Verslag
Wijziging van de Wet luchtvaart in verband met de bevoegdheidsverdeling voor buitenlandse luchthavens
Verslag (initiatief)wetsvoorstel (nader)
Nummer: 2026D01266, datum: 2026-01-14, bijgewerkt: 2026-01-16 09:11, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-36793-5).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: P.C. (Peter) de Groot, voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat (VVD)
- Mede ondertekenaar: M. Meedendorp, adjunct-griffier
Onderdeel van kamerstukdossier 36793 -5 Wijziging van de Wet luchtvaart in verband met de bevoegdheidsverdeling voor buitenlandse luchthavens .
Onderdeel van zaak 2025Z15215:
- Indiener: R. Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat
- Medeindiener: G.P. Tuinman, staatssecretaris van Defensie
- Volgcommissie: vaste commissie voor Defensie
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
- 2025-09-02 15:10: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2025-09-10 10:15: Procedurevergadering IenW (Procedurevergadering), vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
- 2026-01-14 12:00: Wijziging van de Wet luchtvaart in verband met de bevoegdheidsverdeling voor buitenlandse luchthavens (Inbreng verslag (wetsvoorstel)), vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 |
36 793 Wijziging van de Wet luchtvaart in verband met de bevoegdheidsverdeling voor buitenlandse luchthavens
Nr. 5 VERSLAG
Vastgesteld 14 januari 2026
De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat, belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel, heeft de eer verslag uit te brengen van haar bevindingen. Het verslag behandelt alleen die onderdelen waarover door de genoemde fracties inbreng is geleverd.
Onder het voorbehoud dat de regering de vragen en opmerkingen in dit verslag afdoende zal beantwoorden, acht de commissie hiermee de openbare behandeling van het voorstel van wet voldoende voorbereid.
Algemeen
De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het wetsvoorstel. Deze leden hebben nog enkele vragen over het wetsvoorstel.
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet luchtvaart in verband met de bevoegdheidsverdeling voor buitenlandse luchthavens (Kamerstuk 36 793). Deze leden hebben nog enkele vragen over het wetsvoorstel.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het voorstel en hebben hier op dit moment geen vragen of opmerkingen bij.
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel en hebben geen verdere vragen.
Inleiding
De leden van de PVV-fractie vragen of de regering kan toelichten hoe wordt geborgd dat Nederlandse nationale veiligheidsbelangen altijd prevaleren boven buitenlandse of bondgenootschappelijke operationele belangen, bijvoorbeeld bij NAVO-activiteiten.
Aanleiding
De leden van de PVV-fractie vragen of de regering kan garanderen dat de samenloop tussen de Wet luchtvaart en de Omgevingswet niet leidt tot onduidelijkheid over verantwoordelijkheden, handhaving en aanspreekpunten voor provincies en gemeenten in grensregio’s.
Inhoud wetsvoorstel
De leden van de D66-fractie constateren dat in artikel 8a.58 wordt opgenomen dat de Minister van Defensie in het geval van een buitenlandse militaire luchthaven een verklaring van geen bezwaar kan verlenen. Momenteel is dit nog de Minister van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) in overeenstemming met de Minister van Defensie. Deze leden vragen waarom de regering niet gekozen heeft voor een variant waarin de Minister van Defensie dit kan doen in overeenstemming met de Minister van IenW.
De leden van de D66-fractie constateren dat in artikel 8a.59 wordt opgenomen dat de Minister van Defensie ten aanzien van buitenlandse militaire luchthavens regels over de wijze van meten en berekenen van geluidbelasting vaststelt. Deze leden vragen waarom de regering voornemens is om in geval van militaire luchthavens de manier van meten en berekenen van geluidsbelasting op een andere manier in te richten. Ook vragen deze leden of de regering op dit punt heeft overwogen om te kiezen voor een variant waarin de Minister van Defensie dit kan doen in overeenstemming met de Minister van IenW.
De leden van de PVV-fractie vragen of de regering enkele praktijkvoorbeelden kan geven van situaties waarbij zelfstandige beslissingsbevoegdheid van de Minister van Defensie de noodzaak heeft, evenals voorbeelden van situaties waarbij het essentieel is dat andere Ministers via overleg- of instemmingsconstructies zijn betrokken.
De leden van de PVV-fractie begrijpen het belang van militaire vertrouwelijkheid, maar zij vragen hoe wordt voorkomen dat het niet openbaar maken van gegevens leidt tot structureel gebrek aan transparantie richting omwonenden, gemeenten en provincies.
Gevolgen
De leden van de PVV-fractie vragen of de regering kan toelichten waarom geen enkele verbetering wordt aangebracht in de rechtspositie van omwonenden van buitenlandse militaire luchthavens, terwijl zij wel blijvend worden geconfronteerd met geluidsoverlast, veiligheidsrisico’s en mogelijke schade.
Totstandkomingsprocedure
De leden van de D66-fractie constateren dat de regering heeft besloten bij dit wetsvoorstel af te zien van een uitvoerings- en handhavingstoets door de Inspectie Leefomgeving en Transport en Militaire Luchtvaart Autoriteit. Deze leden vragen of de regering bereid is om hen om een algemene zienswijze te vragen over het wetsvoorstel en deze voor de behandeling in de Tweede Kamer aan de Kamer toe te zenden.
De fungerend voorzitter van de vaste commissie,
P. de Groot
Adjunct-griffier van de commissie,
Meedendorp