[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Antwoord op vragen van het lid Jimmy Dijk over het bericht '56 procent van Nederlanders draait verwarming niet open vanwege te hoge energiekosten: ’Kiezen tussen warm blijven of eten op tafel''

Antwoord schriftelijke vragen

Nummer: 2026D02135, datum: 2026-01-20, bijgewerkt: 2026-01-21 08:38, versie: 3 (versie 1, versie 2)

Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (ah-tk-20252026-904).

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2025Z20419:

Preview document (🔗 origineel)


Tweede Kamer der Staten-Generaal 2
Vergaderjaar 2025-2026 Aanhangsel van de Handelingen
Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden

904

Vragen van het lid Jimmy Dijk (SP) aan de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het bericht «56 procent van Nederlanders draait verwarming niet open vanwege te hoge energiekosten: «Kiezen tussen warm blijven of eten op tafel»» (ingezonden 25 november 2025).

Antwoord van Staatssecretaris Nobel (Sociale Zaken en Werkgelegenheid), mede namens de Minister van Klimaat en Groene Groei (ontvangen 20 januari 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 704.

Vraag 1

Wat is uw reactie op het bericht van de Telegraaf dat steeds meer Nederlanders besluiten de verwarming dicht te draaien vanwege te hoge energiekosten?1

Antwoord 1

Ik heb kennis genomen van het bericht van de Telegraaf.

Vraag 2

Kunt u kenbaar maken of deze cijfers in overeenstemming zijn met de gegevens van het ministerie? Zo ja, kunt u deze inzichtelijk maken en specificeren per gezinssituatie en onderverdelen in kinderen, volwassenen en senioren?

Antwoord 2

Voor cijfermatige inzichten in de ontwikkeling van energiearmoede maakt het kabinet gebruik van de jaarlijkse rapportages van CBS en TNO over dit onderwerp. Binnen deze rapportages is ook aandacht voor de onderconsumptie van energie, wat door TNO omschreven wordt als «verborgen energiearmoede». Het gaat hierbij om huishoudens met een laag inkomen en een woning van lage energetische kwaliteit die minder energie verbruiken dan verwacht.

De cijfers uit het artikel zijn niet in overeenstemming met de door TNO gepubliceerde inzichten. Het rapport waar de Telegraaf zich op baseert is tot stand gekomen op basis van een enquête. De resultaten uit deze enquête geven een belangrijk signaal af over de mate waarin huishoudens zich zorgen maken over de betaalbaarheid van de energierekening. Het kabinet houdt voor wetenschappelijke inzichten en het observeren van trends vast aan de data die TNO hierover publiceert.

In de meest recente rapportage wordt ingeschat dat het aantal huishoudens dat kampt met verborgen energiearmoede in 2024 ongeveer 119.000 bedraagt, ongeveer 1.4% van alle huishoudens.2 Dit aantal fluctueert de afgelopen jaren tussen de 1% en 1,5% van alle huishoudens in Nederland. TNO heeft in haar rapportage geen nadere uitsplitsing gemaakt van deze groep, een verdeling naar gezinssituatie is hiermee niet voorhanden.

Vraag 3

Hoe verklaart u deze trend van verhoogde energiearmoede en een van de hoogste gasprijzen van Europa? Waarom is het als kabinet niet gelukt deze trend te keren?

Antwoord 3

Volgens de voorlopige inschatting in de Monitor Energiearmoede van TNO en CBS leven in 2024 510.000 huishoudens in energiearmoede. Dit is bijna 180.000 huishoudens meer dan in 2023. Het rapport vindt de verklaring hiervoor in het energieprijsniveau en het aflopen van de financiële steunmaatregelen die waren ingesteld ten tijde van de energiecrisis, meer specifiek de energietoeslag en het prijsplafond.

Daarnaast geeft het onderzoek aan dat het aantal energiearme huishoudens lager ligt dan in 2019, voor de energiecrisis. Dit komt onder andere door de getroffen verduurzamingsmaatregelen, gedragsverandering van consumenten en een stijging van het besteedbaar inkomen. Het aantal huishoudens met een combinatie van een lage energetische kwaliteit woning en een laag inkomen daalt door verduurzaming van woningen.

De inkoopprijs van gas op de groothandelsmarkt (TTF) is over het afgelopen jaar bezien gedaald en gestabiliseerd. De gasprijs lag in december 2025 op het laagste niveau sinds 2 jaar tijd, met 26,55 EUR/MWH. De month-aheadprijs ligt op dit moment van schrijven op 36,88 EUR/MWH, en de day-aheadprijs van elektriciteit is gemiddeld 17% lager ten opzichte van vorig jaar.2 Deze lagere prijzen vormen de basis van de prijzen voor consumenten in nieuwe contracten. De ACM rapporteert dat ten opzichte van de piek in februari de tarieven nu 14% lager liggen voor langlopende vaste contracten, 8% lager voor één jaarcontracten en 7% lager voor variabele contracten. De gemiddelde consument betaalt bij een nieuw contract 130 euro minder per jaar.3

Vraag 4

Klopt het dat het kabinet zich nog steeds heeft gecommitteerd aan het niet laten toenemen van armoede en het tegengaan van de langetermijngevolgen van armoede?

Antwoord 4

Zoals in het Regeerprogramma aangegeven streeft het kabinet er naar om de (kinder-) armoedecijfers niet uit te laten komen boven het referentiejaar 2024. Hoe het kabinet dit aanpakt is uitgewerkt in het Nationaal Programma Armoede en Schulden. Ik verwacht u dit kwartaal de eerste voortgangsrapportage te kunnen sturen.

Vraag 5

Hoe verantwoordt u dan de oplopende energiearmoede en het feit dat nu één op de twaalf kinderen opgroeit in energiearmoede?4

Antwoord 5

Het kabinet vindt het belangrijk om huishoudens in energiearmoede te helpen met het betalen van de energierekening en om in te zetten op maatregelen die structureel de energierekening verlagen.

De toename van het aantal huishoudens in energiearmoede tussen 2023 en 2024 is, zoals aangegeven bij vraag 2, voornamelijk het gevolg van het weggevallen van de steunmaatregelen. Deze maatregelen waren in de crisissituatie nodig om huishoudens te beschermen tegen sterk gestegen prijzen. Tegelijkertijd waren het prijsplafond en de energietoeslag relatief ongericht. Inmiddels zijn de energieprijzen gestabiliseerd en ervaart een meerderheid van de consumenten de energierekening als betaalbaar5.

Tegelijkertijd weten we dat er nog steeds een groep kwetsbare huishoudens moeite heeft met het betalen van de energierekening. Om die reden heeft het kabinet afgelopen drie jaar ook een subsidie verstrekt aan de Stichting Tijdelijk Noodfonds Energie. Het effect van deze financiële tegemoetkoming is overigens niet meegenomen in de genoemde monitor. Daarnaast komen de effecten van diverse verduurzamingsmaatregelen die na 2023 zijn genomen en die ook van belang zijn voor huishoudens met (risico op) energiearmoede, zoals de inzet van SPUK Aanpak Energiearmoede, het verder uitfaseren van EFG-huurwoningen, niet in de voorlopige inschatting voor 2024 tot uiting.

Daarnaast blijft het kabinet zich inzetten voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving, bijvoorbeeld middels de prestatieafspraken met corporaties om woningen met slechte energielabels uit te faseren. Voor alle verhuurders gaat normering op dit punt gelden vanaf 2029. Ook heeft het kabinet recent de bevindingen van TNO in het kader van de motie Postma naar de Kamer gestuurd.6 Om energiearmoede te verlagen, heeft TNO acht beleidsmaatregelen onderzocht; vier hiervan hebben een significant positief effect op het verlagen van energiearmoede.

Vraag 6

Welke maatregelen gaat u nemen om dit tegen te gaan en onmiddellijke verlichting voor gezinnen te bieden, nu het publieke energiefonds nog een jaar op zich laat wachten?

Antwoord 6

Het kabinet werkt op diverse manieren aan het betaalbaar houden van de energiekosten voor gezinnen met weinig geld. Dit is een gedeelde verantwoordelijkheid van het Ministerie van KGG (stelselverantwoordelijkheid energiesysteem), het Ministerie van VRO (energetische kwaliteit van woningen) en het Ministerie van SZW (armoedebestrijding).

Via een Decentrale Uitkering (DU) heeft het kabinet in 2025 € 10 miljoen toegevoegd aan het Gemeentefonds. In 2026 komt hier nog eens € 20 miljoen bij. De financiële dekking voor deze impuls komt van de SZW-begroting (€ 10 miljoen) en het amendement Grinwis (€ 20 miljoen). De middelen worden via een Decentrale Uitkering verstrekt aan gemeenten en zijn daarmee breed inzetbaar. Deze middelen vormen geen vervanging van het Tijdelijk Noodfonds Energie, dat directe inkomenssteun verleende aan inwoners. Gemeenten kunnen deze middelen inzetten om de bestaande dienstverlening binnen de lokale aanpak van energiearmoede te versterken. Binnen die aanpak zijn er verschillende manieren waarop de middelen kunnen worden benut. Ik ben met de VNG tot deze brede formulering gekomen, omdat huishoudens in energiearmoede zowel mogelijk financiële problematiek als bij het verduurzamen van het huis hulp kunnen gebruiken. Daarbij weten gemeenten vaak het beste hoe ze hun inwoners verder kunnen helpen.

Daarnaast heb ik in de Kamerbrief van 7 november geschetst welke inspanningen ik heb gepleegd om te bezien of er opnieuw een Tijdelijk Noodfonds Energie kon komen deze winter en waarom dit niet mogelijk is.

Met de impuls van € 30 miljoen voor de lokale energiearmoedeaanpak en het benutten van de data van 151.000 huishoudens van de Stichting Tijdelijk Noodfonds Energie kunnen gemeenten aanvullende en gerichtere hulp aanbieden.

Vraag 7

Deelt u de mening van de Stichting Consumer Justice (CJF) dat de grote energieleveranciers misbruik maken van de prijswijzigingsclausules en daarmee het consumentenrecht en mededingingsrecht hebben overtreden? Zo ja, wat gaat u hieraan doen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 7

De zaak waarover Stichting Consumer Justice spreekt, wordt momenteel in cassatie behandeld voor een individuele klant. Daarnaast is Stichting Consumer Justice een procedure gestart voor een massaclaim voor klanten die een soortgelijke situatie hebben meegemaakt. Het proces wordt door het Kabinet met aandacht gevolgd, maar het kabinet laat zich niet inhoudelijk uit over een zaak die zich nu nog onder de rechter bevindt. Er moeten diverse stappen doorlopen worden voordat duidelijk is wat de uitkomst zal zijn en of en zo ja voor welke groep consumenten deze uitspraak gevolgen kan hebben.

Vraag 8

Bent u bereid een einde te maken aan telefonische werving, zoals de Autoriteit Consument & Markt (ACM) voorstelt? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 8

Er komen helaas veel gegronde klachten binnen van consumenten over telefonische werving. Dit probleem blijft niet onopgemerkt, want er wordt op allerlei manieren gewerkt aan maatregelen om klachten ten aanzien van telefonische werving aan te pakken vanuit zowel het Ministerie van Economische zaken als het gaat om consumentenbeleid in den brede -als het Ministerie van Klimaat en Groene Groei indien het specifiek de energiesector betreft. Een totaalverbod op telefonische werving is momenteel niet mogelijk, gezien de Europese kaders die daarvoor gelden. Wel wordt telemarketing op grond van de klantrelatie in 2026 verboden. Op dit moment mogen consumenten alleen worden gebeld als zij de beller daarvoor toestemming hebben gegeven of als zij klant zijn (geweest). Consumenten mogen straks alleen worden gebeld als zij de beller daar vooraf expliciet toestemming voor hebben gegeven.

Daarnaast zit in de nieuwe Energiewet, die op 1 januari 2026 van kracht is geworden, een nieuwe grondslag die ruimte beidt aan de ACM om de vergunning van een energieleverancier in te trekken die zich meermaals schuldig maakt aan oneerlijke handelspraktijken, zoals misleiding bij telefonische verkoop. Ook als namens een vergunning houdende energieleverancier geworven wordt, kan deze nieuwe stevige bepaling ingezet worden door de ACM.

Vraag 9

Bent u bekend met het concept van de prijzenwaakhond in Zwitserland? Kunnen we soortgelijke bevoegdheden geven aan de ACM zodat zij de prijzen kunnen reguleren, controleren en, indien nodig, blokkeren? Zo ja, wanneer wilt u dit gaan invoeren? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 9

In Zwitserland is de energiemarkt anders ingericht dan in Nederland, want de energiemarkt is daar niet volledig geliberaliseerd. Ook gelden de Europese kaders ten aanzien van de inrichting van de gas- en elektriciteitsmarkt niet in Zwitserland. De ACM kan geen prijzen reguleren of blokkeren, dat gaat in tegen de Europese regels over vrije prijsvorming. Wel mag de ACM prijzen controleren. Het is in beginsel aan energieleveranciers zelf om hun prijzen te bepalen en aan consumenten om een afweging te maken tussen de producten en prijzen van verschillende aanbieders. Een vergunning houdende energieleverancier moet energie leveren tegen transparante en redelijke prijzen. Een prijs is niet redelijk als deze onevenredig hoog is gezien de kosten van de leverancier of niet concurrerend is. De ACM houdt hierop toezicht en kan een bestuurlijke boete opleggen indien hieraan niet voldaan wordt.

Vraag 10

Zou het volgens u helpen om de energie betaalbaar te maken door deze publiek te organiseren en zeggenschap te geven aan bijvoorbeeld omwoners zoals we steeds meer zien gebeuren door het land heen? Zo ja, hoe bent u van plan dit nationaal te stimuleren? Zo nee, waarom niet?7

Antwoord 10

Het publiek organiseren an sich helpt niet om energie betaalbaarder te maken, mede omdat een gevarieerd aanbod en concurrentie tussen energieleveranciers op de energiemarkt financieel voordeliger zijn voor de consument. Als omwonenden een energieproductiefaciliteit in eigendom hebben, vaak via een lokale energiecoöperatie, kan dit bijdragen aan de betaalbaarheid van energie als de coöperatief opgewekte energie tegen kostprijs aan de omgeving wordt geleverd.

Energiecoöperaties zijn echter ook kwetsbaar vanwege een beperkt portfolio waardoor risico’s onvoldoende gespreid kunnen worden.8 In de Kamerbrief over energiegemeenschappen van 29 september jl. is toegelicht hoe het kabinet de ontwikkeling van lokale energie-initiatieven stimuleert.9

Een belangrijke voorwaarde voor, en aandachtspunt bij, een goed werkende concurrerende energiemarkt is en blijft transparantie ten aanzien van prijzen en contractvoorwaarden. Dit is een consumentenrecht en wordt in de nieuwe Energiewet op verschillende punten aangescherpt. Zo hebben consumenten recht op een kosteloos en onafhankelijk vergelijkingsinstrument waarin energiecontracten vergeleken kunnen worden. Ook is verankerd dat een energieleverancier zijn prijzen en voorwaarden presenteert op een dusdanige wijze dat eindafnemers in staat zijn prijzen en voorwaarden van verschillende energieleveranciers te vergelijken. Voor lokaal opgewekte energie wordt gewerkt aan een transparante prijsvorming via een kostprijs-plus model dat voor alle energiegemeenschappen gelijk is. Zo zijn energiegemeenschappen een nieuw – niet commerciële speler op de energiemarkt en een alternatieve keuze voor consumenten om in hun energie te voorzien.

Vraag 11

Erkent u dat het idee van de SP dat het reguleren van de prijzen van basisproducten, zoals energie en boodschappen, ervoor zorgt dat de (energie)armoede afneemt en gezinnen meer ruimte over houden in hun portemonnee? Zo ja, bent u bereid om deze maatregel te nemen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 11

Aan het reguleren van de prijzen kleven in de praktijk flinke nadelen aan. De Minister van Economische Zaken is dieper op prijsregulering ingegaan in de Kabinetsreactie op Initiatiefnota «Minder inflatie, meer bestaanszekerheid» van NSC en PVV. Maximumprijzen kunnen leiden tot schaarste en verminderde toegankelijkheid van producten en diensten. Daardoor kunnen goedbedoelde maatregelen verkeerd uitpakken, en zijn consumenten uiteindelijk slechter af. Het kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat energieleveranciers geen nieuwe energiecontracten meer willen afsluiten, of dat bepaalde boodschappen niet meer beschikbaar zijn. Prijsregulering kan worden gebruikt in markten waarin een structureel marktfalen leidt tot gebrekkige concurrentie en verslechterde consumentenbescherming. In Nederland beoordeelt de ACM of er sprake is van misbruik van marktmacht en of er gebrekkige concurrentie is. Zo heeft de ACM in september aangekondigd onderzoek te doen naar prijzen van boodschappen en mogelijke marktproblemen die leiden tot hogere prijzen. De ACM maakt als onafhankelijke toezichthouder op basis van deskundigheid zelf een beslissing over het opstarten van een onderzoek.


  1. De Telegraaf, 19 november 2025, «Meer dan helft Nederlanders laat verwarming uit door hoge energiekosten», www.telegraaf.nl/financieel/geld/56-procent-van-nederlanders-draait-verwarming-niet-open-vanwege-te-hoge-energiekosten-kiezen-tussen-warm-blijven-of-eten-op-tafel/106261233.html↩︎

  2. TNO-2025-R11172.pdf↩︎

  3. ACM, Energiemonitor ACM: Gasprijs laag, energietarieven fors gedaald in 2025↩︎

  4. Hart van Nederland, 19 november 2025, «Meer kinderen groeien op in energiearmoede, extra kwetsbaar voor kou», www.hartvannederland.nl/milieu-gezondheid/zorg/artikelen/meer-kinderen-energiearmoede-extra-kwetsbaar-kou↩︎

  5. ACM, Energiemonitor Klantbeleving 2024↩︎

  6. Kabinetsaanpak Klimaatbeleid | Tweede Kamer der Staten-Generaal↩︎

  7. RTV Midden Holland, 20 november 2025, «Conceptplan windpark Reijerscop dient als basis voor vervolgstappen», rtvmiddenholland.nl/nieuws/conceptplan-windpark-reijerscop-dient-als-basis-voor-vervolgstappen/↩︎

  8. TNO, De potentiële rol van energiegemeenschappen in het energiesysteem.↩︎

  9. Duurzame ontwikkeling en beleid | Tweede Kamer der Staten-Generaal↩︎