OCW-begroting, onderdeel Cultuur (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D02124, datum: 2026-01-19, bijgewerkt: 2026-01-20 11:15, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-01-19 10:00: OCW-begroting, onderdeel Cultuur (Wetgevingsoverleg), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Preview document (š origineel)
Tweede Kamer, OCW-begroting, onderdeel Cultuur
VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEG
Concept
De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft op 19 januari 2026 overleg gevoerd met de heer Moes, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, over:
het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026 (36800-VIII);
de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 12 november 2025 inzake verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden inzake het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026 (36800-VIII, nr. 17);
de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 19 december 2025 inzake openbaarmaking informatie Van Gogh Museum naar aanleiding van een Woo-verzoek (32820, nr. 561);
de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 18 december 2025 inzake stand van zaken moties en toezeggingen met betrekking tot cultuur (32820, nr. 560);
de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 3 oktober 2025 inzake cultuursubsidies vanaf 2029 (31482, nr. 129);
de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 28 november 2025 inzake uitvoering van de motie van de leden Van der Velde en Wilders over onderzoeken of er 1,6 miljoen euro aan Opera Zuid kan worden toegekend uit het Fonds Podiumkunsten (Kamerstuk 32820, nr. 551) (32820, nr. 559);
de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 2 oktober 2025 inzake beleidsreactie op het rapport over webharvesting (26643, nr. 1418);
de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 23 mei 2025 inzake rapport "Het faciliteren van webharvesting" (26643, nr. 1339);
de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 19 september 2025 inzake Panorama Mesdag (31482, nr. 128);
de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 10 juli 2025 inzake het jaarverslag Verslag over het toezicht 2024 van de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed (36600-VIII, nr. 179);
de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 4 juli 2025 inzake vierde evaluatie van de Wet op de vaste boekenprijs over de jaren 2019-2023 (32300, nr. 16);
de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 2 juli 2025 inzake beleidsreactie op het eindrapport "Evaluatie KB, nationale bibliotheek (2019- 2023)" (25268, nr. 241);
de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 27 juni 2025 inzake beoordeling van het actieplan van ArtEZ hogeschool voor de kunsten door de Inspectie van het Onderwijs (31288, nr. 1208).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap,
Bromet
De griffier van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en
Wetenschap,
Verhoev
Voorzitter: Bromet
Griffier: Bosnjakovic
Aanwezig zijn tien leden der Kamer, te weten: Martin Bosma, Bromet, Van der Burg, Dassen, Heera Dijk, Van Houwelingen, Mohandis, Nanninga, Van der Plas en Tijmstra,
en de heer Moes, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Aanvang 10.01 uur.
De voorzitter:
Dames en heren, hartelijk welkom in het wetgevingsoverleg Cultuur. Ik
heet de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de heer Moes, en
zijn ondersteuning van harte welkom. Ook verwelkom ik graag de aanwezige
Kamerleden: voor D66 mevrouw Dijk, voor de PVV de heer Bosma, voor de
VVD de heer Van der Burg, voor GroenLinks-PvdA de heer Mohandis, voor
het CDA mevrouw Tijmstra en voor JA21 mevrouw Nanninga. Voor het Forum
voor Democratie heb ik een andere naam op de lijst staan, maar dat is de
heer Van Houwelingen. Voor BBB spreekt Caroline van der Plas. DENK zie
ik nog niet. De SGP zie ik nog niet en de Partij voor de Dieren ook
niet. Maar misschien komen ze allemaal nog binnen. ChristenUnie en SP
zijn er ook nog niet. Tevens een warm welkom aan eenieder die dit debat
vanaf de publieke tribune of vanuit thuis volgt.
We hebben tot 16.00 uur vanmiddag staan. Op de uitnodiging, de
convocatie, van dit wetgevingsoverleg staan de indicatieve spreektijden
van de fracties vermeld. Dat zijn de totale spreektijden. Voor de eerste
termijn hebben we een spreektijd gereserveerd van twee derde van de
totale spreektijd. De overige een derde van de spreektijd is voor de
tweede termijn.
De volgorde van de sprekers is de begrotingsvolgorde. Omdat we geen
oppositie en coalitie hebben op dit moment, gaan we zo meteen bij de
grootste partij beginnen en daarna langzaam richting de kleinere
partijen. Ik stel voor dat het aantal interrupties vier is, maar als de
interruptie korter is dan 30 seconden, is zij gratis. Als zij langer is
dan 30 seconden, dan telt zij voor twee interrupties. Zijn je
interrupties op, dus heb je twee keer meer dan 30 seconden
geĆÆnterrumpeerd, dan heb je ook geen korte interrupties meer. Dit doen
we om het debat een beetje levendig te maken. Voordat ik mevrouw Dijk
het woord ga geven, heeft de heer Van Houwelingen nog een vraag.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Is het ook mogelijk om bijna de volledige tijd voor de eerste termijn te
gebruiken? Ik had het namelijk zo voorbereid dat ik weinig tijd voor de
tweede termijn zou gebruiken, en bijna de volledig tijd voor de eerste
termijn. Kun je daar ook voor kiezen?
De voorzitter:
Ja natuurlijk, zeker. Ook welkom overigens aan de heer Dassen van Volt.
Dan is nu het woord aan mevrouw Dijk van D66.
Mevrouw Heera Dijk (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ik ben geboren en getogen in Delft, een
historische stad met grachten en prachtige kerken. Een plek waar
geschiedenis niet achter glas ligt maar letterlijk in de muren zit. Een
plek waar je ziet waar Willem van Oranje werd vermoord. En een plek waar
je voelt: dit verhaal gaat over ons. Als je dat verhaal doortrekt naar
het nationale toneel, dan zie je iets wat de wereld kent en bewondert:
onze cultuur. De verfstreken van Rembrandt, Vermeer, Van Gogh, het
gigantische Panorama Mesdag: kunstenaars die niet alleen in musea
hangen, maar leven in de collectieve verbeelding van mensen over heel de
wereld. Neem de prachtige Werelderfgoedlocaties, zoals de Waterlinie,
het Woudagemaal vlak bij Lemmer en de Koloniƫn van Weldadigheid in
Veenhuizen. Maar denk ook aan de grootste bloemencorso ter wereld in
Zundert, begonnen in 1936, of bijvoorbeeld aan het Holland Festival, dat
al decennialang de grootste namen in muziek, theater en dans naar
Amsterdam brengt.
Voor mij is cultuur vanzelfsprekend. Het is voor mij net als ademhalen.
Maar cultuur is niet iets wat alleen in een museum hangt of in een
theater plaatsvindt. Het leeft bij mensen thuis: in dorpshuizen en
wijkcentra, in kleine theaters en lokale musea, in amateurverenigingen,
waar mensen elkaar wekelijks ontmoeten en samen dingen maken. Het is de
plek waar mensen gezien worden, waar ze kunnen meedoen en waar ze
onderdeel zijn van de gemeenschap. In een samenleving waarin mensen
langer zelfstandig wonen en waarin eenzaamheid en mentale druk toenemen,
heeft cultuur een grote kracht. Niet voor niets laat onderzoek zien dat
actieve cultuurbeoefening bijdraagt aan mentale gezondheid en langer
gezond ouder worden. Zonder de amateurverenigingen is er ook geen
doorstroom naar de wereldtop. Professionele orkesten bestaan bij de
gratie van amateurorkesten en kleine muziekscholen.
In aanloop naar dit eerste debat als woordvoerder Cultuur heb ik veel
mensen uit de sector gesproken. Zij vertellen mij dat het systeem de
afgelopen jaren steeds ingewikkelder is gemaakt, met een onduidelijke
rolverdeling tussen Rijk, provincie en gemeente. Het huidige systeem is
te bureaucratisch en leidt tot weinig samenhang, te weinig ruimte voor
vernieuwing en een scheve regionale spreiding. Iedere vier jaar moeten
instellingen die het al tientallen jaren fantastisch doen, opnieuw door
een zware bureaucratische molen. Dat leidt tot onzekerheid en tot
inefficiƫnt gebruik van middelen.
De Raad voor Cultuur heeft in zijn advies duidelijk gewezen op deze
punten. Het advies wijst erop dat het huidige stelsel te versnipperd is
en onvoldoende samenhang kent. Als we zeggen dat cultuur voor iedereen
is, dan moet het stelsel ook iedereen laten meedoen. Precies daar zit nu
een blinde vlek. In de BIS is de toegang voor podiumkunstinstellingen
gekoppeld aan een beperkt aantal aangewezen kernpunten. Dat lijkt
technisch, maar werkt in de praktijk keihard door. Het systeem sluit nu
provincies als Zeeland, Drenthe en Flevoland uit. Kan de minister
aangeven hoe hij hiernaar kijkt, ook in het licht van het advies van de
Raad voor Cultuur? Hoe wordt binnen de stelselherziening richting 2029
rekening gehouden met verschillen in provinciale context en de mogelijk
uitsluitende werking die daaruit kan voortkomen?
Afgelopen vrijdag nam ik deel aan een panel over talentontwikkeling. De
centrale vraag was: wie is er eigenlijk verantwoordelijk voor
talentontwikkeling? In de praktijk blijkt dat dit momenteel niet
structureel is belegd, noch bij het Fonds Podiumkunsten, noch bij het
Fonds voor Cultuurparticipatie. Nu wordt dit opgevangen met een
tijdelijke regeling. Kan de minister aangeven hoe hij binnen de
stelherziening richting 2029 duidelijkheid wil creƫren over structurele
positionering en verantwoordelijkheid voor talentontwikkeling, zodat
deze niet langer afhankelijk is van tijdelijke regelingen?
Ik heb het eerder gehad over spreiding in de regio. Wij verwachten dan
ook dat het onderzoek naar de geografische spreiding van cultuur, dat in
maart 2026 wordt opgeleverd, aanknopingspunten biedt voor een
gemeenschappelijk afwegingskader, dat rekening houdt met cultuurbeleid
voor de decentrale overheden. De vraag naar spreiding beperkt zich
namelijk niet tot instellingen en gezelschappen. We zien ditzelfde
vraagstuk terug bij de rijksmusea. Dat vraagt om helderheid over de
keuzes die het Rijk hierin maakt. Kan de minister ons meenemen in het
proces van het aanwijzen van rijkscollecties, bijvoorbeeld bij Panorama
Mesdag? Wordt de Erfgoedwet expliciet meegenomen in het onderzoek naar
de spreiding van cultuursubsidies, gezien de bepalende rol die deze wet
speelt bij de positionering van rijksmusea?
We zien dit ook bij onze nationale iconen. Neem het Prinsenhof in Delft,
een voorbeeld van een grote, integrale restauratieopgave. Juist dit
project loopt vast, omdat de bestaande subsidieregeling niet aansluit op
de werkelijkheid, terwijl die regeling, en ik citeer de voorganger van
deze minister, "is ontwikkeld met het Prinsenhof in gedachten". De kern
van het probleem is dat een te smalle definitie van "restauratie" wordt
gehanteerd, terwijl de praktijk integraal is. Restauratie, verduurzaming
en bezoekersveiligheid grijpen in elkaar en zijn niet los te knippen.
Hoe reflecteert de minister op het feit dat de regeling die is
ontwikkeld met het Prinsenhof in gedachten, in de praktijk niet meer
toepasbaar is op juist dat Prinsenhof?
Een vergelijkbaar patroon zien we bij het Van Gogh Museum, een ander
nationaal icoon. Dat is een museum van wereldklasse. Het is van grote
nationale betekenis en een internationaal visitekaartje van Nederland.
Juist daarom is het zorgelijk dat het gesprek tussen het museum en het
ministerie over huisvesting, onderhoud en verantwoordelijkheden al ruim
tweeƫnhalf jaar vastzit. Dat dit nu dreigt te eindigen in een
rechtszaak, is voor niemand goed. Ik ben daarom naar het Van Gogh Museum
geweest, om te begrijpen waarover deze impasse precies gaat en waarom
een museum van dit kaliber zich genoodzaakt ziet een rechtszaak te
overwegen. Het kost tijd, energie en geld. Het leidt af van waar het
over zou moeten gaan: het duurzaam behoud van een museum van
wereldklasse. De minister geeft aan open te staan voor mediation. Dat is
een belangrijke stap. Tegelijk wordt daaraan nu de voorwaarde verbonden
dat de rechtszaak on hold wordt gezet. Mijn vraag aan de minister is of
hij bereid is om binnen het huidige stelsel opnieuw met het Van Gogh
Museum in gesprek te gaan en mediation in te zetten zonder deze
koppeling, zodat partijen gelijkwaardig aan tafel zitten. Is de minister
bereid de Kamer over de uitkomst te informeren?
Voorzitter. Ik wil het ook hebben over onze makers, die voor grote
onzekerheid staan door de opkomst van AI. Die ontwikkeling is
fundamenteel. De vraag wanneer iets kunst is, ligt expliciet op tafel.
Naast de kansen die AI biedt, zien we wereldwijd dat muziek,
illustraties en teksten op grote schaal oneigenlijk worden gebruikt voor
het trainen van AI-modellen. Mijn vragen aan de minister zijn de
volgende. Hoe kijkt hij aan tegen deze ontwikkeling? Welke stappen zet
hij bij grootschalige schendingen van auteursrechten? En welke kansen
ziet hij voor ā¦
De voorzitter:
We schorsen eventjes.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
We gaan door. Dank aan de heer Van der Burg voor het voorstel om te
schorsen.
Mevrouw Heera Dijk (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ik dacht: er komen interrupties; dan kan ik dan
even mijn neus snuiten.
De heer Martin Bosma (PVV):
Nou, ik wil wel, hoor!
Mevrouw Heera Dijk (D66):
Kom maar op!
De heer Martin Bosma (PVV):
Als D66 zijn neus op gaat halen voor cultuur, dan weet ik nog wel een
snelle interruptie! Mevrouw Dijk begon met Willem van Oranje. Dat is
heel mooi. Dat inspireert me. Het gaat om het geboorte-uur der natie.
Een van de denkers van de Republiek was Pieter de la Court. Zijn naam
wordt nu verwijderd van de Universiteit Leiden, want: iets met slavernij
of zo, iets met Black Lives Matter. Het is een grote denker uit onze
geschiedenis. Wat vindt D66 ervan dat zo iemand nu uit de geschiedenis
wordt verwijderd?
Mevrouw Heera Dijk (D66):
Ik ben blij dat ik even mijn neus heb gesnoten. Deze vraag over het
slavernijverleden was natuurlijk te verwachten van de heer Bosma. Ik
weet dat onze partijen daar anders over denken. Ik wil een klein stukje
delen van hoe ik persoonlijk in het slavernijverleden sta. Ik stam zelf
af van tot slaaf gemaakten, maar ook de andere kant zit in mijn familie:
de mensen met de macht. Ik denk dat het heel belangrijk is dat je beide
kanten beziet en onder ogen durft te zien, zodat je verder kan
gaan.
De heer Martin Bosma (PVV):
Dat is geen begin van een antwoord op mijn vraag. Een belangrijk denker
uit onze geschiedenis wordt verwijderd. Hij wordt gewoon gesloopt, nota
bene bij de Rijksuniversiteit Leiden, die zijn bestaan te danken heeft
aan Willem van Oranje, die genoemd werd door mevrouw Dijk. De heer
Pieter de la Court is een belangrijk denker. Hij heeft een enorme
geschiedenis. In 2018 hield de Rijksuniversiteit Leiden nog een lezing
over hem. Daarin werd hij de hemel in geprezen als de grondlegger van
het liberalisme. Nu wordt die naam uit onze geschiedenis gesloopt. Wat
vindt D66 daarvan?
Mevrouw Heera Dijk (D66):
Ik denk dat ik dan toch mijn antwoord van zojuist ga herhalen. Wij
blijven daar anders in zitten. Ik kan er een heleboel over vertellen,
maar ik kies ervoor om dat niet te doen.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
Mevrouw Heera Dijk (D66):
Dank u wel. Ik was bij de AI-makers gebleven. Mijn vragen aan de
minister hierover zijn de volgende. Hoe kijkt hij aan tegen deze
ontwikkeling? Welke stappen zet hij tegen grootschalige schending van
auteursrecht? Welke kansen ziet hij voor licentiemodellen als
verdienmodel voor makers?
Ik wil nog een punt benoemen dat in veel debatten onderbelicht blijft
maar wel degelijk onderdeel is van onze rijksverantwoordelijkheid: de
BES-eilanden. Kunst en cultuur zijn een publiek belang voor het hele
Koninkrijk. Toch zien we dat Bonaire, Sint-Eustatius en Saba in de
praktijk vaak buiten het culturele stelsel vallen. Kan de minister
aangeven hoe de BES-eilanden op dit moment zijn meegenomen in het
cultuurstelsel?
Tot slot. De afgelopen weken sprak ik veel met mensen uit de culturele
sector, bijvoorbeeld tijdens het Cultuurontbijt hier in Den Haag of dit
weekend nog bij Eurosonic Noorderslag in Groningen. Ja, dat was wauw. In
Groningen leerde ik twee dingen: hoe trots we mogen zijn op onze
popcultuur en wat een eierbal precies is. Ik heb de afgelopen tijd
kennisgemaakt met professionals die bouwen aan kwaliteit, publiek
bereiken en internationaal meedoen. Drie woorden zijn mij daarbij
bijgebleven: innovatie, vakmanschap en verbeeldingskracht. Wat die
mensen nodig hebben, is niet voortdurende onzekerheid maar een goede
basisinfrastructuur, verspreid over alle regio's van Nederland. Juist
een stabiele basis maakt ruimte voor vernieuwing. Dat is waar D66 voor
staat. Als woordvoerder Cultuur hoop ik de komende tijd nog veel meer
mensen binnen de sector te ontmoeten.
Tot zover. Dank u wel, voorzitter.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik dank collega Dijk voor haar inbreng. Ik wil nog even teruggaan naar
het advies van de Raad voor Cultuur. Ik dacht daar iets meer over te
zullen horen, maar dan ga ik er wel naar vragen. Dat advies zegt dat de
culturele sector als zodanig meer financiƫle zekerheid en stabiliteit
verdient. Er gaat heel veel geld om in de culturele sector, maar er ligt
weinig vast in wet- en regelgeving. Vindt D66 het ook belangrijk, met de
Raad voor Cultuur en velen, om te komen tot meer zorgplicht en tot meer
zekerheid in het hele systeem ten opzichte van hoe het de afgelopen tijd
is gegaan? Gaat D66 deze omslag maken, wat mij betreft met ons?
Mevrouw Heera Dijk (D66):
Bedankt voor deze vraag. Ik vind het een mooie vraag. Ik geef een klein
stukje inleiding. Ik ben hiervoor raadslid geweest in Delft. In
gemeenten wordt het eerst bezuinigd op cultuur. Ik ga terug naar de
vraag van mijn collega. Het zou inderdaad fijn zijn als dat wettelijk
wordt gekaderd; dat begint bij een zorgplicht. Ik ben me er ook van
bewust dat dat een lang traject zou kunnen zijn, maar ik ben er zeker
voorstander van dat we dat nu gaan onderzoeken.
De voorzitter:
Een vervolgvraag.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Heel kort. Het is onderzocht. Dat is niet onaardig bedoeld of zo.
Volgens mij ligt er heel veel. Er liggen bouwstenen. Volgens mij kunnen
we de komende jaren een keer die omslag gaan maken. Dat is niet
makkelijk, maar het is ook onverteerbaar dat er relatief veel geld
omgaat in de culturele sector, met name vanuit gemeenten, Rijk en
provincies ā dan heb ik het niet eens over de private investeerders in
de culturele sector ā en er toch veel onzekerheid is. Dan is het mooi
dat we deze sector wat meer zekerheid kunnen geven. Als we samen de Wet
op het specifiek cultuurbeleid gaan veranderen op dit vlak, dan kunnen
we de komende tijd echt iets moois doen in plaats van twee jaar zitten
navelstaren naar de culturele sector.
Mevrouw Heera Dijk (D66):
Ik hoorde geen vraag.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Mijn vraag is of u dit met me eens bent.
Mevrouw Heera Dijk (D66):
Volgens mij had ik dat al aangegeven.
De voorzitter:
Dan zijn er geen interrupties meer. Ik geef het woord aan de heer Bosma
van de PVV.
De heer Martin Bosma (PVV):
Voorzitter, dank u wel. "Civilisational erasure", kent u die
uitdrukking? Die uitdrukking komt uit de National Security Strategy van
de huidige Amerikaanse regering. Die regering wijst in dat stuk op de
totale culturele implosie die men voor zich ziet in Europa ten gevolge
van de massa-immigratie. Heel veel mensen in Nederland delen dat gevoel.
We zien het voor onze ogen. We mogen niet meer "Gouden Eeuw" zeggen. De
VOC is verdacht. In musea hangen allerlei bordjes waarop staat wat we
moeten denken over de helden uit onze vaderlandse geschiedenis. De
kerststol heet geen kerststol meer. De Michiel de Ruyter-school in
Amstelveen kiest voor een andere naam, die "inclusief" is, zoals ze dat
noemen. De kerststal in Brussel bestaat uit figuren zonder gezichten.
Kerstmarkten worden afgelast. School De Schakel in Utrecht heeft geen
sinterklaasfeest meer, want men wil daar "inclusief" zijn; zo heet dat
dan. Meneer Segers van de ChristenUnie heeft al gezegd dat hij de
kerkklokken wil opofferen, om ervoor te zorgen dat de moskeeƫn ook geen
geluid maken.
Voorzitter. Herkent de minister het beeld dat we in Nederland bezig zijn
onze cultuur te verliezen? Heel veel Nederlanders vinden van wel. Heel
veel Nederlanders hebben dat gevoel en zien het voor hun ogen gebeuren.
Die betreuren dat. WNL had een mooie reportage. Daarin kwam iemand aan
het woord die zei: je hebt tegenwoordig heel andere winkels en andere
talen. Ik weet niet of de minister weleens in Amsterdam komt, maar
probeer daar maar eens in het Nederlands een biertje te bestellen in de
horeca; vaak spreken ze de taal niet eens. In diezelfde reportage komt
een homoseksuele man aan het woord die zegt: ik loop niet meer hand in
hand met mijn vriend, want het is gewoon te gevaarlijk. Dat is ƩƩn
observatie.
Aan de andere kant hebben we de hoofdsocioloog van het CBS, mevrouw
Traag, die zegt: waar ik woon, hoor je dat geluid veel minder. Dat is
haar wetenschappelijke observatie, blijkbaar. Ze zegt ook: als je mensen
voedt met een bepaald narratief, dan gaan ze dat als dusdanig beleven.
Ze zegt dus: het wordt de mensen aangepraat en het is helemaal niet zo.
Ik ben heel erg benieuwd wat de minister van Cultuur daarvan vindt, al
is hij dubbeldemissionair en al staat het volgende kabinet bij wijze van
spreken al om de hoek klaar. Raken wij onze cultuur kwijt? Een
interessant vraagstuk voor de minister van Cultuur.
Voorzitter. Er is ook goed nieuws: Zwarte Piet wordt steeds populairder.
Twee derde van de Nederlanders zegt gewoon: Zwarte Piet is zwart en
blijft zwart. Ondanks die acties van de Nederlandse overheid, van
minister Asscher en van al die ongekozen burgemeesters om onze dierbare
Zwarte Piet kapot te maken, blijven Nederlanders houden van Zwarte Piet.
Vraag aan de minister: welke kleur heeft Zwarte Piet? Dat is mijn tweede
vraag. Welke kleur heeft Zwarte Piet? Ik heb het al een beetje
weggegeven, hoor.
Ik had het net al even over Pieter de la Court. Wat er ook gebeurt in
Nederland, is dat onze geschiedenis verwijderd wordt. Het doet heel erg
denken aan het boek 1984. The mutability of the past heet het daar,
oftewel de veranderlijkheid van het verleden. Heel veel mensen uit ons
verleden hebben ineens niet meer bestaan. Pieter de la Court is een
belangrijk denker uit onze geschiedenis, uit de tijd van de Republiek.
Hij was een staatsgezinde. "Staats" heeft dan betrekking op de
Staten-Generaal. Hij speelt in onze geschiedenis een belangrijke rol.
Hij was een belangrijk liberaal denker. De Rijksuniversiteit Leiden
heeft zijn naam recentelijk verwijderd. In 2018 was er nog een lezing
over Pieter de la Court; toen werd hij de hemel in geprezen. Maar nu is
hij blijkbaar verwijderd, onder invloed van de Black Lives Matter-mode.
Dat gebouw heet nu Agora. Agora stamt uit het oude Griekenland. Daar
werden slaven verhandeld en vrouwen waren daar niet welkom. Blijkbaar
voelt de Rijksuniversiteit Leiden zich daar wel senang bij. Wat vindt de
minister daarvan?
Voorzitter. Dan de gouden koets. Een voorganger van deze minister,
mevrouw Uslu, heb ik daarover ondervraagd. Mevrouw Uslu is een
gepromoveerd kunsthistorica. Na veel trekken en duwen heeft zij ook
gewoon toegegeven dat de afbeeldingen op de gouden koets niets te maken
hebben met slavernij. Ze zei dat het goed zou zijn als die gouden koets
weer gaat rijden. Kan de minister ons daar iets over vertellen? Gaat de
gouden koets weer rijden met de oorspronkelijke illustratie
daarop?
Hoe staat het met de diversiteitsvoorwaarden? Dat was natuurlijk heel
pijnlijk. Kunst moet vrij en ongeremd zijn, maar in plaats daarvan
hebben allerlei politiek correcte ministers en staatssecretarissen
allerlei diversiteitsvoorwaarden opgelegd aan kunstinstellingen. Ze
moesten die ondertekenen, want anders kregen ze geen geld. Gelukkig is
er in de vorige zittingsperiode een motie geweest om die
diversiteitsvoorwaarden te schrappen. Hoe staat het daarmee? Is dat
gebeurd? Of worden kunstinstellingen nog steeds het mes op de keel gezet
om de diversiteitsideologie te omarmen?
300 culturele instellingen in Nederland en Belgiƫ boycotten Israƫl. Ze
boycotten niet Iran, niet Qatar en niet Azerbeidzjan; ze boycotten
Israƫl, de enige democratie in het Midden-Oosten. Ik heb er het
kerstreces mogen doorbrengen. Het is een bloeiend land met een
sprankelende cultuur. Maar allerlei culturele types in Nederland willen
uitgerekend dat land boycotten. Hoe staat de minister daartegenover? Het
kan toch niet zo zijn dat die kunsttypes buitenlands beleid gaan voeren?
En vindt hij ā dat is een beetje een retorische vraag ā dat deze
kunstinstellingen nog steeds recht hebben op ons belastinggeld? Moet men
niet gewoon van het subsidie-infuus afgehaald worden als er wordt
meegedaan aan een dergelijke actie? Opvallend bij de actie van die 300
culturele instellingen is dat niet ƩƩn Nederlandse kunstenaar ertegen
geprotesteerd heeft. De kunstenaars vinden het allemaal weer best. Dat
is denk ik ook weer eens een illustratie van hoe eenzijdig de
kunstwereld in Nederland is opgebouwd, namelijk: intens links. Daar
zijn, tot mijn grote spijt, geen uitzonderingen op. Hoe staat de
minister tegenover het afgelasten van de chanoekaviering in Het
Concertgebouw? Dat is toch wel heel pijnlijk, want het
Concertgebouworkest ā dat is natuurlijk niet hetzelfde als Het
Concertgebouw; dat weet ik ook wel ā kreeg vanaf 1942 subsidie van de
nationaalsocialisten. We hebben kunstsubsidies te danken aan de NSB, aan
het nationaalsocialisme, aan Tobie Goedewaagen. Het is toch wel heel
pijnlijk dat het Concertgebouworkest zich nu bezighoudt met dergelijke
zaken als het afgelasten van de chanoekaviering.
Dan de sensitivity readers. Dat is ook een groot probleem. Heel veel
uitgevers hebben sensitivity readers in dienst, die ervoor moeten zorgen
dat er een politiek correct sausje over boeken, en over literatuur in
het bijzonder, heen gaat. Een mooi voorbeeld is Roald Dahl. Die moest,
zoals men dat noemt, bij de tijd gebracht worden. In Sjakie en de
chocoladefabriek wordt daarom niet meer gesproken over dat iemand "dik"
is, maar "enorm". Ook is mevrouw Griezel niet meer "lelijk". Dat is
minder kwetsend of zo, denk ik. Heel veel uitgeverijen werken met die
sensitivity readers. Dat zorgt ervoor dat de literatuur in Nederland zo
volslagen oninteressant is geworden en dat er helaas nooit meer iets
uitkomt wat echt de moeite waard is. Hoe staat de minister
daartegenover? Het is namelijk eigenlijk een vorm van censuur.
Voorzitter, dank u wel.
De heer Van der Burg (VVD):
Totdat de Kamer tot mijn grote vreugde de heer Van Campen tot Voorzitter
van de Tweede Kamer benoemde, had de heer Bosma een andere rol en had de
PVV een andere woordvoerder Cultuur. Die hield op ƩƩn punt een ander
verhaal, namelijk met betrekking tot de opera. Kan de heer Bosma daar
nog even op ingaan? Want we hebben een aantal jaren lang van deze partij
vooral over opera een ander geluid gehoord.
De heer Martin Bosma (PVV):
Ik kan me nog herinneren dat ik in 2010 Opera Zuid zelfs gered heb met
een motie. Opera Zuid is daar altijd heel dankbaar voor geweest. Die
lijn gaat dus nog verder terug dan de vorige periode.
De heer Van der Burg (VVD):
Wat maakt, na het betoog dat we zojuist helaas hebben moeten aanhoren,
dat de PVV anders zit in opera, specifiek Opera Zuid?
De heer Martin Bosma (PVV):
Het getuigt toch weinig van liberalisme als je de bijdrage van een
collega aanduidt met dat je er helaas naar hebt moeten luisteren. Ik
vind dat toch raar. Ik dacht dat de VVD stond voor liberalisme en
tolerantie, en geĆÆnteresseerd was in andermans geluiden. Als je de
bijdrage van een collega-parlementariƫr dan afdoet met dat je er helaas
naar hebt moeten luisteren, stel ik eens te meer vast dat het
liberalisme bij de VVD dood is.
De heer Van der Burg (VVD):
A is het geen antwoord op mijn vraag, en b heeft de heer Bosma in dit
land dankzij de democratie, waarvoor we staan, gelukkig de vrijheid om
alles te zeggen wat hij zeggen wil. Dat laat onverlet dat je het er niet
mee eens hoeft te zijn en het ook niet graag hoeft aan te horen.
De voorzitter:
Dan de heer Van Houwelingen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
In plaats van een goedkope sneer uit te delen, zou ik de heer Bosma
graag welkom terug willen heten in de Kamer. Ik heb genoten van zijn
prachtige betoog en heb ook een vraag. De heer Bosma zegt: we schaffen
eigenlijk langzaam onze cultuur af. Ik ben het daar helemaal mee eens.
Daar worden ook boeken over geschreven, bijvoorbeeld door Thilo
Sarrazin. Ik ben het helemaal eens met uw betoog, maar hoe kan het in
hemelsnaam zo zijn ā daar denken wij heel vaak over na ā dat we onze
eigen cultuur aan het afschaffen zijn? Daar zijn allerlei theorieƫn
over. Is het een soort suicidal empathy? Is het een auto-immuunziekte?
Ik ben gewoon heel erg geĆÆnteresseerd in hoe de heer Bosma daartegen
aankijkt.
De heer Martin Bosma (PVV):
Nou ja, ik denk dat het gewoon te maken heeft met de ideologie van mei
1968. De ideologie van de studentenopstand uit die periode, die begon op
de Sorbonne en oversloeg naar Berkeley, was en is een ideologie die
tegen het Westen is, die het Westen ziet als bron van alle kwaad. Er
horen ook andere dingen bij; het is pacifistisch, antichristelijk,
antigezin, antiman et cetera. Voor vandaag is de belangrijkste
component, denk ik, dat het zich keert tegen het Westen. Men stelt dat
het Westen verkeerd is. Dat leidt ertoe dat men de sluizen heeft
opengezet voor de massa-immigratie uit islamitische landen. Dat zorgt
ervoor ā dat is nog veel belangrijker ā dat we onze cultuur niet meer
willen verdedigen, dat we niet zeggen: we staan pal voor de namen uit
onze geschiedenis, we staan pal voor onze feesten, we staan pal voor het
christendom, we laten die kerkklokken gewoon luiden en geven niet toe.
In mijn optiek komt al die ellende voort uit de ideologie van mei 1968,
want die heeft de elites van Nederland en daarmee de instituties van
Nederland in haar macht gekregen, dus de media, de universiteiten, de
ambtenarij. Daar zijn dat soort theorieƫn gemeengoed geworden en daar
komt alles uit voort.
De voorzitter:
Dank u wel. De volgende spreker is de heer Van der Burg van de VVD. O,
neem me niet kwalijk. Mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik zou om te beginnen de heer Bosma hartelijk welkom willen heten, de
beste Kamervoorzitter die we hebben gehad; vrijwel heel Nederland denkt
daar zo over. Ik vind het heel fijn om hem weer terug te zien als
Kamerlid in deze commissie. Ik zou graag nog een bespiegeling van de
heer Bosma willen hebben op het feit dat de film Amsterdamned een extra
Kijkwijzerkwalificatie moest krijgen omdat er discriminatie in zou
voorkomen, net als vrouwonvriendelijkheid. Dat is toch wel bizar, vind
ik, maar ik zou graag willen horen wat de heer Bosma daarvan vindt.
Misschien kan hij daarover ook nog vragen stellen aan de minister, want
ik heb daar in mijn eigen inbreng geen tijd voor.
De voorzitter:
Dit zijn twee interrupties.
De heer Martin Bosma (PVV):
Maar wel twee hele goede interrupties. Ik zal kijken wat ik voor mevrouw
Van der Plas kan doen. Ja, ik heb die film gezien. Het is een hartstikke
goeie film. Huub Stapel is weer terug. Hij excelleert daarin weer. Weer
gewoon een Nederlandse film. In het linkse krantje Trouw was er allerlei
kritiek op die film omdat de mensen in de film te blank waren. Een hoop
van die linkse mensen zijn echt schedelmeters. Die kijken gewoon naar
huidskleur en dat soort zaken. Het is een uitstekende film. Ik roep
iedereen op om ernaartoe te gaan. Die Kijkwijzer is volslagen
belachelijk. Er zit ƩƩn scene in waarin een transseksuele man op de
Zeedijk te Amsterdam een taxichauffeur aanhoudt, die denk ik Marokkaans
is en die weigert om deze man te vervoeren en vervolgens wegrijdt. Dat
is de hele scĆØne, die 30 seconden duurt. Wat gebeurt er vervolgens? De
Kijkwijzer zegt: er is sprake van discriminatie. Nou kennen we allemaal
de verhalen over hoe taxichauffeurs in de grote steden weigeren mensen
mee te nemen. Het is dus gewoon uit het leven gegrepen, zou ik zeggen,
en dat is dan blijkbaar discriminatie. Nou, het is te gek voor woorden.
Ik hoor graag van de minister wat hij daarvan vindt.
De voorzitter:
Dan toch de heer Van der Burg van de VVD.
De heer Van der Burg (VVD):
Ja, voorzitter. De man is overigens niet transseksueel maar een
travestiet. Ik zal het nog weleens een keertje met de heer Bosma over de
verschillende varianten van lhbtiq+ hebben.
Dat gezegd hebbende wordt mijn bijdrage een weinig spannende, want we
zijn bezig met de coalitieonderhandelingen. Godzijdank hebben we
binnenkort een mooie coalitie met CDA en D66, maar dat brengt ook met
zich mee dat de bijdrage van de VVD daardoor vrij terughoudend zal zijn,
niet alleen wat deze begroting betreft, maar ook wat andere begrotingen
betreft. Alles wat te maken heeft met extra geld toevoegen dan wel extra
geld weghalen ā maar dat zou hier niet aan de orde zijn, zeg ik er maar
bij ā ligt nu immers op coalitieonderhandelingsniveau en daarom komt de
VVD niet met voorstellen.
Nederland heeft een mooi cultuurlandschap. We hebben een museumdichtheid
waar geen enkel ander land in de wereld aan kan tippen. Kunst in de
openbare ruimte, orkestdichtheid, dans, opera, cultuur: allemaal op
wereldniveau. Ook het erfgoedbeleid is buitengewoon mooi. Laatst hebben
we daar nog een mooi voorbeeld van gezien. Ik weet niet of het unaniem
of of nagenoeg unaniem was, maar in ieder geval heeft de Kamer de
motie-Beckerman gesteund. Zij is er vandaag helaas niet, omdat ze
ongetwijfeld bij het andere debat zit. We weten hoe begaan ze is met de
bescherming van het erfgoed. Daarin vonden we elkaar ook.
Het feit dat wij een mooi cultuurlandschap hebben in Nederland, waar we
echt trots op kunnen zijn, betekent niet dat je niet kunt kijken naar
verbeteringen. Een van de punten die de laatste tijd veel genoemd is in
het kader van de basisinfrastructuur, is de spreiding over Nederland. Nu
zijn daar nuances in aan te brengen. Je hebt altijd maar op ƩƩn plek hƩt
Rijksmuseum. Dat is er dan niet alleen voor de plek waar het toevallig
staat ā- in dit geval is dat Amsterdam ā maar voor alle Nederlanders. Je
hebt maar op ƩƩn plek het Nationale Ballet. Dat is er dan niet alleen
voor Nederlanders, maar dat is er ook in den brede. Dat geldt trouwens
voor beide. Tegelijkertijd snap ik dat er veel kritiek is op het feit
dat een aantal provincies helemaal niet aan bod lijken te komen in de
het kader van de BIS, en dat bijvoorbeeld de rijksmusea allemaal boven
de rivieren liggen. Vandaar dat er ook het initiatief is van de
zuidelijke provincies, die zich allemaal achter het Rijksmuseum in
Eindhoven hebben geschaard. Ik hoor graag de reactie van de minister
daarop, zeker ook omdat er bij het Rijksmuseum in Eindhoven een mooie
private-public partnership achter zit.
Een ander genoemd punt in het kader van de verbeteringen die we kunnen
doorvoeren heeft vorig jaar vorm gekregen in de motie-Van der Wal. Dat
ging over van vier naar zes jaar gaan. Inmiddels lijkt er consensus te
zijn om dat niet per zes jaar te doen, maar per acht jaar, mede in het
licht van de financiering, die veelal plaatsvindt door gemeentes. Bij
combifinanciering is het makkelijker om een achtjarige cyclus te hebben,
want dat is twee keer vier. Bij een zesjarige cyclus kom je namelijk in
de problemen met de financiering van gemeentes, die nog wel voor vier
jaar is. Ik ga ervan uit ā ik snap dondersgoed dat dat niet meer met
deze minister zal zijn ā dat we dat ook in de toekomst gaan doen: van
vier naar acht. Dat lijkt mij buitengewoon belangrijk.
Spreiding is ƩƩn; bereik is iets anders. Eigenlijk vind ik bereik, naast
spreiding, zo mogelijk wel belangrijker. Bij bijvoorbeeld de grote
rijksmusea of de grote gezelschappen is het bereik onder hoogopgeleide
mensen uit Groningen, Friesland, Drenthe of Zeeland misschien wel hoger
dan onder mensen uit Rotterdam-Zuid of Amsterdam-Zuidoost. Naast
spreiding vind ik ook bereik dus buitengewoon belangrijk. Ik denk dat we
daar wel degelijk naar moeten kijken. De publieke tribune nu, de
commissie hier en de vele musea en andere activiteiten waar ik kom, zijn
niet automatisch een afspiegeling van de Nederlandse samenleving. Daar
hebben we met elkaar dus echt nog stappen in te zetten. Ik hoor daar
graag een reactie van de minister op.
Dan de grote voorzieningen. Ik had het net over spreiding en breder
kijken dan de Randstad. Ik ga nu toch een aantal voorzieningen noemen
die echt gekoppeld zijn aan de Randstad, maar daarin tegelijkertijd een
breder bereik hebben. Ik sluit me aan bij het punt van collega Dijk van
D66 over het Prinsenhof. Graag een reactie daarop van de minister. Ook
het Van Gogh is al genoemd door de collega van D66. Ook daar graag een
reactie op. Ik ga er nu niks over zeggen, want de heer Ceder is niet
aanwezig, maar u heeft ongetwijfeld meegekregen dat de VVD samen met de
ChristenUnie aandacht vraagt voor het Joods Cultureel Kwartier. Het
initiatief komt van de ChristenUnie. Daarom houd ik het hier kort.
Voorzitter. In dat kader kom ik bij een vierde museum. Dat is een museum
in wording, namelijk het Slavernijmuseum. Ik hoor graag van de minister
hoe daar verder stappen in worden gezet, zowel wat betreft financiering
als met betrekking tot de vraag om dat een rijksmuseum te maken. Daar
horen een aantal voorwaarden bij. Daar voldoet het Slavernijmuseum op
dit moment in de verste verte nog niet aan. Hoe kijkt de minister
daarnaar?
Voorzitter. We hebben hier natuurlijk te maken met een WGO. Dat betekent
eigenlijk dat de begroting van het ministerie opgeknipt is in meerdere
delen. Dit zeg ik niet zozeer voor de minister, want hij weet dat, maar
misschien weet niet iedere kijker thuis dat. Er is een museum dat een
aantal keren is genoemd en dat op het snijvlak ligt van cultuur en een
ander deel van het ministerie, namelijk onderwijs. Dat is het
Onderwijsmuseum. Ik zeg er meteen bij dat ik daarbij in eerste instantie
aan de Onderwijsbegroting denk, maar ik vraag daar wel even een reactie
op van de minister.
Voorzitter. Tot slot voor nu. Wat ook uitermate belangrijk is, is de
evaluatie die eraan komt op het gebied van de bibliotheekwetgeving. We
zien dat het op zich goed gaat met de bibliotheken. Inmiddels hebben
volgens de laatste gegevens volgens mij 331 van de 342 in Europees
Nederland gelegen gemeentes een bibliotheek; terecht werd door mevrouw
Dijk ook aandacht gevraagd voor de drie buiten het Europese deel van
Nederland gelegen gemeentes. Er speelt nog meer, maar binnenkort hebben
we de wetgeving over de aanpassing van de bibliotheekwet. Ik hoor graag
van de minister de laatste stand van zaken daarover.
Tot zover, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Mohandis van
GroenLinks-PvdA.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, dank u wel. Het is goed dat we elkaar spreken in deze voor
sommige collega's nieuwe commissie. Het is ook goed om vooruit te
blikken. Makers en culturele voorzieningen verdienen meer zekerheid.
Cultuur is van ons allemaal. We genieten van evenementen, we zijn lid
van een bibliotheek, noem maar op. Daarom is het zo belangrijk en urgent
om altijd kritisch te kijken naar de drempels om onderdeel te zijn van
een culturele voorziening of deel te nemen aan kunst en cultuur. Makers
moeten veel meer kunnen rekenen op een eerlijke beloning. Daarvoor
zullen wij ons blijven inzetten.
Laat ik dan ook kort terugblikken op de start van dit kabinet, toen nog
met PVV en NSC; we zijn het al bijna weer vergeten. Ze kwamen niet
verder dan een vermaledijde btw-verhoging, een maatregel waartegen de
toenmalige oppositie en vooral organisaties, die ook hier aanwezig zijn
maar ook die buiten de samenleving, fel in verzet kwamen. Een
bibliotheekabonnement, een kaartje voor een theateroptreden of een
museumbezoek duurder maken: totaal ondoordacht, terwijl we juist grotere
groepen moeten bereiken. Ik mag hopen dat de huidige formerende partijen
een valse start als deze achter zich laten. Laten we de komende periode
de cultuursector sterker maken.
Laat ik dan als eerste uitzoomen naar de bibliotheken. De collega van de
VVD refereerde terecht aan de zorgplicht die aanstaande is. Al sinds
2022 is er hard geschreeuwd om meer stevigheid in de bibliotheekwet. We
zijn heel erg benieuwd hoe het ervoor staat en of met de middelen die
zijn uitgetrokken ā dat heeft toen ook Rutte IV nog gedaan, zeg ik uit
mijn hoofd ā die garantie ook gaat werken, juist voor de gemeenten die
aangeven een bibliotheekvoorziening moeilijk in stand te kunnen houden.
Graag een laatste stand van zaken.
We zien ook dat het aantal functies van de bibliotheek groeit. Een
voorbeeld. Steeds meer ouderen gaan ernaartoe voor een hulpvraag, over
DigiD en andere zaken. Als het aan ons ligt, werken we nog verder aan
een drempelloze toegang tot de bibliotheken. Dan hebben we het over de
financiƫle drempels. Iedereen moet gewoon toegang hebben. Wat ons
betreft wordt het basisbibliotheekabonnement kosteloos. We zien een
enorme beweging in het land. Rotterdam heeft zelf besloten om een
kosteloos basisabonnement te introduceren. Vervolgens zou je, als je het
vaker gebruikt, naar gebruik kunnen betalen. We zien dat steeds meer
gemeenten overgaan tot het kosteloos maken van de bibliotheek tot 27
jaar. We zien heel feitelijk dat het gratis maken van de bibliotheek tot
en met 18 jaar ā in 2022 is dat wettelijk verankerd ā leidt tot een
hogere deelname aan de bibliotheek. We zijn heel erg benieuwd hoe de
minister dit ziet en of de minister bereid is initiatieven zoals die in
Rotterdam, Groningen en andere gemeenten navolging te geven in andere
gemeenten. We kunnen veel meer bereiken. We kunnen niet alleen het
aantal lezers, jong en oud, vergroten, maar we kunnen er ook voor zorgen
dat de huiskamers in stad en dorp gaan bloeien.
Dan nog de schoolbibliotheek. We hebben hier al van gezegd dat we zien
dat steeds meer middelbare scholen een bibliotheek hebben. Ik heb er ook
een paar bezocht. Wat ons betreft krijgt dit ook een wettelijke basis.
Klopt het dat dit wordt meegenomen in de aanstaande herziening van de
bibliotheekwet? We horen graag hoe het ervoor staat.
Voorzitter. Ik kom bij het punt van stabiele financiering en een bredere
zorgplicht voor de cultuursector; ik interrumpeerde mijn collega van D66
al op dit punt. Wat onze fractie betreft gaan we de komende jaren werken
aan stabielere financiering. De Kamer heeft eerder gepleit voor het
verlengen van de duur van de basisinfrastructuur. De motie-Van der Wal,
van uw collega van de VVD, had het over zes jaar; u refereerde er al
aan. Wat ons betreft gaat die beweging van vier naar acht jaar de goede
kant op. We zijn heel erg benieuwd naar de exacte uitwerking, maar de
beweging lijkt ons goed.
Maar wat ons betreft pakken we door. Nu we de wet toch goed bij de kop
pakken, willen we de functies van cultuur ook een wettelijke basis
geven. Er liggen al verschillende adviezen. Het kan bijvoorbeeld naar
analogie van de zorgplicht in de bibliotheekwet, bijvoorbeeld door de
toegang iets meer te verankeren. Denk ook aan een pluriform aanbod en
regionale spreiding. Ik kan een paar van die zaken noemen, maar volgens
mij is dit het moment om de middelen voor cultuur niet al te
vrijblijvend te laten zijn. Iets meer sturing en iets meer zekerheid
lijkt ons een goede oplossing. Die oproep wordt ook gedaan door de
private cultuurfondsen. Ik ben heel benieuwd hoe de minister daarnaar
kijkt. Ook gemeenten en provincies geven aan: geef ons iets meer
zekerheid; dan kunnen wij dingen vooruitplannen en noodzakelijke
culturele voorzieningen lokaal en regionaal garanderen, maar dan moeten
we ook een betrouwbare Rijksoverheid tegenover ons hebben die de
culturele geldstromen serieus neemt. We hebben hierover ook een motie in
voorbereiding. Er was al een motie van mevrouw Rooderkerk en
ondergetekende aangenomen. Die wordt ook meegenomen in de onderzoeken
naar de regionale spreiding. Maar wij zien echt wel dat we deze omslag
gaan maken bij de aankomende behandelingen van de Wet op het specifiek
cultuurbeleid.
Stabiele financiering helpt ook de positie van makers en creƫert meer
zekerheid in het hele systeem, ook wat betreft loonzekerheid en de
arbeidsmarktpositie van makers. We hebben niet zo lang geleden samen met
de heer Koops van NSC voor elkaar gekregen dat er een motie is
aangenomen. Wij zijn heel erg benieuwd hoe het gaat met het bindend
convenant. Hoe is de uitwerking daarvan nu? Wordt de Kamer daarin
meegenomen? Wat worden we volgende stappen? Gaat de minister in gesprek
met zijn collega van Sociale Zaken om te kijken naar de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, het pensioen et cetera et cetera?
Graag een toelichting.
Voorzitter. De afgelopen jaren zien we een gepolariseerd debat in de
samenleving en een gepolariseerd debat in de politiek. Dat leidt tot
veel debat en veel terechte discussies over de vraag of makers zich
veilig voelen in de culturele sector. Als Kamer zijn we na jarenlang
debat in de media gekomen met PersVeilig. Dat is een systeem waarvan
journalisten in ieder geval zeggen: daar kunnen we wat mee. Ik ben heel
benieuwd hoe het staat met de gesprekken met de culturele sector over
regelingen die daarop lijken. Denk bijvoorbeeld aan een vergelijkbare
regeling voor de sector, "CultuurVeilig". Misschien zijn er ook andere
regelingen te bedenken. We zijn heel erg benieuwd hoe het daarmee
staat.
Voorzitter. Dan alles wat te maken heeft met erfgoed en restauraties.
Tijdens het laatste debat hierover, toen nog met minister Bruins, hebben
we heel veel gesproken over de totale restauratieopgave van om en nabij
770 miljoen. Op dat vlak gebeurt er toch te weinig. Ik had van deze
coalitie, toen ook nog met PVV en NSC, iets meer liefde verwacht voor
ons cultureel erfgoed, ook voor de restauratie van vele, vele gebouwen
die echt bepalend zijn voor het land en een enorm rijke geschiedenis
dragen. Ik ben benieuwd hoe het daar nu mee staat. Er wordt nu een
regeling uitgewerkt. We weten niet precies wanneer je daaraan voldoet.
De opgave is enorm. Ik ga niet veel meer zeggen over de Prinsenhof, want
daarover zijn al goede dingen gezegd door D66. Ik ben vooral benieuwd
wat de Prinsenhof nog meer had kunnen doen om wel gehoor te krijgen bij
het ministerie. Over het Van Gogh Museum is het nodige gezegd. Is het
nou nodig om het zo te laten escaleren? Is er een middenweg mogelijk?
Met betrekking tot het Nationaal Slavernijmuseum zijn wij vooral
benieuwd hoe het nu verdergaat met de verkenning van het omzetten
daarvan in een rijksmuseum. Wat is daarvoor nodig? Welke criteria gelden
er? En hoe borgt de minister de structurele financiering van het
Nationaal Slavernijmuseum?
Voorzitter. Dit is voor nu even voldoende. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Er is een interruptie van de heer Van Houwelingen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Toch nog even iets over de Prinsenhof. D66 had het er net ook over. De
motie van de heer Mohandis is met een ruime meerderheid aangenomen.
Alleen de VVD en JA21 hebben die niet gesteund. Ik zal daar straks in
mijn eigen betoog ook wat over zeggen, maar ik zou denken dat die dan
wordt uitgevoerd door de minister. Maar u heeft de brief gelezen: dat is
niet het geval. In de technische briefing kregen wij eigenlijk ook te
horen dat de Kamer daar niet over gaat. Wat ons betreft zijn dit ook
inherent politieke afwegingen. Die kunnen het beste in deze Kamer
plaatsvinden. Wij zijn een betere vertegenwoordiging van de bevolking
dan de cultuursector, denk ik. Mijn vraag is dus: wat vindt de heer
Mohandis hier nou van?
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik ben heel blij met deze interruptie. Ik had nog meer moties kunnen
opnoemen die niet worden uitgevoerd. Ik kan daar alleen maar heel erg
van balen. Ik ben geen kampioen moties indienen. Ik ben iemand die heel
gericht denkt: zullen we samen kijken of we een bepaalde instelling
kunnen helpen? Die motie was volgens mij heel concreet. Ik vind de
woorden "precedent scheppen" gek. We scheppen als politiek precedenten
omdat we politiek zijn. We maken keuzes. We stappen naar voren. We
vinden iets. Anders kunnen we net zo goed onszelf opheffen; daar zou ik
overigens geen voorstander van zijn. Wat mij betreft kan de minister
verder kijken dan die regeling. Als het sec over die motie gaat, denk
ik: volgens mij is die gewoon aangenomen. Volgens mij kan de minister
ook verder kijken dan die ene regeling die nu wordt uitgewerkt en
waarover wordt gezegd: als je al bent begonnen met restaureren, dan
voldoe je niet. Dat zou heel gek zijn. Je bent gewoon bezig om ervoor te
zorgen dat er cofinanciering loopt. Dan zorg je er ook voor dat het
ministerie zijn fair share doet. Wat mij betreft gaat de minister dus
verder kijken dan die ene regeling die nu wordt uitgewerkt en wordt die
motie gewoon uitgevoerd. Ik zou het moeilijk vinden als wij nieuwe
moties gaan indienen terwijl deze al zijn aangenomen. Volgens mij moeten
we dan vol de druk erop zetten. Volgens mij zegt een meerderheid: voer
die motie gewoon uit.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Veel dank voor dit antwoord. Ik ben het helemaal eens met de heer
Mohandis. Dit is ook een heel groot irritatiepunt van ons. Met Opera
Zuid is bijvoorbeeld ook niks gebeurd. Daar ging een aangenomen motie
van de heer Wilders over. We zien dit continu. We gaan het zo zien, maar
ik kan dit debat eigenlijk al voorspellen. We weten natuurlijk allebei
wat er gaat gebeuren. Uiteindelijk gaat het ministerie hier helaas niks
mee doen. Mijn vervolgvraag aan de heer Mohandis luidt als volgt. De
wijziging van de Wet op het specifiek cultuurbeleid komt eraan. Zou het
niet geweldig zijn als we daar een amendement of zoiets in opnemen
waarmee wij als Kamer bij dit soort besluiten voortaan het laatste woord
krijgen? Zou de PvdA daarvoor zijn, zodat u die frustratie niet meer
elke keer hoeft te voelen, net als wij?
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik ben echt bereid om samen met u allemaal naar die Wet op het specifiek
cultuurbeleid te kijken, want ik denk dat dit het moment is om meer te
regelen. Als we kijken naar de indexering van de begroting, dan zien we
bijvoorbeeld ā dat is ook een vraag aan de minister ā dat de
loonbijstelling en de prijsbijstelling in de mediabegroting wel worden
gegarandeerd en in de cultuurbegroting niet. Je ziet gewoon dat er
stille bezuinigingen plaatsvinden. Wat doet dat in the end? Je ruimte om
in de wet dingen vast te pakken en financieel goed te regelen ⦠Of we
moeten op het niveau van instellingen gaan bepalen: u wel en u niet. Dan
ga je als Kamer wel een heel grote broek aantrekken. Dat kan, maar dan
moeten wij gaan bepalen welke instelling nu voorrang heeft of niet.
Volgens mij is het gezond om dat bij de minister te laten en zouden wij
gewoon moeten sturen op zaken die op ons afkomen. Ik ben dus best bereid
om met u naar de wet te kijken ā graag zelfs ā maar de vraag is wel op
welk detailniveau je dat moet uitwerken. Ik ben bereid om die wet bij de
kop te pakken.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Ja, tot slot. Dank. Heel fijn dit te horen. Ik denk dat dat nodig zal
zijn en dat de Kamer bij dit soort besluiten een betere afspiegeling
vormt van de bevolking dan bijvoorbeeld de Raad voor Cultuur. We zitten
sinds kort op dezelfde gang, dus wie weet zien we elkaar om het hierover
te hebben.
De voorzitter:
Een ontluikende liefde. Volgens mij is nu het woord aan mevrouw Tijmstra
van het CDA.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Kunst en cultuur geeft ruimte aan ieders
eigenheid en creƫert een gevoel van "wij". Het biedt een podium voor
expressie, maar ook voor ontmoeting. In een wereld waarin we soms meer
naast elkaar lijken te leven, is dat onmisbaar. De inbreng van het CDA
bij deze begrotingsbehandeling richt zich op drie punten: de culturele
infrastructuur, de maatschappelijke waarde van cultuur en het belang van
cultuureducatie.
De infrastructuur. Cultuur moet bereikbaar zijn voor iedereen, in elke
regio. Een gezonde culturele infrastructuur vraagt om balans. Zowel
lokale initiatieven als nationale iconen zijn nodig. Lokale tradities,
dialecten en culturele initiatieven versterken de gemeenschapszin.
Nationale iconen hebben een grote uitstraling, inspireren een breed
publiek en dragen bij aan het internationale profiel van Nederland. Het
Van Gogh Museum is zo'n icoon; er is al het een en ander over gezegd
door mijn voorgangers. Het CDA vindt het ontzettend belangrijk dat de
regering in gesprek blijft met het Van Gogh Museum, ook omdat we bij het
Van Gogh Museum echt de intentie gezien hebben om er gezamenlijk uit te
komen. Een oplossingsrichting die wij ten aanzien van de huisvesting nog
aan willen dragen, is de mogelijkheid van een garantstelling. Wellicht
biedt dat een mogelijkheid om uit de impasse te komen. Samen met D66
overweeg ik in de tweede termijn een motie in te dienen die de regering
vraagt om met het museum in gesprek te blijven en om te kijken of er
binnen het huidige stelsel tot een oplossing gekomen kan worden.
Dan ga ik naar de regio. Dat het versterken van de regio ook uit de
samenleving zelf kan komen, laat het recente initiatief van de gemeente
Eindhoven, ASML en het Rijksmuseum zien, met hun plannen voor een nieuwe
dependance van het Rijksmuseum in Eindhoven, een nationaal icoon
verankerd in de regio Brabant, dat tevens bijdraagt aan stedelijke
ontwikkeling en de aantrekkingskracht van de snelgroeiende Brainport
Regio. Ik ben heel benieuwd hoe de minister naar deze ontwikkeling
kijkt.
In de begroting staat dat er in 2025 een onderzoek gestart is naar de
spreiding van cultuuruitgaven. Het CDA vindt dat een goede stap, omdat
het inzicht geeft in wat er nodig is om de middelen breder regionaal te
verdelen. Het CDA kijkt dan ook met belangstelling uit naar dit rapport.
Mijn vraag aan de minister is of er al een doorkijkje gegeven kan worden
naar wanneer dit onderzoek gereed zal zijn.
De begroting die voorligt, gaat over 2026, maar de voorbereidingen voor
de vernieuwing van het cultuurbestel vanaf 2029 gaan ook starten. Het
CDA vindt het goed dat de verlenging van de subsidietermijn naar acht
jaar hierin meegenomen wordt. De komende tijd moeten alle adviezen en
input van maatschappelijke partners verder uitgewerkt worden. Ik zou de
minister willen vragen om de commissie hier tijdig bij te betrekken,
zodat we daar op een goede manier met elkaar over kunnen spreken.
Dan kom ik bij het tweede punt: de maatschappelijke waarde van cultuur.
Cultuur heeft naast haar intrinsieke waarde ook een belangrijke
maatschappelijke functie. In de huidige wereld, waarin de
informatiestromen steeds sneller gaan en het tempo van het dagelijkse
leven hoog ligt, biedt cultuur momenten van rust en van verwondering.
Het is een tegenwicht tegen de hectiek van onze tijd.
Ook binnen het sociaal domein heeft cultuur een belangrijke rol. In mijn
tijd als wethouder en directeur in de culturele sector zag ik dagelijks
hoe belangrijk voorzieningen op lokaal niveau zijn. Daar ontstaat
verbinding. Dat is de basis voor een sterke samenleving. Daarin heeft
ook cultuur een belangrijke plek. Mensen met een psychische
kwetsbaarheid zetten door het maken van kunst grote stappen in hun
persoonlijke ontwikkeling. Mensen met een verstandelijke beperking
groeien door bezig te zijn met theater, dans en zang. Mensen met
dementie of parkinson maken samen met hun mantelzorger kunst, waarbij in
een vertrouwde omgeving veel meer ontstaat dan alleen "samen een
activiteit doen". De bibliotheek is een ontmoetingsplek in de wijk of
het dorp, waar zo veel meer gebeurt dan alleen het uitlenen van boeken.
Al deze voorbeelden heb ik mogen zien in de praktijk en ik heb de waarde
ervan mogen ervaren.
Het is positief dat het ministerie werkt aan een gezonde infrastructuur
voor cultuurbeoefening in Nederland, waarin de verbinding met
maatschappelijke opgaven wordt meegenomen. Het CDA denkt dat daar heel
veel mogelijkheden en kansen liggen om de samenleving te
versterken.
Dan kom ik bij het derde punt, cultuureducatie. Cultuureducatie is van
groot belang voor een brede ontwikkeling van kinderen en jongeren en
draagt bij aan kansengelijkheid. Door creativiteit leren kinderen omgaan
met een onzekere toekomst. Daarmee ontwikkelen kinderen veerkracht en
mentale weerbaarheid. Dat zijn onmisbare eigenschappen voor toekomstige
generaties. In de begroting wordt cultuureducatie genoemd onder het
thema "versterking van de culturele en creatieve sector". Gemeenten zijn
een belangrijke medefinancier van de landelijke Regeling Cultuureducatie
met Kwaliteit. Binnen deze regeling werken culturele instellingen,
scholen, gemeenten en provincies samen om cultuureducatie een
vanzelfsprekend onderdeel van de schooldag te maken. CmK is daarmee een
belangrijke regeling voor het borgen van cultuureducatie. Tegelijkertijd
wordt deze regeling telkens tijdelijk toegekend. Inmiddels zijn we
gestart met CmK4. Dat betekent dat cultuureducatie na deze periode
zestien jaar lang projectmatig gefinancierd is. Dat is uiteindelijk niet
goed voor de continuĆÆteit in de uitvoering. Hoe kijkt de minister aan
tegen een structurele borging van de CmK-regeling of cultuureducatie in
het algemeen na afloop van deze periode? Is dat iets wat meegenomen kan
worden in de evaluatie en de voorbereiding op het nieuwe
cultuurbestel?
Tot zover mijn eerste termijn. Dank u wel.
De heer Martin Bosma (PVV):
Ik heb met veel plezier geluisterd naar de bijdrage van onze nieuwe
collega. We gaan nog veel van haar horen in de toekomst. Het was een
genoegen om naar haar te luisteren. Mevrouw Tijmstra zei in haar
inleiding: cultuur leidt tot een gevoel van wij. Dat vond ik heel mooi
geformuleerd. Wat "wij" willen, althans twee derde van de Nederlandse
bevolking, is dat Zwarte Piet zwart is. Welke kleur heeft Zwarte Piet
volgens het CDA?
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Het CDA vindt tradities in Nederland belangrijk, maar tradities kunnen
in de loop der jaren ook langzaamaan veranderen. En een gevoel van "wij"
geldt natuurlijk voor alle inwoners. Maar op het moment dat er mensen
zijn die zich daar niet meer mee verbonden voelen of, sterker nog, zich
uitgesloten voelen, dan moet je daar op een zorgvuldige manier naar
kijken, vindt het CDA. Dat betekent niet dat van de ene op de andere dag
alles moet veranderen. Dat gebeurt nu ook niet. Op dit moment zie je
rondom dit thema, waarvan ik weet dat de PVV er anders in staat dan het
CDA, dat er langzaamaan een beweging gemaakt wordt; in de samenleving
verandert dit op een goede manier. Daar staat het CDA volledig
achter.
De heer Martin Bosma (PVV):
Nou, dat is niet wat er gebeurt. Die traditie wordt van bovenaf, door
burgemeesters en ministers, kapotgemaakt. Ook heel veel
CDA-burgemeesters proberen van bovenaf die traditie kapot te maken. Ze
zetten sinterklaascomitƩs het mes op de keel en eisen dat Zwarte Piet
niet meer meedoet. Mevrouw Tijmstra zei iets in de trant van: als mensen
zich uitgesloten voelen, dan moeten tradities veranderen. Dat vind ik
ook interessant. Bij het Suikerfeest worden niet-moslims uitgesloten.
Moet het Suikerfeest ook veranderen?
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Zo strak als de PVV het nu zegt, heb ik het niet gezegd. Voor mij gaat
het erom dat cultuur een verbindende factor is in de samenleving. Je
kunt hier de uitersten opzoeken en ervoor zorgen dat er juist sprake is
van meer polarisatie. Maar het CDA staat ervoor dat het mensen bij
elkaar brengt. Cultuur kan een verbindende factor zijn en kan woorden
geven aan moeilijke gesprekken. Ik denk dat die discussie en het
maatschappelijke debat in de samenleving juist heel erg goed zijn. Ik
deel ook niet met de heer Bosma dat het opgelegd is van boven. Ik denk
dat dit een beweging is die in de samenleving ontstaan is en dat dit een
debat is dat in de samenleving ontstaan is. Ik denk dat het middel van
cultuur een heel mooi onderdeel is om dat debat op een goede manier met
elkaar te voeren. Dat is juist ook waar het CDA de focus op wil blijven
leggen.
De voorzitter:
Tot slot, meneer Bosma.
De heer Martin Bosma (PVV):
Minister Asscher heeft gewoon allerlei maatschappelijke groeperingen op
zijn ministerie uitgenodigd en heeft ze er gewoon toe aangezet om Zwarte
Piet niet meer toe te laten. Dat is iets wat van bovenaf gebeurde. Het
zijn CDA-burgemeesters die Zwarte Piet van bovenaf kapotmaken en die
tegen een sinterklaascomitƩ zeggen: je krijgt geen subsidie meer als
Zwarte Piet daaraan meedoet. Dat is niet iets van onderop of iets wat
gegroeid is; dat wordt van bovenaf kapotgemaakt. Wij willen dat Zwarte
Piet blijft en dat Zwarte Piet zwart blijft. Twee derde van de
Nederlandse bevolking vindt dat. Dat zou voor het CDA toch een mooie
reden kunnen zijn om daarnaar te luisteren en gewoon wat minder aandacht
te hebben voor de woke-elites van Nederland die ons mooie feest
kapotmaken?
De voorzitter:
Dat waren twee interrupties.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Ik val in herhaling. Ik denk dat we het op dit punt niet met elkaar eens
worden. Daar laat ik het bij.
De voorzitter:
De heer Mohandis heeft ook nog een vraag.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik heb met veel interesse geluisterd naar de collega van het CDA. Als ik
het samenvat, hoorde ik: cultuur is naast media ook een hoeksteen van de
samenleving. Maar we zien dat de cultuurgelden niet in de wet zijn
verankerd, zoals dat met de Mediawet wel is gedaan. Prijsbijstellingen
worden bijvoorbeeld niet automatisch toegekend, loonbijstellingen wel.
Maar voor de media is dat wel altijd het geval, omdat dat gewoon een
betere wettelijke borging heeft met een concessiebeleidsplan en noem
maar op. Daarnaast liggen er nu heel veel adviezen, ook van de Raad voor
Cultuur bijvoorbeeld. Wat gaat het CDA de komende tijd doen met die
wettelijke verankering? Gaan we het systeem laten zoals het nu is? Of
bent u bereid om dat met ons aan te passen?
De voorzitter:
Dat waren ook twee interrupties.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Ik denk dat we op een mooi moment beginnen met de nieuwe Kamer, met name
omdat die herziening eraan komt. Dit is dus volgens mij ook het moment
om daar goed het debat met elkaar over te voeren. Maar ik vind het te
vroeg om daar vandaag uitspraken over te doen, ook omdat ik het, als je
het hebt over de wettelijke verankering van cultuur, belangrijk vind dat
bijvoorbeeld provincies en gemeenten gezegd hebben: ga nou met elkaar in
gesprek om te kijken hoe je dat op een goede manier kan doen. Dat heeft
de VNG ook aangegeven. Er liggen dus heel veel adviezen op verschillende
onderdelen; die heb ik ook gezien. Ik denk dat het gewoon heel erg goed
is als het nieuwe kabinet met die adviezen aan de gang gaat om te kijken
hoe we een steviger cultuurbestel kunnen krijgen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
We weten allemaal dat D66 helemaal gewenteld is in wokebeleid en we
krijgen straks een nieuw kabinet, ook met het CDA, dat meer de
traditionele cultuur wil beschermen, erin. Wordt het CDA leidend in het
nieuwe kabinet op gebied van traditionele cultuur, of laat het CDA dit
over aan D66?
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Het is een aparte vraag, die ook veel te vroeg is gesteld in het proces.
Ik wil me ook niet vanuit het CDA laten drukken, in de zin dat het CDA
alleen is voor de traditionele cultuur. Wat ik zelf ontzettend
belangrijk vind, is dat we in een samenleving leven waar echt behoefte
is aan een stuk meer verbondenheid. Ik denk dat cultuur daar een heel
belangrijk middel voor is. Ik denk dat we in een samenleving leven
waarin we heel graag een beweging willen maken van zorg naar de
voorkant, waarin we naar elkaar omzien en eenzaamheid tegengaan. Ik denk
dat cultuur daar een hele grote rol in kan spelen. Dat zijn voor mij de
focuspunten, bijvoorbeeld kinderen laten opgroeien met
verbeeldingskracht, wat zorgt voor mentale weerbaarheid. Er liggen zo
veel kansen om cultuur in te zetten als middel voor verbinding. Dat is
mijn focus.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
De CDA-kiezer is toch meer van de tradities. Mijn vraag blijft wel
overeind staan, dus ik ga hem anders stellen. Stel dat er allemaal
gekkigheid komt, allemaal D66 "gekke, rare dingen"-beleid. Gaat het CDA
daar dan fel tegenin? Of zegt het CDA in een nieuw kabinet: dit is echt
een D66-ding en dat gunnen wij D66? En gaat CDA daar dan gewoon in
mee?
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Volgens mij heb ik net goed uitgelegd waar het CDA voor staat. Dat zijn
natuurlijk traditionele gebruiken. Dat is belangrijk. Maar waarom is het
belangrijk? Dan kom ik toch terug bij hoe ik net antwoord heb gegeven,
namelijk: omdat het gemeenschappen verbindt. Dat is volgens mij de kern.
Daarop ligt de focus en dat is het belang. Ik zou het heel mooi vinden
om vanuit deze commissie, waarin we volgens mij allemaal de waarde van
cultuur begrijpen en heel graag willen inzetten, die boodschap te
verbreden, niet per se naar andere partijen maar naar andere domeinen.
Ik denk dat daar voor de hele commissie een mooie uitdaging ligt om de
waarde van cultuur te verbreden naar gebiedsontwikkeling en het sociale
domein. Volgens mij zou dat onze focus kunnen zijn.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik ga hier toch uit concluderen dat we een D66-beleid krijgen en dat het
CDA daar gewoon in meegaat. Dank voor het antwoord, maar het is zo vaag
dat ik hieruit opmaak dat u hier eigenlijk geen antwoord op wilt geven.
Ik wens iedereen dus veel sterkte de komende jaren.
De voorzitter:
Graag via de voorzitter spreken en iemand niet direct aanspreken.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Ik neem hier echt afstand van. Het is een conclusie die BBB trekt. Ik
herken me daar helemaal niet in.
De voorzitter:
Mevrouw Nanninga heeft ook een vraag.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Ik schrik toch een beetje als ik de vertegenwoordiger van het CDA hoor
zeggen dat cultuur moet verbinden. Kunst en cultuur moeten helemaal
niks. Kunst en cultuur zijn ongebreidelde vrijheid, creativiteit en
schoonheid. Is het CDA dat met mij eens? Of willen zij cultuur ook
politiseren in die zin dat cultuur van alles zou móéten in de
samenleving?
Mevrouw Tijmstra (CDA):
In mijn inbreng heb ik duidelijk gezegd dat cultuur naast een
intrinsieke waarde ā dat is waar mevrouw Nanninga volgens mij op doelt ā
ook een hele belangrijke maatschappelijke waarde heeft. Die twee
versterken elkaar en bestaan ook echt naast elkaar wat ons
betreft.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Nanninga van JA21.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Dank, voorzitter. Ik houd mijn hart vast voor het cultuurbeleid in het
nieuwe kabinet als ik dit zo hoor. Maar goed.
Voorzitter. Er komen nog heel veel mooie cultuurdebatten, en daar vindt
JA21 van alles van, maar we gaan ons in deze begrotingsronde even
focussen op een urgente crisis in de wondere wereld van de
cultuursubsidies. Onze prachtige Nederlandse cultuur zijn we voor de
komende generaties aan het vernachelen als deze trend doorzet.
Wat is het geval? Sinds de subsidieperiode '21-'24 zijn de culturele
instellingen niet alleen beoordeeld op artistieke kwaliteit,
publieksbereik en bedrijfsvoering, maar ook op hun omgang met drie
sectorale gedragscodes: de Code Diversiteit & Inclusie, de Fair
Practice Code en de Governance Code Cultuur. Nu zijn deze codes
ontwikkeld door de sector zelf, zo wordt altijd benadrukt, maar
inmiddels zijn ze door het Rijk verheven tot subsidievoorwaarden.
Instellingen moeten ze onderschrijven, implementeren, monitoren,
evalueren en verantwoorden. De Raad voor Cultuur stelt zelfs dat deze
codes, en ik citeer, "in het DNA van de instelling moeten zitten" en
beoordeelt de toepassing ervan binnen de algemene beoordelingscriteria
voor 2025-2028. Op de website van de Code Diversiteit & Inclusie
worden worden de best practices gepresenteerd als richtinggevend voor de
sector.
Voorzitter. Ik schrok mij een hoedje toen ik eens naar deze voorbeelden
ging kijken. Neem het voorbeeld van TransAmsterdam en de Trans Art
School. Daarvan wordt expliciet gesteld dat deelname, en ik citeer,
"toch Ʃcht alleen weggelegd is voor trans of non-binaire mensen. Deze
keuze komt voort uit uit het creƫren van een plek waar men zich veilig
en begrepen voelt." Ik herhaal het even voor de mensen achterin. Op de
website van de Code Diversiteit & Inclusie staat een richtinggevend
voorbeeld waarin letterlijk staat dat het toch Ʃcht alleen is weggelegd
voor trans of non-binaire mensen. Begrijpt u het nog?
Mijn vraag aan de minister is niet alleen hoe zich dit verdraagt met het
gelijkheidsbeginsel, maar vooral waarom exclusiviteit op basis van
genderidentiteit hier wordt gepresenteerd als een deugd, terwijl een
vergelijkbare uitsluiting op andere gronden in elke andere context
onacceptabel zou zijn. Vult u voor "trans mensen" bijvoorbeeld even in
"oude blanke mannen", dan begrijpt u waarom het huis dan terecht te
klein zou zijn. Wanneer wordt uitsluiting inclusie en wie bepaalt dat
omslagpunt?
Daarnaast rijst ook de vraag waarom de overheid via subsidievoorwaarden
letterlijk bevestigt dat mensen met een niet-normatieve
genderidentiteit, wat dat ook moge zijn, alleen bij elkaar kunnen komen
binnen een afgebakende identitaire safespace. Acht de minister het
wenselijk dat kunstbeoefening en culturele ontwikkeling plaatsvinden
binnen gesloten gemeenschappen, waarin een gedeelde identiteit een
voorwaarde is voor deelname? Waarom staat dit in godsnaam op een website
als best practices? Wil de minister echt dat onze cultuursector zich
langs deze lijnen inricht?
Voorzitter. Ik heb nog meer voorbeelden meegenomen. Zo bestaat het
project Draden van ons Nederlandse slavernijverleden. Hier wordt gekozen
voor een participatieve kunstvorm die bewustwording moet creƫren over
het koloniale verleden. Er wordt een 35 meter lang wandkleed gemaakt
waarin vernietigende vloedgolven symbool staan voor wraak richting het
moederland. Dit is een van de vele voorbeelden waarbij ƩƩn specifiek
moreel en historisch narratief als vanzelfsprekend uitgangspunt wordt
genomen en via rijkssubsidie wordt uitgedragen. Want laten we eerlijk
zijn: een gesubsidieerde expositie die de maatschappelijke schade van de
massa-immigratie centraal zou willen stellen of de spanningen en kosten
daarvan zichtbaar zou willen maken, zou binnen dit subsidiekader echt
volstrekt ondenkbaar zijn. Dat zou onmiddellijk worden weggezet als
polariserend, problematisch, niet inclusief. Kan de minister uitleggen
waarom het ene, dominante, narratief via cultuurbeleid wordt
gefaciliteerd en genormaliseerd, terwijl andere fundamentele
perspectieven bij voorbaat worden uitgesloten?
Voorzitter. Al deze voorbeelden leiden tot ƩƩn fundamentele vraag die de
minister vandaag niet kan ontwijken, als het aan JA21 ligt. Zijn deze
codes zinvol? Of zijn deze codes arbitraire instrumenten om een
dominante culturele stroming af te dwingen waarin slechts ruimte is voor
ƩƩn woke links narratief, waarmee het ene project afgeschoten kan worden
omdat het niet inclusief is, en waarmee tegelijkertijd een ander project
juist wordt toegelaten en geld krijgt toegestopt omdat er enkel trans
mensen bij aanwezig mogen zijn? Wat ons betreft is dat het laatste. De
inhoud van de code maakt weinig uit; die wordt namelijk toch arbitrair
ingezet. Er wordt bovendien helemaal niet gezocht naar inclusiviteit en
diversiteit, maar naar het behouden van de status quo. De status quo is
een benauwend kader waarbinnen creativiteit, originaliteit, rebellie,
schoonheid en vrijdenken ā kortom, alles wat kunst kunst maakt ā op het
procrustesbed van de op Amerikaanse leest geschoeide diversiteits- en
inclusiewaan worden gelegd. Zoals ik hiervoor betoogd heb, wordt dat nog
inconsequent gedaan ook. Alles wat niet in de mal past, valt buiten de
boot van de subsidiezilvervloot.
De heer Martin Bosma (PVV):
De heer Van der Burg loopt meteen weg, zie ik. Met de
subsidievoorwaarden heb ik diverse voorgangers van deze minister om de
oren geslagen. Het is te gek voor woorden. De kunstwereld is natuurlijk
helemaal dolgedraaid. Maar wat mij nou frappeert, is dat er niet ƩƩn
kunstenaar hier ooit in het geweer is gekomen tegen dit soort bizarre
toestanden. Is mevrouw Nanninga het met me eens dat die kunstenaars
allemaal makke schapen zijn?
Mevrouw Nanninga (JA21):
Men bijt niet in de hand die men voedt. Dat is een bredere discussie
over kunstsubsidies, die ik namens JA21 ook echt nog wil gaan voeren de
komende jaren. Ik focus me nu hierop, maar als u het mij vraagt ā en dat
doet u ā dan zeg ik dat wie van kunst en cultuur houdt, eigenlijk voor
zo min mogelijk subsidie voor makers zou moeten zijn. Iemand die zich
daarover trouwens wƩl heeft uitgesproken, is Hans Teeuwen, maar die kan
dat doen omdat hij financieel onafhankelijk is en commercieel succes
geniet. Daarnaast is hij ook nog gewoon een gezellige vrijdenker. Maar
goed, in antwoord op uw vraag: ja, de sector zelf zou zich daartegen
moeten verzetten. Wie zijn oor te luisteren legt in de sector ā en dat
doe ik ā hoort dat ook wel. Je hoort dat ook wel uit het veld. Die
kunstenaars en musea zeggen echter: "Het is toch lastig om dat aan te
kaarten. Dat durven we niet. Dat willen we niet. Dat kost ons namelijk
onze subsidie." Dat bewijst mijn punt.
De heer Martin Bosma (PVV):
Maar waarom zijn die kunstenaars dan zo laf? Die kunstinstellingen
moeten dit ondertekenen. Ze krijgen een touw om hun nek. Ze moeten door
hoepeltjes springen. Ik dacht dat kunst altijd ging om de meest
individuele expressie van de meest individuele emotie. Dat gebeurt niet.
Kunstenaars zijn makke schapen geworden door de subsidie. Bent u dat met
mij eens, mevrouw Nanninga?
Mevrouw Nanninga (JA21):
Ik gaf het net al aan. Het is ook echt een lijn die wij als JA21 zeker
op het domein Cultuur willen gaan voortzetten. Subsidie is in heel veel
gevallen de dood in de pot voor creativiteit, originaliteit, vrijdenken,
passie en alles wat onze kunst en cultuur zo mooi maakt.
De voorzitter:
Was u al klaar met uw betoog?
Mevrouw Nanninga (JA21):
Dat was ik niet, voorzitter.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Dan ga ik daar nu mee verder. Ik was gebleven bij een concrete vraag.
Wat is er geworden van de opvolging van de motie-Van Zanten, Kamerlid
van BBB in de vorige termijn? Hiervan zou in februari een aantekening
komen. Ik had toch graag dat deze minister een beetje opschiet, want ik
weet niet wat voor kabinet we in februari hebben. Zoals ik net al zei,
houd ik mijn hart daar een beetje voor vast.
Dan heb ik nog een vraag aan de minister. Hoe heeft het meest rechtse
kabinet ooit een cultuurbegroting kunnen produceren waarin zulke ronduit
discriminerende principes leidend zijn voor het uitgeven van ons geld?
Is hij bereid om ervoor te zorgen dat deze codes zo snel mogelijk worden
verwezen naar waar ze thuishoren, namelijk de archiefkast voor slecht
beleid?
Voorzitter, dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Van Houwelingen van Forum
voor Democratie.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dank u, voorzitter. Forum voor Democratie draagt de kunstsector in
Nederland een warm hart toe. Geschiedenis, monumenten en kunsten zijn
ontzettend belangrijk voor onze samenleving en onze nationale
identiteit. Dat vindt de Nederlandse bevolking trouwens ook. Uit een
groot onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau, getiteld
Denkend aan Nederland, waar ik zelf nog aan heb kunnen meewerken, blijkt
dat als je Nederlanders vraagt wat belangrijk is voor Nederland en de
Nederlandse identiteit, ze heel veel erfgoedonderwerpen noemen. Dat
betreft dan zowel materieel als immaterieel erfgoed. De cultuursector is
dus heel belangrijk. Ook als je als toerist naar een stad gaat, bezoek
je vaak toch eerst de historische binnenstad, dus de monumenten. Daarom
is het ook zo jammer dat we Rotterdam niet herbouwd hebben, zoals in
Dresden trouwens wel gebeurd is.
Wat ons betreft zijn de cultuurrijke perioden de perioden waarin de
cultuur of, met een lelijk woord, de cultuurproductie uit de samenleving
zelf komt. Mevrouw Nanninga refereerde daar net eigenlijk ook al aan.
Bijvoorbeeld in het klassieke Athene waren er de Spelen en de
theatervoorstellingen. De liturgieƫn werden door rijken, min of meer
vrijwilligers, betaald. Ook in de Renaissance, nog zo'n mooie periode,
kwam het uit het maatschappelijk middenveld, zoals we dat nu zouden
zeggen: de rijke families, bijvoorbeeld de De' Medici, produceerden het.
Maar ook in onze eigen Gouden Eeuw was het de middenstand. Een
bakkersfamilie liet bijvoorbeeld een portret of schilderij van zichzelf
maken. Dat zien we nu in de musea terug. Zo vindt cultuurproductie wat
ons betreft idealiter plaats, dus vanuit de samenleving zelf en niet
top-down door middel van subsidies.
Mijn eerste vraag aan de minister. We maken ons er zorgen over dat het
erfgoed, dat wij zo belangrijk vinden, onder druk staat. Dat is ook al
genoemd door andere Kamerleden. Zwarte Piet is al gesneuveld. Neem het
vuurwerk. Dat vind ik ook een traditie. Dat hebben we vanaf volgend jaar
waarschijnlijk niet meer. Standbeelden kunnen niet meer geplaatst
worden. Pieter de la Court wordt, zoals de heer Bosma zei, uit de
Universiteit Leiden verwijderd. Dat gebeurt vaak vanuit het principe van
voorzorg, zoals bij het vuurwerk, of omdat mensen gekwetst zouden zijn.
Dat vinden wij heel erg, want zo verliezen we onze cultuur. Mijn eerste
vraag aan de minister is of hij dat probleem ook ziet.
De tweede vraag die ik zou willen stellen. Het valt me ook op dat de
toegang tot vooral erfgoed moeilijker lijkt te worden gemaakt. Ik weet
van historici bijvoorbeeld dat zij in archieven vaak niet meer met het
papieren bronmateriaal in aanraking kunnen komen. Dat wordt allemaal
gedigitaliseerd. Je ziet het bijvoorbeeld ook bij opgravingen. Ik heb
dat weleens eerder ingebracht, denk ik. We hebben heel veel prachtige
amateurarcheologen in Nederland. Die kunnen niet meer betrokken worden
bij opgravingen omdat het Verdrag van Malta gesloten is door de Europese
Unie. Dat verbiedt die archeologen eigenlijk om nog bij opgravingen
betrokken te zijn, omdat ze niet ISO-gecertificeerd zijn. Die grote
archeologiebedrijven zijn er natuurlijk wel blij mee. Die zullen ervoor
gelobbyd hebben. Wat vindt de minister hier nou van? Zouden we
bijvoorbeeld dat Verdrag van Malta eigenlijk niet moeten opzeggen? Dat
is een hele concrete vraag.
Het grootste punt dat ik vandaag zou willen maken is dat cultuur
inherent ook politiek gekleurd is, of je dat nou leuk vindt of niet, in
de zin dat politieke preferenties ertoe doen. Dat is al een paar keer
genoemd. Daar zijn heel veel artikelen over verschenen, bijvoorbeeld het
artikel van de heer Wilson van 50 jaar geleden: Conservatism and art
preferences. Daaruit blijkt dat bijvoorbeeld mensen met een wat
conservatieve achtergrond eerder van klassieke cultuur houden, wat je
ook zou verwachten, en dat mensen die wat progressiever zijn meer van
moderne cultuur houden. Dat is allemaal prima, maar het wordt natuurlijk
een probleem als vrijwel de hele cultuursector progressief is, vandaar
het debat dat ik met de heer Mohandis daarover had. De heer Bosma noemde
dat net terecht ook. Ik denk dat geen enkele FVD'er of PVV'er ergens in
een cultuurfonds of in de Raad voor Cultuur zit en subsidies kan
toewijzen. Mijn vraag aan de minister is of dat niet een groot probleem
is. Zien we dat niet gebeuren? Dat kwam ook al een paar keer
terug.
Mevrouw Nanninga noemde bijvoorbeeld humor. Dat hoort ook bij de
cultuursector. We hebben Hans Teeuwen, maar neem de oudejaarsconference.
De mensen die wij mogen vertegenwoordigen in de Kamer kijken daar al
niet meer naar, want je weet welke grappen er komen: over populisten,
over Trump. Dat is prima, maar er zal nooit een keer een grap worden
gemaakt over bijvoorbeeld de EU, de coronapandemie of de klimaathoax.
Dat zal nooit gebeuren. Dat is echt een heel groot probleem.
De subsidies voor kunst gaan maar ƩƩn kant op. Een van de basiselementen
van het cultuurbeleid is volgens mij dat het divers en representatief
voor de hele Nederlandse bevolking moet zijn. Dat is volgens mij
aantoonbaar niet meer het geval, integendeel. We hebben de
affaire-Borstlap gehad. De minister weet waarschijnlijk waar ik op doel.
Borstlap was een klassiek componist die ook een keer subsidie wilde
krijgen. Hij kreeg die niet. Hij heeft een rechtszaak aangespannen tegen
het Fonds Podiumkunsten, ook omdat Eduard de Boer, ook een componist,
voor de grap een keer een nepcompositie had gemaakt ā hij had zijn
zoontje willekeurig tonen laten intikken ā die wel met ā¬3.000 werd
gesubsidieerd door het Fonds Podiumkunsten. Als dat soort dingen kunnen
gebeuren ā¦
Ik noem nog even mijn favoriete bĆŖte noire, De Balie in Amsterdam, en
dan hou ik erover op. Al het geld van het Rijk voor debat en reflectie
gaat naar De Balie. Als er ƩƩn progressief, woke, kosmopolitisch centrum
is, dat in mijn ogen ook nog oorlog loopt te verheerlijken ā ik heb er
geen ander woord voor ā dan is het De Balie wel. Als de directeur daarop
wordt aangesproken, dan gaat hij met de journalist op de vuist. Iedereen
kan dat vinden op internet. Dat is dan de directeur van het
debatcentrum. Daar gaan straks weer alle rijkssubsidies voor debat
naartoe. Waar zijn we in godsnaam mee bezig?
Ik vind dat deze Kamer dat in laatste instantie veel beter kan dan de
cultuursector. Dat punt maakte ik bij de heer Mohandis ook. Dat is mijn
vraag aan de minister. Hoe kan het zo zijn dat als moties hier met een
ruime Kamermeerderheid worden aangenomen, bijvoorbeeld van de heer
Wilders over Opera Zuid of van de heer Mohandis over het Prinsenhof,
waar ik het net over had, het antwoord van de ambtenaren dan is dat de
Kamer daar niet over gaat? Dat is straks ongetwijfeld ook het antwoord
van de minister. Met dat stelsel zitten we opgescheept. Dat zie ik keer
op keer gebeuren. Hoe kan het zo zijn dat er meer waarde wordt gehecht
aan het oordeel van de cultuursector, die dus niet representatief is,
met alle respect, dan aan de Kamer?
Daar komt ook nog eens bij dat er afwegingen moeten worden gemaakt,
bijvoorbeeld als het gaat om het Orkest van het Oosten. Dat was een heel
goed orkest, dat gesneuveld is. Je had wellicht kunnen zeggen: laten we
dat in stand houden; dan houden we een orkest in het oosten over. Ik
noem maar wat. Dat is een geografische afweging versus bijvoorbeeld wat
landelijk het repertoire is. Dat zijn afwegingen. Afwegingen zijn per
definitie politiek en horen dus in laatste instantie hier gemaakt te
kunnen worden, maar dat kan dus niet omdat het uitbesteed is aan de
culturele sector. Het is gedepolitiseerd. Dat is een probleem om de
reden die ik net noemde. Mijn vraag aan de minister is: herkent hij dat
probleem? Is hij misschien bereid om bijvoorbeeld met die aankomende Wet
op het specifiek cultuurbeleid een stelsel te creƫren waarin de
cultuursector, de Raad voor Cultuur en het Cultuurfonds een voorzet
kunnen geven ā dat is allemaal prima ā maar in laatste instantie toch de
minister en de Kamer de besluiten kunnen nemen? Daar had ik het met de
heer Mohandis ook over. Zou dat niet onderdeel moeten zijn van die Wet
op het specifiek cultuurbeleid?
De voorzitter:
Er is een interruptie van de heer Mohandis. En we spreken hier geen
ambtenaren aan, maar de minister, want die is verantwoordelijk. De heer
Mohandis.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik zocht een punt in het betoog van de collega van Forum. Ik probeer
even te ontleden wat de collega van Forum voor Democratie zegt over
subsidies. Ergens problematiseert u cultuursubsidies en vervolgens vindt
u het ook heel belangrijk dat cultuursubsidies ertoe leiden dat
bijvoorbeeld rijksmonumenten worden gerestaureerd. Ik zoek in uw betoog
dus even naar het antwoord op de vraag waar uw partij staat wat betreft
het investeren in mooie gebouwen. Bent u daar nou voor of tegen?
De heer Van Houwelingen (FVD):
Heel veel dank. Wat een goede vraag, want daar wilde ik eigenlijk net
naartoe gaan. Dit is inderdaad een vraag. U heeft het betoog goed
gevolgd. En nee, we hebben dit niet zo afgestemd! Ik begon mijn betoog
er inderdaad mee dat je in principe zo min mogelijk cultuursubsidies zou
moeten hebben, omdat de cultuurproductie ā dat is een heel lelijk woord
ā uit de samenleving zelf zou moeten komen. Wij zijn dus eigenlijk tegen
die staatssubsidies. Maar als je ze dan toch hebt, dan is het goed, vind
ik, dat de Kamer hier correctie op kan uitvoeren. Als dat niet gebeurt,
en misschien wil de heer Mohandis nu weer een interruptie plaatsen, kun
je het geld beter besteden aan het beschermen van ons erfgoed, want daar
zijn we een heel groot voorstander van ā misschien is dat een antwoord
op uw vraag ā dan bijvoorbeeld aan het Fonds Podiumkunsten of aan andere
instanties die het niet op een representatieve manier verdelen. Daar
hebben we namelijk een probleem mee. We zijn dus zeker voor het behoud
van erfgoed. Onze kastelen staan er bijvoorbeeld heel slecht voor. Er
mag wat mij betreft zelfs meer geld naar het behoud van erfgoed, als dat
uw vraag is.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik probeer echt het betoog te begrijpen. Natuurlijk kan het huidige
systeem beter en anders; daar heb ik zelf in mijn eigen inbreng ook veel
over gezegd. De heer Van Houwelingen doet iets geks. Fundamenteel zegt u
eigenlijk: subsidies zijn slecht en deugen niet; daar zijn wij tegen.
Vervolgens heeft u allerlei ideeƫn over hoe we die subsidies moeten
uitgeven. Bent u heel erg voor het ā dat zegt u ook met heel veel
woorden ā restaureren van bijvoorbeeld rijksmonumenten, als het nodig is
dat dat uit gemeenschapsgeld komt? Als u strikt zou blijven bij uw eigen
standpunt, dan blijft er heel weinig over. Dat is de verschraling van
het Nederlandse landschap, de verschraling van de Nederlandse cultuur.
Dat is eigenlijk on-Nederlands, als ik goed naar uw betoog luister. Ik
zoek een beetje de logica in uw betoog. Of u bent het met mij eens dat
we het systeem moeten aanpassen, maar dan zijn er wel subsidies nodig om
te doen wat voor ons allemaal belangrijk is, of u bent ertegen. Dat is
dan heel on-Nederlands. Dan bent u gewoon voor cultuur voor de happy
few, voor het elitairder maken van de cultuursector. Dat hoor ik in uw
betoog. Graag dus een iets consequentere lijn.
De voorzitter:
Uw interrupties zijn nu op, meneer Mohandis.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Heel veel dank voor deze vraag. Dat is heel goed, want u heeft recht op
een consistent betoog. Er zijn twee subsidiestromen die ik even
onderscheid. Over erfgoed kan ik heel duidelijk zijn: daar mag wat mij
betreft zelfs meer geld naartoe, bijvoorbeeld voor kastelen. Daar zijn
we helemaal voor. Wat betreft wat ik maar even nieuwe cultuurproductie
noem ā denk aan symfonieorkesten en theaters ā heb ik uitgebreid betoogd
waarom wij daar een probleem mee hebben. Als wij de macht zouden hebben,
dan zouden we zeggen: je kunt het maar beter helemaal niet doen, want
het is niet representatief voor de Nederlandse bevolking. Maar ik
probeerde even een handreiking te doen naar aanleiding van uw
interruptie van net, namelijk dat we het stelsel dat er ligt misschien
zelfs zouden kunnen verbeteren. We zeggen: nou, okƩ, liever iets beter
dan hoe het nu is. Dat is volgens mij op zich een heel consistent
betoog.
Voorzitter, ik ben erdoorheen.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik wil heel even schorsen tot de minister weer terug
is.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
We waren gebleven bij de heer Van Houwelingen. Ik verzoek graag iedereen
om zijn plek weer in te nemen. De heer Van Houwelingen was volgens mij
nog bezig met zijn betoog. Of was u al klaar met uw betoog, meneer Van
Houwelingen?
De heer Van Houwelingen (FVD):
Ja, ik ben klaar met mijn betoog.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Van der Plas van de
BBB.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Nederland is een land van rijke cultuur en
tradities. Van fanfares tot dialectpoƫzie, van bloemen- en fruitcorso's
tot streekmusea en van carnaval tot streekmarkten: onze cultuur leeft in
mensen, gemeenschappen en gewoonten. Het zijn deze wortels die Nederland
verbinden, inspireren en herkenbaar maken, in de stad Ʃn op het
platteland. Streekcultuur zoals fanfares, bloemencorso's, fruitcorso's,
varend erfgoed, trekkertreks, paasvuren, carbidschieten en carnaval is
essentieel en verdient de aandacht. Gemeenschappen moeten eenvoudig
toegang krijgen tot subsidies via regionale cultuurloketten.
Ik stel de minister een aantal vragen. Op welke wijze wordt structurele
steun aan streekcultuur en materieel erfgoed vormgegeven? Is bij kleine
verenigingen in de regio's voldoende bekend op welke manier zij
subsidies kunnen aanvragen en bij welke loketten zij moeten zijn? Op
welke manier kan het ministerie die toegankelijkheid verbeteren? Hoe
kijkt de minister naar het voorstel van BBB om minimaal 50% van het
cultuurbudget structureel te reserveren voor initiatieven buiten de
grote steden? Is de minister bereid om deze norm als uitgangspunt te
nemen?
Voorzitter. BBB wil het gebruik van de Friese taal, de streektalen en
dialecten stimuleren en, waar nodig, extra beschermen. In het onderwijs
moet volgens BBB ook veel meer aandacht komen voor streekgeschiedenis,
ambacht en erfgoed. Ik vraag de minister: gebeurt dit in voldoende
mate?
Voorzitter. In Nederland praten we veel over diversiteit en
inclusiviteit. Op zichzelf is daar niks mis mee, maar in de praktijk is
dit begrip steeds verder opgerekt richting wat tegenwoordig
"superdiversiteit" wordt genoemd. In dat denken worden nieuwkomers per
definitie als kwetsbaar en als slachtoffer gezien, waardoor vooral de
autochtone bevolking geacht wordt zich voortdurend aan te passen.
Die voortdurende wederzijdse aanpassing van iedereen aan iedereen leidt
niet tot een verbonden samenleving. Integendeel, het kan uitmonden in
wat Nausicaa Marbe vorige week treffend omschreef als de "tirannie van
het individu", waarbij ieder individu zijn of haar eigen norm centraal
stelt en de gezamenlijke culturele basis steeds verder verdwijnt.
Daarom moet het bespreekbaar zijn om het huidige diversiteits- en
inclusiviteitsdenken te heroverwegen, zeker in de kunst- en
cultuursector. Kunst en cultuur hadden ooit de taak om te prikkelen, te
spiegelen en soms zelfs te schuren. Nu sluiten ze vaak aan bij het
dominante narratief van een kleine culturele bovenlaag, waarin vooral
universele diversiteit centraal staat, maar streektaal, streekcultuur,
regionale tradities en lokale folklore nauwelijks een plek
krijgen.
Daarom is het ook logisch om te kijken in hoeverre musea, podia en
festivals de regionale cultuur en lokale tradities betrekken bij hun
programmering. Worden streekverhalen, dialecten, folklore, ambachten en
regionale identiteit voldoende meegenomen? Of raakt dat allemaal
ondergesneeuwd onder de vlag van abstracte inclusiviteit?
BBB wil dat culturele instellingen die actief inzetten op streekbinding,
herkenbaarheid en laagdrempelige toegang tot cultuur, juist voor mensen
die niet vanzelfsprekend met de randstedelijke cultuursector verbonden
zijn, voorrang krijgen bij subsidies. Dat is niet tƩgen diversiteit maar
vóór verbinding, zodat cultuur past bij wat de samenleving écht nodig
heeft.
Voor regelmatig terugkerende evenementen met een laag risico moeten er
wat BBB betreft ook meerjarige vergunningen mogelijk zijn. Op 9
september is een BBB-motie aangenomen die pleit voor meerjarige
vergunningen. Kan de minister vertellen hoe deze motie wordt
uitgewerkt?
Voorzitter. De BBB is blij dat dankzij de motie van voormalig
BBB-Kamerlid Oostenbrink het voortbestaan van het Fries Landbouw Museum,
het enige landbouwmuseum in Nederland, is geregeld. Maar het belang van
agrarisch erfgoed reikt verder dan ƩƩn museum. Kan de minister toezeggen
dat hij naast het Fries Landbouw Museum ook het behoud van agrarisch
erfgoed, visserij, cultuur en streekgebonden tradities expliciet gaat
verankeren in het toekomstige cultuurbestel?
Voorzitter. De Federatie Instandhouding Monumenten maakt zich zorgen
over de nieuwe subsidieregeling grote restauraties. De
verdeelsystematiek kan ertoe leiden dat vooral de rijke regio's
profiteren, terwijl kwetsbare regio's en monumenten met een klein
verdienvermogen, zoals kerken en kerktorens, structureel achter het net
dreigen te vissen. Is de minister bereid om de regeling al na twee
rondes te evalueren? Stel dat kwetsbare regio's en monumenten
onvoldoende in aanmerking komen. Is de minister dan bereid om de
verdeelsystematiek zodanig aan te passen dat ook deze categorieƫn
daadwerkelijk gelijke toegang hebben?
Voorzitter. Plattelandscultuur is ook cultuur. Ik ben dan ook heel blij
dat recent, op initiatief van columniste Marianne Zwagerman, de Vakbond
voor Plattelandsbewoners is opgericht. De petitie om het platteland te
redden ā de petitie is te vinden via samenoptrekken.nl ā is inmiddels
ruim 18.000 keer ondertekend. Veel mensen op het platteland maken zich
zorgen over de grootschalige verbouwing van het platteland zonder dat
echte inspraak van bewoners mogelijk is. Dit leidt tot verlies van
leefbaarheid, voedselzekerheid, sociale binding, plattelandscultuur en
het unieke landschap.
De grootschalige uitkoop van boeren op het platteland is overal
zichtbaar aan het worden. Met het verdwijnen van boeren verdwijnen dus
ook de plaatselijke en de regionale tradities. BBB maakt zich daar al
jaren grote zorgen over en heeft al heel vaak de alarmklok hierover
geluid. Hoe kijkt de minister aan tegen het verdwijnen van die boeren op
het platteland en daarmee het verdwijnen van het unieke cultuurlandschap
en de betrokkenheid van boeren bij lokale en regionale tradities en
streekculturen? Wat is zijn inzet geweest in het kabinet om te voorkomen
dat dit allemaal verdwijnt?
Voorzitter. Ik laat het hier voorlopig bij, om in de tweede termijn
ruimte te houden. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Dassen van Volt.
De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter. Hoe we omgaan met kunst en cultuur laat zien hoe het
gaat met de maatschappij. Cultuur is het fundament voor een
weerkrachtige samenleving. Cultuur gaat over wie we zijn, houdt ons een
spiegel voor en in tijden van onzekerheid en spanning is cultuur ook wat
ons kan verbinden, wat empathie kan creƫren en wat ons weerbaar maakt.
We debatteren vandaag tegen een achtergrond waarin de polarisatie
toeneemt en democratieƫn onder druk staan. Voor ons is cultuur geen
bijzaak, maar een kerntaak. Het heeft intrinsieke waarde, en economisch
belang als innovator en banenmotor, en het zegt iets over onze
vrijheid.
Voorzitter. Ik moet zeggen dat het teleurstellend is dat er geen
structurele versterking zit in de Miljoenennota, geen langetermijnvisie
en geen antwoord op de stijgende kosten waar veel jonge makers mee te
maken hebben. De Raad voor Cultuur spreekt niet voor niets over
"stilstand", "achteruitgang" en "gemiste kansen". Ik ben dan ook
benieuwd waar de minister het vandaan haalt dat er veel goed gaat. De
Raad voor Cultuur spreekt juist over een "structurele disbalans" en
"afnemende overheidsbijdragen".
We zien een sneeuwbaleffect: op het moment dat er minder overheidsgeld
is, komt er ook minder geld uit private fondsen. Ondanks dat er geen
formele kabinetsreactie gaat komen, vraag ik de minister toch om te
reflecteren op wat de raad stelt en op de 250 miljoen die de raad zegt
nodig te hebben om te zorgen dat het niet achteruitgaat. Het gaat ook
over regionale spreiding, want daar zal ook meer geld voor nodig zijn,
juist om te zorgen dat die spreiding beter gaat in alle verschillende
regio's, inclusief Caribisch Nederland, zonder dat het aanbod
verschaalt. Hoe reflecteert de minister op deze middelen?
Wat betreft Van Gogh sluit ik graag aan bij wat er eerder gesteld
is.
Voorzitter. Dan de zorgen over de ongelijkheid binnen de sector tussen
randstad en regio wat betreft toegang voor makers en bezoekers. Kunst en
cultuur, en met name de cultuureducatie, moet voor iedereen toegankelijk
zijn. Juist daarom is het belangrijk dat middelen beschikbaar blijven.
We zien bijvoorbeeld dat de Cultuurkaart niet geĆÆndexeerd wordt. Ik ben
benieuwd hoe de minister daarnaar kijkt en of hij daar mogelijkheden
ziet.
Voorzitter. Dan over jonge makers. Afgelopen jaar was ik bij de
cabaretvoorstelling Knegsel-Zuid van Jules Keeris, hier in Den Haag.
Knegsel-Zuid gaat over het dorp waar ik vandaan kom: Knegsel. Dat was
echt een fantastische voorstelling over de worsteling waarmee iemand
opgroeit die uit een dorp komt en dan naar de stad gaat en weer
andersom. Het ging over de cultuur die in een dorp leeft en hoe daarmee
om wordt gegaan. Kortom, het was een geweldige voorstelling die ik
iedereen kan aanraden. Maar het gaat natuurlijk over jonge makers. We
zien dat veel jonge makers op dit moment vaak met het probleem zitten
dat ze als ze eenmaal beginnen, nog niet de middelen hebben om hun
bestaanszekerheid te garanderen, maar ook nog niet gearriveerd zijn op
het moment dat ze dat wel kunnen. Ik ben benieuwd of de minister bereid
is om te kijken of we kunnen experimenteren met de manieren van
financiering die we aan jonge makers geven. Andere landen doen dat ook.
Zo zie je dat er in Ierland een experiment is geweest met een
basisinkomen voor jonge makers. Zo zijn er in andere landen andere
voorbeelden. Ik was benieuwd of de minister hier met een open blik naar
wil kijken en daar een verkenning naar wil doen.
Voorzitter. Generatieve AI is een grote nieuwe uitdaging. Deze
technologie biedt kansen, maar makers verliezen ook de controle over hun
werk en inkomsten. AI-systemen worden getraind met films, scenario's,
muziek, beelden en teksten, zonder toestemming en zonder vergoeding. Ik
geef een voorbeeld: een jonge kunstenaar die duurzame stoffen bewerkt,
ziet haar ontwerp zonder toestemming gescrapet worden van het internet
en op die manier bij fastfashionorganisaties terechtkomen. Hoe beschermt
de minister makers en jonge ondernemers tegen deze vormen van valse
concurrentie? Hoe borgt de minister dat generatieve AI bijdraagt aan
innovatieven, zonder dat de makers hun rechten en inkomsten verliezen?
Acht de minister de huidige handhaving voldoende of zal er opgeschaald
moeten worden als het gaat om auteursrechten en grootschalige
AI-toepassingen?
Voorzitter. Hoe we omgaan met kunst en cultuur laat zien hoe het gaat
met de maatschappij. Laten we dus kiezen voor een maatschappij die
cultuur koestert, makers waardeert en daarmee ook onze vrijheid
verstevigt.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. U heeft nog ƩƩn interruptie.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Zeker in het licht van de laatste zin wil ik vragen hoe de heer Dassen
aankijkt tegen het punt dat er culturele instellingen zijn die Joodse en
Israƫlische artiesten en makers weren. Vindt de heer Dassen dan ook dat
de subsidies daarvan eigenlijk zouden moeten worden ingetrokken?
De heer Dassen (Volt):
Daar is natuurlijk veel discussie over geweest, ook in het licht van de
genocide die in Gaza heeft plaatsgevonden. Ik vind dat er te allen tijde
goed gekeken moet worden om te zorgen dat iedereen een podium kan
krijgen en niet de dupe wordt van bijvoorbeeld de uitlatingen van een
regering. Tegelijkertijd kan ik er ook begrip voor opbrengen als een
bepaalde instelling ervoor kiest om een andere afweging te maken op het
moment dat er bepaalde uitspraken zijn gedaan of bepaalde connecties
zijn.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik heb eerst even een punt van orde. Genocide moet vastgesteld worden
door het Internationaal Gerechtshof. Het heeft dat nog niet gedaan. Ik
ga ervan uit dat de heer Dassen bedoelt dat hij het genocide vindt.
Laten we daar even duidelijkheid over scheppen.
Dan wil ik graag naar mijn vervolgvraag. Die is heel duidelijk. Er zijn
Joodse artiesten die het gewoon geweigerd wordt om op te treden bij
bepaalde instellingen. Een Joodse artiest wordt dus verantwoordelijk
gehouden voor wat de regering van Israƫl doet. Dat is gewoon uitsluiten.
We kennen dat uit de jaren dertig. "Nicht für Juden", bijvoorbeeld. Daar
begint het wel aardig aan te raken. Vindt de heer Dassen dat subsidies
moeten worden ingetrokken als artiesten die van een bepaalde afkomst
zijn ā laat ik het dan zo zeggen ā worden geweerd, dus die een bepaalde
identiteit of religie hebben? In dit geval doel ik dus juist op Joodse
artiesten. Vindt de heer Dassen dat subsidies dan moeten worden
ingetrokken? Waarom moet dat dan eventueel wel bij de een en niet bij de
ander?
De heer Dassen (Volt):
Als de identiteit van een bepaalde kunstenaar een reden zou zijn voor
een instelling om die kunstenaar op bepaalde gronden te weigeren, dan
zou ik dat onacceptabel vinden. Tuurlijk! In dat opzicht ga ik dus mee
met mevrouw Van der Plas.
Ik wil nog wel even iets aangeven over wat ze in het begin van haar
interruptie zei, namelijk de vergelijking met de jaren dertig in
Duitsland en de jaren veertig in Europa. Ik zou er voorzichtig mee zijn
om dat op deze manier te uiten in de situatie waarin we nu zitten.
De voorzitter:
Nee, uw interrupties zijn nu op, mevrouw Van der Plas.
De heer Martin Bosma (PVV):
Niet alleen cultuur verruimt je blik, maar ook cultuurdebatten, want ik
had nog nooit van Knegsel gehoord. Ik zit het meteen te googelen. Het is
daar nu 1 graad en Knegselse Boys heeft het van het weekend weer goed
gedaan. Ik wist niks van Knegsel, maar daarmee bouwen we weer aan onze
culturele kennis. Blijkbaar is de heer Dassen naar een
cabaretvoorstelling geweest waar grappen werden gemaakt over Knegsel.
Blijkbaar kan dat. Blijkbaar kun je grappen maken over Knegsel. Maar
cabaretiers kunnen geen grappen meer maken over de islam. Freek de Jonge
heeft dat een paar jaar geleden al gezegd in een gesprek met het
islamkritische PVV-Kamerlid Joram van Klaveren. Arjen Lubach zegt het
ook. Hij zegt: ik maak geen grappen meer over de islam, want dat is te
gevaarlijk; dan moet ik meteen beveiligd worden. Wat vindt de heer
Dassen als Knegselse cabaretkenner van die situatie? Wat vindt hij ervan
dat we wel grappen kunnen maken over Knegsel, maar niet meer over de
islam?
De heer Dassen (Volt):
Ik denk dat we moeten zorgen dat de artistieke vrijheid groot is en dat
daar gewoon grappen over gemaakt kunnen worden. We moeten dus ook zorgen
dat cabaretiers de ruimte voelen om grappen te maken over wat dan ook en
dat ze die ruimte te allen tijde behouden. Het is inderdaad mooi dat er
over Knegsel grappen gemaakt kunnen worden. Het is een fantastisch dorp,
maar we kunnen er inderdaad veel om lachen.
De voorzitter:
Dank u wel. We gaan schorsen tot 12.30 uur. We combineren dat met de
lunchpauze.
De vergadering wordt van 11.43 uur tot 12.31 uur geschorst.
De voorzitter:
Nu de minister er nog niet is, kan ik voor jullie nog even toelichten
hoe het zit met de interrupties. We doen weer vier interrupties. Dat
zijn interrupties die langer zijn dan 30 seconden. Als je die hebt
opgemaakt, heb je helemaal niks meer. Maar er zit geen limiet op het
aantal interrupties van minder dan 30 seconden. Die zijn ideaal om het
kabinet te bevragen, zou ik zeggen. Kortheid wordt beloond.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Kamerleden, excuses, de minister is nog aan het eten.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Dames en heren, we gaan meteen beginnen. Graag even stilte. Ik heb met
de minister afgesproken dat hij de inleiding achterwege laat en meteen
gaat beginnen met de beantwoording van de vragen. Ik hoor graag welke
blokjes de minister voorbereid heeft.
Minister Moes:
Dank u wel, voorzitter. Excuus dat ik iets meer tijd nodig had. Ik heb,
geloof ik, zeven blokjes in mijn beantwoording: cultuurbestel, musea,
erfgoed, Israƫl, letteren en bibliotheken, en varia. Even kijken. Dat
waren ze. De vragen in het mapje varia komen dan later. Dat zijn de
blokjes in mijn beantwoording.
Ik wil graag beginnen bij het cultuurbestel. Dank aan de Kamerleden voor
hun mooi scherpe inbreng en vele vragen. Ik begin bij een vraag van de
VVD over het bereik van cultuur en de culturele sector en of dat wel een
afspiegeling is van de Nederlandse samenleving. Ik vond het een mooie
vraag. Het is belangrijk dat iedereen in Nederland kan deelnemen aan
cultuur. Dat kan op verschillende manieren. De heer Van der Burg
refereerde ook aan het feit dat sommige doelgroepen de route naar
bepaalde instellingen wellicht beter weten te vinden dan anderen. Ik
vind het belangrijk dat de instellingen zelf daar ook een goede afweging
in maken en dat ze het aanbod afstemmen op verschillende doelgroepen.
Dat gebeurt ook. Dit gaat overigens niet alleen over gesubsidieerde
cultuur, maar ook over het bredere aanbod. Verschillende mensen hebben
gewoon behoefte aan verschillende dingen op cultuurgebied. Het kan dus
ook gaan over het beleven van een lokale traditie. Niet elke instelling
hoeft altijd iedereen te bedienen. Maar daar is zeker wel aandacht
voor.
De heer Van Houwelingen vroeg naar de manier waarop besluiten over
subsidies worden genomen. Dat vond ik een van de meest wezenlijke punten
van deze ochtend. Daar gingen meerdere vragen over. Er werd gevraagd
waarom moties vaak niet goed uitgevoerd kunnen worden en waarom een
onderzoek naar middelen voor een bepaalde instelling niet mogelijk is.
Dat gaat precies hierover. Dat is omdat we met elkaar afspraken hebben
gemaakt over hoe de subsidie elke keer verdeeld wordt. Zo zit dat
stelsel nu eenmaal in elkaar. De heer Van Houwelingen stelde eigenlijk
ook de vraag of dat stelsel dan aangepast zou moeten worden. Dat kan de
Kamer natuurlijk doen. Dan gaat daar het politieke debat over. Tot die
tijd heb ik mij natuurlijk te houden aan de regels zoals we die kennen
en de gelijkheid die we kennen van iedere instelling. Daar moet dan een
integrale afweging in worden gemaakt. Dat is hoe dat stelsel
werkt.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dank voor de beantwoording, maar ik vind het een beetje magertjes. Ik
ben namelijk heel benieuwd naar wat de minister hier zelf nou van vindt.
Ik heb uitvoerig betoogd dat de manier waarop de subsidies nu verdeeld
worden in onze ogen niet representatief is. Hoe kijkt de minister daar
zelf tegen aan?
Minister Moes:
Het is inderdaad een flauw antwoord: ik vind het echt een heel
belangrijke politieke discussie of je vanuit de politiek meer zou willen
sturen op waar de subsidies heen gaan of dat je dat op meer afstand van
de politiek zou moeten zetten. Dat is echt een hele wezenlijke politieke
vraag over het stelsel. Ik vind het niet passend om daar nu in de
nadagen van een dubbeldemissionair kabinet op voorhand al een mening
over te vormen. Op dit moment zit het stelsel zo in elkaar dat het op
afstand gezet is en er geen politieke voorkeur is vanuit de Kamer voor
wat betreft specifieke instellingen ... Die keuze wordt niet door de
Kamer gemaakt. Daar sta ik op dit moment gewoon achter, want dat is het
stelsel zoals het nu is.
De heer Van Houwelingen (FVD):
OkƩ. Als ik de minister goed begrijp, staat hij dus achter dit stelsel.
Maar daar hebben wij dus kritiek op, omdat wij van mening zijn dat dit
per definitie politieke afwegingen zijn die de Kamer in ieder geval
beter kan maken dan de sector zelf ā dat gebeurt af en toe via moties
ook ā om alle redenen die ik noemde. De minister is nog steeds minister
en er wordt nu gewerkt aan een wet op cultuurbeleid, onder deze
minister. Als deze minister het hier dus mee eens is, zou het dan niet
mooi zijn om dit daarin mee te nemen?
Minister Moes:
Nou, dit is een dusdanig grote afweging en wijziging in het stelsel dat
ik absoluut geen mandaat voel om dat nu in gang te zetten. Dat is een
politieke wens en die afweging moet dus ook door de politiek gemaakt
worden.
De voorzitter:
Tot slot, meneer Van Houwelingen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Ja, tot slot.
De minister trekt z'n handen er een beetje van af, maar kan ik het
volgende dan in ieder geval concluderen? Stel dat de Kamer zo'n
wijziging zou willen, gaat de minister dit dan in ieder geval uitvoeren?
Werpt de minister dan geen blokkade op?
Minister Moes:
Volgens mij is dat dan gewoon een wijziging van een wet. De Kamer heeft
allerlei middelen om dat in gang te zetten. Het lijkt mij dat de Kamer
uiteindelijk een uitspraak moet doen over hoe dat stelsel eruit zou
moeten zien, want dat gaat over de politieke visie van partijen.
De voorzitter:
Mevrouw Nanninga heeft ook nog een vraag. O, toch niet. Minister, als u
niet spreekt, kunt u dan uw microfoon uitzetten? Dat heeft met de
cameravoering te maken. Dank u wel.
Minister Moes:
Mevrouw Tijmstra vroeg of de commissie tijdig betrokken kan worden bij
het cultuurbestel vanaf 2029. Het antwoord is: ja.
Hoe kijkt de minister naar de geografisch vastgelegde plekken voor
theatergezelschappen in de basisinfrastructuur en hoe wordt vanaf 2029
rekening gehouden met die provinciale context? Dat was een vraag van
D66. In de basisinfrastructuur zijn een aantal plekken voor middelgrote
en grote theatergezelschappen aangewezen. Dat gaat om in totaal negen
plekken, verspreid over het land. Dit gaat echt om grootschalige
voorzieningen, die dus ook een reisopdracht hebben met bepaalde
voorwaarden en eisen. Die instellingen passen daar dus ook bij. Ik ben
me er ook bewust van dat er een aantal moties aangenomen zijn over
regionale spreiding. Daar loopt dus ook een onderzoek naar. Er werd
volgens mij ook nog gevraagd naar de motie-Van Zanten; daar kom ik later
nog op terug. Maar de resultaten van dat onderzoek verwacht ik medio dit
jaar. Dan komt dit ook naar de Kamer. Dat is ook het moment om naar
aanleiding van de resultaten van dat rapport die discussie verder op te
pakken, denk ik.
Wordt erfgoed expliciet meegenomen in het onderzoek naar de spreiding
van die cultuursubsidies? Ja, dat is het geval.
Dan een vraag van BBB: hoe kijkt de minister naar het voorstel van BBB
om minimaal 50% van het cultuurbudget structureel te reserveren voor
initiatieven buiten de grote steden? Dit gaat eigenlijk ook over die
integrale afweging rondom de spreiding van cultuur. Ik zou dus willen
voorstellen om deze discussie ook mee te nemen bij het bespreken van de
resultaten van dat rapport, want het is nogal een grote stap om de
verschillen die er zijn bij de verdeling van de middelen op
cultuurgebied ... Die verschillen zijn er; het is niet evenredig
verspreid over het land. Dat is historisch zo gegroeid. Maar als je dat
wilt ombuigen, is dat best wel een grote opgave. Om dat goed in gang te
zetten, heb je het, denk ik, over tientallen jaren. Dat is echt een heel
traject. Ik vind het wel heel belangrijk dat cultuur voor iedereen in
Nederland bereikbaar is. Het zou niet uit moeten maken waar je wieg
staat of waar je woont. Je moet ook gewoon toegang hebben tot een
bepaalde basisinfrastructuur van die cultuur. Daar werken we ook aan. We
zetten daarin ook al stappen. Ik denk wel dat het politieke gesprek
daarover het beste kan plaatsvinden naar aanleiding van de resultaten
van het onderzoek.
Kan de minister aangeven hoe hij binnen de stelselherziening
duidelijkheid wil creƫren over talentontwikkeling? Dat is een vraag van
D66. Ik voer het gesprek met de rijkscultuurfondsen over hoe wij talent
in Nederland het beste kunnen ondersteunen. Dat wordt ook meegenomen in
de voorbereiding van de subsidieperiode vanaf 2029. Die nemen we dan ook
daarin mee.
Het CDA vraagt hoe ik aankijk tegen de structurele Regeling
Cultuureducatie met Kwaliteit en of dit kan worden meegenomen in de
voorbereiding van het nieuwe cultuurbestel. De contouren van het nieuwe
cultuureducatiebeleid verwacht ik voor de zomer van 2027. Als die bekend
worden, komen die natuurlijk ook naar uw Kamer. Dan wordt u daar verder
over geĆÆnformeerd. We zijn dus ook echt bezig met het vraagstuk of die
inderdaad meegenomen kan worden in het beleid vanaf 2029. Daar komt dus
ook nog meer informatie over naar de Kamer.
Hoe gaat het met het bindend convenant? Wat is de uitwerking daarvan?
Hoe wordt de Kamer erin meegenomen en wat zijn de volgende stappen? In
het najaar van 2026 komt er ook meer informatie over de stand van zaken
naar uw Kamer. Daar wordt u dan meer in detail over geĆÆnformeerd.
Tijdens een van mijn eerste debatten, het tweeminutendebat van 9
september, is die motie ingediend en aangenomen. Daarin werd gevraagd om
te onderzoeken welke prikkels en voorwaarden mogelijk zijn om de
werkverschaffers en opdrachtgevers te bewegen de fairpayrichtlijnen te
volgen en deel te nemen aan het bindende convenant. Daar zijn we ook mee
bezig.
De voorzitter:
Mevrouw Tijmstra heeft een vraag.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Voorzitter, ik hoop dat u me toestaat om een klein stapje terug te gaan.
Het ging over de borging van cultuureducatie. CmK is een tijdelijke
regeling die steeds voor vier jaar wordt toegekend, maar er zijn meer
tijdelijke regelingen die heel erg raken aan cultuureducatie. Soms
worden die ook vanuit Onderwijs betaald, zoals de School en
Omgeving-subsidie of andere regelingen. Wij vinden het heel erg
belangrijk dat die borging structureel plaatsvindt, maar vooral dat er
naar het brede terrein van al die incidentele stromen gekeken wordt.
Kunnen we dat niet op een betere manier organiseren? Wordt ook dat brede
terrein meegenomen?
De voorzitter:
Dat waren twee interrupties.
Minister Moes:
Jazeker. Dat doen we samen met medeoverheden en dat proberen we zo
integraal mogelijk een plek te geven.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Nog even over fair pay, waar de minister net over begon. Begrijp ik uit
zijn betoog, via u, voorzitter, dat wij nader worden geĆÆnformeerd over
de uitkomsten en dat we ook keuzes of richtingen voorgelegd
krijgen?
Minister Moes:
Er komt in het najaar van '26 in elk geval een gedetailleerde brief over
de stand van zaken. Naar aanleiding daarvan kan natuurlijk weer het
gesprek gevoerd worden.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Worden in de gesprekken die u of uw opvolger gaat voeren met Sociale
Zaken ook allerlei aspecten betrokken rondom
arbeidsongeschiktheidsverzekering, pensioen et cetera? Wordt het
integraal benaderd of is het een eenzijdige focus van OCW?
Minister Moes:
Die interdepartementale gesprekken lopen al. Dat blijven we doen. Ik
denk inderdaad dat het grotendeels bij mijn opvolger ligt.
Er was een vraag van Volt over de bereidheid om te experimenteren met
verdienmodellen voor jonge makers. Er is een toezegging gevraagd om een
verkenning daarnaar te doen. Dat gaat eigenlijk ook over fair pay en
fair pay practice in bredere zin. Dat zijn belangrijke uitgangspunten
voor het arbeidsmarktbeleid voor de culturele sector. Jonge makers
profiteren hier ook van. Verder hebben wij specifieke beleidspunten voor
deze groep via verschillende programma's en culturele fondsen.
De voorzitter:
De heer Dassen heeft toch een vraag.
De heer Dassen (Volt):
De vraag die ik daaronder stelde, was deze. Ierland heeft
geƫxperimenteerd met een basisinkomen voor jonge makers. Ik ben benieuwd
of dat ook wordt meegenomen.
Minister Moes:
Dat experiment, heb ik mij net laten informeren, is al een keer
uitgevoerd in Nederland. Het was destijds niet een heel groot succes,
maar we zijn wel met andere dingen bezig. We zien op dit moment geen
aanleiding voor een specifieke verkenning aanvullend voor deze groep. Er
lopen al genoeg zaken.
De heer Dassen (Volt):
Maar dan concludeer ik dat er vooral gekeken wordt binnen de bestaande
structuur en dat er dus niet gekeken wordt naar andere manieren om jonge
makers beter te kunnen financieren. Ik ben ook benieuwd wat dan het
verschil is tussen het Nederlandse experiment en het Ierse experiment,
dat wel een groot succes is.
Minister Moes:
Op dit moment zijn we bezig met de fair pay practice en de verdere
uitwerking daarvan. Jonge makers zijn een integraal onderdeel daarvan.
Het is dus verstandig om eerst dat af te wachten en het daarbij op te
pakken, en niet om nog een apart traject en een aparte verkenning te
starten, want dan ben je heel versnipperd bezig.
De heer Dassen (Volt):
Ik ben wel benieuwd naar het antwoord op het tweede gedeelte van mijn
vraag: waarin verschillen de uitkomsten van het Nederlandse experiment
en het Ierse experiment en hoe komt dat?
Minister Moes:
Dan heb je het heel snel over budget. Daar zou ik eventueel desgewenst
nog schriftelijk nader op kunnen ingaan.
De voorzitter:
Vervolgt u de beantwoording.
Minister Moes:
Uit de inbreng van een aantal fracties komt de vraag naar voren of de
sector te links of te progressief zou zijn. Ook ging het over de
gedragscodes. Daarover kun je natuurlijk altijd van mening verschillen.
Het is belangrijk dat de culturele sector open en vrij is, dat er juist
geen beperkingen en politieke druk op liggen. In principe is dat ook zo.
De codes, die over diversiteit en inclusie en de andere, gaan ook over
iets breders dan alleen over de diversiteit van oppervlakkige kenmerken.
Het gaat bijvoorbeeld ook over het rekening houden met mensen die een
beperking hebben. De inhoud van de codes is ook niet afdwingbaar. Wel
wordt er bij de aanvraag van zo'n subsidie gevraagd om het vinkje aan te
zetten, maar dat levert geen harde verplichting rond de inhoud van al
die codes. Het gaat er veel meer om dat je met een soort
bewustwordingsslag bezig bent of met een afweging van hoe je ertegenover
staat. Er zit dus nog wel heel veel ruimte in. Ik ben het er in die zin
mee eens dat er met de codes extra aandacht voor het onderwerp gevraagd
wordt.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Houdt de minister met droge ogen vol dat er geen enkele inperking van
vrijheid en dwang uitgaat van de diversiteitscodes, waarin afkomst,
huidskleur en geaardheid gewoon letterlijk worden omschreven als
subsidievoorwaarden, als vinkjes die je aan moet vinken? Is die vrijheid
volgens de minister echt niet in het geding?
Minister Moes:
Wat ik hier zeg, is dat het op dit moment geen afdwingbare voorwaarde
is. De codes, waarvan de inhoud door het veld zelf is opgesteld, gaan er
zeker deels over. Dat ontken ik helemaal niet. Maar het is gewoon niet
zo dat het een soort van verplichtende voorwaarde is, een afdwingbaar
iets, bij het verkrijgen van een subsidie.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Als een subsidieaanvraag niet voldoet aan die zelfopgelegde code, acht
de minister het dan kansrijk dat de subsidie wordt toegekend?
Minister Moes:
Dat is niet aan mij, maar aan de Raad voor Cultuur. Dat is op afstand
gezet. Daar heb ik het in het begin van de beantwoording ook al over
gehad. Het is ook echt een stelselvraag. Ik ga daar op dit moment gewoon
niet over.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Dit is echt te makkelijk. Acht de minister het kansrijk dat als volgens
de kunstraad niet of onvoldoende wordt voldaan aan die zogenaamd niet
dwingende voorwaarden, de subsidie dan wordt toegekend?
Minister Moes:
Die afweging is echt aan de kunstraad zelf.
De heer Martin Bosma (PVV):
De minister is politiek verantwoordelijk. De minister bepaalt het
beleid. Er zijn keiharde voorwaarden. De minister zegt: er is geen harde
verplichting. Het werkt toch gewoon heel simpel? Als je niet tekent,
krijg je geen geld.
Minister Moes:
Het klopt dat als het vinkje waarmee je aangeeft dat je die codes
meeneemt in je plannen, niet gezet wordt, de subsidieaanvraag gevaar
loopt. Maar het is niet zo dat ik politiek verantwoordelijk ben voor de
keuzes ... Politiek ben ik wel verantwoordelijk, maar inhoudelijk ben ik
niet verantwoordelijk voor de keuzes van de Raad voor Cultuur.
De heer Martin Bosma (PVV):
Net zei de minister iets anders. Hij zei "geen harde verplichting" en
"geen afdwingbare voorwaarde". Nu zegt hij iets heel anders. Hij geeft
me gelijk: als je niet tekent, krijg je geen geld.
Minister Moes:
De inhoud van die codes is naderhand niet afdwingbaar. Als je een
subsidie hebt, kan de Raad voor Cultuur niet langskomen en zeggen: je
houdt je niet aan onze codes; we trekken de subsidie weer in. Op die
manier is het niet geregeld.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Martin Bosma (PVV):
Het is wel zo geregeld dat je geen geld krijgt als je niet tekent. Dat
is heel simpel. Zo is het geregeld, toch?
Minister Moes:
Het vinkje moet gezet worden en je moet kunnen uitleggen hoe je omgaat
met de codes. Ja.
De heer Van Houwelingen (FVD):
De minister schuift de hete aardappel eigenlijk toch een beetje door
naar de Raad voor Cultuur, want die moeten dan de besluiten nemen. Ik
heb het even nagezocht: de leden van de Raad voor Cultuur hebben op hun
webpagina bijvoorbeeld staan dat ze bezig zijn met de omgang met
desinformatie en met het bestrijden van racisme en discriminatie. Ik
denk dat daar geen FVD'er of PVV'er tussen zal zitten. Ik weet het wel
zeker. De minister schuift het nu weer weg naar die instanties, zoals
het Cultuurfonds en de Raad voor Cultuur, maar die zijn dus niet
representatief. Dat is het hele probleem. Begrijpt de minister dat? Dat
is eigenlijk mijn vraag.
Minister Moes:
Ja, dat begrijp ik heel goed. Ik heb aan het begin van mijn
beantwoording ook geschetst dat dit een stelselvraag is. De vraag is dan
of de politiek wil gaan over de inhoudelijke afwegingen welke
instellingen wel en niet subsidie krijgen. We hebben met elkaar gezegd
dat we dat niet willen en dat we dat op afstand willen houden, juist ook
om die artistieke vrijheid te borgen. Dat is hoe het stelsel op dit
moment in elkaar zit. Daar heb ik mij ook gewoon aan te houden.
De voorzitter:
Dank u wel. Volgens mij kunt u door met uw beantwoording.
Minister Moes:
Er was een vraag over Caribisch Nederland, namelijk hoe de BES-eilanden
meegenomen worden in het cultuurbestel. In de wettelijke basis voor het
cultuurstelsel, de Wet op het specifiek cultuurbeleid, is bepaald dat
deze ook in Caribisch Nederland van toepassing is. Het cultuurbestel en
ook het nieuwe stelsel staan open voor Caribisch Nederland en zullen
daar natuurlijk voor open blijven staan.
De heer Dassen vroeg mij om te reflecteren op het advies van de Raad
voor Cultuur. De commissie heeft mij reeds om een kabinetsreactie
gevraagd. Ik heb u eerder schriftelijk laten weten dat deze reactie rond
de zomer zal komen. Dat betekent dat de reactie op het advies van de
Raad voor Cultuur ook aan een nieuw kabinet zal zijn.
De voorzitter:
Dat was het blokje cultuurbestel. Dan gaan we nu naar het blokje
erfgoed, als het goed is. O, de heer Mohandis heeft nog een vraag over
het cultuurbestel.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik heb nogal wat vragen gesteld. Het kan zijn dat de minister de
antwoorden daarop heeft samengevat met: mijn opvolger doet dat. Ik was
benieuwd wat de minister vindt van de adviezen van de Raad voor Cultuur
die gaan over de financiƫn en het bestel.
Minister Moes:
Ik denk dat dat antwoord nog komt. Die houdt u dus tegoed. En anders
komen we er aan het eind nog even op terug.
De voorzitter:
Het blokje erfgoed.
Minister Moes:
Dank u wel, voorzitter. Er was een vraag over het Prinsenhof: hoe
reflecteert de minister op het feit dat de regeling die is ontwikkeld
met het Prinsenhof in gedachten niet meer van toepassing is op het
Prinsenhof? Die casus is mij bekend. In het monumentenveld zijn
verschillende opgaven, waaronder ook het Prinsenhof, als voorbeeld ook
eerder wel benoemd. Er is pas in juni '25 gecommuniceerd dat er
überhaupt middelen beschikbaar zijn. Daarbij is steeds duidelijk
aangegeven dat de subsidieregeling zelf nog moest worden uitgewerkt en
dat dit tijd in beslag neemt. Daarnaast moet je altijd werken met de
beperkt beschikbare middelen. Daarom moeten daar altijd keuzes in worden
gemaakt. De reden dat alleen de restauratiekosten in aanmerking komen,
is bijvoorbeeld dat de regeling voor grote restauratieopgaven in het
huidige financieringsstelsel voor monumentenzorg nog ontbreekt. We
dragen al bijna 2 miljoen bij aan de verbouwing van het Prinsenhof. Het
is uiteindelijk een overweging van de gemeente zelf geweest om alvast te
starten met die opgave en dus niet de uitwerking van die regeling verder
af te wachten.
Mevrouw Heera Dijk (D66):
Bedankt voor de beantwoording. Ik voel toch nog niet helemaal dat het
Prinsenhof nu door kan gaan, want uiteindelijk blijft het een smalle
definitie van restauratie. Dat ze zelf zijn begonnen, tja. Kunt u het
antwoord nog iets meer toelichten?
Minister Moes:
Dit gaat over het volgende. Er zijn middelen vrijgemaakt voor zo'n
restauratieopgave. Je moet dan altijd breed kijken. Je wilt niet de een
wel en de ander niet aanwijzen. Dat gaat altijd over de verdeling van
schaarse middelen. Je moet dan dus met een bepaalde systematiek en een
soort afwegingskader komen. Daar heb je zo'n regeling voor. Je kijkt dan
binnen de regeling wie daar wel en niet aan voldoen. Anders ga je
voorbij aan het gelijkheidsprincipe. Er zijn altijd instellingen die van
subsidie gebruik willen maken, dus je kunt er niet eentje uit plukken.
Onderdeel van de opmerking over die middelen is dat het puur gaat om die
restauratiekosten, en bijvoorbeeld niet over verduurzaming of
verbouwingen of zo.
De heer Van Houwelingen (FVD):
De minister verwijst naar het gelijkheidsprincipe; dat gebeurt altijd in
dit soort zaken. Het probleem is natuurlijk: gaan we ongelijke gevallen
gelijk behandelen? Het grote verschil is dat er in dit geval een
aangenomen Kamermotie is. Bijna 80% Ć 90% van de Kamer zegt: doe dat.
Dit is toch geen gelijk geval? De minister zou dat toch ā dat is net
mijn hele betoog geweest; ik ga dat natuurlijk niet herhalen ā heel
zwaar moeten wegen en moeten denken: dat moet ik misschien maar gaan
doen?
Minister Moes:
De motie vroeg om te onderzoeken of het mogelijk was. De uitkomst
daarvan heb ik volgens mij ook al gedeeld met uw Kamer. Natuurlijk ben
ik gaan kijken of het mogelijk is, maar dan kom je tot de conclusie dat
je de instellingen echt gelijk moet behandelen. Anders wordt het
ingewikkeld om dat juridisch houdbaar te maken.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Kort. Dan kan ik toch even afconcluderen dat de Kamer in het huidige
stelsel niet het laatste woord heeft; dat hebben de cultuurfondsen, de
Raad voor Cultuur en de ambtenarij. Dat hebben we dus
gedepolitiseerd.
Minister Moes:
Wanneer de middelen beschikbaar zijn gemaakt voor een regeling, kan de
Kamer niet ook nog eens zeggen: ja, maar binnen deze regeling moeten die
en die voorrang krijgen. Dat wordt heel ingewikkeld, ja.
De voorzitter:
De heer Van den Burg heeft ook een vraag.
De heer Van der Burg (VVD):
Dat laatste ben ik met de minister eens, want dan gaan wij op de
verkeerde stoel zitten. Een halfjaar geleden hadden wij een debat met de
minister waarbij verschillende fracties Prinsenhof als voorbeeld hebben
genoemd. Toen was het argument van de minister: ik ben nog bezig het een
en ander uit te werken. Vooraf heb je het dan over het beleidskader dat
wordt gemaakt. Daarbij wordt er aan de hand van een voorbeeld gezegd:
wat ons als Kamer betreft zou dat in aanmerking moeten komen. Er is dan
dus beleidsbeïnvloeding, en dat kan wél bij de Kamer. In hoeverre heeft
de minister dat bij de uitwerking in het afgelopen halfjaar laten
meewegen? We zien nu dat datgene wat wij in ieder geval beoogd hadden,
door de minister in zijn besluiten lijkt te zijn dichtgegooid.
Minister Moes:
Hier wreekt zich toch de stap van de gemeente om vooruitlopend op de
regeling te starten. Dat betekent dus dat je niet met terugwerkende
kracht zo'n regeling kunt openstellen; dat moet gewoon echt vooraf. Dat
is hierbij dus het ingewikkelde punt. Maar er is bij het opstellen van
de regeling zeker wel rekening gehouden met diezelfde casus, met dat
voorbeeld in gedachten. Dan geldt natuurlijk ook: gelijke gevallen,
gelijke behandeling.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Dat is natuurlijk ook wel gek. De Kamer heeft dit voorbeeld in het
voorjaar uitvergroot, juist omdat men al een groot deel van de
cofinanciering rond had en er nog een relatief klein bedrag op het
totaal nodig was. We werken een regeling uit en vervolgens wordt er
gezegd: die niet, want de gemeente was al begonnen. Nou, gemeenten
beginnen altijd. Je kunt gemeenten niet verwijten dat ze al begonnen
waren. Dat vind ik geen goed argument. Dus graag een bredere toelichting
op wat er wƩl mogelijk is voor Prinsenhof.
Minister Moes:
Wat ik al eerder aangaf: het Rijk draagt al bijna 2 miljoen bij aan de
verbouwing van het Prinsenhof. Als je een regeling aan het opzetten bent
die nog niet van kracht is, kan het gewoon niet dat je die met
terugwerkende kracht openstelt voor specifieke instellingen terwijl heel
veel andere instellingen aankloppen voor diezelfde regeling. In zo'n
proces moet je gewoon grenzen stellen aan wanneer die ingaat. Je moet
gewoon met die algemene kaders werken, want anders voldoe je gewoon niet
aan het gelijkheidsbeginsel.
De voorzitter:
De heer Van der Burg heeft even nagedacht.
De heer Van der Burg (VVD):
Ja, ik maak mij sterk dat er wel voorbeelden te vinden zijn waarin de
Rijksoverheid met terugwerkende kracht subsidie verstrekt. Vraag ƩƩn aan
de minister is dus: is er geen enkel voorbeeld te vinden waarbij dit is
gebeurd?
De voorzitter:
Dat is heel verstandig, want u heeft al twee interrupties verspeeld. Als
hij het antwoord nu niet heeft, kan de minister kan er ook voor kiezen
om schriftelijk nog terug te komen op vragen.
Minister Moes:
Vergeeft u mij, voorzitter, dat ik het niet ga redden om het antwoord
hierop uit mijn hoofd te geven. We zouden moeten uitzoeken of hier een
precedent voor is of niet.
De voorzitter:
Kan dat in de tweede termijn?
Minister Moes:
Het is wel een heel brede, grote vraag, voorzitter.
De heer Van der Burg (VVD):
Ik vind het helemaal niet erg als we dit voor de stemming schriftelijk
krijgen. Dan kan er namelijk even goed gekeken worden of er regelingen
zijn die met terugwerkende kracht zijn gebeurd. Dat helpt ons.
Ik heb wel een vervolgvraag, voorzitter.
De voorzitter:
Gaat uw gang.
De heer Van der Burg (VVD):
Waarom is er niet voor gekozen om de regeling zodanig op te stellen dat
de activiteiten van het Prinsenhof die nog in de toekomst plaatsvinden
daar wel onder zouden kunnen vallen?
Minister Moes:
Ik begrijp dat de verwachting is dat men dan al klaar is met die
restauratieopgave, omdat men dus al eerder begonnen is.
De voorzitter:
Nog een vraag van de heer Mohandis.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Is het ook nog denkbaar dat er op een andere manier door het ministerie
naar gekeken wordt dat noodlijdende rijksmonumenten die al zijn begonnen
en die al wel een groot deel van de cofinanciering rond hebben niet aan
hun lot worden overgelaten? Dat is voor ons het principiƫle politieke
punt. We zouden dus breder moeten kijken dan die ene regeling wat mij
betreft.
Minister Moes:
Het lastige is nou juist dat precies deze regeling daarvoor bedoeld is,
met cofinanciering in gedachten, juist voor dit soort gevallen. Het
nijpende is, nogmaals, dat men al gestart is en ervan uitging dat het
wel een keer goed zou komen. Dat is hier gewoon echt aan de hand.
De voorzitter:
U kunt doorgaan met de beantwoording. O, neem me niet kwalijk, eerst
mevrouw Dijk.
Mevrouw Heera Dijk (D66):
Zo wordt het een beetje welles nietes. Ik kom uit Delft, dus ik weet
waarom ze moesten beginnen. Ik zoek nog steeds naar hoe je het
Prinsenhof dan wel kan helpen, want de restauratie en de verduurzaming
kun je gewoon niet uit elkaar halen. Welke mogelijkheden zijn er dan nog
meer voor het Prinsenhof?
Minister Moes:
Het Prinsenhof heeft middelen gekregen voor verduurzaming vanuit de Sim
en de restauratieopgave, maar wat het Prinsenhof vraagt, is ook echt
breder dan dat. Het gaat ook over het verbouwen van het museum. Ze
pakken dat dus ook veel breder en integraler op. Dat valt dan ook gewoon
echt buiten de regeling. Dat kun je niet integraal meenemen binnen zo'n
regeling, want die is specifiek voor bepaalde doeleinden
bestempeld.
De voorzitter:
U kunt doorgaan met de vragen.
Minister Moes:
Op welke wijze wordt structurele steun aan streekcultuur en immaterieel
erfgoed vormgegeven? Het immateriƫle erfgoed is natuurlijk een
belangrijke culturele en maatschappelijke factor in onze samenleving.
Immaterieel erfgoed is voor heel veel mensen ook de eerste kennismaking
met cultuur. Daarmee is het gewoon een onlosmakelijk onderdeel van ons
cultuurbeleid. Om dit belang verder te tonen, hebben wij bijvoorbeeld
het UNESCO-verdrag over immaterieel erfgoed geratificeerd en zijn we ook
bezig om het Verdrag van Faro te ratificeren. Uiteindelijk ligt de
verantwoordelijk voor het behoud van het immateriƫle erfgoed bij de
gemeenschap zelf. De kracht ervan is ook juist dat de gemeenschap zelf
er belang aan hecht om het in stand te houden, bijvoorbeeld een
bloemencorso. Wij als overheid faciliteren dan de randvoorwaarden. Voor
dat immateriƫle erfgoed is vanuit OCW jaarlijks structureel 3 miljoen
beschikbaar, bijvoorbeeld via het Fonds voor Cultuurparticipatie. Dat
vinden wij dus ontzettend belangrijk en we zijn er ook echt mee
bezig.
Dan was eigenlijk de vervolgvraag daarop: welke uitwerking krijgt de
motie-Oostenbrink om in gesprek te gaan met de VNG over de landelijke
handreiking voor de vergunningverlening voor streekevenementen en om die
te vergemakkelijken? Het doel is om samen met de VNG gemeenten bij te
staan om die vergunningverlening voor jaarlijkse streekevenementen
makkelijker en soepeler te laten verlopen. Er wordt op dit moment samen
met de gemeenten gewerkt aan een voorstel. De verwachting is dat er voor
de zomer een gezamenlijk plan van aanpak ligt. Dat sluit trouwens aan
bij een interdepartementaal traject van JenV over regeldruk bij
vrijwilligersorganisaties.
Dan was er een vraag van Forum voor Democratie over amateurarcheologen.
De zorg is dat die zouden worden uitgesloten van opgravingen, omdat ze
niet gecertificeerd zijn. Dit is een spanningsveld tussen enerzijds de
waardering van vrijwillige inzet en anderzijds de amateurarcheologie.
Dat is bijvoorbeeld ook zo op zee, met vrijwillige duikploegen die naar
wrakken duiken en dergelijke. Dat lijkt hier ook heel erg op. Je zit
hier wel echt met de kwetsbaarheid van archeologische resten. Daarbij
gaat er nog weleens wat mis. Dat moet je zorgvuldig afwegen tegen de
waardering, die er anderzijds ook is. Er is te veel nog niet opgegraven
erfgoed om dat alleen maar via professionals te doen. We hebben die
uitgangspunten van het verdrag dus wel opgenomen in de Erfgoedwet en de
Omgevingswet. Op die manier borgen we dat dat waardevolle erfgoed niet
zomaar wordt weggeschept. Het is wel de bedoeling dat de amateurs zeker
ook betrokken worden door de professionals, door ze gewoon mee te nemen,
zodat je dat juist samen kunt gaan doen. Dat is de richting vooruit. Het
werk op zo'n archeologische vindplaats kun je gewoon maar ƩƩn keer goed
doen. Het is belangrijk dat de juiste kennis en kunde geborgd zijn bij
zo'n opgraving. Anders loop je toch echt het risico dat je dingen
permanent kwijtraakt en stukmaakt.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Heeft dat risico zich ooit gematerialiseerd? Wat ik ervan weet, is het
volgende. Die grote bedrijven zijn er natuurlijk blij mee. Die hebben
gelobbyd voor dat verdrag en hebben nu de buit voor zichzelf. Hebben
amateurarcheologen ooit ... Is dat bekend? Hebben gemeenten daar
bijvoorbeeld over geklaagd? Waarom wordt die afweging nu op rijksniveau
gemaakt? Nu kunnen gemeenten niet meer zelf kiezen of ze met een groot
bedrijf in zee willen gaan of met de amateurarcheoloog in hun gemeente.
Dat is nogal wat. Mijn concrete vraag is hier: was er ooit een probleem
met die archeologen? Is er bewijs dat ze het niet goed deden?
Minister Moes:
Ik heb nu niet zo een-twee-drie hele concrete voorbeelden uit mijn mouw
geschud, maar er zijn wel echt voorbeelden te vinden van opgravingen die
op een verkeerde manier zijn gedaan. Ik wil daarmee helemaal niet zeggen
dat alle amateurs volledig buiten hun boekje gaan. Dat wil ik helemaal
niet zeggen, maar je wil dit proces toch ook zorgvuldig borgen. Je wil
dat er ruimte blijft voor amateurs om mee te helpen, maar je wil dat
toch in goede banen leiden, zal ik maar zeggen.
De voorzitter:
Tot slot, meneer Van Houwelingen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Ik zou heel graag die voorbeelden willen krijgen, maar ook de
voorbeelden die er ongetwijfeld zijn van grote bedrijven die fouten
hebben gemaakt, en de afweging daartussen. Die amateurarcheologen zullen
ongetwijfeld goedkoper zijn, want het zijn vrijwilligers. Dat is sowieso
al zo. De minister beweert nu dat ze dus slechter werk leveren dan die
grote bedrijven. Dan wil ik graag die voorbeelden ontvangen. En hoe zit
het dan met die grote bedrijven? Die zullen geen perfect werk leveren.
Zijn de gemeenten daar tevreden over? Ik ben dus totaal niet
overtuigd.
Minister Moes:
Natuurlijk maken bedrijven en professionals ook fouten; we zijn allemaal
mensen. Het gaat erom dat je die processen borgt, met een zorgvuldig
plan te werk gaat en beide kanten faciliteert. Het moet niet alleen het
een of het ander zijn, denk ik. Het is belangrijk dat we daar bepaalde
kaders en regels voor hebben, want anders loop je echt het risico dat er
grote fouten worden gemaakt.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dit is nou precies waar ik zo'n ontzettende hekel aan heb: die
consultancypraat. "We moeten het borgen", "we moeten kaders hebben" ⦠Ik
wil die voorbeelden zien. Ik wil de vergelijking met die grote bedrijven
zien. Het enige wat ik zie gebeuren, is namelijk het volgende. Grote
bedrijven hebben een lobby opgezet, want die willen natuurlijk af van
die amateurarcheologen, de concurrentie. Via dat Europese verdrag
dwingen ze ons nu in dat kader. De minister zegt hier: we willen de
kaders borgen. Ik ben daar helemaal niet door overtuigd. Wat was het
probleem? Waarom moest dit gebeuren? Als het beter is om dat verdrag op
te zeggen, moeten we dat doen. Dan is dat goed voor de
erfgoedbeoefening, waar de minister terecht hele warme woorden over
spreekt. Ik ben dus totaal niet overtuigd door dit verhaal.
Minister Moes:
Als er behoefte is aan een rijtje voorbeelden, kan ik daar zeker
schriftelijk op terugkomen. Nogmaals, ik denk dat het van ontzettend
groot belang is dat we onze vrijwilligers en de amateurs die zich
inzetten voor dit stukje erfgoed in de archeologie blijven waarderen.
Die moeten de plek en de ruimte houden om hun hobby en vrijwillige inzet
te kunnen voortzetten. Dat vind ik ontzettend belangrijk. Tegelijkertijd
kun je niet zeggen dat iedereen dat zomaar allemaal moet kunnen doen.
Ook die vrijwilligers en amateurs zijn over het algemeen verenigd en
hebben heel veel expertise. Op de een of andere manier moet je die
expertise kunnen borgen. Natuurlijk zit er ook heel veel expertise bij
die vrijwilligers, maar het kan niet zo zijn dat iedereen zomaar kan
zeggen: weet je wat, ik ga dit gewoon even helemaal zelf doen. Er zit
ergens wel een behoefte aan bepaalde kaders en een bepaalde borging van
die expertise. Nogmaals, ik wil hier helemaal niet zeggen dat expertise
alleen maar bij betaalde krachten kan zitten. Dat is natuurlijk onzin.
Ik ken ook hele mooie voorbeelden; neem de vrijwillige duikers, die hele
mooie dingen doen. Ik vind het ontzettend belangrijk dat dat ook
doorgang kan blijven vinden.
De voorzitter:
Heel kort.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Ja, heel kort. We krijgen dus een brief waarin dit uitgebreid toegelicht
wordt met voorbeelden. Helemaal tot slot: de minister heeft heel veel
vertrouwen in ISO-certificering. Ik kan alleen nog maar even het
volgende meegeven. ISO is zeggen wat je doet en doen wat je zegt, maar
aan dat laatste ontbreekt het vaak. Het is helemaal niet zo dat
bedrijven het beter doen omdat er een certificaat is. Dat zou ik de
minister nog willen meegeven. Maar okƩ, ik zie de brief met
belangstelling tegemoet. Volgens mij geldt dat ook voor mijn
buurvrouw.
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas heeft ook nog een vraag.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dan zou ik ook graag willen dat in die brief iets wordt toegevoegd over
de duikers. De Stichting Onderzoek Maritieme Vermisten duikt
bijvoorbeeld naar ooit gezonken viskotters. Zij hebben daar al vele van
teruggevonden, waardoor families na decennia eindelijk duidelijkheid
krijgen over het lot van hun nabestaanden. Maar strikt formeel zijn de
activiteiten van die vrijwillige duikers nu strafbaar, vanwege de
arbeidsomstandighedenwet- en regelgeving. Een andere organisatie,
namelijk de NOB, de Nederlandse Onderwatersport Bond, adviseert
duikclubs nu om voorlopig geen vrijwilligerswerk meer te organiseren. We
maken gewoon alles kapot op deze manier. Er moeten minder regels komen
in plaats van meer regels voor vrijwilligers en amateurs die hiermee
bezig zijn. Het feit dat ze vrijwilliger en amateur zijn, betekent niet
dat ze niet professioneel zijn. Dit zijn superprofessionele mensen. Ik
dring er dus echt bij deze minister op aan om hier goed naar te kijken,
want voor je het weet hebben we deze mensen niet meer. Het
onderwatererfgoed gaat daardoor ook verdwijnen. Ik wil dus graag een
aanvulling op de brief met het onderwerp dat ik nu aansnijd.
Minister Moes:
Ja, dit is mij uit het hart gegrepen. Dit is precies het dilemma. Je wil
die expertise borgen. Die zit heel vaak bij de vrijwilligers die zich
met hart en ziel inzetten voor de amateurarcheologie of bij de duikers
die dat soort mooie dingen doen. Het mag niet zo zijn dat de wet- en
regelgeving die vrijwillige inzet kapotmaakt. Daar ben ik het helemaal
mee eens. Daar zal ik ook in de brief op terugkomen.
De voorzitter:
We zitten nog steeds in het blokje erfgoed. Schiet dat al een beetje
op?
Minister Moes:
Redelijk, voorzitter. Een vraag over de gouden koets: kan de minister
regelen dat de gouden koets weer gaat rijden? Daar gaat de Koning over
en niet de minister van OCW. Dat was het hierover.
Volgens mij ben ik toe aan het blokje musea.
De voorzitter:
Nog een vraag van de heer Bosma.
De heer Martin Bosma (PVV):
Geen vraag, maar in het blokje erfgoed zouden ook Zwarte Piet en Pieter
de la Court kunnen zitten.
De voorzitter:
Zwarte Piet zit in de varia, dus die komt nog. De indeling is aan de
minister. We gaan nu beginnen met het blokje musea. O, mevrouw Van der
Plas heeft nog een vraag.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Misschien heb ik het gemist, maar als het gaat om erfgoed had ik nog een
vraag gesteld over de Federatie Instandhouding Monumenten. Is de
minister bereid om de regeling al na twee rondes te evalueren? Ik
herhaal het verder niet, want dit gaat van mijn tijd af. Zo kan ik onder
de 30 seconden blijven.
Minister Moes:
Ik heb 'm even gemist, maar ik kom er aan het einde even op terug.
De voorzitter:
U kunt ook straks in de tweede termijn nog vragen stellen, maar heel
snel dan, mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dit is volgens mij ook een onbeantwoorde vraag. Is het bij kleinere
verengingen in de regio's voldoende bekend op welke manier zij subsidies
kunnen aanvragen en bij welke loketten zij moeten zijn? Dat betreft
allerlei cultuur, maar bijvoorbeeld ook erfgoedgoedverenigingen.
De voorzitter:
We gaan de niet-beantwoorde vragen even opsparen tot alle blokjes
geweest zijn, want dan weten we zeker dat die echt niet beantwoord zijn.
Ik hoor namelijk steeds: dat komt in een ander blokje. Dit signaal is
afgegeven. De minister kan nu beginnen met het blokje musea.
Minister Moes:
Excuus, de vraag over de toegankelijkheid van subsidie had ik tussen
mijn papieren even gemist, maar die heb ik hier wel. Die ging over op
welke manier kleine verenigingen in de regio subsidies kunnen aanvragen
en bij welke loketten zij dan moeten zijn. Het ministerie van OCW is een
hele kleine speler als het gaat om de toegang tot die regelingen vanuit
de gemeenschappen. Heel vaak zijn het gemeentelijke of provinciale
regelingen of particuliere fondsen. Op rijksniveau helpen we wel middels
het Fonds voor Cultuurparticipatie. Dat helpt gemeenschappen bij het
aanvragen van regelingen voor immaterieel erfgoed. Het is ons wel bekend
trouwens. Het is een lastig knelpunt, omdat je heel veel verschillende
soorten regelingen hebt. Er zijn verschillende regelingen vanuit
allerlei overheidslagen, maar soms ook vanuit particuliere fondsen. Maar
het Fonds voor Cultuurparticipatie zet zich dus wel in om mensen zo goed
mogelijk te begeleiden bij het vinden daarvan. Het is een bekend
probleem.
Dan was er nog de vraag hoe ik aankijk tegen het verdwijnen van boeren
van het platteland en daarmee het verdwijnen van het cultuurlandschap en
de betrokkenheid van boeren bij lokale en regionale tradities en
streekcultuur. Er werd gevraagd naar de inzet van het kabinet om te
voorkomen dat dit allemaal verdwijnt. Ik kan er als minister van OCW ā
helaas, zou ik haast willen zeggen ā natuurlijk niet voor zorgen dat er
geen boeren verdwijnen van het platteland. Het is absoluut waar dat
boeren onmisbaar zijn voor de streekgebonden cultuur en daarmee ook voor
het cultuurlandschap, dat zij gewoon onderhouden. Dat is ontzettend
belangrijk. Dat moet primair uit de gemeenschap zelf komen en blijven
komen. Ik denk dat het vooral ook van belang is dat we dat als overheid
faciliteren en proberen om zo weinig mogelijk in de weg te zitten. Ik
denk dat dat misschien wel het belangrijkste is. Natuurlijk proberen we
dat, wat ik al eerder noemde, samen met UNESCO-erfgoed en immaterieel
erfgoed op die manier te borgen en te faciliteren. Wat ik daarbij al
eerder aangaf, is dat dat ook echt uit de gemeenschappen zelf komt. Dat
zie je ook. Je ziet dat op het platteland de gemeenschappen zelf die
tradities in ere houden. De rol van agrariƫrs is daarbij vaak onmisbaar,
al was het alleen maar om ruimte te vinden waar je dingen kunt
faciliteren. Maar ook trekkeroptochten, lichtjestochten, allerlei
voorbeelden kun je erbij noemen.
Dan heb je het natuurlijk ook nog over het agrarisch erfgoed. Ook dat
zijn heel vaak gewoon monumenten. Op die manier speelt OCW daarbij een
rol om dat wel te behouden. Dat is heel vaak aan gemeenten en dat is
gemeentelijk beleid. Er is sprake van een veranderende rol van
agrarische panden, oud-agrarische panden en vaak ook monumenten die je
ombouwt tot woningen. Of er gebeuren andere dingen mee. Dit is een soort
autonome ontwikkeling geweest ā dat is het nog steeds ā van bijvoorbeeld
opschaling, waardoor je dus oud-agrarische panden moet gaan
herbestemmen. Maar daar zijn gemeenten dan vaak mee bezig.
Dan kom ik bij de vraag van D66 over de aanwijzing van rijkscollecties.
Die vraag past in een bredere set vragen over rijksmusea en -collecties.
Het is bijvoorbeeld niet mogelijk om een aanvraag in te dienen om een
rijksmuseum te worden. Een rijksmuseum is ook niet als zodanig een
museum. Het is vooral de aanwijzing van het beheer van een gedeelte van
de rijkscollectie. Dat proces van aanwijzing van zo'n rijkscollectie
verloopt als volgt. Een collectie wordt onderdeel van de rijkscollectie
als die in eigendom wordt overgedragen aan de Staat. Dat kan allerlei
redenen hebben. Ook daar zijn kaders voor. Een voorbeeld uit mijn
periode is bijvoorbeeld het Museum Panorama Mesdag, een unieke collectie
en een uniek stuk. Er is besloten om de collectie en het rijksmonument
aan de Staat over te dragen. Voor de Staat geldt een aanvaardingsplicht.
We onderzoeken dan of iets uniek is en of we het daarom moeten aannemen.
In dat geval kwamen we tot de conclusie dat dat zo is. Het is onmisbaar
en onvervangbaar en daarom hebben we dat ook overgenomen. Doordat het
een rijksmuseum is geworden, krijgen ze geld om die rijkscollectie te
beheren. Dat is wat het als rijksmuseum definieert. Daarmee beantwoord
ik eigenlijk ook de vragen over de spreiding van die rijksmusea.
Dan kom ik bij het Van Gogh Museum. Ben ik bereid om in gesprek te gaan
met het Van Gogh Museum en om ook naar mediation te kijken? Natuurlijk
blijven we die communicatielijnen zo open mogelijk houden. Er loopt op
dit moment een rechtszaak, maar we zijn momenteel ook aan het verkennen
of we onder leiding van een mediator nader in gesprek kunnen gaan om tot
een oplossing te komen. Daar blijven wij altijd toe bereid. Daar staan
wij dus zeker voor open. Er lopen gesprekken om te zien of we tot een
mediationtraject kunnen komen.
Mevrouw Heera Dijk (D66):
Ik hoorde nog niet of die voorwaarde daar nou wel of niet in is
opgenomen.
Minister Moes:
Ook die voorwaarde is onderdeel van de verkenning naar een
mediationtraject, dus dat zijn we op dit moment ook aan het bespreken
met onze advocaat.
De voorzitter:
Een vervolgvraag.
Mevrouw Heera Dijk (D66):
Is de minister het met mij eens dat als daar een voorwaarde aan
gekoppeld is, het minder gelijkwaardig voelt als je aan tafel gaat
zitten?
Minister Moes:
We zitten echt nog in het verkennende proces. Dit zal ongetwijfeld ook
besproken worden en ik ga er niet op vooruitlopen of dit wel of niet
onderdeel daarvan wordt. Dat zijn we op dit moment aan het verkennen.
Daar wil ik een zorgvuldige afweging in kunnen maken.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Wij wilden in de tweede termijn eigenlijk met een motie komen waarin we
de regering oproepen om in gesprek te blijven met het Van Gogh zodat er
binnen de bestaande kaders tot een oplossing kan worden gekomen, waarbij
ook garantstelling bekeken wordt. Als er nu een harde toezegging gedaan
wordt door de minister om in gesprek te blijven onder de voorwaarde die
ik net noemde en om de commissie te informeren over het proces en de
uitkomsten, dan is dat ook voldoende. Dan dien ik die motie niet
in.
Minister Moes:
Ja, natuurlijk.
De voorzitter:
Dat wordt een toezegging.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik vind het lastig om een toezegging te krijgen dat de minister in
gesprek is. Volgens mij is de minister altijd in gesprek. Ik wil echt
horen of de uitkomst gaat zijn dat er een mediationtraject komt en we
daar een brief over krijgen. Dat vind ik wel iets van een toezegging,
maar "in gesprek" was u de afgelopen jaren al, hoop ik.
Minister Moes:
We zijn natuurlijk niet eenzijdig hierbij betrokken, dus ik kan sowieso
geen toezegging doen dat we daaruit komen. OCW zit namelijk niet alleen
in dit gesprek; daar is ook het Van Gogh zelf bij nodig. Ik kan daar dus
niet op vooruitlopen en op voorhand een toezegging doen. Natuurlijk zijn
wij alleszins voornemens om hier goed uit te komen.
De voorzitter:
Een vervolgvraag.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik kan snel tellen en volgens mij lijkt er een meerderheid ophanden die
zegt: pak die handschoen op, ga met elkaar het gesprek aan, kijk of je
tot een mediationtraject kunt komen en informeer de Kamer. Mijn simpele
vraag is of we binnen drie, vier weken een brief van het kabinet krijgen
over waar we nu ongeveer staan, want dan kunnen we er iets mee.
Minister Moes:
Ik ben natuurlijk bereid om de Kamer te informeren over de uitkomst van
die verkenning en of het lukt om een mediatraject te starten.
Natuurlijk, geen probleem.
De heer Van der Burg (VVD):
Toen we net spraken over het Prinsenhof, zei de minister twee dingen:
ten eerste dat het niet met terugwerkende kracht is en ten tweede dat
het moet gaan om renovatie en niet om zaken als bijvoorbeeld
verduurzaming. Dat zei de minister over het Prinsenhof. Nu speelt bij
het Van Gogh een renovatie, waarbij het Van Gogh Museum aanvoert dat een
aantal zaken automatisch te maken hebben met verduurzaming, omdat zaken
die in het verleden zijn geïnstalleerd, überhaupt niet meer
geĆÆnstalleerd kunnen worden. Er moet dus automatisch een
verduurzamingsslag worden gemaakt. Daar zit ook een deel van de kosten
in. Hoe kijkt de minister naar die reactie van het Van Gogh, in het
licht van het feit dat hij net over het Prinsenhof zei dat het nooit
over verduurzaming kan gaan?
Minister Moes:
Bij het Van Gogh gaat het over de hoogte van de huisvestingssubsidie,
dus dat is een heel ander soort traject. Dat staat daar los van.
De heer Van der Burg (VVD):
Dus daarin ziet de minister dan ook geen belemmering?
Minister Moes:
Het punt is natuurlijk dat je het eens moet zijn over wat dan de reƫle
hoogte van de huisvestingssubsidie is. Maar dat is niet hetzelfde als
een regeling voor een verduurzamingstraject of een regeling voor een
restauratietraject.
De heer Van der Burg (VVD):
Dat zie ik. Maar wij spraken een halfjaar geleden over het Prinsenhof.
En nu wordt gezegd "dat kan niet, want met terugwerkende kracht" et
cetera. Ik wil voorkomen dat er over een halfjaar een minister zegt dat
er vanwege dit element een belemmering zit bij het eruit komen met het
Van Gogh. Vandaar dat ik er nu naar vraag, dus voordat er met zoiets als
mediation of een verkenning tot mediation gestart wordt.
Minister Moes:
Dit gaat dus niet over een regeling die al dan niet gestart is, over de
timing daarvan en over de vraag of het Van Gogh daarvan gebruik zou
kunnen maken of niet. Dit gaat echt over de hoogte van de
huisvestingssubsidie. Dat is echt een andersoortig iets.
De heer Van der Burg (VVD):
I know. Ik vraag alleen of de verduurzamingsvraag daarbij een
belemmerende factor is voor de minister, ja of nee. Meer vraag ik
niet.
Minister Moes:
Nee, verduurzaming is zelfs onderdeel van die plannen voor de
huisvestingssubsidie.
Dan de vraag wat ik van het initiatief Rijksmuseum Eindhoven vind. Dat
is een mooi initiatief. Het is mooi dat blijkt dat er ook vanuit het
veld behoefte aan is, dat er zo'n dependance komt en dat er ook
financiering voor is. Dat is natuurlijk prachtig.
De heer Van der Burg (VVD):
Maar dit raakt natuurlijk ook aan het feit dat de provincies beneden de
rivieren aangeven dat er geen sprake is van een rijksmuseum onder de
rivieren. Zij vragen daarbij steun van de minister. Dus prima dat het
een "mooi idee" is, maar ze vragen meer aan de minister dan alleen een
compliment hier.
Minister Moes:
Ik heb zojuist al even toegelicht wat de definitie is van een
rijksmuseum en hoe het tot stand komt. Ik wil dat nog wel een keer doen,
maar daarmee komen we er niet veel dichter bij, denk ik. Het gaat echt
over instellingen die tot taak hebben om een onderdeel van de
rijkscollectie te beheren. Daarvan is hier in die zin geen sprake. Dit
is echt een dependance van het Rijksmuseum. Dat is dan weer de naam van
het museum. Dit is een beetje verwarrend, maar het gaat niet zozeer over
de definitie van rijksmuseum in de zin van het beheren van een stuk van
de rijkscollectie.
Dan was er een vraag over het Onderwijsmuseum. Die zou ik graag willen
doorverwijzen naar de Onderwijsbegroting, want die past daar
beter.
Er was een vraag over de stand van zaken van het Nationaal
Slavernijmuseum. Ook hier was de vraag wat de stappen zijn naar het
worden van een rijksmuseum. Dat stukje heb ik inmiddels voldoende
beantwoord, denk ik. Wel is het zo dat we de bouw van het
Slavernijmuseum gedeeltelijk financieren vanuit beschikbare middelen van
het proces na de komma, van het slavernijverleden, maar we hebben het
museum op dit moment niet al permanent in een soort exploitatiesubsidie
zitten.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Misschien is het, om ons een langer antwoord van de minister te
besparen, goed om de Kamer op dit punt nader te informeren. Ik hoef niet
uitgelegd te krijgen wat de criteria zijn voor een rijksmuseum. Ik denk
dat de meeste Kamerleden dat weten. Het is ook gewoon te vinden. Het
gaat om de context ervan. Ik bedoel: het Nationaal Slavernijmuseum gaat
een rijkscollectie beheren. Ik ben dus benieuwd of dat zo is, in welke
context en hoe de financiƫn straks structureel worden geborgd. Dat hoeft
niet nu gelijk, maar misschien kan het nader op papier worden gezet. Zo
kunnen we het bij een volgend debat betrekken.
Minister Moes:
Ik ben best bereid om de Kamer een soort stand-van-zakenbrief over het
Slavernijmuseum te doen toekomen. Maar het is niet zo dat er op voorhand
sprake is van het beheren van een rijkscollectie. Daar is niet direct al
sprake van.
De voorzitter:
Wanneer kan de Kamer die brief verwachten?
Minister Moes:
In maart. Ik neem aan zelfs nog van dit jaar, zeg ik met een blik op
mijn ondersteuning!
De voorzitter:
Dat was het blokje musea. Dan zijn we nu bij het blokje Israƫl.
Minister Moes:
Dat klopt helemaal, voorzitter. Een vraag van de PVV: "300 culturele
instellingen in Nederland boycotten Israƫl. Hoe staat de minister
daartegenover?" Dit is mij destijds ook gevraagd door de Kamer. Toen heb
ik natuurlijk eigenlijk hetzelfde antwoord gegeven. We kennen in
Nederland artistieke vrijheid. Dat betekent ook dat de keuzes met wie
een instelling wel of niet samenwerkt ook aan de instelling zelf zijn.
Dat is onderdeel van die vrijheid. Tegelijkertijd gaat het kabinet over
het al dan niet boycotten van landen. Het dilemma hier is hoe dat zich
precies tot elkaar verhoudt. Gelukkig zijn er ook veel instellingen die
wel gewoon willen samenwerken met Israƫlische instellingen. Dat juich ik
ook van harte toe.
De heer Martin Bosma (PVV):
Deze minister is dubbeldemissionair. Het volgende kabinet staat bij
wijze van spreken buiten te wachten. Hij heeft dus alle vrijheid om
gewoon uitspraken te doen en gewoon dingen te zeggen. En dan komt ie met
AI-achtige antwoorden als: er is artistieke vrijheid. Ja, dat weet ik
ook wel. Maar het is nogal wat dat 300 kunstinstellingen in Nederland en
Belgiƫ, waarvan een groot gedeelte ook gewoon geld krijgt uit een
geldstroom waarvan de minister aan het begin zit, een boycot beginnen
tegen de enige democratie in het Midden-Oosten. Zeker bezien in het
licht van honderd jaar geleden kun je niet anders dan verwerpen dat dat
ene land eruit wordt gepikt. Deze kunstinstellingen kiezen ervoor om
over te gaan tot zo'n boycot. In geen enkele subsidievoorwaarde staat
dat ze geacht worden buitenlandbeleid uit te voeren, maar dat doen ze
toch. Daar kan deze minister toch gewoon iets van zeggen? Hij kan toch
gewoon met zijn vuist op tafel slaan, zijn AI-teksten naast zich
neerleggen en zeggen dat dit gewoon niet zo moet zijn? Hij zou ook nog
kunnen zeggen dat we geen belastinggeld meer geven aan die toko's die
overgaan tot het boycotten van de enige democratie in het Midden-Oosten.
Dat stel ik voor. Stoppen met subsidie voor dit soort kunsttoko's. Dat
kan toch? Is hij daartoe bereid?
Minister Moes:
Dat kan niet, juist vanwege die vrijheid. Dat zal ik toelichten. Die
vrijheid betekent dat er vrij vergaande voorwaarden zijn aan het
terugtrekken, intrekken of schrappen van een subsidie. Dat gaat ook over
rechtszekerheid en over die vrijheid die geborgd is. Dat kan dus zeer
zeker niet zomaar. Wat vind ik daarvan? Ik vind het ontzettend
betreurenswaardig dat die instellingen dat doen. Ik had heel graag gehad
dat ze dat niet deden. Ik had heel graag gehad dat ze gewoon open zouden
blijven staan voor die samenwerking, maar ik ga niet over die afweging.
Dat zeg ik er heel duidelijk bij. Diezelfde discussie hebben we
bijvoorbeeld ook gehad over de programmering van AVROTROS, om er maar
even iets anders bij te pakken. Die vrijheid hebben we gewoon in
Nederland en moet wat mij betreft en wat het kabinet betreft gewaarborgd
blijven. Daar zouden we met z'n allen echt achter moeten staan.
Volgens mij heb ik straks in de beantwoording iets over onder welke
voorwaarden je een subsidie al dan niet weer kunt intrekken. Daar loop
ik nu dan op vooruit. Er is een motie aangenomen in de Kamer die mij
vraagt om dat te gaan bekijken. De coƶrdinatie daarvan loopt trouwens
nog. Die beantwoording ligt bij BZK, geloof ik. Dan kom je eigenlijk uit
op de vaststellingsvraag: wie stelt uiteindelijk vast wanneer er
bijvoorbeeld echt een strafbaar feit gepleegd is? Dat doet de rechter.
Daar ga ik niet over. Daar gaat het kabinet niet over. Als er sprake zou
zijn van discriminatie, uitsluiting of antisemitisme ā dat zijn allemaal
strafbare feiten ā dan moet daar aangifte van worden gedaan en moet de
rechter dat vaststellen. Dan hebben we ook echt een ander verhaal wat
betreft subsidieverstrekking of subsidie-intrekking.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
De minister gebruikt hier wat kleinere bewoordingen, maar ik kan me wel
voorstellen dat de minister de culturele instellingen die nu artiesten
of kunstenaars boycotten die Joods zijn of uit Israƫl komen, oproept om
daar onmiddellijk mee te stoppen. Kan de minister dat wel?
Minister Moes:
Ik kan ze nergens toe dwingen; dat vooropgesteld. Maar ik heb ook al
eerder gezegd dat ik dat ontzettend betreur en dat ik hoop dat ze de
samenwerking met Israƫlische instellingen gewoon weer oppakken. Ik denk
dat dat een heel goed signaal zou zijn, juist ook vanuit de culturele
sector. Er zijn hier eerder ook woorden gesproken over verbinding. Ik
denk dat dat heel belangrijk is.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Wat als het andersom zou zijn? Stel, 300 culturele instellingen gaan
opvoeringen van moslims of mensen uit Marokko verbieden. Dan staat
gewoon heel Nederland op z'n kop. Ik vind echt dat de minister van OCW
wat harder stelling moet nemen tegen het boycotten van artiesten uit
Israƫl. Die mensen komen daar gewoon iets opvoeren. Die komen daar een
kunstuiting doen. Er hoort helemaal geen boycot daarvan te zijn. Ik
vraag de minister zich daar toch echt wat sterker tegen uit te
spreken.
De voorzitter:
Dit was uw laatste interruptie, mevrouw Van der Plas.
Minister Moes:
Nou kom je echt weer op die vaststellingsdiscussie of
definitiediscussie. Die is ingewikkeld, want wat en wie worden nou
precies geboycot? Het uitsluiten van Israƫlische artiesten of het
uitsluiten op grond van welk ander kenmerk dan ook, bijvoorbeeld alleen
maar omdat ze Israƫlisch zijn, is gewoon bij wet verboden. Alleen, de
samenwerking met culturele instellingen is echt een ander verhaal; die
raakt aan die artistieke vrijheid. Dat is natuurlijk ergens ook een in
elkaar overlopend gebied, een grijs gebied, vandaar dat ik mij daar ook
duidelijk over heb uitgesproken. Maar ik wil echt staan voor die
artistieke vrijheid. Anders is het uiteindelijk namelijk een kwestie van
politieke willekeur, en dat kan niet. Die vrijheid moeten we met elkaar
borgen. Tegelijkertijd zijn er gewoon strafbare grenzen, waar ook
instellingen niet over kunnen gaan. Denk aan ā dat noemde ik al ā het
uitsluiten. Er is trouwens eerder een motie door de Kamer aangenomen ā
die heb ik destijds ook oordeel Kamer gegeven ā over het feit dat
instellingen artiesten niet mogen boycotten puur en alleen omdat ze
Joods of Israƫlisch zijn.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Het is wonderlijk dat dit met al die inclusiedrang en -dwang kennelijk
een heel moeilijk punt is. Mijn vraag is de volgende. Volgens de
minister zijn de voorwaarden in de diversiteits- en inclusiecodes, zoals
hij net zei, wel degelijk vrij hard als je een subsidie wil krijgen. Kan
dit soort bepaald niet-inclusief, discriminatoir en antisemitisch gedrag
dan niet ook worden meegenomen bij het toekennen van nieuwe subsidies?
Er zijn lopende aanvragen; dat zal wel. Maar goed, die instellingen gaan
opnieuw subsidie aanvragen. Die zullen dit gedrag ongetwijfeld niet
opnemen in hun ronkende plannen. Ik vind het wel van belang dat als dit
soort diversiteits- en inclusiecodes hier met voeten getreden worden,
dat ook een keer wordt meegewogen bij het toekennen van subsidies. Hoe
ziet de minister dat?
Minister Moes:
Ik heb net ook al geprobeerd duidelijk te maken dat er wordt verwacht
dat je goed uitlegt hoe je omgaat met die codes. Op grond daarvan kun je
ā de huidige codes legitimeren dat al ā dat gesprek aangaan over hoe die
instellingen precies omgaan met zo'n boycot of het al dan niet
uitsluiten van personen. Op grond daarvan kan dat gesprek dus zeker al
worden gevoerd. Alleen, op dit moment heeft het geen afdwingbaar
karakter. Stel dat er in zo'n code specifiek iets zou staan over
antisemitisch gedrag, zoals hier gesuggereerd wordt, dan is dat geen
harde clausule op grond waarvan een subsidie kan worden ingetrokken. Het
is inderdaad wel zo dat het gesprek daarover onderdeel kan zijn van die
subsidieverstrekking. Ik zei eerder al: dat vinkje moet gezet worden en
op grond daarvan kun je dat gesprek aangaan. Het is ook zo dat die codes
aangepast kunnen worden bij een volgende ronde. Daarin zou bijvoorbeeld
ook expliciet opgenomen kunnen worden dat er aandacht moet zijn voor het
bestrijden van antisemitisme.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Die codes moeten natuurlijk helemaal weg, maar als je die hebt, moeten
die ook consequent worden toegepast. Is de minister dat met mij eens? Ik
kan u vertellen: als ik nu een aanvraag indien terwijl ik het hele jaar
Zwarte Piet heb lopen promoten, dan krijg ik geen subsidie toegekend aan
mijn toneelstuk. Maar kennelijk krijg je die wel als je Joden en
Israƫli's weert.
Minister Moes:
In die stelling kan ik zo niet meegaan, maar het is natuurlijk wel zo
dat voor iedereen dezelfde codes moeten gelden en dat die voor iedereen
op dezelfde manier geĆÆnterpreteerd zouden moeten worden.
De heer Martin Bosma (PVV):
De minister zegt nu weer dat de voorwaarden voor die
diversiteitstoestanden in de toekomst ook weer worden uitgerold en
opgelegd. Maar er is een motie aangenomen door de Kamer. Daarin staat,
en ik lees het krantenbericht voor: "Diversiteit en inclusie mogen geen
dwingende voorwaarden meer zijn voor cultuursubsidie. Dat vindt een
meerderheid van de Tweede Kamer, die daarover gisteren een motie aannam
van BBB, SGP en CU." Ik neem dus aan dat die codes er toch heel snel uit
gaan, zodat die gekke, rare voorbeelden die mevrouw Nanninga noemt
gewoon tot het verleden behoren.
Minister Moes:
De uitvoering van deze motie wordt zeker dus ook meegenomen in de
herzieningsronde vanaf 2029, wanneer het nieuwe bestel ingaat.
De voorzitter:
Dank u wel. Zijn we al bij het blokje letteren en bibliotheken?
Minister Moes:
Ja, letteren en bibliotheken, voorzitter. Wat is de stand van zaken van
de wijziging van de bibliotheekwet en zijn daar voldoende middelen voor?
10 december jongstleden heeft de Raad van State een blanco advies
uitgebracht. Dat betekent dat er geen opmerkingen waren en het
wetsvoorstel door kon gaan. Dat wetsvoorstel is op weg naar de
ministerraad, en na instemming van de ministerraad komt het wetsvoorstel
naar uw Kamer. Ik verwacht dat dat nog deze maand gebeurt. Met die wet
krijgen gemeenten en openbare lichamen een zorgplicht. Dat is een
verzwaring van de huidige bevorderingstaak. Hiervoor is voldoende
budget.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Het is wel lastig als je ⦠Krijg ik de vraag of de bieb op school wel of
niet is meegenomen nog beantwoord? Anders ga ik interrupties verspillen
aan vragen die ik heb gesteld. Ik zeg het maar even. Het is ook een
soort ordepunt.
De voorzitter:
Ja, meneer Mohandis, er was nu pas ƩƩn vraag beantwoord in dit
blokje.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Nee, dan wacht ik gewoon netjes. Maar ik zeg het toch.
Minister Moes:
Dan pak ik die gelijk even op. Wordt de bibliotheek op school geborgd in
de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen? Het antwoord is
ja.
Dan ook nog een vraag over het gratis bibliotheekabonnement. Ik haast
mij toch te zeggen dat dit natuurlijk niet gratis is, maar dat we het
dan met z'n allen gaan betalen in plaats van de mensen zelf. Je ziet op
dit moment in gevallen een stijgende trend van het bibliotheekgebruik.
Dat is natuurlijk prachtig en juich ik van harte toe. Je ziet
tegelijkertijd dat we in Nederland bezig zijn met de versterking van
bibliotheken. Het is verder natuurlijk ook niet uitgesloten dat de
kosten van het lidmaatschap eventueel een rol zouden kunnen spelen voor
mensen die niet gebruikmaken van de bibliotheek. Ik neem dit allemaal op
in het onderzoek dat ik laat uitvoeren naar aanleiding van de motie van
de leden Rooderkerk en Kisteman, van 26 november 2024, over een
automatisch gratis lidmaatschap voor ieder kind. Dat onderzoek wordt in
het eerste kwartaal van dit jaar afgerond.
Dan een vraag over sensitivity readers. Hoe sta ik daartegenover? Daar
gaat de minister niet over. Ik weet dat dit een heel flauw antwoord is,
maar het is wel zo. Uitgevers zijn onafhankelijk. Of de literatuur daar
meer of minder interessant van wordt, laat ik dan ook aan de lezer en de
maatschappij.
De heer Martin Bosma (PVV):
Ik begrijp best dat de minister er niet over gaat, maar hij is de
minister van Cultuur. Die moet opkomen voor onze cultuur. Onze cultuur
wordt bedreigd doordat er allerlei politiek correcte wokefiguren bij
uitgevers zitten die allerlei termen die niet volgens het rode boekje
gebruikt mogen worden en dingen die kwetsend zijn voor lezers eruit
halen. Zo wordt onze literatuur vernaggeld. En nee, de minister gaat
daar niet over, want uitgevers zijn particulieren. Ik snap dat allemaal
wel, maar de minister moet staan voor artistieke vrijheid. Hij zou
bijvoorbeeld ook in dit verband gewoon eens kunnen zeggen: sensitivity
readers zijn eigenlijk heel slecht voor de artistieke vrijheid van
Nederlanders en de kwaliteit van literatuur lijdt daaronder. Maar hij
moet het allemaal zelf weten.
Minister Moes:
Het is nergens zo dat bij wet geregeld is, ook niet in Nederland, dat
alle uitgevers met sensitivity readers aan de slag moeten en allemaal
woordjes moeten gaan vervangen en zo. Dat is gewoon niet het geval. Er
zijn ook echt wel uitgevers die hele spannende boeken met hele scherpe
bewoordingen en heel scherp taalgebruik uitgeven. Die artistieke
vrijheid is er gewoon en die blijft er ook wat mij betreft.
Of ik er persoonlijk van overtuigd ben dat dit soort vertalingen en het
"in de tijd zetten" van boeken een vooruitgang is of niet: ik ben in
mijn vroege jeugd groot geworden met een bepaalde Bijbelvertaling van
1951. Dat was nog een heel ander soort taalgebruik dan bijvoorbeeld in
de nieuwe Bijbelvertaling of later nog weer in de Bijbel in Gewone Taal.
Er zijn allerlei verschillende vertalingen met verschillend taalgebruik,
waarmee je ook weer nieuwe doelgroepen kan bereiken. Dat kan dus zeker
wel een doel dienen. Maar ik ken ook mensen die zweren en blijven zweren
bij de Statenvertaling als enige echte en juiste vertaling. Dus smaken
verschillen gewoon en volgens mij is er bijna geen boek zo vaak vertaald
als de Bijbel, daarom noem ik die ook als voorbeeld. Juist die brede
waaier aan opvattingen en mogelijkheden draagt denk ik bij aan de
artistieke vrijheid in de cultuur.
Dan over het Fries als rijkstaal en over streektalen, om daar meer
aandacht voor te krijgen, ook in het onderwijs. Ik vind het heel erg
mooi dat die aandacht er vaak is. Ik vind het ook belangrijk om vanuit
elke streek de eigenheid van die streek door te kunnen geven, want dit
gaat over doorgeven wat van waarde is. Het Fries heeft natuurlijk een
bijzondere positie, omdat het ook een rijkstaal is. Daarnaast hebben we
de minderheidstaal van het Nedersaksisch en het Limburgs erkend. In elk
geval het Nedersaksisch heeft vele varianten, net zo goed trouwens als
het Fries en heel veel andere streektalen. Je ziet dat het vaker ook aan
gemeenten is. Provincies doen ook het een en ander aan het stimuleren
ervan.
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas denkt: ik heb geen interrupties meer, dus dan maak
ik een punt van orde.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja, maar wel een hele belangrijke. De minister zegt namelijk "Fries en
andere streektalen", maar Fries is een taal. We hebben de Friese taal en
we hebben streektalen. U doet Friesland heel erg veel pijn op dit
moment.
De voorzitter:
Goed punt.
Minister Moes:
Volgens mij heb ik het Fries een rijkstaal genoemd en dan komma "en
andere streektalen" gezegd. Dan corrigeer ik het maar even met een
Oxfordkomma. Maar wat mevrouw Van der Plas zegt is helemaal terecht. Het
Fries kent een andere status in Nederland. Ik herken trouwens deze pijn
als Groninger, want het Gronings wordt vaak als een Nederlands dialect
weggezet, terwijl het een dialect is van het Nedersaksisch, wat dan weer
een eigen erkende taal is. Maar goed, bij dezen mijn excuses aan de
Friezen, zal ik maar zeggen, voorzitter. Maar wij onderschrijven dus
zeer zeker het belang van de eigenheid van de streektalen.
De voorzitter:
Blokje varia. Laatste blokje.
Minister Moes:
We hoorden veel inbreng van een paar partijen erover dat cultuur en
erfgoed onder druk zouden staan. Ik herken zeker de geluiden van zorg
uit de samenleving, over het gevoel dat een bepaalde cultuur verdwijnt.
Maar als je bijvoorbeeld kijkt naar Zwarte Piet, dan zie je dat die in
de praktijk nog helemaal niet zo erg aan het verdwijnen is als sommigen
het beleven of voelen. Dan kan ik eigenlijk alleen maar concluderen dat
er nog steeds best veel ruimte is voor individuen en gemeenschappen om
hun eigen cultuur op hun eigen manier voort te zetten en uit te dragen.
Dat vind ik mooi. En ondertussen doen wij heel erg veel aan het behouden
van immaterieel en materieel erfgoed.
De heer Martin Bosma (PVV):
"Dat vind ik mooi," zegt de minister. Daarmee doelt hij op allerlei
tradities, waaronder Zwarte Piet. Dat vind ik leuk om te horen, dat
waardeer ik.
Minister Moes:
Mooi.
Over Pieter de la Court, een belangrijk liberaal denker: de benaming van
faculteiten op universiteiten is niet aan de minister. Eerder hebben we
natuurlijk al wel discussies gehad. Ik kan me bijvoorbeeld een
vragenuurtje herinneren over het verdwijnen van bepaalde benamingen of
feestdagen. Ik ga daar niet over, maar het zou wel ontzettend jammer
zijn als we bepaalde onderdelen van de geschiedenis geen plek meer
zouden geven.
Hetzelfde geldt eigenlijk voor een scĆØne uit Amsterdamned die
discriminerend zou zijn. Ook daar: ik ga niet over de beoordeling op
basis van de Kijkwijzerclassificatie. Volgens mij is de film nog steeds
te zien, ondanks de mogelijke waarschuwingen.
Een vraag van de PvdA over de veiligheid van journalisten ...
De voorzitter:
GroenLinks-PvdA.
Minister Moes:
GroenLinks-PvdA; excuus. Zijn er gesprekken met de sector? We zijn
doorlopend in gesprek met de sector over veiligheid. Dan kan het gaan
over externe bedreigingen. Denk aan PersVeilig of, iets vergelijkbaars
voor schrijvers, SchrijversVeilig. Ik ken persoonlijk voorbeelden van
auteurs die beschermd moeten worden vanwege de columns of boeken die ze
geschreven hebben. Dans Veilig bestaat ook, maar dat gaat meer over
interne veiligheid, over seksueel intimiderend gedrag en dat soort
dingen. Daar zijn we doorlopend mee bezig en ook doorlopend over in
gesprek met de sector. We evalueren ook of het de goede aanpak is en of
die leidt tot verbetering.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Het gaat er vooral om of de aanpak wordt verbreed. Ik ben bekend met
PersVeilig. De Kamer heeft vaak stappen gezet. We zien dat het nu ook om
makers gaat, om degenen die niet binnen de reikwijdte van PersVeilig
vallen. Komt daar ook iets voor?
Minister Moes:
U vraagt naar de reikwijdte ervan en of het verbreed kan worden. Dat
weet ik zo niet. Daar wil ik wel naar kijken. Als je vanwege bepaalde
uitingen bedreigd wordt, of je nu maker, kunstenaar of wat dan ook bent,
zou het vreemd zijn als je bij een bepaalde regeling net buiten de boot
valt. Daar wil ik dus zeker naar kijken, ja.
De voorzitter:
Wanneer kan de Kamer daar een brief over verwachten?
Minister Moes:
Ik moet gewoon echt even uitzoeken hoe het op dit moment zit en hoe zo'n
traject eruit zou zien. Ik kan nog dit kwartaal met een update
komen.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Het heeft geen haast, maar ik wil wel even meegeven: kijk vooral naar de
systematiek van PersVeilig en hoe we dat breder kunnen trekken. Dan gaat
het niet zozeer om de regeling alleen. Misschien moeten we een nieuwe
regeling optuigen voor de cultuursector. Laten we het echter breder
benaderen.
Minister Moes:
Ik zie deze uitdaging. Die pak ik op. Ik of mijn opvolger zal de Kamer
informeren in dit kwartaal of anders in het tweede kwartaal.
Een vraag over het niet indexeren van de Cultuurkaart. De financiering
daarvan is middels een concessieovereenkomst geregeld met CJP. In
principe zijn de kosten voor exploitatie via een concessieovereenkomst
voor rekening en risico van de concessienemer. Er is op dit moment geen
noodzaak om te indexeren, zo luidt de korte versie.
Dan een aantal vragen over AI.
De voorzitter:
Voor u over AI begint, wil de heer Mohandis nog wat over de indexering
vragen.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Gaat dit over het indexeren van de begroting en de vraag waarom de
systematiek van de prijsbijstelling bij Media wel wordt toegepast, of
ging dit over iets anders?
Minister Moes:
Die komt er dus nog aan. Over AI ā¦
De voorzitter:
Er is nog een vraag over indexering, van de heer Van der Burg.
De heer Van der Burg (VVD):
Ja. Even los van het feit dat ik aan het begin heb gezegd dat ik verder
niet met financiƫle moties kom, wat bedoelt de minister met: er is geen
noodzaak tot indexering?
Minister Moes:
De financiering van de Cultuurkaart is met overeenkomsten geregeld met
CJP. De kosten van de exploitatie zijn voor rekening en risico van de
concessienemer. CJP is deels tegemoetgekomen in de kosten. Zij krijgen
voor de periode van '25 tot '28 een commissie van 5% om te voorzien in
die exploitatiekosten. Daarom is er geen noodzaak om die nu te
indexeren.
Over AI ā¦
De heer Dassen (Volt):
Ik wil hier even op doorgaan, want exploitatiekosten en indexatie
verschillen in mijn ogen wel iets. Indexatie gaat erover wat je
uiteindelijk met zo'n pas kunt bewerkstelligen, bijvoorbeeld hoe vaak je
naar een museum toe kunt. Ik denk dus dat de minister hier een ander
antwoord op moet geven.
Minister Moes:
Hier zou ik dan later even schriftelijk op terug moeten komen, want wij
hebben een ander antwoord gedicht dan er met de vraag bedoeld was, denk
ik.
De heer Dassen (Volt):
Graag, want in tegenstelling tot de heer Van der Burg had ik hierover
wel een motie in gedachten. Ik zal die indienen en aanhouden totdat ik
het antwoord heb.
Minister Moes:
Dan over AI. Het is inderdaad zo dat grote generatieve AI-modellen vaak
getraind worden op onder andere auteursrechtelijk beschermde werken.
Auteursrecht moet natuurlijk beschermd worden. Toestemming van de maker
is nodig voor het gebruik van diens werk, tenzij daar een wettelijke
uitzondering op rust. De handhaving van het auteursrecht is in de eerste
plaats aan de rechthebbenden. Ik zie ook dat de partijen in de cultuur-
en mediasector het maken van licentieafspraken hieromtrent verkennen,
bijvoorbeeld om dat ook als een nieuw verdienmodel aan te kunnen boren.
Dat is aan die rechthebbenden zelf.
In aanvulling daarop was er de vraag hoe we makers beschermen tegen
bijvoorbeeld valse concurrentie door AI. Dat is eigenlijk alleen op
grotere schaal te doen middels wetgeving. Dat is echt typisch iets wat
binnen Europa georganiseerd zou moeten worden, omdat alleen landelijke
wetgeving gewoon van te kleine schaal is om het daarmee goed op te
kunnen pakken. Je hebt het namelijk echt over internationale
datastromen. Het is heel erg moeilijk uit te voeren als je dat alleen op
landelijke schaal oppakt.
De heer Dassen (Volt):
Mag ik dan vragen wat de minister op dit moment doet om te zorgen dat
die wetgeving binnen Europa verder wordt gebracht?
Minister Moes:
De laatste keer dat ik in de Europese Raad was, is dit onderwerp
besproken met de collega-ministers van andere lidstaten. Dit onderwerp
heeft aandacht van de Europese Raad. Er worden stappen op gezet, ook
door de Commissie. Als de heer Dassen er een heel specifieke update over
willen hebben, dan kan ik hem daar nader over informeren.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Dassen (Volt):
Als de minister ons nader wil informeren over de laatste stand van zaken
en welke stappen er worden genomen, dan zou dat ons helpen. Dan kunnen
wij namelijk ook bepalen wat de vervolgstappen zouden kunnen zijn.
De voorzitter:
Wanneer kan dat?
Minister Moes:
Voor de zomer komt ook de Raad voor Cultuur met een rapport en advies op
het gebied van AI en de culturele en creatieve sector. Als dat rapport
komt en naar de Kamer gaat, kan het meegenomen worden in een wat bredere
brief.
De voorzitter:
We hebben nog wat nagekomen antwoorden en de appreciatie van het
amendement dat binnen is gekomen.
Minister Moes:
Ja. Dit gaat over die loon- en prijsbijstelling en de wettelijke
verankering daarvan. Daarover zijn vragen binnengekomen. Dit is
eigenlijk een dilemma. Op dit moment is het zo geregeld dat dit in
sommige OCW-sectoren wel geregeld is en in andere niet. Dat creƫert
ongelijkheid, vooral bij bepaalde bezuinigingsmaatregelen, doordat niet
overal de volledige loon- en prijsbijstelling uitgekeerd wordt. Dat
betekent de facto dat binnen de OCW-begroting bepaalde sectoren voorrang
krijgen voor een volledige prijsbijstelling en dat andere sectoren die
volledige bijstelling missen. Dan kun je eigenlijk twee dingen doen. EƩn
scenario is dat je niks doet; dan hou je die ongelijkheid. Je zou ook
kunnen zeggen dat we alles gelijktrekken. Dan heb je eigenlijk een
keuze. Als je dit voor alle sectoren gaat regelen, heeft de Kamer een
probleem, omdat dit ook snijdt in de parlementaire vrijheid, in het
budgetrecht, want dit betekent dat die prijsbijstelling dan automatisch
altijd uitgekeerd wordt. Als er dan een keer bezuinigd gaat worden of
iets dergelijks, heb je automatisch een probleem, omdat het dan in
wetgeving verankerd is. Andersom zou je kunnen zeggen dat je het gelijk
gaat trekken voor alle OCW-sectoren door de hele verplichting eruit te
halen. Als er dan weer zo'n bezuinigingssituatie is zoals vorig jaar,
kun je dat gelijk uitsmeren over alle sectoren. Dit is dus eigenlijk ook
een politiek dilemma, dat ik graag overlaat aan een volgend
kabinet.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik moet vanaf nu naar de formerende partijen kijken als ik interrumpeer.
Ik zou bijna willen zeggen: "they're next". De minister zegt immers
duidelijk dat het kan, maar dat hij het overlaat aan zijn opvolger. Ik
begrijp het politieke dilemma. Het klopt dat dit voor media is
vastgelegd in de wet. Als je wil bezuinigen op media, moet je de wet
aanpassen. Ik zou uw ambtsopvolger vooral adviseren om eens goed naar de
huidige ongelijkheid te kijken; dat zou ik u via de voorzitter willen
meegeven.
Minister Moes:
Ik ken mijn ambtsopvolger nog niet, maar bij dezen is dit op camera
vastgelegd.
De voorzitter:
Vervolgt u uw beantwoording.
Minister Moes:
De BBB vroeg of ik bereid ben om de subsidieregeling voor grote
restauraties al na twee aanvraagrondes te evalueren en eventueel aan te
passen. Eigenaren die een lager subsidiepercentage aanvragen, krijgen op
dit moment voorrang als er sprake is van een overvraag. Dat is eigenlijk
een keuze om de efficiƫntie van die inzet van belastinggeld te borgen,
want op deze manier kunnen meer restauraties mogelijk worden gemaakt.
Natuurlijk is het nadeel van deze selectiemethode dat eigenaren waarvoor
het lastig is om die eigen bijdrage bijeen te brengen, achter het net
kunnen vissen. Dat is een keuze geweest. Het maakt gewoon verschil hoe
je zo'n regeling opbouwt. Dat zou in een andere ronde weer anders
kunnen, maar nu is deze keuze gemaakt.
De voorzitter:
Gaat u door. We gaan zo meteen beginnen aan de tweede termijn van de
Kamer.
Minister Moes:
Er is gevraagd of ik na wil gaan of er voorbeelden beschikbaar zijn
waarin subsidies voor restauraties wƩl met terugwerkende kracht zijn
verleend. Voor de meest recente rijkssubsidieregelingen kan ik
bevestigen dat een voorwaarde voor deelname aan deze regeling was dat
werkzaamheden nog niet gestart mochten zijn. Reguliere subsidies voor
restauratie van niet-woonhuizen worden verstrekt door provincies. Zij
stellen de voorwaarden daarvoor vast. Voor zover mij bekend kunnen ook
deze subsidies alleen van tevoren worden aangevraagd.
Dan de vraag wat ik vind van de adviezen van de Raad voor Cultuur over
toegang tot cultuur en financiering. Volgens mij heb ik al gezegd dat
het primair aan mijn opvolger in een nieuw kabinet is om een reactie te
geven op dat rapport van de Raad voor Cultuur.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ondanks dat er een verzoek aan het kabinet in zit, zal ik mijn motie
vooral richten aan de Kamer.
Minister Moes:
Voorzitter. Dan ben ik tot slot toe aan de appreciatie van het
amendement.
De voorzitter:
Ja. Alle Kamerleden hebben voor de schorsing het amendement op tafel
gekregen. Het gaat om het amendement van Ceder en Van der Burg op stuk
nr. 38.
Minister Moes:
Ik waardeer de intentie van het amendement om het Joods Cultureel
Kwartier aanvullend te ondersteunen. Volgens mij is hier ook echt sprake
van een zeer uitzonderlijke situatie door de sterk teruglopende
bezoekersaantallen. In de beantwoording van de vragen over andere
instellingen heb ik vandaag aangekaart dat gelijke gevallen in principe
gelijke behandeling verdienen, maar ik zie wel echt dat hier een
uitzonderlijke situatie speelt en dat het Joods Cultureel Kwartier
inderdaad een zeer belangrijke rol speelt in de bekendheid van de
geschiedenis van de Joodse gemeenschap in Nederland en in hun leven nu.
Vanuit deze overwegingen wil ik het amendement oordeel Kamer geven.
Daarbij maak ik wel de kanttekening dat uw Kamer de verantwoordelijkheid
voor het aanwijzen van de dekking volgens mij naar de minister verlegt.
Dat vind ik wel een puntje van bewustzijn hierbij.
De voorzitter:
Het amendement op stuk nr. 38 krijgt oordeel Kamer. Daarmee zijn we
volgens mij ⦠O, er is een vraag van de heer Mohandis.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik heb een technische vraag. U zegt dat de dekking naar de minister
wordt verlegd, maar volgens mij komt het gewoon uit de niet-juridische
verplichtingen op uw begroting en zegt u eigenlijk: het kan. Dat is wat
u zegt. Of begrijp ik het verkeerd?
Minister Moes:
Dat kan zeker, maar de niet juridisch verplichte ruimte wil niet zeggen
dat het gewoon gaat om een pot met geld die beschikbaar is. Er zijn in
principe al keuzes gemaakt. Dat geld heeft dus al een bestemming. Het
kan om allerlei zaken gaan. Dat betekent dat er ruimte gevonden moet
worden, dat er een keuze gemaakt moet worden en dat andere dingen niet
doorgaan. Die ruimte moet gevonden worden. Volgens mij specificeert het
amendement niet precies wat dan niet doorgaat.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Inhoudelijk vind ik het een sympathiek amendement; laat dat helder zijn.
Ik vind wel wat van het criterium van teruglopende bezoekersaantallen,
als je dat relateert aan andere instellingen die problemen hebben. Ik
zou het wat inhoudelijker appreciƫren. U gaat over het oordeel Kamer,
maar dan is het wat mij betreft iets objectiever dan alleen het
teruglopend aantal bezoekers. Dat zou ik willen meegeven aan OCW.
De voorzitter:
Het oordeel is gegeven. Volgens mij kunnen wij dus ⦠De heer
Dassen.
De heer Dassen (Volt):
Het gaat niet over het amendement. Ik heb nog ƩƩn andere vraag. Ik dacht
dat ik die in de eerste termijn gesteld had, maar ik heb daar nog geen
antwoord op gehad. Het was een hele korte vraag over de digitale
archieven. Kunnen we die ook meenemen in de nationale weerbaarheid? We
zien namelijk dat we steeds vaker te maken krijgen met cyberaanvallen.
Die kunnen natuurlijk ook gericht zijn op digitale archieven en
collecties. Kunnen we daar binnen de nationale securitystrategie ook
aandacht voor krijgen?
Minister Moes:
Daar is aandacht voor.
De voorzitter:
OkƩ, dan zijn we aangekomen bij de tweede termijn van de Kamer. U heeft
de gelegenheid om moties in te dienen. Ik wil als eerste het woord geven
aan mevrouw Dijk van D66.
Mevrouw Heera Dijk (D66):
Dank u wel, voorzitter. De motie die ik ga indienen, zal mijn collega
van het CDA toelichten, want we houden de motie over Van Gogh toch
aan.
Dank u wel.
De voorzitter:
De heer Bosma, PVV.
De heer Martin Bosma (PVV):
Dank u wel, voorzitter. U zei voor de lunchpauze dat we hier niet mogen
praten over individuele ambtenaren, maar ik wil toch even een kleine
uitzondering maken. Ik zit hier al heel lang en dit is de eerste keer
dat mevrouw Barbara Wolfensberger niet meer bij ons is. In mijn vorige
functie kwam ik haar vaak tegen in den lande bij tal van culturele
bijeenkomsten. Ik wil haar langs deze weg de groeten overbrengen ā
misschien kan de minister dat doen ā en haar veel succes wensen in haar
volgende baan. Ze gaat iets doen inzake de Antillen; ik ben vergeten
wat. Ik wens haar daar veel succes bij. Dat wilde ik even kwijt.
Voorzitter. Nogmaals, ik dacht: de minister is dubbeldemissionair en het
nieuwe kabinet staat al buiten te wachten, dus hij kan van alles zeggen;
dit is een mooie gelegenheid om eens eventjes met de vuist op tafel te
slaan en op te komen voor onze mooie cultuur en onze mooie tradities.
Maar die schoten voor open doel die ik hem aanlever, mist hij toch een
beetje, zoals de panenka van gisteravond. Sorry, meneer Mohandis, ik
bedoelde het niet persoonlijk. Maar bijvoorbeeld over die rare
diversiteitsvoorwaarden zegt hij: er is een herzieningsronde en dan
wordt het meegenomen. De Kamer heeft gewoon bij zeer ruime meerderheid
gesteld af te willen van die gekke diversiteitsvoorwaarden, al dat
schedel gemeet en vragen als "zitten er wel voldoende zwarten in die
filmscĆØne?" Dat is toch te pijnlijk voor woorden anno 2026? De Tweede
Kamer wil daar gewoon vanaf, dus ik had verwacht dat de minister zou
zeggen: inderdaad, daar stoppen we mee. Een hoop van dat
diversiteitsgedreutel is natuurlijk gewoon anti-blank racisme. Het is in
wezen gewoon in strijd met de Grondwet. Het is het beoordelen van mensen
op hun huidskleur. Dat kan anno 2026 toch niet meer?
De minister verwijst door naar de Kunstraad, maar de Kunstraad is
natuurlijk ook een closed shop. Daar zitten natuurlijk ook allemaal zeer
politiek voorspelbare mensen in. De hele kunstwereld heeft de mond vol
van inclusie en verbinding, maar ze willen wel massaal dat Israƫl
geboycot wordt. Die twee dingen kan ik moeilijk met elkaar rijmen. Ik
vind het jammer dat hij zich bijvoorbeeld niet eens keihard uitspreekt
tegen al dat geboycot.
Ik snap ook niet dat de minister als het gaat over Pieter de la Court,
een belangrijke denker uit de Republiek ā dat is gewoon ƩƩn voorbeeld,
hĆØ ā niet gewoon zegt: hou nou eens even op met altijd maar dat weghalen
van die namen en het plaatsen van bordjes in musea waarop staat dat
mensen niet politiek correct waren of dat ze zes eeuwen geleden
verkeerde dingen hebben gezegd. Het was mooi geweest als de minister
zich daartegen had uitgesproken.
"De Koning gaat over de gouden koets." Ja, dat weet ik ook wel. Maar we
hebben daar in deze commissie vaak over gesproken, en over de vraag of
dat iets te maken heeft met slavernij. Dat heeft het niet. Dat heeft
staatssecretaris Uslu gezegd. Het was mooi geweest als de minister ook
dat balletje had ingekopt en had gezegd: het zou mooi zijn als de gouden
koets weer gaat rijden.
Sensitivity readers zijn verschrikkelijk. Dat is gewoon een aantasting
van de literatuur. Mensen moeten door politiek correcte hoepeltjes
springen. Ze mogen allerlei kwetsende woorden niet meer gebruiken. Het
is jammer dat hij zich daar niet tegen uitspreekt.
Ik ben wel blij met het feit dat de minister over tal van tradities,
inclusief Zwarte Piet en het behoud daarvan, zegt: dat vind ik mooi. Dat
is eindelijk eens een positieve opmerking van een bewindspersoon in de
richting van onze hardwerkende kindervriend, Zwarte Piet.
Voorzitter. Ik heb nog een tweetal moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat honderden culturele organisaties hebben besloten
Israƫl te boycotten;
overwegende dat wanneer de Nederlandse regering deze culturele
organisaties van subsidie voorziet, zij indirect meewerkt aan een boycot
van Israƫl;
van mening dat dit onacceptabel is;
verzoekt de regering geen subsidie meer beschikbaar te stellen voor
culturele organisaties die Israƫl boycotten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Martin Bosma.
Zij krijgt nr. 39 (36800-VIII).
De heer Martin Bosma (PVV):
En dan de tweede, voorzitter, om even te vieren dat de minister zich
positief heeft uitgelaten over onze hardwerkende kindervriend.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat uit recent representatief onderzoek is gebleken dat
het merendeel van de Nederlanders nog steeds achter Zwarte Piet
staat;
van mening dat er een einde dient te komen aan de afbraak van onze eigen
cultuur en tradities;
stelt vast dat Zwarte Piet zwart is,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Martin Bosma.
Zij krijgt nr. 40 (36800-VIII).
De heer Martin Bosma (PVV):
Dank u wel. Tot zover mijn bijdrage, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Van der Burg van de
VVD.
De heer Van der Burg (VVD):
Ja, kort, voorzitter. Enerzijds heeft de minister namelijk bij heel veel
dingen aangegeven dat we het er met zijn opvolger over moeten hebben,
dus dat zullen we dan ook doen. Twee: we hadden alleen een amendement en
dat is al ingediend en beoordeeld.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Mohandis,
GroenLinks-PvdA.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, dank u wel. Ook dit debat laat zien dat de cultuursector
voor grote uitdagingen staat, ook de komende tijd. We hebben het over de
technologische ontwikkelingen rondom AI gehad, maar ook over de positie
van makers als het gaat om fair pay en alles wat daarmee te maken heeft.
Zoals ik in mijn betoog heb gezegd, is het ook belangrijk dat een komend
kabinet niet begint met valse starten als een btw-verhoging op een
bibliotheekabonnement of een museumbezoekje. Daar begon de PVV gelijk
mee aan de start van deze kabinetsperiode: heel gretig de cultuursector
slopen en een gewoon abonnement duurder maken. Laten we dat soort
gekkigheid achter ons laten en de komende jaren gewoon weer bouwen aan
een sterke culturele sector.
Dan kom ik gelijk bij mijn moties. Ik ga ze gewoon een voor een af. We
hebben het gehad over de wettelijke verankering en de toekomst. Er gaat
veel geld om in de culturele sector, of relatief veel geld. Daar kun je
politiek natuurlijk anders naar kijken, maar belangrijk is dat er weinig
wettelijk is vastgelegd. Er is wel een wet, maar als het geld zou worden
wegbezuinigd, dan hebben we geen functies of doelen gedefinieerd. Daar
moet verandering in komen. Daarom de volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat een van de belangrijke aanbevelingen van de Raad voor
Cultuur in zijn advies Toegang tot cultuur een wettelijke verankering
betreft van de rol- en taakverdeling van de overheden bij de
cultuurverdeling, met een algemene zorgplicht en een aantal concreet
benoemde taken waarmee een provincie- of gemeentebestuur zich in elk
geval moet bezighouden;
overwegende dat vanaf 2029 een nieuw cultuurbestel gestalte moet
krijgen;
van oordeel dat hierbij niet alleen een tijdpad voor de spreiding van de
cultuurmiddelen nodig is, maar tevens een realisatie van cultuurdoelen
in de zin van toegankelijke cultuurvoorzieningen voor iedereen;
verzoekt de regering om concrete stappen uit te werken naar zo'n
wettelijke verankering, en de Kamer hierover te informeren vóór het
debat over de OCW-begroting voor 2027,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Mohandis en Heera Dijk.
Zij krijgt nr. 41 (36800-VIII).
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
De motie is mede-ingediend door mevrouw Heera Dijk, want er zijn
meerdere Dijken in dit huis.
Voorzitter. De volgende motie gaat over die bijstellingen die wel
plaatsvinden op andere delen van de OCW-begroting, waarvan wij hier
vandaag een onderdeel bespreken. Dat is die prijsbijstelling. Die heeft
ook te maken met lonen en dergelijke.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat bij het cultuurbeleid, anders dan bij het mediabeleid,
de prijsbijstelling niet gewaarborgd is;
van oordeel dat de cultuursector hierdoor herhaaldelijk kan worden
getroffen door "stille bezuinigingen";
verzoekt de regering om voorstellen uit te werken om voor de bekostiging
van het cultuurbeleid de prijsbijstelling wettelijk te waarborgen, en de
Kamer hierover te informeren voorafgaand aan het debat over de
OCW-begroting,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Mohandis.
Zij krijgt nr. 42 (36800-VIII).
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Tot slot, voorzitter, een motie over de bibliotheken. Dat is voor ons
een belangrijk onderwerp. We kijken uit naar de wet. Desalniettemin
willen wij ook dat de vaart erin blijft, en dat gaat niet zozeer om dat
gratis; niets is gratis in dit leven. Maar cultuur levert ook veel op;
het is niet alleen maar kijken naar wat iets kost.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat financiƫle drempels voor lidmaatschap van de openbare
bibliotheek, zoals lidmaatschapsgeld en boetes, zouden moeten worden
weggenomen, opdat bibliotheken optimaal de leescrisis onder jongeren
structureel helpen tegengaan, ongeacht de portemonnee van jong en
oud;
constaterende dat de gemeente Rotterdam sinds 1 mei jongstleden alle
inwoners een kosteloos lidmaatschap aanbiedt van de openbare bibliotheek
en de gemeente Groningen aan mensen van 27 jaar en jonger kosteloos een
lidmaatschap van de bibliotheek gaat aanbieden;
verzoekt de regering om samen met gemeenten en de openbare bibliotheken
te bezien hoe deze uitstekende Rotterdamse en Groningse initiatieven
breder kunnen worden uitgerold, met pilots waarbij tevens in andere
gemeenten inwoners zonder financiƫle drempels lid kunnen worden van de
openbare bibliotheken, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Mohandis.
Zij krijgt nr. 43 (36800-VIII).
Dank u wel. Een vraag van de heer Van Houwelingen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Ik heb een korte vraag. Ik heb de heer Mohandis zojuist niet over het
Prinsenhof gehoord, waar hij zich zo hard voor heeft ingezet. Ik
kondigde mijn vraag eigenlijk al aan in de eerste termijn: is de heer
Mohandis daar tevreden over? Want eigenlijk heeft hij geen toezegging
gehad voor het geld en heeft de minister, heel eerlijk, gezegd dat de
Kamer daar niet over gaat. Is hij daar tevreden over?
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Nee. Dat is het korte antwoord. Ik ben zeer ontevreden. Ik zeg daar
gelijk bij dat het niet onaardig is bedoeld. De minister heeft denk ik
zijn best gedaan om de vraag hier te beantwoorden, maar de minister is
ook een beetje uitgeregeerd over drie Ć vier weken. We hebben dan gewoon
te maken met een nieuwe politieke realiteit. Ik hoor wel dat ook de
formerende partijen iets vinden van het Prinsenhof, en meer dan iets. De
grootste fractie woont ook in Delft, zeg ik maar even. Dus ik ga ervan
uit dat we dit de komende maanden gaan oppakken. En er zijn meer wegen
naar Rome; als de ene regeling niet kan, zo heb ik geleerd in de
politiek, dan is er altijd een andere regeling te vinden. Dus onze
strijd blijft.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Tijmstra van het CDA.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik was blij met de toezegging, maar we kregen
tijdens het debat ook te horen dat zo'n overleg met het Van Gogh Museum
op heel korte termijn moet plaatsvinden. Dus nu zat ik wat te twijfelen,
als beginnend Kamerlid. Ik wil niet dat er ruimte ontstaat tussen wat
wij, zeg maar, bedoelen in de toezegging en wat de interpretatie is,
zonder dat je daarop stuurt of zo. Ik zou het vervelend vinden als daar
ruis op komt. Daarom hebben we besloten om die motie over het Van Gogh
Museum toch in te dienen. Dan is in ieder geval heel duidelijk wat wij
beogen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het Van Gogh Museum een museum is met grote culturele,
maatschappelijke en internationale waarde;
constaterende dat het Van Gogh Museum voor een noodzakelijk grootschalig
onderhoud van het pand staat;
overwegende dat een garantstelling een mogelijke oplossing zou kunnen
zijn om uit de ontstane impasse te komen;
verzoekt de regering op korte termijn, maar uiterlijk binnen vier weken,
opnieuw met het Van Gogh Museum in gesprek te gaan om binnen het huidige
stelsel tot een oplossing te komen, met als denkrichting garantstelling,
en de Kamer te informeren over dit proces en de uitkomsten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Tijmstra en Heera Dijk.
Zij krijgt nr. 44 (36800-VIII).
Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Nanninga van JA21.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Voorzitter, dank u wel. Dank aan de minister voor de beantwoording, maar
ik vind dit hele verhaal een beetje te makkelijk. Er zit, piepend en
krakend weliswaar, twee jaar lang het meest rechtse kabinet ooit. Deze
minister zit hier namens BBB. Dat is een partij waarvan ik weet dat ze
niets van wokisme en DEI-beleid moeten hebben. Zowel deze minister als
zijn voorgangers zijn er in die twee jaar niet in geslaagd om de
buitengewoon discriminerende en polariserende diversiteitscodes te weren
als voorwaarde voor subsidie. Dat zijn voorwaarden waarvan de minister
net in zijn beantwoording, na enig aandringen, toegeeft dat die toch wel
redelijk bindend zijn, terwijl ik heb aangetoond dat die voorwaarden
strijdig zijn met het gelijkheidsbeginsel. Vervolgens schuift hij het af
op de Raad voor Cultuur. Zo zijn wij niet getrouwd. De voorwaarden
waaronder wij ons gemeenschapsgeld spenderen zijn natuurlijk in ultimo
aan de Kamer, maar zeker ook aan de minister die verantwoordelijk is
voor beleid. De minister is beleid, zou een PVV'er misschien zeggen.
Natuurlijk is de minister nu demissionair; dat begrijp ik. Maar zelfs
een kabinet met VVD, PVV, NSC en BBB liet zich ringeloren door de uit
Amerika overgewaaide linkse onzin. Ik gaf er al voorbeelden van, maar er
zijn er nog veel meer als het gaat om fatsoenlijk beheer van geld dat
wij aan cultuur spenderen.
Over die diversiteitscodes is in de eerste termijn nog een vraag
onbeantwoord gebleven. Mijn vraag aan de minister was hoe een voorbeeld
van best practice dat ik gaf, dat uitgaat van uitsluiting op basis van
genderidentiteit, zich verdraagt met het gelijkheidsbeginsel. Vooral is
mijn vraag waarom exclusiviteit, dus uitsluiting op basis van
genderidentiteit, hier wordt gepresenteerd als een deugd. Dit terwijl
vergelijkbare uitsluiting op andere gronden in elke andere context
onacceptabel zou zijn. Wanneer wordt uitsluiting inclusie? En wie
bepaalt dat omslagpunt? Graag een concrete appreciatie van de minister.
Ook al genoemd is de aangenomen motie van Van Zanten van BBB, waarin de
regering wordt verzocht om subsidiebeleid gericht op inclusie en
diversiteit geen dwingend karakter te geven voor cultuurinstellingen.
Hoe wordt hier gevolg aan gegeven?
Dan nog even een leuk weetje voor meneer Bosma van de PVV. De minister
zegt terecht dat uitgeverijen commerciƫle bedrijven zijn. Die mogen
sensitivity readen tot zij een ons wegen. Maar dat zit anders bij een
wel degelijk zwaar gesubsidieerde instelling als het Tropenmuseum, dat
ook geen "tropenmuseum" meer mag heten. Het heet nu anders, maar ik weet
even niet meer hoe, maar de term "tropenmuseum" is ook al kwetsend
natuurlijk. Dat museum hanteert een verbodenwoordenlijst. Dat doen meer
gesubsidieerde musea trouwens. Dat is een lijst met verboden woorden
voor het personeel. Daar betalen wij dus ook gewoon aan mee. Dat gaat
heel ver. Dat gaat niet over scheldwoorden, die je vroeger misschien
gebruikte, maar over het feit dat je bijvoorbeeld voor inheemse volkeren
het woord "stam" niet meer mag gebruiken, bijvoorbeeld "een stam in het
Amazonegebied". Een tipi, zo'n indianentent, mag je geen "tipi" meer
noemen. "Indiaan" en "Eskimo" mag je trouwens ook niet meer zeggen. Er
zijn dus nog genoeg voorbeelden van gesubsidieerde woordencensuur, waar
de minister zich naar hartenlust tegen kan uitspreken. Ik nodig hem ook
uit om dat te doen.
Tot slot, voorzitter, nog een heel klein puntje. Ik hoop op een
toezegging, want dat scheelt weer een motie. Het gaat om de HJ
Schoo-lezing van de Vlaamse premier De Wever. Daarin stipte hij aan dat
er enige Vlaamse beeldjes ooit tijdens de Beeldenstorm zijn geroofd. Die
bevinden zich nu in het Rijksmuseum in Amsterdam. Kan de minister
toezeggen dat hij, al is het verkennend, eens in overleg wil treden met
het Rijksmuseum om te kijken of we die terug kunnen geven aan onze
Vlaamse broeders?
Tot zover, voorzitter, dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Er is een vraag van de heer Mohandis.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Waar mevrouw Nanninga en ik het denk ik over eens zijn, is dat dit
kabinet een dikke onvoldoende krijgt als het gaat om de prestaties die
het heeft geleverd op cultuurbeleid. Veel plannen, een mislukte
btw-verhoging en stilstand; dat is mijn samenvatting. U geeft ze ook een
onvoldoende, maar dan vanuit een ander perspectief. U heeft gezegd: wat
hebben deze vier partijen nu eigenlijk bereikt? Begrijp ik dat goed?
Maak ik daaruit ook op dat een volgend kabinet vanuit uw perspectief nog
minder gaat bereiken, of heeft u goede hoop op waar een komend
minderheidskabinet mee gaat komen?
De voorzitter:
U heeft het niet tegen mij, maar tegen mevrouw Nanninga.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Via u richting JA21.
Mevrouw Nanninga (JA21):
De kwalificatie "onvoldoende" op het gebied van cultuurbeleid is voor
rekening van de heer Mohandis. Ik constateer op dit punt in ieder geval
dat het mij wat tegenviel, voor het meest rechtse kabinet ooit. Er is
toch wel heel veel erg links beleid in stand gehouden en uitgevoerd. Wat
betreft de verwachtingen voor het nieuwe kabinet noemde ik in mijn
eerste termijn al een vaag antwoord van het CDA. Van hen moest cultuur
vooral weer gaan verbinden. Daar krijg ik al een beetje de rillingen
van. Ik weet niet waar ze mee gaan komen. Het is een linkser kabinet,
met D66 en CDA erbij, dan we nu hadden. Van mijn kant, maar dat is een
andere kant dan waar meneer Mohandis staat, hou ik dus mijn hart vast op
het onderwerp dat ik nu heb uitgelicht. Dat is die diversiteits- en
inclusiewaanzin in de cultuursector. We gaan het dus zien.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Kan ik daaruit opmaken dat JA21 de kans heel klein acht dat zij het
beleid van een komend minderheidskabinet gaan steunen? Dat hoor ik
eigenlijk uit uw betoog, of ga ik daarin te ver? Misschien kom ik daarop
terug bij een volgend debat; dat sluit ik niet uit.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Nou, laten we eerst eens kijken waar ze mee komen. Ik wil best een
eindje mee speculeren met meneer Mohandis. Ik sprak al het bange
vermoeden uit dat het er op dit gebied, het kunst- en cultuurbeleid,
allemaal niet van opknapt. Wij zijn een rechtse partij, dus hoe linkser
het beleid, hoe vervelender wij dat vinden. Dit gaat een stukje linkser
worden dan we tot nu hadden. Dat is het enige wat ik erover kan zeggen,
zeg ik tegen meneer Mohandis. Wij gaan gewoon steunen wat we goed
vinden, maar zeker ook datgene verwerpen waar we niet vrolijk van
worden.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Van Houwelingen, Forum voor Democratie.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Ja. Allereerst dank aan de minister voor de beantwoording. Ik was er
niet altijd blij mee, maar het was in ieder geval duidelijk. Ik kijk ook
heel erg uit naar de brief over amateurarcheologie. Ik had een motie op
zak om het Verdrag van Malta op te zeggen, maar ik zal eerst die brief
maar eens gaan lezen.
Ik heb ook nog een andere motie, die natuurlijk gaat over het hoofdpunt
dat we gemaakt hebben en dat al een paar keer aan de orde is gekomen.
Dat is dat wij, om alle redenen die ik heb genoemd, van mening zijn dat
de Kamer uiteindelijk beter een politieke afweging kan maken met
betrekking tot specifieke cultuursubsidies ā wat inherent ook een
politieke afweging is ā dan de Raad voor Cultuur of de cultuurfondsen,
die daarvoor al helemaal niet divers genoeg zijn. Daarom zou ik daarover
ƩƩn motie willen indienen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering er zorg voor te dragen dat in de Wet op het
specifiek cultuurbeleid, die nu in voorbereiding is, niet de Raad voor
Cultuur of de cultuurfondsen maar de Tweede Kamer in laatste instantie
het besluit kan nemen (en de afweging kan maken) over de toewijzing van
een (specifieke) cultuursubsidie,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Houwelingen.
Zij krijgt nr. 45 (36800-VIII).
De heer Van Houwelingen (FVD):
De Kamer hoeft dat besluit dus niet te nemen maar moet het wel kunnen.
Ik ga er daarbij van uit dat de minister oordeel Kamer geeft, omdat hij
net in zijn termijn duidelijk heeft aangegeven dat dit bij de Kamer
ligt. De motie is dus vooral gericht aan mijn ambtsgenoten.
Dank.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan mevrouw Van der Plas van BBB.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Ik wil graag beginnen met het feit dat we
vanmorgen hebben gehoord dat de directeur van Naturalis, Marjolein van
Breemen, dit weekend plotseling is overleden. Daar is iedereen heel erg
van geschrokken. Ik wil vanaf deze plek mijn condoleances geven aan de
familie, de collega's, vrienden en andere nabestaanden. Ik denk dat ik
dat namens de hele commissie kan doen. Heel veel sterkte gewenst voor
iedereen.
Dan ga ik over naar mijn moties. Ik ga gelijk maar beginnen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Duitse parlement een voorstel heeft aangenomen om
overheidsfinanciering stop te zetten voor groepen en organisaties die
Israƫl boycotten en antisemitische uitingen doen;
verzoekt de regering te onderzoeken waar de eigen geldkraan
dichtgedraaid kan worden voor culturele instellingen, groepen en
organisaties die Israƫlische en Joodse artiesten of instellingen
boycotten en/of zich schuldig maken aan antisemitisme of het aanzetten
daartoe, en de Kamer daarover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 46 (36800-VIII).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat er een onredelijk groot verschil zit tussen provincies
in financiering vanuit het Rijk per hoofd van de bevolking;
overwegende dat de culturele basisinfrastructuur essentieel is voor de
regionale spreiding van cultuursubsidies;
overwegende dat momenteel niet alle regio's vertegenwoordigd zijn in de
categorie theater;
verzoekt de regering om in de herinrichting van het bestel vanaf 2029 de
regionale verspreiding zo te verankeren dat elke provincie standaard
bekostiging krijgt van het Rijk voor een theatergezelschap,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 47 (36800-VIII).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Vondelkerk op nieuwjaarsdag door brand zwaar is
beschadigd en dat het verlies van erfgoed grote impact heeft op onze
nationale identiteit;
overwegende dat erfgoed niet alleen een fysieke structuur is, maar een
drager van geschiedenis, cultuur en verbondenheid;
overwegende dat herstel of heropbouw bij verwoesting van erfgoed
bijdraagt aan het behoud van deze waarden;
verzoekt de regering om, in overleg met gemeenten en provincies, een
landelijke handreiking op te stellen waarin wordt vastgelegd dat bij
verwoesting van cultureel en religieus erfgoed in eerste instantie wordt
ingezet op herstel of heropbouw,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 48 (36800-VIII).
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Mag ik nog ƩƩn motie doen, voorzitter? Dank u wel.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat agrarisch erfgoed en streekgebonden tradities veel
breder zijn dan ƩƩn museum;
overwegende dat groene weilanden met koeien, vissersboten, historische
molens en bollenvelden stuk voor stuk onderdelen zijn van de Nederlandse
cultuur en identiteit;
verzoekt de regering om het behoud van agrarisch erfgoed,
visserijcultuur en streekgebonden tradities expliciet te verankeren in
het toekomstige cultuurbestel en hiervoor een structurele
financieringslijn en wettelijke beschermingsstatus te ontwikkelen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 49 (36800-VIII).
Mevrouw Van der Plas (BBB):
U ziet mij misschien een beetje lachen, maar ik hoor mevrouw Bromet
denken. Er is nóg een agrarisch museum en dat staat in Middenbeemster.
Dat wil ik er dus nog even bij gezegd hebben.
Dank u wel.
De voorzitter:
Waarvan akte. Dan is nu het woord aan de heer Dassen van Volt.
De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter. Dank aan de minister voor de beantwoording en de
toezeggingen. Ik heb nog ƩƩn motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering om voor de OCW-begroting met een voorstel te komen
om de Cultuurkaart te indexeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dassen.
Zij krijgt nr. 50 (36800-VIII).
Dank u wel. Ik kijk even naar de minister om te kijken of tien minuten
voldoende is om te kunnen appreciƫren. Hij heeft iets langer nodig, hoor
ik. OkƩ, dan schors ik de vergadering tot 15.05 uur.
De vergadering wordt van 14.46 uur tot 15.07 uur geschorst.
De voorzitter:
We gaan beginnen met de appreciatie door de minister. We hebben twaalf
moties voor ons liggen. Als het goed is, heeft iedereen die op tafel
liggen. De minister gaat vertellen wat hij ervan vindt. Het woord is aan
de minister.
Minister Moes:
Dank u wel, voorzitter. Als eerste wil ik even ingaan op de vraag om een
toezegging over de teruggave van mogelijk geroofde kunst aan Belgiƫ. In
principe behandelen we verzoeken om roofkunst terug te geven gewoon, via
de commissie die daartoe is aangesteld. Als Belgiƫ verzoekt om in
gesprek te gaan, gaan wij daar natuurlijk sowieso op in. Dat is dus geen
probleem. Ik wacht het verzoek graag af.
Dan het spanningsveld tussen inclusie versus uitsluiting. Dat is gewoon
een lastige balans die je moet hanteren. Enerzijds wil je de ruimte
hebben om ook voor specifieke doelgroepen iets te kunnen faciliteren.
Dat kan een trans groepje of een mannenkoor zijn. Verzin maar iets. Die
diversiteit wil je graag hebben. Anderzijds wil je uitsluiting
voorkomen. "Uitsluiting" betekent wat mij betreft dat het hele veld
structureel een groep permanent uitsluit op ongeoorloofde gronden. Dan
heb je het specifiek over uitsluiting. Dat zou wat mij betreft het
omslagpunt zijn. Het kan dus prima voorkomen dat bepaalde groepen of
instellingen zeggen: wij bedienen een bepaalde doelgroep. Dan heb je het
dus over die pluriformiteit. Anderzijds wil je wel dat er binnen het
bestel plek blijft voor elke groep en voor elk geluid.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Dus de minister vindt het okƩ als toegang tot een gesubsidieerd
evenement uitdrukkelijk alleen bedoeld is voor mensen met een bepaald
kenmerk en als anderen daar dan dus echt niet mogen komen? Dat is prima,
zegt hij.
Minister Moes:
Ik ben niet intiem bekend met dit specifieke voorbeeld, maar het is op
zich geoorloofd om je te richten tot bepaalde doelgroepen en je daarmee
inherent niet op andere doelgroepen te richten, maar dat is iets anders
dan wanneer het stelselmatig over de hele linie gebeurt. Stel dat
niemand die niet trans is überhaupt toegang zou hebben tot
cultuursubsidies. Dan zouden we daadwerkelijk een probleem hebben.
Mevrouw Nanninga (JA21):
De minister brengt het nu terug tot het aantal evenementen waarvoor dat
zou gelden, maar dat is natuurlijk niet de vraag. De vraag is of het in
de haak is als een evenement "toch echt alleen weggelegd is voor ā in
dit geval ā trans mensen". Dat wordt letterlijk gezegd. Stel je nou voor
dat je daar "blanke mensen" zou invullen, of "mannen". Dat is toch niet
okƩ als criterium, ook al is het maar ƩƩn evenement? Dat heeft toch ook
niets te maken met het faciliteren voor bepaalde doelgroepen? Daar is
helemaal niemand op tegen, denk ik. Er wordt gewoon letterlijk een
voorbeeld aangehaald, als best practice nota bene, waarin expliciet
wordt gezegd dat toegang alleen bedoeld is voor die bepaalde
groep.
Minister Moes:
Nogmaals, het bedienen van bepaalde doelgroepen, en daarmee dus
uiteindelijk het niet bedienen van andere doelgroepen binnen zo'n
project, is op zich niet heel raar. Natuurlijk gelden de grenzen van het
strafrecht altijd, maar op zich is daar ruimte voor, juist binnen die
pluriformiteit.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Nanninga (JA21):
De minister draait eromheen. Dat is niet wat hier gebeurt. Dat is
letterlijk niet wat hier gebeurt. Er is een evenement waarbij op basis
van een kenmerk toegang aan anderen wordt ontzegd. De minister zegt dus
feitelijk dat het prima is als ik een evenement laat subsidiƫren waarvan
ik zeg dat het alleen voor blanke mensen is.
Minister Moes:
Nogmaals, ik ken deze specifieke casus niet dusdanig intiem dat ik kan
zien of hier daadwerkelijk letterlijk de toegang aan alle andere mensen
zou worden ontzegd. Mochten er vermoedens zijn van dingen die niet
kunnen, dan hebben we daar gewoon het strafrecht voor. Uiteindelijk
bepaalt de rechter waar die grens precies ligt.
De voorzitter:
Dank u wel. Heeft u alle vragen beantwoord? Dat is het geval. Dan gaan
we over tot de appreciaties van de moties.
Minister Moes:
De motie op stuk nr. 39 van het lid Bosma verzoekt de regering geen
subsidie meer beschikbaar te stellen voor culturele organisaties die
Israƫl boycotten. Dat vind ik ingewikkeld, omdat die motie zich
uitspreekt over ƩƩn specifiek land. Als de bedoeling van de heer Bosma
zou zijn om te kijken of we in de subsidievoorwaarden kunnen opnemen dat
instellingen geen landen mogen boycotten, dan ben ik best bereid om
daarnaar te gaan kijken en daar een verkenning voor op te starten. Maar
de motie zoals die nu specifiek geformuleerd is, vind ik te daarvoor te
smal. In deze vorm zou ik 'm ontraden, maar ik zou willen vragen of de
heer Bosma bereid is om het met deze toezegging te doen.
De heer Martin Bosma (PVV):
Nou nee, want ik vind die toezegging iets te vaag. De minister zegt dat
hij naar de subsidievoorwaarden zal kijken, maar deze minister is over
een paar weken misschien geen minister meer. Ja, we hadden het misschien
anders gewild, maar it is what it is. Dat is dus erg weinig. Waar zou
dat dan bovendien vermeld worden? Zou de minister ook echt van plan zijn
om dat in beton te gieten, of blijft het bij een soort voornemen?
Minister Moes:
Ik noem het een verkenning of een voornemen, omdat dan nog wel goed
uitgezocht moet worden wat daar de haalbaarheid van is en wat voor haken
en ogen er dan eventueel gevonden zouden worden. De heer Bosma heeft
helemaal gelijk dat ik hier over een paar weken waarschijnlijk niet meer
zal zitten.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 39: ontraden.
De motie op stuk nr. 40 ⦠O, neem me niet kwalijk, mevrouw Van der Plas
heeft ook nog een vraag.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik constateer dat de minister deze motie ontraadt, maar de toezegging
die hij daarbij doet kan hij toch evengoed nog wel uitvoeren? Niemand
houdt de minister toch tegen om deze motie te ontraden en parallel
daaraan te kijken wat er kan op basis van het boycotten van
landen?
De voorzitter:
Om het een toezegging te laten zijn, moet er een brief met een datum
naar de Kamer komen. Wanneer kunnen wij die brief dan verwachten?
Minister Moes:
Dat zal rond mei zijn.
De motie op stuk nr. 40 hoef ik niet te appreciƫren, want dat is een
uitspraak van de Kamer.
De motie op stuk nr. 41 ā¦
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 40 is een spreekt-uitmotie.
De heer Martin Bosma (PVV):
Dat klopt, en de minister heeft er helemaal gelijk in dat hij daar niets
over hoeft te zeggen, maar het staat hem natuurlijk vrij om gewoon nog
een paar warme woorden aan onze hardwerkende kindervriend te wijden,
want net ging hij die kant op, and it makes my day, zal ik maar zeggen.
Ik zou hem dus toch willen aanraden om misschien nog even wat scherper
te zeggen dat ook hij, net als twee derde van de Nederlandse bevolking,
gewoon zegt: Zwarte Piet is zwart.
Minister Moes:
"What's in a name?" zal ik maar zeggen. Ik heb in elk geval als kind
enorm genoten van alle aandacht, grappen en pepernoten die ik destijds
kreeg van Zwarte Piet.
De motie op stuk nr. 41, over de wettelijke verankering en de
zorgplicht, zou ik toch als ontijdig willen bestempelen, omdat dit echt
te groot is. Het is echt aan een nieuw kabinet. Er is ook behoorlijk wat
geld mee gemoeid. Anders zou ik die moeten ontraden, dus ik zou de motie
nu als oordeel ontijdig willen geven. Het is echt aan een nieuw
kabinet.
De voorzitter:
Meneer Mohandis, wilt u 'm aanhouden?
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik weet niet wat "ontijdig" is; ik moet altijd even nadenken over wat
dat dan inhoudt. Het zou wat zijn als alles wat wij doen ontijdig
is.
De voorzitter:
Ik zal het even voorlezen: "Als de indiener de motie niet meteen wenst
aan te houden, dan dient de bewindspersoon de motie alsnog van een
oordeel te voorzien". U moet dus nu zelf even een keuze maken.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik houd de motie vooralsnog niet aan. Dat kan nog tot de stemmingen. Ik
houd de motie dus nu niet aan. Het blijft dus nog even ...
De voorzitter:
En dan wordt de motie ontraden, neem ik aan.
Minister Moes:
Ja, dan wordt de motie ontraden, voorzitter.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 41: ontraden. Dan de motie op stuk nr. 42.
Minister Moes:
De motie op stuk nr. 42: ook ontraden. De prijsbijstelling wettelijk
borgen heeft nogal wat consequenties.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 42: ontraden. Dan de motie op stuk nr. 43.
Minister Moes:
De motie op stuk nr. 43, over de bibliotheken en de pilot, is ook
ontijdig. Wij voeren daar momenteel een onderzoek naar uit.
De voorzitter:
Wilt u de motie aanhouden of niet?
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Als de minister kan aangeven of dit soort goede voorbeelden betrokken
worden bij dat onderzoek, zodat we op die manier de implicaties kunnen
wegen om over te gaan tot invoering van zoiets. Dat kan ik namelijk niet
overzien. Het is namelijk wel zo dat we de bibliotheekherziening eerder
krijgen dan het onderzoek. Daar zit ik dus nog even mee te worstelen,
maar daar kunnen we als Kamer een beetje op stuwen en duwen. Ik houd de
motie dus voorlopig aan.
De voorzitter:
OkƩ.
Op verzoek van de heer Mohandis stel ik voor zijn motie (36800-VIII, nr.
43) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
Minister Moes:
De motie op stuk nr. 44 is overbodig. Ik ben doorlopend in gesprek met
het Van Gogh Museum, ook over de genoemde onderwerpen.
De voorzitter:
Wilt u de motie aanhouden of intrekken, mevrouw Tijmstra?
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Ik stel voor de motie dan aan te houden. Dan wachten we gewoon even de
terugkoppeling af.
De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Tijmstra stel ik voor haar motie (36800-VIII, nr.
44) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 45, in hanenpoten.
Minister Moes:
De motie op stuk nr. 45: ontraden.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Wordt deze motie wel toegelaten? Dat vroeg ik mij af, voorzitter.
De voorzitter:
Voor de kijkers: het is een handgeschreven motie. Echt ambacht.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Het lijkt wel omgekeerd Arabisch.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Excuus voor het handschrift, maar dit is toch opmerkelijk, want de
minister zegt nu "ontraden". We hebben hier net een debat over gehad.
Toen was de positie van de minister, teleurstellend maar wel
begrijpelijk, "dit is aan een volgend kabinet". Ik richtte 'm ook
eigenlijk niet zo zeer aan het kabinet, maar vooral aan de ambtgenoten,
en dan zegt de minister: ontraden. Dan had ik daar graag een debat over
gehad, want de minister heeft nu blijkbaar toch ineens een oordeel over
die motie. Dat begrijp ik niet. Dat is mijn vraag.
Minister Moes:
Ik sta voor het stelsel zoals het nu is en ik ga mij niet vanuit dit
kabinet richten op zulke fundamentele wijzigingen van het stelsel. Ik
heb inderdaad in de beantwoording eerder gezegd dat dit een fundamenteel
politiek debat is. Als je zegt dat wij als Kamer ultimo over de
individuele subsidietoekenningen gaan, dan heeft dat nogal wat
implicaties en dan ga je nogal wat doen. Daar kun je een debat over
voeren en dat juich ik natuurlijk alleen maar toe, maar vanuit dit
kabinet ontraad ik 'm.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Van Houwelingen (FVD):
EƩn vervolgvraag. Ik vraag de minister niet om de motie over te nemen.
Ik vraag hem eigenlijk om de motie oordeel Kamer te geven, om te doen
wat "oordeel Kamer" betekent, namelijk het over te laten aan de Kamer.
Nu is het oordeel van de minister "ontraden". Dat is toch heel vreemd,
als ik het debat net goed begrepen heb?
Minister Moes:
Uiteindelijk gaat de Kamer over haar eigen stemmingen. Vanuit het
kabinet kan ik niet zeggen dat wij dit een goed idee vinden.
De voorzitter:
Als de motie ontraden is, kan de Kamer er evengoed nog voorstemmen. De
motie op stuk nr. 45 is ontraden. De motie op stuk nr. 46?
Minister Moes:
De motie op stuk nr. 46 verzoekt de regering te zoeken naar
mogelijkheden om de geldkraan dicht te draaien voor culturele
instellingen en groepen. Die moet ik ook ontraden. Volgens mij is de
strekking van de motie in lijn met een eerdere motie die ook vraagt om
onderzoek te doen hiernaar. Dat onderzoek loopt nog. Ik zei al dat de
beantwoording volgens mij wordt gecoƶrdineerd door de minister van BZK.
Er komt dus sowieso nog een antwoord naar uw Kamer op de eerder
ingediende motie, ik geloof dat die van het lid Van Zanten was
destijds.
De voorzitter:
Een vraag aan mevrouw Van der Plas: wilt u de motie aanhouden of wel in
stemming brengen?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nee, ik wil 'm in stemming brengen, zeker gezien de eerdere woorden hier
van de minister, om te kijken of je dat op basis van landen kunt doen.
Dan hoort Israƫl daar ook bij. Volgens mij kan de motie op basis daarvan
ook gewoon oordeel Kamer krijgen.
De voorzitter:
Maar de minister zegt ontraden, dus de motie op stuk nr. 46 is ontraden.
De motie op stuk nr. 47?
Minister Moes:
De motie op stuk nr. 47 is ontijdig. Ik zou de Kamer willen vragen deze
aan te houden tot de uitgangspunten van het stelsel vanaf 2029 bekend
zijn.
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas schudt nee, dus die motie wordt wel in stemming
gebracht en krijgt het oordeel ontraden. De motie op stuk nr. 48?
Minister Moes:
De motie op stuk nr. 48: overbodig.
De voorzitter:
Overbodig. Ik wil even aan mevrouw Van der Plas vragen wat ze doet met
deze motie.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik zou graag de motivatie voor "overbodig" willen horen.
De voorzitter:
Kan de minister die motivatie geven?
Minister Moes:
Ik heb er vertrouwen in dat met het huidige erfgoedstelsel het behoud
van de waarden voldoende is geborgd.
De voorzitter:
Wilt u de motie aanhouden? Gewoon in stemming brengen? Ja? Dan krijgt de
motie het oordeel "ontraden". De motie op stuk nr. 49.
Minister Moes:
Die moet ik ook ontraden. Agrarisch erfgoed gaat mij ook aan het hart.
Immaterieel erfgoed is, zoals ik in mijn beantwoording zei, al goed
verankerd. Deze motie vraagt ook om extra budget, maar dat is echt aan
een volgend kabinet.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 49: ontraden. Dan zijn we toegekomen aan de
toezeggingen ... Sorry, de motie op stuk nr. 50 hebben we nog;
excuus.
Minister Moes:
De motie op stuk nr. 50: ook ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 50: ontraden.
Dan zijn we bijna aan het einde gekomen van het commissiedebat. De
minister heeft de volgende toezeggingen gedaan.
De onderzoeksresultaten over geografische spreiding worden medio dit jaar verwacht en met de Kamer gedeeld.
Contouren van het cultuureducatiebeleid worden in 2027 gedeeld met de Kamer.
In het najaar ontvangt de Kamer een brief over de stand van zaken rondom fair pay. Hiervan zijn de jonge makers integraal onderdeel.
Over het Ierse experiment met jonge makers ontvangt de Kamer een separate brief.
Rond de zomer ontvangt de Kamer een beleidsreactie op het advies van de Raad voor Cultuur over de financiering.
In het licht van Museum Prinsenhof Delft wordt gekeken of er regelingen zijn die met terugwerkende kracht zijn toegekend. De minister komt hier schriftelijk op terug voor de stemmingen.
De Kamer ontvangt een separate brief met een toelichting en voorbeelden over het al dan niet misgaan inzake amateurarcheologie, met name maritieme archeologie.
De minister gaat een verkenning doen naar een mediationtraject met het Van Gogh Museum en informeert de Kamer hierover binnen drie Ć vier weken.
De Kamer ontvangt in maart een stand-van-zakenbrief over het slavernijmuseum.
De minister gaat kijken naar het eventueel verbreden van de reikwijdte van PersVeilig en informeert de Kamer hier nog voor zomer over.
De minister komt schriftelijk terug op vragen over de indexering en exploitatie van de Cultuurkaart. De Kamer krijgt hierover een separate brief.
De minister informeert de Kamer over de laatste stand van zaken en vervolgstappen op het gebied van AI in de culturele en creatieve sector en EU-regelgeving. Dit doet de minister voor de zomer, wanneer er een rapport over de AI in de culturele sector naar de Kamer komt.
De minister doet een verkenning naar het niet mogen uitsluiten van landen in de subsidievoorwaarden en de mogelijkheid tot het korten op subsidie ingeval een land geboycot wordt. De Kamer ontvangt hierover in mei een brief.
Dan wil ik de minister hartelijk danken voor alle antwoorden die hij
gegeven heeft tijdens dit wetgevingsoverleg. Ook dank ik de aanwezige
Kamerleden en alle geĆÆnteresseerden op de tribune en thuis.
Over de moties wordt dinsdag 27 januari gestemd. Ik sluit hierbij het
debat en wens u nog een fijne ... Ik had nog net niet afgehamerd.
Mevrouw Van der Plas?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Deze commissie heeft in een strategische procedurevergadering besloten
om een spreektijd toe te kennen aan fracties en ook om een placering toe
te kennen aan fracties. Het is een wetgevingsoverleg en bij wetgeving is
het wel gebruikelijk dat we elkaar heel goed kunnen bevragen. Eigenlijk
was de setting van dit debat, een wetgevingsoverleg, de setting van een
commissiedebat. Ook de interrupties werden beperkt. Volgende week hebben
wij het debat Media, ook een wetgevingsoverleg. Ik wil de commissie
vragen om in overweging te nemen de spreektijden wat vrijer ...
Voorzitter, u heeft mij in de tweede termijn wat meer tijd gegeven en
dat waardeer ik, maar ik wil er wel op wijzen, ook voor de nieuwe
Kamerleden, dat een wetgevingsoverleg wel degelijk iets anders is dan
een commissiedebat. We moeten echt wat meer ruimte kunnen krijgen, zeker
in een debat met de minister. Ik wil de commissie vragen om volgende
week in het debat Media wat meer ruimte te creƫren.
De voorzitter:
Het is allemaal waar wat u zegt, maar het moet wel praktisch behapbaar
blijven. Volgende week hebben wij een Mediadebat staan tot 22.00 uur. We
kunnen uitgebreide spreektijden hanteren en het aantal interrupties
loslaten, maar dan wordt het nachtwerk en ik denk dat daar niemand bij
gebaat is, vandaar dat vooraf geĆÆnventariseerd wordt hoeveel spreektijd
iedere fractie denkt te gaan gebruiken. Dat is gedaan bij de
strategische procedurevergadering. Wij moeten ook zalen reserveren. Nu
is er toevallig ā ik weet niet of hier zo meteen nog een debat is ā meer
ruimte. Ik ben benieuwd hoe de anderen erover denken. Ik ben volgende
week weer uw voorzitter. Ik heb juist geprobeerd om ruimte te geven voor
zo veel mogelijk interrupties. Gaan we dit dan nu bespreken?
De heer Martin Bosma (PVV):
Voorzitter, u heeft het perfect gedaan hoor. Ik heb daar niet de
geringste kritiek of wensen bij, of wat dan ook. Ik stel wel vast dat
een groot aantal fracties niet is komen opdagen. Er is natuurlijk een
totale spreektijd gemaakt op basis van fracties, maar het had daar, daar
en daar vol moeten zitten. We zijn een beetje beperkt. Ik had er geen
last van hoor, maar bij andere fracties zal dat sterker gespeeld hebben.
Dat is gedaan op basis van het feit dat er een groot aantal fracties zou
komen, waarvan er veel niet zijn. Misschien is het wel goed om volgende
week aan het begin even te kijken wie er niet zijn. Dan kunnen de
spreektijden wat mij betreft omhoog. Maar u gaat over de orde en niet
ik.
De voorzitter:
Goed, gaan we doen. Mevrouw Van der Plas, tot slot.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik wil me wel aansluiten bij de heer Bosma, want u heeft gewoon heel
goed voorgezeten en ruimte gegeven, dus dat wil ik ook wel bijzetten.
Maar omdat wetgevings- en commissiedebatten toch wel duidelijk iets
anders zijn, wilde ik dit toch opmerken. Laten we volgende week gewoon
kijken hoe de opkomst is en dan verder kijken hoe we in de spreektijden
gaan zitten.
De voorzitter:
Ja, is goed. Evengoed proberen we dan om 22.00 uur te stoppen, lijkt
mij, voor onze nachtrust. Hierbij sluit ik de vergadering.
Sluiting 15.30 uur.
ONGECORRIGEERD STENOGRAM Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: verslagdienst@tweedekamer.nl |
|---|