[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Aanvang middagvergadering: beëdiging van de heer T.K. Russcher (FVD) (ongecorrigeerd)

Stenogram

Nummer: 2026D01537, datum: 2026-01-15, bijgewerkt: 2026-01-16 09:17, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Beëdiging

Beëdiging

Aan de orde is de beëdiging van de heer T.K. Russcher (FVD).

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan mevrouw Mutluer voor het uitbrengen van verslag namens de commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven.

Mevrouw Mutluer (lid van de commissie):
Dank u wel, voorzitter. De commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven heeft de stukken onderzocht die betrekking hebben op de heer T.K. Russcher te Harderwijk. De commissie is tot de conclusie gekomen dat de heer T.K. Russcher te Harderwijk terecht benoemd is verklaard tot lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

De commissie stelt u daarom voor om hem toe te laten als lid van de Kamer. Daartoe dient hij wel eerst de eden, zoals die zijn voorgeschreven bij de Wet beëdiging ministers en leden Staten-Generaal, af te leggen.

De commissie verzoekt u tot slot om de Kamer voor te stellen het volledige rapport in de Handelingen op te nemen.

De voorzitter:
Ik dank de commissie voor haar verslag en stel voor dienovereenkomstig te besluiten.

Daartoe wordt besloten.

(Het rapport is opgenomen aan het eind van deze editie.)

De voorzitter:
Ik verzoek de leden en de overige aanwezigen in de zaal, ook op de publieke tribune, te gaan staan voor zover dat mogelijk is.

(De heer Russcher wordt binnengeleid door de Griffier.)

De voorzitter:
De door u af te leggen eden luiden als volgt:

"Ik zweer dat ik, om tot lid van de Staten-Generaal te worden benoemd, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.

Ik zweer dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.

Ik zweer trouw aan de Koning, aan het Statuut voor het Koninkrijk en aan de Grondwet.

Ik zweer dat ik de plichten die mijn ambt mij oplegt getrouw zal vervullen."

De heer Russcher (FVD):
Zo waarlijk helpe mij God almachtig.

De voorzitter:
Ik wens u van harte geluk met het lidmaatschap van deze Kamer. Ik schors de vergadering voor enkele ogenblikken voor felicitaties.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.