Tweeminutendebat Begrotingsproces (CD 4/9) (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D01284, datum: 2026-01-14, bijgewerkt: 2026-01-15 09:32, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-01-14 15:30: Tweeminutendebat Begrotingsproces (CD 4/9) (Plenair debat (tweeminutendebat)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Begrotingsproces
Voorzitter: Van der Burg
Begrotingsproces
Aan de orde is het tweeminutendebat Begrotingsproces (CD d.d.
04/09).
De voorzitter:
Dames en heren, ik stel voor dat we verdergaan met de vergadering en wel
met het agendapunt tweeminutendebat Begrotingsproces. Er is een drietal
sprekers. We beginnen de heer Van der Lee namens GroenLinks-PvdA.
De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Het is al vele maanden geleden dat we dit
commissiedebat hadden. Het was best een goed debat. Het ging vooral over
de toekomst van het controlebestel en meer specifiek over de
openbaarmaking van de ADR. Er is helaas nog niet zo heel veel progressie
geboekt sindsdien. Dat is een aanleiding voor de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer zich hebben
gebogen over mogelijke oplossingen voor geconstateerde tekortkomingen in
het controlebestel;
constaterende dat beide Kamers in de door de commissie-Slootweg
uitgewerkte samenvoegingsvariant potentie zien voor zowel een goede en
toekomstbestendige borging van de externe controle als de doelmatigheid
ervan;
overwegende dat het voor beide Kamers, zowel uit oogpunt van het
budgetrecht als meer onafhankelijke controle die voldoet aan
internationale standaarden, belangrijk is dat de gekozen oplossing
voldoende draagvlak heeft;
overwegende dat de commissie Financiën van de Eerste Kamer heeft
geconcludeerd dat een uitgewerkt transitieplan op basis van het
advies-Slootweg, inclusief een duidelijke governance-inrichting van de
AR, de Algemene Rekenkamer, na integratie van de financiële audit en een
helderere positionering van de ADR als interne accountant van het Rijk,
als bouwsteen kan dienen om tot besluitvorming te komen;
verzoekt de regering een dergelijk transitieplan voor de genoemde
samenvoegingsvariant in overleg met de Rekenkamer te ontwikkelen, met
inachtneming van de door de Eerste Kamer aangedragen aandachtspunten, en
dit plan in het voorjaar van 2026 met de Kamer te delen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Lee en Van Berkel.
Zij krijgt nr. 294 (31865).
Terwijl de heer Van der Lee even bijkomt van het voorlezen van deze motie, gaan we over naar mevrouw Van Eijk van de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie. Daarna zijn we al klaar met de termijn van de Kamer.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Dank je wel, voorzitter. Eén motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de overheid voor grote financiële keuzes staat, met
stijgende uitgaven aan defensie en toenemende druk op de
overheidsfinanciën;
overwegende dat dit vraagt om politieke keuzes en een kritische
heroverweging van bestaande uitgaven;
overwegende dat periodieke rapportages bedoeld zijn om zulke keuzes
inzichtelijk te maken, inclusief de wettelijk vereiste verkenning van
opties om 20% minder uit te geven;
constaterende dat deze 20%-opties in de praktijk te vaak onvoldoende
worden uitgewerkt of politiek onbenut blijven;
verzoekt de regering om periodieke rapportages consequent te benutten
als instrument om politieke keuzes af te dwingen, bij elke evaluatie
expliciet en volwaardig beleidsopties voor 20% uitgavenreductie voor te
leggen aan de Kamer, en deze opties zichtbaar te betrekken bij de
begrotingsvoorbereiding, zodat prioriteiten helder worden en middelen
gericht kunnen worden ingezet,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Eijk.
Zij krijgt nr. 295 (31865).
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Hierbij wil ik nadrukkelijk benoemen dat het natuurlijk aan de Kamer is
om daarop te sturen en zich daarvoor in te zetten.
De voorzitter:
Dank u wel. De minister heeft aangegeven meteen te kunnen antwoorden,
maar, zeg ik tegen de minister, we wachten een minuutje totdat de
stukken zijn uitgedeeld, zodat de Kamerleden de twee moties ook voor
zich hebben. Het waren, met name de eerste motie, behoorlijke lappen
tekst om uit het hoofd te kennen. Ik schors dus even een minuutje.
Daarna gaan we verder met de minister.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Dan geef ik nu het woord aan de minister voor een reactie op de twee
moties.
Minister Heinen:
...
De voorzitter:
Het helpt als ik de microfoon aanzet.
Minister Heinen:
Ja, voor de mensen thuis. Dan begin ik even opnieuw, voorzitter.
De eerste motie, op stuk nr. 294, is van de heer Van der Lee en mevrouw
Van Berkel. Een paar opmerkingen vooraf, want ik hecht eraan om dit te
blijven benadrukken. Het Nederlandse controlebestel functioneert goed en
de verantwoording is snel en doelmatig. De controleurs zijn
onafhankelijk. Dat blijkt ook uit onafhankelijk onderzoek. Het
financieel beheer is op hoofdlijnen op orde. Onze
rechtmatigheidspercentages zijn in internationaal perspectief hoog.
Daarbij wijs ik ook op de risico's in de variant, zoals het rapport van
de heer Slootweg ook omschreef. Ik blijf benadrukken dat we een
oplossing voor een niet bestaand probleem aan het zoeken zijn. In het
verleden heb ik ook mijn serieuze bedenkingen bij dit plan geuit, maar
daarbij heb ik altijd aangegeven dat als de Kamer deze route wenst, ik
daar uiteraard mijn medewerking aan zal verlenen.
De motie vraagt mij om dit voorjaar een transitieplan met uw Kamer te
delen. Daar ben ik ook toe bereid, dus kan ik de motie oordeel Kamer
geven. Daarbij geef ik wel aan dat ik verwacht hiervoor meer tijd nodig
te hebben. We zitten in een formatieperiode. Zoals u weet, hebben we in
het voorjaar ook nog de Voorjaarsnota. Straks hebben we eventueel ook de
verwerking van een startnota. Ik wil ook de ruimte hebben om dit met het
personeel te bespreken en ook met de vakbonden om onnodige onrust te
voorkomen. Ik kan u namelijk vertellen dat dit plan ook onder het
personeel tot vragen leidt. Als u mij de ruimte geeft om dit in de tijd
goed uit te werken — uiteraard is uitstel geen afstel; ik kan mij
voorstellen dat de heer Van der Lee daar zo zijn bedenkingen bij heeft —
kan ik 'm oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
We luisteren even naar de heer Van der Lee.
De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
De minister kent mij: ik ben altijd superflexibel. Ik ben dus bereid om
hierin mee te bewegen, maar ik wil wel graag een indicatie hebben.
Anders gaat het wel heel ver in de tijd schuiven. Betekent dit wel "voor
de zomer"?
Minister Heinen:
Ja, dat is uiteraard het streven. Mocht het nou meer tijd kosten, dan
stel ik voor dat ik u daarover informeer. Dan kunt u alsnog de
kettingzaag aantrekken. De ambitie moet gewoon zijn om voor de zomer een
net transitiepad hiervoor te hebben en dat ook met uw Kamer te
bespreken. Dan kan ik 'm oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
Ik noteer bij de motie op stuk nr. 294: oordeel Kamer. De motie op stuk
nr. 295.
Minister Heinen:
De motie op stuk nr. 295 kan ik ook oordeel Kamer geven, als ik 'm als
volgt mag uitleggen. De uitvoering vindt plaats in de jaarlijkse
opvolgingsbrief die de departementen voor het jaarverslag sturen. Hierin
geven zij inzicht in de opvolging van de bevindingen en de aanbevelingen
van de periodieke rapportages, waaronder dus ook de verplichte
20%-variant. Daarnaast is het goed om te benadrukken dat het onderwerp
ook zal terugkomen in de evaluatie van de Regeling periodiek
evaluatieonderzoek en van het evaluatiebestel die in mijn opdracht ook
dit jaar wordt uitgevoerd. Als ik 'm zo mag lezen, kan ik 'm oordeel
Kamer geven.
De voorzitter:
Ik zie mevrouw Van Eijk knikken en daarmee heeft deze motie ook oordeel
Kamer. Hiermee ronden we dit tweeminutendebat af.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
We schorsen een enkel ogenblik en daarna gaan we door met het volgende
agendapunt, de Wijziging van de Wet op het financieel toezicht et
cetera. Ik lees het straks nog even helemaal voor. Nu zijn we een enkel
ogenblik geschorst.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.