Antwoord op vragen van het lid Van Houwelingen over het Meerjarig Financieel Kader (MFK)
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D01695, datum: 2026-01-16, bijgewerkt: 2026-01-19 10:28, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (ah-tk-20252026-887).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken
Onderdeel van zaak 2025Z22024:
- Gericht aan: D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken
- Indiener: P. van Houwelingen, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 | Aanhangsel van de Handelingen |
| Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden |
887
Vragen van het lid Van Houwelingen (FVD) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over het Meerjarig Financieel Kader (MFK) (ingezonden 15 december 2025).
Antwoord van Minister Van Weel (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 16 januari 2026).
Vraag 1
Kunt u de Tweede Kamer laten weten waar, voor Nederland, wat de toename van de EU-afdrachten betreft, in het volgend Meerjarig Financieel Kader (MFK) de grens ligt?
Antwoord 1
Het kabinet heeft als doel de voorziene stijging van de Nederlandse afdrachten te beperken. Hierover heeft het kabinet in het Hoofdlijnenakkoord afspraken gemaakt die zijn bekrachtigd in de kabinetsinzet ten aanzien van het MFK van 12 september 2025.1
Vraag 2
Is het kabinet bereid een veto over het nieuwe MFK uit te spreken indien er straks een positie wordt bereikt die voor Nederland onacceptabel is?
Antwoord 2
Zoals aangegeven in beantwoording op 10 november jl. van vragen van uw Kamer over de kabinetsappreciatie van de Commissievoorstellen voor het volgend MFK en het eigenmiddelenbesluit (EMB) is het voorstel van de Commissie het startschot voor de onderhandelingen die naar verwachting tot in 2027 zullen duren. In de kabinetsappreciatie van 12 september jl. heeft het kabinet zijn positie met betrekking tot het voorstel van de Europese Commissie uiteengezet. Deze vormt de basis voor de Nederlandse inzet bij de onderhandelingen. Voorafgaand aan de laatste besprekingen in de Europese Raad en de uiteindelijke stemming in de Raad over het MFK en het EMB, zal het kabinet zijn finale positie bepalen op basis van het onderhandelingsresultaat.
Vraag 3
Heeft Nederland ooit eerder, tijdens de onderhandelingen over het MFK, gedreigd met een veto?
Antwoord 3
Het kabinet doet geen uitspraken over de wijze waarop het zich opstelt tijdens vertrouwelijke onderhandelingen.
Kamerstuk 21 501-20, nr. 226↩︎