[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (36800-XVII) 1e TK (ongecorrigeerd)

Stenogram

Nummer: 2026D01287, datum: 2026-01-14, bijgewerkt: 2026-01-15 09:36, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp 2026

Begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp 2026

Aan de orde is de behandeling van:

  • het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (XVII) voor het jaar 2026 (36800-XVII).

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp.

U kent mij als een zeer soepele voorzitter, dus ik zal ook soepel omgaan met het aantal interrupties, maar de soepelheid neemt af bij de lengte van de interrupties. Ik geef u die winstwaarschuwing alvast mee. Dat gezegd hebbende, heet ik wederom de staatssecretaris welkom in vak K.

De algemene beraadslaging wordt geopend.

De voorzitter:
Wij gaan luisteren naar de heer Bamenga, die spreekt namens de fractie van D66. Ga uw gang.

De heer Bamenga (D66):
Dank u wel, voorzitter. In een wereld die razendsnel verandert, is het tijd dat Europa opstaat: opstaat voor het internationaal recht; opstaat voor de diplomatie; en opstaat voor ontwikkelingshulp en handel, als middel voor een eerlijkere en veiligere wereld. We zien overal ter wereld hoe mensen worden aangevallen en worden geconfronteerd met geweld, door Rusland in Oekraïne, door Israël in Gaza, door Rwanda in Congo en door de RSF en SAF in Sudan. Het laat zien dat waar rechtvaardigheid ontbreekt, vrede in gevaar komt. Daar waar het Westen zich terugtrekt, stappen China en Rusland in. Juist nu de VS zich terugtrekken uit VN-organisaties, kan Europa een stap naar voren zetten om onze positie op het wereldtoneel te versterken en mensen te beschermen. Daarom willen wij investeren in ontwikkelingssamenwerking en eerlijke handel, essentieel voor vrede, veiligheid en een gedeelde welvaart.

Voorzitter. Laat ik beginnen met handel. 2025 was een jaar van geopolitieke instabiliteit. Ook 2026 wordt een bumpy ride, maar dat kunnen we aan als we ons herinneren waar onze kracht ligt: bij Europa en de gezamenlijke markt. Want waar de VS voor zo'n 20 landen de belangrijkste handelspartner zijn, is de EU dat voor meer dan 80. Laten we onszelf niet onderschatten. Deze positie geeft ons macht. Die kunnen we inzetten om onze eigen economie te versterken, om ons onafhankelijker te maken en om een stap naar voren te doen waar andere grootmachten het laten afweten, bij het bevorderen van mensenrechten en bij het beschermen van onze planeet. Europa kan dat. Europese toegang tot de Amerikaanse markt is onder Trump onzeker; wat vandaag beleid is, kan morgen al geschiedenis zijn. Dat raakt onze ondernemers, consumenten en economie. Ook de toegang tot de Chinese markt is onzeker. Door ons losser te maken van Beijing op cruciale terreinen zoals medicijnen, grondstoffen en halfgeleiders, beschermen we onze veiligheid en onze economie. Kortom, we moeten onze toeleveringsketens beter begrijpen en slimmer verspreiden. Dat vraagt om een open houding tegenover nieuwe handelsverdragen. Alleen zo garanderen we stabiele welvaart hier en elders. Daarom is het geweldig dat er uiteindelijk een akkoord is bereikt over Mercosur; een grote geopolitieke doorbraak, waarvoor mijn complimenten aan het kabinet. Ook kijkt mijn fractie uit naar nauwere handelsbetrekkingen met India, Indonesië en Australië. Graag vraag ik het kabinet om druk op de Commissie te houden, zodat ook deze akkoorden spoedig aan de Raad kunnen worden voorgelegd.

De voorzitter:
Dat geeft aanleiding tot een interruptie. Ga uw gang, meneer Markuszower.

De heer Markuszower (PVV):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Als ik goed heb geluisterd, zegt de heer Bamenga van D66, en ik probeer hem zo letterlijk mogelijk te citeren: "Het is geweldig ..." — ik neem aan voor Nederland; dat vul ik in — "dat dat Mercosur-verdrag is ondertekend". Kan de heer Bamenga aangeven welke sectoren in Nederland gaan profiteren van dat Mercosur-verdrag?

De heer Bamenga (D66):
Volgens mij is het van belang voor de Europese consumenten, en ook voor de Europese markten. Dat kan de automarkt zijn, maar er zijn tal van markten die hiervan gaan profiteren, en tal van bedrijven die voorheen heel veel importheffingen moesten betalen, maar waaraan nu dus miljarden bespaard worden.

De heer Markuszower (PVV):
Ja, dat zal allemaal wel. Maar ik sta hier volgens mij tegenover een vertegenwoordiger van een partij in het Nederlandse parlement. Ik ben benieuwd welke sectoren in Nederland nou voordeel hebben van dat Mercosur-verdrag. Want de heer Bamenga zei: "Het is geweldig ..." — ik citeer letterlijk — "dat dat Mercosur-verdrag is ondertekend". Nogmaals, welke sector in Nederland gaat hiervan profiteren? Wat gaat u doen voor het gemiddelde inkomen van de Nederlandse burger? Kan de heer Bamenga wat meer duiding geven aan dat woord "geweldig"?

De heer Bamenga (D66):
Zoals ik al eerder zei, in mijn eerste antwoord, denk ik dat consumenten hiervan gaan profiteren. Ik denk dat er veel meer keuzevrijheid voor de consumenten zal komen. Er zijn heel veel bedrijven die al zakendoen met bijvoorbeeld Zuid-Amerika. Nu moeten die hele hoge importheffingen betalen. Al dat soort zaken worden versimpeld. Ook de bureaucratie wordt verder versoepeld. Volgens mij is dat ontzettend goed voor al die bedrijven. Dat is ook heel goed voor de consumenten en voor al die sectoren die bijdragen en zakendoen met Zuid-Amerikaanse bedrijven.

De voorzitter:
Afrondend op dit punt, de heer Markuszower.

De heer Markuszower (PVV):
Ik vind het nogal vaag. Ik ben het wel met de heer Bamenga eens dat een aantal Duitse autoproducenten een grotere afzetmarkt kunnen creëren, maar het volgende gaat ook gebeuren. De Nederlandse boeren worden hierdoor weggedrukt uit hun eigen land. Ze krijgen dan namelijk te maken met oneerlijke concurrentie met goedkoop, vies en ongezond vlees uit verre landen, waar we niet precies kunnen controleren wat ze met al dat vlees doen. We importeren hiermee dierenleed. Het is ook schadelijk voor de volksgezondheid. Daarmee vallen we de voedselzekerheid en de boeren in Nederland aan. Dat doet Mercosur, maar dat benoemt de heer Bamenga niet. Dat vind ik jammer. Mijn fractie taxeert Mercosur dus als "niet geweldig"; het tegenovergestelde is dus de waarheid.

De heer Bamenga (D66):
Ik hoor geen vraag, maar ik wil wel aangeven dat ik het niet eens ben met de heer Mercosur. En ...

De voorzitter:
Het is de heer Markuszower.

De heer Bamenga (D66):
Sorry! Het lijkt ook wel heel erg op elkaar, hè?!

De voorzitter:
Ik ga mevrouw Van der Plas het woord geven voor haar interruptie. Gaat uw gang.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik wil hier nog wel even op doorgaan, want Mercosur is helemaal niet goed voor Nederlandse consumenten. Consumenten gaan daardoor namelijk voedsel tot zich nemen waarvan zij niet weten welke productiewijze daaraan vooraf is gegaan. Dan praat ik bijvoorbeeld over transporttijden voor dieren en over het gebruik van antibiotica en middelen die wij hier in Nederland niet meer mogen gebruiken, maar die daar nog wel gebruikt worden. Denk ook aan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij planten en gewassen. Bepaalde middelen die hier in Europa allang verboden zijn, mogen daar wel gebruikt worden, alle smoesjes die ik steeds hoor ten spijt, zoals "ja, maar het moet wel voldoen aan de Europese voedselveiligheidseisen". Dat klopt, maar dat wil niet zeggen dat die middelen daar niet gebruikt mogen worden. Die worden daar gebruikt, zolang ze maar onder de standaarden van de Europese Unie blijven op het moment dat ze hier als voedsel naartoe komen.

De voorzitter:
En uw vraag, mevrouw Van der Plas?

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nou, mijn vraag is: wat vindt de heer Bamenga dan zo geweldig aan het Mercosur-verdrag, als wij hier gaan consumeren wat wij niet mogen produceren?

De heer Bamenga (D66):
Volgens mij hebben we hier eerder ook al heel veel debatten over gevoerd, maar de staatssecretaris heeft ook heel duidelijk aangegeven dat het inderdaad de bedoeling is dat het voldoet aan onze eigen voedselveiligheidseisen. Ik ben het er dus niet mee eens dat er nu wordt gedaan alsof producten die uit het Globale Zuiden komen, allemaal niet goed zouden zijn voor ons. Als er producten zijn die niet goed zouden zijn, dan is het volgens mij heel goed om dat goed te monitoren en te evalueren. Dan kunnen we daar vervolgens op inspringen. Maar om dan vervolgens te zeggen dat dat hele akkoord daardoor niet goed zou zijn, daar ben ik het absoluut niet over eens met mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
D66 heeft hier jarenlang geroepen: de veestapel moet met de helft krimpen. D66 legt geen taboe op het gedwongen onteigenen van boerenbedrijven op basis van stikstofregels. D66 draait de boeren de duimschroeven keihard aan, waardoor boeren gewoon ofwel stoppen ofwel massaal emigratieplannen hebben ofwel al geëmigreerd zijn. De boeren worden gewoon keihard weggejaagd uit ons land. En diezelfde partij zet de poorten van Europa open en noemt het ook nog "geweldig" dat andere landen, de Mercosur-landen in Zuid-Amerika, mogen produceren op een manier waarop wij niet mogen produceren. Ik vind het gewoon echt bizar om dat te horen. Dat heb ik ook al vaker gezegd in debatten. Het hier dan ook nog "geweldig" noemen, is gewoon een middelvinger naar onze eigen boeren.

De voorzitter:
En uw vraag, mevrouw Van der Plas?

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik kom op mijn vraag. De heer Bamenga zegt dat we moeten gaan monitoren of het wel aan de voedselveiligheidsstandaarden voldoet, maar het grote probleem is juist dat die capaciteit er niet is. Er kunnen niet genoeg controles zijn op bijvoorbeeld het gebruik van antibiotica bij dieren. Er is in Europa namelijk niet eens genoeg capaciteit om al die producten te controleren. De kans bestaat dus wel degelijk, en de kans is zelfs vrij groot, dat hier wél voedselproducten het land en Europa in komen die niet voldoen aan die voedselveiligheidsstandaarden. Ik herhaal mijn vraag: hoe kan de heer Bamenga dat nou zo geweldig vinden?

De heer Bamenga (D66):
Volgens mij zitten we hier niet in een landbouwdebat, maar in een debat dat onder andere gaat over de geopolitieke instabiliteit. Het is in de tijd waarin wij leven heel erg belangrijk dat we meer en meer internationale handel gaan drijven. Europa is immers naast interne samenwerking ook door die internationale samenwerking sterk geworden. Dat betekent dus dat wij ervoor willen zorgen dat wij de belangen van onze boeren, maar ook die van onze Europese consumenten zo veel mogelijk behartigen. Er is in Europa zelfs 45 miljard specifiek voor boeren vrijgemaakt. Dat is gedaan om te zorgen dat de noden die er zijn vanuit de boerensector in ieder geval beantwoord worden. Ik vind het heel erg belangrijk dat we juist met dit soort handelsverdragen ervoor zorgen dat er overal in de wereld wordt voldaan aan de eisen die wij hier hanteren, die zojuist ook door mevrouw Van der Plas zijn genoemd. Daarmee zorgen we ervoor dat wij overal in de wereld de juiste dingen doen op het gebied van landbouw en de zorg voor onze planeet.

De voorzitter:
Kort en afrondend, mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
De heer Bamenga zegt: het is geen landbouwdebat. Dit Mercosur-verdrag gaat juist heel erg veel over landbouw. Dat gaat over kippenvlees, over rundvlees. Dat gaat over allerlei landbouwproducten, allerlei voedselproducten. Die maken boeren dus. Het feit dat de heer Bamenga zegt dat dit geen landbouwdebat is, kenmerkt voor mij eigenlijk alleen maar dat hij niet goed op de hoogte is van de voedselcomponent in het Mercosur-verdrag. Het gaat juist over landbouw, niet alleen voor onze Nederlandse boeren, maar ook voor onze Europese boeren. We hebben het niet alleen over de voedselveiligheidsstandaarden waar producten aan moeten voldoen, we hebben het gewoon over een ongelijk speelveld. Heel goedkoop geproduceerde producten met een productiewijze die wij in Europa niet mogen hebben, mogen daar wel. Op deze manier is er een ongelijk speelveld. Dat betekent ook voor de boeren …

De voorzitter:
Wat is uw vraag, mevrouw Van der Plas?

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Daar kom ik op.

De voorzitter:
Graag.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Maar ik moet hem wel inleiden, want ik merk dat de heer Bamenga niet helemaal op de hoogte is van de landbouwcomponent.

De voorzitter:
Dit gaan we niet doen. De heer Bamenga gaat over zijn eigen antwoorden. Ik heb net gezegd dat ik heel soepel ben qua interrupties, maar niet als die zulke enorm lange inleidingen hebben. Daarom verzoek ik u echt om tot uw vraag te komen. Ik wil namelijk ook mevrouw Teunissen het woord geven.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Mevrouw Teunissen gaat ongetwijfeld verder op dit onderwerp. Ik vind het wel zorgelijk en daarom vraag ik het volgende aan de heer Bamenga. Maakt hij zich niet een heel klein beetje zorgen over het ongelijke speelveld voor de Europese boeren, waaronder onze Nederlandse boeren, die hier zo'n beetje weggejaagd worden? Wat gaat hij aan die zorgen doen? Wat gaan de heer Bamenga en D66 zeggen tegen onze Nederlandse boeren over het zo geweldig vinden van dit Mercosur-verdrag?

De heer Bamenga (D66):
Ik gaf aan dat ik de indruk kreeg dat mevrouw Van der Plas hier een soort landbouwdebat van wilde maken. Daar ging mijn reactie dus over. Natuurlijk maken wij ons ook zorgen over Mercosur en de belangen van de boeren. Wij willen ook dat zo veel mogelijk sectoren hier profijt van hebben. Het moet een win-winsituatie zijn voor iedereen. Ik weet ook dat de Europese fractie van mevrouw Van der Plas hiermee heeft ingestemd. Ik vind het heel erg belangrijk dat wij met z'n allen alle dingen oplossen waarvan wij zien dat ze niet goed gaan. Wij geloven namelijk dat het wél kan. Wij geloven dat het verdrag ook voor de boeren voordelig kan zijn, maar we moeten het wel eerst implementeren. Vervolgens moeten we kijken waar ze tegenaan lopen en moeten we dat oppakken.

De voorzitter:
Ik snap dat u ...

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Even een punt van orde.

De voorzitter:
Nee, even een moment. Volgens mij ga ik namelijk eerst. Ik snap dat u uitgelokt wordt, mevrouw Van der Plas, dus ik geef u de mogelijkheid om daar nog kort op te reageren, maar daarna ga ik naar mevrouw Teunissen.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Onze Europese fractie is fel tegen het Mercosur-verdrag, dus wat de heer Bamenga zegt, klopt niet.

De voorzitter:
Staat genoteerd.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Lang geleden was D66 een partij die opkwam voor dierenwelzijn, ook voor dieren die in landen als Brazilië onder ontzettend slechte omstandigheden worden gefokt en gedood, en die tjokvol gestopt worden met antibiotica en hormonen. Ooit was D66 een partij die opkwam tegen de ontbossing en voor de bescherming van het regenwoud. Ooit was D66 een partij die opkwam voor mensenrechten en voor de inheemse volkeren in Brazilië, die worden verjaagd van hun grond door grote vleesgiganten zoals JBS. Mijn vraag aan de heer Bamenga is: waar is dat D66 gebleven? Waarom hoor ik alleen maar vol lof de economische argumenten om voor het Mercosur-verdrag te gaan en worden al die andere zaken aan de kant geschoven door D66?

De heer Bamenga (D66):
Wij staan achter de zaken die mevrouw Teunissen zojuist noemde: dierenwelzijn, ontbossing tegengaan en mensenrechten, ook die van de inheemse bevolking. Daar hebben we altijd achter gestaan. Volgens mij weet mevrouw Teunissen heel goed dat ik me daar persoonlijk ontzettend voor inzet. Die dingen zijn juist heel erg belangrijk voor ons. In mijn bijdrage heeft u mij horen zeggen dat ik dit handelsverdrag als kans zie om juist die mensenrechten te bevorderen, maar ook om onze zorg voor de planeet te bevorderen. Dat is hoe wij daarin staan.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Je kunt met de mond natuurlijk heel mooie woorden belijden, maar ik kijk naar het stemgedrag van D66. D66 heeft ingestemd met een vrijhandelsverdrag waarvan alle experts en alle milieuorganisaties zeggen: dit gaat zorgen voor extra klimaatverandering. Er komt namelijk extra uitstoot door het verslepen van dieselauto's naar de andere kant van de wereld. Er komt rundvlees hiernaartoe. Het is ontzettend vervuilend om dat te produceren, dus het leidt tot meer uitstoot. Experts zeggen: het leidt tot meer ontbossing van het Amazoneregenwoud, dat al in enorm slechte staat verkeert. Het leidt tot mensenrechtenschendingen. Arbeidsrechten zijn niet goed verankerd in het verdrag. Het gaat ten koste van de boeren: we ontnemen ze de kans om echt over te schakelen naar een duurzame landbouw.

De voorzitter:
En uw vraag?

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Daar kom ik op, voorzitter. D66 zegt: "Dat schuiven we allemaal even aan de kant. Normaal vinden we dat heel belangrijk, maar nu even niet. We gaan toch instemmen met dat verdrag." Dat begrijp ik oprecht niet. Hoe is dat in lijn met jullie gedachtegoed?

De heer Bamenga (D66):
Dit is absoluut niet wat D66 zegt. D66 zegt absoluut niet: we schuiven het aan de kant. Volgens mij liggen wij veel dichter bij elkaar, zeker als het gaat om het doel, zeker als het gaat om het bevorderen van mensenrechten, zeker als het gaat om het streven om maatregelen te nemen tegen klimaatverandering. Volgens mij hebben wij dezelfde doelstelling. Alleen, wij geloven dat je zo'n handelsverdrag juist kan inzetten als middel om dat gesprek aan te gaan met partners die daar misschien minder aan doen. Op die manier zorgen we ervoor dat we niet alleen hier, maar overal in de wereld de zorg voor de planeet op een zo hoog mogelijk niveau houden.

De voorzitter:
Afrondend op dit punt.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Tot slot heb ik nog één concrete vraag. Het is heel jammer dat D66 hier niet de kant kiest van de bescherming van mensen, natuur en planeet, maar de kant van de multinationals. Mijn concrete vraag gaat over het tegengaan van ontbossing. De ontbossingswetgeving wordt op dit moment enorm afgezwakt in Europa. Dat is het handhavingsmechanisme in Mercosur om de ontbossing nog enigszins tegen te gaan. Er zijn allerlei beloften gedaan op de klimaattop, zoals een einde aan de ontbossing in 2030. Wat gaat D66 nou concreet doen om die ontbossing tegen te gaan?

De heer Bamenga (D66):
Wij zijn absoluut voorstander van het tegengaan van ontbossing. Wij zullen er dus, samen met de Partij voor de Dieren, alles aan doen om die tegen te gaan, als daar voorstellen voor zijn. Volgens mij is het juist de bedoeling van dit handelsverdrag om dat te doen. Wij zullen dat dus volledig aangrijpen om de juiste stappen te zetten die nodig zijn om dat te doen.

De voorzitter:
De voorzitter is even in de war, want ik zie schijnbewegingen van de heer Van der Burg. Die zijn echter niet in de richting van de interruptiemicrofoon, begrijp ik. Dan gaan we naar de heer Dassen.

De heer Dassen (Volt):
Even hierop doorgaand: een van de problemen met het Mercosur-verdrag en ontbossing is dat we binnen de Europese Unie de hele ontbossingsverordening naar achteren hebben geschoven, waardoor de maatregelen die we hebben, niet meer van kracht zijn. Is de heer Bamenga het met mij eens dat we er met elkaar voor moeten waken dat we alleen maar jubelen over vrijhandelsverdragen? Is hij het met me eens dat we ook kritisch moeten blijven? Hoe zorgen we er bijvoorbeeld voor dat aandacht voor het klimaat en het tegengaan van ontbossing daar zeker in gewaarborgd blijven? Hoe gaan we dat doen?

De heer Bamenga (D66):
Ik ben het daar absoluut mee eens. Het sluiten van een handelsverdrag is één ding, maar ik vind wel — dat heb ik ook eerder aangegeven — dat het belangrijk is om dat goed te monitoren en ervoor te zorgen dat je zo'n handelsverdrag onder de juiste voorwaarden aangaat. We moeten elkaar er ook op aanspreken op het moment dat er bijvoorbeeld sprake is van ontbossing. Ik ben het volledig met de heer Dassen eens dat wij dat soort waarden heel erg hoog moeten houden.

De heer Dassen (Volt):
Precies, maar dat doen we dus niet, want we zien binnen de Europese Unie dat we de ontbossingsverordening naar achter schuiven. Het Mercosur-verdrag gaat wel degelijk bijdragen aan de ontbossing, zoals mevrouw Teunissen net terecht zei. Ik ben dus benieuwd hoe we dat met elkaar kunnen tegengaan. Wij hebben een amendement ingediend om de middelen voor het tegengaan van ontbossing naar voren te halen, juist omdat die verordening op dit moment naar achteren wordt geschoven. Wil D66 daar positief naar kijken, om de ontbossing tegen te gaan?

De heer Bamenga (D66):
We zullen er altijd met een positieve bril naar kijken, maar dat geldt voor alle amendementen. We zullen die beoordelen en op een gegeven moment zullen wij dan zeker met een reactie komen.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Dassen (Volt):
Ik zeg het natuurlijk ook omdat de heer Bamenga net zei: alle voorstellen die bijdragen aan het tegengaan van ontbossing, zullen wij als D66 steunen. Dit is zo'n voorstel, dus ik hoop inderdaad op steun van D66. Ik wil de heer Bamenga nog wel meegeven dat ik het helemaal met hem eens ben dat we moeten inzetten op het sluiten van vrijhandelsverdragen, maar dat ik wel vind dat we daar niet alleen over moeten jubelen, maar daar ook kritisch op moeten blijven. We zien namelijk dat er wereldwijd een verwatering gaande is van precies de normen en waarden waarvoor de heer Bamenga zegt te staan. Daar zullen wij als Europa wel een vuist tegen moeten maken. Dat betekent dat we kritisch moeten zijn op hetgeen we nu zelf doen.

De heer Bamenga (D66):
Ik ben het ermee eens dat we daar kritisch op moeten zijn. Ten aanzien van het amendement: we zullen natuurlijk ook kijken naar de dekking die u daarvoor heeft gekozen. We staan in ieder geval positief tegenover de maatregelen.

Mevrouw Dobbe (SP):
Ik wilde eigenlijk niet naar voren lopen, maar …

De voorzitter:
U heeft het toch gedaan.

Mevrouw Dobbe (SP):
Ja, ik heb het tóch gedaan, want ik merk dat ik — mentaal, hoor, niet fysiek — een beetje allergisch word voor het argument dat wij handelsverdragen nodig hebben om bijvoorbeeld mensenrechtenschendingen aan te pakken of het klimaat te redden. Daar worden dan handelsverdragen voor ingezet. Dat moeten we doen, want dat is dan zogenaamd het beste instrument om dat te doen. We hebben het bijvoorbeeld ook gezien bij Sudan. Deze staatssecretaris gaat op handelsmissie naar een land met een regime waar wij heel veel kritiek op hebben. Er worden wapens doorgestuurd naar Sudan en vervolgens zeggen we: ja, maar het is heel belangrijk dat we nu de handel uitbreiden, want dat helpt ons om zo'n regime op bepaalde zaken aan te spreken. Dat is natuurlijk niet waar. Kan de heer Bamenga zich voorstellen dat, als je een vrijhandelsverdrag zoals het Mercosur-verdrag ratificeert en installeert, de ontbossing juist toeneemt in plaats van afneemt?

De heer Bamenga (D66):
Ik denk dat het ontzettend belangrijk is dat we, op het moment dat er dingen gaan gebeuren die wij niet willen, er alles aan doen om dat tegen te gaan. Ik zeg niet dat het handelsverdrag dat we aangaan alleen maar positieve effecten heeft. We zullen juist ook oog moeten hebben voor de negatieve effecten. Als die inderdaad optreden, zullen we er met z'n allen voor moeten zorgen dat we die aanpakken.

Mevrouw Dobbe (SP):
Oké, maar welke mogelijke negatieve effecten ziet de heer Bamenga dan?

De heer Bamenga (D66):
Volgens mij geeft mevrouw Dobbe zelf aan dat ze die voorziet. Dat zijn niet mijn woorden, dat zijn de woorden van mevrouw Dobbe. Ik wilde daar in ieder geval op ingaan. Als dat inderdaad gebeurt, moeten we daarop inspelen.

De voorzitter:
Kort en afrondend, mevrouw Dobbe.

Mevrouw Dobbe (SP):
Als dat gebeurt, dan is dat wel het gevolg van het afsluiten van Mercosur. Dan is dat een gevolg. Ik vind wel dat de heer Bamenga nu niet ingaat op de negatieve effecten van dit verdrag. Volgens mij heeft zowel BBB als Partij voor de Dieren heel goed verwoord wat de mogelijke negatieve effecten zijn. Het is meer dan ontbossing. Het raakt ook de boeren, het raakt ook de kwaliteit van het voedsel. Er zijn ontzettend veel negatieve effecten die nu al worden voorspeld, waarvan we weten dat die gaan komen met het afsluiten van dit handelsverdrag. Dat weigert D66 te erkennen en daar weigeren ze ook wat aan te doen. Dan zegt D66: op het moment dat ze optreden, zitten we tenminste aan tafel en kunnen we het erover hebben. Maar als je al weet dat ze gaan plaatsvinden, dan moet je dit toch gewoon niet doen? Mogen we een reflectie van D66 op de vraag waarom we dan toch dit Mercosur-verdrag met al die negatieve effecten gaan afsluiten?

De heer Bamenga (D66):
Volgens mij zijn we al meer dan 25 jaar bezig met Mercosur. Dit is niet iets wat nu even komt. Volgens mij hebben heel veel partijen, waaronder wij, gekeken naar alle voors en tegens. Als het gaat om de handelsverdragen, is het gezien de geopolitieke instabiliteit belangrijk dat wij meer en meer met verschillende partners aan de slag gaan. Dat geldt niet alleen voor Mercosur; ik heb in mijn bijdrage aangegeven dat ik vind dat wij als Europa ervoor moeten zorgen dat we veel breder gaan kijken, naar India, Indonesië, maar ook Australië. We moeten zorgen dat wij de beste producten kunnen hebben, maar we moeten inderdaad ook zorgen voor de economische groei die nodig is. Die handelsverdragen kun je gebruiken als instrumenten om de juiste voorwaarden te stellen, om onder andere te werken aan mensenrechten overal in de wereld en ook om te werken aan de betere zorg voor de natuur. Dat is wat ik zeg.

Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
De heer Bamenga heeft gelijk dat Mercosur een lang onderhandelingstraject heeft gekend. We hebben de afgelopen jaren in een context gezeten waarin Europa juist heeft gezegd: we gaan zelf wetten en regels stellen om ervoor te zorgen dat we meer controle hebben op handel en op supply chains en dat we er meer controle op hebben dat ontbossing van de Amazone niet via de Rotterdamse haven ons land binnenvloeit. Nu is al die wet- en regelgeving eigenlijk ongelofelijk afgezwakt. In de logica van de heer Bamenga zou dat toch de safeguard moeten zijn. Wat stelt de heer Bamenga daar dan voor in de plaats?

De heer Bamenga (D66):
Volgens mij is de norm niet afgezwakt. Volgens mij moeten wij juist ook vanuit Europa ervoor zorgen dat die voorwaarden hooggehouden worden, zowel voor Europa als voor andere handelspartners, als het even kan. Volgens mij kunnen de verschillende partijen in Europa dat ook samen doen. Ik denk dat dit heel erg belangrijk is. D66 staat altijd aan de kant van Europese wetgeving die ervoor zorgt dat de mensenrechten gehandhaafd worden. Maar we willen ook die ontbossing tegengaan.

Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik hoop dat de heer Bamenga het met mij eens is dat CSDDD in Europa heel erg is afgezwakt. De heer Bamenga zei net "het is niet afgezwakt", maar het is wel heel erg afgezwakt. CSDDD speelt een rol om de ketenverantwoordelijkheid te waarborgen en juridisch te borgen. De ontbossingsverordening dreigt nu te worden uitgesteld en afgezwakt. Als die juridische borging wegvalt, hoe zorg je er dan voor dat die negatieve effecten van Mercosur, waar iedereen zich zorgen over maakt, gemitigeerd worden? Dat is mijn vraag aan de heer Bamenga. En wat is het antwoord daarop?

De heer Bamenga (D66):
Over dat afzwakken wil ik het volgende zeggen. Ik dacht dat mevrouw Kröger het had over Mercosur, maar zij heeft zeker gelijk wat betreft ontbossing en de EU. Wij zijn zeker tegen afzwakking. Natuurlijk zijn er in de handelsverdragen van Mercosur instrumenten ingebouwd om er juist voor te zorgen dat er gemonitord en geëvalueerd wordt. Zodra wij zien dat het inderdaad negatieve gevolgen heeft, moeten we daarop kunnen inspelen. Volgens mij zijn die instrumenten daarin opgenomen, zeg ik tegen mevrouw Kröger.

De voorzitter:
Dank u wel. Voordat u verdergaat met uw betoog, verzoek ik de collega's heel vriendelijk om mijn soepelheid iets minder te testen en de interrupties iets korter en bondiger te houden. Gaat uw verder met uw betoog.

De heer Bamenga (D66):
Voorzitter. Als liberaal ben ik ervan overtuigd dat alle kansen op zelfontplooiing en ontwikkeling beginnen bij goed onderwijs. Dat geldt niet alleen in Nederland, maar overal ter wereld. Juist in landen waar perspectief op economische zekerheid en politieke stabiliteit vaak ver weg lijkt, kan een goed opgeleide generatie het verschil maken tussen stilstand en vooruitgang, chaos en stabiliteit, en wanhoop en hoop. Ontwikkelingshulp die inzet op onderwijs creëert stabiliteit en toekomstperspectief, vergroot economische kansen voor bedrijven daar en hier, en zorgt voor knappe koppen en vaardige handen die de uitdagingen van hun land zelf aankunnen. Dat is niet alleen solidair, maar ook verstandig beleid. Daarom doet het mij als liberaal pijn dat 250 miljoen kinderen vandaag geen onderwijs krijgen. Door de wereldwijde bezuinigingen verdwijnen er 6 miljoen extra kinderen uit de schoolbanken. Dat is alsof we alle basisscholen in Duitsland en Italië tegelijkertijd sluiten. Erkent de staatssecretaris dat het in ieders belang is, kinderen, jongeren en bedrijven, dat we blijven investeren in onderwijs? Is de staatssecretaris bereid om alsnog te kijken naar de toekomst van het onderwijs binnen het Nederlandse OS-beleid?

Voorzitter. Als er al een gebied is waarop Nederland en Europa altijd voorop hebben gelopen, dan is het wel het beschermen van vrouwen-, meisjes- en lhbti-rechten overal ter wereld. Voormalig minister Klever ging met de sloopkogel door de begroting voor Ontwikkelingssamenwerking. Vrouwen, meisjes en onderwijs werden de grootste slachtoffers van dit beleid. Daarom is mijn vraag aan de nieuwe staatssecretaris van Ontwikkelingshulp: hoe ziet zij de bezuinigingen die invloed hebben op de toch al kwetsbare positie van vrouwen en meisjes?

De voorzitter:
Dat geeft aanleiding tot een korte vraag. Ga uw gang, meneer Dassen.

De heer Dassen (Volt):
De heer Bamenga maakte net een terecht punt over het grote aantal kinderen dat geen onderwijs krijgt. Het is mooi dat hij dat punt maakt. We zien ook dat een groot gedeelte van de ontwikkelingshulp niet naar kinderen gaat. Organisaties roepen op om ervoor te zorgen dat hulp voor kinderen juist een onderdeel wordt van al die verschillende beleidsprioriteiten. Hoe kijkt de heer Bamenga daarnaar?

De heer Bamenga (D66):
Ik heb er vaker voor gepleit dat het beleid inderdaad veel meer op kinderen gestoeld zou moeten zijn. Kinderen zijn eigenlijk de laatste mensen die bijdragen aan conflict. Dat doen ze namelijk totaal niet. Ze zijn altijd slachtoffer van conflict. Dat is waarom wij daar altijd voor gepleit hebben, waarom we bijvoorbeeld met het initiatief voor een ambassadeur voor kinderen in conflictgebieden zijn gekomen en waarom we altijd pleiten voor het inzetten op onderwijs.

De heer Dassen (Volt):
Dat waardeer ik ook zeer. Ik denk dat dat heel belangrijk is, juist omdat veel kinderen in conflictgebieden aanwezig zijn en het overgrote deel van de mensen daar vertegenwoordigen. Vandaar de oproep om ervoor te zorgen dat kinderen beter betrokken worden en gewaarborgd zijn in de beleidsprioriteiten en dat daar meer aandacht voor moet komen. Ik zou de staatssecretaris daar graag toe willen oproepen. Ik ben benieuwd of ik D66 daarbij aan mijn zijde kan vinden, om ervoor te zorgen dat kinderen meer meegenomen worden in de beleidsprioriteiten.

De heer Bamenga (D66):
Volgens mij heb ik zojuist aangegeven dat het voor ons een prioriteit is om in te zetten op onderwijs. Wij hebben het altijd onze prioriteit gemaakt om te zorgen dat kinderen — juist kinderen, omdat zij niet bijdragen aan conflicten, maar er altijd slachtoffer van zijn — hoop geboden krijgen in conflictgebieden waar dan ook in de wereld.

De voorzitter:
Gaat u verder.

De heer Bamenga (D66):
Voorzitter. Wanneer ik kijk naar twee van de grootste conflicten van dit moment, zie ik ruimte voor een leidende rol voor Europa. In Sudan vindt de grootste humanitaire crisis ter wereld plaats. De RSF en de SAF zijn elkaar aan het bevechten en miljoenen onschuldige burgers zijn hier slachtoffer van. Er heerst een hongersnood, de toegang tot humanitaire hulp wordt belemmerd en we horen het ene na het andere horrorverhaal. De RSF komt voort uit milities die al twintig jaar geleden verantwoordelijk waren voor de genocide in Darfur. Wat we nu zien, lijkt beangstigend veel op een poging om die genocide af te maken. Ook de Sudanese strijdkrachten, de SAF, zijn verantwoordelijk voor ernstige mensenrechtenschendingen. Beide voeren een machtsstrijd die het leven van gewone Sudanezen tot een nachtmerrie maakt, met miljoenen vluchtelingen tot gevolg.

Bent u bereid om in Europa te bepleiten dat de EU deelneemt aan een vredesproces in Sudan en dat Sudan en Congo structureel op de agenda van de Raad Buitenlandse Zaken blijven staan? Hoe gaat de staatssecretaris zich inzetten voor ongehinderde toegang tot humanitaire hulp in Sudan en de bescherming van hulpverleners? Staan inmiddels zo veel mogelijk leden van de RSF- en SAF-leiding op de Europese sanctielijst?

Op LinkedIn zie ik berichten van de staatssecretaris over haar bezoek aan Saudi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten. Hoe beoordeelt zij de rol die deze landen spelen in de oorlog in Sudan en heeft zij hen hierop aangesproken?

De voorzitter:
Ik zie dat dat een vraag oproept. Gaat uw gang, mevrouw Kröger.

Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik keek even of dit het hele stukje over Sudan is.

De voorzitter:
Ik hoorde een punt.

Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik hoorde ook een punt. Die vraag, zeg ik tegen de heer Bamenga, hebben wij de staatssecretaris ook al gesteld in een eerder debat. Daarop heeft zij aangegeven dat ze weinig kan zeggen over die gesprekken. Volgens mij is het prangende punt natuurlijk — en ik hoor D66 pleiten voor een stevig Europees opereren — dat wij in onderhandelingen zitten voor een handelsverdrag met de Emiraten. Is de heer Bamenga het met me eens dat Sudan en de rol die de Emiraten daar spelen echt onderdeel moeten zijn van de afwegingen rond dat handelsverdrag?

De heer Bamenga (D66):
Volgens mij zien we allemaal en delen we allemaal het doel met mevrouw Kröger dat wij er met z'n allen alles aan moeten doen om de ellende die daar nu speelt en die enorme humanitaire crisis, de grootste humanitaire crisis ter wereld, aan te gaan en om die aan te pakken. Volgens mij delen wij dat als doelstelling. De vraag is natuurlijk: hoe gaan we dat bereiken? Daar hebben wij in ieder geval allerlei initiatieven voor genomen. We hebben ervoor gezorgd dat het niet langer een genegeerde of een vergeten conflict is door Sudan vanaf 2023 continu te agenderen in de Kamer. Er zijn allerlei moties voor ingediend. Wij vinden dat we nu in de fase komen dat Europa een leidende rol moet nemen in dat vredesakkoord. We vinden ook dat de staatssecretaris juist zou moeten kijken naar de partners die op een negatieve manier bijdragen aan de strijd die geleverd wordt en dat we die partners zouden moeten aanspreken. Daar gaat natuurlijk mijn vraag over. Ik ben heel erg benieuwd naar wat de staatssecretaris daarover gaat zeggen. Wat mij betreft is dat inderdaad een eerste stap om nu te zetten.

Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dat is een vrij lang antwoord met enige herhaling van vorige debatten. Mijn vraag was specifiek. Er vinden nu onderhandelingen plaats rond een handelsverdrag. In dat handelsverdrag wordt gezegd dat mensenrechten een rol moeten spelen. Er lag een motie voor van DENK die verzocht om de situatie in Sudan in ieder geval bespreekbaar te maken als onderdeel van die onderhandelingen. De staatssecretaris heeft die ontraden. Wij hebben gezegd: schort die onderhandelingen op. Mijn vraag aan D66 is: vindt D66 dat de rol die de Emiraten in Sudan spelen onderdeel moet zijn van de afwegingen die Nederland en Europa maken rond dit handelsverdrag?

De heer Bamenga (D66):
Ik heb geprobeerd een gedeeld belang te schetsen, en ook een gedeelde visie, namelijk dat die oorlog zo snel mogelijk moet stoppen en dat er zo snel mogelijk een staakt-het-vuren moet komen. Dat betekent dus dat wij een aantal dingen moeten doen. Die heb ik zojuist proberen te schetsen voor mevrouw Kröger. Wat mij betreft is het belangrijk dat wij geleidelijk aan meer en meer druk gaan zetten. Maar het zetten van meer en meer druk begint bij een gesprek dat gevoerd wordt door de staatssecretaris met de betrokkenen. Ik ben ontzettend benieuwd naar het resultaat daarvan, of die gesprekken effectief zijn en wat opleveren. Als dat niet het geval is, ben ik zeker bereid om daar nog veel meer stappen in te gaan zetten.

De voorzitter:
Afrondend, mevrouw Kröger.

Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik interpreteer dit antwoord — daar ben ik eigenlijk wel heel erg verbaasd over — als een nee van D66. Ik interpreteer het als dat zij niet vinden dat de mensenrechtensituatie en humanitaire crisis in Sudan een onderdeel zouden moeten zijn van de afwegingen die dit kabinet en de Europese Unie maken aangaande het handelsakkoord met de Emiraten. Dat is de conclusie die ik trek uit de woorden van de heer Bamenga.

De heer Bamenga (D66):
Volgens mij trekt u de verkeerde conclusie. Ik probeer juist verbinding te zoeken met wat mevrouw Kröger wil. Volgens mij is hetgeen wij willen en wat ons verbindt hierbij — daar ga ik van uit — dat wij zorgen dat die oorlog stopt. Dat betekent dat wij met alle partners die daarbij betrokken zijn, bijvoorbeeld de partners die betrokken zijn bij het Quad-vredesproces, maar ook andere partners, ervoor zorgen dat we daarnaartoe werken. Dat betekent dat wij in gesprek zouden moeten met die partners, om daarvoor te zorgen. Hoe doe je dat? Ik heb geschetst dat dat begint bij gesprekken voeren en druk zetten. Dat kan de staatssecretaris doen, maar dat kan ook op Europees niveau gedaan worden. Als dat geen soelaas biedt, ga je natuurlijk verder. Dan ga je kijken naar andere middelen, zoals het dreigen met opschorten en noem maar op. Volgens mij zitten we dus veel dichter bij elkaar dan in uw samenvatting van zojuist.

Mevrouw Dobbe (SP):
Dit antwoord verbaast mij ook. Op het moment dat de heer Bamenga verbinding wil zoeken, moet hij ook duidelijk zijn. Dat is wat ik denk. Dan hebben we tenminste duidelijkheid met elkaar over wat we bedoelen. Natuurlijk zijn we het erover eens dat we willen dat die oorlog in Sudan stopt. Ik weet dat de heer Bamenga dat heel graag wil. Wij willen dat ook. We hebben daar samen heel veel voorstellen voor gedaan. Maar we zitten nu in een situatie waarin we weten — dat is gewoon feitelijk bewezen; er zijn allerlei rapporten over verschenen — dat de Emiraten een hele kwalijke rol spelen in de voortgang van die oorlog. Daar is de heer Bamenga het ook mee eens.

De voorzitter:
En uw vraag, mevrouw Dobbe?

Mevrouw Dobbe (SP):
Dan zitten we in de situatie dat we weten dat de Emiraten die kwalijke rol spelen en dat het vreselijke conflict voortduurt. Dan gaat onze staatssecretaris daarnaartoe op handelsmissie om de handelsbetrekkingen uit te breiden. Want, zo hebben we gehoord in het vorige debat, bijvoorbeeld de belangen van het Nederlandse bedrijfsleven en onze energietransitie zijn toch ook belangrijk. Dat zijn de belangen die dan blijkbaar belangrijker zijn dan de conflictsituatie.

De voorzitter:
En uw vraag, mevrouw Dobbe?

Mevrouw Dobbe (SP):
Dit moeten we toch niet doen? Dit moet D66 toch ook niet willen? Dit is toch geen manier om de Emiraten aan te spreken op de kwalijke dingen die zij doen?

De heer Bamenga (D66):
Volgens mij heb ik zojuist gezegd dat we alle relaties die wij hebben, juist moeten aanwenden om mensen aan te spreken op de rol die zij vervullen, in het kader van mensenrechtenschendingen, en op welke negatieve manier zij bijdragen aan de oorlog. Volgens mij heb ik zojuist aangegeven dat we dat juist bespreekbaar moeten maken en dat we de relaties die wij hebben, juist moeten gebruiken om dat te doen.

De voorzitter:
Afrondend op dit punt.

Mevrouw Dobbe (SP):
Ja, dat heb ik gehoord. Dat heb ik de heer Bamenga inderdaad heel duidelijk horen zeggen. Maar ziet de heer Bamenga ook een tegenstelling in aan de ene kant dingen bespreekbaar maken, veroordelen en druk uitoefenen — die woorden heeft de heer Bamenga net allemaal gebruikt — en aan de andere kant direct in hetzelfde gesprek zeggen heel veel kansen te zien voor het bedrijfsleven en de handelsbetrekkingen met de Emiraten uit te willen breiden? Ziet de heer Bamenga daar een tegenstelling in? Ziet de heer Bamenga dat dit niet helpt bij het aanspreken van de Emiraten op de kwalijke rol die zij spelen? Ziet de heer Bamenga dat dit alleen maar het Nederlandse bedrijfsleven dient en niet de mensen in Sudan?

De heer Bamenga (D66):
Ik zie op dit moment eerder een kans om juist gebruik te maken van de relaties die wij hebben om invloed uit te oefenen. Dat is wat ik op dit moment vooral zie. Ik zou ook heel graag willen dat we dit samen doen. Ik weet inderdaad dat mevrouw Dobbe altijd mijn agendaverzoeken heeft gesteund om ervoor te zorgen dat de aandacht voor Sudan groot blijft. Ik weet ook dat wij op dezelfde manier erin staan. Wij willen ervoor zorgen dat er vrede komt in Sudan. Laten we dus kijken wat we samen kunnen doen om dat te bewerkstelligen.

De voorzitter:
De heer Ceder, op hetzelfde punt?

De heer Ceder (ChristenUnie):
Ja, voorzitter.

De voorzitter:
Ik hoop dat u een andere vraag stelt op dit punt. Ik ben bang dat we anders met elkaar in cirkeltjes blijven lopen.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik zal een andere vraag stellen. Meerdere collega's stellen hier vragen over, omdat het belangrijk is dat D66 helderheid geeft over wat we de komende jaren kunnen verwachten. De heer Bamenga en ik trekken graag samen op. We hebben bijvoorbeeld samen een nota ingediend ten aanzien van Congo. Maar zeggen dat het uitbreiden van de handel met partijen die nauw betrokken zijn in conflictgebieden de komende jaren dé manier is, is gewoon niet te rijmen met hoe D66 bij verschillende conflicten opereert. Ik weet dat als we het over Rwanda hebben, de heer Bamenga en ik duidelijk zijn dat zolang er conflicten in Congo plaatsvinden en Rwanda daar een rol in speelt, we daar afstand van moeten nemen. Hetzelfde heeft D66 gedaan ten aanzien van het conflict in het Midden-Oosten, ten aanzien van Israël. Maar rondom de Emiraten lijkt het alsof er een draai wordt gemaakt. Ik zeg het grappenderwijs, ik zeg niet dat het zo is, maar het lijkt alsof D66 aandelen bij de Emiraten heeft.

De voorzitter:
En uw vraag, meneer Ceder?

De heer Ceder (ChristenUnie):
Omdat het niet rijmt met consistent beleid. Wat kunnen wij en wat kunnen de kiezers die D66 veel vertrouwen hebben gegeven, de komende jaren verwachten? Hoe staat D66 tegenover zakendoen met conflictgebieden? Dan heb ik het over Indonesië, dan heb ik het over Congo en Rwanda, dan heb ik het over het Midden-Oosten, dan heb ik het over de Westelijke Sahara ...

De voorzitter:
Meneer Ceder, ik wil graag terug naar het punt waarover we het net hadden, want anders krijgen we ... Ik snap waar u naartoe wilt, maar ik ga nu de heer Bamenga de gelegenheid geven om tot een antwoord te komen. Ik wil zo meteen ook verder met zijn betoog, want ondertussen kijk ik ook naar de klok.

De heer Bamenga (D66):
De heer Ceder heeft volledig gelijk als hij zegt dat wij het ontzettend belangrijk vinden om in te zetten op mensenrechten en op het handhaven daarvan overal in de wereld. Ik denk dat je ten aanzien van de landen die de heer Ceder noemt, bij ieder land moet kijken wat je kunt doen en wat effectief is. Ik ga dadelijk ook praten over Congo en de maatregelen waarvan wij vinden dat ze genomen moeten worden omdat wij vinden dat die effectief zijn. Als het puur gaat om de VAE, want daar werd naar gevraagd: wij hebben heel duidelijk aangegeven dat het zeker begint bij het aanspreken op de rol die zij hebben. Daarbij maak je gebruik van alle tafels waaraan je zit met deze partijen. Wij zeggen niet dat je zaken moet doen met partijen die betrokken zijn bij conflicten. Nee, wij zeggen: maak gebruik van de tafels waaraan je zit met deze partijen om ze hierop aan te spreken en ze te bewegen om bij te dragen aan vrede. Dat zeggen wij. Wij zeggen ook heel duidelijk dat wij vinden dat je moet escaleren op het moment dat genomen maatregelen niet effectief blijken te zijn. Wij zijn ook absoluut van plan om dat te gaan doen.

De voorzitter:
Kort en afrondend, de heer Ceder.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Dan ben ik het eens met de heer Bamenga, maar is de heer Bamenga het dan met mij eens dat het best vreemd is om vervolgens als beleid te hanteren dat we het pauzeren van een akkoord niet gebruiken als drukmiddel als bijvoorbeeld de situatie in Sudan — de grootste humanitaire crisis op aarde — niet stopt? Of denk aan het stoppen van de onderhandelingen met Indonesië zolang er in West-Papoea mensenrechtenschendingen plaats blijven vinden in plaats van het hanteren van het argument dat verder praten wel tot verbeteringen zal leiden. Kunt u begrijpen dat door mij en door meer leden in de Kamer de doelredenering niet begrepen wordt en dat het niet-pauzeren maar juist doorgaan en meer handelsafspraken op papier zetten, akkoorden sluiten en met elkaar op de foto gaan niet leidt tot het stoppen van die conflicten?

De voorzitter:
Voordat we het debat over Sudan overdoen dat we voor het kerstreces gehad hebben, geef ik de heer Bamenga de gelegenheid om hierop kort te reageren. Daarna is het de beurt aan de heer Van Baarle.

De heer Bamenga (D66):
Volgens mij heb ik zojuist aangegeven hoe belangrijk het is om deze zaken wél bespreekbaar te maken, of het nou gaat om Indonesië of Sudan. Dat moet juist wel bespreekbaar gemaakt en op tafel gelegd worden. Volgens mij zitten we hierin op dezelfde lijn. Wij zeggen alleen dat op het moment dat het bespreekbaar maken niet tot de juiste effecten leidt, je moet escaleren naar andere middelen.

De heer Van Baarle (DENK):
Kijk. Ik zou even goed willen begrijpen waar de heer Bamenga en de fractie van D66 nu staan. Je hebt verschillende gradaties in deze discussie. Je hebt fracties waaronder die van mij die vinden dat het op dit moment niet gepast is om te onderhandelen met de VAE over een handelsakkoord. Je hebt ook fracties die dat wel gepast vinden. In het laatste debat over Sudan heb ik een poging gedaan om dat bij elkaar te brengen door een motie in te dienen die zegt: zorg er als staatssecretaris in ieder geval voor dat je je rol pakt om de Europese Commissie te verzoeken om dit onder het artikel mensenrechten bespreekbaar te maken. D66 heeft daar toen voorgestemd. In het Europees Parlement heeft D66 een kritischere houding ten aanzien van het akkoord. Kan ik daarmee nu begrijpen dat de heer Bamenga op dit moment nog steeds de staatssecretaris oproept om de Europese Commissie te verzoeken die gesprekken over dat artikel inzake mensenrechten aan te gaan met de VAE over de rol in Sudan, en dus graag zou zien dat de staatssecretaris die rol oppakt?

De heer Bamenga (D66):
Absoluut.

De voorzitter:
Van deze korte, bondige antwoorden houdt deze voorzitter. Gaat u met gezwinde spoed verder met uw betoog.

De heer Bamenga (D66):
Voorzitter. Ook in het oosten van Congo escaleert het geweld opnieuw. Sinds begin december zijn volgens de Congolese regering meer dan 1.500 burgers gedood door de rebellengroep M23, ondanks een zogenaamd vredesakkoord. Op papier is er vrede, maar in werkelijkheid gaat het geweld onverminderd door. Vluchtelingenkampen zijn overvol, honger is wijdverspreid en meer dan 6 miljoen mensen zijn op de vlucht binnen Congo of daarbuiten. Dit conflict duurt al 30 jaar lang en draait om macht, land en bodemschatten, met een verwoestende prijs voor gewone burgers.

Voorzitter. De vraag die blijft hangen, is: is de staatssecretaris ook hier bereid om Europa op te roepen om een grotere rol te pakken in het vredesproces? Waarom is het MoU tussen de EU en Rwanda nog steeds niet opgeschort? Hoe staat het met de ontwikkeling van een Nederlandse en Europese diasporastrategie? Hoe faciliteert de staatssecretaris initiatieven vanuit de Congolese en Sudanese diaspora? Hoe staat het met de uitvoering van onze aangenomen motie over het Grote Merenprogramma?

Voorzitter. We kunnen het niet vaak genoeg benoemen: de situatie in Gaza is catastrofaal. Mensen leven al maanden in doorweekte tenten, terwijl voedsel, medicijnen en andere noodhulp de Palestijnen niet kunnen bereiken. Tientallen hulporganisaties is toegang tot Gaza en de Westelijke Jordaanoever ontzegd. We wachten nog steeds op de antwoorden op onze schriftelijke vragen hierover. Daarom hebben wij zojuist een motie ingediend die de regering verzoekt om daadkrachtige en diplomatieke acties richting Israël te ondernemen, zodat humanitaire toegang voor Nederlandse hulporganisaties wordt hersteld, en om de Kamer periodiek te informeren over de voortgang. Nederland kan en moet hier meer mee doen.

Voorzitter, afrondend. Europa kan de hoeder zijn voor vrede, veiligheid en voorspoed, als we daarvoor durven kiezen, niet alleen vandaag, maar iedere dag opnieuw, bij ieder conflict weer, en tegen alle winden in.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot een laatste vraag, zegt de voorzitter hoopvol.

De heer Stoffer (SGP):
Ja, voorzitter, of het mijn laatste vraag wordt … Ik hoop dat ik er nog meer mag stellen.

De voorzitter:
Ik hoop zeker dat u er nog meer mag stellen.

De heer Stoffer (SGP):
Dank u wel. Een uitstekende bijdrage vanuit D66. Er zijn heel veel inhoudelijke punten benoemd. Met het ene ben ik het meer eens dan met het andere. Maar er ligt natuurlijk ook een begroting voor vandaag. Daar zit een politieke vraag aan vast, namelijk: gaan we deze begroting steunen of gaan we die niet steunen? Als we kijken naar de behandeling van vorig jaar, dan zien we dat het vrij wankel was. Het kan nogal wat uitmaken wat D66 bij deze begroting gaat doen. Ik ben dus benieuwd of de heer Bamenga kan zeggen of hij al beelden heeft bij de vraag of hij deze begroting dadelijk gaat steunen of niet. Misschien moet die straks wel uitgevoerd worden door een partijgenoot van de heer Bamenga zelf. Zou hij daar nog iets over kunnen zeggen?

De heer Bamenga (D66):
Volgens mij hebben we juist dit debat om te kijken waar we hier en daar kunnen bijschaven om te zorgen dat we de begroting zo goed mogelijk kunnen maken en zo veel mogelijk mensen kunnen bijstaan. Ik ga natuurlijk uit van het positieve, dat wij deze begroting kunnen steunen, maar dat we ook deze begroting met z'n allen zo goed mogelijk kunnen maken, zodat we zo veel mogelijk mensen daarmee kunnen helpen.

De heer Stoffer (SGP):
Dank voor het antwoord. Dan kom ik gelijk op de vervolgvraag. Het grote discussiepunt van een jaar geleden was met name het budget en de bni-koppeling. Als we hier wat stijgen in welvaart, als het hier wat beter gaat, gaan we dan ook wat meer besteden aan onze verre naaste die het heel moeilijk heeft? Daar is veel inhoudelijk over gesproken, maar ik heb geen voorstel gezien van D66 om dat nu te veranderen. Ik snap dat dit een heel lastig politiek tijdsgewricht is. Maar als de begroting zo blijft als die op dit moment is en het perspectief niet verandert in wat meer oog hebben voor onze verre naaste, wat is er dan voor D66 veranderd ten opzichte van een jaar geleden?

De heer Bamenga (D66):
Volgens mij weet de heer Stoffer hoe wij erin staan. Wij zijn een groot voorstander van blijven investeren in ontwikkelingssamenwerking. We zien dat als een heel erg belangrijk punt dat onderdeel zou moeten zijn van ons integraal veiligheidsbeleid. We hebben ook in ons verkiezingsprogramma heel duidelijk aangegeven dat wij ernaar streven richting de 0,7% van het bni te gaan. Dat is een standpunt dat wij blijven hanteren.

De voorzitter:
Kort en afrondend op dit punt, meneer Stoffer.

De heer Stoffer (SGP):
Het zal mijn laatste zijn in dit blokje, voorzitter.

Dan nogmaals de vraag. De SGP steunt dat perspectief. Ik denk dat D66 en SGP daar identiek tegenover staan, maar ik zie dat niet terug in deze begroting. Ik worstel ook zelf met de vraag wat ik dadelijk met deze begroting ga doen. Vorig jaar hebben we de begroting nog gesteund. Ik zit echt te zoeken: moet ik dat nu opnieuw doen? D66 heeft die toen niet gesteund. Als er nu niets verandert, volgt D66 dan een consistente lijn en gaat zij dan ook deze begroting niet steunen?

De heer Bamenga (D66):
Ik kijk vooral naar wat we wel samen kunnen doen. Als er punten zijn waarover wij met z'n allen denken dat die beter kunnen, dan kunnen we inderdaad bekijken of we voor het aanpassen van die zaken de juiste dekking kunnen vinden. Ik zou dus juist aan mevrouw … Sorry, de heer Stoffer.

De voorzitter:
Het is nog steeds de heer Stoffer.

De heer Bamenga (D66):
Ja, de heer. Misschien was ik al naar de collega naast hem aan het kijken.

De voorzitter:
Gaat u vooral verder, want ik wil naar een afronding.

De heer Bamenga (D66):
Ik zou zeker tegenover de heer Stoffer willen zeggen: kijk juist met ons hoe wij de huidige begroting beter kunnen maken en hoe wij dit juist kunnen steunen om verder te gaan. Ik denk dat iedereen ermee geholpen is als wij dat kunnen doen.

De voorzitter:
Ik heb even niet gezien wie als eerste in de rij stond, mevrouw Dobbe of de heer Ceder. U bent beiden heel galant. Ik kan u ook beiden overslaan. De heer Ceder? U bent eruit? De heer Ceder.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Ja, goed.

De voorzitter:
Ik wil u vragen om het bij één vraag te houden.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Ja, voorzitter. De ChristenUnie heeft vorig jaar tegen de begroting gestemd, net zoals D66, wetende dat de grote klap niet volgend jaar zou plaatsvinden, maar juist dit jaar. Wij zijn nu dus nog minder geneigd om voor te stemmen. D66 was vorig jaar tegen, maar ik hoor nu dat D66 erover denkt voor te stemmen, terwijl dit het verwoestende beleid is van OS waar heel veel partijen vorig jaar tegen hebben gestemd. De gevolgen zijn immens. Er is heel weinig teruggedraaid. De bni-koppeling is na tientallen jaren losgelaten.

De voorzitter:
Uw vraag, meneer Ceder.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik hoor nu een D66 die zegt: wij gaan dit gewoon steunen en in het kabinet dat eraan komt, gaan wij dit verwoestende beleid gewoon uitvoeren. Mijn vraag is hoe dat kan. Hoe kan het dat D66 niet met een eigen voorstel en een eigen lijn komt? Het kan toch niet zo zijn dat je een oppositietaal en coalitietaal hebt waar een wereld van verschil tussen zit?

De heer Bamenga (D66):
Ik merk dat de heer Ceder mij niet goed heeft gehoord. Dit is niet wat ik gezegd heb. Volgens mij heb ik aangegeven waar D66 voor staat. Dat weet u vanaf dag één. U heeft de uitgangspunten kunnen lezen die D66 en het CDA hebben gepresenteerd. Ook daarin wordt heel duidelijk aangegeven wat wij willen: wij willen toewerken naar die 0,7% bni. Ik geef aan dat wij juist in deze besprekingen die wij met z'n allen hebben, moeten bekijken welke maatregelen wij kunnen nemen om dat mogelijk te maken en ervoor te zorgen dat wij met z'n allen instemmen met een betere begroting. Ik zie nu juist vooral kansen in plaats van heel veel barrières.

Mevrouw Dobbe (SP):
Dit is bijzonder.

De voorzitter:
Eén!

Mevrouw Dobbe (SP):
Ja, dat snap ik, voorzitter. Dit antwoord is wel bijzonder. Ik vind de vragen van de heer Stoffer en de heer Ceder heel terecht. Ik had die zelf ook. Het is inderdaad heel duidelijk waar D66 voor staat. Dat is ook in het tussenstuk met de uitgangspunten door D66 en het CDA bevestigd. Deze begroting is slechter dan die van vorig jaar. Zij staat verder weg van de uitgangspunten van D66 dan die van vorig jaar: de koppeling wordt niet hersteld, de bezuinigingen zijn draconisch. Het is echt dramatisch. Aangezien deze begroting zó ver van de standpunten van D66 afstaat en D66 vorig jaar heeft tegengestemd, kan de conclusie alleen maar zijn dat D66 ofwel tegenstemt ofwel zelf met voorstellen komt. En als dat niet gebeurt, dan moeten we eigenlijk nu al de VVD gaan feliciteren met het feit dat zij het hele beleid van D66 hebben bepaald en dat D66 vanaf nu een neoliberale, asociale koers gaat varen. Dus wat is het?

De voorzitter:
Mevrouw Dobbe ...

De heer Bamenga (D66):
Ik merk hier op bij mevrouw Dobbe ... Volgens mij hebben we bij heel veel punten, bijvoorbeeld vrouwenrechten, met elkaar opgetrokken. Ik zou het juist jammer vinden ... In plaats van hier meer en meer tegenstellingen te creëren tussen hetgeen wij met z'n allen willen bereiken, zou ik willen voorstellen om juist te kijken naar wat ons verbindt en hoe wij er juist voor kunnen zorgen dat wij hier inderdaad een betere begroting kunnen gaan neerleggen. Ik heb zojuist ook aangegeven waar wij als D66 voor staan. U heeft allemaal kunnen lezen wat de uitgangspunten waren van D66 en het CDA. Volgens mij moeten we juist deze begroting gebruiken om het beter te maken, en dat kunnen we samen doen. Ik nodig juist ook mevrouw Dobbe uit om te kijken hoe we dat beter kunnen maken, zodat we uiteindelijk de mensen die wij hiermee kunnen helpen ook daadwerkelijk helpen. Ik heb een aantal voorstellen gedaan als het gaat om vrouwenrechten en onderwijs, en heb ook met een aantal voorstellen meegedaan. We doen mee aan een amendement dat gaat over de UNRWA. Zo zijn er een aantal dingen die wij hebben gedaan ...

De voorzitter:
Meneer Bamenga, wilt u afronden?

De heer Bamenga (D66):
Zeker, voorzitter. Ik zou graag ook aan mevrouw Dobbe willen zeggen: gebruik juist de kans die er is om deze begroting beter te maken, samen met ons.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Voorzitter. Ik vind het antwoord van D66 en de opstelling van D66 in dit debat echt heel teleurstellend, want we hebben het over de grootste bezuiniging op ontwikkelingssamenwerking ooit. Ik zie hier geen enkel concreet voorstel van D66 om dat te verbeteren, en toch neigt de heer Bamenga ernaar om vóór deze begroting te gaan stemmen. Eigenlijk vind ik dat echt onbegrijpelijk vanuit D66 en ik verwacht daarom een concreet voorstel in dit debat. Dus: wat is uw concrete plan om het budget alsnog te verhogen? En ga dan niet andere partijen oproepen om met een ander voorstel te komen. Wat is het concrete voorstel? En als dat niet komt, gaat u dan tegen de begroting stemmen?

De heer Bamenga (D66):
Voorzitter, ik kom dan in herhaling, vrees ik.

De voorzitter:
Doe dat dan kort en bondig, zou ik voorstellen.

De heer Bamenga (D66):
Nou ja, ik heb net ook al aangegeven dat we volgens mij met z'n allen moeten gaan kijken hoe wij deze begroting kunnen verbeteren. Ik heb er alle vertrouwen in dat we dat zeker samen kunnen doen, als wij inderdaad willen dat wij flink meer gaan investeren in ontwikkelingssamenwerking.

De voorzitter:
Mevrouw Kröger, ook één vraag.

Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ja. Ik ben echt aan het proberen om de woorden van de heer Bamenga te duiden, want het is "met z'n allen kijken" en "samen" de schouders eronder. Mijn vraag is eigenlijk: als er een concreet amendement ligt om de koppeling te herstellen, die 0,7% als basislijn te herstellen, dus eigenlijk die bezuiniging, die stiekeme extra bezuiniging die is doorgevoerd van pak 'm beet 300 miljoen te herstellen, zou D66 dat dan steunen? Want dat is iets heel concreets om het beter te maken.

De heer Bamenga (D66):
Daarvan heb ik ook al eerder aangegeven: als dat er ligt, gaan we dat bekijken, gaan we het beoordelen, gaan we kijken naar de dekking. En als het gaat om de doelstelling, dan weet u al hoe wij daarin staan: dat wij er alles aan willen doen om juist dat van het bni te herstellen, maar ook vooral om naar die 0,7% te gaan, dus om daarnaartoe te bewegen.

De voorzitter:
De heer Bamenga gaat over zijn eigen antwoorden. Ik heb het idee dat we een beetje in een cirkeltje ronddraaien. Ik geef u dus de gelegenheid tot het stellen van een andere vraag op ditzelfde punt, maar heb toch het vermoeden dat dit debat is afgerond en ik wil graag door naar de volgende spreker. Als het over een heel ander onderwerp gaat, krijgt u nog de gelegenheid tot één vraag, maar als het over dit onderwerp gaat, dan ga ik de heer Van der Burg uitnodigen voor zijn bijdrage. De heer Ceder knikt heel enthousiast ja, dus dat is één vraag over een heel ander onderwerp. En ook niet het Sudandebat overdoen, alstublieft.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik zou niet durven, voorzitter.

Wij hebben een amendement dat probeert de motie die in de Eerste Kamer is aangenomen, daarbij ook gesteund door D66, uit te voeren. Dit kabinet heeft namelijk geweigerd om die uit te voeren. Dat gaat over een volledig herstel van in ieder geval die bni-koppeling, maar dat gaat ook over uitvoering geven aan die motie.

De voorzitter:
Meneer Ceder, dit gaat wel over hetzelfde onderwerp, dus graag heel snel tot een hele concrete vraag komen.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Ja, voorzitter.

Mijn vraag is of D66 bereid is om de uitspraken die vorig jaar gedaan zijn, ook door de Eerste Kamerfractie, gestand te doen en die koppeling randvoorwaardelijk te maken, of dat nou met mijn amendement is of met het amendement-Kröger of met een eigen voorstel. Zo niet, waarom dan deze opstelling qua samenwerking? Wat is het verschil ten opzichte van de begroting van vorig jaar, de PVV-begroting die het nog steeds is en die dit kabinet ook gaat uitvoeren, misschien met een D66-minister erop? Waarom is het nu wel een kwestie van kansen zien en kansen grijpen?

De heer Bamenga (D66):
Volgens mij kan ik hier ook heel kort over zijn. Wij hebben aangegeven waar we het mee eens zijn. Dat is onveranderd. Alleen, op het moment dat we dat willen herstellen — dat willen wij; wij willen dat herstellen — dan zullen we ook moeten kijken hoe we dat precies doen. Dat is wat ik gezegd heb. Volgens mij moeten we kijken hoe we samen tot overeenstemming kunnen komen.

De voorzitter:
Meneer Dassen, u gaat mij verrassen met een heel ander onderwerp.

De heer Dassen (Volt):
Absoluut, voorzitter. Ik zal u zeker verrassen. Of dat met een ander onderwerp is, laat ik aan u, maar ...

De voorzitter:
Dat gaat u meemaken, meneer Dassen.

De heer Dassen (Volt):
… de vraag is eigenlijk heel simpel: gaan wij bij deze begrotingsbehandeling die koppeling herstellen, ja of nee, en stemt D66 daarvoor, ja of nee?

De heer Bamenga (D66):
Ik denk dat het heel erg belangrijk is, zoals ik net ook al aangegeven heb, dat wij weer met z'n allen gaan bewegen richting die 0,7% bni. Dat is altijd ons streven geweest. Wij hebben aangegeven dat wij flink willen investeren in ontwikkelingssamenwerking. We hebben daar ook internationale afspraken over gemaakt. Daar willen wij naartoe bewegen. Over hoe we dat doen, de dekking die we daarvoor gebruiken, moeten we juist met elkaar in gesprek. Volgens mij zitten we op één lijn als het gaat om het doel.

De voorzitter:
Dan ga ik nu de heer Van der Burg uitnodigen voor zijn bijdrage. Meneer Van Baarle, we draaien in cirkeltjes rond. De heer Dassen had het hier ook al over. Ik ben heel erg rekbaar, dus ik wil u één vraag toestaan, maar dan is mijn geduld ook op. Het is nu 12.15 uur. Ik wil ook heel graag naar de maidenspeech van een van de andere zeer gewaardeerde collega's in deze zaal.

De heer Van Baarle (DENK):
Dat begrijp ik, voorzitter. Ik kan de vraag ook vrij kort houden, want samen met D66 heeft DENK altijd een lans gebroken voor de positie van de Rohingya. Dat hebben de heren Kuzu en Sjoerdsma in het verleden vaak samen gedaan.

De voorzitter:
En uw vraag?

De heer Van Baarle (DENK):
Mijn vraag is of de heer Bamenga al kan aangeven of D66 bereid is om, net zoals in de twee jaren hiervoor, mijn amendement te ondersteunen om budget vrij te maken voor het ondersteunen van de Rohingya.

De heer Bamenga (D66):
Volgens mij zegt de heer Van Baarle dat heel terecht. Wij maken ons heel veel zorgen over de positie van de Rohingya. Ik denk dat wij positief gaan kijken naar ieder amendement dat daarvoor wordt ingediend, maar we zullen dus ook moeten kijken naar de dekking en noem maar op. Op die manier zullen we het moeten beoordelen, maar we staan daar natuurlijk positief tegenover.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan nodig ik de heer Van der Burg uit. Ik ga de collega's ook mededelen dat er wat geschoven is op de lijst. De vierde spreker zal namelijk mevrouw Van Ark zijn, die dan namens het CDA haar maidenspeech uitspreekt. Daarna gaan wij voor 45 minuten lunchen. Dat is inclusief felicitaties. Dat geeft aanleiding tot een vraag van mevrouw Van der Plas, terwijl de heer Van der Burg nu langzaam achteruit bewegend deze ruimte verlaat.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. We zijn nu inderdaad een uur verder. Ik was de vierde spreker, maar ik heb de maidenspeech even voor laten gaan. Dat doe ik ook heel graag, maar ik heb om 14.00 uur een ander debat. Als u dus zegt dat we na de maidenspeech drie kwartier gaan lunchen, dan kom ik behoorlijk in de knel. Dan neig ik er toch naar om dan de vierde spreker te willen zijn, tenzij we de lunch na de vijfde spreker gaan doen.

De voorzitter:
Nu gaat de heer Van der Burg ook een goede suggestie doen.

De heer Van der Burg (VVD):
Ja, mevrouw de voorzitter.

De voorzitter:
Het is wel een fantastische dag, merk ik.

De heer Van der Burg (VVD):
Ik geef natuurlijk graag mijn plek af aan BBB. Ik blijf toch bij het debat, dus mevrouw Van der Plas mag nu.

De voorzitter:
Dan ga ik nu mevrouw Van der Plas uitnodigen voor haar bijdrage. Nee, meneer Markuszower, u gaat niet ruilen op het lijstje.

De heer Markuszower (PVV):
Als ik moet schuiven om de maidenspeech mogelijk te maken, vind ik dat ook prima.

De voorzitter:
De collegialiteit ontroert mij enorm, maar we gaan nu luisteren naar mevrouw Van der Plas van BBB en daarna naar de heer Markuszower van de fractie van de PVV. Daarna gaan wij, in stille bewondering, luisteren naar mevrouw Van Ark voor haar maidenspeech en dan gaan wij, inclusief felicitaties, 45 minuten lunchen. Het is aan u allen hoe laat wij dit debat vandaag gaan eindigen. Mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel. Ik hoop dat Nederland ziet dat wij als Kamer ook heel goed dingetjes met elkaar kunnen overleggen, snelle besluiten kunnen nemen en aardig kunnen zijn voor elkaar. Dank aan de heer Van der Burg dat hij mij nu al laat spreken. Haha, inderdaad niet altijd, meneer Van der Burg.

De voorzitter:
Gaat u vooral verder met uw bijdrage.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dan geef je een keer een complimentje … Ik ken zijn humor wel een beetje!

Voorzitter. Onze welvaart is gebouwd op handel, ondernemerschap en wederzijds voordeel. Steeds vaker bekruipt mij echter het gevoel dat we buitenlandse handel steeds vaker inzetten als moreel instrument en steeds minder als middel om Nederlandse belangen daadwerkelijk te dienen. Internationale handel moet wat BBB betreft altijd berusten op wederkerigheid. Een handelsakkoord dat gesloten wordt, moet er altijd toe leiden dat beide partijen er beter uit komen, zonder dat dit ten koste gaat van onze eigen sectoren en burgers.

In de Mercosur-discussie zien we dat dit niet het geval is. Onze agrarische sector wordt geslachtofferd. BBB is niet tegen handelsakkoorden, maar wel tegen akkoorden waarbij we steeds strengere eisen opleggen aan onze eigen boeren en voedselproducenten, terwijl we tegelijkertijd producten toelaten die niet aan dezelfde standaarden voldoen. Ik wil daar nog heel duidelijk bij zeggen dat je aan voedselveiligheidsstandaarden moet voldoen, maar dat het hier gaat om de productiewijze waar je niet aan hoeft te voldoen. Het wringt dat juist boeren en vleesbedrijven worden blootgesteld aan extra concurrentie en onzekerheid, terwijl de opbrengsten van handelsakkoorden vooral bij de andere sectoren terechtkomen. Wij consumeren wat wij niet mogen produceren. Dat is slecht onderhandeld en zeer schadelijk. Wat daarbij extra schuurt, is dat andere landen in Brussel wel zichtbaar resultaat boeken. Importheffingen op kunstmest worden tijdelijk opgeschort om steun voor Mercosur te organiseren en landen regelen dat. Nederland zit netjes aan tafel, maar doet op dat gebied weinig of boekt te weinig resultaten, zoals we wel vaker zien.

Voorzitter. Dan China. We zien hoe geopolitiek daar steeds nadrukkelijker wordt ingezet als handelsinstrument. Heffingen op Europees en Nederlands varkensvlees, maatregelen richting de zuivelsector en voortdurende onzekerheid rond strategische bedrijven raken onze economie direct. Tegelijkertijd zegt het kabinet dat het deze maatregelen betreurt en de zorgen deelt, maar dat compensatie of mitigatie niet aan de orde is. Ik zie de heer Markuszower bij de interruptiemicrofoon.

De voorzitter:
Ik zag hem ook, maar ik dacht: ik wacht even tot u een punt maakt. Volgens mij was er namelijk een vraag bij het vorige blokje. De heer Markuszower gaat de trend zetten als het gaat om een zeer korte, bondige interruptie.

De heer Markuszower (PVV):
Wat een druk, voorzitter! Ik hoorde mevrouw Van der Plas verstandige dingen zeggen over Mercosur. Wij delen de kritiek op dat verdrag. De partij van mevrouw Van der Plas zit echter nog in het kabinet. Ik ben benieuwd hoe het nou gaat in zo'n kabinet. Er worden verstandige dingen gezegd door de voorvrouw van BBB. Er zitten ministers van BBB, ook verstandige mensen, in het kabinet. Een land als Frankrijk heeft gewoon tegen dat verdrag gestemd.

De voorzitter:
Wat is uw vraag?

De heer Markuszower (PVV):
Nederland had natuurlijk ook tegen kunnen stemmen. Kan mevrouw Van der Plas wat inkleuring geven aan wat er is gebeurd in het kabinet?

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik zit niet in het kabinet, dus ik ben niet bij de gesprekken. Als partijleider en fractievoorzitter geef ik wel al heel lang aan — dat doen we natuurlijk al jaren — dat we tegen het Mercosur-verdrag zijn. Laatst is er een hoofdelijke stemming over Mercosur geweest en volgens mij is toen met één of twee stemmen … Wij hebben hier als fractie tegengestemd. De voltallige fractie, dus alle vier de Kamerleden, hebben gestemd tegen het feit dat wij moesten stemmen voor het Mercosur-verdrag. Dat hebben wij gedaan en dat zullen wij ook altijd blijven doen. Feit is wel — je kunt gewoon even de koppen in de ministerraad tellen — dat BBB geen meerderheid in de ministerraad heeft. Hier in de Kamer zullen wij als fractie altijd blijven strijden tegen het Mercosur-verdrag.

De heer Van der Burg (VVD):
Het is waar dat BBB in de ministerraad geen meerderheid van stemmen heeft, maar dat geldt voor alle dossiers. Toch heb ik BBB-bewindslieden en de BBB-partijleider in het verleden weleens dingen horen zeggen als: dat maken wij niet mee. Dan is het wel raar om BBB hier te horen spreken over een middelvinger richting de boeren, wetende dat het BBB/VVD-kabinet het voorstel heeft neergelegd. Er is hier alleen maar voorgestemd omdat het kabinet ermee had ingestemd, inclusief de BBB-bewindslieden dus.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik weet niet wat er in de ministerraad gebeurt, want ik zit niet in de ministerraad. Volgens mij is het ook niet toegestaan om te lekken uit de ministerraad. Volgens mij is dat zelfs strafbaar. Ik ga dus niet in op wat … Wij hebben elke week een overleg met onze eigen bewindspersonen. Dat heeft elke coalitiepartij. Ons standpunt over Mercosur is altijd heel duidelijk geweest. Nogmaals, we hebben laatst een hoofdelijke stemming gehad over een motie waarin stond dat de regering voor het Mercosur-verdrag moest stemmen in Brussel. Daar hebben wij als voltallige fractie, vier Kamerleden — buiten mijzelf zijn dat Henk Vermeer, Mona Keijzer en Femke Wiersma — tegengestemd.

De heer Van der Burg (VVD):
Ik ben ook niet geïnteresseerd in wat er in de ministerraad is gezegd. Dat lees ik over 75 jaar wel, als de annalen openbaar worden. Maar het kabinet — dat weet mevrouw Van der Plas dondersgoed — spreekt met één mond en heeft één mening, dus als het kabinet voor Mercosur is, zijn alle ministers voor Mercosur, de VVD'ers én de BBB'ers.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja. En de Kamerleden, ik, Henk Vermeer, Mona Keijzer en Femke Wiersma, hebben tegengestemd. Dat is waar ik over ga.

De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Goed. Even kijken waar ik ben gebleven.

Ik was gebleven bij China. De heffingen op Europees en Nederlands varkensvlees, de maatregelen richting de zuivelsector en de voortdurende onzekerheid rond strategische bedrijven raken onze economie direct. Tegelijkertijd zegt het kabinet dat het deze maatregelen betreurt en dat het de zorgen deelt, maar dat compensatie of mitigatie niet aan de orde is. Dat betekent dus dat sectoren die buiten hun schuld geraakt worden door geopolitieke spanningen, de rekening volledig zelf moeten dragen, terwijl het kabinet tegelijkertijd erkent dat handel steeds vaker politiek wordt ingezet. Dat is een ongemakkelijke tegenstelling. In de begroting lees ik dat handel, hulp en investeringen elkaar moeten versterken en dat het kabinet inzet op concurrentievermogen en verdienvermogen. Dat klinkt goed, maar dan moet dat ook zichtbaar worden in de keuzes die we maken: minder vergaderen, minder beleidsdogma's en meer doen wat andere landen ook doen, namelijk actief opkomen voor de eigen belangen en streven naar verbetering en versterking van onze eigen positie.

Voorzitter. Ik heb drie vragen aan de staatssecretaris. Welke ruimte ziet het kabinet nog om tussen nu en het moment van ondertekening van het Mercosur-verdrag in Paraguay geld los te krijgen voor onze boeren, zoals Frankrijk en Italië wel is gelukt? Welke concrete diplomatieke en handelsmatige stappen zet Nederland richting China om schade voor sectoren als varkensvlees en zuivel te beperken, nu het kabinet expliciet heeft uitgesloten dat compensatie of mitigatie aan de orde is? Hoe voorkomt het kabinet dat noodzakelijke veiligheidsafwegingen bij strategische bedrijven ontaarden in langdurige handelsconflicten die meerdere Nederlandse sectoren kunnen raken?

Voorzitter. Ik sluit af met een vraag over Iran. We zien van alles gebeuren in Iran. Grote protesten, mensen die worden vermoord door het regime. Jonge mensen die zonder enige vorm van rechtspraak worden opgehangen vanwege de protesten. Ik wil hierbij ook mijn steun uitspreken voor de mensen in Iran die aan die protesten meedoen, letterlijk met gevaar voor eigen leven.

Mijn vraag betreft de handel met Iran. Kan de staatssecretaris een beeld geven van wat er nu nog aan handel met Iran is? Hoeveel bedrijven uit Nederland zijn daar actief om handel te drijven en hoeveel handel is er vanuit Iran naar Nederland? Voordat ik daar allemaal dingen op ga doen, wil ik wel graag eerst dat beeld hebben. Ik weet dat het een rood gebied is …

De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, wilt u afronden?

Mevrouw Van der Plas (BBB):
… maar ik weet wel dat er gehandeld wordt met Iran of gehandeld kan worden met Iran. Daar zou ik graag een beeld van willen hebben.

De voorzitter:
Dank u wel.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
En ten slotte nog één …

De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, u bent echt ruim over de tijd.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja. Dat gaat ook af van mijn totale spreektijd in alle wetgeving die nog komt, dus daar ben ik mij van bewust. Ik wil er nog even op aanhaken dat de Europese fractie van BBB voor Mercosur zou hebben gestemd. Dat wil ik nog even verduidelijken. Er is nog helemaal niet gestemd. Wij hebben alleen voor de veiligheidsclausules gestemd. In februari of maart wordt er pas door het Europees Parlement over Mercosur gestemd en ik kan u nu al vertellen, ook aan de heer Bamenga, dat de Europese fractie daartegen zal stemmen.

De heer Van der Burg (VVD):
Volgens mij bestaat er geen BBB-fractie in het Europees Parlement, maar een EVP-fractie, waar BBB, NSC en CDA lid van zijn. De EVP is voor Mercosur. Het kan zijn dat individuele leden van de EVP tegenstemmen, maar de fractie van BBB, namelijk de EVP, stemt voor Mercosur. Maar dat was niet mijn vraag. Mevrouw Van der Plas kwam opeens met Iran op de proppen. Zij heeft van de week voor de camera nog GroenLinks-PvdA terechtgewezen. Die zouden er niks over gezegd hebben, maar gisteren hadden wij bij Buitenlandse Zaken een debat over Iran. Daar was één partij niet aanwezig: BBB, toen we het hadden over Iran. Kan mevrouw Van der Plas daarop reflecteren?

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dat is wel echt een hele flauwe en valse suggestie. Er zitten twee mensen uit onze fractie nog in het kabinet: mevrouw Keijzer en mevrouw Wiersma. De heer Van der Burg weet dat. De BBB heeft nu dus effectief twee zetels. Henk Vermeer is onze buitenlandwoordvoerder, maar ook onze woordvoerder voor wonen. Gisteravond was er een debat over volkshuisvesting en ruimtelijke ordening. Dat ging over wonen. Je kunt jezelf niet opdelen of klonen. Dan is het wel heel flauw van de heer Van der Burg om dit op te merken. Voor een partij die nu met twee zetels in de Kamer zit, proberen wij bij bijna alle debatten aanwezig te zijn. Ook toen ik in mijn eentje in de Kamer zat, heb ik bijna alle debatten gedaan. Ik doe vandaag ook drie debatten, dus ik vind deze opmerking eigenlijk vrij onnodig, alsof wij er niet zouden zijn en daarmee Iran niet zouden steunen. Wij hebben dat altijd gedaan, in allerlei moties. Dus ik snap deze aanval van de heer Van der Burg niet zo goed en ik vind het ook onnodig, eerlijk gezegd. Het had niet gehoeven.

De voorzitter:
De heer Van der Burg, afrondend.

De heer Van der Burg (VVD):
Het was geen aanval, het was een vraag. Op het moment dat je andere partijen de maat gaat lopen nemen omdat die ergens niet bij zijn, wellicht ook om een goede reden, mag die vraag gesteld worden. Voor de helderheid: BBB heeft inderdaad wat minder zetels sinds de verkiezingen, maar er waren gisteren gewoon partijen aanwezig met minder Kamerzetels dan BBB. Zeker op het moment dat je anderen de maat neemt en aangeeft hoe belangrijk je dit vindt, mag ik gewoon even vragen waarom je er niet was.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik vind dat de heer Van der Burg nu een heel lelijk beeld geeft. Ik zit net nog te complimenteren dat we goed met elkaar omgaan. Dit is echt totaal onnodig. Dit hoeft de heer Van der Burg helemaal niet te zeggen, zeker niet als hij nu op gaat komen voor GroenLinks-PvdA, terwijl daar een Kamerlid zit van GroenLinks-PvdA dat prima voor zichzelf …

De voorzitter:
Dit gaan we niet …

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Laat me nou even … Sorry, voorzitter …

De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, één moment. We gaan nu niet een discussie voeren en ook nog anderen uitlokken. U kunt reageren op wat de heer Van der Burg gesteld heeft, maar we gaan daar niet nog een aantal andere Kamerleden bij uitnodigen. Daarna ga ik de heer Hoogeveen het woord geven voor zijn allereerste interruptie in dit debat.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik wil graag even mijn zinnen afmaken. Dus nogmaals, iedereen weet dat BBB heel actief is in allerlei debatten. We doen mee aan allerlei schriftelijke overleggen. We zitten bij technische briefings, hoorzittingen en rondetafelgesprekken. We zitten in voorbereidingsgroepen om dingen te organiseren. We zitten in commissies die niet direct de aandacht hebben, zoals de commissie voor de Werkwijze en andere voorbereidende commissies. En dan wordt er gezegd dat ik een partij de maat heb genomen omdat ze ergens niet zijn. Ik heb helemaal niet gezegd dat GroenLinks-PvdA ergens niet is geweest. Het ging over de vraag waar nu het geluid voor Iran gebleven is, terwijl iedereen in de media en op de sociale media overal vooraan stond toen het over Israël-Gaza ging. Daar heb ik wat van gezegd. Maar ik wil dit graag afsluiten, want nogmaals …

De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, ik ga …

Mevrouw Van der Plas (BBB):
… ik vind dat dit een heel lelijk beeld geeft …

De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas …

Mevrouw Van der Plas (BBB):
... van hoe wij hier met elkaar omgaan.

De voorzitter:
Wat ik ook een lelijk beeld vind geven, is dat u continu door mij heen praat. Ik probeer dit debat in goede banen te leiden en het weer terug te brengen naar het onderwerp. Dit is niet het onderwerp, dus ik kijk de heer Van der Burg indringend aan of dit nog nodig is. Anders ga ik namelijk de heer Hoogeveen het woord geven voor een inhoudelijke interruptie.

De heer Van der Burg (VVD):
Ik wil natuurlijk altijd dat de vergadering soepel verloopt en daar hebben we een goede voorzitter voor nodig. Dat bent u, dus ik hou mijn mond.

De voorzitter:
Dank u wel. De heer Hoogeveen.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Sjongejongejonge.

De heer Hoogeveen (JA21):
Mevrouw Van der Plas zei net tegen de staatssecretaris dat Nederland zijn best moet doen om net als Frankrijk en Italië geld los te weken bij de Europese Commissie. Kan mevrouw Van der Plas verduidelijken wat zij daar precies mee bedoelt?

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik vind dat het kabinet niet genoeg heeft gedaan. Het gaat niet alleen over nu, maar ook over de afgelopen jaren. Wij zijn als land nettobetaler in Europa. Kennelijk zijn regeringen in andere landen vrij eensgezind in het samen optrekken. Dat zie je ook bij Ierland wat betreft de derogatie. Ik denk dat wij daar meer op kunnen bereiken. Zolang wij in het kabinet hebben gezeten, hebben wij daar alles aan proberen te doen. Soms heb je ook te maken met wat tegenbewegingen, maar dat is wel triest. Ik denk dat wij een voorbeeld kunnen nemen aan heel veel andere landen die veel weten te bereiken in Europa. Dat zouden wij ook weleens mogen doen.

De heer Hoogeveen (JA21):
Mevrouw Van der Plas duidde in haar vraag op het Mercosur-verdrag. Daarover is in Europees verband onderhandeld. Vanuit de Europese Commissie is er een tegemoetkoming gekomen van, als het goed is, 45 miljard, als onderdeel van het Meerjarig Financieel Kader. Dat geld gaat dus naar alle landen binnen het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Mijn vraag aan mevrouw Van der Plas is dus wat voor haar partij voldoende compensatie van het Mercosur-verdrag is om toch positiever naar dit verdrag te kijken.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik kijk helemaal niet positief naar dit verdrag. Al gaat er 10.000 miljard naartoe, dit verdrag is gewoon slecht. Het is gewoon een slecht verdrag. Tijdens de bijdrage van de heer Bamenga hebben we daar met meerdere Kamerleden een uitvoerig interruptiedebat over gehad. Vanwege mensenrechtenschendingen, arbeidsomstandigheden, gebruik van gewasbeschermingsmiddelen die hier niet zijn toegestaan, antibiotica, gebrek aan controles en gebrek aan capaciteit is het gewoon een slecht verdrag. Zoals ik al zei, zijn wij niet tegen handelsverdragen, maar wel tegen handelsverdragen die boeren op achterstand zetten. Wij weten helemaal niet wat er van die 45 miljard bij ons op het boerenerf terechtkomt. Sterker nog, we hebben straks geen boer meer over op het erf als we in Nederland op deze manier doorgaan. Duizenden boeren stoppen of zijn al gestopt en gaan emigreren. Ze hebben er geen zin meer in. We zien nu al op het platteland de gevolgen daarvan verschijnen. Kleinere bedrijven om de agrarische sector heen stoppen er ook mee. Boerderijen stoppen met hun zorgtak of een agrarische kinderopvang stopt ermee. Zo verschraalt bijvoorbeeld de kinderopvang. Waar moeten die kinderen dan naartoe? Mensen met een beperking hebben daar een dagbesteding, maar kunnen er ook niet meer werken.

De voorzitter:
Wilt u komen tot een afronding, mevrouw Van der Plas?

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Wat zegt u?

De voorzitter:
Wilt u komen tot een afronding?

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja. Dus het is gewoon een heel slecht verdrag zolang niet aan alle standaarden wordt voldaan.

De voorzitter:
Kort en afrondend op dit punt, de heer Hoogeveen.

De heer Hoogeveen (JA21):
De mening van de BBB over het Mercosur-verdrag is mij bekend, alleen ligt dit verdrag hier nu. U vraagt aan de staatssecretaris of zij meer geld kan lospeuteren als compensatie voor het Mercosur-verdrag, net als Frankrijk en Italië. Wat bedoelt u daar precies mee? Hoeveel hebt u dan voor ogen? En waar gaat dat geld dan naartoe?

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik wacht hier het antwoord van de staatssecretaris af op de vraag of dat überhaupt mogelijk is. Dan kunnen we daar verder over praten. Voor mij is gewoon heel erg belangrijk dat als er geld komt, dat terechtkomt op het boerenerf. Het moet niet naar allerlei andere projecten gaan die boeren niet helpen. Ik weet inderdaad dat JA21 hartgrondig voorstander is van dit Mercosur-verdrag en dat verbaast mij eerlijk gezegd heel erg, omdat JA21 altijd zo "voor de boeren" zegt te zijn, maar in dit geval is JA21 tegen de boeren.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan wij nu luisteren naar de bijdrage van de heer Markuszower namens de fractie van de PVV.

De heer Markuszower (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Alvast veel succes aan de volgende spreker, mevrouw Van Ark van het CDA, met haar maidenspeech. Alvast gefeliciteerd ook en heel veel succes in deze Kamer.

Voorzitter. Vandaag en morgen bespreken wij de begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. De verantwoordelijke minister of in dit geval staatssecretaris is dubbeldemissionair, en dit rompkabinet, dat nog maar op 26 zetels in de Tweede Kamer leunt, staat al met anderhalf been bij de uitgang. Toch wil dit demissionaire kabinet voor deze begroting bijna een half miljard euro meer uitgeven dan vorig jaar. Waarom, vragen wij ons af. Hebben wij dat geld niet gewoon nodig voor onze eigen mensen en voor onze eigen problemen in ons eigen land?

In totaal geven wij in 2026 als Nederland een dikke 6,7 miljard euro uit aan ontwikkelingshulp. Dat is 6,7 miljard euro te veel. Dat is ongeveer €800 per jaar voor ieder Nederlands huishouden. Met dat geld zouden wij dus heel veel Nederlanders ontzettend blij kunnen maken en wat lucht kunnen geven. Maar dit demissionaire kabinet geeft het geld blijkbaar liever uit aan de bodemloze put genaamd "ontwikkelingshulp".

Het is decadent en asociaal. Miljoenen Nederlanders staan met buikpijn hun boodschappen af te rekenen. Het is voor veel mensen gewoon niet meer te betalen. De prijzen zijn veel te hoog, het inkomen is te laag en de belastingdruk is enorm. Meer dan een half miljoen Nederlanders leven in armoede. Meer dan honderdduizend kinderen in Nederland gaan met honger naar bed. In plaats van dat onze regering díe mensen en díe kinderen helpt en in plaats van dat wij de belastinginkomsten aanwenden om de problemen van Nederland en Nederlanders op te lossen, smijten wij al die zuurverdiende euro's weg naar de hoge salarissen van al die medewerkers die bij die half corrupte ngo's werken. Decadent en asociaal dus en bovendien ook onmenselijk. Liefdadigheid is een groot goed, hoor, maar nu pakt de overheid veel geld af van burgers die het vaak zelf niet kunnen missen en diezelfde overheid gaat dan voor sinterklaas spelen. Echte liefdadigheid is mensen de vrijheid geven — dat is ook liberaal — om zelf te bepalen wie zij willen helpen en met hoeveel geld.

Voorzitter. Waar is de solidariteit en barmhartigheid van onze regering voor onze eigen mensen in plaats van voor die mensen in Afrika? Waarom willen we de hele wereld redden terwijl we onze eigen mensen in Nederland in de kou laten staan? Wij zijn, vraag ik aan de staatssecretaris, toch niet de pinautomaat van de hele wereld?

We moeten dus geen cent meer geven aan ontwikkelingshulp. Als je bijvoorbeeld kijkt — ik heb er net al iets over gezegd — naar de salarissen van de directeuren van die ngo's, weet je toch dat Nederlands ontwikkelingsgeld vooral richting gretige graaiers gaat? Die gretige graaiers noemen zichzelf directeur en harken een salaris van meer dan €10.000 per maand binnen. Een deel van ons ontwikkelingsbudget loopt via de EU en ook de EU pompt dat geld weer door naar ngo's. Tussen 2019 en 2023 vloeide er vanuit de EU 17 miljard euro naar lobbygroepen en ngo's. De Europese Rekenkamer is keihard in zijn oordeel daarover. Er is geen fatsoenlijke controle en geen transparantie, en maar liefst 7,4 miljard euro is spoorloos verdwenen. Kan de staatssecretaris een overzicht geven van iedere euro die wij vorig jaar aan ontwikkelingshulp hebben gespendeerd en van wat er precies met al dat geld is gebeurd?

Met het gireren van onze dure euro's richting de derde wereld, stimuleren wij — dat komt nog bovenop de kritiek — alleen maar massa-immigratie. Meer geld naar Afrika en het Midden-Oosten betekent ook meer geld naar mensensmokkelaars en corrupte regimes die hun allerslechtste mensen richting Europa sturen. De EU is naarstig op zoek naar nog meer geld van lidstaten om het gat te vullen dat is ontstaan doordat USAID is opgeheven. Dat betekent dat Nederlands belastinggeld via de EU-bijdrage nu nog meer gebruikt zal worden — althans, dat is de wens — om de inefficiënte ngo-structuren in leven te houden. Het is een absurde situatie. Waarom zouden wij, als Nederland, dit blijven financieren terwijl we onze eigen mensen in de kou laten staan? Graag een reflectie daarop van de staatssecretaris.

Onderzoek toont aan dat veel hulp niet leidt tot duurzame ontwikkeling, maar vastloopt in bureaucratie, corruptie en politieke agenda's. Denk aan UNRWA, dat geïnfiltreerd is door de terroristen van Hamas, of Oxfam Novib, met haar seksschandalen en haar antisemitische anti-Israëlbias. Dit is geen hulp. Dit is verspilling van Nederlands belastinggeld. De PVV pleit voor een volledige ontmanteling van geld dat naar ontwikkelingshulp gaat. Geen cent meer naar kansloze projecten, corrupte regimes en activistische ngo's. Stop met het geven van geld aan landen voor klimaatongelijkheid, transgenderrechten en non-binaire inclusie. Wij zitten daar niet op te wachten. Het is pure westerse arrogantie. Het is niks anders dan links neokolonialisme. Al dat geld voor klimaatprojecten is met andere woorden zeggen: "Jullie mogen geen door jullie zelf geïnitieerde economische groei doormaken. Jullie moeten de derde wereld blijven." Laat die landen toch met rust. Stop per direct de subsidies aan organisaties zoals UNRWA, die volgens rapporten structureel bijdragen aan antisemitisme, radicalisering en islamitisch terrorisme.

Voorzitter. Dan het rampzalige Mercosur-handelsakkoord. Daar is eerder over gesproken door onder andere mevrouw Van der Plas, die daarover verstandige dingen zei. Dat akkoord is een ramp voor onze boeren, onze voedselzekerheid en voedselveiligheid. Het stimuleert de invoer van goedkope rotzooi en dierenleed uit Zuid-Amerika. Dit akkoord geeft des te meer aan dat wij als Nederland gebonden zijn aan handelsakkoorden die absoluut niet in het belang zijn van Nederland en ook niet van alle andere Europese landen. We zijn als handelsnatie niet eens meer in staat om unilateraal handelsverdragen af te sluiten. Dat is een totaal ongewenste realiteit. We moeten onze soevereiniteit om zelfstandig handelsverdragen af te kunnen sluiten terugveroveren. We leven immers in een multipolaire wereld, of we dat nou leuk vinden of niet. Deze minister die verantwoordelijk is voor Buitenlandse Handel heeft zich laten wegblazen door haar VVD-collega en wonderboy: Karremans. Uiteindelijk is hij niet zo'n wonderboy gebleken. Zijn roekeloze actie met betrekking tot Nexperia heeft Nederlandse handelsbelangen met China ernstig beschadigd, waarmee hij ook onze economie schade heeft toegebracht.

Waar was de staatssecretaris van BHO eigenlijk in deze kwestie? Of heeft zij braaf en kritiekloos haar VVD-collega gevolgd? Wat vindt zij ervan dat de amateuristische opstelling van de heer Karremans en van dit kabinet heeft gezorgd voor blijvende problemen met de supplychain van bijvoorbeeld de Europese auto-industrie?

Daarmee rond ik af. Ik wens de staatssecretaris toch veel succes toe met het verdedigen van deze begroting. Al het goeds gewenst. Dank u wel.

De voorzitter:
Wat een plezierige afsluiting, meneer Markuszower. Ik zie dat de collega's er ook zijn. Dan nodig ik nu met heel veel plezier mevrouw Van Ark uit voor haar maidenspeech namens de fractie van het CDA. Zoals gebruikelijk is, laten we haar aan het woord en gaan we haar niet interrumperen. Ter afsluiting feliciteren we haar en gaan we lunchen. Ik geef u met veel plezier het woord. Geniet ervan.

Mevrouw Van Ark (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik ben de politiek ingegaan om praktijk en politiek met elkaar te verbinden, om, in alle bescheidenheid, de wereld een klein beetje beter achter te laten dan we haar aantroffen. Niet geheel toevallig is dit een citaat ontleend aan de oprichter van scouting, Lord Baden-Powell: "Leave this world a little better than you found it." Dat is een boodschap die hij scouts naliet na zijn dood. Voor mij raakt deze gedachte aan een dieper besef dat ons mensen iets is toevertrouwd, dat wij deze wereld niet bezitten maar beheren en dat verantwoordelijkheid altijd verder rijkt dan het hier en nu. Precies daar raakt de boodschap van Baden-Powell aan wat het CDA verstaat onder rentmeesterschap: verantwoordelijkheid dragen voor wat ons is toevertrouwd, zodat we het beter doorgeven aan de volgende generatie. Dat is gelukkig een drijfveer die ik deel met veel mensen, hier en wereldwijd.

Maar als we het wereldnieuws volgen, zien we vaak het tegenovergestelde: een wereld die wordt gedomineerd door macht in plaats van verantwoordelijkheid, door leiders die eigendom en invloed najagen ten koste van hun bevolking. Te vaak zitten vrouwen en jongeren niet aan tafel wanneer besluiten worden genomen die hun toekomst bepalen. Ik vraag mij regelmatig af: hoe zou de wereld eruitzien als we hen wél structureel zouden betrekken? Zouden handelssystemen dan eerlijker zijn? Zouden conflicten minder snel escaleren?

Voorzitter. Soms zakt mij de moed in de schoenen als ik het leed zie: oorlog, honger en seksueel geweld. Tegelijkertijd zie ik iets anders: veerkracht, lokale organisaties, artsen en jonge leiders die overeind blijven onder de zwaarste omstandigheden; mensen die niet wachten op macht, maar verantwoordelijkheid nemen voor hun gemeenschap. Juist dáár ligt voor mij ook de kern van de christendemocratische politiek: niet alles centraal willen regelen, maar vertrouwen op kennis en kunde die al aanwezig is. Maatschappelijke organisaties spelen daarin een cruciale rol. Zij kennen de lokale context en bouwen aan stabiliteit en perspectief.

Die kennis en kunde zit ook in ons bedrijfsleven. Ik heb de afgelopen jaren veel bedrijven gezien die het goede willen doen. Een bijzondere ervaring die ik met mij meeneem hier in Den Haag is het bezoek aan een mijn in Bolivia samen met een Nederlands bedrijf. Ik mocht twee jaar geleden samen met de mijnwerkers de mijn in om te zien onder welke omstandigheden zij werken. Eerst gingen we in een karretje — dat was een open karretje — langzaam omhoog om vervolgens bovenaan bij de ingang te komen en de mijn in te lopen. Het werd steeds warmer en warmer. Gelukkig ben ik klein. Dat kwam goed uit omdat de stroomkabels eigenlijk net boven mijn hoofd uitkwamen. De warmte, het stof, het geluid: echt indrukwekkend dat men dagelijks onder de grond werkt voor onze energiebehoefte. Eerlijk gezegd was ik heel blij toen iemand voorstelde om weer om te keren, terug naar de frisse buitenlucht.

Waarom deel ik dit? We hebben het hier in Nederland en in Europa heel vaak over leveringszekerheid, maar we vergeten soms te denken aan de mensen die voor ons de metalen uit de grond halen. Metalen zoals nikkel en zink worden gewonnen door mensen die onder extreme hitte en in veel stof werken om deze metalen uit de grond te halen. Ik denk dat we dit perspectief nooit mogen vergeten, de keerzijde van onze handel.

Vanuit dit vertrekpunt bekijkt het CDA dan ook de inzet op handelsverdragen. Voor verdragen die belangrijk zijn voor de levering van grondstoffen moeten we niet alleen kijken naar wat het aan onze kant van de wereld oplevert, maar ook naar de verwerkingscapaciteit in de landen zelf. Wie alleen grondstoffen afneemt, houdt afhankelijkheid in stand. Wie inzet op lokale verwerking, draagt bij aan echte ontwikkeling.

Voorzitter. Mijn fractie maakt zich grote zorgen over de impact van de historische bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking. Nederland heeft internationaal altijd een koploperspositie ingenomen. Zoals ook VNO-NCW helder zegt: internationale samenwerking is geen kostenkost, maar een strategische investering. Nederland lijkt zich op dit moment weer terug te trekken achter de dijken, alsof we niet onlosmakelijk verbonden zijn met de rest van de wereld. Het CDA ziet met zorg dat de Verenigde Staten onder president Trump zich terugtrekken uit 66 veelal VN-organisaties en -verdragen en dat is precies de weg waarvan wij denken dat hij leidt tot minder invloed, minder stabiliteit en uiteindelijk meer onzekerheid. Ook in Nederland zien we een snelle kaalslag waarmee ons land zijn positie en invloed verliest. Juist daarom wil het CDA dat de uitvoering van de Afrikastrategie voortvarend wordt opgepakt. Dat vraagt nu om een geïntegreerde aanpak van handel en ontwikkeling en het aangaan van wederkerige partnerschappen. Kan de staatssecretaris concreet aangeven welke stappen zij op korte termijn zet om deze Afrikastrategie daadwerkelijk tot uitvoering te brengen?

Al vaker heeft mijn fractie aangegeven dat investeren in veiligheid en ontwikkelingssamenwerking hand in hand moeten gaan. Veiligheid creëer je niet alleen met wapens maar ook door te investeren in zaken zoals watermanagement, voedselzekerheid en diplomatieke softpower. Humanitaire organisaties geven aan dat zij juist door hun lokale aanwezigheid in conflictgebieden zoals Jemen op bilateraal niveau aan Nederland toegang bieden om conflicten te helpen beëindigen en onze positie als handelsland te verstevigen. In welke landen ziet de staatssecretaris mogelijkheden om deze relatie tussen humanitaire hulp, conflictbemiddeling en handel te versterken?

Voorzitter. Het maatschappelijk middenveld wordt gekort met 1 miljard euro, waarbij de focus komt te liggen op lokale ngo's. In brieven over deze bezuiniging heeft minister Klever destijds aangekondigd maatwerk toe te passen. Mijn fractie wil daarom van de staatssecretaris concreet horen hoe dit maatwerk vorm krijgt en in hoeverre daarbij ruimte is voor een ruimhartige en zorgvuldige toepassing. Mijn fractie hecht hieraan omdat we nu zien dat veel kennis en kunde van Nederlandse organisaties waarin Nederland jarenlang heeft geïnvesteerd dreigt te verdwijnen.

Tot slot, voorzitter, wil ik stilstaan bij mensen die vaak hun leven riskeren om anderen te helpen: artsen en zorgverleners. In conflictgebieden is hun bescherming geen luxe maar echt een absolute noodzaak. Het internationaal humanitair recht is hierover duidelijk en onze inzet moet dat ook blijven. Het kan niet waar zijn dat Artsen zonder Grenzen en het Rode Kruis steeds vaker te maken krijgen met aanvallen — niet van rebellen maar van statelijke actoren. We kijken als CDA uit naar het aangekondigde AIV-advies over wat we kunnen doen aan de straffeloosheid en vragen om een spoedige reactie van het kabinet hierop.

Voorzitter, tot slot. Nederland is altijd een voorvechter geweest van verbeterde mondiale gezondheid. Dankzij het CDA ligt er sinds 2022 een mondiale gezondheidsstrategie. Maar ondanks de belofte om hierop vol in te zetten met scherpe keuzes zoals inzetten op pandemische paraatheid, rijst de vraag hoe realistisch het is dat Nederland hierbij nog een relevante speler blijft. We constateren dat Nederland 31 miljoen euro minder per jaar gaat besteden, terwijl we tegelijkertijd zien dat elke dollar die wordt uitgegeven aan vaccinaties 54 dollar oplevert, onder meer doordat behandelingskosten worden voorkomen. Toch lukt het veel landen niet om zelf die investeringen te doen, omdat zij meer betalen aan schulden dan ze kunnen investeren in hun eigen gezondheidssystemen. Hoe zet Nederland zich internationaal in om dit probleem aan te pakken, bijvoorbeeld via het IMF en in EU-verband? Deze diplomatieke inzet kost weinig, maar betaalt zich wel uit.

Voorzitter. Medemenselijkheid zit niet alleen in grote gebaren, maar ook in kleine dingen, in kiezen voor samenwerking, menselijke waardigheid en rentmeesterschap, juist wanneer de wereld die waarden onder druk zet. Vanuit die overtuiging zal ik mij in deze Kamer inzetten, met oog voor de praktijk, met vertrouwen in mensen en met de verantwoordelijkheid die het CDA al generaties lang kenmerkt.

Dank u wel.

(Geroffel op bankjes)

De voorzitter:
Dank u wel voor uw prachtige maidenspeech. Het is mij een eer om u als eerste te mogen feliciteren. De collega's staan al klaar. De bloemen zijn er. Ik vraag u om voor het rostrum te gaan staan en de felicitaties in ontvangst te nemen. Dan schors ik tegelijkertijd tot 13.40 uur. Geniet van dit moment.

De vergadering wordt van 12.56 uur tot 13.40 uur geschorst.

Begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp 2026

Begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp 2026

Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:

  • het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (XVII) voor het jaar 2026 (36800-XVII).

De algemene beraadslaging wordt hervat.

De voorzitter:
Ik zag de vijfde spreker van de Kamer al enthousiast naar voren komen. Het verdient bijna tromgeroffel. Het is de beurt aan de heer Van der Burg namens de fractie van de VVD. Gaat uw gang.

De heer Van der Burg (VVD):
Dank u, voorzitter. Ik zeg het maar vast tegen alle aanwezige en niet-aanwezige collega's: vanuit de VVD zal het een vrij overzichtelijke bespreking van de begroting worden, want we zitten midden in de coalitieonderhandelingen. Dat betekent dat wij als VVD-fractie die vooral zullen afwachten, ook als het gaat om begrotingswijzigingen en dat soort zaken. Binnen begrotingsnummers kunnen we het over zaken hebben, maar zaken als vermindering of verhoging van budgetten zijn wat mij betreft allemaal aan de orde in de coalitieonderhandelingen en niet in dit debat dat we vandaag voeren met elkaar.

Voorzitter. Dat gezegd hebbende, hebben we een derde van onze economie te danken aan buitenlandse handel. 2,6 miljoen mensen vinden hun werk dankzij buitenlandse handel. Dat maakt Buitenlandse Handel een van onze belangrijkste portefeuilles. Als ik kijk naar wat de verschillende politieke partijen allemaal willen volgens hun verkiezingsprogramma's, debatten et cetera, dan kunnen we deze staatssecretaris maar beter heel veel succes wensen, want dat betekent dat we economisch stevig moeten groeien. Daar is de VVD voor. Als we meer groei hebben, hebben we meer taart. Als we meer taart hebben, kunnen we die vervolgens in deze Kamer uitstekend met elkaar verdelen. Daarvoor hebben we dus niet alleen een veel reizende staatssecretaris nodig. We hebben haar heel wat zien reizen sinds zij weer terug is in vak K en in het kabinet. Maar ze heeft ook mooie resultaten behaald. Ik zeg het hier maar en daarmee zeg ik het ook D66 na: ik ben buitengewoon blij dat Mercosur door de Kamer is gekomen en in Europa is ondersteund. Ik hoop dat meer verdragen zullen volgen de komende tijd.

De voorzitter:
Dat geeft natuurlijk aanleiding tot een vraag. Meneer Markuszower, gaat uw gang.

De heer Markuszower (PVV):
Er is een interview verschenen met Rob de Wijk. Ik citeer: "Rob de Wijk is pleitbezorger van een krachtige agrofoodsector in Nederland en Europa." Ik wilde aan de heer Van der Burg vragen hoe hij kijkt naar die uitspraak van Rob de Wijk; hij is toch niet de minste in Nederland. Ik moet opschieten van de voorzitter.

De voorzitter:
Ja.

De heer Markuszower (PVV):
Ik wilde vragen of hij vindt dat dat Mercosur-verdrag onze agrofoodsector in Nederland sterker of zwakker maakt.

De heer Van der Burg (VVD):
Wij hebben een buitengewoon sterke agrosector in Nederland. We zijn niet voor niets de tweede voedselexporteur ter wereld. Dat komt doordat wij als klein land buitengewoon efficiënt zijn. Wij ondervinden daar overigens ook op sommige vlakken de nadelen van; zie de stikstofdiscussie. Maar het Mercosur-verdrag gaat over veel meer dan alleen de agrosector. Dat gaat bijvoorbeeld over de machinebouw. Door dit verdrag zullen we daarin 482 miljoen meer omzet krijgen. Dat gaat over farmaceutica, waarbinnen we 182 miljoen meer omzet krijgen. Het gaat over chemie, waarbinnen we 82 miljoen meer omzet krijgen. Het gaat over transport, waarbinnen we 63 miljoen kunnen krijgen. Het gaat over zware industrie, waarbinnen we — ik moet het even goed zeggen — 140 miljoen kunnen krijgen. Vergist u zich niet. Dienstverlening: 811 miljoen. Transportdiensten: 179 miljoen. Om de heer Markuszower een plezier te doen, zeg ik: ook zuivel profiteert hiervan met 33 miljoen. Dan heb ik alles rondom watertransport nog niet eens genoemd. Dat is ook iets waar we heel erg sterk in zijn. Je moet dit verdrag dus wel in de breedte zien en niet specifiek kijken naar één punt.

De heer Markuszower (PVV):
Ja, de heer Van der Burg strooit hier met miljoenen. Ze vallen allemaal uit de hemel als het heilige mannabrood. Maar dat zijn natuurlijk voorspellingen. Dat is nog helemaal niet zeker. Is de heer Van der Burg het met mij eens dat de bedragen die hij net noemde voorspellingen zijn van economen? Als economen het allemaal zouden weten, dan zouden ze geen hoogleraar zijn op een universiteit, maar dan zouden ze allemaal in een Bentley in Monaco rondrijden. Bent u het daarmee eens?

De voorzitter:
En uw vraag?

De heer Markuszower (PVV):
Mijn vraag is: klopt het dat dat slechts voorspellingen zijn voor bepaalde sectoren en dat het nog helemaal niet zeker is dat dat door dat Mercosur-verdrag realiteit gaat worden?

De heer Van der Burg (VVD):
Weet u, deze cijfers zijn niet van mij. Dit zijn cijfers van de Wageningen University. De PVV en de BBB, die nu niet meer bij het debat aanwezig is, geven altijd hoog op van agro, en terecht. Ik begon mijn bijdrage aan het debat met het feit dat we de taart eerst moeten vergroten voordat we hem kunnen verdelen. De PVV is samen met andere linkse partijen altijd heel erg goed in het verdelen van al het geld dat wij als politici te verdelen hebben, maar het gaat er wel om dat het eerst verdiend wordt. Al die bedragen die ik net noemde, worden verdiend door het bedrijfsleven, en dat bedrijfsleven heeft het sowieso al zwaar met dit parlement. Het is buitengewoon belangrijk dat we ervoor zorgen dat het bedrijfsleven kan bloeien, zodat het daardoor opbrengsten genereert en daarmee ook belastingopbrengsten genereert. En dan gaan de heer Markuszower en ik die wel verdelen.

De voorzitter:
Kort en afrondend op dit punt.

De heer Markuszower (PVV):
Daar houd ik de heer Van der Burg aan. Frankrijk heeft tegen het Mercosur-verdrag gestemd. Dat is echt niet voor niks. Het Mercosur-verdrag drukt onze boeren weg uit Nederland. Dat is problematisch voor de voedselveiligheid en voor de voedselzekerheid, want als hier minder boeren zijn die kunnen produceren — dat wordt voor hen gewoon te duur en zij worden beconcurreerd met goedkoop, vies vlees uit verre landen in Zuid-Amerika — dan komt onze voedselveiligheid in gevaar. Ziet de heer Van der Burg dat probleem niet?

De heer Van der Burg (VVD):
Ik zie dat er ook nadelen zitten aan dit verdrag. Die zijn er inderdaad bijvoorbeeld op het gebied van de vleesproducerende industrie. De vleesproducerende industrie zorgt voor een heel groot deel voor de welvaart en het welzijn in Nederland. Tegelijkertijd zorgt die voor heel veel export naar het buitenland en voor lichte problemen op het gebied van stikstof. Wij kijken naar het geheel; wij vinden het verdrag als geheel buitengewoon positief. Wij zijn dus blij dat het VVD/BBB-kabinet, een meerderheid van de Kamer en een meerderheid van de landen in Europa met Mercosur hebben ingestemd. Nogmaals: geld moet je eerst verdienen, dan kun je daar belasting over heffen en daarna kan de Kamer het met elkaar gaan verdelen.

De voorzitter:
Meneer Markuszower, u gaat mij verrassen met een heel andere vraag?

De heer Markuszower (PVV):
Ja, zeker. Dat verdelen gaan we doen, hè, meneer Van der Burg, met deze begroting van inderdaad het VVD/BBB-kabinet. Dat gaan we doen: een half miljard euro meer naar ontwikkelingssamenwerking. De VVD zegt altijd in haar partijprogramma's dat zij daar niet zo'n grote fan van is. Ook mevrouw Yeşilgöz strooide daarmee als dekking voor allerlei zaken die zij …

De voorzitter:
Uw vraag?

De heer Markuszower (PVV):
Mijn vraag is hoe het nou kan dat onder de verantwoordelijkheid van de VVD wéér een half miljard meer naar ontwikkelingssamenwerking gaat. Überhaupt wordt de taart van 6,7 miljard waar de heer Van der Burg het over heeft, dat zuurverdiende geld, gedrukt in het gezicht van de mensen die hun boodschappen niet meer kunnen betalen. Er wordt helemaal niks verdeeld. Het geld dat de mensen in Nederland allemaal verdienen, geeft de VVD als een soort sinterklaas weg aan Afrika. Dat komt helemaal niet terug in een taart voor de Nederlanders. Hoe ziet de heer Van der Burg dat?

De heer Van der Burg (VVD):
Als de PVV niet meteen was weggelopen, zoals altijd bij moeilijke beslissingen, maar in het kabinet was gebleven, dan had er nu ook een begroting gelegen waarin geld werd uitgetrokken voor ontwikkelingssamenwerking. Als het goed is, had de PVV daar dan gewoon braaf voorgestemd, want als je met elkaar afspraken maakt, kom je die na. Zo zit de VVD in ieder geval in de wedstrijd. Er kunnen dan dingen in het coalitieakkoord en dus ook in een begroting staan waar je het wel mee eens bent of niet mee eens bent, maar afspraak is afspraak. Of je nou, zoals in dit geval, in een kabinet zit met de restanten van de BBB of straks in een nieuwe coalitie met D66 en het CDA: wij zijn goed voor ons woord. Wat wij doen, en dat is een verschil met de PVV, is verantwoordelijkheid pakken als het moeilijk wordt. Dan gaan wij niet het hazenpad op.

De heer Markuszower (PVV):
Zeker is het zo dat de PVV goed is voor haar handtekening. Als er afspraken worden gemaakt, dan moeten we die nakomen. Maar waarom moest de PVV die afspraken maken? Dat komt juist doordat er partijen zijn zoals de VVD die helemaal niet minder geld willen uitgeven aan ontwikkelingssamenwerking en die blijven zeggen: laten we dat geld maar uitgeven en uitgeven en uitgeven; dat geld moet niet in Nederland worden uitgegeven, maar naar Afrika. Dát is de VVD die we binnen de Kamers kennen. In het verkiezings…

De voorzitter:
En uw vraag, meneer Markuszower?

De heer Markuszower (PVV):
Mijn vraag is: ziet de heer Van der Burg niet de hypocrisie daarvan? De VVD zegt naar buiten toe: wij gaan bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking. Maar tijdens de onderhandelingen, ook voor het nieuwe kabinet, wil zij constant geld uitgeven aan Afrika en wil zij dat geld niet in Nederland uitgeven.

De heer Van der Burg (VVD):
Ik hoop dat de heer Markuszower bij het hele debat aanwezig blijft ...

De voorzitter:
Laten we zo met elkaar debatteren dat we zo meteen weer teruggaan naar de begroting.

De heer Van der Burg (VVD):
Dat wilde ik ook doen, voorzitter, uiteraard. Maar dan kan de heer Markuszower straks mevrouw Kröger worden. En dan gaat mevrouw Kröger ongetwijfeld zeggen dat er veel te weinig geld gaat naar ontwikkelingssamenwerking. En dan zal de heer Ceder daarover beginnen en de heer Van Baarle er ook over beginnen. Kortom, de visie van de PVV wordt in ieder geval niet gedeeld door de VVD of door de meerderheid van deze Kamer.

De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.

De heer Markuszower (PVV):
Nee, voorzitter, ik heb nog een ...

De voorzitter:
Nee, meneer Markuszower, ik heb u net ook al ... Ik wil graag dat de heer Van der Burg nu verdergaat met de inhoud van zijn bijdrage. Op de inhoud sta ik u zeker nog meer interrupties toe, maar niet nu. De heer Van der Burg gaat eerst verder.

De heer Van der Burg (VVD):
Ja, voorzitter. Wat voor de VVD buitengewoon belangrijk is, is dat we in die verdeling, die we vroeger de "koopman-domineeverdeling" noemden, de koopman de komende tijd hard nodig zullen hebben — en dan nog even los van het woord "man" in dezen, want dat is minder op deze staatssecretaris van toepassing. Ik heb het volste vertrouwen dat de staatssecretaris door zal gaan met er in ieder geval voor zorgen dat het Nederlandse bedrijfsleven in het buitenland goed weet te verkopen.

Ik sprak over de verdeling dominee en koopman, maar eigenlijk is er tegenwoordig, in de nieuwe geopolitieke situatie, een derde component bij gekomen, namelijk koopman, dominee en generaal. Daarin moeten we ook, als het gaat om buitenlandpolitiek, de juiste verhoudingen weten te vinden, bijvoorbeeld als het gaat om veiligheid. Veiligheid is niet alleen iets van Defensie of van Buitenlandse Zaken, maar juist Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking is ook een instrument dat je kan inzetten om de veiligheid in Europa en in Nederland te bevorderen. En als ik spreek over ontwikkelingssamenwerking, dan loop ik niet weg voor het feit dat de VVD, in tegenstelling tot wat de PVV doet geloven, medeverantwoordelijk is voor de bezuinigingen die ook onder het kabinet-Schoof zijn ingevoerd. Het is niet alleen maar kommer en kwel, want er is bijvoorbeeld ook afgesproken dat je vanaf 2027 de ODA-gelden, de systematiek waarin je ook andere posten ten laste mag brengen van het ontwikkelingsbudget, bijvoorbeeld de asielportefeuille, mag beperken tot 10%, waarmee er feitelijk een cap op is gezet. In mijn vorige rol als staatssecretaris vrat ik zo ongeveer het hele ontwikkelingssamenwerkingsbudget leeg, gezien de opvangproblematiek. Die cap erop van 10% werkt in die zin gunstig, maar we lopen daar niet mee weg.

Wel zeggen wij als VVD heel nadrukkelijk dat we moeten kijken hoe we de gelden die we nog hebben, beter kunnen inzetten. Daarin zijn er wat mij betreft twee prioriteiten. Eén is natuurlijk de noodhulp, waar het kabinet ook budget voor heeft neergezet. De tweede prioriteit werd net ook genoemd in de bijdrage van mevrouw Van Ark: dat is gezondheid. Ik denk dan met name aan drie specifieke onderwerpen: vrouwen, lhbti en preventie. Bij preventie moet je bijvoorbeeld denken aan vaccinatie. Mevrouw Van Ark noemde al het voorbeeld van hoe rendabel die investering is. Denk bijvoorbeeld ook aan het onderdrukken van de aidsepidemie. Je denkt dan dat dat zaken zijn die ver weg zijn, dat dat zaken zijn die ons niet raken. Maar als het gaat om vrouwenemancipatie en empowerment van vrouwen, raakt dat in bepaalde landen meteen en direct aan de economie: als die economieën sterker worden, worden de democratieën sterker, krijg je minder migratie en krijg je meer veiligheid. Ook als het gaat om het opkomen voor andere minderheidsgroepen is het belangrijk om daar aandacht aan te blijven geven.

De voorzitter:
Ik hoorde een punt.

De heer Van der Burg (VVD):
Ja, ik zag iemand bewegen, voorzitter.

De heer Markuszower (PVV):
Ja, en inhoudelijk. Het is op zich ook interessant om met het Kamerlid Van der Burg te spreken over migratie. Hij zei, als ik goed heb geluisterd, dat we door het stimuleren van en geld geven aan vrouwenrechten in bijvoorbeeld Afrika, of aan lhbti-cursussen of zo, migratie beperken. Maar — via de voorzitter — meneer Van der Burg, het is toch precies andersom? Elke euro die wij geven aan Afrika zorgt er toch voor dat die mensen daar meer geld hebben? En met dat geld kunnen ze toch mensensmokkelaars betalen, en bevorderen wij dus juist migratie? Geld geven aan Afrika, of dat nou via ontwikkelingssamenwerking is of anders, zorgt voor meer migratie naar Nederland, en toch niet voor minder?

De heer Van der Burg (VVD):
Nee, dat is niet zo.

De heer Markuszower (PVV):
Het argument is dan dus: doordat we geld uitgeven aan — wat is het? — vrouwenrechten- en lhbti-cursussen of zo, zal er minder migratie zijn. Meent de heer Van der Burg dat nou echt?

De heer Van der Burg (VVD):
Wat ik meen, is dat als economieën sterker worden, mensen minder een prikkel hebben om weg te trekken uit een bepaald land. Ik meen dat als economieën sterker worden, het kiezen voor extremen, of dat nou gaat om terrorisme of anderszins gedrag dat de heer Markuszower en ik niet willen, daardoor minder wordt. Uit allerlei onderzoeken blijkt ook dat je dan, zeker in de zwakste economieën, het beste kunt investeren in de empowerment van vrouwen.

De voorzitter:
Afrondend op dit punt, meneer Markuszower.

De heer Markuszower (PVV):
Ik ben het daar totaal mee oneens, ook wat betreft dat terrorisme. Osama bin Laden was multimiljonair. Als je arm bent, hoef je geen terrorist te worden. En als je terrorist bent, ben je echt niet per se arm. Dat heeft echt heel veel met andere dingen te maken. Ik heb andere onderzoeken gelezen, zeg ik tegen de heer Van der Burg. Ik heb gelezen dat we de economieën in Afrika toch nooit op hetzelfde peil kunnen krijgen als die van Nederland. En omdat iedereen in Afrika weet dat er vaak staatssecretarissen of ministers van VVD-huize zijn die alles weggeven wat we hier hebben — gratis zorg, gratis wonen, gratis alles ...

De voorzitter:
En uw vraag?

De heer Markuszower (PVV):
Als je een eurootje geeft aan een Afrikaan, dan gaat hij naar Nederland met die euro; dan gaat hij echt niet in Afrika blijven. Die onderzoeken heb ik gelezen. Ik zou het op prijs stellen als de heer Van der Burg daar ook eens naar kijkt.

De heer Van der Burg (VVD):
Nou, ik ben heel erg benieuwd of de heer Markuszower een onderzoek kan produceren waaruit blijkt dat iedereen in Afrika weet dat er in Nederland altijd VVD-staatssecretarissen op Migratie zitten. Naar dat onderzoek ben ik buitengewoon benieuwd. Verder is het een zegen voor dit land dat er veel meer VVD-staatssecretarissen en -ministers zijn dan van de PVV, op welke portefeuille dan ook. Dat gezegd hebbende, is investeren in economieën door middel van buitenlandse handel, waarbij je vervolgens ontwikkelingssamenwerkingsgeld als instrument gebruikt om daarmee economieën sterker te maken, landen veiliger te maken en landen sterker te maken, in het voordeel van Nederland.

De heer Dassen (Volt):
Bij dat laatste sluit ik me aan. Ik denk ook dat het goed is dat de heer Van der Burg hier aangeeft dat er inderdaad geïnvesteerd moet worden, juist ook in die groepen die er uiteindelijk voor zorgen dat economieën in andere landen sterker worden. Een van de belangrijkste groepen daarin zijn kinderen. Op dit moment zien we dat er nog veel onduidelijk is over hoe daar vanuit ontwikkelingshulp voldoende aandacht aan besteed kan worden. Slechts een heel klein percentage van het geld gaat daadwerkelijk naar kinderen toe. Zou het niet goed zijn om te zorgen dat we daarvoor een vast percentage of in ieder geval een hoger percentage dan nu vaststellen, omdat juist als je het hebt over kinderen en economieën, dat een hele belangrijke groep is om in te investeren? Hoe kijkt de VVD daarnaar?

De heer Van der Burg (VVD):
In mijn bijdrage net vanuit de interruptiemicrofoon had ik kritiek op het feit dat mevrouw Van der Plas niet bij een belangrijk debat aanwezig was. Wat ik nu ga zeggen, is geen kritiek, maar gewoon even als korte inleiding. Ik begon mijn bijdrage toen nog niet iedereen in de zaal was. Dat is geen verwijt, want u bent er altijd, meneer Dassen. Maar toen ben ik begonnen met zeggen dat omdat we bezig zijn met coalitieonderhandelingen, mijn bijdrage in die zin saai zou worden dat ik heel nadrukkelijk zeg: verwacht niet nu vanuit de VVD een motie of amendement op het gebied van extra middelen hier of extra middelen daar, omdat ik dat nu echt iets vind voor de coalitieonderhandelingen die plaatsvinden. Wij gaan dus akkoord met de voorliggende begroting. We kunnen eventueel nog wel kijken naar schuiven binnen de nummers, maar wij zullen hier niks aan veranderen.

Waarom zeg ik dat als inleiding op de reactie op de heer Dassen? Omdat als ik nu op de vraag van de heer Dassen inga, daaruit voort kan vloeien dat de heer Dassen zegt: maar zou je dan nu niet ook budgetten moeten verschuiven, toevoegen of anderszins iets moeten doen? Daarvan heb ik dus gezegd: dat ga ik in dit debat niet doen, niet voor de heer Dassen en zelfs niet voor mevrouw Dobbe als ze straks aan het woord komt, omdat ik dat nu dus echt even overlaat aan de coalitieonderhandelingen.

De heer Dassen (Volt):
Prima. Dank voor deze verheldering, maar dit is niet helemaal een antwoord op mijn vraag. Dat vraag ik niet, en dat zal ik ook niet vragen aan de heer Van der Burg. Ik ga alleen maar door op het betoog dat hij hier houdt, namelijk dat we moeten investeren in de groepen die ervoor zorgen dat de economie wereldwijd versterkt. Een van de belangrijkste groepen daarin zijn kinderen. Dat is een groep waar we vaak nog weinig oog voor hebben en die op het moment wereldwijd behoorlijk met bezuinigingen te maken krijgt. Daarvan zeg ik: zouden we er niet meer oog voor moeten hebben om te zorgen dat, als je het hebt over weerbare samenlevingen, je ook investeert in de groep die de meeste toekomst daarin heeft?

De heer Van der Burg (VVD):
Ja, ik snap wat de heer Dassen zegt, mevrouw de voorzitter. Het lastige is alleen dat de VVD medeverantwoordelijk is voor de begroting en de bezuinigingen die er nu liggen, zoals ik net ook zei. Binnen die bezuinigingen, en daarmee binnen het budget dat er nu ligt, stel ik twee hoofdprioriteiten. De ene is noodhulp en de andere is preventie op het gebied van gezondheidszorg. Bij die laatste sloot ik aan bij de woorden van mevrouw Van Ark. Die twee kies ik nu als prioriteit binnen deze begroting gezien de budgetten die er nu liggen. Vervolgens kleur ik dat wel in door te zeggen: als je het hebt over preventie en over maatregelen die erbuiten liggen, kies ik heel nadrukkelijk voor het leggen van de koppeling tussen buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking door vrouwen te versterken en daarmee te economie te versterken. Maar ik ga graag met de heer Dassen op een nader moment, als er een nieuw coalitieakkoord ligt, kijken hoe het dan voorliggende beleid en de dan voorliggende gelden zich concentreren op die prioriteiten. Ik ben het sowieso met de heer Dassen eens om altijd voor de meest kwetsbaren te gaan, en daar vallen kinderen zeker onder.

De voorzitter:
Volgens mij heeft u een uitnodiging gekregen om koffie te drinken, meneer Dassen.

De heer Dassen (Volt):
Die uitnodiging neem ik zeker aan. Ik ga daar graag verder over in gesprek met de heer Van der Burg. Juist als het gaat om een preventieve werking, moet je ook beginnen bij de jongste groepen, en dat zijn in dit geval kinderen. Ik ga daar dus graag met de heer Van der Burg verder het gesprek over aan.

De voorzitter:
Dan mevrouw Dobbe. Wellicht krijgt u ook een uitnodiging voor koffie.

Mevrouw Dobbe (SP):
Nou, altijd lekker! Daar ging mijn interruptie echter niet over. Ik hoorde de heer Van der Burg goede woorden spreken over vrouwenrechten. Ik weet dat de VVD die heel belangrijk vindt. We trekken vaak samen op, bijvoorbeeld in het tegengaan van de mondiale antirechtenbeweging die we overal zien, waardoor vrouwenrechten nog meer onder druk staan. De heer Van der Burg weet ook dat wij het niet goed vinden dat de post vrouwenrechten is wegbezuinigd uit deze begroting en ook uit de vorige begrotingen. Ik snap dat er wordt gezegd dat vrouwenrechten en de participatie van vrouwen binnen het huidige beleid worden meegenomen, maar de heer Van der Burg weet ook dat dat niet hetzelfde is. Voor de empowerment van vrouwen heb je echt een aparte investering nodig. Het is niet enorm veel geld. Ik snap dat de heer Van der Burg zegt dat hij niet gaat schuiven. Maar volgens mij staat de beoogde coalitie hier welwillend tegenover, dus misschien zou de heer Van der Burg het toch kunnen steunen dat wij die post terughalen en weer vullen met het bedrag dat erin zat.

De heer Van der Burg (VVD):
Er komt een moment in de coalitieonderhandelingen dat de leiders van die onderhandelingen zeggen: het akkoord nadert nu en er doen zich momenten voor waarop we nu al gaan handelen, omdat we weten dat we straks dit pad op gaan. Zodra ik een seintje krijg — ik spreek even voor mijzelf, want ik kan uiteraard niet spreken namens mevrouw Van Ark en de heer Bamenga — van mijn fractievoorzitter en mijn politiek leider dat het moment daar is, zal ik dat gaan doen. Maar dat moment is er nu nog niet en dan is het niet aan mij om dat te zeggen. Dat laat ik dan graag aan mijn geliefde fractievoorzitter over.

Mevrouw Dobbe (SP):
Maar dat ontslaat de heer Van der Burg toch niet van de verantwoordelijkheid om te kijken naar de begroting die nu voorligt? Er kunnen dingen in zitten die de heer Van der Burg en de VVD eigenlijk ook niet goed vinden en waarvan we weten dat andere partijen voorstellen wel zouden steunen. Los daarvan gaat het ook gewoon om wat de VVD vindt, volgens mij. Als de VVD vrouwenrechten belangrijk vindt, zou die post terug in de begroting moeten, als dat kan. Er moet in ieder geval wel serieus worden gekeken naar zo'n voorstel, zodat er niet van tevoren al wordt gezegd "we steunen helemaal niks", terwijl het wel een goed voorstel zou zijn.

De heer Van der Burg (VVD):
Maar ik had al wel aan de heer Dassen aangekondigd dat ik niet voor hem zou zwichten en ook niet voor mevrouw Dobbe, dus ik moet mijn belofte aan de heer Dassen wel nakomen. Wij gaan als VVD nu in beginsel niet met verschuivingen komen, omdat we bezig zijn met coalitieonderhandelingen. Als hier aan de coalitieonderhandelingstafel andere afspraken over worden gemaakt, is mevrouw Dobbe misschien niet de eerste die het hoort, maar dan zal zij dat wel heel snel horen. Op dit moment is het wat ons betreft niet aan de orde, omdat er aan de coalitietafel onderhandeld wordt over een nieuw coalitieakkoord. Daar is heel, heel, heel veel geld mee gemoeid en daar gaat deze woordvoerder nu geen plukjes uit plukken.

De voorzitter:
Kort en afrondend, mevrouw Dobbe.

Mevrouw Dobbe (SP):
Dat zou wel betekenen dat het zeker nog een jaar duurt voordat er weer geld beschikbaar komt voor vrouwenrechten, terwijl die organisaties er nu juist zo mee worstelen om het hoofd boven water te houden. We hebben het bijvoorbeeld ook over de vrouwen in Iran, die we nu de straat op zien gaan en heel moedig zien opstaan tegen het regime, omdat ze opkomen voor hun rechten. We zien het overal in de wereld. Die organisaties verliezen nu, op dit moment, hun financiering, niet alleen van Nederland, maar ook van andere landen. Daarom is het belangrijk om daar niet mee te wachten. Ik wil de heer Van der Burg uitnodigen om daar nu wel serieus naar te kijken en deze vrouwen niet nu te laten zitten en er misschien over een jaar, als er dan een coalitieakkoord ligt, pas op terug te komen. Zij verliezen namelijk nu hun financiering al.

De heer Van der Burg (VVD):
Er zijn tientallen, zo niet honderden redenen waarom we zo snel mogelijk een coalitieakkoord moeten hebben. Daar wordt door ons drieën dan ook hard aan gewerkt. Hoe eerder, hoe beter. Wat dat betreft zit ik er iets positiever in dan mevrouw Dobbe. Op het moment dat er een coalitieakkoord ligt, zal daar denk ik echt voortvarend mee aan de slag gegaan worden en zal er, voor welk onderwerp dan ook, niet automatisch gewacht worden tot december dit jaar of januari volgend jaar.

De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.

De heer Van der Burg (VVD):
Voorzitter. Als het gaat over de combinatie van buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking, kom ik ook op Europa. We hebben hier de afgelopen tijd veel debatten gevoerd, zowel over Sudan — ik ga geen debatten overdoen; maakt u zich geen zorgen, voorzitter — als over Gaza. Daarin heb ik steeds gepleit voor meer Europese samenwerking, omdat ik echt geloof dat de schaal van de 27 een andere is dan de schaal van 27 keer 1. Dat geldt ook voor ontwikkelingssamenwerking, omdat je dan veel makkelijker kunt prioriteren. Je hebt meer schaal, je hebt meer macht, je hebt meer kracht. Daar hoor ik dus graag een reflectie op van de staatssecretaris.

Ook hoor ik graag van de staatssecretaris hoe zij aankijkt tegen de hopelijk snel startende wederopbouw in Oekraïne, want ook daar zal het kabinet, in ieder geval het toekomstige kabinet, fors mee aan de gang moeten gaan. Ook daar is er een heel nadrukkelijke rol voor Nederland.

Tot slot, voorzitter, nog een klein puntje waar ik erg van gecharmeerd was, omdat het een combinatie is van zowel ondernemerschap als ontwikkelingssamenwerking, en dat is het project Wings For Aid. De staatssecretaris kent het ongetwijfeld. Ik weet in ieder geval dat haar collega's van Defensie daarbij betrokken zijn. Het is een project waarbij gekeken wordt of je via cargodrones juist de moeilijke gebieden kunt bereiken voor het verspreiden van bijvoorbeeld medicijnen en andere zaken. Ik weet dat ze bij het ministerie aan de bel hebben getrokken voor verdere steun. Ik dacht: ik breng dat hier nog even onder de aandacht van de staatssecretaris.

De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot één vraag.

De heer Dassen (Volt):
De heer Van der Burg zei dat 27 landen gezamenlijk een stevigere vuist kunnen maken dan die landen individueel zouden kunnen. Daar sluit ik me natuurlijk van harte bij aan. Is dat dan een pleidooi van de VVD om ontwikkelingshulp ook op Europees niveau te gaan doen? Is de VVD dan ook bereid om daarvoor de middelen naar Europa te brengen, om te zorgen dat dit ook gezamenlijk gedaan kan worden?

De heer Van der Burg (VVD):
Ik denk dat we nog niet zo ver zijn, maar ik zie er in ieder geval nadrukkelijk de meerwaarde van in om meer zaken te doen op Europees niveau, ook als het gaat om ontwikkelingssamenwerking. En dan moet je daar in de Europese begroting ook middelen voor hebben.

De voorzitter:
Mevrouw Kröger, staat u klaar voor uw bijdrage of voor een interruptie? Voor een interruptie? Gaat uw gang.

Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik heb de heer Van der Burg weinig horen zeggen over de belangrijke rol die maatschappelijke organisaties spelen, niet alleen in onze eigen democratie hier in Nederland maar natuurlijk ook wereldwijd, de civil society. Mijn fractie was, samen met nogal wat andere fracties, zeer ongelukkig met de brief die de staatssecretaris daarover schreef. Daarin gaf zij aan dat ze voornemens is om twee Kamermoties niet uit te voeren. In die moties gaat het erom dat maatschappelijke organisaties de mogelijkheid zouden moeten hebben om ook met subsidiegeld toch aan beleidsbeïnvloeding te doen. Ik weet dat de fractie van de heer Van der Burg tegen de betreffende motie heeft gestemd. Toch wil ik graag van de heer Van der Burg weten wat hij vindt dat een bewindspersoon moet doen als een Kamermeerderheid een motie zo duidelijk aanneemt, ook in het licht van het feit dat we naar een minderheidsregering toe bewegen.

De heer Van der Burg (VVD):
Als Kamerlid vind ik dat Kamermoties moeten worden uitgevoerd, ook als het moties zijn waar ik het niet mee eens ben. Mijn fractie heeft inderdaad tegen deze motie gestemd. Als de meerderheid van het parlement iets wil, dan moet het kabinet dat buitengewoon serieus nemen. Dus in beginsel voert het kabinet moties uit. Het verschil tussen een motie en een amendement is echter wel dat het kabinet bij een amendement geen ontsnappingsclausule heeft en bij moties wel, en dat dit dus mag. Als Kamerlid kan ik niet anders vinden dan dat Kamermoties moeten worden uitgevoerd, want daarvoor dien ik ze zelf in. Maar het is het recht van de staatssecretaris — van het kabinet, moet ik natuurlijk zeggen, want als het goed is, wordt het altijd in het kabinet gemeld — om te zeggen: deze motie voeren wij niet uit. Ik sta nu even als Gerrit Zalm met het koffertje boven mijn hoofd. Dat mag het kabinet doen.

De voorzitter:
Afrondend op dit punt.

Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Uiteindelijk is het natuurlijk ook aan ons als Kamer om met elkaar de mores van dit huis te bewaken. Ik ben blij dat de VVD duidelijk aangeeft: ook al steunden wij deze motie niet, het is belangrijk dat de bewindspersoon in principe een aangenomen Kamermotie uitvoert. In het licht van dat we nu naar een minderheidskabinet toe bewegen, vind ik dat dan toch nog zwaarder zou moeten wegen dat Kamermeerderheden worden gerespecteerd. Ik hoor de heer Van der Burg wel de suggestie doen dat een amendement dwingender is, maar in principe moet deze bewindspersoon aan de slag, gegeven het feit dat er twee aangenomen moties liggen.

De heer Van der Burg (VVD):
Een amendement is niet dwingender. Een amendement is dwingend. Er is geen enkele ontsnappingsclausule voor het kabinet. Een motie is, tussen grote aanhalingstekens, "slechts een uitspraak van de Kamer". Het kabinet kan zeggen: wij voeren die niet uit. Dan hebben we als Kamer middelen om dit alsnog te corrigeren. Ik kan u op voorhand zeggen: als die middelen worden ingezet, zal dat niet de steun hebben van de VVD. Ik zeg dit al dan niet ter geruststelling van mevrouw Kröger. Dus wat de staatssecretaris doet, mag zij doen namens het kabinet, binnen haar bevoegdheden. Verder hebben we straks minder een minderheidskabinet dan wij nu hebben, maar dat zal een andere manier van opereren worden dan met de meerderheid die we ooit een keer hadden.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan nodig ik mevrouw Kröger graag uit voor haar bijdrage namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid.

Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Het jaar 2026 is op een verpletterende manier begonnen. Sinds de Tweede Wereldoorlog was er niet zo veel conflict: Oekraïne, Sudan, Gaza, het gruwelijke neerslaan van de dappere protesten in Iran, het illegale handelen van de VS in Venezuela, de dreiging richting Groenland en de door de VS ingetrokken steun aan cruciale VN-organisaties. De geopolitieke verhoudingen staan op scherp. Ons nu achter de dijken verschuilen is geen optie. Investeren in ontwikkelingssamenwerking en eerlijke handel is investeren in een veiligere, stabielere en welvarendere wereld. Conflict en klimaatverandering stoppen immers niet bij de grenzen. Hier is ook breed draagvlak voor. 92% van de Nederlanders vindt dat wij als rijk land moeten bijdragen aan landen die het minder hebben. Daarom is er de internationale afspraak om 0,7% van ons nationaal inkomen te besteden aan ontwikkelingssamenwerking. Dat is een directe investering in een veilige, stabiele wereld, waar wijzelf ook nog eens van profiteren. Dat is solidair én rationeel, zeker in deze turbulente tijden.

Maar dit demissionaire kabinet kiest voor forse bezuinigingen op onze internationale relaties. Met een historische miljardenbezuiniging op ontwikkelingssamenwerking zakken we ver, ver onder de internationale 0,7%-afspraak. In welke wereld leeft deze staatssecretaris om dat een goed idee te vinden? Juist nu moeten we investeren in de internationale rechtsorde en in onze relaties met de rest van de wereld. We moeten pal staan voor de cruciale VN-instituties die door de VS verlaten zijn. Van het geld dat na de forse bezuiniging door dit kabinet resteert, wordt in 2026 bovendien bijna een kwart in eigen land uitgegeven aan asielopvang. Waarom maximeert het kabinet deze uitgaven niet nu al, zoals ook in de motie-Thijssen/Van den Brink is gevraagd?

Daarbovenop komt nog een stille, extra bezuiniging, doordat het budget voor ontwikkelingssamenwerking niet meer op dezelfde manier meegroeit met de economie. Ondanks drie aangenomen moties uit beide Kamers weigert het kabinet deze koppeling te herstellen. We hebben hier net uitgebreid het debat over gevoerd. Wij stellen vandaag voor om die koppeling in 2026 wél te herstellen. We hebben hier een amendement voor ingediend. Afgaand op de standpunten van de partijen zou hier een meerderheid voor moeten zijn.

De naar binnen gekeerde afbraakpolitiek van de afgelopen twee jaar heeft al heel veel stukgemaakt en dreigt nog veel meer kapot te maken. Maar het meest schrijnend is misschien wel het simpelweg cancelen van UNRWA. Op basis van desinformatie en onbewezen verdachtmakingen besloten rechtse partijen om de Nederlandse bijdrage drastisch te verlagen, terwijl de situatie in Gaza nog altijd catastrofaal is en UNRWA de belangrijkste voorziener is van scholen, ziekenhuizen en voedsel, zeker nu andere hulporganisaties de toegang wordt ontzegd. Daarom dienen wij een voorstel in om de Nederlandse bijdrage aan UNRWA te herstellen, want ze verdienen in deze tijd onze volle politieke, morele en financiële steun.

De heer Markuszower (PVV):
Mevrouw Kröger heeft het over "onbewezen verdachtmakingen" van UNRWA. Er liggen tal van rapporten met informatie dat UNRWA volledig geïnfiltreerd was door Hamas en dat UNRWA-medewerkers mee hebben gedaan aan de massaslachting, de genocide, die de Gazanen op 7 oktober op Israëli's hebben gepleegd. Daar zaten UNRWA-medewerkers bij. Er is een heel lijstje met dingen — dat gaat nog jaren terug — waaruit blijkt dat UNRWA echt gewoon een foute, foute, terroristische organisatie is en geïnfiltreerd is door terroristen. Daarmee is het dus een terroristische organisatie.

De voorzitter:
En uw vraag is?

De heer Markuszower (PVV):
Hoe kan het zijn dat GroenLinks-PvdA bepleit om nog geld aan die terroristen te geven?

Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik zou de heer Markuszower vragen om even terug te lezen wat voormalig staatssecretaris Klever van zijn eigen partij aan de Kamer heeft geschreven over UNRWA en over de onderzoeken die gedaan zijn. Daarin is juist geconstateerd dat waar er misstanden waren, er ingegrepen is. Er is in die onderzoeken geen structureel probleem geconstateerd.

De heer Markuszower (PVV):
Dan is het maar goed dat die brief niet door mij is geschreven, hè. Laten we het daarop houden. Maar nee, onlangs nog heeft Israël gezegd ... Israël heeft tegen UNRWA gezegd: als jullie willen blijven werken, geef dan gewoon een lijst met daarop de namen van mensen die bij jullie werken; dan kunnen wij even controleren of dat geen terroristen zijn. UNRWA weigert dat tot op de dag van vandaag. Ik weet dus niet wat voor brieven er door het kabinet in het verleden allemaal zijn geschreven, maar feit is dat Israël zegt — en dat er ook andere rapporten zijn zoals die van UN Watch, eveneens uitgenodigd hier in de Tweede Kamer om daarover te getuigen — dat UNRWA gewoon geïnfiltreerd is door terroristen van Hamas. Daar kunnen we toch niet van weglopen?

Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Nogmaals, er zijn onafhankelijke studies gedaan. Die zijn ook door deze staatssecretaris en door haar voorganger, die van de partij van de heer Markuszower was, met de Kamer gedeeld. Daarbij is gezegd dat er is ingegrepen op een moment dat er misstanden zijn geconstateerd, maar dat er geen structureel probleem is geconstateerd. Dat is wat mij betreft een basis om een VN-instantie juist wel te steunen, zeker op het moment dat de Israëlische overheid andere hulporganisaties het werken onmogelijk maakt. Ik denk dat het juist daarom ongelofelijk belangrijk is om de steun aan UNRWA te herstellen. Ik hoop ook eigenlijk dat daar brede steun voor is in de Kamer.

Voorzitter. Trump voert een politiek van fossiel revanchisme. Met oliegeld en aanvallen op de klimaatwetenschap saboteert hij de groene transitie, om zo onze afhankelijkheid van vervuilende brandstoffen te vergroten. Juist nu de Verenigde Staten het klimaat laten vallen, moet ons antwoord glashelder zijn: zo snel mogelijk op een rechtvaardige manier weg van fossiel. Maar ook wij laten het helaas afweten op klimaat. In deze begroting worden de klimaatbijdragen gehalveerd en slimme rekentrucs verhullen dat niet. Landen in het mondiale Zuiden willen terecht hulp bij de groene transitie en steun voor geleden klimaatschade. Je ziet dat dit ook in de klimaatonderhandelingen bij de afgelopen COP een cruciaal element was om tot ambitieuzere afspraken te komen. Hoe komt al het geld dat het kabinet als klimaatsteun rekent op papier daadwerkelijk bij klimaatprojecten terecht? Erkent de minister dat wij niet aan onze internationale doelstellingen voldoen?

Overstappen naar een groene, klimaatneutrale economie maakt ons geopolitiek onafhankelijker. Zon en wind in plaats van kolen en gas vergroten onze welvaart, onze weerbaarheid en onze gezondheid. Het beschermen van de natuur wereldwijd maakt ons sterker. Maar wat gebeurt er? Europese wetten voor de groene transitie van onze bedrijven en handel, en tegen ontbossing, worden afgezwakt of uitgesteld. Deze keuzes zijn kortzichtig en missen realiteitszin. Nu Europese regels zelfs onder de OESO-richtlijnen voor duurzaam ondernemen dreigen te zakken, vraag ik: hoe gaat het kabinet deze richtlijnen toch stevig verankeren in het handelsbeleid? Hoe zorgt de staatssecretaris ervoor dat Nederlandse bedrijven zich eraan houden en is zij bereid dit rijksbreed, dus breder dan BHO, te verankeren in subsidies, aanbestedingen en handelsbevorderende programma's?

Hoe zorgen we ervoor dat mensenrechten in handelsverdragen meer zijn dan dode letters? Het voorbeeld Sudan is al een aantal keren genoemd. In Sudan worden burgers vermoord met wapens uit onder meer de Emiraten. Nederland en Europa kunnen hier een grens trekken door dit heel duidelijk in de handelsbetrekkingen mee te nemen, maar het kabinet weigert dit te doen. Ik wil de staatssecretaris toch vragen hier opnieuw op te reflecteren.

Het kan anders. We kunnen handel inzetten voor het versterken van de internationale rechtsorde voor democratie en voor een welvarende toekomst. Dat is precies waarom Handel en Ontwikkelingssamenwerking ooit zijn samengevoegd en waarom het zo onverstandig zou zijn om deze portefeuilles weer te scheiden. Dan verliezen we coherentie en raken onze doelen steeds verder uit zicht. Ons handelsbeleid raakt mensen wereldwijd: vissers in Mozambique, cacaoboeren in Ivoorkust en naaisters in Bangladesh. Zij kunnen niet hier in Den Haag aankloppen voor de effecten die zij ervaren van ons beleid. Gelukkig zijn er dan maatschappelijke organisaties. Zij zien welk ongewenst effect ons beleid heeft en vertellen ons daarover. Wat wij vervolgens met die informatie doen, blijft aan onszelf als Kamer. Maar waarom zou je een stokje steken voor een luisterend oor? Toch verbiedt dit kabinet maatschappelijke organisaties om met overheidssteun te lobbyen. Daarmee breekt het met jarenlang beleid, dat altijd op de steun van D66, CDA en VVD heeft kunnen rekenen.

Waarom schaart het kabinet zich bij regeringen die kritiek smoren? Waarom blijft deze demissionaire VVD-staatssecretaris PVV-beleid voeren tegen de wens van de Kamer in en tegen de wens van haar toekomstige coalitiegenoten in? Het is beleid op basis van onzekerheid, want een zelfverzekerde overheid omarmt kritiek, zorgt ervoor dat alle stemmen gehoord worden in het publieke debat, en neemt dan besluiten. Maatschappelijke organisaties zijn cruciaal in een gezonde democratie. Hen kort houden en de mond snoeren past in de ondemocratische wind die wereldwijd waait, maar niet in Nederland. Dat is ook wat de Kamer tot tweemaal toe bij meerderheid heeft gezegd met de motie-Hirsch en de motie-Kröger. Mijn vraag aan de staatssecretaris is ten slotte: waar zit de democratische legitimiteit om die moties naast u neer te leggen?

Voorzitter, ik rond af.

De voorzitter:
Ja.

Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Anders heb ik morgen geen tijd.

De voorzitter:
Dank u wel voor uw bijdrage. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Hoogeveen. Hij spreekt namens de fractie van JA21. Ga uw gang.

De heer Hoogeveen (JA21):
Voorzitter. West-Europa is niet welvarend geworden omdat het ontwikkelingshulp heeft ontvangen of rijk is aan grondstoffen. Venetië is op modder gebouwd. Zeventiende-eeuws Holland had niet veel meer. Geld is geen noodzakelijke voorwaarde voor ontwikkeling. Als geld een noodzakelijke voorwaarde was, zaten we nu allemaal nog in het stenen tijdperk. "Geld is het gevolg van economische prestaties." Dat is een citaat van wijlen Frits Bolkestein.

Voorzitter. Vandaag behandelen we een BHO-begroting van ruim 3,5 miljard voor het komende jaar. Het kabinet-Schoof heeft besloten om vanaf 2027 structureel 2,4 miljard te bezuinigen op ontwikkelingshulp. JA21 steunt dit beleid. Hoe meer geld er naar ontwikkelingslanden vloeit, des te meer zij aan de zijlijn van de wereldhandel en daarmee de goudpot van economische groei lijken te staan. Het Afrikaanse continent had in 1970 een wereldaandeel van een magere 5% in de handel. Dat is vandaag de dag 3%. Die marginale positie in de wereldhandel hangt samen met het type export. Volgens de VN Conference on Trade and Development bestaat bijna 77% van Afrika's goederenexport nog altijd uit onbewerkte primaire producten. Dat betekent: weinig toegevoegde waarde, weinig industriële werkgelegenheid en grote kwetsbaarheid voor prijsschommelingen. Ondanks decennia aan ontwikkelingshulp is die structurele economische transformatie grotendeels uitgebleven.

Voorzitter. Geen enkel land is groot geworden door ontwikkelingshulp, maar wel door handel, commercie en investeringen. Daarom moet altijd voorzichtig omgegaan worden met het verstrekken van ontwikkelingshulp. Want ondertussen biedt China vooral hetgeen Afrika wil: handel. "Teken maar, dan gaan we geld verdienen". Dan krijg je er met Europa echter allemaal moeilijke groene, rode of anderskleurige bijsluiters bij.

Voorzitter. We moeten er bovenal scherp op toezien dat hulp geen corrupte of inefficiënte overheden in stand houdt. Het medicijn is dan namelijk erger dan de kwaal. Zo werd in een Oxfordstudie geschat dat ongeveer 40% van de militaire uitgaven in Afrika indirect gefinancierd wordt uit ontwikkelingshulp, wat "aid fungibility" heet. Buitenlands geld schept ruimte op de begroting. Sindsdien is er meer onderzoek naar gedaan, maar ik vraag de staatssecretaris toch graag om een toelichting. Wat doet Nederland als blijkt dat hulpgeld begrotingsruimte vrijmaakt voor militaire uitgaven? Zo ging dat ook onlangs in EU-verband, waarbij altijd nog 100 miljoen naar Pakistan gaat, terwijl dat land ook een peperduur kernarsenaal onderhoudt.

Bij ontwikkelingshulp zien we ook regelmatig dat projecten langer doorlopen dan noodzakelijk, of dat getracht wordt nieuwe opdrachten binnen te halen, zonder dat ze hulp zo snel mogelijk overbodig maken. Hulp kan dan niet langer bevrijdend, maar juist verstikkend werken voor de opbouw van lokale instituties. Graag een reactie van de staatssecretaris. Wat herkent zij hiervan in de besteding van de ODA-gelden?

Voorzitter. Ziet JA21 dan niet in dat we geopolitiek volwassen moeten worden en landen moeten helpen aan ons te binden? Jazeker. Vrijhandel is dan de oplossing. In deze context wil ik ook het EU-Mercosur-verdrag maar genoemd hebben. Open handelsbeleid stelt landen namelijk in staat om comparatieve voordelen in te zetten en om te zetten in economische groei. Het creëert samen met Europa een gelijkwaardige relatie van wederzijdse belangen. Het is dan ook cruciaal dat Nederland in EU-verband inzet op nieuwe handelsverdragen, zoals met Indonesië en India. Wij van JA21 zijn ook blij dat in de Europese Raad vervolg is gegeven aan de motie-Hoogeveen/Van der Burg/Boswijk om daarin koploper te zijn.

Voorzitter. Het Globale Zuiden loopt nu meer inkomsten mis door handelsbarrières die westerse landen hebben opgeworpen dan de som van alle hulpgelden bij elkaar. De Wereldbank wijst er al jaren op dat handelsbelemmeringen en tariefescalatie ontwikkelingslanden miljarden aan exportinkomsten kosten. Zo mogen Trumps importheffingen een knauw zijn voor de wereldhandel, maar ook de EU kan er als handelsblok wat van. Neem bijvoorbeeld cacao- en koffiebonen. Momenteel heft de EU op beide producten 0%, maar zodra ze worden verwerkt tot cacaoboter of gebrande koffie belasten we ze met tarieven en heffingen. De chocoladefabriek en de koffiebranderij komen zo niet in Nigeria of Ethiopië te staan. Dat is keihard protectionisme. We ontnemen landen bewust cruciale kansen op ontwikkeling en betalen ontwikkelingshulp als goedmakertje. Uiteindelijk wordt de chocoladereep of koffie hier in de supermarkt alleen maar duurder.

Voorzitter. Mijn fractievoorzitter heeft eens gezegd: misschien moeten we nadenken of we de tomaat moeten gaan importeren in plaats van de tomatenplukker. Ook dat slaat hierop terug. Als we ontwikkeling oprecht willen stimuleren en landen aan ons willen binden, dan moeten we eens kijken naar onze invoerheffingen. Komt dit in Brussel weleens ter tafel, vraag ik aan de staatssecretaris. We moeten namelijk meer inzetten, ook in EU-verband, op het creëren van nieuwe, gelijkwaardige handelsrelaties. Het terugdraaien van het ingeslagen pad van het kabinet zou eerder een stap achteruit dan vooruit zijn.

Voorzitter. Want om ook maar te eindigen met Bolkestein: ontwikkelingshulp is geen kritische factor, hoezeer wij met een schuldcomplex dat ook graag zouden willen zien. Schuldgevoel is een egocentrische emotie. In tegenstelling tot mededogen is het niet op de ander gericht, maar op het eigen ego.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot een aantal vragen. Mevrouw Kröger, ga uw gang.

Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik heb het hele betoog gehoord, een heel inhoudelijke analyse waar ik het volstrekt niet mee eens ben, maar wel een inhoudelijke analyse. Ik was alleen benieuwd hoe JA21 naar deze begroting kijkt, zeker in het licht van het feit dat we op een minderheidskabinet afstevenen. Voor mijn fractie is deze begroting met zulke forse bezuinigingen niet acceptabel en ik ben benieuwd hoe JA21 daarnaar kijkt.

De heer Hoogeveen (JA21):
Fijn dat er goed is geluisterd naar mijn betoog. Inderdaad, we kunnen het met elkaar oneens zijn. Op dit punt ben ik het met de collega oneens. Wij zien het anders, wij steunen de begroting zoals die nu is, maar mocht die door met name de linkerzijde van de Kamer flink worden vertimmerd, dan gaan wij onze steun heroverwegen.

Mevrouw Dobbe (SP):
Laten we hopen dat het de linkerkant van de Kamer lukt om de begroting flink te vertimmeren. Ik hoorde de woordvoerder van JA21 in het begin van zijn betoog zeggen of in ieder geval de suggestie doen dat meer ontwikkelingssamenwerking zou leiden tot meer oorlogen en conflicten. Hij noemde een bepaalde paradox, geloof ik. Ik zou JA21 willen uitnodigen om ook te kijken naar het rapport dat het IMF heeft gepubliceerd. Dat zegt dat elke dollar die wordt geïnvesteerd in fragiele staten waar conflict zou kunnen ontstaan, en dan in economische groei maar ook bijvoorbeeld in publieke voorzieningen, tot 103 dollar kan besparen qua conflictkosten als gevolg van het mogelijk in conflict raken van zo'n land.

De voorzitter:
En uw vraag?

Mevrouw Dobbe (SP):
Dat is wel tegenovergesteld aan het beeld dat JA21 schetst. Als je investeert in ontwikkelingslanden, leidt dat tot minder conflict en het brengt ook allerlei goede dingen met zich mee. Zou dat ook waar kunnen zijn volgens JA21?

De heer Hoogeveen (JA21):
Een kleine correctie: ik heb niet gezegd dat ontwikkelingshulp leidt tot oorlog en conflict. Dat heb ik niet gezegd. Wel denk ik dat ontwikkelingshulp — dat empirisch onderzoek doen we nu langer dan 60 jaar — niet altijd leidt tot een verbetering van de situatie daar. Vaak leidt het wel tot afhankelijkheden en het ontnemen van kansen. Er moet dus een goede afweging worden gemaakt. Dat was ook de kern van mijn betoog: waar zet je hulp wel in? Wij zeggen: vooral noodhulp, dus als er een conflict is en er opvang in de regio nodig is. Maar bij ontwikkelingshulp moet je heel gericht kijken hoe je de lokale economie helpt om zelfstandig te worden. Hoe zorg je ervoor dat je handelsafspraken kunt maken? Hoe zorg je ervoor dat je wederzijdse belangen kunt creëren en Afrika in die zin ook als een volwaardige handelspartner ziet, in plaats van als een soort suikeroom — ik zeg het even oneerbiedig — binnen te komen en te zeggen wat er wel en niet moet gebeuren? JA21 gelooft heel erg in persoonlijke autonomie. Wij geloven ook dat het Afrikaanse continent daartoe in staat is.

De voorzitter:
Kort en afrondend, mevrouw Dobbe.

Mevrouw Dobbe (SP):
Het is wel bijzonder dat JA21 ontwikkelingssamenwerking consistent ontwikkelingshulp blijft noemen. Als je afhankelijkheden wilt afbouwen, moet je volgens mij vooral streven naar samenwerking, iets wat dit kabinet heeft afgebroken maar wel hard nodig is. Wellicht wil JA21 ook steunen dat we weer toe kunnen naar samenwerking. Maar het is geen antwoord op de vraag. Elke dollar die je investeert in een kwetsbare staat, in een ontwikkelingsland, kan leiden tot 103 dollar aan besparingen qua conflictkosten en natuurlijk ook heel veel menselijk leed. Als je dat weet, zou JA21 toch wat constructiever kunnen kijken naar ontwikkelingssamenwerking, in plaats van alleen te zeggen "we moeten hulp bieden"?

De heer Hoogeveen (JA21):
Dan zou ik dat onderzoek moeten zien. Ik raad de collega ook aan om een wat ouder boek te lezen, dat echter nog steeds relevant is, namelijk Doodlopende hulp van Dambisa Moyo. Zij komt zelf uit Zambia en heeft na onderzoek een uitstekende analyse gegeven van de effecten van ontwikkelingshulp. Dan gaat het om het creëren van afhankelijkheid van Afrika, het voorkomen van verzelfstandiging van de economie en ook het ontnemen van kansen. Het verschilt natuurlijk, je kunt niet alles over één kam scheren. Naar microkredieten of het stimuleren van ondernemerschap wil JA21 altijd kijken, maar er zijn ook projecten die juist heel erg leunen op het overvliegen van westerse adviseurs, consultants en ngo's om landen te vertellen wat ze moeten doen. Daar zijn wij wat kritischer op.

De voorzitter:
Mevrouw Van Ark. Ik had tegen mevrouw Dobbe gezegd "kort en afrondend".

Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik heb een vraag aan de collega. U zegt dat JA21 vooral wil investeren in noodhulp, maar dan mis ik een beetje de analyse van wat preventie kan doen. Investering in lokale organisaties, bijvoorbeeld maatschappelijke organisaties, kan soms wel een betere investering zijn dan alleen je geld inzetten op noodhulp, want die kosten zijn soms twee keer zo hoog. Dan is het conflict namelijk al gaande; dan heb je enorme kosten. Hoe kijkt JA21 daarnaar?

De heer Hoogeveen (JA21):
Ik vind dat een interessante kwestie. Ik denk dat dat moeilijk te kwantificeren is. Je moet ook eigenlijk per geval kijken. Ieder land is verschillend. Iedere cultuur is verschillend. Ieder conflict is verschillend. Je zou dus kunnen zeggen dat als we nou meer hadden geïnvesteerd in ontwikkelingshulp, dat conflict dan misschien niet was gebeurd. Maar van heel veel conflicten in Afrika, bijvoorbeeld het conflict in Sudan, vraag ik me af of meer ontwikkelingshulp die had kunnen voorkomen. Hetzelfde geldt voor de brandhaarden van decennia geleden, bijvoorbeeld die in Sierra Leone, waar het vooral om de bloeddiamanten ging. Ik denk dat ontwikkelingshulp daar niet zozeer had geholpen. Ik denk dat het wel beter had geholpen om kritischer te kijken naar de import van diamanten uit die regio. Dit is een "enerzijds, anderzijds"-antwoord.

Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik moet dit een beetje als volgt interpreteren: JA21 is op zich niet tegen de preventie, dus tegen het investeren in lokale organisaties, maar vindt dat je per land die afweging zou moeten maken.

De heer Hoogeveen (JA21):
Bij ons is een criterium dat het vooral handel en persoonlijke autonomie in de landen daar moet bevorderen. Dan kijken we dus echt naar microkredieten en het stimuleren van ondernemerschap. Wij kijken wat kritischer naar meer culturele samenwerkingsverbanden; daar werden net ook al door de PVV-collega een aantal voorbeelden van gegeven.

De heer Stoffer (SGP):
De heer Hoogeveen praatte snel, maar als ik dit goed heb beluisterd, had hij het erover dat veel ontwikkelingslanden vaak primaire grondstoffen exporteren. Volgens mij klopt dat ook wel; ik heb dat ook weleens gezien als ik op werkbezoek ging. Hoe kijkt de heer Hoogeveen ertegen aan om met landen te kijken of zij de keten wat kunnen opbouwen? Zij exporteren dan dus niet alleen maar die grondstoffen, maar kunnen vooral ook hun eigen economie op gang helpen door die keten wat te verlengen en zelf ook op z'n minst een deel van de verwerking van die primaire grondstoffen te doen. Ziet de heer Hoogeveen brood in zo'n soort combinatie van hulp en handel? Dan kom je, denk ik, uiteindelijk ook op de situatie van een gelijkwaardige samenwerking.

De heer Hoogeveen (JA21):
Ik hoop dat ik niet te snel sprak. Ik zag mijn timer lopen en ik dacht: ik moet binnen de tijd blijven.

De voorzitter:
Keurig!

De heer Hoogeveen (JA21):
Excuses als ik te snel sprak. Ik ben het helemaal met de heer Stoffer eens. Die vraag stelde ik juist aan de staatssecretaris. De EU is een vrijhandelszone, maar is in feite ook een protectionistisch machtsblok. We willen heel graag de primaire grondstoffen importeren om ze zelf te kunnen verwerken en om zelf onze industrie op te zetten. Daar is wat voor te zeggen; wij hebben een vrij efficiënte en goede industrie, maar concurrentie zou daar niet per se slecht voor zijn. Je zou juist ook kunnen kijken hoe je ervoor kan zorgen dat de tarieven op verwerkte producten worden verlaagd, dat er meer markttoegang kan worden gecreëerd voor andere landen en hoe je daar handelsafspraken mee kan maken, want dan creëer je juist die wederzijdse belangen en krijgen ontwikkelingslanden uiteindelijk zelf ook de kracht om economisch te groeien en toegang te krijgen tot onze markt en daarmee ook geld te verdienen.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de bijdrage van de heer Van Baarle namens de fractie van DENK.

De heer Van Baarle (DENK):
Dank, voorzitter. Terwijl overal ter wereld nieuwe brandhaarden ontstaan, spreken we vandaag over de begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp. Oorlogen, vervolging en honger: in Oekraïne, Sudan, Myanmar, Palestina en vele andere plekken worden elke dag miljoenen mensen wereldwijd keihard geraakt. Juist in zo'n wereld, waarin menselijk lijden zich opstapelt en het internationaal recht steeds verder wordt uitgehold, zou Nederland verantwoordelijkheid moeten nemen in plaats van zich terug te trekken. Maar helaas gebeurt de laatste jaren het tegendeel. De 0,7%-norm, de afspraak om voldoende van ons inkomen uit te geven aan hulp aan andere mensen, raakt steeds verder uit zicht en solidariteit wordt ingeruild voor beleid dat vooral het eigenbelang dient.

Voorzitter. DENK hoopt dat de nieuwe Kamer niet kiest voor eigenbelang, maar voor solidariteit, voor aandacht voor internationale klimaatsolidariteit, voor kinderrechten, voor vrouwenrechten, voor het bestrijden van de meest kwetsbare groepen en voor het bestrijden van internationale armoede. DENK hoopt dus dat Nederland terugkeert naar wat ooit vanzelfsprekend was, die 0,7%-afspraak en het verder beperken van de ODA-toerekening voor opvang in Nederland, zodat we de PVV-sloopkogel uit dit ministerie halen.

Ik wil in dit debat stilstaan bij groepen die hard geraakt worden. Neem de Rohingya in Myanmar. Al jaren is deze minderheidsgroep slachtoffer van etnische zuivering, geweld en vervolging. Velen wonen in vluchtelingenkampen in erbarmelijke omstandigheden zonder perspectief op terugkeer. Internationale organisaties waarschuwen dat terugkeer onder de omstandigheden die er nu zijn, levensgevaarlijk is. Tegen de junta in Myanmar is zelfs een genocidezaak aangespannen. Bij de vorige begroting is een amendement van DENK aangenomen om extra middelen beschikbaar te stellen voor de ondersteuning van de Rohingya. Dat amendement was nodig en dat is het nog steeds. Daarom hebben wij dat amendement opnieuw ingediend. Nederland moet namelijk blijven bijdragen aan humanitaire hulp en bescherming van de kwetsbare Rohingya. Ik vraag de staatssecretaris of zij, net zoals haar voorganger, opnieuw oordeel Kamer kan geven aan dit amendement. Ik hoop dat de Kamer, net zoals vorig jaar, ook weer mijn amendement kan steunen om aandacht te geven aan deze kwetsbare groep. Op welke andere manieren, boven op dit amendement, kan de staatssecretaris de Rohingya helpen?

Er is een andere groep die onze aandacht hard nodig heeft: de Oeigoeren in China, die het slachtoffer zijn van etnische zuivering en dwangarbeid. Producten die met deze dwangarbeid tot stand zijn gekomen, komen nog steeds onze markt op. Dat is verwerpelijk. Er zijn moties over ingediend, ook door DENK. In 2027 gaat er een antidwangarbeidverordening in werking. Hoe gaat de staatssecretaris daarop voorsorteren? De tijd om daarop te wachten hebben de Oeigoeren niet. Daarom heb ik ook een amendement ingediend waarmee we geld vrijmaken voor organisaties die zich inzetten voor de bescherming van de Oeigoeren, maar ook documentatie van die dwangarbeid, zodat we gerichter iets daartegen kunnen doen. Ook bij dit amendement hoop ik op een positief oordeel van de staatssecretaris. Op welke manieren kan zij nu die producten die met dwangarbeid tot stand zijn gekomen, weren en de Oeigoeren in China verder ondersteunen?

Dan de situatie van de Palestijnen. De humanitaire ramp in Gaza vanwege de Israëlische misdaden, de gepleegde genocide en de voortdurende bezetting van de Palestijnse gebieden, vragen om daden. Ze vragen om actie. Noodhulp is dringend nodig. Keiharde druk tegen Israël is keihard nodig. Sancties tegen Israël zijn nodig. Een genocide stoppen vraagt namelijk actie. Kan de staatssecretaris aangeven hoeveel middelen er in 2026 in totaal door het ministerie van Buitenlandse Zaken beschikbaar zullen worden gesteld voor hulp aan de Palestijnen? Het is echt onacceptabel dat deze Kamer en deze regering ervoor hebben gekozen om op basis van een hetze die door de PVV wordt gevoerd tegen UNRWA, vol met leugens, deze organisatie die de Palestijnen ondersteunt, kapot te bezuinigen. DENK heeft dan ook een amendement ingediend om 1 miljard euro vrij te maken voor de wederopbouw van Gaza en hulp aan de Palestijnen. Ik vraag de staatssecretaris het volgende. Er was eerder, in 2024, 20 miljoen gereserveerd voor de wederopbouw van Gaza. Die was toen niet uitgegeven en is in 2025 op de begroting blijven staan. Klopt het dat dit nu niet meer in de begroting staat? Wat is daarmee gebeurd?

Tot zover, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot één vraag.

De heer Markuszower (PVV):
Misschien wel meer.

De voorzitter:
Nee, ik denk één.

De heer Markuszower (PVV):
De heer Van Baarle had het over een hetze die de PVV zou voeren tegen UNRWA. Maar is de heer Van Baarle er niet mee bekend dat bij UNRWA minstens twaalf medewerkers hebben deelgenomen aan de terroristische aanslagen van 7 oktober, waarbij vrouwen zijn verkracht en vermoord, mannen zijn onthoofd en baby's zijn verbrand, en dat tientallen andere medewerkers van UNRWA die aanslagen hebben toegejuicht?

De heer Van Baarle (DENK):
Allereerst zou ik willen ingaan op wat ik de heer Markuszower eerder hoorde zeggen over UNRWA en over de Palestijnen. De heer Markuszower had het namelijk erover dat er terrorisme gepleegd werd door "de Gazanen" en "de Palestijnen". Wat hij daarmee doet is de Palestijnen collectief verantwoordelijk stellen, schuldig maken en daarmee demoniseren. Echt giftig. Hij noemde UNRWA net een terroristische organisatie. Op basis van geen enkel feit kan je zeggen dat UNRWA een terroristische organisatie is. Dit is prietpraat vanuit de koker van Netanyahu, gedaan door een soort extreemrechtse, zionistische club die UN Watch heet en wordt gefinancierd vanuit Israël, terwijl UNRWA zelf al die aantijgingen heeft ontkracht. Er was een internationaal onderzoek, het Colonna-onderzoek, dat heeft gezegd dat UNRWA weerbarstige praktijken heeft voor het waarborgen van de onafhankelijkheid. Zijn er verbeterslagen te maken? Zeker. Deze hele Kamer, inclusief DENK, heeft gezegd: voer de aanbevelingen uit het Colonna-rapport uit; het is verstandig als dat gebeurt. Maar deze zionistische leugens, deze pro-Netanyahu prietpraat vanuit de PVV om de Palestijnen en een organisatie die de Palestijnen helpt, te demoniseren, alleen maar om de agenda van Netanyahu te dienen, moeten echt hard bestreden worden.

Bij dezen, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. We gaan dit debat niet verder voeren. Ik ga u bedanken voor uw bijdrage en ik ga de heer Stoffer uitnodigen voor zijn bijdrage namens de fractie van de SGP. Gaat uw gang.

De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Nu het kerstreces achter ons ligt, blijft de vraag hangen wat na deze tijd van bezinning politiek van ons gevraagd wordt. Ik zou denken dat internationale gerechtigheid in de kern ook draait om offers brengen. Bij offerbereidheid staat het besef voorop dat alles wat je hebt, ontvangen is. Dat offer kleurt dan ook onze verhouding tot ons bezit. Ons bezit is tijdelijk en staat nooit van los van inspanningen van anderen. Dat mogen we, denk ik, wel stellen. Vrijgevigheid heeft daarom ook altijd iets van teruggeven, in het besef van hoe bevoorrecht je zelf bent en, in dit geval, van hoe bevoorrecht we als Nederland zijn. Ik denk dan aan bezoeken die ik in het verleden gebracht heb aan boerinnen in Uganda, maar ook aan gezinnen in Benin die in een steengroeve grote keien tot fijn grind hakten. Dat deden ze omgerekend voor misschien €3 per dag voor een heel gezin.

Voorzitter. De wijze koning Salomo wijst erop dat goed leven vraagt om meer dan offerbereidheid alleen. Hij zegt: "Gerechtigheid en recht te doen is bij den HEERE uitgelezener dan offer." Dat kunt u lezen in Spreuken, als u het na zou willen lezen. Rentmeesterschap vraagt om royaal delen, maar ook om eerlijk handelen. Handel draait om halen en brengen. Daarom passen handel en ontwikkelingssamenwerking ook zo goed bij elkaar. Het doet mij goed om te zien dat bedrijven en ngo's, die elkaar in het verleden nog weleens bestreden, vandaag de dag steeds beter samenwerken, onder meer als het gaat om water en voedsel. Die samenwerking wordt ook internationaal gewaardeerd als de Dutch Diamond.

Invest International wijst erop dat de Nederlandse concurrentiekracht voor een belangrijk deel afhangt van onze bereidheid om te investeren in ontwikkelende economieën. Daarom riep een brede coalitie van bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties de Nederlandse overheid laatst op om alle actoren uit deze Nederlandse diamant te ondersteunen, ieder vanuit zijn eigen rol en verantwoordelijkheid. Daarom dien ik straks — het zal morgen zijn, schat ik in — een motie in om deze samenwerking tussen publieke en private partijen te borgen en te faciliteren.

Voorzitter. Met de inhoudelijke koers van het kabinet-Schoof kon de SGP op veel punten best leven, ook wat betreft ontwikkelingssamenwerking. Maar het loslaten van de koppeling met de 0,7%-norm boven op de miljarden bezuinigingen, was en is voor ons wel een onacceptabele richting. Het kabinet slaat hiermee ook drie aangenomen moties van de Eerste en Tweede Kamer in de wind. Ik zeg u maar eerlijk dat wij daardoor nog echt twijfelen over steun aan de begroting die nu voorligt, na alles wat er de afgelopen een à twee jaar is gepasseerd. Ik overweeg ook om op de een of andere manier nog een motie in te dienen die wellicht een betekenisvolle stap kan zijn om daar toch verandering in aan te brengen.

Ik zie de heer Markuszower bij de microfoon staan.

De voorzitter:
Ik dacht: ik geef u de gelegenheid om uw bijdrage af te ronden.

De heer Stoffer (SGP):
Mag ook, voorzitter, maar ik ben nog wel een minuutje bezig.

De voorzitter:
Ik laat de heer Stoffer zijn bijdrage afronden.

De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Tussen al het geweld over Venezuela en Groenland kondigden de VS aan zich opnieuw terug te trekken uit een reeks internationale organisaties, waaronder het IPCC en het klimaatraamverdrag. De SGP vraagt in het bijzonder aandacht voor het Amerikaanse vertrek uit de VN-organisatie voor handel en ontwikkeling. Deze exit raakt niet alleen de technische bijstand aan arme landen die willen profiteren van wereldhandel, maar treft ook de beschikbaarheid van onafhankelijke data en analyses over handelsstromen en invoerheffingen. Daarmee komt een voor beleidsmakers belangrijke informatiebron onder druk te staan. Mijn vraag aan de staatssecretaris is of zij kan aangeven welke gevolgen dit heeft voor de kwaliteit en de rechtvaardigheid van het Europees handelsbeleid en het Nederlandse imvo-beleid, met name in relatie tot ontwikkelingslanden.

Voorzitter. Ik refereerde daarstraks aan de kinderen en gezinnen die in de steengroeves in Benin werken, want kinderen worden het hardst geraakt door de gevolgen van armoede, conflicten en honger. Het goede nieuws is dat de kindersterfte in 25 jaar tijd wereldwijd gehalveerd is. Het slechte nieuws is dat deze vooruitgang afvlakt door bezuinigingen op mondiale gezondheid, waaronder moeder-en-kindzorg. Daarom is de oproep van de SGP: geef kinderen een centrale plaats in het ontwikkelingsbeleid. De eerste levensjaren vormen een krachtige basis voor een gezonde ontwikkeling, die later de zorgkosten drastisch kan verminderen. Daarom stel ik de volgende vragen. Kan de staatssecretaris toezeggen dat kindgerichte en kindspecifieke investeringen ondanks bezuinigingen ten minste op peil blijven? Is de staatssecretaris bereid om in VN-verband meer aandacht te vragen voor prenatale gezondheid en bescherming van moeder en kind, juist nu er wordt nagedacht over nieuwe ontwikkelingsdoelen voor na 2030? Jongerenontwikkeling is niet langer prioritair, maar kan wel dwarsdoorsnijdend een plek krijgen, zo gaf haar voorganger aan, bijvoorbeeld bij opvang in de regio. Hoe wordt dit jaar geïnvesteerd in beroepsonderwijs en jongerenwerkgelegenheid?

Voorzitter, het allerlaatste punt. Vandaag komt de Ranglijst Christenvervolging van Open Doors uit. Daarin zien we: een op de vijf in Afrika en maar liefst twee op de vijf in Azië, ook in landen waarmee Nederland een handels- en ontwikkelingsrelatie heeft. In het Focus-kader is een instrument opgenomen met als doel mensenrechten en fundamentele vrijheden te bevorderen. Kan de staatssecretaris aangeven welk deel van het budget van in totaal 60 miljoen specifiek naar de aanpak van christenvervolging gaat, in lijn met onze unaniem aangenomen motie?

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot één vraag. Gaat uw gang, meneer Markuszower.

De heer Markuszower (PVV):
De heer Stoffer pleit volgens mij voor een verhoging van het budget. Nu al geeft elk gezin ongeveer €800 per jaar uit aan ontwikkelingssamenwerking. Met het voorstel van de heer Stoffer zou dat naar €1.100 of zo gaan. Wat is daar nou precies barmhartig aan? Wat is er nou precies, als ik zo vrij mag zijn, zelfs christelijk aan dat de Tweede Kamer of de regering bepaalt hoe een Nederlands gezin aan liefdadigheid moet doen? Is het niet veel beter dat wij het aan gezinnen die aan het eind van de maand geld overhouden, zelf laten om ervoor te kiezen geld aan liefdadigheid uit te geven? Is het niet barmhartiger, vraag ik aan de heer Stoffer, om gezinnen die in Nederland in armoede leven en kinderen die in Nederland met honger naar bed gaan, te helpen, bijvoorbeeld door de boodschappen goedkoper te maken, zodat mensen hier makkelijker kunnen leven? Wat is er zo barmhartig aan om Nederlanders te dwingen geld te geven aan landen hier heel ver vandaan, terwijl we hier in Nederland zo onze eigen problemen hebben?

De heer Stoffer (SGP):
Twee dingen. In Nederland heeft bepaald niet iedereen het heel goed. Dat we hier barmhartigheid moeten tonen en met elkaar moeten delen, is, denk ik, heel belangrijk. Daarover voeren we met elkaar een ander debat, bijvoorbeeld bij SZW. Op wereldniveau gezien heeft Nederland het gewoon heel goed. Nederland is een van de welvarendste landen. Dat wij een deel van ons geld elders investeren … Ja, het is een christenplicht — lees de Bijbel er maar op na — dat je ook zorgt voor mensen om je heen die het minder hebben. Gaat dat inhoudelijk allemaal goed? Bepaald niet. Daar heb ik veel kritiek op. Dat mag ook andere richtingen op. Ik vond dat dit kabinet, waar nog maar een heel klein deeltje van over is en waar u en uw collega Klever ook in zaten, daar best in de goede richting op inzette. En ja, dan zeggen wij: houd dat percentage van 0,7% of doe op z'n minst, nu we in een andere situatie zitten, je best om daar weer naartoe te bewegen. Daar zoek ik naar. Ik denk dat dat echt onze christenplicht is, dat we met elkaar hebben te delen en dat je met elkaar het goede moet zoeken voor elkaar. En dan is er nog één, voorzitter. Terug bij de PVV.

De voorzitter:
We waren bij twee, maar nu zijn het er drie.

De heer Stoffer (SGP):
Ja, soms krijg je toch nog een soort brainwave.

De voorzitter:
Een soort openbaring.

De heer Stoffer (SGP):
Terug bij de PVV. Stel dat je zegt: laat niet te veel mensen naar Nederland komen. Daarover zijn we het niet eens met elkaar oneens. Dan zullen we er toch voor moeten zorgen dat de omstandigheden van mensen elders redelijk goed zijn? Ik kan me niet voorstellen dat de heer Markuszower en ik het daar niet over eens zijn. Ik snap namelijk heel goed dat je naar een gebied gaat waar het economisch beter is als je het in een bepaald land heel belabberd hebt. Als ik in die omstandigheden zou verkeren, zou ik namelijk hetzelfde doen. Dat heeft wat opgewekt, hoor ik!

De voorzitter:
U kunt ook bevestigend "ja" knikken, meneer Markuszower. Zeer gewaardeerde collega's, ik zit echt naar de klok te kijken. We hebben hierna nog een aantal debatten en het loopt uit. Ik heb het idee dat we soms met iets andere woorden dezelfde vragen aan het stellen zijn. U kunt de collega een compliment geven voor het laatste wat gezegd is, en dan ga ik door naar de heer Ceder, die één vraag mag stellen.

De heer Markuszower (PVV):
Wat heeft u rare rollen, voorzitter: én mijn coach, én de voorzitter ...

De voorzitter:
Ik ben van alle markten thuis, meneer Markuszower.

De heer Markuszower (PVV):
En in beide doet u dat geweldig goed, voorzitter. Ik zal heel kort zijn. Ik heb net al iets gezegd hierover in mijn interruptie van de heer Van der Burg, namelijk dat er allerlei onderzoeken zijn die zeggen dat er eigenlijk een negatieve correlatie is tussen het geven van ontwikkelingshulpgeld en migratie: dat leidt tot meer migratie. Ik ben zo vrij geweest om de heer Van der Burg een e-mail te sturen, met behulp van ChatGPT, met een verwijzing naar al die onderzoeken. Ik wil u vragen om met de heer Van der Burg samen naar die onderzoeken te kijken en ...

De voorzitter:
Ik heb het idee dat u de heer Stoffer uitnodigt voor een leesclub. We kunnen dat dan misschien kort houden, meneer Markuszower.

De heer Markuszower (PVV):
Het is dus precies het tegenovergestelde, echt verschillende onderzoeken die precies het tegenovergestelde zeggen: als wij geld geven aan die landen, aan Afrika, dan leidt dat tot meer migratie naar Europa.

De heer Stoffer (SGP):
Op mijn bucketlist staat nog altijd dat ik een kop koffie met de heer Van der Burg wil drinken, dus als we dat kunnen doen ... Ik wil hem wel betalen.

De voorzitter:
Kijk, deze dag levert zo veel op ... Nog één vraag van de heer Ceder. Ga uw gang.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Vorig jaar waren deze plannen al bekend. Toen waren er ook zorgen van de SGP. Ik heb net ook D66 geïnterrumpeerd, en meerdere partijen. Een van de punten was natuurlijk de bni-koppeling. Het was toen de PVV-minister die met deze plannen kwam. Inmiddels zijn die niet echt aangepast. En de grote klap viel niet vorig jaar, maar dit jaar. Ik heb van de heer Stoffer een aantal keer, ook deze keer weer, gehoord dat de bni-koppeling hem zwaar valt. Volgens mij, als ik zo D66 hoor, gaat de begroting een meerderheid halen. Daarmee worden de plannen die de voormalig PVV-minister heeft gepresenteerd en waar we toen kritisch op waren, gewoon uitgevoerd.

De voorzitter:
En uw vraag, meneer Ceder?

De heer Ceder (ChristenUnie):
Mijn vraag is: hoe hard wil de heer Stoffer het spelen ten aanzien van die bni-koppeling? Want de steun van de SGP aan ook deze begroting zal die mogelijk maken. De gevolgen daarvan hebben we vorig jaar al met elkaar uitgewisseld. Ik ben gewoon benieuwd hoe zwaar dat voor u weegt. Wij hebben een amendement. Ik ben bereid om met elkaar te bekijken of we elkaar kunnen vinden, zodat we dit de goede kant op kunnen sturen.

De heer Stoffer (SGP):
Ik heb het amendement van de heer Ceder gezien. Ik wil nog even met mijn fractie in overleg over de dekking, maar ik sta in beginsel positief voorgesorteerd voor dat amendement. Voor de rest heb ik mijn overwegingen al aangegeven, namelijk dat ik er echt heel veel moeite mee heb. Hadden we in het reguliere proces gezeten van een kabinet dat er nog full demissionair had gezeten, terwijl het nu op de laatste tanden loopt, dan schat ik in dat wij die begroting, als er niks was gebeurd, sowieso niet zouden steunen. Nu is het natuurlijk wel zoeken in dit tijdsgewricht: waar gaan wij dadelijk heen? Dus ik zoek naar perspectief. Dat je denkt: als er dadelijk een nieuw kabinet zit, gaan we dan wel stappen zetten, en wachten we dan niet totdat er een volgende begroting komt ergens eind dit jaar? Er moet tussentijds wel wat gebeuren wat mij betreft. Het kan natuurlijk zijn dat een nieuw akkoord van de partijen die nu onderhandelen ons inhaalt, dus dat daar wat van ligt voordat we gaan stemmen. Tja, dan moet je dat denk ik ook meewegen. Maar vooralsnog, als alles nu zo blijft, hoop ik eigenlijk dat het zover kan komen dat ik het amendement van de heer Ceder kan steunen. En dan zou ik zeggen: als wij zover zijn, laat de rest van de Kamer dat dan alsjeblieft ook doen; laten we ervoor zorgen dat we dan op die manier een stap gaan zetten.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan wij nu, kijkend of iedereen scherp blijft, luisteren naar de heer Dassen namens de fractie van Volt.

De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter. Dank ook aan de collega's mevrouw Teunissen, mevrouw Dobbe en de heer Ceder dat ik eerst mag spreken omdat ik zo naar de informateur moet.

Ik wil beginnen met mevrouw Van Ark nog van harte te feliciteren met haar maidenspeech, een erg mooie. Heel veel succes hier in de Kamer.

Voorzitter. We voeren dit debat tegen een achtergrond waarin de wereldorde fundamenteel aan het kantelen is. 80 jaar internationale rechtsorde wordt door de grondlegger, de Verenigde Staten, in rap tempo kapotgemaakt. Zo zijn de Verenigde Staten, zoals meerdere collega's al aangaven, deze maand nog uit 66 internationale verdragen gestapt, waaronder handelsverdragen. Ook zien we op dit moment dat er wereldwijd steeds meer flinke schendingen van het internationaal recht zijn. Dit laat zien hoe makkelijk het is om iets af te breken, maar ook hoe moeilijk het zal zijn om het vervolgens weer op te bouwen.

Voorzitter. Juist in die context is het schrijnend dat dit kabinet de afgelopen jaren fors heeft bezuinigd op ontwikkelingssamenwerking. Langjarige partnerschappen zijn stopgezet, hulpprojecten zijn teruggeschroefd en de financiering is onzeker gemaakt. Wat op papier een bezuiniging lijkt, is in de praktijk een verzwakking van onze internationale positie. Daarom vraag ik aan de staatssecretaris hoe zij nu kijkt naar de afgelopen weken en maanden, waarin we zagen dat Trump de wereldorde aan het afbreken is. Hoe plaatst zij de bezuinigingen van dit kabinet daarbij? Moeten wij niet, juist nu we zien dat de Verenigde Staten die terugtrekkende beweging maken, als Europa een stap naar voren doen? Moeten we niet juist gaan toewerken naar die 0,7% bni?

Dat Trump de wereldorde aan het afbreken is, biedt ook mogelijkheden, zoals voor een gezamenlijke Europese ontwikkelingssamenwerking die kosteneffectief, voorspelbaar en beter afgestemd is op wat partnerlanden nodig hebben. Ziet de staatssecretaris daarnaast ook kansen voor de Europese positie op het wereldtoneel door het achtergelaten Amerikaanse vacuüm in te nemen en de diplomatieke macht van Europa daarmee te versterken, juist omdat we ook zien dat China en andere landen dat nu vaak proberen in te vullen? Is de staatssecretaris bereid zich actief in te zetten voor verdere Europese coördinatie en gezamenlijke uitvoering van ontwikkelingssamenwerking, zodat we versnippering tegengaan, middelen effectiever inzetten en Europa als geheel een sterkere, meer samenhangende rol laten spelen?

Voorzitter. Het werd door enkele collega's ook al genoemd: wie in kinderen investeert, investeert in de toekomst van een land. Ongeveer 46% van de bevolking van ontwikkelingslanden is kind, maar er gaat slechts een klein deel van de ontwikkelingssamenwerking naar hen. Dat zien we in de onderwijsbudgetten. Door mondiale bezuinigingen dreigt het onderwijsbudget flink naar beneden te gaan. Zoals de heer Bamenga ook al aangaf, zullen 6 miljoen kinderen daardoor niet meer naar school kunnen. Dat is niet alleen onacceptabel maar ook economisch onverstandig, want elke euro die wordt geïnvesteerd in een kind, levert gemiddeld €10 op. Erkent de staatssecretaris de noodzaak van kindgerichte investeringen, juist in die gebieden waarin het hard nodig is? Ziet de staatssecretaris mogelijkheden om de belangen van kinderen structureel te verankeren in de verschillende beleidsprioriteiten, dus niet als een apart onderdeel maar als onderdeel van al die beleidsprioriteiten?

Voorzitter. Juist in tijden van grote verandering is het belangrijk om vast te houden aan onze eigen principes en waarden. Europa heeft een nieuw verhaal nodig en een eigen koers. Nederland en Europa zijn juist sterk wanneer we normen stellen, wanneer we het Brusselse effect gebruiken om standaarden op het gebied van milieu, duurzaamheid een mensenrechten te verbeteren. Deze ambitie begint steeds meer te vervagen en krijgt zelfs geen prominente positie meer in de positieve agenda's. Het is cruciaal om in te blijven zetten op klimaat, niet alleen omdat dit aansluit op wat wij belangrijk vinden in Europa, maar ook omdat het ons toekomstige verdienvermogen zal versterken. Deze begroting toont die ambitie niet. Sterker nog, we spreken over nieuwe handelspartnerschappen in Afrika en Latijns Amerika, maar we investeren te weinig in hun klimaatweerbaarheid. Klimaat is geen bijzaak van buitenlands beleid, het moet centraal staan in onze handelsstrategie. Is de staatssecretaris het met me eens dat het uitstellen van de Ontbossingsverordening op Europees niveau voor onherroepelijke milieuschade in Latijns-Amerika zal zorgen en dat we daarom gelden voor ontbossing naar voren moeten halen om dat uitstel te dekken? Mijn fractie heeft hier een amendement over ingediend. Ik hoor graag van de staatssecretaris hoe zij daarnaar kijkt. Is zij ook bereid toe te werken naar een nieuw Europees handelsmodel waarin niet concurrentie op de laagste standaarden centraal staat, maar waarin we kiezen voor gelijkwaardige partnerschappen?

Voorzitter. Overal in Europa zien we dat er bezuinigd wordt op ontwikkelingssamenwerking. Maar terwijl deze ondoordachte bezuinigingen plaatsvinden, zien we dat een klein groepje Amerikaanse multinationals of techoligarchen rijker en rijker wordt. Dat kunnen we niet accepteren. Amerikaanse multinationals kunnen zomaar uitgezonderd worden van rechtvaardige bijdragen. Hun waarde wordt op onze markten gecreëerd, maar de winsten vloeien terug naar de Verenigde Staten. Kan de staatssecretaris uitleggen waarom Nederland bereid is om te bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking, maar geen rode lijn trekt richting grote Amerikaanse multinationals? Wat gaan Nederland en Europa doen om de 109 miljard aan handelstekort terug te brengen als het gaat om die digitale economie? Ziet de staatssecretaris ook dat een Europees gecoördineerde digitaledienstenbelasting de balans weer kan terugbrengen? Is zij bereid zich actief in te zetten voor een Europese digitaledienstenbelasting, samen met andere landen?

Voorzitter, tot slot. We bewegen steeds meer naar een wereldorde waarin het recht van de sterkste geldt. In deze tijd, waarin harde macht vaak zwaarder lijkt te wegen dan zachte macht, is het voor Europa en Nederland van cruciaal belang dat we de waardegemeenschap zijn die we zeggen te willen zijn en dat we die ook daadwerkelijk uitdragen.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel voor uw bijdrage. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Teunissen, die spreekt namens de Partij voor de Dieren. Gaat uw gang.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. Midden in de puinhopen die dit kabinet heeft veroorzaakt met de grootste bezuiniging op ontwikkelingssamenwerking ooit, die ook neerslaat in deze begroting, is het goed het belang van ontwikkelingssamenwerking nog eens te benadrukken. Daar zal de Partij voor de Dieren vandaag dan ook mee beginnen. Ontwikkelingssamenwerking is in het belang van dieren, mensen en de planeet. Het vermindert armoede en ongelijkheid door investeringen in onderwijs, gezondheidszorg en voedselzekerheid. Het bevordert stabiliteit in de wereld en voorkomt conflicten. Ook worden met ontwikkelingssamenwerking de grondoorzaken waardoor mensen moeten vluchten weggenomen en ondersteunt ze de bescherming van mensenrechten en gendergelijkheid. Bovendien is internationale ontwikkelingssamenwerking cruciaal voor het aanpakken van de klimaat- en biodiversiteitscrisis en het voorkomen van nieuwe pandemieën. Daarom wil Partij voor de Dieren altijd al dat 1% van ons bruto nationaal inkomen naar ontwikkelingssamenwerking gaat. Dat is in deze tijden van conflict en klimaatcrisis nog belangrijker geworden.

Het kabinet benadrukt steeds dat ontwikkelingssamenwerking en handel in het Nederlandse economische belang moeten plaatsvinden. Dit is een zeer kortetermijngedachte, een zeer nauwe gedachte. Want in een tijd van escalerende klimaatcrises, een toenemend aantal gewapende conflicten en een toenemend aantal mensen, waaronder veel vrouwen en kinderen, dat afhankelijk is van noodhulp, kun je niet sec aan je eigen economische belangen denken en je de hele tijd daarop blindstaren, terwijl de wereld om je heen afbreekt. Daarom moet een fundamenteel onderdeel van het beleid zijn dat we de overconsumptie van het rijke Westen aanpakken en de voetafdruk van de rijke landen inperken. Nederland en Europa moeten nadenken over hoe hun beleid in andere landen uitpakt en wat dat betekent voor mens, dier en natuur.

Zo is het Mercosur-verdrag desastreus voor de Amazone, waarvan al enorm veel vernietigd is, onder andere door Nederlandse vleesbedrijven. Europese landbouwsubsidies verstoren lokale economieën elders nog meer. Ook importeren we producten die slecht zijn voor het milieu of waarbij tijdens de productie mensen- of dierenrechten worden geschonden. Een krachtig beleid moet ervoor zorgen dat arme landen niet langer de dupe zijn van de schade die rijke landen, waaronder ook Nederland, elders veroorzaken.

Het huidige ontwikkelingsbeleid is helaas niet dat krachtige beleid. Het is een "Trump light"-beleid: het maatschappelijk middenveld uitkleden en een historische bezuiniging op ontwikkelingssamenwerking. Vooral de jongeren zijn de dupe. Dit gaat namelijk over hun toekomst. Het is kortetermijnpolitiek en populisme; het is de problemen heel veel erger maken door ze voor je uit te schuiven. Deze tijd schreeuwt om meer conflictpreventie, vrede en diplomatie. Hoe verantwoordt het kabinet de bezuinigingen op deze begroting, als de wereldwijde realiteit om ons heen toch is dat spanningen toenemen, klimaatrampen toenemen en de voedselonzekerheid toeneemt? Is de staatssecretaris op z'n minst bereid om de koppeling van het ODA-budget met het bni volledig te herstellen? Graag een reactie.

Voorzitter. Dan de klimaatfinanciering. Internationale klimaatrechtvaardigheid vereist dat rijke, historisch vervuilende landen, zoals Nederland, aan klimaatfinanciering doen voor landen die de dupe zijn van klimaatverandering. Het kabinet-Schoof besloot tot een bezuiniging van 1 miljard; dat is de helft. Door creatief boekhouden zegt het kabinet nu dat het genoeg bijdraagt aan klimaatfinanciering, maar er wordt fors bezuinigd op projecten met klimaat als hoofddoel. Steeds meer programma's voor bijvoorbeeld voedselzekerheid en water worden meegeteld. Daarmee wordt financiering voor het klimaat wel heel ruim geïnterpreteerd. Is de staatssecretaris bereid expliciete kwaliteits- en impactcriteria te ontwikkelen voor klimaatfinanciering met klimaat als hoofddoel, inclusief transparante monitoring en bijsturing wanneer de klimaatimpact onvoldoende blijkt? Tijdens de klimaattop is beloofd om tegen 2035 de adaptatiefinanciering te verdrievoudigen. Hoe anticipeert de staatssecretaris hierop en is zij bereid om een opbouwpad voor een eerlijke Nederlandse bijdrage te ontwikkelen?

De Kamer heeft een motie van de Partij voor de Dieren aangenomen die de regering vraagt te pleiten voor de randvoorwaarde bij klimaatfinanciering dat niet de schuldenlast van andere landen wordt vergroot. Volgens het Climate Finance Shadow Report verloopt de huidige klimaatfinanciering voor een steeds groter deel via leningen. Kan de staatssecretaris toezeggen dat Nederland als randvoorwaarde voor klimaatfinanciering stelt dat de schuldenlast van landen niet wordt verhoogd?

Dan de voedselzekerheid. Door uitblijvende klimaatactie neemt de voedselonzekerheid toe. Dat zien we ook in Nederland, doordat de koffie en de chocola duurder worden, maar andere landen worden natuurlijk veel harder geraakt door klimaatverandering. Zoals altijd proberen bedrijven uit winstbejag daarvan te profiteren. Mijn fractie mist concreet beleid op een aantal punten, waaronder de schade die door ons aan het voedselsysteem wordt veroorzaakt. Is de staatssecretaris bereid om nationale maatregelen te nemen tegen de afzet van overtollige, met EU-subsidies geproduceerde voedselproducten, zoals kippenvlees, zuivel en uien op Afrikaanse markten? Kan zij dit soort ondermijning van lokale voedselproducenten in de WTO en de EU aan de kaak stellen? Kan de staatssecretaris op VN-niveau pleiten voor wettelijke waarborgen die het zich onrechtmatig toe-eigenen van inheemse zaden door bedrijven tegengaan? Is er ruimte in de begroting om andere landen te helpen bij het ontwikkelen van alternatieve beleidskaders voor zaaizaad voor boeren die registratie, certificering en legalisatie mogelijk maken?

Tot slot. Plantaardig eten is zeer goed voor de voedselzekerheid, omdat het efficiënter is wat betreft het gebruik van land en water. Het veroorzaakt minder uitstoot van broeikasgassen en draagt zo bij aan een betere wereldwijde voedselverdeling Welke ruimte ziet de staatssecretaris in het voedselzekerheidsbeleid voor het stimuleren van de eiwittransitie?

Voorzitter, ik heb nog één punt, over Gaza. Ik besef dat ik over de tijd heen ga, maar dat is dan aan onze fractie. Er vallen elke dag nog Israëlische bommen op Gaza. Inwoners vrezen voor verheviging van het geweld. In haar brief over noodhulp schrijft de staatssecretaris dat er gedegen gronden moeten zijn waarop een organisatie wordt beschuldigd van terrorisme. We hebben gezien dat UNRWA is vrijgesteld van enige verdachtmaking. Nederland heeft eerder de steun aan UNRWA ingetrokken. Is het kabinet bereid om de broodnodige noodhulp aan deze organisatie te hervatten?

Dank u wel.

De voorzitter:
Eén vraag, meneer Markuszower.

De heer Markuszower (PVV):
Heel kort. Ik citeer: "Er vallen elke dag nog bommen op Gaza."

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dat klopt.

De heer Markuszower (PVV):
Wanneer is de laatste bom van het Israëlische leger op Gaza gevallen en op welk doel was dat dan?

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Uit de NRC blijkt vandaag dat er gisteren nog bommen gevallen zijn.

De voorzitter:
Nee, dit gaan we niet doen, meneer Markuszower. U heeft antwoord gekregen van mevrouw Teunissen. Ik ga u bedanken voor uw bijdrage. Ik ga de heer Ceder, die net al stond, uitnodigen voor zijn bijdrage namens de fractie van de ChristenUnie. Ga uw gang.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. We spreken in gure tijden over de Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulpbegroting. De internationale rechtsorde wankelt nu een van de architecten en de politieagent ervan er afstand van heeft genomen, nooit eerder zo veel als nu. Als het recht van de sterkste geldt, delven de meest kwetsbaren het onderspit. Juist dan is het van belang dat Nederland verantwoordelijkheid neemt. Dat moet het doen met beleid dat én verstandig én barmhartig is, diplomatieke relaties versterkt en investeert in ontwikkelingssamenwerking, wetende dat dat ook in het belang van Nederland is. De internationale concurrentiepositie moet versterkt worden om geen geopolitieke speelbal te worden en niet in een race to the bottom te belanden. Daarom is het zo bizar dat we OS aan de ene kant terugtrekken en daarmee onze eigen invloedssfeer tenietdoen, maar wel instemmen met Mercosur, waarmee sectoren in Nederland er weinig op vooruitgaan. Het lijkt alsof het beleid niet integraal is.

Ik ga nog even verder. Diplomatieke posten worden in spannende geopolitieke tijden gesloten. Er is steun voor het verder verschralen van een wet die moderne slavernij in productieketens tegengaat. Er zijn flinke bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking. Meerdere aangenomen moties die verzoeken om de koppeling tussen het budget voor ontwikkelingssamenwerking en 0,7% van het bni te herstellen, worden genegeerd door het kabinet. Vorig jaar was het een groot probleem, nu lijkt de minister makkelijk op een meerderheid af te koersen. De koppeling met het bni betekent dat we meer geld uittrekken voor de meest kwetsbaren als de Nederlandse economie groeit. Dat is een afspraak die we al decennia maken. Ik geloof dat die vrijgevigheid Nederland ook veel opgeleverd heeft, maar het kabinet voerde deze moties niet uit.

Voorzitter. De ChristenUnie stemde vorig jaar dan ook tegen de begroting. Dat doen we niet vaak. Ook stemden sommige partijen voor, maar gaven ze afgelopen jaar al een winstwaarschuwing voor het geval deze koppeling niet zou worden hersteld. We zien nog niet voor ons hoe we deze begroting nu wél zouden kunnen steunen. Nog steeds zijn er stevige bezuinigingen en nog steeds is er geen volledig herstel van de koppeling. Ik zal het even hard zeggen: dit zijn nog steeds de beleidsplannen van minister Klever van de PVV. Wat vorig jaar de koers was, is die nu nog steeds, ongeacht de nieuwe samenstelling van de Kamer. Dit kabinet nam en neemt het te nauwe eigenbelang als uitgangspunt voor zijn beleid. De allerarmsten en uiteindelijk ook de eigenbelangen lijden daaronder, terwijl volop ruimte voor eerlijke handel en investeringen van Nederlandse bedrijven, en een grote rol voor de kunde en expertise van maatschappelijke organisaties ook samen kunnen gaan, zoals Nederland in het verleden heeft bewezen. Het is niet alleen vanuit humanitair perspectief verkeerd, we voeren ook geopolitiek gezien dom beleid.

In dit kader vraag ik de staatssecretaris bijvoorbeeld om een reflectie op de voortgang van de Afrikastrategie. Is er niet meer urgentie op deze strategie nodig, zeker wat betreft economische betrekkingen en concretisering van de actiepunten? Is de staatssecretaris bereid om per brief met een update te komen over de voortgang van deze strategie en daar waar het kan concreter te worden?

Dan heb ik een aantal specifieke vragen. Hoe borgt de staatssecretaris dat maatschappelijke organisaties een rol hebben in het hele BHO-beleid, met de bijbehorende ruimte en middelen, en dat er niet alleen wordt gefocust op het beleidskader? Ik heb ook vragen over imvo. Vorig jaar diende ik met oud-collega Hirsch een motie in die verzocht om een plan om meer bedrijven de OESO-richtlijnen te laten onderschrijven. Wanneer kan ik dat plan van dit kabinet verwachten? Hoe borgt de staatssecretaris dat ons OS-beleid ook specifiek ten goede komt aan kinderen? Heeft de staatssecretaris inzicht in hoeveel van onze investeringen kindgericht zijn? Graag hoor ik ook een update over de uitvoering van de motie-Ceder/Bamenga, over het aantoonbaar garanderen van toegang voor mensen met een beperking tot interventies op het gebied van voedsel, water en gezondheid.

Tot slot. Vandaag komt de jaarlijkse Ranglijst Christenvervolging van Open Doors uit. We zien dat het aantal vervolgde christenen wereldwijd toeneemt en inmiddels staat op 388 miljoen, een niet te bevatten aantal. Meer dan eens zijn ze slachtoffer van geweld en bloedvergieten in landen waar straffeloosheid heerst en rechtssystemen niet functioneren. Ik hoor graag van de staatssecretaris hoe zij naar die nieuwe ranglijst kijkt, wat dat betekent voor haar beleid en hoe zij met haar beleid van hulp en handel ervoor zorgt dat het voor christenen en andere minderheden in al die landen waar Nederland actief is, veilig wordt. Graag een reflectie.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft nog aanleiding tot één vraag van mevrouw Kröger.

Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Wij delen de lijn dat die koppeling moet worden hersteld. Wij dienen daarop ook een amendement in. Hoe de begroting er nu uitziet, met die gruwelijke bezuiniging erop, is onacceptabel. Ik vroeg mij alleen iets af. De ChristenUnie kiest in haar amendement voor een dekking waarvan ik mij afvraag hoe de ChristenUnie denkt daar een Kamermeerderheid voor te vinden.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Wij kiezen voor het eigen risico. Voor zover ik weet zijn er meer partijen die vinden dat je dat moet hervormen. Dat zou kunnen passen binnen de kaders en budgetten. Ik weet dat het CDA dat richting de verkiezingen als plan heeft uitgedragen, en D66 en de VVD volgens mij ook. Kortom, volgens mij is het in lijn met de motie-Huizinga uit de Eerste Kamer, van Eerste Kamerlid Huizinga van de ChristenUnie, en is het, gehoord de genoemde partijen, mogelijk om in de Kamer zaken te doen. Dan kijk ik natuurlijk ook mevrouw Kröger aan. De dekking is misschien voor de ene partij wat makkelijker dan voor de andere, maar ik ben wel op zoek naar die Kamermeerderheid.

Ik hoorde de heer Stoffer net zeggen dat hij daar ook goed naar ging kijken, dus ik zie daar wel muziek in. Ook omdat dit — ik zal het even scherp stellen — een continuering is van het beleid van PVV-minister Klever, zoals ik net zei. Als ik de mildheid hoor van D66 en ook van andere partijen, alsof dit een andere lijn zou zijn, dan denk ik dat het gewoon echt niet kan dat deze koppeling net zoals vorig jaar niet wordt hersteld. Wij doen een poging tot dat herstel. Als wij samen tot een betere dekking, een andere dekking kunnen komen die misschien breder gedragen wordt, dan kijk ik daar graag naar. Wat ons betreft wordt het wel structureel hersteld. Ik weet dat u ook een amendement heeft, maar die dekking is incidenteel. Daarmee herstellen we het voor dit jaar. Ik zal voor stemmen. De structurele koppeling is, volgens mij, echter het uitgangspunt van de Tweede Kamer vorig jaar en de huidige Eerste Kamer.

De voorzitter:
Heel kort, mevrouw Kröger.

Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik deel de analyse dat wat dit dubbeldemissionaire kabinet zit te doen gewoon het voortzetten van het PVV-beleid is. Dus nogmaals: het herstellen van de koppeling is belangrijk, maar om dat nou te financieren ten koste van zieke mensen in Nederland is, wat ons betreft, vanuit solidariteit geen begaanbaar pad. Ik denk dus dat het belangrijker is om te zoeken naar een dekking die op steun van een bredere Kamermeerderheid kan rekenen.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Nogmaals, het hervormen van de zorg is niet iets waar heel veel discussie bij een groot deel van de Kamer over bestaat. Er zijn meerdere partijen — ik heb er net een aantal genoemd — waar dit een deugdelijke dekking voor is. Ik begrijp dat dat voor mevrouw Kröger wat moeilijker is. Ook uw zetels hebben wij nodig, zal ik erbij zeggen. Dus als wij tot een vergelijk kunnen komen — gelukkig hebben we nog een paar weken — dan hoop ik graag dat we met z'n allen kunnen zitten, vanuit het uitgangspunt dat die bni-koppeling hersteld moet worden. Ik wil dat. U wilt dat. Vorig jaar wilden D66, CDA en SGP dat ook. Volgens mij komen we dus een flink eind. Als het om de dekking gaat ben ik bereid, zeg ik er nu ook bij, om te kijken naar een dekking die we met z'n allen kunnen dragen.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan nodig ik tot slot mevrouw Dobbe uit, die namens de fractie van de SP gaat spreken in deze eerste termijn. Ga uw gang.

Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter. Het laatste rapport van Oxfam laat zien dat het vermogen van miljardairs in de EU in de eerste helft van het vorige jaar met 400 miljard euro is gestegen. De rijken worden rijker, terwijl miljoenen mensen elke dag worstelen om te kunnen overleven. Mensen die denken dat ongelijkheid ons niet raakt, hebben het mis. Kijk naar vrede. Een wereld in oorlog raakt ons ook. Het IMF berekende dat met elke dollar die wordt geïnvesteerd in kwetsbare landen tot 103 dollar aan toekomstige conflictkosten voorkomen kan worden, en dus ook al het humanitaire leed dat daarmee gepaard gaat.

Met ontwikkelingssamenwerking investeren we in vrede en in stabiliteit. Maar wat doet dit kabinet in een tijd van oorlog, na een pandemie en terwijl de VS USAID hebben opgedoekt met grote gevolgen? In deze tijd startte dit kabinet een aanval op ontwikkelingssamenwerking met draconische bezuinigingen. Ontwikkelingshulp moet van dit kabinet meer gebonden worden, terwijl dat minder effectief en duurder is. Ook op humanitaire hulp wordt enorm bezuinigd. De SP heeft voorstellen om dit terug te draaien. Ik hoop op steun in deze Kamer. Wat de SP betreft wordt ook de bni-koppeling volledig hersteld. Dat doen we niet ten koste van het eigen risico, zal ik hier direct even zeggen. Graag een reactie.

Dan vrouwenrechten. Die staan wereldwijd onder grote druk door een groeiende antirechtenbeweging en bezuinigingen. En wat doet dit kabinet weer? Die schrapt de post vrouwenrechten uit de begroting. Wij stellen met een amendement voor om dit terug te draaien. De moedige vrouwen die overal ter wereld, bijvoorbeeld in Iran, met gevaar voor eigen leven de straat op gaan voor hun rechten, verdienen zij onze steun. Ik vraag ook heel specifiek aan de staatssecretaris: hoe kunnen we hen meer steunen dan we nu doen? Wij zullen hier zelf ook een voorstel voor doen.

Dan het uitvoeren van moties. Daar is eerder al over gesproken. Het kabinet besloot vorig jaar om beleidsbeïnvloeding uit het subsidiekader te schrappen. Naar aanleiding van onze motie wordt lobby op internationaal niveau in ieder geval niet meer uitgesloten. Dat is mooi. Maar wat niet mooi is, en zelfs heel lelijk is, is dat deze staatssecretaris nationale beleidsbeïnvloeding wel blijft uitsluiten, terwijl er meerdere moties zijn aangenomen door deze Kamer om dit wel te doen. De laatste dateert van 10 december vorig jaar. Gaat de staatssecretaris de wens van de Kamer uitvoeren om dat te doen? Moties moeten immers gewoon worden uitgevoerd.

Hetzelfde geldt voor onze aangenomen motie over het waarborgen van de financiering voor mondiale gezondheidsinitiatieven. De regering zou dat regelen. Nu zien we dat onder andere Gavi met 75% wordt gekort. Dat noem ik niet "regelen". Dat betekent dat het wereldwijde vaccinatieprogramma, dat levens redt en ook zeker in ons eigenbelang is, een enorme klap krijgt. Erkent de staatssecretaris dat? Wil ze er in ieder geval voor zorgen dat er niet wordt gekort op de Nederlandse financiering?

Tot slot. Hier is het ook al over gegaan. De regering erkent dat UNRWA onmisbaar is voor hulp aan Palestijnen. Er wordt ingezet op diversificatie, maar andere internationale organisaties worden door Israël geblokkeerd. De enige menselijke conclusie is dat de financiering van UNRWA nu niet kan worden afgebouwd. Is de staatssecretaris het daarmee eens? En wanneer worden de medische evacuaties van Palestijnse kinderen die dat nodig hebben weer opgestart? Zij kunnen namelijk niet wachten.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank voor uw bijdrage. Hiermee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de Kamer. Morgen continueren wij dit debat.

De algemene beraadslaging wordt geschorst.

De voorzitter:
Voordat ik voor enkele minuten schors, dank ik de collega's voor hun aanwezigheid en hun bijdragen. Ook dank ik de staatssecretaris voor haar aanwezigheid. Ik schors voor enkele ogenblikken. Daarna volgt het tweeminutendebat begrotingsproces. Ik schors voor enkele ogenblikken.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.