Review accountantswerkzaamheden Wet financiering politieke partijen 2022
Financiering politieke partijen
Brief regering
Nummer: 2026D01823, datum: 2026-01-19, bijgewerkt: 2026-01-21 11:21, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-32634-20).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: F. Rijkaart, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Beslisnota bij Review accountantswerkzaamheden Wet financiering politieke partijen 2022
- Review accountantswerkzaamheden Wet financiering politieke partijen over 2022
Onderdeel van kamerstukdossier 32634 -20 Financiering politieke partijen.
Onderdeel van zaak 2026Z00770:
- Indiener: F. Rijkaart, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
- 2026-01-20 15:45: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-02-05 10:30: Procedurevergadering Binnenlandse Zaken (Procedurevergadering), vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 |
32 634 Financiering politieke partijen
Nr. 20 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 januari 2026
De Auditdienst Rijk (ADR) heeft in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) reviews uitgevoerd op de werkzaamheden van de accountants van drie politieke partijen over het verantwoordingsjaar 2022. Met deze brief bied ik u het geanonimiseerde reviewrapport aan en reageer ik op de door de ADR gedane constateringen en aanbevelingen.
Politieke partijen zijn verplicht jaarlijks een financiële verantwoording af te leggen over het voorgaande kalenderjaar. De verantwoording moet vergezeld gaan van een schriftelijke verklaring van een accountant. Daartoe onderzoekt de accountant of het financieel verslag en de overzichten van de partij voldoen aan de in de Wet financiering politieke partijen (Wfpp) en de Regeling financiering politieke partijen (Rfpp) gestelde voorschriften. Doel van de reviews is vaststellen of de accountant de controle heeft uitgevoerd conform de wettelijke voorschriften.
Selectie
Na afloop van het verantwoordingsproces selecteer ik drie tot vier partijen voor een review. De selectie is gebaseerd op een aantal factoren. Een politieke partij die voor het eerst subsidie ontvangt, wordt standaard geselecteerd. Het kan ook voorkomen dat onregelmatigheden in de verantwoording of onvolkomenheden in een eerdere review aanleiding vormen voor een (herhaal)review. Ten slotte wordt een politieke partij ook geselecteerd indien de partij al enkele jaren op rij niet is gecontroleerd.
De reviews over 2022 hebben betrekking op BBB, D66 en SP.
Reviewuitkomsten
De ADR beoordeelt twee van de drie accountantsdossiers als toereikend. Bij één accountantsdossier constateert de ADR dat – wegens het ontbreken van het activiteitenverslag – de accountant niet heeft getoetst of het activiteitenverslag verenigbaar is met het financieel verslag. De initiële controleverklaring bevat dan ook geen passage hierover. De ADR constateert daarnaast dat het Ministerie van BZK na ontvangst van de verantwoordingsstukken in juni 2023 de partij heeft verzocht een aangepaste verklaring aan te leveren. In de aangepaste verklaring is wel een passage opgenomen over de verenigbaarheid van het activiteitenverslag met het financieel verslag, maar uit het controledossier blijkt niet dat de aanvullende werkzaamheden hebben plaatsgevonden.
De ADR heeft in juni 2025 melding gedaan van bovenstaande constateringen bij het Ministerie van BZK. Daarop heb ik de politieke partij en accountant verzocht herstelwerkzaamheden uit te voeren en een schriftelijke verklaring af te leggen. Uit deze verklaring blijkt dat het activiteitenverslag is betrokken bij de controle en dat de verenigbaarheid van het activiteitenverslag met het financieel verslag is getoetst. In overleg met de ADR heb ik geconcludeerd dat vervolgactie niet nodig is, aangezien de verklaring van de accountant voldoende vertrouwen geeft dat de wettelijke voorschriften zijn nageleefd.
Mogelijke verbeteringen in wet- en regelgeving
De ADR heeft ook een aantal aanbevelingen gedaan over mogelijke verbeteringen in de wet- en regelgeving. Ten eerste is er behoefte aan een verantwoordings- en controleprotocol om de bestaande onduidelijkheid over de gewenste weergave van het financieel verslag en de omvang en diepgang van de accountantscontrole weg te nemen. Ten tweede is het niet duidelijk aan welke eisen het activiteitenverslag moet voldoen en, ten slotte, bevat het standaardmodel voor de controleverklaring geen expliciete passage over de rechtmatigheid van de subsidiebesteding.
Het is niet voor het eerst dat de ADR mij wijst op bovenstaande punten. Naar aanleiding van eerdere adviezen van zowel de ADR als de Commissie toezicht financiën politieke partijen (Ctfpp) heb ik een accountantsprotocol opgesteld. Het accountantsprotocol geeft duidelijkheid over de reikwijdte, aard en diepgang van het accountantsonderzoek. Ook bevat het protocol formats voor het financieel verslag en het activiteitenverslag, zodat duidelijk is aan welke eisen de verslagen moeten voldoen. In het protocol staat ook expliciet beschreven dat de accountant een oordeel moet geven over de rechtmatigheid van de besteding van de subsidie. Daarmee zijn de aanbevelingen reeds opgevolgd.
Het accountantsprotocol is op 1 april 2025 in werking getreden en is voor het eerst van toepassing geweest op de verantwoording over 2024.1 Niet alle politieke partijen hebben gebruik gemaakt van het accountantsprotocol. Omdat het protocol pas na afloop van het kalenderjaar is gepubliceerd, is aan politieke partijen en accountants die al waren gestart met de controle de mogelijkheid geboden deze controle voort te zetten volgens de oude werkwijze.
Omdat het protocol op enkele punten tot verwarring leidde, zal ik politieke partijen hierover in aanloop naar de verantwoording over 2025 uitgebreid informeren.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
F. Rijkaart
Uw Kamer is hierover op 19 maart 2025 geïnformeerd. Zie: Kamerstukken II, vergaderjaar 2024/2025, 32 634, nr. 19.↩︎