[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Tweeminutendebat Wapenexportbeleid (CD 3/9) (ongecorrigeerd)

Stenogram

Nummer: 2026D01281, datum: 2026-01-14, bijgewerkt: 2026-01-15 09:26, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Wapenexportbeleid

Wapenexportbeleid

Aan de orde is het tweeminutendebat Wapenexportbeleid (CD d.d. 03/09).

De voorzitter:
Wij beginnen vandaag met het tweeminutendebat Wapenexportbeleid. Ik nodig graag de eerste spreker van de Kamer uit. Ik heet natuurlijk ook de bewindspersoon in vak K van harte welkom. We gaan nu luisteren naar de heer Van Baarle van de fractie van DENK. Gaat uw gang.

De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter, dank u wel. Naar aanleiding van het commissiedebat heb ik een aantal moties. De eerste motie gaat over het risico op doorlevering van wapens naar Sudan. Die luidt als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in Sudan sprake is van grootschalige mensenrechtenschendingen en een geldend wapenembargo voor Darfur;

constaterende dat tijdens het debat door de minister is erkend dat het huidige systeem van exportvergunningen en eindgebruikersverklaringen niet 100% waterdicht is en doorlevering van wapens niet volledig kan worden uitgesloten;

verzoekt de regering binnen de bestaande mogelijkheden zich ervoor in te spannen om het risico op doorlevering van vanuit Nederland geëxporteerde militaire goederen en dual-usegoederen naar Sudan verder te beperken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Baarle en Dobbe.

Zij krijgt nr. 470 (22054).

De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter. Dan een tweetal moties die zien op het voorkomen dat Israël nog verdere misdaden kan plegen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Internationaal Gerechtshof heeft vastgesteld dat er een reëel risico op genocide bestaat in Gaza;

constaterende dat Nederland op grond van het Genocideverdrag verplicht is alles te doen om genocide te voorkomen;

verzoekt de regering om een volledig en permanent wapenembargo tegen Israël in te stellen, inclusief import, export, doorvoer en militaire bijstand,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Baarle en Dobbe.

Zij krijgt nr. 471 (22054).

De heer Van Baarle (DENK):
Tot slot, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat dual-usegoederen kunnen bijdragen aan militaire operaties en repressie van burgers;

verzoekt de regering nationale aanvullende exportrestricties in te stellen voor dual-usegoederen richting Israël vanwege het risico op inzet tegen burgers,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Baarle en Dobbe.

Zij krijgt nr. 472 (22054).

De heer Van Baarle (DENK):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan wij nu luisteren naar mevrouw Dobbe van de fractie van de SP. Gaat uw gang.

Mevrouw Dobbe (SP):
Goedemorgen. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland een toetredingsverzoek heeft gedaan voor het zogenaamde Verdrag van Aken met Duitsland, Frankrijk en Spanje;

constaterende dat de verantwoordelijkheid van de exportcontrole in dit verdrag bij het land is gelegd waar de eindproducent van het wapensysteem is gevestigd en Nederland daarmee veel controle over wapenexport uit handen geeft;

overwegende dat we moeten voorkomen dat Nederlandse wapens of wapenonderdelen gebruikt worden voor mensenrechtenschendingen;

verzoekt de regering niet toe te treden tot het Verdrag van Aken totdat kan worden gegarandeerd dat dit niet zal leiden tot minder strenge exportcriteria dan Nederland nu toepast,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe, Van Baarle en Teunissen.

Zij krijgt nr. 473 (22054).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering zich in te zetten voor maatregelen om wapenstromen richting strijdende partijen in Sudan te stoppen en daarbij ook expliciet te kijken naar het eigen wapenexportbeleid om te voorkomen dat wapens via Nederland in handen komen van strijdende partijen in Sudan, en hierover de Kamer te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe, Van Baarle, Kröger, Van der Burg en Teunissen.

Zij krijgt nr. 474 (22054).

Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan wij nu luisteren naar mevrouw Teunissen van de fractie van de Partij voor de Dieren. Gaat uw gang.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb naar aanleiding van het debat twee moties. De eerste.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de EU haar defensie-industrie mede via export wil ondersteunen;

overwegende dat EU-landen nog steeds wapens exporteren naar landen die het internationaal recht schenden, zoals Saudi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten;

verzoekt de regering zich in de EU in te zetten voor het uitsluiten van wapenexport naar landen waar een risico bestaat op inzet bij mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Teunissen en Dobbe.

Zij krijgt nr. 475 (22054).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland in de afgelopen jaren voor 2 miljard aan militair materieel heeft aangekocht bij de Israëlische wapenindustrie;

overwegende dat het onwenselijk is dat Nederland afhankelijk is van militaire industrieën die betrokken zijn bij oorlogsmisdaden;

van mening dat Europa strategisch onafhankelijk moet worden van landen die zich schuldig maken aan militaire dreiging en agressie;

verzoekt de regering om de Nederlandse afhankelijkheid van de Israëlische wapenindustrie te beëindigen;

verzoekt de regering tevens om de afhankelijkheid van Israëlische spionage-, surveillance- en inlichtingentechnologieën af te bouwen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Teunissen.

Zij krijgt nr. 476 (22054).

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan nodig ik nu graag mevrouw Kröger van de fractie GroenLinks-Partij van de Arbeid uit voor haar bijdrage.

Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Ook ik heb een motie, in vervolg op Kamervragen die wij gesteld hebben naar aanleiding van onderzoek dat laat zien dat er sterke aanwijzingen zijn dat er mensenrechtenschendingen plaatsvinden in West-Papoea door de Indonesische marine. Er zijn zorgen dat onze wapenexport daaraan bijdraagt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er na recent journalistiek onderzoek sterke aanwijzingen zijn dat de Indonesische marine mensenrechtenschendingen begaat in West-Papoea;

constaterende dat het kabinet ondanks deze nieuwe informatie niet voornemens is om wapenexport naar de Indonesische marine opnieuw te beoordelen;

overwegende dat Europese exportregels oproepen om exportvergunningen bij nieuwe informatie opnieuw te wegen;

verzoekt de regering om lopende en toekomstige exportvergunningen met als eindgebruiker de Indonesische regering opnieuw te toetsen aan de criteria van het EU Gemeenschappelijk Standpunt, en de Kamer te informeren over de uitkomst,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kröger.

Zij krijgt nr. 477 (22054).

Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik heb ook nog een vraag aan de staatssecretaris. Er moet elke maand een rapportage worden gepubliceerd over de uitvoer van militaire goederen en dual-usegoederen. Die maandrapportage is eergisteren eindelijk weer geactualiseerd met gegevens tot en met december, maar daarvoor hebben we maandenlang, eigenlijk vanaf de zomer, geen enkele update meer gekregen. Kan de staatssecretaris uitleggen waarom dit is gebeurd? Waarom hebben we maandenlang die update niet gekregen? Kan zij er zorg voor dragen dat dat vanaf nu gewoon weer elke maand gebeurt?

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. De staatssecretaris heeft aangegeven vijf minuten nodig te hebben om haar appreciatie voor te bereiden, dus ik schors voor vijf minuten.

De vergadering wordt van 10.22 uur tot 10.28 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Wapenexportbeleid. Wij zijn toegekomen aan de appreciatie van de ingediende moties en de beantwoording van de vragen. Ik geef de staatssecretaris daartoe graag de gelegenheid. Gaat uw gang.

Staatssecretaris De Vries:
Voorzitter. Laat ik beginnen met de vraag van mevrouw Kröger van GroenLinks-PvdA over de rapportages. Ik snap de behoefte aan transparantie en het verzoek om de informatie regelmatig te updaten. Dat doen wij ook regelmatig. Het streven is om een publicatie binnen twee maanden te doen, maar het heeft inderdaad tijd nodig. Er zit een bepaalde vertraging in, maar we zijn het erover eens dat het zo up-to-date mogelijk moet zijn. De rapportages in de zin van de updates die mevrouw Kröger heeft genoemd, zijn wel wat regelmatiger geweest. We zijn het er dus over eens dat het regelmatig moet, maar zoals gezegd zit er altijd een vertraging in.

Dan de moties. Ik begin met de motie van de heer Van Baarle en mevrouw Dobbe, waarin de regering wordt verzocht het risico op doorlevering van vanuit Nederland geëxporteerde militaire goederen en dual-usegoederen naar Sudan verder te beperken. Het is een inspanningsverplichting. Dit doen we op zich al. Ik kijk even waar de heer Van Baarle zit. O, daar zit hij tegenwoordig. Ik weet dus niet of verder beperken aan de orde is. Dat hangt gewoon van de situatie af. We kijken altijd heel goed welke risico's er zijn en die nemen we mee in de afweging. Met die opmerking kan ik de motie oordeel Kamer geven.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 470 krijgt oordeel Kamer.

Staatssecretaris De Vries:
In de motie op stuk nr. 471 wordt de regering verzocht een volledig en permanent wapenembargo tegen Israël in te stellen. Wij doen dat bij exportvergunningen voor wapens of dual-usegoederen altijd case by case. Ik moet deze motie ontraden, omdat wij ook nog steeds puur defensieve goederen, zoals onderdelen voor het Iron Domesysteem, willen kunnen blijven leveren.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 471 wordt ontraden.

Staatssecretaris De Vries:
In de motie op stuk nr. 472 wordt de regering verzocht nationale aanvullende exportrestricties in te stellen voor dual-usegoederen richting Israël. Ook die motie moet ik ontraden. We beoordelen dit case by case. Wij sluiten niet per definitie hele landen uit. We toetsen de situatie aan de criteria die daarvoor zijn en kijken echt per situatie wat de uitkomst daarvan is.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 472 wordt ontraden.

Staatssecretaris De Vries:
In de motie op stuk nr. 473 van mevrouw Dobbe wordt de regering verzocht niet toe te treden tot het Verdrag van Aken. Die discussie hebben we al regelmatig gevoerd. Volgens mij weet mevrouw Dobbe ook dat we daarover van mening verschillen. Wij denken dat het belangrijk is dat we de Europese defensie-industriesamenwerking bevorderen. Wij denken dat dit daaraan kan bijdragen. Nederland houdt gewoon zeggenschap. Ik zal de motie dus ontraden.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 473 wordt ontraden. Dat is aanleiding voor een korte vraag van mevrouw Dobbe.

Mevrouw Dobbe (SP):
We hebben hier inderdaad veel debatten over gevoerd, maar er is een reden waarom ik de motie geformuleerd heb zoals ze nu geformuleerd is. De staatssecretaris geeft nu argumenten om uit te leggen waarom de regering wil toetreden tot het verdrag, maar er staat in het dictum: totdat kan worden gegarandeerd dat dit niet zal leiden tot minder strenge exportcriteria dan Nederland nu toepast. Dat wil de staatssecretaris toch ook? Met die formulering kan ze toch eigenlijk niet anders dan deze motie oordeel Kamer geven?

Staatssecretaris De Vries:
Maar dat impliceert dat ik zou vinden dat Duitsland, Frankrijk en Spanje nu minder strenge exportcriteria hebben. Wij toetsen aan de criteria die daarvoor zijn. Daarom is de motie ontraden, wat mij betreft.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 473 blijft ontraden.

Staatssecretaris De Vries:
In de motie op stuk nr. 474 wordt de regering verzocht zich in te zetten voor maatregelen om wapenstromen richting strijdende partijen in Sudan te stoppen en daarbij ook expliciet te kijken naar het eigen wapenexportbeleid. Enerzijds denk ik: deze motie is overbodig, want volgens mij doen wij dat in veel gevallen al. We kijken bij elke exportvergunning voor wapens of voor bepaalde landen wat het risico op omzeiling is. Ik kan zeggen dat het ondersteuning van beleid is en dat de motie oordeel Kamer krijgt, maar het is in feite wat we al doen. We kijken case by case wat de risico's op omzeiling zijn. Dat doen we op een verantwoorde manier. Ik denk dat dat belangrijk is.

De voorzitter:
Wat wordt nu dan de appreciatie?

Staatssecretaris De Vries:
Zullen we er dan maar oordeel Kamer van maken?

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 474 krijgt oordeel Kamer.

Staatssecretaris De Vries:
Dat helpt om de sfeer vandaag alvast te verhogen.

De voorzitter:
Dat lijkt mij een goed idee. We gaan naar de motie op stuk nr. 475.

Staatssecretaris De Vries:
Dan de motie op stuk nr. 475 van mevrouw Teunissen en mevrouw Dobbe, over het uitsluiten van wapenexport naar landen waar risico bestaat op inzet bij mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden. Het beleid dat wij nu hebben, is dat wij case by case kijken wat de beoordeling is. We toetsen die aan alle strenge criteria die daarvoor zijn. Daarbij wordt ook rekening gehouden met mensenrechtenschendingen. Wij doen dat dus case by case en in deze motie wordt gevraagd om dat toch richting landen te gaan doen en die helemaal uit te sluiten. Voor ons is belangrijk dat landen soms ook een legitieme reden hebben om zichzelf te verdedigen. Dat zou hier helemaal mee worden uitgesloten. Dat lijkt ons geen goede zaak, dus ontraden.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 475 wordt ontraden.

Staatssecretaris De Vries:
De motie op stuk nr. 476 vraagt de regering om Nederlandse afhankelijkheid van de Israëlische wapenindustrie te beëindigen en afhankelijkheid van Israëlische spionage-, surveillance- en inlichtingentechnologieën af te bouwen. Wij willen die afhankelijkheid natuurlijk verminderen, net als afhankelijkheid van alle landen buiten Europa, overigens. We willen echt in Europa kijken of we een eigen defensie-industrie kunnen opbouwen. Dat heeft tijd nodig. Het nu beëindigen gaat echt veel te ver, dus wat mij betreft is de motie ontraden.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 476 wordt ontraden. Tot slot de laatste motie, de motie op stuk nr. 477.

Staatssecretaris De Vries:
De motie op stuk nr 477 gaat over Indonesië en het leveren van goederen. Ook die moet ik ontraden met dezelfde argumentatie, namelijk dat wij geen landen uitsluiten maar het case by case bekijken. Daarbij houden wij altijd rekening met mensenrechtenschendingen en waar de goederen voor worden ingezet. Maar nogmaals, er is ook een legitieme veiligheidsbehoefte bij landen, een behoefte om zich te kunnen verdedigen, en daarom wordt de motie ontraden.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 477 wordt ontraden. Mevrouw Kröger, gaat uw gang.

Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Allereerst zou ik graag willen melden dat het lid Ceder van de ChristenUnie deze motie meeondertekent. Dan mijn vraag aan de staatssecretaris. Niemand betwist het legitieme recht van landen om zich te kunnen verdedigen, maar hierbij gaat het erom dat er sterke aanwijzingen zijn uit journalistiek onderzoek. Ik vraag de staatssecretaris om zich daartoe te verhouden, om de procedures zoals die in Europa geformuleerd zijn te volgen en om die toetsing opnieuw te doen op het moment dat er nieuwe informatie boven tafel komt.

Staatssecretaris De Vries:
Dat begrijp ik, maar het impliceert dat wij nu niet naar dat soort zaken zouden kijken. Wij gebruiken heel veel bronnen bij het beoordelen van de wapenexportvergunningen, ook onderzoeken van ngo's bijvoorbeeld. De Europese wapenexportcontrolekaders worden gewoon gehanteerd. Dat wordt case by case bekeken. Daarom zie ik nu geen aanleiding om deze motie oordeel Kamer te geven. Ik vind dat we die echt moeten ontraden.

De voorzitter:
Afrondend, mevrouw Kröger.

Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
De staatsecretaris geeft aan dat heel veel onderzoek gebruikt wordt. "Case by case" is natuurlijk precies wat deze motie vraagt. De concrete vraag is dan: zijn het onderzoek dat door Pointer is gedaan en de informatie over mensenrechtenschendingen in Papoea door de Indonesische marine betrokken bij de weging binnen de procedures die Europa voorschrijft?

Staatssecretaris De Vries:
Ik denk dat het belangrijk is dat wij bij dit soort zaken naar allerlei bronnen kijken. Wij vinden het belangrijk dat ook deze exportcriteria heel zorgvuldig worden gewogen door de organisatie en in de voorstellen die naar mij toekomen. Misschien verschillen wij dan over de vraag waar het eindgebruik ligt. Dat kan inderdaad in een aantal gevallen de marine van Indonesië zijn. Daarbij komt ook dat wij vinden dat landen zichzelf moeten kunnen verdedigen. Dat vinden wij belangrijk. Case by case wordt gekeken waar een en ander specifiek voor wordt gebruikt en wordt ingezet. Ik denk dat we dat op een verantwoorde manier doen. Deze motie impliceert dat we het nu niet op een goede manier zouden doen. Ik denk dat we het heel zorgvuldig en goed doen, met oog voor alle aspecten, ook de mensenrechten.

De voorzitter:
Heel kort.

Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik hoor absoluut geen antwoord op mijn vraag. Mijn vraag was: is de informatie zoals Pointer die beschrijft, namelijk uitgebreid onderzoek naar mensenrechtenschendingen door de Indonesische marine, betrokken in de weging zoals de staatssecretaris die in al haar zorgvuldigheid beschrijft?

Staatssecretaris De Vries:
Ik ga hier nu niet alle beoordelingen doen. Wij geven heel helder en transparant aan welke vergunningen verstrekt worden en welke afgewezen worden. Er zitten ook veiligheidszaken in die we niet benoemen. U mag ervan uitgaan dat wij bronnen wegen. Soms zijn er misschien ook andere bronnen dan alleen deze bron. Die bronnen zeggen dan misschien iets anders. Ik vind dat we dat op een verantwoorde manier doen. Wat mij betreft doen we dat met een heel zorgvuldig proces. Ik zie nu dus geen reden om deze motie een ander oordeel dan ontraden te geven.

De voorzitter:
Hiermee blijft de motie op stuk nr. 477 ontraden. Ga uw gang, meneer Van Baarle.

De heer Van Baarle (DENK):
Ik was iets te laat met mijn beweging. Met uw welnemen heb ik nog een hele korte vraag over de beantwoording van de vraag van mevrouw Kröger over de rapportage. Dit thema speelt namelijk al lang. Ik kan me herinneren dat ik toen ik voor het eerst verantwoordelijk werd op dit beleidsterrein, er ook al vragen over stelde. Is de staatssecretaris bereid om voor het volgende commissiedebat over wapenexportbeleid met een brief te komen waarin zij uiteenzet hoe ze precies de rapportage op het niveau gaat brengen zoals we dat verwachten, gezien de afspraken met de Kamer? We constateren namelijk al best wel lang dat het niet helemaal lukt om de deadlines te halen. Dat heeft waarschijnlijk ook te maken met capaciteit. Ik ben dus benieuwd naar iets meer uitleg. De vraag aan de staatssecretaris is of ze daarmee voor het volgende commissiedebat zou kunnen komen.

Staatssecretaris De Vries:
Ik ga niet brieven schrijven om het brieven schrijven. Volgens mij ben ik er helder over geweest dat ik deel dat er transparantie over moet zijn, dat we het regelmatig moeten actualiseren en dat we het up-to-date moeten houden. Het streven is niet om dat maandelijks te doen, maar om binnen twee maanden te publiceren. Ik denk dat dat belangrijk is. Het verschilt niet zo veel, maar soms is er even tijd nodig om de vertaling te doen. De gegevens van de uitvoer van militaire goederen zijn voor het laatst in januari 2025 geüpdatet en die van dual-usegoederen in november 2025. Daar zit soms tijd tussen. Ik kan dat ook niet veranderen. Een brief daarover schrijven helpt dus niet, integendeel. Dat zou namelijk betekenen dat ambtenaren met het schrijven van een brief bezig moeten zijn, en ik heb liever dat zij de rapportages zo up-to-date mogelijk houden.

De voorzitter:
Ik geef u de gelegenheid om een hele korte vervolgvraag te stellen, want ik zie u twijfelen. Maar dan moet het wel heel kort, meneer Van Baarle.

De heer Van Baarle (DENK):
Dit is de laatste vraag en die is kort. Het gaat er niet om dat ik een brief vraag omdat ik zo graag een brief wil. Het gaat erom dat dit probleem blijkbaar al lang speelt, dat we de deadline niet elke keer halen en dat ook organisaties die zich hiermee vanuit mensenrechtelijk perspectief bezighouden, aangeven: zorg ervoor dat je je aan de rapportageafspraken houdt. Dan is het blijkbaar ook een kwestie van capaciteit. Mijn vraag aan de staatssecretaris is dus geen vraag om een brief, maar mijn vraag aan de staatssecretaris is: hoe gaat u, vraag ik via de voorzitter, voor de lange termijn borgen dat we die afspraken gewoon gaan halen?

Staatssecretaris De Vries:
Volgens mij wordt er redelijk aan voldaan. Ik snap best dat er zorgen zijn over de tijden waarin het misschien niet gehaald wordt. Blijkbaar is er ook nog een verschil van mening over hoe vaak we dat dan met elkaar zouden moeten doen. Heel eerlijk, het kost gewoon tijd om de vertaalslag naar transparantie te maken. Ik ben blij met de transparantie die wij hebben. Mijn intentie is echt om uw Kamer en andere, externe partijen zo goed mogelijk te informeren over wat wel en niet wordt toegewezen. Ik denk niet dat het sturen van een brief daar nu echt aan bijdraagt.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik dank de staatssecretaris voor de beantwoording en de appreciaties.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Ik stel voor dat wij direct doorgaan met het volgende tweeminutendebat, namelijk het tweeminutendebat Humanitaire hulp.