Motie van het lid Ceulemans over borgen dat onder "verwijtbaar handelen" niet wordt verstaan dat een pgb-budgethouder de nieuwe werkgeversverplichtingen niet kan overzien
Wijziging van de Werkloosheidswet en enige andere wetten vanwege aanpassing van de Regeling dienstverlening aan huis (Wet aanpassing Regeling dienstverlening aan huis)
Motie (kabinetsappreciatie: Oordeel Kamer)
Nummer: 2026D02109, datum: 2026-01-19, bijgewerkt: 2026-01-21 09:55, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-36744-33).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: S. Ceulemans, Tweede Kamerlid (JA21)
Onderdeel van kamerstukdossier 36744 -33 Wijziging van de Werkloosheidswet en enige andere wetten vanwege aanpassing van de Regeling dienstverlening aan huis (Wet aanpassing Regeling dienstverlening aan huis).
Onderdeel van zaak 2026Z00875:
- Indiener: S. Ceulemans, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
- 2026-01-19 16:00: Wijziging van de Werkloosheidswet en enige andere wetten vanwege aanpassing van de Regeling dienstverlening aan huis (Wet aanpassing Regeling dienstverlening aan huis) (Wetgevingsoverleg), vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- 2026-01-27 15:00: Stemmingen (Stemmingen), TK
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 |
36 744 Wijziging van de Werkloosheidswet en enige andere wetten vanwege aanpassing van de Regeling dienstverlening aan huis (Wet aanpassing Regeling dienstverlening aan huis)
Nr. 33 MOTIE VAN HET LID CEULEMANS
Voorgesteld tijdens het wetgevingsoverleg van 19 januari 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de wetswijziging Rdah pgb-budgethouders confronteert met ingrijpende nieuwe werkgeversverplichtingen en een verlenging van de loondoorbetaling bij ziekte naar 104 weken;
constaterende dat de regering aangeeft dat in gevallen van «verwijtbaar handelen» door de budgethouder geen compensatie wordt verstrekt voor de extra loondoorbetaling, waardoor het beschikbare budget voor vervangende zorg onder druk kan komen te staan;
overwegende dat het pgb primair bedoeld is als instrument voor passende zorg en eigen regie voor mensen met een zorgvraag, en niet als middel om deze groep met ondoenlijke werkgeversrisico's te belasten;
verzoekt de regering te borgen dat onder «verwijtbaar handelen» niet wordt verstaan dat een pgb-budgethouder de nieuwe werkgeversverplichtingen vanwege gezondheidssituatie, beperking of complexiteit van de regelgeving niet volledig kan overzien of uitvoeren en dit derhalve niet tot gevolg kan hebben dat er onvoldoende middelen beschikbaar zijn om de volgens de indicatie noodzakelijke vervangende zorg in te kopen,
en gaat over tot de orde van de dag.
Ceulemans