Motie van het lid Van Eijk c.s. over een tegenbewijsregeling voor het werkelijke voordeel van eigen gebruik van onroerende zaken
Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om werkelijke inkomsten uit bezittingen en schulden in box 3 te belasten (Wet werkelijk rendement box 3)
Motie (kabinetsappreciatie: Nog niet bekend)
Nummer: 2026D02064, datum: 2026-01-19, bijgewerkt: 2026-01-21 13:11, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-36748-16).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: W.P.J. van Eijk, Tweede Kamerlid (VVD)
- Mede ondertekenaar: P.A. Grinwis, Tweede Kamerlid (ChristenUnie)
- Mede ondertekenaar: C. Stoffer, Tweede Kamerlid (SGP)
Onderdeel van kamerstukdossier 36748 -16 Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om werkelijke inkomsten uit bezittingen en schulden in box 3 te belasten (Wet werkelijk rendement box 3).
Onderdeel van zaak 2026Z00849:
- Indiener: W.P.J. van Eijk, Tweede Kamerlid
- Medeindiener: C. Stoffer, Tweede Kamerlid
- Medeindiener: P.A. Grinwis, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
- 2026-01-19 11:30: Wet werkelijk rendement box 3 (Wetgevingsoverleg), vaste commissie voor Financiën
- 2026-02-03 18:00: Voortzetting Wet werkelijk rendement box 3 (Wetgevingsoverleg), vaste commissie voor Financiën
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 |
36 748 Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om werkelijke inkomsten uit bezittingen en schulden in box 3 te belasten (Wet werkelijk rendement box 3)
Nr. 16 MOTIE VAN HET LID VAN EIJK C.S.
Voorgesteld tijdens het wetgevingsoverleg van 19 januari 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat in het voorgestelde box 3-stelsel het eigen gebruik van onroerende zaken forfaitair wordt belast tegen 3,35% van de WOZ-waarde, uitgaande van een volledig jaar;
overwegende dat dit kan leiden tot belastingheffing over een voordeel dat niet of slechts gedeeltelijk is genoten, met name bij vakantiewoningen met een deels consumptief karakter;
overwegende dat de WOZ-waarde een onvolmaakte grondslag vormt en de voorgestelde systematiek juridisch kwetsbaar is;
verzoekt de regering uit te werken of het mogelijk is een uitvoerbare tegenbewijsregeling op te nemen voor het werkelijke voordeel van eigen gebruik van onroerende zaken;
verzoekt de regering tevens een tegenbewijsregeling voor de openingsbalanswaarde van vastgoed in box 3 uit te werken,
en gaat over tot de orde van de dag.
Van Eijk
Stoffer
Grinwis