de
staatssecretaris aangeven of er op dit moment extra monitoring is voor
hoe er wordt omgegaan met de politieagenten en hulpverleners die met
deze afschuwelijke incidenten te maken hebben gehad? Is er ook vanuit
die optiek meer aandacht voor?
Staatssecretaris Rutte:
We gaan nu echt de diepte in, dus ik moet even bladeren. Ik heb daar wel
iets over in mijn papieren staan. Het formele antwoord is dat in
principe de werkgever verantwoordelijk is voor de gezondheid van
medewerkers. Vanuit dat perspectief heeft de politie zeker aandacht voor
specifiek dit onderwerp en dus ook voor PTSS. Ik weet ook uit mijn
eerdere ervaringen als Kamerlid dat dat vol in de belangstelling staat.
Laten we hopen dat agenten en andere hulpverleners niet worden
geconfronteerd met PTSS naar aanleiding van de ellende bij deze
jaarwisseling. Mocht dat wel het geval zijn, dan heeft dat de volle
aandacht.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Gezien de massale verontwaardiging hier in de Kamer verwacht ik straks
ook wel steun voor een debataanvraag. Ik ben namelijk van mening dat we
dit niet alleen in het mondelinge vragenuur moeten bespreken, maar ook
uitgebreider. Door jarenlange ondermijning van het gezag van de politie,
door bezuinigingen en door steeds minder mandaat zien we dat de politie
midden in een verharde maatschappij en zonder vertrouwen, vrijheid en
rugdekking tegenover hufters staat. Dit tij kunnen wij, maar ook echt
alleen wij, keren. Om die reden heb ik een paar vragen voor in ieder
geval dit moment.
De voorzitter:
Kort.
Mevrouw Coenradie (JA21):
De politie vraagt om eigenstandige bevoegdheden die nu nog worden belegd
bij de burgemeester, zoals het inzetten van traangas en rubberen kogels.
De vraag aan de staatssecretaris is of hij hier werk van wil maken. De
tweede vraag, die ik daarop aansluitend wil stellen, gaat over de
meldplicht en de inzet van het leger. Wat is daarvan de stand van zaken?
Wat is de visie van deze staatssecretaris?
Staatssecretaris Rutte:
Het is goed dat mevrouw Coenradie een debat aanvraagt. De vraagstukken
die zij hier neerlegt, gaan namelijk wat verder dan we in alleen maar
dit vragenuur kunnen behandelen, zeker waar het gaat om eigenstandige
bevoegdheden voor de politie, voorbijgaand aan het bevoegd gezag. Die
zullen ook juridische consequenties hebben. Dan moeten we de wet
aanpassen. Dat kan ik hier niet van het ene op het andere moment
toezeggen. Ik kan mij voorstellen dat daarover in het debat wat breder
van gedachten gewisseld moet worden.
De voorzitter:
Daar gaat de Kamer over. Dat gaan we zo zien bij de regeling.
Mevrouw Dobbe (SP):
Helaas wordt het bijna standaard dat we hier na de jaarwisseling staan —
voorheen stond mijn collega hier, nu ikzelf — omdat het mis gaat tijdens
de jaarwisseling. Het is, denk ik, heel terecht dat hier
verontwaardiging wordt uitgesproken en dat we ons ongenoegen hierover
uitspreken. Kijk namelijk naar wat er gebeurt: niet alleen is er geweld
tegen hulpverleners, maar er worden ook vuurwerkmitrailleurs ingezet —
ik wist niet eens dat ze bestonden — om op mensen te schieten die thuis
ook gewoon gezinnen hebben, broers, zussen, moeders, vaders. Het is een
grote schande. Het is heel terecht dat die mensen keihard worden
aangepakt. De constatering dat het toeneemt, ligt er ook en daarom is de
verontwaardiging zo terecht. Maar wat is de analyse van de oorzaken van
die toename? Als we die analyse niet maken, kunnen we dat geweld niet
tegengaan en staan we hier volgend jaar weer. Mijn vraag aan de
staatssecretaris is dan ook wat zijn analyse is van de oorzaken van de
toename van het geweld tegen hulpverleners.
Staatssecretaris Rutte:
Dat weet ik niet precies. Ik zie echter wel een toenemende
maatschappelijke ontsporing, gepaard gaande met geweld. Ik maak mij daar
zorgen over. Ik denk dat als wij dit het hoofd willen bieden, wij twee
dingen moeten doen. Aan de ene kant moeten we proberen te leren van de
evaluatie en van de analyse van dat geweld, die ook nu weer zullen
plaatsvinden. We zullen daarvan moeten leren hoe we dat geweld beter
kunnen bestrijden. Dan zit je echt aan de juridische kant en aan de
harde kant van de bestrijding. Ik hoor u daar ook steun voor uitspreken
op het moment dat het ontspoort. Aan de andere kant denk ik dat het ook
verstandig is om te kijken naar de plekken waar het wél goed gaat. Dat
zijn er verrassend veel en daar horen we bar weinig over. Op de plekken
waar het wel goed gaat, kunnen we de zaadjes vinden voor aanpakken die,
los van het inzetten van juridische middelen, kunnen leiden tot een veel
rustiger en meer gebalanceerde jaarwisseling. Er zal ongetwijfeld veel
meer over te zeggen zijn, maar dan zullen we er wel breder naar moeten
kijken dan alleen maar naar het geweld zelf en naar waar dat geweld
vandaan komt en hoe we het sec kunnen bestrijden.
De voorzitter:
Mevrouw Dobbe, tweede vraag.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel voor dat antwoord. Maar zo blijft het toch een beetje bij het
gevoel dat wij hebben over de reden dat dit ontstaat. Maar het geweld
tegen hulpverleners neemt toe, en het was al heel erg. Dat kan niet; dat
mogen we niet accepteren. We moeten dat voorkomen: niet alleen aanpakken
als het gebeurt — dat moet gebeuren — maar ook voorkomen. Ik zou de
staatssecretaris daarom willen vragen of hij bereid is om deze analyse
te maken en die met de Kamer te delen, zodat we hier met elkaar kunnen
spreken over een aanpak waarmee we die toename kunnen terugdringen.
Staatssecretaris Rutte:
Ik kan in ieder geval toezeggen dat wij zullen komen met een beeld van
wat er is gebeurd deze jaarwisseling. Daar zal ongetwijfeld een analyse
bij zitten van waar die gebeurtenissen vandaan komen. Ik weet niet of we
helemaal op het analyseniveau zullen komen waar mevrouw Dobbe nu om
vraagt. Dat weet ik niet. Ik weet niet welk onderzoek er standaard wordt
uitgezet en hoe dat eruitziet. Maar ik kan me wel voorstellen dat die
behoefte bestaat. Ik hoor dat er heel waarschijnlijk nog een debat komt
over de jaarwisseling. Dan zou dit een punt kunnen zijn om breder van
gedachten over te wisselen met de minister.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik sta hier nu voor het vierde jaar op rij en voor het vierde jaar op
rij geeft oud en nieuw echt een afschuwelijk beeld. Het wordt per jaar
erger en erger, dat ben ik zeer eens met iedereen die dat hier zegt. Het
is onze taak om ervoor te zorgen dat politie en hulpverleners op een
enigszins normale manier die nacht doorkomen. Dat is nu gewoon niet het
geval. Ik heb echt buikpijn van die beelden; een aantal voorbeelden is
hier al genoemd. De Kamer heeft in brede meerderheid besloten tot pilots
over extra geweldtoepassingen, bijvoorbeeld rubberen kogels en kleurstof
in waterwerpers.
De voorzitter:
Uw vraag.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Die twee pilots komen pas in 2026. Mijn heel concrete vraag is wanneer
die van start gaan. We hebben die namelijk absoluut nodig om de politie
te beschermen tijdens zo'n nacht en tijdens nog vele andere vreselijke
diensten die zij helaas moeten draaien en die zij ook voor onze
veiligheid draaien.
Staatssecretaris Rutte:
Mevrouw Michon heeft groot gelijk dat helaas sommige vormen van geweld
met geweld bestreden moeten worden. Dat lukt niet altijd; het zal niet
altijd alles oplossen, maar als je tijdens het geval zelf de mensen
veilig wilt houden, heb je die middelen nodig. De pilots zijn er niet
voor niets. Wat ik ervan weet, is dat de politie er hard aan gewerkt
heeft en dat twee onderdelen van de pilot klaar voor gebruik stonden,
waarvan één onderdeel ook is gebruikt. Eén gaat over pepperspray die
over grotere afstanden door de ME gebruikt kan worden. Dat is al
ingezet. Daarnaast stonden er waterkanonnen klaar met daarin pepperspray
verwerkt, maar het bevoegd gezag heeft er niet voor gekozen om die in te
zetten. Dat middel was dus wel beschikbaar, maar is niet ingezet. Daar
zullen moverende redenen voor zijn geweest waar ik niet in kan treden.
Wanneer de pilot met de rubberkogels ingaat, weet ik niet. Ik kan wel
zorgen dat dat wordt uitgezocht, maar ik weet het niet.
Kamerlid Kostić (PvdD):
De jaarwisseling was weer een slagveld: twee doden, vele gewonden, onder
wie kinderen, en hulpdiensten die in een vuurwerkval werden gelokt. We
weten van de politie dat het vuurwerkverbod veel van die ellende gaat
schelen, want hoe minder vuurwerk, hoe minder chaos en hoe meer ruimte
voor de politie om juist die raddraaiers aan te pakken. Mijn concrete
vraag is of het kabinet eindelijk vaart gaat maken met de uitvoering van
het vuurwerkverbod en vooral ook met het meenemen van de mensen daarin.
Daar vragen de politie en de hulpverleners ook om.
Staatssecretaris Rutte:
Ja, dat is zo. Mijn collega van IenW is er volop mee bezig om ervoor te
zorgen dat we het vuurwerkverbod daadwerkelijk in kunnen voeren met
ingang van volgend jaar. Ik geloof dat de kritische datum 1 augustus van
dit jaar is; dan moeten we alles in place hebben. Voor zover ik kan
zien, is hij heel dicht bij de afronding van alles wat daarvoor nodig
is.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Het moment waarop mijn hart stilstond, was toen ik een bericht las over
een baby die gereanimeerd werd; zelfs daar werd vuurwerk op afgevuurd.
Als je zoiets verzint, dan ben je vanbinnen echt kapot. Daarom is mijn
vraag aan de staatssecretaris allereerst: heeft hij het idee dat we nu
echt alles uit de kast halen om te normeren en te bestraffen, zodat
mensen die dit hebben gedaan volgend jaar van een koude kermis
thuiskomen en ook echt tot bezinning komen, of zegt hij "op dat punt
kunnen we echt nog meer doen"? Kan hij die voorstellen dan doen? Kan hij
die voorstellen doen voordat we het vermoedelijke debat over de
jaarwisseling zullen hebben?
Staatssecretaris Rutte:
Ik deel de analyse van mevrouw Bikker volledig; laat dat duidelijk zijn.
Ik geloof dat ik dat ook wel duidelijk heb gemaakt. Zij haalt het
voorval aan waar mevrouw Mutluer het ook al over had en dat echt totaal
ondenkbaar en schandalig is. Ik heb het niet voor niets over kleine,
zielige mannetjes, want als we ze "hufters" noemen, maken we ze nog
groot ook. Dat zijn ze niet; ze zijn kleiner dan dat. Halen we alles uit
de kast? We plegen op dit moment in ieder geval de maximale inzet.
Politie, justitie en de rechtspraak staan klaar om te doen wat nodig is.
Maar als je zulk excessief geweld tegenkomt, ben je op een bepaald
moment als politie bezig om de orde te handhaven, en kom je nauwelijks
nog aan arresteren toe. Dat blijft dus lastig. Wat betreft het
juridische kader ligt er nu een taakstrafverbod bij de Raad van State.
Wat het kabinet betreft, is dat wetsvoorstel af; dat ligt nu bij de Raad
van State. Zodra we dat terugkrijgen, wil ik dat zo snel mogelijk ter
behandeling aanbieden aan de Kamer; althans, dat zal mijn collega dan
doen. Afhankelijk van hoe snel dat gaat, is dat een extra middel dat nog
ingezet kan worden binnen het strafrechtelijke kader. Voor de rest loop
je, los van de pilots met extra geweldsmiddelen, aan de juridische kant
en de handhavingskant op een bepaald moment wel tegen de grenzen van je
mogelijkheden aan. Daar moet ik ook eerlijk over zijn. Er is op
maatschappelijk gebied meer nodig om dit probleem het hoofd te kunnen
bieden. We kunnen het inderdaad elk jaar opnieuw hebben over harder
optreden, harder straffen et cetera. Ik ben er persoonlijk helemaal voor
als we mensen kunnen pakken. Dat mag duidelijk zijn. Ik denk dat niemand
die hier staat daarop tegen is. Maar er is op maatschappelijk gebied ook
echt nog iets anders nodig om dit op te lossen.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank voor dit antwoord. In alle eerlijkheid denk ik dat het
taakstrafverbod niet het winnende antwoord is. Ik denk dat het wel zou
helpen als de mensen die zoiets idioots begaan een volgende
jaarwisseling niet bij hun vriendjes zitten, maar keurig naar vier
betonnen muren staren, zodat ze nog eens kunnen overdenken wat ze hebben
gedaan. Ik denk dat dat veel meer helpt dan een taakstrafverbod. Als we
het hebben over de aanpak van het geweld, dan noem ik bijvoorbeeld die
vuurwerkmitrailleurs. In Duitsland, maar ook op andere plekken, hadden
ze daar ook last van. Is de staatssecretaris bereid om versneld te
kijken wat we in Europees verband hiertegen kunnen doen, om zo in ieder
geval te voorkomen dat die rotzooi ons land binnenkomt?
Staatssecretaris Rutte:
Het is de inzet van het kabinet om in internationaal verband veel beter
te kijken naar het vuurwerk, naar de soorten vuurwerk die worden
verkocht en naar de manier waarop het naar Nederland komt. Dat is
sowieso het geval. Voor de rest gaat het er inderdaad om dat we ervoor
zorgen dat mensen binnen die vier muren zitten in plaats van bij hun
vriendjes. Een taakstrafverbod kan daarbij helpen. Het kan wel degelijk
ook helpen om gebruik te maken van een meldplicht. Er zijn dus wel
dingen binnen het bestaande en het nieuwe instrumentarium die wellicht
nog extra kunnen helpen. Maar dan hebben we alsnog met elkaar in
maatschappelijke zin een aantal harde noten te kraken, te beginnen met
tegen je buurman die rare dingen doet en zijn schuurtje volgooit met
illegaal vuurwerk, zeggen: is dat nou wel normaal? Laten we daar eens
een keer mee beginnen. We moeten niet denken dat dat stoer of groot is.
Nee. Als je dat doet, ben je een klein, zielig — meestal — mannetje.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Onze fractievoorzitter sprak van "een veldslag" in plaats van een
volksfeest. Dat is ook zo. Het was echt rampzalig. Mevrouw Bikker en
mevrouw Mutluer spraken over die baby in nood; het feit dat dat kan
gebeuren, is echt heel vreselijk. Maar ik wil nog een ander onderwerp
bespreken: in Maarssen is een seniorencomplex aangevallen; ik kan het
niet anders zeggen. De ruiten zijn daar ingegooid. Bij de enige uitgang
die er was, werd brandgesticht, vuurwerk gegooid enzovoorts. Mijn vraag
is welke mogelijkheden er nu zijn voor burgemeesters op het moment dat
deze mensen opgepakt worden. Welke mogelijkheden zijn er dan om ervoor
te zorgen dat dit volgend jaar niet opnieuw gaat gebeuren en dat dit
niet steeds verder gaat? Kan de staatssecretaris hier duidelijkheid over
geven?
Staatssecretaris Rutte:
Dit zijn natuurlijk walgelijke incidenten. Nou ja, het woord "incident"
maakt het alweer klein. Dit gaat echt over grotesk geweld, dat je mensen
in hun eigen woning, plaatsen waar mensen collectief wonen, aanvalt,
brand sticht en enorm gevaar en grote angst bezorgt. Het is echt
walgelijk. Er zijn wel mogelijkheden rondom gebiedsverboden. We zullen
daar echt weer naar moeten gaan kijken en ook met de burgemeesters
moeten delen hoe je de handhaving gericht in kunt zetten. Ik denk dat
dat het meest aangelegen middel is om hier wat aan te doen.
We moeten ook in gesprek over handhavingsplannen. Dat klinkt alweer als
een plan, dat klinkt slap, maar het is wel heel belangrijk. Alle
ervaringen van deze jaarwisseling worden op dit moment gedeeld met alle
betrokken partijen en op basis daarvan komt er een aanscherping op het
handhavingsplan. Al dit soort ideeën en dit soort voorbeelden zullen we
daarin mee moeten nemen om te zorgen dat we volgend jaar beter bewapend
zijn om dit te doen. Aan de andere kant: als ook de kleine zielige
mannetjes zich verder bewapen, dan komen we nog steeds nergens. Daar
hebben we met elkaar iets aan te doen. Ik kan me goed voorstellen dat u
in een breder debat met de minister deze onderwerpen even goed aftast,
zeker als het nieuwe handhavingsplan er ligt, en bekijkt of dat zich als
input voor het nieuwe handhavingsplan laat gebruiken.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Tot slot. Ik ben blij met de eensgezindheid van deze Kamer, want de
jaarwisseling moet gewoon weer een feest worden in plaats van een
slagveld. De jaarwisseling wordt gekaapt door enkele mafkezen. Mijn
vraag richt zich met name op de wens voor een toezegging — dat hoorde ik
de staatssecretaris eigenlijk al doen — over een nadere analyse van de
jaarwisseling. De best practices: wat ging er goed, wat ging er niet
goed en wat kan beter? Wat moeten we doen op korte termijn met België en
Duitsland, zeker in de aanloop naar de aankomende jaarwisseling waarbij
wij een vuurwerkverbod gaan implementeren? Wat gaan we in Europees
verband doen? En met name: wat gaan we doen om die mafkezen, via een
meldplicht, via een last onder dwangsom of gebiedsverboden, binnen te
houden en niet naar buiten te laten? Daar wil ik een toezegging op.
Staatssecretaris Rutte:
Die geef ik van harte. Laten we dat doen. Laten we het niet alleen maar
in smalle zin evalueren, maar kijken of we die evaluatie breder kunnen
krijgen en of we een bredere analyse daarop kunnen krijgen. Gezien de
tijdspanne waarbinnen u hierover weer in gesprek wil met de minister, is
er best kans dat tegen die tijd nog niet alles gereed is. Daar zullen we
dan mee moeten leven. U gaat op korte termijn natuurlijk in gesprek over
de politie en de jaarwisseling. Er is een apart commissiedebat over de
politie en misschien nog een debat over de jaarwisseling. Die bieden een
aantal momenten om het hier nader over te hebben. Maar ik zeg het graag
toe.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik dank mevrouw Mutluer voor de door haar gestelde vragen.
Ik dank de staatssecretaris voor de beantwoording.
Vragen Vondeling
Vragen van het lid Vondeling aan de minister van Asiel
en Migratie over het bericht "'Haatprediker' onderweg naar
Nederland".
De voorzitter:
Ik nodig mevrouw Vondeling uit voor het stellen van een vraag aan de
minister van Asiel en Migratie. Gaat uw gang.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Weer dreigt Nederland het toneel te worden voor
een islamitische haatprediker. De Amerikaanse-Libanese prediker Mohamed
Baajour is van plan om op dinsdag 20 januari in een moskee in Utrecht te
preken. Deze man staat bekend om zijn openlijke antisemitische
uitspraken en het verheerlijken van geweld. Zo bejubelt hij Hamas en het
bloedbad van 7 oktober 2023 en noemt hij Hamasterroristen
verzetsstrijders. Ook beweert hij herhaaldelijk dat Joden over al ter
wereld landen ruïneren en heeft hij gezegd dat moslims die niet
accepteren dat dieven de hand wordt afgehakt, afvalligen zijn. Zoals u
weet, staat op afvalligheid de doodstraf. Ik heb eigenlijk maar één
vraag aan de minister. De PVV eist van de minister van Asiel en Migratie
nu hier vandaag dat hij onmiddellijk actie onderneemt en ervoor zorgt
dat deze gevaarlijke haatbaard Nederland niet binnenkomt.
De voorzitter:
Het woord is aan de minister.
Minister Van Weel:
Voorzitter, dank. Dank aan mevrouw Vondeling voor haar vraag. Wij hebben
eerder dit soort debatten gehad in uw Kamer over mensen die hierheen
kwamen, haat predikten en waar het kabinet op gereageerd heeft. Laat ik
vooropstellen dat er voor dit kabinet geen ruimte is voor mensen die
hier alleen maar heen komen om haat te zaaien en zich af te zetten tegen
onze manier van leven of om terrorisme te verheerlijken. Dat betekent
dat we elk geval waarbij we denken dat daarvan sprake kan zijn, zullen
leggen langs te lat van de wet en dat we zullen kijken of we daar wat
tegen kunnen doen. Dat hebben we in het verleden ook gedaan. Met
wisselend succes, zeg ik daarbij. In enkele gevallen heeft de rechter
ons teruggefloten. In enkele gevallen heeft een inreisverbod wel
degelijk zijn effect gehad. We zijn op dit moment bezig om ook in dit
geval deze meneer langs diezelfde lat te leggen. Dat loopt langs twee
sporen.
Dat loopt langs het spoor van de openbare orde en veiligheid. Dat is aan
het lokaal gezag. De gemeente Utrecht is al in overleg met deze moskee
om te kijken of hier sprake is van een mogelijk gevaar voor de openbare
orde, of dat er überhaupt kan worden afgezien van deze
bijeenkomst.
Het andere spoor is het spoor van de nationale veiligheid. Dat betekent
dat op dit moment de IND samen met de Nationaal Coördinator
Terrorismebestrijding en Veiligheid en de anderen die mogelijk relevante
informatie hebben, bezig is een analyse op te stellen. Die analyse is
nog niet gereed. De gemeente is nog niet klaar met haar huiswerk. Op het
moment dat dat zo is, dan is het aan het kabinet om daar uiteindelijk
een besluit over te nemen. Dat besluit kan dan altijd weer worden
aangevochten bij de rechter, maar een voor een.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Dat is geen antwoord op mijn vraag, want ik heb gevraagd aan de
minister: gaat u ervoor zorgen dat deze haatbaard Nederland niet
binnenkomt? De vorige keer toen deze minister de minister van Justitie
en Veiligheid was, kwamen er drie haatpredikers naar Nederland. Toen is
er een flutbriefje van de NCTV gekomen, waar deze minister
verantwoordelijk voor was, en heeft de rechter de minister teruggeroepen
en mochten de haatpredikers Nederland in. Dus ik vraag de minister nu of
hij samen met zijn collega van de VVD ervoor zorgt dat zijn huiswerk op
orde is en dat deze man Nederland niet binnenkomt. Dat is eigenlijk het
enige wat ik wil weten van deze minister.
Minister Van Weel:
We gaan ons huiswerk goed doen.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Het is duidelijk dat dit toch slappe hap van de minister is, want de
minister garandeert niet dat hij deze haatzaaier de toegang tot
Nederland ontzegt. Dat is een hele kwalijke zaak. Ik verwacht dat de
minister, eigenlijk vandaag nog maar uiterlijk morgen, met een brief
naar de Kamer komt waarin hij toch toezegt dit te zullen doen, want deze
man zou volgende week al naar Utrecht komen. Het duurt allemaal gewoon
veel te lang. Ik verwacht vandaag nog een brief van de minister
hierover.
Minister Van Weel:
Daar gaat niet zo veel in staan anders dan wat ik hier net al heb
gezegd, namelijk: het proces zoals dat loopt. Er lopen nu twee sporen.
Eén loopt via de gemeente. Ik wacht echt af waarmee de gemeente
terugkomt. De gemeente kan zelf een bijeenkomst verbieden op grond van
openbare orde en veiligheid. Het kan zijn dat de uitnodiging wordt
ingetrokken. Dan is dat een spoor dat wordt afgelopen. Tegelijkertijd
wordt er nu een analyse gemaakt van wat deze man allemaal aan uitspraken
gedaan heeft en of we op basis daarvan tot een inreisverbod kunnen
komen. Dan ga ik dat besluit nemen. En ja, dat moet allemaal voordat
deze man inreist, maar ik heb het vandaag nog niet af.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Maar is de minister bekend met de uitspraken van deze man? Dan kan de
minister toch hier vandaag zeggen dat deze man Nederland niet inkomt? Ik
vind dat de minister zich hier wel heel makkelijk van afmaakt.
Minister Van Weel:
De minister zou zich er makkelijk van afmaken als hij zich niet aan de
wet zou houden. We hebben eerder gezien dat als je dit niet zorgvuldig
doet, je dan door de rechter wordt teruggefloten. Ik wil dus een
zorgvuldig proces doorlopen. Ik vind een aantal van deze uitspraken op
voorhand uiterst verwerpelijk. Denk alleen al aan het verheerlijken van
de terroristische aanval op 7 oktober. Echt, van mij krijgt u daarover
geen enkel goed woord te horen. Tegelijkertijd wil ik er wel voor zorgen
dat als ik iemand de toegang ontzeg, ik dat ook kan volhouden en dat het
ook bij de rechter standhoudt, want anders zijn we uiteindelijk nog
verder van huis. Daar werk ik aan.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Ik concludeer gewoon dat dit slappe hap is. De minister zegt hier
vandaag namelijk niet toe dat hij deze haatprediker de toegang tot
Nederland ontzegt. Dat is een hele kwalijke zaak.
Dank u wel.
De voorzitter:
Wenst de minister daar nog op te reageren?
Minister Van Weel:
Ja. De minister heeft gezegd dat hij daaraan werkt en dat hij daarbij de
wet en een proces volgt. U hoort van mij.
De heer Flach (SGP):
Ook de SGP wil graag een inreisverbod voor deze gevaarlijke
haatprediker. Iemand die zegt dat elke moslim zou moeten willen sterven
voor Allah in Gaza en die pro-Hamas is, is een gevaar voor onze
samenleving. Dat moeten we hier niet willen. Wat mij toch enigszins
verbaast in de procedure die de minister schetst, is dat Nederland een
soort draaideur lijkt te hebben voor haatpredikers. De een is nog niet
weg of de volgende staat voor de deur. Is het niet tijd voor structureel
beleid op basis waarvan we gewoon op voorhand via de IND kunnen zeggen:
deze meneer of mevrouw komt ons land gewoon niet in? Nu lijkt het toch
iedere keer incidenteel te worden beoordeeld en dat zorgt ervoor dat de
Kamer iedere keer aan de bel moet trekken.
Minister Van Weel:
Wij hebben geen landelijk overzicht van welke sprekers waar worden
uitgenodigd. We zien wel altijd dat er in aanloop naar de ramadan een
toename is van dit soort evenementen en dat daardoor gelukkig ook — dat
gebeurt soms door uw Kamer, soms door de media en soms doordat wij dat
zelf doen — dit soort gevallen naar boven komen. Daar kijken we dan
natuurlijk met spoed naar. Er bestaat een procedure, maar tegelijkertijd
ben ik het met u eens dat we er ook voor moeten zorgen dat we binnen het
grote goed van de vrijheid van meningsuiting niet te veel ruimte moeten
geven aan echt verwerpelijke uitspraken. Ik noem een voorbeeld. We zijn
op dit moment het verheerlijken van terrorisme strafbaar aan het
stellen. Daarvoor ligt een wetsvoorstel bij de Raad van State. Dat heb
ik zelf destijds nog in consultatie gebracht. Daarmee wordt het dus
strafbaar om een aanslag als op 7 oktober door Hamas, of überhaupt Hamas
zelf, te verheerlijken. Dan kan het natuurlijk niet waar zijn dat we
iemand die dat continu doet, toelaten om hier diezelfde boodschap uit te
storten en dat we dan weer moeten wachten totdat hij dat gedaan heeft om
dán vervolgens strafrechtelijk op te treden. Ik deel uw wens dat op
basis van wat mensen hebben gedaan in het verleden er sneller moet
kunnen worden overgegaan tot een inreisverbod bij dit soort zaken, die
verder als ze in Nederland zijn gedaan al strafbaar zijn.
De voorzitter:
Een tweede vraag, meneer Flach?
De heer Flach (SGP):
Klopt. We geven jaarlijks vele miljoenen uit om extremisme en
radicalisering tegen te gaan. Op deze manier lijkt het toch beetje alsof
we aan het blussen zijn terwijl we iedere keer een pyromaan binnenlaten.
Zoals de minister het nu formuleert, klinkt het ook gewoon te
onsamenhangend, namelijk dat gelukkig de media en de Kamer aan de bel
trekken. Dat zou toch niet zo moeten zijn. Het zou toch zo moeten zijn
dat de overheid zelf in de gaten heeft wie hier binnenkomen en daar
beleid op heeft. Als iemand bekend staat om haat prediken of het
verheerlijken van geweld, kom je inderdaad gewoon het land niet
binnen.
De voorzitter:
De minister.
De heer Flach (SGP):
Dat soort besluiten zouden niet eens in de Kamer aan de orde moeten
komen.
De voorzitter:
De minister.
De heer Flach (SGP):
Dat zou de minister zelf moeten kunnen regelen met de diensten die hem
ter beschikking staan.
Minister Van Weel:
Er bestaat op dit moment geen Europese database met mensen die dit soort
uitspraken doen en daarom kunnen worden geweigerd. Elk land gaat daar op
dit moment anders mee om. Als u vraagt of we gezamenlijk gevaar lopen en
of we als Schengenlanden één lijn zouden moeten trekken, dan ben ik het
met u eens. Ik ben ook bereid om dat in Europees verband aan te kaarten
om te kijken of we tot gezamenlijk beleid kunnen komen. Als mensen geen
visum nodig hebben, dan blijft het voor de overheid altijd lastig om te
weten wie er überhaupt naar Nederland komt. Daarvoor zullen we altijd
afhankelijk blijven van aankondigingen, van het lokaal gezag of van de
media, die alerteert. Dat kan ik niet helemaal ondervangen.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Ook de VVD heeft geen behoefte aan deze haatprediker in Nederland. Er
zijn inderdaad eerder inreisverboden opgelegd, soms met succes en soms
niet. De VVD ziet liever een minister die dit toch elke keer probeert,
die elke keer kijkt hoe we het kunnen oprekken om te voorkomen dat dit
soort haatpredikers naar Nederland komen om misbruik te maken van onze
vrijheden, dan een minister die vooraf zegt: ik weet niet of het gaat
lukken. Als ik de minister zo hoor, dan denk ik dat hij meer van het
eerste is. Kan hij dat nog even bevestigen?
Minister Van Weel:
Jazeker. Daarom zijn we ons huiswerk nu ook met volle kracht aan het
doen.
De voorzitter:
Ik dank u wel. Ik dank mevrouw Vondeling voor het stellen van haar vraag
en ik dank de minister voor de beantwoording.
Vragen Graus
Vragen van het lid Graus aan de staatssecretaris van
Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over het niet
(mogen) ingrijpen tegen zware dierenmishandeling door de
NVWA.
De voorzitter:
Ik geef het woord aan de heer Graus voor zijn vraag aan de
staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,
waar we nog een enkel ogenblik op moeten wachten. De staatssecretaris is
zoek. We schorsen voor een enkel ogenblik.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik nodig de heer Graus uit voor het stellen van zijn vraag aan de
staatssecretaris.
De heer Graus (PVV):
Dank u wel, meneer de voorzitter. Ik ben eind dit jaar twintig jaar
Kamerlid. Het gaat al negentien jaar over wantoestanden binnen
slachthuizen en op transporten, waar de NVWA, de Nederlandse Voedsel- en
Warenautoriteit, verantwoordelijk voor is. Deze staatssecretaris is de
herder van die schapen, dus vandaar dat ik mij tot hem richt. Al
negentien jaar lang gebeurt er niks. Wij trekken hier altijd aan de bel.
We dienen motie op motie in en we voeren debat na debat, maar de ellende
blijft maar doorgaan. Dat begin ik langzamerhand echt spuugzat te
worden.
Het kost de slachthuizen geld als een NVWA-dierenarts een dier of vlees
afkeurt. Het gaat vaak echt om fors dierenleed. Voor de duidelijkheid:
dat zijn overigens allemaal jongens uit de top van de Quote 500. Men
gaat dan succesvol klagen bij het middenkader van de NVWA. Die
dierenartsen zijn voor een heel groot deel weggepest — dat geldt ook
voor klokkenluiders om wier bescherming ik heb gevraagd bij de
voorgangers van deze staatssecretaris — of ontslagen. Maar de meesten
zijn gewoon weggepest en dat kan niet. Uit een uitzending van Argos van
inmiddels bijna twee weken geleden bleek dat er wederom een deskundige,
gedreven en gewaardeerde dierenarts na 22 jaar aan de kant is gezet. En
waarom? Omdat hij optrad tegen hufterigheden richting dieren, als de
volksgezondheid in gevaar kwam door vlees dat niet deugde of als er
dieren met abcessen gedood en geslacht werden. Zo'n man is te lastig en
moet het onderspit delven. Ik kom hier op voor die mensen. Ik zal nog
eerder sterven dan dat ik dit laat rusten.
Nu ga ik over op de vragen. Waarom heeft de NVWA lopende onderzoeken
laten stopzetten en dierenbeulen daardoor laten lopen? Waarom blijft de
NVWA altijd enkel vrijblijvend waarschuwen? Waarom treden ze niet
keihard op? We hebben de mogelijkheden daartoe geboden. Ik heb er met
onder anderen de VVD en Frank Wassenberg van de Partij voor de Dieren
voor gezorgd dat er gevangenisstraffen mogelijk zijn, naast de torenhoge
boetes die kunnen worden opgelegd en die het dierenleeddelict niet
gunstiger maken. We hebben er samen met de VVD en de Partij voor de
Dieren ook voor gezorgd dat er een levenslang beroeps- en houdverbod
mogelijk is, ook voor die gasten in de slachthuizen. Einde oefening! Die
moeten thuis ook nooit meer een dier mogen houden, nooit meer. We kunnen
fokverboden opleggen, we kunnen beroepsverboden, houdverboden, alles
opleggen — en sluiting van het slachthuis. Daar heeft zelfs mijn
voorzitter aangifte tegen gedaan. Daar had ik graag antwoord op
gehad.
Tot slot wil ik een reactie op het volgende. Ik wil dat de
dierenwelzijnsteams van de NVWA worden ondergebracht bij het ministerie
van Justitie en Veiligheid, bij de dierenpolitie. Dan is het afgelopen
met die economische belangen van het ministerie van de staatssecretaris.
Tot die tijd wil ik sowieso dat dierenartsen die slachthuizen bezoeken
en die risicovolle controles doen, worden begeleid door een bewapende
politieman of -vrouw, desnoods van de dierenpolitie, maar met een taser
en met politionele bevoegdheden. Ja, met een taser. En bewapend, zodat
ze kunnen optreden tegen die hufters allemaal daar. Er zijn ook
dierenartsen die worden geïntimideerd.
Dank u wel.
De voorzitter:
De staatssecretaris.
Staatssecretaris Rummenie:
Dank u, meneer de voorzitter. Ik dank de heer Graus voor zijn inbreng.
Ik ben het hartgrondig met de heer Graus eens dat het werken met levende
dieren gepaard gaat met een hele stevige verantwoordelijkheid. Het is de
dure plicht van de toezichthouder om daar stevig en consequent op toe te
zien. Nu herken ik mij niet in het beeld dat u schetst. Ik weet dat u al
twintig jaar meegaat, en ik sta hier pas anderhalf jaar. Ik vind het een
beetje op het randje, maar ik zal kort ingaan op de casuïstiek van de
inspecteur die u noemt. Er is een WOO-onderzoek over geweest en daar
staat heel duidelijk in wat er aan de hand was. Eén ding wil ik gewoon
heel duidelijk maken. Het feit dat er afscheid is genomen van de
inspecteur, houdt op geen enkele wijze verband met de kritische houding
van deze dierenarts. Sterker nog, de NVWA was zeer tevreden over het
feit dat hij rapporten met bevindingen opstelde als zaken niet in orde
waren. U heeft allen kunnen lezen waar het wél aan lag. Dan kom ik op de
oplossing voor iets waar wij geen verschil van mening over hebben,
namelijk als het gaat om misstanden op het gebied van dierenwelzijn.
Daar is ten eerste een inspecteur voor nodig die harde conclusies durft
te trekken. Daar hebben wij geen verschil van mening over. Maar ten
tweede dit, waar ik ook klachten over hoor. Als een bedrijf openstaat
voor klachten en een oplossing wil, moet er wel een goed, communicatief
gesprek met de bewuste inspecteur mogelijk zijn. Dan komen we samen
verder. Ik neem aan, meneer Graus, zeg ik via de voorzitter, dat dat uw
belangrijkste doel is. Daar schortte het, begreep ik, in dezen
aan.
Ik wil ook nog even terugkomen op uw opmerking dat de NVWA niets gedaan
zou hebben. Kijk, er wordt ook inkapseling toegepast. Dat houdt in dat
inspecteurs rouleren en niet steeds bij hetzelfde bedrijf komen, zodat
er niet een te hechte band ontstaat, om het zo te noemen. U heeft zelf,
uw Kamer als geheel trouwens, voor een nieuw systeem gezorgd, namelijk
"three strikes out". Dat werkt ook. Tegelijkertijd maakt de NVWA melding
als er ernstige overtredingen zijn. Die worden publiek gemaakt. Het is
dus zeker niet zo dat de NVWA niet voortdurend bezig is om het toezicht
te verbeteren.
Dan uw verzoek om het over te hevelen naar Justitie en Veiligheid. U had
een punt en ik geef …
De voorzitter:
De heer Graus.
Staatssecretaris Rummenie:
De heer Graus, ja. Meneer de voorzitter, ik geef de heer Graus even een
overzicht. In de maanden waarover we het hebben, zijn er 300 tot 400
zaken doorgezet en daarvan zijn er 9 aangehouden. Dat is gedaan door de
juristen, om te bekijken of deze zaken stand zouden houden bij de
rechter. Dan gaat het om twee dingen. Komt er duidelijk naar voren dat
er iets mis is gegaan? Ten tweede, ook niet onbelangrijk: is degene die
hierbij betrokken was de ware reden dat het fout is gegaan? Ik wil u
verzoeken om het te zien in de context dat er 300 tot 400 verzoeken zijn
doorgezet naar de rechter, waarvan er 9 zijn aangehouden. Ik denk dat de
overheveling naar Justitie en Veiligheid niet veel verschil maakt.
Bovendien gaat een minister-president over waar de rijksinspecties zijn.
Ik denk dat door deze borging er niets zou veranderen als de NVWA onder
een ander ministerie wordt opgehangen. Ik vind het dan ook geen
oplossing, meneer Graus, met alle respect. De NVWA houdt toezicht op het
naleven van wet- en regelgeving die belangrijke publieke waarden als
voedselveiligheid, dierenwelzijn en dierengezondheid borgt, en werkt
permanent aan verbetering. Ik hoop dat u ook gehoord heeft dat het
daarna, zeker als een bedrijf zich open opstelt wat betreft de
misstanden die geconstateerd zijn — nogmaals, wij verschillen er niet
van mening over dat die hard aangepakt moeten worden — heel belangrijk
is dat er constructieve communicatie kan plaatsvinden.
De voorzitter:
Dank. Ik verzoek de staatssecretaris om via de voorzitter te spreken en
de heer Graus niet direct aan te spreken. Meneer Graus.
De heer Graus (PVV):
Meneer de voorzitter, dank. Een dierenarts wordt na 22 jaar buitengewoon
goed functioneren — zijn collega's hebben dat bevestigd — een zeer
gewaardeerde en gedreven dierenarts, eruit gegooid omdat hij te hard
optrad tegen slachthuizen. Einde oefening, amen. Dat is het, want anders
was die man er al veel eerder uit gekegeld. Het gaat erom dat er wel
degelijk verstrengelde belangen zijn binnen het ministerie. Ik vind dat
handhavers, controleurs, dierenartsen en mensen die met dierenwelzijn
bezig zijn vrij van last moeten kunnen werken, zonder bang te moeten
zijn voor hun hachje.
Tot slot. Ik heb juist niet gezegd dat de NVWA niet optreedt. Ik heb
gezegd dat ze goed en hard optreden, maar die gasten worden er wel
allemaal uit gekegeld of weggepest en daar heb ik een broertje dood aan,
echt waar! Daar gaat het mij om. Dat gaat opgelost worden, hoe dan ook,
want ik heb de Kamer helemaal achter mij staan. Dank u wel, meneer de
voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Graus. De staatssecretaris, kort en beknopt.
Staatssecretaris Rummenie:
Voorzitter, via u nogmaals tegen de heer Graus: de reden voor het
ontslag had niets te maken met de beoordeling door de betreffende
inspecteur. Dat dat het geval zou zijn spreek ik ten zeerste tegen.
De voorzitter:
Het lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ja …
De voorzitter:
Moment, correctie. Mevrouw Bromet stond eerder bij de
interruptiemicrofoon.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Het heeft toch een beetje de geur van "nou, niks aan de hand,
doorlopen", terwijl er wel degelijk honderdduizend debatten gevoerd zijn
over de misstanden die plaatsvinden in slachthuizen. Ik vond de vraag
van de heer Graus wel goed. Hij vroeg of het handig is dat de
controle-instantie in handen is van het ministerie dat ook de belangen
van de vee-industrie behartigt. De staatssecretaris zegt eigenlijk dat
het geen verschil gaat maken. Ik wil aan de staatssecretaris vragen wat
zijn bezwaar is tegen het overhevelen van de NVWA naar een ander
ministerie, zodat controle en belangenbehartiging niet meer in één hand
zijn.
Staatssecretaris Rummenie:
Ten eerste wil ik het beeld weghalen dat slagers hun eigen vlees zouden
keuren. Dat beeld zet u namelijk weer perfect neer, maar dat is absoluut
niet het geval. Dierenwelzijnsteams onderbrengen bij een ander
ministerie zou toezicht op het domein van het dierenwelzijn meer
versnipperen en minder efficiënt maken. De NVWA houdt toezicht op het
naleven van wet- en regelgeving die belangrijke publieke waarden — ik
noemde ze net al — als voedselveiligheid, dierenwelzijn en
diergezondheid borgt. Dat is niet anders in het geval dat de NVWA onder
de verantwoordelijkheid van een ander ministerie zou vallen. Het
kabinetsbeleid om het toezicht voldoende onafhankelijk te positioneren
ten opzichte van het departement komt tot uitdrukking in de aanwijzingen
van de minister-president inzake de rijksinspecties. Ook deze borging
zou niet veranderen als de NVWA onder een ander ministerie wordt
gehangen.
Kamerlid Kostić (PvdD):
De NVWA heeft de taak om dieren te beschermen, maar in de praktijk zien
we kippen in transportkratten die stikken, varkens met grote, pijnlijke
ontstekingen en dieren die niet goed zijn bedwelmd en bewust meemaken
hoe hun keel wordt doorgesneden. De NVWA doet te weinig. De
staatssecretaris kan zich niet blijven verschuilen achter de juristen
van de NVWA, want we weten allang uit rapporten dat de NVWA structureel
te weinig doet tegen dierenleed. Mijn vraag is: kan de staatssecretaris
nu toezeggen dat hij dit vandaag nog gaat veranderen? Wat gaat hij doen
om dit aan te pakken en om ervoor te zorgen dat de NVWA sneller en
strenger gaat acteren?
Staatssecretaris Rummenie:
Ik zeg nogmaals, via u, voorzitter, tegen het lid Kostić dat ik mij
absoluut niet herken in het beeld. Vandaar dat ik net het hele heldere
beeld heb geschetst dat van de 300 onderzoeken, er slechts 9 niet zijn
doorgezet. Dat toont in mijn ogen heel duidelijk aan dat de NVWA wel
degelijk handelt naar bevind van zaken als die onrechtmatige zaken
aantreft. Daar verschillen wij ook niet van mening over en dat weet het
lid Kostić heel goed. We kennen elkaar al langer dan vandaag. Misstanden
moeten gewoon aangepakt worden en daar hebben we verder geen discussie
over. Ik zie geen tekenen dat de NVWA dat niet doet.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van het vragenuur. Ik
dank de heer Graus voor zijn gestelde vraag en ik dank de
staatssecretaris voor de beantwoording. Ik schors een enkel ogenblik.
Daarna gaan we over tot de stemmingen. De vergadering is geschorst.
De vergadering wordt van 15.00 uur tot 15.06 uur geschorst.