Begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (36800-XVII) 1e TK (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D01287, datum: 2026-01-14, bijgewerkt: 2026-01-15 09:36, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-01-14 11:05: Begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (36800-XVII) 1e TK (Plenair debat (wetgeving)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp 2026
Begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp 2026
Aan de orde is de behandeling van:
het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (XVII) voor het jaar 2026 (36800-XVII).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de begroting van Buitenlandse
Handel en Ontwikkelingshulp.
U kent mij als een zeer soepele voorzitter, dus ik zal ook soepel omgaan
met het aantal interrupties, maar de soepelheid neemt af bij de lengte
van de interrupties. Ik geef u die winstwaarschuwing alvast mee. Dat
gezegd hebbende, heet ik wederom de staatssecretaris welkom in vak
K.
De algemene beraadslaging wordt geopend.
De voorzitter:
Wij gaan luisteren naar de heer Bamenga, die spreekt namens de fractie
van D66. Ga uw gang.
De heer Bamenga (D66):
Dank u wel, voorzitter. In een wereld die razendsnel verandert, is het
tijd dat Europa opstaat: opstaat voor het internationaal recht; opstaat
voor de diplomatie; en opstaat voor ontwikkelingshulp en handel, als
middel voor een eerlijkere en veiligere wereld. We zien overal ter
wereld hoe mensen worden aangevallen en worden geconfronteerd met
geweld, door Rusland in Oekraïne, door Israël in Gaza, door Rwanda in
Congo en door de RSF en SAF in Sudan. Het laat zien dat waar
rechtvaardigheid ontbreekt, vrede in gevaar komt. Daar waar het Westen
zich terugtrekt, stappen China en Rusland in. Juist nu de VS zich
terugtrekken uit VN-organisaties, kan Europa een stap naar voren zetten
om onze positie op het wereldtoneel te versterken en mensen te
beschermen. Daarom willen wij investeren in ontwikkelingssamenwerking en
eerlijke handel, essentieel voor vrede, veiligheid en een gedeelde
welvaart.
Voorzitter. Laat ik beginnen met handel. 2025 was een jaar van
geopolitieke instabiliteit. Ook 2026 wordt een bumpy ride, maar dat
kunnen we aan als we ons herinneren waar onze kracht ligt: bij Europa en
de gezamenlijke markt. Want waar de VS voor zo'n 20 landen de
belangrijkste handelspartner zijn, is de EU dat voor meer dan 80. Laten
we onszelf niet onderschatten. Deze positie geeft ons macht. Die kunnen
we inzetten om onze eigen economie te versterken, om ons onafhankelijker
te maken en om een stap naar voren te doen waar andere grootmachten het
laten afweten, bij het bevorderen van mensenrechten en bij het
beschermen van onze planeet. Europa kan dat. Europese toegang tot de
Amerikaanse markt is onder Trump onzeker; wat vandaag beleid is, kan
morgen al geschiedenis zijn. Dat raakt onze ondernemers, consumenten en
economie. Ook de toegang tot de Chinese markt is onzeker. Door ons
losser te maken van Beijing op cruciale terreinen zoals medicijnen,
grondstoffen en halfgeleiders, beschermen we onze veiligheid en onze
economie. Kortom, we moeten onze toeleveringsketens beter begrijpen en
slimmer verspreiden. Dat vraagt om een open houding tegenover nieuwe
handelsverdragen. Alleen zo garanderen we stabiele welvaart hier en
elders. Daarom is het geweldig dat er uiteindelijk een akkoord is
bereikt over Mercosur; een grote geopolitieke doorbraak, waarvoor mijn
complimenten aan het kabinet. Ook kijkt mijn fractie uit naar nauwere
handelsbetrekkingen met India, Indonesië en Australië. Graag vraag ik
het kabinet om druk op de Commissie te houden, zodat ook deze akkoorden
spoedig aan de Raad kunnen worden voorgelegd.
De voorzitter:
Dat geeft aanleiding tot een interruptie. Ga uw gang, meneer
Markuszower.
De heer Markuszower (PVV):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Als ik goed heb geluisterd, zegt de
heer Bamenga van D66, en ik probeer hem zo letterlijk mogelijk te
citeren: "Het is geweldig ..." — ik neem aan voor Nederland; dat vul ik
in — "dat dat Mercosur-verdrag is ondertekend". Kan de heer Bamenga
aangeven welke sectoren in Nederland gaan profiteren van dat
Mercosur-verdrag?
De heer Bamenga (D66):
Volgens mij is het van belang voor de Europese consumenten, en ook voor
de Europese markten. Dat kan de automarkt zijn, maar er zijn tal van
markten die hiervan gaan profiteren, en tal van bedrijven die voorheen
heel veel importheffingen moesten betalen, maar waaraan nu dus miljarden
bespaard worden.
De heer Markuszower (PVV):
Ja, dat zal allemaal wel. Maar ik sta hier volgens mij tegenover een
vertegenwoordiger van een partij in het Nederlandse parlement. Ik ben
benieuwd welke sectoren in Nederland nou voordeel hebben van dat
Mercosur-verdrag. Want de heer Bamenga zei: "Het is geweldig ..." — ik
citeer letterlijk — "dat dat Mercosur-verdrag is ondertekend". Nogmaals,
welke sector in Nederland gaat hiervan profiteren? Wat gaat u doen voor
het gemiddelde inkomen van de Nederlandse burger? Kan de heer Bamenga
wat meer duiding geven aan dat woord "geweldig"?
De heer Bamenga (D66):
Zoals ik al eerder zei, in mijn eerste antwoord, denk ik dat consumenten
hiervan gaan profiteren. Ik denk dat er veel meer keuzevrijheid voor de
consumenten zal komen. Er zijn heel veel bedrijven die al zakendoen met
bijvoorbeeld Zuid-Amerika. Nu moeten die hele hoge importheffingen
betalen. Al dat soort zaken worden versimpeld. Ook de bureaucratie wordt
verder versoepeld. Volgens mij is dat ontzettend goed voor al die
bedrijven. Dat is ook heel goed voor de consumenten en voor al die
sectoren die bijdragen en zakendoen met Zuid-Amerikaanse bedrijven.
De voorzitter:
Afrondend op dit punt, de heer Markuszower.
De heer Markuszower (PVV):
Ik vind het nogal vaag. Ik ben het wel met de heer Bamenga eens dat een
aantal Duitse autoproducenten een grotere afzetmarkt kunnen creëren,
maar het volgende gaat ook gebeuren. De Nederlandse boeren worden
hierdoor weggedrukt uit hun eigen land. Ze krijgen dan namelijk te maken
met oneerlijke concurrentie met goedkoop, vies en ongezond vlees uit
verre landen, waar we niet precies kunnen controleren wat ze met al dat
vlees doen. We importeren hiermee dierenleed. Het is ook schadelijk voor
de volksgezondheid. Daarmee vallen we de voedselzekerheid en de boeren
in Nederland aan. Dat doet Mercosur, maar dat benoemt de heer Bamenga
niet. Dat vind ik jammer. Mijn fractie taxeert Mercosur dus als "niet
geweldig"; het tegenovergestelde is dus de waarheid.
De heer Bamenga (D66):
Ik hoor geen vraag, maar ik wil wel aangeven dat ik het niet eens ben
met de heer Mercosur. En ...
De voorzitter:
Het is de heer Markuszower.
De heer Bamenga (D66):
Sorry! Het lijkt ook wel heel erg op elkaar, hè?!
De voorzitter:
Ik ga mevrouw Van der Plas het woord geven voor haar interruptie. Gaat
uw gang.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik wil hier nog wel even op doorgaan, want Mercosur is helemaal niet
goed voor Nederlandse consumenten. Consumenten gaan daardoor namelijk
voedsel tot zich nemen waarvan zij niet weten welke productiewijze
daaraan vooraf is gegaan. Dan praat ik bijvoorbeeld over transporttijden
voor dieren en over het gebruik van antibiotica en middelen die wij hier
in Nederland niet meer mogen gebruiken, maar die daar nog wel gebruikt
worden. Denk ook aan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij
planten en gewassen. Bepaalde middelen die hier in Europa allang
verboden zijn, mogen daar wel gebruikt worden, alle smoesjes die ik
steeds hoor ten spijt, zoals "ja, maar het moet wel voldoen aan de
Europese voedselveiligheidseisen". Dat klopt, maar dat wil niet zeggen
dat die middelen daar niet gebruikt mogen worden. Die worden daar
gebruikt, zolang ze maar onder de standaarden van de Europese Unie
blijven op het moment dat ze hier als voedsel naartoe komen.
De voorzitter:
En uw vraag, mevrouw Van der Plas?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nou, mijn vraag is: wat vindt de heer Bamenga dan zo geweldig aan het
Mercosur-verdrag, als wij hier gaan consumeren wat wij niet mogen
produceren?
De heer Bamenga (D66):
Volgens mij hebben we hier eerder ook al heel veel debatten over
gevoerd, maar de staatssecretaris heeft ook heel duidelijk aangegeven
dat het inderdaad de bedoeling is dat het voldoet aan onze eigen
voedselveiligheidseisen. Ik ben het er dus niet mee eens dat er nu wordt
gedaan alsof producten die uit het Globale Zuiden komen, allemaal niet
goed zouden zijn voor ons. Als er producten zijn die niet goed zouden
zijn, dan is het volgens mij heel goed om dat goed te monitoren en te
evalueren. Dan kunnen we daar vervolgens op inspringen. Maar om dan
vervolgens te zeggen dat dat hele akkoord daardoor niet goed zou zijn,
daar ben ik het absoluut niet over eens met mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
D66 heeft hier jarenlang geroepen: de veestapel moet met de helft
krimpen. D66 legt geen taboe op het gedwongen onteigenen van
boerenbedrijven op basis van stikstofregels. D66 draait de boeren de
duimschroeven keihard aan, waardoor boeren gewoon ofwel stoppen ofwel
massaal emigratieplannen hebben ofwel al geëmigreerd zijn. De boeren
worden gewoon keihard weggejaagd uit ons land. En diezelfde partij zet
de poorten van Europa open en noemt het ook nog "geweldig" dat andere
landen, de Mercosur-landen in Zuid-Amerika, mogen produceren op een
manier waarop wij niet mogen produceren. Ik vind het gewoon echt bizar
om dat te horen. Dat heb ik ook al vaker gezegd in debatten. Het hier
dan ook nog "geweldig" noemen, is gewoon een middelvinger naar onze
eigen boeren.
De voorzitter:
En uw vraag, mevrouw Van der Plas?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik kom op mijn vraag. De heer Bamenga zegt dat we moeten gaan monitoren
of het wel aan de voedselveiligheidsstandaarden voldoet, maar het grote
probleem is juist dat die capaciteit er niet is. Er kunnen niet genoeg
controles zijn op bijvoorbeeld het gebruik van antibiotica bij dieren.
Er is in Europa namelijk niet eens genoeg capaciteit om al die producten
te controleren. De kans bestaat dus wel degelijk, en de kans is zelfs
vrij groot, dat hier wél voedselproducten het land en Europa in komen
die niet voldoen aan die voedselveiligheidsstandaarden. Ik herhaal mijn
vraag: hoe kan de heer Bamenga dat nou zo geweldig vinden?
De heer Bamenga (D66):
Volgens mij zitten we hier niet in een landbouwdebat, maar in een debat
dat onder andere gaat over de geopolitieke instabiliteit. Het is in de
tijd waarin wij leven heel erg belangrijk dat we meer en meer
internationale handel gaan drijven. Europa is immers naast interne
samenwerking ook door die internationale samenwerking sterk geworden.
Dat betekent dus dat wij ervoor willen zorgen dat wij de belangen van
onze boeren, maar ook die van onze Europese consumenten zo veel mogelijk
behartigen. Er is in Europa zelfs 45 miljard specifiek voor boeren
vrijgemaakt. Dat is gedaan om te zorgen dat de noden die er zijn vanuit
de boerensector in ieder geval beantwoord worden. Ik vind het heel erg
belangrijk dat we juist met dit soort handelsverdragen ervoor zorgen dat
er overal in de wereld wordt voldaan aan de eisen die wij hier hanteren,
die zojuist ook door mevrouw Van der Plas zijn genoemd. Daarmee zorgen
we ervoor dat wij overal in de wereld de juiste dingen doen op het
gebied van landbouw en de zorg voor onze planeet.
De voorzitter:
Kort en afrondend, mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
De heer Bamenga zegt: het is geen landbouwdebat. Dit Mercosur-verdrag
gaat juist heel erg veel over landbouw. Dat gaat over kippenvlees, over
rundvlees. Dat gaat over allerlei landbouwproducten, allerlei
voedselproducten. Die maken boeren dus. Het feit dat de heer Bamenga
zegt dat dit geen landbouwdebat is, kenmerkt voor mij eigenlijk alleen
maar dat hij niet goed op de hoogte is van de voedselcomponent in het
Mercosur-verdrag. Het gaat juist over landbouw, niet alleen voor onze
Nederlandse boeren, maar ook voor onze Europese boeren. We hebben het
niet alleen over de voedselveiligheidsstandaarden waar producten aan
moeten voldoen, we hebben het gewoon over een ongelijk speelveld. Heel
goedkoop geproduceerde producten met een productiewijze die wij in
Europa niet mogen hebben, mogen daar wel. Op deze manier is er een
ongelijk speelveld. Dat betekent ook voor de boeren …
De voorzitter:
Wat is uw vraag, mevrouw Van der Plas?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Daar kom ik op.
De voorzitter:
Graag.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Maar ik moet hem wel inleiden, want ik merk dat de heer Bamenga niet
helemaal op de hoogte is van de landbouwcomponent.
De voorzitter:
Dit gaan we niet doen. De heer Bamenga gaat over zijn eigen antwoorden.
Ik heb net gezegd dat ik heel soepel ben qua interrupties, maar niet als
die zulke enorm lange inleidingen hebben. Daarom verzoek ik u echt om
tot uw vraag te komen. Ik wil namelijk ook mevrouw Teunissen het woord
geven.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Mevrouw Teunissen gaat ongetwijfeld verder op dit onderwerp. Ik vind het
wel zorgelijk en daarom vraag ik het volgende aan de heer Bamenga. Maakt
hij zich niet een heel klein beetje zorgen over het ongelijke speelveld
voor de Europese boeren, waaronder onze Nederlandse boeren, die hier
zo'n beetje weggejaagd worden? Wat gaat hij aan die zorgen doen? Wat
gaan de heer Bamenga en D66 zeggen tegen onze Nederlandse boeren over
het zo geweldig vinden van dit Mercosur-verdrag?
De heer Bamenga (D66):
Ik gaf aan dat ik de indruk kreeg dat mevrouw Van der Plas hier een
soort landbouwdebat van wilde maken. Daar ging mijn reactie dus over.
Natuurlijk maken wij ons ook zorgen over Mercosur en de belangen van de
boeren. Wij willen ook dat zo veel mogelijk sectoren hier profijt van
hebben. Het moet een win-winsituatie zijn voor iedereen. Ik weet ook dat
de Europese fractie van mevrouw Van der Plas hiermee heeft ingestemd. Ik
vind het heel erg belangrijk dat wij met z'n allen alle dingen oplossen
waarvan wij zien dat ze niet goed gaan. Wij geloven namelijk dat het wél
kan. Wij geloven dat het verdrag ook voor de boeren voordelig kan zijn,
maar we moeten het wel eerst implementeren. Vervolgens moeten we kijken
waar ze tegenaan lopen en moeten we dat oppakken.
De voorzitter:
Ik snap dat u ...
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Even een punt van orde.
De voorzitter:
Nee, even een moment. Volgens mij ga ik namelijk eerst. Ik snap dat u
uitgelokt wordt, mevrouw Van der Plas, dus ik geef u de mogelijkheid om
daar nog kort op te reageren, maar daarna ga ik naar mevrouw
Teunissen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Onze Europese fractie is fel tegen het Mercosur-verdrag, dus wat de heer
Bamenga zegt, klopt niet.
De voorzitter:
Staat genoteerd.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Lang geleden was D66 een partij die opkwam voor dierenwelzijn, ook voor
dieren die in landen als Brazilië onder ontzettend slechte
omstandigheden worden gefokt en gedood, en die tjokvol gestopt worden
met antibiotica en hormonen. Ooit was D66 een partij die opkwam tegen de
ontbossing en voor de bescherming van het regenwoud. Ooit was D66 een
partij die opkwam voor mensenrechten en voor de inheemse volkeren in
Brazilië, die worden verjaagd van hun grond door grote vleesgiganten
zoals JBS. Mijn vraag aan de heer Bamenga is: waar is dat D66 gebleven?
Waarom hoor ik alleen maar vol lof de economische argumenten om voor het
Mercosur-verdrag te gaan en worden al die andere zaken aan de kant
geschoven door D66?
De heer Bamenga (D66):
Wij staan achter de zaken die mevrouw Teunissen zojuist noemde:
dierenwelzijn, ontbossing tegengaan en mensenrechten, ook die van de
inheemse bevolking. Daar hebben we altijd achter gestaan. Volgens mij
weet mevrouw Teunissen heel goed dat ik me daar persoonlijk ontzettend
voor inzet. Die dingen zijn juist heel erg belangrijk voor ons. In mijn
bijdrage heeft u mij horen zeggen dat ik dit handelsverdrag als kans zie
om juist die mensenrechten te bevorderen, maar ook om onze zorg voor de
planeet te bevorderen. Dat is hoe wij daarin staan.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Je kunt met de mond natuurlijk heel mooie woorden belijden, maar ik kijk
naar het stemgedrag van D66. D66 heeft ingestemd met een
vrijhandelsverdrag waarvan alle experts en alle milieuorganisaties
zeggen: dit gaat zorgen voor extra klimaatverandering. Er komt namelijk
extra uitstoot door het verslepen van dieselauto's naar de andere kant
van de wereld. Er komt rundvlees hiernaartoe. Het is ontzettend
vervuilend om dat te produceren, dus het leidt tot meer uitstoot.
Experts zeggen: het leidt tot meer ontbossing van het Amazoneregenwoud,
dat al in enorm slechte staat verkeert. Het leidt tot
mensenrechtenschendingen. Arbeidsrechten zijn niet goed verankerd in het
verdrag. Het gaat ten koste van de boeren: we ontnemen ze de kans om
echt over te schakelen naar een duurzame landbouw.
De voorzitter:
En uw vraag?
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Daar kom ik op, voorzitter. D66 zegt: "Dat schuiven we allemaal even aan
de kant. Normaal vinden we dat heel belangrijk, maar nu even niet. We
gaan toch instemmen met dat verdrag." Dat begrijp ik oprecht niet. Hoe
is dat in lijn met jullie gedachtegoed?
De heer Bamenga (D66):
Dit is absoluut niet wat D66 zegt. D66 zegt absoluut niet: we schuiven
het aan de kant. Volgens mij liggen wij veel dichter bij elkaar, zeker
als het gaat om het doel, zeker als het gaat om het bevorderen van
mensenrechten, zeker als het gaat om het streven om maatregelen te nemen
tegen klimaatverandering. Volgens mij hebben wij dezelfde doelstelling.
Alleen, wij geloven dat je zo'n handelsverdrag juist kan inzetten als
middel om dat gesprek aan te gaan met partners die daar misschien minder
aan doen. Op die manier zorgen we ervoor dat we niet alleen hier, maar
overal in de wereld de zorg voor de planeet op een zo hoog mogelijk
niveau houden.
De voorzitter:
Afrondend op dit punt.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Tot slot heb ik nog één concrete vraag. Het is heel jammer dat D66 hier
niet de kant kiest van de bescherming van mensen, natuur en planeet,
maar de kant van de multinationals. Mijn concrete vraag gaat over het
tegengaan van ontbossing. De ontbossingswetgeving wordt op dit moment
enorm afgezwakt in Europa. Dat is het handhavingsmechanisme in Mercosur
om de ontbossing nog enigszins tegen te gaan. Er zijn allerlei beloften
gedaan op de klimaattop, zoals een einde aan de ontbossing in 2030. Wat
gaat D66 nou concreet doen om die ontbossing tegen te gaan?
De heer Bamenga (D66):
Wij zijn absoluut voorstander van het tegengaan van ontbossing. Wij
zullen er dus, samen met de Partij voor de Dieren, alles aan doen om die
tegen te gaan, als daar voorstellen voor zijn. Volgens mij is het juist
de bedoeling van dit handelsverdrag om dat te doen. Wij zullen dat dus
volledig aangrijpen om de juiste stappen te zetten die nodig zijn om dat
te doen.
De voorzitter:
De voorzitter is even in de war, want ik zie schijnbewegingen van de
heer Van der Burg. Die zijn echter niet in de richting van de
interruptiemicrofoon, begrijp ik. Dan gaan we naar de heer Dassen.
De heer Dassen (Volt):
Even hierop doorgaand: een van de problemen met het Mercosur-verdrag en
ontbossing is dat we binnen de Europese Unie de hele
ontbossingsverordening naar achteren hebben geschoven, waardoor de
maatregelen die we hebben, niet meer van kracht zijn. Is de heer Bamenga
het met mij eens dat we er met elkaar voor moeten waken dat we alleen
maar jubelen over vrijhandelsverdragen? Is hij het met me eens dat we
ook kritisch moeten blijven? Hoe zorgen we er bijvoorbeeld voor dat
aandacht voor het klimaat en het tegengaan van ontbossing daar zeker in
gewaarborgd blijven? Hoe gaan we dat doen?
De heer Bamenga (D66):
Ik ben het daar absoluut mee eens. Het sluiten van een handelsverdrag is
één ding, maar ik vind wel — dat heb ik ook eerder aangegeven — dat het
belangrijk is om dat goed te monitoren en ervoor te zorgen dat je zo'n
handelsverdrag onder de juiste voorwaarden aangaat. We moeten elkaar er
ook op aanspreken op het moment dat er bijvoorbeeld sprake is van
ontbossing. Ik ben het volledig met de heer Dassen eens dat wij dat
soort waarden heel erg hoog moeten houden.
De heer Dassen (Volt):
Precies, maar dat doen we dus niet, want we zien binnen de Europese Unie
dat we de ontbossingsverordening naar achter schuiven. Het
Mercosur-verdrag gaat wel degelijk bijdragen aan de ontbossing, zoals
mevrouw Teunissen net terecht zei. Ik ben dus benieuwd hoe we dat met
elkaar kunnen tegengaan. Wij hebben een amendement ingediend om de
middelen voor het tegengaan van ontbossing naar voren te halen, juist
omdat die verordening op dit moment naar achteren wordt geschoven. Wil
D66 daar positief naar kijken, om de ontbossing tegen te gaan?
De heer Bamenga (D66):
We zullen er altijd met een positieve bril naar kijken, maar dat geldt
voor alle amendementen. We zullen die beoordelen en op een gegeven
moment zullen wij dan zeker met een reactie komen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Dassen (Volt):
Ik zeg het natuurlijk ook omdat de heer Bamenga net zei: alle
voorstellen die bijdragen aan het tegengaan van ontbossing, zullen wij
als D66 steunen. Dit is zo'n voorstel, dus ik hoop inderdaad op steun
van D66. Ik wil de heer Bamenga nog wel meegeven dat ik het helemaal met
hem eens ben dat we moeten inzetten op het sluiten van
vrijhandelsverdragen, maar dat ik wel vind dat we daar niet alleen over
moeten jubelen, maar daar ook kritisch op moeten blijven. We zien
namelijk dat er wereldwijd een verwatering gaande is van precies de
normen en waarden waarvoor de heer Bamenga zegt te staan. Daar zullen
wij als Europa wel een vuist tegen moeten maken. Dat betekent dat we
kritisch moeten zijn op hetgeen we nu zelf doen.
De heer Bamenga (D66):
Ik ben het ermee eens dat we daar kritisch op moeten zijn. Ten aanzien
van het amendement: we zullen natuurlijk ook kijken naar de dekking die
u daarvoor heeft gekozen. We staan in ieder geval positief tegenover de
maatregelen.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik wilde eigenlijk niet naar voren lopen, maar …
De voorzitter:
U heeft het toch gedaan.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ja, ik heb het tóch gedaan, want ik merk dat ik — mentaal, hoor, niet
fysiek — een beetje allergisch word voor het argument dat wij
handelsverdragen nodig hebben om bijvoorbeeld mensenrechtenschendingen
aan te pakken of het klimaat te redden. Daar worden dan handelsverdragen
voor ingezet. Dat moeten we doen, want dat is dan zogenaamd het beste
instrument om dat te doen. We hebben het bijvoorbeeld ook gezien bij
Sudan. Deze staatssecretaris gaat op handelsmissie naar een land met een
regime waar wij heel veel kritiek op hebben. Er worden wapens
doorgestuurd naar Sudan en vervolgens zeggen we: ja, maar het is heel
belangrijk dat we nu de handel uitbreiden, want dat helpt ons om zo'n
regime op bepaalde zaken aan te spreken. Dat is natuurlijk niet waar.
Kan de heer Bamenga zich voorstellen dat, als je een vrijhandelsverdrag
zoals het Mercosur-verdrag ratificeert en installeert, de ontbossing
juist toeneemt in plaats van afneemt?
De heer Bamenga (D66):
Ik denk dat het ontzettend belangrijk is dat we, op het moment dat er
dingen gaan gebeuren die wij niet willen, er alles aan doen om dat tegen
te gaan. Ik zeg niet dat het handelsverdrag dat we aangaan alleen maar
positieve effecten heeft. We zullen juist ook oog moeten hebben voor de
negatieve effecten. Als die inderdaad optreden, zullen we er met z'n
allen voor moeten zorgen dat we die aanpakken.
Mevrouw Dobbe (SP):
Oké, maar welke mogelijke negatieve effecten ziet de heer Bamenga
dan?
De heer Bamenga (D66):
Volgens mij geeft mevrouw Dobbe zelf aan dat ze die voorziet. Dat zijn
niet mijn woorden, dat zijn de woorden van mevrouw Dobbe. Ik wilde daar
in ieder geval op ingaan. Als dat inderdaad gebeurt, moeten we daarop
inspelen.
De voorzitter:
Kort en afrondend, mevrouw Dobbe.
Mevrouw Dobbe (SP):
Als dat gebeurt, dan is dat wel het gevolg van het afsluiten van
Mercosur. Dan is dat een gevolg. Ik vind wel dat de heer Bamenga nu niet
ingaat op de negatieve effecten van dit verdrag. Volgens mij heeft zowel
BBB als Partij voor de Dieren heel goed verwoord wat de mogelijke
negatieve effecten zijn. Het is meer dan ontbossing. Het raakt ook de
boeren, het raakt ook de kwaliteit van het voedsel. Er zijn ontzettend
veel negatieve effecten die nu al worden voorspeld, waarvan we weten dat
die gaan komen met het afsluiten van dit handelsverdrag. Dat weigert D66
te erkennen en daar weigeren ze ook wat aan te doen. Dan zegt D66: op
het moment dat ze optreden, zitten we tenminste aan tafel en kunnen we
het erover hebben. Maar als je al weet dat ze gaan plaatsvinden, dan
moet je dit toch gewoon niet doen? Mogen we een reflectie van D66 op de
vraag waarom we dan toch dit Mercosur-verdrag met al die negatieve
effecten gaan afsluiten?
De heer Bamenga (D66):
Volgens mij zijn we al meer dan 25 jaar bezig met Mercosur. Dit is niet
iets wat nu even komt. Volgens mij hebben heel veel partijen, waaronder
wij, gekeken naar alle voors en tegens. Als het gaat om de
handelsverdragen, is het gezien de geopolitieke instabiliteit belangrijk
dat wij meer en meer met verschillende partners aan de slag gaan. Dat
geldt niet alleen voor Mercosur; ik heb in mijn bijdrage aangegeven dat
ik vind dat wij als Europa ervoor moeten zorgen dat we veel breder gaan
kijken, naar India, Indonesië, maar ook Australië. We moeten zorgen dat
wij de beste producten kunnen hebben, maar we moeten inderdaad ook
zorgen voor de economische groei die nodig is. Die handelsverdragen kun
je gebruiken als instrumenten om de juiste voorwaarden te stellen, om
onder andere te werken aan mensenrechten overal in de wereld en ook om
te werken aan de betere zorg voor de natuur. Dat is wat ik zeg.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
De heer Bamenga heeft gelijk dat Mercosur een lang
onderhandelingstraject heeft gekend. We hebben de afgelopen jaren in een
context gezeten waarin Europa juist heeft gezegd: we gaan zelf wetten en
regels stellen om ervoor te zorgen dat we meer controle hebben op handel
en op supply chains en dat we er meer controle op hebben dat ontbossing
van de Amazone niet via de Rotterdamse haven ons land binnenvloeit. Nu
is al die wet- en regelgeving eigenlijk ongelofelijk afgezwakt. In de
logica van de heer Bamenga zou dat toch de safeguard moeten zijn. Wat
stelt de heer Bamenga daar dan voor in de plaats?
De heer Bamenga (D66):
Volgens mij is de norm niet afgezwakt. Volgens mij moeten wij juist ook
vanuit Europa ervoor zorgen dat die voorwaarden hooggehouden worden,
zowel voor Europa als voor andere handelspartners, als het even kan.
Volgens mij kunnen de verschillende partijen in Europa dat ook samen
doen. Ik denk dat dit heel erg belangrijk is. D66 staat altijd aan de
kant van Europese wetgeving die ervoor zorgt dat de mensenrechten
gehandhaafd worden. Maar we willen ook die ontbossing tegengaan.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik hoop dat de heer Bamenga het met mij eens is dat CSDDD in Europa heel
erg is afgezwakt. De heer Bamenga zei net "het is niet afgezwakt", maar
het is wel heel erg afgezwakt. CSDDD speelt een rol om de
ketenverantwoordelijkheid te waarborgen en juridisch te borgen. De
ontbossingsverordening dreigt nu te worden uitgesteld en afgezwakt. Als
die juridische borging wegvalt, hoe zorg je er dan voor dat die
negatieve effecten van Mercosur, waar iedereen zich zorgen over maakt,
gemitigeerd worden? Dat is mijn vraag aan de heer Bamenga. En wat is het
antwoord daarop?
De heer Bamenga (D66):
Over dat afzwakken wil ik het volgende zeggen. Ik dacht dat mevrouw
Kröger het had over Mercosur, maar zij heeft zeker gelijk wat betreft
ontbossing en de EU. Wij zijn zeker tegen afzwakking. Natuurlijk zijn er
in de handelsverdragen van Mercosur instrumenten ingebouwd om er juist
voor te zorgen dat er gemonitord en geëvalueerd wordt. Zodra wij zien
dat het inderdaad negatieve gevolgen heeft, moeten we daarop kunnen
inspelen. Volgens mij zijn die instrumenten daarin opgenomen, zeg ik
tegen mevrouw Kröger.
De voorzitter:
Dank u wel. Voordat u verdergaat met uw betoog, verzoek ik de collega's
heel vriendelijk om mijn soepelheid iets minder te testen en de
interrupties iets korter en bondiger te houden. Gaat uw verder met uw
betoog.
De heer Bamenga (D66):
Voorzitter. Als liberaal ben ik ervan overtuigd dat alle kansen op
zelfontplooiing en ontwikkeling beginnen bij goed onderwijs. Dat geldt
niet alleen in Nederland, maar overal ter wereld. Juist in landen waar
perspectief op economische zekerheid en politieke stabiliteit vaak ver
weg lijkt, kan een goed opgeleide generatie het verschil maken tussen
stilstand en vooruitgang, chaos en stabiliteit, en wanhoop en hoop.
Ontwikkelingshulp die inzet op onderwijs creëert stabiliteit en
toekomstperspectief, vergroot economische kansen voor bedrijven daar en
hier, en zorgt voor knappe koppen en vaardige handen die de uitdagingen
van hun land zelf aankunnen. Dat is niet alleen solidair, maar ook
verstandig beleid. Daarom doet het mij als liberaal pijn dat 250 miljoen
kinderen vandaag geen onderwijs krijgen. Door de wereldwijde
bezuinigingen verdwijnen er 6 miljoen extra kinderen uit de
schoolbanken. Dat is alsof we alle basisscholen in Duitsland en Italië
tegelijkertijd sluiten. Erkent de staatssecretaris dat het in ieders
belang is, kinderen, jongeren en bedrijven, dat we blijven investeren in
onderwijs? Is de staatssecretaris bereid om alsnog te kijken naar de
toekomst van het onderwijs binnen het Nederlandse OS-beleid?
Voorzitter. Als er al een gebied is waarop Nederland en Europa altijd
voorop hebben gelopen, dan is het wel het beschermen van vrouwen-,
meisjes- en lhbti-rechten overal ter wereld. Voormalig minister Klever
ging met de sloopkogel door de begroting voor Ontwikkelingssamenwerking.
Vrouwen, meisjes en onderwijs werden de grootste slachtoffers van dit
beleid. Daarom is mijn vraag aan de nieuwe staatssecretaris van
Ontwikkelingshulp: hoe ziet zij de bezuinigingen die invloed hebben op
de toch al kwetsbare positie van vrouwen en meisjes?
De voorzitter:
Dat geeft aanleiding tot een korte vraag. Ga uw gang, meneer Dassen.
De heer Dassen (Volt):
De heer Bamenga maakte net een terecht punt over het grote aantal
kinderen dat geen onderwijs krijgt. Het is mooi dat hij dat punt maakt.
We zien ook dat een groot gedeelte van de ontwikkelingshulp niet naar
kinderen gaat. Organisaties roepen op om ervoor te zorgen dat hulp voor
kinderen juist een onderdeel wordt van al die verschillende
beleidsprioriteiten. Hoe kijkt de heer Bamenga daarnaar?
De heer Bamenga (D66):
Ik heb er vaker voor gepleit dat het beleid inderdaad veel meer op
kinderen gestoeld zou moeten zijn. Kinderen zijn eigenlijk de laatste
mensen die bijdragen aan conflict. Dat doen ze namelijk totaal niet. Ze
zijn altijd slachtoffer van conflict. Dat is waarom wij daar altijd voor
gepleit hebben, waarom we bijvoorbeeld met het initiatief voor een
ambassadeur voor kinderen in conflictgebieden zijn gekomen en waarom we
altijd pleiten voor het inzetten op onderwijs.
De heer Dassen (Volt):
Dat waardeer ik ook zeer. Ik denk dat dat heel belangrijk is, juist
omdat veel kinderen in conflictgebieden aanwezig zijn en het overgrote
deel van de mensen daar vertegenwoordigen. Vandaar de oproep om ervoor
te zorgen dat kinderen beter betrokken worden en gewaarborgd zijn in de
beleidsprioriteiten en dat daar meer aandacht voor moet komen. Ik zou de
staatssecretaris daar graag toe willen oproepen. Ik ben benieuwd of ik
D66 daarbij aan mijn zijde kan vinden, om ervoor te zorgen dat kinderen
meer meegenomen worden in de beleidsprioriteiten.
De heer Bamenga (D66):
Volgens mij heb ik zojuist aangegeven dat het voor ons een prioriteit is
om in te zetten op onderwijs. Wij hebben het altijd onze prioriteit
gemaakt om te zorgen dat kinderen — juist kinderen, omdat zij niet
bijdragen aan conflicten, maar er altijd slachtoffer van zijn — hoop
geboden krijgen in conflictgebieden waar dan ook in de wereld.
De voorzitter:
Gaat u verder.
De heer Bamenga (D66):
Voorzitter. Wanneer ik kijk naar twee van de grootste conflicten van dit
moment, zie ik ruimte voor een leidende rol voor Europa. In Sudan vindt
de grootste humanitaire crisis ter wereld plaats. De RSF en de SAF zijn
elkaar aan het bevechten en miljoenen onschuldige burgers zijn hier
slachtoffer van. Er heerst een hongersnood, de toegang tot humanitaire
hulp wordt belemmerd en we horen het ene na het andere horrorverhaal. De
RSF komt voort uit milities die al twintig jaar geleden verantwoordelijk
waren voor de genocide in Darfur. Wat we nu zien, lijkt beangstigend
veel op een poging om die genocide af te maken. Ook de Sudanese
strijdkrachten, de SAF, zijn verantwoordelijk voor ernstige
mensenrechtenschendingen. Beide voeren een machtsstrijd die het leven
van gewone Sudanezen tot een nachtmerrie maakt, met miljoenen
vluchtelingen tot gevolg.
Bent u bereid om in Europa te bepleiten dat de EU deelneemt aan een
vredesproces in Sudan en dat Sudan en Congo structureel op de agenda van
de Raad Buitenlandse Zaken blijven staan? Hoe gaat de staatssecretaris
zich inzetten voor ongehinderde toegang tot humanitaire hulp in Sudan en
de bescherming van hulpverleners? Staan inmiddels zo veel mogelijk leden
van de RSF- en SAF-leiding op de Europese sanctielijst?
Op LinkedIn zie ik berichten van de staatssecretaris over haar bezoek
aan Saudi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten. Hoe beoordeelt zij
de rol die deze landen spelen in de oorlog in Sudan en heeft zij hen
hierop aangesproken?
De voorzitter:
Ik zie dat dat een vraag oproept. Gaat uw gang, mevrouw Kröger.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik keek even of dit het hele stukje over Sudan is.
De voorzitter:
Ik hoorde een punt.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik hoorde ook een punt. Die vraag, zeg ik tegen de heer Bamenga, hebben
wij de staatssecretaris ook al gesteld in een eerder debat. Daarop heeft
zij aangegeven dat ze weinig kan zeggen over die gesprekken. Volgens mij
is het prangende punt natuurlijk — en ik hoor D66 pleiten voor een
stevig Europees opereren — dat wij in onderhandelingen zitten voor een
handelsverdrag met de Emiraten. Is de heer Bamenga het met me eens dat
Sudan en de rol die de Emiraten daar spelen echt onderdeel moeten zijn
van de afwegingen rond dat handelsverdrag?
De heer Bamenga (D66):
Volgens mij zien we allemaal en delen we allemaal het doel met mevrouw
Kröger dat wij er met z'n allen alles aan moeten doen om de ellende die
daar nu speelt en die enorme humanitaire crisis, de grootste humanitaire
crisis ter wereld, aan te gaan en om die aan te pakken. Volgens mij
delen wij dat als doelstelling. De vraag is natuurlijk: hoe gaan we dat
bereiken? Daar hebben wij in ieder geval allerlei initiatieven voor
genomen. We hebben ervoor gezorgd dat het niet langer een genegeerde of
een vergeten conflict is door Sudan vanaf 2023 continu te agenderen in
de Kamer. Er zijn allerlei moties voor ingediend. Wij vinden dat we nu
in de fase komen dat Europa een leidende rol moet nemen in dat
vredesakkoord. We vinden ook dat de staatssecretaris juist zou moeten
kijken naar de partners die op een negatieve manier bijdragen aan de
strijd die geleverd wordt en dat we die partners zouden moeten
aanspreken. Daar gaat natuurlijk mijn vraag over. Ik ben heel erg
benieuwd naar wat de staatssecretaris daarover gaat zeggen. Wat mij
betreft is dat inderdaad een eerste stap om nu te zetten.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dat is een vrij lang antwoord met enige herhaling van vorige debatten.
Mijn vraag was specifiek. Er vinden nu onderhandelingen plaats rond een
handelsverdrag. In dat handelsverdrag wordt gezegd dat mensenrechten een
rol moeten spelen. Er lag een motie voor van DENK die verzocht om de
situatie in Sudan in ieder geval bespreekbaar te maken als onderdeel van
die onderhandelingen. De staatssecretaris heeft die ontraden. Wij hebben
gezegd: schort die onderhandelingen op. Mijn vraag aan D66 is: vindt D66
dat de rol die de Emiraten in Sudan spelen onderdeel moet zijn van de
afwegingen die Nederland en Europa maken rond dit handelsverdrag?
De heer Bamenga (D66):
Ik heb geprobeerd een gedeeld belang te schetsen, en ook een gedeelde
visie, namelijk dat die oorlog zo snel mogelijk moet stoppen en dat er
zo snel mogelijk een staakt-het-vuren moet komen. Dat betekent dus dat
wij een aantal dingen moeten doen. Die heb ik zojuist proberen te
schetsen voor mevrouw Kröger. Wat mij betreft is het belangrijk dat wij
geleidelijk aan meer en meer druk gaan zetten. Maar het zetten van meer
en meer druk begint bij een gesprek dat gevoerd wordt door de
staatssecretaris met de betrokkenen. Ik ben ontzettend benieuwd naar het
resultaat daarvan, of die gesprekken effectief zijn en wat opleveren.
Als dat niet het geval is, ben ik zeker bereid om daar nog veel meer
stappen in te gaan zetten.
De voorzitter:
Afrondend, mevrouw Kröger.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik interpreteer dit antwoord — daar ben ik eigenlijk wel heel erg
verbaasd over — als een nee van D66. Ik interpreteer het als dat zij
niet vinden dat de mensenrechtensituatie en humanitaire crisis in Sudan
een onderdeel zouden moeten zijn van de afwegingen die dit kabinet en de
Europese Unie maken aangaande het handelsakkoord met de Emiraten. Dat is
de conclusie die ik trek uit de woorden van de heer Bamenga.
De heer Bamenga (D66):
Volgens mij trekt u de verkeerde conclusie. Ik probeer juist verbinding
te zoeken met wat mevrouw Kröger wil. Volgens mij is hetgeen wij willen
en wat ons verbindt hierbij — daar ga ik van uit — dat wij zorgen dat
die oorlog stopt. Dat betekent dat wij met alle partners die daarbij
betrokken zijn, bijvoorbeeld de partners die betrokken zijn bij het
Quad-vredesproces, maar ook andere partners, ervoor zorgen dat we
daarnaartoe werken. Dat betekent dat wij in gesprek zouden moeten met
die partners, om daarvoor te zorgen. Hoe doe je dat? Ik heb geschetst
dat dat begint bij gesprekken voeren en druk zetten. Dat kan de
staatssecretaris doen, maar dat kan ook op Europees niveau gedaan
worden. Als dat geen soelaas biedt, ga je natuurlijk verder. Dan ga je
kijken naar andere middelen, zoals het dreigen met opschorten en noem
maar op. Volgens mij zitten we dus veel dichter bij elkaar dan in uw
samenvatting van zojuist.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dit antwoord verbaast mij ook. Op het moment dat de heer Bamenga
verbinding wil zoeken, moet hij ook duidelijk zijn. Dat is wat ik denk.
Dan hebben we tenminste duidelijkheid met elkaar over wat we bedoelen.
Natuurlijk zijn we het erover eens dat we willen dat die oorlog in Sudan
stopt. Ik weet dat de heer Bamenga dat heel graag wil. Wij willen dat
ook. We hebben daar samen heel veel voorstellen voor gedaan. Maar we
zitten nu in een situatie waarin we weten — dat is gewoon feitelijk
bewezen; er zijn allerlei rapporten over verschenen — dat de Emiraten
een hele kwalijke rol spelen in de voortgang van die oorlog. Daar is de
heer Bamenga het ook mee eens.
De voorzitter:
En uw vraag, mevrouw Dobbe?
Mevrouw Dobbe (SP):
Dan zitten we in de situatie dat we weten dat de Emiraten die kwalijke
rol spelen en dat het vreselijke conflict voortduurt. Dan gaat onze
staatssecretaris daarnaartoe op handelsmissie om de handelsbetrekkingen
uit te breiden. Want, zo hebben we gehoord in het vorige debat,
bijvoorbeeld de belangen van het Nederlandse bedrijfsleven en onze
energietransitie zijn toch ook belangrijk. Dat zijn de belangen die dan
blijkbaar belangrijker zijn dan de conflictsituatie.
De voorzitter:
En uw vraag, mevrouw Dobbe?
Mevrouw Dobbe (SP):
Dit moeten we toch niet doen? Dit moet D66 toch ook niet willen? Dit is
toch geen manier om de Emiraten aan te spreken op de kwalijke dingen die
zij doen?
De heer Bamenga (D66):
Volgens mij heb ik zojuist gezegd dat we alle relaties die wij hebben,
juist moeten aanwenden om mensen aan te spreken op de rol die zij
vervullen, in het kader van mensenrechtenschendingen, en op welke
negatieve manier zij bijdragen aan de oorlog. Volgens mij heb ik zojuist
aangegeven dat we dat juist bespreekbaar moeten maken en dat we de
relaties die wij hebben, juist moeten gebruiken om dat te doen.
De voorzitter:
Afrondend op dit punt.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ja, dat heb ik gehoord. Dat heb ik de heer Bamenga inderdaad heel
duidelijk horen zeggen. Maar ziet de heer Bamenga ook een tegenstelling
in aan de ene kant dingen bespreekbaar maken, veroordelen en druk
uitoefenen — die woorden heeft de heer Bamenga net allemaal gebruikt —
en aan de andere kant direct in hetzelfde gesprek zeggen heel veel
kansen te zien voor het bedrijfsleven en de handelsbetrekkingen met de
Emiraten uit te willen breiden? Ziet de heer Bamenga daar een
tegenstelling in? Ziet de heer Bamenga dat dit niet helpt bij het
aanspreken van de Emiraten op de kwalijke rol die zij spelen? Ziet de
heer Bamenga dat dit alleen maar het Nederlandse bedrijfsleven dient en
niet de mensen in Sudan?
De heer Bamenga (D66):
Ik zie op dit moment eerder een kans om juist gebruik te maken van de
relaties die wij hebben om invloed uit te oefenen. Dat is wat ik op dit
moment vooral zie. Ik zou ook heel graag willen dat we dit samen doen.
Ik weet inderdaad dat mevrouw Dobbe altijd mijn agendaverzoeken heeft
gesteund om ervoor te zorgen dat de aandacht voor Sudan groot blijft. Ik
weet ook dat wij op dezelfde manier erin staan. Wij willen ervoor zorgen
dat er vrede komt in Sudan. Laten we dus kijken wat we samen kunnen doen
om dat te bewerkstelligen.
De voorzitter:
De heer Ceder, op hetzelfde punt?
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ja, voorzitter.
De voorzitter:
Ik hoop dat u een andere vraag stelt op dit punt. Ik ben bang dat we
anders met elkaar in cirkeltjes blijven lopen.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik zal een andere vraag stellen. Meerdere collega's stellen hier vragen
over, omdat het belangrijk is dat D66 helderheid geeft over wat we de
komende jaren kunnen verwachten. De heer Bamenga en ik trekken graag
samen op. We hebben bijvoorbeeld samen een nota ingediend ten aanzien
van Congo. Maar zeggen dat het uitbreiden van de handel met partijen die
nauw betrokken zijn in conflictgebieden de komende jaren dé manier is,
is gewoon niet te rijmen met hoe D66 bij verschillende conflicten
opereert. Ik weet dat als we het over Rwanda hebben, de heer Bamenga en
ik duidelijk zijn dat zolang er conflicten in Congo plaatsvinden en
Rwanda daar een rol in speelt, we daar afstand van moeten nemen.
Hetzelfde heeft D66 gedaan ten aanzien van het conflict in het
Midden-Oosten, ten aanzien van Israël. Maar rondom de Emiraten lijkt het
alsof er een draai wordt gemaakt. Ik zeg het grappenderwijs, ik zeg niet
dat het zo is, maar het lijkt alsof D66 aandelen bij de Emiraten
heeft.
De voorzitter:
En uw vraag, meneer Ceder?
De heer Ceder (ChristenUnie):
Omdat het niet rijmt met consistent beleid. Wat kunnen wij en wat kunnen
de kiezers die D66 veel vertrouwen hebben gegeven, de komende jaren
verwachten? Hoe staat D66 tegenover zakendoen met conflictgebieden? Dan
heb ik het over Indonesië, dan heb ik het over Congo en Rwanda, dan heb
ik het over het Midden-Oosten, dan heb ik het over de Westelijke Sahara
...
De voorzitter:
Meneer Ceder, ik wil graag terug naar het punt waarover we het net
hadden, want anders krijgen we ... Ik snap waar u naartoe wilt, maar ik
ga nu de heer Bamenga de gelegenheid geven om tot een antwoord te komen.
Ik wil zo meteen ook verder met zijn betoog, want ondertussen kijk ik
ook naar de klok.
De heer Bamenga (D66):
De heer Ceder heeft volledig gelijk als hij zegt dat wij het ontzettend
belangrijk vinden om in te zetten op mensenrechten en op het handhaven
daarvan overal in de wereld. Ik denk dat je ten aanzien van de landen
die de heer Ceder noemt, bij ieder land moet kijken wat je kunt doen en
wat effectief is. Ik ga dadelijk ook praten over Congo en de maatregelen
waarvan wij vinden dat ze genomen moeten worden omdat wij vinden dat die
effectief zijn. Als het puur gaat om de VAE, want daar werd naar
gevraagd: wij hebben heel duidelijk aangegeven dat het zeker begint bij
het aanspreken op de rol die zij hebben. Daarbij maak je gebruik van
alle tafels waaraan je zit met deze partijen. Wij zeggen niet dat je
zaken moet doen met partijen die betrokken zijn bij conflicten. Nee, wij
zeggen: maak gebruik van de tafels waaraan je zit met deze partijen om
ze hierop aan te spreken en ze te bewegen om bij te dragen aan vrede.
Dat zeggen wij. Wij zeggen ook heel duidelijk dat wij vinden dat je moet
escaleren op het moment dat genomen maatregelen niet effectief blijken
te zijn. Wij zijn ook absoluut van plan om dat te gaan doen.
De voorzitter:
Kort en afrondend, de heer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dan ben ik het eens met de heer Bamenga, maar is de heer Bamenga het dan
met mij eens dat het best vreemd is om vervolgens als beleid te hanteren
dat we het pauzeren van een akkoord niet gebruiken als drukmiddel als
bijvoorbeeld de situatie in Sudan — de grootste humanitaire crisis op
aarde — niet stopt? Of denk aan het stoppen van de onderhandelingen met
Indonesië zolang er in West-Papoea mensenrechtenschendingen plaats
blijven vinden in plaats van het hanteren van het argument dat verder
praten wel tot verbeteringen zal leiden. Kunt u begrijpen dat door mij
en door meer leden in de Kamer de doelredenering niet begrepen wordt en
dat het niet-pauzeren maar juist doorgaan en meer handelsafspraken op
papier zetten, akkoorden sluiten en met elkaar op de foto gaan niet
leidt tot het stoppen van die conflicten?
De voorzitter:
Voordat we het debat over Sudan overdoen dat we voor het kerstreces
gehad hebben, geef ik de heer Bamenga de gelegenheid om hierop kort te
reageren. Daarna is het de beurt aan de heer Van Baarle.
De heer Bamenga (D66):
Volgens mij heb ik zojuist aangegeven hoe belangrijk het is om deze
zaken wél bespreekbaar te maken, of het nou gaat om Indonesië of Sudan.
Dat moet juist wel bespreekbaar gemaakt en op tafel gelegd worden.
Volgens mij zitten we hierin op dezelfde lijn. Wij zeggen alleen dat op
het moment dat het bespreekbaar maken niet tot de juiste effecten leidt,
je moet escaleren naar andere middelen.
De heer Van Baarle (DENK):
Kijk. Ik zou even goed willen begrijpen waar de heer Bamenga en de
fractie van D66 nu staan. Je hebt verschillende gradaties in deze
discussie. Je hebt fracties waaronder die van mij die vinden dat het op
dit moment niet gepast is om te onderhandelen met de VAE over een
handelsakkoord. Je hebt ook fracties die dat wel gepast vinden. In het
laatste debat over Sudan heb ik een poging gedaan om dat bij elkaar te
brengen door een motie in te dienen die zegt: zorg er als
staatssecretaris in ieder geval voor dat je je rol pakt om de Europese
Commissie te verzoeken om dit onder het artikel mensenrechten
bespreekbaar te maken. D66 heeft daar toen voorgestemd. In het Europees
Parlement heeft D66 een kritischere houding ten aanzien van het akkoord.
Kan ik daarmee nu begrijpen dat de heer Bamenga op dit moment nog steeds
de staatssecretaris oproept om de Europese Commissie te verzoeken die
gesprekken over dat artikel inzake mensenrechten aan te gaan met de VAE
over de rol in Sudan, en dus graag zou zien dat de staatssecretaris die
rol oppakt?
De heer Bamenga (D66):
Absoluut.
De voorzitter:
Van deze korte, bondige antwoorden houdt deze voorzitter. Gaat u met
gezwinde spoed verder met uw betoog.
De heer Bamenga (D66):
Voorzitter. Ook in het oosten van Congo escaleert het geweld opnieuw.
Sinds begin december zijn volgens de Congolese regering meer dan 1.500
burgers gedood door de rebellengroep M23, ondanks een zogenaamd
vredesakkoord. Op papier is er vrede, maar in werkelijkheid gaat het
geweld onverminderd door. Vluchtelingenkampen zijn overvol, honger is
wijdverspreid en meer dan 6 miljoen mensen zijn op de vlucht binnen
Congo of daarbuiten. Dit conflict duurt al 30 jaar lang en draait om
macht, land en bodemschatten, met een verwoestende prijs voor gewone
burgers.
Voorzitter. De vraag die blijft hangen, is: is de staatssecretaris ook
hier bereid om Europa op te roepen om een grotere rol te pakken in het
vredesproces? Waarom is het MoU tussen de EU en Rwanda nog steeds niet
opgeschort? Hoe staat het met de ontwikkeling van een Nederlandse en
Europese diasporastrategie? Hoe faciliteert de staatssecretaris
initiatieven vanuit de Congolese en Sudanese diaspora? Hoe staat het met
de uitvoering van onze aangenomen motie over het Grote
Merenprogramma?
Voorzitter. We kunnen het niet vaak genoeg benoemen: de situatie in Gaza
is catastrofaal. Mensen leven al maanden in doorweekte tenten, terwijl
voedsel, medicijnen en andere noodhulp de Palestijnen niet kunnen
bereiken. Tientallen hulporganisaties is toegang tot Gaza en de
Westelijke Jordaanoever ontzegd. We wachten nog steeds op de antwoorden
op onze schriftelijke vragen hierover. Daarom hebben wij zojuist een
motie ingediend die de regering verzoekt om daadkrachtige en
diplomatieke acties richting Israël te ondernemen, zodat humanitaire
toegang voor Nederlandse hulporganisaties wordt hersteld, en om de Kamer
periodiek te informeren over de voortgang. Nederland kan en moet hier
meer mee doen.
Voorzitter, afrondend. Europa kan de hoeder zijn voor vrede, veiligheid
en voorspoed, als we daarvoor durven kiezen, niet alleen vandaag, maar
iedere dag opnieuw, bij ieder conflict weer, en tegen alle winden
in.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot een laatste vraag, zegt de
voorzitter hoopvol.
De heer Stoffer (SGP):
Ja, voorzitter, of het mijn laatste vraag wordt … Ik hoop dat ik er nog
meer mag stellen.
De voorzitter:
Ik hoop zeker dat u er nog meer mag stellen.
De heer Stoffer (SGP):
Dank u wel. Een uitstekende bijdrage vanuit D66. Er zijn heel veel
inhoudelijke punten benoemd. Met het ene ben ik het meer eens dan met
het andere. Maar er ligt natuurlijk ook een begroting voor vandaag. Daar
zit een politieke vraag aan vast, namelijk: gaan we deze begroting
steunen of gaan we die niet steunen? Als we kijken naar de behandeling
van vorig jaar, dan zien we dat het vrij wankel was. Het kan nogal wat
uitmaken wat D66 bij deze begroting gaat doen. Ik ben dus benieuwd of de
heer Bamenga kan zeggen of hij al beelden heeft bij de vraag of hij deze
begroting dadelijk gaat steunen of niet. Misschien moet die straks wel
uitgevoerd worden door een partijgenoot van de heer Bamenga zelf. Zou
hij daar nog iets over kunnen zeggen?
De heer Bamenga (D66):
Volgens mij hebben we juist dit debat om te kijken waar we hier en daar
kunnen bijschaven om te zorgen dat we de begroting zo goed mogelijk
kunnen maken en zo veel mogelijk mensen kunnen bijstaan. Ik ga
natuurlijk uit van het positieve, dat wij deze begroting kunnen steunen,
maar dat we ook deze begroting met z'n allen zo goed mogelijk kunnen
maken, zodat we zo veel mogelijk mensen daarmee kunnen helpen.
De heer Stoffer (SGP):
Dank voor het antwoord. Dan kom ik gelijk op de vervolgvraag. Het grote
discussiepunt van een jaar geleden was met name het budget en de
bni-koppeling. Als we hier wat stijgen in welvaart, als het hier wat
beter gaat, gaan we dan ook wat meer besteden aan onze verre naaste die
het heel moeilijk heeft? Daar is veel inhoudelijk over gesproken, maar
ik heb geen voorstel gezien van D66 om dat nu te veranderen. Ik snap dat
dit een heel lastig politiek tijdsgewricht is. Maar als de begroting zo
blijft als die op dit moment is en het perspectief niet verandert in wat
meer oog hebben voor onze verre naaste, wat is er dan voor D66 veranderd
ten opzichte van een jaar geleden?
De heer Bamenga (D66):
Volgens mij weet de heer Stoffer hoe wij erin staan. Wij zijn een groot
voorstander van blijven investeren in ontwikkelingssamenwerking. We zien
dat als een heel erg belangrijk punt dat onderdeel zou moeten zijn van
ons integraal veiligheidsbeleid. We hebben ook in ons
verkiezingsprogramma heel duidelijk aangegeven dat wij ernaar streven
richting de 0,7% van het bni te gaan. Dat is een standpunt dat wij
blijven hanteren.
De voorzitter:
Kort en afrondend op dit punt, meneer Stoffer.
De heer Stoffer (SGP):
Het zal mijn laatste zijn in dit blokje, voorzitter.
Dan nogmaals de vraag. De SGP steunt dat perspectief. Ik denk dat D66 en
SGP daar identiek tegenover staan, maar ik zie dat niet terug in deze
begroting. Ik worstel ook zelf met de vraag wat ik dadelijk met deze
begroting ga doen. Vorig jaar hebben we de begroting nog gesteund. Ik
zit echt te zoeken: moet ik dat nu opnieuw doen? D66 heeft die toen niet
gesteund. Als er nu niets verandert, volgt D66 dan een consistente lijn
en gaat zij dan ook deze begroting niet steunen?
De heer Bamenga (D66):
Ik kijk vooral naar wat we wel samen kunnen doen. Als er punten zijn
waarover wij met z'n allen denken dat die beter kunnen, dan kunnen we
inderdaad bekijken of we voor het aanpassen van die zaken de juiste
dekking kunnen vinden. Ik zou dus juist aan mevrouw … Sorry, de heer
Stoffer.
De voorzitter:
Het is nog steeds de heer Stoffer.
De heer Bamenga (D66):
Ja, de heer. Misschien was ik al naar de collega naast hem aan het
kijken.
De voorzitter:
Gaat u vooral verder, want ik wil naar een afronding.
De heer Bamenga (D66):
Ik zou zeker tegenover de heer Stoffer willen zeggen: kijk juist met ons
hoe wij de huidige begroting beter kunnen maken en hoe wij dit juist
kunnen steunen om verder te gaan. Ik denk dat iedereen ermee geholpen is
als wij dat kunnen doen.
De voorzitter:
Ik heb even niet gezien wie als eerste in de rij stond, mevrouw Dobbe of
de heer Ceder. U bent beiden heel galant. Ik kan u ook beiden overslaan.
De heer Ceder? U bent eruit? De heer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ja, goed.
De voorzitter:
Ik wil u vragen om het bij één vraag te houden.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ja, voorzitter. De ChristenUnie heeft vorig jaar tegen de begroting
gestemd, net zoals D66, wetende dat de grote klap niet volgend jaar zou
plaatsvinden, maar juist dit jaar. Wij zijn nu dus nog minder geneigd om
voor te stemmen. D66 was vorig jaar tegen, maar ik hoor nu dat D66
erover denkt voor te stemmen, terwijl dit het verwoestende beleid is van
OS waar heel veel partijen vorig jaar tegen hebben gestemd. De gevolgen
zijn immens. Er is heel weinig teruggedraaid. De bni-koppeling is na
tientallen jaren losgelaten.
De voorzitter:
Uw vraag, meneer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik hoor nu een D66 die zegt: wij gaan dit gewoon steunen en in het
kabinet dat eraan komt, gaan wij dit verwoestende beleid gewoon
uitvoeren. Mijn vraag is hoe dat kan. Hoe kan het dat D66 niet met een
eigen voorstel en een eigen lijn komt? Het kan toch niet zo zijn dat je
een oppositietaal en coalitietaal hebt waar een wereld van verschil
tussen zit?
De heer Bamenga (D66):
Ik merk dat de heer Ceder mij niet goed heeft gehoord. Dit is niet wat
ik gezegd heb. Volgens mij heb ik aangegeven waar D66 voor staat. Dat
weet u vanaf dag één. U heeft de uitgangspunten kunnen lezen die D66 en
het CDA hebben gepresenteerd. Ook daarin wordt heel duidelijk aangegeven
wat wij willen: wij willen toewerken naar die 0,7% bni. Ik geef aan dat
wij juist in deze besprekingen die wij met z'n allen hebben, moeten
bekijken welke maatregelen wij kunnen nemen om dat mogelijk te maken en
ervoor te zorgen dat wij met z'n allen instemmen met een betere
begroting. Ik zie nu juist vooral kansen in plaats van heel veel
barrières.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dit is bijzonder.
De voorzitter:
Eén!
Mevrouw Dobbe (SP):
Ja, dat snap ik, voorzitter. Dit antwoord is wel bijzonder. Ik vind de
vragen van de heer Stoffer en de heer Ceder heel terecht. Ik had die
zelf ook. Het is inderdaad heel duidelijk waar D66 voor staat. Dat is
ook in het tussenstuk met de uitgangspunten door D66 en het CDA
bevestigd. Deze begroting is slechter dan die van vorig jaar. Zij staat
verder weg van de uitgangspunten van D66 dan die van vorig jaar: de
koppeling wordt niet hersteld, de bezuinigingen zijn draconisch. Het is
echt dramatisch. Aangezien deze begroting zó ver van de standpunten van
D66 afstaat en D66 vorig jaar heeft tegengestemd, kan de conclusie
alleen maar zijn dat D66 ofwel tegenstemt ofwel zelf met voorstellen
komt. En als dat niet gebeurt, dan moeten we eigenlijk nu al de VVD gaan
feliciteren met het feit dat zij het hele beleid van D66 hebben bepaald
en dat D66 vanaf nu een neoliberale, asociale koers gaat varen. Dus wat
is het?
De voorzitter:
Mevrouw Dobbe ...
De heer Bamenga (D66):
Ik merk hier op bij mevrouw Dobbe ... Volgens mij hebben we bij heel
veel punten, bijvoorbeeld vrouwenrechten, met elkaar opgetrokken. Ik zou
het juist jammer vinden ... In plaats van hier meer en meer
tegenstellingen te creëren tussen hetgeen wij met z'n allen willen
bereiken, zou ik willen voorstellen om juist te kijken naar wat ons
verbindt en hoe wij er juist voor kunnen zorgen dat wij hier inderdaad
een betere begroting kunnen gaan neerleggen. Ik heb zojuist ook
aangegeven waar wij als D66 voor staan. U heeft allemaal kunnen lezen
wat de uitgangspunten waren van D66 en het CDA. Volgens mij moeten we
juist deze begroting gebruiken om het beter te maken, en dat kunnen we
samen doen. Ik nodig juist ook mevrouw Dobbe uit om te kijken hoe we dat
beter kunnen maken, zodat we uiteindelijk de mensen die wij hiermee
kunnen helpen ook daadwerkelijk helpen. Ik heb een aantal voorstellen
gedaan als het gaat om vrouwenrechten en onderwijs, en heb ook met een
aantal voorstellen meegedaan. We doen mee aan een amendement dat gaat
over de UNRWA. Zo zijn er een aantal dingen die wij hebben gedaan
...
De voorzitter:
Meneer Bamenga, wilt u afronden?
De heer Bamenga (D66):
Zeker, voorzitter. Ik zou graag ook aan mevrouw Dobbe willen zeggen:
gebruik juist de kans die er is om deze begroting beter te maken, samen
met ons.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Voorzitter. Ik vind het antwoord van D66 en de opstelling van D66 in dit
debat echt heel teleurstellend, want we hebben het over de grootste
bezuiniging op ontwikkelingssamenwerking ooit. Ik zie hier geen enkel
concreet voorstel van D66 om dat te verbeteren, en toch neigt de heer
Bamenga ernaar om vóór deze begroting te gaan stemmen. Eigenlijk vind ik
dat echt onbegrijpelijk vanuit D66 en ik verwacht daarom een concreet
voorstel in dit debat. Dus: wat is uw concrete plan om het budget alsnog
te verhogen? En ga dan niet andere partijen oproepen om met een ander
voorstel te komen. Wat is het concrete voorstel? En als dat niet komt,
gaat u dan tegen de begroting stemmen?
De heer Bamenga (D66):
Voorzitter, ik kom dan in herhaling, vrees ik.
De voorzitter:
Doe dat dan kort en bondig, zou ik voorstellen.
De heer Bamenga (D66):
Nou ja, ik heb net ook al aangegeven dat we volgens mij met z'n allen
moeten gaan kijken hoe wij deze begroting kunnen verbeteren. Ik heb er
alle vertrouwen in dat we dat zeker samen kunnen doen, als wij inderdaad
willen dat wij flink meer gaan investeren in
ontwikkelingssamenwerking.
De voorzitter:
Mevrouw Kröger, ook één vraag.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ja. Ik ben echt aan het proberen om de woorden van de heer Bamenga te
duiden, want het is "met z'n allen kijken" en "samen" de schouders
eronder. Mijn vraag is eigenlijk: als er een concreet amendement ligt om
de koppeling te herstellen, die 0,7% als basislijn te herstellen, dus
eigenlijk die bezuiniging, die stiekeme extra bezuiniging die is
doorgevoerd van pak 'm beet 300 miljoen te herstellen, zou D66 dat dan
steunen? Want dat is iets heel concreets om het beter te maken.
De heer Bamenga (D66):
Daarvan heb ik ook al eerder aangegeven: als dat er ligt, gaan we dat
bekijken, gaan we het beoordelen, gaan we kijken naar de dekking. En als
het gaat om de doelstelling, dan weet u al hoe wij daarin staan: dat wij
er alles aan willen doen om juist dat van het bni te herstellen, maar
ook vooral om naar die 0,7% te gaan, dus om daarnaartoe te bewegen.
De voorzitter:
De heer Bamenga gaat over zijn eigen antwoorden. Ik heb het idee dat we
een beetje in een cirkeltje ronddraaien. Ik geef u dus de gelegenheid
tot het stellen van een andere vraag op ditzelfde punt, maar heb toch
het vermoeden dat dit debat is afgerond en ik wil graag door naar de
volgende spreker. Als het over een heel ander onderwerp gaat, krijgt u
nog de gelegenheid tot één vraag, maar als het over dit onderwerp gaat,
dan ga ik de heer Van der Burg uitnodigen voor zijn bijdrage. De heer
Ceder knikt heel enthousiast ja, dus dat is één vraag over een heel
ander onderwerp. En ook niet het Sudandebat overdoen, alstublieft.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik zou niet durven, voorzitter.
Wij hebben een amendement dat probeert de motie die in de Eerste Kamer
is aangenomen, daarbij ook gesteund door D66, uit te voeren. Dit kabinet
heeft namelijk geweigerd om die uit te voeren. Dat gaat over een
volledig herstel van in ieder geval die bni-koppeling, maar dat gaat ook
over uitvoering geven aan die motie.
De voorzitter:
Meneer Ceder, dit gaat wel over hetzelfde onderwerp, dus graag heel snel
tot een hele concrete vraag komen.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ja, voorzitter.
Mijn vraag is of D66 bereid is om de uitspraken die vorig jaar gedaan
zijn, ook door de Eerste Kamerfractie, gestand te doen en die koppeling
randvoorwaardelijk te maken, of dat nou met mijn amendement is of met
het amendement-Kröger of met een eigen voorstel. Zo niet, waarom dan
deze opstelling qua samenwerking? Wat is het verschil ten opzichte van
de begroting van vorig jaar, de PVV-begroting die het nog steeds is en
die dit kabinet ook gaat uitvoeren, misschien met een D66-minister erop?
Waarom is het nu wel een kwestie van kansen zien en kansen grijpen?
De heer Bamenga (D66):
Volgens mij kan ik hier ook heel kort over zijn. Wij hebben aangegeven
waar we het mee eens zijn. Dat is onveranderd. Alleen, op het moment dat
we dat willen herstellen — dat willen wij; wij willen dat herstellen —
dan zullen we ook moeten kijken hoe we dat precies doen. Dat is wat ik
gezegd heb. Volgens mij moeten we kijken hoe we samen tot
overeenstemming kunnen komen.
De voorzitter:
Meneer Dassen, u gaat mij verrassen met een heel ander onderwerp.
De heer Dassen (Volt):
Absoluut, voorzitter. Ik zal u zeker verrassen. Of dat met een ander
onderwerp is, laat ik aan u, maar ...
De voorzitter:
Dat gaat u meemaken, meneer Dassen.
De heer Dassen (Volt):
… de vraag is eigenlijk heel simpel: gaan wij bij deze
begrotingsbehandeling die koppeling herstellen, ja of nee, en stemt D66
daarvoor, ja of nee?
De heer Bamenga (D66):
Ik denk dat het heel erg belangrijk is, zoals ik net ook al aangegeven
heb, dat wij weer met z'n allen gaan bewegen richting die 0,7% bni. Dat
is altijd ons streven geweest. Wij hebben aangegeven dat wij flink
willen investeren in ontwikkelingssamenwerking. We hebben daar ook
internationale afspraken over gemaakt. Daar willen wij naartoe bewegen.
Over hoe we dat doen, de dekking die we daarvoor gebruiken, moeten we
juist met elkaar in gesprek. Volgens mij zitten we op één lijn als het
gaat om het doel.
De voorzitter:
Dan ga ik nu de heer Van der Burg uitnodigen voor zijn bijdrage. Meneer
Van Baarle, we draaien in cirkeltjes rond. De heer Dassen had het hier
ook al over. Ik ben heel erg rekbaar, dus ik wil u één vraag toestaan,
maar dan is mijn geduld ook op. Het is nu 12.15 uur. Ik wil ook heel
graag naar de maidenspeech van een van de andere zeer gewaardeerde
collega's in deze zaal.
De heer Van Baarle (DENK):
Dat begrijp ik, voorzitter. Ik kan de vraag ook vrij kort houden, want
samen met D66 heeft DENK altijd een lans gebroken voor de positie van de
Rohingya. Dat hebben de heren Kuzu en Sjoerdsma in het verleden vaak
samen gedaan.
De voorzitter:
En uw vraag?
De heer Van Baarle (DENK):
Mijn vraag is of de heer Bamenga al kan aangeven of D66 bereid is om,
net zoals in de twee jaren hiervoor, mijn amendement te ondersteunen om
budget vrij te maken voor het ondersteunen van de Rohingya.
De heer Bamenga (D66):
Volgens mij zegt de heer Van Baarle dat heel terecht. Wij maken ons heel
veel zorgen over de positie van de Rohingya. Ik denk dat wij positief
gaan kijken naar ieder amendement dat daarvoor wordt ingediend, maar we
zullen dus ook moeten kijken naar de dekking en noem maar op. Op die
manier zullen we het moeten beoordelen, maar we staan daar natuurlijk
positief tegenover.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan nodig ik de heer Van der Burg uit. Ik ga de collega's
ook mededelen dat er wat geschoven is op de lijst. De vierde spreker zal
namelijk mevrouw Van Ark zijn, die dan namens het CDA haar maidenspeech
uitspreekt. Daarna gaan wij voor 45 minuten lunchen. Dat is inclusief
felicitaties. Dat geeft aanleiding tot een vraag van mevrouw Van der
Plas, terwijl de heer Van der Burg nu langzaam achteruit bewegend deze
ruimte verlaat.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. We zijn nu inderdaad een uur verder. Ik was de vierde
spreker, maar ik heb de maidenspeech even voor laten gaan. Dat doe ik
ook heel graag, maar ik heb om 14.00 uur een ander debat. Als u dus zegt
dat we na de maidenspeech drie kwartier gaan lunchen, dan kom ik
behoorlijk in de knel. Dan neig ik er toch naar om dan de vierde spreker
te willen zijn, tenzij we de lunch na de vijfde spreker gaan doen.
De voorzitter:
Nu gaat de heer Van der Burg ook een goede suggestie doen.
De heer Van der Burg (VVD):
Ja, mevrouw de voorzitter.
De voorzitter:
Het is wel een fantastische dag, merk ik.
De heer Van der Burg (VVD):
Ik geef natuurlijk graag mijn plek af aan BBB. Ik blijf toch bij het
debat, dus mevrouw Van der Plas mag nu.
De voorzitter:
Dan ga ik nu mevrouw Van der Plas uitnodigen voor haar bijdrage. Nee,
meneer Markuszower, u gaat niet ruilen op het lijstje.
De heer Markuszower (PVV):
Als ik moet schuiven om de maidenspeech mogelijk te maken, vind ik dat
ook prima.
De voorzitter:
De collegialiteit ontroert mij enorm, maar we gaan nu luisteren naar
mevrouw Van der Plas van BBB en daarna naar de heer Markuszower van de
fractie van de PVV. Daarna gaan wij, in stille bewondering, luisteren
naar mevrouw Van Ark voor haar maidenspeech en dan gaan wij, inclusief
felicitaties, 45 minuten lunchen. Het is aan u allen hoe laat wij dit
debat vandaag gaan eindigen. Mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel. Ik hoop dat Nederland ziet dat wij als Kamer ook heel goed
dingetjes met elkaar kunnen overleggen, snelle besluiten kunnen nemen en
aardig kunnen zijn voor elkaar. Dank aan de heer Van der Burg dat hij
mij nu al laat spreken. Haha, inderdaad niet altijd, meneer Van der
Burg.
De voorzitter:
Gaat u vooral verder met uw bijdrage.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dan geef je een keer een complimentje … Ik ken zijn humor wel een
beetje!
Voorzitter. Onze welvaart is gebouwd op handel, ondernemerschap en
wederzijds voordeel. Steeds vaker bekruipt mij echter het gevoel dat we
buitenlandse handel steeds vaker inzetten als moreel instrument en
steeds minder als middel om Nederlandse belangen daadwerkelijk te
dienen. Internationale handel moet wat BBB betreft altijd berusten op
wederkerigheid. Een handelsakkoord dat gesloten wordt, moet er altijd
toe leiden dat beide partijen er beter uit komen, zonder dat dit ten
koste gaat van onze eigen sectoren en burgers.
In de Mercosur-discussie zien we dat dit niet het geval is. Onze
agrarische sector wordt geslachtofferd. BBB is niet tegen
handelsakkoorden, maar wel tegen akkoorden waarbij we steeds strengere
eisen opleggen aan onze eigen boeren en voedselproducenten, terwijl we
tegelijkertijd producten toelaten die niet aan dezelfde standaarden
voldoen. Ik wil daar nog heel duidelijk bij zeggen dat je aan
voedselveiligheidsstandaarden moet voldoen, maar dat het hier gaat om de
productiewijze waar je niet aan hoeft te voldoen. Het wringt dat juist
boeren en vleesbedrijven worden blootgesteld aan extra concurrentie en
onzekerheid, terwijl de opbrengsten van handelsakkoorden vooral bij de
andere sectoren terechtkomen. Wij consumeren wat wij niet mogen
produceren. Dat is slecht onderhandeld en zeer schadelijk. Wat daarbij
extra schuurt, is dat andere landen in Brussel wel zichtbaar resultaat
boeken. Importheffingen op kunstmest worden tijdelijk opgeschort om
steun voor Mercosur te organiseren en landen regelen dat. Nederland zit
netjes aan tafel, maar doet op dat gebied weinig of boekt te weinig
resultaten, zoals we wel vaker zien.
Voorzitter. Dan China. We zien hoe geopolitiek daar steeds
nadrukkelijker wordt ingezet als handelsinstrument. Heffingen op
Europees en Nederlands varkensvlees, maatregelen richting de
zuivelsector en voortdurende onzekerheid rond strategische bedrijven
raken onze economie direct. Tegelijkertijd zegt het kabinet dat het deze
maatregelen betreurt en de zorgen deelt, maar dat compensatie of
mitigatie niet aan de orde is. Ik zie de heer Markuszower bij de
interruptiemicrofoon.
De voorzitter:
Ik zag hem ook, maar ik dacht: ik wacht even tot u een punt maakt.
Volgens mij was er namelijk een vraag bij het vorige blokje. De heer
Markuszower gaat de trend zetten als het gaat om een zeer korte, bondige
interruptie.
De heer Markuszower (PVV):
Wat een druk, voorzitter! Ik hoorde mevrouw Van der Plas verstandige
dingen zeggen over Mercosur. Wij delen de kritiek op dat verdrag. De
partij van mevrouw Van der Plas zit echter nog in het kabinet. Ik ben
benieuwd hoe het nou gaat in zo'n kabinet. Er worden verstandige dingen
gezegd door de voorvrouw van BBB. Er zitten ministers van BBB, ook
verstandige mensen, in het kabinet. Een land als Frankrijk heeft gewoon
tegen dat verdrag gestemd.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
De heer Markuszower (PVV):
Nederland had natuurlijk ook tegen kunnen stemmen. Kan mevrouw Van der
Plas wat inkleuring geven aan wat er is gebeurd in het kabinet?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik zit niet in het kabinet, dus ik ben niet bij de gesprekken. Als
partijleider en fractievoorzitter geef ik wel al heel lang aan — dat
doen we natuurlijk al jaren — dat we tegen het Mercosur-verdrag zijn.
Laatst is er een hoofdelijke stemming over Mercosur geweest en volgens
mij is toen met één of twee stemmen … Wij hebben hier als fractie
tegengestemd. De voltallige fractie, dus alle vier de Kamerleden, hebben
gestemd tegen het feit dat wij moesten stemmen voor het
Mercosur-verdrag. Dat hebben wij gedaan en dat zullen wij ook altijd
blijven doen. Feit is wel — je kunt gewoon even de koppen in de
ministerraad tellen — dat BBB geen meerderheid in de ministerraad heeft.
Hier in de Kamer zullen wij als fractie altijd blijven strijden tegen
het Mercosur-verdrag.
De heer Van der Burg (VVD):
Het is waar dat BBB in de ministerraad geen meerderheid van stemmen
heeft, maar dat geldt voor alle dossiers. Toch heb ik BBB-bewindslieden
en de BBB-partijleider in het verleden weleens dingen horen zeggen als:
dat maken wij niet mee. Dan is het wel raar om BBB hier te horen spreken
over een middelvinger richting de boeren, wetende dat het
BBB/VVD-kabinet het voorstel heeft neergelegd. Er is hier alleen maar
voorgestemd omdat het kabinet ermee had ingestemd, inclusief de
BBB-bewindslieden dus.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik weet niet wat er in de ministerraad gebeurt, want ik zit niet in de
ministerraad. Volgens mij is het ook niet toegestaan om te lekken uit de
ministerraad. Volgens mij is dat zelfs strafbaar. Ik ga dus niet in op
wat … Wij hebben elke week een overleg met onze eigen bewindspersonen.
Dat heeft elke coalitiepartij. Ons standpunt over Mercosur is altijd
heel duidelijk geweest. Nogmaals, we hebben laatst een hoofdelijke
stemming gehad over een motie waarin stond dat de regering voor het
Mercosur-verdrag moest stemmen in Brussel. Daar hebben wij als
voltallige fractie, vier Kamerleden — buiten mijzelf zijn dat Henk
Vermeer, Mona Keijzer en Femke Wiersma — tegengestemd.
De heer Van der Burg (VVD):
Ik ben ook niet geïnteresseerd in wat er in de ministerraad is gezegd.
Dat lees ik over 75 jaar wel, als de annalen openbaar worden. Maar het
kabinet — dat weet mevrouw Van der Plas dondersgoed — spreekt met één
mond en heeft één mening, dus als het kabinet voor Mercosur is, zijn
alle ministers voor Mercosur, de VVD'ers én de BBB'ers.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja. En de Kamerleden, ik, Henk Vermeer, Mona Keijzer en Femke Wiersma,
hebben tegengestemd. Dat is waar ik over ga.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Goed. Even kijken waar ik ben gebleven.
Ik was gebleven bij China. De heffingen op Europees en Nederlands
varkensvlees, de maatregelen richting de zuivelsector en de voortdurende
onzekerheid rond strategische bedrijven raken onze economie direct.
Tegelijkertijd zegt het kabinet dat het deze maatregelen betreurt en dat
het de zorgen deelt, maar dat compensatie of mitigatie niet aan de orde
is. Dat betekent dus dat sectoren die buiten hun schuld geraakt worden
door geopolitieke spanningen, de rekening volledig zelf moeten dragen,
terwijl het kabinet tegelijkertijd erkent dat handel steeds vaker
politiek wordt ingezet. Dat is een ongemakkelijke tegenstelling. In de
begroting lees ik dat handel, hulp en investeringen elkaar moeten
versterken en dat het kabinet inzet op concurrentievermogen en
verdienvermogen. Dat klinkt goed, maar dan moet dat ook zichtbaar worden
in de keuzes die we maken: minder vergaderen, minder beleidsdogma's en
meer doen wat andere landen ook doen, namelijk actief opkomen voor de
eigen belangen en streven naar verbetering en versterking van onze eigen
positie.
Voorzitter. Ik heb drie vragen aan de staatssecretaris. Welke ruimte
ziet het kabinet nog om tussen nu en het moment van ondertekening van
het Mercosur-verdrag in Paraguay geld los te krijgen voor onze boeren,
zoals Frankrijk en Italië wel is gelukt? Welke concrete diplomatieke en
handelsmatige stappen zet Nederland richting China om schade voor
sectoren als varkensvlees en zuivel te beperken, nu het kabinet
expliciet heeft uitgesloten dat compensatie of mitigatie aan de orde is?
Hoe voorkomt het kabinet dat noodzakelijke veiligheidsafwegingen bij
strategische bedrijven ontaarden in langdurige handelsconflicten die
meerdere Nederlandse sectoren kunnen raken?
Voorzitter. Ik sluit af met een vraag over Iran. We zien van alles
gebeuren in Iran. Grote protesten, mensen die worden vermoord door het
regime. Jonge mensen die zonder enige vorm van rechtspraak worden
opgehangen vanwege de protesten. Ik wil hierbij ook mijn steun
uitspreken voor de mensen in Iran die aan die protesten meedoen,
letterlijk met gevaar voor eigen leven.
Mijn vraag betreft de handel met Iran. Kan de staatssecretaris een beeld
geven van wat er nu nog aan handel met Iran is? Hoeveel bedrijven uit
Nederland zijn daar actief om handel te drijven en hoeveel handel is er
vanuit Iran naar Nederland? Voordat ik daar allemaal dingen op ga doen,
wil ik wel graag eerst dat beeld hebben. Ik weet dat het een rood gebied
is …
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, wilt u afronden?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
… maar ik weet wel dat er gehandeld wordt met Iran of gehandeld kan
worden met Iran. Daar zou ik graag een beeld van willen hebben.
De voorzitter:
Dank u wel.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
En ten slotte nog één …
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, u bent echt ruim over de tijd.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja. Dat gaat ook af van mijn totale spreektijd in alle wetgeving die nog
komt, dus daar ben ik mij van bewust. Ik wil er nog even op aanhaken dat
de Europese fractie van BBB voor Mercosur zou hebben gestemd. Dat wil ik
nog even verduidelijken. Er is nog helemaal niet gestemd. Wij hebben
alleen voor de veiligheidsclausules gestemd. In februari of maart wordt
er pas door het Europees Parlement over Mercosur gestemd en ik kan u nu
al vertellen, ook aan de heer Bamenga, dat de Europese fractie daartegen
zal stemmen.
De heer Van der Burg (VVD):
Volgens mij bestaat er geen BBB-fractie in het Europees Parlement, maar
een EVP-fractie, waar BBB, NSC en CDA lid van zijn. De EVP is voor
Mercosur. Het kan zijn dat individuele leden van de EVP tegenstemmen,
maar de fractie van BBB, namelijk de EVP, stemt voor Mercosur. Maar dat
was niet mijn vraag. Mevrouw Van der Plas kwam opeens met Iran op de
proppen. Zij heeft van de week voor de camera nog GroenLinks-PvdA
terechtgewezen. Die zouden er niks over gezegd hebben, maar gisteren
hadden wij bij Buitenlandse Zaken een debat over Iran. Daar was één
partij niet aanwezig: BBB, toen we het hadden over Iran. Kan mevrouw Van
der Plas daarop reflecteren?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dat is wel echt een hele flauwe en valse suggestie. Er zitten twee
mensen uit onze fractie nog in het kabinet: mevrouw Keijzer en mevrouw
Wiersma. De heer Van der Burg weet dat. De BBB heeft nu dus effectief
twee zetels. Henk Vermeer is onze buitenlandwoordvoerder, maar ook onze
woordvoerder voor wonen. Gisteravond was er een debat over
volkshuisvesting en ruimtelijke ordening. Dat ging over wonen. Je kunt
jezelf niet opdelen of klonen. Dan is het wel heel flauw van de heer Van
der Burg om dit op te merken. Voor een partij die nu met twee zetels in
de Kamer zit, proberen wij bij bijna alle debatten aanwezig te zijn. Ook
toen ik in mijn eentje in de Kamer zat, heb ik bijna alle debatten
gedaan. Ik doe vandaag ook drie debatten, dus ik vind deze opmerking
eigenlijk vrij onnodig, alsof wij er niet zouden zijn en daarmee Iran
niet zouden steunen. Wij hebben dat altijd gedaan, in allerlei moties.
Dus ik snap deze aanval van de heer Van der Burg niet zo goed en ik vind
het ook onnodig, eerlijk gezegd. Het had niet gehoeven.
De voorzitter:
De heer Van der Burg, afrondend.
De heer Van der Burg (VVD):
Het was geen aanval, het was een vraag. Op het moment dat je andere
partijen de maat gaat lopen nemen omdat die ergens niet bij zijn,
wellicht ook om een goede reden, mag die vraag gesteld worden. Voor de
helderheid: BBB heeft inderdaad wat minder zetels sinds de verkiezingen,
maar er waren gisteren gewoon partijen aanwezig met minder Kamerzetels
dan BBB. Zeker op het moment dat je anderen de maat neemt en aangeeft
hoe belangrijk je dit vindt, mag ik gewoon even vragen waarom je er niet
was.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik vind dat de heer Van der Burg nu een heel lelijk beeld geeft. Ik zit
net nog te complimenteren dat we goed met elkaar omgaan. Dit is echt
totaal onnodig. Dit hoeft de heer Van der Burg helemaal niet te zeggen,
zeker niet als hij nu op gaat komen voor GroenLinks-PvdA, terwijl daar
een Kamerlid zit van GroenLinks-PvdA dat prima voor zichzelf …
De voorzitter:
Dit gaan we niet …
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Laat me nou even … Sorry, voorzitter …
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, één moment. We gaan nu niet een discussie voeren
en ook nog anderen uitlokken. U kunt reageren op wat de heer Van der
Burg gesteld heeft, maar we gaan daar niet nog een aantal andere
Kamerleden bij uitnodigen. Daarna ga ik de heer Hoogeveen het woord
geven voor zijn allereerste interruptie in dit debat.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik wil graag even mijn zinnen afmaken. Dus nogmaals, iedereen weet dat
BBB heel actief is in allerlei debatten. We doen mee aan allerlei
schriftelijke overleggen. We zitten bij technische briefings,
hoorzittingen en rondetafelgesprekken. We zitten in
voorbereidingsgroepen om dingen te organiseren. We zitten in commissies
die niet direct de aandacht hebben, zoals de commissie voor de Werkwijze
en andere voorbereidende commissies. En dan wordt er gezegd dat ik een
partij de maat heb genomen omdat ze ergens niet zijn. Ik heb helemaal
niet gezegd dat GroenLinks-PvdA ergens niet is geweest. Het ging over de
vraag waar nu het geluid voor Iran gebleven is, terwijl iedereen in de
media en op de sociale media overal vooraan stond toen het over
Israël-Gaza ging. Daar heb ik wat van gezegd. Maar ik wil dit graag
afsluiten, want nogmaals …
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, ik ga …
Mevrouw Van der Plas (BBB):
… ik vind dat dit een heel lelijk beeld geeft …
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas …
Mevrouw Van der Plas (BBB):
... van hoe wij hier met elkaar omgaan.
De voorzitter:
Wat ik ook een lelijk beeld vind geven, is dat u continu door mij heen
praat. Ik probeer dit debat in goede banen te leiden en het weer terug
te brengen naar het onderwerp. Dit is niet het onderwerp, dus ik kijk de
heer Van der Burg indringend aan of dit nog nodig is. Anders ga ik
namelijk de heer Hoogeveen het woord geven voor een inhoudelijke
interruptie.
De heer Van der Burg (VVD):
Ik wil natuurlijk altijd dat de vergadering soepel verloopt en daar
hebben we een goede voorzitter voor nodig. Dat bent u, dus ik hou mijn
mond.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Hoogeveen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Sjongejongejonge.
De heer Hoogeveen (JA21):
Mevrouw Van der Plas zei net tegen de staatssecretaris dat Nederland
zijn best moet doen om net als Frankrijk en Italië geld los te weken bij
de Europese Commissie. Kan mevrouw Van der Plas verduidelijken wat zij
daar precies mee bedoelt?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik vind dat het kabinet niet genoeg heeft gedaan. Het gaat niet alleen
over nu, maar ook over de afgelopen jaren. Wij zijn als land
nettobetaler in Europa. Kennelijk zijn regeringen in andere landen vrij
eensgezind in het samen optrekken. Dat zie je ook bij Ierland wat
betreft de derogatie. Ik denk dat wij daar meer op kunnen bereiken.
Zolang wij in het kabinet hebben gezeten, hebben wij daar alles aan
proberen te doen. Soms heb je ook te maken met wat tegenbewegingen, maar
dat is wel triest. Ik denk dat wij een voorbeeld kunnen nemen aan heel
veel andere landen die veel weten te bereiken in Europa. Dat zouden wij
ook weleens mogen doen.
De heer Hoogeveen (JA21):
Mevrouw Van der Plas duidde in haar vraag op het Mercosur-verdrag.
Daarover is in Europees verband onderhandeld. Vanuit de Europese
Commissie is er een tegemoetkoming gekomen van, als het goed is, 45
miljard, als onderdeel van het Meerjarig Financieel Kader. Dat geld gaat
dus naar alle landen binnen het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Mijn
vraag aan mevrouw Van der Plas is dus wat voor haar partij voldoende
compensatie van het Mercosur-verdrag is om toch positiever naar dit
verdrag te kijken.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik kijk helemaal niet positief naar dit verdrag. Al gaat er 10.000
miljard naartoe, dit verdrag is gewoon slecht. Het is gewoon een slecht
verdrag. Tijdens de bijdrage van de heer Bamenga hebben we daar met
meerdere Kamerleden een uitvoerig interruptiedebat over gehad. Vanwege
mensenrechtenschendingen, arbeidsomstandigheden, gebruik van
gewasbeschermingsmiddelen die hier niet zijn toegestaan, antibiotica,
gebrek aan controles en gebrek aan capaciteit is het gewoon een slecht
verdrag. Zoals ik al zei, zijn wij niet tegen handelsverdragen, maar wel
tegen handelsverdragen die boeren op achterstand zetten. Wij weten
helemaal niet wat er van die 45 miljard bij ons op het boerenerf
terechtkomt. Sterker nog, we hebben straks geen boer meer over op het
erf als we in Nederland op deze manier doorgaan. Duizenden boeren
stoppen of zijn al gestopt en gaan emigreren. Ze hebben er geen zin meer
in. We zien nu al op het platteland de gevolgen daarvan verschijnen.
Kleinere bedrijven om de agrarische sector heen stoppen er ook mee.
Boerderijen stoppen met hun zorgtak of een agrarische kinderopvang stopt
ermee. Zo verschraalt bijvoorbeeld de kinderopvang. Waar moeten die
kinderen dan naartoe? Mensen met een beperking hebben daar een
dagbesteding, maar kunnen er ook niet meer werken.
De voorzitter:
Wilt u komen tot een afronding, mevrouw Van der Plas?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Wat zegt u?
De voorzitter:
Wilt u komen tot een afronding?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja. Dus het is gewoon een heel slecht verdrag zolang niet aan alle
standaarden wordt voldaan.
De voorzitter:
Kort en afrondend op dit punt, de heer Hoogeveen.
De heer Hoogeveen (JA21):
De mening van de BBB over het Mercosur-verdrag is mij bekend, alleen
ligt dit verdrag hier nu. U vraagt aan de staatssecretaris of zij meer
geld kan lospeuteren als compensatie voor het Mercosur-verdrag, net als
Frankrijk en Italië. Wat bedoelt u daar precies mee? Hoeveel hebt u dan
voor ogen? En waar gaat dat geld dan naartoe?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik wacht hier het antwoord van de staatssecretaris af op de vraag of dat
überhaupt mogelijk is. Dan kunnen we daar verder over praten. Voor mij
is gewoon heel erg belangrijk dat als er geld komt, dat terechtkomt op
het boerenerf. Het moet niet naar allerlei andere projecten gaan die
boeren niet helpen. Ik weet inderdaad dat JA21 hartgrondig voorstander
is van dit Mercosur-verdrag en dat verbaast mij eerlijk gezegd heel erg,
omdat JA21 altijd zo "voor de boeren" zegt te zijn, maar in dit geval is
JA21 tegen de boeren.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan wij nu luisteren naar de bijdrage van de heer
Markuszower namens de fractie van de PVV.
De heer Markuszower (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Alvast veel succes aan de volgende spreker,
mevrouw Van Ark van het CDA, met haar maidenspeech. Alvast gefeliciteerd
ook en heel veel succes in deze Kamer.
Voorzitter. Vandaag en morgen bespreken wij de begroting voor
Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. De verantwoordelijke
minister of in dit geval staatssecretaris is dubbeldemissionair, en dit
rompkabinet, dat nog maar op 26 zetels in de Tweede Kamer leunt, staat
al met anderhalf been bij de uitgang. Toch wil dit demissionaire kabinet
voor deze begroting bijna een half miljard euro meer uitgeven dan vorig
jaar. Waarom, vragen wij ons af. Hebben wij dat geld niet gewoon nodig
voor onze eigen mensen en voor onze eigen problemen in ons eigen
land?
In totaal geven wij in 2026 als Nederland een dikke 6,7 miljard euro uit
aan ontwikkelingshulp. Dat is 6,7 miljard euro te veel. Dat is ongeveer
€800 per jaar voor ieder Nederlands huishouden. Met dat geld zouden wij
dus heel veel Nederlanders ontzettend blij kunnen maken en wat lucht
kunnen geven. Maar dit demissionaire kabinet geeft het geld blijkbaar
liever uit aan de bodemloze put genaamd "ontwikkelingshulp".
Het is decadent en asociaal. Miljoenen Nederlanders staan met buikpijn
hun boodschappen af te rekenen. Het is voor veel mensen gewoon niet meer
te betalen. De prijzen zijn veel te hoog, het inkomen is te laag en de
belastingdruk is enorm. Meer dan een half miljoen Nederlanders leven in
armoede. Meer dan honderdduizend kinderen in Nederland gaan met honger
naar bed. In plaats van dat onze regering díe mensen en díe kinderen
helpt en in plaats van dat wij de belastinginkomsten aanwenden om de
problemen van Nederland en Nederlanders op te lossen, smijten wij al die
zuurverdiende euro's weg naar de hoge salarissen van al die medewerkers
die bij die half corrupte ngo's werken. Decadent en asociaal dus en
bovendien ook onmenselijk. Liefdadigheid is een groot goed, hoor, maar
nu pakt de overheid veel geld af van burgers die het vaak zelf niet
kunnen missen en diezelfde overheid gaat dan voor sinterklaas spelen.
Echte liefdadigheid is mensen de vrijheid geven — dat is ook liberaal —
om zelf te bepalen wie zij willen helpen en met hoeveel geld.
Voorzitter. Waar is de solidariteit en barmhartigheid van onze regering
voor onze eigen mensen in plaats van voor die mensen in Afrika? Waarom
willen we de hele wereld redden terwijl we onze eigen mensen in
Nederland in de kou laten staan? Wij zijn, vraag ik aan de
staatssecretaris, toch niet de pinautomaat van de hele wereld?
We moeten dus geen cent meer geven aan ontwikkelingshulp. Als je
bijvoorbeeld kijkt — ik heb er net al iets over gezegd — naar de
salarissen van de directeuren van die ngo's, weet je toch dat Nederlands
ontwikkelingsgeld vooral richting gretige graaiers gaat? Die gretige
graaiers noemen zichzelf directeur en harken een salaris van meer dan
€10.000 per maand binnen. Een deel van ons ontwikkelingsbudget loopt via
de EU en ook de EU pompt dat geld weer door naar ngo's. Tussen 2019 en
2023 vloeide er vanuit de EU 17 miljard euro naar lobbygroepen en ngo's.
De Europese Rekenkamer is keihard in zijn oordeel daarover. Er is geen
fatsoenlijke controle en geen transparantie, en maar liefst 7,4 miljard
euro is spoorloos verdwenen. Kan de staatssecretaris een overzicht geven
van iedere euro die wij vorig jaar aan ontwikkelingshulp hebben
gespendeerd en van wat er precies met al dat geld is gebeurd?
Met het gireren van onze dure euro's richting de derde wereld,
stimuleren wij — dat komt nog bovenop de kritiek — alleen maar
massa-immigratie. Meer geld naar Afrika en het Midden-Oosten betekent
ook meer geld naar mensensmokkelaars en corrupte regimes die hun
allerslechtste mensen richting Europa sturen. De EU is naarstig op zoek
naar nog meer geld van lidstaten om het gat te vullen dat is ontstaan
doordat USAID is opgeheven. Dat betekent dat Nederlands belastinggeld
via de EU-bijdrage nu nog meer gebruikt zal worden — althans, dat is de
wens — om de inefficiënte ngo-structuren in leven te houden. Het is een
absurde situatie. Waarom zouden wij, als Nederland, dit blijven
financieren terwijl we onze eigen mensen in de kou laten staan? Graag
een reflectie daarop van de staatssecretaris.
Onderzoek toont aan dat veel hulp niet leidt tot duurzame ontwikkeling,
maar vastloopt in bureaucratie, corruptie en politieke agenda's. Denk
aan UNRWA, dat geïnfiltreerd is door de terroristen van Hamas, of Oxfam
Novib, met haar seksschandalen en haar antisemitische anti-Israëlbias.
Dit is geen hulp. Dit is verspilling van Nederlands belastinggeld. De
PVV pleit voor een volledige ontmanteling van geld dat naar
ontwikkelingshulp gaat. Geen cent meer naar kansloze projecten, corrupte
regimes en activistische ngo's. Stop met het geven van geld aan landen
voor klimaatongelijkheid, transgenderrechten en non-binaire inclusie.
Wij zitten daar niet op te wachten. Het is pure westerse arrogantie. Het
is niks anders dan links neokolonialisme. Al dat geld voor
klimaatprojecten is met andere woorden zeggen: "Jullie mogen geen door
jullie zelf geïnitieerde economische groei doormaken. Jullie moeten de
derde wereld blijven." Laat die landen toch met rust. Stop per direct de
subsidies aan organisaties zoals UNRWA, die volgens rapporten
structureel bijdragen aan antisemitisme, radicalisering en islamitisch
terrorisme.
Voorzitter. Dan het rampzalige Mercosur-handelsakkoord. Daar is eerder
over gesproken door onder andere mevrouw Van der Plas, die daarover
verstandige dingen zei. Dat akkoord is een ramp voor onze boeren, onze
voedselzekerheid en voedselveiligheid. Het stimuleert de invoer van
goedkope rotzooi en dierenleed uit Zuid-Amerika. Dit akkoord geeft des
te meer aan dat wij als Nederland gebonden zijn aan handelsakkoorden die
absoluut niet in het belang zijn van Nederland en ook niet van alle
andere Europese landen. We zijn als handelsnatie niet eens meer in staat
om unilateraal handelsverdragen af te sluiten. Dat is een totaal
ongewenste realiteit. We moeten onze soevereiniteit om zelfstandig
handelsverdragen af te kunnen sluiten terugveroveren. We leven immers in
een multipolaire wereld, of we dat nou leuk vinden of niet. Deze
minister die verantwoordelijk is voor Buitenlandse Handel heeft zich
laten wegblazen door haar VVD-collega en wonderboy: Karremans.
Uiteindelijk is hij niet zo'n wonderboy gebleken. Zijn roekeloze actie
met betrekking tot Nexperia heeft Nederlandse handelsbelangen met China
ernstig beschadigd, waarmee hij ook onze economie schade heeft
toegebracht.
Waar was de staatssecretaris van BHO eigenlijk in deze kwestie? Of heeft
zij braaf en kritiekloos haar VVD-collega gevolgd? Wat vindt zij ervan
dat de amateuristische opstelling van de heer Karremans en van dit
kabinet heeft gezorgd voor blijvende problemen met de supplychain van
bijvoorbeeld de Europese auto-industrie?
Daarmee rond ik af. Ik wens de staatssecretaris toch veel succes toe met
het verdedigen van deze begroting. Al het goeds gewenst. Dank u wel.
De voorzitter:
Wat een plezierige afsluiting, meneer Markuszower. Ik zie dat de
collega's er ook zijn. Dan nodig ik nu met heel veel plezier mevrouw Van
Ark uit voor haar maidenspeech namens de fractie van het CDA. Zoals
gebruikelijk is, laten we haar aan het woord en gaan we haar niet
interrumperen. Ter afsluiting feliciteren we haar en gaan we lunchen. Ik
geef u met veel plezier het woord. Geniet ervan.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik ben de politiek ingegaan om praktijk en
politiek met elkaar te verbinden, om, in alle bescheidenheid, de wereld
een klein beetje beter achter te laten dan we haar aantroffen. Niet
geheel toevallig is dit een citaat ontleend aan de oprichter van
scouting, Lord Baden-Powell: "Leave this world a little better than you
found it." Dat is een boodschap die hij scouts naliet na zijn dood. Voor
mij raakt deze gedachte aan een dieper besef dat ons mensen iets is
toevertrouwd, dat wij deze wereld niet bezitten maar beheren en dat
verantwoordelijkheid altijd verder rijkt dan het hier en nu. Precies
daar raakt de boodschap van Baden-Powell aan wat het CDA verstaat onder
rentmeesterschap: verantwoordelijkheid dragen voor wat ons is
toevertrouwd, zodat we het beter doorgeven aan de volgende generatie.
Dat is gelukkig een drijfveer die ik deel met veel mensen, hier en
wereldwijd.
Maar als we het wereldnieuws volgen, zien we vaak het tegenovergestelde:
een wereld die wordt gedomineerd door macht in plaats van
verantwoordelijkheid, door leiders die eigendom en invloed najagen ten
koste van hun bevolking. Te vaak zitten vrouwen en jongeren niet aan
tafel wanneer besluiten worden genomen die hun toekomst bepalen. Ik
vraag mij regelmatig af: hoe zou de wereld eruitzien als we hen wél
structureel zouden betrekken? Zouden handelssystemen dan eerlijker zijn?
Zouden conflicten minder snel escaleren?
Voorzitter. Soms zakt mij de moed in de schoenen als ik het leed zie:
oorlog, honger en seksueel geweld. Tegelijkertijd zie ik iets anders:
veerkracht, lokale organisaties, artsen en jonge leiders die overeind
blijven onder de zwaarste omstandigheden; mensen die niet wachten op
macht, maar verantwoordelijkheid nemen voor hun gemeenschap. Juist dáár
ligt voor mij ook de kern van de christendemocratische politiek: niet
alles centraal willen regelen, maar vertrouwen op kennis en kunde die al
aanwezig is. Maatschappelijke organisaties spelen daarin een cruciale
rol. Zij kennen de lokale context en bouwen aan stabiliteit en
perspectief.
Die kennis en kunde zit ook in ons bedrijfsleven. Ik heb de afgelopen
jaren veel bedrijven gezien die het goede willen doen. Een bijzondere
ervaring die ik met mij meeneem hier in Den Haag is het bezoek aan een
mijn in Bolivia samen met een Nederlands bedrijf. Ik mocht twee jaar
geleden samen met de mijnwerkers de mijn in om te zien onder welke
omstandigheden zij werken. Eerst gingen we in een karretje — dat was een
open karretje — langzaam omhoog om vervolgens bovenaan bij de ingang te
komen en de mijn in te lopen. Het werd steeds warmer en warmer. Gelukkig
ben ik klein. Dat kwam goed uit omdat de stroomkabels eigenlijk net
boven mijn hoofd uitkwamen. De warmte, het stof, het geluid: echt
indrukwekkend dat men dagelijks onder de grond werkt voor onze
energiebehoefte. Eerlijk gezegd was ik heel blij toen iemand voorstelde
om weer om te keren, terug naar de frisse buitenlucht.
Waarom deel ik dit? We hebben het hier in Nederland en in Europa heel
vaak over leveringszekerheid, maar we vergeten soms te denken aan de
mensen die voor ons de metalen uit de grond halen. Metalen zoals nikkel
en zink worden gewonnen door mensen die onder extreme hitte en in veel
stof werken om deze metalen uit de grond te halen. Ik denk dat we dit
perspectief nooit mogen vergeten, de keerzijde van onze handel.
Vanuit dit vertrekpunt bekijkt het CDA dan ook de inzet op
handelsverdragen. Voor verdragen die belangrijk zijn voor de levering
van grondstoffen moeten we niet alleen kijken naar wat het aan onze kant
van de wereld oplevert, maar ook naar de verwerkingscapaciteit in de
landen zelf. Wie alleen grondstoffen afneemt, houdt afhankelijkheid in
stand. Wie inzet op lokale verwerking, draagt bij aan echte
ontwikkeling.
Voorzitter. Mijn fractie maakt zich grote zorgen over de impact van de
historische bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking. Nederland heeft
internationaal altijd een koploperspositie ingenomen. Zoals ook VNO-NCW
helder zegt: internationale samenwerking is geen kostenkost, maar een
strategische investering. Nederland lijkt zich op dit moment weer terug
te trekken achter de dijken, alsof we niet onlosmakelijk verbonden zijn
met de rest van de wereld. Het CDA ziet met zorg dat de Verenigde Staten
onder president Trump zich terugtrekken uit 66 veelal VN-organisaties en
-verdragen en dat is precies de weg waarvan wij denken dat hij leidt tot
minder invloed, minder stabiliteit en uiteindelijk meer onzekerheid. Ook
in Nederland zien we een snelle kaalslag waarmee ons land zijn positie
en invloed verliest. Juist daarom wil het CDA dat de uitvoering van de
Afrikastrategie voortvarend wordt opgepakt. Dat vraagt nu om een
geïntegreerde aanpak van handel en ontwikkeling en het aangaan van
wederkerige partnerschappen. Kan de staatssecretaris concreet aangeven
welke stappen zij op korte termijn zet om deze Afrikastrategie
daadwerkelijk tot uitvoering te brengen?
Al vaker heeft mijn fractie aangegeven dat investeren in veiligheid en
ontwikkelingssamenwerking hand in hand moeten gaan. Veiligheid creëer je
niet alleen met wapens maar ook door te investeren in zaken zoals
watermanagement, voedselzekerheid en diplomatieke softpower. Humanitaire
organisaties geven aan dat zij juist door hun lokale aanwezigheid in
conflictgebieden zoals Jemen op bilateraal niveau aan Nederland toegang
bieden om conflicten te helpen beëindigen en onze positie als
handelsland te verstevigen. In welke landen ziet de staatssecretaris
mogelijkheden om deze relatie tussen humanitaire hulp,
conflictbemiddeling en handel te versterken?
Voorzitter. Het maatschappelijk middenveld wordt gekort met 1 miljard
euro, waarbij de focus komt te liggen op lokale ngo's. In brieven over
deze bezuiniging heeft minister Klever destijds aangekondigd maatwerk
toe te passen. Mijn fractie wil daarom van de staatssecretaris concreet
horen hoe dit maatwerk vorm krijgt en in hoeverre daarbij ruimte is voor
een ruimhartige en zorgvuldige toepassing. Mijn fractie hecht hieraan
omdat we nu zien dat veel kennis en kunde van Nederlandse organisaties
waarin Nederland jarenlang heeft geïnvesteerd dreigt te
verdwijnen.
Tot slot, voorzitter, wil ik stilstaan bij mensen die vaak hun leven
riskeren om anderen te helpen: artsen en zorgverleners. In
conflictgebieden is hun bescherming geen luxe maar echt een absolute
noodzaak. Het internationaal humanitair recht is hierover duidelijk en
onze inzet moet dat ook blijven. Het kan niet waar zijn dat Artsen
zonder Grenzen en het Rode Kruis steeds vaker te maken krijgen met
aanvallen — niet van rebellen maar van statelijke actoren. We kijken als
CDA uit naar het aangekondigde AIV-advies over wat we kunnen doen aan de
straffeloosheid en vragen om een spoedige reactie van het kabinet
hierop.
Voorzitter, tot slot. Nederland is altijd een voorvechter geweest van
verbeterde mondiale gezondheid. Dankzij het CDA ligt er sinds 2022 een
mondiale gezondheidsstrategie. Maar ondanks de belofte om hierop vol in
te zetten met scherpe keuzes zoals inzetten op pandemische paraatheid,
rijst de vraag hoe realistisch het is dat Nederland hierbij nog een
relevante speler blijft. We constateren dat Nederland 31 miljoen euro
minder per jaar gaat besteden, terwijl we tegelijkertijd zien dat elke
dollar die wordt uitgegeven aan vaccinaties 54 dollar oplevert, onder
meer doordat behandelingskosten worden voorkomen. Toch lukt het veel
landen niet om zelf die investeringen te doen, omdat zij meer betalen
aan schulden dan ze kunnen investeren in hun eigen gezondheidssystemen.
Hoe zet Nederland zich internationaal in om dit probleem aan te pakken,
bijvoorbeeld via het IMF en in EU-verband? Deze diplomatieke inzet kost
weinig, maar betaalt zich wel uit.
Voorzitter. Medemenselijkheid zit niet alleen in grote gebaren, maar ook
in kleine dingen, in kiezen voor samenwerking, menselijke waardigheid en
rentmeesterschap, juist wanneer de wereld die waarden onder druk zet.
Vanuit die overtuiging zal ik mij in deze Kamer inzetten, met oog voor
de praktijk, met vertrouwen in mensen en met de verantwoordelijkheid die
het CDA al generaties lang kenmerkt.
Dank u wel.
(Geroffel op bankjes)
De voorzitter:
Dank u wel voor uw prachtige maidenspeech. Het is mij een eer om u als
eerste te mogen feliciteren. De collega's staan al klaar. De bloemen
zijn er. Ik vraag u om voor het rostrum te gaan staan en de felicitaties
in ontvangst te nemen. Dan schors ik tegelijkertijd tot 13.40 uur.
Geniet van dit moment.
De vergadering wordt van 12.56 uur tot 13.40 uur geschorst.
Begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp 2026
Begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp 2026
Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:
het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (XVII) voor het jaar 2026 (36800-XVII).
De algemene beraadslaging wordt hervat.
De voorzitter:
Ik zag de vijfde spreker van de Kamer al enthousiast naar voren komen.
Het verdient bijna tromgeroffel. Het is de beurt aan de heer Van der
Burg namens de fractie van de VVD. Gaat uw gang.
De heer Van der Burg (VVD):
Dank u, voorzitter. Ik zeg het maar vast tegen alle aanwezige en
niet-aanwezige collega's: vanuit de VVD zal het een vrij overzichtelijke
bespreking van de begroting worden, want we zitten midden in de
coalitieonderhandelingen. Dat betekent dat wij als VVD-fractie die
vooral zullen afwachten, ook als het gaat om begrotingswijzigingen en
dat soort zaken. Binnen begrotingsnummers kunnen we het over zaken
hebben, maar zaken als vermindering of verhoging van budgetten zijn wat
mij betreft allemaal aan de orde in de coalitieonderhandelingen en niet
in dit debat dat we vandaag voeren met elkaar.
Voorzitter. Dat gezegd hebbende, hebben we een derde van onze economie
te danken aan buitenlandse handel. 2,6 miljoen mensen vinden hun werk
dankzij buitenlandse handel. Dat maakt Buitenlandse Handel een van onze
belangrijkste portefeuilles. Als ik kijk naar wat de verschillende
politieke partijen allemaal willen volgens hun verkiezingsprogramma's,
debatten et cetera, dan kunnen we deze staatssecretaris maar beter heel
veel succes wensen, want dat betekent dat we economisch stevig moeten
groeien. Daar is de VVD voor. Als we meer groei hebben, hebben we meer
taart. Als we meer taart hebben, kunnen we die vervolgens in deze Kamer
uitstekend met elkaar verdelen. Daarvoor hebben we dus niet alleen een
veel reizende staatssecretaris nodig. We hebben haar heel wat zien
reizen sinds zij weer terug is in vak K en in het kabinet. Maar ze heeft
ook mooie resultaten behaald. Ik zeg het hier maar en daarmee zeg ik het
ook D66 na: ik ben buitengewoon blij dat Mercosur door de Kamer is
gekomen en in Europa is ondersteund. Ik hoop dat meer verdragen zullen
volgen de komende tijd.
De voorzitter:
Dat geeft natuurlijk aanleiding tot een vraag. Meneer Markuszower, gaat
uw gang.
De heer Markuszower (PVV):
Er is een interview verschenen met Rob de Wijk. Ik citeer: "Rob de Wijk
is pleitbezorger van een krachtige agrofoodsector in Nederland en
Europa." Ik wilde aan de heer Van der Burg vragen hoe hij kijkt naar die
uitspraak van Rob de Wijk; hij is toch niet de minste in Nederland. Ik
moet opschieten van de voorzitter.
De voorzitter:
Ja.
De heer Markuszower (PVV):
Ik wilde vragen of hij vindt dat dat Mercosur-verdrag onze
agrofoodsector in Nederland sterker of zwakker maakt.
De heer Van der Burg (VVD):
Wij hebben een buitengewoon sterke agrosector in Nederland. We zijn niet
voor niets de tweede voedselexporteur ter wereld. Dat komt doordat wij
als klein land buitengewoon efficiënt zijn. Wij ondervinden daar
overigens ook op sommige vlakken de nadelen van; zie de
stikstofdiscussie. Maar het Mercosur-verdrag gaat over veel meer dan
alleen de agrosector. Dat gaat bijvoorbeeld over de machinebouw. Door
dit verdrag zullen we daarin 482 miljoen meer omzet krijgen. Dat gaat
over farmaceutica, waarbinnen we 182 miljoen meer omzet krijgen. Het
gaat over chemie, waarbinnen we 82 miljoen meer omzet krijgen. Het gaat
over transport, waarbinnen we 63 miljoen kunnen krijgen. Het gaat over
zware industrie, waarbinnen we — ik moet het even goed zeggen — 140
miljoen kunnen krijgen. Vergist u zich niet. Dienstverlening: 811
miljoen. Transportdiensten: 179 miljoen. Om de heer Markuszower een
plezier te doen, zeg ik: ook zuivel profiteert hiervan met 33 miljoen.
Dan heb ik alles rondom watertransport nog niet eens genoemd. Dat is ook
iets waar we heel erg sterk in zijn. Je moet dit verdrag dus wel in de
breedte zien en niet specifiek kijken naar één punt.
De heer Markuszower (PVV):
Ja, de heer Van der Burg strooit hier met miljoenen. Ze vallen allemaal
uit de hemel als het heilige mannabrood. Maar dat zijn natuurlijk
voorspellingen. Dat is nog helemaal niet zeker. Is de heer Van der Burg
het met mij eens dat de bedragen die hij net noemde voorspellingen zijn
van economen? Als economen het allemaal zouden weten, dan zouden ze geen
hoogleraar zijn op een universiteit, maar dan zouden ze allemaal in een
Bentley in Monaco rondrijden. Bent u het daarmee eens?
De voorzitter:
En uw vraag?
De heer Markuszower (PVV):
Mijn vraag is: klopt het dat dat slechts voorspellingen zijn voor
bepaalde sectoren en dat het nog helemaal niet zeker is dat dat door dat
Mercosur-verdrag realiteit gaat worden?
De heer Van der Burg (VVD):
Weet u, deze cijfers zijn niet van mij. Dit zijn cijfers van de
Wageningen University. De PVV en de BBB, die nu niet meer bij het debat
aanwezig is, geven altijd hoog op van agro, en terecht. Ik begon mijn
bijdrage aan het debat met het feit dat we de taart eerst moeten
vergroten voordat we hem kunnen verdelen. De PVV is samen met andere
linkse partijen altijd heel erg goed in het verdelen van al het geld dat
wij als politici te verdelen hebben, maar het gaat er wel om dat het
eerst verdiend wordt. Al die bedragen die ik net noemde, worden verdiend
door het bedrijfsleven, en dat bedrijfsleven heeft het sowieso al zwaar
met dit parlement. Het is buitengewoon belangrijk dat we ervoor zorgen
dat het bedrijfsleven kan bloeien, zodat het daardoor opbrengsten
genereert en daarmee ook belastingopbrengsten genereert. En dan gaan de
heer Markuszower en ik die wel verdelen.
De voorzitter:
Kort en afrondend op dit punt.
De heer Markuszower (PVV):
Daar houd ik de heer Van der Burg aan. Frankrijk heeft tegen het
Mercosur-verdrag gestemd. Dat is echt niet voor niks. Het
Mercosur-verdrag drukt onze boeren weg uit Nederland. Dat is
problematisch voor de voedselveiligheid en voor de voedselzekerheid,
want als hier minder boeren zijn die kunnen produceren — dat wordt voor
hen gewoon te duur en zij worden beconcurreerd met goedkoop, vies vlees
uit verre landen in Zuid-Amerika — dan komt onze voedselveiligheid in
gevaar. Ziet de heer Van der Burg dat probleem niet?
De heer Van der Burg (VVD):
Ik zie dat er ook nadelen zitten aan dit verdrag. Die zijn er inderdaad
bijvoorbeeld op het gebied van de vleesproducerende industrie. De
vleesproducerende industrie zorgt voor een heel groot deel voor de
welvaart en het welzijn in Nederland. Tegelijkertijd zorgt die voor heel
veel export naar het buitenland en voor lichte problemen op het gebied
van stikstof. Wij kijken naar het geheel; wij vinden het verdrag als
geheel buitengewoon positief. Wij zijn dus blij dat het VVD/BBB-kabinet,
een meerderheid van de Kamer en een meerderheid van de landen in Europa
met Mercosur hebben ingestemd. Nogmaals: geld moet je eerst verdienen,
dan kun je daar belasting over heffen en daarna kan de Kamer het met
elkaar gaan verdelen.
De voorzitter:
Meneer Markuszower, u gaat mij verrassen met een heel andere vraag?
De heer Markuszower (PVV):
Ja, zeker. Dat verdelen gaan we doen, hè, meneer Van der Burg, met deze
begroting van inderdaad het VVD/BBB-kabinet. Dat gaan we doen: een half
miljard euro meer naar ontwikkelingssamenwerking. De VVD zegt altijd in
haar partijprogramma's dat zij daar niet zo'n grote fan van is. Ook
mevrouw Yeşilgöz strooide daarmee als dekking voor allerlei zaken die
zij …
De voorzitter:
Uw vraag?
De heer Markuszower (PVV):
Mijn vraag is hoe het nou kan dat onder de verantwoordelijkheid van de
VVD wéér een half miljard meer naar ontwikkelingssamenwerking gaat.
Überhaupt wordt de taart van 6,7 miljard waar de heer Van der Burg het
over heeft, dat zuurverdiende geld, gedrukt in het gezicht van de mensen
die hun boodschappen niet meer kunnen betalen. Er wordt helemaal niks
verdeeld. Het geld dat de mensen in Nederland allemaal verdienen, geeft
de VVD als een soort sinterklaas weg aan Afrika. Dat komt helemaal niet
terug in een taart voor de Nederlanders. Hoe ziet de heer Van der Burg
dat?
De heer Van der Burg (VVD):
Als de PVV niet meteen was weggelopen, zoals altijd bij moeilijke
beslissingen, maar in het kabinet was gebleven, dan had er nu ook een
begroting gelegen waarin geld werd uitgetrokken voor
ontwikkelingssamenwerking. Als het goed is, had de PVV daar dan gewoon
braaf voorgestemd, want als je met elkaar afspraken maakt, kom je die
na. Zo zit de VVD in ieder geval in de wedstrijd. Er kunnen dan dingen
in het coalitieakkoord en dus ook in een begroting staan waar je het wel
mee eens bent of niet mee eens bent, maar afspraak is afspraak. Of je
nou, zoals in dit geval, in een kabinet zit met de restanten van de BBB
of straks in een nieuwe coalitie met D66 en het CDA: wij zijn goed voor
ons woord. Wat wij doen, en dat is een verschil met de PVV, is
verantwoordelijkheid pakken als het moeilijk wordt. Dan gaan wij niet
het hazenpad op.
De heer Markuszower (PVV):
Zeker is het zo dat de PVV goed is voor haar handtekening. Als er
afspraken worden gemaakt, dan moeten we die nakomen. Maar waarom moest
de PVV die afspraken maken? Dat komt juist doordat er partijen zijn
zoals de VVD die helemaal niet minder geld willen uitgeven aan
ontwikkelingssamenwerking en die blijven zeggen: laten we dat geld maar
uitgeven en uitgeven en uitgeven; dat geld moet niet in Nederland worden
uitgegeven, maar naar Afrika. Dát is de VVD die we binnen de Kamers
kennen. In het verkiezings…
De voorzitter:
En uw vraag, meneer Markuszower?
De heer Markuszower (PVV):
Mijn vraag is: ziet de heer Van der Burg niet de hypocrisie daarvan? De
VVD zegt naar buiten toe: wij gaan bezuinigen op
ontwikkelingssamenwerking. Maar tijdens de onderhandelingen, ook voor
het nieuwe kabinet, wil zij constant geld uitgeven aan Afrika en wil zij
dat geld niet in Nederland uitgeven.
De heer Van der Burg (VVD):
Ik hoop dat de heer Markuszower bij het hele debat aanwezig blijft
...
De voorzitter:
Laten we zo met elkaar debatteren dat we zo meteen weer teruggaan naar
de begroting.
De heer Van der Burg (VVD):
Dat wilde ik ook doen, voorzitter, uiteraard. Maar dan kan de heer
Markuszower straks mevrouw Kröger worden. En dan gaat mevrouw Kröger
ongetwijfeld zeggen dat er veel te weinig geld gaat naar
ontwikkelingssamenwerking. En dan zal de heer Ceder daarover beginnen en
de heer Van Baarle er ook over beginnen. Kortom, de visie van de PVV
wordt in ieder geval niet gedeeld door de VVD of door de meerderheid van
deze Kamer.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
De heer Markuszower (PVV):
Nee, voorzitter, ik heb nog een ...
De voorzitter:
Nee, meneer Markuszower, ik heb u net ook al ... Ik wil graag dat de
heer Van der Burg nu verdergaat met de inhoud van zijn bijdrage. Op de
inhoud sta ik u zeker nog meer interrupties toe, maar niet nu. De heer
Van der Burg gaat eerst verder.
De heer Van der Burg (VVD):
Ja, voorzitter. Wat voor de VVD buitengewoon belangrijk is, is dat we in
die verdeling, die we vroeger de "koopman-domineeverdeling" noemden, de
koopman de komende tijd hard nodig zullen hebben — en dan nog even los
van het woord "man" in dezen, want dat is minder op deze
staatssecretaris van toepassing. Ik heb het volste vertrouwen dat de
staatssecretaris door zal gaan met er in ieder geval voor zorgen dat het
Nederlandse bedrijfsleven in het buitenland goed weet te verkopen.
Ik sprak over de verdeling dominee en koopman, maar eigenlijk is er
tegenwoordig, in de nieuwe geopolitieke situatie, een derde component
bij gekomen, namelijk koopman, dominee en generaal. Daarin moeten we
ook, als het gaat om buitenlandpolitiek, de juiste verhoudingen weten te
vinden, bijvoorbeeld als het gaat om veiligheid. Veiligheid is niet
alleen iets van Defensie of van Buitenlandse Zaken, maar juist
Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking is ook een instrument
dat je kan inzetten om de veiligheid in Europa en in Nederland te
bevorderen. En als ik spreek over ontwikkelingssamenwerking, dan loop ik
niet weg voor het feit dat de VVD, in tegenstelling tot wat de PVV doet
geloven, medeverantwoordelijk is voor de bezuinigingen die ook onder het
kabinet-Schoof zijn ingevoerd. Het is niet alleen maar kommer en kwel,
want er is bijvoorbeeld ook afgesproken dat je vanaf 2027 de ODA-gelden,
de systematiek waarin je ook andere posten ten laste mag brengen van het
ontwikkelingsbudget, bijvoorbeeld de asielportefeuille, mag beperken tot
10%, waarmee er feitelijk een cap op is gezet. In mijn vorige rol als
staatssecretaris vrat ik zo ongeveer het hele
ontwikkelingssamenwerkingsbudget leeg, gezien de opvangproblematiek. Die
cap erop van 10% werkt in die zin gunstig, maar we lopen daar niet mee
weg.
Wel zeggen wij als VVD heel nadrukkelijk dat we moeten kijken hoe we de
gelden die we nog hebben, beter kunnen inzetten. Daarin zijn er wat mij
betreft twee prioriteiten. Eén is natuurlijk de noodhulp, waar het
kabinet ook budget voor heeft neergezet. De tweede prioriteit werd net
ook genoemd in de bijdrage van mevrouw Van Ark: dat is gezondheid. Ik
denk dan met name aan drie specifieke onderwerpen: vrouwen, lhbti en
preventie. Bij preventie moet je bijvoorbeeld denken aan vaccinatie.
Mevrouw Van Ark noemde al het voorbeeld van hoe rendabel die investering
is. Denk bijvoorbeeld ook aan het onderdrukken van de aidsepidemie. Je
denkt dan dat dat zaken zijn die ver weg zijn, dat dat zaken zijn die
ons niet raken. Maar als het gaat om vrouwenemancipatie en empowerment
van vrouwen, raakt dat in bepaalde landen meteen en direct aan de
economie: als die economieën sterker worden, worden de democratieën
sterker, krijg je minder migratie en krijg je meer veiligheid. Ook als
het gaat om het opkomen voor andere minderheidsgroepen is het belangrijk
om daar aandacht aan te blijven geven.
De voorzitter:
Ik hoorde een punt.
De heer Van der Burg (VVD):
Ja, ik zag iemand bewegen, voorzitter.
De heer Markuszower (PVV):
Ja, en inhoudelijk. Het is op zich ook interessant om met het Kamerlid
Van der Burg te spreken over migratie. Hij zei, als ik goed heb
geluisterd, dat we door het stimuleren van en geld geven aan
vrouwenrechten in bijvoorbeeld Afrika, of aan lhbti-cursussen of zo,
migratie beperken. Maar — via de voorzitter — meneer Van der Burg, het
is toch precies andersom? Elke euro die wij geven aan Afrika zorgt er
toch voor dat die mensen daar meer geld hebben? En met dat geld kunnen
ze toch mensensmokkelaars betalen, en bevorderen wij dus juist migratie?
Geld geven aan Afrika, of dat nou via ontwikkelingssamenwerking is of
anders, zorgt voor meer migratie naar Nederland, en toch niet voor
minder?
De heer Van der Burg (VVD):
Nee, dat is niet zo.
De heer Markuszower (PVV):
Het argument is dan dus: doordat we geld uitgeven aan — wat is het? —
vrouwenrechten- en lhbti-cursussen of zo, zal er minder migratie zijn.
Meent de heer Van der Burg dat nou echt?
De heer Van der Burg (VVD):
Wat ik meen, is dat als economieën sterker worden, mensen minder een
prikkel hebben om weg te trekken uit een bepaald land. Ik meen dat als
economieën sterker worden, het kiezen voor extremen, of dat nou gaat om
terrorisme of anderszins gedrag dat de heer Markuszower en ik niet
willen, daardoor minder wordt. Uit allerlei onderzoeken blijkt ook dat
je dan, zeker in de zwakste economieën, het beste kunt investeren in de
empowerment van vrouwen.
De voorzitter:
Afrondend op dit punt, meneer Markuszower.
De heer Markuszower (PVV):
Ik ben het daar totaal mee oneens, ook wat betreft dat terrorisme. Osama
bin Laden was multimiljonair. Als je arm bent, hoef je geen terrorist te
worden. En als je terrorist bent, ben je echt niet per se arm. Dat heeft
echt heel veel met andere dingen te maken. Ik heb andere onderzoeken
gelezen, zeg ik tegen de heer Van der Burg. Ik heb gelezen dat we de
economieën in Afrika toch nooit op hetzelfde peil kunnen krijgen als die
van Nederland. En omdat iedereen in Afrika weet dat er vaak
staatssecretarissen of ministers van VVD-huize zijn die alles weggeven
wat we hier hebben — gratis zorg, gratis wonen, gratis alles ...
De voorzitter:
En uw vraag?
De heer Markuszower (PVV):
Als je een eurootje geeft aan een Afrikaan, dan gaat hij naar Nederland
met die euro; dan gaat hij echt niet in Afrika blijven. Die onderzoeken
heb ik gelezen. Ik zou het op prijs stellen als de heer Van der Burg
daar ook eens naar kijkt.
De heer Van der Burg (VVD):
Nou, ik ben heel erg benieuwd of de heer Markuszower een onderzoek kan
produceren waaruit blijkt dat iedereen in Afrika weet dat er in
Nederland altijd VVD-staatssecretarissen op Migratie zitten. Naar dat
onderzoek ben ik buitengewoon benieuwd. Verder is het een zegen voor dit
land dat er veel meer VVD-staatssecretarissen en -ministers zijn dan van
de PVV, op welke portefeuille dan ook. Dat gezegd hebbende, is
investeren in economieën door middel van buitenlandse handel, waarbij je
vervolgens ontwikkelingssamenwerkingsgeld als instrument gebruikt om
daarmee economieën sterker te maken, landen veiliger te maken en landen
sterker te maken, in het voordeel van Nederland.
De heer Dassen (Volt):
Bij dat laatste sluit ik me aan. Ik denk ook dat het goed is dat de heer
Van der Burg hier aangeeft dat er inderdaad geïnvesteerd moet worden,
juist ook in die groepen die er uiteindelijk voor zorgen dat economieën
in andere landen sterker worden. Een van de belangrijkste groepen daarin
zijn kinderen. Op dit moment zien we dat er nog veel onduidelijk is over
hoe daar vanuit ontwikkelingshulp voldoende aandacht aan besteed kan
worden. Slechts een heel klein percentage van het geld gaat
daadwerkelijk naar kinderen toe. Zou het niet goed zijn om te zorgen dat
we daarvoor een vast percentage of in ieder geval een hoger percentage
dan nu vaststellen, omdat juist als je het hebt over kinderen en
economieën, dat een hele belangrijke groep is om in te investeren? Hoe
kijkt de VVD daarnaar?
De heer Van der Burg (VVD):
In mijn bijdrage net vanuit de interruptiemicrofoon had ik kritiek op
het feit dat mevrouw Van der Plas niet bij een belangrijk debat aanwezig
was. Wat ik nu ga zeggen, is geen kritiek, maar gewoon even als korte
inleiding. Ik begon mijn bijdrage toen nog niet iedereen in de zaal was.
Dat is geen verwijt, want u bent er altijd, meneer Dassen. Maar toen ben
ik begonnen met zeggen dat omdat we bezig zijn met
coalitieonderhandelingen, mijn bijdrage in die zin saai zou worden dat
ik heel nadrukkelijk zeg: verwacht niet nu vanuit de VVD een motie of
amendement op het gebied van extra middelen hier of extra middelen daar,
omdat ik dat nu echt iets vind voor de coalitieonderhandelingen die
plaatsvinden. Wij gaan dus akkoord met de voorliggende begroting. We
kunnen eventueel nog wel kijken naar schuiven binnen de nummers, maar
wij zullen hier niks aan veranderen.
Waarom zeg ik dat als inleiding op de reactie op de heer Dassen? Omdat
als ik nu op de vraag van de heer Dassen inga, daaruit voort kan vloeien
dat de heer Dassen zegt: maar zou je dan nu niet ook budgetten moeten
verschuiven, toevoegen of anderszins iets moeten doen? Daarvan heb ik
dus gezegd: dat ga ik in dit debat niet doen, niet voor de heer Dassen
en zelfs niet voor mevrouw Dobbe als ze straks aan het woord komt, omdat
ik dat nu dus echt even overlaat aan de coalitieonderhandelingen.
De heer Dassen (Volt):
Prima. Dank voor deze verheldering, maar dit is niet helemaal een
antwoord op mijn vraag. Dat vraag ik niet, en dat zal ik ook niet vragen
aan de heer Van der Burg. Ik ga alleen maar door op het betoog dat hij
hier houdt, namelijk dat we moeten investeren in de groepen die ervoor
zorgen dat de economie wereldwijd versterkt. Een van de belangrijkste
groepen daarin zijn kinderen. Dat is een groep waar we vaak nog weinig
oog voor hebben en die op het moment wereldwijd behoorlijk met
bezuinigingen te maken krijgt. Daarvan zeg ik: zouden we er niet meer
oog voor moeten hebben om te zorgen dat, als je het hebt over weerbare
samenlevingen, je ook investeert in de groep die de meeste toekomst
daarin heeft?
De heer Van der Burg (VVD):
Ja, ik snap wat de heer Dassen zegt, mevrouw de voorzitter. Het lastige
is alleen dat de VVD medeverantwoordelijk is voor de begroting en de
bezuinigingen die er nu liggen, zoals ik net ook zei. Binnen die
bezuinigingen, en daarmee binnen het budget dat er nu ligt, stel ik twee
hoofdprioriteiten. De ene is noodhulp en de andere is preventie op het
gebied van gezondheidszorg. Bij die laatste sloot ik aan bij de woorden
van mevrouw Van Ark. Die twee kies ik nu als prioriteit binnen deze
begroting gezien de budgetten die er nu liggen. Vervolgens kleur ik dat
wel in door te zeggen: als je het hebt over preventie en over
maatregelen die erbuiten liggen, kies ik heel nadrukkelijk voor het
leggen van de koppeling tussen buitenlandse handel en
ontwikkelingssamenwerking door vrouwen te versterken en daarmee te
economie te versterken. Maar ik ga graag met de heer Dassen op een nader
moment, als er een nieuw coalitieakkoord ligt, kijken hoe het dan
voorliggende beleid en de dan voorliggende gelden zich concentreren op
die prioriteiten. Ik ben het sowieso met de heer Dassen eens om altijd
voor de meest kwetsbaren te gaan, en daar vallen kinderen zeker
onder.
De voorzitter:
Volgens mij heeft u een uitnodiging gekregen om koffie te drinken,
meneer Dassen.
De heer Dassen (Volt):
Die uitnodiging neem ik zeker aan. Ik ga daar graag verder over in
gesprek met de heer Van der Burg. Juist als het gaat om een preventieve
werking, moet je ook beginnen bij de jongste groepen, en dat zijn in dit
geval kinderen. Ik ga daar dus graag met de heer Van der Burg verder het
gesprek over aan.
De voorzitter:
Dan mevrouw Dobbe. Wellicht krijgt u ook een uitnodiging voor
koffie.
Mevrouw Dobbe (SP):
Nou, altijd lekker! Daar ging mijn interruptie echter niet over. Ik
hoorde de heer Van der Burg goede woorden spreken over vrouwenrechten.
Ik weet dat de VVD die heel belangrijk vindt. We trekken vaak samen op,
bijvoorbeeld in het tegengaan van de mondiale antirechtenbeweging die we
overal zien, waardoor vrouwenrechten nog meer onder druk staan. De heer
Van der Burg weet ook dat wij het niet goed vinden dat de post
vrouwenrechten is wegbezuinigd uit deze begroting en ook uit de vorige
begrotingen. Ik snap dat er wordt gezegd dat vrouwenrechten en de
participatie van vrouwen binnen het huidige beleid worden meegenomen,
maar de heer Van der Burg weet ook dat dat niet hetzelfde is. Voor de
empowerment van vrouwen heb je echt een aparte investering nodig. Het is
niet enorm veel geld. Ik snap dat de heer Van der Burg zegt dat hij niet
gaat schuiven. Maar volgens mij staat de beoogde coalitie hier
welwillend tegenover, dus misschien zou de heer Van der Burg het toch
kunnen steunen dat wij die post terughalen en weer vullen met het bedrag
dat erin zat.
De heer Van der Burg (VVD):
Er komt een moment in de coalitieonderhandelingen dat de leiders van die
onderhandelingen zeggen: het akkoord nadert nu en er doen zich momenten
voor waarop we nu al gaan handelen, omdat we weten dat we straks dit pad
op gaan. Zodra ik een seintje krijg — ik spreek even voor mijzelf, want
ik kan uiteraard niet spreken namens mevrouw Van Ark en de heer Bamenga
— van mijn fractievoorzitter en mijn politiek leider dat het moment daar
is, zal ik dat gaan doen. Maar dat moment is er nu nog niet en dan is
het niet aan mij om dat te zeggen. Dat laat ik dan graag aan mijn
geliefde fractievoorzitter over.
Mevrouw Dobbe (SP):
Maar dat ontslaat de heer Van der Burg toch niet van de
verantwoordelijkheid om te kijken naar de begroting die nu voorligt? Er
kunnen dingen in zitten die de heer Van der Burg en de VVD eigenlijk ook
niet goed vinden en waarvan we weten dat andere partijen voorstellen wel
zouden steunen. Los daarvan gaat het ook gewoon om wat de VVD vindt,
volgens mij. Als de VVD vrouwenrechten belangrijk vindt, zou die post
terug in de begroting moeten, als dat kan. Er moet in ieder geval wel
serieus worden gekeken naar zo'n voorstel, zodat er niet van tevoren al
wordt gezegd "we steunen helemaal niks", terwijl het wel een goed
voorstel zou zijn.
De heer Van der Burg (VVD):
Maar ik had al wel aan de heer Dassen aangekondigd dat ik niet voor hem
zou zwichten en ook niet voor mevrouw Dobbe, dus ik moet mijn belofte
aan de heer Dassen wel nakomen. Wij gaan als VVD nu in beginsel niet met
verschuivingen komen, omdat we bezig zijn met coalitieonderhandelingen.
Als hier aan de coalitieonderhandelingstafel andere afspraken over
worden gemaakt, is mevrouw Dobbe misschien niet de eerste die het hoort,
maar dan zal zij dat wel heel snel horen. Op dit moment is het wat ons
betreft niet aan de orde, omdat er aan de coalitietafel onderhandeld
wordt over een nieuw coalitieakkoord. Daar is heel, heel, heel veel geld
mee gemoeid en daar gaat deze woordvoerder nu geen plukjes uit
plukken.
De voorzitter:
Kort en afrondend, mevrouw Dobbe.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dat zou wel betekenen dat het zeker nog een jaar duurt voordat er weer
geld beschikbaar komt voor vrouwenrechten, terwijl die organisaties er
nu juist zo mee worstelen om het hoofd boven water te houden. We hebben
het bijvoorbeeld ook over de vrouwen in Iran, die we nu de straat op
zien gaan en heel moedig zien opstaan tegen het regime, omdat ze opkomen
voor hun rechten. We zien het overal in de wereld. Die organisaties
verliezen nu, op dit moment, hun financiering, niet alleen van
Nederland, maar ook van andere landen. Daarom is het belangrijk om daar
niet mee te wachten. Ik wil de heer Van der Burg uitnodigen om daar nu
wel serieus naar te kijken en deze vrouwen niet nu te laten zitten en er
misschien over een jaar, als er dan een coalitieakkoord ligt, pas op
terug te komen. Zij verliezen namelijk nu hun financiering al.
De heer Van der Burg (VVD):
Er zijn tientallen, zo niet honderden redenen waarom we zo snel mogelijk
een coalitieakkoord moeten hebben. Daar wordt door ons drieën dan ook
hard aan gewerkt. Hoe eerder, hoe beter. Wat dat betreft zit ik er iets
positiever in dan mevrouw Dobbe. Op het moment dat er een
coalitieakkoord ligt, zal daar denk ik echt voortvarend mee aan de slag
gegaan worden en zal er, voor welk onderwerp dan ook, niet automatisch
gewacht worden tot december dit jaar of januari volgend jaar.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
De heer Van der Burg (VVD):
Voorzitter. Als het gaat over de combinatie van buitenlandse handel en
ontwikkelingssamenwerking, kom ik ook op Europa. We hebben hier de
afgelopen tijd veel debatten gevoerd, zowel over Sudan — ik ga geen
debatten overdoen; maakt u zich geen zorgen, voorzitter — als over Gaza.
Daarin heb ik steeds gepleit voor meer Europese samenwerking, omdat ik
echt geloof dat de schaal van de 27 een andere is dan de schaal van 27
keer 1. Dat geldt ook voor ontwikkelingssamenwerking, omdat je dan veel
makkelijker kunt prioriteren. Je hebt meer schaal, je hebt meer macht,
je hebt meer kracht. Daar hoor ik dus graag een reflectie op van de
staatssecretaris.
Ook hoor ik graag van de staatssecretaris hoe zij aankijkt tegen de
hopelijk snel startende wederopbouw in Oekraïne, want ook daar zal het
kabinet, in ieder geval het toekomstige kabinet, fors mee aan de gang
moeten gaan. Ook daar is er een heel nadrukkelijke rol voor
Nederland.
Tot slot, voorzitter, nog een klein puntje waar ik erg van gecharmeerd
was, omdat het een combinatie is van zowel ondernemerschap als
ontwikkelingssamenwerking, en dat is het project Wings For Aid. De
staatssecretaris kent het ongetwijfeld. Ik weet in ieder geval dat haar
collega's van Defensie daarbij betrokken zijn. Het is een project
waarbij gekeken wordt of je via cargodrones juist de moeilijke gebieden
kunt bereiken voor het verspreiden van bijvoorbeeld medicijnen en andere
zaken. Ik weet dat ze bij het ministerie aan de bel hebben getrokken
voor verdere steun. Ik dacht: ik breng dat hier nog even onder de
aandacht van de staatssecretaris.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot één vraag.
De heer Dassen (Volt):
De heer Van der Burg zei dat 27 landen gezamenlijk een stevigere vuist
kunnen maken dan die landen individueel zouden kunnen. Daar sluit ik me
natuurlijk van harte bij aan. Is dat dan een pleidooi van de VVD om
ontwikkelingshulp ook op Europees niveau te gaan doen? Is de VVD dan ook
bereid om daarvoor de middelen naar Europa te brengen, om te zorgen dat
dit ook gezamenlijk gedaan kan worden?
De heer Van der Burg (VVD):
Ik denk dat we nog niet zo ver zijn, maar ik zie er in ieder geval
nadrukkelijk de meerwaarde van in om meer zaken te doen op Europees
niveau, ook als het gaat om ontwikkelingssamenwerking. En dan moet je
daar in de Europese begroting ook middelen voor hebben.
De voorzitter:
Mevrouw Kröger, staat u klaar voor uw bijdrage of voor een interruptie?
Voor een interruptie? Gaat uw gang.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik heb de heer Van der Burg weinig horen zeggen over de belangrijke rol
die maatschappelijke organisaties spelen, niet alleen in onze eigen
democratie hier in Nederland maar natuurlijk ook wereldwijd, de civil
society. Mijn fractie was, samen met nogal wat andere fracties, zeer
ongelukkig met de brief die de staatssecretaris daarover schreef. Daarin
gaf zij aan dat ze voornemens is om twee Kamermoties niet uit te voeren.
In die moties gaat het erom dat maatschappelijke organisaties de
mogelijkheid zouden moeten hebben om ook met subsidiegeld toch aan
beleidsbeïnvloeding te doen. Ik weet dat de fractie van de heer Van der
Burg tegen de betreffende motie heeft gestemd. Toch wil ik graag van de
heer Van der Burg weten wat hij vindt dat een bewindspersoon moet doen
als een Kamermeerderheid een motie zo duidelijk aanneemt, ook in het
licht van het feit dat we naar een minderheidsregering toe bewegen.
De heer Van der Burg (VVD):
Als Kamerlid vind ik dat Kamermoties moeten worden uitgevoerd, ook als
het moties zijn waar ik het niet mee eens ben. Mijn fractie heeft
inderdaad tegen deze motie gestemd. Als de meerderheid van het parlement
iets wil, dan moet het kabinet dat buitengewoon serieus nemen. Dus in
beginsel voert het kabinet moties uit. Het verschil tussen een motie en
een amendement is echter wel dat het kabinet bij een amendement geen
ontsnappingsclausule heeft en bij moties wel, en dat dit dus mag. Als
Kamerlid kan ik niet anders vinden dan dat Kamermoties moeten worden
uitgevoerd, want daarvoor dien ik ze zelf in. Maar het is het recht van
de staatssecretaris — van het kabinet, moet ik natuurlijk zeggen, want
als het goed is, wordt het altijd in het kabinet gemeld — om te zeggen:
deze motie voeren wij niet uit. Ik sta nu even als Gerrit Zalm met het
koffertje boven mijn hoofd. Dat mag het kabinet doen.
De voorzitter:
Afrondend op dit punt.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Uiteindelijk is het natuurlijk ook aan ons als Kamer om met elkaar de
mores van dit huis te bewaken. Ik ben blij dat de VVD duidelijk
aangeeft: ook al steunden wij deze motie niet, het is belangrijk dat de
bewindspersoon in principe een aangenomen Kamermotie uitvoert. In het
licht van dat we nu naar een minderheidskabinet toe bewegen, vind ik dat
dan toch nog zwaarder zou moeten wegen dat Kamermeerderheden worden
gerespecteerd. Ik hoor de heer Van der Burg wel de suggestie doen dat
een amendement dwingender is, maar in principe moet deze bewindspersoon
aan de slag, gegeven het feit dat er twee aangenomen moties liggen.
De heer Van der Burg (VVD):
Een amendement is niet dwingender. Een amendement is dwingend. Er is
geen enkele ontsnappingsclausule voor het kabinet. Een motie is, tussen
grote aanhalingstekens, "slechts een uitspraak van de Kamer". Het
kabinet kan zeggen: wij voeren die niet uit. Dan hebben we als Kamer
middelen om dit alsnog te corrigeren. Ik kan u op voorhand zeggen: als
die middelen worden ingezet, zal dat niet de steun hebben van de VVD. Ik
zeg dit al dan niet ter geruststelling van mevrouw Kröger. Dus wat de
staatssecretaris doet, mag zij doen namens het kabinet, binnen haar
bevoegdheden. Verder hebben we straks minder een minderheidskabinet dan
wij nu hebben, maar dat zal een andere manier van opereren worden dan
met de meerderheid die we ooit een keer hadden.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan nodig ik mevrouw Kröger graag uit voor haar bijdrage
namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Het jaar 2026 is op een verpletterende manier begonnen.
Sinds de Tweede Wereldoorlog was er niet zo veel conflict: Oekraïne,
Sudan, Gaza, het gruwelijke neerslaan van de dappere protesten in Iran,
het illegale handelen van de VS in Venezuela, de dreiging richting
Groenland en de door de VS ingetrokken steun aan cruciale
VN-organisaties. De geopolitieke verhoudingen staan op scherp. Ons nu
achter de dijken verschuilen is geen optie. Investeren in
ontwikkelingssamenwerking en eerlijke handel is investeren in een
veiligere, stabielere en welvarendere wereld. Conflict en
klimaatverandering stoppen immers niet bij de grenzen. Hier is ook breed
draagvlak voor. 92% van de Nederlanders vindt dat wij als rijk land
moeten bijdragen aan landen die het minder hebben. Daarom is er de
internationale afspraak om 0,7% van ons nationaal inkomen te besteden
aan ontwikkelingssamenwerking. Dat is een directe investering in een
veilige, stabiele wereld, waar wijzelf ook nog eens van profiteren. Dat
is solidair én rationeel, zeker in deze turbulente tijden.
Maar dit demissionaire kabinet kiest voor forse bezuinigingen op onze
internationale relaties. Met een historische miljardenbezuiniging op
ontwikkelingssamenwerking zakken we ver, ver onder de internationale
0,7%-afspraak. In welke wereld leeft deze staatssecretaris om dat een
goed idee te vinden? Juist nu moeten we investeren in de internationale
rechtsorde en in onze relaties met de rest van de wereld. We moeten pal
staan voor de cruciale VN-instituties die door de VS verlaten zijn. Van
het geld dat na de forse bezuiniging door dit kabinet resteert, wordt in
2026 bovendien bijna een kwart in eigen land uitgegeven aan asielopvang.
Waarom maximeert het kabinet deze uitgaven niet nu al, zoals ook in de
motie-Thijssen/Van den Brink is gevraagd?
Daarbovenop komt nog een stille, extra bezuiniging, doordat het budget
voor ontwikkelingssamenwerking niet meer op dezelfde manier meegroeit
met de economie. Ondanks drie aangenomen moties uit beide Kamers weigert
het kabinet deze koppeling te herstellen. We hebben hier net uitgebreid
het debat over gevoerd. Wij stellen vandaag voor om die koppeling in
2026 wél te herstellen. We hebben hier een amendement voor ingediend.
Afgaand op de standpunten van de partijen zou hier een meerderheid voor
moeten zijn.
De naar binnen gekeerde afbraakpolitiek van de afgelopen twee jaar heeft
al heel veel stukgemaakt en dreigt nog veel meer kapot te maken. Maar
het meest schrijnend is misschien wel het simpelweg cancelen van UNRWA.
Op basis van desinformatie en onbewezen verdachtmakingen besloten
rechtse partijen om de Nederlandse bijdrage drastisch te verlagen,
terwijl de situatie in Gaza nog altijd catastrofaal is en UNRWA de
belangrijkste voorziener is van scholen, ziekenhuizen en voedsel, zeker
nu andere hulporganisaties de toegang wordt ontzegd. Daarom dienen wij
een voorstel in om de Nederlandse bijdrage aan UNRWA te herstellen, want
ze verdienen in deze tijd onze volle politieke, morele en financiële
steun.
De heer Markuszower (PVV):
Mevrouw Kröger heeft het over "onbewezen verdachtmakingen" van UNRWA. Er
liggen tal van rapporten met informatie dat UNRWA volledig geïnfiltreerd
was door Hamas en dat UNRWA-medewerkers mee hebben gedaan aan de
massaslachting, de genocide, die de Gazanen op 7 oktober op Israëli's
hebben gepleegd. Daar zaten UNRWA-medewerkers bij. Er is een heel
lijstje met dingen — dat gaat nog jaren terug — waaruit blijkt dat UNRWA
echt gewoon een foute, foute, terroristische organisatie is en
geïnfiltreerd is door terroristen. Daarmee is het dus een terroristische
organisatie.
De voorzitter:
En uw vraag is?
De heer Markuszower (PVV):
Hoe kan het zijn dat GroenLinks-PvdA bepleit om nog geld aan die
terroristen te geven?
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik zou de heer Markuszower vragen om even terug te lezen wat voormalig
staatssecretaris Klever van zijn eigen partij aan de Kamer heeft
geschreven over UNRWA en over de onderzoeken die gedaan zijn. Daarin is
juist geconstateerd dat waar er misstanden waren, er ingegrepen is. Er
is in die onderzoeken geen structureel probleem geconstateerd.
De heer Markuszower (PVV):
Dan is het maar goed dat die brief niet door mij is geschreven, hè.
Laten we het daarop houden. Maar nee, onlangs nog heeft Israël gezegd
... Israël heeft tegen UNRWA gezegd: als jullie willen blijven werken,
geef dan gewoon een lijst met daarop de namen van mensen die bij jullie
werken; dan kunnen wij even controleren of dat geen terroristen zijn.
UNRWA weigert dat tot op de dag van vandaag. Ik weet dus niet wat voor
brieven er door het kabinet in het verleden allemaal zijn geschreven,
maar feit is dat Israël zegt — en dat er ook andere rapporten zijn zoals
die van UN Watch, eveneens uitgenodigd hier in de Tweede Kamer om
daarover te getuigen — dat UNRWA gewoon geïnfiltreerd is door
terroristen van Hamas. Daar kunnen we toch niet van weglopen?
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Nogmaals, er zijn onafhankelijke studies gedaan. Die zijn ook door deze
staatssecretaris en door haar voorganger, die van de partij van de heer
Markuszower was, met de Kamer gedeeld. Daarbij is gezegd dat er is
ingegrepen op een moment dat er misstanden zijn geconstateerd, maar dat
er geen structureel probleem is geconstateerd. Dat is wat mij betreft
een basis om een VN-instantie juist wel te steunen, zeker op het moment
dat de Israëlische overheid andere hulporganisaties het werken
onmogelijk maakt. Ik denk dat het juist daarom ongelofelijk belangrijk
is om de steun aan UNRWA te herstellen. Ik hoop ook eigenlijk dat daar
brede steun voor is in de Kamer.
Voorzitter. Trump voert een politiek van fossiel revanchisme. Met
oliegeld en aanvallen op de klimaatwetenschap saboteert hij de groene
transitie, om zo onze afhankelijkheid van vervuilende brandstoffen te
vergroten. Juist nu de Verenigde Staten het klimaat laten vallen, moet
ons antwoord glashelder zijn: zo snel mogelijk op een rechtvaardige
manier weg van fossiel. Maar ook wij laten het helaas afweten op
klimaat. In deze begroting worden de klimaatbijdragen gehalveerd en
slimme rekentrucs verhullen dat niet. Landen in het mondiale Zuiden
willen terecht hulp bij de groene transitie en steun voor geleden
klimaatschade. Je ziet dat dit ook in de klimaatonderhandelingen bij de
afgelopen COP een cruciaal element was om tot ambitieuzere afspraken te
komen. Hoe komt al het geld dat het kabinet als klimaatsteun rekent op
papier daadwerkelijk bij klimaatprojecten terecht? Erkent de minister
dat wij niet aan onze internationale doelstellingen voldoen?
Overstappen naar een groene, klimaatneutrale economie maakt ons
geopolitiek onafhankelijker. Zon en wind in plaats van kolen en gas
vergroten onze welvaart, onze weerbaarheid en onze gezondheid. Het
beschermen van de natuur wereldwijd maakt ons sterker. Maar wat gebeurt
er? Europese wetten voor de groene transitie van onze bedrijven en
handel, en tegen ontbossing, worden afgezwakt of uitgesteld. Deze keuzes
zijn kortzichtig en missen realiteitszin. Nu Europese regels zelfs onder
de OESO-richtlijnen voor duurzaam ondernemen dreigen te zakken, vraag
ik: hoe gaat het kabinet deze richtlijnen toch stevig verankeren in het
handelsbeleid? Hoe zorgt de staatssecretaris ervoor dat Nederlandse
bedrijven zich eraan houden en is zij bereid dit rijksbreed, dus breder
dan BHO, te verankeren in subsidies, aanbestedingen en
handelsbevorderende programma's?
Hoe zorgen we ervoor dat mensenrechten in handelsverdragen meer zijn dan
dode letters? Het voorbeeld Sudan is al een aantal keren genoemd. In
Sudan worden burgers vermoord met wapens uit onder meer de Emiraten.
Nederland en Europa kunnen hier een grens trekken door dit heel
duidelijk in de handelsbetrekkingen mee te nemen, maar het kabinet
weigert dit te doen. Ik wil de staatssecretaris toch vragen hier opnieuw
op te reflecteren.
Het kan anders. We kunnen handel inzetten voor het versterken van de
internationale rechtsorde voor democratie en voor een welvarende
toekomst. Dat is precies waarom Handel en Ontwikkelingssamenwerking ooit
zijn samengevoegd en waarom het zo onverstandig zou zijn om deze
portefeuilles weer te scheiden. Dan verliezen we coherentie en raken
onze doelen steeds verder uit zicht. Ons handelsbeleid raakt mensen
wereldwijd: vissers in Mozambique, cacaoboeren in Ivoorkust en naaisters
in Bangladesh. Zij kunnen niet hier in Den Haag aankloppen voor de
effecten die zij ervaren van ons beleid. Gelukkig zijn er dan
maatschappelijke organisaties. Zij zien welk ongewenst effect ons beleid
heeft en vertellen ons daarover. Wat wij vervolgens met die informatie
doen, blijft aan onszelf als Kamer. Maar waarom zou je een stokje steken
voor een luisterend oor? Toch verbiedt dit kabinet maatschappelijke
organisaties om met overheidssteun te lobbyen. Daarmee breekt het met
jarenlang beleid, dat altijd op de steun van D66, CDA en VVD heeft
kunnen rekenen.
Waarom schaart het kabinet zich bij regeringen die kritiek smoren?
Waarom blijft deze demissionaire VVD-staatssecretaris PVV-beleid voeren
tegen de wens van de Kamer in en tegen de wens van haar toekomstige
coalitiegenoten in? Het is beleid op basis van onzekerheid, want een
zelfverzekerde overheid omarmt kritiek, zorgt ervoor dat alle stemmen
gehoord worden in het publieke debat, en neemt dan besluiten.
Maatschappelijke organisaties zijn cruciaal in een gezonde democratie.
Hen kort houden en de mond snoeren past in de ondemocratische wind die
wereldwijd waait, maar niet in Nederland. Dat is ook wat de Kamer tot
tweemaal toe bij meerderheid heeft gezegd met de motie-Hirsch en de
motie-Kröger. Mijn vraag aan de staatssecretaris is ten slotte: waar zit
de democratische legitimiteit om die moties naast u neer te
leggen?
Voorzitter, ik rond af.
De voorzitter:
Ja.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Anders heb ik morgen geen tijd.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw bijdrage. Dan gaan we nu luisteren naar de heer
Hoogeveen. Hij spreekt namens de fractie van JA21. Ga uw gang.
De heer Hoogeveen (JA21):
Voorzitter. West-Europa is niet welvarend geworden omdat het
ontwikkelingshulp heeft ontvangen of rijk is aan grondstoffen. Venetië
is op modder gebouwd. Zeventiende-eeuws Holland had niet veel meer. Geld
is geen noodzakelijke voorwaarde voor ontwikkeling. Als geld een
noodzakelijke voorwaarde was, zaten we nu allemaal nog in het stenen
tijdperk. "Geld is het gevolg van economische prestaties." Dat is een
citaat van wijlen Frits Bolkestein.
Voorzitter. Vandaag behandelen we een BHO-begroting van ruim 3,5 miljard
voor het komende jaar. Het kabinet-Schoof heeft besloten om vanaf 2027
structureel 2,4 miljard te bezuinigen op ontwikkelingshulp. JA21 steunt
dit beleid. Hoe meer geld er naar ontwikkelingslanden vloeit, des te
meer zij aan de zijlijn van de wereldhandel en daarmee de goudpot van
economische groei lijken te staan. Het Afrikaanse continent had in 1970
een wereldaandeel van een magere 5% in de handel. Dat is vandaag de dag
3%. Die marginale positie in de wereldhandel hangt samen met het type
export. Volgens de VN Conference on Trade and Development bestaat bijna
77% van Afrika's goederenexport nog altijd uit onbewerkte primaire
producten. Dat betekent: weinig toegevoegde waarde, weinig industriële
werkgelegenheid en grote kwetsbaarheid voor prijsschommelingen. Ondanks
decennia aan ontwikkelingshulp is die structurele economische
transformatie grotendeels uitgebleven.
Voorzitter. Geen enkel land is groot geworden door ontwikkelingshulp,
maar wel door handel, commercie en investeringen. Daarom moet altijd
voorzichtig omgegaan worden met het verstrekken van ontwikkelingshulp.
Want ondertussen biedt China vooral hetgeen Afrika wil: handel. "Teken
maar, dan gaan we geld verdienen". Dan krijg je er met Europa echter
allemaal moeilijke groene, rode of anderskleurige bijsluiters bij.
Voorzitter. We moeten er bovenal scherp op toezien dat hulp geen
corrupte of inefficiënte overheden in stand houdt. Het medicijn is dan
namelijk erger dan de kwaal. Zo werd in een Oxfordstudie geschat dat
ongeveer 40% van de militaire uitgaven in Afrika indirect gefinancierd
wordt uit ontwikkelingshulp, wat "aid fungibility" heet. Buitenlands
geld schept ruimte op de begroting. Sindsdien is er meer onderzoek naar
gedaan, maar ik vraag de staatssecretaris toch graag om een toelichting.
Wat doet Nederland als blijkt dat hulpgeld begrotingsruimte vrijmaakt
voor militaire uitgaven? Zo ging dat ook onlangs in EU-verband, waarbij
altijd nog 100 miljoen naar Pakistan gaat, terwijl dat land ook een
peperduur kernarsenaal onderhoudt.
Bij ontwikkelingshulp zien we ook regelmatig dat projecten langer
doorlopen dan noodzakelijk, of dat getracht wordt nieuwe opdrachten
binnen te halen, zonder dat ze hulp zo snel mogelijk overbodig maken.
Hulp kan dan niet langer bevrijdend, maar juist verstikkend werken voor
de opbouw van lokale instituties. Graag een reactie van de
staatssecretaris. Wat herkent zij hiervan in de besteding van de
ODA-gelden?
Voorzitter. Ziet JA21 dan niet in dat we geopolitiek volwassen moeten
worden en landen moeten helpen aan ons te binden? Jazeker. Vrijhandel is
dan de oplossing. In deze context wil ik ook het EU-Mercosur-verdrag
maar genoemd hebben. Open handelsbeleid stelt landen namelijk in staat
om comparatieve voordelen in te zetten en om te zetten in economische
groei. Het creëert samen met Europa een gelijkwaardige relatie van
wederzijdse belangen. Het is dan ook cruciaal dat Nederland in
EU-verband inzet op nieuwe handelsverdragen, zoals met Indonesië en
India. Wij van JA21 zijn ook blij dat in de Europese Raad vervolg is
gegeven aan de motie-Hoogeveen/Van der Burg/Boswijk om daarin koploper
te zijn.
Voorzitter. Het Globale Zuiden loopt nu meer inkomsten mis door
handelsbarrières die westerse landen hebben opgeworpen dan de som van
alle hulpgelden bij elkaar. De Wereldbank wijst er al jaren op dat
handelsbelemmeringen en tariefescalatie ontwikkelingslanden miljarden
aan exportinkomsten kosten. Zo mogen Trumps importheffingen een knauw
zijn voor de wereldhandel, maar ook de EU kan er als handelsblok wat
van. Neem bijvoorbeeld cacao- en koffiebonen. Momenteel heft de EU op
beide producten 0%, maar zodra ze worden verwerkt tot cacaoboter of
gebrande koffie belasten we ze met tarieven en heffingen. De
chocoladefabriek en de koffiebranderij komen zo niet in Nigeria of
Ethiopië te staan. Dat is keihard protectionisme. We ontnemen landen
bewust cruciale kansen op ontwikkeling en betalen ontwikkelingshulp als
goedmakertje. Uiteindelijk wordt de chocoladereep of koffie hier in de
supermarkt alleen maar duurder.
Voorzitter. Mijn fractievoorzitter heeft eens gezegd: misschien moeten
we nadenken of we de tomaat moeten gaan importeren in plaats van de
tomatenplukker. Ook dat slaat hierop terug. Als we ontwikkeling oprecht
willen stimuleren en landen aan ons willen binden, dan moeten we eens
kijken naar onze invoerheffingen. Komt dit in Brussel weleens ter tafel,
vraag ik aan de staatssecretaris. We moeten namelijk meer inzetten, ook
in EU-verband, op het creëren van nieuwe, gelijkwaardige
handelsrelaties. Het terugdraaien van het ingeslagen pad van het kabinet
zou eerder een stap achteruit dan vooruit zijn.
Voorzitter. Want om ook maar te eindigen met Bolkestein:
ontwikkelingshulp is geen kritische factor, hoezeer wij met een
schuldcomplex dat ook graag zouden willen zien. Schuldgevoel is een
egocentrische emotie. In tegenstelling tot mededogen is het niet op de
ander gericht, maar op het eigen ego.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot een aantal vragen. Mevrouw Kröger,
ga uw gang.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik heb het hele betoog gehoord, een heel inhoudelijke analyse waar ik
het volstrekt niet mee eens ben, maar wel een inhoudelijke analyse. Ik
was alleen benieuwd hoe JA21 naar deze begroting kijkt, zeker in het
licht van het feit dat we op een minderheidskabinet afstevenen. Voor
mijn fractie is deze begroting met zulke forse bezuinigingen niet
acceptabel en ik ben benieuwd hoe JA21 daarnaar kijkt.
De heer Hoogeveen (JA21):
Fijn dat er goed is geluisterd naar mijn betoog. Inderdaad, we kunnen
het met elkaar oneens zijn. Op dit punt ben ik het met de collega
oneens. Wij zien het anders, wij steunen de begroting zoals die nu is,
maar mocht die door met name de linkerzijde van de Kamer flink worden
vertimmerd, dan gaan wij onze steun heroverwegen.
Mevrouw Dobbe (SP):
Laten we hopen dat het de linkerkant van de Kamer lukt om de begroting
flink te vertimmeren. Ik hoorde de woordvoerder van JA21 in het begin
van zijn betoog zeggen of in ieder geval de suggestie doen dat meer
ontwikkelingssamenwerking zou leiden tot meer oorlogen en conflicten.
Hij noemde een bepaalde paradox, geloof ik. Ik zou JA21 willen
uitnodigen om ook te kijken naar het rapport dat het IMF heeft
gepubliceerd. Dat zegt dat elke dollar die wordt geïnvesteerd in
fragiele staten waar conflict zou kunnen ontstaan, en dan in economische
groei maar ook bijvoorbeeld in publieke voorzieningen, tot 103 dollar
kan besparen qua conflictkosten als gevolg van het mogelijk in conflict
raken van zo'n land.
De voorzitter:
En uw vraag?
Mevrouw Dobbe (SP):
Dat is wel tegenovergesteld aan het beeld dat JA21 schetst. Als je
investeert in ontwikkelingslanden, leidt dat tot minder conflict en het
brengt ook allerlei goede dingen met zich mee. Zou dat ook waar kunnen
zijn volgens JA21?
De heer Hoogeveen (JA21):
Een kleine correctie: ik heb niet gezegd dat ontwikkelingshulp leidt tot
oorlog en conflict. Dat heb ik niet gezegd. Wel denk ik dat
ontwikkelingshulp — dat empirisch onderzoek doen we nu langer dan 60
jaar — niet altijd leidt tot een verbetering van de situatie daar. Vaak
leidt het wel tot afhankelijkheden en het ontnemen van kansen. Er moet
dus een goede afweging worden gemaakt. Dat was ook de kern van mijn
betoog: waar zet je hulp wel in? Wij zeggen: vooral noodhulp, dus als er
een conflict is en er opvang in de regio nodig is. Maar bij
ontwikkelingshulp moet je heel gericht kijken hoe je de lokale economie
helpt om zelfstandig te worden. Hoe zorg je ervoor dat je
handelsafspraken kunt maken? Hoe zorg je ervoor dat je wederzijdse
belangen kunt creëren en Afrika in die zin ook als een volwaardige
handelspartner ziet, in plaats van als een soort suikeroom — ik zeg het
even oneerbiedig — binnen te komen en te zeggen wat er wel en niet moet
gebeuren? JA21 gelooft heel erg in persoonlijke autonomie. Wij geloven
ook dat het Afrikaanse continent daartoe in staat is.
De voorzitter:
Kort en afrondend, mevrouw Dobbe.
Mevrouw Dobbe (SP):
Het is wel bijzonder dat JA21 ontwikkelingssamenwerking consistent
ontwikkelingshulp blijft noemen. Als je afhankelijkheden wilt afbouwen,
moet je volgens mij vooral streven naar samenwerking, iets wat dit
kabinet heeft afgebroken maar wel hard nodig is. Wellicht wil JA21 ook
steunen dat we weer toe kunnen naar samenwerking. Maar het is geen
antwoord op de vraag. Elke dollar die je investeert in een kwetsbare
staat, in een ontwikkelingsland, kan leiden tot 103 dollar aan
besparingen qua conflictkosten en natuurlijk ook heel veel menselijk
leed. Als je dat weet, zou JA21 toch wat constructiever kunnen kijken
naar ontwikkelingssamenwerking, in plaats van alleen te zeggen "we
moeten hulp bieden"?
De heer Hoogeveen (JA21):
Dan zou ik dat onderzoek moeten zien. Ik raad de collega ook aan om een
wat ouder boek te lezen, dat echter nog steeds relevant is, namelijk
Doodlopende hulp van Dambisa Moyo. Zij komt zelf uit Zambia en heeft na
onderzoek een uitstekende analyse gegeven van de effecten van
ontwikkelingshulp. Dan gaat het om het creëren van afhankelijkheid van
Afrika, het voorkomen van verzelfstandiging van de economie en ook het
ontnemen van kansen. Het verschilt natuurlijk, je kunt niet alles over
één kam scheren. Naar microkredieten of het stimuleren van
ondernemerschap wil JA21 altijd kijken, maar er zijn ook projecten die
juist heel erg leunen op het overvliegen van westerse adviseurs,
consultants en ngo's om landen te vertellen wat ze moeten doen. Daar
zijn wij wat kritischer op.
De voorzitter:
Mevrouw Van Ark. Ik had tegen mevrouw Dobbe gezegd "kort en
afrondend".
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik heb een vraag aan de collega. U zegt dat JA21 vooral wil investeren
in noodhulp, maar dan mis ik een beetje de analyse van wat preventie kan
doen. Investering in lokale organisaties, bijvoorbeeld maatschappelijke
organisaties, kan soms wel een betere investering zijn dan alleen je
geld inzetten op noodhulp, want die kosten zijn soms twee keer zo hoog.
Dan is het conflict namelijk al gaande; dan heb je enorme kosten. Hoe
kijkt JA21 daarnaar?
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik vind dat een interessante kwestie. Ik denk dat dat moeilijk te
kwantificeren is. Je moet ook eigenlijk per geval kijken. Ieder land is
verschillend. Iedere cultuur is verschillend. Ieder conflict is
verschillend. Je zou dus kunnen zeggen dat als we nou meer hadden
geïnvesteerd in ontwikkelingshulp, dat conflict dan misschien niet was
gebeurd. Maar van heel veel conflicten in Afrika, bijvoorbeeld het
conflict in Sudan, vraag ik me af of meer ontwikkelingshulp die had
kunnen voorkomen. Hetzelfde geldt voor de brandhaarden van decennia
geleden, bijvoorbeeld die in Sierra Leone, waar het vooral om de
bloeddiamanten ging. Ik denk dat ontwikkelingshulp daar niet zozeer had
geholpen. Ik denk dat het wel beter had geholpen om kritischer te kijken
naar de import van diamanten uit die regio. Dit is een "enerzijds,
anderzijds"-antwoord.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik moet dit een beetje als volgt interpreteren: JA21 is op zich niet
tegen de preventie, dus tegen het investeren in lokale organisaties,
maar vindt dat je per land die afweging zou moeten maken.
De heer Hoogeveen (JA21):
Bij ons is een criterium dat het vooral handel en persoonlijke autonomie
in de landen daar moet bevorderen. Dan kijken we dus echt naar
microkredieten en het stimuleren van ondernemerschap. Wij kijken wat
kritischer naar meer culturele samenwerkingsverbanden; daar werden net
ook al door de PVV-collega een aantal voorbeelden van gegeven.
De heer Stoffer (SGP):
De heer Hoogeveen praatte snel, maar als ik dit goed heb beluisterd, had
hij het erover dat veel ontwikkelingslanden vaak primaire grondstoffen
exporteren. Volgens mij klopt dat ook wel; ik heb dat ook weleens gezien
als ik op werkbezoek ging. Hoe kijkt de heer Hoogeveen ertegen aan om
met landen te kijken of zij de keten wat kunnen opbouwen? Zij exporteren
dan dus niet alleen maar die grondstoffen, maar kunnen vooral ook hun
eigen economie op gang helpen door die keten wat te verlengen en zelf
ook op z'n minst een deel van de verwerking van die primaire
grondstoffen te doen. Ziet de heer Hoogeveen brood in zo'n soort
combinatie van hulp en handel? Dan kom je, denk ik, uiteindelijk ook op
de situatie van een gelijkwaardige samenwerking.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik hoop dat ik niet te snel sprak. Ik zag mijn timer lopen en ik dacht:
ik moet binnen de tijd blijven.
De voorzitter:
Keurig!
De heer Hoogeveen (JA21):
Excuses als ik te snel sprak. Ik ben het helemaal met de heer Stoffer
eens. Die vraag stelde ik juist aan de staatssecretaris. De EU is een
vrijhandelszone, maar is in feite ook een protectionistisch machtsblok.
We willen heel graag de primaire grondstoffen importeren om ze zelf te
kunnen verwerken en om zelf onze industrie op te zetten. Daar is wat
voor te zeggen; wij hebben een vrij efficiënte en goede industrie, maar
concurrentie zou daar niet per se slecht voor zijn. Je zou juist ook
kunnen kijken hoe je ervoor kan zorgen dat de tarieven op verwerkte
producten worden verlaagd, dat er meer markttoegang kan worden gecreëerd
voor andere landen en hoe je daar handelsafspraken mee kan maken, want
dan creëer je juist die wederzijdse belangen en krijgen
ontwikkelingslanden uiteindelijk zelf ook de kracht om economisch te
groeien en toegang te krijgen tot onze markt en daarmee ook geld te
verdienen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de bijdrage van de heer Van
Baarle namens de fractie van DENK.
De heer Van Baarle (DENK):
Dank, voorzitter. Terwijl overal ter wereld nieuwe brandhaarden
ontstaan, spreken we vandaag over de begroting Buitenlandse Handel en
Ontwikkelingshulp. Oorlogen, vervolging en honger: in Oekraïne, Sudan,
Myanmar, Palestina en vele andere plekken worden elke dag miljoenen
mensen wereldwijd keihard geraakt. Juist in zo'n wereld, waarin
menselijk lijden zich opstapelt en het internationaal recht steeds
verder wordt uitgehold, zou Nederland verantwoordelijkheid moeten nemen
in plaats van zich terug te trekken. Maar helaas gebeurt de laatste
jaren het tegendeel. De 0,7%-norm, de afspraak om voldoende van ons
inkomen uit te geven aan hulp aan andere mensen, raakt steeds verder uit
zicht en solidariteit wordt ingeruild voor beleid dat vooral het
eigenbelang dient.
Voorzitter. DENK hoopt dat de nieuwe Kamer niet kiest voor eigenbelang,
maar voor solidariteit, voor aandacht voor internationale
klimaatsolidariteit, voor kinderrechten, voor vrouwenrechten, voor het
bestrijden van de meest kwetsbare groepen en voor het bestrijden van
internationale armoede. DENK hoopt dus dat Nederland terugkeert naar wat
ooit vanzelfsprekend was, die 0,7%-afspraak en het verder beperken van
de ODA-toerekening voor opvang in Nederland, zodat we de PVV-sloopkogel
uit dit ministerie halen.
Ik wil in dit debat stilstaan bij groepen die hard geraakt worden. Neem
de Rohingya in Myanmar. Al jaren is deze minderheidsgroep slachtoffer
van etnische zuivering, geweld en vervolging. Velen wonen in
vluchtelingenkampen in erbarmelijke omstandigheden zonder perspectief op
terugkeer. Internationale organisaties waarschuwen dat terugkeer onder
de omstandigheden die er nu zijn, levensgevaarlijk is. Tegen de junta in
Myanmar is zelfs een genocidezaak aangespannen. Bij de vorige begroting
is een amendement van DENK aangenomen om extra middelen beschikbaar te
stellen voor de ondersteuning van de Rohingya. Dat amendement was nodig
en dat is het nog steeds. Daarom hebben wij dat amendement opnieuw
ingediend. Nederland moet namelijk blijven bijdragen aan humanitaire
hulp en bescherming van de kwetsbare Rohingya. Ik vraag de
staatssecretaris of zij, net zoals haar voorganger, opnieuw oordeel
Kamer kan geven aan dit amendement. Ik hoop dat de Kamer, net zoals
vorig jaar, ook weer mijn amendement kan steunen om aandacht te geven
aan deze kwetsbare groep. Op welke andere manieren, boven op dit
amendement, kan de staatssecretaris de Rohingya helpen?
Er is een andere groep die onze aandacht hard nodig heeft: de Oeigoeren
in China, die het slachtoffer zijn van etnische zuivering en
dwangarbeid. Producten die met deze dwangarbeid tot stand zijn gekomen,
komen nog steeds onze markt op. Dat is verwerpelijk. Er zijn moties over
ingediend, ook door DENK. In 2027 gaat er een antidwangarbeidverordening
in werking. Hoe gaat de staatssecretaris daarop voorsorteren? De tijd om
daarop te wachten hebben de Oeigoeren niet. Daarom heb ik ook een
amendement ingediend waarmee we geld vrijmaken voor organisaties die
zich inzetten voor de bescherming van de Oeigoeren, maar ook
documentatie van die dwangarbeid, zodat we gerichter iets daartegen
kunnen doen. Ook bij dit amendement hoop ik op een positief oordeel van
de staatssecretaris. Op welke manieren kan zij nu die producten die met
dwangarbeid tot stand zijn gekomen, weren en de Oeigoeren in China
verder ondersteunen?
Dan de situatie van de Palestijnen. De humanitaire ramp in Gaza vanwege
de Israëlische misdaden, de gepleegde genocide en de voortdurende
bezetting van de Palestijnse gebieden, vragen om daden. Ze vragen om
actie. Noodhulp is dringend nodig. Keiharde druk tegen Israël is keihard
nodig. Sancties tegen Israël zijn nodig. Een genocide stoppen vraagt
namelijk actie. Kan de staatssecretaris aangeven hoeveel middelen er in
2026 in totaal door het ministerie van Buitenlandse Zaken beschikbaar
zullen worden gesteld voor hulp aan de Palestijnen? Het is echt
onacceptabel dat deze Kamer en deze regering ervoor hebben gekozen om op
basis van een hetze die door de PVV wordt gevoerd tegen UNRWA, vol met
leugens, deze organisatie die de Palestijnen ondersteunt, kapot te
bezuinigen. DENK heeft dan ook een amendement ingediend om 1 miljard
euro vrij te maken voor de wederopbouw van Gaza en hulp aan de
Palestijnen. Ik vraag de staatssecretaris het volgende. Er was eerder,
in 2024, 20 miljoen gereserveerd voor de wederopbouw van Gaza. Die was
toen niet uitgegeven en is in 2025 op de begroting blijven staan. Klopt
het dat dit nu niet meer in de begroting staat? Wat is daarmee
gebeurd?
Tot zover, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot één vraag.
De heer Markuszower (PVV):
Misschien wel meer.
De voorzitter:
Nee, ik denk één.
De heer Markuszower (PVV):
De heer Van Baarle had het over een hetze die de PVV zou voeren tegen
UNRWA. Maar is de heer Van Baarle er niet mee bekend dat bij UNRWA
minstens twaalf medewerkers hebben deelgenomen aan de terroristische
aanslagen van 7 oktober, waarbij vrouwen zijn verkracht en vermoord,
mannen zijn onthoofd en baby's zijn verbrand, en dat tientallen andere
medewerkers van UNRWA die aanslagen hebben toegejuicht?
De heer Van Baarle (DENK):
Allereerst zou ik willen ingaan op wat ik de heer Markuszower eerder
hoorde zeggen over UNRWA en over de Palestijnen. De heer Markuszower had
het namelijk erover dat er terrorisme gepleegd werd door "de Gazanen" en
"de Palestijnen". Wat hij daarmee doet is de Palestijnen collectief
verantwoordelijk stellen, schuldig maken en daarmee demoniseren. Echt
giftig. Hij noemde UNRWA net een terroristische organisatie. Op basis
van geen enkel feit kan je zeggen dat UNRWA een terroristische
organisatie is. Dit is prietpraat vanuit de koker van Netanyahu, gedaan
door een soort extreemrechtse, zionistische club die UN Watch heet en
wordt gefinancierd vanuit Israël, terwijl UNRWA zelf al die aantijgingen
heeft ontkracht. Er was een internationaal onderzoek, het
Colonna-onderzoek, dat heeft gezegd dat UNRWA weerbarstige praktijken
heeft voor het waarborgen van de onafhankelijkheid. Zijn er
verbeterslagen te maken? Zeker. Deze hele Kamer, inclusief DENK, heeft
gezegd: voer de aanbevelingen uit het Colonna-rapport uit; het is
verstandig als dat gebeurt. Maar deze zionistische leugens, deze
pro-Netanyahu prietpraat vanuit de PVV om de Palestijnen en een
organisatie die de Palestijnen helpt, te demoniseren, alleen maar om de
agenda van Netanyahu te dienen, moeten echt hard bestreden worden.
Bij dezen, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. We gaan dit debat niet verder voeren. Ik ga u bedanken voor
uw bijdrage en ik ga de heer Stoffer uitnodigen voor zijn bijdrage
namens de fractie van de SGP. Gaat uw gang.
De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Nu het kerstreces achter ons ligt, blijft de vraag hangen
wat na deze tijd van bezinning politiek van ons gevraagd wordt. Ik zou
denken dat internationale gerechtigheid in de kern ook draait om offers
brengen. Bij offerbereidheid staat het besef voorop dat alles wat je
hebt, ontvangen is. Dat offer kleurt dan ook onze verhouding tot ons
bezit. Ons bezit is tijdelijk en staat nooit van los van inspanningen
van anderen. Dat mogen we, denk ik, wel stellen. Vrijgevigheid heeft
daarom ook altijd iets van teruggeven, in het besef van hoe bevoorrecht
je zelf bent en, in dit geval, van hoe bevoorrecht we als Nederland
zijn. Ik denk dan aan bezoeken die ik in het verleden gebracht heb aan
boerinnen in Uganda, maar ook aan gezinnen in Benin die in een
steengroeve grote keien tot fijn grind hakten. Dat deden ze omgerekend
voor misschien €3 per dag voor een heel gezin.
Voorzitter. De wijze koning Salomo wijst erop dat goed leven vraagt om
meer dan offerbereidheid alleen. Hij zegt: "Gerechtigheid en recht te
doen is bij den HEERE uitgelezener dan offer." Dat kunt u lezen in
Spreuken, als u het na zou willen lezen. Rentmeesterschap vraagt om
royaal delen, maar ook om eerlijk handelen. Handel draait om halen en
brengen. Daarom passen handel en ontwikkelingssamenwerking ook zo goed
bij elkaar. Het doet mij goed om te zien dat bedrijven en ngo's, die
elkaar in het verleden nog weleens bestreden, vandaag de dag steeds
beter samenwerken, onder meer als het gaat om water en voedsel. Die
samenwerking wordt ook internationaal gewaardeerd als de Dutch
Diamond.
Invest International wijst erop dat de Nederlandse concurrentiekracht
voor een belangrijk deel afhangt van onze bereidheid om te investeren in
ontwikkelende economieën. Daarom riep een brede coalitie van bedrijven,
kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties de Nederlandse
overheid laatst op om alle actoren uit deze Nederlandse diamant te
ondersteunen, ieder vanuit zijn eigen rol en verantwoordelijkheid.
Daarom dien ik straks — het zal morgen zijn, schat ik in — een motie in
om deze samenwerking tussen publieke en private partijen te borgen en te
faciliteren.
Voorzitter. Met de inhoudelijke koers van het kabinet-Schoof kon de SGP
op veel punten best leven, ook wat betreft ontwikkelingssamenwerking.
Maar het loslaten van de koppeling met de 0,7%-norm boven op de
miljarden bezuinigingen, was en is voor ons wel een onacceptabele
richting. Het kabinet slaat hiermee ook drie aangenomen moties van de
Eerste en Tweede Kamer in de wind. Ik zeg u maar eerlijk dat wij
daardoor nog echt twijfelen over steun aan de begroting die nu voorligt,
na alles wat er de afgelopen een à twee jaar is gepasseerd. Ik overweeg
ook om op de een of andere manier nog een motie in te dienen die
wellicht een betekenisvolle stap kan zijn om daar toch verandering in
aan te brengen.
Ik zie de heer Markuszower bij de microfoon staan.
De voorzitter:
Ik dacht: ik geef u de gelegenheid om uw bijdrage af te ronden.
De heer Stoffer (SGP):
Mag ook, voorzitter, maar ik ben nog wel een minuutje bezig.
De voorzitter:
Ik laat de heer Stoffer zijn bijdrage afronden.
De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Tussen al het geweld over Venezuela en Groenland kondigden
de VS aan zich opnieuw terug te trekken uit een reeks internationale
organisaties, waaronder het IPCC en het klimaatraamverdrag. De SGP
vraagt in het bijzonder aandacht voor het Amerikaanse vertrek uit de
VN-organisatie voor handel en ontwikkeling. Deze exit raakt niet alleen
de technische bijstand aan arme landen die willen profiteren van
wereldhandel, maar treft ook de beschikbaarheid van onafhankelijke data
en analyses over handelsstromen en invoerheffingen. Daarmee komt een
voor beleidsmakers belangrijke informatiebron onder druk te staan. Mijn
vraag aan de staatssecretaris is of zij kan aangeven welke gevolgen dit
heeft voor de kwaliteit en de rechtvaardigheid van het Europees
handelsbeleid en het Nederlandse imvo-beleid, met name in relatie tot
ontwikkelingslanden.
Voorzitter. Ik refereerde daarstraks aan de kinderen en gezinnen die in
de steengroeves in Benin werken, want kinderen worden het hardst geraakt
door de gevolgen van armoede, conflicten en honger. Het goede nieuws is
dat de kindersterfte in 25 jaar tijd wereldwijd gehalveerd is. Het
slechte nieuws is dat deze vooruitgang afvlakt door bezuinigingen op
mondiale gezondheid, waaronder moeder-en-kindzorg. Daarom is de oproep
van de SGP: geef kinderen een centrale plaats in het
ontwikkelingsbeleid. De eerste levensjaren vormen een krachtige basis
voor een gezonde ontwikkeling, die later de zorgkosten drastisch kan
verminderen. Daarom stel ik de volgende vragen. Kan de staatssecretaris
toezeggen dat kindgerichte en kindspecifieke investeringen ondanks
bezuinigingen ten minste op peil blijven? Is de staatssecretaris bereid
om in VN-verband meer aandacht te vragen voor prenatale gezondheid en
bescherming van moeder en kind, juist nu er wordt nagedacht over nieuwe
ontwikkelingsdoelen voor na 2030? Jongerenontwikkeling is niet langer
prioritair, maar kan wel dwarsdoorsnijdend een plek krijgen, zo gaf haar
voorganger aan, bijvoorbeeld bij opvang in de regio. Hoe wordt dit jaar
geïnvesteerd in beroepsonderwijs en jongerenwerkgelegenheid?
Voorzitter, het allerlaatste punt. Vandaag komt de Ranglijst
Christenvervolging van Open Doors uit. Daarin zien we: een op de vijf in
Afrika en maar liefst twee op de vijf in Azië, ook in landen waarmee
Nederland een handels- en ontwikkelingsrelatie heeft. In het Focus-kader
is een instrument opgenomen met als doel mensenrechten en fundamentele
vrijheden te bevorderen. Kan de staatssecretaris aangeven welk deel van
het budget van in totaal 60 miljoen specifiek naar de aanpak van
christenvervolging gaat, in lijn met onze unaniem aangenomen
motie?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot één vraag. Gaat uw gang, meneer
Markuszower.
De heer Markuszower (PVV):
De heer Stoffer pleit volgens mij voor een verhoging van het budget. Nu
al geeft elk gezin ongeveer €800 per jaar uit aan
ontwikkelingssamenwerking. Met het voorstel van de heer Stoffer zou dat
naar €1.100 of zo gaan. Wat is daar nou precies barmhartig aan? Wat is
er nou precies, als ik zo vrij mag zijn, zelfs christelijk aan dat de
Tweede Kamer of de regering bepaalt hoe een Nederlands gezin aan
liefdadigheid moet doen? Is het niet veel beter dat wij het aan gezinnen
die aan het eind van de maand geld overhouden, zelf laten om ervoor te
kiezen geld aan liefdadigheid uit te geven? Is het niet barmhartiger,
vraag ik aan de heer Stoffer, om gezinnen die in Nederland in armoede
leven en kinderen die in Nederland met honger naar bed gaan, te helpen,
bijvoorbeeld door de boodschappen goedkoper te maken, zodat mensen hier
makkelijker kunnen leven? Wat is er zo barmhartig aan om Nederlanders te
dwingen geld te geven aan landen hier heel ver vandaan, terwijl we hier
in Nederland zo onze eigen problemen hebben?
De heer Stoffer (SGP):
Twee dingen. In Nederland heeft bepaald niet iedereen het heel goed. Dat
we hier barmhartigheid moeten tonen en met elkaar moeten delen, is, denk
ik, heel belangrijk. Daarover voeren we met elkaar een ander debat,
bijvoorbeeld bij SZW. Op wereldniveau gezien heeft Nederland het gewoon
heel goed. Nederland is een van de welvarendste landen. Dat wij een deel
van ons geld elders investeren … Ja, het is een christenplicht — lees de
Bijbel er maar op na — dat je ook zorgt voor mensen om je heen die het
minder hebben. Gaat dat inhoudelijk allemaal goed? Bepaald niet. Daar
heb ik veel kritiek op. Dat mag ook andere richtingen op. Ik vond dat
dit kabinet, waar nog maar een heel klein deeltje van over is en waar u
en uw collega Klever ook in zaten, daar best in de goede richting op
inzette. En ja, dan zeggen wij: houd dat percentage van 0,7% of doe op
z'n minst, nu we in een andere situatie zitten, je best om daar weer
naartoe te bewegen. Daar zoek ik naar. Ik denk dat dat echt onze
christenplicht is, dat we met elkaar hebben te delen en dat je met
elkaar het goede moet zoeken voor elkaar. En dan is er nog één,
voorzitter. Terug bij de PVV.
De voorzitter:
We waren bij twee, maar nu zijn het er drie.
De heer Stoffer (SGP):
Ja, soms krijg je toch nog een soort brainwave.
De voorzitter:
Een soort openbaring.
De heer Stoffer (SGP):
Terug bij de PVV. Stel dat je zegt: laat niet te veel mensen naar
Nederland komen. Daarover zijn we het niet eens met elkaar oneens. Dan
zullen we er toch voor moeten zorgen dat de omstandigheden van mensen
elders redelijk goed zijn? Ik kan me niet voorstellen dat de heer
Markuszower en ik het daar niet over eens zijn. Ik snap namelijk heel
goed dat je naar een gebied gaat waar het economisch beter is als je het
in een bepaald land heel belabberd hebt. Als ik in die omstandigheden
zou verkeren, zou ik namelijk hetzelfde doen. Dat heeft wat opgewekt,
hoor ik!
De voorzitter:
U kunt ook bevestigend "ja" knikken, meneer Markuszower. Zeer
gewaardeerde collega's, ik zit echt naar de klok te kijken. We hebben
hierna nog een aantal debatten en het loopt uit. Ik heb het idee dat we
soms met iets andere woorden dezelfde vragen aan het stellen zijn. U
kunt de collega een compliment geven voor het laatste wat gezegd is, en
dan ga ik door naar de heer Ceder, die één vraag mag stellen.
De heer Markuszower (PVV):
Wat heeft u rare rollen, voorzitter: én mijn coach, én de voorzitter
...
De voorzitter:
Ik ben van alle markten thuis, meneer Markuszower.
De heer Markuszower (PVV):
En in beide doet u dat geweldig goed, voorzitter. Ik zal heel kort zijn.
Ik heb net al iets gezegd hierover in mijn interruptie van de heer Van
der Burg, namelijk dat er allerlei onderzoeken zijn die zeggen dat er
eigenlijk een negatieve correlatie is tussen het geven van
ontwikkelingshulpgeld en migratie: dat leidt tot meer migratie. Ik ben
zo vrij geweest om de heer Van der Burg een e-mail te sturen, met behulp
van ChatGPT, met een verwijzing naar al die onderzoeken. Ik wil u vragen
om met de heer Van der Burg samen naar die onderzoeken te kijken en
...
De voorzitter:
Ik heb het idee dat u de heer Stoffer uitnodigt voor een leesclub. We
kunnen dat dan misschien kort houden, meneer Markuszower.
De heer Markuszower (PVV):
Het is dus precies het tegenovergestelde, echt verschillende onderzoeken
die precies het tegenovergestelde zeggen: als wij geld geven aan die
landen, aan Afrika, dan leidt dat tot meer migratie naar Europa.
De heer Stoffer (SGP):
Op mijn bucketlist staat nog altijd dat ik een kop koffie met de heer
Van der Burg wil drinken, dus als we dat kunnen doen ... Ik wil hem wel
betalen.
De voorzitter:
Kijk, deze dag levert zo veel op ... Nog één vraag van de heer Ceder. Ga
uw gang.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Vorig jaar waren deze plannen al bekend. Toen waren er ook zorgen van de
SGP. Ik heb net ook D66 geïnterrumpeerd, en meerdere partijen. Een van
de punten was natuurlijk de bni-koppeling. Het was toen de PVV-minister
die met deze plannen kwam. Inmiddels zijn die niet echt aangepast. En de
grote klap viel niet vorig jaar, maar dit jaar. Ik heb van de heer
Stoffer een aantal keer, ook deze keer weer, gehoord dat de
bni-koppeling hem zwaar valt. Volgens mij, als ik zo D66 hoor, gaat de
begroting een meerderheid halen. Daarmee worden de plannen die de
voormalig PVV-minister heeft gepresenteerd en waar we toen kritisch op
waren, gewoon uitgevoerd.
De voorzitter:
En uw vraag, meneer Ceder?
De heer Ceder (ChristenUnie):
Mijn vraag is: hoe hard wil de heer Stoffer het spelen ten aanzien van
die bni-koppeling? Want de steun van de SGP aan ook deze begroting zal
die mogelijk maken. De gevolgen daarvan hebben we vorig jaar al met
elkaar uitgewisseld. Ik ben gewoon benieuwd hoe zwaar dat voor u weegt.
Wij hebben een amendement. Ik ben bereid om met elkaar te bekijken of we
elkaar kunnen vinden, zodat we dit de goede kant op kunnen sturen.
De heer Stoffer (SGP):
Ik heb het amendement van de heer Ceder gezien. Ik wil nog even met mijn
fractie in overleg over de dekking, maar ik sta in beginsel positief
voorgesorteerd voor dat amendement. Voor de rest heb ik mijn
overwegingen al aangegeven, namelijk dat ik er echt heel veel moeite mee
heb. Hadden we in het reguliere proces gezeten van een kabinet dat er
nog full demissionair had gezeten, terwijl het nu op de laatste tanden
loopt, dan schat ik in dat wij die begroting, als er niks was gebeurd,
sowieso niet zouden steunen. Nu is het natuurlijk wel zoeken in dit
tijdsgewricht: waar gaan wij dadelijk heen? Dus ik zoek naar
perspectief. Dat je denkt: als er dadelijk een nieuw kabinet zit, gaan
we dan wel stappen zetten, en wachten we dan niet totdat er een volgende
begroting komt ergens eind dit jaar? Er moet tussentijds wel wat
gebeuren wat mij betreft. Het kan natuurlijk zijn dat een nieuw akkoord
van de partijen die nu onderhandelen ons inhaalt, dus dat daar wat van
ligt voordat we gaan stemmen. Tja, dan moet je dat denk ik ook meewegen.
Maar vooralsnog, als alles nu zo blijft, hoop ik eigenlijk dat het zover
kan komen dat ik het amendement van de heer Ceder kan steunen. En dan
zou ik zeggen: als wij zover zijn, laat de rest van de Kamer dat dan
alsjeblieft ook doen; laten we ervoor zorgen dat we dan op die manier
een stap gaan zetten.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan wij nu, kijkend of iedereen scherp blijft,
luisteren naar de heer Dassen namens de fractie van Volt.
De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter. Dank ook aan de collega's mevrouw Teunissen, mevrouw
Dobbe en de heer Ceder dat ik eerst mag spreken omdat ik zo naar de
informateur moet.
Ik wil beginnen met mevrouw Van Ark nog van harte te feliciteren met
haar maidenspeech, een erg mooie. Heel veel succes hier in de
Kamer.
Voorzitter. We voeren dit debat tegen een achtergrond waarin de
wereldorde fundamenteel aan het kantelen is. 80 jaar internationale
rechtsorde wordt door de grondlegger, de Verenigde Staten, in rap tempo
kapotgemaakt. Zo zijn de Verenigde Staten, zoals meerdere collega's al
aangaven, deze maand nog uit 66 internationale verdragen gestapt,
waaronder handelsverdragen. Ook zien we op dit moment dat er wereldwijd
steeds meer flinke schendingen van het internationaal recht zijn. Dit
laat zien hoe makkelijk het is om iets af te breken, maar ook hoe
moeilijk het zal zijn om het vervolgens weer op te bouwen.
Voorzitter. Juist in die context is het schrijnend dat dit kabinet de
afgelopen jaren fors heeft bezuinigd op ontwikkelingssamenwerking.
Langjarige partnerschappen zijn stopgezet, hulpprojecten zijn
teruggeschroefd en de financiering is onzeker gemaakt. Wat op papier een
bezuiniging lijkt, is in de praktijk een verzwakking van onze
internationale positie. Daarom vraag ik aan de staatssecretaris hoe zij
nu kijkt naar de afgelopen weken en maanden, waarin we zagen dat Trump
de wereldorde aan het afbreken is. Hoe plaatst zij de bezuinigingen van
dit kabinet daarbij? Moeten wij niet, juist nu we zien dat de Verenigde
Staten die terugtrekkende beweging maken, als Europa een stap naar voren
doen? Moeten we niet juist gaan toewerken naar die 0,7% bni?
Dat Trump de wereldorde aan het afbreken is, biedt ook mogelijkheden,
zoals voor een gezamenlijke Europese ontwikkelingssamenwerking die
kosteneffectief, voorspelbaar en beter afgestemd is op wat partnerlanden
nodig hebben. Ziet de staatssecretaris daarnaast ook kansen voor de
Europese positie op het wereldtoneel door het achtergelaten Amerikaanse
vacuüm in te nemen en de diplomatieke macht van Europa daarmee te
versterken, juist omdat we ook zien dat China en andere landen dat nu
vaak proberen in te vullen? Is de staatssecretaris bereid zich actief in
te zetten voor verdere Europese coördinatie en gezamenlijke uitvoering
van ontwikkelingssamenwerking, zodat we versnippering tegengaan,
middelen effectiever inzetten en Europa als geheel een sterkere, meer
samenhangende rol laten spelen?
Voorzitter. Het werd door enkele collega's ook al genoemd: wie in
kinderen investeert, investeert in de toekomst van een land. Ongeveer
46% van de bevolking van ontwikkelingslanden is kind, maar er gaat
slechts een klein deel van de ontwikkelingssamenwerking naar hen. Dat
zien we in de onderwijsbudgetten. Door mondiale bezuinigingen dreigt het
onderwijsbudget flink naar beneden te gaan. Zoals de heer Bamenga ook al
aangaf, zullen 6 miljoen kinderen daardoor niet meer naar school kunnen.
Dat is niet alleen onacceptabel maar ook economisch onverstandig, want
elke euro die wordt geïnvesteerd in een kind, levert gemiddeld €10 op.
Erkent de staatssecretaris de noodzaak van kindgerichte investeringen,
juist in die gebieden waarin het hard nodig is? Ziet de staatssecretaris
mogelijkheden om de belangen van kinderen structureel te verankeren in
de verschillende beleidsprioriteiten, dus niet als een apart onderdeel
maar als onderdeel van al die beleidsprioriteiten?
Voorzitter. Juist in tijden van grote verandering is het belangrijk om
vast te houden aan onze eigen principes en waarden. Europa heeft een
nieuw verhaal nodig en een eigen koers. Nederland en Europa zijn juist
sterk wanneer we normen stellen, wanneer we het Brusselse effect
gebruiken om standaarden op het gebied van milieu, duurzaamheid een
mensenrechten te verbeteren. Deze ambitie begint steeds meer te vervagen
en krijgt zelfs geen prominente positie meer in de positieve agenda's.
Het is cruciaal om in te blijven zetten op klimaat, niet alleen omdat
dit aansluit op wat wij belangrijk vinden in Europa, maar ook omdat het
ons toekomstige verdienvermogen zal versterken. Deze begroting toont die
ambitie niet. Sterker nog, we spreken over nieuwe handelspartnerschappen
in Afrika en Latijns Amerika, maar we investeren te weinig in hun
klimaatweerbaarheid. Klimaat is geen bijzaak van buitenlands beleid, het
moet centraal staan in onze handelsstrategie. Is de staatssecretaris het
met me eens dat het uitstellen van de Ontbossingsverordening op Europees
niveau voor onherroepelijke milieuschade in Latijns-Amerika zal zorgen
en dat we daarom gelden voor ontbossing naar voren moeten halen om dat
uitstel te dekken? Mijn fractie heeft hier een amendement over
ingediend. Ik hoor graag van de staatssecretaris hoe zij daarnaar kijkt.
Is zij ook bereid toe te werken naar een nieuw Europees handelsmodel
waarin niet concurrentie op de laagste standaarden centraal staat, maar
waarin we kiezen voor gelijkwaardige partnerschappen?
Voorzitter. Overal in Europa zien we dat er bezuinigd wordt op
ontwikkelingssamenwerking. Maar terwijl deze ondoordachte bezuinigingen
plaatsvinden, zien we dat een klein groepje Amerikaanse multinationals
of techoligarchen rijker en rijker wordt. Dat kunnen we niet accepteren.
Amerikaanse multinationals kunnen zomaar uitgezonderd worden van
rechtvaardige bijdragen. Hun waarde wordt op onze markten gecreëerd,
maar de winsten vloeien terug naar de Verenigde Staten. Kan de
staatssecretaris uitleggen waarom Nederland bereid is om te bezuinigen
op ontwikkelingssamenwerking, maar geen rode lijn trekt richting grote
Amerikaanse multinationals? Wat gaan Nederland en Europa doen om de 109
miljard aan handelstekort terug te brengen als het gaat om die digitale
economie? Ziet de staatssecretaris ook dat een Europees gecoördineerde
digitaledienstenbelasting de balans weer kan terugbrengen? Is zij bereid
zich actief in te zetten voor een Europese digitaledienstenbelasting,
samen met andere landen?
Voorzitter, tot slot. We bewegen steeds meer naar een wereldorde waarin
het recht van de sterkste geldt. In deze tijd, waarin harde macht vaak
zwaarder lijkt te wegen dan zachte macht, is het voor Europa en
Nederland van cruciaal belang dat we de waardegemeenschap zijn die we
zeggen te willen zijn en dat we die ook daadwerkelijk uitdragen.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw bijdrage. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw
Teunissen, die spreekt namens de Partij voor de Dieren. Gaat uw
gang.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. Midden in de puinhopen die dit kabinet heeft
veroorzaakt met de grootste bezuiniging op ontwikkelingssamenwerking
ooit, die ook neerslaat in deze begroting, is het goed het belang van
ontwikkelingssamenwerking nog eens te benadrukken. Daar zal de Partij
voor de Dieren vandaag dan ook mee beginnen. Ontwikkelingssamenwerking
is in het belang van dieren, mensen en de planeet. Het vermindert
armoede en ongelijkheid door investeringen in onderwijs, gezondheidszorg
en voedselzekerheid. Het bevordert stabiliteit in de wereld en voorkomt
conflicten. Ook worden met ontwikkelingssamenwerking de grondoorzaken
waardoor mensen moeten vluchten weggenomen en ondersteunt ze de
bescherming van mensenrechten en gendergelijkheid. Bovendien is
internationale ontwikkelingssamenwerking cruciaal voor het aanpakken van
de klimaat- en biodiversiteitscrisis en het voorkomen van nieuwe
pandemieën. Daarom wil Partij voor de Dieren altijd al dat 1% van ons
bruto nationaal inkomen naar ontwikkelingssamenwerking gaat. Dat is in
deze tijden van conflict en klimaatcrisis nog belangrijker
geworden.
Het kabinet benadrukt steeds dat ontwikkelingssamenwerking en handel in
het Nederlandse economische belang moeten plaatsvinden. Dit is een zeer
kortetermijngedachte, een zeer nauwe gedachte. Want in een tijd van
escalerende klimaatcrises, een toenemend aantal gewapende conflicten en
een toenemend aantal mensen, waaronder veel vrouwen en kinderen, dat
afhankelijk is van noodhulp, kun je niet sec aan je eigen economische
belangen denken en je de hele tijd daarop blindstaren, terwijl de wereld
om je heen afbreekt. Daarom moet een fundamenteel onderdeel van het
beleid zijn dat we de overconsumptie van het rijke Westen aanpakken en
de voetafdruk van de rijke landen inperken. Nederland en Europa moeten
nadenken over hoe hun beleid in andere landen uitpakt en wat dat
betekent voor mens, dier en natuur.
Zo is het Mercosur-verdrag desastreus voor de Amazone, waarvan al enorm
veel vernietigd is, onder andere door Nederlandse vleesbedrijven.
Europese landbouwsubsidies verstoren lokale economieën elders nog meer.
Ook importeren we producten die slecht zijn voor het milieu of waarbij
tijdens de productie mensen- of dierenrechten worden geschonden. Een
krachtig beleid moet ervoor zorgen dat arme landen niet langer de dupe
zijn van de schade die rijke landen, waaronder ook Nederland, elders
veroorzaken.
Het huidige ontwikkelingsbeleid is helaas niet dat krachtige beleid. Het
is een "Trump light"-beleid: het maatschappelijk middenveld uitkleden en
een historische bezuiniging op ontwikkelingssamenwerking. Vooral de
jongeren zijn de dupe. Dit gaat namelijk over hun toekomst. Het is
kortetermijnpolitiek en populisme; het is de problemen heel veel erger
maken door ze voor je uit te schuiven. Deze tijd schreeuwt om meer
conflictpreventie, vrede en diplomatie. Hoe verantwoordt het kabinet de
bezuinigingen op deze begroting, als de wereldwijde realiteit om ons
heen toch is dat spanningen toenemen, klimaatrampen toenemen en de
voedselonzekerheid toeneemt? Is de staatssecretaris op z'n minst bereid
om de koppeling van het ODA-budget met het bni volledig te herstellen?
Graag een reactie.
Voorzitter. Dan de klimaatfinanciering. Internationale
klimaatrechtvaardigheid vereist dat rijke, historisch vervuilende
landen, zoals Nederland, aan klimaatfinanciering doen voor landen die de
dupe zijn van klimaatverandering. Het kabinet-Schoof besloot tot een
bezuiniging van 1 miljard; dat is de helft. Door creatief boekhouden
zegt het kabinet nu dat het genoeg bijdraagt aan klimaatfinanciering,
maar er wordt fors bezuinigd op projecten met klimaat als hoofddoel.
Steeds meer programma's voor bijvoorbeeld voedselzekerheid en water
worden meegeteld. Daarmee wordt financiering voor het klimaat wel heel
ruim geïnterpreteerd. Is de staatssecretaris bereid expliciete
kwaliteits- en impactcriteria te ontwikkelen voor klimaatfinanciering
met klimaat als hoofddoel, inclusief transparante monitoring en
bijsturing wanneer de klimaatimpact onvoldoende blijkt? Tijdens de
klimaattop is beloofd om tegen 2035 de adaptatiefinanciering te
verdrievoudigen. Hoe anticipeert de staatssecretaris hierop en is zij
bereid om een opbouwpad voor een eerlijke Nederlandse bijdrage te
ontwikkelen?
De Kamer heeft een motie van de Partij voor de Dieren aangenomen die de
regering vraagt te pleiten voor de randvoorwaarde bij
klimaatfinanciering dat niet de schuldenlast van andere landen wordt
vergroot. Volgens het Climate Finance Shadow Report verloopt de huidige
klimaatfinanciering voor een steeds groter deel via leningen. Kan de
staatssecretaris toezeggen dat Nederland als randvoorwaarde voor
klimaatfinanciering stelt dat de schuldenlast van landen niet wordt
verhoogd?
Dan de voedselzekerheid. Door uitblijvende klimaatactie neemt de
voedselonzekerheid toe. Dat zien we ook in Nederland, doordat de koffie
en de chocola duurder worden, maar andere landen worden natuurlijk veel
harder geraakt door klimaatverandering. Zoals altijd proberen bedrijven
uit winstbejag daarvan te profiteren. Mijn fractie mist concreet beleid
op een aantal punten, waaronder de schade die door ons aan het
voedselsysteem wordt veroorzaakt. Is de staatssecretaris bereid om
nationale maatregelen te nemen tegen de afzet van overtollige, met
EU-subsidies geproduceerde voedselproducten, zoals kippenvlees, zuivel
en uien op Afrikaanse markten? Kan zij dit soort ondermijning van lokale
voedselproducenten in de WTO en de EU aan de kaak stellen? Kan de
staatssecretaris op VN-niveau pleiten voor wettelijke waarborgen die het
zich onrechtmatig toe-eigenen van inheemse zaden door bedrijven
tegengaan? Is er ruimte in de begroting om andere landen te helpen bij
het ontwikkelen van alternatieve beleidskaders voor zaaizaad voor boeren
die registratie, certificering en legalisatie mogelijk maken?
Tot slot. Plantaardig eten is zeer goed voor de voedselzekerheid, omdat
het efficiënter is wat betreft het gebruik van land en water. Het
veroorzaakt minder uitstoot van broeikasgassen en draagt zo bij aan een
betere wereldwijde voedselverdeling Welke ruimte ziet de
staatssecretaris in het voedselzekerheidsbeleid voor het stimuleren van
de eiwittransitie?
Voorzitter, ik heb nog één punt, over Gaza. Ik besef dat ik over de tijd
heen ga, maar dat is dan aan onze fractie. Er vallen elke dag nog
Israëlische bommen op Gaza. Inwoners vrezen voor verheviging van het
geweld. In haar brief over noodhulp schrijft de staatssecretaris dat er
gedegen gronden moeten zijn waarop een organisatie wordt beschuldigd van
terrorisme. We hebben gezien dat UNRWA is vrijgesteld van enige
verdachtmaking. Nederland heeft eerder de steun aan UNRWA ingetrokken.
Is het kabinet bereid om de broodnodige noodhulp aan deze organisatie te
hervatten?
Dank u wel.
De voorzitter:
Eén vraag, meneer Markuszower.
De heer Markuszower (PVV):
Heel kort. Ik citeer: "Er vallen elke dag nog bommen op Gaza."
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dat klopt.
De heer Markuszower (PVV):
Wanneer is de laatste bom van het Israëlische leger op Gaza gevallen en
op welk doel was dat dan?
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Uit de NRC blijkt vandaag dat er gisteren nog bommen gevallen zijn.
De voorzitter:
Nee, dit gaan we niet doen, meneer Markuszower. U heeft antwoord
gekregen van mevrouw Teunissen. Ik ga u bedanken voor uw bijdrage. Ik ga
de heer Ceder, die net al stond, uitnodigen voor zijn bijdrage namens de
fractie van de ChristenUnie. Ga uw gang.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. We spreken in gure tijden over de Buitenlandse
Handel en Ontwikkelingshulpbegroting. De internationale rechtsorde
wankelt nu een van de architecten en de politieagent ervan er afstand
van heeft genomen, nooit eerder zo veel als nu. Als het recht van de
sterkste geldt, delven de meest kwetsbaren het onderspit. Juist dan is
het van belang dat Nederland verantwoordelijkheid neemt. Dat moet het
doen met beleid dat én verstandig én barmhartig is, diplomatieke
relaties versterkt en investeert in ontwikkelingssamenwerking, wetende
dat dat ook in het belang van Nederland is. De internationale
concurrentiepositie moet versterkt worden om geen geopolitieke speelbal
te worden en niet in een race to the bottom te belanden. Daarom is het
zo bizar dat we OS aan de ene kant terugtrekken en daarmee onze eigen
invloedssfeer tenietdoen, maar wel instemmen met Mercosur, waarmee
sectoren in Nederland er weinig op vooruitgaan. Het lijkt alsof het
beleid niet integraal is.
Ik ga nog even verder. Diplomatieke posten worden in spannende
geopolitieke tijden gesloten. Er is steun voor het verder verschralen
van een wet die moderne slavernij in productieketens tegengaat. Er zijn
flinke bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking. Meerdere aangenomen
moties die verzoeken om de koppeling tussen het budget voor
ontwikkelingssamenwerking en 0,7% van het bni te herstellen, worden
genegeerd door het kabinet. Vorig jaar was het een groot probleem, nu
lijkt de minister makkelijk op een meerderheid af te koersen. De
koppeling met het bni betekent dat we meer geld uittrekken voor de meest
kwetsbaren als de Nederlandse economie groeit. Dat is een afspraak die
we al decennia maken. Ik geloof dat die vrijgevigheid Nederland ook veel
opgeleverd heeft, maar het kabinet voerde deze moties niet uit.
Voorzitter. De ChristenUnie stemde vorig jaar dan ook tegen de
begroting. Dat doen we niet vaak. Ook stemden sommige partijen voor,
maar gaven ze afgelopen jaar al een winstwaarschuwing voor het geval
deze koppeling niet zou worden hersteld. We zien nog niet voor ons hoe
we deze begroting nu wél zouden kunnen steunen. Nog steeds zijn er
stevige bezuinigingen en nog steeds is er geen volledig herstel van de
koppeling. Ik zal het even hard zeggen: dit zijn nog steeds de
beleidsplannen van minister Klever van de PVV. Wat vorig jaar de koers
was, is die nu nog steeds, ongeacht de nieuwe samenstelling van de
Kamer. Dit kabinet nam en neemt het te nauwe eigenbelang als
uitgangspunt voor zijn beleid. De allerarmsten en uiteindelijk ook de
eigenbelangen lijden daaronder, terwijl volop ruimte voor eerlijke
handel en investeringen van Nederlandse bedrijven, en een grote rol voor
de kunde en expertise van maatschappelijke organisaties ook samen kunnen
gaan, zoals Nederland in het verleden heeft bewezen. Het is niet alleen
vanuit humanitair perspectief verkeerd, we voeren ook geopolitiek gezien
dom beleid.
In dit kader vraag ik de staatssecretaris bijvoorbeeld om een reflectie
op de voortgang van de Afrikastrategie. Is er niet meer urgentie op deze
strategie nodig, zeker wat betreft economische betrekkingen en
concretisering van de actiepunten? Is de staatssecretaris bereid om per
brief met een update te komen over de voortgang van deze strategie en
daar waar het kan concreter te worden?
Dan heb ik een aantal specifieke vragen. Hoe borgt de staatssecretaris
dat maatschappelijke organisaties een rol hebben in het hele BHO-beleid,
met de bijbehorende ruimte en middelen, en dat er niet alleen wordt
gefocust op het beleidskader? Ik heb ook vragen over imvo. Vorig jaar
diende ik met oud-collega Hirsch een motie in die verzocht om een plan
om meer bedrijven de OESO-richtlijnen te laten onderschrijven. Wanneer
kan ik dat plan van dit kabinet verwachten? Hoe borgt de
staatssecretaris dat ons OS-beleid ook specifiek ten goede komt aan
kinderen? Heeft de staatssecretaris inzicht in hoeveel van onze
investeringen kindgericht zijn? Graag hoor ik ook een update over de
uitvoering van de motie-Ceder/Bamenga, over het aantoonbaar garanderen
van toegang voor mensen met een beperking tot interventies op het gebied
van voedsel, water en gezondheid.
Tot slot. Vandaag komt de jaarlijkse Ranglijst Christenvervolging van
Open Doors uit. We zien dat het aantal vervolgde christenen wereldwijd
toeneemt en inmiddels staat op 388 miljoen, een niet te bevatten aantal.
Meer dan eens zijn ze slachtoffer van geweld en bloedvergieten in landen
waar straffeloosheid heerst en rechtssystemen niet functioneren. Ik hoor
graag van de staatssecretaris hoe zij naar die nieuwe ranglijst kijkt,
wat dat betekent voor haar beleid en hoe zij met haar beleid van hulp en
handel ervoor zorgt dat het voor christenen en andere minderheden in al
die landen waar Nederland actief is, veilig wordt. Graag een
reflectie.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft nog aanleiding tot één vraag van mevrouw
Kröger.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Wij delen de lijn dat die koppeling moet worden hersteld. Wij dienen
daarop ook een amendement in. Hoe de begroting er nu uitziet, met die
gruwelijke bezuiniging erop, is onacceptabel. Ik vroeg mij alleen iets
af. De ChristenUnie kiest in haar amendement voor een dekking waarvan ik
mij afvraag hoe de ChristenUnie denkt daar een Kamermeerderheid voor te
vinden.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Wij kiezen voor het eigen risico. Voor zover ik weet zijn er meer
partijen die vinden dat je dat moet hervormen. Dat zou kunnen passen
binnen de kaders en budgetten. Ik weet dat het CDA dat richting de
verkiezingen als plan heeft uitgedragen, en D66 en de VVD volgens mij
ook. Kortom, volgens mij is het in lijn met de motie-Huizinga uit de
Eerste Kamer, van Eerste Kamerlid Huizinga van de ChristenUnie, en is
het, gehoord de genoemde partijen, mogelijk om in de Kamer zaken te
doen. Dan kijk ik natuurlijk ook mevrouw Kröger aan. De dekking is
misschien voor de ene partij wat makkelijker dan voor de andere, maar ik
ben wel op zoek naar die Kamermeerderheid.
Ik hoorde de heer Stoffer net zeggen dat hij daar ook goed naar ging
kijken, dus ik zie daar wel muziek in. Ook omdat dit — ik zal het even
scherp stellen — een continuering is van het beleid van PVV-minister
Klever, zoals ik net zei. Als ik de mildheid hoor van D66 en ook van
andere partijen, alsof dit een andere lijn zou zijn, dan denk ik dat het
gewoon echt niet kan dat deze koppeling net zoals vorig jaar niet wordt
hersteld. Wij doen een poging tot dat herstel. Als wij samen tot een
betere dekking, een andere dekking kunnen komen die misschien breder
gedragen wordt, dan kijk ik daar graag naar. Wat ons betreft wordt het
wel structureel hersteld. Ik weet dat u ook een amendement heeft, maar
die dekking is incidenteel. Daarmee herstellen we het voor dit jaar. Ik
zal voor stemmen. De structurele koppeling is, volgens mij, echter het
uitgangspunt van de Tweede Kamer vorig jaar en de huidige Eerste
Kamer.
De voorzitter:
Heel kort, mevrouw Kröger.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik deel de analyse dat wat dit dubbeldemissionaire kabinet zit te doen
gewoon het voortzetten van het PVV-beleid is. Dus nogmaals: het
herstellen van de koppeling is belangrijk, maar om dat nou te
financieren ten koste van zieke mensen in Nederland is, wat ons betreft,
vanuit solidariteit geen begaanbaar pad. Ik denk dus dat het
belangrijker is om te zoeken naar een dekking die op steun van een
bredere Kamermeerderheid kan rekenen.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Nogmaals, het hervormen van de zorg is niet iets waar heel veel
discussie bij een groot deel van de Kamer over bestaat. Er zijn meerdere
partijen — ik heb er net een aantal genoemd — waar dit een deugdelijke
dekking voor is. Ik begrijp dat dat voor mevrouw Kröger wat moeilijker
is. Ook uw zetels hebben wij nodig, zal ik erbij zeggen. Dus als wij tot
een vergelijk kunnen komen — gelukkig hebben we nog een paar weken — dan
hoop ik graag dat we met z'n allen kunnen zitten, vanuit het
uitgangspunt dat die bni-koppeling hersteld moet worden. Ik wil dat. U
wilt dat. Vorig jaar wilden D66, CDA en SGP dat ook. Volgens mij komen
we dus een flink eind. Als het om de dekking gaat ben ik bereid, zeg ik
er nu ook bij, om te kijken naar een dekking die we met z'n allen kunnen
dragen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan nodig ik tot slot mevrouw Dobbe uit, die namens de
fractie van de SP gaat spreken in deze eerste termijn. Ga uw gang.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter. Het laatste rapport van Oxfam laat zien dat het
vermogen van miljardairs in de EU in de eerste helft van het vorige jaar
met 400 miljard euro is gestegen. De rijken worden rijker, terwijl
miljoenen mensen elke dag worstelen om te kunnen overleven. Mensen die
denken dat ongelijkheid ons niet raakt, hebben het mis. Kijk naar vrede.
Een wereld in oorlog raakt ons ook. Het IMF berekende dat met elke
dollar die wordt geïnvesteerd in kwetsbare landen tot 103 dollar aan
toekomstige conflictkosten voorkomen kan worden, en dus ook al het
humanitaire leed dat daarmee gepaard gaat.
Met ontwikkelingssamenwerking investeren we in vrede en in stabiliteit.
Maar wat doet dit kabinet in een tijd van oorlog, na een pandemie en
terwijl de VS USAID hebben opgedoekt met grote gevolgen? In deze tijd
startte dit kabinet een aanval op ontwikkelingssamenwerking met
draconische bezuinigingen. Ontwikkelingshulp moet van dit kabinet meer
gebonden worden, terwijl dat minder effectief en duurder is. Ook op
humanitaire hulp wordt enorm bezuinigd. De SP heeft voorstellen om dit
terug te draaien. Ik hoop op steun in deze Kamer. Wat de SP betreft
wordt ook de bni-koppeling volledig hersteld. Dat doen we niet ten koste
van het eigen risico, zal ik hier direct even zeggen. Graag een
reactie.
Dan vrouwenrechten. Die staan wereldwijd onder grote druk door een
groeiende antirechtenbeweging en bezuinigingen. En wat doet dit kabinet
weer? Die schrapt de post vrouwenrechten uit de begroting. Wij stellen
met een amendement voor om dit terug te draaien. De moedige vrouwen die
overal ter wereld, bijvoorbeeld in Iran, met gevaar voor eigen leven de
straat op gaan voor hun rechten, verdienen zij onze steun. Ik vraag ook
heel specifiek aan de staatssecretaris: hoe kunnen we hen meer steunen
dan we nu doen? Wij zullen hier zelf ook een voorstel voor doen.
Dan het uitvoeren van moties. Daar is eerder al over gesproken. Het
kabinet besloot vorig jaar om beleidsbeïnvloeding uit het subsidiekader
te schrappen. Naar aanleiding van onze motie wordt lobby op
internationaal niveau in ieder geval niet meer uitgesloten. Dat is mooi.
Maar wat niet mooi is, en zelfs heel lelijk is, is dat deze
staatssecretaris nationale beleidsbeïnvloeding wel blijft uitsluiten,
terwijl er meerdere moties zijn aangenomen door deze Kamer om dit wel te
doen. De laatste dateert van 10 december vorig jaar. Gaat de
staatssecretaris de wens van de Kamer uitvoeren om dat te doen? Moties
moeten immers gewoon worden uitgevoerd.
Hetzelfde geldt voor onze aangenomen motie over het waarborgen van de
financiering voor mondiale gezondheidsinitiatieven. De regering zou dat
regelen. Nu zien we dat onder andere Gavi met 75% wordt gekort. Dat noem
ik niet "regelen". Dat betekent dat het wereldwijde vaccinatieprogramma,
dat levens redt en ook zeker in ons eigenbelang is, een enorme klap
krijgt. Erkent de staatssecretaris dat? Wil ze er in ieder geval voor
zorgen dat er niet wordt gekort op de Nederlandse financiering?
Tot slot. Hier is het ook al over gegaan. De regering erkent dat UNRWA
onmisbaar is voor hulp aan Palestijnen. Er wordt ingezet op
diversificatie, maar andere internationale organisaties worden door
Israël geblokkeerd. De enige menselijke conclusie is dat de financiering
van UNRWA nu niet kan worden afgebouwd. Is de staatssecretaris het
daarmee eens? En wanneer worden de medische evacuaties van Palestijnse
kinderen die dat nodig hebben weer opgestart? Zij kunnen namelijk niet
wachten.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank voor uw bijdrage. Hiermee zijn we aan het einde gekomen van de
eerste termijn van de Kamer. Morgen continueren wij dit debat.
De algemene beraadslaging wordt geschorst.
De voorzitter:
Voordat ik voor enkele minuten schors, dank ik de collega's voor hun
aanwezigheid en hun bijdragen. Ook dank ik de staatssecretaris voor haar
aanwezigheid. Ik schors voor enkele ogenblikken. Daarna volgt het
tweeminutendebat begrotingsproces. Ik schors voor enkele
ogenblikken.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.