Amendement van het lid Hoogeveen over de mogelijkheid van achterwaartse verliesverrekening naar het voorafgaande kalenderjaar
Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om werkelijke inkomsten uit bezittingen en schulden in box 3 te belasten (Wet werkelijk rendement box 3)
Amendement
Nummer: 2026D01679, datum: 2026-01-16, bijgewerkt: 2026-01-16 15:42, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: M.P. Hoogeveen, Tweede Kamerlid
Onderdeel van kamerstukdossier 36748 -9 Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om werkelijke inkomsten uit bezittingen en schulden in box 3 te belasten (Wet werkelijk rendement box 3).
Onderdeel van zaak 2026Z00722:
- Indiener: M.P. Hoogeveen, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
| TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL | 2 | |
| Vergaderjaar 2025-2026 | ||
| 36 748 | Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om werkelijke inkomsten uit bezittingen en schulden in box 3 te belasten (Wet werkelijk rendement box 3) | |
| Nr. 9 | AMENDEMENT VAN HET LID Hoogeveen | |
| Ontvangen 16 januari 2026 | ||
| De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: | ||
Na artikel I wordt een artikel ingevoegd, luidende:
ARTIKEL IA
De Wet inkomstenbelasting 2001 wordt met ingang van 1 januari 2029 als volgt gewijzigd:
A
Artikel 5.67 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt “van de” vervangen door “van het voorafgaande kalenderjaar en de”.
2. Na het tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
2a. De verrekening vindt plaats in de volgorde waarin de verliezen zijn ontstaan en de inkomens zijn genoten.
B
Na artikel 5.68 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 5.68a. Formalisering achterwaartse verliesverrekening
1. Verrekening van een verlies uit sparen en beleggen met het inkomen uit sparen en beleggen van het voorafgaande kalenderjaar vindt plaats door vermindering van de aanslag bij voor bezwaar vatbare beschikking van de inspecteur.
2. De inspecteur geeft de beschikking gelijktijdig met het vaststellen van de aanslag over het jaar waarin het verlies is ontstaan.
3. Indien over een voorafgaand kalenderjaar geen aanslag is vastgesteld en met het inkomen uit sparen en beleggen van dat jaar een verlies wordt verrekend, nodigt de inspecteur de belastingplichtige alsnog uit tot het doen van aangifte voor dat jaar. Voor de toepassing van artikel 11, derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen wordt de belastingplichtige in dat geval geacht uitstel voor het doen van aangifte te hebben verkregen vanaf het einde van het betreffende jaar tot het tijdstip van uitnodiging tot het doen van aangifte.
4. Rechtsmiddelen tegen de beschikking, bedoeld in het eerste lid, kunnen uitsluitend betrekking hebben op de toepassing van artikel 5.67.
5. Voorafgaand aan de vermoedelijke vaststelling van de beschikking, bedoeld in het eerste lid, kan de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking volgens bij ministeriële regeling te stellen regels een voorlopige verliesverrekening verlenen tot ten hoogste het bedrag waarop de vermindering vermoedelijk zal worden vastgesteld. Een voorlopige verliesverrekening kan door een of meer voorlopige verliesverrekeningen worden aangevuld.
6. Voorlopige verliesverrekeningen worden verrekend bij de beschikking, bedoeld in het eerste lid, of, indien een dergelijke beschikking niet wordt vastgesteld, met de aanslag over het jaar waarover het verlies is aangegeven dat tot een voorlopige verliesverrekening heeft geleid,.
C
In het opschrift van artikel 5.69 wordt “verliesverrekening” vervangen door “voorwaartse verliesverrekening”.
Toelichting
Dit amendement wijzigt de voorgestelde regeling inzake verliesverrekening in box 3 door in hoofdstuk 5 van de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001) naast de voorgestelde voorwaartse verliesverrekening tevens een achterwaartse verliesverrekening van één jaar mogelijk te maken.
Concreet wordt het voorgestelde artikel 5.67 Wet IB 2001 aangepast, waarin de voorwaartse verrekening van een vastgesteld verlies uit sparen en beleggen is geregeld. Aan dat artikel wordt toegevoegd dat een verlies uit box 3 tevens kan worden verrekend met het positieve inkomen uit sparen en beleggen van het direct aan het kalenderjaar voorafgaande kalenderjaar en wordt tevens geregeld in welke volgorde de achterwaartse verliesverrekening en de voorwaarts verliesverrekening plaatsvindt: eerst vindt de achterwaartse verliesverrekening plaats. Voor zover het verlies niet volledig achterwaarts kan worden verrekend, blijft het in het wetsvoorstel opgenomen regime van onbeperkte voorwaartse verliesverrekening ongewijzigd van toepassing. Daarnaast wordt een nieuw artikel (artikel 5.68a Wet IB 2001) ingevoegd over de formalisering van de achterwaartse verliesverrekening. De uitvoeringssystematiek sluit qua systematiek aan bij de bestaande carry-backregelingen in box 1, box 2 en de vennootschapsbelasting. De achterwaartse verliesverrekening treedt op grond van dit amendement in werking met ingang van 1 januari 2029, zodat verliesverrekening eerst mogelijk zal zijn met het inkomen uit sparen en beleggen uit 2028.
Dit amendement zorgt voor een evenwichtiger heffing over de tijd, vergroot de systematische consistentie van het belastingstelsel en kent een beperkte structurele budgettaire derving van 12 miljoen euro.
Hoogeveen