Begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (36800-XVII) voortzetting (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D01539, datum: 2026-01-15, bijgewerkt: 2026-01-16 09:19, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-01-15 15:00: Begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (36800-XVII) voortzetting (Plenair debat (wetgeving)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp 2026
Voorzitter: Paulusma
Begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp 2026
Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:
het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (XVII) voor het jaar 2026 (36800-XVII).
(Zie vergadering van 14 januari 2026.)
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de begroting Buitenlandse
Handel en Ontwikkelingshulp.
Door mij zijn schriftelijke antwoorden ontvangen van de
staatssecretaris Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp op vragen,
gesteld in eerste termijn.
Deze antwoorden zullen worden opgenomen in een bijvoegsel bij de
Handelingen van deze vergadering.
(Het bijvoegsel is opgenomen aan het eind van deze editie.)
De voorzitter:
Ik heet alle leden van de Kamer trouwens van harte welkom, en ook de
bewindspersoon in vak K. Wij zijn toegekomen aan de eerste termijn van
onze bewindspersoon. Ik wil voorstellen dat wij wat strakker op de
interrupties gaan zitten. Ik sta met heel veel plezier de trapjes van
drie toe. Gebruik dus ook drie interrupties, maar dat hoeft natuurlijk
niet per se. Het aantal ga ik wel limiteren tot drie in deze eerste
termijn, dus kies uw interrupties zorgvuldig. U kunt zelf hoofdrekenen.
Dan weet u hoeveel interrupties u kunt plegen in deze eerste termijn van
de staatssecretaris.
De algemene beraadslaging wordt hervat.
De voorzitter:
Ik ga de staatssecretaris nu van harte en met veel plezier het woord
geven. Gaat uw gang.
Staatssecretaris De Vries:
Dank u wel, voorzitter. Het is altijd een hele onderhandeling, geloof
ik, over dit soort onderwerpen. Het is een plezier om hier vandaag te
staan. Dank voor de inbreng van alle leden gisteren. Natuurlijk mijn
complimenten aan mevrouw Van Ark van het CDA voor haar mooie
maidenspeech. Goed dat haar familie daar nog bij kon zijn. Het was een
beetje schuiven in de volgorde, maar dat wordt altijd geaccommodeerd en
dat is mooi.
Ik heb een deel van de vragen schriftelijk afgehandeld. Dat deel heb ik
u vanmorgen toegestuurd. Het kan natuurlijk altijd dat daar nog vragen
over zijn. Dat hoor ik dan graag. Ik ga zo kort een eerste aftrap doen.
Dan kom ik bij de verschillende blokjes voor de beantwoording van de
vragen die ik mondeling ga afdoen.
Voorzitter. Uw Kamer heeft gisteren al uitgebreid gesproken over het
punt dat er op handelsgebied nogal wat aan de hand is in de wereld.
Natuurlijk zijn er ook positieve zaken te vertellen. Nederland blijft
een exportkampioen. Wereldwijd zijn wij de vierde grootste speler in
goederenexport. Meer dan 30% van onze werkgelegenheid hebben wij te
danken aan buitenlandse handel. Er zijn ook kansen te over. Nederlandse
oplossingen zijn wereldwijd gewild. Denk aan watermanagement en
voedselproductie, maar ook aan sleuteltechnologieën zoals halfgeleiders.
We kunnen ook trots zijn op onze ondernemers.
De Nederlandse economie is robuust, maar niet immuun voor wat er om ons
heen gebeurt. De wereld verandert. Het draait steeds meer om macht,
competitie en invloed. Daar heeft een aantal van u gisteren ook al over
gesproken. We hebben te maken met ongewenste onafhankelijkheden.
Toeleveringsketens staan onder druk. Spanningen en conflicten zorgen
voor voortdurende onzekerheid.
Voorzitter. Dan zitten we onze bedrijven ook nog eens in de weg met een
bijna ondoordringbare laag van regelgeving. Veel van die regels zijn er
natuurlijk niet voor niets. Dat snap ik. Maar ook onze bedrijven lopen
vaak vast in een moeras van regels. Het is te veel, te zwaar en te
complex, het verstikt onze economische groei en het is slecht voor ons
concurrentievermogen in Europa.
De heer Hoogeveen van JA21 zei het gisteren heel terecht: het is
cruciaal dat we inzetten op nieuwe handelsrelaties. Diversificatie maakt
ons minder afhankelijk en is goed voor ons bedrijfsleven. Daarom zetten
we in EU-verband in op nieuwe handelsakkoorden, zoals Mercosur. Ik kom
daar later nog op terug. Nederland zoekt ook zelf nieuwe partners.
Inmiddels werken we met veel landen direct samen wat betreft
grondstoffen en halfgeleiders, zoals met India, Japan en
Zuid-Korea.
Ik noemde diversificatie al. Dat is een belangrijk onderwerp, maar
minder regels ook. Het kabinet heeft aangekondigd dat het voor de zomer
van volgend jaar 500 regels wil schrappen of sterk wil vereenvoudigen.
Daarvoor zijn inmiddels al stappen gezet. Het kabinet wil geen nationale
koppen op Europese wetgeving. In Brussel maken we ons hard voor
voorstellen die regels versimpelen en waar nodig schrappen.
Voorzitter. Ik sprak net over de economische weerbaarheid en veiligheid.
Die begrippen zijn ook leidend in een ander deel van mijn portefeuille:
de ontwikkelingshulp. Instabiliteit en conflicten elders raken ons hier
namelijk ook, bijvoorbeeld doordat de handel wordt verstoord, zoals in
de Rode Zee, of doordat er meer migranten naar ons land komen. Daarom is
het cruciaal dat Nederland stabiliteit bevordert en investeert in
relaties met bestaande en nieuwe partners.
De heer Stoffer zei het gisteren al: handel draait om halen en brengen.
Daarom passen handel en ontwikkelingssamenwerking ook zo goed bij
elkaar. Daarbij richten we ons op drie wederzijdse belangen, namelijk
handel, veiligheid en migratie, en op de drie thema's waar Nederland
goed in is: watermanagement, voedselzekerheid en gezondheidszorg.
Ontwikkelingshulp vergroot onze invloed en geeft ons een plek aan tafel
in heel veel landen.
Bij migratie wil ik iets langer stilstaan. De heer Markuszower is er
niet, maar hij heeft daar gisteren een bepaald betoog over gehouden, net
als de heer Hoogeveen van JA21. Ik wil daar dus ietsje langer bij
stilstaan. Dit kabinet vaart een duidelijke koers: de instroom van
migranten naar Nederland moet zo snel mogelijk omlaag. Tegelijk werken
we aan de terugkeer van mensen. Daarvoor was ik onlangs nog in Syrië. We
kijken ook breder. We zetten in op opvang van vluchtelingen in de regio
en sluiten brede migratiepartnerschappen met landen in de Sahel, de
Hoorn van Afrika, het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Eind vorig jaar was
ik bijvoorbeeld in Ethiopië, een land op het kruispunt van drie
belangrijke migratieroutes. Met Ethiopië werkt Nederland succesvol samen
aan de opvang van vluchtelingen in de regio, terugkeer en het tegengaan
van illegale migratie. Daarom ondersteunen we Ethiopië bijvoorbeeld ook
bij het openen van nieuwe grenscontrolepunten. Zo werken we aan
oplossingen die zowel Nederland als onze partnerlanden verder
helpen.
Dan wil ik nu de vragen van uw Kamer beantwoorden via de volgende
blokjes. Ik zie de heer Markuszower de zaal inlopen. Jammer genoeg heeft
hij net het stukje over migratie gemist. Jammer! Allereerst ga ik naar
handel, dan naar de bni-koppeling en de bezuinigingen, dan Afrika,
vervolgens de wederopbouw — dat gaat over Gaza en Oekraïne — dan
maatschappelijke organisaties, vervolgens groepen als vrouwen, meisjes,
kwetsbaren en christenen, en tot slot een blokje overig.
Ik moet wel zeggen dat mij gister tijdens de behandeling een beetje een
raar gevoel bekroop, want het is natuurlijk best apart om als
demissionair kabinet een begroting te moeten verdedigen. Het is ook al
niet gebruikelijk dat dit in januari is. Het hoort natuurlijk ook wel
bij een demissionair kabinet dat de mogelijkheden enigszins worden
beperkt, zeker ook gelet op het feit dat er nu druk onderhandeld wordt
over een nieuwe coalitie. Het voelde gister dus soms wat bevreemdend,
maar goed. Het zijn belangrijke onderwerpen, dus het is goed dat we
hierover spreken.
Allereerst Mercosur. Daar zijn, behalve door mevrouw Van der Plas, niet
heel veel vragen over gesteld. Er is wel veel over gesproken, dus ik
wilde er wel even kort bij stilstaan. Ik heb net in mijn inleiding al
aangegeven dat het belangrijk is dat we aan diversificatie van markten
doen. Wij denken dat Mercosur daar een belangrijke rol in kan spelen. We
denken dat het kansen biedt voor het bedrijfsleven, maar dat is nooit
allemaal overal voor iedereen altijd positief. Ik denk dat we in die zin
ook breder zouden moeten kijken naar de handelsverdragen. In het ene
handelsverdrag zal de ene sector iets beter uitkomen dan de andere
sector, maar als je het totaal bekijkt, zie je toch eigenlijk altijd
vaak wel een goed en positief resultaat. Voor Mercosur geldt de
verwachting dat bijvoorbeeld machines, farmaceutische producten en
zuivelproducten zoals kaas en melkpoeder toenemen. Er zijn ook een
aantal partijen die er last van kunnen hebben. Daar zijn natuurlijk wel
aanvullende maatregelen voor genomen, bijvoorbeeld als het gaat om de
landbouw en dan vooral de vleessector. Ik denk dat het belangrijk is dat
we die goed gaan monitoren en dat we kijken wanneer er wel en niet
ingegrepen zou moeten worden. Ik denk wel dat dat er goeie
aanknopingspunten zitten in de hoeveelheid invoerquota die zijn
afgesproken, maar ook in de vrijwaringsmaatregelen.
Mevrouw Van der Plas heeft nog specifiek gevraagd: welke ruimte ziet het
kabinet om vóór het ondertekenen van het Mercosur-verdrag in Paraguay
geld los te krijgen voor de boeren? Daar heeft de heer Hoogeveen van
JA21 ook al goed op geantwoord: het geld dat beschikbaar is gesteld of
beschikbaar gesteld gaat worden door de Europese Commissie is natuurlijk
voor alle landen en niet specifiek voor één land. Daar kunnen de
Nederlandse boeren dus ook gebruik van maken. Het is de bedoeling dat
het verdrag op 17 januari ondertekend gaat worden door Ursula von der
Leyen in Paraguay. Ik vind het wel een beetje ingewikkeld dat er nu
gevraagd wordt: wat kun je er nu nog voor terugkrijgen? Ik denk dat de
Kamer in het verleden in meerderheid heel helder is geweest dat er
eigenlijk niet onderhandeld kon worden. Op het moment dat je zegt "ik
wil dit ervoor terug hebben", zal de Europese Commissie zeggen: wij
willen best wel met u onderhandelen, maar dan moet u uiteindelijk wel
voor het Mercosur-verdrag stemmen. Daar waren de sfeer dan wel de
meerderheden in de Kamer niet helemaal naar. Na de verkiezingen is dat
veranderd. Daar waren sommigen blij mee en sommigen minder blij, maar
dat is wel zoals het is.
De voorzitter:
Bent u klaar met dit blokje?
Staatssecretaris De Vries:
Met Mercosur, ja.
De voorzitter:
Meneer Markuszower, u was er net niet, maar ik heb een limiet gesteld
aan het aantal interrupties. Voor u hou ik het op drie. Nee, dat is niet
waar! Het zijn drie blokjes met drie interrupties, dus gebruik ze
spaarzaam! Gaat uw gang.
De heer Markuszower (PVV):
En het algemene blokje?
De voorzitter:
Nee, we gaan niet onderhandelen. Het is drie keer drie. U hoeft ze niet
allemaal te gebruiken. Gaat uw gang.
De heer Markuszower (PVV):
Dank u wel. Ik vond u gisteren streng doch rechtvaardig. Ik hoop dat u
die lijn vasthoudt in dit debat.
Nog even over Mercosur. Ik dank de minister voor haar reflectie op wat
er allemaal is gebeurd. Ik heb nog niet van de minister gehoord wat zij
vindt van de argumenten dat de voedselveiligheid in het gedrang zou zijn
en dat de boeren in Nederland misschien wel weggedrukt worden vanwege
goedkoper vlees uit het buitenland, wat natuurlijk een drukkend effect
geeft op de prijzen hier, voor de lokale boeren. Hoe ziet de minister
dat? Ik heb het dus over voedselveiligheid, de volksgezondheid en de
boeren. Drukken we onze boeren niet weg uit ons eigen land? Ik hoor
graag de reflectie van de minister daarop.
De voorzitter:
De staatssecretaris.
Staatssecretaris De Vries:
Ja, ik heb volgens mij promotie gemaakt bij de heer Markuszower.
De voorzitter:
Het gaat snel in dit huis.
Staatssecretaris De Vries:
Er is heel veel onderzoek gedaan naar de consequenties voor de boeren.
Volgens die onderzoeken profiteert de zuivel ervan. De vleessector
ondervindt wat negatieve gevolgen; dat was wel duidelijk. Daarna zijn er
natuurlijk nog wel een aantal nieuwe maatregelen afgesproken,
bijvoorbeeld rondom de vrijwaring. Dat wil zeggen dat je als je op een
bepaald moment te snel ziet toenemen wat er in een sector gebeurt, je
opnieuw het gesprek aangaat met elkaar. Het percentage waarvoor dat gaat
gelden, is naar beneden bijgesteld.
Dan over de voedselveiligheid. Gisteren is ook al nadrukkelijk
aangegeven dat de eisen rondom productstandaarden en voedselveiligheid
gewoon nog steeds gelden op het moment dat het hier binnenkomt. Het is
overigens niet zo dat er nu geen producten vanuit die regio naar Europa
komen; die gaan ook gewoon de markt op. Maar er is ook door de Europese
Commissie toegezegd dat ze het aantal SPS-controles zal verdubbelen en
dat die vooral hierop ingezet worden. Dat zal risicogericht gebeuren,
dus er zal vooral gekeken worden waar de grootste risico's zijn. Dat is
volgens mij ook belangrijk. Bovendien kan er, als er ontwikkelingen
zijn, ook gekeken worden wat er precies gebeurt en of er opnieuw in
gesprek gegaan moet worden. Daar zijn die vrijwaringsmaatregelen
voor.
De heer Markuszower (PVV):
VVD-woordvoerder Van der Burg goochelde gisteren in het debat met
allemaal miljoenen die het Nederland zou opleveren: 10 miljoen daar, 100
miljoen daar, 80 miljoen daar. Ik weet het niet precies uit mijn hoofd.
Hij baseerde zich, als ik goed heb geluisterd, op een rapport van de
universiteit van Wageningen. Ik hoor de minister net toegeven dat het
Mercosur-verdrag in ieder geval voor de vleesindustrie in Nederland, dus
voor de boeren die zich daarmee bezighouden, negatief uitpakt. Zijn daar
ook cijfers van? Hoeveel schade lijdt de Nederlandse economie in die
sector door dat verdrag van Mercosur?
Staatssecretaris De Vries:
Ik heb niet zo de exacte percentages, maar in datzelfde onderzoek is ook
gekeken naar die sectoren. Die zou ik dus even moeten opzoeken, maar die
staan in dat onderzoek. Gisteren had u ook een discussie van "het zijn
maar ramingen van al die voordelen", maar dat geldt natuurlijk aan de
andere kant ook. Dat zijn ook schattingen, die ook anders kunnen
uitvallen. Maar de hele afweging is toch het totaalpakket van Mercosur.
Er zijn sectoren die er baat bij hebben. Voor de sectoren waar het
minder gunstig voor is, is vooral gekeken naar hoe we die risico's
kunnen mitigeren zodat we ook tussentijds nog met elkaar en met de
landen het gesprek aan kunnen gaan. Zo kunnen we ook die controles
ophogen. Daar is ook overeenstemming over bereikt, net als over een
bedrag, dat gisteren ook al genoemd is, vanuit de Europese Commissie,
mochten er hele gekke dingen gebeuren.
De heer Hoogeveen (JA21):
Dank voor de toelichting ten aanzien van het Mercosur-akkoord. Wij van
JA21 zijn blij dat het erdoorheen is in de Raad. Het is echter wel
aangenomen met een vrij dunne marge van gekwalificeerde meerderheid. Het
heeft 25 jaar geduurd. Wij als JA21, samen met de VVD en het CDA, hebben
een motie ingediend om te zorgen dat Nederland die kopgroep gaat worden
als het gaat over nieuwe handelsverdragen. Dat kwam terug in de brief
van de Raad. Maar wordt er ook al gesproken over bijvoorbeeld Indonesië
en India? En wat is de sfeer binnen de Europese Raad ten aanzien van het
aangaan van nieuwe handelsakkoorden? Is daar enig perspectief op te
bieden?
Staatssecretaris De Vries:
We komen zo nog op het blokje "andere handelsverdragen", maar die kan ik
nu wel direct meenemen.
Ik denk dat het kabinet het belangrijk vindt dat we nieuwe
handelsverdragen afsluiten, maar ook dat we de Europese Commissie
daarvoor inzetten. Ik zie daar ook wel breed draagvlak voor in andere
landen. Zodra het concreter wordt, wordt het soms natuurlijk ook
ingewikkelder qua discussies. Maar ik denk dat er zeker een positieve
houding is, gelet op alles wat er gebeurt en de behoefte aan
diversificatie van markten. We willen graag afspraken maken over de
kritieke grondstoffen, op een verantwoorde manier, waarbij ook de landen
waar die gewonnen worden er profijt van kunnen hebben door daar waarde
toe te voegen. We rapporteren regelmatig over de voortgang van de
verschillende handelsverdragen. Met India wordt onderhandeld. Met
Indonesië worden stappen gezet. Dat geldt voor nog een heleboel andere
landen. Met Mexico wordt op korte termijn een overeenkomst ondertekend.
Ik denk dat het belangrijk is voor Europa om de concurrentiepositie en
economische macht te gebruiken en goede afspraken met andere landen te
maken.
Daarmee heb ik wat mij betreft direct de vragen van de heer Bamenga van
D66 en de heer Van der Burg van de VVD afgehandeld over de aanvullende
handelsverdragen en hoe daartegen wordt aangekeken. Maar ik zie een
schijnbeweging.
De heer Bamenga (D66):
Die schijnbeweging komt eigenlijk voort uit het mooie verhaal dat de
staatssecretaris heeft gehouden over de positieve grondhouding om te
kijken naar eventuele nieuwe handelsverdragen. Mijn vraag is wat de
staatssecretaris zelf concreet gaat doen om dat op redelijk korte
termijn te realiseren.
Staatssecretaris De Vries:
Wij hebben natuurlijk een keer in de zoveel tijd de Raad Buitenlandse
Zaken Handel. Daar worden ook regelmatig de ontwikkelingen rondom de
handelsverdragen besproken. Het is altijd mijn insteek om te stimuleren
dat we daar tempo mee maken. We hebben eigenlijk niet de luxe dat we
gaan vertragen. De discussies zijn soms moeilijk — daar moet je ook
eerlijk in zijn — omdat de belangen in de verschillende landen heel
verschillend zijn en er soms ook heel verschillend gedacht wordt over
zaken die ook buiten de handel geregeld worden in handelsverdragen. Maar
zolang ik hier zit zal ik daarvoor blijven pleiten in de Raad
Buitenlandse Zaken Handel en ook in de gesprekken met bijvoorbeeld
Eurocommissaris Sefcovic. Ik heb het idee dat hij niet heel veel
aanmoediging nodig heeft, maar waar dat nodig en nuttig is zal ik dat
zeker doen, ook om de zaken die hier in het parlement worden aangegeven
daar te benadrukken.
De heer Bamenga (D66):
Dank u wel voor de reactie. Gisteren zijn er natuurlijk ook heel veel
zorgen geuit. Ik heb in mijn bijdrage aangegeven hoe belangrijk het is
dat wij ook oog hebben voor de andere kant van handel. Dan hebben we het
bijvoorbeeld over mensenrechten, dierenleed en de zorg voor onze natuur.
Hoe wil de staatssecretaris dat soort zorgen gaan borgen in de nieuwe
handelsakkoorden die gesloten gaan worden?
Staatssecretaris De Vries:
Je ziet dat vanuit de Europese Commissie en dus ook vanuit Nederland,
zodra er wordt gesproken over een mandaat voor de onderhandelingen …
Zoals u ook weet, ligt het mandaat voor die onderhandelingen bij de
Europese Commissie. Maar die mandaatverlening komt hier wel langs in het
parlement en natuurlijk ook langs het kabinet. Het is belangrijk dat we
zaken rondom mensenrechten, klimaat en dergelijke proberen te regelen in
de verschillende verdragen. Dat is een heel belangrijk element binnen
die handelsverdragen en dat zal het ook blijven. Dat is ook de insteek
van de Europese Commissie. Er zullen altijd verschillende uitkomsten
zijn bij verschillende landen, maar ik denk dat het een heel belangrijk
element is voor heel de Europese Unie om daar echt afspraken over te
maken, ook over: hoe ga je ermee om als dat met voeten getreden wordt?
Een belangrijk element dat we nu ook hebben teruggezien bij Mercosur,
zijn die gelijke productiestandaarden. Daar is de Commissie ook mee
bezig: wat moet je daar nu mee doen? De Commissie heeft in een visie op
de agrarische sector aangegeven daar ook stappen in te willen
zetten.
De voorzitter:
Even voor de structuur van de blokjes. Was de staatssecretaris bezig met
het blokje handel?
Staatssecretaris De Vries:
Ja, nog steeds.
De voorzitter:
Zullen we dan met elkaar afspreken dat ik eerst de staatssecretaris het
blokje laat afronden en dat we dan vragen stellen? Dan weten we ook
zeker dat de staatssecretaris toegekomen is aan alle antwoorden. Dus als
u aangeeft …
Staatssecretaris De Vries:
Ik heb nog drie vragen in dit blokje. De heer Hoogeveen van JA21 vroeg
nog naar invoerheffingen: hoe werkt het nou eigenlijk als het een
bewerkt of een onbewerkt product is? Het ging om het verschil in
heffingen. Ik denk dat de heer Hoogeveen een belangrijk punt aankaart.
We moeten kijken wat het betekent voor de landen, bijvoorbeeld
ontwikkelingslanden, als je handelsverdragen afsluit, en ook hoe je
omgaat met de importtarieven, de invoerheffingen. Ik denk dat het heel
goed is dat je daar een goede balans in aanbrengt. U vroeg of dat in
Brussel weleens op tafel komt. Ja, daar wordt zeker in Brussel wel over
gesproken. Ik denk dat die goede balans er moet zijn.
Ontwikkelingslanden moeten hun kansen pakken en ook kunnen pakken wat
ons betreft. Ik zei zonet ook al wat eigenlijk geldt voor de kritieke
grondstoffen. Je wilt dat er waarde toegevoegd wordt in de
ontwikkelingslanden waar de mijnbouw plaatsvindt. Ik vind het belangrijk
dat we kijken hoe we de economische ontwikkeling daar kunnen stimuleren,
zodat het niet alleen maar bijvoorbeeld basisproducten zijn, maar er ook
verdere economische ontwikkeling plaatsvindt in de ontwikkelingslanden.
Dat doen we natuurlijk ook met de ontwikkelingshulpkant.
Dan China. Mevrouw Van der Plas vroeg welke concrete diplomatieke en
handelsmatige stappen Nederland zet richting China om de schade voor
sectoren als varkensvlees en zuivel te beperken. Dat duidt op de heffing
die is opgelegd aan de zuivelindustrie in Nederland door China, maar ook
op ontwikkelingen op het gebied van varkensvlees. Ik deel die zorgen. Ik
heb vorige week nog gesproken met FrieslandCampina en de Nederlandse
zuivelorganisaties. We maken ons er zorgen over en zijn het nu aan het
bekijken. Er is al inbreng geleverd bij de onderzoeken die erover
plaatsvinden. We zullen bij de Commissie er actief en vocaal op inzetten
om deze dossiers hoger op de agenda te krijgen en te bekijken of we er
oplossingen voor kunnen vinden.
Dat was het blokje handel.
De voorzitter:
Ik kijk de Kamer rond en zie de heer Van Baarle aan komen lopen voor een
vraag. Gaat uw gang.
De heer Van Baarle (DENK):
Over handel. De staatssecretaris had het ook over handel in relatie tot
mensenrechten. Is dit misschien het juiste moment om het handelsverdrag
met de VAE te bespreken met de staatssecretaris? Of past het beter in
een ander blokje?
Staatssecretaris De Vries:
Als het gaat vanuit het handelsverdrag, dan kan dat prima. Je kan 'm ook
bij Sudan oppakken. We hebben het er natuurlijk al wel uitgebreid
overleg over gehad vlak voor het kerstreces. Maar goed, ik begrijp dat
er nog behoefte is aan aanvullende vragen. Die mogen wat mij betreft ook
bij dit blokje.
De heer Van Baarle (DENK):
Prima. Ik dacht: ik kies een logisch moment. Het voelde voor mij logisch
aan en als de staatssecretaris dat ook vindt, zijn we het in ieder geval
op dat punt eens.
De voorzitter:
En als de voorzitter dat ook nog vindt, kunt u van start, meneer Van
Baarle!
De heer Van Baarle (DENK):
Dank u wel. We gaan vliegend beginnen aan de interruptie! Maar het is
wel een serieuze zaak. De Europese Commissie onderhandelt op dit moment
met de VAE over een handelsverdrag, terwijl we weten dat de VAE een rol
hebben in het aanwakkeren van de oorlog in Sudan door het ondersteunen
van de RSF. Ik zou de staatssecretaris nogmaals willen vragen waarom
zij, Nederland en Europa niet een veel actievere rol innemen om de
besprekingen over dat handelsverdrag te gebruiken om die rol van de VAE
te stoppen.
Staatssecretaris De Vries:
Dat impliceert dat er niet over gesproken wordt. De vorige keer in het
debat hebben we heel uitgebreid gesproken over wat je nou moet doen. Een
aantal partijen zei: stop die hele onderhandelingen maar. Nou, dan weet
ik één ding, namelijk dat de telefoon niet meer wordt opgenomen. Dan
staat men ook niet echt open voor een gesprek, denk ik. Het is dus
belangrijk wat je daaraan doet. Wij zien natuurlijk de problemen daar.
Laat dat helder zijn. Het is in het debat voor de kerst volgens mij ook
uitgebreid aan de orde gekomen. In de bilaterale relaties en gesprekken
daarover wordt daar ook over gesproken. Ik heb zelf ook aangegeven dat
ik tijdens mijn bezoek daar ook over gesproken heb. Is dat dan altijd
direct al iets wat tot resultaat leidt? Nee, je moet een langjarige
relatie met landen hebben om te kijken hoe ze dat doen. De VAE, maar ook
andere landen in de regio, zoals Qatar, hebben ook wel een andere rol
als het bijvoorbeeld gaat om de Quad in Sudan. Ik denk dat het
belangrijk is om met z'n allen te bekijken of daar oplossingen voor
gevonden kunnen worden.
De heer Van Baarle (DENK):
Het wordt zo weinig concreet. De staatssecretaris zei net wat te vinden
van wat daar in die rol allemaal gebeurt. We hebben het over
beschuldigingen van genocide, etnische zuivering en verschrikkelijke
misdaden tegen de weerloze bevolking gepleegd door de RSF in Sudan. Dat
wordt ondersteund door die wapenleveringen en netwerken. Een van de
eisen in dat verdrag is respect voor mensenrechten. Waarom is de
staatssecretaris nou niet bereid om de Europese Commissie te verzoeken
dat haakje — het gaat om dat haakje respect voor mensenrechten; ze was
niet bereid om mijn motie daarover oordeel Kamer te geven — in ieder
geval te gebruiken? Op het moment dat je een handelsverdrag gaat sluiten
met als eis mensenrechten en je laat dit volledig onbesproken en je uit
dit niet, wat is de positie van de EU ten aanzien van mensenrechten dan
nog waard?
Staatssecretaris De Vries:
Ik heb die motie destijds niet oordeel Kamer willen geven, omdat er
medio vorig jaar juist een onderhandelingsmandaat is afgegeven. Ik weet
niet of het hier uitgebreid aan de orde is geweest, maar het is in elk
geval naar de Kamer gegaan, met een appreciatie van het kabinet
natuurlijk. Daar staan ook al elementen in zoals dit soort zaken rondom
mensenrechten. Om dan een halfjaar na dato nog weer terug te komen, zo
van: we vinden dit wel heel belangrijk … In het mandaat stond al dat we
het heel belangrijk vonden dat daar afspraken over gemaakt werden. Ik
zie dus niet in waarom ik dan nog een keertje daar langs zou moeten
gaan. We krijgen die discussies nog regelmatig op het moment dat die
onderhandelingen verder zijn. Dan zullen we uiteindelijk het resultaat
aan de hand van het mandaat gaan beoordelen.
De voorzitter:
Kort en afrondend.
De heer Van Baarle (DENK):
Tot slot. De staatssecretaris kan nu het stuur pakken. Dit past binnen
het onderhandelingsmandaat. Binnen het onderhandelingsmandaat kan Europa
dit te berde brengen bij de VAE. Het kan dit verdrag zien als een manier
om druk uit te oefenen of het bespreekbaar te maken. Als je dit pas
bespreekt bij het eindresultaat, zit je niet meer aan het stuur. Deze
staatssecretaris kan dus nu haar rol pakken in Europees verband. Ze kan
doen wat ze kan doen om ervoor te zorgen dat die
mensenrechtenschendingen stoppen of in ieder geval druk uit te oefenen.
Ik ga die motie opnieuw indienen. Nogmaals, mijn oproep is: kan de
staatssecretaris die motie oordeel Kamer geven om die rol dan, hopelijk
met steun van de Kamer, op te pakken?
Staatssecretaris De Vries:
Ik weet niet of het zin heeft om moties waar al eerder over gestemd is
opnieuw in te dienen. Dat kan allemaal natuurlijk, maar in het
richtsnoer is opgenomen — dat heb ik al eerder aangegeven — dat de inzet
van de EU is dat het internationaal recht en de naleving daarvan
onderdeel worden van het toekomstige handelsakkoord. Wij hebben heel
veel jaren geleden — volgens mij was dat al in de jaren vijftig — gezegd
dat handelsverdragen door de Europese Commissie worden afgesloten. Dan
ga je niet daarnaast nog eens een keer op allerlei stoelen zitten om
daar heel veel … Dit is al de inzet. Uiteindelijk kunnen we dan
beoordelen of we het eindresultaat dat eruit komt voldoende vinden of
niet. Maar om dan de hele tijd nog maar weer eens te zeggen wat al
afgesproken is, want: mandaat ... Ze zien me al aankomen bij de Europese
Commissie, denk ik. Volgens mij heb ik dat de vorige keer ook
aangegeven.
De heer Stoffer (SGP):
De meeste vragen rond handel zijn schriftelijk afgerond en ook wel op
een goede manier. Naar aanleiding van zo'n debat van gisteren, krijg je
dan ook weer dingen in je hoofd waarvan je denkt: hé, daar liggen
kansen. We hebben best veel gesproken over de vraag of er kansen liggen
om landen te helpen om hun eigen economie verder op poten te zetten
enzovoort. Dat was gekoppeld aan hetgeen de staatssecretaris zojuist
herhaalde, namelijk dat als we nu wat doen rond die handel, dat halen en
brengen is. Ik zat nog eens even te zoeken in allerlei stukken
hieromheen. Toen zag ik dat Nederlandse mkb-ondernemers eigenlijk heel
tevreden zijn over ambassadeposten die een koppeling hebben met
bedrijfsondersteuningspunten. Die heb je op een heel aantal plekken. De
enige plek waar we die niet hebben, is Afrika. Daar liggen eigenlijk
best kansen. Daar zijn een aantal groeimarkten. Mijn vraag is eigenlijk
of de staatssecretaris kansen ziet om … Zou zij willen onderzoeken of er
mogelijkheden zijn om in bepaalde Afrikaanse landen
bedrijfsondersteuningspunten te koppelen aan onze ambassades om zo ons
eigen mkb kansen te geven in bepaalde groeimarkten daar? Ik weet niet of
dat exact zo kan, maar daar liggen volgens mij kansen en opties.
Voorzitter, u wilt natuurlijk dat ik mijn vraag snel stel, maar ik ga
niet aan die negen interrupties komen; dat beloof ik u alvast. Zou de
staatssecretaris willen verkennen of er geen mogelijkheden zijn voor
bedrijfsondersteuningspunten om ons eigen mkb ook kansen op die
Afrikaanse markt te geven?
Staatssecretaris De Vries:
Ik moet eerlijk zeggen dat het postennetwerk natuurlijk van mijn collega
van Buitenlandse Zaken is. Ik weet wel dat er heel veel aan economische
ontwikkeling gedaan wordt. Ik ben recent in Ethiopië geweest. Daar ben
ik op bezoek geweest bij Cool Port bijvoorbeeld, waar met geld van
Invest International wordt gekeken hoe we ervoor kunnen zorgen dat de
producten ook op een goede manier geëxporteerd kunnen worden vanuit
Ethiopië. Ik vind het ingewikkeld om nu te zeggen: dan ga ik een
inventarisatie of iets dergelijks maken. Als uiteindelijk meer mensen
daaraan moeten werken, dan is het ook wel een kwestie van geld. Daar ben
ik ook wel duidelijk in, want uiteindelijk kosten extra mensen op die
posten ook geld. Mijn beeld is — misschien kunt u dat bij de behandeling
van de begroting Buitenlandse Zaken verder navragen — dat er op de
posten ook echt wel heel veel aandacht is voor economische ontwikkeling.
Ik ben dus een beetje zoekende wat we dan nog extra zouden moeten
doen.
De heer Stoffer (SGP):
Eigenlijk heb ik diezelfde zoektocht. Toevallig doe ik ook de begroting
Buitenlandse Zaken. Daar zal ik dit punt zeker aanstippen. Dat kwam ook
naar boven in de voorbereiding daarop. Ik begrijp in ieder geval dat
deze staatssecretaris er niet voor gaat liggen als er kansen liggen,
want het gaat mij ook echt om de zoektocht naar kansen voor ons eigen
mkb. Daar moeten we denk ik altijd voor openstaan. Als de
staatssecretaris zegt dat het beter is om het nog eens aan te kaarten
bij BZ — dat was ik sowieso al van plan — dan ga ik het daar ook nog
eens aankaarten. Dan weet de minister alvast dat het eraan komt.
Staatssecretaris De Vries:
We zien natuurlijk dat op sommige ambassades bijvoorbeeld
landbouwattachés zitten. U kent mij volgens mij ook als iemand met een
warm hart voor het mkb. Dus als ik kansen zie, dan zult u begrijpen dat
we die proberen te grijpen. Mijn indruk is dat de posten dat al heel
goed oppakken, ook omdat we bijvoorbeeld ontwikkelingshulp en handel
gecombineerd hebben. Maar het lijkt me goed om die discussie dan ook nog
eens met de minister van Buitenlandse Zaken op te nemen.
Mevrouw Dobbe (SP):
Vlak voor het reces hadden wij hier inderdaad een debat over Sudan. Dat
debat had ik aangevraagd naar aanleiding van de hongersnood in de stad
Al-Fashir en het feit dat daar duizenden kinderen dreigden te sterven.
Ten tijde van dat debat, vlak voor het reces, was Al-Fashir
binnengevallen en waren heel veel van die kinderen gedood door de RSF,
onder meer door wapens uit ongetwijfeld de Emiraten. We weten immers dat
die de RSF ondersteunen met wapens. Wij vragen dit kabinet om druk uit
te oefenen op de Emiraten, omdat wij weten dat die de wapens leveren.
Maatschappelijke en humanitaire organisaties zeiden toen al: "Er komen
nog meer Al-Fashirs in Sudan. Er worden op dit moment ook andere steden
omsingeld. Er komen nog meer slachtpartijen in Sudan." Ik hoor de
staatssecretaris zeggen: wij hebben die handelsrelaties nodig. Maar ik
hoor de staatssecretaris ook zeggen: dat is een langjarige investering.
Maar die langjarige investering is te laat. Dus als dit het enige
drukmiddel is dat deze staatssecretaris nu toepast om die slachtingen te
voorkomen, dan is dat te laat. Ik wil dat de staatssecretaris dat
erkent.
Staatssecretaris De Vries:
De indruk wordt gewekt, en dat vond ik ook bij het vorige debat, alsof
er helemaal niks gedaan wordt, en dat wat er in Sudan gebeurt ons
helemaal niks zou doen. Toen ik begon aan deze functie heb ik direct
gezegd dat ik wil kijken hoe wij daar extra humanitaire hulp kunnen
proberen te regelen. Ik heb ook gesproken met de organisaties die daar
actief zijn. Het kan een andere politieke lijn of inschatting zijn, maar
de vraag is altijd of het probleem is opgelost als je de
onderhandelingen over het handelsverdrag stop zou zetten. Zijn de mensen
in Sudan dan beter af? Ik geloof daar niet in. Continu wordt de indruk
gewekt dat er niks gedaan wordt en dat het opzeggen van de
onderhandelingen de enige optie zou zijn. Er zijn echt andere
mogelijkheden om in gesprek te gaan en dingen aan te kaarten. Het is
misschien onbevredigend dat dat voor een groot deel achter de schermen
gebeurt, maar ik denk dat we moeten kijken naar wat het meest effectief
is. En ik denk dat dat het meest effectief is.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dus zegt de staatssecretaris dat het meest effectieve nu is om de handel
uit te breiden en een verdrag te sluiten met de Emiraten, waarvan we
weten dat die de hofleverancier zijn van de RSF, die oorlogsmisdaden
begaat met wapens in Sudan. Dat kan toch niet waar zijn? Zeker niet
omdat de staatssecretaris zelf — en dit zijn haar eigen woorden — zegt
dat dit een "jarenlange investering" is en dat er op dit moment nieuwe
slachtpartijen dreigen. Wil de staatssecretaris daarop reageren? De
inspanningen tot nu toe hebben namelijk nog niet geleid tot enige druk
vanuit Nederland of de EU op de Emiraten.
Staatssecretaris De Vries:
Mevrouw Dobbe kan volgens mij helemaal niet staven of er geen druk
geweest is. Ik heb aangegeven dat er wel degelijk gesprekken hebben
plaatsgevonden. Ik heb gezegd dat je jarenlang aan je relatie moet
bouwen. Ik heb niets gezegd over specifiek dit element. Ik moet ook
eerlijk zeggen dat ik het vervelend vind dat er gedaan wordt alsof het
anderen niks doet, alsof het een soort tegenstelling is. Volgens mij
hebben minister Van Weel en ik in het debat gezamenlijk gezegd dat we er
actie op ondernemen en dat we er ook achter de schermen de gesprekken
over aangaan. Kan ik daar wat over zeggen? Nee, dat kan niet. Dan werken
dat soort gesprekken namelijk niet meer. Maar ik waag ook echt te
betwijfelen dat het wél een effect zou hebben als je de onderhandelingen
over het handelsverdrag zou opzeggen. Wij kiezen voor de effectiefste
methode om te kijken of we het leed in Sudan kunnen verhelpen. Dat doen
we als volgt. Enerzijds heb ik voor de kerst nog extra middelen
toegezegd. Anderzijds kijken we via diplomatieke lijnen wat we kunnen
bereiken.
De voorzitter:
Afrondend op dit punt.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik hoop wel dat de staatssecretaris ons in de Kamer probeert te
begrijpen. Ik zeg overigens niet dat het de staatssecretaris niks doet.
Ik zeg dat deze regering naar mijn beleving te weinig doet. Dat is iets
anders. De Emiraten zijn de hofleverancier van wapens aan de RSF.
Daarmee worden oorlogsmisdaden begaan in Sudan. Het enige wat wij zien,
zijn vrolijke tweets van deze staatssecretaris. Zij gaat op de foto in
de Emiraten omdat er allerlei kansen voor handelsbetrekkingen zijn. Deze
staatssecretaris moet toch begrijpen dat wij dat bar weinig vinden? Niet
alleen is het bar weinig, maar het geeft ook het tegenovergestelde
signaal af. De staatssecretaris zegt dat we wél genoeg doen. Ze zegt dat
we alles doen wat we kunnen om de slachtpartij in Sudan te voorkomen.
Dat mag ik hopen. Maar wat is dat dan? Wat doet de staatssecretaris nog
meer behalve dit soort gesprekken over het handelsverdrag?
Staatssecretaris De Vries:
Maar het gaat nu specifiek over de gesprekken over het handelsverdrag.
Volgens mij heb ik tijdens het debat aangegeven dat op het moment dat je
daar voor de handel op bezoek bent, je daar ook gesprekken over andere
zaken hebt. Kan ik zeggen wat daar precies allemaal gebeurt? Nee, dat
kan niet. Zo werkt dat niet met diplomatieke gesprekken. Maar ik vind
ook ... Hoe kan je nou aantonen dat je genoeg doet? Ik denk dat mevrouw
Dobbe ook niet kan aantonen dat het opzeggen van handelsverdragen een
effectievere methode is om het voor elkaar te krijgen. Ik waag dat sterk
te betwijfelen. Wij proberen vanuit het kabinet in te zetten op de
effectiefste manier om bepaalde zaken in conflictgebieden aan te
kaarten. We willen kijken hoe we de strijdende partijen een oplossing
kunnen bieden, zodat er geen conflict meer is. Wij denken dat dit op dit
moment de beste methode is.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ten aanzien van handel: dat is een EU-competentie. Ten aanzien van
Mercosur: we hebben gezien dat het heel lang duurt en dat Nederland
misschien ook niet altijd krijgt wat het belangrijk vindt. Ook is het
nog de vraag welke voordelen eraan kleven. Ik zou graag zien dat
Nederland wat meer ruimte pakt om zelf, bilateraal, afspraken met landen
te maken. Die ruimte is er. Dat kan niet via een handelsverdrag — dat is
een EU-competentie — maar er zijn heel veel andere varianten waarin je
afspraken kan maken. Denk aan MoU's, aan sectorale ketenafspraken en aan
douaneafspraken. Ik zou graag zien dat Nederland daar maximaal op gaat
inzetten. Ik heb het over landen of continenten waarmee de EU het
misschien nog niet doet of waar het misschien nog 25 jaar gaat duren. Ik
denk aan een land als Suriname of andere landen waar we historische
banden mee hebben. Mijn vraag is of de staatssecretaris bereid is om te
maximaliseren binnen wat juridisch kan. Zo kunnen we daar ons economisch
voordeel mee doen — en die landen overigens ook.
Staatssecretaris De Vries:
Ik denk dat Nederland dat al doet. Ik ben in een wat verder verleden
staatssecretaris Douane geweest. Daar was een volle inzet om te kijken
hoe douaneverdragen konden worden afgesloten. Er worden ook MoU's
afgesproken met landen zoals Suriname en Brazilië. Daarbij wordt gekeken
hoe we daar aan beide kanten baat bij kunnen hebben. Enerzijds is dat
soms gericht op de aanpak van ondermijnende criminaliteit en de smokkel
van drugs. Maar we kijken ook zeker hoe we het met MoU's en bijvoorbeeld
met douane- of belastingverdragen niet alleen voor ons bedrijfsleven
makkelijker en beter kunnen maken, maar ook voor de ontwikkeling van de
landen aan de andere kant van de ondertekening.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel. Dat is fijn om te horen en ik weet dat er hier en daar
afspraken gemaakt worden. Ik denk dat het juist in dit economisch
tijdgewricht goed is om verder te verkennen hoe dit meer zou kunnen
gebeuren. Ik weet bijvoorbeeld dat Nederland die afspraken niet al
gemaakt heeft met elke economie van de tien grootste Afrikaanse
economieën die upcoming is of al aan de top zit, terwijl andere landen
dat misschien wél al doen. Wij hebben een haven. Ook daarom zijn
douaneafspraken met opkomende havens misschien interessant. Ik heb het
al gehad over de Afrikastrategie; de vragen daarover zal u vast nog
beantwoorden, maar het is fijn om dit te horen. Misschien kom ik nog met
een voorstel om de interne ruimte te maximaliseren, juist op opkomende
continenten. Daar kom ik straks misschien op terug.
De voorzitter:
Gaat u verder met het volgende blokje. Nee, eerst een vraag van de heer
Bamenga.
De heer Bamenga (D66):
Ik wilde met mijn vraag eigenlijk wachten totdat de staatssecretaris
ingaat op de vragen over Sudan, maar dit werd zojuist al een aantal
keren opgebracht. Ik heb, volgens mij op LinkedIn, de berichten gezien
over de reis van de staatssecretaris. Daarin werd inderdaad weinig
gemeld over mensenrechten, maar ook over de rol van de landen waarmee de
staatssecretaris in gesprek is gegaan. Ik wil eigenlijk weten of de
staatssecretaris de situatie in Sudan heeft opgebracht, ja of nee.
Staatssecretaris De Vries:
Volgens mij heb ik in het debat over Sudan al aangegeven dat er
gesproken is over Sudan en de VAE.
De heer Bamenga (D66):
Zou de staatssecretaris de Kamer iets meer kunnen vertellen over wat er
precies besproken is over Sudan?
De voorzitter:
Ik ga wel een kleine kanttekening maken.
Staatssecretaris De Vries:
Nee, dat ga ik ook niet doen.
De voorzitter:
Even een moment. We gaan niet het debat over Sudan overdoen. Ik zou de
vragen dus richten op waar we het nu over hebben. Dat kan in relatie tot
Sudan en handel, maar ik ga niet toestaan dat we het hele debat
overnieuw gaan doen.
Staatssecretaris De Vries:
Volgens mij weet de heer Bamenga ook dat we niets zeggen over de inhoud
van dit soort diplomatieke gesprekken, want dan is het effect van dit
soort gesprekken vaak weg. Dat bent u niet alleen van mij gewend; dit is
volgens mij ook de lijn van minister Van Weel.
De voorzitter:
Afrondend, op dit punt.
De heer Bamenga (D66):
Ik hoor wat de staatssecretaris hierover zegt, maar hoe kunnen wij als
Kamer volgens de staatssecretaris onze controlerende rol maar ook onze
sturende rol vervullen als wij niet weten wat er met de partijen waarvan
wij dat belangrijk vinden, besproken wordt en hoe dat besproken wordt?
Wij willen er immers alles aan doen dat de oorlog die plaatsvindt, in
dit geval in Sudan, eindigt en dat er vrede komt, maar ook dat de
partijen die daaraan bijdragen hun rol vervullen. Ik wil dus eigenlijk
van de staatssecretaris weten hoe de Kamer haar sturende en
controlerende rol kan pakken als de staatssecretaris hier helemaal niks
over zegt.
Staatssecretaris De Vries:
Nou, door dit soort debatten met elkaar te hebben, ook het debat dat wij
voor de kerst hebben gehad. Deels is het ook een kwestie van vertrouwen.
Wij zeggen hier dat wij bepaalde dingen bespreken. Dan mag u er ook van
uitgaan dat we dat doen. Dat is ook het verschil tussen wat soms in een
kabinet gebeurt en wat in de Tweede Kamer gebeurt. U mag ons daarover
bevragen, maar volgens mij is de lijn bij Buitenlandse Zaken ook altijd
dat we niet in detail weergeven wat er in diplomatieke gesprekken en
diplomatieke wisselingen besproken is.
De heer Dassen (Volt):
Ik had een vraag aan de minister gesteld …
De voorzitter:
De staatssecretaris.
De heer Dassen (Volt):
De staatssecretaris; excuus.
De voorzitter:
Ja, promotie gaat hier razendsnel, maar het blijft nog steeds de
staatssecretaris.
De heer Dassen (Volt):
Ja, het is inderdaad al een paar keer op en neer gegaan. Ik had de
staatssecretaris een vraag gesteld over de manier waarop we in de
toekomst met handel omgaan. Je ziet wereldwijd een trend dat er juist
aan aspecten zoals goede arbeidsomstandigheden en duurzaamheid getornd
wordt. Ik ben benieuwd hoe de staatssecretaris daarop reflecteert en hoe
zij hiernaar kijkt richting de toekomst om te voorkomen dat we meegaan
in die race to the bottom.
Staatssecretaris De Vries:
Ik denk niet dat we naar een race to the bottom moeten gaan, maar ik
denk ook niet dat we ons achter de dijken terug moeten trekken. Ik ben
nog steeds een groot voorstander van vrijhandel. Ik denk dat de regels
die we daar met elkaar over afgesproken hebben, belangrijk zijn. We zien
dat die onder druk staan. Ik denk dan ook dat de discussie die op dit
moment in de Wereldhandelsorganisatie plaatsvindt over hervorming, heel
belangrijk is. Ik denk dat de bijeenkomst in maart daarover heel
belangrijk gaat worden. U heeft mijn inzet daarvoor al gekregen. Ik denk
dat dat heel belangrijk is. We zien dat steeds meer landen eigenlijk lak
hebben aan de regels. Uiteindelijk is dat wel waar bedrijven zekerheid
aan kunnen ontlenen, want dan weten ze voor de toekomst: als ik ergens
in investeer, dan is dat ook vertrouwd en gaat het niet opeens op een
andere manier. Dat staat echter onder druk. Dat is een ding dat zeker
is. Daarom zal de Wereldhandelsorganisatie wat ons betreft ook moeten
hervormen. Ik denk nog steeds dat die organisatie een belangrijke pilaar
is, maar we zien wel dat die onder druk staat.
De heer Dassen (Volt):
Op het gebied van vrijhandel ben ik het met de staatssecretaris eens. Ik
ben het er ook mee eens dat de Wereldhandelsorganisatie moet hervormen,
wil die een bepaalde toekomst hebben in een wereld waarin dit soort
instituties steeds meer onder vuur komen te liggen, ook van de grote
sponsoren die de organisatie eerder had, zoals de Verenigde Staten. Ik
heb de brief van de staatssecretaris daarover nog niet gelezen, dus ik
zal die tot mij nemen. Wat is daarin volgens de staatssecretaris het
hoofdpunt? Ze hoeft niet de hele brief te bespreken, want die zal ik
zelf waarderen. Ik ben echter wel benieuwd wat volgens de
staatssecretaris de manier is om ervoor te zorgen dat het soort
multilaterale instellingen als de Wereldhandelsorganisatie nog wel
levensvatbaar blijft in deze tijdsgeest.
Staatssecretaris De Vries:
Vaak hoeft er in heel veel internationale, multilaterale organisaties
maar één partij tegen te zijn en dan gaat het al niet meer gebeuren, zeg
maar. Ik denk dus dat het belangrijk is om te kijken of we eventueel met
groepen landen die daarvoor openstaan, wel goed afspraken kunnen borgen
en vasthouden. We zien dat alle landen vertegenwoordigd zijn in de
Wereldhandelsorganisatie. Niet al die landen hechten evenveel waarde aan
de regels die er binnen de Wereldhandelsorganisatie zijn afgesproken. Ik
denk dus dat we moeten bekijken wat we eventueel met groepen van
koplopers van landen kunnen doen. Kunnen die toch nadere afspraken met
elkaar maken over hoe dit met elkaar gedaan kan worden in de
wereldhandel? Op die manier kunnen onze bedrijven maar ook de bedrijven
in het Globale Zuiden daar een goede rol in spelen. Ik denk dat dat
eigenlijk het belangrijkste is.
De voorzitter:
Kort en afrondend op dit punt.
De heer Dassen (Volt):
Is de staatssecretaris dan van mening dat Europa en Nederland dan ook
een voortrekkersrol moeten blijven spelen, juist als het gaat om de
duurzaamheidsvoorwaarden en de arbeidsomstandigheden om ervoor te zorgen
dat we op dat vlak geen stappen achteruit zetten? De staatssecretaris
zei namelijk net ook tussen neus en lippen door in het eerste antwoord
dat we onszelf ook niet moeten terugtrekken achter de dijken. Ik denk
dat dit juist een kans is.
Staatssecretaris De Vries:
Het is een kans, maar het is wel een fragiel evenwicht; laat ik het zo
maar zeggen. In bepaalde landen wordt namelijk best wel met een andere
bril naar sommige dossiers gekeken. Ik denk dat de handelsverdragen
juist een middel zijn om de zaken die wij belangrijk vinden, wel mee te
nemen in de handelsverdragen. Ook dat staat echter onder druk,
bijvoorbeeld als het gaat om CSDDD, want daar wordt echt wel op een
andere manier tegen aangekeken. Ik kan u zeggen dat Amerika daar ook
heel wat van vindt evenals een heleboel andere landen, omdat dat ook
externe werking heeft en men dat ook wel lastig vindt. Je hoort dat
ontwikkelingslanden ook wel mogelijkheden willen hebben. Zij zeggen
bijvoorbeeld: jullie beperken ons nu. Ik denk dat je daar een goede weg
in moet vinden met elkaar. Dat zal niet met alle landen op dezelfde
manier zijn. Ik denk dat je echt wel variatie daarin kunt hebben.
Volgens mij hebben we wel een aantal kaders die wij gewoon altijd
belangrijk vinden en die ook meegenomen worden in de mandaten die voor
de handelsverdragen gelden.
De voorzitter:
Gaat u verder met het volgende blokje.
Staatssecretaris De Vries:
Dat blokje gaat over de bni-koppeling en de bezuinigingen. Omdat de
Kamer daar zelf over begon, zal ik ook iets zeggen over de gevolgen van
het eventueel niet aannemen van deze begroting.
Allereest kom ik op de bni-koppeling. Daar is door meerdere partijen
over gesproken, zoals door Volt, SP, de Partij voor de Dieren,
GroenLinks-PvdA, ChristenUnie, SGP en dan heb ik er vast nog wel eentje
vergeten. Het kabinet heeft de ... De terminologieën lopen soms een
beetje door elkaar. We hebben eigenlijk twee discussies. Eén. Moet het
gekoppeld worden aan 0,7% van het bni? Twee. Koppel je het aan de
ontwikkeling van de economie? Koppel je de groei van het bestaande
budget dus aan de groei van het bni? Over die laatste koppeling ging ook
een van de moties in de Eerste Kamer. Die koppeling heeft het kabinet
hersteld, maar wel met het lagere percentage van het bedrag dat er staat
voor ontwikkelingshulp. Er is niet opgeplust naar 0,7%. Er zijn keuzes
gemaakt door dit kabinet. Partijen verschillen van mening over hoe dat
zou moeten. Er waren ook wensen om bijvoorbeeld te investeren in
defensie. Dan worden er andere keuzes gemaakt. Dit is de keuze die dit
kabinet gemaakt heeft. Het is wat ons betreft aan een nieuw kabinet om
te kijken of het deze wil herstellen.
Ik weet dat de Kamer hecht aan de uitvoering van moties, maar dat
betekent dat niet-aangenomen moties ook belangrijk zijn. Op 18 september
is de motie-Van Hijum/Bikker die verzoekt om het naar 0,7% te brengen,
verworpen. Daar kan deze Kamer anders over denken, maar dan zou ik wel
willen voorstellen dat er een deugdelijke dekking komt. Wij stellen dat
als kabinet niet voor, omdat de partijen die het kabinet schragen vinden
dat deze lijn van het oorspronkelijke kabinet — laat ik het zo maar
zeggen — doorgezet moet worden.
Een aantal partijen heeft gezegd dat zij het ervan laten afhangen of zij
deze begroting wel of niet zullen steunen. Als een begroting wordt
verworpen, dient er zo snel mogelijk een nieuwe te worden ingediend. Dat
kost tijd. Het is niet zo dat er een week later dan een nieuwe begroting
ligt. Dit geldt zeker als er meer geld in een begroting moet worden
opgenomen, want dan moet er ergens anders minder geld aan worden
uitgegeven. Zo werkt het systeem. In de tussentijd kan het nieuwe beleid
niet worden uitgevoerd. Dan kunt u zeggen dat er in deze begroting van
een demissionair kabinet niet zo veel nieuw beleid staat, maar er staan
toch een aantal nieuwe dingen in. Dan gaat het bijvoorbeeld om de
country-based pooled funds uit de middelen voor humanitaire hulp, die ik
ook heb genoemd in de recentelijke brief, maar ook om het nieuwe kader
voor het maatschappelijk middenveld, Focus. Zolang een nieuwe begroting
nog niet is aangenomen, kunnen er geen middelen aan worden besteed en
kan er geen vervolg aan worden gegeven. Dat over het bni.
Ik kan hierbij direct de amendementen meenemen die zijn ingediend. Ik
heb net nog een nieuw amendement van mevrouw Kröger gekregen, ter
vervanging van het amendement van mevrouw Hirsch. Daarin wordt gesteld
dat er dekking moet komen uit het belastingplan, nog afgezien van het
feit dat dit kabinet niet voorstelt naar 0,7% te gaan. De dekking komt
uit het Belastingplan 2027 en daarmee is de dekking echt ondeugdelijk.
Zo werkt het niet. Je kunt niet nu geld uitgeven en daarvoor een
belastingplan gebruiken als dekking, terwijl je nog geen idee hebt wat
daarin komt te staan.
Dan is er nog een tweede amendement, van de heer Ceder, zeg ik uit mijn
hoofd.
De voorzitter:
Mag ik voor de duidelijkheid heel even terugkomen op de appreciatie van
dit eerste amendement? U heeft daar namelijk veel over gezegd.
Staatssecretaris De Vries:
Het was het amendement op stuk nr. 3, maar ik weet eerlijk gezegd niet
welk nummer het nu heeft.
De voorzitter:
Het is nu het amendement op stuk nr. 30. Wat is uw appreciatie?
Staatssecretaris De Vries:
Ontraden.
De voorzitter:
Dat betekent dat het amendement op stuk nr. 30 van mevrouw Kröger van
GroenLinks-Partij van de Arbeid wordt ontraden.
Staatssecretaris De Vries:
Dan het amendement van de heer Ceder op stuk nr. 28. Dat gaat ook over
het herstellen van de 0,7%. Als dekking stelt dit amendement voor om het
eigen risico minder te verlagen. De formerende partijen zijn bezig. Ik
vind echt dat als het gaat om het eigen risico, de formerende partijen
aan zet zijn. Dit amendement moet ik dus ook ontraden.
De voorzitter:
Heeft u daarmee alle amendementen op dit onderwerp van een appreciatie
voorzien?
Staatssecretaris De Vries:
De amendementen over het bni volgens mij wel.
De voorzitter:
Dan zijn we ook bij de afronding van dit blokje gekomen. Dat betekent
dat de Kamerleden vragen kunnen stellen.
Staatssecretaris De Vries:
Ik heb er nog een paar over bezuinigingen, maar daar kunnen we ook een
apart blokje van maken.
De voorzitter:
De heer Ceder heeft het hardst gerend naar de interruptiemicrofoon. Gaat
uw gang.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik ben blij dat de staatssecretaris erkent dat de dekking deugdelijk
is.
Staatssecretaris De Vries:
Nou, daar kun je ook nog over verschillen van mening.
De voorzitter:
Zullen we dat nu niet doen? Ik vermoed namelijk dat er een hele korte en
bondige vraag gaat komen van de heer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Uiteraard, voorzitter. U kent mij. De vraag is inhoudelijk en gaat over
die bni-koppeling. Het kabinet spreekt met één mond. Ik weet dat de
voormalige staatssecretaris, in ieder geval degene die tijdelijk de rol
vervulde, wel degelijk aangaf dat het belangrijk was om in ieder geval
een deel dan wel het totaal van die koppeling te herstellen. Ik vraag
mij af of het kabinet is bijgedraaid, want daar heeft de
staatssecretaris het in haar toelichting niet over gehad. Dit vraag ik
ook in het licht van een aangenomen Eerste Kamermotie. Ik ben dus
benieuwd wat het standpunt van het kabinet is ten aanzien van die
bni-koppeling, ook in het licht van de uitspraken van uw voorganger.
Staatssecretaris De Vries:
Ik ken die uitspraken niet helemaal. Ik weet niet welke voorganger dat
was. Er zijn er nogal wat geweest, helaas. Wat ik gezegd heb, is dat er
een koppeling hersteld is met de toename van de groei. Het is in 2026
0,55% van het totale bni. Er is op basis van het rapport van de AIV
afgesproken dat elk jaar bij de voorjaarsnota wordt gekeken hoe de
ontwikkelingen zijn. Dan vindt er een bijstelling plaats op basis van
economische groei of — ik hoop het niet — economische krimp, waarbij dan
het budget naar beneden gaat. Het kabinet heeft tot nu toe altijd gezegd
dat het kabinet niet terug wil naar de 0,7%. Volgens mij is dat ook
nooit anders geweest, maar blijkbaar heeft de heer Ceder daar andere
informatie over. Ik snap dat iedereen daar anders over kan denken, maar
de bezuinigingen zijn natuurlijk ook wel gebruikt om andere uitgaven,
bijvoorbeeld op het gebied van defensie, te dekken. Politiek kan je daar
een andere afweging in maken, maar ik vind het eigenlijk ook wel een
moeilijke vraag aan een dubbeldemissionair kabinet, zoals iedereen het
noemt. Ik vind het eigenlijk echt wel aan de onderhandelende partijen om
te kijken wat het dan uiteindelijk zou moeten worden.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Die 0,7% is één ding. Daar ben ik overigens voor. Maar het loslaten van
de bni-koppeling is op langere termijn de grootste bezuiniging op OS
ooit; dat weet de staatssecretaris ook. Die twee dingen worden dus vaak
bij elkaar gegooid, maar het zijn wel twee verschillende dingen. Over
die 0,7% heb ik het nu niet. Daar vind ik wel wat van. Ik heb het nu
over die bni-koppeling. Het staat namelijk te gebeuren dat we voor een
begroting gaan stemmen, in ieder geval als ik gister de bijdrage van de
formerende partijen gehoord heb, waarmee, door het loslaten van die
koppeling, op termijn die grootste bezuiniging wordt ingeboekt. Ik kan
mij wel heugen — misschien kunnen mijn collega's mij bijvallen — dat het
de heer Veldkamp was … Dat was na een hele discussie over de vraag hoe
het komt dat die bni-koppeling überhaupt was losgelaten, want dat was
volgens een van de formerende partijen niet de bedoeling; volgens mij
werden de woorden "bedrijfsongeluk" of "-ongeval" gebruikt.
De voorzitter:
En uw vraag, meneer Ceder?
De heer Ceder (ChristenUnie):
Het was in ieder geval de ambitie om die koppeling weer te herstellen.
Dan heb je het niet over die 0,7%. Daarover kun je inderdaad politiek
van mening verschillen. Mijn vraag is wat er in de tussentijd veranderd
is.
Staatssecretaris De Vries:
Volgens mij heb ik net aangegeven dat wij wel gaan koppelen. Dat doen we
niet in deze begroting; dat gebeurt bij de voorjaarsnota. Er is een
advies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken geweest. Er wordt
voorgesteld om het ODA-budget één keer per jaar op basis van
macro-economische ontwikkelingen bij te stellen. Daarvan is door het
kabinet gezegd: dat doen we bij de voorjaarsnota. Bij de voorjaarsnota
die eraan komt zal dus bekeken worden of er economische groei geweest is
en of het bni gestegen is. Dan zal er ook extra geld bijgeplust worden
voor het ODA-budget.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
De staatssecretaris probeert nu echt een rookgordijn op te trekken. Dat
heeft het kabinet gedaan door te suggereren dat het koppelen aan
economische groei of krimp de bni-koppeling is zoals die gevraagd is
door de Eerste Kamer en zoals die gevraagd is door de Tweede Kamer. Dat
is het niet. Mijn vraag aan de staatssecretaris is dus: erkent zij dat
het de wens van de Eerste en de Tweede Kamer was om het te koppelen aan
het bni, en dat dat iets anders is dan het koppelen aan groei of krimp
van de economie?
Staatssecretaris De Vries:
Volgens mij is bni economische groei, maar goed. Laten we die discussie
niet verder voeren. Er zijn een aantal moties aangenomen. In de Eerste
Kamer is dat de motie-Huizinga-Heringa die vraagt om de koppeling van
het ODA-budget aan het bni te handhaven. Ik heb gezegd: die wordt
uitgevoerd. Jawel, zeg ik tegen mevrouw Kröger, die wordt wel
uitgevoerd. Op 1 juli in de Eerste Kamer vroeg de heer Holterhues de
OESO-norm van 0,7% van het bni als richtlijn te herstellen. En mevrouw
Hirsch vroeg dat in de Tweede Kamer op 3 juli 2025: ook 0,7%. Die moties
zijn aangenomen. Het kabinet heeft die niet uitgevoerd en daar is ook
over gecommuniceerd. Er is echter ook een Tweede Kamermotie van 18
september verworpen. Die ging erover om het ODA-budget te koppelen aan
0,7% van het bni. Er zijn dus verschillende signalen. Dit is de lijn die
het kabinet heeft gekozen. Als er andere keuzes gemaakt worden, dan zal
er ook dekking gevonden moeten worden. De amendementen die er nu liggen,
hebben geen deugdelijke dekking. Ik vind het ook echt aan een nieuw
kabinet om hier een keuze in te maken, want het is best een fundamentele
keuze.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Wij kunnen hier de discussie gaan hebben over de vraag of de moties uit
de Eerste Kamer worden uitgevoerd. Dat is mijns inziens niet zo. Het
gaat erom dat je de 0,7% als basislijn herstelt, waarna het kabinet er
inderdaad voor gekozen heeft om daar een bezuiniging op te doen. Maar
die 0,7% als basislijn is niet hersteld en de bni-koppeling is niet
hersteld. Mijn vraag aan de staatssecretaris is als volgt. Zij staat
hier nu eigenlijk een paar amendementen af te serveren, maar realiseert
zij zich dat zij met 26 zetels steun in de Kamer op dit moment op geen
enkele manier een begroting heeft gepresenteerd waar een
Kamermeerderheid voor is? Wat doet ze met dat feit?
Staatssecretaris De Vries:
Ik vind de toon bij dit onderwerp altijd een beetje onaangenaam. Ik noem
een aantal feiten. Ik noem ook een motie die als laatste verworpen is.
Blijkbaar doen verworpen moties er totaal niet toe in deze Tweede Kamer.
Die motie om het te koppelen aan 0,7% van het bni is gewoon verworpen.
Dan kunt u wel zeggen dat er eerder wel moties zijn aangenomen. Ja, dat
kan, maar uiteindelijk is het dan aan het kabinet om te kijken wat het
daarmee doet. Er is geen deugdelijke dekking voor de amendementen. Het
is niet zo dat ik die makkelijk afserveer. Dat vind ik het echt
tekortdoen. Ik probeer er echt serieus naar te kijken. U weet ook dat er
een demissionair kabinet is. Als er voorstellen zijn, dan moet er wel
een deugdelijke dekking zijn. Dan moet er echt een deugdelijke dekking
zijn. Die is er nu niet.
De voorzitter:
Kort en afrondend, mevrouw Kröger.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik hoor geen begin van een antwoord van een staatssecretaris die, zo zeg
ik nogmaals, in een dubbeldemissionair kabinet zit dat op 26 zetels
stoelt, en die een begroting aan deze Kamer presenteert waarvan zij weet
dat er op geen enkele manier een Kamermeerderheid voor is. Dat is een
probleem voor deze staatssecretaris. Nogmaals, de wens van de Kamer is
om de koppeling wél te herstellen, om de basislijn te herstellen. Mijn
vraag is dus: hoe denkt de staatssecretaris steun te verwerven voor deze
begroting? Op deze manier komt die er namelijk niet.
Staatssecretaris De Vries:
Uiteindelijk moet dat blijken. Ik heb ook mensen gehoord die zeggen: ik
wil de begroting wel steunen, maar dan moeten er niet allerlei andere
dingen in gewijzigd worden. Uiteindelijk is dat wel wat we dan gaan
zien. Ik kan het ook niet anders maken dan het is. Ik heb op dit moment
ook niet de budgetten om dat op te plussen. Er worden geen voorstellen
gedaan met een deugdelijke dekking. Dan is het ook wel van twee één. Het
is geen free lunch. Het is echt geen free lunch op dit moment. Ook als
ik naar de toekomst kijk en zie wat voor financiële uitdagingen er op
een nieuw kabinet afkomen, bijvoorbeeld wat betreft de investeringen in
defensie, vind ik dat een nieuw kabinet uiteindelijk moet wegen waar we
het geld wel en waar we het geld niet uitgeven.
De heer Van der Burg (VVD):
Ik wil graag mevrouw Kröger én de staatssecretaris helpen, vandaar mijn
vraag. Er is inderdaad nog geen meerderheid in deze coalitie. Ook de
toekomstige coalitie heeft geen meerderheid. Nu staan de twee grootste
oppositiepartijen, GroenLinks-PvdA en de PVV, diametraal tegenover
elkaar in dit debat. Als de een voor zou stemmen, dan zou de ander dus
tegen moeten stemmen, of omgekeerd. Nu zeggen ze ook het
tegenovergestelde. De PVV zegt: als deze begroting wordt aangenomen, dan
gaat er meer geld naar ontwikkelingssamenwerking. De PVV sprak over 500
miljoen. Dat wil de PVV niet. GroenLinks-PvdA zegt: als deze begroting
wordt aangenomen, gaat er minder geld naar ontwikkelingssamenwerking.
Dat wil GroenLinks-PvdA niet. Wie van de twee partijen heeft nu gelijk?
De ander zou vervolgens dus voor moeten stemmen, omdat óf de PVV niet
wil wat GroenLinks-PvdA graag wil óf omgekeerd. Dan heeft u er dus
respectievelijk 26 of 20 stemmen bij.
Staatssecretaris De Vries:
Ik kom zo nog op de vraag van de heer Markuszower. Er zijn inderdaad
verschillende werkelijkheden en werelden ten aanzien van wat er gebeurt
in deze begroting. Ik kom daar zo nog wat uitgebreider op terug. Ik kan
het misschien ook wel meteen erbij pakken. Ik heb wel aangegeven wat de
gevolgen zijn van het niet-aannemen van deze begroting en dat nieuw
beleid dan niet uitgevoerd kan worden. Ik denk dat een aantal partijen
die ik daarover gehoord heb, toch ook zeer hechten aan die onderdelen
van deze begroting. Maar uiteindelijk is de keuze aan de Kamer.
Dan de vraag waarom het kabinet een half miljard meer uitgeeft dan vorig
jaar. Er is door het kabinet natuurlijk bezuinigd. Daar weet de heer
Markuszower alles van. We vonden het bijvoorbeeld belangrijk dat er ook
geld werd geïnvesteerd in defensie. Je kunt van mening verschillen over
waar de prioriteiten moeten liggen. De heer Markuszower stelt
herhaaldelijk dat het kabinet een half miljard meer uitgeeft dan vorig
jaar. Dat klopt ook niet helemaal, want het ODA-budget is ongeveer
gelijk gebleven ten opzichte van vorig jaar: 6,7 miljard. Tegelijkertijd
is het ODA-budget afgelopen voorjaar bijgesteld op basis van economische
groei en we geven ook extra steun aan Oekraïne. We weten ook hoe de
partij van de heer Markuszower daarin staat. Het is een beetje hoe je
naar de wereld kijkt. Er zit natuurlijk ook nog een verschil tussen de
BHO-begroting en het ODA-budget.
De heer Van der Burg (VVD):
Mijn nummer twee in blokje één, voorzitter. Mijn vraag is of de heer
Markuszower in die zin gelijk heeft dat op het moment dat voor deze
begroting wordt gestemd, er netto meer geld kan worden uitgegeven aan
ontwikkelingssamenwerking. Dat zou dus een argument moeten zijn voor
onder andere de ChristenUnie en GroenLinks-PvdA om voor te stemmen, want
als dankzij hen deze begroting het niet haalt, gaat er daardoor minder
geld aan ontwikkelingssamenwerking uitgegeven worden. Klopt die
redenering?
Staatssecretaris De Vries:
Het is een beetje een Babylonische spraakverwarring als het gaat om de
BHO-begroting en het ODA-budget, want niet al het ODA-budget staat op de
begroting van BHO. Of de redenering dus helemaal klopt … Ik kan aangeven
wat we nu uitgeven in de BHO-begroting en ook wat we uitgeven aan het
ODA-budget. Ik heb ook gezegd dat het ODA-budget afgelopen voorjaar is
bijgesteld op basis van de economische groei en de extra steun aan
Oekraïne. Uiteindelijk is het aan alle partijen, maar ik denk dat het
belangrijk is om te weten wat het betekent als de begroting op dit
moment niet aangenomen wordt. Ik denk dat dan een aantal zaken die ik
belangrijk vind — maar volgens mij heeft ook een deel van deze Kamer
aangegeven die belangrijk te vinden — voorlopig geen doorgang kunnen
vinden. Een nieuwe begroting is niet zomaar opgesteld, zeker niet als er
dan ook nog budget met dekking bij gevonden moet worden.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Van der Burg (VVD):
Ik ben het natuurlijk helemaal eens met de staatssecretaris. Ik ga dus
ook voor die begroting stemmen. Alleen, ik probeer samen met de
staatssecretaris daarvoor een meerderheid te krijgen. Of de heer
Markuszower slaapt slecht als mevrouw Kröger haar zin krijgt, of mevrouw
Kröger slaapt slecht als meneer Markuszower zijn zin krijgt. Vandaar dat
ik zoekende ben, want een van de twee zou toch voor moeten stemmen? Het
kan toch niet zo zijn dat GroenLinks-PvdA de PVV aan een meerderheid
helpt, noch dat de PVV GroenLinks-PvdA aan een meerderheid helpt?
Vandaar dat ik aan het zoeken ben naar wie van de twee de ander aan een
meerderheid helpt.
Staatssecretaris De Vries:
Dat moeten ze uiteindelijk zelf maar uitmaken. Ik hoop altijd op een
constructieve houding van de partijen die hier aanwezig zijn. Ik hoop
dat ze rekening houden met het feit dat er een demissionair kabinet is
en dat partijen druk bezig zijn met onderhandelen. Iedereen hoopt
volgens mij dat die partijen er snel uit komen en dat er snel een nieuw
kabinet zit. Ik denk dat dat uiteindelijk bepaalt of er meerderheden
zijn voor deze begroting. Ik heb ook aangegeven wat het betekent als die
niet aangenomen wordt. Ik hoop dat partijen hun verantwoordelijkheid
nemen, zodat de nieuwe beleidszaken door kunnen gaan. Maar goed,
uiteindelijk is het een afweging die partijen zelf moeten maken; daar ga
ik niet over.
De voorzitter:
Het heeft mijn voorkeur om het niet over de nachtrust van eenieder te
hebben. Dat gezegd hebbende: gaat uw gang, meneer Markuszower.
De heer Markuszower (PVV):
Het zit tussen een interruptie en een persoonlijk feit in. Het ging
erover of ik wel of niet goed slaap als deze begroting wordt aangenomen.
Er wordt wel degelijk 425 miljoen euro meer uitgegeven, verdeeld over
ODA en BHO, ten opzichte van de stand van 2025. De staatssecretaris
houdt ook nog rekening met inkomsten van 48 miljoen. Dat telt op tot
ongeveer 500 miljoen. Maar het gaat niet om mijn slaaprust, maar om die
van de gewone Nederlander. Als we 500 miljoen euro meer uitgeven dan
vorig jaar … Vorig jaar vonden we het eigenlijk ook al te veel. We
vinden dat er 6,7 miljard te veel wordt uitgegeven aan het
buitenland.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
De heer Markuszower (PVV):
Het was dus meer een persoonlijk feit richting de heer Van der Burg. Het
gaat niet om onze nachtrust, maar om die van de gewone Nederlander, die
pijn heeft bij het afrekenen van de boodschappen en niet goed rondkomt.
Ik begrijp gewoon niet — daar kan de minister wel een antwoord op geven
— waarom we zo veel geld moeten uitgeven aan het buitenland, terwijl
onze eigen mensen in Nederland pijn hebben wanneer ze in de supermarkt
hun boodschappen afrekenen.
Staatssecretaris De Vries:
Ik snap dat ook de PVV wat wil doen voor de mensen die moeilijk rond
kunnen komen. Het kabinet heeft daar ook een aantal maatregelen voor
genomen. De PVV heeft ook wel een beetje boter op het hoofd, moet ik
heel eerlijk zeggen. Volgens mij zat de PVV bij de Voorjaarsnota nog aan
de onderhandelingstafel. Daar is deze begroting natuurlijk een product
van. Ik vind het jammer dat de heer Markuszower gemist heeft wat ik ook
belangrijk vond als het gaat om het tegengaan van migratie, bijvoorbeeld
waar we juist met ontwikkelingshulp op inzetten, om te kijken hoe we de
migratiestromen kunnen beperken, illegale migratie kunnen tegengaan en
opvang in de regio kunnen regelen. Daar dragen deze middelen natuurlijk
ook wel aan bij.
De heer Markuszower (PVV):
Ik zal niet veel meer interrumperen. Ik heb nagelezen wat de
staatssecretaris erover heeft gezegd. Ik ben op zich blij dat de
staatssecretaris erkent, anders dan de VVD-woordvoerder, en volgens mij
ook nog een andere woordvoerder, gisteren in het debat deden, dat …
De voorzitter:
Zullen we het debat voeren met de staatssecretaris en niet over de rug
van collega's?
De heer Markuszower (PVV):
Ik wil de staatssecretaris complimenteren omdat zij eindelijk de
woordvoerder van de VVD terugfluit, die in het debat zei: als we
ontwikkelingshulp geven, dan gaat de migratie naar beneden.
De voorzitter:
En uw vraag aan de staatssecretaris?
De heer Markuszower (PVV):
Ik wil graag van de staatssecretaris horen of ik dat inderdaad goed heb
begrepen, maar volgens mij heb ik dat goed begrepen. Ik wil dus
eigenlijk de staatssecretaris complimenteren dat zij de woordvoerder van
de VVD terugfluit en zegt: wat de heer Van der Burg gisteren zei, dat
ontwikkelingshulp leidt tot minder migratie, is onzin. Het is precies
andersom.
De voorzitter:
De staatssecretaris.
De heer Markuszower (PVV):
Ik wil de staatssecretaris ermee complimenteren dat ze eindelijk die
VVD-woordvoerder, die jaar in jaar uit dat soort onzin verkondigt …
De voorzitter:
Meneer Markuszower …
De heer Markuszower (PVV):
… dat dat nu eindelijk eens van de baan is.
Staatssecretaris De Vries:
Misschien dat de heer Markuszower mijn tekst nog eventjes moet
teruglezen. Ik denk dat het belangrijk is dat wij op die
migratiepartnerschappen inzetten, ook vanuit de begroting van BHO. Dat
is overigens ook een lijn die de minister van de heer Markuszower
destijds heeft ingezet. Ik denk dat het belangrijk is dat we zorgen voor
opvang in de regio en dat we bijvoorbeeld, zoals toen ik in Ethiopië
was, kijken hoe we ervoor kunnen zorgen dat mensen niet gaan migreren.
Daarvoor heb je ook economische ontwikkeling nodig. Dat zit ook in het
beleid van OS. Ik denk dus dat ik het misschien meer eens ben met meneer
Van der Burg dan meneer Markuszower zegt. Overigens was zijn eigen
minister er een fervent voorstander van — dat riep ze volgens mij ook
aan alle kanten — dat migratie werd tegengegaan door de middelen uit
haar begroting destijds.
De voorzitter:
Ik zou willen voorstellen dat we elkaar buiten de orde van dit debat
complimenten gaan geven of naar elkaar gaan verwijzen, want dit wordt
ook heel ingewikkeld om voor te zitten. Als u inhoudelijk nog één ding
wilt zeggen, mag dat, maar daarna geef ik mevrouw Teunissen het woord,
want die staat al heel lang heel keurig te wachten.
De heer Markuszower (PVV):
Zeker, maar ik was eerder met dit interruptietje.
De voorzitter:
Heel kort.
De heer Markuszower (PVV):
Ik had er drie van u gekregen in dit blokje. Ik beloof dat ik niet over
de negen ga. Ik houd me aan mijn afspraken; dat beloof ik u. Maar dit is
wel een essentieel punt. De staatssecretaris is handig met woorden, en
zij zegt het nét ietsje anders dan de heer Van der Burg gisteren deed.
De staatssecretaris zegt dat er uit haar middelen beleid kan worden
gemaakt dat eventueel migratie terugdringt, bijvoorbeeld met
migratiedeals of weet ik veel wat. Daarin verschillen we misschien wel,
of niet, van mening, maar daar had de heer Van der Burg het niet over.
De heer Van der Burg — dit is een essentieel onderwerp, want op basis
van zo'n gedachte kun je beleid maken — zei gisteren in het debat
gewoon, vrij vertaald: als we ontwikkelingshulp geven, worden die
pushfactoren voor de migranten uit Afrika minder, want als het daar goed
gaat, hebben ze weinig reden om hiernaartoe te komen. Ik …
De voorzitter:
En uw vraag aan de staatssecretaris?
De heer Markuszower (PVV):
Ik heb een heel ander punt. Ik zeg: nee, hoe meer geld we daar geven,
hoe meer middelen ze hebben om naar Europa toe te komen. Dat wijzen ook
heel veel onderzoeken uit. Ik wil gewoon van de staatssecretaris weten —
dat is essentieel voor de Kamer om te weten — op basis waarvan we beleid
maken. Hoe staat de staatssecretaris in die discussie?
Staatssecretaris De Vries:
Ik denk dat de ontwikkeling van landen eraan kan bijdragen dat mensen
meer perspectief in hun eigen land hebben en daardoor minder de neiging
zullen hebben om naar andere landen te gaan. Daar is ook de combinatie
van handel, economische ontwikkeling en ontwikkelingshulp op gericht. Ik
denk dat dat belangrijk is. Ik denk dat we daarin niet zo heel veel van
mening verschillen. De heer Van der Burg moet maar voor zichzelf spreken
om zijn woorden uit te leggen.
De voorzitter:
Dat lijkt mij heel verstandig. Mevrouw Teunissen, ik dank u voor uw
geduld. Gaat uw gang.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Uiteraard graag gedaan. Ik snap dat de heer Van der Burg namens de VVD
naar voren loopt om draagvlak voor de begroting te vergroten, of een
poging te doen, althans. Maar dat is natuurlijk niet het punt, dus ik
wil even heel scherp terug naar die bni-koppeling. Er ligt een
aangenomen motie in de Eerste Kamer. Dat is niet voor niks, want die
bni-koppeling bestond sinds 1975 en die is voor het eerst losgelaten in
2025. Dat zou een aanvullende bezuiniging op ontwikkelingssamenwerking
betekenen van 2,6 miljard in 2029. Het is een hele duidelijke oproep
geweest. Ook in deze Tweede Kamer ligt een heel duidelijke oproep. Nu
hoor ik de staatssecretaris zeggen: die amendementen, ja, helaas. Mijn
vraag is dus: op welke manier komt de staatssecretaris deze Kamer maar
ook de Eerste Kamer tegemoet in deze begroting?
Staatssecretaris De Vries:
Volgens mij is het een herhaling van zetten, maar ik wil het best nog
een keertje uitleggen. Ik heb aangegeven wat de motie-Huizinga-Heringa,
die is aangenomen in de Eerste Kamer, gevraagd heeft. Die heeft gevraagd
om een koppeling aan het bni, niet aan 0,7%. Die motie is uitgevoerd. Er
zijn daarna twee moties in de Eerste en de Tweede Kamer aangenomen die
vragen om het naar 0,7% te brengen, maar er is ook op 18 september 2025
een motie verworpen in de Tweede Kamer waarin gevraagd wordt om naar
0,7% te gaan. Ja, je kunt heel selectief shoppen in allerlei moties. Ik
snap ook wel dat je het gebruikt zoals het je uitkomt. Ik snap ook de
wens van de Partij voor de Dieren. Die is niet onbekend, maar dit is wel
het voorstel. Ik loop er echt niet voor weg dat er bezuinigd is op
ontwikkelingshulp. Dat is gebeurd. Dat is een keuze geweest van dit
kabinet, in de oude samenstelling maar ook in de nieuwe samenstelling.
En dat is uiteindelijk geland in deze begroting.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik begrijp nu dat de staatssecretaris zegt: ik heb niets gedaan om de
Eerste Kamer tegemoet te komen. Ik verwijs namelijk naar een motie van
het lid Holterhues, aangenomen in de Eerste Kamer bij de Voorjaarsnota,
die letterlijk zegt: verzoekt de regering de gebruikelijke systematiek —
dus die van 1975 — met de OESO-norm van 0,7% van het bni als richtlijn
structureel te herstellen. Het gaat dus wel degelijk om de koppeling van
het bni met 0,7% als basis. Kan de staatssecretaris erkennen in dit
debat: ik ben niet tegemoetgekomen aan die wens van de Eerste Kamer, ook
niet die van de Tweede Kamer, eerdere oproepen en ook niet de belofte
van het kabinet om die koppeling te herstellen; daar ben ik niet aan
tegemoetgekomen? Dan is dat helder zodat wij vervolgens een oordeel
kunnen vellen over de begroting. Kan zij dat erkennen?
Staatssecretaris De Vries:
Volgens mij ben ik zonet die vier moties afgelopen. Je kunt zeggen dat
de koppeling aan het bni dan ook automatisch 0,7% is, maar dat staat
niet in die eerste motie van de Eerste Kamer. Die hebben we in onze
beleving wel uitgevoerd. Ik heb inderdaad aangegeven dat wij die andere
twee niet uitgevoerd hebben, maar ik wil dan ook wel wijzen op de
verworpen motie van 18 september 2025. Die vraagt ook om te koppelen aan
0,7% van het bni, maar is verworpen door de Tweede Kamer. Uiteindelijk
moet daar chocola van gemaakt worden. Dit is wat het kabinet heeft
gedaan. Het heeft gezegd: "We gaan een keer per jaar bij de
Voorjaarsnota kijken hoe het macro-economisch is gelopen. Dan gaan we
het ODA-budget bijstellen. Als er groei is, wordt het naar boven
bijgesteld. Als er krimp is, wordt het naar beneden bijgesteld. Dat was
ook zo in de oude systematiek. Maar we gaan niet naar die 0,7 toe."
De voorzitter:
Gaat u verder met het volgende blokje.
Staatssecretaris De Vries:
Dan gaan we naar het blokje Afrika. Een aantal partijen heeft
nadrukkelijk hun steun uitgesproken voor alle hulpverleners — artsen,
verpleegkundigen maar ook andere humanitaire hulpverleners — die er
steeds meer mee te maken krijgen dat ze niet veilig zijn, dat ze
beschoten worden. Dat is denk ik een zorg van ons allemaal. Een aantal
partijen heeft daar heel nadrukkelijk aandacht voor gevraagd. Ook dit
kabinet vindt het belangrijk dat humanitaire hulpverleners ongestoord
hun werk kunnen verrichten. Nederland draagt dan ook bij aan het werk
van de International NGO Safety Organisation, die veiligheidstrainingen
voor hulpverleners verzorgt. Ik hoopte eigenlijk dat ze niet nodig
zouden moeten zijn, maar helaas is dat wel het geval. We hebben ons de
afgelopen jaren ook aangesloten bij de verklaring ter bescherming van
humanitair personeel en zijn toegetreden tot een group of friends op dit
thema die aan deze verklaring opvolging willen geven. Ook draagt
Nederland bij aan het global initiative dat het internationale Rode
Kruis heeft gelanceerd ter bevordering van het humanitair
oorlogsrecht.
Een beetje in het verlengde daarvan vroeg de heer Bamenga specifiek naar
Sudan. Ik denk dat het geldt voor alle conflictgebieden en alle gebieden
waar humanitaire hulp wordt verleend, maar het geldt zeker voor Sudan.
We zien dat er daar in delen waar de conflicten het heftigst zijn bijna
geen toegang is voor humanitaire hulpverleners. Dat is een enorme zorg.
Daarom proberen we er daar steeds druk op uit te oefenen dat dat wel
gaat plaatsvinden.
De heer Bamenga heeft gevraagd of ik bereid ben om in Europa ervoor te
pleiten om als EU deel te nemen aan het vredesproces in Sudan en het
vredesproces in de Grote Meren, en Sudan en Congo structureel op de
agenda te houden van de Raad Buitenlandse Zaken. Ik kan daar ja op
zeggen. Ik denk dat het belangrijk is dat de Europese Unie ook een
belangrijke rol pakt als het gaat om conflictbemiddeling en het oplossen
van conflicten in de wereld. Dat mag wel wat meer, wat mij betreft. In
Sudan hebben we het Quad-initiatief. Nederland heeft daar herhaaldelijk
voor gepleit en zal dat ook blijven doen. Nederland is en blijft een
grote donor — u heeft de brief over humanitaire hulp gezien — voor wat
betreft humanitaire hulp aan Sudan en Congo, zowel via meerjarige
flexibele financiering, die wij aan heel veel organisaties geven, als
via de VN-landenfondsen. In 2026 dragen we respectievelijk 16 en 8
miljoen euro bij aan de humanitaire landenfondsen van Sudan en Congo. Ik
denk dat dat belangrijk is. Dat is natuurlijk niet alles wat er gebeurt.
We hebben namelijk ook de flexibele financiering, waarmee gekeken wordt
naar de urgentste noden. Maar goed, vaak is achteraf pas aan te geven
waar dat precies heen is gegaan.
De voorzitter:
We ronden eerst dit blokje af en daarna sta ik interrupties toe.
Staatssecretaris De Vries:
De heer Van der Burg heeft gevraagd naar meer Europese samenwerking,
bijvoorbeeld voor Sudan en Gaza en ook als het gaat om
ontwikkelingssamenwerking. Ik heb al iets aangegeven over
conflictbemiddeling. Ik denk dat het belangrijk is dat Europa
gezamenlijk een vuist gaat maken om te kijken hoe ze daar, meer dan nu
het geval is, een belangrijkere rol in kunnen spelen. Ik denk dat we,
gelet op hoe wij bijvoorbeeld met ontwikkelingshulp omgaan, daar ook de
mogelijkheden toe hebben. Wat betreft Europese samenwerking denk ik dat
het goed is dat er afstemming komt over wat er gedaan wordt door Europa
en de verschillende lidstaten, om te zorgen dat we niet allemaal
hetzelfde doen en om te voorkomen dat bepaalde conflicten helemaal geen
aandacht krijgen. Ik denk dat dat ook een van de redenen is waarom wij
heel bewust zeggen: we kiezen voor water, voedselzekerheid en gezondheid
als belangrijke thema's. Daarin zijn wij ook sterk als Nederland en
hebben we expertise.
Zowel mevrouw Van Ark van het CDA als de heer Ceder van de ChristenUnie
heeft gevraagd naar de Afrikastrategie. Ik denk dat het belangrijk is
dat we die hebben en dat er nu gevolg aan gegeven wordt. Dat is het
pleidooi dat ik tussen de regels van beide partijen heb gehoord. Het
kabinet investeert in gelijkwaardige partnerschappen op basis van
gedeelde belangen. De urgentie om meer samen te doen, is echt ook breed
gedeeld. Zoals ik zei, heb ik zelf een bezoek gebracht aan Ethiopië.
Daar wordt echt intensief samengewerkt op economische ontwikkeling,
landbouw, voedselzekerheid maar ook migratie. Het werk van Nederland
draagt ook bij aan economische kansen, voor Nederlandse bedrijven maar
zeker ook voor bedrijven in die landen. Ik denk dat dat belangrijk is.
Er werd nog gevraagd of daar per brief een update over kan worden
gegeven. Ik denk dat het goed is dat we in de bestaande instrumenten, de
begroting en het jaarverslag, volgen wat er gebeurt bij de
Afrikastrategie, zodat de Tweede Kamer goed op de hoogte gehouden wordt
van hoe het gaat met de actiepunten in de Afrikastrategie.
De heer Hoogeveen van JA21 had een vraag over de Oxfordstudie over
militaire uitgaven in Afrika. Ik ken deze studie persoonlijk niet, maar
u noemt wel een relevant punt. Het is weliswaar lang geleden, maar een
evaluatie in 2016 heeft aangegeven dat er eigenlijk geen bewijs is dat
het een probleem vormt of gevolgen heeft voor de effectiviteit van
ontwikkelingshulp, namelijk dat er niet meer militaire uitgaven gedaan
worden in plaats van uitgaven aan ontwikkelingshulp. Om het risico
desondanks te beperken — er kan natuurlijk een risico zijn — is het
kabinet extreem terughoudend met het geven van begrotingssteun aan
landen. Dat doen we op een andere manier.
De heer Hoogeveen van JA21 had ook nog een vraag over de besteding van
de ODA-gelden. Zoals ik net al zei, raakt het een beetje aan de
economische ontwikkeling van landen. De heer Hoogeveen gaf eigenlijk
aan: hulp kan niet langer bevrijdend maar verstikkend werken voor de
opbouw van lokale instituties. Ik denk dat de waarheid een beetje in het
midden ligt. Ik denk dat humanitaire hulp, voedselhulp et cetera, heel
belangrijk is als het gaat om de urgente noden. Dat is volgens mij een
no-brainer. Daarnaast moeten we inderdaad kijken hoe we de economieën
kunnen stimuleren en ervoor kunnen zorgen dat uiteindelijk de koek
groter wordt in die landen — dat gaf de heer Van der Burg ook al aan,
volgens mij — en daaruit ook zaken als gezondheidszorg gefinancierd
kunnen worden. Uiteindelijk moet die economische ontwikkeling gewoon op
gang komen, wil je ook perspectief kunnen bieden aan de mensen die daar
wonen.
Dat was het blokje Afrika.
De voorzitter:
Dan kijk ik de Kamer rond en concludeer ik dat de staatssecretaris bijna
compleet was. Ik zag mevrouw Van Ark en de heer Bamenga in beweging
komen. Komt u er zelf uit? Ja. Mevrouw van Ark, gaat uw gang.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik heb een vraag over de Afrikastrategie. Die is al in 2023
gepubliceerd. Het kabinet is daarna pas aangetreden en heeft ook een
bezuiniging ingeboekt in de begroting. Hoe kijkt de staatssecretaris
naar die Afrikastrategie en welke keuzes gaan we daarin maken, want het
kan toch niet zo zijn dat we hetzelfde gaan doen met minder geld? Daar
ben ik benieuwd naar.
Staatssecretaris De Vries:
Ik denk dat voor een aantal zaken niet per se altijd méér geld nodig is.
Ik denk dat je daarin ook keuzes kan maken. Ik denk dat de
Afrikastrategie voor ons nog steeds geldt. Ik denk dat dat ook
belangrijk is. Ik ben even mijn stukken erbij aan het pakken. Excuus,
voorzitter. Het lijkt mij goed dat we bijvoorbeeld in het jaarverslag
van BHO van afgelopen jaar eventjes goed inzichtelijk maken wat de
voortgang is. Ik wil daar niet apart weer allemaal brieven over sturen.
Dat bespaart de ambtenaren misschien ook weer wat extra werk. Laten we
dat meenemen in de verantwoording die we altijd over het jaar doen. Maar
het blijft een belangrijk element. Het is niet zo dat we daar niet op in
willen zetten of iets dergelijks. Maar goed, ik denk dat heer Bamenga
straks nog over het Grote Merenprogramma begint.
De voorzitter:
U mag vragen stellen totdat ik zeg dat ze op zijn, mevrouw Van Ark. Gaat
uw gang.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Deze nieuweling weet nog niet alles, hè? Mijn tweede vraag gaat over de
schuldenproblematiek in, met name Afrikaanse, landen die niet hun eigen
gezondheidssysteem kunnen betalen. Hoe kijkt de staatssecretaris
daarnaar en naar de Nederlandse inzet daarop?
Staatssecretaris De Vries:
Ik denk dat het inderdaad belangrijk is dat er gekeken wordt naar de
schuldenlast van landen. Het is overigens niet zo dat als de
schuldenlast lager wordt, men zelf automatisch meer gaat uitgeven aan
gezondheid. Ik denk dat de inzet van dit kabinet ook niet is om te doen
aan schuldafschrijving of schuldkwijtschelding, maar ik denk wel dat het
een belangrijk instrument is om te bekijken hoe het draagbaar kan
worden, bijvoorbeeld met behulp van het IMF of andere instanties die
daarin een rol kunnen spelen. Ik denk dat dat een belangrijk punt is,
maar nogmaals: kwijtschelding van schulden is wat ons betreft nog wel
weer een stap verder. Dat is niet de lijn van het kabinet op dit
moment.
De voorzitter:
Ik zie mevrouw Van Ark twijfelen. Gaat uw gang.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Dat bedoelde ik ook niet. Ik bedoelde inderdaad: het lijkt me heel goed
als Nederland zich daarvoor in gaat zetten en gaat bekijken wat we
daarin wel kunnen doen zonder dat we direct gaan kwijtschelden. Ik denk
dat er veel slimmere manieren zijn om dat te doen. Ik zal daar later ook
nog een motie over indienen.
Staatssecretaris De Vries:
Ik ben altijd voor slimme oplossingen.
De heer Bamenga (D66):
Ik ben ontzettend blij met de reactie van de staatssecretaris in het
kader van Congo en Sudan, namelijk om dat structureel te agenderen in
Europa. Ik ben ook blij met de uitspraak van de staatssecretaris om
ervoor te zorgen dat Europa in ieder geval te allen tijde een
belangrijke rol gaat spelen als het gaat om Congo en Sudan. Op welke
manier worden wij erover geïnformeerd op het moment dat zij hiervoor in
Europa gaat pleiten?
Staatssecretaris De Vries:
Dat kan rondom de RBZ, de Raad Buitenlandse Zaken OS bijvoorbeeld.
Volgens mij heeft mijn collega Van Weel daar ook weleens in een gewone
RBZ aandacht voor gevraagd. Dat zullen wij natuurlijk altijd in het
verslag aangeven. Ik denk dat dat de belangrijkste manieren zijn om u
daarvan op de hoogte te houden.
De voorzitter:
Gaat u verder met het volgende blokje.
Staatssecretaris De Vries:
Ik zit nog even te kijken of ik niks overgeslagen heb, maar volgens mij
is dat niet het geval. Dan ga ik naar de wederopbouw. Het gaat over
Oekraïne en Gaza.
De heer Van der Burg van de VVD heeft gevraagd hoe er aangekeken wordt
tegen de wederopbouw van Oekraïne. Ik denk dat het op dit moment hele
zware tijden zijn voor de Oekraïense bevolking. Er zijn heel veel
aanvallen op de energie-infrastructuur. Heel veel Oekraïners zitten in
de kou. Daar spelen we ook echt op in. We hebben ook een hele actieve
rol in het bekijken hoe we die energie-infrastructuur voor de Oekraïners
op de been kunnen houden.
Er wordt natuurlijk ook nagedacht over hoe het moet als er straks vrede
is en hoe we moeten kijken naar de wederopbouw. U weet ook als geen
ander dat er in de besprekingen onderhandeld wordt over een prosperity
package. Een collega van de heer Van der Burg heeft eerder al eens een
motie ingediend, die ook is aangenomen, over of je niet vooruitlopend
alvast kunt kijken of er handel mogelijk is. Dat soort zaken worden
opgepakt wat ons betreft. U kunt ervan uitgaan dat we dat op een zo goed
mogelijke manier proberen te doen, met alle landen die daar ook een rol
in spelen. Nederland doet heel veel als het gaat om bijvoorbeeld de
energie-infrastructuur. Wij roepen andere landen op om daar ook hun
verantwoordelijkheid in te nemen.
Dan Gaza. Er is niet echt een vraag gesteld over de wederopbouw, maar
wel een amendement over ingediend. U heeft het ook genoemd; dat klopt.
Dat gaat ook over de wederopbouw. We zijn natuurlijk allemaal blij dat
er een overeenkomst is. Die is fragiel. Daar is ook nog heel veel over
te zeggen. Dat debat zou ik niet over willen doen, voorzitter. Maar er
is een amendement ingediend, dat op stuk nr. 23 van de heer Van Baarle,
voor het verhogen van de humanitaire bijdrage aan Gaza met 1 miljard
euro. Ik denk dat iedereen ziet dat er heel veel moet gebeuren in Gaza.
Er wordt ook over nagedacht hoe je dat moet doen. Er wordt ook gekeken
of er niet op korte termijn een conferentie over kan plaatsvinden.
Nederland heeft aangegeven graag co-host te willen zijn. Ik denk ook dat
andere partijen — ik heb het dan over private partijen, maar
bijvoorbeeld ook over de Wereldbank — daarbij betrokken zouden moeten
worden. Wij doen nu natuurlijk ook al dingen. We hebben onder andere
voor de watervoorziening extra bedragen beschikbaar gesteld.
Bij het amendement op stuk nr. 23 is er qua dekking voor gekozen om de
staatsschuld op te laten lopen. Dat is wat ons betreft geen deugdelijke
dekking. Ik denk ook dat er op dit moment echt nagedacht wordt over de
vraag hoe we daar uiteindelijk vorm aan kunnen geven en welke partijen
daar een rol bij moeten spelen. Maar ik moet dit amendement wel
ontraden.
De voorzitter:
Het amendement-Van Baarle op stuk nr. 23 wordt ontraden. Ik kijk even
naar de staatssecretaris. Heeft zij dit blokje afgerond, inclusief deze
appreciatie?
Staatssecretaris De Vries:
Ja.
De voorzitter:
Dat is het geval. Dan geef ik met veel plezier de heer Van Baarle het
woord.
De heer Van Baarle (DENK):
Ik zag natuurlijk niet aankomen dat de staatssecretaris dit amendement
zou ontraden. De wederopbouw van Gaza is een uitdaging die ontzettend
veel inzet gaat kosten. Die gaat de internationale gemeenschap ook geld
kosten. De regering heeft eerder 20 miljoen euro voor de wederopbouw van
Gaza gereserveerd, naar ik meen in 2024. Dat bedrag is toen
doorgeschoven naar de begroting van 2025. Toen is daar een gedeelte van
gebruikt voor watervoorziening. Wat is er met de rest van het bedrag
gebeurd dat is toegezegd voor de wederopbouw van Gaza? Staat dat nog
steeds op de begroting, was een van mijn vragen.
Staatssecretaris De Vries:
Die 20 miljoen is helemaal uitgegeven aan het herstel van de
waterinfrastructuur in Gaza. Dat is via UNICEF gedaan. Het is dus niet
zo dat er nu nog ergens geld staat of dat geld dat niet gebruikt is,
opeens verdwenen is.
De heer Van Baarle (DENK):
Dus als ik het goed begrijp, is die 20 miljoen overgemaakt aan UNICEF.
Nederland heeft op dit moment dus geen budget staan, geen inzet staan,
geen middelen gereserveerd voor de wederopbouw van Gaza. Dan zou ik
tegen deze staatssecretaris willen zeggen dat dat niet kan. Je kan niet
aan de ene kant zeggen "we doen zo veel, we zijn geweldig, we zullen
cohost zijn van een internationale bijeenkomst" en tegelijkertijd die 20
miljoen ... Het is mooi dat het is gebeurd, maar het is natuurlijk een
druppel op een gloeiende plaat als je kijkt naar wat er nodig is.
De voorzitter:
En uw vraag?
De heer Van Baarle (DENK):
Kan de staatssecretaris in ieder geval toezeggen dat in het komende
begrotingsjaar vanuit het budget dat er is ook een bijdrage komt voor de
wederopbouw van Gaza, onder andere op die bijeenkomst waar Nederland
nota bene cohost van wil zijn?
Staatssecretaris De Vries:
Ik weet niet op welk budget de heer Van Baarle dan doelt. Het is
duidelijk dat er heel veel nodig is in Gaza. Ik denk dat een heleboel
andere landen ook aan de lat zouden moeten staan om daarin een rol te
spelen. Ik kan daarvoor nu gewoon geen budget neerzetten. Het is
belangrijk dat we met elkaar kijken naar wie welke rol moet spelen. Het
is niet zo dat altijd overheden daarin een rol hoeven spelen, al spelen
ze daar natuurlijk ook een rol in. Maar ook andere partijen kunnen een
rol spelen. Ik vind het aan een nieuw kabinet om hiervoor bedragen
beschikbaar te stellen.
De voorzitter:
Afrondend op dit punt.
De heer Van Baarle (DENK):
Ja, afrondend. De internationale gemeenschap heeft niet gedaan wat ze
moest doen om de genocide in Gaza te stoppen. De mensen in Gaza zijn
daar het slachtoffer van. Op het moment dat deze staatssecretaris dit
jaar de inzet gaat voorbereiden voor een conferentie over de wederopbouw
van Gaza en Nederland daar met lege handen naartoe gaat omdat het daar
geen budget voor heeft, dan laat deze staatssecretaris zien dat
Nederland — het spijt me dat ik het moet zeggen — de mensen in Gaza
gewoon echt laat stikken. Dus nogmaals de oproep richting deze
staatssecretaris: stel nou budget beschikbaar, zodat in Gaza begonnen
kan worden met de wederopbouw. Daarvoor is die 20 miljoen bij lange na
niet genoeg.
Staatssecretaris De Vries:
Ik weet dat 20 miljoen inderdaad een laag bedrag is als je kijkt naar de
huidige schattingen, maar ik kan ook geen geld uit de hoge hoed toveren.
Dan moet er een deugdelijke dekking gegeven worden als de heer Van
Baarle een voorstel wil doen. U kunt ervan op aan dat wij echt wel
nadenken over hoe dat zou moeten, wie dat zou moeten betalen, wat de rol
van de Wereldbank daarin kan zijn en wat de rol van Nederland kan zijn.
Maar ik ga nu niet stante pede eventjes ... Dat lijkt mij niet de juiste
manier.
Mevrouw Dobbe (SP):
Voordat ik mijn blokje interrupties begin, zou ik even iets willen
checken. Dit was het blokje Afrika en Midden-Oosten. Worden mijn vragen
over medische evacuaties en UNRWA nog beantwoord?
Staatssecretaris De Vries:
Die zijn naar aanleiding van de schriftelijke vragen beantwoord, maar
als u daar nog een vraag over heeft, kan dat natuurlijk altijd.
Mevrouw Dobbe (SP):
Daar blijft het dan bij, denk ik. Mijn vraag is deze. Bij UNRWA ...
Staatssecretaris De Vries:
Ik ga aan het eind nog de amendementen appreciëren.
De voorzitter:
Dat komt nog.
Staatssecretaris De Vries:
Ik heb er nu een paar meegenomen omdat het in het blokje paste bij bni.
Het leek me raar om daar geen appreciatie van te geven. Aan het einde ga
ik nog een keer alle amendementen appreciëren.
Mevrouw Dobbe (SP):
Oké. Dan een vraag over UNRWA. Daarvan zegt deze regering: er is geen
alternatief voor UNRWA. Onlangs hebben wij daarover schriftelijke vragen
gesteld. Eigenlijk is er geen alternatief voor UNRWA voor het leveren
van humanitaire hulp en eigenlijk ook een groot deel van de publieke
voorzieningen. Dat erkent deze regering ook. Tegelijkertijd zien we nog
iets anders gebeuren. Deze regering wil diversificeren, want ze willen
niet dat UNRWA de enige is en er geen alternatief is. Andere
organisaties moeten dat ook gaan doen, ook internationale organisaties.
Een deel daarvan wordt nu geblokkeerd. Dat diversificeren staat dus op
het spel, want op dit moment kan dat helemaal niet. Tegelijkertijd is er
geen alternatief voor UNRWA en zijn de humanitaire noden in Gaza
ontzettend hoog. Dus eigenlijk kan de conclusie alleen maar zijn dat de
financiering voor UNRWA niet kan worden afgebouwd. Dat is de enige
conclusie die je hieruit zou kunnen trekken, tenzij je vindt dat de
Palestijnen geen humanitaire hulp verdienen. Wat is daarop dan de
reactie van de staatssecretaris?
Staatssecretaris De Vries:
Ik kan misschien wel direct de amendementen over UNRWA meenemen. Dat is
het amendement op stuk nr. 15, van mevrouw Kröger, en het amendement op
stuk nr. 29, van mevrouw Dobbe. Het kabinet ontraadt deze amendementen.
Wij hebben nadrukkelijk ingezet op diversificatie van de humanitaire
hulp in de Gazastrook. We weten ook dat het amendement-Stoffer/Eerdmans
gaat over de afbouw en over het op een andere manier inzetten van de
middelen. Er zijn zeker nog wel organisaties. Niet elke organisatie
staat op de lijst van organisaties die niet mogen werken in Gaza. Ik
denk dat dat een belangrijk element is. Het kabinet heeft eerder zijn
zorgen geuit over de neutraliteit van UNRWA. Er wordt uitvoering gegeven
aan de aanbevelingen uit het Colonnarapport. Ik meen dat men nu gereed
is met ongeveer 40% van de aanbevelingen. Men is goed bezig om daar
stappen in te zetten. Er zijn nog wel wat zorgen over het lesmateriaal.
Het kabinet houdt zich dus aan het amendement-Stoffer/Eerdmans, met de
oproep tot diversificatie. Persoonlijk denk ik dat het gezond is dat er
geen afhankelijkheid van één organisatie is, want anders ben je heel
kwetsbaar.
De voorzitter:
Voor de duidelijkheid: wat wordt het oordeel daarmee?
Staatssecretaris De Vries:
Het amendement op stuk nr. 15 en het amendement op stuk nr. 29 worden
ontraden.
De voorzitter:
Dat zal de voorzitter dan ook nog een keer benoemen. Het amendement op
stuk nr. 15 wordt ontraden en het amendement op stuk nr. 29 krijgt ook
de appreciatie ontraden.
Mevrouw Dobbe (SP):
Met dit antwoord is het dus heel goed dat deze amendementen er liggen.
Ik zou de Kamer er heel graag toe willen oproepen om deze te steunen,
want de staatssecretaris gaat hier gewoon keihard voorbij aan de
realiteit dat er op dit moment geen alternatief is voor UNRWA. Zelfs al
zou ze dat wel willen, de realiteit is dat het alternatief dat er zou
kunnen zijn op dit moment voor een groot deel wordt geblokkeerd door de
Israëlische regering. Dat is dus mijn oproep aan de Kamer.
Ik heb ook vragen gesteld over medische evacuaties. Dat komt omdat er
volgens de Wereldgezondheidsorganisatie op dit moment ruim 4.000
kinderen wachten op medische evacuatie. Er is geen plek in de regio. De
Wereldgezondheidsorganisatie vraagt aan landen om medische evacuaties
mogelijk te maken. Voor het reces heeft dit kabinet met veel bombarie
gezegd dat het die mogelijk gaat maken, maar nu ligt het helemaal stil.
We hadden van de week nog een debat met de minister van Buitenlandse
Zaken. Die verwijst naar de staatssecretaris van BHO. Er zou een rondje
worden gemaakt om te inventariseren hoe het zit met de medische
capaciteit in de regio, terwijl het al duidelijk is. Ik zal mijn vraag
aan de minister van Buitenlandse Zaken hier herhalen aan de
staatssecretaris: welke informatie is er nog nodig? Alles is namelijk al
duidelijk.
Staatssecretaris De Vries:
Voorzitter, u bent een groot voorstander van het niet herhalen van
discussies. Dit punt is inderdaad door de minister verwezen naar deze
begrotingsbehandeling, maar volgens mij heeft de Kamer daar niet
helemaal genoegen mee genomen. De minister heeft eerder namens het
kabinet toegezegd dat er in januari een brief over komt. Daar wil ik op
dit moment naar verwijzen. Volgens mij is dat ook in lijn met wat de
heer Van Weel heeft gezegd.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dat is echt geen porem. Sorry, hoor. Tijdens een eerder debat worden wij
door de minister van Buitenlandse Zaken verwezen naar deze
staatssecretaris en deze staatssecretaris zegt: wacht maar op de brief
die de minister gaat sturen. Wat is het nou? Ik herhaal het hier nog een
keer: er zijn 4.000 kinderen die urgente medische evacuatie nodig
hebben. Die zijn ontzettend ziek of ze zijn gewond. Zij hebben nu
medische hulp nodig die er in de regio niet is. Dit kabinet loopt uit te
stellen en uit te stellen en uit te stellen. Die kinderen hebben nu hulp
nodig en die krijgen ze niet. Elke dag dat we dit niet doen, kunnen die
kinderen overlijden. Daarom nemen wij geen genoegen met dit antwoord.
Het lijkt er namelijk heel erg sterk op dat deze staatssecretaris en de
minister gewoon aan het traineren zijn.
De voorzitter:
Wat is uw vraag, mevrouw Dobbe?
Mevrouw Dobbe (SP):
De informatie is al beschikbaar. Ik krijg maar geen antwoord op de vraag
welke informatie ze nu dan nog aan het zoeken zijn, behalve de hele
duidelijke informatie van de humanitaire organisaties en de
Wereldgezondheidsorganisatie, die zeggen dat de medische capaciteit er
niet is.
Staatssecretaris De Vries:
Het is natuurlijk allemaal hartstikke leuk, maar gisteren is er geen
genoegen mee genomen dat er alleen verwezen werd naar dit debat. Toen is
wel de discussie met minister Van Weel aangegaan. U weet dat wij allebei
hebben gezegd dat het kabinet in januari met een brief komt. Er zijn
vijf kinderen naar Nederland gehaald. We gaan bekijken wat daar de
resultaten … Nou ja, "de resultaten" klinkt een beetje lelijk. We hebben
natuurlijk ook 25 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de opbouw van de
capaciteit daar. We moeten ook kijken naar wat daarmee precies is
gebeurd. Ik ga nu inderdaad echt verwijzen naar die brief, want anders
ga ik hier lopen freewheelen en dat verdient het onderwerp niet.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
UNRWA vormt de ruggengraat van humanitaire hulp in Gaza en op de
Westelijke Jordaanoever. Ook Nederlandse humanitaire operaties,
inclusief die van de Dutch Relief Alliance, zijn afhankelijk van de
capaciteit van UNRWA. Dat horen wij van de organisaties waarvan de
staatssecretaris nu zegt dat die die hulp nu maar moeten gaan leveren.
We hebben UNRWA nodig om de humanitaire noden in Gaza te kunnen ledigen.
Erkent de staatssecretaris dat UNRWA die cruciale rol moet spelen?
Staatssecretaris De Vries:
UNRWA heeft zeker nog steeds een belangrijke rol. Dat is de reden dat er
ook in de begroting van 2026 geld naartoe gaat. Misschien verschillen we
daarover van mening, maar dat laat onverlet dat ik het voor de lange
termijn niet gezond vind dat er afhankelijkheid is van één organisatie.
Ik vind het dus heel goed dat er ingezet wordt op diversificatie. Dat is
ook waarom ik de amendementen heb ontraden. Het is uiteindelijk aan de
Kamer, maar het is niet de lijn van dit kabinet om het amendement dat
vorig jaar is aangenomen, nu opeens te gaan aanpassen.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
De staatssecretaris moet zich realiseren dat de Kamermeerderheid van het
amendement dat vorig jaar is aangenomen, niet meer bestaat. Er is nu een
Kamermeerderheid van mensen van partijen die toen tegen dat amendement
hebben gestemd. Het antwoord van de staatssecretaris is nu eigenlijk dat
UNRWA helemaal prima is, terwijl zij er net, in haar eerste blokje, toch
weer een beetje in meeging dat UNRWA problematisch zou zijn. Als we
kijken naar de situatie in Gaza en het feit dat de toegang van
noodorganisaties geblokkeerd wordt, zien we dat we UNRWA nodig hebben.
We hebben volledige steun voor UNRWA nodig. Ik wil de staatssecretaris
toch vragen om de bezuiniging op UNRWA, die afbouw, ongedaan te maken en
ervoor te zorgen dat we UNRWA steunen, juist omdat de Israëlische
overheid noodorganisaties de toegang ontzegt.
Staatssecretaris De Vries:
Ik begin volgens mij een beetje in herhaling te vallen. Inderdaad is
UNRWA nog steeds nodig. Daarom staat er ook geld voor UNRWA op deze
begroting. Vind ik dan dat we het amendement van Eerdmans en Stoffer
terug zouden moeten draaien? Nee, ik denk dat dit niet nodig is, omdat
ik het ook belangrijk vind dat we aan diversificatie doen. Ik wil ook
niet volledig mijn ogen sluiten voor bijvoorbeeld het Colonnarapport,
waarin aanbevelingen zijn gedaan over punten waarop het gewoon anders
moet. Als je kijkt naar de lesmaterialen, zijn daar echt nog wel stappen
te zetten door UNRWA. Ik vind ook dat het belangrijk is om niet meer
alleen maar daarvan afhankelijk te zijn. Is daarmee de rol van UNRWA
helemaal niets waard? Nee, zeker niet, zeker niet. Maar ik vind ook niet
dat we dat zo tegenover elkaar moeten zetten. Ik denk dat het belangrijk
is dat er humanitaire hulp in Gaza is en ik zou het heel gezond voor de
toekomst vinden dat we dat niet alleen maar via één organisatie
doen.
De voorzitter:
Afrondend op dit punt, mevrouw Kröger.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
De staatssecretaris gaat hier geheel voorbij aan de realiteit on the
ground in Gaza, waarbij de noodorganisaties waarover zij het heeft, die
de diversificatie van die hulp zouden moeten bieden, geen toegang
krijgen. Die roepen ons op: alsjeblieft, herstel de steun aan UNRWA. En
de staatssecretaris weigert dat, alsof er niks aan de hand is. Ik vind
dat uitermate teleurstellend. Inderdaad, dan is het aan de Kamer om in
meerderheid te spreken.
Staatssecretaris De Vries:
Ik vind het altijd wel ingewikkeld als woorden verdraaid worden. Ik heb
een aantal dingen over UNRWA gezegd. Ik heb gezegd dat UNRWA nodig is om
daar een aantal zaken te doen. Ik heb ook aangegeven dat ik het
belangrijk vind dat er diversificatie is, maar ik vind het ook
belangrijk — ik hoop dat ook andere partijen dat zien — dat er
natuurlijk een Colonnarapport is geweest, waarvan een aantal
aanbevelingen nog echt geïmplementeerd moeten worden door UNRWA. Wij
sturen erop dat dit zo snel mogelijk gaat. Ze zijn echt goede stappen
aan het zetten. Maar ik vind wel dat we daar ook oog voor moeten hebben.
Het belangrijkste voor mij is gewoon dat ik het heel ongezond vind dat
je maar van één partij afhankelijk bent om ergens humanitaire hulp te
leveren op deze manier. Ik blijf dus bij het ontraden van de beide
amendementen.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
We moeten deze discussie over UNRWA natuurlijk wel zien in het licht van
waar die is begonnen, namelijk met de verdachtmakingen door de
Israëlische regering dat er allerlei dingen mis zouden zijn en dat er
sprake zou zijn van terrorisme binnen UNRWA. Vervolgens is er een
onafhankelijk VN-onderzoek geweest waaruit blijkt dat er een aantal
stappen te zetten zijn. Maar voor al die verdachtmakingen heeft de
Israëlische regering nooit bewijs aangeleverd. Is het dan ook niet
vanuit eerherstel voor een VN-organisatie gepast als de Nederlandse
regering zegt: "De noden zijn heel hoog. Er waren verdachtmakingen en
toen hebben we die hulp stopgezet. Daar gaan we niet meer in mee en ook
in het kader van eerherstel gaan we de steun aan UNRWA hervatten"?
Staatssecretaris De Vries:
Kijk, je kunt zeggen dat er helemaal niks aan de hand is geweest, maar
er zijn natuurlijk wel dingen die aangepast moeten worden. In het
Colonnarapport zijn een groot aantal aanbevelingen gedaan over punten
waarop er aanpassingen moesten zijn bij UNRWA. Ze zijn goed bezig om die
te implementeren, maar zijn ze ermee klaar? Nee, dat zijn ze nog niet.
Maar dat is buiten het feit dat ik vind dat diversificatie gewoon een
belangrijk onderwerp is. Ik zie dan ook dat er een
amendement-Eerdmans/Stoffer door de Kamer is aangenomen om het af te
bouwen. UNRWA heeft nog zeker een rol en er staat ook nog geld op de
begroting, maar die diversificatie is voor ons echt cruciaal.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dat amendement was ook ingegeven door die verdachtmakingen, die
uiteindelijk niet blijken te kloppen. Geen enkele organisatie is
perfect, maar dat is heel wat anders dan dat je een organisatie onjuist
beschuldigt van terrorisme. Achteraf blijkt dat niet waar te zijn. Er
zijn weliswaar verbeterpunten op andere vlakken, waar UNRWA nu mee aan
de slag is. Maar dat is geen reden om de hulp stop te zetten. De
staatssecretaris zegt de hele tijd dat ze diversificatie belangrijk
vindt. Ze erkent in de beantwoording dat Gaza op dit moment afhankelijk
is van UNRWA, dat UNRWA een belangrijke rol speelt in het leveren van
humanitaire hulp en dat er nog geen alternatief is. Dan vraag ik me af
waarop de staatssecretaris baseert dat diversificatie op dit moment, nu
al die organisaties dus geen toegang krijgen tot Gaza, een belangrijker
argument is dan "er is nu geen alternatief voor de humanitaire noden in
Gaza". Waar baseert de staatssecretaris op dat diversificatie zo
belangrijk is?
Staatssecretaris De Vries:
Ik vind diversificatie belangrijk, omdat ik het heel kwetsbaar vind als
maar één organisatie bepaalde zaken in een gebied levert. Ik vind dat
gewoon geen gezonde situatie, of dat nu in Gaza is of ergens anders. Je
zit namelijk meteen met de handen in het haar als er een keer iets
gebeurt met zo'n organisatie. Wij hebben een genuanceerd verhaal
geschetst over wat er aan de hand is bij UNRWA. We hebben gekeken naar
het Colonnarapport. Daar zijn aanbevelingen uit voort gekomen, die ook
zo goed mogelijk geïmplementeerd worden door UNRWA op dit moment. Is men
daarmee klaar? Nee, daar is men nog niet mee klaar. Op een aantal punten
is het inderdaad noodzakelijk dat UNRWA een aantal dingen doet in Gaza.
We kunnen van mening verschillen over die diversificatie. Als u het
prima vindt om het aan één organisatie over te laten, dan is dat een
keuze. Dat is niet de keuze die eerder door de Kamer is gemaakt. Het kan
dat partijen daar misschien anders over denken, door alle informatie die
men nu heeft gekregen na het Colonnarapport et cetera en door hoe de
aanbevelingen worden geïmplementeerd, maar dit is de lijn van dit
kabinet.
De voorzitter:
Afrondend op dit punt.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Afrondend. Ik deel het beeld dat de staatssecretaris schetst helemaal
niet. Er zijn heel veel organisaties actief in Gaza voor humanitaire
hulp. UNRWA is niet zomaar een organisatie, het is een VN-organisatie.
Het is logisch dat zij een grote rol spelen. Ik hoor dat de
staatssecretaris zich toch nog laat leiden door de eerdere onjuist
gebleken verdachtmakingen richting UNRWA. Ik roep de Kamer vooral op om
hier een andere positie in te nemen en de hulp aan UNRWA te
hervatten.
Staatssecretaris De Vries:
Ik val in herhaling. Ik heb ook iets gezegd over het lesmateriaal dat
daar gebruikt wordt. Daar wordt door UNRWA aan gewerkt. Ik heb begrepen
dat het lesmateriaal voor het lager onderwijs inmiddels is verbeterd,
maar er zijn daar ook echt nog stappen te zetten. Ik denk dat dat ook
een belangrijk element is waar UNRWA nog vervolgstappen op moet zetten.
Ze willen daar ook vervolgstappen op zetten. Maar ik blijf het daarnaast
heel ongezond vinden dat er maar één organisatie is die daar bepaalde
dingen doet.
De heer Markuszower (PVV):
Als je naar het debat tussen mevrouw Teunissen en de staatssecretaris
luistert, dan lijkt het net of mevrouw Teunissen zegt dat er helemaal
niets aan de hand is met UNRWA. Het lijkt of de staatssecretaris zegt
dat er wel wat dingetjes uit een rapport naar voren kwamen, en dat ze
bezig zijn met lesmateriaal en met allemaal andere dingen. Ik wil toch
van deze staatssecretaris een wat hardere normering. Ik wil eventjes
terug naar wat UNRWA nou precies heeft gedaan en waarvan ze onder andere
worden beschuldigd. Op 7 oktober zijn duizenden terroristen vanuit Gaza
naar Israël gekomen. Ze hebben 1.200 mensen afgeslacht op de meest
beestachtige manier die wij ons niet eens kunnen voorstellen: er zijn
baby's levend verbrand, vrouwen dood verkracht en mannen onthoofd. Dat
is daar gebeurd. Er zijn ook nog 250 Israëli's ontvoerd. Die zijn
maandenlang in de donkere kelders en tunnels van Gaza verborgen
gehouden. Wie hebben dat onder anderen gedaan? Dat waren onder anderen
twaalf medewerkers van UNRWA. Tientallen medewerkers van UNRWA hebben
dat toegejuicht. Er is bewezen dat zij nauwe banden hebben met die
terroristen van Hamas, islam en jihad. Ik wil dat de staatssecretaris
gewoon duidelijk zegt: er waren niet een aantal dingetjes mis met UNRWA,
nee, bij UNRWA waren terroristen geïnfiltreerd en er zijn zelfs
medewerkers van UNRWA die Joodse baby's hebben verbrand in hun eigen
huis. Dat kan de staatssecretaris toch zeggen in plaats van "er moet nog
iets gedaan worden aan lesmateriaal" of zo?
Staatssecretaris De Vries:
Ik heb aangegeven dat er een aantal zaken zijn geconstateerd. Daar
hebben we het Colonnarapport voor gehad. Je kunt heel hard gaan roepen
dat het een terroristische organisatie is, maar dat gaat mij echt veel
en veel te ver. Ik had ook gehoopt dat de Kamerleden daar toen u aan het
woord was iets over zouden zeggen, zeker na het indienen van een motie
waarin staat dat ik mij daar wel over moet gaan uitspreken. Ik sluit
mijn ogen niet voor de dingen die fout gegaan zijn bij UNRWA, maar ik
hou me ook vast aan de feiten, namelijk dat er aanbevelingen zijn gedaan
en dat UNRWA ook echt niet blij is met de medewerkers die daarbij
betrokken zijn geweest. Dat was verschrikkelijk; dat weet iedereen. Ik
denk dat het iedereen die de beelden ziet aan het hart gaat. Maar ik
vind ook dat we goed moeten kijken naar de feiten. We hebben het
Colonnarapport gehad. We hebben aanbevelingen gehad. Ze zijn er nog niet
helemaal. We moeten ook constateren dat we op een aantal punten
inderdaad niet zonder UNRWA kunnen. Maar dat is wel waarom ik ook hecht
aan de diversificatie van organisaties die daar een rol in kunnen
spelen.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Er lopen een aantal dingen door elkaar. Dat gebeurt al twee jaar. Het is
goed om die feiten uit elkaar te houden. Er zijn twee rapporten
uitgekomen. We hebben het Colonnarapport, waarin een aantal zaken naar
boven zijn gekomen die voor verbetering vatbaar waren. Daarbij zijn de
gebeurtenissen rond 7 oktober expliciet niet meegenomen. Het
Colonnarapport is belangrijk, maar het omvat niet wat er op 7 oktober is
gebeurd. Een paar maanden later is een ander rapport uitgekomen, het
OIOS-rapport. Aan de hand daarvan zijn — uit mijn hoofd — negen
medewerkers door de VN ontslagen. Ze gingen er niet in detail op in,
maar wel vanwege hun betrokkenheid bij 7 oktober. Dat rapport had wél
betrekking op in ieder geval de gebeurtenissen op en rond 7 oktober. Dat
neemt niet weg dat UNRWA belangrijk is; misschien wel te belangrijk om
om te vallen. Dit is ook de reden waarom de ChristenUnie het amendement
van vorig jaar, om de betalingen te verlagen, niet heeft gesteund, omdat
de staatssecretaris destijds geen goed verhaal had over de
alternatieven. Ik ben het eens met de staatssecretaris over de
diversificatie, dus die lijn steun ik. Ik denk ook dat veel van de
problemen ermee te maken hebben dat één organisatie het VN-mandaat heeft
uit 1949 en dat dat kwetsbaar is. Maar er moet wel iets tegenover staan,
en dat amendement bood dat niet.
De voorzitter:
En uw vraag?
De heer Ceder (ChristenUnie):
Mijn vraag is ... Wij als ChristenUnie zullen ons opnieuw moeten buigen
over dit amendement. Aan de ene kant vinden wij dat diversificatie
belangrijk is. Aan de andere kant zien wij niet dat er pogingen gedaan
worden om dat mandaat te veranderen, dus dat er meer partijen betrokken
kunnen worden. Tja, dan wordt het een lastig verhaal, want zoals de
staatssecretaris zelf zegt, is UNRWA gewoon belangrijk voor de eerste
levensbehoeften. Ik vroeg mij dus af of de staatssecretaris naast het
ontraden van het amendement nog verdere plannen heeft om die
diversificatie ook echt vorm te geven, misschien wel door naar het
mandaat te kijken dat de UNRWA alleen heeft. Misschien zouden meer
partijen dit kunnen doen. Maar hoe ziet die diversificatie er dan
uit?
Staatssecretaris De Vries:
Op het laatste punt, dat van het mandaat, moet ik even terugkomen in de
tweede termijn. De middelen zijn natuurlijk wel nog steeds beschikbaar;
het is niet zo dat die niet meer voor Gaza beschikbaar zijn. Ik moet
even kijken hoe die besteed zijn de afgelopen tijd en hoe men daarnaar
kijkt. Daar kom ik ook even op terug in tweede termijn.
De heer Markuszower (PVV):
Kort, voorzitter. Wij vinden — en dat is al een paar keer gezegd — dat
je die hele ontwikkelingshulp moet ontmantelen en dat we ons geld, ons
duur verdiende belastinggeld, in Nederland moeten uitgeven. Er zijn
genoeg zielige kinderen in Nederland die ook onze hulp nodig hebben. Er
zijn genoeg zieke kinderen in Nederland die onze hulp nodig hebben. Er
zijn genoeg mensen die te veel pijn hebben als ze hun boodschappen
afrekenen. Maar er werd net gezegd of er werd net gedaan in dit debat
alsof er niet genoeg organisaties zijn die in de Gazastrook actief zijn.
Is de staatssecretaris bekend met de lijst van 24 organisaties die, as
we speak, hulp geven aan en binnen Gaza? En 24 is meer dan 1, dus in
mijn optiek is dat diversificatie. Maar ik herhaal wel: geeft u
alstublieft geen geld aan Gaza, en ook niet aan Timboektoe en ook niet
aan Afrika, maar houd het geld in Nederland.
Staatssecretaris De Vries:
Ik vind het altijd moeilijk om de mensen die hier niet kunnen rondkomen
en het slecht hebben tegenover mensen die het elders slecht hebben neer
te zetten. Ik zou even moeten kijken welke lijst dat is. Deze specifieke
lijst ken ik niet zo, maar dat zal dan vast aan mij liggen. U kent die
organisaties vast wel. Kijk, het punt is natuurlijk wel dat UNRWA ook
een ander type rol heeft als het bijvoorbeeld gaat om onderwijs en dat
soort zaken. Die is anders dan andere organisaties. Vandaar dat er nu
inderdaad nog steeds geld staat voor UNRWA, ook in het amendement van de
heer Eerdmans en de heer Stoffer, om daar ook voor volgend jaar toch nog
een bedrag voor beschikbaar te stellen.
De voorzitter:
Gaat u verder met het volgende blokje.
Staatssecretaris De Vries:
Ja. Dat zijn de maatschappelijke organisaties. Er wordt gezegd: het
kabinet verbiedt maatschappelijke organisaties om met overheidssteun te
lobbyen; ze willen kritiek smoren; "democratische legitimiteit". Dat
zijn hele zware woorden. Laat ik vooropstellen dat maatschappelijke
organisaties belangrijk zijn voor een goed functionerende democratie. En
als ngo's willen lobbyen richting de Nederlandse politiek, dan kan dat,
dan mag dat, dan is dat prima, maar dan niet met subsidie van de
Nederlandse overheid. Ik heb dat ook toegelicht in de brief van 9
januari. Er is nog steeds wel heel veel subsidiabel onder dat
Focus-beleidskader. Anderen zullen daar misschien weer over denken dat
dat teveel is. Ik denk dat dat ook belangrijk is. Ik heb in de brief ook
uiteengezet wat het betekent als er een andere keuze wordt gemaakt voor
het instrument Schone en eerlijke handel. Ik ben er geen voorstander van
en het kabinet is er geen voorstander van om lobby te financieren. Dat
is de reden waarom ik de uitvoering van de motie naast mij neergelegd
heb, en ook vanwege de vertraging die het voor het beleidskader Schone
en eerlijke handel zou betekenen. Maar ik laat mij niet in de mond
leggen dat wij organisaties verbieden om te lobbyen. Dat mogen ze en dat
kunnen ze ook prima uit eigen zak doen, zoals ze ook een aantal
rechtszaken tegen de Rijksoverheid betalen. Ik denk dat het verschil van
mening 'm erin zit of je vindt dat dat subsidiabel moet zijn. We doen
het natuurlijk voor heel veel andere bedrijven en organisaties ook
niet.
De voorzitter:
U kijkt de Kamer rond alsof u klaar bent met dit blokje.
Staatssecretaris De Vries:
Ja.
De voorzitter:
Dat klopt. Dat geeft aanleiding tot een vraag. Mevrouw Kröger, gaat uw
gang.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik denk dat we allemaal met heel veel zorgen kijken naar de overkant van
de oceaan, waar een ondemocratische wind waait. Maar we moeten niet
naïef zijn, want die wind waait hier in Nederland ook. Dat is tekenend
in het antwoord van de staatssecretaris, en daarbij gaat het niet alleen
om de inhoud. Maatschappelijke organisaties, civil society, hebben een
ongelofelijk belangrijke rol. Zij kunnen de stem zijn die laat horen wat
de impact is van programma's die wij hier maken. We zitten hier in Den
Haag dingen te bedenken, maar hoe pakken die uit in de landen in Afrika
waar ze daadwerkelijk worden uitgevoerd? Die stem kan hier nu niet meer
op dezelfde manier klinken. Het is wat mij betreft ook echt stuitend hoe
deze staatssecretaris, met 26 zetels steun van de Kamer, nu gewoon twee
aangenomen Kamermoties naast zich neerlegt. Ik wil de staatssecretaris
toch nogmaals oprecht verzoeken om zich te verhouden tot deze
Kamermeerderheid.
Staatssecretaris De Vries:
Ik weet niet of het helpt bij mijn beoordeling van voorstellen als mij
heel, heel erge beschuldigingen in de schoenen worden geschoven. Ik ben
daar echt wel boos over. "Ondemocratisch", "we doen hetzelfde als in
andere landen gebeurt": ik vind dat echt ... Ik ben begonnen met te
zeggen hoe belangrijk ik maatschappelijke organisaties vind. Ik ben
begonnen met te zeggen dat het prima is dat organisaties en ngo's
lobbyen richting de Nederlandse politiek. De vraag is: moet dat betaald
en gefinancierd worden vanuit de Rijksoverheid?
Er is echt nog heel veel mogelijk onder het beleidskader Focus. Denk ook
aan het instrument Schone en eerlijke handel, de dialoog tussen
overheid, bedrijven en ngo's binnen convenanten, platforms en andere
stakeholdersinitiatieven. Ook is beleidsbeïnvloeding subsidiabel in
ontwikkelingslanden zelf, in de regio en op internationaal niveau,
conform de motie van mevrouw Dobbe, die medio vorig jaar is aangenomen.
Toen is er overigens ook een motie aangenomen, moet ik erbij zeggen, om
dat nationaal niet te doen. Daarna zijn er inderdaad andere moties
aangenomen, maar ik laat mij echt niet in de schoenen schuiven — daar
ben ik echt wel narrig en eigenlijk heel boos over — dat we nu opeens
ondemocratisch zijn. Het staat partijen nog steeds vrij om te lobbyen
richting de politiek. Er wordt heel veel mogelijk gemaakt om in een
dialoog tussen overheid en bedrijven dat geluid gewoon te laten horen.
Ik laat mij niet aanmeten dat dat allemaal ondemocratisch is.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
We hebben de afgelopen twee jaar in een kabinet met de PVV gezien hoe
maatschappelijke organisaties structureel in de hoek gedreven werden. Er
werd gezegd: ze moeten geen toegang tot de rechter meer hebben in
bepaalde gevallen. Er werd getornd aan hun mogelijkheden om aan
beleidsbeïnvloeding richting Kamerleden te doen. Dat doe je namelijk op
het moment dat je een subsidie terugdraait. Dat is een manier van kijken
naar maatschappelijke organisaties die wat mij betreft draait om het in
de kiem smoren van kritiek. Een zelfverzekerde overheid is niet bang
voor een kritisch tegengeluid. Dat is jaren- en jarenlang het beleid
geweest, ook onder VVD-bewindspersonen. Nu hebben we een demissionaire
VVD-staatssecretaris die gewoon PVV-beleid uitvoert en de wens van de
Kamer negeert. Wat is daar de democratische legitimiteit van?
Staatssecretaris De Vries:
Ik probeer helemaal niet de kritiek in de kiem te smoren. Ik vind
kritiek ook gezond. Dat is prima. De vraag is alleen: wat is de rol van
de overheid en moet het subsidiabel zijn of niet? Ik voer geen
PVV-beleid uit; ik voer beleid uit dat het kabinet in gang heeft gezet.
De VVD, mijn partij, is ook van die lijn en heeft die moties niet
gesteund. Ik vind het hele zware beschuldigingen en ik werp ze echt
verre van me. Ik vind kritiek en maatschappelijke organisaties
belangrijk. Het gaat erom of ze het uit eigen zak moeten betalen — ze
hebben die eigen middelen — of dat de overheid daar subsidie voor moet
geven.
De voorzitter:
Ik ben even de volgorde kwijt, excuses. De heer Bamenga.
De heer Bamenga (D66):
Wat wij hier natuurlijk bespreken in de begroting, geeft ook duiding aan
wat wij belangrijk vinden in de maatschappij. Die maatschappelijke
organisaties zijn heel erg belangrijk. Ook hun stem zou gehoord moeten
worden. Iedere keer als wij hier een rondetafelgesprek organiseren,
vragen wij hen erbij, juist omdat wij willen weten wat er speelt op
allerlei gebieden. Zeker als het gaat om dit onderwerp. Wij vinden het
dus belangrijk dat wij die stem horen en dat de budgetten die wij hier
verdelen, ook daarnaartoe gaan. Daarom wil ik graag aan de
staatssecretaris vragen, los van dit onderwerp, hoe zij zelf reflecteert
op het feit dat zij tot twee keer toe een aangenomen motie gewoon niet
uitvoert.
Staatssecretaris De Vries:
Er is medio vorig jaar ook een motie verworpen die hierom vroeg. Ik heb
bij de laatste motie, waarvan ik inhoudelijk nog steeds vind dat we het
niet moeten doen, ook aangegeven dat het leidt tot vertraging. Dat vind
ik helemaal onwenselijk. Ik vind het een belangrijk beleidskader, zeker
ook Schone en eerlijke handel.
Het staat al die partijen vrij om naar de Tweede Kamer te komen en met
politici in gesprek te gaan. U mag daarheen gaan. Er is niets dat iemand
daarvan weerhoudt. Ik laat mij niet aanleunen dat wij dat zouden
verhinderen. Daar ben ik niet bang voor. Dat gebeurt, dat gaat nog
steeds gebeuren en het is ook goed dat dat gebeurt.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik heb gisteren in mijn maidenspeech nog aangegeven dat ik graag de
praktijk met de politiek wil verbinden. De meeste maatschappelijke
organisaties hebben wel echt moeite om aan "vrij geld" te komen, juist
omdat het eigenlijk allemaal gebonden hulp is. Ook mijn fractie hecht
erg aan de uitvoering van die motie. Volgens mij is het ook veel slimmer
om het nu te regelen, omdat het subsidiekader Schone en eerlijke handel
nog niet is gepubliceerd. Nu kunnen we het nog rechtzetten voor dit
specifieke kader. Wij hebben als indieners juist besloten om het niet
groter te maken. Ik heb het nog even nagekeken. Het gaat om wijziging
van de SRBZ. Dat betekent inderdaad dat dat kader gewijzigd moet worden,
maar het gaat letterlijk om één zin, die eruit moet. Ik kan me ook
voorstellen dat in het subsidiekader Schone en eerlijke handel een of
twee alinea's erbij moeten. Dat zal ongetwijfeld een paar weken
vertraging opleveren, maar mijn vraag aan de staatssecretaris is: is het
niet gewoon veel slimmer om het nu te regelen in plaats van dat wij het
straks achteraf moeten corrigeren?
Staatssecretaris De Vries:
Ik heb natuurlijk niet voor niks een aantal oordelen gegeven over de
motie en aangegeven wat we met die motie gaan doen. Ik heb overigens van
de ambtelijke organisatie begrepen dat het kader al naar de
Staatscourant is. Het zou 19 januari gepubliceerd worden. Daar kan ik in
tweede termijn wel iets meer over zeggen. Ik ga ook uit van de
informatie die de organisatie mij geeft, namelijk dat het inderdaad
vertraging gaat opleveren en dat het kader dan niet kan worden ingevoerd
per 1 juli. Dat is dan een keuze die de betrokken partijen maar moeten
maken. Ik zou dat heel slecht vinden, nog afgezien van het feit dat ik
er gewoon geen voorstander van ben om lobby op deze manier subsidiabel
te maken. Er zijn echt genoeg organisaties die eigen inkomsten hebben.
Dat geldt voor de meeste organisaties die ik ken. Dat vragen wij in een
aantal gevallen natuurlijk ook van de organisaties, omdat we vinden dat
ze ook niet alleen afhankelijk zouden moeten zijn van de overheid.
Uiteindelijk is dat de lijn van dit kabinet.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik zou het volgende toch willen vragen. Wij hebben als indieners
natuurlijk ook hierover gesproken. We hebben al eerder aangegeven dat
dit subsidiekader wat ons betreft veel eerder gepubliceerd had moeten
worden. Die paar weken kunnen er, helaas, ook nog wel bij. Wat ons
betreft wordt er, graag, nog een keer naar die motie gekeken. Die paar
weken vertraging nemen we dan maar voor lief.
Staatssecretaris De Vries:
Ik ga volgens mij in herhaling vallen.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik probeer even de redenering van de staatssecretaris te volgen. Als wij
in het verleden gaan kijken, gaan spitten in alle ingediende moties,
vinden we ook verworpen moties die hetzelfde vragen als het beleid dat
deze staatssecrvetaris nu uitvoert, dan begrijp ik dat de
staatssecretaris de conclusie trekt dat ze haar beleid gaat wijzigen
omdat er in het verleden moties zijn verworpen. Het gaat even om de
redenering, want dat is de redenering die deze staatssecretaris toepast.
De feiten die hier liggen ... Voorzitter, ik was nog niet klaar. Het
feit dat hier ligt, is dat er op 10 december, vlak voor het reces, en
daarvoor ook al, een motie is aangenomen. De Kamer heeft zich
uitgesproken om dit te doen. De staatssecretaris doet net alsof het heel
onduidelijk is wat de Kamer wil, maar dat is gewoon niet waar. Waarom
schetst deze staatssecretaris het alsof er heel veel onduidelijkheid is?
Zou ze de motie misschien nog een keer willen lezen en zou ze aan ons
willen uitleggen wat er precies onduidelijk is aan de op 10 december
aangenomen motie?
Staatssecretaris De Vries:
Ik heb alleen een aantal feiten ... Volgens mij zijn de twee moties van
mevrouw Dobbe ingediend op het moment dat het kader gepresenteerd is.
Toen was ik hier geen bewindspersoon. Met de uitkomsten gaat de
ambtelijke organisatie natuurlijk aan de slag en volgt er overleg en
komen er consultaties et cetera, et cetera. Die motie is mij helder; ik
hoef die niet nog een keertje te lezen. Dit kabinet is gewoon van mening
dat lobby daarin niet subsidiabel zou moeten zijn. Ik kan er niet meer
van maken.
Mevrouw Dobbe (SP):
Maar dan moet de staatssecretaris niet net doen alsof de Kamer een soort
onduidelijke uitspraak heeft gedaan, want dat is gewoon een valse
voorstelling van zaken. Volgens mij is de Kamer heel duidelijk geweest,
tot tweemaal toe, met de laatste keer op 10 december, in wat de Kamer
wil dat deze staatssecretaris doet. Dat weigert deze staatssecretaris
uit te voeren en dat is gewoon heel kwalijk. Mijn vraag is dan ook:
beseft deze staatssecretaris dat dit gevolgen heeft? Ze doet namelijk
net alsof het geen gevolgen heeft. Het heeft gevolgen voor zaken die
deze staatssecretaris zegt heel belangrijk te vinden, bijvoorbeeld
vrouwenrechten. Daarvan is de post al uit de begroting gesloopt.
Vervolgens moeten die organisaties zelf op de een of andere manier de
kosten ophoesten om ons te kunnen vertellen wat de gevolgen zijn van het
beleid dat wij hier voeren. Die gevolgen zijn enorm. Maar zij kunnen dat
nu niet meer doen, want daar hebben zij het geld niet meer voor. Zij
hebben daar het geld niet meer voor en deze staatssecretaris doet net
alsof het allemaal niet uitmaakt omdat ze allemaal zakken vol met geld
hebben en het allemaal wel uit eigen zak kunnen betalen. Maar dat is
niet zo. Erkent de staatssecretaris dat?
Staatssecretaris De Vries:
Op dat laatste punt: volgens mij kan er nog prima contact zijn tussen de
politiek en ngo's. Ik denk dat dat niet het probleem is. Ik heb alleen
geschetst welke moties er wel en niet aangenomen zijn. De organisatie
begint op basis van moties die aangenomen zijn en die door het kabinet
omarmd zijn. Wat betreft het internationale wordt de organisatie aan het
werk gezet. Ik moet eerlijk zeggen dat er hier wel met twee maten wordt
gemeten. Mij wordt nu verweten dat ik een lijstje met moties heb en dat
de laatste motie omtrent het bni die verworpen is, helemaal niks waard
is. Ik zou zeggen: kijk dan ook even naar die redenering vanuit de
SP.
De voorzitter:
Mevrouw Dobbe, dit is uw laatste interruptie.
Mevrouw Dobbe (SP):
Het is gewoon een beetje flauw wat deze staatssecretaris doet. Deze
staatssecretaris heeft telkens, bij elk debat dat hierover gaat, het
beeld geschetst dat de Kamer een onduidelijk signaal heeft gegeven. Er
moet gewoon een heel duidelijke erkenning door deze staatssecretaris
zijn dat het heel helder is wat deze Kamer vraagt en dat deze
staatssecretaris dat weigert uit te voeren. Zij weigert ook te erkennen
dat dit grote gevolgen heeft voor maatschappelijke organisaties. Ik hoop
dus echt dat deze Kamer deze staatssecretaris op een andere manier de
goede richting in kan duwen, want dit is gewoon niet het debat op een
eerlijke manier voeren. Dit is geen eerlijke voorstelling van zaken.
Staatssecretaris De Vries:
Volgens mij heb ik helemaal niet gezegd dat ik niet goed begrepen heb
wat de Kamermotie heeft aangegeven. Ik heb ook in de brief van 9 januari
aangegeven wat daarin de afwegingen zijn geweest, ook wat betreft het
punt van de vertraging. Dat is blijkbaar iets wat de Kamer niet
interesseert. Ik vind dat wel heel belangrijk. Ik vind het wel een
beetje flauw dat nu ... Dan kan ik ook zeggen, en ik heb helemaal geen
zin om die kant op te gaan, dat dat bij het bni ook het geval is.
Daarover is ook een motie verworpen die zegt graag naar 0,7% te willen.
Die wordt genegeerd door de hele Kamer. Ik heb daar eigenlijk niet zo
heel veel zin in. Ik vind het belangrijk dat ngo's en het
maatschappelijk middenveld zich nog steeds nadrukkelijk kunnen
uitspreken en contact kunnen hebben met de politiek. Er is helemaal
niets wat daaraan in de weg staat. De vraag is: vind je dat de overheid
dat moet financieren? Het kabinet vindt dat niet. Het signaal dat de
Kamer heeft gegeven, is ook helder; in meerderheid overigens, niet alle
partijen.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik weet niet of ik het net helemaal goed proefde, maar ik proefde bij de
staatssecretaris een klein beetje ruimte om er nog eens over na te
denken, misschien in consultatie met de ambtenaren. Mijn vraag is of we
daar even tijd voor moeten geven.
De voorzitter:
Wij doen hier nu geen voorstel tot schorsing. Er is altijd nog een
tweede termijn. U heeft uw gevoel gedeeld met de staatssecretaris. Daar
kan ze op reageren.
Staatssecretaris De Vries:
Ik heb volgens mij gezegd dat het stuk al naar de Staatscourant is
gestuurd. Volgens mij is het zelfs al rond. Maar goed, daar wil ik in de
tweede termijn nog even bij u op terugkomen. Dat wil niet zeggen dat ik
dan tot een andere mening kom over het wel of niet subsidiëren. U kunt
wel zeggen dat het om een paar weken gaat, maar ik vind dat we eerlijk
en duidelijk moeten zijn dat er dan vertraging optreedt voor dit kader.
Dat wil het kabinet niet.
De voorzitter:
Mevrouw Kröger, uw laatste interruptie.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
De Kamer is duidelijk geweest, maar niet alleen de Kamer. Ook 150
maatschappelijke organisaties hebben zich uitgesproken. Dat zijn precies
de organisaties die zelf ook gebruik zouden kunnen maken van dit
subsidiekader. Ook zij zeggen dat het cruciaal is dat het
maatschappelijk middenveld de ruimte krijgt en niet beknot wordt. De
staatssecretaris zegt: ik beknot niemand. Maar als het niet de intentie
is om een van de organisaties te beknotten, waarom zou je dan toch de
wens van de Kamer op deze manier negeren? Gisteren gaf de heer Van der
Burg van de VVD in een interruptiedebat duidelijk aan dat hij als
Kamerlid vindt dat een staatssecretaris moties zou moeten uitvoeren,
maar dat amendementen uitgevoerd móéten worden. Ik proef geen beweging
bij de staatssecretaris. Daarom hebben wij een amendement voorbereid dat
we zullen indienen met brede ondertekening, met een meerderheid van deze
Kamer. Via dit amendement wordt in de wet geregeld dat maatschappelijke
organisaties wel degelijk binnen het subsidiekader aan
beleidsbeïnvloeding kunnen doen.
Staatssecretaris De Vries:
Ik ken het amendement nog niet, dus ik kan er nu niet op reageren. Ik
wil echt verre van mij werpen dat wij partijen zouden beknotten of dat
wij niet zouden willen dat mensen mogen lobbyen. Het gaat erom of je dat
subsidiabel wil laten zijn onder dit beleidskader. Ik geef het liever
via dit beleidskader uit aan de andere zaken die wél mogelijk zijn onder
dit beleidskader. Dat is ook het standpunt van het kabinet.
De voorzitter:
Gaat u verder met het volgende blokje.
Staatssecretaris De Vries:
Het blokje vrouwen, meisjes, kwetsbare groepen en christenen. Dat is
misschien een beetje een rare combinatie, maar goed. Laat ik maar gewoon
beginnen met de vraag van D66. Die ging voornamelijk over onderwijs.
Onderwijs is natuurlijk belangrijk. U weet ook dat wij keuzes hebben
moeten maken. Je kunt dan van alles een beetje doen of je kunt zeggen
dat we gaan focussen op een aantal prioriteiten waar wij aan willen
geven. Het is niet zo dat er helemaal niks meer gebeurt op dat vlak. We
blijven binnen de beschikbare financiële kaders gericht inzetten op
beroepsonderwijs, hoger onderwijs en vaardigheden. Dit doen we waar dit
aantoonbaar bijdraagt aan onze prioriteiten, zoals handel, economie en
werkgelegenheid. Concreet zetten we in vijf landen — Marokko, Egypte,
Zuid-Afrika, Nigeria en Indonesië — in op beter opgeleide werknemers in
sectoren die van belang zijn, via capaciteitsversterking, training,
opleidingsinstituten et cetera. Het is dus niet meer een apart
aandachtspunt, maar het komt zeker terug bij andere programma's die wij
ook belangrijk vinden. Het is dus meer dat het daardoorheen snijdend
aandacht krijgt waar wij denken dat het aantoonbaar belangrijk is.
Dan hadden de heer Stoffer van de SGP en de heer Ceder van de
ChristenUnie een vraag over het Focus-instrument en de aanpak van de
christenvervolging. Er werd ook gerefereerd aan de uitkomst van een
nieuw onderzoek. Het zijn natuurlijk zorgelijke zaken die daaruit naar
voren komen. Dat geldt overigens voor alle vervolgden, niet alleen voor
de christenvervolging. U heeft eerder een motie ingediend die opriep om
binnen het mensenrechtenbeleid hierover jaarlijks te informeren. Binnen
het Focus-instrument Beschermen en promoten van mensenrechten en
fundamentele vrijheden, dat een totaal budget heeft van 85 miljoen,
wordt voor circa 35 miljoen euro ingezet op vrijheid van religie en
levensovertuiging. Binnen dat kader is er hier aandacht voor.
Ik heb zonet al iets aangegeven over wat er ter discussie staat. Dit is
een beleidskader dat nieuw beleid betreft. Op het moment dat de
begroting niet zou worden aangenomen, kan dit beleid niet uitgevoerd
worden. Wij vinden dit een belangrijk onderdeel. Ik denk ook dat het
goed is dat we er geld voor beschikbaar stellen.
Ik zag een schijnbeweging.
De voorzitter:
De schijnbewegingen komen pas als u het blokje heeft afgerond. Gaat u
dus rustig maar met snelheid verder.
Staatssecretaris De Vries:
De heer Stoffer van de SGP gaf aan dat jongerenwerkgelegenheid niet
langer prioritair is, maar dat het wel een dwarsdoorsnijdende plek kan
krijgen zoals mijn voorganger minister Klever heeft aangegeven. Vanuit
handelsbelangen investeert Nederland in jong ondernemerschap en handel.
Het afgelopen jaar hebben we het lokale mkb helpen groeien met
programma's als Orange Corners, het Challenge Fund for Youth Employment
en het Dutch Good Growth Fund. Tegelijkertijd ontwikkelen we via
onderwijs- en vaardigheidsprogramma's het talent dat Nederlandse
bedrijven in bijvoorbeeld Nigeria, Egypte en Indonesië nodig hebben voor
sectoren als water en voedsel. In het kader van PROSPECTS kijken we naar
de perspectieven van jonge vluchtelingen die in de regio worden
opgevangen, bijvoorbeeld naar onderwijs- en werkgelegenheidsprogramma's
om te bezien hoe we ook daar meer kansen kunnen bieden.
Ik heb dit zelf kunnen en mogen zien in Ethiopië. Het was mooi om te
zien dat daar met heel kleine middelen echt meer perspectief wordt
geboden aan teruggekeerde vluchtelingen die de reis hadden geprobeerd te
maken. Zo kan hun een toekomst worden geboden en kunnen zij hun gezin en
familie onderhouden. Ik denk dat dat een mooi voorbeeld is.
Meerdere partijen hebben gesproken over de positie van vrouwen en
meisjes. Er wordt dan altijd direct gewezen naar het geld dat in de
begroting staat als een soort afgeschermd stukje waar een hek omheen
staat. Wij zien het echter als een van de belangrijke dwarsdoorsnijdende
thema's bij heel veel van de programma's. Het kabinet blijft zich
inzetten voor vrouwen en meisjes en voor hun rechten. Dit doen we ten
eerste door diplomatie, ten tweede door directe financiering van
activiteiten voor vrouwenrechten en door de belangen en behoeften van
vrouwen en meisjes integraal mee te nemen in het BHO-beleid.
We zien inderdaad dat vrouwen en meisjes vaak heel kwetsbaar zijn, zeker
in conflictgebieden. Het kabinet heeft 210 miljoen euro beschikbaar
gesteld voor vrouwenrechten en gendergelijkheid binnen het beleidskader
Focus voor de periode 2026-2030. Dat is nog even buiten … We geven
natuurlijk via flexibele financiering heel veel geld aan allerlei
organisaties die kijken naar de meest urgente noden. Ook daar zijn
natuurlijk — helaas, eigenlijk — meisjes, vrouwen en andere kwetsbare
groepen de belangrijkste doelgroep waarvoor men zich inzet. Ook dat
blijft mogelijk in het nieuwe beleidskader.
In het verlengde van het punt over de vrouwenrechten stelde mevrouw
Dobbe een vraag over de vrouwen in Iran. Het is, denk ik,
bewonderenswaardig hoe vrouwen daar zich uitspreken. Zij hebben een heel
moeilijke positie in een land als Iran. Er wordt natuurlijk wel op
ingezet; zij verdienen steun. U heeft kunnen lezen dat de minister van
Buitenlandse Zaken de ambassadeur al heeft ontboden. Er worden nog wel
projecten gedaan, maar we kunnen om veiligheidsredenen niet aangeven wat
wij specifiek in Iran doen. Helaas, eigenlijk, maar goed, uiteindelijk
gaat het om het doel dat we willen bereiken.
Kamerleden van Volt, ChristenUnie en SGP hebben gevraagd naar de
kinderen. Ik heb zonet al iets gezegd over groepen kwetsbare meisjes,
maar wat ik zei, geldt eigenlijk voor alle kinderen in conflictgebieden.
Ik denk dat het heel belangrijk is dat we daar echt aandacht voor hebben
en goed kijken of we hen bereiken. Dat doen we in principe via UNICEF,
de Max Foundation, War Child en Save the Children en via andere
flexibele financiering die ook ten goede komt aan kinderen in nood. Er
zijn ook specifieke programma's met aandacht voor kinderen, zoals die
van UNICEF en de Max Foundation, die direct bijdragen aan de gezondheid
van kinderen via voedselzekerheid en toegang tot water, sanitatie en
hygiëne. Ik denk dat dat belangrijk is en ook noodzakelijk is.
Dat was dit blokje, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan kijk ik even de Kamer rond of dit aanleiding geeft tot
vragen. Zo niet, gaat u verder met uw laatste blokje. Ik vraag de heer
Dassen toch om wat eerder in beweging te komen. Gaat uw gang.
De heer Dassen (Volt):
Excuus, voorzitter. Ik heb nog een vraag over wat de staatssecretaris
net aangeeft. Ik ben het natuurlijk helemaal met haar eens over het
belang van kinderen, dat we daar met elkaar goed voor moeten opkomen. De
vraag die ik had gesteld is of we dat niet binnen de verschillende
beleidsprioriteiten nog beter kunnen waarborgen. De staatssecretaris
noemt net enkele manieren waarop dat gedaan wordt, maar ze gaat niet
specifiek in op de verschillende beleidsprioriteiten die we daarbij
hebben. Mijn vraag is of daar meer aandacht voor kan zijn.
Staatssecretaris De Vries:
De basis van het beleid dat in gang is gezet — ik denk dat dat een goede
is en dat krijgen we ook terug van heel veel
ontwikkelingshulporganisaties — is dat we juist die flexibele
financiering geven. We vragen ze daarbij — daar geven we ze ook het
vertrouwen — om naar de urgentste noden te kijken. Ik hoor veel terug
dat dat inderdaad vooral vrouwen en meisjes en ook kinderen zijn. Als je
dat nu weer met een hekje apart zet, denk ik: die kinderen zijn ook
onderdeel van een familie. Je wilt ook dat er werk komt, dat er
economische ontwikkeling komt en dat mensen weer in hun eigen onderhoud
kunnen voorzien. Ik vind het belangrijk dat er specifieke aandacht voor
is. Daar hebben we ook die programma's voor. Dat heb ik ook aangegeven:
UNICEF, War Child, Save the Children. Die geven natuurlijk specifieke
aandacht aan de kinderen. Dus ik denk dat we dat al doen en dat ook de
organisaties — ik denk dat mensen meeluisteren — heel nadrukkelijk
beseffen dat de zwaksten in de samenleving vaak de kinderen, de meisjes
en de vrouwen zijn, zeker in conflictgebieden.
De heer Dassen (Volt):
Helemaal eens. Zeker als je het hebt over een preventieve werking, is
het natuurlijk heel belangrijk om daarop in te zetten. Ik snap wat de
staatssecretaris zegt over de afbakening van bepaalde financiële
middelen, ook ten aanzien van gezinnen. Daar gaat mijn vraagstelling ook
niet helemaal over. Die gaat meer over hoe we ervoor zorgen dat we
voldoende aandacht hebben voor het kind in de verschillende
beleidsprioriteiten die vanuit de regering gezet worden. Daar gaat mijn
vraag eigenlijk over. Zouden we niet juist voor de meest kwetsbaren en
in dat geval dus ook voor kinderen, meer aandacht moeten hebben in die
verschillende beleidsprioriteiten?
Staatssecretaris De Vries:
Ik ben nog wat zoekende. Kinderen zijn niet alleen maar de kwetsbaren in
een conflictgebied. Misschien dat we urgente noden niet altijd goed
uitleggen. Ik denk dat de kinderen, de vrouwen en de meisjes daar juist
van profiteren, omdat daar de noden het grootst zijn en dat beseffen de
organisaties die die flexibele financiering krijgen ook als geen ander
volgens mij. Dus volgens mij verschillen wij niet zo van mening. Ik ben
een beetje zoekende naar wat u dan precies zou willen. Ik heb het
vertrouwen in de hulporganisaties dat ze echt voldoende aandacht voor
zeker de kinderen hebben, maar ook voor vrouwen en meisjes. Het is dus
een beetje zoeken wat dan nog extra geregeld zou moeten worden. Ik wil
niet een soort hekje ergens omheen zetten, zeg maar. In de gesprekken
die we hebben, kunnen we natuurlijk altijd aandacht vragen voor de
kwetsbare groepen en daarbij ook de kinderen noemen, maar ik zou het wel
heel smal vinden als we dan alleen voor de kinderen zeg maar een … Ik
denk dat wij juist geprezen worden door heel veel andere landen en ook
door de hulporganisaties, omdat die juist blij zijn met die flexibele
financiering. Daarmee kunnen zij snel en gericht ook met heel veel
lokale partijen kijken hoe ze mensen die in nood zijn, kunnen helpen. En
daar zitten natuurlijk ook kinderen bij, helaas.
De voorzitter:
Kort en afrondend.
De heer Dassen (Volt):
Ik denk dat de staatssecretaris en ik misschien niet zo heel ver uit
elkaar liggen. Het gaat mij er meer om dat in de ontwikkeling van die
beleidsprioriteiten de aandacht voor het kind goed gewaarborgd is, omdat
een heel grote groep van de mensen wereldwijd die in die situatie
zitten, kinderen zijn. Ik ben van mening dat dat wellicht nog wat
scherper zou kunnen in die ontwikkeling. Ik heb het idee dat de
staatssecretaris daar best positief tegenover staat, dus dat we elkaar
daar ook misschien nu wel kunnen vinden als de staatssecretaris
aangeeft: ik wil wel kijken hoe we dat nog beter kunnen borgen.
Staatssecretaris De Vries:
Ik kan daar aandacht voor vragen in een gesprek, natuurlijk met de
betreffende organisaties. Ik ben alleen een beetje bang dat we het zo
gaan afbakenen dat er geen flexibiliteit meer is, want er zijn allemaal
groepen, zoals vrouwen en christenen, die heel veel problemen en ellende
ervaren. Ik ben dus een beetje bang dat wij hier gaan zeggen "dat is de
urgentste nood", terwijl ik hun specialisme, expertise en kunde
eigenlijk het allerbelangrijkst vind. Ik vind het belangrijk dat zij
kunnen bekijken ... Ik vind het belangrijk dat dat geld op een goede
plek terechtkomt, op de plek waar het het meest nodig is. Ik denk dat we
het geld dan het doelmatigst besteden. Ik denk inderdaad niet dat we
heel veel uit elkaar zitten. Ik denk dus dat we eigenlijk wel hetzelfde
willen, maar ik wil zeg maar geen hekjes om groepen gaan zetten.
De voorzitter:
Nee, meneer Dassen, ik doe drie ...
De heer Dassen (Volt):
Ik hoor de staatssecretaris toezeggen dat ...
De voorzitter:
Meneer Dassen, als u door mij heen gaat praten, wordt het een heel lange
avond. Ik heb drie interrupties per blokje afgesproken. Dat hebben we nu
gedaan. Ik ga zo meteen heel kort schorsen, voordat wij direct doorgaan
naar de tweede termijn. U kunt de staatssecretaris wellicht nog even
spreken tussen de bedrijven door, maar ik ga niet nog een interruptie op
dit punt toestaan. Dat doe ik echt niet. U mag straks een heel nieuw
punt maken, maar wees niet creatief door het oude er weer in te
fietsen.
De heer Dassen (Volt):
Dan maak ik een punt van orde, een verzoek richting u als voorzitter. De
staatssecretaris begon het antwoord met te zeggen dat ze toewerkte naar
een toezegging. Vervolgens nam ze een zijstapje om in haar gedachten nog
iets verder te gaan, waardoor ze van het pad van de toezegging af ging.
Daar wilde ik nog even op doorvragen. Mijn vraag aan u, voorzitter, is
dus om daarop te letten en de staatssecretaris misschien nog even te
helpen om tot die toezegging te komen. Dat scheelt namelijk ook weer
moties op het einde.
De voorzitter:
Ik ga niet in deze interpretatiediscussie komen. Ik ga de
staatssecretaris nu het laatste blokje laten afronden. De heer Dassen
...
Staatssecretaris De Vries:
Ik ga even kijken of wij elkaar straks in de tweede termijn ergens
kunnen vinden.
De voorzitter:
Het zou ook helpen als de staatssecretaris niet door de voorzitter heen
praat. De heer Dassen heeft ook nog een tweede termijn. Daar zie ik nog
genoeg kansen. Het woord is aan de staatssecretaris voor het laatste
blokje.
Staatssecretaris De Vries:
Het laatste blokje, met één vraag van mevrouw Van Ark van het CDA. Die
vraag gaat over het internationale probleem van landen die meer betalen
aan internationale schulden dan ze kunnen investeren in hun eigen
gezondheidssysteem. Dat is zeker een probleem. Ik denk ook dat het
belangrijk is dat bijvoorbeeld het IMF ... Ik denk dat het belangrijk is
dat er bekeken wordt: hoe kunnen we ervoor zorgen dat er toegewerkt
wordt naar herstructurering, zodat er ook voor de langere termijn een
schuldverlichting zou kunnen zijn? Het is overigens niet zo dat, als die
schuldenverlichting er is, elk land besluit om dat aan de
gezondheidszorg te besteden. Dat is misschien een teleurstelling voor
mevrouw Van Ark. Ik denk wel dat het belangrijk is dat die partijen daar
een belangrijke rol in vervullen. Het punt is bekend. Daar wordt ook wel
aan gewerkt door de grote instellingen die daarvoor actief zijn, zoals
het Internationaal Monetair Fonds. Ik heb zonet ook al aangegeven dat ik
het belangrijk vind dat we het niet gaan hebben over kwijtschelding of
het afschrijven van schulden, maar we kunnen zeker wel bekijken hoe we
die schuldverlichting zouden kunnen realiseren.
Dat was het wat mij betreft, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van
de zijde van het kabinet. De heer Dassen gaat mij verblijden. Ga uw
gang.
De heer Dassen (Volt):
Absoluut. De vraag over de digitaledienstenbelasting is niet beantwoord,
volgens mij ook niet schriftelijk.
Staatssecretaris De Vries:
Als het goed is, is die schriftelijk beantwoord. Anders neem ik 'm
...
De heer Dassen (Volt):
Dan ga ik daar nog snel naar kijken.
Staatssecretaris De Vries:
Het is fijn als u daar eerst even naar kan kijken. Anders moet u er in
tweede termijn nog even op terugkomen. We hebben gewoon geprobeerd om
die te beantwoorden. Ik denk dat u het antwoord ook al wel weet. Ik denk
dat u al weet hoe het kabinet erin staat.
De voorzitter:
Daar gaan we achter komen. Wij zijn aan het einde gekomen van de eerste
termijn van de zijde van het kabinet. Ik schors voor enkele ogenblikken.
Daarna gaan we door met de tweede termijn van de Kamer.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het debat over de begroting
Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp. Wij zijn toegekomen aan de
tweede termijn van de Kamer. Ik nodig hiervoor graag de heer Bamenga —
hij gaat zitten, maar hij mag blijven staan — namens de fractie van D66
uit voor zijn bijdrage in deze tweede termijn. Gaat uw gang.
De heer Bamenga (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties. Daar ga ik meteen mee
beginnen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de aanhoudende gewapende conflicten in het Grote
Merengebied, met name in het oosten van de Democratische Republiek
Congo, leiden tot grote humanitaire noden en grote
migratiestromen;
overwegende dat duurzame vrede en ontwikkeling in het Grote Merengebied
vragen om continuïteit van bewezen effectieve langetermijnprogramma's in
samenhang met flexibele inzet van humanitaire hulp en adequate
parlementaire informatievoorziening;
verzoekt de regering succesvolle programma's in het Grote Merengebied,
bijvoorbeeld op het gebied van gezondheid, rechtsstaat, handel en
grondstoffen, zo veel mogelijk voort te zetten, in kaart te brengen wat
er in het Grote Merengebied nodig is op het gebied van humanitaire hulp,
en de Kamer hierover jaarlijks te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bamenga, Van Ark, Van der Burg,
Dassen, Ceder, Stoffer, Kröger, Dobbe en Van Baarle.
Zij krijgt nr. 32 (36800-XVII).
De heer Bamenga (D66):
De tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in humanitaire crisissituaties, met name in
conflictgebieden, miljoenen kinderen langdurig verstoken blijven van
onderwijs, terwijl toegang tot veilig en kwalitatief onderwijs
aantoonbaar bijdraagt aan bescherming van kinderen, psychosociaal
herstel en het voorkomen van een verloren generatie;
overwegende dat onderwijs in noodsituaties een essentiële pijler is van
een effectieve humanitaire respons en vanaf het begin structureel moet
worden meegenomen naast voedsel, water en gezondheidszorg;
verzoekt de regering om onderwijs waar mogelijk onderdeel te maken van
de humanitaire respons in humanitaire crisissituaties,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bamenga, Dassen, Van Ark, Van
der Burg, Ceder, Stoffer, Kröger, Dobbe en Van Baarle.
Zij krijgt nr. 33 (36800-XVII).
De heer Bamenga (D66):
Voorzitter. Verder wil ik nog de staatssecretaris bedanken voor al haar
reacties. Ook wil ik haar bedanken voor haar reactie dat de EU veel meer
zou moeten doen in het kader van Congo en Sudan en dat ze ons daar
jaarlijks, of in ieder geval periodiek, over gaat informeren. Dank u
wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de bijdrage van de heer
Markuszower van de fractie van de PVV in deze tweede termijn. Gaat uw
gang.
De heer Markuszower (PVV):
Veel dank, voorzitter. Ook van onze kant twee moties, beide mede namens
de heer Wilders ingediend.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland in 2026 opnieuw 6,7 miljard euro uittrekt
voor ODA;
overwegende dat:
Nederland geen pinautomaat is voor de rest van de wereld;
ontwikkelingshulp vaak leidt tot afhankelijkheid, corruptie en verspilling;
het geld van hardwerkende Nederlanders beter besteed kan worden aan koopkracht, veiligheid en zorg;
verzoekt de regering direct te stoppen met alle vormen van
ontwikkelingshulp,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Markuszower en Wilders.
Zij krijgt nr. 34 (36800-XVII).
De heer Markuszower (PVV):
De tweede motie gaat over het verschrikkelijk corrupte UNRWA.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat diverse ngo's zich willens en wetens hebben laten
infiltreren door islamitische terroristen, waaronder die van
Hamas;
overwegende dat:
geld geven aan organisaties die zijn geïnfiltreerd door of samenwerken met islamitische terroristen feitelijk neerkomt op het financieren van een terroristische aanslag;
het moreel verwerpelijk en strafbaar is om terrorisme te financieren;
verzoekt de regering per direct te stoppen met het financieren van
terroristische organisaties of organisaties die heulen met terroristen
of daardoor zijn geïnfiltreerd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Markuszower en Wilders.
Zij krijgt nr. 35 (36800-XVII).
De heer Markuszower (PVV):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Kröger van de fractie
van GroenLinks-Partij van de Arbeid. Gaat uw gang.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. We hebben een fundamenteel debat met elkaar gehad over de
rol van maatschappelijke organisaties in een gezonde democratie. Op het
moment dat bedrijven 80% van de lobby beheersen en diepere zakken hebben
om die lobby te betalen, is het voor het evenwicht in het democratisch
debat belangrijk om ook andere stemmen te financieren. Daar wordt ons
beleid simpelweg beter van. Dat is de taak van een overheid. Daarom
hebben we daar al eerder, tot twee keer toe, met een Kamermeerderheid
moties over ingediend. Nu dienen we met eenzelfde Kamermeerderheid een
amendement in.
Voorzitter. Dan nog twee moties, waarvan een over de
OESO-richtlijnen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de OESO-richtlijnen al 50 jaar het normenkader zijn
voor maatschappelijk verantwoord ondernemen;
constaterende dat de Nederlandse overheid als doelstelling heeft dat 90%
van de (grote) Nederlandse bedrijven de OESO-richtlijnen toepast, maar
slechts 41% dit doet;
verzoekt het kabinet de OESO-richtlijnen te stimuleren door toepassing
hiervan rijksbreed in te voeren als standaard bij het ontvangen van
subsidies, aanbestedingen en internationale handelsbevordering, en
hierop toe te zien,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kröger en Ceder.
Zij krijgt nr. 36 (36800-XVII).
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Tot slot, voorzitter. We hebben een amendement over UNRWA ingediend,
maar ik vind het heel belangrijk dat we als Kamer ons hierover ook
uitspreken, aangezien er op dit moment bijzonder veel op het spel staat
in Gaza. Vandaar de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er een humanitaire crisis in de Palestijnse gebieden
is en UNRWA de ruggengraat van de hulp vormt;
overwegende dat Nederland pal moet staan voor VN- en hulporganisaties nu
deze worden gecriminaliseerd;
verzoekt de regering stevig steun uit te spreken voor het werk en het
mandaat van UNRWA en de banden met deze VN-organisatie te
herstellen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kröger, Teunissen, Dobbe en Van
Baarle.
Zij krijgt nr. 37 (36800-XVII).
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar mevrouw Van Ark van het CDA voor
haar bijdrage in deze tweede termijn.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Dank u wel. Ik heb één motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
van mening dat de gezondheid van mensen in Afrika niet afhankelijk zou
moeten zijn van de vrijgevigheid van derde landen;
constaterende dat veel Afrikaanse landen echter mede door onbeheersbare
schuldenlasten te weinig budget hebben om basisoverheidstaken zoals
gezondheidszorg op peil te houden;
overwegende dat Afrikaanse regeringen hierdoor vaak moeten kiezen tussen
het afbetalen van schulden of het kopen van vaccins, medicijnen en het
bouwen van klinieken;
overwegende dat deze situatie bijdraagt aan het ontstaan van een
ontwrichtende wereldwijde gezondheidscrisis;
verzoekt de regering in kaart te brengen op welke wijze substantiële
schuldverlichting in combinatie met innovatieve oplossingen zoals
"schuld in ruil voor zorg"-programma's en publiek-private matching funds
vorm zou kunnen krijgen en hoe dit zou kunnen bijdragen aan de
zelfredzaamheid van Afrikaanse landen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Ark, Van der Burg, Kröger,
Stoffer, Bamenga, Ceder, Dobbe en Dassen.
Zij krijgt nr. 38 (36800-XVII).
Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar de heer Van Baarle van de fractie van DENK voor zijn bijdrage.
De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering om een aanvullende bijdrage te doen voor de
wederopbouw van Gaza,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.
Zij krijgt nr. 39 (36800-XVII).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering om de Europese Commissie te verzoeken om de ruimte
binnen het onderhandelingsmandaat, namelijk naleving van het
internationaal recht, te benutten om de rol van de VAE in de oorlog in
Sudan bespreekbaar te maken, en hierin te proberen Europese medestanders
te vinden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Baarle, Kröger, Dobbe,
Ceder, Teunissen en Dassen.
Zij krijgt nr. 40 (36800-XVII).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat producten die met Oeigoerse dwangarbeid tot stand zijn
gekomen nog steeds toegang hebben tot de Europese en Nederlandse
markt;
overwegende dat de volledige implementatie van de Europese
antidwangarbeidverordening nog jaren kan duren;
verzoekt de regering om in samenwerking met andere lidstaten
voorbereidingen te treffen om gezamenlijk de Europese
antidwangarbeidverordening, zodra deze van kracht wordt, zo effectief
mogelijk in te zetten om producten afkomstig uit Oeigoerse dwangarbeid
te weren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Baarle en Bamenga.
Zij krijgt nr. 41 (36800-XVII).
De heer Van Baarle (DENK):
Tot slot.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering om zich in internationaal verband blijvend en
actief in te zetten voor de verbetering van de positie van de Rohingya,
met nadruk op internationale bescherming, mensenrechten en veilige,
vrijwillige terugkeer;
verzoekt de regering tevens de komende begrotingsperiode te bezien hoe
vanuit het flexibele budget een gerichte bijdrage gedaan kan worden voor
de ondersteuning van de Rohingya,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.
Zij krijgt nr. 42 (36800-XVII).
De heer Van Baarle (DENK):
Dank u.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie dat de heer Stoffer al staat. Ik nodig hem graag uit
voor zijn bijdrage in deze tweede termijn namens de fractie van de
SGP.
De heer Stoffer (SGP):
Dank u wel, voorzitter. Twee moties. De eerste luidt als volgt.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet inzet op intensivering van de samenwerking
tussen overheden, kennisinstellingen, bedrijven en maatschappelijke
organisaties, internationaal bekend en gewaardeerd als de Dutch
Diamond;
overwegende dat de overheid de juiste randvoorwaarden dient te scheppen
voor effectieve samenwerking tussen internationaal opererende bedrijven,
kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties;
verzoekt de regering in de nadere uitwerking van het handels- en
ontwikkelingsinstrumentarium, die momenteel plaatsvindt, te borgen dat
samenwerking wordt bevorderd en alle actoren in de Dutch Diamond worden
gefaciliteerd om hun respectievelijke rollen te vervullen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Stoffer, Van Ark en
Bamenga.
Zij krijgt nr. 43 (36800-XVII).
De heer Stoffer (SGP):
Dan kom ik nu bij mijn tweede motie, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de koppeling van het ODA-budget aan 0,7% van het bruto
nationaal inkomen vorig jaar is losgelaten;
overwegende dat dit besluit boven op de miljardenbezuiniging komt, met
grote gevolgen voor onze verre naasten;
verzoekt de regering, bij voorkeur met een nota van wijziging op de
voorliggende begroting, maar uiterlijk bij de Voorjaarsnota van 2026, de
bni-koppeling van het ODA-budget zoals deze 50 jaar gold te herstellen,
en daarbij de benodigde middelen voor 2026 beschikbaar te stellen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Stoffer.
Zij krijgt nr. 44 (36800-XVII).
De heer Stoffer (SGP):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Teunissen voor haar
bijdrage namens de fractie van de Partij voor de Dieren. Ga uw gang.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u wel, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland een zeer brede definitie van
klimaatfinanciering hanteert, waarbij bezuinigd wordt op projecten met
klimaat als hoofddoel en steeds meer algemene programma's als
klimaatrelevant meetellen;
overwegende dat hierdoor het risico ontstaat dat klimaatfinanciering
vooral op papier groeit, zonder aantoonbare extra klimaatimpact;
verzoekt de regering voor alle als klimaatfinanciering gerapporteerde
middelen expliciete toetsbare kwaliteits- en impactcriteria vast te
stellen, deze transparant te monitoren en publiek te rapporteren, en bij
onvoldoende klimaatimpact tijdig bij te sturen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Teunissen en Kröger.
Zij krijgt nr. 45 (36800-XVII).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in ontwikkelingslanden het recht van boeren op gebruik
en verhandeling van traditionele zaden onder druk staat;
overwegende dat waarborging van boerenrechten op traditionele zaden
essentieel is voor voedselzekerheid en behoud van
gewasdiversiteit;
overwegende dat erkenning van inheemse en boerengemeenschappen als
cruciale schakels in landbouwdiversiteit van belang is;
verzoekt de regering om in het internationale zaaizaadbeleid en -budget
ruimte te maken voor interventies die expliciet als doel hebben de
biodiversiteit te bevorderen door middel van het ondersteunen van
boerengemeenschappen en het borgen van hun rechten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Teunissen.
Zij krijgt nr. 46 (36800-XVII).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat op de COP30 is afgesproken dat de publieke
adaptatiefinanciering voor kwetsbare landen tegen 2035 verdrievoudigd
wordt ten opzichte van het niveau van 2019;
constaterende dat Nederland vanwege een grote historische klimaatimpact
de verantwoordelijkheid draagt om een eerlijke en voorspelbare bijdrage
te leveren aan deze mondiale inspanning;
verzoekt de regering een opbouwpad te presenteren voor de Nederlandse
adaptatiefinanciering tot 2035, inclusief een stapsgewijze verhoging van
de Nederlandse bijdrage, gebaseerd op een eerlijke verdeelsleutel, en
integratie met het Nederlandse Klimaatplan 2025-2035 en de Nationale
klimaatadaptatiestrategie, en de Kamer daarover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Teunissen.
Zij krijgt nr. 47 (36800-XVII).
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Tot slot, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Nederlandse consumptie en financiële instellingen
leiden tot een aanzienlijke ontbossingsvoetafdruk buiten de
landsgrenzen;
overwegende dat verschillende departementen betrokken zijn bij de aanpak
van ontbossing, maar dat er geen jaarlijkse, integrale rapportage is
waarin de Nederlandse ontbossingsvoetafdruk en het effect van beleid
daarop inzichtelijk worden gemaakt;
verzoekt de regering om, te beginnen met het verslagjaar 2026, jaarlijks
een openbare rapportage aan de Kamer te sturen waarin:
de Nederlandse ontbossingsvoetafdruk kwantitatief in kaart wordt gebracht;
wordt weergegeven hoe instrumenten en uitgaven onder de BHO-begroting bijdragen aan het verkleinen van deze voetafdruk;
concrete verbetermaatregelen en streefwaarden voor het daaropvolgende jaar worden opgenomen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Teunissen en Dobbe.
Zij krijgt nr. 48 (36800-XVII).
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie dat de heer Ceder ook al in de benen is voor zijn
bijdrage namens de fractie van de ChristenUnie in deze tweede termijn.
Ga uw gang.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb een paar moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat religieuze minderheden, waaronder christenen,
wereldwijd zwaar onder druk staan wegens geloofsvervolging;
overwegende dat het van groot belang is om te investeren in religieuze
geletterdheid, zodat Nederland een constructieve bijdrage kan leveren
aan het voorkomen en tegengaan van geloofsvervolging en het bevorderen
van de interreligieuze dialoog en verzoening;
verzoekt de regering ervoor te zorgen dat binnen de begrotingen van BZ
en BHO structureel afdoende financiële middelen worden gereserveerd om
de komende jaren blijvend te investeren in deskundigheid, capaciteit en
netwerken ter bevordering van religieuze geletterdheid om zodoende
geloofsvervolging effectief te bestrijden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.
Zij krijgt nr. 49 (36800-XVII).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in 2023 de Rijksbrede Afrikastrategie werd vastgesteld
en, mede in het licht van geopolitieke ontwikkelingen, het bevorderen
van deze gelijkwaardige samenwerking steeds belangrijker en urgenter
wordt;
verzoekt de regering om voor de begrotingsbehandeling van 2027 de Kamer
per brief te informeren over de voortgang van de Afrikastrategie, te
reflecteren op eventuele herziening en versnelling in het licht van
geopolitieke ontwikkelingen en concrete actiepunten te formuleren,
waaronder het versterken van de handelsrelaties met de tien grootste
economieën van Afrika, ook via nationale instrumenten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder en Van Ark.
Zij krijgt nr. 50 (36800-XVII).
De heer Ceder (ChristenUnie):
Tot slot, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat kinderen 46% van de bevolking vormen in landen waar
ontwikkelingssamenwerking plaatsvindt, maar dat wereldwijd slechts 12%
van de ODA-middelen direct op kinderen is gericht;
overwegende dat recente bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking
kinderen onevenredig hard raken, met name op het gebied van onderwijs,
gezondheid en bescherming, terwijl kindgerichte investeringen tot de
meest kosteneffectieve en impactvolle vormen van
ontwikkelingssamenwerking behoren;
verzoekt de regering jaarlijks inzichtelijk te maken in hoeverre de
sectorale beleidsprioriteiten op het gebied van
ontwikkelingssamenwerking het welzijn en de belangen van kinderen ten
goede komen, en waar mogelijk kinderen extra aandacht te geven binnen
bestaande beleidsprioriteiten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder, Dassen, Bamenga en
Stoffer.
Zij krijgt nr. 51 (36800-XVII).
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar mevrouw Dobbe. Zij spreekt namens
de fractie van de SP. Ga uw gang.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb drie moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de OESO tegenstander is van gebonden hulp, omdat
gebonden hulp de effectiviteit van hulp vermindert en de kosten voor
ontwikkelingslanden verhoogt;
verzoekt de regering om ontwikkelingshulp via alle bestaande kanalen te
blijven verstrekken en daarnaast het beleid met betrekking tot
ongebonden hulp voort te zetten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 52 (36800-XVII).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet 12,6 miljoen euro bezuinigt op het
matching fund van Gavi;
overwegende dat Gavi een onmisbare rol speelt in het verstrekken van
vaccinaties aan mensen in ontwikkelingslanden en dat met deze
pandemische paraatheid ook onze veiligheid gemoeid is;
verzoekt de regering de bezuiniging op Gavi terug te draaien,
financiering langjarig te garanderen en een dekking hiervoor te zoeken
in de asieltoerekening aan het ODA-budget,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 53 (36800-XVII).
Mevrouw Dobbe (SP):
Tot slot.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het regime in Iran mensenrechten schendt, vrouwen
worden onderdrukt en ook de rechten van vrouwen ernstig worden
geschonden;
constaterende dat het Iraanse regime geweld pleegt tegen demonstranten
in Iran;
verzoekt de regering een extra inspanning te leveren om Iraanse
vrouwenrechten- en mensenrechtenorganisaties te ondersteunen bij hun
werk,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 54 (36800-XVII).
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan wij tot slot luisteren naar de heer Dassen, die
spreekt namens de fractie van Volt. Gaat uw gang.
De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter. Dank aan de staatssecretaris voor de
beantwoording.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het terugtrekken van de Verenigde Staten uit mondiale
samenwerkingsverbanden en hulporganisaties kansen biedt voor een
versterkte internationale positie van Europa;
overwegende dat een hoge mate van Europese coördinatie nodig is binnen
de ontwikkelingssamenwerking om die kansen te benutten;
overwegende dat die coördinatie momenteel te wensen overlaat, omdat
lidstaten te vaak hun eigen stempel willen drukken op de geleverde hulp,
wat voor inefficiëntie en hoge kosten zorgt;
verzoekt de regering om zich in te zetten voor een Europese
ontwikkelingssamenwerkingsstrategie, waarbij ontwikkelingssamenwerking
vanuit de Europese Unie uitsluitend Europees gecoördineerd wordt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dassen.
Zij krijgt nr. 55 (36800-XVII).
De heer Dassen (Volt):
O, ik heb nog veel meer tijd!
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Europese Unie een handelstekort van 109 miljard
euro heeft met de Verenigde Staten op het gebied van digitale
diensten;
overwegende dat een Europese digitaledienstenbelasting gericht moet zijn
op techbedrijven die in feite omzet genereren binnen de EU maar onder
het huidige belastingstelsel binnen de EU niet of nauwelijks in de
belastingheffing worden betrokken;
verzoekt de regering te verkennen hoe een Europese
digitaledienstenbelasting als alternatief voor pijler 1 van het
OESO-verdrag kan worden ingevoerd en hierin ook het voorkómen van
dubbele belastingen mee te nemen, de afbakening en de
concurrentiepositie,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dassen.
Zij krijgt nr. 56 (36800-XVII).
De heer Dassen (Volt):
Voorzitter. Dan nog een laatste vraag aan de staatssecretaris. Vanwege
de discussie die er in het debat is geweest over de koppeling met het
bni heb ik nog even naar de motie van de Eerste Kamer gekeken. Die was
toch vrij helder, vrij duidelijk. Er stond ook een redelijke meerderheid
onder. Ik ben benieuwd hoe de staatssecretaris kijkt naar de behandeling
van deze begroting en dadelijk ook naar de behandeling van de begroting
in de Eerste Kamer.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn we aan het einde gekomen van de tweede termijn van
de Kamer. Ik ga schorsen zodat de staatssecretaris in de gelegenheid
wordt gesteld om de ingediende moties van een appreciatie te voorzien.
Dat is dan inclusief een dinerpauze. Dat betekent dat ik voor 45 minuten
ga schorsen. Ik schors voor 45 minuten.
De vergadering wordt van 17.57 uur tot 18.45 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de behandeling van de
begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp. Wij zijn toegekomen
aan de tweede termijn van de staatssecretaris voor de beantwoording van
de laatste vragen en de appreciaties van de ingediende moties. Gaat uw
gang.
Staatssecretaris De Vries:
Dank u wel, voorzitter. Ik had nog twee openstaande vragen. De heer
Ceder van de ChristenUnie had een vraag over de besteding van de
middelen voor de diversificatie wat Gaza betreft. Zoals opgenomen in het
amendement is er in 2025 15 miljoen aan UNRWA gegeven en 4 miljoen aan
UNICEF. Dat is dus ook degelijk besteed. In 2026 is er 8 miljoen voor
UNRWA. Het kabinet zal de rest van de middelen aanwenden voor bijdragen
aan het VN-landenfonds voor de Palestijnse gebieden, het
Wereldvoedselprogramma en UNICEF.
Dan had de heer Ceder ook nog een vraag over het mandaat van UNRWA. Dat
is door de Algemene Vergadering van de VN verlengd. Dat zou ook
betekenen dat het daar dus aangepast moet worden en dat er een
meerderheid van de 193 landen voor moet zijn. Dat staat er overigens
niet aan in de weg dat er wel diversificatie kan plaatsvinden. Nederland
heeft bij de laatste verlenging van het mandaat natuurlijk wel de punten
gemaakt die ik hier eerder ook heb gemaakt, namelijk het streven naar
diversificatie van humanitaire hulp en de implementatie van de
Colonna-aanbevelingen.
Voorzitter. Dan kom ik bij de amendementen. Ik ga ze op volgorde
behandelen. Ik zal proberen een beetje tempo te maken. Het amendement op
stuk nr. 8 is eerder al door de minister van Financiën beoordeeld bij de
Algemene Financiële Beschouwingen.
De voorzitter:
Dat betekent dat het amendement op stuk nr. 8 de appreciatie oordeel
Kamer heeft.
Staatssecretaris De Vries:
Het amendement op stuk nr. 15 van mevrouw Kröger had ik tijdens het
debat al ontraden.
De voorzitter:
Het amendement op stuk nr. 15 krijgt de appreciatie: ontraden.
Staatssecretaris De Vries:
Het amendement op stuk nr. 18 van de heer Dassen gaat over het verhogen
van het budget om ontbossing tegen te gaan met 15 miljoen. Dit
amendement wordt gedekt door een kasschuif van 2029 en 2030 naar het
heden. Ik wil de mogelijkheden van het volgende kabinet niet beperken.
Ik vind dat ook niet passend bij de demissionaire status. We hebben
natuurlijk al wel extra dingen gedaan. We hebben 5 miljoen beschikbaar
gesteld aan de Tropical Forest Forever Facility. Ik zal geen opmerkingen
maken over Mercosur, waarin ook aandacht is voor ontbossing. Het
amendement op stuk nr. 18 wordt daarmee ontraden.
De voorzitter:
Het amendement op stuk nr. 18 wordt ontraden.
Staatssecretaris De Vries:
Dan het amendement op stuk nr. 21 van Van Baarle over een bedrag voor
noodhulp aan Rohingya ter hoogte van 1 miljoen euro. De situatie van de
Rohingya is natuurlijk schrijnend. Nederland ondersteunt de militaire
hulpverlening door flexibele financiering; dat heb ik ook al aangegeven
toen het ging over verschillende andere onderwerpen. Ik heb het dan
bijvoorbeeld over humanitaire partners als UNICEF, UNHCR, WFP en het
internationale Rode Kruis. Die moeten kijken naar de hoogste noden. Dat
geldt ook voor de Rohingya-crisis. Ik ontraad dit amendement, omdat we
dat via die lijn willen gaan doen.
De voorzitter:
Het amendement op stuk nr. 21 wordt ontraden. Dat geeft aanleiding tot
één vraag. Gaat uw gang.
De heer Van Baarle (DENK):
Ik snap niet zo goed waarom de situatie of de systematiek nu opeens zo
anders zou zijn dat dit amendement ontraden dient te worden. De
voorganger van deze staatssecretaris, nota bene minister Klever, gaf
precies hetzelfde amendement oordeel Kamer en de Kamer stemde er met een
grote meerderheid mee in. Ook vorige bewindspersonen hebben deze
amendementen in verschillende vormen altijd oordeel Kamer gegeven. Deze
staatssecretaris geeft terecht aan dat de noden nog steeds heel hoog
zijn. Dus wat is er nou veranderd in de systematiek waardoor deze oproep
nu ineens geen positief oordeel meer krijgt van het kabinet? Volgens mij
kan een gedeelte van dat budget nog steeds naar de Rohingya gaan.
Staatssecretaris De Vries:
Volgens mij was de dekking het reservepotje voor 2026. Wij staan nu aan
het begin van 2026. We weten zelf wat er op dit moment gebeurt in de
wereld. Dat zou betekenen dat het resterende bedrag voor 2026 wordt
verlaagd. Ik ben daar geen voorstander van. Ik vind dat we een redelijk
eenduidige lijn moeten hebben en dat we niet voor alle groepen specifiek
nu weer ergens een bedrag neer moeten zetten, hoe erg het ook is. Ik
vind dat we het via die flexibele financiering moeten overlaten aan de
professionele hulporganisaties om te bepalen waar de noden het hoogst
zijn. Ik denk dat we daar ook op moeten vertrouwen. We krijgen namelijk
continu discussies over andere groepen en speciale potjes. Ik zie de
schrijnendheid van de situatie, maar ik wil het toch ontraden met het
oog daarop.
De voorzitter:
Gaat u door naar het volgende amendement.
Staatssecretaris De Vries:
Dan het amendement op stuk nr. 22 van de heer Van Baarle over een
bijdrage aan het West Bank Protection Consortium, ter waarde van 0,2
miljoen. Nederland ondersteunt het werk van het consortium al vanuit de
begroting van Buitenlandse Zaken, dus niet die van Buitenlandse Handel
en Ontwikkelingshulp. Dit amendement ziet wel op die begroting. De
recente bijdrage vanuit de BZ-begroting was met 1,5 miljoen euro
opgehoogd tot in totaal 5,5 miljoen tot juni 2027. Wij denken dat dat
budget voldoende is. Daarmee wordt dit amendement ontraden.
De voorzitter:
Het amendement op stuk nr. 22 wordt ontraden.
Staatssecretaris De Vries:
Dan hebben we het amendement op stuk nr. 23. Daar heb ik al een oordeel
over gegeven in het debat; dat was ontraden.
De voorzitter:
Het amendement op stuk nr. 23 wordt ontraden.
Staatssecretaris De Vries:
Het amendement op stuk nr. 24: ondersteuning van de Oeigoerse bevolking.
Hiervoor geldt een beetje hetzelfde als voor het eerdere amendement van
de heer Van Baarle. Wij geven overigens geen ontwikkelingshulp aan
China, dus dat zou al een hele complexe situatie geven. Maar ik moet dit
amendement ontraden.
De voorzitter:
Het amendement op stuk nr. 24 wordt ontraden.
Ik geef u de gelegenheid tot het stellen van één vraag. Ga uw gang.
De heer Van Baarle (DENK):
Tegelijkertijd heeft deze staatssecretaris bij het beleidsterrein Handel
en het voorkomen van producten die met dwangarbeid van Oeigoeren tot
stand zijn gekomen en die naar Nederland komen, natuurlijk wel met dit
onderwerp van doen. En stel nou dat de dekking niet uit het flexibele
potje zou komen, maar dat ik het voorstel zou doen om het vanuit het
artikel dat zit op Handel te dekken, dan kan de staatssecretaris ook
denken dat dit juist een bedrag is om haar te helpen om straks bij het
implementeren van die antidwangarbeidverordening op basis van goede
informatie over dwangarbeid van Oeigoeren die producten tegen te houden.
Zou de staatssecretaris op dat vlak kunnen meedenken?
Staatssecretaris De Vries:
Nee, want dan is het nog weer een heel ander potje. Hier geldt wel het
volgende voor. Er wordt natuurlijk altijd gekeken naar noden van
groepen. We zien natuurlijk dat er Oeigoeren gevlucht zijn in een aantal
gevallen. Maar voor elke aparte groep een apart budget neerzetten, dat
is het niet. We hebben ook niet een ontwikkelingshulprelatie met China.
Dus wat mij betreft blijft het amendement ontraden.
Dan ga ik over naar het amendement op stuk nr. ... Had ik nr. 24 al
gehad?
De voorzitter:
Ja, dat is net behandeld. Nu het amendement op stuk nr. 25, dat van het
lid Dobbe.
Staatssecretaris De Vries:
Het amendement op stuk nr. 25: het terugdraaien van de bezuinigingen op
artikel 4.1, van 45 miljoen. De voorgestelde dekking is de
asieltoerekening. Ik moet daarom dit amendement ontraden. Het is
ongedekt, want de uitgaven voor de eerstejaarsasielopvang die niet uit
het ODA-budget betaald worden, moeten elders gedekt worden.
De voorzitter:
Het amendement op stuk nr. 25 wordt ontraden. Nu het amendement op stuk
nr. 26.
Staatssecretaris De Vries:
Het amendement op stuk nr. 26 van Dobbe: de bezuinigingen op
vrouwenrechten en gender, ter hoogte van 24 miljoen, terugdraaien. Hier
geldt eigenlijk hetzelfde voor: hier is dezelfde dekking voor gekozen.
Dat is geen deugdelijke dekking, dus daarom moet ik het amendement
ontraden.
De voorzitter:
Het amendement op stuk nr. 26 wordt ontraden.
Staatssecretaris De Vries:
Dan hebben we het amendement op stuk nr. 27 van Kröger over het
herstellen van het afgeschafte Civic Space Fund, ter hoogte van 10
miljoen. De voorgestelde dekking is uit het artikel 4.2 voor
migratiesamenwerking. Nou, u heeft mij al horen zeggen dat wij het
belangrijk vinden dat wij met de middelen die daar staan, de terugkeer
en herintegratie bevorderen naar landen waar we in 2026 meer mee willen
samenwerken, zoals Somalië en Syrië. Daarom ontraad ik dit
amendement.
De voorzitter:
Het amendement op stuk nr. 27 wordt ontraden.
Staatssecretaris De Vries:
Over het amendement op stuk nr. 28 heb ik het al gehad. Dat was
ontraden.
De voorzitter:
Het amendement op stuk nr. 28 wordt ontraden.
Staatssecretaris De Vries:
Hetzelfde geldt voor het amendement op stuk nr. 29. Dat heb ik ook al
aangegeven.
De voorzitter:
Het amendement op stuk nr. 29 wordt ontraden.
Staatssecretaris De Vries:
Van het amendement op stuk nr. 30 heb ik ook al een appreciatie
gegeven.
De voorzitter:
Het amendement op stuk nr. 30 wordt ontraden.
Staatssecretaris De Vries:
Dan kom ik bij het amendement op stuk nr. 31. Dat is een complex
amendement, nog even afgezien natuurlijk van de verschillen die wij
daarover hadden. In het artikel worden de uitgaven verlaagd met 141
miljoen en worden de uitgaven verhoogd met 141 miljoen. Dat kan
natuurlijk, alleen is dat het totale pakket van het Focus-beleidskader.
Dit amendement is wat ons betreft op alle fronten onwenselijk en heeft
verstrekkende gevolgen voor de maatschappelijke organisaties. Wat ons
betreft zou het ook niet van goed bestuur getuigen. Alle aanbestedingen
die al gepubliceerd zijn, moeten worden stopgezet en aangepast met dit
amendement. Dit hebben we ook nog nooit gedaan. Dit kan leiden tot
juridische procedures en juristen raden ons dit dan ook af.
Dit betekent ook dat organisaties die al voorstellen hebben ingediend,
die moeten aanpassen en opnieuw moeten indienen, en dit jaagt hen op
substantiële extra kosten. Ze moeten vervolgens langer wachten op
duidelijkheid over de financiering. Dit geldt ook voor de rond de
honderd organisaties uit het Mondiale Zuiden die een voorstel hebben
ingediend onder de aanbesteding voor vrouwenrechten. Ook zijn er voor
twee instrumenten al contracten getekend. Op deze juridische
verplichtingen kan en wil ik sowieso niet terugkomen. Gezien de duur van
de aanbestedingsprocedure zal dit betekenen dat middelen gereserveerd
voor maatschappelijke organisaties niet kunnen worden uitgegeven in
2026. Ik heb net aangegeven dat de publicatie van het beleidskader
Schone en eerlijke handel in principe naar de Staatscourant is gegaan,
maar die kan ik terughalen. Dat zal ik ook doen, met het oog op de
indiening van dit amendement.
Het betekent echter heel veel voor de andere onderdelen van het
beleidskader. Ik moet alles terugdraaien, behalve die twee, want ik vind
dat dat niet kan als ik al een juridische verplichting ben aangegaan. De
stemmingen hierover zijn in maart. Dan ligt het stil en moet het daarna
opgestart worden, om eventueel opnieuw dingen te doen. Ik vind het echt
niet getuigen van goed bestuur om het te doen zoals in dit amendement
staat. Ik ontraad het dan ook. Ik zal, door de indiening van dit
amendement, sowieso wel de publicatie in de Staatscourant terugdraaien.
Dan moeten we ergens in maart maar verder zien. Vervolgens worden dan
dus ook alle andere dingen in het beleidskader teruggedraaid.
De voorzitter:
Het amendement op stuk nr. 31 wordt, met deze toelichting, ontraden. Ik
zie dat er een klein overleg gaande is.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
We hebben in het debat natuurlijk een aantal keer gewisseld dat het wat
ons betreft van groot belang is dat die twee moties worden uitgevoerd.
De staatssecretaris geeft nu aan dat zij het kader inderdaad terugtrekt
uit de Staatscourant. Dat geeft dus ook de mogelijkheid om het aan te
passen. Nogmaals, daar ziet dit amendement op. Dit amendement heeft tot
doel de staatssecretaris zover te krijgen dat zij die moties uitvoert.
Ik vraag het de staatssecretaris dus nogmaals. De stemmingen zijn in
maart. Het kader wordt teruggetrokken uit de Staatscourant. Dat geeft de
mogelijkheid om het alsnog aan te passen.
Staatssecretaris De Vries:
Maar met het voorliggende amendement zal ik ook alle partijen die nu
onder die andere kaders al allerlei dingen hebben ingediend, hierover
moeten gaan informeren, want het hele kader wordt dan aangepast. De hele
regeling wordt ook aangepast. Zo is het amendement geformuleerd. Zij
zullen dan allemaal opnieuw een indiening moeten doen. Ik vind dat zelf
niet van heel goed bestuur getuigen. Het hele maatschappelijke
middenveld zal hier ook heel veel extra werk aan hebben. Ik vind dus dat
ik dit amendement moet ontraden. Ik weet niet hoe de stemming hierover
zal uitvallen, maar ik vind het ook niet netjes vanuit de Rijksoverheid
om die publicatie dan wel door te laten gaan.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
De staatssecretaris noemt nu een aantal keer goed bestuur. Nogmaals, het
gaat hier om een motie die in eerste instantie in juli is ingediend, die
de staatssecretaris vervolgens genegeerd heeft door gewoon door te gaan
met het kader, om vervolgens nóg een motie te negeren. Ik vind het dus
moeizaam dat de Kamermeerderheid die dit amendement indient, dit verwijt
krijgt. Ik hoor de staatssecretaris zeggen dat zij het kader terugtrekt
uit de Staatscourant. Dat geeft dus ook de mogelijkheid om het nog aan
te passen. Dat zou volgens mij de uitweg uit deze situatie zijn.
Staatssecretaris De Vries:
Maar dit amendement is veel breder dan alleen dat. Dit betekent dat ik
ook alle andere zaken moet terugdraaien. Die zijn al gepubliceerd. Die
moeten worden stopgezet en die moeten worden aangepast, op basis van de
inhoud van dit amendement. Ik kan er niets anders van maken dan dat. U
gaat zelf over de formulering van het amendement. Dit is wat u
opgeschreven heeft en dit is mijn oordeel over dit amendement.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Het heeft natuurlijk de voorkeur van de indieners dat de motie die ziet
op het kader Schone en eerlijke handel wordt uitgevoerd. Het is niet de
bedoeling om het groter te maken met andere subsidiekaders, die er
natuurlijk bij horen in het grote Focusverhaal. De bedoeling van de
indieners is om alleen naar Schone en eerlijke handel te kijken. Ik
begrijp natuurlijk — dat stond ook zo in de brief van de
staatssecretaris — dat de juristen verwachten dat daar mogelijk nog door
andere subsidieontvangende organisaties, die binnen het kader al
subsidie ontvangen, een beroep op wordt gedaan. Ik verwacht eerlijk
gezegd dat die kans heel klein is. Mijn vraag is of u niet nog eens naar
die motie kunt kijken. Dan kunnen de indieners volgens mij ook wel leven
met het terugtrekken van het amendement.
Staatssecretaris De Vries:
U heeft zelf het amendement zo ingediend. Ik ga niet over hoe u een
amendement indient. U zegt: 141 miljoen aan verplichtingen aan de
uitgavenkant, en aan de andere kant moet dat weer opgehoogd worden. Daar
zegt u bij: "Deze financiering moet volgens de indieners onder andere
aangewend kunnen worden voor maatschappelijke organisaties voor pleiten
en beïnvloeden in Nederland." Dat geldt dan voor dat totale bedrag. Ik
kijk nu alleen naar dit verhaal. Ik heb u ook gehoord met betrekking tot
de motie, maar dat is niet wat dit regelt.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Dat is wel de bedoeling. Zo hebben we het ook geprobeerd aan te geven,
net voor de dinerpauze. Die motie moet echt worden gezien als onze
voorkeur. Schone en eerlijke handel, daar gaat het om. Het gaat er niet
om andere subsidiekaders die daarbij horen te veranderen.
Staatssecretaris De Vries:
Ik heb al twee keer brieven gestuurd naar de Kamer over mijn appreciatie
van de motie. Daar heeft het kabinet naar gekeken en dat heeft gezegd:
dit is niet in lijn met het kabinetsbeleid. De Kamer probeert dit nu met
een amendement te regelen en dat is haar goed recht, maar dit amendement
is heel verstrekkend. Ik kan het op dit moment ook niet mooier maken dan
het is. Misschien kunnen de indieners nog eens naar het amendement
kijken, maar ik moet uitgaan van dit amendement, voorzitter.
De voorzitter:
Dat snap ik. Ik kijk nog even naar de eerste indiener van dit amendement
om te zien of wij hier nog met elkaar uit kunnen komen, of dat er in
maart gestemd wordt over dit amendement met deze appreciatie en de
toelichting van de staatssecretaris.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Wij zullen zeker nog naar dit amendement kijken, maar voor de
duidelijkheid: er dreigt nu een kader te worden gepubliceerd waarmee de
staatssecretaris is doorgedenderd door het naar de Staatscourant te
sturen. Zij weet dat daar geen steun voor is in de Kamer. Dat wordt nu
teruggetrokken. Dat geeft de staatssecretaris dus de mogelijkheid om het
aan te passen en dat geeft ons de mogelijkheid om naar dit amendement te
kijken. Uiteindelijk gaat het om een vrij fundamenteel punt, waarbij de
staatssecretaris weigert iets zeer duidelijks te doen, waartoe 150
maatschappelijke organisatie hebben opgeroepen. De staatssecretaris
schermt er nu mee dat deze organisaties dit heel problematisch zouden
vinden.
De heer Van der Burg (VVD):
Als de 141 miljoen van het amendement op stuk nr. 31 wordt overgeheveld
conform dat amendement, dan verandert er toch niets aan het standpunt
van het kabinet?
Staatssecretaris De Vries:
Nee, dat blijft ook hetzelfde. Dat is het punt niet. Maar dit amendement
is nog veel verstrekkender dan de motie die er ligt. Mijn standpunt over
de motie en over het wel of niet subsidiëren van een lobby is nog steeds
hetzelfde. Als de Kamer een amendement wil indienen, geef ik aan wat de
consequenties van dat amendement zijn. Dit is hoe ik aankijk tegen het
amendement dat hier ligt. Ik wil best nog een keer op papier zetten wat
het probleem is, maar dit is wel de hoofdlijn.
De heer Van der Burg (VVD):
Maar ik vraag even het volgende, via de voorzitter uiteraard, aan de
staatssecretaris, met de bedoeling om te kijken naar de broeders en
zusters in de Kamer. Dat betekent dus ook dat dit amendement in de ogen
van de staatssecretaris niet leidt tot datgene wat beoogd is met het
amendement, als ik luister naar de woorden van mijn
collega-Kamerleden.
Staatssecretaris De Vries:
Uiteindelijk wel, maar ik vind het niet netjes, als er zo'n amendement
ligt, om dan door te gaan naar de organisaties die nu al allerlei zaken
hebben ingediend of op aanbestedingen hebben ingeschreven. Die zal ik
wel moeten gaan informeren dat dit er ligt. Twee verplichtingen zijn al
aangegaan. Ik geef nu al aan dat ik daar sowieso niet op ga terugkomen.
Maar ik kan dan niet hiermee doorgaan, zeg maar. Ik vind het niet meer
dan netjes dat ik dat richting die organisaties ga aangeven op het
moment dat dit amendement het amendement is.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik vraag me af of de appreciatie van de staatssecretaris anders wordt
als er in het amendement heel duidelijk wordt geformuleerd dat het echt
om schone en eerlijke handel gaat en niet om de andere kaders, die al
gepubliceerd zijn. Ik denk dat het heel logisch is dat die nationale
lobby wordt toegestaan.
Staatssecretaris De Vries:
Dat is dan niet tekstueel. Dan moet er echt een heel ander amendement
komen te liggen. Dan blijft mijn oordeel overigens nog steeds ontraden,
omdat ik inhoudelijk iets anders vind dan wat de indieners van plan
zijn. Ik heb nu echter alleen dit amendement.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Zou u zich kunnen voorstellen dat het anders uitpakt? Ik zoek een beetje
naar een weg om ervoor te zorgen dat we vaart maken met een aanpassing
en dat we niet tot de stemming in maart moeten wachten om verder te
kunnen. Wij kunnen kijken naar het aanpassen van de tekst naar "schone
en eerlijke handel", zodat duidelijk is dat het niet de bedoeling is om
met die andere subsidiekaders aan de slag te gaan, zoals u het
amendement nu interpreteert.
Staatssecretaris De Vries:
Zoals het amendement nu geformuleerd is, gaat het daarover. Het is aan
de indieners om het eventueel aan te passen.
De voorzitter:
Ik ga toch even helpen.
Staatssecretaris De Vries:
Ja, maar ik heb al gezegd dat ik, ook als dit amendement er zo blijft
liggen, de Staatscourant ga terughalen. Dat doe ik sowieso, omdat ik het
niet netjes vind. Op dit moment heb ik echter niks anders dan dit
amendement.
De voorzitter:
Ik ga nog steeds een poging doen om te helpen, want anders blijven we in
deze patstelling. Ik zie beweging vanuit de Kamer om het amendement aan
te passen, zodat de scope smaller wordt wat betreft andere partijen
waarmee verplichtingen zijn aangegaan. Dan is het effect dat Kamerleden
beogen ook in overeenstemming met hetgeen waar de staatssecretaris aan
tegemoet kan komen. Ik kan mij voorstellen dat de indieners kijken naar
de tekst van dit amendement. Daarmee heb ik nog niks gezegd over de
appreciatie, zo zeg ik even tegen de staatssecretaris. Ik kan mij
voorstellen dat de staatssecretaris dan nog steeds aan de slag moet met
de publicatie in de Staatscourant. Ik hoop ergens dat er hier in het
midden consensus gevonden kan worden omtrent de tekst, zodat het
amendement uitgevoerd kan worden op basis van de wens van de Kamer, of
niet eens het amendement maar wel de moties. Dit wordt voor mij een
hellend vlak, want ik wil mij niet inhoudelijk mengen in deze discussie.
Ik zie wel van beide kanten, zeker van de kant van de Kamer, een
beweging om hier uit te komen. Is daar dan ruimte voor buiten dit
debat?
Staatssecretaris De Vries:
Er is natuurlijk altijd ruimte om een aangepast amendement in te dienen.
Ik zou dan wel zeggen: doe dat op heel korte termijn. Anders ben ik
namelijk echt genoodzaakt om de volle breedte van de mensen die hierdoor
geraakt worden op de een of andere manier te informeren. Anders zou ik
dat ook niet netjes vinden.
De voorzitter:
Mevrouw Kröger. Ik wil dit ook wel ergens gaan afronden.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Goed, voorzitter. Ik snap dat, maar ik vind het volgende echt heel
moeizaam. Een Kamermeerderheid vindt het dusdanig belangrijk dat die
motie wordt uitgevoerd dat zij daar zelfs een amendement voor wil
indienen. In plaats van dat de staatssecretaris dat inziet en tegemoet
komt aan de wens van de Kamer, problematiseert zij nu eigenlijk de stap
die wij zetten.
Staatssecretaris De Vries:
Nee. Maar, voorzitter ...
De voorzitter:
Maar zullen we ...
Staatssecretaris De Vries:
Daar wil ik wel echt op reageren.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Nogmaals ...
De voorzitter:
Mag ik als voorzitter even ingrijpen? Ik denk dat het ons gaat helpen
als we uit de woorden "problematiseren" en "verwijten" komen. Emotie is
eenieder vrij, maar ik probeer te zoeken naar een oplossing. Ik proef
aan de kant van de Kamer heel veel bereidheid. Ik vul dat ook een beetje
in voor vak K. Laten we het niet op de spits drijven. Laten we kijken
hoe we hier inhoudelijk uit kunnen komen. Ik heb het idee dat dat ook uw
intentie is.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Zeker. Het is volgens mij belangrijk dat het kader teruggehaald wordt
dat gepubliceerd zou worden tegen de wens van de Kamer in. Het is ook
belangrijk dat er naar het amendement gekeken wordt, zodat het juridisch
de basis biedt om precies te regelen wat er in die twee moties geregeld
diende te worden.
De heer Van der Burg (VVD):
Ik ben dus niet voor het amendement op stuk nr. 31 en ik sta er ook niet
onder, maar ik wil wel helpen om te kijken of we tot een oplossing
kunnen komen. Maar dan wil ik van de staatssecretaris weten: als het
amendement wordt ingediend zoals zojuist ter rechterzijde van mij is
gezegd — dan vergeet ik mevrouw Dobbe even — leidt dat dan tot het
beoogde resultaat, namelijk dat het intrekken van het kader niet alle
gevolgen heeft die de staatssecretaris net heeft benoemd als het zo zou
blijven? Oftewel: is dit een oplossing?
Staatssecretaris De Vries:
Ik ben geen wetgevingsjurist. Ik denk dat dat zou kunnen, maar dan is
wel de vraag: wat wil de Kamer regelen? Het amendement zal van mijn kant
nog steeds ontraden zijn. Maar goed, dat heb ik al aangegeven. Zoals het
nu geformuleerd is, heeft het deze insteek. Ik geef aan dat de indieners
dan moeten kijken hoe ze het willen aanpassen.
De voorzitter:
Mag ik een voorzichtige conclusie doen? Zal ik eerst een conclusie doen?
Het amendement wordt in de huidige vorm ontraden.
Staatssecretaris De Vries:
Ja.
De voorzitter:
Ik denk dat de indieners heel goed gehoord hebben dat de
staatssecretaris gezegd heeft: indien wijziging, dan tempo. Ik zie
mensen knikken aan de overkant, althans, aan mijn overkant. Zou de
voorzichtige conclusie kunnen zijn dat de appreciatie in de huidige vorm
"ontraden" blijft en dat de indieners met een wijziging op dit
amendement komen, wellicht ook nog in goede samenspraak met de
staatssecretaris, om tot een uitkomst te komen die de Kamer tegemoetkomt
— dat hoor ik namelijk heel goed — maar waarbij de staatssecretaris ook
de ruimte heeft om dat te kunnen uitvoeren passend binnen de juridische
mogelijkheden? Heb ik het zo netjes geconcludeerd? Nou, het is bijna
Gronings enthousiasme aan de overkant.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Wij hebben de staatssecretaris duidelijk gehoord. We zullen ons beraden.
We hebben ook het geluid gehoord van 150 organisaties die zeggen: wij
willen dat dat kader wordt aangepast. Wij gaan ons hier dus op
beraden.
De voorzitter:
Dan zou ik dat met tempo doen. Ik denk dat dat gaat helpen. Ik hoop dat
mevrouw Dobbe geen vraag meer heeft.
Mevrouw Dobbe (SP):
Wat bij het beraden zou helpen, is dit. De staatssecretaris heeft
blijkbaar tijdens de schorsing ambtelijke adviezen en ook een juridische
appreciatie vanuit haar organisatie gekregen. Het zou ons als indieners
heel erg helpen om die ook te ontvangen, zodat wij ook weten waar de
pijnpunten zitten en er inhoudelijk vanuit dezelfde informatiepositie
over kunnen oordelen.
Staatssecretaris De Vries:
Ik heb het in principe mondeling aangegeven, maar ik ben best bereid dat
nog even kort op papier te zetten. Dat neemt wel weer extra tijd in
beslag en hoe langer het duurt …
De voorzitter:
Soms helpen tijd en extra informatie om elkaar in het midden te
ontmoeten.
Staatssecretaris De Vries:
Jawel, maar er is voor mij een kantelpunt wanneer ik moet zeggen dat dit
amendement er ligt en ik het allemaal terug moet halen …
De voorzitter:
Dat snap ik.
Staatssecretaris De Vries:
… anders vind ik het niet netjes.
De voorzitter:
Dan blijft de conclusie: in de huidige vorm is de appreciatie
"ontraden". De indieners gaan in tempo aan de slag op basis van de
informatie die de staatssecretaris ook nog verstrekt en dan komt er een
gewijzigd amendement.
Dan kunnen wij nu verder met de ingediende moties.
Staatssecretaris De Vries:
Dan de moties. De eerste motie is de motie op stuk nr. 32 van de heer
Bamenga over het Grote Merenproject. Die kan ik oordeel Kamer geven. Ik
ga niet over alles apart informeren; dat doe ik in de bestaande zaken
zoals het jaarverslag en/of de begroting.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 32 krijgt oordeel Kamer.
Staatssecretaris De Vries:
De motie op stuk nr. 33 van D66 over onderwijs in humanitaire
crisissituaties kan ik oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 33 krijgt oordeel Kamer.
Staatssecretaris De Vries:
De motie op stuk nr. 34 van de PVV over stoppen met ontwikkelingshulp ga
ik ontraden. Wij vinden ontwikkelingshulp belangrijk. Er zijn ook
Nederlandse belangen zoals migratie et cetera. Die hebben we in het
debat met de heer Markuszower ook gedeeld. Daarom is de motie ontraden,
want anders hadden we deze begroting, die ook nog mede gemaakt is met de
PVV, niet ingediend.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 34 wordt ontraden.
Staatssecretaris De Vries:
Dan de motie op stuk nr. 35 van de PVV over geen subsidies meer naar
ngo's en terroristische organisaties. Laat ik vooropstellen dat wij geen
terroristische organisaties financieren, maar onder verwijzing naar het
debat moet ik deze motie ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 35 wordt ontraden.
Staatssecretaris De Vries:
Dan de motie op stuk nr. 36 van mevrouw Kröger over de OESO-richtlijnen.
Ik moet deze motie ontraden. De OESO-richtlijnen vormen de basis van het
Nederlandse imvo-beleid, maar wij vinden het niet wenselijk en
realistisch om dit rijksbreed in te voeren. Dat zou aan een volgend
kabinet zijn.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 36 wordt ontraden.
Staatssecretaris De Vries:
De motie op stuk nr. 37 verzoekt de regering om stevige steun uit te
spreken voor het werk en het mandaat van UNRWA en de banden met deze
VN-organisatie te herstellen. Deze motie is wat mij betreft
overbodig.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 37 krijgt de appreciatie: overbodig. Mevrouw
Kröger, één vraag alstublieft.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Over het algemeen zegt het kabinet dat iets overbodig is als het het
gevraagde al doet. Concludeer ik dan uit haar appreciatie dat de
staatssecretaris stevig steun uitspreekt voor het werk en het mandaat
van UNRWA?
Staatssecretaris De Vries:
Ik denk dat ik duidelijk ben geweest in het debat; ik heb daar
kanttekeningen bij geplaatst. Maar de motie impliceert dat het kabinet
geen banden zou hebben met UNRWA of niet zou staan voor de
VN-hulporganisaties en dat klopt simpelweg niet. We steunen het mandaat
van UNRWA. Ik heb daar de kanttekeningen bij geplaatst van het
Colonnarapport en ik heb iets gezegd over de lesmaterialen. Ik vind deze
motie dus overbodig.
De voorzitter:
Dan moet ik aan mevrouw Kröger, de eerste indiener, vragen of zij de
motie indient of intrekt.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Gezien de humanitaire crisis in Gaza denk ik dat het heel belangrijk is
dat de Kamer zich wél uitspreekt.
Staatssecretaris De Vries:
Dan de motie op stuk nr. 38 van mevrouw Van Ark van het CDA, over
schuldverlichting in combinatie met innovatieve oplossingen. Ik verwijs
naar wat ik hierover gezegd heb in het debat. Wat mij betreft is dit
oordeel Kamer. We hebben al het nodige gewisseld over kwijtschelding en
dergelijke zaken. Als randvoorwaarde wil ik meegeven dat het kabinet
daar niet voor is, maar we kunnen altijd goed naar innovatieve
oplossingen kijken omdat we het probleem ook wel zien.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 38 krijgt oordeel Kamer.
Staatssecretaris De Vries:
De motie op stuk nr. 39, van de heer Van Baarle, verzoekt de regering om
een aanvullende bijdrage te doen voor de wederopbouw van Gaza. Ik denk
dat ik heel uitgebreid ben ingegaan op het belang van de wederopbouw van
Gaza. Ik moet deze motie ontraden. Er is geen dekking, dus dan zou het
ten koste gaan van andere programmering. Ook willen wij even goed kijken
wat andere landen doen en dan gezamenlijk kijken naar wat er moet
gebeuren.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 39 wordt ontraden.
Staatssecretaris De Vries:
Dan de motie op stuk nr. 40 van DENK, over het voorbereiden van de inzet
van de antidwangarbeidverordening voor Oeigoeren. We zijn sowieso bezig
met de EU om …
De voorzitter:
Excuus. De motie op stuk nr. 40 gaat volgens mij over Sudan. De motie op
stuk nr. 41 gaat over de antidwangarbeidverordening.
Staatssecretaris De Vries:
Nou, dan krijg ik die zo dadelijk nog eventjes aangereikt van de
ambtenaren.
De voorzitter:
Dan parkeren we de motie op stuk nr. 40 even en gaan we naar de motie op
stuk nr. 41.
Staatssecretaris De Vries:
Dan moet ik er dus overal eentje bij optellen. De motie op stuk nr. 41
gaat over de antidwangarbeidverordening. Wij zijn bezig met de
voorbereidingen van de implementatie en het bedrijfsleven is daar ook
mee bezig. Wat mij betreft is deze motie eigenlijk overbodig, maar ik
kan 'm ook wel oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 41 krijgt oordeel Kamer.
Staatssecretaris De Vries:
De motie op stuk nr. 42 verzoekt de regering om zich in te zetten voor
de positie van de Rohingya, met nadruk op internationale bescherming,
mensenrechten en veilige terugkeer en om te bezien hoe een gerichte
bijdrage gedaan kan worden voor de ondersteuning van de Rohingya. Dit is
eigenlijk een beetje hetzelfde als het amendement. Ik zou mij daar dus
bij willen aansluiten en dan is de appreciatie: ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 42 wordt ontraden. Eén vraag, meneer Van
Baarle.
De heer Van Baarle (DENK):
Als het gaat om bijvoorbeeld het continueren van de programma's in de
Grote Meren — terecht; ik sta mede onder die motie — is dat geen aanslag
op het flexibele budget voor de toekomst. Onderwijs waar mogelijk
onderdeel maken: heel belangrijk, ook daar sta ik onder. Zo zijn er nog
meer moties, toevallig allemaal van coalitiepartijen in wording, die ook
iets doen met een budgettaire implicatie. Daarvan zegt de
staatssecretaris: oordeel Kamer. Dan vraag ik om een bijdrage voor Gaza
en wordt dat ontraden, want geen dekking. Of ik vraag om een bijdrage
voor de Rohingya en dan is het: tja, ontraden, wánt het flexibel budget,
wánt geen dekking. De staatssecretaris is gewoon niet rechtlijnig. Er
zijn gewoon heel goede argumenten om een bijdrage te doen aan Gaza of
aan de Rohingya op basis van de noden. Kan de staatssecretaris aangeven
dat zij andere redenen heeft dan die in haar argumentatie? Zij is
namelijk in ieder geval niet consistent.
Staatssecretaris De Vries:
Volgens mij zijn de moties echt verschillend van elkaar. Over het Grote
Merenproject heb ik eerder al in een brief aangegeven dat we bestaande
programma's door laten gaan. Voor aanvullende humanitaire hulp hebben we
gewoon criteria op basis waarvan wij die hulp inzetten. Daar wordt echt
secuur naar gekeken; dat is echt niet een willekeurige exercitie.
Daaruit is voor Congo ik meen 8 miljoen beschikbaar gesteld. Dat is ook
niet het enige wat we doen. We doen ook nog flexibele financiering bij
een heleboel instanties die kijken naar de urgente noden. Daar komen ook
een heleboel landen en groepen voor in aanmerking. Als de urgente noden
zo hoog zijn en het in het totale palet nodig is dat daar geld heengaat,
dan is dat vanuit die flexibele financiering die organisaties krijgen.
Volgens mij is dat een verhaal dat op basis van feiten en criteria
bepaald is en dat is hoe het zou moeten zijn wat mij betreft. Het is
altijd heel ingewikkeld om verschillende conflicten, situaties en
urgente noden tegen elkaar af te wegen, maar ik vind dat we er
vertrouwen in moeten hebben dat onze hulporganisaties die daar een rol
in spelen dat op een goede en verantwoorde manier doen.
Dan de motie op stuk nr. 43 van de SGP over het faciliteren van de
actoren in de Dutch Diamond. Die is wat mij betreft oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 43 krijgt oordeel Kamer.
Staatssecretaris De Vries:
Dan de motie op stuk nr. 44. Het bni herstellen met een motie is wel wat
ingewikkeld, meneer Stoffer. Ik ken de SGP als een financieel degelijke
partij. Ik moet deze ontraden, ook onder verwijzing naar het debat. In
feite ligt er ook geen dekking aan ten grondslag.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 44 wordt ontraden.
Staatssecretaris De Vries:
Dan de motie op stuk nr. 45 over de criteria voor klimaatfinanciering.
Onder verwijzing naar de beantwoording van de schriftelijke vragen:
ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 45 wordt ontraden.
Staatssecretaris De Vries:
Dan de motie op stuk nr. 46 van mevrouw Teunissen van de Partij voor de
Dieren over het ondersteunen van boerengemeenschappen en het borgen van
hun rechten en biodiversiteit. Er is al sprake van inzet van budget op
deze thema's en prioriteit heeft wat ons betreft voedselzekerheid, dus
wat mij betreft wordt zij ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 46 wordt ontraden.
Staatssecretaris De Vries:
Dan de motie van de Partij voor de Dieren op stuk nr. 47 over een
opbouwpad voor Nederlandse adaptatiefinanciering voor het klimaat. Ik
heb in de schriftelijke beantwoording al aangegeven dat wij het als
Nederland heel goed doen als het gaat om die adaptatiefinanciering, dus
ik zie geen reden om dat opbouwpad nu nog meer op te laten lopen. Dus
ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 47 wordt ontraden.
Staatssecretaris De Vries:
De motie op stuk nr. 48 gaat over een rapportage over de
ontbossingsvoetafdruk. Ik zou willen zeggen dat die ontijdig is, want
dit gaat over de door de staatssecretaris LVVN met uw Kamer gedeelde
Nationale Biodiversiteit Strategie Actieplan Nederland en dat is een
verantwoordelijkheid van LVVN en niet BHO. Vandaar dat ik het oordeel
"ontijdig" wil geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 48 krijgt het oordeel "ontijdig".
Staatssecretaris De Vries:
En anders is zij ontraden. Want bij ontijdig moet geloof ik gevraagd
worden of zij aangehouden wordt.
De voorzitter:
Ja. Het ingewikkelde is alleen dat de indiener er niet is. De
appreciatie "ontijdig" kan ook. Behalve als u daar nu zelf wat van
vindt. Dan gaan we het wijzigen.
Staatssecretaris De Vries:
Als het niet geaccepteerd wordt, heb ik als opdracht om te zeggen:
ontraden. Dan zou ik tegen de Partij voor de Dieren zeggen: doe nog een
poging en dien de motie, tenzij die aangenomen wordt, opnieuw in bij de
begroting van LVVN. Dus ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 48 wordt ontraden.
Staatssecretaris De Vries:
Dan de motie Ceder op stuk nr. 49 over de expertise bij het ministerie
van Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp op
het gebied van religieuze en culturele contexten. Dat is staand beleid.
In die zin zou die overbodig zijn. Maar ik kan 'm ook oordeel Kamer
geven, want ik weet dat het een heel belangrijk punt is voor de
indiener.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 49 van de heer Ceder krijgt oordeel Kamer.
Staatssecretaris De Vries:
De Afrikastrategie, de motie op stuk nr. 50. Die krijgt wat mij betreft
oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 50 krijgt oordeel Kamer.
Staatssecretaris De Vries:
Dan de motie van de heer Ceder van de ChristenUnie op stuk nr. 51 om te
kijken in hoeverre beleidsprioriteiten ten goede komen aan kinderen. Het
lijkt mij goed om daar aandacht voor de hebben. Daar hebben meerdere
partijen overigens aandacht voor gevraagd. Wat mij betreft oordeel
Kamer, maar dat is dan wel in de bestaande gremia of bestaande stukken,
zoals het jaarverslag en dat soort zaken. Daarin geven we daar dan een
indicatie van.
De voorzitter:
Ik kijk even naar de heer Ceder. Die knikt enthousiast. De motie op stuk
nr. 51 krijgt oordeel Kamer.
Staatssecretaris De Vries:
Dan de motie op stuk nr. 52 van de SP over ongebonden hulp. Mevrouw
Dobbe weet heel goed dat wij geen voorstander zijn van ongebonden hulp,
dat wij het belangrijk vinden dat er ook gebonden hulp is. Dus wat dat
betreft: ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 52 wordt ontraden.
Staatssecretaris De Vries:
De motie op stuk nr. 53 van de SP gaat over Gavi. Het kabinet reserveert
nu 37,4 miljoen euro per jaar voor Gavi, door middel van de
kernbijdrage, het Matching Fund en de innovatieve financiering voor
vroegtijdige immunisatie van kinderen. Dit bedrag is meerjarig
vastgelegd, tot 2030. Dat is een bezuiniging van 2,6 miljoen per jaar.
Ik vind dat alleszins redelijk in het totale palet van wat we allemaal
moeten doen. De dekking die wordt genoemd, de asieltoerekening aan het
ODA-budget, is geen dekking — dat heb ik al eerder aangegeven — want dan
moet daar weer een dekking voor gevonden worden. De motie wordt dus
ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 53 wordt ontraden.
Staatssecretaris De Vries:
De motie op stuk nr. 54 is ook van mevrouw Dobbe. Daarin wordt de
regering verzocht een extra inspanning te leveren om Iraanse
vrouwenrechten- en mensenrechtenorganisaties te ondersteunen bij hun
werk. Zoals ik ook in het debat aangaf, sta ik daar sympathiek
tegenover. Er gebeuren ook al dingen. We willen ook kijken of er iets
van een extra inspanning mogelijk is en een aantal opties daarvoor in
kaart brengen, maar dat is in verband met de veiligheid natuurlijk niet
heel gemakkelijk. Daarmee kan ik de motie oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 54 krijgt oordeel Kamer.
Staatssecretaris De Vries:
De motie op stuk nr. 55 gaat over Europese ontwikkelingssamenwerking.
Dat is wel een heel vergaand dictum. Die motie verzoekt de regering om
zich in te zetten voor een Europese ontwikkelingssamenwerkingsstrategie,
waarbij geen ruimte is voor nationale inzet, maar alles Europees
gecoördineerd wordt. Nou, dan hoeven we dit debat niet meer te hebben
met elkaar, denk ik. Wat mij betreft wordt deze motie ontraden. Ik heb
inderdaad aangegeven dat er natuurlijk afstemming moet zijn op Europees
niveau en dat we ook dingen gezamenlijk kunnen doen met betrekking tot
conflictbemiddeling, maar dit is wel een hele vergaande motie.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 55 wordt ontraden.
Staatssecretaris De Vries:
De motie op stuk nr. 56 is van Volt, D66 en GroenLinks-PvdA, en gaat
over de digitaledienstenbelasting. Ik ben er in de schriftelijke
beantwoording ook al op ingegaan. Deze motie wordt ontraden. Ik denk ook
niet dat dat een verrassing voor de indieners is, want de
staatssecretaris van Financiën heeft in september 2025 een brief
gestuurd over de complexe afwegingen bij de invoering van de DST. Er is
voor gekozen om dat niet te doen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 56 wordt ontraden. Dan hebben we onder andere nog
de motie op stuk nr. 40 van de heer Van Baarle over.
Staatssecretaris De Vries:
Dat is die over ...
De voorzitter:
"Verzoekt de regering om te Europese Commissie te verzoeken om de ruimte
binnen het onderhandelingsmandaat, namelijk naleving van het
internationaal recht, te benutten om de rol van de VAE in de oorlog in
Sudan bespreekbaar te maken."
Staatssecretaris De Vries:
Ik moet even kijken wat er precies staat, want deze zat niet in mijn
setje.
Voorzitter. Deze motie is eigenlijk vergelijkbaar met de motie die
volgens mij eerder al is ingediend. Het zal de heer Van Baarle dan ook
niet verbazen dat ik daar dezelfde beoordeling aan zal geven, namelijk
ontraden. De Raad heeft ingestemd met het onderhandelingsmandaat voor de
Golfstaten. In het mandaat wordt ook verwezen naar de naleving van het
internationaal recht door derde landen als onderdeel van het toekomstige
handelsakkoord. Dan is dit eigenlijk overbodig, vind ik. Ik ga deze
ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 40 wordt ontraden. Daarmee zijn we aan het einde
gekomen van de tweede termijn van onze staatssecretaris.
De algemene beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
We gaan aanstaande dinsdag stemmen over de ingediende moties. Over de
ingediende amendementen stemmen we nadat we alle begrotingen behandeld
hebben.
Ik wil alle leden en de staatssecretaris bedanken voor hun aanwezigheid.
Ik wil alle medewerkers in dit huis bedanken voor de goede
ondersteuning. Ik wens u allen wel thuis en morgen gezond weer op. Ik
sluit de vergadering.
Sluiting
Sluiting 19.28 uur.
ONGECORRIGEERD STENOGRAM Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden
ontleend. |
|---|