Voorstel van wet
Wijziging van de Wet langdurige zorg in verband met de aanvraag van een Wlz-indicatie door familie
Voorstel van wet
Nummer: 2026D01968, datum: 2026-01-19, bijgewerkt: 2026-01-21 14:43, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-36882-2).
Onderdeel van kamerstukdossier 36882 -2 Wijziging van de Wet langdurige zorg in verband met de aanvraag van een Wlz-indicatie door familie.
Onderdeel van zaak 2026Z00825:
- Indiener: N.J.F. Pouw-Verweij, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- 2026-01-21 13:10: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-01-28 10:15: Procedurevergadering Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Procedurevergadering), vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 |
36 882 Wijziging van de Wet langdurige zorg in verband met de aanvraag van een Wlz-indicatie door familie
Nr. 2 VOORSTEL VAN WET
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Wet langdurige zorg te wijzigen opdat het mogelijk wordt dat familieleden onder bepaalde omstandigheden een aanvraag voor een Wlz-indicatie kunnen indienen;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
ARTIKEL I
De Wet langdurige zorg wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 3.2.3 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het tweede lid komt te luiden:
2. Indien een meerderjarige verzekerde niet in staat is zelf de aanvraag te doen, niet onder curatele is gesteld of ten behoeve van hem niet het mentorschap is ingesteld, en er in plaats van een wettelijk vertegenwoordiger geen schriftelijk gemachtigde is of deze gemachtigde niet optreedt, kan de echtgenoot, de geregistreerde partner of andere levensgezel van de verzekerde een aanvraag doen. Indien deze persoon ontbreekt of niet optreedt, kan een ouder, kind, broer, zus, grootouder of kleinkind van de verzekerde een aanvraag doen.
2. In het zevende lid wordt «over de wijze waarop de indicatie tot stand komt» vervangen door «over de aanvraag, de wijze waarop de indicatie tot stand komt».
B
In artikel 8.1.2, eerste lid, onder e, wordt «een ouder, kind, broer of zuster van de verzekerde» vervangen door «een ouder, kind, broer, zus, grootouder of kleinkind van de verzekerde».
ARTIKEL II
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,