Tweeminutendebat Humanitaire hulp (CD 25/9) (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D01282, datum: 2026-01-14, bijgewerkt: 2026-01-15 09:27, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-01-14 10:40: Tweeminutendebat Humanitaire hulp (CD 25/9) (Plenair debat (tweeminutendebat)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Humanitaire hulp
Humanitaire hulp
Aan de orde is het tweeminutendebat Humanitaire hulp (CD d.d.
25/09).
De voorzitter:
Ik nodig graag de heer Bamenga van de fractie van D66 uit. Gaat uw gang,
als de bel klaar is. Dat gun ik u.
De heer Bamenga (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb één motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat door het besluit van de Israëlische regering om de
registratie van 37 internationale niet-gouvernementele organisaties in
te trekken het werk van Nederlandse hulporganisaties, inclusief partners
van de Dutch Relief Alliance, in de bezette Palestijnse gebieden dreigt
te worden beëindigd;
overwegende dat deze Nederlandse hulporganisaties een cruciaal deel van
de noodhulp aan de bevolking in Gaza en de Westelijke Jordaanoever
leveren;
overwegende dat de Nederlandse regering een verantwoordelijkheid heeft
om haar partners bij te staan en de naleving van het internationaal
humanitair oorlogsrecht te bevorderen;
verzoekt de regering om daadkrachtige diplomatieke actie richting Israël
te ondernemen om humanitaire toegang voor Nederlandse hulporganisaties
te herstellen, en periodiek aan de Kamer te rapporteren over de
voortgang hiervan,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bamenga, Van Ark, Dobbe en
Kröger.
Zij krijgt nr. 190 (36180).
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Dobbe, die spreekt namens de fractie van de SP.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb vooral een vraag, en die gaat over
zorgverleners en de veiligheid van hulpverleners wereldwijd. In 2025
werden 1.980 zorgmedewerkers in de wereld gedood en 1.166 verwond. Deze
cijfers zijn net binnen. 2025 laat een verdubbeling zien van het aantal
gedode zorgmedewerkers in de wereld ten opzichte van het jaar daarvoor.
Meer dan acht keer — meer dan acht keer! — zoveel zorgverleners zijn
gedood als in 2022.
Het geweld tegen hulpverleners in Gaza is een startsein geworden voor
andere gewapende groepen in de wereld: een rood kruis is een
schietschijf geworden en dat is heel erg, want het maakt humanitaire
hulp onmogelijk. Er komt op ons verzoek een advies van de AIV en de CAVV
hierover, maar we weten nu al wel dat dit een gevolg is van stilzwijgen
en van straffeloosheid van geweld tegen hulpverleners. Daarom is het
ongelofelijk belangrijk dat de internationale gemeenschap zich
uitspreekt tegen geweld tegen hulpverleners. Ik wil dus graag een
reactie van de staatssecretaris op deze cijfers. Is de staatssecretaris
bereid zich openlijk uit te spreken tegen dit geweld tegen hulpverleners
en zorgverleners wereldwijd, maar ook tegen het geweld zoals dat is
gepleegd door Israël in Gaza, en dit geweld ook te veroordelen?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Ceder van de fractie
van de ChristenUnie voor zijn bijdrage. Ga uw gang.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb een motie, maar eerst nog twee vragen.
Eind 2025 hebben vele ngo's van Israël te horen gekregen dat ze werden
gederegistreerd en uiterlijk 1 maart hun activiteiten moeten staken.
Voor de herregistraties waren meer gegevens nodig, die vanwege
EU-privacywetgeving in ieder geval niet door Europese organisaties
geleverd mogen worden. Er is een motie van mijn hand aangenomen die de
regering verzoekt om zowel bilateraal als in Europees verband formeel
protest aan te tekenen tegen deze vorm van registratieplicht en zich ook
in te zetten voor het schrappen ervan. Mijn vraag is: op welke wijze is
deze motie uitgevoerd, ook in het licht van de huidige ontwikkelingen?
Bij de publieke statements van andere landen hierover mis ik Nederland.
Ik zou dan ook willen vragen of de staatssecretaris concreet kan
toezeggen dat de Israëlische regering publiekelijk wordt opgeroepen om
deze belemmerende maatregelen in te trekken. Dan kunnen de ngo's hun
belangrijke hulp blijven voortzetten, ook in het licht van de Europese
privacywetgeving, waarvan begrijpelijk is dat organisaties die niet
kunnen overtreden.
Voorzitter. Dan de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet stelt dat lokale organisaties bij
humanitaire responses vaak snel en efficiënt reageren, omdat zij deel
uitmaken van getroffen gemeenschappen en noden en prioriteiten ter
plekke goed kennen;
constaterende dat de IOB in de periodieke rapportage BHO artikel 4
concludeert dat de ambities met betrekking tot lokalisering onvoldoende
zijn waargemaakt;
overwegende dat Nederlandse maatschappelijke organisaties nauw
samenwerken met lokale partners op plekken waar andere humanitaire
actoren niet altijd aanwezig zijn en het Nederlandse Rode Kruis de
mogelijkheid heeft om met 190 andere nationale verenigingen te
werken;
verzoekt de regering om specifiek bij de extra bestedingen voor
humanitaire crises, vanwege hun inbedding in de lokale context, ten doel
te stellen deze maximaal te besteden via bovenstaande actoren, met
ruimte om daar beargumenteerd van af te wijken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.
Zij krijgt nr. 191 (36180).
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot een korte vraag van mevrouw Kröger.
Ga uw gang.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik zou de heer Ceder het volgende willen vragen. Wij delen het belang
van het ondersteunen van maatschappelijke organisaties. Dat is
ongelofelijk belangrijk. Daar kan heel erg veel goed werk door gebeuren.
Maar we zien natuurlijk ook, zeker gezien de recente ontwikkelingen
waarbij de VS uit bijzonder veel multilaterale VN-organisaties stappen,
hoe belangrijk het is om juist die instituties echt te blijven steunen.
Dus hoe kan ik de motie precies interpreteren? Is de ChristenUnie het
met me eens dat het belangrijk is om, waar dat opportuun is, toch ook
dingen via de VN te blijven doen?
De heer Ceder (ChristenUnie):
Jazeker. Het is geenszins mijn bedoeling om gelden weg te trekken als
het beter is om ze via de VN of andere kanalen te laten lopen. Ik betoog
wel — ik denk dat we dat debat vaker voeren in de Kamer — dat het
maatschappelijk middenveld goed geworteld is in de lokale context. We
zien bij de besteding van middelen vaak dat er een smak geld wordt
overgemaakt naar multilaterale organisaties, omdat het vaak snel moet en
dat sneller is dan samenwerken met al die verschillende organisaties.
Maar als je dat wel doet, zie je dat je juist veel meer inbedding hebt
in die lokale context. Het gaat mij erom dat we het maatschappelijk
middenveld veel beter gaan benutten. Echter, daar waar het opportuun is
en waar het maatschappelijk middenveld niet toereikend is, zijn de
multilaterale organisaties bij uitstek de partner waar je zaken mee
doet.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan nodig ik nu graag mevrouw Kröger uit voor haar bijdrage.
Ga uw gang.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Wij maken ons als fractie veel zorgen over hoe
het maatschappelijk middenveld steeds meer wordt geproblematiseerd en
gecriminaliseerd. Daarom heb ik deze wat brede motie over de rol van
humanitaire organisaties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederlandse humanitaire organisaties in toenemende
mate het doelwit zijn van delegitimerende en criminaliserende
lastercampagnes;
overwegende dat dergelijke campagnes de reputatie, het mandaat, de
onafhankelijkheid en neutraliteit van professionele Nederlandse
organisaties schaden, met ook gevolgen voor hulporganisaties
wereldwijd;
verzoekt de regering om zich stevig publiekelijk of, waar effectiever,
via humanitaire diplomatie uit te spreken tegen het delegitimeren en
criminaliseren van humanitaire organisaties door statelijke en andere
actoren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kröger.
Zij krijgt nr. 192 (36180).
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. De situatie in Gaza is gruwelijk. Wij hebben een amendement,
dat we vanmiddag gaan bespreken, om hierin verbetering aan te brengen.
Ik denk echter dat de hele Kamer of in ieder geval een groot deel van de
Kamer zich veel zorgen maakt over het feit dat hulporganisaties geen
toegang meer krijgen. Daarom de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat Europese regeringen sancties oplegden aan Russische
functionarissen die maatschappelijke organisaties vervolgden;
verzoekt de regering zich in Europees verband in te zetten voor sancties
tegen Israëlische ministers en hoge functionarissen die het werk van
hulp- en mensenrechtenorganisaties in de bezette Palestijnse gebieden
belemmeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kröger.
Zij krijgt nr. 193 (36180).
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan nodig ik nu graag de heer Diederik van Dijk uit voor
zijn bijdrage namens de fractie van de SGP. Ga uw gang.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb één motie, die voor zich spreekt, denk
ik.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er nog altijd sprake is van een ernstige humanitaire
noodsituatie in Haïti, waar gewapende bendes een groot deel van
Port-au-Prince controleren en meer dan de helft van de bevolking kampt
met acute voedselonzekerheid;
overwegende dat de internationale missie Gang Suppression Force (GSF)
onder VN-mandaat fors wordt uitgebreid;
verzoekt de regering om via het Internationaal Comité van het Rode
Kruis, het Wereldvoedselprogramma, UNICEF en de Europese Commissie te
blijven bijdragen aan het verlichten van de humanitaire situatie in
Haïti en daarbij, waar mogelijk, actief aan te dringen op aanvullende
humanitaire maatregelen en acties, en de Kamer hierover te
informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Diederik van Dijk.
Zij krijgt nr. 194 (36180).
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn we aan het einde gekomen ... Nee, dat geeft
aanleiding tot een vraag en ik denk ... Nu komt er een hoop verwarring.
Mevrouw Dobbe. Laten we kijken of de heer Van Dijk kan gaan zitten.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ja hoor, dat kan. Ik wilde alleen even zeggen dat wij graag de motie van
de heer Bamenga over de registratie van internationale organisaties die
hulp verlenen aan Palestijnen meetekenen.
De voorzitter:
Dat staat geregistreerd. Nu worden meer mensen enthousiast, merk ik.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dat willen wij ook graag.
De voorzitter:
Ja, dan gaan we dat ook opnemen. Daarmee zijn we nu wel aan het einde
gekomen van de bijdrage van de Kamer. De staatssecretaris heeft
aangegeven vijf minuten nodig te hebben voor de beantwoording en de
appreciaties, dus schors ik voor vijf minuten.
De vergadering wordt van 10.52 uur tot 10.58 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat
Humanitaire hulp. Wij zijn toegekomen aan de beantwoording van de vragen
en de appreciaties van de ingediende moties. Ik geef graag de
staatssecretaris het woord. Gaat uw gang.
Staatssecretaris De Vries:
Dank u wel, voorzitter. Allereerst twee vragen. Mevrouw Dobbe had een
vraag over de bescherming van hulpverleners. Ik deel de zorg over het
toenemende geweld richting hulpverleners in conflictgebieden. Het is ook
iets wat bij ons prioriteit heeft en waar wij heel nadrukkelijk naar
kijken. De indruk wordt gewekt dat we daar stilzwijgend over zijn. Dat
is wat mij betreft niet het geval. Ik vind ook dat we ons daarover
moeten uitspreken. Soms gebeurt dat voor de schermen, soms achter de
schermen met diplomatie. Ik denk dat het belangrijk is dat we dat
blijven doen. Er komt natuurlijk nog een advies van de AIV en van de
CAVV, zoals mevrouw Dobbe ook al opmerkte. Het rapport wordt aan het
einde van dit kwartaal verwacht. Te zijner tijd volgt een
kabinetsappreciatie van dit advies.
De tweede vraag …
De voorzitter:
Dit geeft toch aanleiding tot een korte vraag.
Mevrouw Dobbe (SP):
De staatssecretaris zegt dat de indruk wordt gewekt dat wij vinden dat
er stilzwijgend wordt gereageerd op geweld tegen hulpverleners, en dat
dit niet zo is. Maar dan kan de staatssecretaris toch ondubbelzinnig
geweld tegen hulpverleners veroordelen, óók als dat wordt gepleegd door
bondgenoten, zoals Israël in Gaza?
Staatssecretaris De Vries:
Volgens mij heb ik aangegeven dat ik geweld tegen hulpverleners niet
acceptabel vind. Wij spreken partijen waarbij dat gebeurt daarop aan,
soms voor de schermen, soms achter de schermen. We kijken gewoon naar
wat wij denken dat het effectiefst is op dat moment.
Mevrouw Dobbe (SP):
Oké, dat is een heel politiek antwoord. Maar klopt het dan dat deze
staatssecretaris het geweld tegen hulpverleners door de Israëlische
regering in Gaza veroordeelt?
Staatssecretaris De Vries:
Ik heb in zijn algemeenheid gezegd dat ik geweld tegen hulpverleners
veroordeel. Dat geldt dus ook voor hulpverleners in Gaza.
De voorzitter:
Gaat u verder.
Staatssecretaris De Vries:
Dan had de ChristenUnie een vraag over de ngo-registraties. Dat is een
punt waar we het natuurlijk vaker over gehad hebben. Ook daarvoor geldt
dat wij, zoals we al hebben aangegeven, kijken hoe we druk kunnen
uitoefenen zodat die registratie wel weer kan plaatsvinden en de
partijen die het raakt, wel kunnen werken in de gebieden waar het om
gaat. Ook daarvoor geldt: dat doen we soms achter de schermen. We kijken
vooral naar de effectiviteit. Soms doen we het voor de schermen. We
hebben in augustus 2025 ook nog een statement daarover ondertekend. Dan
doen we het in de openbaarheid. Maar u mag ervan uitgaan dat er op
allerlei niveaus contact over is. Volgens mij heeft mijn collega, de
minister van Buitenlandse Zaken, eind december nog weer contact gehad.
Soms wordt er voor de schermen over gesproken en soms zijn daar achter
de schermen gesprekken over. Helaas heeft dat tot nu toe nog niet tot
het gewenste resultaat geleid, maar we blijven ons daarvoor
inzetten.
Dan ben ik bij de moties. Dit waren de vragen. Ik zie de hele tijd een
rood klokje tikken, waardoor ik denk dat ik haast moet maken.
De voorzitter:
Het is goed dat u dat aanvoelt.
Staatssecretaris De Vries:
Nou, dan zal ik haast maken, voorzitter. De motie op stuk nr. 190 van
D66 en CDA verzoekt om daadkrachtige diplomatieke actie richting Israël
te ondernemen om humanitaire toegang voor Nederlandse hulporganisaties
te herstellen. Ik heb zonet al aangegeven dat wij dat belangrijk vinden.
Dat blijven wij vinden. Wat betreft het periodiek aan de Kamer
rapporteren: ik wil niet weer een of ander nieuw rapportagemoment. Maar
laten we, als er actuele ontwikkelingen zijn of er zaken spelen, die
meenemen in verslagen van RBZ-raden of eventueel in andere brieven die
naar de Kamer toe komen. Als ik 'm zo mag interpreteren, kan ik de motie
oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 190 krijgt oordeel Kamer. Deze was mede ingediend
door mevrouw Dobbe en mevrouw Kröger.
Staatssecretaris De Vries:
Ja. De motie op stuk nr. 191, van de heer Ceder, gaat over het
maatschappelijk middenveld. Ik vind dit een sympathieke motie. Ik ga er
wel een paar kanttekeningen bij plaatsen. Ik denk dat het heel
belangrijk is dat wij de goede hulp snel, maar ook met de nodige
expertise, ter plekke krijgen. In een aantal gevallen kunnen dat
Nederlandse of lokale organisaties zijn, zoals de Dutch Relief Alliance,
waarin heel veel Nederlandse organisaties samenwerken. Maar soms zal dat
inderdaad ook gewoon wel via de VN of andere organisaties gaan. Ik denk
dat het ook belangrijk is om te zeggen — daar sloeg mevrouw Kröger ook
al op aan — dat heel veel Nederlandse organisaties werken met lokale
partijen. En ik denk dat ook heel veel VN-organisaties met lokale
partijen werken. Van al die organisaties krijg ik terug dat dit voor hen
meerwaarde heeft, maar soms kan het niet gedaan worden. Met al deze
zaken eromheen, wil ik deze motie oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 191 krijgt oordeel Kamer.
Staatssecretaris De Vries:
De motie-Kröger op stuk nr. 192 verzoekt de regering om zich stevig
publiekelijk of, waar dat effectiever is, via humanitaire diplomatie uit
te spreken tegen het delegitimeren en criminaliseren van humanitaire
organisaties door statelijke en andere actoren. Ik ga hier een paar
dingen over zeggen, want ik vind dit een belangrijk onderwerp. Ik heb
ook zelf met de organisaties gesproken. Zij maken zich hier zorgen over;
dat is helder. Als foute informatie wordt verstrekt, dan vind ik het
belangrijk dat wij ons daar gewoon over uitspreken, maar als dingen bij
organisaties niet goed gaan, moeten wij ons ook daarover kunnen blijven
uitspreken. Ik vind dat die mogelijkheid nog steeds moet bestaan. Ik wil
niet dat ik door deze motie elke week gevraagd wordt om publiekelijk
overal uitspraken over te doen. Ik denk dat we altijd zorgvuldig afwegen
waar dat wel helpt en waar niet. Met die kanttekeningen erbij kan ik
deze motie oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
Ik zie mevrouw Kröger knikken. De motie op stuk nr. 192 krijgt oordeel
Kamer.
Staatssecretaris De Vries:
De motie-Kröger op stuk nr. 193 verzoekt de regering zich in Europees
verband in te zetten voor sancties tegen Israëlische ministers en hogere
functionarissen. Sancties vallen onder de minister van Buitenlandse
Zaken. Ik zou dus graag willen dat deze motie wordt aangehouden tot de
begroting van Buitenlandse Zaken. Ik vind 'm ontijdig.
De voorzitter:
Ik kijk even naar mevrouw Kröger. Gaat uw gang.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, daar ben ik toe bereid.
De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Kröger stel ik voor haar motie (36180, nr. 192)
aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
De discussie daarover wordt vast vervolgd.
Staatssecretaris De Vries:
Ja, dat is over twee weken, geloof ik.
Dan de motie van de SGP op stuk nr. 194 over Haïti. Ik kan die oordeel
Kamer geven, maar ik ga daar wel een interpretatie bij geven. Ik denk
dat we allemaal zien wat er op Haïti speelt, hoe het daar loopt en wat
de noden daar zijn. Wij hebben er niet alleen maar voor gekozen om geld
beschikbaar te stellen voor landen, maar ook om organisaties flexibel de
ruimte te geven om na te gaan waar in landen de noden het hoogst zijn.
Haïti valt daar ook onder en wordt niet als een soort afgebakend iets
neergezet. In 2025 is daar ook geld naartoe gegaan. Nederlandse maar ook
internationale organisaties zijn daar natuurlijk actief. Ik noem het
Comité van het Rode Kruis, het Wereldvoedselprogramma en het UNICEF; ook
de Europese Commissie draagt daaraan bij. Met die kanttekeningen erbij
kan ik deze motie oordeel Kamer geven. We gaan nu niet specifiek voor
Haïti iets doen, maar ik denk dat er meegeluisterd wordt, dat de noden
bekend zijn en dat dit gewoon wordt bekeken. Hoe wordt dit geval
beoordeeld ten opzichte van andere? Ja, dat is natuurlijk altijd een
moeilijke discussie. Maar met deze kanttekening kan ik 'm oordeel Kamer
geven.
De voorzitter:
De heer Van Dijk knikt enthousiast. De motie op stuk nr. 194 krijgt
oordeel Kamer.
Hiermee zijn wij aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Voordat wij verdergaan met de begroting van Buitenlandse Handel en
Ontwikkelingshulp schors ik de vergadering enkele ogenblikken.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.