Conceptverslag Raad Buitenlandse Zaken 29 januari 2026
Verslag van een commissiedebat
Nummer: 2026D01254, datum: 2026-01-13, bijgewerkt: 2026-01-14 16:50, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-01-13 17:00: Raad Buitenlandse Zaken 29 januari 2026 (Commissiedebat), vaste commissie voor Buitenlandse Zaken
Preview document (🔗 origineel)
Tweede Kamer, Raad Buitenlandse Zaken d.d. 29 januari 2026
VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBAT
Concept
De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken heeft op 13 januari 2026 overleg gevoerd met de heer Van Weel, minister van Buitenlandse Zaken, over:
de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 9 januari 2026 inzake geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 29 januari 2026 (21501-02, nr. 3316);
de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 19 december 2025 inzake verslag Raad Buitenlandse Zaken van 15 december 2025 (21501-02, nr. 3313);
de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 13 januari 2026 inzake het ontbieden van de Iraanse ambassadeur om formeel protest aan te tekenen tegen het buitensporig geweld tegen vreedzame demonstranten, grootschalige willekeurige arrestaties en internetblokkades (23432, nr. 618);
de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 6 januari 2026 inzake Ontwikkelingen coalition of the willing Oekraïne (36045, nr. 264).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse
Zaken,
Klaver
De griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken,
Westerhoff
Voorzitter: De Roon
Griffier: Westerhoff
Aanwezig zijn twaalf leden der Kamer, te weten: Van Baarle, Boswijk, Van der Burg, Ceder, Ceulemans, Dassen, Dekker, Dobbe, Piri, De Roon, Stoffer en Van der Werf,
en de heer Van Weel, minister van Buitenlandse Zaken.
Aanvang 17.00 uur.
De voorzitter:
Goedemiddag, allemaal. Ik open hierbij het commissiedebat inzake de Raad
Buitenlandse Zaken van 29 januari aanstaande. Ik heet de minister en
zijn staf van harte welkom. Voordat we van start gaan, is er een
voorstel dat ik even aan u wil voorhouden, namelijk om aan de agenda van
dit commissiedebat twee dingen toe te voegen. In de eerste plaats is dat
de brief van de minister van 6 januari jongstleden over de
ontwikkelingen in de coalition of the willing voor Oekraïne. Als u zich
erin kunt vinden dat die vandaag aan de agenda wordt toegevoegd, dan
kunnen we daartoe besluiten. Als u dat niet wil, dan is dat wat mij
betreft ook oké. Ik wil even peilen of u dat goedvindt. Allemaal goed?
Akkoord. Dan is dat besloten.
Dan gaan we naar het tweede voorstel. Dertien of veertien minuten
geleden is de brief ontvangen die de commissie had gevraagd aan de
minister, namelijk inzake het ontbieden van de Iraanse ambassadeur. Wat
ons betreft kan deze brief ook worden toegevoegd aan de agenda. Ik weet
niet of iedereen de brief heeft kunnen zien. Het is een hele korte
brief. Die roept misschien nog één vraag op, maar dat laat ik graag aan
de collega's over. Of misschien zijn er nog wel meer vragen. Laat ik het
maar afwachten. Dank daarvoor. Dan zijn beide brieven toegevoegd aan de
agenda van dit commissiedebat.
Ik stel voor om in de eerste termijn een spreektijd van vijf minuten te
hanteren met drie interrupties in tweeën per fractie. Nog even voor de
volledigheid: in afwijking van vorig jaar hebben we de commissiedebatten
in principe gepland voor vier uur in plaats van drie uur. De commissie
had daar vorig jaar zelf toe besloten, en dat begint vandaag. O, het is
al een paar maanden zo, zegt de griffier. Dat is mij dan eventjes niet
bijgebleven, maar dat is dus de reden. Ze vliegen voorbij, wordt er
gezegd. Dat is inderdaad een feit.
Akkoord. Dan geef ik nu als eerste het woord aan de heer Ceder van de
ChristenUnie. Meneer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. "Wij leven in een bezeten wereld. En wij weten
het." Bijna 90 jaar geleden opende historicus Johan Huizinga zijn boek
hiermee en hoe actueel is het anno 2026. Op zoveel plekken in de wereld
zien we ook dit nieuwe jaar machtige personen doen wat goed is in hun
eigen ogen, met te weinig oog voor recht en gerechtigheid. Op evenzoveel
plekken verlangt de bevolking naar vrijheid, naar recht, naar uit de
ellende komen. Denk aan Oekraïne, denk aan Iran, denk aan Syrië en ga zo
maar door. Nederland heeft vastgelegd dat ook in dit soort tijden de
internationale rechtsorde bevorderd dient te worden. In dat licht heb ik
een aantal vragen voor de minister, voorafgaand aan de Raad Buitenlandse
Zaken. Ik ga een aantal landen af.
Allereerst noem ik de urgente situatie in Iran. Er gaan nu berichten
rond dat er meer dan 12.000 mensen in de afgelopen dagen zijn gestorven.
12.000, geen combattanten maar demonstranten. Tot mijn teleurstelling
horen we vanuit Nederland en de EU behalve obligate teksten nog geen
echt concrete taal over concrete steun. Er wordt gesproken over
sancties, maar we blijven in het ongewisse over welke dat zijn. Ik hoop
dat we niet blijven toekijken naarmate dit dodenaantal blijft stijgen.
Waar zijn de VN? Waar zijn de resoluties? Wanneer is er een grens
bereikt en ontstaat er internationaal gelegitimeerd ingrijpen? Mijn
vraag aan de minister is of hij bereid is om in EU-verband een
voortrekkersrol te gaan vervullen.
We hebben hier in de Kamer al vaker een motie aangenomen dat de
Revolutionaire Garde op de terreurlijst zou moeten, en die motie wil ik
ook nu weer indienen. Maar er waren binnen de EU een aantal landen die
dat om politieke redenen niet aandurfden. Ik vraag me af of de minister
kan schetsen wat het politieke speelveld nu is en of we nu niet moeten
doorpakken, omdat we voor onze eigen ogen een enorm leed zien. Ik ben
blij dat de ambassadeur is ontboden. Wat is er besproken? Dat zou ik ook
graag willen weten. En welke stappen ziet de minister voor zich richting
hopelijk een goed einde van wat er nu in Iran gebeurt?
Voorzitter. Dan Syrië. In de week dat er in wijken in Aleppo gevechten
plaatsvonden tussen het Syrische leger en de SDF, hadden in Damascus de
presidenten van de Europese Commissie en de Europese Raad een ontmoeting
met de interim-president. Ik vind dat een bizarre samenloop. Ik lees dat
Nederland voorstander is van meer politiek engagement met de Syrische
interim-regering. De ChristenUnie heeft zich consequent uitgesproken
voor voorzichtigheid en voorwaardelijkheid bij de normalisatie van de
betrekkingen met de Syrische interim-regering, terwijl vanuit de EU
voortvarend sancties werden opgeheven.
Voorzitter. Het afgelopen jaar hebben we geweld tegen de alawieten
gezien, tegen de druzen; nu zien we gevechten in Koerdische wijken,
waarbij er vanuit het Koerdisch bestuur al wordt gesproken over een
uitroeiingsoorlog tegen de Koerden. Hoe beoordeelt de minister de inname
van deze wijken? Heeft de Syrische regering hierin volgens hem juist
gehandeld? Heeft de minister er vertrouwen in dat de Koerden veilig zijn
in dit nieuwe Syrië, ook in het noordoosten? De minister kan toch niet
volhouden dat aan de voorwaarden van mijn vorig jaar aangenomen motie is
voldaan om nu een gigantische geldsom vanuit de EU aan Syrië over te
maken? Hoe beoordeelt hij dat, ook in het licht van de gruwelijke
beelden die wij zien van wat er met Koerdische combattanten, maar ook
met vrouwen gebeurt? Wij krijgen berichten dat het Syrische leger weer
aanvallen uitvoert op doelwitten van de SDF. Kan de minister dit
bevestigen en is hij bereid zich in te zetten voor het stoppen van deze
aanvallen?
Voorzitter. Dan Oekraïne. De coalition of the willing heeft een
verklaring doen uitgaan: de VS en Oekraïne zijn het voor een groot deel
eens over het twintigpuntenplan. Vanuit Rusland is er echter geen
bereidwilligheid, integendeel. Poetin voert de aanvallen op,
bijvoorbeeld gericht op het energiesysteem van Kiev, waardoor een groot
deel van de inwoners bij -10 graden zonder verwarming zat na het
afschieten van een hypersonische raket door Rusland. Welk pleidooi
voerde de minister in internationaal verband om Rusland daarover aan
tafel te krijgen?
Er is gesproken over een militair plan. We hebben gezien dat
minister-president Schoof daarover bericht heeft, maar welke rol is
Nederland bereid om op zich te nemen in dit plan? Diverse andere landen
gaven in het openbaar meer duidelijkheid en kaders dan Nederland nu
doet. Ik hoop dat de minister dat tijdens dit debat ook gaat doen. Op
welke manier kan Nederland Oekraïne bijstaan als het bijvoorbeeld gaat
om het repareren van de energie-infrastructuur?
Voorzitter. Ik heb nog twee punten. Ik zag dat Somaliland niet op de
agenda staat, maar gezien de rappe ontwikkelingen lijkt het mij wel goed
om daarover in dit debat in ieder geval wat meer informatie te krijgen.
Gezien de strategische ligging aan de Rode Zee kunnen ontwikkelingen
daar uiteindelijk ook impact hebben op Nederland. Hoe ziet de minister
de ontwikkelingen rondom Somaliland nu?
Tot slot. De Chinese president Xi heeft tijdens zijn nieuwjaarstoespraak
wederom zijn wens uitgesproken om Taiwan onderdeel van China te maken.
Wat is de inzet van Nederland om dit in multilateraal verband te
voorkomen? En zijn we volgens de minister nog steeds verzekerd van de
steun van de Amerikanen, mocht China een poging wagen?
Voorzitter, dank u wel. Tot zover.
De voorzitter:
Dank u wel. Nog even voor de mensen die net binnen zijn gekomen. We doen
drie interrupties en de interrupties zijn in tweeën. Ik hanteer wel de
regel dat een interruptie kort en bondig moet zijn. De traditionele
voorzitter houdt die regel ook aan. U moet uw interruptie dus binnen 30
seconden plaatsen. Gaat u daarover heen, dan telt die voor twee
interrupties.
Dan kunnen we volgens mij nu door naar de heer Dassen van Volt. Gaat uw
gang.
De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter. De Iraanse bevolking is de straat opgegaan uit onvrede
over de erbarmelijke economische situatie, de politieke onderdrukking en
het wanbestuur. Deze protesten zijn gestart door jonge Iraniërs en
geëist wordt verandering. Het is afschuwelijk om te zien op wat voor
schandalige manier het Iraanse regime hiermee omgaat. Er zouden al
duizenden demonstranten zijn vermoord en ongeveer 10.000 demonstranten
zijn opgepakt. Het regime zet demonstranten neer als terroristen,
gelinkt aan Israël en de Verenigde Staten. Waarom? Omdat dat claims zijn
waar in Iran de doodstraf op staat. Zo lees ik over Erfan Soltani, 26
jaar oud, opgepakt tijdens een protest. Aan zijn familie is verteld dat
hij morgen, 14 januari, geëxecuteerd zal worden. Waarom? Omdat hij
deelnam aan deze protesten.
Het Iraanse regime schendt massaal mensenrechten. Het wordt tijd dat de
EU hier scherp en duidelijk over is. Ik ben blij dat de minister vandaag
de Iraanse ambassadeur heeft ontboden en ook dat de minister heeft
gesteld dat er extra sancties moeten worden ingesteld. Daarnaast is het
ook echt tijd om de Revolutionaire Garde op de lijst van terroristische
organisaties te laten zetten. Ik ben benieuwd welke stappen de minister
gaat nemen om dat voor elkaar te krijgen. Ik hoor ook graag van de
minister welke mogelijkheden er zijn om het maatschappelijk middenveld
in Iran verder te ondersteunen. Ziet hij daar mogelijkheden toe? Op wat
voor manier kan de minister zich daar hard voor maken? Verder lees ik
over een mogelijk militair ingrijpen van de Verenigde Staten. Ik ben
benieuwd hoe de minister daarnaar kijkt en of dit wenselijk zou zijn of
juist absoluut niet.
Voorzitter. Het nieuwe jaar is pas twee weken oud, en toch lijkt 2025 al
een eeuwigheid geleden. De Verenigde Staten van Amerika hollen
achteruit, en zo ook de wereldorde: de Verenigde Staten hebben die zelf
opgebouwd, maar breken 'm nu hard af. Fed-voorzitter Powell wordt
gedagvaard, er wordt door de regering desinformatie verspreid over een
moord die gepleegd is door een ICE-agent en Trump wil zijn
defensiebudget inmiddels met 50% verhogen. Toch lijken veel van de
politieke leiders in Europa nog steeds vol ongeloof te zijn en komen ze
niet verder dan woorden. Dit kan niet meer, zeg ik tegen de minister. Er
is daadkracht nodig, Europese daadkracht.
Afgelopen zondag bracht Eurocommissaris voor Defensie, Kubilius,
eindelijk een tegengeluid. Hij pleitte voor de creatie van een Europees
leger. Tegelijkertijd gaf hij aan dat het gebrek van eenheid de zwakte
is van de Europese Unie. Hij pleitte daarom voor een European security
council. Ik ben benieuwd hoe de minister kijkt naar deze plannen. Ziet
de minister ook in dat dit de manier kan worden voor Europa om zich met
een sterk geluid te laten gelden op het wereldtoneel?
Morgen wordt er door betrokken landen gesproken over de toekomst van
Groenland. De VS willen koste wat het kost het eiland innemen. Einde
NAVO. De Europese Unie moet laten zien dat het serieus is over de
veiligheid van Groenland. Mocht de gezamenlijke NAVO-missie niet lukken,
kunnen Europese landen dan een missie optuigen binnen het NAVO-raamwerk?
Hoe kijkt de minister naar dit plan? Wordt daar binnen de Europese Unie
over gesproken? Is dat niet beter dan aangeven dat Groenland niet te
koop is?
In de tussentijd gaat de Russische agressie in Oekraïne verder. Gisteren
meldden de VN dat 2025 het dodelijkste jaar was voor burgers sinds 2022.
In de tussentijd is het hartje winter en zit 70% van Kiev zonder stroom.
Ziet de minister mogelijkheden om Kiev te helpen met deze energiecrisis?
We moeten ons hard blijven maken voor de veiligheid van Oekraïne en zijn
inwoners. De Poetin-agressie houdt al te lang aan en neemt met de dag
toe. Ik wil de minister dan ook verzoeken om zich in Europa ervoor in te
blijven zetten om de bevroren Russische tegoeden alsnog los te krijgen
voor Oekraïne.
Voorzitter, heel kort nog. Ik zal de vergadering zo eerder moeten
verlaten vanwege een technische briefing bij het ministerie van
Economische Zaken.
Dank u wel.
De voorzitter:
Helder. Dank u wel, meneer Dassen. Er zijn geen vragen voor u, zo
constateer ik. Dan kunnen we door naar mevrouw Dobbe van de SP. Gaat uw
gang.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter. Het staat niet op de agenda, maar het lijkt mij
dat de minister tijdens de top ook gaat spreken over de situatie in
Venezuela en het imperialisme van Trump. Ik ben toch wel benieuwd wat
hij daar dan gaat zeggen. Na het debat van vorige week zei Trump dat
Groenland Amerikaans wordt, "whether they like it or not". Dreigen met
geweld of dwang tegen een andere soevereine staat is verboden, net zoals
het binnenvallen van Venezuela in strijd is met het internationale
recht; daar is vorige week ook over gesproken. Met een weigering de
aanval van Trump te veroordelen, lijkt de minister een internationale
rechtsorde nu definitief te laten vallen. Een internationale rechtsorde
is een project waar we aan moeten werken. Anders is het alternatief een
wereld waarin alleen het recht van de sterkste geldt. Dat moeten we niet
willen, want daardoor wordt het uiteindelijk voor iedereen onveiliger.
Als Europa niet meer bereid is om daaraan te werken, wie dan wel? Wil de
minister hierop reageren?
Het is duidelijk dat de NAVO op haar einde loopt. Het is belangrijk om
te gaan werken aan een Europese veiligheidsarchitectuur als alternatief
voor de NAVO — laten we dit niet afwachten — die is gebaseerd op
samenwerking, de-escalatie, internationaal recht en de belangen van
Europa in plaats van die van de Verenigde Staten. Is de minister bereid
om daarmee te gaan beginnen en daar in ieder geval in Europa over te
spreken en voor te pleiten?
Voorzitter. Dan Palestina. Nog steeds is de humanitaire situatie voor
Palestijnen dramatisch. Als ik het goed begrijp — ik wil dat checken bij
de minister — is de grensovergang bij Rafah nog steeds dicht en kan
humanitaire hulp daar niet naar binnen, terwijl het zo'n ontzettend
belangrijke grensovergang is. Wij vragen, geloof ik, al een jaar of
anderhalf jaar om het openen van die grensovergang. Het risico op
genocide is nog steeds niet weg. Er moet meer druk worden gezet op de
Israëlische regering om onbelemmerd hulp toe te laten en misdaden te
stoppen. Maar wat gebeurt er nu, behalve het zich verschuilen achter een
vredesconferentie waarvan de inzet nog niet duidelijk is, zoals ik las
in de antwoorden op de vragen die we hebben gesteld? Wat gebeurt er nu,
behalve het gegeven dat Amerikaanse investeerders een Rivièra in Gaza
hebben bedacht? Voor de rest is het allemaal nog niet veilig. Wat doet
deze minister nu daadwerkelijk om te pleiten voor de veiligheid van de
Palestijnen?
De regering erkent dat er op dit moment geen alternatief is voor UNRWA;
ook dat heb ik kunnen lezen in de antwoorden op de schriftelijke vragen.
Ondanks de enorme humanitaire crisis wordt de financiering van UNRWA wel
afgebouwd. Er wordt gezocht naar diversificatie van andere organisaties,
want die moeten het gaan doen. Tegelijkertijd wordt die organisaties
toegang tot de Palestijnen ontzegd door de Israëlische regering. Erkent
de minister dat de beoogde diversificatie van hulp met het ontzeggen van
toegang van belangrijke internationale hulporganisaties en het blokkeren
van humanitaire hulp door de Israëlische regering op dit moment echt
onmogelijk is en dat het afbouwen van hulp door UNRWA dus niet kan
zonder grote gevolgen voor de Palestijnen? Graag een reactie van de
minister.
Erkent de minister ook dat de druk op de medische capaciteit alleen maar
toeneemt voor Palestijnse kinderen die acuut medische hulp nodig hebben
om te kunnen overleven? De minister kondigde ruim een maand geleden al
aan om nog een totaal onnodige tijdverslindende ronde in de regio te
gaan doen om na te vragen wat al duidelijk is, namelijk dat er
onvoldoende medische capaciteit is om die kinderen te helpen. De
Wereldgezondheidsorganisatie meldde vlak voor het reces dat nog ruim
4.000 kinderen acuut een medische evacuatie nodig hebben. De
Wereldgezondheidsorganisatie deed een dringende oproep aan landen om dit
te gaan doen. Nu zijn we een maand verder. Dit is allemaal tijd die
sommige van deze kinderen misschien helemaal niet meer hadden. Er is een
maand vertraagd. Wat gaat de minister nu doen? Welke informatie is er
nog nodig? Gaan we zorgen dat er voor deze kinderen medische evacuaties
mogelijk worden gemaakt?
Voorzitter. Het is heel terecht dat mijn collega's hele kritische vragen
over Iran hebben gesteld. Iraniërs gaan al weken de straat op tegen het
regime, voor vrijheid, tegen onderdrukking en voor vrouwenrechten. De
beelden die we zien, zijn zo ontzettend indrukwekkend. Ik noem de moed
die we van deze mensen zien om de straat op te gaan in zo'n regime.
Moedige vrouwen gaan met gevaar voor eigen leven de straat op om ook
maar de basisrechten te krijgen die er zijn. Het regime slaat keihard en
gewelddadig terug, met veel slachtoffers en dodelijke slachtoffers tot
gevolg. Veel weten wij niet eens, omdat die informatie ons niet
bereikt.
De vrouwen en mensenrechtenactivisten die de straat op gaan, verdienen
onze steun. Ze verdienen alleen maar onvoorwaardelijke steun. De
Nederlandse regering moet achter hen staan. Hoe gaan we de
mensenrechtenactivisten en vrouwenrechtenactivisten meer steunen? Kan
dat? Kunnen wij hen steunen? Zitten er bijvoorbeeld sancties in de weg
of moeten er juist meer sancties komen? Welke mogelijkheden zijn er om
die mensen in Iran op dit moment te steunen? Wat kunnen we bijvoorbeeld
doen om de toegang tot het internet en communicatie via de telefoon te
herstellen? Wij horen namelijk van veel mensen dat zij geen contact meer
kunnen krijgen, geen informatie naar buiten kunnen brengen en niet in
contact kunnen zijn met elkaar. Dat is zo ontzettend belangrijk. Kunnen
wij daar als Nederland en Europa wat in betekenen?
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Dobbe. U bent door uw tijd heen, dus ik moet u nu
afbreken.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel.
De voorzitter:
Voordat we verdergaan het volgende. Ik had aan het begin van deze sessie
gezegd dat u in deze ronde drie interrupties per fractie heeft, maar
toen zaten er vier of vijf leden aan tafel. Nu zitten er elf, geloof ik.
Ik ga dat aantal van drie dus terugbrengen naar twee interrupties per
fractie. Dat zijn interrupties in tweeën. Nu kunnen we gewoon verder met
de volgende spreekster. Dat is mevrouw Van der Werf van D66. Gaat uw
gang.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Dank u wel, voorzitter. De situatie in Iran verslechtert in razend
tempo. We zien beelden die je niet meer loslaten: files aan lijkzakken
voor mortuaria, terwijl families op zoek zijn naar hun vermisten. De
strijd voor hun land wordt zoals altijd met bruut geweld beantwoord.
Kinderen als Mohammad en Taha, beiden nog geen 16 jaar, hebben het niet
overleefd. Met hen zijn er honderden anderen door de ordetroepen gedood.
Duizenden mensen zijn opgepakt. Ziekenhuizen maken melding van mensen
die gericht beschoten zijn in hun hoofd, ogen en borst.
Voorzitter. Europa mag hier niet langs de zijlijn staan. Woorden alleen
beschermen geen demonstranten. Er is gezamenlijk grotere druk nodig.
Gisteren sprak Kallas over aanvullende sancties vanuit Europa. Kan de
minister toezeggen deze sancties te steunen? Ziet de minister kansen om
binnen de EU steun te mobiliseren om de Revolutionaire Garde op de
Europese terreurlijst te plaatsen? Wordt er actief contact onderhouden
met de Iraanse diaspora in Nederland? Hoe neemt de minister hun zorgen
en behoeften mee in het Iranbeleid?
In Aleppo is grof geweld gebruikt naar aanleiding van gevechten in
wijken waar met name Koerdische minderheden wonen. Duizenden mensen zijn
op de vlucht geslagen en er zijn doden en gewonden gemeld. Dit geweld
tegen minderheden moet stoppen. Heeft de minister contact gehad met zijn
Syrische ambtsgenoten? Heeft hij hen aangesproken op de aanvallen op
civiele wijken en burgers, die in strijd zijn met het internationaal
humanitair recht?
Voorzitter. De afgelopen weken bracht het winterweer in Nederland veel
moois en vreugde op straat. In Gaza daarentegen brengt de strenge winter
een humanitaire ramp. Extreme regenval en harde wind slaan dwars door
tentdoeken en plastic heen. Honderdduizenden ontheemde Palestijnen
proberen te overleven, terwijl Israël de blokkade op hulpgoederen en
hulpverleners in stand houdt. Donderdag kwamen opnieuw veertien mensen
om bij een Israëlische aanval. Deze situatie duurt nu al weken, zo niet
maanden, en de winter is nog lang niet voorbij. Hoeveel mensen moeten er
nog ziek worden of zelfs sterven voor er een einde komt aan deze
ellende? Is de minister bereid om tijdens de Raad met concrete
voorstellen te komen voor Europese maatregelen die de humanitaire
toegang van hulp aan Gaza kunnen afdwingen?
Voorzitter. De schaduwvloot. Daar spreken wij in deze commissie
regelmatig over. Binnenkort zullen er opnieuw schepen op Europese
sanctielijsten worden geplaatst. Zonder verdere consequenties blijven
zij gewoon doorvaren. Vorige week hielden de VS en het VK gezamenlijk
een Russisch schip aan. De Britse regering stelt dat dit volledig in
overeenstemming was met het internationaal recht. Heeft de minister
hierover contact met zijn Britse collega's, met name over de juridische
grondslag voor deze aanhouding? Ziet hij hierin ook aanleiding voor een
breder Europees handelingsperspectief, specifiek ten aanzien van
gesanctioneerde schepen die eerder onder een valse of ongeldige vlag
hebben gevaren? Neemt hij dit mee richting het volgende
sanctiepakket?
Tot slot en last but not least: afgelopen week kwamen er berichten over
een potentiële gezamenlijke Groenlandmissie vanuit de NAVO. Kan de
minister schetsen welke capaciteiten Nederland paraat heeft voor een
inzet in Groenland en onder welke voorwaarden Nederland een bijdrage kan
overwegen?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van der Werf. Dan kunnen we door naar de volgende
spreker, de heer Ceulemans van JA21.
De heer Ceulemans (JA21):
Voorzitter, dank. U zult het vandaag met mij moeten doen als vervanger
van de heer Hoogeveen, die wij tijd gunnen met zijn gezin na de geboorte
van zijn dochter, Jasmijn. Dan begin ik eerst bij de acute situatie in
Iran. Het is duidelijk: JA21 ziet het liefst dat het misdadige en
barbaarse ayatollahregime vandaag nog van de aardbodem verdwijnt. Het is
indrukwekkend hoe moedig de Iraanse bevolking is, door massaal te
protesteren, wetende dat het regime bereid is om bloed te laten vloeien
om in het zadel te blijven. Wie bereid is om zijn leven op het spel te
zetten voor vrijheid, verdient die vrijheid als geen ander.
Natuurlijk kan Nederland niet van doorslaggevende betekenis zijn als het
gaat om de situatie in Iran; het omverwerpen van het regime zal
uiteindelijk moeten gebeuren door het Iraanse volk zelf. Nederland kan
op dit moment wel de druk op het ayatollahregime maximaal opvoeren.
Daarover hebben wij een aantal vragen aan de minister. Als gevolg van
onder andere de internetblokkade sijpelt informatie uit Iran maar
mondjesmaat door. Het aantal slachtoffers onder de demonstranten blijft
daardoor onduidelijk. De Iraanse diaspora in Nederland vreest voor bijna
10.000 doden. Inmiddels bereiken ons ook berichten over een nog hoger
aantal. Wat is de inschatting van de minister op basis van de informatie
die bij hem bekend is? Kan de minister toelichten wat hij voornemens is
te doen om in internationaal verband de druk op de ayatollahs te
verhogen? Welke stappen kan Nederland eventueel individueel zetten op
het moment dat andere landen of de EU blijven dwarsliggen, bijvoorbeeld
als het gaat om het op de terreurlijst plaatsen van de Revolutionaire
Garde?
Vanmiddag heeft de minister de Iraanse ambassadeur ontboden. Dat is een
logische stap, maar de kans dat de ambassadeur daar erg van onder de
indruk is, lijkt me niet bepaald groot. Wat is er volgens de minister
diplomatiek nog meer mogelijk? Hoe kijkt de minister naar het verder aan
banden leggen van de diplomatieke banden met het Iraanse regime? Wat
betreft oppositiegroeperingen in Iran: heeft Buitenlandse Zaken in kaart
om welke groepen het hier gaat, wat de achtergronden daarvan zijn, wat
het draagvlak daarvoor is en wat voor contacten er daarmee zijn?
Tot slot op dit punt. We zagen net een bericht van president Trump. Hij
heeft alle gesprekken met Iraanse officials gestaakt en geeft aan de
Iraanse bevolking aan dat "hulp onderweg is". Heeft de minister een idee
wat dit betekent?
Dan Oekraïne. De coalition of the willing heeft stappen gezet inzake de
totstandkoming van een vredesakkoord. Het is positief te noemen dat de
Amerikanen een eventuele monitorings- en verificatiemissie lijken te
willen leiden, inclusief veiligheidsgaranties. Het blijft wel nog de
vraag hoe ver de Amerikanen willen gaan. Zou de minister daar iets over
kunnen zeggen? De premier stelde het volgende over een mogelijke rol van
Nederland bij een dergelijke missie: mocht het tot een missie komen, dan
volgen we de procedure. Dat is een vrij vaag antwoord op een vrij
essentiële vraag. Kan de minister daar inmiddels nader op ingaan?
Onderdeel van het vredesplan is dat Oekraïne op een duidelijk aangegeven
moment lid zal worden van de EU. JA21 is hier kritisch op. JA21 is
solidair met de strijd van Oekraïne tegen Rusland en is dat altijd
geweest, maar EU-toetreding is echt een ander vraagstuk. Ook hierbij
moeten we realistisch naar de wereld blijven kijken. Toetreding van
Oekraïne tot de EU is simpelweg niet in het Nederlands belang. Graag een
reactie van het kabinet.
Dan kom ik op Venezuela. In het Amerikaanse driestappenplan staat dat
Venezuela zal worden opengesteld voor Westerse bedrijven. Alleen bleek
nu al dat, vanwege praktische obstakels en hoge investeringskosten,
Amerikaanse bedrijven zoals ExxonMobil niet staan te trappelen. Kan de
minister een update geven van de ontwikkelingen? Hoe lang gaat elk van
de stappen uit het plan duren?
Dan afrondend Groenland. Onderhandelingstactiek of niet, de Amerikaanse
dreigementen om met militaire middelen Groenland in te lijven, zijn
simpelweg niet goed te praten. Wel hebben wij begrip voor de wens van de
Verenigde Staten om het Arctisch gebied beter te beschermen tegen
groeiende invloeden van China en Rusland. De Amerikaanse aanwezigheid in
militair opzicht op Groenland kan op basis van een bestaand verdrag al
vergroot worden. Inmiddels zijn er ook machinaties om een gezamenlijke
NAVO-missie naar Groenland te sturen. Zo'n missie kan hopelijk de kou
uit de lucht halen. JA21 steunt deze gedachtelijn. We hebben vanmiddag
via de brief de laatste stand van zaken vernomen. Dank daarvoor. Als er
nog verdere ontwikkelingen te vermelden zijn, dan verneem ik die
graag.
De voorzitter:
Dank, meneer Ceulemans. Dan is het woord aan de heer Stoffer van de
SGP.
De heer Stoffer (SGP):
Dank, voorzitter. De afgelopen dagen zien we verschrikkelijke beelden
uit Iran en ook uit Syrië. De collega's voor mij hebben al veel gezegd
over alles wat er speelt in Iran, over wat daar gebeurt en over de moed
van de bevolking. Er zijn veel vragen gesteld. Kortheidshalve sluit ik
me aan bij de vragen die gesteld zijn. Ik ben benieuwd welke antwoorden
het kabinet daarop heeft.
Voorzitter. Ik zou iets langer stil willen staan bij de beelden die uit
Syrië komen. De beelden die we zien van het geweld tegen Koerden in
Aleppo zijn echt schokkend en onacceptabel. We zien dat minderheden
opnieuw doelwit zijn, zoals eerder druzen en alawieten aangevallen
werden. Daarom heeft de SGP samen met de ChristenUnie Kamervragen
gesteld. We waren eerlijk gezegd al niet optimistisch over de belofte
van een vrij Syrië onder interim-president Al-Sharaa, maar we zien dit
toekomstbeeld nu wel heel, heel snel verdampen. Terecht wordt het geweld
in Iran Kamerbreed en door het kabinet veroordeeld, maar we kunnen niet
tegelijkertijd wegkijken als een fundamentalistisch regime elders
gruwelijkheden begaat tegen zijn eigen bevolking. De SGP is van mening
dat de verantwoordelijkheid van Nederland voor Syrië niet minder groot
is dan voor Iran, omdat we via de Europese Unie voor meer dan 600
miljoen euro bijdragen aan herstel, hulp en andere vormen van bilaterale
steun. Ik vraag de minister daarom welke garantie we hebben dat deze
middelen niet direct of indirect gebruikt worden om minderheden verder
in het nauw te drijven.
Voorzitter. De overgangsregering gebruikt de EU-steun ook om lokale
machthebbers aan zich te binden. Een deel van hen komt uit Idlib en is
zelfs onderdeel geweest van strijdkrachten van Al-Sharaa. Het is dus
volstrekt begrijpelijk dat Koerden niet met gevaar voor eigen leven
onder hun bewind willen leven. De SGP concludeert daarom dat het gesprek
van Von der Leyen en Costa niet bijster veel indruk gemaakt heeft op de
regering van Al-Sharaa. We zagen een kortstondig staakt-het-vuren, maar
inmiddels is het geweld van jihadisten tegen Koerden weer in alle
hevigheid opgelaaid. Onze vraag is: wat moet er nog meer gebeuren
voordat de EU consequenties gaat verbinden aan het schenden van gemaakte
afspraken? Is er een moment waarop onze erkenning van Al-Sharaa ter
discussie komt te staan, vraag ik aan deze minister. Laat ik daar gelijk
bij zeggen dat ik op dat punt een motie overweeg. Het zou goed zijn als
de Tweede Kamer, net als de Duitse Bondsdag, positie inneemt om daarmee
de druk op de Syrische overgangsregering op te voeren.
Bijna 3.000 studenten met roots in Rojava hebben inmiddels een petitie
ondertekend die ons oproept om de burgerbevolking te beschermen. Nu de
Koerdische wijken in Aleppo na twaalf jaar zelfbestuur ondanks
verschillende akkoorden met geweld zijn ingenomen, hebben de mensen in
Noord-Oost Syrië geen enkel vertrouwen meer in de Syrische
overgangsregering. De vraag is: is dit nu de dank voor het geheel
belangeloos opvangen van veel interne ontheemden elders uit Syrië? Is
dit onze dank voor hun strijd tegen IS?
Voorzitter. De SGP ziet nog een gevaar. Het geweld tegen Koerden kan ook
grensoverschrijdende gevolgen krijgen. Als de Peshmerga, de
strijdkrachten uit Iraaks-Koerdistan, zich ermee gaan bemoeien, zijn de
rapen helemaal gaar, denk ik. Niet voor niets riep Irak al op tot een
einde aan het geweld in Aleppo. Mijn vraag is hoe de minister het risico
op verdere escalatie inschat. Kan de minister toezeggen dat hij de
situatie van de Koerden in Syrië gaat bespreken met zijn collega's in
Europa en dat ook agendeert voor de komende Raad?
Hier laat ik het bij. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Stoffer. Meneer Boswijk, CDA, het woord is aan
u.
De heer Boswijk (CDA):
Dank u wel, voorzitter. De afgelopen dagen zijn we getuige geweest van
verschrikkelijke beelden uit zowel Iran als Syrië.
Allereerst Iran. Het is indrukwekkend en moedig hoe Iraniërs opnieuw
opstaan tegen het gewelddadige regime van de ayatollahs. Tegelijkertijd
is het frustrerend hoe beperkt onze invloed vanuit Nederland is. Mijn
vraag aan de minister is daarom ook op welke manieren wij de Iraanse
oppositie en demonstranten concreet kunnen steunen en hoe groot hij de
kans acht dat de Revolutionaire Garde nu eindelijk op de terreurlijst
wordt geplaatst. Wij hebben hierover namelijk al meerdere moties
aangenomen. Het is goed dat de minister de ambassadeur op het matje
roept, maar ik vraag me tegelijkertijd af in hoeverre hij daarvan onder
de indruk zal zijn. Hoe kijkt de minister naar persoonsgerichte sancties
voor leden van het Iraanse regime?
Dan Syrië. Na wekenlange gevechten hebben de laatste Koerdische
strijders Aleppo verlaten. De situatie is uiterst zorgwekkend. Wijken
waar veel Koerden, christenen en jezidi's wonen zijn sinds eind 2025
afgesloten van elektriciteit, voedsel en medicijnen. Duizenden burgers
zijn op de vlucht. Dit draagt alle kenmerken van een systematische
aanval op minderheden, zoals we eerder hebben gezien in Syrië. Wat ons
betreft moet Nederland dit stevig aankaarten in Brussel. Volgens
berichten is via internationale bemiddeling een staakt-het-vuren
overeengekomen, inclusief veilige evacuaties van burgers. Kan de
minister een actuele stand van zaken geven? Welke garanties zijn er voor
de bescherming van burgers en een ongehinderde humanitaire toegang?
Welke maatregelen ondersteunt Nederland om te voorkomen dat dit nieuwe
Syrische regime minderheden blijft verdrijven en aanvallen, of op z'n
minst niet beschermt?
Voorzitter. In de afgelopen weken zagen we belangrijke ontwikkelingen
rond Oekraïne. Het akkoord over de lening van 90 miljard is een
opsteker, niet alleen voor Oekraïne, maar ook als een nieuw model voor
Europese samenwerking en besluitvorming, waarbij vaker met kopgroepen
wordt gewerkt en minder met unanimiteit. Hoe kijkt de minister naar deze
werkwijze? Acht hij het waarschijnlijk dat dit model vaker zal worden
ingezet? Is er zicht op welke partnerlanden bereid zijn om de overige 45
miljard euro bij te dragen? Wat zijn de consequenties als die
toezeggingen uitblijven?
Voorzitter. Om de druk op Rusland verder te vergroten wordt onderhandeld
over een twintigste sanctiepakket. Zweden en Finland pleiten voor extra
stevige stappen, onder andere een verbod op maritieme diensten voor
Russische olie, strenge exportcontroles op kunstmest en het aanscherpen
van sancties op luxegoederen. Denk ook aan actieve handhaving op zee.
Daar heb ik eerder ook voor gepleit met collega Paternotte. Kan de
minister aangeven of Nederland deze voorstellen actief wil steunen in de
Raad, samen met Zweden en Finland?
Voorzitter, tot slot. De recente Chinese militaire oefeningen rond
Taiwan zijn ongekend van omvang en duur, en stimuleren blokkades. Dat
roept ernstige vragen op over de stabiliteit in de regio. Voor Nederland
als exportland en als schakel in de halfgeleiderketen zijn de risico's
enorm. De minister schrijft dat Nederland en de EU samen met
gelijkgezinde landen oproepen tot de-escalatie en zich uitspreken tegen
deze acties van China. Hoe krijgt dit een concreet vervolg in de
RBZ?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank, meneer Boswijk. Meneer Van Baarle, DENK. O, er is nog een
interruptie. Excuus. Mevrouw Dobbe, gaat uw gang.
Mevrouw Dobbe (SP):
We zien inderdaad net het nieuws binnenkomen dat Trump heeft gezegd dat
er hulp onderweg is voor de Iraanse demonstranten. Dat kan van alles
betekenen, ook een militaire interventie of een aanval op Iran. Ik vroeg
me af hoe het CDA daarin staat.
De heer Boswijk (CDA):
Ik denk dat ingrijpen op basis van een VN-mandaat moet gebeuren en dat
dit vooral aan de Iraanse bevolking zelf is. Tegelijkertijd is er net
door JA21 gevraagd aan de minister wat zijn taxatie hiervan is. Ik ben
daar ook nieuwsgierig naar, want we weten dat er in de
VN-Veiligheidsraad heel vaak blokkades worden opgeworpen door onder
andere Rusland en China. Ik ben daar niet meteen enthousiast over, maar
tegelijkertijd gaan de beelden die ik zie mij ook aan het hart. Ik ben
hier zelf nog niet helemaal over uit.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik stel deze vraag omdat de beelden mij ook aan het hart gaan. Maar we
hebben eerder bij hele foute en gewelddadige regimes, net zoals nu het
geval is in Iran en op andere plekken, gezien dat je democratie niet
kunt bombarderen. Militaire interventies van buiten leveren vaak meer
problemen op dan dat ze oplossen. Maar los daarvan hebben we met elkaar
afgesproken dat een aanval alleen kan plaatsvinden als er sprake is van
een mandaat van de VN-Veiligheidsraad. Daarom wil ik dit even checken
bij het CDA. Als dit gebeurt zonder mandaat van de VN-Veiligheidsraad en
we dat niet veroordelen, dan is dat een enorme klap voor het
internationale recht. Is het CDA het daarmee eens?
De heer Boswijk (CDA):
Ik ga niet vooruitlopen op een als-danvraag. Ik wacht dit echt even af.
Ik ben ook benieuwd naar de taxatie van de minister. Er zijn
interventies geweest in het verleden die buitengewoon ongelukkig hebben
uitgepakt, bijvoorbeeld in Irak. Dat heeft decennialang voor ellende
gezorgd. Het lijkt daar nu enigszins stabiel te zijn. Tegelijkertijd
zijn er ook militaire interventies geweest die ervoor hebben gezorgd dat
verder menselijk lijden is gestopt en dat het daarna stabieler is
geworden. Er is dus geen model. Tegelijkertijd is er ook geen garantie
dat het hiermee beter wordt.
De voorzitter:
Dank u wel. Er zijn geen andere interrupties. Dan kunnen we door naar de
woordvoering door de heer Van Baarle namens DENK.
De heer Van Baarle (DENK):
Bedankt, voorzitter. Ik begin met het Midden-Oosten. De situatie in Iran
en de ontwikkelingen daaromheen zijn zeer zorgwekkend. De mensen in Iran
verdienen respect voor mensenrechten. Ze verdienen net als ieder mens
vrijheid, en de mensen in Iran verdienen net als iedereen
gelijkwaardigheid en een landsbestuur dat ervoor zorgt dat iedereen een
leven kan leiden zonder armoede. De beelden van gedode mensen en het
nieuws dat we ook de afgelopen tijd hebben gezien zijn verschrikkelijk.
Het geweld tegen vreedzame demonstranten is volstrekt onacceptabel en
verdient een krachtige veroordeling. Hoe gaat de regering tijdens de
aankomende Raad duidelijk maken dat Nederland staat voor het recht van
de bevolking in Iran op mensenrechten? Welke drukmiddelen kan de
regering aanvullend nog inzetten? Welke drukmiddelen gaat de regering in
Europees verband voorstellen?
Voorzitter. Ook zorgwekkend is de positie van Trump en Netanyahu, die de
terechte strijd van de mensen in Iran voor mensenrechten in Iran
aangrijpen om te dreigen met geweld of hun zionistische agenda te
dienen. Ik vraag de regering om ervoor te staan dat alleen het volk in
Iran mag bepalen hoe Iran bestuurd wordt, en niemand anders. Geen Trump,
geen EU, geen Netanyahu, geen Poetin, geen Xi Jinping; de Iraniërs
bepalen de toekomst van Iran. Ik vraag de regering zich dan ook helder
uit te spreken tegen een aanval van de VS of Israël op Iran en tegen een
oorlog, en alle druk te zetten om diplomatie de oplossing te laten zijn.
Iran mag namelijk geen Venezuela 2.0 worden. Iran mag geen speelbal
worden van andere belangen. De Iraniërs moeten in vrijheid kunnen
bepalen hoe hun land wordt bestuurd.
De voorzitter:
Er is een vraag voor u. Meneer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Even voor de duidelijkheid. De heer Van Baarle geeft aan dat de Iraniërs
zelf in vrijheid mogen bepalen hoe hun land bestuurd wordt. Maar hij
weet dat dit nu niet het geval is vanwege het regime, zoals ik ook
noemde. Dat is ook de reden waarom heel veel mensen de straat op zijn
gegaan. Zij hebben geen wapens en demonstreren dus zonder wapens tegen
een gewapend regime. De heer Van Baarle stelt dat de Iraniërs in
vrijheid bepalen welke toekomst zij mogen hebben. Hoor ik hem hier
zeggen dat hij hoopt dat het de demonstranten lukt om vrijheid te kunnen
pakken of nemen? Of is de vrijheid van nu een continuering van de
afgelopen jaren? Ik haal even niet uit het betoog wat precies de hoop en
de verwachting van DENK de komende tijd zijn ten aanzien van Iran.
De heer Van Baarle (DENK):
Volgens mij ben ik er in het begin van mijn bijdrage heel helder over
geweest dat ik iedere vorm van geweld die we op dit moment zien tegen
vreedzame demonstranten in Iran, met kracht veroordeel. Ik heb gezegd
dat de mensen in Iran, net zoals alle andere mensen in de wereld, recht
hebben op respect voor de mensenrechten. Tegelijkertijd vind ik het van
belang dat Nederland de positie aangrijpt om druk aan te wenden om
ervoor te zorgen dat we de mensenrechtelijke positie van de mensen in
Iran verbeteren en dat de minister ook aan zet is om dat in Europees
verband te gaan bespreken. Voorts vind ik dat als we op dit moment zien
dat Trump met militaire actie dreigt en we ook iemand hebben als
Netanyahu, die het op dit moment heeft over een regime change vooral
vanuit het perspectief en in het belang van Israël, we moeten
benadrukken dat het niet aan Israël, niet aan de VS, niet aan de EU,
niet aan Rusland, niet aan China, dus aan niemand is om de toekomst van
Iran te bepalen. Die bepaalt het volk in Iran. Wat mij betreft moet dat
in alle vrijheid en in democratie. Over die strijd voor vrijheid en
democratie heb ik gezegd dat ik die onderschrijf.
De heer Van der Burg (VVD):
Ik ga even door op de vraag van de heer Ceder. Je kunt constateren dat
het regime in Iran met andere wapens vecht dan de bevolking. Dat is het
ingewikkelde, want op zich zouden we het in een democratie meteen eens
zijn met elkaar: je stemt en je krijgt de regering die de meerderheid
heeft, zoals in Nederland. Maar dat is daar niet het geval. Hoe moeten
we volgens u dan de bevolking van Iran ondersteunen in hun strijd? Ik
geloof namelijk niet dat de ayatollahs erg luisteren naar de woorden van
de heer Van Baarle en de heer Van der Burg.
De heer Van Baarle (DENK):
Ik heb aangegeven dat wat mij betreft diplomatieke drukmiddelen nu de
manier zijn om dit aan te pakken. Daarmee heb je dus een breed
instrumentarium dat je als Nederland zou kunnen inzetten om druk uit te
oefenen op de zittende regering in Iran om het geweld tegen vreedzame
demonstranten te stoppen. De fractie van DENK heeft ook de procedure
ondersteund die de heer Ceder en de heer Van der Burg in werking hebben
doen treden voor het ontbieden van de Iraanse ambassadeur vanochtend.
Dat is wat we nu moeten doen. We horen dreigementen over geweld en
oorlog, bijvoorbeeld vanuit Trump, maar ook Netanyahu hint daar op dit
moment op vanuit een zionistisch perspectief. Ik geloof niet dat dat op
dit moment een weg is die we in moeten slaan, omdat a er dan een
situatie van oorlog ontstaat en b het volk van Iran dan op de lange
termijn een speelbal zal worden van Trump en Netanyahu, net zoals we
zien met Venezuela. Ik vind dat de mensen in Iran moeten bepalen hoe
Iran geregeerd wordt en niemand anders.
De heer Van der Burg (VVD):
In het verleden hebben we discussies gehad over sancties tegen andere
landen. Dat kan gaan om Rusland. Dat kan gaan om Israël. Daarin heeft u
gepleit voor vrij stevige sancties richting de leiders van die landen.
Is alles wat u heeft voorgesteld als het gaat om die landen wat u
betreft ook bespreekbaar als diplomatiek drukmiddel richting dit
regime?
De heer Van Baarle (DENK):
Ik snap natuurlijk waar de heer Van der Burg heen wil. Vanuit het
perspectief van de heer Van der Burg, waarbij hij een vergelijking trekt
met de genocide die gepleegd is in Gaza … Daar komt hij zo op. De VVD
was in de afgelopen periode sinds het ontstaan van de genocide voor een
heel lange tijd en tot op de dag van vandaag niet bereid om te doen wat
je zou moeten doen om een genocide te stoppen. Het is de VVD die niet
rechtlijnig is in dezen. Mijn fractie is in dezen altijd rechtlijnig
geweest. Wij hebben bijvoorbeeld de eerste versie van de motie van de
heer Ceder ondersteund, waarin sancties worden bepleit. Het is wel zo
dat tegen een land als Israël niet of nauwelijks sancties worden
getroffen door Nederland. Tegen een land als Iran zijn al heel erg veel
sancties getroffen. Mijn vraag aan de minister was terecht: welke
drukmiddelen zijn er nog vanuit Nederland om het geweld tegen vreedzame
demonstranten te stoppen? Wat mij betreft mag er nooit sprake zijn van
straffeloosheid. Wat mij betreft mogen er gericht sancties worden
getroffen tegen mensen die verantwoordelijk zijn voor het doodschieten
van weerloze demonstranten die vreedzaam demonstreren voor
vrijheid.
De voorzitter:
De heer Van Baarle kan verder met zijn betoog. Daar heeft hij nog drie
minuten voor. Gaat uw gang.
De heer Van Baarle (DENK):
Fijn, voorzitter. Ik kom op de situatie in Palestina, want de
humanitaire situatie in Gaza is nog steeds buitengewoon zorgelijk. Er is
te weinig voedsel. Er zijn te weinig voorzieningen. Hulporganisaties en
waarnemers krijgen geen toegang. En dat allemaal tijdens de winter. Hoe
gaat de regering er nou eindelijk in Europees verband voor zorgen dat de
druk op Israël wordt opgevoerd? Is de regering bereid om te bepleiten
dat er eindelijk sancties tegen Israël komen? Hoe zorgt de regering
ervoor dat de druk wordt opgevoerd om waarnemers tot Gaza toe te laten,
om zo straffeloosheid te voorkomen? Heeft de regering al een krachtige
veroordeling doen uitgaan van het Israëlische verbod op hulporganisaties
in Gaza?
Ook de situatie op de Westelijke Jordaanoever vraagt onze blijvende
aandacht, want kolonisten plegen aan de lopende band misdaden tegen
Palestijnen. Er wordt een illegaal apartheidsregime aan Palestijnen
opgedrongen. Wanneer komt nou eindelijk dat verbod op handel in
producten uit illegale nederzettingen? Hoe gaat de regering een nieuw
sanctiepakket tegen gewelddadige kolonisten bepleiten? Deelt de regering
dat als dat sanctiepakket er weer niet komt in Europees verband, het
tijd wordt voor nationale maatregelen tegen die gewelddadige kolonisten?
Welke andere stappen in Europees verband kan de minister bepleiten om de
onderdrukking en illegale annexatie op de Westelijke Jordaanoever te
stoppen? Moeten we als Europa niet eindelijk aan Israël laten zien dat
als zij nog één illegale nederzetting vestigen of meer Palestijns land
annexeren, deze sancties volgen?
Voorzitter. In de afgelopen tijd zagen we dat president Trump het
internationaal recht openlijk ondermijnt. De aanval op Venezuela en de
ontvoering van president Maduro, het dreigen met het annexeren van
Groenland, zelfs met militaire middelen, en het bedreigen van Mexico,
Colombia en andere landen: het is allemaal imperialisme, dwang en
volstrekt onrechtsstatelijk handelen. Ik heb een eenvoudige vraag aan de
minister: heeft hij inmiddels voldoende informatie om deze acties van
Trump en de Verenigde Staten te veroordelen of is zijn informatiepositie
blijkbaar nog steeds onvoldoende om deze schendingen van het
internationaal recht zo te noemen en te veroordelen?
Voorzitter. Dan Oekraïne. DENK staat, zoals u weet, pal voor het
internationaal recht en veroordeelt de Russische agressie tegen
Oekraïne. Onlangs hebben de coalition of the willing en de VS aangegeven
bereid te zijn veiligheidsgaranties te geven aan Oekraïne bij een
eventueel bestand. Kan de minister nog steeds garanderen dat Nederland
geen toezeggingen heeft gedaan met betrekking tot die
veiligheidsgaranties en dat deze altijd afhankelijk zullen blijven van
parlementaire instemming? Welke voorstellen voor aanvullende sancties
tegen Rusland liggen er straks in Europees verband voor en wat is de
Nederlandse inbreng?
Tot slot zou ik graag aandacht willen vragen voor Sudan, hoewel het land
niet op de agenda van de RBZ staat. In het afgelopen debat over Sudan
heeft de Kamer namelijk ontzettend veel moties aangenomen: over de
humanitaire situatie, over inspanningen voor diplomatieke druk en over
het afknijpen van de netwerken rondom de RSF. De situatie is alleen maar
verslechterd sinds dat debat. Hoe gaat de minister bij de aankomende
Raad en verder in Europees verband deze moties uitvoeren en aandacht
geven aan de humanitaire situatie in Sudan?
Dank, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Baarle. Het woord is aan de heer Van der Burg van
de VVD.
De heer Van der Burg (VVD):
Voorzitter. U gaat van mij niet heel veel andere tekst horen dan de
teksten die u al van mijn collega's heeft gehoord; ik heb hoogstens soms
een nuancering. Ik denk namelijk dat de thema's voor iedereen hetzelfde
zijn.
Ook ik begin met Iran. Ik zal er geen traan om laten als dit regime zo
snel mogelijk verdwijnt. Het is een regime dat in eerste instantie zijn
eigen bevolking onderdrukt. Daarnaast is het een misdadig regime dat
terroristische organisaties als Hamas, Hezbollah en de Houthi's steunt,
en verantwoordelijk was voor de ondersteuning van het regime van Maduro
en de Russen in Oekraïne. Nederlanders hier in Nederland worden niet
alleen bedreigd door het regime, maar er zijn ook moordaanslagen
geweest. Kortom, het is een regime dat zo snel mogelijk weg moet. Ik
hoor niet alleen graag van de minister hoe hij daarnaar kijkt, maar ook
welke stappen daarin gezet kunnen worden. Ik sluit me ook aan bij de
woorden van mevrouw Van der Werf. Daar laat ik het voor dit moment bij.
Ik zal ook met moties komen, maar er is al genoeg gezegd en gevraagd
door anderen. Ik kon mij helemaal vinden in het verhaal van mevrouw Van
der Werf.
"Krijg nou wat" hoor ik de heer Boswijk buiten de microfoon zeggen. Nou,
ik maak het nog erger voor de heer Boswijk, want hetzelfde geldt voor de
woorden over Syrië en Aleppo. Ook wat dat betreft sluit ik mij
gemakshalve even aan bij de woorden van mevrouw Van der Werf.
Wat betreft Israël en Hamas zie je dat de aandacht enigszins verdwenen
is door de actualiteit van Venezuela, Groenland, Oekraïne, Syrië en
Iran. Maar tegelijkertijd is er na de wapenstilstand niet heel erg veel
veranderd. Hamas is nog steeds niet ontwapend dan wel vertrokken.
Wederopbouw is nog niet begonnen. De bevolking daar leidt nog steeds
onder de situatie waarin zij zit. Ook wat dat betreft, al had ik
misschien andere woorden gekozen dan een aantal anderen, sluit ik mij
aan bij de vraag: hoe nu verder daar? De aandacht dreigt namelijk
volledig verloren te gaan.
Als de heer Boswijk net al van zijn stoel dreigde te vallen toen ik
mevrouw Van der Werf citeerde, denk ik dat hij nu gestrekt op de grond
gaat liggen. Met betrekking tot Sudan sluit ik mij namelijk aan bij de
vragen van de heer Van Baarle.
Dat gezegd hebbende, u zult de komende weken ongetwijfeld ook stil komen
te staan bij Groenland. Heel specifiek wil ik van u dan ook een reactie
hebben op de voorstellen die wij hebben gezien met betrekking tot
missies die daar eventueel kunnen plaatsvinden, de corridor die aan de
bovenkant beter zou kunnen worden afgedekt, en alles wat daarbij
speelt.
Nagenoeg helemaal tot slot, voorzitter. Natuurlijk moeten er meer
sanctiepakketten rondom Oekraïne komen. We zien dat Europa nog steeds
zo'n 7,5 miljard aan lng uit Rusland betrekt, om maar een voorbeeld te
noemen. Daar was vorige week ook weer een rapport over. Ik heb zelf een
motie ingediend met betrekking tot kunstmest. Het gaat om zeer grote
bedragen waarmee wij nog steeds de oorlog in Oekraïne voor de Russen
financieren. Ook daar vraag ik dus extra aandacht voor.
Tot zover, voorzitter.
De voorzitter:
Dank, meneer Van der Burg. De heer Van Baarle heeft een vraag voor
u.
De heer Van Baarle (DENK):
De situatie op de Westelijke Jordaanoever, met name het geweld dat door
kolonisten gepleegd wordt in de richting van Palestijnen, is
buitengewoon zorgwekkend. Nu probeert deze minister, samen met een
aantal andere landen, al een tijdje een aanvullend sanctiepakket tegen
gewelddadige kolonisten voor elkaar te krijgen, maar er ontbreekt elke
keer een Europese meerderheid. Volgens mij wordt dit dan poging nummer
honderd-en-zoveel. Ik zou graag het volgende willen vragen aan de heer
Van der Burg. Ik heb een motie aangehouden omdat ik nog niet kon rekenen
op de steun van de VVD. Is de heer Van der Burg bereid om, als weer
blijkt dat er geen Europese meerderheid is voor sancties tegen
gewelddadige kolonisten, nationale maatregelen te treffen tegen die
gewelddadige kolonisten?
De heer Van der Burg (VVD):
Om te beginnen kan ik me niet voorstellen dat de heer Van Baarle een
motie aanhoudt omdat hij geen steun krijgt van de VVD. Het zal
ongetwijfeld te maken hebben gehad met het feit dat de heer Van Baarle
de inschatting maakte dat deze motie geen steun kreeg van een
meerderheid van de Kamer, want anders snap ik de moties van de afgelopen
maanden en jaren niet. Dat gezegd hebbende is het wel terecht dat de
heer Van Baarle de Westelijke Jordaanoever opbrengt. Die heb ik
inderdaad niet genoemd in mijn verhaal. Dat had ik wellicht moeten doen,
want ik had nog tijd. Ik vind hetgeen daar gebeurt namelijk buitengewoon
verwerpelijk. Extra nederzettingen zijn niet alleen illegaal, maar ook
in strijd met de door de VVD wel en door DENK helaas niet gesteunde
tweestatenoplossing, die daarmee nog verder weg komt. Ik steun de
minister in zijn streven. Op het moment dat er moties komen op dit punt,
of het nou van de heer Van Baarle is of van anderen, zal ik met
belangstelling luisteren of de minister dat ziet als ondersteuning en
als instrument dat hij kan inzetten, of als barrière. Daarna maak ik dan
mijn keuze wat betreft het fractieadvies om voor of tegen te
stemmen.
De heer Van Baarle (DENK):
Het klopt dat ik de motie heb aangehouden omdat er naar mijn berekening
in de Kamer nog geen meerderheid voor was. Het klopt ook dat de VVD
daarin een beslissende positie kan innemen. Daarom stel ik de heer Van
der Burg deze vraag. Hij heeft namelijk altijd in alle debatten betoogd
dat hij het van belang vindt om de Europese eensgezindheid op te zoeken
als het gaat om sancties en dat het treffen van nationale maatregelen im
Frage komt als dat niet lukt. We zien dat het ontzettend lang duurt
voordat zo'n aanvullend Europees sanctiepakket tegen gewelddadige
kolonisten van de grond komt. Nu heeft de VVD bijvoorbeeld ingestemd met
nationale maatregelen op het gebied van het handelsverbod. Ik zou de
heer Van der Burg willen vragen of hij met mij deelt dat het moment nu
aanbreekt dat we nationale maatregelen tegen de kolonisten die geweld
plegen tegen weerloze Palestijnen moeten overwegen, als dat bij de
komende vergadering Europees weer niet lukt.
De heer Van der Burg (VVD):
Even los van de specifieke inhoud van de specifieke motie van de heer
Van Baarle: op het moment dat het Europees niet lukt om sancties tegen
de gewelddadige kolonisten te bewerkstelligen, sta ik ervoor open om dat
op nationaal niveau te doen.
De voorzitter:
Dan kunnen we door naar de heer Dekker, die de woordvoering doet namens
Forum voor Democratie.
De heer Dekker (FVD):
Dank u wel, voorzitter. Er zijn nogal wat brandhaarden in beweging.
Allereerst Iran. Het lijkt erop dat de ernstige ongeregeldheden die daar
vorige week aan de orde waren, zijn gestopt of, zo u wilt, zijn
neergeslagen. De berichtgeving daarover was op z'n zachtst gezegd
verwarrend. We zagen allerlei filmpjes op social media die grote
gewelddadige demonstraties lieten zien, lang niet allemaal uit Iran
zelf, en veel fakenieuws. Maar het lijkt er ook op dat binnenlandse
Iraanse protesten door tegenstanders zijn aangegrepen om een
gewelddadige opstand te forceren. De sfeer die op social media werd
opgeroepen, was dat het Iraanse regime op het punt stond om te vallen.
Dat is vooralsnog niet gebeurd. De geopolitieke spanning rond Iran
blijft bestaan. Wellicht kunnen besprekingen van de Iraanse leiding met
de VS die spanning wat doen afnemen, maar de laatste berichten lijken
daar niet op te duiden.
Na Venezuela nu ook Groenland. Dat is een bijzonder dossier. President
Trump heeft uitgesproken dat hij om redenen van de verdediging van het
Arctische gebied Groenland zou willen annexeren. Die redenen lijken
echter vergezocht en typische gelegenheidsargumenten. Er zijn in de VS
inmiddels voorbereidingen getroffen om het Congres te laten besluiten om
Groenland in te richten als 51ste staat van de VS. Dat is een hele
vreemde situatie. Wanneer de VS dit werkelijk doorzetten en Denemarken
en de VS niet tot overeenstemming komen, ontstaat er een onwerkbare
situatie. Dit zou een ernstige breuk binnen de NAVO betekenen. Zoals de
premier van Denemarken terecht opmerkte, zou dit feitelijk het einde van
de NAVO betekenen. Het voorstel van de secretaris-generaal van de NAVO
om die vermeende veiligheidsrisico's dan maar NAVO-breed aan te pakken
en te komen tot een grootschalige militaire ontwikkeling van Groenland
is een wanhopige poging om louter de gelederen gesloten te houden, want
van acute dreiging in het Arctische gebied is, voor zover mij bekend,
nooit iets gebleken. Maar een dergelijke NAVO-actie zou zo'n dreiging
wel kunnen creëren: een selffulfilling prophecy, zoals dat heet.
Dan de verhevigde strijd in Oekraïne. Rusland heeft de intensiteit van
de bombardementen op Oekraïense gebieden aanzienlijk opgevoerd, met
aanvallen met hypersonische raketten op installaties dicht bij de
NAVO-grens. Dit dient volgens de Russen mede als antwoord op de
vermeende droneaanvallen op het verblijf van Poetin in Valdai, in de
Novgorodregio. De militaire situatie ziet er, bezien vanuit Oekraïne,
niet goed uit. De spanningen lopen verder op. De militaire steun vanuit
de VS lijkt bovendien verder af te nemen. Tijd om eens te praten, zou je
zeggen.
Al deze ontwikkelingen zijn natuurlijk problematisch en gevaarlijk,
waarbij wij als Nederland grotendeels slechts toeschouwer zijn, evenals
de meeste andere landen in de Europese Unie en de NAVO. Deze lastige
situatie toont aan dat het hoog tijd wordt om tot een fundamentele
herschikking van de internationale verhoudingen te komen, waarbij
Nederland meer dan nu zijn internationale beleid en ontwikkeling zelf
kan bepalen, door met alle partijen goede relaties op te bouwen en niet
onnodig vijanden te maken. De NAVO en de EU zitten een dergelijke
kansrijke internationale ontwikkeling steeds meer in de weg. Het is tijd
voor bezinning en vernieuwing, zonder taboes.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Dekker. Dan mevrouw Piri, van GroenLinks-Partij van
de Arbeid.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Het zijn ongekende geopolitieke tijden. Mensen
die nog vele malen ouder zijn dan ik en zich al decennialang bezighouden
met buitenlandpolitiek zeggen dat zij nog nooit zo'n onzekere situatie
hebben meegemaakt. Zoals ik het zelf formuleer, zitten we als Europa in
een soort Bermudadriehoek: vanuit China komen er aanvallen op met name
onze economie, vanuit Rusland komen er aanvallen op de veiligheid op dit
continent en vanuit Amerika komen er regelrechte aanvallen op onze
waarden, op onze way of living.
Het probleem met de VS is niet alleen dat Europa best verdeeld is over
de aanpak en de beste strategie die je kunt kiezen, maar ook dat Europa
enorm afhankelijk is. Daar zullen wij iets aan moeten doen. Daar gaan we
binnenkort ook uitgebreider over spreken in een plenair debat, wanneer
we het hebben over de nieuwe Amerikaanse veiligheidsstrategie. Ik moet
zeggen dat ik alle afwegingen van de minister en het kabinet wel
begrijp, maar dat mijn fractie het echt pijnlijk vindt om de minister
soms met meel in de mond te horen praten en om te zien dat we als
Europa, toen het bijvoorbeeld om de tarieven ging, gewoon op onze rug
gingen liggen. Wanneer je je opstelt als slaaf, zul je ook als slaaf
behandeld worden, denk ik. Volgens mij heeft dat niets te maken met
realpolitik versus idealisme. Ik denk dat de aanpak die zowel het
kabinet als veel andere Europese regeringen tot nu toe hebben gekozen,
onze veiligheid en welvaart in Nederland en Europa niet dient. Maar
daarover later meer.
In deze roerige tijd is het, denk ik, essentieel dat we ons als
Nederland actief roeren in de wereldpolitiek en dat we met vrienden
optrekken. In de geannoteerde agenda zag ik dat de minister niet van
plan is aanwezig te zijn bij de RBZ vanwege een debat dat hier is
gepland. Ik vraag de collega's eigenlijk om flexibel om te gaan met onze
Kameragenda. Ik vind het essentieel dat de minister bij de RBZ in
Brussel is. Dat is dus een oproep aan onszelf.
Dan Oekraïne. De laatste Europese top was deels een succes, maar deels
ook teleurstellend, omdat het niet Rusland is dat betaalt met die
bevroren tegoeden. Mijn vraag is dus eigenlijk of dat nu definitief
opgegeven is. We hebben ook een akkoord gezien over de Europese
coalition of the willing voor veiligheidsgaranties. Heeft de minister
enig zicht op Poetins bereidheid om te komen tot een
staakt-het-vuren?
Dan over Iran. Ook mijn fractie is, samen met allen die zich hier hebben
geuit, zeer solidair met de moedige demonstranten in dat land. Het
regime is een van de meest vreselijke en is daarnaast financier van
terreur in de hele regio en wereldwijd; we hebben ook aanslagen in dit
land gezien. Ik vraag me het volgende af. Ik ben blij met de inzet van
de minister. Hij is bereid om te kijken naar sancties tegen de Iraanse
Revolutionaire Garde. Wij hoorden altijd dat dat moeilijk is met de
juridische grondslag. Zijn er wat dat betreft in Brussel dan inmiddels
al vorderingen? Of is de blokkade alleen maar politiek, bijvoorbeeld van
een land als Hongarije? Is de minister het met mijn fractie eens dat er
stevigere sancties zullen moeten komen en dat dat de manier is om druk
te zetten op het Iraanse regime en om de Iraanse bevolking te helpen?
Hoe kunnen wij eventueel actief bijdragen wat betreft de
internettoegang? Dat was volgens mij ook een vraag van de SP.
Dan over Gaza en de 37 humanitaire organisaties waarvoor het verboden is
daar te werken. Wat doet de minister daar vervolgens mee, los van de
veroordeling die ik heb gezien van deze minister? Hoe gaan we hiervoor
effectief druk zetten op de Israëlische regering?
Dan tot slot Syrië. Na vreselijke moordpartijen op alawieten zien we nu
in Aleppo wat er gebeurt met de Koerdische bevolking. Is de minister
bereid dit klip-en-klaar te veroordelen, te kijken naar toegang voor
humanitaire hulp, druk te zetten op de regering om dit te stoppen, en
burgers in Rojava actief in bescherming te nemen? Tot slot vraag ik me
af wat de analyse van de minister is van de rol van Turkije bij dit
geweld tegen onschuldige burgers.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Piri.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Over dat laatste punt verschilden mevrouw Piri en ik van mening toen het
ging over de vraag of het niet te vroeg was om de sancties op te heffen
en in de discussie over randvoorwaarden ter bescherming van die
minderheden bij het overmaken van geld. Het ging eerst om de alawieten,
toen om de druzen en nu om de Koerden. Je ziet gewoon dat Al-Jolani zijn
troepen ofwel niet onder controle heeft ofwel … Als hij die wel onder
controle heeft, is dat nog erger, denk ik, omdat hij het dan aanstuurt.
Mijn vraag is of mevrouw Piri het met mij eens dat, zoals wij vorig jaar
zeiden, het belangrijk is dat als de EU grote sommen geld overmaakt en
sancties verlicht, dat randvoorwaardelijk is en dat we die
randvoorwaarden te weinig geborgd hebben, met als gevolg heel veel leed
en heel veel slachtoffers. Mijn vraag is dus of mevrouw Piri het daarmee
is. Moeten we dat dan niet nu — er zijn gesprekken gaande; geld wordt
overgemaakt — wel doen, omdat we zien dat onze eerdere methodiek helaas
niet gewerkt heeft?
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik zou niet zo ver willen gaan door te zeggen dat de EU indirect
verantwoordelijk is voor de moordpartijen, wat bijna door de heer Ceder
in de mond wordt gelegd. Ik denk dat we allemaal blij zijn dat het
vreselijke regime-Assad weg is, dat we allemaal grote zorgen of twijfels
hebben over wat er nu komt en dat we allemaal maar hopen dat er iets van
stabiliteit komt in het land. Daarbij is het gewoon een hele moeilijke
afweging. Aan de ene kant kennen we natuurlijk wel degelijk het verleden
van de heer Al-Jolani. We weten ook dat er nog steeds veel groepen in
Syrië actief zijn. We zien ook het geweld. Tegelijkertijd hebben we te
maken met een bevolking met gigantisch leed. Door alle sancties konden
huizen niet worden opgebouwd en zijn er geen energievoorzieningen. Ik
zou zelfs zeggen dat het voor partijen die hopen dat Syriërs die terug
willen ook terug kúnnen, ook belangrijk is dat het land weer kan worden
opgebouwd. Tegelijkertijd hebben we een heel groot probleem — daar heeft
de heer Ceder gelijk in en ik ben ook benieuwd wat de analyse van de
minister is — als het zou worden aangestuurd vanuit Damascus en er
indirect of direct steun is bij grote moordpartijen en geweldpartijen
tegen met name minderheden. Dat is zeer zorgelijk. Ik denk dus dat het
ermee begint dat je dat veroordeelt en je daarover uitspreekt. Als je
hulp biedt moet je inderdaad kijken of je daar randvoorwaarden aan kan
verbinden die minderheden bescherming bieden.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik ben het overigens eens met de analyse van mevrouw Piri dat er gewoon
een dilemma is. Dat lag vorig jaar ook op tafel. Het is niet de eerste
keer dat we leed zien. Het zijn nu de Koerden. Daarvoor waren het de
druzen en daarvoor de alawieten. Wie weet welke groep de volgende keer
aan de beurt is. Christenen? Wij staan nu op het punt om heel veel geld
over te maken, uit mijn hoofd ongeveer 800 miljoen euro. Gezien het leed
dat je continu ziet, ben ik nu zover om te zeggen dat we het moeten
pauzeren totdat we hier goede afspraken met elkaar over kunnen maken en
totdat we helder hebben of deze milities vanuit Damascus aangestuurd
worden of dat er te weinig binding met Damascus is. Wij willen dus geen
geld overmaken naar een regering die het land niet onder controle heeft.
Zo ver ben ik, juist ter bescherming van die kwetsbare mensen. Ik heb
het niet over extra sancties; ik heb het over extra gelden die niet
overgemaakt worden. Ik vroeg me af of mevrouw Piri dat begrijpt en het
daar misschien ook wel mee eens is.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik begrijp het zeker. Ik weet alleen niet of het zo simpel is. Ik zeg:
voor miljoenen Syriërs, ook voor veel Syriërs in de regio die terug
willen, en voor stabiliteit is het essentieel dat dat land wordt
opgebouwd. Het is essentieel dat er iets van een centraal gezag is. Ten
goede van heel veel, miljoenen, Syriërs is het dus van belang dat er
geld gaat naar die wederopbouw. Ik vind het goed dat we daaraan
meehelpen. Tegelijkertijd is het essentieel om minderheden te beschermen
en druk op die bescherming te zetten. Ik weet gewoon niet zo goed — ik
twijfel erover — of de beste manier om die minderheden te beschermen is
om miljoenen Syriërs nu dat geld voor wederopbouw te onthouden. Ik vraag
oprecht of dat de beste, de effectiefste, methode is.
Ik ben ook benieuwd naar het volgende. De minister is volgens mij, ook
vanuit zijn andere "pet" als het gaat om asiel, enorm betrokken bij de
wederopbouw van Syrië. Ik ben benieuwd hoe hij dit ziet. Ik neem aan dat
deze zorgen ook bij dit kabinet leven.
De voorzitter:
Dan kijk ik nu even de heer Stoffer aan met de vraag of hij bereid is om
de voorzittershamer even te hanteren terwijl ik mijn inbreng namens de
PVV- fractie zal uitspreken.
Voorzitter: Stoffer
De voorzitter:
Met alle plezier, dus bij dezen: gaat uw gang. Ik schat in dat u vier
minuten heeft. Klopt dat? Dan houd ik dat bij.
De heer De Roon (PVV):
Ik heb dat nog niet bijgehouden, maar de griffier kijkt hier op de klok
en hij zal mij en ook u waarschuwen als de vijf minuten om zijn.
De voorzitter:
Vijf minuten. Dan heb ik mij te veel beperkt. U heeft vijf minuten. Gaat
uw gang.
De heer De Roon (PVV):
Goed, ik ga van start. Waar de Iraanse bevolking in groten getale op
zoek is naar vrijheid, grijpt het islamitische regime op de ouderwetse
manier naar grof geweld en onderdrukking. Honderden en mogelijk al
duizenden demonstranten zijn al door het regime als beesten afgemaakt.
De berichten over de aantallen variëren nogal. Het kleinste getal dat ik
zag, was 500. Ik zag 3.000, 12.000. Whatever it is, het is te veel. Door
de volgelingen van de gitzwarte islamitische revolutie, die al sinds
eind jaren zeventig een verstikkende deken over Iran hebben gelegd,
wordt nu ook weer dit geweld gepleegd. Dat brute geweld moet stoppen.
Bij de PVV zien we dan ook het Iraanse regime liever nog vandaag dan
morgen omvallen. Wat dat betreft sluit ik ook aan bij wat door de
diverse collega's hier aan tafel in die richting is gezegd.
We willen natuurlijk vanuit de Kamer graag dat onze regering daar iets
aan doet. We zijn natuurlijk maar een klein land, maar misschien kunnen
we toch iets doen. De minister heeft de ambassadeur laten ontbieden.
Vanuit de Kamer is nog gevraagd om daar in ieder geval vandaag een
bericht over te mogen ontvangen. Dat bericht houdt in: die ontbieding
heeft plaatsgevonden. Ik leid uit de formulering in dat briefje af dat
de minister de ambassadeur niet zelf heeft gesproken, maar dat het aan
een ambtenaar is overgelaten. Als ik het verkeerd zie, hoor ik dat
misschien straks.
De vraag is echter wat dit voor effect heeft op Iran. Ik heb het nog
eventjes uitgezocht. Beter gezegd: ik heb het laten uitzoeken. In de
afgelopen vijf jaar is de Iraanse ambassadeur maar liefst maar liefst
vijfmaal ontboden. Vijfmaal! In drie van die gevallen ging het om
liquidatiepogingen in Nederland en in de andere twee gevallen om
executies gepleegd in Iran. Geweld was de afgelopen vijf jaar dus al
drie keer de aanleiding om die ambassadeur te ontbieden. Verder was er
nog het geval van een Nederlands kind dat bij een aanval van Iran op
Erbil om het leven kwam. Dat was ook een reden om de ambassadeur te
ontbieden. En er is een gevaarlijke Iraanse aanval geweest op Israël,
wat ook een aanleiding was om de Iraanse ambassadeur te ontbieden. Dat
is dus vijfmaal, waarvan driemaal maar liefst vanwege dodelijk geweld
door Iran. Dan vraag je je af, althans, ik vraag mij dat af: maakt deze
zesde ontbieding die heeft plaatsgevonden ook maar enige indruk? Legt
het ook maar enig gewicht in de schaal? Zou het iets kunnen bijdragen?
Ik moet dan voor mijzelf tot de conclusie komen: ik denk het niet. Ik
denk niet dat Iran zich hier iets van aantrekt, want het bewind daar
ziet een veel groter gevaar. Dat gevaar willen ze tackelen en ze laten
zich daar niet van weerhouden doordat een ambassadeur in Nederland op
het matje is geroepen.
De PVV wil dan ook dat Nederland een krachtiger signaal gaat afgeven,
namelijk dat Nederland een voorbeeld stelt en alle Iraanse diplomaten
het land uitzet. Weg met die vertegenwoordigers van dat vreselijke
terreurregime in Teheran, dus zet de ambassadeur van Iran en zijn
diplomaten het land uit. Ik vraag mij trouwens ook af, en misschien wil
de minister daar ook op ingaan: wat hebben we er eigenlijk aan dat die
gasten hier zitten? Volgens mij helemaal niets. Graag hoor ik dus of de
minister bereid is die daadkracht te tonen in plaats van dat symbolisch
ontbieden van een ambassadeur.
Uiteraard moet er ook zo veel mogelijk voor eens en voor altijd
afgerekend worden met de Iraanse Revolutionaire Garde, die een hoofdrol
speelt bij het neerslaan van de protesten en het executeren van
demonstranten. Het zijn namelijk de slagers van de Revolutionaire Garde
die op dit moment gruwelijk huishouden en ziekenhuizen afstropen op zoek
naar gewonde demonstranten om ze vervolgens om het leven te brengen. Wat
wij kunnen en moeten doen, is deze fascisten nu eindelijk op de Europese
terreurlijst plaatsen. Dat moet door de EU gebeuren. Dat is dan ook mijn
vraag. Want dat de Iraanse Revolutionaire Garde nog steeds niet op de
EU-terrorismelijst staat, is voor de PVV onacceptabel. Wat mij betreft
moet het kabinet de diplomatieke druk maximaal opvoeren om dat in
Brussel voor elkaar te krijgen. Mijn vraag aan de minister is dan ook
wat Nederland tijdens de komende Raad en in aanloop daarnaartoe gaat
doen om die plaatsing nu eindelijk voor elkaar te krijgen.
Dan kom ik bij Venezuela. Ik kijk even naar de klok. Ik zie dat ik door
mijn tijd heen ben. Klopt dat? Ja, dat is het geval. Dan moet ik de rest
laten, maar ik vond Iran ook het belangrijkste punt voor vanavond.
Voorzitter, dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. U had op mijn klokje nog tien seconden, maar mijn klokje is
iets later ingesteld. Dank voor uw bijdrage. Ik kijk even rond of er
interrupties zijn. Dat is niet het geval. Dan draag ik het
voorzitterschap weer aan u over.
Voorzitter: De Roon
De voorzitter:
Dank u wel. Dan kijk ik even naar de minister, want er zijn heel veel
vragen gekomen. Hij zegt: 25 minuten. Ik schors de vergadering tot 18.40
uur.
De vergadering wordt van 18.13 uur tot 18.41 uur geschorst.
De voorzitter:
We gaan weer verder met dit debat. Ik zal in deze termijn van de
minister drie interrupties in tweeën toestaan per fractie. Uiteraard is
het woord nu in eerste instantie aan de minister.
Minister Van Weel:
Dank, voorzitter, en dank aan de leden voor hun inbreng in eerste
termijn. Ik zal na een heel korte algemene inleiding achtereenvolgens
ingaan op Iran, Syrië, Oekraïne en Rusland, Groenland, Israël en de
Palestijnse gebieden. Dan heb ik een kopje overig, waar nog zo'n dozijn
landen onder valt. Dat geeft geloof ik wel aan in wat voor wereld wij
ons op dit moment bevinden. Het is een enorm onstuimige wereld, een
roerige wereld, een wereld waarin de geopolitieke balans verschuift,
verandert, en dat gaat ook grote implicaties hebben voor onze
veiligheid.
Het werd al gezegd door onder anderen mevrouw Piri en mevrouw Van der
Werf: onze wereld wordt onveiliger en onvoorspelbaarder. De wereld
spreekt weer meer in de taal van macht dan in de taal van internationale
orde en recht. Ik vind daar wat van en ik vind dat wij ons moeten
blijven inzetten voor dat internationale recht en die internationale
rechtsorde. Maar wat wij daar ook van mogen vinden, wij zullen ons
moeten verhouden tot een wereld die spreekt in de taal van macht, en —
ik heb dat vorige week in het debat over Venezuela ook al gezegd —
daarin schiet de EU, en Europa in brede zin, op dit moment schromelijk
tekort.
In alle dossiers die hier langskomen zal terugkomen dat wij heel vaak
niet veel verder komen dan statements met een variërend level van
"concern" die wij hebben over situaties, dat wij "situaties nauwlettend
in de gaten houden" en dat wij, waar mogelijk, tot sancties komen. Maar
dat is onvoldoende om smaakbepalend te zijn in de conflicten die wij om
ons heen zien in de wereld van tegenwoordig. Daarom zie je ook dat de
rol van de EU er eigenlijk niet zo heel veel toe doet voor de oplossing
van de meeste van deze conflicten of bij verergering van de meeste ervan
of voor het voorkomen van de meeste ervan. Wij staan erbij, wij kijken
ernaar en wij vinden er wat van. Achteraf proberen we ons steentje bij
te dragen aan het opruimen van wat er veroorzaakt is of aan het lijmen
van dingen die gebroken zijn of aan het applaudisseren voor datgene wat
er bereikt is, in verschillende thema's in verschillende gremia.
Heel graag ga ik een breder debat met u aan over niet alleen de
Amerikaanse veiligheidsstrategie, maar ook over wat ik vind dat wij als
Europa moeten doen om ons nu zo snel mogelijk te wapenen, economisch en
militair gezien, maar ook politiek en structureel. Daarom ga ik nu ook
niet veel dieper in op de voorstellen van de heer Dassen naar aanleiding
van het voorstel van Europees Commissaris Kubilius. Dat verdient
namelijk een uitgebreid debat met uw Kamer.
Laat ik dan ook meteen van de gelegenheid gebruikmaken om het pleidooi
van mevrouw Piri te ondersteunen om te kijken of het niet toch mogelijk
is dat ik kan afreizen naar de Raad Buitenlandse Zaken. Die valt geheel
buiten de schuld van de griffie en uw Kamer samen met de
begrotingsbehandeling hier van Buitenlandse Zaken. Dat komt doordat het
Cypriotisch voorzitterschap de datum van de Raad Buitenlandse Zaken
heeft verzet. Maar als ik kijk naar alles wat daar nu op de agenda staat
en de aandacht die daarvoor is vanuit uw Kamer, dan zou het mij een lief
ding waard zijn om daar wel Nederland te kunnen vertegenwoordigen. Dan
ben ik bereid om mij verder waar nodig te plooien om dat binnen uw
agenda mogelijk te maken.
Voorzitter. Dat gezegd hebbende ga ik achtereenvolgens langs de landen
zoals ik ze heb aangekondigd. Ik begin met Iran, een situatie die wij
echt op de voet volgen. Die situatie heeft zich heel snel ontwikkeld,
maar is om diverse redenen ook moeilijk te volgen. Dat komt natuurlijk
doordat het regime het volledige internet heeft platgegooid. Naar
verluidt geldt hetzelfde nu ook voor alle telefoonlijnen, ook de vaste
telefoonlijnen, waardoor dus heel weinig communicatie mogelijk is.
Kunnen wij daar wat aan doen? Een aantal van u vroeg daarnaar. Nee,
helaas niet. Er is één klein lichtpuntje in het streven om met Iraniërs
te blijven communiceren, en dat is Starlink van Elon Musk, dat nu is
aangezet voor heel Iran. Je moet uiteraard wel een terminal hebben om
dat te kunnen gebruiken, zeg ik maar om hier aan te geven hoe fragiel
dit soort verbindingen zijn waar wij hier toch allemaal op rusten.
Het regime heeft dat natuurlijk gedaan om een aantal redenen. Dat is één
om de coördinatie tussen de demonstranten te verbreken en te zorgen dat
ze niet meer in staat zijn om af te spreken en niet meer in staat zijn
om informatie te delen, maar natuurlijk ook om enige vorm van
accountability te voorkomen en vreemde ogen van buitenaf weg te houden
van deze massale protesten. Dat zijn het namelijk: massale protesten, in
alle provincies van het land, nu al geruime tijd aan de gang, eerst
misschien nog gericht op de economische situatie, maar inmiddels veel
breder dan dat en ook gericht tegen het regime. Dat is wel degelijk een
heel groot doel van het regime. Dan weten wij niet wat daar gebeurt. Dan
kunnen zij hun eigen narratief vertellen. Dat narratief raakt kant noch
wal, maar daar zal ik zo wat over vertellen. Ze kunnen zo ongestoord
grof geweld inzetten tegen deze demonstranten.
Hoeveel doden er gevallen zijn, weet ik niet. Een Amerikaanse ngo die
gezien wordt als gezaghebbend, heeft het nu over 2.000, maar de getallen
van 12.000 en meer heb ik ook gehoord. Al zijn het er 2.000, dan zijn
dat alsnog ontzettend veel onschuldige mensen die hierbij het leven
hebben gelaten. Het einde hiervan is nog niet in zicht. Die zware
repressie vindt plaats vanuit het regime onder het mom van "buitenlandse
terroristen die hier de orde proberen te verstoren". Onze ambassadeur is
gebriefd door het Iraanse ministerie van Buitenlandse Zaken. Uit dat
narratief blijkt geen enkele zelfreflectie, geen enkele clementie voor
de legitieme zorgen van de bevolking en geen enkele wil om hier op een
andere manier mee om te gaan. Dat is voor mij gisteren de directe
aanleiding geweest om de Iraanse ambassadeur op het matje te roepen en
om andere Europese landen op te roepen om dat vandaag te doen. Een
heleboel landen hebben dat gedaan, net als de EDEO, de Europese Dienst
voor Extern Optreden.
Het heet "op het matje roepen", en dat doe ik, maar dat geschiedt niet
door mij in persoon. Dat zou ook te veel eer zijn. Het idee is dat deze
man in niet mis te verstane bewoordingen krijgt te horen hoe wij
aankijken tegen de situatie en dat hij dat terugrapporteert aan zijn
hoofdstad. Maakt dat impact? In diplomatieke kringen is dit een zwaar
middel, maar ik maak mij ook geen illusies en weet dat het Iraanse
regime zich van weinig iets aantrekt. Kijk maar naar hoe het omgaat met
zijn eigen bevolking en hoeveel stabiliteit het de afgelopen decennia
heeft gezaaid in de regio, zonder zich rekenschap te geven van enige
moraal of menselijkheid. Maar we moeten het wel doen. Het is een stap in
die ladder. Het is een stap die nu nodig is. Die draagt in ieder geval
bij aan de bewustwording voor het Iraanse regime dat alle ogen gericht
zijn op wat zij daar doen en dat wij daar een spoedige verandering in
willen. Ik duid dat excessieve geweld — dat doet onze ambassade, onze
mensen ter plekke, ook — als een zekere wanhoop van het regime. Ik
bedoel dat ze vrezen dat de geest uit de fles is en dat ze geen andere
uitweg zien dan daar met heel grof geweld op in te slaan. Dat geeft
natuurlijk ook weer hoop aan Iraniërs. Die hoop hoor je hier in de
diaspora, waar wij natuurlijk ook continu mee in contact staan, en ook
uit Iran zelf. Die hoop en die steun voor demonstranten moeten we
natuurlijk uitdragen. Dat doen we dan ook.
Wat doen wij nog meer naast het ontbieden van de ambassadeur? Wij zetten
zeker in op sancties. Daar heb ik de afgelopen dagen een heleboel
contact over gehad met de EU, maar ook met de collega's. Hoever kunnen
we daarin gaan? Er zal een pakket komen. Dat zal op de RBZ vermoedelijk
worden aangenomen. Dat pakket zal concrete cybersancties bevatten. Het
zal mensenrechtensancties bevatten tegen individuen. Het zal economische
sancties bevatten, al zijn dat er niet veel meer, omdat er door de jaren
heen al ontzettend veel economische sancties op Iran zijn komen te
liggen. Wat mij betreft gaan we ook voor het listen van de
Revolutionaire Garde, die ook hierin weer een hele kwalijke rol speelt,
op de EU-terrorismelijst. Er was nooit overeenstemming om dat te doen.
Daar kleven namelijk ook nadelen aan. Heel praktisch betekent het
eigenlijk dat je met zo'n organisatie helemaal niets meer kan doen, dus
ook geen contact kan hebben, terwijl de Revolutionaire Garde wel de
hoofdmoot is van het bestuur van dat land. Maar ik denk dat we nu het
moment hebben bereikt waarop we met z'n allen moeten zeggen: met deze
organisatie moeten we en willen we helemaal geen zaken meer doen; dit is
voor ons klaar. Ik hoop dat we die overeenstemming bereiken, maar we
hebben nog een week om dat voor elkaar te krijgen. Ik kan niet ingaan op
de vraag welke landen daar huiveriger over zijn dan andere. Maar wees
gerust wat betreft de landen die huiverig zijn, want die hebben wij
zeker scherp voor de bril. Die zal ik persoonlijk benaderen om te zien
of we daar beweging in kunnen krijgen.
In hoeverre de aankondiging van president Trump al geëffectueerd is,
weet ik niet. Op Truth Social is vaak de eerste aankondiging. Daarna
moet er formeel nog iets getekend worden. Maar de aankondiging dat alle
landen die nog zakendoen met Iran kunnen rekenen op tarieven en sancties
vanuit de VS, kan ook bijdragen. De economische situatie van het regime
is zwak. We weten allemaal welke landen nog wel zakendoen met Iran. Daar
een extra afschrikking op leggen en dat doen met sancties vanuit de VS
kan zeker bijdragen aan de verdere druk die het regime nu dient te
ervaren.
De heer Ceulemans (JA21):
Ik moet even een blokje terug. De minister zei terecht dat het ontbieden
van de ambassadeur een eerste stap is op een escalatieladder en liet
doorschemeren dat dat weinig indruk zal maken; dat constateerden we hier
eigenlijk ook in eerste termijn. Er zijn vervolgens natuurlijk wel
verdere stappen op zo'n escalatieladder mogelijk om de diplomatieke
banden verder aan banden te leggen, tot bijvoorbeeld het uitwijzen van
diplomaten, waar ook de heer De Roon aan refereerde. Zijn dat stappen
die de minister ook overweegt?
Minister Van Weel:
Ja, dat zijn stappen op die ladder. Die staan wel heel hoog op die
ladder. Daar is een reden voor, want op het moment dat wij alle
diplomatieke banden verbreken, dan gebeurt dat ook de andere kant op.
Dan dienen wij ook onze ambassade te sluiten. Dan zal onze ambassadeur
Iran uit worden gestuurd. Dan heb je nul communicatiekanalen meer,
terwijl we daar nog wel Nederlandse staatsburgers hebben, terwijl wij
nog wel behoefte hebben aan informatie en terwijl we nog wel de
boodschappen die we hebben, ook de negatieve boodschappen, over willen
kunnen brengen. Het echt compleet verbreken van alle diplomatieke
betrekkingen sluit ik zeker niet uit. We hebben dat bijvoorbeeld bij
Syrië gedaan in 2012. Nu zijn we die banden weer langzaam aan het
herstellen; daar komen we zo meteen over te spreken. Maar daarvoor vind
ik het nu te vroeg. Ik zeg "te vroeg" vooral vanuit ons eigen
belang.
Ik had het al even over de VS. Wat gaan de VS verder doen. Een aantal
van u had daar vragen over. Een aantal vroeg aan mij of ik daar al een
oordeel over zou kunnen hebben voordat het gebeurt. Het eerlijke
antwoord is: ik heb geen idee. Ook ik volg het nieuws zoals het nu
binnenkomt. Net voordat wij aan dit debat begonnen, was er een
mededeling van president Trump. Hij zei: help is on its way. Zojuist heb
ik iets van een inkleuring gezien, maar ook dat was weer in een tweet
van senator Lindsey Graham, die al jarenlang nauw betrokken is bij Iran
en die mogelijk een glimp werpt op wat er zou kunnen gebeuren. Maar ik
weet het niet. Ik weet het niet. Ik weet wel dat een hoop mensen in de
Iraanse diaspora en in Iran daar hoop uit putten. Zij hopen dat hier nu
wél steun komt. Maar ik kan daar nu dus geen oordeel over hebben. Ik
weet ook niet wat er al dan niet gaat gebeuren. Wij zijn in ieder geval
niet van plan om militaire actie te ondernemen. We zijn ook niet
betrokken bij datgene wat de VS al dan niet van plan zijn te gaan
doen.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Volgens mij is het overduidelijk: die demonstranten hebben geen wapens;
de Revolutionaire Garde en andere milities daar hebben die wel. Als er
geen steun komt, bewapening van de bevolking of externe steun, al dan
niet via een VN-mandaat, dan zal deze opstand bloederig neergeslagen
worden, met heel veel doden, en zal het regime het weer overnemen. Een
ander scenario zie ik niet. Als ik de stappen die de minister neemt,
hoor en doorberedeneer, is dat het scenario waar we op koersen. Klopt
dat? Klopt het dat de demonstranten geen wapens hebben en het dus een
kwestie van tijd en heel veel doden is voordat deze opstanden
neergeslagen worden en het regime uiteindelijk de macht zal herpakken,
zonder interventie op welke wijze dan ook? Is dat de analyse, zonder
daar op dit moment een waardeoordeel aan te geven?
Minister Van Weel:
Dat is een van de uitkomsten, maar zeker niet de enige mogelijke
uitkomst. Er zijn echt wel situaties denkbaar. Naar analyse van degenen
die er het meeste verstand van hebben, zijn er nu zaken gaande die nog
niet eerder bij protesten hebben gespeeld, ook niet in 2022, toen er
voor het laatst op grotere schaal protesten waren. Dat kan er ook toe
leiden dat een regime op een gegeven moment ofwel toegeeft en de
noodzaak tot transitie ziet, ofwel de benen neemt. Ook dat hebben we
gezien. We hebben gezien hoe snel Assad in één keer verdwenen was uit
Syrië, maar niet op een moment dat wij dat hadden bedacht tien jaar
geleden. Dit soort situaties zijn dus heel onvoorspelbaar. Wat betreft
de vraag of je op dat moment wapens zou moeten gaan leveren — we hebben
dat in Syrië weleens gedaan, met gemengd resultaat — of militair zou
moeten ingrijpen om een regime onder druk te zetten of zelfs te
vervangen: dat zijn hele grote vraagstukken, die zich onder het
internationaal recht heel moeilijk laten inkaderen. Een
VN-Veiligheidsraadresolutie over de opstand in Iran gaat er niet komen.
Ik denk dat de P5 ook hebben bedacht dat dit niet de route is om te
bewandelen. Maar we kunnen niet uitsluiten — daar hebben we het over
gehad — dat er wel degelijk een actie van de Verenigde Staten kan komen,
ook een militaire. Dan zullen we ons daartoe verhouden.
Dit is een deel van die machteloosheid die wij voelen. We voelen
machteloosheid omdat wij, buiten het geven van statements, het zetten
van druk en het invoeren van sancties, heel weinig drukmiddelen hebben
om een doorslaggevende rol te kunnen spelen in deze situatie. Richting
de landen die dat wel kunnen, voelen wij ook een voorzichtigheid als het
gaat om de oordelen daarover, omdat dingen heel vaak niet geschieden
volgens de letter van het systeem zoals wij dat met z'n allen hebben
bedacht. Dat is die worsteling. Dat is een deel van die grote discussie
waar ik het ook heel graag met u over wil hebben: wat betekent dit nou
voor de rol van Europa, ook wat betreft conflictbemiddeling en het
brengen van stabiliteit in de regio's om ons heen?
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel voor het schetsen van de mogelijke paden. Ik mis hierin wel
de rol van de EU. De minister geeft aan dat de Veiligheidsraad geen
optie lijkt te zijn, maar volgens mij zou binnen Europa bijvoorbeeld
Frankrijk wel wat kunnen betekenen, mits het dat zou willen. Dat geldt
ook voor andere Europese landen. Ik proef een beetje dat het blijft bij
stappen waarvan wij weten dat die de demonstranten niet op korte termijn
gaan helpen en dat er eigenlijk op wordt geanticipeerd dat de Amerikanen
een aanval zullen plegen, die dan door Europa wel of niet veroordeeld
wordt. Maar Europa doet zelf niets, terwijl het wel stappen zou kunnen
nemen. Ik zeg niet dat Europa moet gaan interveniëren met een militaire
aanval, maar een vergadering binnen de VN zou toch moeten kunnen, als
dat het gremium is waarin we dit soort dingen met elkaar bespreken en
entameren? Die is tijdens de oorlog in Gaza ook vrij snel van de grond
gekomen. Ik vraag me dus af of Europa echt niets kan doen of dat Europa
constateert dat het momenteel niet in zijn belang is om iets te doen. Ik
zie namelijk wel degelijk mogelijkheden. Waar een wil is, is een weg.
Dat hebben we ook gezien bij de conflicten die de afgelopen vijf jaar
speelden. Daarom vraag ik de minister: bent u bereid om, uiteraard met
andere landen, te kijken of er binnen de VN-Veiligheidsraad zo snel
mogelijk een gesprek gevoerd kan worden? Zo niet, kunt u dan aangeven
waarom dat niet het geval is en welke conclusie u daaruit trekt?
Minister Van Weel:
Omdat het in dit geval volstrekt zinloos is. Volstrekt zinloos! Het is
een illusie om te denken dat daar ook maar iets uit zou komen. Het gaat
om een intern conflict in Iran tegen een regering waarvan de
legitimiteit internationaal op dit moment niet wordt bestreden. Ook wij
hebben daar nog diplomatieke betrekkingen mee. Het is een illusie om te
denken dat er iets zou kunnen worden besproken wat zou kunnen leiden tot
enige vorm van actie. Dat is ook waarom niemand dat doet. Dat betekent
dat je inderdaad nog maar heel weinig andere paden over hebt. Je kan
zeggen: we accepteren dit niet en we grijpen in. Dat zou een mogelijke
route van de Verenigde Staten kunnen zijn. Die kunnen zeggen: sorry,
maar dit gaat me te ver.
Ook wijzelf hebben in het verleden een aantal van dit soort dingen
gedaan. Denk aan Syrië. Wij hebben ook gewapende groeperingen gesteund
tegen het regime van Assad. Dat deden we overigens pas op het moment dat
we daar alle banden mee hadden verbroken. We hebben daar ook gezien hoe
complex dat kan zijn. We hebben gezien hoe onze wapens zijn beland in
handen van groeperingen en organisaties waar we die liever niet hadden
gezien. Uiteindelijk heeft de oorlog in Syrië nog zo'n dertien jaar
geduurd. Daar hebben we nu ook te maken met een wankel regime, maar daar
komen we zo meteen ook nog op.
Ik kan dus niet heel veel anders doen dan al die dilemma's, al die voor-
en nadelen, schetsen. Dat doe ik ook om wat koud water te gooien op
voorstellen die ervan uitgaan dat we met diplomatie, of met de Verenigde
Naties, heel veel kunnen betekenen in dit soort conflicten. Dat is niet
het geval. Dat doet me soms pijn, want dat is niet hoe we het bedacht
hadden. Dat is niet hoe we in 1949 zijn begonnen aan dit avontuur. Maar
dat is wel waar we nu zijn.
De voorzitter:
De minister kan verdergaan met zijn betoog. O, mevrouw Piri heeft nog
een vraag.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik ben het eens met de minister over de analyse. Als je kijkt naar de
samenstelling van de Veiligheidsraad, kunnen we helaas op geen enkel
groot meer conflict volkenrechtelijk mandaat krijgen. We hebben
natuurlijk decennialang discussies gehad over the Responsibility to
Protect. Dan zou je denken dat je daar voor heel veel landen en
conflicten een verhaal over zou kunnen houden. Dat gaat van Sudan tot
Gaza en Syrië onder Assad. Denk aan alle massamoorden. Ik denk dat je nu
met betrekking tot Iran daarover ook een heel legitiem debat kunt
hebben. Maar de laatste militaire ingreep van Amerika in Venezuela ging
helemaal niet over the Responsibility to Protect. De Amerikaanse
president was er zelf klip-en-klaar en heel duidelijk over dat het niks
te maken had met mensenrechten of een autoritair regime. Ik begrijp dus
aan de ene kant het internationale systeem. Met de wereld zoals die nu
is met blokken, gaat het de komende decennia waarschijnlijk ook heel
moeilijk worden. Ik vind dat de minister ook wel duidelijk kan maken dat
als het gaat om de twee landen die nu dreigen met militair ingrijpen,
dat waarschijnlijk niks te maken heeft met the Responsibility to
Protect, maar dat daar geopolitiek doelen achter zitten.
Minister Van Weel:
Zeker, dat is wat grootmachten in de kern plegen te doen, maar die twee
kunnen wel over elkaar liggen. Het mag duidelijk zijn dat Amerika al
decennialang problemen heeft met Iran, met Iraanse invloeden wereldwijd.
Die Iraanse invloeden strekten zich ook uit tot Venezuela. Het
geopolitieke belang van een grootmacht is dus om die invloed van Iran
wereldwijd terug te dringen en ervoor te zorgen dat het geen actor en
factor van belang meer is. Er zijn stappen gezet. Kijk naar Hezbollah
dit jaar. Kijk naar de invloed van Iran in Syrië. Kijk naar Hamas. Kijk
naar wat er op dit moment in Jemen gebeurt. Vanuit de geopolitiek van
een grootmacht bezien, is dat een hoofddoelstelling. In dit geval zou er
een overlap kunnen ontstaan, waarbij je zegt: ja, hier wordt nu een
regime gestopt tijdens het vermoorden van onschuldige demonstranten van
een bevolking. Dan liggen die twee over elkaar, maar ik wilde zeker niet
zeggen dat elke actie van een grootmacht gericht is op het bevorderen
van mensenrechten. Dat zou ik zeker niet willen bepleiten. We komen zo
meteen op Groenland. Dat is weer een hele andere casus, denk ik. Daar
kun je ook weer geopolitiek naar kijken, maar daarbij is er geen enkele
link met mensenrechten of de bescherming daarvan.
De voorzitter:
Mevrouw Piri?
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ja, aangezien de interrupties per twee gaan en anders verlies ik er maar
een. Over dat punt zijn we het in ieder geval wel eens. Stel dat je nu
kijkt naar een mogelijke militaire aanval. In juni is er natuurlijk ook
een paar dagen oorlog geweest tussen Israël en Iran. Je zag daarbij dat
de bevolking van Iran zich op dat moment veel meer achter het regime
ging scharen. Kan de minister zich ook voorstellen dat een buitenlandse
militaire inventie in plaats van een verzwakking van het regime
misschien juist ook een tegenovergesteld effect kan hebben, zeker als
het alleen maar blijft bij bombarderen?
Minister Van Weel:
Dat kan en dat zullen zeker de dilemma's zijn die daar ook worden
gewogen, net zoals de dilemma's van regime change zijn meegewogen in de
operatie die uiteindelijk in Venezuela is uitgevoerd. Ook als je dat zou
willen doen, is het dus nog maar de vraag hoe je dat doet zonder dat je
daar langdurig aanwezig bent met boots on the ground; dat wil president
Trump sowieso niet. Dat gaat niet gebeuren, dus moet je afwegen of je
daar met wat je wel doet, zorgt voor meer steun voor het regime of dat
het breekpunt nu geweest is en het regime weg kan. Lukt dat dan militair
— ook dat is natuurlijk nog maar de vraag — en wie dan? We weten
allemaal vanuit Irak dat als je alle structuren van een bestaand regime
weghaalt, je nog weleens grotere chaos kan creëren dan je voorafgaand
eigenlijk had. Dus dit zijn hele grote vraagstukken. Nogmaals, wij
zitten in Europa helemaal niet op dit spoor op dit moment. Voor ons is
nu het spoor om binnen de kaders waarmee wij werken de druk diplomatiek
en op het gebied van sancties op te bouwen, en ons helder te blijven
uitspreken, ook over het respect voor de Iraanse bevolking. Dit was,
naar aanleiding van uw vraag, meer een inkijkje in hoe ik denk dat er in
Washington zou kunnen worden gedacht.
De vraag is: wat kunnen we nog meer doen met betrekking tot het
maatschappelijk middenveld? We zetten daar al jaren vol op in. We hebben
hele goede contacten met organisaties daar. Die proberen we ook in deze
moeilijke tijden overeind te houden. Het internet is niet meer online,
telefoonverbindingen vallen weg en ambassades worden ongetwijfeld in de
gaten gehouden, dus je moet voorzichtig zijn met wie je waar ontvangt.
Het is moeilijk om daar nu acuut wat mee te doen. In de openbaarheid
zeggen we meestal ook niet welke organisaties we op welke manieren
steunen, maar natuurlijk proberen we die op dit moment zo goed en kwaad
als het kan bij te staan en overeind te houden.
Voorzitter. Ik denk dat ik daarmee alle vragen, meer in den vrije, ben
langsgelopen.
De voorzitter:
Ik ga even kijken of dat zo is. Mevrouw Dobbe heeft nog een vraag.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik heb in ieder geval nog een interruptie. Ik heb goed geluisterd naar
wat de minister allemaal heeft gezegd. Het beeld dat wordt geschetst …
In mijn inbreng begon ik ermee dat het internationaal recht en de
internationale rechtsorde een project is waaraan je moet blijven werken.
Het is niet af of perfect, maar je moet er wel aan blijven werken. Deze
minister schetst een heel naargeestig beeld. Het waren niet zijn
woorden, maar ik interpreteer ze als volgt: "Op het moment dat het
internationaal recht wordt geschonden, kunnen we er wel een slap tweetje
uit doen, maar dat zal niet genoeg zijn. De rol van de EU doet er niet
zo veel toe, want die staat erbij en kijkt ernaar. Het heeft ook geen
zin om de VN bij elkaar te roepen, dus dan doen we het maar niet." Maar
je moet er toch aan blijven werken? Je moet toch juist het voortouw
nemen om hierin initiatief te nemen? Als er nu een militaire interventie
of aanval komt van de VS op Iran, dan moet je die toch veroordelen? Dat
staat nog los van wat je van het regime daar vindt, want dat is een
hartstikke fout regime. Wat ze nu doen met de demonstranten is echt
schandalig. Dat is al heel lang schandalig. We moeten niet achteraf maar
vooraf zeggen: ho, we zien dit aankomen en dit kan zo niet. Is deze
minister daartoe bereid?
Minister Van Weel:
Dat zou weer een volgend statement zijn, boven op de statements die we
al hadden, over een actie die bovendien nog helemaal niet heeft
plaatsgevonden. Ik wil echt niet vervallen in cynisme of doemdenkerij,
maar als de EU verzandt in een machine die zich alleen maar uitspreekt
over zaken en verder nergens meer echt een rol in speelt, dan staan we
naar mijn mening op het menu van de geopolitiek in plaats van dat we aan
tafel zitten. Ik zie dat in al deze conflicten gebeuren. De EU of de
Europese landen zaten niet aan tafel bij het bereiken van het
staakt-het-vuren voor Gaza. Dat was een deal tussen de Verenigde Staten,
Israël en een groot aantal landen in het Midden-Oosten. De EU zit niet
aan tafel als er wordt gesproken over het beëindigen van de wreedheden
in Sudan. Dat gebeurt met de Quad. Als het gaat om de Grote Merenregio,
dan zit de EU ook niet aan de tafel waar het gebeurt. Amerika en de
betrokken landen proberen te komen tot een deal. De EU is belangrijk
voor het overeind houden van Oekraïne en voor elementen van de
vredesdeal, maar of die deal er gaat komen of niet gaat uiteindelijk
afhangen van de druk die Amerika gaat leggen op Rusland. We komen daar
zo meteen nog over te spreken.
Across the board is dit de realiteit waarmee we te maken hebben. We zijn
een enorm rijk continent met 460 miljoen mensen, dus er is ontzettend
veel werk aan de winkel om ervoor te zorgen dat we wel een relevante rol
spelen, dat we wel gehoord worden en dat we wel druk kunnen uitoefenen
op de manier die we willen, volgens de regels van het internationaal
recht. Maar dat vereist wel werk. Dat vereist het opbouwen van een
economische macht en dat vereist het beschermen van je eigen economie.
Mevrouw Piri noemde al wat er op dat gebied gebeurt in relatie tot
China. Onze afhankelijkheden zijn steeds groter geworden, wat ons minder
stemrecht geeft in de wereld van de geopolitiek. Het is allemaal met
elkaar verbonden. We zien dat onze invloed in onze achtertuin, in
Afrika, enorm is afgenomen in de afgelopen jaren, omdat grootmachten
zoals Rusland en China daar met grof geweld en zonder enige normen en
waarden naar binnen gaan en deals sluiten die slecht zijn voor landen
maar goed voor regimes. Het gaat dus niet goed. Het gaat gewoon niet
goed met wat wij met de wereld willen bereiken en hoe we daar invulling
aan geven. Als ik iets kan betekenen om een kickstart te geven, zou dat
mijn streven zijn. Zie dat grote debat dat ik graag wil hebben met uw
Kamer over hoe we de EU nu op een pad kunnen zetten waarin we wel weer
meetellen, waarin we wel kunnen bouwen aan de internationale rechtsorde,
we kunnen zorgen dat die ook weer relevant wordt en we die ook weer
kunnen afdwingen. Maar het is nu even niet waar we staan en het is ook
niet waar we staan met betrekking tot Iran.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik snap wat de minister zegt, maar het is natuurlijk ook zo dat op het
moment dat we afwachten wat de VS doen … Dat doen we bij bijna alles wat
er nu gebeurt in de wereld. Als het gaat over Gaza, hebben wij afgewacht
tot de VS wat gingen doen. Daar hadden we zelf ook veel meer kunnen
doen, maar dat hebben we niet gedaan. Ook als Nederland hebben we daar
niet het initiatief toe genomen. Als het gaat over Oekraïne, hebben we
hier ook voorstellen gedaan om ons in ieder geval in te zetten binnen de
EU voor vredesonderhandelingen. Dat hebben we niet gedaan, maar we
hebben gewacht op Trump. Dat heb ik ook in de debatten genoemd: laten we
niet wachten op wat Trump doet, maar laten we dat zelf proactief doen.
Dat wilde de minister niet, maar de Kamer trouwens ook niet. En nu zien
we dit gebeuren in Iran. We zien dat daar mogelijk een militaire
interventie komt. Dat is niet omdat ik dat verzin, maar dat is alles wat
we lezen en alles wat we vanuit de VS horen. Op het moment dat we alleen
maar afwachten, lopen we altijd overal achteraan. Ik vraag deze minister
om initiatief te nemen voordat er dingen gebeuren, en te zeggen: dit
accepteren wij niet, ook als EU niet. Ik vraag hem om daar nu mee aan de
slag te gaan en niet af te wachten tot het is gebeurd, waarna hij alleen
nog maar kan tweeten.
Minister Van Weel:
Nou, ik ga ook niet vooraf tweeten over acties die niet gebeurd zijn,
over acties waarop ik geen enkele invloed heb, waarbij de Verenigde
Staten zich in ieder geval niets gaan aantrekken van wat de Europese
landen al dan niet vinden van de acties die zij voornemens zijn uit te
voeren, zonder dat we weten wat die acties zijn en die bovendien door
een deel van de Iraanse bevolking nu met smart worden afgewacht. Ik zei
het ook net: dat is het ontzettende moeilijke in dit soort situaties; je
moet kijken waar het verschil ligt dat je kan maken. Ik zeg dat het
verschil dat wij als EU nu kunnen maken — dat is waarom we ons daarop
focussen — die sancties zijn, het opvoeren van die druk en het houden
van contact met de Iraanse bevolking en steun uitbrengen voor de
demonstranten. Dat is onze circle of influence. We zitten nu heel vaak
te praten over die circle en commentaar te leveren vanaf de tribune van
de wereldpolitiek, terwijl we dat veld op moeten. Maar op dit moment is
onze rol daarin te beperkt. Die moet groter. Maar die moet je dan wel
gaan bouwen.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Ik heb nog één vraag die volgens mij niet is beantwoord, over het actief
contact houden met de diaspora in Nederland. Ik hoop niet dat dit als
een interruptie telt.
Minister Van Weel:
Sorry, ik zei het in een bijzin in mijn betoog: we hebben ontzettend
veel contact met de diaspora. Dat hebben we ook en dat heb ik zelf ook.
En natuurlijk word ik ook persoonlijk benaderd door mensen die of een
Iraanse afkomst of een grote affiniteit daarmee hebben. Die signalen
bereiken ons. Dat zijn ook hele belangrijke signalen. Zeker nu met de
weinige communicatiemiddelen die er zijn, zijn dat waardevolle signalen
over wat er daar op dit moment echt op de grond gebeurt. We nemen die
allemaal tot ons en we houden die dialoog open. Het zijn overigens
verschrikkelijke beelden van het extreme geweld dat gebruikt wordt, die
we daarvan binnenkrijgen — maar dat zal u ook gewaargeworden
hebben.
De heer Van Baarle (DENK):
De minister had het erover dat er waarschijnlijk bij de komende RBZ een
aanvullend sanctiepakket aangenomen zal worden dat gericht is op het
stoppen van het geweld tegen vreedzame demonstranten. Het is goed dat
dit gebeurt, maar ik ben benieuwd naar wat de minister kan zeggen over
wat de inhoud van die sancties waarschijnlijk zal zijn. Een van de
manieren om nu praktisch druk uit te kunnen oefenen is door als Europa
te besluiten dat we maximaal alles zullen inzetten, zodat alle mogelijke
persoonlijke sancties getroffen zullen worden tegen welke
verantwoordelijke dan ook en in welke lijn van de hiërarchie dan ook,
voor het gebruiken van geweld tegen vreedzame demonstranten. Is het de
intentie dat die maximale ruimte gepakt gaat worden?
Minister Van Weel:
De diverse landen kunnen nu sanctievoorstellen aandragen. De Europese
Commissie maakt daar een pakket van. Dat zal deze week dan nog door de
lijn gaan. Uiteindelijk moet iedereen het daarover eens worden. Daar
staan zeker ook individuele, persoonlijke sancties op voor
mensenrechtenschendingen, ook tegen mensen van het regime. We hopen dat
die de eindstreep halen.
De heer Van Baarle (DENK):
Mij gaat het erom dat de minister er nu vanuit zijn positie alles aan
doet om ervoor te zorgen dat er sancties komen tegen personen die
verantwoordelijk zijn voor het gebruik van misdadig geweld tegen
vreedzame demonstranten, wie dat dan ook zijn. Daar zou ik graag een
bevestiging van de minister op willen. Als het gaat om aanvullende
sancties op economisch gebied … Er zijn uiteraard in Europees verband al
erg veel sancties getroffen. Wat gaat deze minister voorstellen? Waar
moet ik dan aan denken? Welke sancties zijn er op dat gebied überhaupt
nog mogelijk? Of gaat de minister secundaire sancties voorstellen?
Minister Van Weel:
Nee, wij doen niet aan secundaire sancties, dus het zullen primaire
sancties moeten zijn. Er zijn nog wel gebieden waarop we dat kunnen
doen, ondanks dat er al een heel zwaar sanctieregime ligt. Op uw eerste
vraag zeg ik: ja, er wordt ook gekeken naar mensenrechtenschendingen en
het sanctioneren van personen op basis daarvan. Nogmaals, ik kan nu nog
niet vooruitlopen op de vraag hoe dat pakket eruit komt te zien als we
er volgende week over besluiten. We zitten nu in de inventarisatiefase.
We zullen zien hoe we dat kunnen optuigen. Een week is nog lang. Ik had
het uiteraard liever eerder gezien, maar zo lang duurt het proces. Als
er eerder aanleiding is om daar wijzigingen of anderszins in aan te
brengen, dan gebeurt dat natuurlijk ook.
De voorzitter:
Ook de heer Ceulemans heeft een vraag.
De heer Ceulemans (JA21):
Ja, als dit het einde van het Iranblokje was. Ik heb een vraag die is
blijven liggen. Misschien dat ik die techniciteit kan herhalen. Het was
een open vraag over de oppositiegroeperingen in Iran. Er is nu
natuurlijk een vrij duidelijk gezicht dat daar, in ieder geval naar
buiten toe, een prominent onderdeel van is. Het bestaat tegelijkertijd
ook uit meerdere gedaanten. Wat kan de minister daarover zeggen? Om
welke groepen gaat het? Wat zijn de achtergronden daarvan? Wat kan hij
zeggen over het draagvlak daaromtrent?
Minister Van Weel:
Dat is een heel complex beeld. Het strekt ook een beetje ver om dat hier
in het debat helemaal uit de doeken te doen. Ik zit even te denken. Ik
kan sowieso in het verslag van de RBZ voor u meenemen hoe wij dat
schetsen. Maar u heeft zeker gelijk dat er niet één figuur is die heel
breed wordt gedragen door het Iraanse volk als zijnde de
vertegenwoordiger, al zijn er wel een paar personen — laten we de zoon
van de sjah dan niet nemen — die daar natuurlijk wel kunnen rekenen op
grote steun. Maar het is geen onverdeeld beeld.
De heer Ceulemans (JA21):
Dat begrijp ik. Daar kunnen we tot twaalf uur vannacht over doorgaan,
maar ik maak graag gebruik van de toezegging die de minister doet om
daarop terug te komen in het verslag.
De voorzitter:
Waarvan akte. Minister, u kunt volgens mij nu weer verder met uw
betoog.
Minister Van Weel:
Dank. Dan gaan we door naar Syrië. Dat is ook weer geen eenvoudige
opgave. Eigenlijk is het debat dat de leden Ceder en Piri met elkaar
hadden de essentie van mijn betoog. Ik denk dat we allemaal blij zijn
dat Assad vertrokken is, dat het regime is gevallen en dat er geen
sprake zal zijn van terugkeer daarvan. We hebben allemaal gezien welke
verschrikkingen daar door Assad zijn aangericht in die decennia.
Tegelijkertijd bevinden we ons nu ook niet in een ideale situatie. We
hebben te maken met Al-Sharaa. We kennen allemaal zijn achtergrond. Maar
we willen ook niet dat Syrië opnieuw uit elkaar valt in fracties. We
willen ook niet dat er opnieuw een burgeroorlog uitbreekt in Syrië. We
willen ook niet dat Syrië opnieuw een vrijhaven wordt voor terrorisme,
zoals het natuurlijk was in de tijd van ISIS. Ook ISIS is natuurlijk nog
niet volledig weg. Onze beste hoop is op dit moment het regime van
Al-Sharaa. Als je dat een kans wil geven, dan zul je het regime een kans
moeten geven om dat land, dat compleet in puin ligt en economisch
volledig is afgebroken, op te bouwen. Dat zul je ook moeten doen als je
wil dat de bevolking uiteindelijk terugkeert naar dat land. Heel veel
mensen zijn inmiddels teruggegaan naar Syrië vanuit Turkije en
omliggende landen, maar het is op dit moment ontzettend moeilijk om die
mensen een baan en onderdak te geven en om de economie weer op te
bouwen. Dat is waarom we — niet alleen Europa, maar ook de landen in de
regio en de Verenigde Staten doen dat — nu al ons geld inzetten op het
laten slagen van dit traject en het voordeel van de twijfel geven aan
dit regime om het land bij elkaar te houden.
Dat gaat met ups en downs. Dat gaat op sommige punten met verzoening en
op andere punten met doorbraken. Denk aan het toetreden van het Syrische
regime aan de coalitie tegen ISIS. Dat gaat ook met negatieve
gebeurtenissen. We hebben eerder de druzen en de alawieten gehad. Nu
hebben we in Aleppo de clashes gehad tussen gewapende Koerdische
groeperingen en troepen die gelieerd waren aan het regime. Het beste wat
we in dit soort gevallen als internationale gemeenschap kunnen doen, is
de Syrische regering daarop aanspreken en blijven hameren op
inclusiviteit, het beschermen van minderheden en burgers, en het zo snel
mogelijk beëindigen van de vijandelijkheden.
Inmiddels is het in Aleppo weer rustig. Er zijn burgerdoden gevallen in
Aleppo. Dat is uiteraard zeer te betreuren, net als de doden onder de
gewapende partijen. Zien wij een risico op escalatie met de Koerden? Op
dit moment niet. Er is vanuit de familie Barzani contact met het
Syrische regime, ook om te zorgen dat deze gewapende clashes —
"schermutselingen" is een te klein woord — niet ontaarden in een breder
conflict. Iedereen beseft dat als dat gebeurt, de eenheid van Syrië
permanent op het spel staat. Als de eenheid van Syrië op het spel staat
en het land uiteenvalt langs etnische lijnen, hebben we de komende tien
jaar de situatie die we de afgelopen tien jaar ook hebben gehad, maar
dan waarschijnlijk met een grotere macht. Dat beseft het regime in
Damascus overigens ook. Zij beseffen ook wat er op het spel staat en
zijn dus ook ontvankelijk voor die boodschap.
Dat is ook de reden waarom wij recentelijk een aantal bezoeken hebben
afgelegd. Zo is onder anderen de staatssecretaris voor Buitenlandse
Handel en Ontwikkelingshulp daar langs geweest om te kijken hoe we
kunnen bijdragen aan de wederopbouw van Syrië en aan de normalisering
van de situatie daar. Dat is ook gericht op de terugkeer van mensen
vanuit Nederland, zeg ik tegen mevrouw Piri. Die mensen leven nu vaak in
onzekerheid over of zij wel of geen verblijfsvergunning krijgen.
Uiteindelijk is ons doel natuurlijk om de situatie in Syrië zodanig te
verbeteren dat ze daar weer een stabiel leven kunnen opbouwen.
Ik heb contact gehad met mijn collega en de premier heeft nu een aantal
keer gesproken met Al-Sharaa. Ik vermeldde het bezoek van de
staatssecretaris voor Buitenlandse Handel al. Samen met andere Europese
landen proberen we nu op een voorzichtige manier met deze boodschap,
maar ook met geld, want zonder geld kan het land niet op de been
geholpen worden, te helpen waar dat kan, maar hen tegelijkertijd ook aan
te spreken wanneer excessen zoals in Aleppo plaatsvinden. Op de vraag of
hier Turkse troepen bij betrokken waren en of dit troepen van het regime
of daaraan gelieerde troepen waren, moet ik het antwoord helaas schuldig
blijven. U heeft daar Kamervragen over gesteld en die worden zo spoedig
mogelijk beantwoord. Dan kunnen we in iets meer detail ingaan op de
gebeurtenissen daar. Het water is in ieder geval hersteld in Aleppo. Ook
de publieke diensten worden hersteld. De VN zeggen dat er tot nu toe
30.000 mensen weer zijn teruggekeerd naar hun huis. In die zin lijkt de
situatie in Aleppo zich te stabiliseren.
Ik denk dat ik daarmee de meeste vragen over Syrië beantwoord heb,
voorzitter.
De voorzitter:
Ik zie dat mevrouw Van der Werf nog een vraag heeft.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Ik had gevraagd of de minister contact heeft gehad met zijn Syrische
ambtgenoten en of hij hen ook heeft aangesproken.
Minister Van Weel:
Dat hebben we niet gedaan. Dat hebben we wel gedaan via onze
Syrië-gezant, die regelmatig contact heeft met de autoriteiten. Ik heb
zelf tot nu toe slechts één keer contact gehad met mijn Syrische
collega. Dat was in de zijlijn van de Algemene Vergadering van de VN in
september. Hopelijk kan ik hem volgende week in Davos opnieuw ontmoeten.
Dan zal ik uiteraard ook deze aspecten van de relatie onder de aandacht
brengen.
De voorzitter:
Het lijkt voldoende zo, dus dan kunt u nu weer verder met het volgende
blokje.
Minister Van Weel:
We hebben nog een aantal brandhaarden te gaan. Dit is uiteraard een hele
belangrijke, namelijk Oekraïne en de stand van zaken daar. De situatie
in Oekraïne is ontzettend moeilijk op het moment. Het is hartje winter
en de Russen proberen met man en macht de energie-infrastructuur in
Oekraïne, zowel in Kiev als in Odessa, zo veel mogelijk uit te
schakelen. Helaas zijn ze daar behoorlijk succesvol in, zo succesvol dat
er inmiddels opgeroepen is om Kiev te verlaten als mensen een
alternatief hebben om te verblijven. Ook is het huis van de dochter van
de Oekraïense ambassadeur in Nederland afgelopen nacht beschoten en moet
hij dus waarschijnlijk terug om voor alternatieve accommodatie te
zorgen.
Dat geeft aan dat wij Oekraïne moeten blijven steunen, niet alleen met
militaire middelen en luchtafweer, waaraan de grootste behoefte is op
dit moment, maar ook met het repareren van de energie-infrastructuur
waar mogelijk, zoals een aantal van u noemden. Dat wordt steeds
moeilijker naarmate er meer kerncomponenten uit dat systeem worden
gehaald. Op een gegeven moment is het onmogelijk om dat op grote schaal
werkend te houden, maar we moeten het wel proberen. We hebben inmiddels
al zo'n 466 miljoen aan energiesteun gegeven. We hebben recent nog 250
transformatoren die kant op gestuurd. We kijken nu ook of we met de
middelen die voor dit jaar zijn gereserveerd juist op het gebied van
energie-infrastructuur een extra impuls kunnen geven.
Uiteindelijk willen we natuurlijk dat het daar tot een duurzame vrede
komt. Daarom is het zo belangrijk om de druk te houden op dat andere
traject, namelijk het 28 puntenplan, inmiddels het 20 puntenplan. De
coalition of the willing, waarover wij een brief hebben gestuurd, is
daar een onderdeel van. Het mag op geen enkele manier aan ons liggen dat
er niet gekomen is tot een duurzame vrede in Oekraïne. De Oekraïners
hebben daar behoefte aan, eerder gisteren dan vandaag. Uiteindelijk
hebben we de VS nodig om druk te leggen op Rusland om daar te
komen.
Om te zorgen dat we alles doen wat we kunnen, moeten we ook bereid zijn
om bij te dragen aan de veiligheid van Oekraïne de dag na een dergelijk
staakt-het-vuren. Dat gaat op twee manieren. Dat gaat met security
guarantees; zo noem ik het maar even. Oftewel: zijn wij bereid om te
verklaren dat we Oekraïne te hulp willen komen, zowel vanuit de VS als
vanuit Europa? Dat gaat ook door de vier lijnen zoals genoemd in het
plan van de coalition of the willing. Dan gaat het om het beschermen van
het luchtruim, zodat de economische activiteit weer op gang kan komen,
en om het vrijhouden van de Zwarte Zee, zodat daar de economische
activiteit op gang kan komen. Dan gaat het ook om het helpen trainen van
het Oekraïense leger en om het blijven steunen en in hogere gereedheid
brengen daarvan. Dat zijn de vier operatielijnen. Wij hebben gezegd dat
wij daar in beginsel aan willen bijdragen, maar uiteindelijk geldt:
nothing is agreed until everything is agreed. Het hangt ervan af wat
Rusland gaat accepteren. Daar waar het gaat om dit vredesplan en
garanties, willen wij enige zekerheid hebben dat dit er ook van gaat
komen. De meeting in Parijs was bedoeld om in ieder geval politiek dat
eerste commitment te geven, maar uiteindelijk gaan we met u nog een
artikel 100-procedure doorlopen op het moment dat dit daadwerkelijk in
zicht gaat komen.
Ik wil er wel bij zeggen dat die artikel 100-procedure mogelijk niet
100% zal verlopen zoals bij missies op de Balkan of in gebieden waar we
andere weerstand konden verwachten dan de Russische Federatie. Juist dat
aspect, dat we te maken hebben met de Russische Federatie, betekent dat
we om veiligheidsredenen mogelijk iets minder scheutig zijn met de
risico's die we zien en de manier waarop we die gaan mitigeren. We
moeten er samen met uw Kamer en de minister van Defensie een weg in
vinden hoe we dat kunnen doen op een manier dat u wel uw
verantwoordelijkheid kunt nemen, mede voor de missie die er uiteindelijk
van komt, zonder dat we daarmee de Russen wijzer maken dan ze zouden
moeten zijn. Daar zijn we nu dus absoluut nog niet. Ik wou dat we er wel
waren, zeg ik erbij. Dat zou namelijk betekenen dat we heel dicht bij
het sluiten van een deal zijn.
Die veiligheidsgaranties zijn echter slechts één aspect. De hoofdtafel
is uiteindelijk die met de VS, Rusland en Oekraïne. De hoofdissues die
daar op tafel liggen, zijn er op dit moment in ieder geval twee. Eén: de
kerncentrale in Zaporizja en de vraag wie daar de controle over heeft.
Twee: de vraag hoe we omgaan met het territorium waar zich op dit moment
Russische troepen bevinden. Wordt dat groter, wordt dat kleiner, hoe
ziet dat eruit? Dat zijn zaken die alleen maar door Rusland en Oekraïne
samen kunnen worden besloten. Zoals u weet, heeft Zelensky inmiddels
gezegd dat er ook een referendum onder de Oekraïense bevolking zou
moeten worden gehouden om legitieme afspraken te kunnen maken, wat de
uitkomst daarvan ook maar is.
Maar daarvoor heb je wel een Rusland nodig dat bereid is om naar die
tafel te komen. We zien daar op dit moment geen enkele aanwijzing voor.
Ook afgelopen nacht waren er weer grootschalige aanvallen op Kiev. Er
wordt gesproken over aanvallen op datsja's, waarover nu door degenen die
ervan kunnen weten, met enige mate van zekerheid wordt gesteld dat daar
waarschijnlijk geen sprake van is geweest. Daar komt dan weer een
vergelding op, die dus geen enkele basis heeft. Het lijkt er niet op dat
Rusland nu heel graag naar de onderhandelingstafel komt. Dus moet je ze
dwingen. Daarom werken we nu binnen de EU aan het twintigste
sanctiepakket. We steunen alle voorstellen die u hier ter tafel heeft
gebracht. Denk voor de maritime facilities ook aan de Noordelijke
landen. We zullen zien hoeveel we op tafel kunnen krijgen voor de
komende RBZ, om daarover te besluiten.
De schaduwvloot moet worden aangepakt. We zijn zeer geïnteresseerd in
hoe de VS en het VK op volle zee hebben ingegrepen. We willen kijken of
wij daar lering uit kunnen trekken, om daar een modus operandi in te
vinden om dat meer te kunnen doen. Ik denk dat Rusland — ze voeren
ernaast — het echt vervelend heeft gevonden dat een aantal van deze
grotere tankers nu uit de vaart zijn genomen. Dat zijn dus hele goede
acties, wat mij betreft. Ik zal kijken of wij daar lering uit kunnen
trekken, ook in EU-verband.
We hebben ook de Amerikanen nodig, met volle druk op Rusland. Daardoor
was ik aangenaam verrast dat het sanctiepakket dat senator Graham al een
tijdje boven de markt heeft hangen, waarvoor hij bipartisan support, dus
steun van beide partijen, heeft om dat door te voeren, waar echt hele
zware economische sancties voor Rusland in staan, nu geaccordeerd is
door president Trump, volgens hem. Hopelijk wordt het snel in stemming
gebracht. Dat zijn echt maatregelen die de druk op Rusland heel erg
zullen verhogen.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik had te vroeg mijn hand opgestoken, want dit was een van mijn vragen.
Laat ik beginnen met de veiligheidsgaranties, om te kijken of ik het
goed begrepen heb. Bij de veiligheidsgaranties hebben we het dus niet
over de contactlijn. In alle plannen is voorzien dat daar puur
Oekraïense soldaten zullen zitten en geen andere troepen. Klopt
dat?
Minister Van Weel:
Je wilt natuurlijk voorkomen dat die contactlijn echt een contactlijn
wordt. Onderdeel van de besprekingen die Rusland en Oekraïne zullen gaan
voeren, zal dus zijn: hoe kun je voorkomen dat ze elkaar daar
tegenkomen? In Korea hebben we daar een voorbeeld van gezien: de
gedemilitariseerde zone. Op Cyprus hebben we gezien dat je daartussen
kunt gaan staan met een troepenmacht. Die modaliteiten — hoe gaat dat
eruitzien? — zijn er nog niet. Er zal wel enige vorm van monitoring van
zo'n staakt-het-vuren moeten komen, maar het is natuurlijk een enorme
frontlinie. Ik denk dus dat je het dan vooral hebt over technische
middelen, dus dat je die bestandslijn continu monitort vanuit de ruimte,
met drones of op een andere manier, in plaats van dat je daar met
troepen gaat staan. Dus nee, het plan van de coalition of the willing
voorziet nu niet in de stationering van troepen tegenover Russische
troepen aan die contactlijn.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Mijn vervolgvraag ging eigenlijk over het punt waar de minister net op
inging. De frustratie — ik denk dat de minister die wel deelt, al zal
hij daar wat diplomatieker mee omgaan dan ik; ik kan daar als Kamerlid
in de oppositie wat minder diplomatiek mee omgaan — is dat de VS gewoon
geen enkele druk op Rusland leggen. Er is wel heel veel druk op
Oekraïne. We hebben openlijke schofferingen gezien, er zijn tijdelijk
inlichtingen onthouden aan Oekraïne, er worden geen wapens meer geleverd
aan Oekraïne; die worden alleen maar aan ons verkocht, zodat wij ze dan
kunnen doorverkopen of kunnen geven aan de Oekraïners. Tegelijkertijd
wordt er geen enkele druk of heel minimale druk op Rusland gelegd. Ook
het pakket waar de minister het net over had, heeft dus gewoon wekenlang
vastgezeten in het Congres. Dat had alles te maken met de
regering-Trump. De vraag is dus, los van kennelijk weer een tweet van
senator Graham, of er meer indicaties zijn dat dit nu serieus is.
Minister Van Weel:
We werden uiteindelijk verrast door het 28 puntenplan, dat in één keer
uitlekte. Dat kwam in één keer buiten medeweten van Europa uit de koker.
Ik denk dat we dat wel moeten zien als een commitment van de Verenigde
Staten, want zonder hen was dat 28 puntenplan er namelijk niet geweest
en waren we nu ook niet op een 20 puntenplan uitgekomen. Er is wel
commitment om hieruit te komen en om een einde te maken aan het
conflict. Ik ben het met u eens dat je daarvoor maximale druk moet
zetten op Rusland en dat dat wel een tandje meer kan, maar het is niet
zo dat er niks is gebeurd. Kijk naar de sancties op Lukoil en Rosneft.
Die hebben heel grote impact gehad op de Russische economie. Ik noemde
al het aanhouden van de schaduwvloottankers en behoorlijke tankers in de
afgelopen dagen. Dat zijn allemaal zaken. Rusland had financieel grote
belangen in Venezuela en heeft daar ook een tik gekregen. Het is niet zo
dat er niet gespeeld wordt met die duimschroeven, maar mag dat van mij
meer gebeuren? Absoluut.
De heer Boswijk (CDA):
Ik ga even door over die duimschroeven. April vorig jaar heeft onder
andere Estland zo'n tanker van de schaduwvloot aan de ketting gelegd.
Toen hebben collega Paternotte en ik de ambtsvoorganger van deze
minister nog opgeroepen om dit ook in Europees verband te doen, omdat we
weten dat die schepen ook regelmatig langs de Nederlandse kust varen.
Daar was de minister toen niet zo happig op. Hoe staat de minister daar
nu tegenover, nadat de VS en het VK dit vorige week deden?
Minister Van Weel:
Dolgraag. Ik denk namelijk dat het impact heeft. Deze schaduwvloot kan
dan ook niet meer denken: zolang we buiten 12 mijl blijven, hebben we
nergens wat mee te maken. Ik ga dus echt nadrukkelijk kijken wat hier de
argumentatie voor is geweest. Dat heeft ook te maken met vals vlaggen,
wat steeds vaker gebeurt. In die zin heeft het sanctioneren wel zin,
want een steeds kleiner deel van deze schaduwvloot heeft een
daadwerkelijk legitieme registratie. We kwamen op een gegeven moment de
vlag van Curaçao heel veel tegen op schaduwvloottankers, maar dat was
Curaçao niet aan te rekenen; dat was gewoon het vals vlaggen van
schepen. Daar is dus een continu kat-en-muisspel gaande. Ik zou daarvoor
dolgraag meer doen op volle zee. Ik kom in het verslag van de RBZ ook
terug op een eerste appreciatie van de discussie daar en op hoe we dit
zien en welke mogelijkheden dat biedt.
De heer Boswijk (CDA):
Heel fijn. Ik ben erg blij om dit te horen. Het is jammer dat het wat
langer heeft geduurd, maar het is fijn dat deze minister daarmee aan de
gang wil gaan. We zien het graag terug, zodat we daar mogelijk in de
begrotingsbehandeling later deze maand ook nog iets mee kunnen.
Daarop voortbordurend het volgende. Ik had nog een vraag gesteld over de
voorstellen van Finland en Zweden, die ook nog veel breder zijn. Die
gaan namelijk over onderhoud. In het verleden heb ik er namelijk ook met
collega Paternotte vragen over gesteld dat Nederlandse bedrijven
maritieme diensten verleenden aan die schaduwvloot. Finland en Zweden
zeggen: pak die lui ook aan. Wat ons betreft gebeurt dat liever gisteren
dan vandaag. Hoe staat de minister daartegenover? Is hij bereid om zich
bij Finland en Zweden aan te sluiten?
Minister Van Weel:
Ja, wij steunen de voorstellen van Zweden en Finland.
Dan kom ik op het geld, denk ik. Hoe is de 90 miljard tot stand gekomen?
Wat betekent dat voor de 45 miljard die nog nodig is? Zijn we nu de
Russische bevroren tegoeden voorgoed uit het oog verloren? Het is
positief dat we uiteindelijk een akkoord bereikt hebben. Dit was een
ontzettend moeilijk vraagstuk, maar het is zo cruciaal voor Oekraïne om
in ieder geval naar Rusland uit te kunnen stralen dat het voorlopig de
middelen heeft om zich financieel overeind te kunnen houden. Daar ben ik
dus ontzettend blij mee. De manier waarop dat dan gebeurt, met
constructieve onthoudingen en met mensen die naar het toilet gaan of
even niet meedoen, verdient allemaal geen schoonheidsprijs, maar als het
niet werkt zoals het moet, moet het maar zoals het werkt. Daar vind ik
dit een voorbeeld van. Ik ben dus blij dat dat akkoord is bereikt.
Bovenop die 90 miljard komt nog die 45 miljard die door andere donoren
moet worden bijgedragen. We zien nu al bewegingen, namelijk dat doordat
de EU de 90 miljard bijeen heeft gebracht ook andere donoren in beweging
komen. Binnen de G7 wordt daarover gesproken. Japan heeft aanvullende
begrotingssteun in het vooruitzicht gesteld. Noorwegen is dat aan het
doen. Zo hoop ik dat we ook verder die resterende 45 miljard krijgen. Ik
ben daar dus hoopvol over.
Ook met de tegoeden blijf ik bezig. Dat zeg ik via u, voorzitter, tegen
mevrouw Piri. We laten het niet los. Op dit moment bleek het niet
haalbaar om daar wat mee te doen. We zijn van mening dat Rusland
uiteindelijk zal moeten betalen voor de schade die het heeft aangericht
in Oekraïne. Deze tegoeden zijn daar natuurlijk de beste waarborg voor.
Daarom zullen ze voorlopig ook geblokkeerd blijven, maar niet gebruikt
worden voor dit doel. Ik moet eigenlijk zeggen: als onderpand voor dit
doel.
Dan de toetreding van Oekraïne. Uiteindelijk gaat de EU over haar eigen
uitbreiding. Als Nederland houden wij ook vast aan de vereisten die
daarvoor gesteld zijn. Ik geloof dat de Commissie nu bezig is om
hiervoor een voorstel te doen richting Oekraïne voor het
twintigpuntenplan. Het is dus een onderdeel van het twintigpuntenplan.
Dat zullen we met belangstelling volgen.
Voorzitter. Ik denk dat ik dan de meeste vragen over Oekraïne en Rusland
heb beantwoord.
De voorzitter:
Ik merk het op. Dan kunt u met het volgende onderwerp verdergaan.
Minister Van Weel:
Even weer schakelen: Groenland. In deze tijden brengt elke week daarover
een verrassing. Het onderwerp Groenland dateert al uit de eerste
regeerperiode van president Trump. Ook toen kwam de retoriek aangaande
Groenland op. Waar wij allemaal, de Denen voorop, dachten dat die nu
weggeëbd was, blijkt dat dat geenszins het geval is en dat deze
discussie weer terugkomt. Die discussie heeft een paar aspecten. Eén is
het aspect van de territoriale integriteit en de zelfbeschikking van de
Groenlanders. Die staan voor ons buiten kijf, en dat geldt voor de hele
EU. Er zijn een aantal statements uitgegaan. We zullen het daar ook over
hebben tijdens de RBZ. Die territoriale integriteit staat niet ter
discussie en die mag ook niet ter discussie staan.
Twee. Is het Arctisch gebied belangrijk voor de veiligheid van het
bondgenootschap en speelt Groenland daarin een belangrijke rol? Het
antwoord op die vraag is ja. Er zit dus geen enkele discrepantie tussen
het belang dat president Trump zegt dat moet worden gehecht aan
Groenland voor de veiligheid van de NAVO, en hoe de rol van Rusland en
China daar beperkt moet worden of in ieder geval moet kunnen worden
bestreden, en wat wij daarvan vinden. Ik denk dat u in dat licht ook de
NAVO-bijeenkomst van afgelopen week moet zien. Daar is gesproken over
een mogelijke missie voor het Arctisch gebied. Er kan ook ontzettend
veel op Groenland, als de Verenigde Staten dat militair zouden willen.
Op basis van een verdrag uit 1951 hebben ze eigenlijk ongelimiteerde
toegang voor de bouw van militaire basisstructuren en voor radars die ze
nodig hebben voor de ballistische raketten die daar natuurlijk over de
poolcirkel zouden komen, zou het ooit tot een aanval vanuit Rusland
komen. Dat kan allemaal al.
Dan resteert de vraag: waarom is dit niet genoeg? Ik denk dat dat is
waar wij ons ook op zouden moeten richten. Ik heb al een paar keer
gezegd: ik zie geen enkel scenario waarin wij als Europa in gevecht
komen met de Verenigde Staten over Groenland. Dat gaat niet gebeuren. De
vraag is dus: hoe gaan we deze beelden bij elkaar brengen? Ik denk dat
het allerbelangrijkste daarvoor het gesprek is dat men deze week heeft —
het is, geloof ik, nog steeds morgen — in Washington. Dat zou zijn met
secretary Rubio en er is nu sprake van dat het mogelijk ook met
vicepresident Vance zal zijn. Het gesprek gaat over de vraag hoe we een
weg uit de impasse vinden. De weg uit die impasse is wat mij betreft dat
de territoriale integriteit en het zelfbeschikkingsrecht van de
Groenlanders niet im Frage is. Er is vandaag een gezamenlijk
persstatement geweest van premier Frederiksen en de premier van
Groenland. Die hebben beiden gezegd dat zij op dit moment kiezen voor
hun zelfstandige positie binnen het koninkrijk van Denemarken. Dat is
een gegeven en daar zullen wij ons achter scharen. Tegelijkertijd kunnen
we elkaar niet vinden op die veiligheidsgaranties. Dat kan ofwel het
stationeren van Amerikaanse troepen maar ook een NAVO-missie zijn. Als
het komt tot zo'n NAVO-missie, dan is de vraag: gaat Nederland daar dan
aan bijdragen en met wat? Voor dat laatste is het nog te vroeg. Wat het
eerste betreft denk ik dat we daar zeker welwillend naar kijken. Ik denk
dat wij het zelf ook een belangrijk gebied vinden en dat we bereid zijn
om op die manier bij te dragen aan een stukje ontspanning in de relatie
die wij zo belangrijk vinden, namelijk die tussen de Verenigde Staten en
de Europese NAVO-bondgenoot. Dat is hoe ik de weg naar buiten zie. De
Denen hebben ons overigens gevraagd om tot die tijd vooral rustig te
blijven en om niet mee te gaan in de retoriek, zeker niet in de
oorlogsretoriek die links en rechts rondgaat. Ik hoop snel na het
gesprek dat hij morgen zal hebben te horen hoe zij erin staan en hoe wij
ze verder kunnen helpen. Daar is zojuist in het tweeminutendebat
Venezuela ook een motie over ingediend door de heer Boswijk, gesteund
door een heel groot deel van uw Kamer, die mij oproept om daarin te
volgen wat de Denen van ons verwachten. Dat zullen we dan ook
uitvoeren.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Dank aan de minister voor zijn reactie. Ik was in dat licht ook benieuwd
naar de uitspraken die hij gisteren heeft gedaan over Groenland, waarin
hij aangaf dat het niet koste wat kost onderdeel uit zou hoeven te maken
van het Deense koninkrijk en dat verkoop ook een van de opties zou zijn.
Nu chargeer ik het, maar hij zou dat prima vinden of in ieder geval
vinden dat dat zou kunnen. Ik was benieuwd waarom de minister deze
uitspraak heeft gedaan.
Minister Van Weel:
De minister heeft zich laten verleiden tot een wat theoretische
discussie. Daar moet je altijd mee oppassen, zeker als je dat doet in
een lang radioprogramma van een halfuur. Ik heb willen zeggen hoe het
technisch in elkaar zit. Groenland heeft een zelfstandige positie binnen
het koninkrijk van Nederland … van Denemarken — laten we niet te ver
vooruitlopen op de zaken — maar ook het zelfbeschikkingsrecht gekregen
van Denemarken. Met andere woorden, op het moment dat de Groenlanders
zouden stemmen "wij willen het Deens koninkrijk uit" of "wij willen
graag bij Nederland horen", zal Denemarken dat respecteren. Dat is puur
hoe de theoretische technisch-juridische werkelijkheid in elkaar zit.
Zoals ik net zei, is er vanmiddag een persconferentie geweest van de
premier van Denemarken met de premier van Groenland. Zij hebben allebei
gezegd dat zij de huidige status quo prefereren boven elke andere. Daar
schaar ik mij ook achter.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Voor de zekerheid. Ik meende net al tussen de regels door te horen dat
de minister er wat anders in zit dan hoe ik het gisteren had begrepen
uit de berichtgeving. Die theoretische exercitie moeten wij dus in een
ander licht zien en die neemt hij bij dezen terug?
Minister Van Weel:
Theoretisch klopt die, maar het is niet de werkelijkheid waarin we ons
nu bevinden. Zo had die wel kunnen worden geïnterpreteerd en dat neem ik
dus terug.
Dat brengt mij bij Israël en de Palestijnse gebieden. Een aantal vragen
ga ik doorverwijzen naar twee overleggen die uw Kamer nog heeft met mijn
collega voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp, namelijk het
tweeminutendebat Humanitaire hulp dat u morgen heeft en de
begrotingsbehandeling van de begroting Buitenlandse Handel en
Ontwikkelingshulp, waarbij een aantal onderwerpen ter sprake zal komen.
Ik zal u vertellen bij welke onderwerpen dat is. Ik heb dat met haar
afgestemd, dus het zal haar niet verrassen dat zij geacht wordt om hier
morgen uitgebreider op in te gaan.
Laat ik beginnen met het grotere plaatje. Mijn eigen beschouwing is dat
het hoog tijd wordt dat er meer voortgang wordt geboekt, niet alleen op
fase 1 maar ook in de doorschakeling naar fase 2 van het vredesplan. Het
volgende moet nog gebeuren in fase 1: het teruggeven van het lichaam van
de laatste gijzelaar, maar ook het openen van meer grensdoorgangen,
waaronder die in Rafah. Nee, die is nog niet open en elke keer wordt
daarmee geschermd. Elke keer hoop ik, ook deze week, dat die wel open
zal gaan, maar dat is die op dit moment nog niet. Dat geldt voor de
toegang voor meer humanitaire hulp, inclusief de 37 organisaties,
waaronder ook Nederlandse hulporganisaties, die wat ons betreft gewoon
in staat zouden moeten worden gesteld om daar hun werk te blijven
verrichten. Ik heb daarover contact gehad met mijn Israëlische collega.
Dat heeft geleid tot de toezegging om in ieder geval vervolgoverleg te
hebben met die hulporganisaties. Morgen zal de staatssecretaris u verder
informeren over hoe dit nu verder vervolgd wordt. Zij heeft namelijk
zelf met die hulporganisaties gesproken. Wij laten het in ieder geval
niet los. Ook tijdens de RBZ zal ik dit onderwerp weer opbrengen. Daar
bevind ik mij in goed gezelschap, want EU-breed zijn wij van mening dat
deze registratie zorgt voor een hele onwenselijke situatie.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Even een technisch punt. De minister verwijst naar zijn collega en zegt
dat het eigenlijk bij haar hoort. Daar ben ik het gewoon pertinent mee
oneens. Het gaat namelijk niet alleen om het leveren van humanitaire
hulp. Het gaat erom dat net zoals dat de journalisten geen toegang
krijgen, nu de getuigenissen van de twee afgelopen jaar van deze
organisaties … Het feit dat een aantal van hen meewerken aan
rechtszaken, strafzaken bij het ICC, is de reden dat ze verboden zijn.
Dat ligt gewoon hartstikke op het terrein van deze minister. Het is voor
mij niet alleen een vraag over humanitaire hulp. Begrijpt de minister
dat? Het valt wel degelijk onder Buitenlandse Zaken. Het heeft gewoon te
maken met ooggetuigenverslagen, met het verzamelen van bewijzen voor
mensenrechtenschending. Los van de berichten, is mijn vraag dan op welke
manier we druk gaan zetten. De eerdere uitspraak van de Kamer was: laat
journalisten toe. Dat is niet gebeurd. De enige ogen die de afgelopen
twee jaar überhaupt naar buiten toe hebben kunnen rapporteren, wordt ook
de toegang tot Gaza geweigerd en nu tot alle andere Palestijnse
gebieden.
Minister Van Weel:
Ja, dit onderwerp is breder. U heeft het over toegang voor journalisten.
Absoluut. Ik wilde daar ook wat over zeggen. Via verschillende gremia
proberen wij daar meer aandacht voor te krijgen en proberen wij meer
toegang te krijgen. Ja, dat is ook de reden dat ik dit heb opgebracht
bij mijn Israëlische collega en heb gevraagd om hier opvolging aan te
geven en hier verder naar te kijken. Tegelijkertijd is het wel een
gedeelde verantwoordelijkheid, omdat de staatssecretaris zich natuurlijk
verantwoordelijk voelt voor die organisaties en voor het zorgen dat zij
die toegang krijgen. Het is dus zeker geen afschuiven. Het is een ander
deel van de puzzel. Ik zet mij daar net zo goed voor in als dat zij dat
doet.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik wil gewoon als buitenlandwoordvoerder … Volgens mij hebben alle grote
Gazadebatten in deze commissie plaatsgevonden. Het is een hartstikke
politiek iets. Nederland heeft zich altijd, bij elk conflict, ingezet
voor het verzamelen van bewijs voor mensenrechtenschendingen van beide
kanten. Ik vind het essentieel. Toen Rusland dit deed met ngo's, hebben
we als Europese Unie sancties genomen tegen de mensen die deze ngo's op
deze manier benaderden. We hebben de discussie gehad over Georgië met
betrekking tot een crackdown van ngo's. Los van het aankaarten — dat is
heel fijn — is mijn concrete vraag dus als volgt. Tot nu toe is onze
ervaring als Kamer — dat is ongetwijfeld ook die van de minister — dat
er door de Israëlische regering heel weinig is gedaan met wat we dan ook
hebben aangekaart. Dus welke middelen heeft deze minister of het
ministerie van Buitenlandse Zaken achter de hand? Dit is namelijk super
serieus en gaat over veel meer dan alleen die humanitaire hulp.
Minister Van Weel:
Het gaat bij deze organisaties natuurlijk in eerste instantie wel om die
humanitaire hulp. We vinden ook dat er alle reden is om die organisaties
toe te laten. Tegelijkertijd willen we ook bekijken waarin dan de
veiligheidszorgen van de Israëli's zitten en hoe we elkaar daarin kunnen
vinden. Ik heb geprobeerd die dialoog tot stand te brengen. De laatste
stand daarvan is dat ze in ieder geval nog niet zijn vrijgesteld. Dat is
niet het goede nieuws. We zijn er nog niet. Dat geldt ook voor die
andere Europese landen. Dit gaat dus tijdens de RBZ opkomen. We gaan ook
bespreken hoe we hierin gezamenlijk verder optrekken, ook richting de
Israëlische regering. Overigens is dit een van de zaken — ik noem er zo
nog een paar — waarom de sancties die boven de markt hingen niet van
tafel zijn gehaald en we ook nog niet aan een normale situatie met
Israël toe zijn. Dat gaat hierom. Het gaat om het achterhalen van de
betalingen, richting de Palestijnse Autoriteit, maar het houdt ook zeker
verband met de situatie op de Westbank, waar we vooralsnog geen
verbetering zien. Ik onttrek me daar niet aan, maar er zijn wel degelijk
aspecten in de uitvoering van het vredesplan die ook echt een gedeelde
verantwoordelijkheid zijn.
Laat ik het tweede onderwerp meteen noemen: de medische evacuaties. Ik
heb u daarover toegezegd om in januari daarop terug te komen. De
staatssecretaris behartigt dat dossier. Het is ook haar geld en zij zit
met de organisaties die daar het verschil moeten maken. Zij zal nader
ingaan op de stand van zaken zoals wij die nu zien en op hoe wij daar
verder mee omgaan, ook in relatie tot evacuaties naar Nederland. Dat
krijgt u tijdens de begrotingsbehandeling van haar.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dit gaat inderdaad zo niet. Wij hebben in deze commissie meermaals
gesproken over de medische evacuatie van Palestijnse kinderen. Dat is
een toezegging geweest aan deze commissie en het gaat om moties die zijn
ingediend binnen deze commissie. De toezegging van deze minister was "ik
ga een rondje maken in de regio", maar nu ineens mogen wij daarover het
debat niet meer voeren. Dat vind ik heel onwerkbaar en ik ga het dus
gewoon wel doen. De Wereldgezondheidsorganisatie zegt dat er niet genoeg
capaciteit is in de regio. Nadat deze minister de toezegging had gedaan
dat hij de capaciteit ging inventariseren, heeft de
Wereldgezondheidsorganisatie een oproep gedaan aan landen om hieraan mee
te werken. Mijn vraag aan deze minister was, naar aanleiding van de
toezegging die deze minister heeft gedaan, wat voor informatie er dan nu
nog nodig is. Dat rondje is nu toch wel afgerond? Dan kunnen we ermee
doorgaan. Als het alleen maar gaat om uitstellen, dan moeten we dat hier
weten. Dan is dat namelijk een politiek besluit. Als het gaat om
informatie verzamelen, dan ligt die informatie er al. Wat ontbreekt er
dan nog?
Minister Van Weel:
Wat ik heb toegezegd, is dat we een rondje zouden maken en dat we voor
eind januari zouden komen met een brief daarover. Dit dossier ligt in de
uitvoering nu eenmaal bij de staatssecretaris voor Buitenlandse Handel
en Ontwikkelingshulp. Dat is ook helemaal niet vreemd, want het gaat
hier om contacten met ngo's, het gaat hier om humanitaire hulp en het
verdelen daarvan en de manier waarop je dat doet. In die zin vind ik het
prima om met u van gedachten te wisselen, maar dat moet dan na de
begrotingsbehandeling van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp,
omdat de staatssecretaris daar eerst nog haar mening geeft. Dan kunnen
we daarop in een volgend overleg terugkomen. Ik heb niets toegezegd voor
dit overleg. Ik heb gezegd eind januari. Dat kan eerder, maar daarvoor
moet u bij de verantwoordelijke bewindspersoon zijn.
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Dobbe.
Mevrouw Dobbe (SP):
Mijn vraag was: welke informatie ontbreekt er nog? Dat zou ik nog heel
concreet willen horen van deze minister. De Wereldgezondheidsorganisatie
heeft gezegd "er is onvoldoende capaciteit" en heeft een oproep gedaan
aan landen om medische evacuaties mogelijk te maken. Mijn vraag is dus
heel concreet: welke informatie ontbreekt er nog?
Als het gaat om het ontvangen van die brief: morgen hebben wij de
begrotingsbehandeling van Ontwikkelingshulp. Krijgen wij dan morgen die
brief of wordt dat allemaal mondeling toegelicht? Hoe zit dat dan?
Wanneer daarna kunnen we het hier volgens deze minister over hebben? Wil
hij wel eerst nog de vraag beantwoorden welke informatie er nog
ontbreekt. Ik ben er namelijk echt heel benieuwd naar om daar een
concreet antwoord op te krijgen.
Minister Van Weel:
Dat weet ik niet, want ik heb nog niet kennis kunnen nemen van de ronde
die gemaakt is door de staatssecretaris en haar mensen. Ik moet even
nagaan of die brief er komt of dat zij van plan is om dat mondeling in
de begrotingsbehandeling mee te nemen. In any case denk ik dat een brief
hierover gewenst zal zijn, dus als die niet al komt voor de
begrotingsbehandeling, dan zal die ongetwijfeld daarna komen. Dan staat
het u vrij om daarover nog een keer apart met ons het gesprek aan te
gaan.
De voorzitter:
U kunt verder met uw betoog, minister. Ik geloof niet dat er nog iemand
een vraag heeft, dus gaat u maar rustig verder.
Mevrouw Dobbe (SP):
Voorzitter?
De voorzitter:
Nog een vraag? Mevrouw Dobbe.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik zou de minister willen vragen om de brief over de medische evacuaties
in ieder geval voor de begroting BHO te sturen.
Minister Van Weel:
Ik ga dat doorgeleiden, maar ik kan dat niet toezeggen namens mijn
collega. Mijn toezegging is geweest: eind januari. Daar kunt u op
wachten of, zoals aangekondigd, u kunt daarover van gedachten wisselen
met de minister van BHO tijdens haar begrotingsbehandeling. Dat zijn de
twee smaken die ik kan aanbieden.
De heer Van der Burg (VVD):
Volgens mij lost dit zich op. De minister heeft namelijk "voor eind
januari" gezegd. De begrotingsbespreking van onze commissie stond op 29
januari. We hebben net — althans, mevrouw Piri heeft dat voorgesteld,
maar volgens mij deed zij dat met instemming van deze commissie — gezegd
dat we de begrotingsbespreking niet op 29 januari doen, opdat de
minister naar de Raad toe kan. Dat betekent dat de nieuwe
begrotingsbespreking na 29 januari is. Daarmee is de maand januari
automatisch verstreken en kan de belofte van de minister dus worden
nagekomen. Dan hebben we het toch voor de begrotingsbespreking.
De voorzitter:
Ik merk heel even het volgende op; de griffier fluistert mij dat in,
maar dat is ook wel terecht, denk ik. U neemt nu wel een voorschot op
het feit dat die begrotingsbehandeling dan niet op 29 januari zal zijn,
maar daar gaat niet alleen deze commissie over.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Misschien even specifieker. In ieder geval vanuit mijn fractie is er
zeker een bereidheid om te kijken naar de datum. De minister heeft een
toezegging gedaan. Heel concreet heeft de minister van Buitenlandse
Zaken een toezegging gedaan aan de commissie voor Buitenlandse Zaken.
Dat kan nu dus niet worden afgeschoven op een staatssecretaris en op een
andere begroting. Ik wil in ieder geval dat we ongeacht wanneer de
begrotingsbehandeling van Buitenlandse Zaken plaatsvindt — dat zal of
ergens in januari of ergens in februari zijn — voor die tijd een brief
van deze minister kunnen verwachten, eventueel medegetekend door de
staatssecretaris. Ik verwacht gewoon dat als de minister een toezegging
doet aan deze commissie, hij uiteindelijk ook bij deze commissie
terugkomt met de antwoorden.
De voorzitter:
Tot slot, minister. Ik hoop dat we dan naar het volgende punt
kunnen.
Minister Van Weel:
Als de Kamer daarop staat, dan doen we dat op die manier; daar gaat u
zelf over. Nogmaals, voor mij is het allerbelangrijkste dat de
toezeggingen die gedaan worden, worden nagekomen. In mijn optiek kan dat
ook worden gedaan door degene die daar primair voor verantwoordelijk is.
In dit geval is dat de staatssecretaris BHO, maar op deze manier is het
voor mij ook prima werkbaar. Ik kan niet uitsluiten dat het alsnog ter
sprake komt tijdens de begrotingsbehandeling, maar dan doen we dat nog
een keer over.
De voorzitter:
Dan vraag ik de minister om nu wel met het volgende onderwerp verder te
gaan.
Minister Van Weel:
Over dit onderwerp misschien nog even het volgende. Wat ter sprake zou
komen tijdens de RBZ, is allereerst de implementatie van het vredesplan.
Ik zei al dat de hoop is dat we nu spoedig door kunnen gaan naar fase 2.
Er zijn aankondigingen over wat de Board of Peace genoemd wordt en het
technocratische Palestijnse zelfbestuur voor Gaza. Er zijn tekenen dat
daar daadwerkelijk door alle kanten aanstalten door wordt gemaakt. Er
zijn dus indicaties dat Hamas zich voorbereidt op het overdragen van het
beheer over ministeries aan deze technische committee. Er zijn helaas
nog geen indicaties van ontwapening, moet ik erbij zeggen. Dat was
echter ook een onderwerp van het doorgaan naar fase 2. Zoals ik zei,
resteert uit fase 1 nog het vergroten van de toegang voor humanitaire
hulp en het vrijlaten van alle gijzelaars.
Ik heb het al eerder gezegd: het ontwapenen van Hamas is een van de
moeilijkste onderwerpen van dit geheel. Hamas zal niet ontwapend gaan
worden door een internationale troepenmacht, hoewel het mandaat daarvoor
min of meer is gegeven door de VN-Veiligheidsraad. Ik zie dat daarvoor
zeer weinig animo is. Dat begrijp ik ook. Tegelijkertijd lijkt Hamas nog
steeds niet bereid om zelfstandig de wapens op te geven, in ieder geval
niet permanent. Er wordt ontzettend veel gesproken tussen de VS, Egypte,
Qatar en Turkije, dus alle partijen die ook met Hamas in contact staan.
Ik hoop dat dat we daar wel zicht op krijgen. Ik moet zeggen dat het
natuurlijk elke keer dezelfde mensen zijn, zeker vanuit de VS, die al
deze onderhandelingen doen, of het nu gaat om Oekraïne, het
Midden-Oosten, Sudan of de Grote Meren. We moeten de focus niet
verliezen; laat ik daar mijn hoop op houden.
Wat betreft de Westbank blijft de druk wat ons betreft overeind. We
hebben recent weer nieuwe aankondigingen gezien van behandelingen in de
Knesset van uitbreidingen van nederzettingen. Die veroordelen we zoals
altijd ten zeerste. Ik denk dat daar ook de main focus op zal liggen in
de RBZ. Hoe gaan we om met deze voortdurende situatie? Die is weliswaar
enigszins verbeterd sinds de Amerikaanse interventie richting Netanyahu,
maar die is nog lang niet teruggekeerd naar het niveau dat wij
acceptabel zouden vinden. Ik kan u op dit moment nog niet zeggen waar
het op uitkomt. Er is op dit moment weinig animo om de sancties die op
tafel lagen van tafel te halen, met andere woorden: om verder te
normaliseren.
Andersom is er ook weinig animo om nu over te gaan tot de instelling van
nieuwe sancties. Maar dat neemt niet weg dat wij nog steeds werken aan
onze eenzijdige Nederlandse handelsbeperking met betrekking tot de
import van goederen uit nederzettingen. Nogmaals, we werken daar gezwind
aan, maar ik heb op dit moment nog geen einddatum waarop dat gereed is.
U moet dat echt niet zien als traineren. Ik heb al eerder gezegd dat ik
ook nog de Asielnoodmaatregelenwet heb liggen in de Eerste Kamer, waar
anderhalf jaar aan gewerkt is. Wetstrajecten duren nu eenmaal lang in
Nederland, maar deze gaan we sneller doen.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Er is lange tijd discussie geweest over de vraag of die sancties
effectief waren. Volgens mij kwam een paar weken geleden naar buiten dat
de economie van Israël gegroeid is. Volgens mij hebben ze Japan of een
ander land ingehaald. De economie groeit, ondanks de sancties vanuit
Nederland. Dat roept de vraag op hoe effectief die maatregelen zijn om
het doel ... Sorry?
Minister Van Weel:
Die hebben we nog niet.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Die gaan nog ontwikkeld worden. Sorry, ik kom op mijn vraag, als dat
mag. We hebben tijdens het debat een discussie gehad over de vraag of
die effectief waren. Ik heb destijds de opmerking gemaakt dat het niet
alleen tijdrovend, maar ook technisch vrij ingewikkeld is. Er werd toen
een beetje lachwekkend gedaan over de vraag wat precies het gebied zou
zijn met betrekking tot het importeren of exporteren. De minister gaf
aan: het komt binnen een paar weken via een ministerieel besluit. Er was
geen wet voor nodig. Na die toezegging heeft de Kamer in meerderheid
gezegd: om het geweld in Gaza te stoppen gaan wij deze sancties
invoeren.
We zijn nu een halfjaar verder. Ik proef dat de opmerkingen die destijds
door mij en een paar andere collega's zijn gemaakt realistischer waren
over de complicaties dan de minister destijds schetste. Er komt geen
ministerieel besluit meer maar wetgeving, die een bepaalde tred met zich
meebrengt. Ik vraag me af of de minister daarop kan reflecteren. Dit was
destijds een vrij beladen discussie. Op basis van wat de minister
aangaf, is de Kamer op een gegeven moment overstag gegaan, terwijl het
toch een langer verhaal blijkt te zijn en het ook niet meer rijmt met
wat er nu in Gaza gebeurt. Er is nu een wapenstilstand, hoe fragiel die
ook is. Het mist dus zijn doel, alhoewel we het nu ook op de Westbank
van toepassing kunnen verklaren. Ik vraag me af of de minister daar wat
over zou kunnen zeggen.
Minister Van Weel:
Ik denk dat er nu een paar dingen door elkaar lopen. Dit ging altijd om
een verbod op de handel in producten uit illegale nederzettingen. Het
was altijd gericht op de Westbank. Dat is ook de reden waarom we na het
staakt-het-vuren hebben gezegd: we gaan door met dit traject, omdat we
op de Westbank nog helemaal geen verbetering zien van de situatie. De
noodzaak die er destijds was om dit te gaan doen, is er nog steeds. Ik
kan me niet herinneren dat ik heb gezegd: ik regel dit binnen enkele
weken. Ik weet niet of ik dat was. Ik hoop het niet, want dan zou ik
inderdaad ...
De voorzitter:
De minister spreekt uitsluitend namens zichzelf.
Minister Van Weel:
Ik spreek ook namens mijn voorgangers. Dan was het wél de minister van
Buitenlandse Zaken. Maar zo eenvoudig is het niet. We willen namelijk
wel iets hebben wat de toets van de rechter kan doorstaan. Voor zover ik
weet zijn de wetgevingstoetsen in afronding. Dat betekent dat we snel
het volgende traject in kunnen.
Dan de gewelddadige kolonisten en organisaties. Het sanctiepakket van
Nederland en Frankrijk ligt er nog steeds. We zullen weer ons uiterste
best doen om dat aangenomen te krijgen. Met nationale sancties tegen
personen slaan we weer een nieuwe route in, waarbij we iets wat we in
EU-verband niet voor elkaar krijgen op een hele imperfecte manier
nationaal gaan doen. Het gaat geen effect hebben. De impact die het zou
moeten hebben, heeft het ook niet. Dan moet je je afvragen: waarom doen
we het dan? Daarom blijf ik in dit geval toch echt inzetten op het
EU-spoor om dit voor elkaar te krijgen.
De heer Van Baarle (DENK):
Als het gaat om die gewelddadige kolonisten, zegt de minister: ik blijf
inzetten op het EU-spoor. Maar in het geval van het aanvullende
sanctiepakket horen we dat volgens mij al bijna een jaar. Het komt in
ieder geval al een halfjaar maar niet van de grond. Ik vraag me af
waarom de minister zegt dat het treffen van nationale maatregelen tegen
individuen geen effect zou hebben, want Nederland doet dat in andere
gevallen. Nederland heeft dat bijvoorbeeld ook gedaan met twee
Israëliërs. Nederland heeft dat destijds betiteld als iets wat wel
degelijk internationaal effect heeft. Ik snap dus niet waarom de
minister blijft vasthouden aan iets waarvan hij weet dat het in Europa
geen meerderheid gaat krijgen en waarom bijvoorbeeld in overleg met
Frankrijk en andere landen die dit steunen, niet gekeken kan worden naar
het op nationale sanctielijsten plaatsen van die gewelddadige kolonisten
die Palestijnen aanvallen.
Minister Van Weel:
Ook hier lopen twee dingen door elkaar. Wat wij gedaan hebben met die
twee Israëlische ministers, is ze SIS-signaleren. Dat zijn geen
sancties, maar dat betekent dat ze Europa niet meer binnenkomen.
Overigens is ook dat niet waterdicht. Omdat niet alle landen dat hebben
onderschreven, kan een individueel land een uitzondering maken op een
SIS-signalering. Dat hebben wij recent gedaan, zal ik u vertellen, voor
een luitenant-kolonel van het Oekraïense leger die hierheen kwam om te
vertellen over een actie die hij had uitgevoerd op een pijplijn. Om die
reden was hij gesanctioneerd, of op de SIS-lijst gezet, door een ander
Europees land. Daarbij hebben wij de afweging gemaakt dat wij deze
meneer toch een uitzondering wilden geven voor het bezoek aan Nederland.
Maar dat is wat anders dan persoonlijke sancties instellen, waardoor
mensen geen bankrekening meer kunnen hebben, geen tegoeden meer kunnen
hebben, inderdaad ook reisverboden krijgen opgelegd et cetera et cetera.
Dat laatste doen wij alleen in EU-verband. Dat is omdat het ook alleen
maar zin heeft in EU-verband. Bovendien hebben we daar ook helemaal geen
nationaal instrument voor. Dat doen wij dus niet.
De voorzitter:
De heer Van Baarle eerst nog. Daarna komt de heer Van der Burg aan de
beurt.
De heer Van Baarle (DENK):
Als we het nationaal instrumentarium niet hebben om persoonlijke
sancties te treffen, dan moeten we dat misschien gaan overwegen en gaan
zoeken naar manieren hoe we dat wel kunnen gaan inrichten, zeker in een
wereld waarin we zien dat er steeds minder consensus is over het
handhaven van het internationaal recht. Maar dat is een andere
discussie. De minister geeft aan dat zo'n SIS-signalering het enige
instrument is dat je landelijk hebt. De symboliek daarvan is één, maar
ten tweede is ook de praktische uitwerking van het feit dat mensen op
zo'n signalering staan dat het maar de vraag is of ze dan überhaupt nog
naar Europa kunnen komen. Dat heeft een bepaalde uitwerking. Dat zou je
als een vorm van een persoonlijke sanctie kunnen zien. Dus, nogmaals, ik
snap niet waarom de minister niet bereid is om, als er bij de komende
RBZ-Raad weer geen meerderheid is, die gewelddadige kolonisten, die
aantoonbaar Palestijnen aanvallen, Palestijnen van hun land verjagen en
het leven van Palestijnen zuur maken, gewoon op die signaleringslijst te
plaatsen. Wat verliest de minister daarmee?
Minister Van Weel:
Om die te kunnen signaleren … Kijk, in het geval van die Israëlische
ministers hebben we daar een onderbouwing aan kunnen geven waarvan we
denken dat die standhoudt, omdat deze mensen een negatieve impact hebben
op de internationale betrekkingen. Dat is een van de gronden waarop je
zo'n SIS-signalering kunt instellen. Andere gronden kunnen zijn dat
iemand strafrechtelijk vervolgd is geweest of dat iemand eerder
ongewenst is verklaard in de Europese Unie. Dat zijn allemaal routes die
je in dit geval niet kunt nemen. Je kunt niet willekeurig mensen
SIS-signaleren die je normaal gesproken op een sanctielijst zou zetten.
Je moet daar dan wel een juridische onderbouwing voor geven. Die is er
hiervoor niet. Die is er wel voor sancties, maar dan moet je mensen wel
meekrijgen. Die nationale sancties tegen individuen zouden juist de
omgekeerde beweging zijn van waar we heen moeten, van wat ik aan het
begin betoogde. We hebben meer EU-eenheid nodig, hoe imperfect ook. Als
het moet bijvoorbeeld met mensen die dan naar de wc gaan op het moment
dat er unanimiteit moet worden bereikt. We moeten de urgentie voelen om
die eenheid te hebben. Maar het is echt een illusie om te denken dat we
enige impact hebben als we als Nederland in de rondte sanctioneren in de
wereld.
De voorzitter:
Er is nog een interruptie.
De heer Van Baarle (DENK):
Op het moment dat er een juridische onderbouwing is om Israëlische
bewindspersonen op zo'n SIS-lijst te zetten, dan mag ik toch hopen dat
er binnen hetzelfde systeem een juridische onderbouwing is om mensen die
Palestijnen aanvallen, van hun land verjagen en mishandelen ook op zo'n
lijst te kunnen plaatsen. Ik zou dus echt aan de minister willen vragen
om hier opener naar te kijken en het instrumentarium dat we voor handen
hebben wel in te zetten, gelet op een situatie waarin er internationaal
elke keer maar geen meerderheid is om iets te doen aan de aantoonbare
criminelen — het zijn namelijk aantoonbaar gewelddadige kolonisten — die
Palestijnen aanvallen. Als de juridische legitimering er is voor die
twee bewindspersonen, dan moet die er toch ook zijn voor mensen die
mensen mishandelen en aanvallen?
Minister Van Weel:
Nee. Dat is echt een simplificering van de manier waarop dit instrument
werkt en waar het voor bedoeld is. Ik zal in het verslag van de RBZ — in
de eerste plaats hoop ik dat dit dan voortgang heeft kunnen vinden —
terugkomen op de systematiek van SIS-signalering in relatie tot dit
soort personen. Dan kan ik dat hopelijk iets diepgaander uitleggen. Dat
was wat mij betreft het blokje Israël en de Palestijnse gebieden.
Dan kom ik aan bij Venezuela. Daar wil ik eigenlijk vrij kort over zijn,
want we hebben daar al uitgebreid over gedebatteerd. We hebben vandaag
ook nog een tweeminutendebat gehad. De uitkomsten daarvan neem ik
uiteraard ook mee naar de RBZ. Er waren nog wel wat specifieke vragen.
Ik heb gisteren contact gehad met de interim-president van Venezuela.
Natuurlijk heb ik daarin ook aandacht gehad voor de politieke
gevangenen. Hopelijk krijgt de goodwill die zij de eerste dag hebben
getoond wat betreft het vrijlaten van mensen een vervolg. We hebben ook
gesproken over stabiliteit en het belang daarvan voor het Koninkrijk en
over het feit dat Nederland niet betrokken is geweest bij de Amerikaanse
operaties. Daarvan heeft zij ook goed kennisgenomen. Ik heb ook de
uitspraak gedaan dat we hopen dat we in de economische ontwikkeling die
er in fase 2 in Venezuela moet komen, een positieve rol kunnen spelen,
ook gelet op de historie en de nabijheid van de eilanden. Ik hoop dat we
in de fase daarna, in de transitie, ook een positieve bijdrage kunnen
leveren, ook gelet op onze rol in het verleden. Dat is zo'n beetje de
aanvulling naar aanleiding van het gesprek dat ik gisteren nog
had.
China en Taiwan. Ik ben nu bij het kopje overig. Ik ben ook bijna aan
het einde, voorzitter. Ik kan niet speculeren over de manier waarop de
VS zich zullen verhouden tot Taiwan. Daarover gaan een hoop signalen
rond. Ik weet niet of dat een opzettelijke en strategische ambiguïteit
is of juist niet. Daar kan ik me dus ook niet in mengen. Zowel wij als
de Verenigde Staten en het overgrote deel van de landen in de wereld
zijn het er volgens mij wel over eens dat de status quo moet worden
behouden en dat er geen eenzijdige stappen moeten worden genomen om die
te doorbreken. Dat is dan ook onze uitspraak, los van het
één-Chinabeleid dat wij al jarenlang voeren. Wij zijn daarin consistent.
We hopen dat we wat dit betreft geen verandering van de status quo
zullen gaan zien, ondanks de oefeningen en ondanks de uitspraken die
door Xi Jinping zijn gedaan. Die wijken in de kern natuurlijk ook niet
af van de positie die China al heel lang inneemt, maar die uitspraken
verschillen soms wel in toonhoogte. Wij hebben al Kamervragen hierover
beantwoord. De antwoorden heeft de Kamer gisteren gekregen. Daarin
hebben we gezegd dat we de zorgen delen die de woordvoerder van EDEO
uitsprak. Dat is de Europese Dienst voor Extern Optreden. Ik verwacht
hier nu verder geen discussie over in de RBZ, aangezien de agenda al
redelijk gevuld is.
De heer Ceder vroeg hoe we omgaan met Somaliland. Wat ons betreft maakt
Somaliland onderdeel uit van de Federale Republiek Somalië en
respecteren wij de territoriale integriteit en de politieke
afhankelijkheid van die staat, die bovendien van groot belang is voor
vrede en stabiliteit in de hele Hoorn van Afrika. Voor ons is erkenning
van Somaliland dus niet aan de orde.
Sudan ten slotte. Het staat niet op de agenda van de komende Raad, maar
het heeft wel mijn blijvende aandacht. We spannen ons hier ook in
Europees verband voor in. Ik weet wel dat mevrouw Kallas zeer recent in
Egypte is geweest, juist met het oog op het krijgen van een grotere rol
voor de Europese Unie bij het conflict in Sudan. Ik kom graag in een
separate Kamerbrief terug op wat zij daar heeft bereikt, waar dit heen
gaat en hoe we uitvoering geven aan alle moties die over Sudan zijn
aangenomen in het debat dat we daarover hadden.
Ik denk dat ik daarmee de meeste vragen heb beantwoord.
De voorzitter:
Als er nog een punt dat aan de orde is gesteld onvermeld is gebleven in
de beantwoording van de minister, hoor ik dat graag. Anders gaan we door
naar de tweede termijn. Oké, ik neem aan dat we naar de tweede termijn
kunnen. Ik stel voor een spreektijd per fractie van één minuut te
hanteren, als u dat goedvindt, en om geen onderlinge interrupties toe
staan in deze termijn. Meneer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Er is veel besproken. Een paar dingen ten
aanzien van Iran. Het scenario dat wij heel erg concerned zijn als EU en
zien hoe het aantal slachtoffers steeds maar oploopt, lijkt mij geen
wenselijke optie. Ik denk dat het tijd is voor sancties, ook voor
sancties die pijn doen richting het regime. Ik zou om die reden ook de
toezegging willen vragen of de minister kan proberen een stevig
sanctiepakket voor elkaar te krijgen wanneer hij met zijn collega's
bijeenkomt. Ik heb daar ook een aantal voorstellen voor en weet dat een
aantal van mijn collega's die ook hebben. Om die reden zou ik een
tweeminutendebat willen aanvragen.
Ten aanzien van Syrië zou ik nog het volgende willen vragen. Ziet de
minister nog enige randvoorwaarde of wil hij die bespreken voordat deze
enorme sommen geld in volledigheid overgemaakt worden? Is daar nog iets
van terughoudendheid of zijn er nog voorwaarden die de minister bereid
is om te stellen? De vraag is of hij in ieder geval die vraag
bespreekbaar wil maken tijdens de Raad.
Daar wil ik het voor nu bij laten. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan mevrouw Dobbe.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel. Ik vind dat wij als Nederland wat meer ons best moeten doen
om ons in te zetten voor het internationaal recht. Dat vond ik
natuurlijk al in debatten die we hierover hebben gevoerd, maar nu
helemaal na dit debat met deze minister. Het kan niet zo zijn dat de
conclusie is dat wij maar niets doen omdat de internationale rechtsorde
volgens deze minister niet functioneert of dat het geen zin heeft als
wij hier iets doen of daar een uitspraak over doen. Alleen al als het
gaat over de VS, als het gaat over Venezuela, Groenland, Mexico en de
dreigingen daartegen, moet Nederland als land blijven staan voor het
internationaal recht en zich daar ook voor inzetten. Dat betekent
veroordelen en ook sanctioneren. Ik vind dat Nederland dat moet doen.
Graag een reactie van de minister daarop. Dat geldt ook voor een
mogelijke militaire aanval op Iran. Die hoort daar namelijk ook gewoon
bij.
Ik hoorde van deze minister wel dat er contact is met het
maatschappelijk middenveld in Iran, dat in ieder geval die contacten er
zijn. Dat is denk ik wel heel positief, maar dat betekent ook dat we het
maatschappelijk middenveld zouden kunnen steunen. Wil de minister er nog
wat meer over zeggen hoe we dat dan het beste zouden kunnen doen om dat
te vergroten?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan komen we bij mevrouw Van der Werf.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Dank, voorzitter. Ook dank aan de minister voor de uitgebreide
beantwoording. Ik heb eigenlijk niet veel vragen meer over. Ik ben het
zeer eens met de heer Ceder als het gaat om de bezorgdheid over Iran en
Syrië, maar ik denk ook dat we elkaar hier zeer binnenkort nog wel over
zullen komen te spreken. Er is ook weer een tweeminutendebat aangevraagd
en de begroting staat binnenkort op de agenda. Wij zullen het dus goed
volgen, voorzitter.
De voorzitter:
Mooi. De heer Ceulemans.
De heer Ceulemans (JA21):
Voorzitter, dank. Ik heb daar niet veel aan toe te voegen, ook niet aan
wat ik in de eerste termijn heb gezegd en aan wat er net is gewisseld.
Er is een tweeminutendebat aangevraagd. Daar gaan wij aan meedoen. Voor
nu: dank voor de antwoorden.
De voorzitter:
Meneer Stoffer.
De heer Stoffer (SGP):
Dank aan de minister voor de beantwoording van de vele vragen en voor
zijn weergave van hoe het er vanuit zijn blik op dit moment in de wereld
voor staat. Het is niet gemakkelijk. Het roept bij ons eigenlijk nog
veel meer vragen op. Die kun je wel stellen, maar de situatie in de
wereld wordt er uiteindelijk niet beter door. In tegenstelling tot wat
ik sommige collega's hoorde zeggen, moet ik zeggen dat ik veel
waardering heb voor de wijze waarop de minister in deze materie staat.
Wat mij betreft is dat best een baken van rust in de woelige tijd waarin
deze wereld zich bevindt. Ook in dit land is het op dit moment best
woelig, dus laten we die rust ook bewaren. Wij zullen ook meedoen aan
het tweeminutendebat.
Tot zover dank. Laten we hopen dat we met een beetje rust en door
voorzichtig te opereren voorkomen dat wij de situatie ergens nog
belabberder maken dan die nu al is.
Dank u wel.
De voorzitter:
Meneer Boswijk.
De heer Boswijk (CDA):
Daar wil ik me dan weer bij aansluiten, zowel bij de complimenten als
bij de woorden over het voorzichtig en — het is een mooi woord — prudent
opereren. Een aanrader is de column van Beatrice de Graaf in NRC van
ergens in december, meen ik. Die ging hierover: niet naïef zijn en
ondertussen wel de verstandige dingen doen. Ik heb er alle vertrouwen in
dat deze minister dat doet. We gaan de ontwikkelingen in Iran en Syrië
allemaal zien. Uiteraard hebben we grote zorgen. Ik heb wel alle
vertrouwen in deze minister. Ik ben erg blij met de opmerkingen en de
toezeggingen over de Russische schaduwvloot en met de mogelijkheden die
deze minister gaat onderzoeken. Helaas is dat vrij lang blijven liggen,
maar deze minister pakt dat op en daar zijn we erg blij mee.
De voorzitter:
De heer Van Baarle.
De heer Van Baarle (DENK):
Dank, voorzitter. Aan het einde van zijn beantwoording refereerde de
minister kort aan Sudan. Kan ik dat zien als een bevestiging dat de
minister dit toch aan de orde stelt, ondanks dat het niet op de agenda
staat? Het komt namelijk niet vaak voor dat de Tweede Kamer zo veel
moties aanneemt en het is de grootste humanitaire crisis in de wereld op
dit moment.
Dan de SIS-signalering van gewelddadige kolonisten. Op grond van artikel
24 … Ik ben geen jurist. Er zijn gronden van openbare orde. De
kolonisten zijn vaak gewelddadig en lid van georganiseerde groepen. Er
is het criterium van internationale betrekkingen. Ze ondermijnen het
internationaal recht. Er is het criterium van veiligheid. Ze zijn
betrokken bij geweld. Volgens mij zou je onder de gronden voor
SIS-signalering genoeg criteria kunnen vinden om mensen die het leven
van Palestijnen zuur maken door gewelddadig kolonialisme, op die lijst
te plaatsen. Ik vraag dus nogmaals aan de minister waarom hij niet
bereid is om daar werk van te maken. Waarom is hij daar zo terughoudend
mee?
Tot zover, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u. Meneer Van der Burg.
De heer Van der Burg (VVD):
Wederom ga ik met de heer Van Baarle mee met betrekking tot Sudan. Dat
wil toch wat zeggen. Dan zou ik als minister maar met ja antwoorden. Dat
gezegd hebbende, ik ben het eens met wat ik interpreteer als een verzoek
van mevrouw Piri aan de voorzitter om te kijken of de
begrotingsbespreking kan worden uitgesteld zodat de minister op 29
januari toch zelf bij de Raad aanwezig kan zijn. Dat gezegd hebbende, 29
januari is zo ontzettend ver weg. Dat betekent dat er in die tijd nog
heel veel kan gebeuren. Het tweeminutendebat zal ook niet op korte
termijn plaatsvinden. In die zin heb ik een verzoek aan de minister,
zeker in het licht van de mededelingen die gedaan zijn door de president
van Amerika over hulp die onderweg is. Mochten zich in de komende week
of anderhalve week, dus vóór het tweeminutendebat, ontwikkelingen
voordoen, dan verzoek ik de minister niet te schromen om ons daar
schriftelijk over te informeren, opdat we niet eerst weer een nieuw
debat met een nieuw tweeminutendebat et cetera moeten hebben. Dan kunnen
we meteen geïnformeerd worden door het kabinet.
De voorzitter:
Dank u wel. Meneer Dekker? Nee. Dan gaan we naar mevrouw Piri.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Ik kijk uit naar het bredere debat met de
minister over een strategie voor hoe om te gaan met deze nieuwe
wereldorde. Volgens mij is dat een worsteling die we allemaal
hebben.
Ik was blij met de antwoorden op de vragen van mevrouw Van der Werf over
Groenland. Ik was er niet over begonnen, maar het waren wel pijnlijke
speculaties over de vraag of Groenland nou wel of niet te koop was. Er
werd in ieder geval de indruk gewekt dat de eis van Trump misschien niet
zo onrealistisch zou zijn, dus ik ben blij dat de minister dat vandaag
hersteld heeft.
De analyse van de minister over de Koerden in Aleppo deel ik niet. Hij
zei: het is nu rustig en er lijkt geen risico op escalatie te zijn. Ik
denk dat dit het grootste risico is voor escalatie in Syrië zelf.
Ik weet niet welke schriftelijke vragen de heer Ceder heeft gesteld waar
nog een antwoord op moet komen, maar ik ben ook benieuwd naar de
specifieke rol van Turkije. Daar wil ik eigenlijk nog wel een antwoord
op van deze minister. Als dat niet nu kan, kan dat misschien
schriftelijk, in de terugkoppeling van de RBZ.
Tot slot, voorzitter. Een voorganger van deze minister — ik ben pas vier
jaar Kamerlid, maar we hebben al veel ministers gehad — namelijk
minister Bruins Slot, heeft bijna twee jaar geleden een pleidooi
gehouden voor het instellen van nationale sancties tegen gewelddadige
kolonisten, toen het niet lukte om dat Europees te doen. Met de
antwoorden van deze minister lijken we terug te gaan naar een punt dat
we anderhalf jaar geleden al hadden bereikt. Ik wil dus toch even een
reflectie van de minister, zeker aangezien hij het een heel goed idee
vond om twee ministers van de Israëlische regering een inreisverbod op
te leggen. Dat vond hij toch wel effectief. Toen gebruikte hij niet de
woorden die hij net gebruikte: "totale onzin" en "het haalt niks uit".
Als het niet lukt in Europees verband, zou ik er dus toch voor willen
pleiten om te bekijken of wij dat kunnen doen bij gewelddadige
kolonisten.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik kijk even naar de heer Stoffer om te zien of ik weer een
beroep op hem kan doen.
Voorzitter: Stoffer
De voorzitter:
Uiteraard, meneer De Roon. Gaat uw gang.
De heer De Roon (PVV):
Ik moet zeggen dat ik toch niet tevreden ben met de reactie van de
minister op mijn voorstel om de diplomaten van Iran uit te zetten. Het
verhaal zoals ik het heb begrepen, is dat de minister zegt: maar dan
moeten onze diplomaten ook weg uit Iran en dat is vervelend voor de
Nederlanders die daar zitten, want daar heb je dan geen contact meer
mee. Ik denk dat je dat moet afwegen tegen het hogere doel waar het hier
om gaat, namelijk dat dat regime gewoon een flinke tik moet krijgen, een
tik die opvalt, een tik die bijzonder is; niet de zoveelste berisping op
het departement door Nederland en door nog 25 andere EU-landen. Nee, het
moet juist een stap zijn die de legitimiteit van dat regime ontkent.
Daarmee val je op; dat komt aan. Ik geef toe: ook dat zal niet meteen
tot een verandering in Teheran leiden. Maar het is wel een veel forsere
tik, en die hebben ze gewoon verdiend wat mij betreft. Ik zou dus graag
willen dat de minister daar toch nog even op reflecteert.
Dank u.
De voorzitter:
Dan geef ik het voorzitterschap weer terug aan de heer De Roon.
Voorzitter: De Roon
De voorzitter:
Dan geef ik het woord aan de minister voor de beantwoording.
Minister Van Weel:
Dank, voorzitter, en ook dank aan de leden voor hun inbreng in tweede
termijn. Ik zal proberen snel maar gericht en zo volledig mogelijk
antwoord op uw vragen te geven.
De heer Ceder vroeg naar het sanctiepakket voor Iran: zetten wij in op
een steviger pakket? Antwoord: ja, zeker. Ik heb er het voortouw in
genomen om dat aan te zwengelen binnen de EU. Dat zal ik blijven
opvolgen.
Ten aanzien van Syrië is gevraagd om randvoorwaarden te stellen aan het
geld. Dat EU-geld gaat voornamelijk naar projecten en die projecten
worden uitgevoerd door uitvoeringsorganisaties. Het is dus niet zo dat
wij honderden miljoenen direct overmaken, als een blanco cheque, naar de
Syrische autoriteiten. Natuurlijk gaat dat geld wel Syrië in en
natuurlijk is de overheid daarbij betrokken, maar het is ook aan ons om
de overheid, elke keer als wij iets constateren, daarop aan te spreken.
Laat ik meteen van de gelegenheid gebruikmaken om hier te zeggen dat
wij, in aanvulling op de antwoorden op de Kamervragen die er al aan
komen, in het verslag van de RBZ in ieder geval de rol van Turkije met
betrekking tot de Koerden zullen meenemen, evenals de situatie in Syrië.
Extra randvoorwaarden hoeven wat mij betreft niet, want het geld kan op
deze manier niet als blanco cheque worden gezien. We gebruiken dat geld
natuurlijk ook als leverage, om de overheid elke keer weer op bepaalde
zaken aan te kunnen spreken.
Mevrouw Dobbe vroeg hoe we het middenveld verder kunnen steunen. Ook
daar kom ik graag op terug in het verslag van de RBZ. Dat wil niet
zeggen dat we er niet eerder al naar gaan kijken. Het is op dit moment
ontzettend moeilijk in de chaos die er gaande is, maar we weten nooit
hoe de situatie over een week is. We gaan er dus mee aan de slag en ik
kom daarop terug in het verslag.
U had het over opstaan voor het internationaal recht. Absoluut. Daar
hebben we ook een uitgebreid debat over gevoerd in verband met
Venezuela. Ik heb daarover gezegd waar wij staan. Daar wil ik nog bij
aantekenen dat we elke keer per geval het volgende afwegen. Eén: is hier
sprake van een schending. Twee: wat is dan ons oordeel over of onze
veroordeling van wat er gebeurd is? Daar zijn we op dit moment niet voor
Venezuela. Voor Groenland zijn we heel duidelijk over de rode lijn die
we daar stellen. Dank voor de correctie op mijn radio-interview en het
deel wat ik daarin heb genoemd.
Wat betreft Iran weten we nu gewoon te weinig over de intenties en over
de contacten die er bijvoorbeeld zijn geweest en met wie in Iran om daar
nu op voorhand een oordeel over te kunnen hebben. Dat ga ik dus niet
doen. Dit soort dingen moeten we echt in EU-verband doen. Als er elke
keer 27 statements komen over "wat vinden EU-landen ergens van" en er
nog een achtentwintigste komt van de Hoge Vertegenwoordiger, een
negenentwintigste van mevrouw Von der Leyen en een dertigste van meneer
Costa, wat nu af en toe gebeurt, dan draagt dat niet bij aan het
machtsblok dat wij zouden moeten willen zijn. Dus ja, dat betekent ook
af en toe dat je daarin een compromis moet vinden.
Dat brengt mij op de sancties van de heer Van Baarle van DENK, maar ook
op wat mevrouw Piri zegt. Ik ben er helemaal geen voorstander van om als
Nederland in ons eentje als een soort sanctiepolitieagent overal sticks
uit te gaan delen. Dat geldt trouwens ook voor de vraag van de heer De
Roon over het uitzetten van Iraanse diplomaten. Dat doen de Verenigde
Staten niet eens op dit moment, terwijl die toch veel meer uitgesproken
zijn over wat zij wensen met dit regime dan wij als Europa op dit moment
zijn, omdat wij dat internationaalrechtelijk ook moeilijk vinden. We
moeten in deze moeilijke wereld juist elkaar vasthouden. Daarom zou ik
heel blij zijn als ik naar de RBZ kan. Dat is de plek waar je juist met
zijn zevenentwintigen probeert tot overeenstemming te komen, ook over
sancties, dus wat mij betreft niet individueel.
U schetst de voorwaarden voor SIS-signalering. Ik wil daarbij het
volgende aantekenen. Nogmaals, ik heb al beloofd om daarop terug te
komen in het verslag. Het is niet zo dat als iemand ergens wereldwijd
een gevaar is voor de openbare orde en veiligheid, dat voldoende
onderbouwing is om iemand een SIS-signalering te geven. Dan gaat het
echt om een concreet gevaar voor de openbare orde en veiligheid die je
hier ziet van iemand die voornemens is af te reizen. Met de signalering
van die twee ministers hebben we echt al deze criteria opgerekt en
uiteindelijk het criterium van internationale betrekkingen gekozen, dat
nog nooit was gebruikt, om hier een casus te bouwen. Maar dat is echt
niet zo eenvoudig als u dat schetst. Wat dat betreft zijn het echt twee
verschillende soorten.
De heer Van der Burg vroeg om de Kamer schriftelijk te informeren als er
significante wijzigingen zijn, als ik het woord "significante" daarbij
mag gebruiken. Wijzigingen in deze wereld zijn er namelijk regelmatig.
Ik ga geen lopend verslag doen van alles wat er gebeurt in onze wereld,
maar ik snap de strekking van het verzoek goed.
De voorzitter:
De minister lijkt door de beantwoording heen te zijn. Ik kijk even of
dat ook wat u betreft inderdaad het geval is.
De heer Van der Burg (VVD):
Ik heb geen "ja" gehoord richting de heer Van Baarle en daarmee ook niet
richting mij met betrekking tot Sudan.
Minister Van Weel:
Ik ga het proberen. Het staat formeel niet op de agenda. Er staat
ontzettend veel op de agenda, maar er zijn altijd aanknopingspunten om
dit wel op te brengen. Ik ga in ieder geval zorgen dat ik van mevrouw
Kallas terughoor waar zij is gekomen in haar overleg met Egypte en
andere leden van de Quad met betrekking tot het boeken van voortgang. Ik
heb u ook een separate Kamerbrief toegezegd over hoe wij invulling geven
aan de moties. Nogmaals, ik span mij dus in om dit ook op te brengen in
de RBZ.
De voorzitter:
Als we er daarmee zijn, dan constateer ik in ieder geval dat ik moet
vermelden dat het lid Ceder dus een tweeminutendebat aanvraagt. Wij
zullen zorgen dat dat terechtkomt bij de Voorzitter van de Kamer. Maar
meneer Van Baarle wil ook nog iets zeggen of vragen, en dat mag hij
zeker. Gaat uw gang.
De heer Van Baarle (DENK):
Dank, voorzitter. Ten aanzien van die sancties tegen gewelddadige
kolonisten lopen er bij de minister een aantal lijnen door elkaar. Eerst
zegt de minister dat het allemaal juridisch complex is. Dat kan zijn.
Aan de andere kant, als er schendingen zijn van het internationaal recht
vind ik dat we om daar iets tegen te doen best de randen van wat we
kunnen mogen opzoeken. Daarna heeft de minister het weer over "we moeten
het Europees doen als het kan". Daarvan zien we dat het al meer dan een
half jaar niet lukt. Moet ik de toezegging van de minister zo zien dat
hij op een rijtje gaat zetten hoe het met zo'n SIS-signalering werkt?
Daar heb ik namelijk eigenlijk geen behoefte aan. Dat kan ik zelf ook
opzoeken. Of moet ik de toezegging van de minister zo opvatten dat hij
echt welwillend gaat kijken of hij mogelijkheden kan vinden om die
gewelddadige kolonisten op zo'n SIS-signaleringslijst te zetten? Op het
moment dat de toezegging die tweede inhoud heeft, dus dat hij echt gaat
kijken of hij dat kan doen, dan kan ik daarmee leven. Als het het eerste
is, dan kan ik het zelf ook opzoeken en dan ga ik met een motie
komen.
Minister Van Weel:
Als een goede diplomaat ga ik in het midden zitten. Ik wil op voorhand
nog niet welwillend kijken naar het SIS-signaleren van deze mensen. Dat
is ook omdat ik het instrument ken en ik het daar in beginsel niet
geschikt voor vind. Ik wil ook wel iets verder gaan in de uitleg van de
SIS-signalering en dat dan eerlijk houden naast de gevallen waar we het
hier over hebben. Dan zal ik u daarover een oordeel geven, namelijk wat
ik daarvan vind.
De voorzitter:
Dat is het dan. Mevrouw Dobbe heeft nog een vraag.
Mevrouw Dobbe (SP):
Even voor de verheldering. Toen wij van deze minister de toezegging
kregen dat wij in januari zouden worden geïnformeerd over de uitslag van
het rondje dat nog werd gedaan om de capaciteit voor medische evacuatie
in kaart te brengen, werd er gezegd: in januari komt er een brief. Nu
hoop ik niet dat er verwarring is ontstaan waardoor het nog later komt
omdat de datum van de begrotingsbehandeling van BuZa wellicht later
wordt. Ik hoop dat het in ieder geval januari wordt. Ik wil deze
minister ook echt oproepen om het niet pas helemaal op de laatste dag
van januari te doen. Ik mis wel een beetje de urgentie. Het gaat hier
namelijk om een groep kinderen die dringend medische hulp nodig hebben
en die echt niet kunnen wachten. We wachten nu al een maand op die
brief. Elke dag kunnen die kinderen sterven. Het lijkt mij dus heel erg
goed als de urgentie ook wordt meegenomen in het informeren van ons en
dat er niet gewacht wordt tot het einde van januari. Ik hoop dus wel dat
die brief echt eerder kan komen. Alles wat de minister daarover kan
zeggen is welkom.
Minister Van Weel:
Ik heb u aangeboden om het hier morgen al over te hebben als die
urgentie dan zo ontzettend hoog is. Als het daarom gaat, zou ik zeggen:
waarom brengt u het morgen niet op in de begrotingsbehandeling van BHO
en waarom is het dan belangrijker om dat met mij te doen omdat ik de
toezegging heb gedaan? Is het dan niet belangrijker om dat zo snel
mogelijk met elkaar te bespreken? Nogmaals, ik sta achter mijn
toezegging. Ik heb gehoord dat u het heel graag, per se, met mij wil
bespreken. Dan blijft mijn toezegging staan. U krijgt in januari een
brief en dan kunnen we het daarover hebben. Laat u vooral niet
tegenhouden om dit gewoon aan te kaarten bij de eerdere mogelijkheden
die er zijn.
De voorzitter:
Mevrouw Dobbe nog hierover?
Mevrouw Dobbe (SP):
Wees gerust, we zullen dat zeker doen. Het klopt helemaal, maar we
verwachten dan nog steeds van deze minister dat hij zijn toezegging
gestand doet, dat hij dan ook samenwerkt met zijn staatssecretaris en
dat hij het zo snel als mogelijk doet. Dat is namelijk de urgentie van
deze medische evacuaties. Het gaat hier niet over zomaar iets. Die
kinderen kunnen niet heel lang wachten.
De voorzitter:
Oké. Zijn er nog andere opmerkingen of vragen? Als dat niet het geval
is, dan ga ik nu over tot het voorlezen van de toezeggingen die de
griffier heeft genoteerd. Ga er maar even goed voor zitten, want het
zijn er zes en ze zijn ook niet heel kort.
De eerste toezegging. De minister zegt toe in het verslag van de RBZ nader in te gaan op het beeld dat hij heeft van de Iraanse oppositie en het draagvlak dat de verschillende oppositiegroeperingen in het land hebben. Dat is een toezegging aan de heer Ceulemans.
Dat is akkoord van beide kanten.
Twee. De minister zegt toe in het verslag van de RBZ terug te komen op de discussie in de Raad over de entering op de Atlantische Oceaan door de VS en het VK van een olietanker uit de Russische schaduwvloot. Hij zal dan ook nader ingaan op de juridische redenering die daarbij gebruikt is. Dat is een toezegging aan de heer Boswijk.
Minister Van Weel:
Mag ik vragen om de mogelijkheden die dat biedt voor ons eigen optreden
iets korter te formuleren? Ik denk dat dat ook meer operationeel is in
de richting van de heer Boswijk.
De voorzitter:
Akkoord. Dat zullen we er ook bij opnemen.
Drie. De minister zegt toe dat hij de brief over de medische evacuaties uit Gaza voor de begrotingsbehandeling Buitenlandse Zaken aan de Kamer zal sturen in januari.
Minister Van Weel:
Ja, maar dus niet per se voor de begrotingsbehandeling, maar in januari.
Dat is de toezegging zoals zij was.
De voorzitter:
Akkoord. "Voor de begrotingsbehandeling" is geschrapt.
Vier. De minister zegt toe in het verslag van de RBZ nader in te gaan op de systematiek van het Schengen Informatie Systeem en de SIS-signalering met betrekking tot gewelddadige kolonisten op de Westelijke Jordaanoever, waarbij hij daarover een oordeel zal geven. Dit is een toezegging aan de heer Van Baarle.
Vijf. De minister zegt toe in het verslag van de RBZ terug te komen op de rol van Turkije ten aanzien van de Koerden in Syrië, in aanvulling op zijn antwoord op de Kamervragen hierover van de heer Ceder. Dit is een toezegging aan mevrouw Piri.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
"Naar aanleiding van de Kamervragen van de heer Ceder" heeft daar
volgens mij niks mee te maken. Ik ken ze niet, maar het lijkt me een
beetje overbodige informatie. Het gaat niet om Koerden in het algemeen,
maar om de aanval op de Koerden en de rol van Turkije daarin, dus ik zou
"het geweld tegen de Koerden in Syrië" zeggen.
De voorzitter:
Goed. De verwijzing naar de Kamervraag van de Ceder is geschrapt en "het
geweld tegen de Koerden" staat erin.
Zes. De minister zegt toe de Kamer schriftelijk te informeren bij significante ontwikkelingen in de internationale politiek, in de periode tussen nu en de begrotingsbehandeling.
Minister Van Weel:
Een tweeminutendebat was dat volgens mij. Het was met het oog op
mogelijke moties die dan zouden kunnen worden ingediend in een
tweeminutendebat voor de RBZ. Het gaat dus om de periode tussen nu en
het tweeminutendebat.
De voorzitter:
Oké. Dat hebben we dan nu ook gewijzigd in de schriftelijke weergave
hier, dus dank daarvoor.
Dan kunnen we komen tot een afronding van dit commissiedebat. Ik dank de
leden voor hun inbreng en de minister voor de beantwoording van alle
gestelde vragen. Daarmee sluit ik deze bijeenkomst.
Sluiting 20.44 uur.
ONGECORRIGEERD STENOGRAM Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: verslagdienst@tweedekamer.nl |
|---|