Geannoteerde agenda van de informele JBZ-Raad van 22-23 januari 2026
JBZ-Raad
Brief regering
Nummer: 2026D01302, datum: 2026-01-15, bijgewerkt: 2026-01-15 13:36, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid (Ooit VVD kamerlid)
- Mede ondertekenaar: D.M. van Weel, minister van Asiel en Migratie
- Mede ondertekenaar: A.C.L. Rutte, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (Ooit VVD kamerlid)
- Geannoteerde agenda van de informele bijeenkomst van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken, 22 en 23 januari 2026
- Beslisnota bij Kamerbrief over de geannoteerde agenda van de informele JBZ-Raad van 22-23 januari 2026
Onderdeel van kamerstukdossier 32317 -989 JBZ-Raad.
Onderdeel van zaak 2026Z00542:
- Indiener: F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid
- Medeindiener: D.M. van Weel, minister van Asiel en Migratie
- Medeindiener: A.C.L. Rutte, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
- Volgcommissie: vaste commissie voor Asiel en Migratie
- Volgcommissie: vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
- Volgcommissie: vaste commissie voor Europese Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2026-01-19 12:00: Informele JBZ-raad op 22 en 23 januari 2026 (Inbreng schriftelijk overleg), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2026-01-19 12:00: Informele JBZ Raad 22-23 Januari 2026 (Cyprus) (Inbreng schriftelijk overleg), vaste commissie voor Asiel en Migratie
- 2026-01-22 12:00: Procedurevergadering Justitie en Veiligheid (Procedurevergadering), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
Preview document (🔗 origineel)
Hierbij bieden wij uw Kamer de geannoteerde agenda aan van de informele Raad Justitie en Binnenlandse Zaken (JBZ-Raad) van 22-23 januari a.s. in Cyprus. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en de minister van Asiel en Migratie zullen hieraan deelnemen.
Daarnaast informeren wij uw Kamer over de volgende onderwerpen.
Aanname jaarlijkse solidariteitspool en verdeling solidariteitsverplichtingen
Op 5 januari heeft de Raad overeenstemming bereikt over jaarlijkse solidariteitspool en de verdeling van solidariteitsverplichtingen onder lidstaten. Uw Kamer werd middels het verslag van de JBZ-Raad van 8 en 9 december geïnformeerd over de inzet van Nederland1. Ik informeer u graag, in lijn met de toezegging aan het lid Podt2, over hoe lidstaten omgaan met de verdeling van solidariteit. Bulgarije, Cyprus, Duitsland, Frankrijk en Roemenië kiezen voor herplaatsingen. Litouwen, Luxemburg en Malta kiezen voor een combinatie van herplaatsingen en financiële bijdrage. Spanje, België, Ierland, Portugal, Slovenië, Finland en Zweden kiezen voor een financiële bijdrage. Estland heeft gekozen voor een combinatie van financiële bijdrage en alternatieve solidariteitsmaatregelen. Griekenland, Italië en Letland hebben gekozen voor alternatieve solidariteitsmaatregelen. Hierbij is het van belang op te merken dat Spanje, Griekenland, Italië en Cyprus indien gewenst uitgezonderd zullen worden van een solidariteitsbijdrage. Het is op het moment van schrijven nog niet duidelijk of deze landen hier gebruik van zullen maken. Tsjechië, Kroatië, Oostenrijk, Polen zijn aangemerkt als landen met een significante migratiesituatie en zijn daarom niet verplicht om bij te dragen. Hongarije en Slowakije hebben gesteld geen bijdrage te zullen leveren aan de solidariteitspool.
Voorlopig politiek akkoord inzake voorstellen herziening veilig-derde-land-concept en EU-lijst veilige landen van herkomst
Op 18 december jl. kwamen het Deense Voorzitterschap namens de Raad en het Europees Parlement tot een voorlopig akkoord over het voorstel inzake herziening van het veilig-derde-land-concept en het voorstel tot vaststelling van een EU-lijst van veilige landen van herkomst. Het betreft een voorlopig politiek akkoord tussen beide wetgevende instellingen en dient nog formeel te worden goedgekeurd, waarna het gepubliceerd zal worden in het Publicatieblad van de EU. Het is op moment van schrijven nog niet bekend wanneer het onderhandelingsresultaat wordt geagendeerd voor goedkeuring door de Raad. De nieuwe regelgeving is bedoeld om tegelijkertijd met het Asiel- en Migratiepact op 12 juni dit jaar van toepassing te worden.
Het kabinet is voornemens in te stemmen met beide onderhandelingsresultaten in de Raad. Het uiteindelijke resultaat wijkt nauwelijks af van het raadsmandaat dat is vastgesteld op de JBZ-Raad van 8 en 9 december jl. en is op de voor Nederland belangrijke onderdelen niet gewijzigd. Het kabinet is Deense Voorzitterschap erkentelijk voor de snelle onderhandelingen en het bereiken van een voorlopig akkoord met het Parlement voor het einde van het vorige kalenderjaar. De nieuwe regelgeving is een belangrijke aanvulling op het Pact en biedt lidstaten straks meer instrumenten om asielprocedures versneld af te doen of elders in een derde land te laten beoordelen. In lijn met de verhoudingen over de goedkeuring van het raadsmandaat, is de verwachting dat de Raad met gekwalificeerde meerderheid zal instemmen met het voorlopige akkoord.
Autorisatie van een Memorandum of Understanding tussen de EU en India op het terrein van migratie en mobiliteit
Op 6 november 2025 heeft de Europese Commissie de Raad geïnformeerd over haar voornemen om met India in onderhandeling te treden over een Memorandum of Understanding (MoU) aangaande, zoals de Commissie het omschrijft, een ‘alomvattend kader voor mobiliteit’. Dit kader omvat EU-competenties inzake verschillende vormen van reguliere migratie en inzake management van irreguliere migratie. Het onderhandelingsresultaat is in de week van 12 januari jl. aan de Raad gepresenteerd. Naar verwachting zal de Raad op korte termijn gevraagd worden in te stemmen met ondertekening door de Europese Commissie, namens de EU. Het huidige voorziene ondertekenmoment is de EU-India Top die op 29 januari 2026 gepland is. Het MoU is naar zijn aard niet (juridisch) bindend en bevat met name intentieverklaringen. Nederland heeft zich kritisch opgesteld en samen met verschillende andere Lidstaten herhaaldelijk aandacht gevraagd voor, onder andere, nationale prioriteiten samenhangend met grip op migratie, en voor het respecteren van nationale competenties: het MoU mag geen afbreuk doen aan nationale competenties inzake (arbeids)migratie en arbeidsmarkt, alsook de mogelijkheid om bilaterale overeenkomsten aan te gaan: Nederland werkt in Benelux verband eveneens met India aan afspraken over terugkeer en, op verzoek van India, reguliere migratie binnen de bestaande kaders. Het kabinet stelt vast dat de tekst de genoemde nationale bevoegdheden expliciet markeert en, naast reguliere migratie, ook terugkeer en irreguliere migratie behandelt. Voorts overweegt het kabinet dat het MoU een positieve bijdrage zal leveren aan de bredere relatie van de EU met India, waarin veiligheids- en economische belangen nadrukkelijk een rol spelen. Het kabinet is daarom voornemens om in te stemmen met autorisatie.
Uw Kamer wordt zoals gebruikelijk nader geïnformeerd over het verdere vervolg.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
Foort van Oosten
De Minister van Asiel en Migratie,
D.M. van Weel
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
mr. A.C.L. Rutte