Tweeminutendebat Wapenexportbeleid (CD 3/9) (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D01281, datum: 2026-01-14, bijgewerkt: 2026-01-15 09:26, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-01-14 10:15: Tweeminutendebat Wapenexportbeleid (CD 3/9) (Plenair debat (tweeminutendebat)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Wapenexportbeleid
Wapenexportbeleid
Aan de orde is het tweeminutendebat Wapenexportbeleid (CD d.d.
03/09).
De voorzitter:
Wij beginnen vandaag met het tweeminutendebat Wapenexportbeleid. Ik
nodig graag de eerste spreker van de Kamer uit. Ik heet natuurlijk ook
de bewindspersoon in vak K van harte welkom. We gaan nu luisteren naar
de heer Van Baarle van de fractie van DENK. Gaat uw gang.
De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter, dank u wel. Naar aanleiding van het commissiedebat heb ik
een aantal moties. De eerste motie gaat over het risico op doorlevering
van wapens naar Sudan. Die luidt als volgt.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in Sudan sprake is van grootschalige
mensenrechtenschendingen en een geldend wapenembargo voor Darfur;
constaterende dat tijdens het debat door de minister is erkend dat het
huidige systeem van exportvergunningen en eindgebruikersverklaringen
niet 100% waterdicht is en doorlevering van wapens niet volledig kan
worden uitgesloten;
verzoekt de regering binnen de bestaande mogelijkheden zich ervoor in te
spannen om het risico op doorlevering van vanuit Nederland geëxporteerde
militaire goederen en dual-usegoederen naar Sudan verder te
beperken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Baarle en Dobbe.
Zij krijgt nr. 470 (22054).
De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter. Dan een tweetal moties die zien op het voorkomen dat Israël
nog verdere misdaden kan plegen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Internationaal Gerechtshof heeft vastgesteld dat
er een reëel risico op genocide bestaat in Gaza;
constaterende dat Nederland op grond van het Genocideverdrag verplicht
is alles te doen om genocide te voorkomen;
verzoekt de regering om een volledig en permanent wapenembargo tegen
Israël in te stellen, inclusief import, export, doorvoer en militaire
bijstand,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Baarle en Dobbe.
Zij krijgt nr. 471 (22054).
De heer Van Baarle (DENK):
Tot slot, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat dual-usegoederen kunnen bijdragen aan militaire
operaties en repressie van burgers;
verzoekt de regering nationale aanvullende exportrestricties in te
stellen voor dual-usegoederen richting Israël vanwege het risico op
inzet tegen burgers,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Baarle en Dobbe.
Zij krijgt nr. 472 (22054).
De heer Van Baarle (DENK):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan wij nu luisteren naar mevrouw Dobbe van de fractie
van de SP. Gaat uw gang.
Mevrouw Dobbe (SP):
Goedemorgen. Ik heb twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland een toetredingsverzoek heeft gedaan voor het
zogenaamde Verdrag van Aken met Duitsland, Frankrijk en Spanje;
constaterende dat de verantwoordelijkheid van de exportcontrole in dit
verdrag bij het land is gelegd waar de eindproducent van het
wapensysteem is gevestigd en Nederland daarmee veel controle over
wapenexport uit handen geeft;
overwegende dat we moeten voorkomen dat Nederlandse wapens of
wapenonderdelen gebruikt worden voor mensenrechtenschendingen;
verzoekt de regering niet toe te treden tot het Verdrag van Aken totdat
kan worden gegarandeerd dat dit niet zal leiden tot minder strenge
exportcriteria dan Nederland nu toepast,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe, Van Baarle en
Teunissen.
Zij krijgt nr. 473 (22054).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering zich in te zetten voor maatregelen om wapenstromen
richting strijdende partijen in Sudan te stoppen en daarbij ook
expliciet te kijken naar het eigen wapenexportbeleid om te voorkomen dat
wapens via Nederland in handen komen van strijdende partijen in Sudan,
en hierover de Kamer te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe, Van Baarle, Kröger, Van
der Burg en Teunissen.
Zij krijgt nr. 474 (22054).
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan wij nu luisteren naar mevrouw Teunissen van de
fractie van de Partij voor de Dieren. Gaat uw gang.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb naar aanleiding van het debat twee
moties. De eerste.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de EU haar defensie-industrie mede via export wil
ondersteunen;
overwegende dat EU-landen nog steeds wapens exporteren naar landen die
het internationaal recht schenden, zoals Saudi-Arabië en de Verenigde
Arabische Emiraten;
verzoekt de regering zich in de EU in te zetten voor het uitsluiten van
wapenexport naar landen waar een risico bestaat op inzet bij
mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Teunissen en Dobbe.
Zij krijgt nr. 475 (22054).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland in de afgelopen jaren voor 2 miljard aan
militair materieel heeft aangekocht bij de Israëlische
wapenindustrie;
overwegende dat het onwenselijk is dat Nederland afhankelijk is van
militaire industrieën die betrokken zijn bij oorlogsmisdaden;
van mening dat Europa strategisch onafhankelijk moet worden van landen
die zich schuldig maken aan militaire dreiging en agressie;
verzoekt de regering om de Nederlandse afhankelijkheid van de
Israëlische wapenindustrie te beëindigen;
verzoekt de regering tevens om de afhankelijkheid van Israëlische
spionage-, surveillance- en inlichtingentechnologieën af te
bouwen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Teunissen.
Zij krijgt nr. 476 (22054).
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan nodig ik nu graag mevrouw Kröger van de fractie
GroenLinks-Partij van de Arbeid uit voor haar bijdrage.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Ook ik heb een motie, in vervolg op Kamervragen
die wij gesteld hebben naar aanleiding van onderzoek dat laat zien dat
er sterke aanwijzingen zijn dat er mensenrechtenschendingen plaatsvinden
in West-Papoea door de Indonesische marine. Er zijn zorgen dat onze
wapenexport daaraan bijdraagt.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er na recent journalistiek onderzoek sterke
aanwijzingen zijn dat de Indonesische marine mensenrechtenschendingen
begaat in West-Papoea;
constaterende dat het kabinet ondanks deze nieuwe informatie niet
voornemens is om wapenexport naar de Indonesische marine opnieuw te
beoordelen;
overwegende dat Europese exportregels oproepen om exportvergunningen bij
nieuwe informatie opnieuw te wegen;
verzoekt de regering om lopende en toekomstige exportvergunningen met
als eindgebruiker de Indonesische regering opnieuw te toetsen aan de
criteria van het EU Gemeenschappelijk Standpunt, en de Kamer te
informeren over de uitkomst,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kröger.
Zij krijgt nr. 477 (22054).
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik heb ook nog een vraag aan de staatssecretaris. Er moet elke maand een
rapportage worden gepubliceerd over de uitvoer van militaire goederen en
dual-usegoederen. Die maandrapportage is eergisteren eindelijk weer
geactualiseerd met gegevens tot en met december, maar daarvoor hebben we
maandenlang, eigenlijk vanaf de zomer, geen enkele update meer gekregen.
Kan de staatssecretaris uitleggen waarom dit is gebeurd? Waarom hebben
we maandenlang die update niet gekregen? Kan zij er zorg voor dragen dat
dat vanaf nu gewoon weer elke maand gebeurt?
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. De staatssecretaris heeft aangegeven vijf minuten nodig te
hebben om haar appreciatie voor te bereiden, dus ik schors voor vijf
minuten.
De vergadering wordt van 10.22 uur tot 10.28 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat
Wapenexportbeleid. Wij zijn toegekomen aan de appreciatie van de
ingediende moties en de beantwoording van de vragen. Ik geef de
staatssecretaris daartoe graag de gelegenheid. Gaat uw gang.
Staatssecretaris De Vries:
Voorzitter. Laat ik beginnen met de vraag van mevrouw Kröger van
GroenLinks-PvdA over de rapportages. Ik snap de behoefte aan
transparantie en het verzoek om de informatie regelmatig te updaten. Dat
doen wij ook regelmatig. Het streven is om een publicatie binnen twee
maanden te doen, maar het heeft inderdaad tijd nodig. Er zit een
bepaalde vertraging in, maar we zijn het erover eens dat het zo
up-to-date mogelijk moet zijn. De rapportages in de zin van de updates
die mevrouw Kröger heeft genoemd, zijn wel wat regelmatiger geweest. We
zijn het er dus over eens dat het regelmatig moet, maar zoals gezegd zit
er altijd een vertraging in.
Dan de moties. Ik begin met de motie van de heer Van Baarle en mevrouw
Dobbe, waarin de regering wordt verzocht het risico op doorlevering van
vanuit Nederland geëxporteerde militaire goederen en dual-usegoederen
naar Sudan verder te beperken. Het is een inspanningsverplichting. Dit
doen we op zich al. Ik kijk even waar de heer Van Baarle zit. O, daar
zit hij tegenwoordig. Ik weet dus niet of verder beperken aan de orde
is. Dat hangt gewoon van de situatie af. We kijken altijd heel goed
welke risico's er zijn en die nemen we mee in de afweging. Met die
opmerking kan ik de motie oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 470 krijgt oordeel Kamer.
Staatssecretaris De Vries:
In de motie op stuk nr. 471 wordt de regering verzocht een volledig en
permanent wapenembargo tegen Israël in te stellen. Wij doen dat bij
exportvergunningen voor wapens of dual-usegoederen altijd case by case.
Ik moet deze motie ontraden, omdat wij ook nog steeds puur defensieve
goederen, zoals onderdelen voor het Iron Domesysteem, willen kunnen
blijven leveren.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 471 wordt ontraden.
Staatssecretaris De Vries:
In de motie op stuk nr. 472 wordt de regering verzocht nationale
aanvullende exportrestricties in te stellen voor dual-usegoederen
richting Israël. Ook die motie moet ik ontraden. We beoordelen dit case
by case. Wij sluiten niet per definitie hele landen uit. We toetsen de
situatie aan de criteria die daarvoor zijn en kijken echt per situatie
wat de uitkomst daarvan is.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 472 wordt ontraden.
Staatssecretaris De Vries:
In de motie op stuk nr. 473 van mevrouw Dobbe wordt de regering verzocht
niet toe te treden tot het Verdrag van Aken. Die discussie hebben we al
regelmatig gevoerd. Volgens mij weet mevrouw Dobbe ook dat we daarover
van mening verschillen. Wij denken dat het belangrijk is dat we de
Europese defensie-industriesamenwerking bevorderen. Wij denken dat dit
daaraan kan bijdragen. Nederland houdt gewoon zeggenschap. Ik zal de
motie dus ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 473 wordt ontraden. Dat is aanleiding voor een
korte vraag van mevrouw Dobbe.
Mevrouw Dobbe (SP):
We hebben hier inderdaad veel debatten over gevoerd, maar er is een
reden waarom ik de motie geformuleerd heb zoals ze nu geformuleerd is.
De staatssecretaris geeft nu argumenten om uit te leggen waarom de
regering wil toetreden tot het verdrag, maar er staat in het dictum:
totdat kan worden gegarandeerd dat dit niet zal leiden tot minder
strenge exportcriteria dan Nederland nu toepast. Dat wil de
staatssecretaris toch ook? Met die formulering kan ze toch eigenlijk
niet anders dan deze motie oordeel Kamer geven?
Staatssecretaris De Vries:
Maar dat impliceert dat ik zou vinden dat Duitsland, Frankrijk en Spanje
nu minder strenge exportcriteria hebben. Wij toetsen aan de criteria die
daarvoor zijn. Daarom is de motie ontraden, wat mij betreft.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 473 blijft ontraden.
Staatssecretaris De Vries:
In de motie op stuk nr. 474 wordt de regering verzocht zich in te zetten
voor maatregelen om wapenstromen richting strijdende partijen in Sudan
te stoppen en daarbij ook expliciet te kijken naar het eigen
wapenexportbeleid. Enerzijds denk ik: deze motie is overbodig, want
volgens mij doen wij dat in veel gevallen al. We kijken bij elke
exportvergunning voor wapens of voor bepaalde landen wat het risico op
omzeiling is. Ik kan zeggen dat het ondersteuning van beleid is en dat
de motie oordeel Kamer krijgt, maar het is in feite wat we al doen. We
kijken case by case wat de risico's op omzeiling zijn. Dat doen we op
een verantwoorde manier. Ik denk dat dat belangrijk is.
De voorzitter:
Wat wordt nu dan de appreciatie?
Staatssecretaris De Vries:
Zullen we er dan maar oordeel Kamer van maken?
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 474 krijgt oordeel Kamer.
Staatssecretaris De Vries:
Dat helpt om de sfeer vandaag alvast te verhogen.
De voorzitter:
Dat lijkt mij een goed idee. We gaan naar de motie op stuk nr. 475.
Staatssecretaris De Vries:
Dan de motie op stuk nr. 475 van mevrouw Teunissen en mevrouw Dobbe,
over het uitsluiten van wapenexport naar landen waar risico bestaat op
inzet bij mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden. Het beleid dat
wij nu hebben, is dat wij case by case kijken wat de beoordeling is. We
toetsen die aan alle strenge criteria die daarvoor zijn. Daarbij wordt
ook rekening gehouden met mensenrechtenschendingen. Wij doen dat dus
case by case en in deze motie wordt gevraagd om dat toch richting landen
te gaan doen en die helemaal uit te sluiten. Voor ons is belangrijk dat
landen soms ook een legitieme reden hebben om zichzelf te verdedigen.
Dat zou hier helemaal mee worden uitgesloten. Dat lijkt ons geen goede
zaak, dus ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 475 wordt ontraden.
Staatssecretaris De Vries:
De motie op stuk nr. 476 vraagt de regering om Nederlandse
afhankelijkheid van de Israëlische wapenindustrie te beëindigen en
afhankelijkheid van Israëlische spionage-, surveillance- en
inlichtingentechnologieën af te bouwen. Wij willen die afhankelijkheid
natuurlijk verminderen, net als afhankelijkheid van alle landen buiten
Europa, overigens. We willen echt in Europa kijken of we een eigen
defensie-industrie kunnen opbouwen. Dat heeft tijd nodig. Het nu
beëindigen gaat echt veel te ver, dus wat mij betreft is de motie
ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 476 wordt ontraden. Tot slot de laatste motie, de
motie op stuk nr. 477.
Staatssecretaris De Vries:
De motie op stuk nr 477 gaat over Indonesië en het leveren van goederen.
Ook die moet ik ontraden met dezelfde argumentatie, namelijk dat wij
geen landen uitsluiten maar het case by case bekijken. Daarbij houden
wij altijd rekening met mensenrechtenschendingen en waar de goederen
voor worden ingezet. Maar nogmaals, er is ook een legitieme
veiligheidsbehoefte bij landen, een behoefte om zich te kunnen
verdedigen, en daarom wordt de motie ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 477 wordt ontraden. Mevrouw Kröger, gaat uw
gang.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Allereerst zou ik graag willen melden dat het lid Ceder van de
ChristenUnie deze motie meeondertekent. Dan mijn vraag aan de
staatssecretaris. Niemand betwist het legitieme recht van landen om zich
te kunnen verdedigen, maar hierbij gaat het erom dat er sterke
aanwijzingen zijn uit journalistiek onderzoek. Ik vraag de
staatssecretaris om zich daartoe te verhouden, om de procedures zoals
die in Europa geformuleerd zijn te volgen en om die toetsing opnieuw te
doen op het moment dat er nieuwe informatie boven tafel komt.
Staatssecretaris De Vries:
Dat begrijp ik, maar het impliceert dat wij nu niet naar dat soort zaken
zouden kijken. Wij gebruiken heel veel bronnen bij het beoordelen van de
wapenexportvergunningen, ook onderzoeken van ngo's bijvoorbeeld. De
Europese wapenexportcontrolekaders worden gewoon gehanteerd. Dat wordt
case by case bekeken. Daarom zie ik nu geen aanleiding om deze motie
oordeel Kamer te geven. Ik vind dat we die echt moeten ontraden.
De voorzitter:
Afrondend, mevrouw Kröger.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
De staatsecretaris geeft aan dat heel veel onderzoek gebruikt wordt.
"Case by case" is natuurlijk precies wat deze motie vraagt. De concrete
vraag is dan: zijn het onderzoek dat door Pointer is gedaan en de
informatie over mensenrechtenschendingen in Papoea door de Indonesische
marine betrokken bij de weging binnen de procedures die Europa
voorschrijft?
Staatssecretaris De Vries:
Ik denk dat het belangrijk is dat wij bij dit soort zaken naar allerlei
bronnen kijken. Wij vinden het belangrijk dat ook deze exportcriteria
heel zorgvuldig worden gewogen door de organisatie en in de voorstellen
die naar mij toekomen. Misschien verschillen wij dan over de vraag waar
het eindgebruik ligt. Dat kan inderdaad in een aantal gevallen de marine
van Indonesië zijn. Daarbij komt ook dat wij vinden dat landen zichzelf
moeten kunnen verdedigen. Dat vinden wij belangrijk. Case by case wordt
gekeken waar een en ander specifiek voor wordt gebruikt en wordt
ingezet. Ik denk dat we dat op een verantwoorde manier doen. Deze motie
impliceert dat we het nu niet op een goede manier zouden doen. Ik denk
dat we het heel zorgvuldig en goed doen, met oog voor alle aspecten, ook
de mensenrechten.
De voorzitter:
Heel kort.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik hoor absoluut geen antwoord op mijn vraag. Mijn vraag was: is de
informatie zoals Pointer die beschrijft, namelijk uitgebreid onderzoek
naar mensenrechtenschendingen door de Indonesische marine, betrokken in
de weging zoals de staatssecretaris die in al haar zorgvuldigheid
beschrijft?
Staatssecretaris De Vries:
Ik ga hier nu niet alle beoordelingen doen. Wij geven heel helder en
transparant aan welke vergunningen verstrekt worden en welke afgewezen
worden. Er zitten ook veiligheidszaken in die we niet benoemen. U mag
ervan uitgaan dat wij bronnen wegen. Soms zijn er misschien ook andere
bronnen dan alleen deze bron. Die bronnen zeggen dan misschien iets
anders. Ik vind dat we dat op een verantwoorde manier doen. Wat mij
betreft doen we dat met een heel zorgvuldig proces. Ik zie nu dus geen
reden om deze motie een ander oordeel dan ontraden te geven.
De voorzitter:
Hiermee blijft de motie op stuk nr. 477 ontraden. Ga uw gang, meneer Van
Baarle.
De heer Van Baarle (DENK):
Ik was iets te laat met mijn beweging. Met uw welnemen heb ik nog een
hele korte vraag over de beantwoording van de vraag van mevrouw Kröger
over de rapportage. Dit thema speelt namelijk al lang. Ik kan me
herinneren dat ik toen ik voor het eerst verantwoordelijk werd op dit
beleidsterrein, er ook al vragen over stelde. Is de staatssecretaris
bereid om voor het volgende commissiedebat over wapenexportbeleid met
een brief te komen waarin zij uiteenzet hoe ze precies de rapportage op
het niveau gaat brengen zoals we dat verwachten, gezien de afspraken met
de Kamer? We constateren namelijk al best wel lang dat het niet helemaal
lukt om de deadlines te halen. Dat heeft waarschijnlijk ook te maken met
capaciteit. Ik ben dus benieuwd naar iets meer uitleg. De vraag aan de
staatssecretaris is of ze daarmee voor het volgende commissiedebat zou
kunnen komen.
Staatssecretaris De Vries:
Ik ga niet brieven schrijven om het brieven schrijven. Volgens mij ben
ik er helder over geweest dat ik deel dat er transparantie over moet
zijn, dat we het regelmatig moeten actualiseren en dat we het up-to-date
moeten houden. Het streven is niet om dat maandelijks te doen, maar om
binnen twee maanden te publiceren. Ik denk dat dat belangrijk is. Het
verschilt niet zo veel, maar soms is er even tijd nodig om de vertaling
te doen. De gegevens van de uitvoer van militaire goederen zijn voor het
laatst in januari 2025 geüpdatet en die van dual-usegoederen in november
2025. Daar zit soms tijd tussen. Ik kan dat ook niet veranderen. Een
brief daarover schrijven helpt dus niet, integendeel. Dat zou namelijk
betekenen dat ambtenaren met het schrijven van een brief bezig moeten
zijn, en ik heb liever dat zij de rapportages zo up-to-date mogelijk
houden.
De voorzitter:
Ik geef u de gelegenheid om een hele korte vervolgvraag te stellen, want
ik zie u twijfelen. Maar dan moet het wel heel kort, meneer Van
Baarle.
De heer Van Baarle (DENK):
Dit is de laatste vraag en die is kort. Het gaat er niet om dat ik een
brief vraag omdat ik zo graag een brief wil. Het gaat erom dat dit
probleem blijkbaar al lang speelt, dat we de deadline niet elke keer
halen en dat ook organisaties die zich hiermee vanuit mensenrechtelijk
perspectief bezighouden, aangeven: zorg ervoor dat je je aan de
rapportageafspraken houdt. Dan is het blijkbaar ook een kwestie van
capaciteit. Mijn vraag aan de staatssecretaris is dus geen vraag om een
brief, maar mijn vraag aan de staatssecretaris is: hoe gaat u, vraag ik
via de voorzitter, voor de lange termijn borgen dat we die afspraken
gewoon gaan halen?
Staatssecretaris De Vries:
Volgens mij wordt er redelijk aan voldaan. Ik snap best dat er zorgen
zijn over de tijden waarin het misschien niet gehaald wordt. Blijkbaar
is er ook nog een verschil van mening over hoe vaak we dat dan met
elkaar zouden moeten doen. Heel eerlijk, het kost gewoon tijd om de
vertaalslag naar transparantie te maken. Ik ben blij met de
transparantie die wij hebben. Mijn intentie is echt om uw Kamer en
andere, externe partijen zo goed mogelijk te informeren over wat wel en
niet wordt toegewezen. Ik denk niet dat het sturen van een brief daar nu
echt aan bijdraagt.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik dank de staatssecretaris voor de beantwoording en de
appreciaties.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Ik stel voor dat wij direct doorgaan met het volgende tweeminutendebat,
namelijk het tweeminutendebat Humanitaire hulp.