Begroting Infrastructuur en Waterstaat (36800-XII) en Mobiliteitsfonds (36800-A) 1e TK (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D02333, datum: 2026-01-20, bijgewerkt: 2026-01-21 09:12, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-01-20 16:30: Begroting Infrastructuur en Waterstaat (36800-XII) en Mobiliteitsfonds (36800-A) 1e TK (Plenair debat (wetgeving)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Begroting Infrastructuur en Waterstaat 2026 en begroting Mobiliteitsfonds 2026
Begroting Infrastructuur en Waterstaat 2026 en begroting
Mobiliteitsfonds 2026
Aan de orde is de behandeling van:
het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII) voor het jaar 2026 (36800-XII);
het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2026 (36800-A).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de behandeling van de
begrotingen van Infrastructuur en Waterstaat en het Mobiliteitsfonds.
Het gaat vandaag om de eerste termijn van de zijde van de Kamer. Ik heet
van harte welkom in vak K de minister en de staatssecretaris. Zij zullen
aanstaande donderdag aan het woord komen bij de beantwoording. Het is
een bijzondere dag, want we hebben twee maidenspeeches vandaag, van de
heer Huidekooper van de fractie van D66 en van de heer Schutz van de
fractie van de VVD. Dat zijn altijd mooie momenten. We zullen daarna
even schorsen, zodat u uw felicitaties kunt overbrengen.
De algemene beraadslaging wordt geopend.
De voorzitter:
Allereerst geef ik het woord aan de heer Van ... U ook? U houdt ook uw
maidenspeech? Uitstekend. Dan hebben we vandaag ook een maidenspeech van
de heer Jumelet van de fractie van het CDA. Dat zijn dus drie
maidenspeeches. Extra bijzonder. Allereerst is het woord aan de heer Van
Asten namens de fractie van D66. Hij heeft zijn maidenspeech al gegeven,
dus u mag gerust interrumperen. Gaat uw gang, meneer Van Asten.
De heer Van Asten (D66):
Geen bloemen vandaag, zou ik willen zeggen.
De voorzitter:
Wie weet, wie weet; de avond is nog lang.
De heer Van Asten (D66):
Ze zijn zeker welkom.
Voorzitter. Om maar gelijk met de deur in huis te vallen en de open deur
in te trappen: de begroting is natuurlijk beleidsarm. Dat is
verklaarbaar. De formatie van een nieuw kabinet verloopt voorspoedig —
volgens alle berichten, zeg ik daarbij — en nieuwe plannen zullen we dan
ook snel krijgen. We gaan daar binnenkort dus verder over in debat.
Tegelijkertijd laat de begroting al wel zien waar de kwetsbaarheden
zitten. Programma's die incidenteel zijn gefinancierd krijgen na 2027 of
2028 geen vervolg. Misschien is dat logisch binnen deze begroting, maar
het legt een structureel probleem bloot. Verkeersveiligheid en
fietsbeleid hangen te vaak af van tijdelijke impulsen. Dat is kwetsbaar
beleid, terwijl we weten dat investeren in verkeersveiligheid menselijk
leed voorkomt, maatschappelijke kosten bespaart en juist vraagt om een
lange adem, zeker als het gaat om gedragsverandering. Daar komt bij dat
de onderhoudsopgave voor wegen, het spoor en de vaarwegen de komende
decennia enorm is. Bruggen, sluizen, tunnels en viaducten slokken een
steeds groter deel van het budget van deze begroting op en dat zien we
hier terug.
Voorzitter. Afgelopen vrijdag was ik in Groningen bij de Gerrit
Krolbrug. Daar werd mij opnieuw duidelijk hoe groot de impact is als
zo'n verbinding wegvalt. Tienduizenden dagelijkse gebruikers, waaronder
veel fietsers, zullen kilometers om moeten fietsen naar sport, school,
werk of woning. De commissie heeft de minister verzocht om een reactie
op deze casus. Die brief had er gisteren moeten liggen, maar is er nog
niet, dus die zouden wij graag zo spoedig mogelijk krijgen. Ik hoop ook
dat de minister komende donderdag in de eerste termijn van het kabinet
op deze situatie in kan gaan.
Mobiliteit gaat over mensen én over veiligheid. Als voormalig wethouder
Mobiliteit in Den Haag heb ik van dichtbij gezien wat mobiliteit
betekent voor het leven van mensen. Dit geldt voor de forens die
betrouwbaar naar het werk wil, voor de scholier die veilig wil fietsen
en voor opa's en oma's die met de tram op pad gaan, al dan niet met de
kleinkinderen. Alledaags vervoer moet gewoon goed geregeld zijn. Ik heb
ook fietslessen bezocht voor ouderen op een e-bike en voor vrouwen met
een migratieachtergrond in Zuidwest. Zulke lessen bepalen hoe groot
iemands leefwereld is, maar dat werkt alleen als mensen zich ook
daadwerkelijk veilig voelen. Je kunt prachtige fietsroutes aanleggen,
maar als één kruising als onveilig wordt ervaren, haken mensen af. En
terecht, want als het misgaat in het verkeer is het leed enorm voor
slachtoffers en hun families.
Voor mij is verkeersveiligheid daarom een kernpunt. Nul
verkeersslachtoffers is het doel. Het debat daarover volgt in maart,
maar bij deze begroting wil ik alvast twee concrete vragen stellen. De
SWOV schat de maatschappelijke kosten van verkeersongevallen op 19 tot
44 miljard euro per jaar. Elke euro die we effectief investeren,
verdient zich dan ook meer dan terug. Maar dan moeten we wel weten waar
we op moeten sturen. De huidige ongevallenregistratie is daarvoor
onvoldoende. Bij veel eenzijdige fietsongevallen weten we bijvoorbeeld
niet of de oorzaak ligt bij de staat van de weg, gladheid of
voertuigbeheersing. Dat vraagt om verschillend beleid. Deelt de minister
en/of de staatssecretaris dat we geen eenduidige landelijke en voldoende
verfijnde ongevallenregistratie hebben? Is hij bereid die registratie te
verbeteren en welke concrete stappen zijn daarbij op korte termijn te
zetten?
Voorzitter. Tijd voor een compliment aan vak K. In september diende D66
samen met de ChristenUnie een amendement in om middelen vrij te maken
voor de Merwedelijn. Het gaat om bijna 600 miljoen euro voor de
ontsluiting van Utrecht Rijnenburg of Groot Merwede. Dat is goed voor
circa 75.000 woningen. In november zagen we dat het kabinet het geld
heeft toegekend. Dat is een doorbraak voor Utrecht en voor Nederland.
Wij hebben dat amendement ingediend en voordat we daar iets mee kunnen
doen, wil ik graag van de minister horen of de Merwedelijn er dan nu ook
daadwerkelijk echt gaat komen.
Tegelijkertijd zijn er projecten die deze ronde niet zijn toegekend.
Welk perspectief biedt de minister andere gemeenten met een
grootschalige woningopgave, zoals Alkmaar, Helmond, Apeldoorn, Hengelo,
Almelo en de gemeenten die nu in de wachtkamer zijn gezet, zoals Oss,
waar kruisingen met het spoor woningbouw nu verhinderen?
Voorzitter. Ik sluit af met een onderwerp dat, naast verkeersveiligheid,
mijn grote belangstelling heeft, namelijk het oeroude wondermiddel de
fiets. De fiets is gezond, schoon, betaalbaar en voor veel mensen de
sleutel tot werk, school en sociale contacten. Bij deze begroting heb ik
één concrete vraag. Er is tot 2030 verdeeld in tranches 46 miljoen
beschikbaar voor doorfietsroutes. Kan de staatssecretaris bekijken of
deze middelen versneld kunnen worden ingezet? Of lopen we dan tegen
knelpunten in de uitvoerbaarheid aan?
Voorzitter. De opgaven voor de komende jaren zijn helder: intensiever
onderhoud, betere verkeersveiligheid en bereikbare nieuwe woongebieden.
Dat is niet eenvoudig, maar wel noodzakelijk. Ik heb er vertrouwen in
dat we als Kamer een nieuw kabinet hierin scherp kunnen aansturen en
controleren, want, en dat meen ik oprecht: het kan wél.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Er is een interruptie van de heer De Hoop. Ik stel de leden
voor het aantal interrupties niet te maximeren, maar dan moeten deze wel
echt onder de 30 seconden per keer blijven. En dan ook niet vaker dan
drie keer een interruptie plegen.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik wil de heer Van Asten een vraag stellen over Amelisweerd. Wat mij
betreft staat die plek symbool voor de keuze die een volgend kabinet
maakt. Ga je wegen verbreden, zonder voldoende winst? Of kies je voor
verstandig mobiliteitsbeleid, investeren in ov en natuurbehoud, wat ook
kan voldoen aan de mobiliteitsvraag die er is? Ik zou de heer Van Asten
willen vragen hoe hij op dit moment tegen Amelisweerd aankijkt.
De heer Van Asten (D66):
Het gebied zelf is natuurlijk een mooi en waardevol natuurgebied. Als we
kijken naar de A27, dan zien we dat het alternatief van de Ring Utrecht
een hele goede oplossing biedt. Het project ligt niet voor niks stil.
Qua stikstof is het nu niet te bereiken, dus volgens mij kunnen we beter
doorgaan met het plan van de provincie en de gemeente, en het
alternatieve plan uitwerken.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Daar ben ik het geheel mee eens, maar dat zei Sigrid Kaag ook na de
verkiezingen in 2021. Nog geen twee of drie maanden later stond in het
geschreven akkoord door Jetten en Hermans dat Amelisweerd toch door
mocht gaan. Ik wil de heer Van Asten vragen of D66 zich nu wel aan zijn
woord gaat houden en we Amelisweerd niet gaan asfalteren. Ik vind echt
dat Utrecht beter verdient en dat we het geld dat we hebben bovendien
veel beter kunnen besteden dan aan wegverbreding.
De heer Van Asten (D66):
Ja. Ik denk dat de Merwedelijn onder andere belangrijk is om de druk van
de Ring af te halen. U vindt in mij een warm voorstander van veel
investeringen in andere vormen van vervoer, bijvoorbeeld het ov of de
fiets. We willen alles doen om ervoor te zorgen dat we de wegcapaciteit
vrijspelen voor mensen die daar echt moeten zijn. U kent het standpunt
van D66 over Amelisweerd in het verkiezingsprogramma. Daarmee gaan we op
dit moment de onderhandelingen in.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Daar ga ik de heer Van Asten en D66 aan houden. Het kost meer dan een
miljard minder als je het alternatief van de provincie Utrecht uitvoert.
De minister moet zelfs nog stikstofruimte vinden, dus het kost tijd en
ontzettend veel geld. Maak nu al een verstandige keuze op de korte
termijn, zou ik tegen D66 willen zeggen, want dan kun je dat geld
besteden aan al dat broodnodige onderhoud. Ik hoop dat de heer Van Asten
en D66 zich nu echt aan hun woord gaan houden als het gaat om
Amelisweerd.
De heer Van Asten (D66):
Dat is een mooie aanmoediging.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Asten. Er is nog een interruptie van het lid
Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Zoals mijn collega misschien weet, komen er grote beslissingen aan als
het gaat om de luchtvaart. Dit dubbeldemissionaire kabinet probeert
allerlei belangrijke beslissingen er nog snel doorheen te drukken. Maar
een belangrijke beslissing, namelijk over nachtsluiting, zit nog niet in
het pakket van dit dubbeldemissionaire kabinet. Mijn vraag aan D66 is:
staan jullie nog steeds achter datgene wat in jullie eigen
verkiezingsprogramma staat, namelijk dat die nachtsluiting er nu moet
komen?
De heer Van Asten (D66):
Het lid Kostić kan ervan uitgaan dat wij nog steeds volledig achter ons
verkiezingsprogramma staan. Dat is ook nog niet zo lang geleden, dus dat
zit nog redelijk vers in het geheugen.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dat is goed om te horen. Dus als wij straks een voorstel indienen om
werk te maken van die nachtsluiting, dan kunnen we D66 aan onze zijde
vinden om daar een bepaalde uitwerking aan te geven?
De heer Van Asten (D66):
Vanuit ons verkiezingsprogramma zijn wij daar zeker voor, maar u weet
ook dat er onderhandelingen plaatsvinden. Daar ligt ook de luchtvaart op
tafel. Het is van groot belang dat daar goede knopen over worden
doorgehakt. Iedereen verdient duidelijkheid en die duidelijkheid zullen
we geven.
De voorzitter:
Tot slot.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik ben nu een beetje confuus. In het eerste antwoord was D66 duidelijk:
wij staan nog steeds achter ons verkiezingsprogramma en we gaan gewoon
voor die nachtsluiting. In het tweede antwoord leek dat onderhandelbaar
aan de onderhandelingstafel. Er is dus geen zekerheid dat D66 voor die
nachtsluiting gaat?
De heer Van Asten (D66):
Ons standpunt staat duidelijk in het verkiezingsprogramma, waar net al
aan werd gerefereerd. We proberen op dit moment een
onderhandelingsresultaat te bereiken. Daarbij ligt de luchtvaart
natuurlijk ook op tafel, want er is een hoop te besluiten. Er liggen bij
ons geen breekpunten. Wij werken hard om zo veel mogelijk uit ons eigen
verkiezingsprogramma te realiseren.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Asten.
De heer Van Asten (D66):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dan is het woord aan de heer Huidekooper, die ik uitnodig voor … Nee,
nog niet, want de heer Grinwis heeft nog een interruptie voor de heer
Van Asten.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik stond inderdaad te wachten totdat de vorige interruptie was
afgelopen. Ik had een vraag aan collega Van Asten. Hij heeft lang aan de
andere kant gezeten, als wethouder. Hij heeft toen gezien hoe krap de
IenW-begroting was. Daar hadden niet alleen zijn en mijn stad last van,
maar daar heeft het hele land last van. De Algemene Rekenkamer heeft
vorig jaar becijferd wat het tekort is: alleen al voor het beheer en
onderhoud van de wegen en vaarwegen betreft het 20,5 miljard tot 2038.
De vraag is: wat is de inzet van de D66-fractie om dat in te lopen? We
kunnen dit wel allemaal blijven constateren met elkaar, maar het tekort
wordt alleen maar groter. Hoelang zijn we nog geloofwaardig als we
zeggen dat we onze prachtige wegen en vaarwegen en ons prachtige
spoornetwerk in de smiezen en gaten houden en goed onderhouden?
De heer Van Asten (D66):
Ik snap dat de hele Kamer snakt naar duidelijkheid over hoe de
onderhandelingen over een nieuw kabinet verlopen. Ik ben daar zelf ook
erg benieuwd naar. U kent de inzet. Wij allebei, en eigenlijk de hele
Kamer, hebben kennisgenomen van de enorme opgave die er ligt op alle
punten die u noemde. Die nemen we uiteraard mee naar de
onderhandelingstafel. Dat doen we natuurlijk in de hoop dat we daarvan
zo veel mogelijk zo snel mogelijk op kunnen gaan lossen, want we zien
dat er nu wordt geïnvesteerd op een manier die niet goed is. We hebben
vandaag nog samen met veel collega's een petitie in ontvangst genomen.
Daarin wordt daadwerkelijk gezegd: er wordt nu puur ter vervanging
geïnvesteerd in spoorwegemplacementen en er worden niet de noodzakelijke
extra uitgaven gedaan om verbeteringen door te voeren. Dat doet mij
pijn, want het gaat daadwerkelijk over miljarden of honderden miljoenen.
Dat is verschrikkelijk veel geld. We zijn verplicht om dat goed te
besteden.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Het algemene antwoord spreekt mij natuurlijk aan. Tegelijkertijd hebben
we de afgelopen jaren geconstateerd dat IenW, als het uiteindelijk
aankwam op politieke prioriteitstelling en urgentie, een beetje onderaan
de lijst van politieke prioriteiten in Den Haag terechtkwam. Het is niet
alleen maar denkbeeldig dat dat weer gebeurt, want we hebben defensie,
we hebben woningbouw — althans, zonder bereikbaarheid kom je ook niet
bij die woningen — we hebben ik weet niet wat voor grote vraagstukken en
we hebben tekorten van een vorig kabinet, die allemaal moeten worden
opgelost.
De voorzitter:
En uw vraag?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Hoe hoog staat het op de prioriteitenlijst van D66 om op IenW met een
financieel geloofwaardig pakket te komen zodat we niet over een paar
jaar zeggen: het is jammer, maar we hebben te weinig uitgetrokken, want
die andere onderwerpen waren net wat meer prioritair dan thuiskomen en
de wegen?
De heer Van Asten (D66):
Het is een heldere vraag van de heer Grinwis. De heer Grinwis en ik
kennen elkaar van de Haagse periode waarin ik wethouder Mobiliteit en
Stedelijke Ontwikkeling was, met ook nog een heleboel
mobiliteitsprojecten in die portefeuille. Ik zou de overstap van het ene
naar het andere Den Haag niet maken als ik niet geloofde dat er met D66
juist hier, vanuit deze positie, precies op dit front goede stappen te
maken zijn. Ik zei het in de vorige begrotingsbehandeling van VRO al:
geen rails, geen woning. Dat blijft nog steeds mijn motto, of dat nou in
die commissie is, of in deze commissie hier.
De voorzitter:
Tot slot, meneer Grinwis.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Daar ga ik de heer Van Asten en zijn fractie aan houden.
De voorzitter:
Waarvan akte. Dank u wel, meneer Van Asten. Dan is nu toch echt het
woord aan de heer Huidekooper voor zijn maidenspeech. Ik wijs de leden
erop dat we daarbij geen interrupties toestaan.
De heer Huidekooper (D66):
Hartelijk dank, voorzitter. Politiek gaat voor mij niet over systemen,
normen of nota's. Politiek gaat voor mij in de kern over
levenskwaliteit, over de vraag of mensen ervaren dat hun leven
vooruitgaat of dat het vastloopt, of je snel en zonder gedoe bij
vrienden en familie kunt komen, of de lucht die je inademt schoon is, of
je kunt vertrouwen op water uit de kraan of de stroom uit het
stopcontact, en vooral of wat we vandaag besluiten ook morgen nog
standhoudt. Daar zit mijn drijfveer.
Voorzitter. We leven in een tijd waarin de wereld om ons heen ontzettend
snel verandert. Te vaak wordt daar nog op gereageerd met
kortetermijnoplossingen of het uitvergroten van tegenstellingen, alsof
vooruitgang altijd betekent dat iemand anders moet inleveren. Ik weiger
dat te geloven. Nederland is namelijk groot geworden door vooruit te
denken, door te handelen voordat het urgent werd, door te bouwen aan
kwaliteit van onze infrastructuur tot aan onze leefomgeving en door die
niet te ruilen voor snelle winst. De grote kwesties van deze tijd vragen
niet om een politiek van angst of stilstand. Ze vragen om het vertrouwen
dat we dit kunnen, samen, met verstand en met lef. Ze vragen om te
investeren in wat ons verbindt en verantwoordelijkheid te nemen voordat
de rekening wordt doorgeschoven.
Voorzitter. Mensen proberen mij vaak te duiden: ben je die nuchtere
tukker of die milieubewuste D66'er? Mijn antwoord is: allebei. Wie
opgroeit in Twente, zoals ik, leert namelijk drie dingen. Eén. Je ruimt
je eigen rommel op. Dat doe je niet omdat iemand dat zegt, maar gewoon
omdat dat zo hoort. Twee. Goede verbindingen zijn geen luxe. Als je even
moet trappen om ergens te komen, weet je dat je zonder bereikbaarheid
nergens komt. Drie. Je gooit niets weg wat nog waarde heeft. Dat maakt
je niet direct een wereldverbeteraar, maar dat is gewoon verstandig
omgaan met wat je hebt. Precies die drie principes staan vandaag voor
mij centraal. Ik zie namelijk dat ze in ons beleid te vaak worden
losgelaten, met grote gevolgen voor onze economie, onze veiligheid en
onze levenskwaliteit.
Ik begin met de verspilling van schaarse grondstoffen. Anno 2026 zijn
grondstoffen veiligheid. In een tijd waarin het recht van de sterkste
helaas terug is op het wereldtoneel, is circulariteit geen groene hobby
meer. Het is een veiligheidsstrategie. Voor onze technologie, van
windturbines en batterijen tot defensiemateriaal en chips, zijn we nu
voor bijna 90% afhankelijk van China, als het gaat om kritieke
grondstoffen en raffinage. Als die kraan plotseling dichtgaat, zoals
ooit al gebeurde, staan fabrieken stil, vertragen energieprojecten en
gaan de prijzen voor mensen thuis omhoog. We hebben bij het Russische
gas gezien wat er gebeurt als je afhankelijk wordt van één machtsblok:
we worden kwetsbaar en de rekening komt bij ons terecht.
Voorzitter. Helaas komt de dreiging niet alleen meer uit het oosten. We
zien hoe president Trump aan de andere kant van de oceaan een agressieve
grondstoffenpolitiek voert en handelstarieven inzet om toegang tot
kritieke grondstoffen en materialen af te dwingen. Als we niet opnieuw
de grip willen verliezen, moeten we onze waardeketens urgent gaan
sluiten. Dat begint bij de bron: producten die goed repareerbaar zijn,
ontworpen met hergebruik in gedachte en gemaakt van materialen die we
uit onze eigen afvalberg terugwinnen. Daarmee kunnen we over onze eigen
toekomst blijven beslissen en dat is in deze tijd allesbehalve een luxe,
want wie controle heeft over grondstoffen, heeft invloed. Daarom zou de
circulaire economie niet alleen moeten gaan om ecologie, maar ook om
macht en weerbaarheid. Daarom mijn eerste vraag. Is de staatssecretaris
bereid de doelstelling onder artikel 21 van de begroting te verbreden,
zodat strategische autonomie naast planetaire grenzen een expliciet
anker wordt van circulair beleid? Ik hoor graag zijn reactie.
Voorzitter. Ik besef dat "strategische autonomie" abstract klinkt, maar
als je een tweedehands auto koopt of je laptop laat repareren, draag je
er al aan bij. Juist daarom is het moeilijk te verteren dat de
staatssecretaris de subsidie aan repaircafés schrapt. Dat zijn plekken
in de buurt waar vrijwilligers je helpen om kapotte spullen te repareren
in plaats van weg te gooien. Je leert dingen te herstellen. Dat scheelt
geld en afval en het brengt mensen samen. Met een heel klein beetje
steun houden we daar heel veel waarde mee in stand. Daarom heb ik een
amendement ingediend dat precies dat regelt.
Voorzitter. Dat brengt mij bij mijn tweede punt, de balans tussen milieu
en economie. Ik geloof dat een sterke economie en een gezonde
leefomgeving geen tegenpolen zijn. Ze zijn elkaars voorwaarden. Het kan
niet zo zijn dat drinkwater onbetaalbaar wordt omdat we eerst de
gifstoffen van een ander eruit moeten filteren, of dat mensen geen eitje
van hun eigen kip durven eten omdat ze bang zijn voor de
pfas-vervuiling, waar nooit op is gehandhaafd. D66 staat voor vertrouwen
in de miljoenen bedrijven die het wél goed doen, die innoveren,
investeren en het geld verdienen waarmee we onderwijs, zorg en sociale
zekerheid kunnen blijven betalen. Maar juist om dat vertrouwen te
beschermen, moeten we streng en effectief optreden tegen rotte appels,
want zonder handhaving is milieubeleid geen norm, maar een suggestie.
Daar wringt het. Het toezicht- en handhavingsstelsel kraakt. Berenschot
laat zien dat digitalisering enorme kansen biedt, maar in de praktijk te
langzaam van de grond komt. Daarom is mijn vraag aan de
staatssecretaris: welke concrete stappen zijn het afgelopen jaar gezet
om digitalisering van toezicht te versnellen? Tegen welke concrete
knelpunten loopt hij nu aan?
Dat brengt me bij mijn laatste punt, voorzitter. Nederland staat
wereldwijd bekend om onze fietsinfrastructuur, onze
openbaarvervoernetwerken en onze ruimtelijke ordening. Delegaties uit de
hele wereld komen naar ons kleine kikkerlandje om te kijken hoe je
bereikbaarheid, veiligheid en leefbaarheid met elkaar verbindt. Dat is
iets om trots op te zijn. Maar juist omdat we hier zo goed in zijn,
mogen wij onze infrastructuur niet laten verslechteren. Dat dreigt te
gebeuren. Wat D66 betreft hoeven mensen niet te kiezen tussen hun auto,
die duur is voor het milieu, en de trein, die duur is voor hun
portemonnee. De ambitie moet zijn dat het openbaar vervoer zo goed wordt
dat het voor heel veel Nederlanders de logische reiskeuze wordt. Het
afgelopen kabinet heeft daar, moet ik helaas constateren, niet helemaal
de juiste afslag genomen. Er wordt nog steeds gestuurd op
voertuigverliesuren. In de rekenmodellen die het ministerie gebruikt,
wordt elke seconde winst voor de auto vertaald in euro's, terwijl de
reiziger in de praktijk vaststaat. Maar geen mens denkt in
voertuigverliesuren. Mensen denken in vragen als: kan ik op tijd op mijn
werk komen, kan mijn kind zelfstandig naar school of kan ik zonder
stress naar de dokter? Dát is bereikbaarheid. Daarom is mijn vraag: is
de staatssecretaris bereid om de MIRT-rekenmodellen open te breken en de
focus zwaarder te leggen op bereikbaarheid in plaats van asfalt en
voertuigverliesuren?
Voorzitter, collega's, ik rond af. Als we weer politiek durven te
bedrijven vanuit levenskwaliteit, vanuit verantwoordelijkheid voor wat
we gebruiken en doorgeven, en vanuit het vertrouwen dat vooruitgang niet
ten koste hoeft te gaan van elkaar, maken we Nederland echt sterker,
eerlijker en toekomstvaster. Dat vraagt om andere keuzes, een lange adem
en een bereikbaar en verbonden land. Nederland is namelijk te klein voor
grote afstanden en te groot voor kleine ambities. Aan het werk!
(Geroffel op bankjes)
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Huidekooper. Het is een genoegen om u als eerste te
mogen feliciteren met het houden van uw maidenspeech. Ik verzoek u de
felicitaties voor het rostrum in ontvangst te nemen. Ik schors de
vergadering een enkel ogenblik.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de heer Peter de Groot
voor zijn inbreng in de eerste termijn namens de fractie van de VVD.
De heer Peter de Groot (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Allereerst wil ik de felicitaties doen aan de
heer Huidekooper met zijn maidenspeech. Ik wens natuurlijk ook alvast de
heren Schutz en Jumelet veel plezier zo meteen. Daar wil ik mee
beginnen.
Voorzitter. Mobiliteit is voor de VVD geen luxe, maar een randvoorwaarde
voor vrijheid en welvaart voor mensen die naar hun werk willen, voor
ondernemers die willen groeien, voor gezinnen die hun leven willen
inrichten zoals zij dat graag willen en voor een economie die draait op
bereikbaarheid. Nederland is een open economie en een handelsland. Dat
vraagt om infrastructuur die betrouwbaar is, die meegroeit met de vraag
en die ruimte biedt om vrij te bewegen. Onze wegen, bruggen,
spoorlijnen, vaarwegen en luchthavens vormen het fundament onder ons
dagelijks leven, onder onze veiligheid en onder onze internationale
concurrentiekracht. Daar mogen we best trots op zijn. Sterker nog, daar
moeten we trots op zijn.
Maar die positie staat wel onder druk. De realiteit is namelijk dat de
filedruk structureel toeneemt, steeds vaker ook buiten de spits. Dat
kost mensen tijd en levert hun frustratie op. De toenemende filedruk
schaadt de productiviteit van bedrijven en kost de samenleving veel
geld. Tegelijkertijd zien we dat het onderhoud van onze infrastructuur
achteropraakt. Bruggen, viaducten en sluizen worden intensiever gebruikt
dan ooit, terwijl uitstel van onderhoud leidt tot hogere kosten, meer
storingen en grotere veiligheidsrisico's. Mijn eerste vraag aan de
minister is daarom de volgende. Erkent de minister dat uitstel van
onderhoud niet alleen leidt tot hogere kosten, maar ook tot concrete
veiligheidsrisico's en economische schade? Kan hij aangeven welke keuzes
hij maakt om te voorkomen dat we steeds meer structureel achter de
feiten aan lopen? Voor de VVD is de boodschap namelijk helder: we moeten
op orde brengen wat we al hebben. Beheer en onderhoud is namelijk geen
bijzaak, maar de basis.
Maar ook het uitbreiden van het wegennet blijft noodzakelijk bij
fileknooppunten, maar ook zeker bij nieuwe woningbouw. Mensen moeten
kunnen rijden: forenzen, ondernemers, maar ook mensen buiten de
Randstad. Daar is de auto vaak geen keuze, maar een noodzaak. De VVD
kiest daarom ook voor doorstroming en voor slimme benutting en het
aanpakken van knelpunten, in een aanpak die mobiliteit niet duurder en
ingewikkelder maakt.
Voorzitter. Verzorgingsplaatsen zijn een onmisbare schakel in ons
mobiliteitsnetwerk. Dat zijn de plekken waar je tankt, waar je laadt en
waar je ontspant, en voor logistiek Nederland, dus voor
vrachtwagenchauffeurs, zijn het de plekken waar je overnacht. Cruciaal
voor de inrichting zijn verkeersveiligheid, de doorstroming en comfort.
Daarvoor is een integrale benadering hard nodig. Het mag niet uitmaken
hoe je auto, bestelbus of vrachtwagen op dit moment wordt aangedreven,
dus door benzine, diesel of elektriciteit; je moet hiervoor, inclusief
een kop koffie of thee, gewoon welkom zijn onder één kap. Je zou bijna
"onestopshopping" kunnen zeggen, zoals in vele andere landen. De huidige
versnipperde regelgeving werkt dat echter tegen. Daarom heeft de VVD ook
de motie-Heutink mede ingediend. Wij willen integrale voorzieningen
onder één kap. Wij willen laden, tanken en basisvoorzieningen in
samenhang aanbesteden. Dat is ook belangrijk voor die familiebedrijven
die dat uitbaten. Het is namelijk logisch, efficiënt en toekomstgericht.
Ik vraag daarom aan de minister of hij nog eens uiteen kan zetten waarom
dat nu niet zo geregeld is.
Voorzitter. Ik kom bij het laatste punt van mijn bijdrage. Mijn collega,
de heer Schutz, zal zo meteen op ov, spoor en milieu een bijdrage
leveren, maar ik wil het graag nog hebben over luchtvaart.
De voorzitter:
Maar allereerst heeft u nog een interruptie van de heer Heutink.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Meneer De Groot refereerde net al even aan de aangenomen motie waar het
ging over verzorgingsplaatsen. Dank daarvoor. Ik snap de vraag die hij
aan het kabinet stelt ook. Er komt een wet. We weten nog niet precies
wat de inkleuring daarvan gaat zijn, maar kan de VVD in ieder geval
beloven, aan al die mensen die werken bij die pompstations, om alles op
alles te gaan zetten, ook bij de formatie, om ervoor te zorgen dat die
wet gewoon ten gunste komt van al die mkb'ers die nu moeten meedingen
bij al die verschillende veilingen?
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik kan daarop ja zeggen tegen de heer Heutink. Dat is onze inzet. Wij
willen graag dat het onder één kap geregeld wordt. Ik zag vandaag
toevallig zelfs in het nieuws dat laadstations die apart op de
verzorgingsplaats laden aanbieden, nu ook een shop willen gaan
aanbieden. Nou, ik zou bijna zeggen: het moet niet gekker worden. We
hebben straks een shop bij een laadstation en dan 100 meter verderop een
shop bij een fossiel tankstation met een fossiele pomp, terwijl we weten
dat die shops nu al heel moeilijk uit te baten zijn. Het moet dus echt
bij elkaar, en ik zal er namens de VVD op inzetten om dat onder die kap
te realiseren.
De heer Stoffer (SGP):
Voordat de heer De Groot over luchtvaart begint, heb ik een vraag. Hij
heeft al een paar behartigenswaardige dingen gezegd over het onderhoud
van de infrastructuur en over het oog hebben voor een stukje nieuwe
aanleg. We hebben gezien dat de bewindslieden van het afgelopen kabinet,
dus deze bewindslieden maar ook de twee die het hiervoor hebben gedaan,
bij de onderhandelingen te strak in het pak genaaid waren. Ik snap goed
dat de heer De Groot hier niet kan zeggen … Ja, daarom. U maakt er zelf
weleens opmerkingen over, staatssecretaris. De staatssecretaris maakt er
zelf weleens opmerkingen over, voorzitter, dus ik dacht: dit kan
wel.
De voorzitter:
Dit valt echt buiten de orde van de vergadering, maar ik stel voor dat
de staatssecretaris hier donderdag mee begint!
De heer Stoffer (SGP):
Dat lijkt me een goede afspraak. Voorzitter, ik zal verdergaan met de
inhoud. Het komt neer op het volgende. Onder het vorige kabinet, waar de
VVD toch onderdeel van was, is infrastructuur toch een beetje het kind
van de rekening geworden. Ik snap hoe dat allemaal gekomen is, maar mijn
vraag is wel of de VVD zich in het kabinet dat straks met een akkoord
komt, volop inzet om te zorgen dat we infra niet weer het kind van de
rekening laten worden. Dat gaat namelijk veel verder dan alleen een weg
die het misschien af en toe niet helemaal doet. Dit raakt ook onze
economie echt in de haarvaten. Mijn vraag is dus of de inzet vanuit de
VVD straks ook echt te zien is in dit akkoord. Zien we daarin het
stempel van een echte inzet op onze infra, dus op onderhoud en hopelijk
ook op een stukje nieuwe aanleg?
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik begreep overigens van de staatssecretaris dat het een maatpak is. Dat
zei hij buiten de microfoon, dus dan hebben we dat hier maar alvast
gezegd. De rest komt donderdag wel, denk ik.
De heer Stoffer stelt eigenlijk de omgekeerde vraag van wat het belang
ervan is: hoe kan het de economie schaden als we dat niet met elkaar
zouden doen? Ik sluit me ook aan bij de woorden die de heer Van Asten
sprak namens D66: we zitten met elkaar om de tafel en we doen op dit
moment geen uitspraken over wat er aan de formatietafel gebeurt; dat
gaat u allemaal wel zien. Maar ook in dit verhaal blijkt dat wij dat
belangrijk vinden. Onderhoud is belangrijk, want anders stapelt zich dat
alleen maar op, maar ook uitbreiding is belangrijk, niet alleen op het
gebied van wegen, maar ook op het gebied van spoor. Dat is wat ik u op
dit moment als antwoord kan geven. Wij doen ons best. De VVD ziet het
belang daarvan heel erg. Daarmee wil ik afsluiten, voorzitter.
De heer Stoffer (SGP):
Dat doet me deugd. Collega Grinwis haalde het zojuist ook aan richting
D66, dat wat dat betreft ook behartenswaardige woorden sprak. Ik snap de
positie waarin de partijen nu zitten heel goed. Ik verwacht nu dus ook
geen uitspraken over wat er moet gebeuren, maar ik denk dat het goed is
dat we hier met elkaar dat belang benadrukken. Dat ligt namelijk breder
dan de partijen die nu aan het onderhandelen zijn. We zien met meerdere
partijen dat we hier echt iets mee moeten. Ik zou dus zeggen: met elkaar
de schouders eronder. Ik hoop dat we straks, als we bij de volgende
begroting van IenW zitten, niet hoeven te constateren dat dat pak nog
steeds veel te strak zit, maar wellicht gaan we daar donderdag al iets
over horen. Wat mij betreft is dit antwoord van de collega
voldoende.
De voorzitter:
Wenst u daar nog op te reflecteren?
De heer Peter de Groot (VVD):
Nee. Een mooie, brede uiteenzetting, zou ik zeggen. Mooi dus.
De voorzitter:
U vervolgt.
De heer Peter de Groot (VVD):
Dank, voorzitter. Ik was gebleven bij luchtvaart. De luchtvaart staat in
Nederland op een kantelpunt. Andere Europese landen investeren in hun
luchtvaartnetwerk en lage belastingen. In plaats van dat wij dat ook
doen, stapelen wij beperkingen en heffingen. We moeten ons wel
realiseren dat Schiphol een kostbare hub is, die in decennia is
opgebouwd en niet vanzelfsprekend behouden blijft. De VVD staat achter
de koers van de minister om een nieuw luchthavenverkeerbesluit te maken,
waarin doelstellingen zijn opgenomen voor de reductie van geluid, minder
vluchten, minder vluchten in de nacht en stiller vliegen in de nacht,
want we moeten iets doen aan geluidsreductie. Daarmee wordt het dus
stiller en schoner. Er is een mogelijkheid om deze verstilling in te
zetten voor het sterk houden van het netwerk van Amsterdam.
Tegelijkertijd laten we kansen liggen bij regionale luchthavens,
natuurlijk doordat Lelystad Airport nog niet open is, terwijl de regio
dit heel graag wil, en doordat andere regionale luchthavens onder druk
staan door concurrentie net over de grens in Duitsland en België, waar
vliegen veel goedkoper is. Dat leidt — dat weten we — tot het weglekken
van passagiers, banen en economische activiteit. Bovendien zijn
regionale luchthavens juist broedplaatsen voor innovatie en
verduurzaming. De VVD stelt daarom een gerichte concurrentiekorting voor
via een amendement — dat heeft u ontvangen — om specifieke
grensluchthavens te ondersteunen in hun levensvatbaarheid. Dan gaat het
om Groningen Airport Eelde en Maastricht Aachen Airport. Want dit
versterkt hun positie, ondersteunt regionale werkgelegenheid en draagt
bij aan een robuust en evenwichtig luchtvaartsysteem. Ik hoor overigens
ook graag van de minister hoe het staat met de opvolging van mijn
eerdere motie daarover.
Voorzitter. De keuze is duidelijk. De VVD kiest voor vrijheid van
bewegen, voor economische kracht en voor verantwoordelijkheid, niet door
weg te kijken of dingen uit te stellen, maar door te investeren, te
onderhouden en keuzes te maken, want een land dat vastloopt, staat stil.
Dat is voor de VVD geen optie.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer De Groot. Dan is het woord aan de heer Schutz voor
zijn inbreng in eerste termijn van de Kamer. Het is zijn maidenspeech.
Ik wijs er nogmaals op dat interrupties daarbij niet zijn toegestaan.
Meneer Schutz, u heeft het woord, als u zover bent.
De heer Schutz (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Vandaag is voor mij de gelegenheid mij voor te
stellen en te schetsen waarom deze portefeuille mij raakt. Mijn
verkiezing voor de Tweede Kamer is iets waar ik enorm trots op en
dankbaar voor ben. Het is een grote gebeurtenis, te vergelijken met
andere bepalende momenten in een mensenleven: afstuderen, trouwen, de
komst van je kinderen.
Voorgangers duiden vaak waar ze vandaan komen. Waar ik vandaan kom, is
niet eenvoudig met één plaats te duiden. Is dat Antwerpen, waar ik in
1971 ben geboren? Of is dat de Bijlmermeer, waar ik in 1974 naartoe
verhuisde met mijn vader en moeder, omdat mijn vader daar toen — toen
ook — werk en een woning kon vinden? Of is dat Lelystad, waar we op
advies van mijn longarts gingen wonen vanwege de schone lucht en waar ik
opgroeide? Of is het Amsterdam, waar ik mijn rechtenstudie aan de VU
afrondde, mijn eerste baan vond en mijn vrouw leerde kennen? Of is het
Zeeland, waar wij ons vestigden, nadat we begin 2002 terugkeerden uit
Chicago en opnieuw begonnen, en waar we inmiddels 25 jaar wonen?
Voorzitter. Ik kies voor Zeeland. Hoewel al die andere plekken mij
dierbaar zijn, is Zeeland de plek waar ik mij nu thuis voel. Zoals
oud-commissaris van de Koning Han Polman ooit zei: je hoeft er niet
geboren te zijn om er vandaan te komen.
In Zeeland werd ik ook politiek actief, in de Provinciale Staten, met
infrastructuur en openbaar vervoer in mijn portefeuille, vandaar mijn
betrokkenheid bij IenW. Deze portefeuille kent grote opgaven. We werken
onder andere aan waterkwaliteit, bodem, lucht en circulariteit, terwijl
we een sterke economie en concurrerende industrie moeten behouden. Dat
vraagt niet om een of-of-, maar om een en-enbenadering. Daarnaast liggen
er grote onderhoudsopgaven voor onze spoor-, wegen- en vaarwegennetten.
Rijkswaterstaat en ProRail spreken over circa 50 miljard euro in tien
jaar. Ook vervoerders waarschuwen dat verder uitstel niet verantwoord
is.
Voorzitter. Kan de minister aangeven hoe hij deze investeringsopgave
beziet binnen de huidige begrotingsruimte? Tijdens het
begrotingsonderzoek spraken we over efficiëntieslag, productieverhoging
en bundeling. In welke mate verwacht de minister hiermee nog een
additionele slag te kunnen slaan op het totaal?
Voorzitter. Tegen deze achtergrond maak ik vandaag graag twee punten en
een opmerking op een ander vlak. Allereerst het belang van samenwerking.
Deze opgave draagt de Rijksoverheid niet alleen. Infrastructuur houdt
immers niet op bij bestuurlijke grenzen. Hoe ziet de minister de
rolverdeling tussen Rijk, provincie, gemeente en waterschappen? Hoe
wordt voorkomen dat plannen en investeringen langs elkaar heen lopen in
dit tijdvlak?
Voorzitter. Een voorbeeld van hoe samenwerking kan werken, zie je in
Zeeland. De provincie werkt aan Zeeland 2050, een langetermijnvisie die
inzet op groei om leefbaarheid en voorzieningen te behouden. Dat vraagt
niet alleen om meer woningen, maar juist ook om een robuuste
infrastructuur om Zeeland en bestemmingen erbuiten bereikbaar te houden.
De A58 zit al tegen de maximale capaciteit aan en verdere groei zal daar
knellen. Tegelijkertijd raakt de Zeeuwse infrastructuur nationale
belangen. Denk aan de haven van Vlissingen, onderdeel van North Sea
Port, dat fungeert als host nation support, en Borssele, dat genoemd is
als voorkeurslocatie voor nieuwe kerncentrales. Dat zal tot aanvullende
en substantiële infrabehoeften en -opgaven leiden.
Zeeland pakt die opgaven graag samen op met het Rijk, bijvoorbeeld door
samen de Midden-Zeelandroute te ontwikkelen, waarvan beide
deeltrajectbeheerders zijn, tot een tweede hoofdontsluiting naast de
A58. Samen kom je daarin verder. Is de minister bereid regionale
toekomstvisies zoals Zeeland 2050, maar ook van andere provincies,
expliciet te betrekken bij MIRT-besluiten, juist waar regionale opgaven
ook nationale belangen hebben?
Voorzitter. Ook elders zien we dat samenwerking tot betere oplossingen
kan leiden. Naast de grote bekende projecten, zoals de hsl, de
Noord/Zuidlijn, de Schipholtunnel en de Lelylijn, kan dit ook voor
minder omvangrijke projecten. Ik wil toch nog een keer Haarlem
aanstippen. In Haarlem wil de gemeente financieel bijdragen om de
kapitaalvernietiging van belastinggeld bij een spoorwegknooppunt te
voorkomen, waar door budgetgebrek eerst renovatie en pas later
uitbreiding zal plaatsvinden, met hogere kosten tot gevolg. Als VVD
snappen we dat we niet meer uit kunnen geven dan we beschikbaar hebben,
maar de renovatie-investering er straks weer uithalen is eigenlijk
zonde. Doe dingen samen.
In Groningen laat de Gerrit Krolbrug zien wat er op het spel kan staan.
Na een aanvaring door een schip in 2021 raakte de brug zo zwaar
beschadigd dat die vervangen moet worden, precies op die plek waar nu
een tijdelijke brug ligt. De 20.000 fietsers en voetgangers die per dag
passeren, moeten de komende drie jaar omfietsen, nu er geen andere
tijdelijke brugvoorziening lijkt te komen. Over de lengte van de
omrijroutes en de impact is men het nog niet helemaal eens. Van de
partijen die de petitie kwamen aanbieden en van het ministerie horen we
verschillende dingen over de impact. Welke oplossingen zouden het Rijk
en de gemeente samen alsnog kunnen vinden? Deze langdurige belemmering
leidt voor Groningen tot ingrijpende keuzes met langdurig effect.
Zo zullen er in het land nog vele andere situaties zijn. Samenwerking is
niet dé oplossing voor alle problemen, maar het brengt oplossingen wel
eerder dichterbij; dat is mijn pleidooi. Daarvan moeten we wat mij
betreft met overheden, gelet op de omvang van infra-uitdagingen die we
voorgespiegeld krijgen, meer bewust zijn en we moeten samen eerder de
mogelijkheid van samenwerking verkennen. Is de minister bereid om
maatschappelijke hinder zwaarder mee te wegen bij projectbesluiten en om
meer samen met provincies, gemeenten en andere partijen actief te zoeken
naar alternatieve oplossingen?
Daarmee kom ik bij mijn tweede punt: de hinderimpact van
infrawerkzaamheden en de manier waarop die wordt meegewogen. Werken aan
infrastructuur brengt onvermijdelijk hinder met zich mee — dat begrijpt
iedereen — maar bij een groeiende onderhoudsopgave wordt die hinder wel
steeds structureler, op de weg, op het spoor en op de vaarwegen.
Uit mijn eigen werkervaring, tot voor kort in de watersport- en
recreatiesector, weet ik hoe dit in de praktijk uitwerkt. Werkzaamheden
worden vaak gepland in hoogseizoenen of in vakantieperioden, met grote
financiële gevolgen voor watersportondernemers. Hoewel er op uitvoerend
niveau regelmatig begrip was voor dit punt, ontbrak het te vaak aan
integrale afwegingen. Het gevolg was dat wegen en vaarwegen binnen één
traject soms opeenvolgend werden gestremd, en dat dezelfde regio's en
sectoren telkens opnieuw werden geraakt. Met een toenemende
onderhoudsopgave volstaat een incidentele hinderaanpak daarom niet. Dat
vraagt om structureel hindermanagement. Graag hoor ik de visie van de
minister daarover.
Dan mijn slotpunt. We werken toe naar een volledig circulaire economie
in 2050. Daarvoor zetten we nu stappen. Naar voorbeeld van de Plastic
Tafel kan de Metaal Tafel een belangrijke bijdrage leveren aan de
circulaire economie. Ik hoor dat er vanuit de bewindspersonen
medewerking is toegezegd. Klopt dat? Als dat zo is, is het wat mijn
fractie betreft nu zaak om tempo te maken. Kan de staatssecretaris
aangeven wanneer de Metaal Tafel daadwerkelijk van start gaat?
Dank u wel.
(Geroffel op bankjes)
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Schutz. Ik wil u heel graag van harte feliciteren met
uw mooie maidenspeech, en u verzoeken om voor het rostrum te gaan staan
om de felicitaties in ontvangst te nemen. De vergadering is voor een
kort ogenblik geschorst.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Ik geef het woord aan de heer De Hoop voor
zijn inbreng in de eerste termijn namens GroenLinks-Partij van de
Arbeid.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Dank, voorzitter. Hoe kwetsbaar onze infrastructuur en hoe belangrijk
onze bereikbaarheid zijn, hebben we afgelopen maand nog heel erg goed
kunnen zien met het koude weer. Als de trein niet rijdt, hoe kom je dan
op je werk? Op het moment dat je een dag niet over de weg kunt, hoe kun
je dan meedoen? Dat laat voor mij zien hoe belangrijk onze
bereikbaarheid is. Dan vind ik het heel erg pijnlijk dat juist dit
kabinet die bereikbaarheid eigenlijk toch wel verwaarloosd heeft. Een
partij als de VVD zegt altijd dat infrastructuur ontzettend belangrijk
is, maar heeft veel te weinig uitgetrokken voor onderhoud en nieuwe
aanleg. Een partij als de BBB zegt elke keer hoeveel geld er naar de
regio's zou moeten gaan, maar bezuinigt zelf kei-, kei-, keihard op het
regionale openbaar vervoer, en ook op het openbaar vervoer in de grote
steden.
We hebben daar de afgelopen jaren echt de consequenties van ondervonden.
We zagen weer een forse tariefstijging bij de NS. We zagen bezuinigingen
in de grote steden. De BDU-gelden werden, eerst dankzij een motie uit
deze Kamer maar daarna ook door de inzet van deze staatssecretaris,
gelukkig teruggedraaid. We zagen ook bezuinigingen in de provincies en
op het studenten-ov. Gelukkig heeft de Kamer ook die bezuinigingen
teruggedraaid, met een amendement van de heer Grinwis, waar
GroenLinks-Partij van de Arbeid natuurlijk vóór was.
Ondanks de matige inzet voor infrastructuur van het vorige kabinet heeft
de Kamer dus gelukkig nog een aantal dingen kunnen keren, maar dat
hebben we veel te weinig kunnen doen. Ik hoop echt dat een volgend
kabinet daar belangrijke keuzes in maakt. Ik ben er ook blij mee dat het
parlement, de Tweede en Eerste Kamer, de afgelopen periode het
wetsvoorstel dat ik samen met collega Olger van Dijk heb ingediend,
heeft aangenomen om de inbesteding van provinciaal openbaar vervoer
mogelijk te maken. Elke week zien we weer berichten dat het misgaat als
concessies overgaan, nu weer in Utrecht, waar dat tot grote problemen
leidt, maar we hebben het ook in Zuid-Holland en Friesland gezien.
Reizigers hebben recht op een betrouwbaar en bereikbaar openbaar
vervoer.
Voorzitter. Ik zou ook iets over de luchtvaart willen zeggen, waar mijn
collega Suzanne Kröger zich voor inzet namens onze fractie. Lelystad
Airport is wat onze fractie betreft een symbool dat laat zien welke
keuze een volgend kabinet maakt. Kies je voor milieu en gezondheid, of
ga je nog een nieuwe luchthaven openen? Kies je bij Schiphol voor de
krimp die nodig is om te voldoen aan de rechten van omwonenden, of ga je
weer groeien?
Het was nota bene minister Mark Harbers van de VVD die heel duidelijk
liet zien dat het echt nodig is om de luchtvaart in Nederland deels te
laten krimpen. Ook hebben we nieuwe infrastructuur nodig. Bij het
MIRT-debat van volgende week gaan we daar natuurlijk uitgebreider over
spreken, maar ik zou wat betreft openbaar vervoer toch drie treinlijnen
expliciet willen noemen. D66 benoemde terecht dat er nu meer geld
uitgetrokken wordt voor de Merwedelijn. Die moet zo snel mogelijk
aangelegd worden, want die biedt zo veel kansen, ook voor woningbouw in
Utrecht. In de hele Kamer is daar breed op ingezet. Ik moet daarbij de
heer De Groot noemen, die daar vanuit de VVD-fractie ook altijd op
wijst.
Daarnaast wil ik de Lelylijn noemen. Dit kabinet heeft daar ontzettend
veel geld bij weggehaald. Ik vind nog steeds dat wij een verplichting
hebben richting Noord-Nederland om ervoor te zorgen dat de Lelylijn
wordt aangelegd. Ook in Amsterdam zien we met het Zuidasdok en de
IJmeerverbinding dat er ontzettend veel nodig is. Ik zou dit kabinet dus
echt willen vragen om voor de OV-infrastructuur te kiezen en af te
stappen van de asfaltfetisj die we de afgelopen jaren hebben
gezien.
Voor mij is het grote symbool daarvan echt Amelisweerd. Het kost
ontzettend veel geld. Ik kijk echt naar het CDA en D66. Ook in deze
campagne is er vanuit die kant gezegd dat het ontzettend onverstandig is
om de bomen in Amelisweerd te kappen. Het kost heel veel geld. Er is een
alternatief in de regio. Ga die bomen niet kappen. Zorg ervoor dat
Amelisweerd niet wordt geasfalteerd.
Dank, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer De Hoop. Dan is het woord aan mevrouw Zalinyan voor
haar inbreng namens GroenLinks-Partij van de Arbeid in de eerste
termijn.
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Dank, voorzitter. Deze begroting zou in de kern moeten gaan om de
gezondheid van mensen en van onze leefomgeving, de lucht die we
inademen, het water dat wij gebruiken en de bodem waarop we wonen. Als
inwoner van de gemeente Haarlemmermeer, onder de rook van Schiphol, en
als wethouder van Heemskerk zag ik de directe impact die industrie en
drukke snelwegen hebben en de zorgen die mensen hebben over hun
gezondheid. Op veel plekken in Nederland staat de leefomgeving zichtbaar
onder druk. De ruimtelijke keuzes die we moeten maken, zijn direct
verbonden met gezondheid, vervuiling, geluidsoverlast en luchtkwaliteit.
In recente rapporten van het RIVM lezen we dat inwoners van plekken
rondom zware industrie structureel ongezonder zijn. Dat onderstreept dat
milieubeleid en gezondheidsbeleid niet los van elkaar kunnen staan.
Tegelijkertijd zien we dat vergunningverlening en de normen afhankelijk
zijn van de juridische toelaatbaarheid, in plaats van wat medisch
verantwoord is, als er al een normstelling is voor schadelijke stoffen.
Dat hebben we ook gezien bij de vergunningverlening in Weert. Mijn vraag
aan de staatssecretaris is: hoe wordt het voorzorgsbeginsel toegepast
wanneer gezondheidseffecten negatief zijn, maar er geen normstelling is
voor schadelijke stoffen? Hoe staat het met de uitvoering van de
aangenomen motie uit 2023 van mijn fractiegenoot De Hoop over het
voorzorgsprincipe?
Dat brengt mij bij het functioneren van het VTH-stelsel. Uit
verschillende evaluaties blijkt dat toezicht en handhaving onder druk
staan. Dat heeft directe gevolgen voor de bescherming van onze
gezondheid en leefomgeving. Wil de staatssecretaris hierop
reflecteren?
Die gevolgen zien we scherp terug bij pfas. Ondanks dat het RIVM
herhaaldelijk heeft gewezen op risico's blijven vergunningen voor
lozingen verleend worden. Hoe kijkt de staatssecretaris naar deze kloof
tussen wetenschappelijke inzichten en vergunningverlening? Hoe staat het
met de uitwerking van het pfas-lozingsverbod, zoals toegezegd door
minister Tieman in de commissievergadering Water van september 2025?
Weert zou in die uitwerking als casus worden meegenomen.
Een vergelijkbaar en zeer concreet dossier betreft de staalslakken van
Tata Steel. In onderzoeken is gewezen op mogelijke milieueffecten.
Tegelijkertijd liggen er nog steeds ontzettend grote hoeveelheden
restmateriaal in de leefomgeving, zoals we ook zien bij Spijk. Er is op
dit moment geen duidelijk perspectief. Wat is op dit moment de
risico-inschatting? Wat is het concrete plan voor sanering en veilige
afvoer van deze staalslakken? Hoe gaat de samenwerking tussen de
verschillende overheidslagen zorgen voor een oplossing voor de situatie
in Spijk? Hoe gaan we dit in de toekomst voorkomen?
Deze dossiers hangen nauw samen met de manier waarop wij omgaan met
grondstoffen. Nederland is in hoge mate afhankelijk van geïmporteerde
grondstoffen, terwijl tegelijkertijd veel materialen hun waarde
verliezen in afval en reststromen. Dat maakt ons kwetsbaar, zowel
economisch als ecologisch. Het Planbureau voor de Leefomgeving laat in
recente analyses zien dat de circulaire economie grote kansen biedt om
deze afhankelijkheid te verminderen, maar dat de transitie zonder
concreet en consistent beleid niet van de grond komt. Er is veel kennis
en innovatie, maar circulaire bedrijven en start-ups lopen vast door
onzekerheid, lineaire regelgeving en een gebrek aan
investeringszekerheid. Welke concrete maatregelen neemt de
staatssecretaris om circulaire grondstoffenketens te versterken? Hoe
zorgt hij ervoor dat circulaire toepassingen in bouw en infrastructuur
daadwerkelijk de norm worden, in plaats van de uitzondering?
Tot slot noem ik ruimtelijke adaptatie. In de nationale
adaptatiestrategie en het Deltaprogramma wordt gewezen op de gevolgen
van klimaatverandering voor gezondheid, zoals hittestress, wateroverlast
en droogte. Toch zien we dat deze inzichten nog onvoldoende doorwerken
in ruimtelijke keuzes en infrastructuurprojecten. Water en bodem moeten
weer sturend zijn in. Mijn vraag aan de minister is hoe hij borgt dat de
kennis uit onder andere de RIVM-analyse en het Deltaprogramma
structureel vertaald wordt naar uitvoering. GroenLinks-PvdA wil dat
gezondheid altijd vooropstaat en dat milieuruimte wordt ingezet voor de
grootste maatschappelijke baten. Het is absurd dat er normen bestaan die
onze gezondheid onvoldoende beschermen en dat we soms geen normen
hebben, terwijl we weten dat bepaalde stoffen schadelijk zijn. En als we
het wel weten, kunnen we niet altijd handhaven. Dat moet echt
anders.
Gezondheid beschermen betekent sterke en goed toegeruste
omgevingsdiensten, betere samenwerking tussen overheidslagen en
duidelijke preventieve normen. Tegelijkertijd moeten we de circulaire
economie opschalen, materialen langer gebruiken, grondstoffenketens
sluiten en investeren in zekerheid, zodat circulaire start-ups en
bedrijven kunnen opschalen. Bij ruimtelijke adaptatie moeten keuzes over
waterveiligheid, hitte, luchtkwaliteit en leefomgeving consequent worden
meegenomen, met heldere monitoring en verantwoording. Alle keuzes die we
vandaag maken, hebben directe impact op de toekomst van onze gezondheid,
op onze leefomgeving en op de veerkracht van onze samenleving.
GroenLinks-PvdA wil dat die impact positief is.
Dank, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Zalinyan. Dan is het woord aan mevrouw Van der Plas
voor haar inbreng in eerste termijn namens de BBB.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Of ik er zin in heb, wordt mij gevraagd vanuit vak K. Ik heb altijd zin
in debatten, en zeker in dit debat.
De voorzitter:
Ga uw gang.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja, dank u wel, voorzitter. Altijd leuk zo'n gesprekje van tevoren. De
aanwezigen zitten de ministers zo een beetje in de papieren te kijken,
maar even socializen is ook leuk.
De voorzitter:
Wat belangstelling vooraf.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Zeker. Dat wordt zeer gewaardeerd.
Voorzitter. Vandaag spreken we over de ruggengraat van Nederland, want
infrastructuur is zo veel meer dan alleen maar lijntjes op de kaarten.
Het gaat erom of mensen op tijd op hun werk kunnen komen, of ondernemers
spullen kunnen leveren, of mensen hun familie kunnen bezoeken en of
scholieren en studenten hun school kunnen bereiken. Voor BBB begint
beleid niet in Den Haag maar in de regio, in dorpen, wijken, woonkernen,
op bedrijventerrein en zeker ook in de grensgebieden, want juist daar
merken mensen als eerste of beleid werkt of niet. Onderhoud en
vervanging van infrastructuur zijn noodzakelijk. Onze infrastructuur
veroudert sneller dan we kunnen bijhouden, mede door de toename van het
verkeer in de afgelopen decennia. Dat leidt niet alleen tot potentieel
gevaarlijke situaties, maar ook tot grote frustratie bij gebruikers. We
zullen steeds vaker te maken krijgen met afgesloten tunnels, bruggen en
wegen. Dan is het maar de vraag of er een alternatief is. Achterstallig
onderhoud en verminderde bereikbaarheid zijn bovendien schadelijk voor
onze economie.
Nederland en onze regio's draaien op goede bereikbaarheid. Juist de
regionale infrastructuur heeft onderhoud hard nodig. Toch is onderhoud
in de politiek vaak geen aantrekkelijk onderwerp. Als er geld verdeeld
moet worden, staat het zelden bovenaan, omdat de effecten niet direct
zichtbaar zijn en je er niet snel mee scoort. Dat zagen we ook bij de
onderhandelingen over de Voorjaarsnota: niemand, behalve de BBB, had
infrastructuur echt in het vizier. BBB regelde 1,9 miljard euro voor de
aanleg van de Nedersaksenlijn. Daarnaast regelde BBB honderden miljoenen
voor de aanpak van de N36 in Overijssel, voor de flessenhals
Meppel-Zwolle en voor de verbreding van de sluis bij Kornwerderzand. Dat
zijn projecten die al járen op de plank lagen. Dankzij BBB is er
daadwerkelijk geïnvesteerd in de bereikbaarheid van de regio. Waren wij
niet in de coalitie geweest, dan had dit geld daar waarschijnlijk nog
jaren gelegen.
Ik zie een interruptie.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik heb wel een hele andere interpretatie van de werkelijkheid dan
mevrouw Van der Plas. Ik heb weleens gedacht in de afgelopen periode dat
een van de "B's" van BBB voor "Bezuinigen" stond. Als je kijkt hoe het
in de afgelopen periode met het openbaar vervoer is gegaan, heeft de BBB
daar namelijk behoorlijk hard op bezuinigd. Ik zou daar graag een
reflectie van mevrouw Van der Plas op willen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Als je in een coalitie zit — dat zeg ik via de voorzitter tegen de heer
De Hoop — dan heb je gesprekken met vier partijen. Mogelijk gaat dat ook
voor GroenLinks-PvdA ooit nog een keer gebeuren. De PvdA-mensen van de
oude garde weten ook hoe dat werkt. In die gesprekken worden allemaal
keuzes gemaakt. Als BBB 150 zetels zou hebben, dan zouden wij een
heleboel keuzes maken die niet direct deze keuzes waren. Zo gaat dat in
een onderhandeling. Ik geef niemand de schuld. Ik zeg niet: die heeft
dit gedaan en die heeft dat gedaan. Wij hebben in de Voorjaarsnota juist
de keuze gemaakt om ook nog substantieel veel geld te reserveren voor
regionale projecten die al jarenlang op de plank lagen. Een deel van de
bezuinigingen op het ov is inmiddels al teruggedraaid. Het gaat dan om
die 110 miljoen voor de grote steden. Dat heeft het kabinet in september
besloten. Dus ja, zijn dat dan keiharde bezuinigingen op het ov? Wij
vinden bereikbaarheid heel erg belangrijk. Ik heb inmiddels begrepen dat
de situatie van de bereikbaarheid in Drenthe en Groningen ondanks
bezuinigingen licht gaat verbeteren. Dat staat in het ov-plan van de
Provinciale Staten. Ik ben het er dus niet mee eens dat de tweede "B"
voor "Bezuinigen" staat. Wij hebben juist heel veel geld weten te
investeren in de regionale bereikbaarheid.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Mevrouw Van der Plas had het over de 1,9 miljard voor de
Nedersaksenlijn. Mevrouw Van der Plas weet ook waar dat van betaald is,
namelijk het …
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja. Ja, zeker.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik zou graag zelf spreken in mijn interruptie.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
O, sorry.
De voorzitter:
De heer De Hoop heeft het woord.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Dat is natuurlijk betaald door het geld dat in het Lelylijnpotje zat.
Daar zat 3,4 miljard in. Er is nu minder dan een miljard over. Er is 1,9
miljard naar de Nedersaksenlijn gegaan. Dat betekent dat er minder geld
voor het ov was. Het was wel het akkoord waar u voor tekende, dat 110
miljoen in de grote steden bezuinigde. Het was het akkoord waar u voor
tekende, dat 225 miljoen bezuinigde op het regionale openbaar vervoer.
Mevrouw Van der Plas kan dan toch niet ontkennen dat het openbaar
vervoer er de afgelopen periode op achteruit is gegaan, onder andere ook
met een minister van IenW van de BBB?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Wat betreft de Lelylijn kan ik de heer De Hoop het volgende vertellen:
tijdens de onderhandelingen over de Voorjaarsnota was de BBB de enige
partij die nog geld in de pot hield voor de Lelylijn. Wij hadden toen
ook nog ander geld kunnen regelen voor bijvoorbeeld regionale
voorzieningen. Wij zeiden juist dat er wel geld in de pot moet blijven
voor de Lelylijn, omdat die anders helemaal weg is straks. Dan is er
helemaal niks meer. Daarnaast waren er vijf grote projecten: de
Lelylijn, de Nedersaksenlijn, de flessenhals Meppel-Zwolle, de aanpak
van de N36 en de Kornwerderzandsluis. Je kunt ervoor kiezen om helemaal
niks te doen met het geld dat we nu bij de Lelylijn weggehaald hebben.
Dat betekent dat vijf projecten stilliggen, want de Lelylijn zal de
komende jaren niet worden aangelegd. De kosten van de Lelylijn staan nu
op 13,8 miljard. Er was oorspronkelijk 3,4 miljard voor nodig, maar nu
is dat 13,8 miljard. De kosten kunnen zelfs oplopen tot 18 miljard. Als
wij deze keuze niet hadden gemaakt, dan had dat betekend dat er nog
steeds vijf projecten op de plank lagen. Wij hebben vier projecten van
de plank gehaald. Wij hebben bovendien nog ongeveer 600 miljoen bewaard
voor de Lelylijn, want als de pot leeg is, dan is die weg. Dan is er
niks meer.
Dat is de keuze die wij hebben gemaakt. Hadden wij die niet gemaakt, dan
hadden vijf projecten nog jarenlang op de plank gelegen en was er voor
de regio's van de Nedersaksenlijn, voor Overijssel en voor de regio rond
de Kornwerderzandsluis niets gebeurd.
De voorzitter:
Ja, u heeft ze genoemd.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dat is dus de keuze die we hebben gemaakt.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Dat is een keuze waar ze in Friesland en Groningen nog steeds heel erg
boos over zijn en heel erg veel last van hebben. Dat gezegd hebbende is
er nog iets wat ik mevrouw Van der Plas voor zou willen houden. Mevrouw
Van der Plas levert net als de minister van Infrastructuur ook de
minister van Woningbouw. Die ministers hebben een potje met geld,
namelijk het geld voor de woningbouwmobiliteit. Daar gaan ook miljarden
naartoe. Van dat geld gaat minder dan 1% naar Friesland, Groningen en
Drenthe bij elkaar. Zelfs als je Zeeland erbij optelt, kom je nog niet
aan 2%. Is mevrouw Van der Plas het met mij eens dat een verdeling van
het geld op deze manier zorgt voor onrechtvaardigheid en dat het de
leefbaarheid in de provincies juist achter doet blijven? Zou dat de
komende periode niet anders moeten?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Alle goede voorstellen die daarvoor komen, ga ik serieus bekijken. Ik
zou het liefst willen dat er in elke stad of elk dorp een trein aankomt
of een bus rijdt. Natuurlijk, dat is wat ik het allerliefste zou willen.
Ik ben dus heel benieuwd. Als de heer De Hoop met voorstellen voor die
verdeling komt, dan ga ik daar zeker serieus naar kijken.
De heer Van Asten (D66):
Ik sloeg even aan op het ov en de bezuiniging van 10% op de BDU-middelen
door dit kabinet, aan de basis waarvan ook mevrouw Van der Plas heeft
gestaan. Nu hoor ik mevrouw Van der Plas zeggen: we hebben het toch maar
weer mooi gefikst om die bezuiniging van tafel te halen. Ik hoop dat
mevrouw Van der Plas dan ook aangeeft: het was een hele grote fout om
dit te doen. Als voormalig wethouder in deze regio weet ik wat voor
ongelofelijke gevolgen het zou hebben gehad als die 10% echt werd
bezuinigd. Maar we zijn er natuurlijk nog lang niet. Het is nu eigenlijk
voor één jaar gedekt. Het jaar erop neemt het Rijk een derde voor zijn
rekening, maar de vervoerregio zelf ook. Dat is geld dat dus niet naar
verkeersveiligheid of de aanleg van weginfrastructuur kan gaan.
De voorzitter:
En uw vraag?
De heer Van Asten (D66):
Een derde wordt alsnog betaald door alle reizigers, dus ook door alle
mensen die dit nauwelijks kunnen gaan betalen. Dan kunnen we toch niet
zeggen dat het hier gaat om een bezuiniging die nu van tafel is geveegd?
Laat ik het positief formuleren: wat gaat mevrouw Van der Plas
voorstellen om daar iets aan te doen?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik zie goede voorstellen tegemoet. Ik ga eerst afwachten waar het nieuwe
kabinet mee komt. Daar ben ik benieuwd naar. Op basis van wat het nieuwe
kabinet gaat doen als we straks een coalitieakkoord hebben, zullen wij
voorstellen doen. Op dit moment en in de korte tijd die we hier nog
hebben, heeft het weinig zin om met concrete voorstellen te komen. Dat
gaan wij doen bij het nieuwe kabinet. Ik kijk er heel erg naar uit waar
dat mee komt.
De heer Van Asten (D66):
Ik ben in ieder geval erg blij dat er nu wordt geconstateerd dat die
bezuiniging nog steeds niet van tafel is, maar dat mevrouw Van der Plas
er zeer welwillend in staat om te zorgen dat het ov ook in de grote
steden overeind blijft.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Maar mevrouw Van der Plas kan in de tussentijd wél wat doen. Er ligt
namelijk al een voorstel, een amendement van mijn hand om aan deze
begroting in de jaren 2026 en 2027 twee keer 224 miljoen toe te voegen
om de provincies en de vervoersregio's te compenseren voor het geld dat
ze zijn kwijtgeraakt met het studentenreisproduct. Mevrouw Van der Plas
kent dit verhaal. Dat houdt in dat er in provincies als Friesland,
Drenthe en Groningen echt een enorme kaalslag voor het ov dreigt. Dat
kunnen we dus voor dit jaar en volgend jaar compenseren.
De voorzitter:
Uw vraag?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik weet dat mevrouw Van der Plas niet blij was met de dekking die we
hebben georganiseerd bij het Belastingplan, maar die is toch aangenomen.
Mag ik erop rekenen, nu die dekking klaarligt om ingekopt te worden, dat
mevrouw Van der Plas wél voor het amendement stemt om het ov in de
provincie wat te stutten?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Wij kijken naar alle amendementen en moties heel serieus. Dat weet de
heer Grinwis ook en dat zou ook zijn antwoord zijn als ik hem een vraag
zou stellen over een motie of een amendement. Dat zeg ik niet om het af
te doen; we kijken er echt serieus naar. Natuurlijk kijken we ook naar
dekking. De dekking, waar het geld vandaan gehaald wordt, moet in lijn
lopen met wat er in het amendement staat. Wij gaan daar zeker serieus
naar kijken, maar ik doe in het debat zelf nooit uitspraken over of wij
voor of tegen een amendement of een motie zullen stemmen. Dat doen we
bij de stemming.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Nou, dat zie ik vol belangstelling tegemoet. Ik weet echter dat mevrouw
Van der Plas niet blij was met deze dekking. Die houdt namelijk in dat
de automobilist voor het ov in de regio betaalt. We hebben die dekking
als Kamer nu eenmaal aangenomen, dus je zou van de nood een deugd kunnen
maken door de provincies die geld voor het ov zijn kwijtgeraakt, dat
geld de komende jaren wél weer te gunnen. Ik nodig mevrouw Van der Plas
dus van harte uit om bij de stemming over haar hart te strijken en te
denken: oké, we zijn niet blij met de dekking, maar die is nou eenmaal
geregeld, dus dan gaan we maar voor de aanwending, namelijk een beter ov
in de regio.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
De heer Grinwis weet dat ik er niet voor ben dat de automobilist hier
constant gepakt wordt. De automobilist is gewoon de melkkoe: "Haal het
maar bij de automobilist vandaan. Verhoog de benzineaccijnzen maar. Zorg
maar dat zij meer gaan betalen." Wij weten echter dat het grootste deel
van Nederland gewoon afhankelijk is van autovervoer. Als we het hebben
over het betaalbaar houden van bereikbaarheid voor de burgers, dan staat
de betaalbaarheid voor de automobilist bij ons natuurlijk hoog in het
vaandel. Het is namelijk heel makkelijk om hier constant de automobilist
te pakken en te zeggen dat die het anders moet doen. De aanwending,
datgene wat de heer Grinwis wil doen met het amendement, is natuurlijk
hartstikke sympathiek, maar het zijn altijd afwegingen.
De voorzitter:
U vervolgt.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel. Eens even kijken. Ik was gebleven bij de fantastische
projecten waar wij meer dan 2 miljard voor hebben geregeld waardoor de
bereikbaarheid in de regio echt wordt verbeterd. Ik wil van de minister
graag een update over deze projecten hebben. Ik heb het over de
Nedersaksenlijn, de aanpak van de N36, de flessenhals Meppel-Zwolle en
de verbreding van de sluis bij Kornwerderzand. Ik wil ook graag een
statusupdate over de N50 bij Kampen.
Voorzitter. De oproep aan de formerende partijen is om onderhoud aan
onze infrastructuur en investeren in bereikbaarheid serieus te nemen. Je
scoort daar politiek gezien misschien niet direct mee, maar verder
uitstel leidt tot grote problemen. Bereikbaarheid is geen luxe, maar een
basisvoorziening. In dat licht moeten we dus ook kijken naar de
Lelylijn. Flevoland krijgt een steeds belangrijkere rol voor Defensie en
daarmee voor onze veiligheid. Goede logistieke verbindingen zijn dus
geen beleidskeuze, maar een noodzaak. Voor BBB blijft de Lelylijn daarom
belangrijk, zoals ik net ook al zei, maar we moeten ook realistisch
zijn. Het geld om het volledige traject in één keer aan te leggen, is er
gewoon niet. Maar de lijn is ook te belangrijk om alleen in woorden te
blijven bestaan. BBB stelt daarom voor om de Lelylijn gefaseerd aan te
leggen en te beginnen met het traject Groningen-Drachten. Dat is
overzichtelijk en zou met elkaar toch haalbaar moeten zijn. Is de
minister het met BBB eens dat een gefaseerde aanleg een realistische
manier is om de Lelylijn van de grond te krijgen, en is de minister
bereid om serieus werk te maken van een start met het traject
Groningen-Drachten?
Voorzitter. Voor heel veel mensen in de regio is de auto geen keuze,
maar noodzaak. Er is geen metro om de hoek en er is vaak geen volwaardig
openbaar vervoer. Door het verdwijnen van regionale voorzieningen moeten
mensen bovendien steeds verder reizen voor basale zaken. De voorgenomen
verhoging van de benzineaccijnzen raakt juist deze mensen. Dat is geen
verduurzaming, maar het via de portemonnee afbreken van de
bereikbaarheid. BBB vindt dat onacceptabel. Wie wil dat mensen mobiel
blijven, zeker in de regio, kan niet blijven stapelen met lasten zonder
alternatieven te bieden. Daarom roepen wij het kabinet en de formerende
partijen op om de benzineaccijnzen niet verder te verhogen en de
bevriezing structureel te maken. Mobiliteit is geen luxe, maar een
basisvoorwaarde om mee te kunnen doen in de samenleving.
Voorzitter … O, ik stop even.
De heer Van Asten (D66):
Ik hoor mevrouw Van der Plas nu aangeven: buslijnen zijn verdwenen uit
de gemeentes, dus we moeten de auto extra geld geven, want dat hebben ze
nodig. Was het dan niet een goed idee geweest om te investeren in de
bestaande buslijnen die er waren, in plaats van in een kabinet een
probleem te creëren en vervolgens dit probleem via deze weg weer
proberen op te lossen?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nou, er zijn wel meer kabinetten geweest, waaronder het kabinet van uw
eigen partij. Uw partij heeft jarenlang in een kabinet gezeten. Welke
problemen er eventueel ook zijn, die zijn natuurlijk niet in de
afgelopen anderhalf, twee jaar ontstaan. Ik heb uw vraag zonet gehoord.
Ik heb ook gezegd dat ik serieus kijk naar goede voorstellen. Dat zeg ik
hier ook.
De heer Van Asten (D66):
Nu gebeuren er eigenlijk twee dingen. Nu wordt er aangegeven: we kijken
naar goede voorstellen. Dat waardeer ik natuurlijk heel erg. Maar we
hebben eerst te maken gehad met "we hebben in het afgelopen kabinet en
coalitie eigenlijk alle keuzes gemaakt die ervoor gezorgd hebben dat we
extra hebben bezuinigd op openbaar vervoer en geen extra middelen hebben
vrijgemaakt voor onderhoud". Als je dan nu zegt "we staan open voor
goede voorstellen", dan is dat toch in tegenspraak met elkaar?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Zo werkt dat in een kabinet. Zo werkt dat gewoon. Je maakt gewoon keuzes
met elkaar. U gaat dat zelf ook meemaken. Nogmaals, ik ben ook heel
benieuwd waar dit nieuwe minderheidskabinet zo meteen mee komt en hoe
dat de investeringen ziet. Dat is geen excuus; zo werkt dat in een
kabinet. Het zijn niet altijd de keuzes … Je hebt altijd verschillende
partijen in een kabinet met verschillende visies, maar je moet met
elkaar tot een compromis komen. Uiteindelijk is dat een kabinetsbesluit.
Het kabinet spreek met één mond. Zo gaat dat.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Van Asten (D66):
Ik ben bekend met hoe coalitievorming werkt. Ik heb in Den Haag in korte
tijd vier coalities mogen vormen. Ik weet ook dat je keuzes moet maken
over de investering van middelen. Als we dat niet hoefden te doen,
hadden we hier niet met z'n 150'en in een zaal hoeven komen. Maar dan is
het natuurlijk wel zo dat je niet daar kan gaan staan en zeggen: we
hebben nu echt een oplossing nodig voor een probleem dat net hiervóór is
gecreëerd. Dan zou je je natuurlijk eigenlijk wel op moeten stellen met:
we hebben iets verkeerd gedaan; daar moeten we een oplossing voor gaan
bedenken. Maar die twee horen dan wel samen. Je kan niet met droge ogen
zeggen: we hebben een grote bezuiniging op openbaar vervoer ingevoerd;
nu moeten we proberen het via de auto weer op te lossen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
De woorden worden wel een beetje verdraaid. "Wij hebben een fout gemaakt
en nu wil ik oplossingen." Ik sta vijf jaar in deze Kamer. Ik ben bij
heel veel IenW-debatten geweest en heb heel veel voorstellen gedaan om
bereikbaarheid en alles te verbeteren, om de wegen te verbeteren, om de
infrastructuur te verbeteren, om de vaarwegen en de bereikbaarheid van
de eilanden te verbeteren. Daar heb ik altijd voor gestaan, juist omdat
ik dat belangrijk vind. Inderdaad, in een coalitie moet je bepaalde
keuzes maken. Dat is duidelijk. Maar ook als je in een kabinet zit, kan
je in de Kamer het kabinet kritisch bevragen over de keuzes die het
maakt. Ik heb dat altijd proberen te doen, in welk debat dan ook, of ik
nou in een coalitie zat of in de oppositie. Daarin zult u mij altijd aan
uw zijde kunnen vinden. Maar ik blijf erbij dat je keuzes moet maken.
Het is voor mij te makkelijk om constant maar de automobilist aan te
pakken. Dat heb ik in het interruptiedebatje met de heer Grinwis net ook
gezegd. Het grootste deel van de mensen heeft gewoon een auto nodig om
ergens te komen.
De voorzitter:
U vervolgt.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. De sneeuw is inmiddels verdwenen, maar ik heb nog een aantal
onbeantwoorde vragen over de chaos die enkele weken terug door de sneeuw
is ontstaan op Schiphol. Welke draaiboeken liggen op dit moment klaar
bij Schiphol en KLM? Wordt bij KLM nog steeds gewerkt met de
Icemanprocedure? Waarom is deze niet toegepast in die sneeuwperiode?
Acht de minister het wenselijk dat Schiphol slechts één centrale
de-icing-locatie heeft, in plaats van locaties bij de startbanen, zoals
op veel andere luchthavens? Is dit een wettelijke beperking of is dit
een keuze van Schiphol zelf? Vindt de minister het terecht dat
buitenlandse concurrenten, dus buitenlandse vliegtuigmaatschappijen,
voorrang kregen bij het de-icen? De weermodellen voorspelden al twee
weken vooraf een uitzonderlijke sneeuw-en-ijssituatie. Zijn deze
signalen voldoende serieus genomen? Zo nee, waarom niet?
Tot slot, voorzitter. Vandaag hebben wij een petitie ontvangen van de
gemeente Terschelling, ondersteund door de Terschellinger ondernemers,
de bruine zeilvaart en Stichting Ons Schellingerland. De haven van
Terschelling verkeert in erbarmelijke staat. Dat heeft ook gevolgen voor
de verdere bereikbaarheid. Bussen en vrachtauto's kunnen mogelijk deze
zomer al grote problemen krijgen met toegang. Dit betekent dan ook dat
de aanvoer van spullen zoals voedsel in gevaar komt. Maar ook het
toerisme komt in gevaar. Dat is de grootste inkomstenbron van
Terschelling. Het totale eiland kan op slot komen te staan.
Bereikbaarheid van de eilanden is geen lokaal luxeprobleem, maar een
nationale verantwoordelijkheid. Dat zeggen deze mensen. Is de minister
het daarmee eens? Gaat de minister Terschelling helpen? De gemeente zelf
heeft al 15 miljoen euro bijeen gekregen. Is het misschien mogelijk om
een gesprek met de provincie Fryslân te krijgen om ervoor te zorgen dat
die ook bijdraagt? Als die havenkade instort, dan zijn de problemen echt
enorm.
Mijn laatste vraag aan de minister: deze commissie gaat binnenkort, 6 en
7 februari, op werkbezoek naar de Waddeneilanden. De minister had
toegezegd om mee te gaan, maar nu hebben we begrepen dat de minister
niet meegaat. Ik zou willen vragen waarom de minister niet meegaat met
dit werkbezoek.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van der Plas. Het woord is aan de heer Jumelet voor
zijn inbreng in de eerste termijn namens de fractie van het CDA en om
zijn maidenspeech als bijdrage te houden. Ook hierbij worden
interrupties niet toegestaan. Meneer Jumelet, als u zover bent, dan
heeft u het woord.
De heer Jumelet (CDA):
Dank, voorzitter. Vernoemd naar de oudste broer van mijn vader sta ik
hier nu, en dat is een grote eer. Zijn naam: Hendrik Gabriël Jumelet.
Hij is omgekomen met 53 medebemanningsleden op 24 juni 1941 toen het
koopvaardijschip de Schie, waarop hij voer, werd geraakt door een
torpedo, afgeschoten door een Duitse onderzeeboot. Hij werd 19
jaar.
Heel mijn leven lang leef ik vanuit het besef dat het leven je gegeven
is en geen bezit en dat je wegen mag vinden om er samen met anderen iets
van te maken. Het was de basis voor mijn opvoeding in een warm
christelijk gezin en het hielp later mij en mijn vrouw Alina, toen onze
zoon Jan-Paul in 2009 plotseling op 20-jarige leeftijd overleed aan een
hartstilstand, om uiteindelijk de draad weer op te pakken met lieve en
goede mensen om ons heen.
Van huis uit ging het erom iets te doen voor andere mensen, in kerk en
samenleving, in jeugd- en ouderenwerk, altijd in het besef dat het niet
om jou gaat, niet om mij gaat. Sta op en doe het werk dat gedaan moet
worden, en dat is niet altijd makkelijk. Het is je opdracht en je
verantwoordelijkheid voor mensen in de samenleving.
Voorzitter. Dan, na wethouder in de gemeente Emmen en gedeputeerde van
de provincie Drenthe namens het CDA te zijn geweest, nu Tweede Kamerlid.
Nogmaals, wat een eer en wat een mooie opdracht, voor mij met het
adagium: ieder mens telt en iedereen moet mee kunnen doen.
Vandaag bespreken we, wel later dan gebruikelijk, de begroting van
Infrastructuur en Waterstaat. Dan gaat het over onderwerpen die iedereen
raken, waar wij onze verantwoordelijkheid in moeten nemen. Mijn collega
Jantine Zwinkels zal straks in haar bijdrage ingaan op luchtvaart, een
gezonde en schone leefomgeving en ook verduurzaming, bijvoorbeeld van
onze mobiliteit. Uiteraard zal ze het ook hebben over circulaire
economie. In mijn bijdrage zal ik stilstaan bij het openbaar vervoer,
bereikbaarheid en verkeersveiligheid. Nu denkt u wellicht: ik mis nog
onderwerpen als water en de maritieme sector, maar ook de harde
infrakant van spoor- en wegprojecten en de grote instandhoudingsopgaven
van onze infrastructuur in de breedste zin van het woord. En dat klopt.
Die onderwerpen zal mijn collega Luciënne Boelsma bij andere debatten
inbrengen. Dat heb je met zo'n grote fractie. We hebben de taken goed
verdeeld. Precies deze week staan er verschillende nota- en
wetgevingsoverleggen alsmede een commissiedebat over deze onderwerpen
gepland.
Voorzitter. Mobiliteit en ook openbaar vervoer gaan voor het CDA over
meer dan alleen van A naar B kunnen reizen. De infrastructuur vormt de
ruggengraat van onze samenleving en economie. Goede verbindingen zijn
nodig om mee te kunnen doen, of je nu van de auto, de fiets of het ov
gebruikmaakt. Voor het CDA staat voorop dat je verplaatsen voor iedereen
betaalbaar en toegankelijk moet zijn. Echter, vanuit verschillende
gemeenten en regio's krijgen we steeds opnieuw signalen dat verschraling
van het ov toeslaat. De constatering dat de financiering van het ov
aandacht vraagt, is niet nieuw. Want eerder was er de motie-Bikker, het
amendement-Krul en recent het amendement-Grinwis, gesteund door het CDA,
om de financiën voor 2026-2027 van het ov op peil te houden en het
kaartje betaalbaar.
Deze begroting geeft wat ons betreft nog onvoldoende richting aan de
mobiliteitsvraagstukken van de toekomst, want hoe gaan we om met een
groeiende bevolking en bereikbaarheid? Kenmerkend was de opmerking bij
de vorige begrotingsbehandeling, al even geleden, maar toch: het ov moet
voor iedereen beschikbaar zijn, zei een van de bewindspersonen, maar er
moeten nu eenmaal keuzes gemaakt worden. Maar pleisters plakken zouden
we niet meer moeten willen. Als we Nederland echt bereikbaar willen
houden, ook voor de toekomstige generaties, moeten we misschien weer
terug naar de tekentafel. Het huidige stelsel is niet ondersteunend,
horen we ook, aan de grote maatschappelijke opgaven op de lange termijn.
Misschien is het een goed idee om à la het rapport-Wennink een advies te
vragen hoe slimmer en innovatiever bereikbaarheid en in het bijzonder
ons ov te organiseren in combinatie met publiek vervoer. Neem daarbij
wat ons betreft ook de op 17 december jongstleden gepresenteerde tien
hoofdaanbevelingen mee van de Coalitie Anders Reizen. Dat wil zeggen: 70
werkgevers in ons land met samen ruim 550.000 medewerkers die de hand
uitsteken en willen meewerken aan de mobiliteitstransitie. Wellicht kan
er ook een reactie komen van het kabinet.
Dan bereikbaarheid. In de brief van het kabinet van 14 maart 2025 lezen
we dat het kabinet een aanpak presenteert om de bereikbaarheid van
voorzieningen, banen en goederen op peil te houden, en waar mogelijk te
verbeteren. Het kabinet introduceert daarin een nieuw beleidsinstrument,
namelijk het bereikbaarheidspeil, dat nog uitgewerkt moet worden. Mijn
vraag aan de minister is: hoe staat het daarmee? Het CDA blijft aandacht
vragen voor bereikbaarheid en investeringslogica. Een transparante en
navolgbare spreiding van investeringen voorkomt dat we alleen investeren
waar het al druk is. Het bevordert ook brede welvaart in alle
regio's.
Dan verkeersveiligheid. We krijgen steeds weer opnieuw berichten over
slachtoffers in het verkeer. Dat zorgt voor veel leed en verdriet. Dat
is al eerder gezegd door een van de collega's. We zetten via het
Strategisch Plan Verkeersveiligheid in op educatie, infrastructurele
maatregelen en innovatie, maar wat het CDA betreft ontbreekt de aandacht
voor handhaving nog in dat rijtje. Verkeershandhaving is belegd bij het
Openbaar Ministerie. Wat ons betreft kan die niet ontbreken als
sluitstuk om verkeersveiligheid te bevorderen. Het CDA zou graag zien
dat de pakkans bij verkeersovertredingen vergroot wordt. Een wethouder
verzuchtte onlangs: "Weer een drempel of wegversmalling? Kunnen we niet
gewoon camera's neerzetten?" Misschien kan de minister daarop
ingaan.
Dan fatbikes en overlast, in het bijzonder illegale fatbikes. We komen
daar nog over te spreken bij het commissiedebat Verkeersveiligheid. Het
CDA steunt gemeenten en wethouders die vragen om landelijk beleid. Kan
de minister een stand van zaken geven? Zijn voorgangers hebben een
aantal maatregelen voorgesteld, maar het echte beleid blijft vooralsnog
uit. Het is goed dat we er op korte termijn uitgebreider over kunnen
spreken. Ik kan niet wachten.
Hetzelfde geldt voor onveiligheid in het ov, waar intimidatie en
agressie de spuigaten uitlopen. Het CDA vindt het belangrijk dat de
boa's in het ov beschikken over de middelen die zij nodig hebben om hun
werk goed en veilig te doen. In de Kamer is daar al vaker aandacht voor
geweest. Een van de wensen is om de boa's toegang te geven tot de
strafrechtketendatabank. Dat is een heel groot woord, met een flinke
woordwaarde, maar het is ook heel erg belangrijk. De Kamer zou vorig
jaar geïnformeerd worden over een lopende verkenning hiernaar. Daar
wachten we nog steeds op. De vraag is dan ook: wanneer kunnen we een
brief hierover verwachten? Of beter nog: wanneer is het geregeld?
Voorzitter. Ik eindig met het bekende gezegde: waar een wil is — en met
een beetje hulp van anderen, want ik heb zelf ervaren dat dat belangrijk
is — is een weg.
Dank, voorzitter.
(Geroffel op bankjes)
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Jumelet, voor uw aangrijpende, persoonlijke
maidenspeech. Ik wil u daar van harte mee feliciteren. Ik schors even
zodat u de felicitaties in ontvangst kunt nemen.
De vergadering wordt van 17.58 uur tot 18.01 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan mevrouw Zwinkels voor
haar inbreng in de eerste termijn namens de fractie van het CDA. Gaat uw
gang.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Het is een bijzondere behandeling van de
begroting, omdat we te maken hebben met een dubbeldemissionair kabinet
en we midden in een formatieproces richting een nieuw kabinet zitten.
Daar kan en wil ik niet op vooruitlopen. Tegelijkertijd willen we ook
een goed debat voeren met elkaar. Ik ga beginnen.
Allereerst een gezonde en schone leefomgeving. Ik wil hierbij aandacht
vragen voor emissieloos bouwen en pfas. Het is belangrijk voor ons
welzijn, voor toekomstige generaties en voor de natuur. We zien de
budgetten voor de Regeling schoon en emissieloos bouwen onder de posten
"bronmaatregelen stikstof" en "KF: laadinfra bouw" op pagina 79. De
kernvraag is bij deze budgetten dan niet alleen hoeveel budget er is,
maar ook hoe we ervoor zorgen dat het toereikend is. Kan de minister
inventariseren bij bouw- en infrabedrijven of het toereikend is, wat er
beter kan en welke obstakels er nog zijn?
De gevolgen van pfas zijn ingrijpend. Dat zien we rond Chemours en bij
mensen rond de Westerschelde, waar het letterlijk in het bloed van
mensen is aangetroffen. Dit is het geval op meer plekken in het land. We
moeten hard optreden tegen illegale lozingen, strikt toezien op
bestaande vergunningen en waar het kan alternatieven stimuleren en het
gebruik van pfas ontmoedigen. In de begroting lees ik dat er in 2026 een
nieuw op te zetten centrum, Safe and Sustainable by Design, van start
gaat. Ik vraag de staatssecretaris: wat gaat dit centrum doen en hoe
zetten we vol in op het creëren van prikkels die de vraag naar
pfas-producten laat afnemen? Ik denk ook aan bepaalde productontwerpen
op Europees niveau.
Voorzitter. Mijn collega Boelsma zal in het wetgevingsoverleg Water
volgende week verder ingaan op de aanpak van watervervuiling, maar ik
wil toch ook een pfas-onderwerp in haar Fryslân aanstippen, namelijk die
rondom vliegbasis Leeuwarden. Ruim 1.000 hectare is daar vervuild
geraakt door pfas-houdend blusschuim. Kan de staatssecretaris aangeven
wat de voortgang is in de aanpak hiervan?
Dan kom ik bij mijn tweede onderwerp en dat is circulaire economie. Ik
wil aandacht vragen voor statiegeld en duurzame bouwmaterialen. Het
statiegeldsysteem helpt om afval te verminderen, maar in de praktijk
zien mensen ook de knelpunten: storingsgevoelige automaten en te weinig
innamepunten. Dat ondermijnt het draagvlak. Tegelijkertijd zitten er in
het systeem middelen die nu nog maar beperkt worden benut. Die middelen
zouden ook kunnen bijdragen aan een schonere openbare ruimte en een
sterkere circulaire keten. Daarom heb ik een paar vragen aan het
kabinet. Ten eerste: is het bereid om samen met Verpact te onderzoeken
hoe beschikbare statiegeldmiddelen effectiever kunnen worden ingezet?
Ten tweede: kan daarbij expliciet worden gekeken naar verbeteringen van
innamepunten en naar ondersteuning van gemeenten bij de aanpak van
zwerfafval en graffiti? Dit kan bijdragen aan een schonere en nettere
openbare ruimte. Tot slot: wil het kabinet ook verkennen of deze
middelen kunnen bijdragen aan het versterken van de businesscase voor
gerecyclede en biobased verpakkingen, zodat circulariteit echt
loont?
Voorzitter. Vanuit het oogpunt van duurzaamheid, maar ook strategische
autonomie en competitiviteit is het van belang dat we anders omgaan met
onze grondstoffen en dat we kiezen voor een verantwoorde productie,
waardebehoud en meer onafhankelijk zijn in deze wereld van onzekere
geopolitiek en toenemende grondstoffenschaarste. In de begroting lees ik
dat voor duurzame bouwmaterialen eenmalig zo'n 3 miljoen euro is
gereserveerd in 2026 en 2028. Ten eerste: waarom is hiervoor gekozen? Is
dat logisch, incidenteel voor twee niet-opeenvolgende losse jaren? En
ten tweede: de RVO gaat blijkbaar iets nieuws opzetten, namelijk een
Business Innovation Research, SBIR. Als ik daarop googel, dan is dat al
gestopt in 2023 of 2024 en is het vervangen door een Innovation Impact
Challenge. Dan is mijn vraag: is hier nou echt vraag naar vanuit de
samenleving of zijn andere zaken nodig? Ik denk aan het dekken van het
prijsverschil in onze aanbestedingen, dus launching customer voor deze
bouwmaterialen zijn als overheid, landelijk, maar ook als provincie en
gemeente. Hoe is daar nu geld voor gereserveerd en vrijgemaakt? Wij
lezen dat niet terug.
Ook zouden financiële instrumenten, zoals exportkredietverzekeringen,
maatwerksubsidies voor duurzame handel en bankfinanciering voor
circulaire economie ingezet kunnen worden. Dat draagt bij aan een
eerlijk speelveld. Daarom als derde vraag: hoe slaagt het kabinet hier
tot nu toe in? Is het kapitaal ook echt toegankelijker en zijn die
circulaire verdienmodellen echt aan het ontstaan? Kijkend naar de
begroting zijn dit vaak kleine en incidentele regelingen en subsidies.
Kunnen we niet gezamenlijk nadenken over de kansen voor bijvoorbeeld een
grote, robuuste SDE++-regeling? Welke kansen zou dat kunnen
bieden?
Ik kom bij het blokje luchtvaart. Ik had mevrouw Van der Plas beloofd om
het vandaag met haar te hebben over de chaos die is ontstaan op Schiphol
door de winterse omstandigheden. Ik wil het daar dus kort met u over
hebben. We begrijpen dat in de operatie alle mogelijke capaciteit is
ingezet, van de-icing middelen, waar het net al over ging, tot personele
capaciteit. We zijn als land niet ingericht op zulke omstandigheden; we
hebben daar niet in geïnvesteerd. Tegelijkertijd hebben wij ons wel
gestoord aan de gebrekkige communicatie richting reizigers en de mate
waarin zij tegemoet gekomen zijn. Ze zijn teveel aan hun lot overgelaten
ondanks het harde werk van het aanwezige personeel. Daarom de vraag aan
het kabinet: hebben vliegtuigmaatschappijen aan de verplichtingen
voldaan die gelden bij zulke omstandigheden en bij de uitval van
vluchten? Welke lessen zijn er geleerd? Hoe kunnen we binnen de
bestaande capaciteit van Schiphol beter voorbereid zijn?
Dan kom ik bij mijn laatste onderwerp en dat betreft onze
uitvoeringsinstantie. Denk daarbij aan het VTH-stelsel en de
robuustheidscriteria voor onze omgevingsdiensten. Vanuit zowel ILT, VNG
als IPO hebben wij in aanloop naar dit begrotingsdebat signalen
ontvangen over de te krappe budgetten voor vergunningverlening, toezicht
en handhaving. Het werk van de omgevingsdiensten en dat van uitvoerders
is ontzettend waardevol, maar zij komen in de praktijk veel uitdagingen
tegen. De vraag aan het kabinet is: is er een inschatting gemaakt van
het benodigde extra budget om de ICT, de digitale weerbaarheid en de
bijbehorende kennisdeling op orde te brengen? Dan kan het nieuwe kabinet
direct keuzes maken. Kunt u ILT verzoeken om het initiatief te nemen om
gesprekken aan te gaan over denkbare alternatieven en innovaties om te
voorkomen dat we door de toenemende complexiteit elk jaar het budget
zullen moeten verhogen? Denk aan een zorgplicht voor bedrijven zelf en
de mogelijkheden van AI. En tot slot: wat gaat de minister doen om
omgevingsdiensten in staat te stellen om in 2026 aan de
robuustheidscriteria te voldoen, zodat zij slagvaardig, onafhankelijk en
kosteneffectief hun werk kunnen doen?
Dank u wel.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Allereerst was ik net vergeten om diegenen die hun maidenspeech hebben
gehouden plenair te feliciteren. Dat realiseerde ik me net na de mooie
maidenspeech van de heer Jumelet. Voor hem, maar ook voor de heer Schutz
en de heer Huidekooper de felicitaties namens onze fractie.
Ik zou mevrouw Zwinkels wat voor willen houden. Het ligt een beetje op
het snijvlak van de portefeuilles, maar omdat mevrouw Zwinkels ook een
Utrechter is, kan ik deze vraag wel aan haar stellen. Ik heb gelezen dat
mevrouw Zwinkels als fractievoorzitter van het CDA in Utrecht zei dat ze
als lokale fractie tegen de verbreding van de A27 zijn. Daarmee willen
ze een duidelijk signaal geven aan de landelijke CDA-fractie, namelijk
dat de natuur bij Amelisweerd onbetaalbaar is. Dat ben ik heel erg met
haar eens. Wat betekent dat voor het standpunt van de CDA-fractie?
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Het is natuurlijk altijd mooi als het hier in Den Haag over Utrecht
gaat; dat zult u begrijpen. Het was voor mij een hele grote eer om als
fractievoorzitter actief te zijn in Utrecht en om het CDA op die manier
te vertegenwoordigen en die koers te varen. Ik heb nu de grote eer om
volksvertegenwoordiger te zijn voor het hele land. Dit is inderdaad een
nieuwe omgeving voor mij. U heeft het prachtig voorgelezen: Amelisweerd
gaat mij nauw aan het hart. Het ligt op dit moment op de formatietafel.
Daar wil ik naar verwijzen. Ik verwacht dat u daar begrip voor heeft. U
heeft prachtig verwoord hoe ik ernaar kijk. Ik zal me constructief
opstellen in de gesprekken richting de formatie.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik begrijp dat het niet alleen de inzet van mevrouw Zwinkels is, maar
ook die van de landelijke CDA-fractie in de onderhandelingen om
Amelisweerd niet te kappen. Dat geeft mij in ieder geval enigszins
vertrouwen in wat eruit mag komen.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ik heb nog een korte reactie daarop. Ik denk dat het belangrijk is om te
realiseren dat we in gesprek zijn met andere partijen, die er soms
anders naar kijken. We willen tot elkaar komen en er echt samen uit
komen. Dat vraagt dat ik daar niet op vooruitloop, maar dat ik de
collega's aan de formatietafel de ruimte laat om samen tot een oplossing
en een antwoord op deze vraag te komen.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Zwinkels. Het woord is aan de heer Goudzwaard voor
zijn inbreng in de eerste termijn namens JA21. Gaat uw gang.
De heer Goudzwaard (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Vandaag behandelen we een enorm belangrijke
begroting, eentje die essentieel is voor het draaiende houden van onze
economie, voor onze veiligheid in de breedste zin van het woord en
daarmee ook voor de veerkracht van onze samenleving. Helaas zien wij dat
vele facetten van reizen steeds verder onder druk komen te staan, want
ons land rijdt letterlijk op versleten infrastructuur. Ik heb het al
meermalen gehoord. Rijkswaterstaat werkt momenteel aan een
onderhoudsopgave van ruim 41 miljard tot 2038. De Algemene Rekenkamer
heeft berekend dat daar eigenlijk nog eens 34,5 miljard bij moet.
Bruggen, sluizen, wegen en het spoor naderen het einde van hun
technische levensduur. Structurele investeringen zijn
onontkoombaar.
Tegelijkertijd worden we geconfronteerd met het feit dat grote
infrastructurele projecten vastlopen op langdurige vergunningstrajecten,
Europese aanbestedingsregels en natuurwetgeving. Wat JA21 betreft moet
in dergelijke gevallen serieus gekeken worden naar de inzet van crisis-
of herstelwetgeving wanneer de bereikbaarheid of de veiligheid dreigt
vast te lopen. Hoe ziet de minister dit? Is de inzet van crisis- of
herstelwetgeving op korte termijn een realistisch scenario?
Voorzitter. Dan het spoor. In het afgelopen commissiedebat Spoor vroegen
ik, de heer Grinwis en de heer Heutink extra aandacht voor de
spoorwegpolitie. Op initiatief van de motie-Eerdmans is er een pilot
gestart op het probleemtraject Zwolle-Emmen. Die pilot is succesvol
afgerond. De resultaten zijn meer dan positief. De staatssecretaris
stelde dat er vanuit het ministerie van JenV een voorstel komt in het
eerste kwartaal van 2026. De staatssecretaris wekte in dat
commissiedebat enigszins de indruk dat hij niet betrokken is bij de
verdere uitwerking, terwijl juist een structurele herintreding van de
spoorwegpolitie zijn domein raakt. Is de staatssecretaris bereid om
persoonlijk aan te sluiten bij de lopende overleggen en zich daar
expliciet in te zetten voor een structurele herinvoering van de
spoorwegpolitie, inclusief de daarbij behorende middelen en
mankracht?
Voorzitter. Terwijl wij hier spreken over veiligheid op het spoor,
blijkt dat de veiligheid op de Noordzee grotendeels een ietwat papieren
werkelijkheid is. Vorige week liet een artikel in de NRC zien dat onze
Kustwacht door geld- en personeelstekort tot minstens 2027 niet in staat
is om vitale infrastructuur op zee te beschermen tegen sabotage en
spionage. Kabels, leidingen en verbindingen waar ons dagelijks leven van
afhankelijk is, liggen er feitelijk onbewaakt bij. De reden is eigenlijk
pijnlijk simpel: niemand wil de rekening betalen voor het Programma
Bescherming Noordzee Infrastructuur. Deze bestuurlijke afschuifsoap
duurt al jaren. Pas na persoonlijk ingrijpen van toenmalig premier Rutte
werd er in 2024 incidenteel 17 miljoen euro vrijgemaakt en in 2025 25
miljoen. Maar degene die zich heeft ingelezen weet: dat is lapwerk. Er
is tot 2030 structureel 45 miljoen per jaar nodig. Dit kabinet loopt
hierbij weg voor een van zijn meest basale taken: het beschermen van
vitale nationale infrastructuur. De vraag aan de minister is dan ook of
hij bereid is om vanaf 2026 structureel 45 miljoen per jaar vrij te
maken voor het Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur. En als
niemand betaalt, wie legt het dan aan de Kamer uit wanneer er wél
sabotage plaatsvindt?
Voorzitter. Dan de auto. Het aantal personenauto's nam in 2024 met 2%
toe tot ruim 9,2 miljoen, begin 2025. Die stijging is geen toeval. De
auto is voor miljoenen Nederlanders geen luxe, maar de manier waarop zij
hun leven organiseren. Wie zich geen auto meer kan veroorloven, verliest
geen gemak, maar verliest zeggenschap over zijn eigen tijd, werk en
contact met het gezin. Voor een verpleegkundige met nachtdiensten, een
mantelzorger, een agent, een bouwvakker of een koerier is de auto geen
comfort, maar het verschil tussen op tijd zijn of falen. Laat staan
wanneer je dan ook nog een keer woonachtig bent in onze landelijke
gebieden, waar IenW-investeringen zijn gereduceerd tot kruimeltjeswerk.
Daarom vindt JA21 het verontrustend dat de auto sinds enige jaren een
bijna georkestreerde transformatie lijkt te ondergaan, namelijk die van
heilige koe naar het zwarte schaap. Vraag aan de minister: waarom kiest
het kabinet ervoor om juist dat laatste stukje persoonlijke vrijheid, de
auto, steeds zwaarder te belasten? Wij hebben de hoogste accijnzen van
Europa. Vraag aan de staatssecretaris. Nederlandse automobilisten
betalen nu al zo'n €450 per jaar meer dan onze buren. Over twee jaar,
met de komst van ETS2, betalen we met gemak €2,70 per liter benzine en
zal de wekelijkse tankbeurt voor een automobilist aanvoelen als een
koortsdroom. Welke concrete maatregelen neemt de minister om deze
stapeling van lasten te stoppen?
Tot slot de luchtvaart, een heel belangrijk onderwerp. Schiphol is geen
marktproduct dat toevallig is ontstaan. Het begon in 1916 als militair
vliegveld en werd na de oorlog doelbewust uitgebouwd tot nationale
luchthaven. Met enige nostalgie denk ik nog weleens terug aan het
jet-agetijdperk, waarin straalvliegtuigen de wereld transformeerden.
Luchtvaart stond symbool voor vooruitgang. De oorlog lag achter ons en
nieuwsgierigheid dreef ons naar een wereld die opeens openlag.
Luchtvaart werd een instrument van wederopbouw, vooruitgang en
internationale verbondenheid. Hoe anders zag de wereld er in 2022 uit,
toen toenmalig IenW-minister Mark Harbers kwam met plannen om het aantal
vliegbewegingen terug te brengen naar 440.000. Welnu, die blinde
ambities zijn inmiddels ingehaald door de realiteit. Na vele
waarschuwingen vanuit de Europese Commissie en talloze juridische
missers stelde het kabinet een plafond vast van circa 480.000
vliegbewegingen. Geluidsreductie is het doel, maar het beleid werd in
die donkere jaren gedreven door krimpideologie. Als kers op de taart
besloot het kabinet toch geen knoop door te hakken over burgerluchtvaart
op Lelystad Airport.
Overigens besloot het demissionaire kabinet eind 2025 wel in het
Nationaal Programma Ruimte voor Defensie dat Lelystad Airport de
voorkeurslocatie wordt voor de stationering van F-35's. JA21 pleit voor
de zogeheten dual-use. Het nieuwe minderheidskabinet moet stoppen met
het hinderlijke gedraal. Onze verantwoordelijkheid ligt dan ook hier en
nu. Laat uitstel niet eindigen in afstel. Ik hoor ook graag wat de
zienswijze van de minister hierop is.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Goudzwaard. Het woord is aan de heer Van
Duijvenvoorde voor zijn inbreng namens de fractie van Forum voor
Democratie.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Dank u wel, voorzitter. Ten eerste wil ook ik even de heren Jumelet,
Huidekooper en Schutz feliciteren met hun prachtige
maidenspeeches.
In Nederland is infrastructuur altijd kritiek geweest. We hebben haar
gevormd en ze heeft ons gevormd. Anno 2026 is het moeilijk te beseffen
dat de Zeeuwse eilanden vroeger amper bereikbaar waren, Almere slechts
het IJsselmeer was, Wieringen geheel omringd werd door water en Drenthe
grotendeels bestond uit uitgestrekte heide- en veengebieden. We hebben
eigenlijk een onbegrijpelijke geschiedenis. Is er een land dat van zo
veel onbereikbaarheid naar zo veel bereikbaarheid is gegaan? De
veenkoloniën, de polders, ontginning, sluizen, dijken, Deltawerken: het
is allemaal kenmerkend voor Nederland. Met je poten in de klei staan.
Wij hebben gevochten met de natuur en we hebben gewonnen. Dit unieke
succesverhaal lijkt echter omgeslagen te zijn in verval. De cijfers
laten een duidelijke lijn zien: meer storingen, meer incidenten, meer
uitgesteld onderhoud en toenemende onveiligheid.
Voorzitter. Bij ProRail ligt het totaal aantal storingen in 2024 bijna
21% hoger dan in 2019. Het aantal technische storingen is in een jaar
tijd met ruim 6% gestegen. Op het water zien we eenzelfde patroon. In
het beheergebied van Rijkswaterstaat waren er in 2024 bijna twee keer zo
veel scheepsongevallen als in de jaren daarvoor. Op het
hoofdvaarwegennet is de norm voor ongeplande niet-beschikbaarheid
inmiddels zes keer overschreden. Bij bruggen en sluizen scoort 60% tot
77% van de automatiseringssystemen niet hoger dan matig. Dit is geen
reeks losse incidenten. Dit is het resultaat van structurele keuzes.
Waar ligt voor het kabinet de grens waarop veiligheid of beschikbaarheid
niet langer acceptabel is? Waarom wordt die grens pas zichtbaar wanneer
storingen en incidenten zich al hebben voorgedaan?
Misschien nog zorgwekkender is de explosieve groei van het uitgesteld
onderhoud. Het totaal hiervan bij Rijkswaterstaat steeg in vier jaar
tijd van 1,1 miljard euro naar 2,1 miljard euro. Dat is een toename van
meer dan 80%. Dit raakt alle netwerken: wegen, vaarwegen en het
hoofdwatersysteem. Dit is het bewust doorschuiven van risico's naar de
toekomst. Illustratief voor deze ontwikkeling is de Schipholtunnel: een
enorme bijdrage aan de doorstroming op het hoofdwegennet en van groot
belang voor de verbinding tussen onze hoofdstad, onze regeringsstad en
onze havenstad. Die is dus van direct politiek en economisch
belang.
De minister onderstreept zelf dat een incident in een tunnel vanwege
strengere veiligheidseisen sneller leidt tot een rijstrook- of
rijbaanafsluiting dan een incident op een regulier wegvak. Een eenvoudig
pechgeval leidt daarom al snel tot een rijstrookafsluiting en in het
uiterste geval tot een volledige sluiting. Dit kan grote negatieve
gevolgen hebben voor de doorstroming op het hoofdwegennetwerk. De
planning is, afhankelijk van de nog benodigde financiële dekking, om de
Schipholtunnel in 2031 te vernieuwen, maar voor deze vernieuwing is
volgens de minister geen budget beschikbaar. Daar kunnen we heel veel
woorden aan vuil gaan maken, maar het houdt hier dan ook wel een beetje
mee op. Er is geen financiële dekking, dus moeten we het maar laten
verslonzen.
De minister erkent dat de Schipholtunnel cruciaal is voor zowel het
hoofdwegennet als de bereikbaarheid van Schiphol. Hoe rechtvaardigt de
minister het ontbreken van budget voor de vernieuwing van zo'n vitaal
knooppunt? Kan de minister een inschatting geven van de totale kosten
van de noodzakelijke renovatie van de Schipholtunnel in 2031, waarvoor
momenteel geen budget is gereserveerd, en kan hij tevens de jaarlijkse
economische schade kwantificeren die ontstaat bij uitstel, gezien het
cruciale belang van de tunnel en de hoge maatschappelijke kosten van
capaciteitsverlies? Welke concrete risico's accepteert het kabinet door
de vernieuwing van de tunnel mogelijk uit te stellen tot voorbij 2031?
En waar ligt voor de minister de grens van wat nog verantwoord is? Graag
een reactie.
Voorzitter. Terwijl voor een vitaal knooppunt als de Schipholtunnel geen
budget beschikbaar is, maakt het kabinet wel keuzes. Er is 183 miljoen
gereserveerd voor schoon en emissieloos bouwen op het hoofdwegennet. Er
is 100 miljoen gereserveerd voor klimaatneutrale en circulaire
infrastructuur. Bijna 200 miljoen gaat naar elektrificatie van regionale
spoorlijnen. Tientallen miljoenen worden uitgetrokken voor emissieloze
spoorbouw en elektrische Waddenveren.
Voorzitter. Terwijl het fundament van onze infrastructuur langzaam maar
onmiskenbaar verzwakt, gaat het kabinet door met de peperdure
energietransitie. We richten onze blik op doelen die pas in 2050
gerealiseerd zouden moeten worden, terwijl de concrete realiteit ons nú
inhaalt. Dagelijks wordt de Nederlander geconfronteerd met
doemscenario's over mogelijke toekomstige risico's en fiasco's. Intussen
staat onze alledaagse omgeving, de basis die dit leven met elkaar
mogelijk maakt, onder druk. Kunnen we nog op weg met de auto? Rijden de
treinen nog? Zijn de tunnels nog wel functioneel en veilig? Kunnen de
schepen nog wel door de sluizen varen? Alle ogen van het kabinet zijn
gericht op luchtkastelen, terwijl onze wereld van steen en staal op
instorten staat.
Tot slot. Erkent de minister dat veiligheid en bereikbaarheid geen
tegenpolen zijn van toekomstbeleid, maar de voorwaarden daarvoor? Waarom
handelt het kabinet daar steeds niet naar? Een visie voor 2050 is niets
waard als de infrastructuur die die toekomst moet gaan dragen, vandaag
al faalt.
Dank je wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Duijvenvoorde. Dan is het woord aan de heer
Stoffer voor zijn inbreng namens de Staatkundig Gereformeerde
Partij.
De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. In de eerste plaats wil ik de heren Huidekooper, Schutz en
Jumelet van harte feliciteren met hun maidenspeeches, ook vanaf deze
plaats.
Voorzitter. Dan naar de inhoud. Laat ik maar met de deur in huis vallen:
Infrastructuur en Waterstaat is financieel vel over been. Het gat tussen
de benodigde en de beschikbare budgetten voor de instandhouding van
bruggen, wegen en spoorlijnen groeit zienderogen. Voor de komende
vijftien jaar gaat het al om een tekort van ruim 50 miljard euro. Denk
je dat maar eens in. Dat gat groeit, want de standaardindexatie spoort
niet met de kostenontwikkeling in de markt. De SGP maakt zich hier,
overigens al veel langer, grote zorgen over. Denk even mee. De gemalen
bij IJmuiden en de Afsluitdijk houden Nederland droog, maar moeten nu
met lapwerk in de benen gehouden worden. Dat was soms kantje boord.
Binnenvaartschippers moeten om de haverklap omvaren of uren stilliggen.
De norm voor onverwachte storingen wordt nu al met een factor zes
overgeschreden. Ik weet niet hoeveel vrachtwagenchauffeurs en
treinreizigers kunnen hier ook over meepraten. Laten we constateren dat
uitstel duurkoop is. Mijn vraag is: delen de bewindslieden de
urgentie?
Voorzitter. Er ligt een Meerjarenplan Instandhouding om marktpartijen
langjarige zekerheid te geven. Het meerjarenplan geldt echter maar voor
vijf jaar en rolt niet mee. Wil de minister kijken hoe het plan
omgeturnd zou kunnen worden in een meerjarenplan dat tien jaar
vooruitkijkt en jaarlijks geactualiseerd wordt? Daar kan de markt
namelijk op investeren.
Niet de maakbaarheid, maar budget is inmiddels de beperkende factor.
Jaarlijks is er 2 miljard euro extra nodig voor instandhouding. Mijn
vraag is: delen de bewindslieden mijn oproep aan de formerende partijen
om onze infrastructuur niet opnieuw het kind van de rekening te laten
zijn? Dan heb ik het nog niet eens gehad over de noodzaak van
aanlegprojecten. Onderuitputting wordt nu zelfs aangepakt door budget te
korten in plaats van extra projecten. In het coalitieakkoord mogen
projecten als knooppunt Hoevelaken, de A2 Deil-Vught, de A27
Houten-Hooipolder, de A15 Papendrecht-Gorinchem en de N50 toch niet
ontbreken?
Ik noem ook verkeersveiligheid. Hier zijn momenteel nauwelijks
structurele middelen voor beschikbaar. Slechts een handvol van de
honderden projecten kan nu opgepakt worden. De Investeringsimpuls
Verkeersveiligheid verdient echt een vervolg, wil ik hier nogmaals
benadrukken.
Voorzitter. De SGP vindt het onbevredigend hoe het kabinet omgaat met de
boeteregen bij de Blankenburgtunnel. Ja, het gaat beter dan eerst; dat
moet gezegd worden. Maar als de helft van de inkomsten niet bestaat uit
tolheffing, maar uit in rekening gebrachte boetes en
betalingsherinneringen, dan loopt er vanuit mijn optiek echt iets
scheef. Ik vraag de minister alsnog mee te gaan in bijvoorbeeld het
gratis houden van de eerste betalingsherinnering. Een jaar langer tol
heffen is beter dan rekeningen stapelen bij een grote groep mensen voor
wie het systeem gewoonweg niet duidelijk is.
Voorzitter. De kosten voor de binnenvaart stijgen door de Europese
duurzaamheidseisen fors. Tegelijkertijd willen we minder transport over
de weg en meer over het water. Maar die modal shift vlot niet en de SGP
wil daarom meer ondersteuning van de binnenvaart bij verduurzaming. Er
zijn subsidieregelingen voor scheepsaanpassingen, maar wordt er ook
gekeken naar ondersteuning in de exploitatiefase? Die is vooralsnog
evenmin goedkoop. Komt er een ondersteuningsregeling voor vervanging van
kleine schepen die elektrisch gaan varen, met verschillende laadstations
langs het vaarwegennet? We hebben die kleine schepen keihard
nodig.
De Kaderrichtlijn Water is een ander zorgenkind. Met het oog op het
komende Waterdebat heb ik alvast een vraag. Bij de landbouw worden de
duimschroeven via mest- en natuurbeleid aangedraaid, maar dit wordt
gebaseerd op inadequate waterkwaliteitsnormen. Waterlichamen die in
Brussel groen kleurden omdat de biologie op orde is, kleurden hier rood
omdat de afgeleide nutriëntennorm nog overschreden wordt. De directe
bijdrage van de landbouw aan de nutriëntenbelasting blijkt minder groot
te zijn dan gedacht, en die van onder andere nutriëntrijke kwel groter.
Sommige waterschappen en provincies passen normen hierop aan, maar
andere niet. Kijk naar Utrecht, waar de landbouw aangepakt wordt,
terwijl waternormen niet up-to-date zijn. Eerder heeft de Kamer via een
SGP-motie gevraagd om KRW-doelen zo snel en zo veel als mogelijk te
actualiseren, rekening houdend met de natuurlijke achtergrondbelasting
en ook met de historische belasting. Graag hoor ik voor het komende
wetgevingsoverleg hoe dit opgepakt wordt en niet geparkeerd wordt tot
2027.
Voorzitter. "Circulariteit" is een toverwoord, maar helaas niet in de
rijksbegroting. De budgetten voor het Nationaal Programma Circulaire
Economie zijn gehalveerd en het budget op de IenW-begroting daalt met
20%. Het bedrijfsleven heeft inmiddels de noodklok geluid. Het is niet
goed voor het milieu en het is ook strategisch onverstandig. China
draait de export van zeldzame aardmetalen steeds verder terug en
verschillende Europese fabrieken hebben hun productie inmiddels
stilgelegd. We moeten onze afhankelijkheid van schaarse grondstoffen
echt omlaag brengen, mede door in te zetten op circulariteit. Er wordt
nu te veel geconcurreerd met goedkope import op basis van ruwe
grondstoffen zonder faire beprijzing. Het zou goed zijn als er
bijvoorbeeld vanuit het Klimaatfonds een SDE-achtige regeling komt voor
de onrendabele top bij hergebruik van materialen en bouwstoffen.
Gemeenten en bedrijven moeten gestimuleerd worden om in de Restwaarde
Index voor gebouwen te werken. Zo hoeft er minder afgeschreven te worden
en wordt investeren in circulair bouwen interessanter. En waar blijft de
verkenning van de reparatiebonus? Een nieuwe coalitie moet hier direct
een klap op kunnen geven. Kortom, welke ballen gaan de bewindslieden op
de stip leggen voor hun opvolgers?
Tot slot onze Noordzee. Tal van kabels liggen namelijk open en bloot
voor Russische schepen. De Kustwacht krijgt volstrekt onvoldoende
middelen voor adequaat toezicht. Op de IenW-begroting wordt het al
beperkte budget voor het Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur
de komende jaren weer geminimaliseerd. Ministeries blijven naar elkaar
wijzen en luisteren niet naar het advies van ABDTOPConsult. Mijn vraag
is waar het urgentiebesef is. Tegelijkertijd zie ik namelijk honderden
miljoenen euro's naar Defensie gaan en in het Mobiliteitsfonds staat
zelfs 180 miljoen gereserveerd voor het Programma Bescherming Noordzee
Infrastructuur. Waarom ligt dit geld in de ijskast terwijl de Russische
dreiging realiteit is? Dit kan niet wachten. Ik heb amendementen
ingediend om geen gat te laten vallen. Ik reken bij de Voorjaarsnota op
een plan voor structurele financiering.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Stoffer. Het is 18.30 uur. Er zijn nog vier sprekers
aan de zijde van de Kamer. Ik zou willen voorstellen de eerste termijn
af te ronden, omdat we anders drie kwartier schorsen en daarna de eerste
termijn afronden. Ik zie dat dat kan rekenen op instemming, dus geef het
woord aan lid Kostić voor haar inbreng namens de Partij voor de Dieren
in de eerste termijn.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. Het gaat de afgelopen tijd terecht veel over
veiligheid. Het is goed om te beseffen dat de begroting van vandaag daar
eigenlijk ook over gaat. Dat is veiligheid in de zin dat je kinderen
veilig in de tuin kunnen spelen zonder gevaar van giftige stoffen. Het
is veiligheid in de zin van in je bed kunnen slapen zonder dat
vliegtuigen jou de hele nacht wakker houden. Maar het is ook veiligheid
in de zin van het niet afhankelijk zijn van allerlei onbetrouwbare
overheden van buiten Europa voor onze grondstoffen. Daarom is het zo
belangrijk om te toetsen of de voorliggende begroting voldoende aandacht
heeft voor aan de ene kant die gezonde leefomgeving voor mens en dier en
aan de andere kant die belangrijke transitie naar een economie waarin we
geen nieuwe grondstoffen hoeven te gebruiken maar we alles in Europa
kunnen hergebruiken. Dat is de zogenaamde circulaire economie.
Gewone burgers die hun gezondheid en hun leefomgeving willen beschermen,
hebben geen leger van lobbyisten tot hun beschikking, zoals grote
bedrijven wel hebben. Ze hebben ook het 06-nummer van de minister niet,
zoals de CEO's van bedrijven wel hebben. De economische belangen voor de
korte termijn zijn zwaar vertegenwoordigd in de politiek. Dat is gewoon
een feit. Maar we zijn voor ons voortbestaan en voor onze veiligheid
juist allereerst afhankelijk van al die andere belangen, die niet zo
goed worden vertegenwoordigd. Dat zou het kabinet meer moeten leren
waarderen, en dat zou het kabinet moeten laten zien in de keuzes voor de
begroting. Voor het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, dat
onder andere over een gezonde leefomgeving gaat, zou het algemene belang
van een gezonde omgeving centraal moeten staan.
In de afgelopen drie jaar heb ik als Kamerlid namens de Partij voor de
Dieren actief samenwerking gezocht met verschillende partijen hier in de
Kamer, van links tot rechts. Het doel was steeds om als Kamer aan de
burgers thuis te laten zien dat we verenigd kunnen optreden om een
gezonde leefomgeving voor burgers waar te maken, en dat we dat voor de
verandering ook nog eens met wat tempo kunnen doen, anders dan de
burgers van ons gewend zijn als het gaat om dit soort onderwerpen. Een
gezonde leefomgeving is namelijk geen kwestie van links of rechts. Het
is iets waar we allemaal afhankelijk van zijn. Het was fijn om te zien
dat die samenwerking inderdaad resultaat opleverde, dat we samen het
kabinet tot meer actie konden aansporen. Het is jammer — dat moet ik ook
bekennen — dat veel van mijn collega's er nu niet meer zijn, maar ik
hoop dat we de samenwerking, gericht op die gezonde leefomgeving, met de
nieuwe Kamer kunnen voortzetten. Als ik de stukken van het kabinet lees,
zal gezamenlijke actie van ons als Kamer helaas hard nodig zijn. Ik zal
toelichten waarom door dieper in te gaan op de twee aspecten van
veiligheid die ik noemde: ten eerste een gezonde leefomgeving, oftewel
milieu, en ten tweede grondstoffenafhankelijkheid, en dus de circulaire
economie.
Ik begin met het milieu. De uitstoot van milieuverontreinigende stoffen
kost Nederland 46 miljard euro per jaar, als we het PBL mogen geloven.
Dat is 4,6% van het Nederlands bruto binnenlands product. De bescherming
van gezondheid en milieu bespaart ons uiteindelijk geld, maar als de
begroting wordt opgesteld en er keuzes moeten worden gemaakt, lijkt het
alsof dat allemaal vergeten wordt, schiet men weer in de taal van
economische kortetermijnbelangen en ziet men die weer als gids.
Ondertussen dreigen regels die mensen en hun omgeving beschermen, juist
afgezwakt te worden. Daar betaalt de belastingbetaler uiteindelijk de
rekening voor.
Ik ben overigens wel blij dat dit kabinet naar aanleiding van het
verzoek van de Partij voor de Dieren erkent dat het goed is om de kosten
en de schade aan het milieu mee te nemen en daarnaar te kijken. Het is
één ding om naar het PBL te wijzen, maar het is iets anders om het ook
expliciet mee te wegen. Ik wil graag van het kabinet horen hoe het het
gegeven dat er zo veel financiële schade door milieuvervuiling is,
meeweegt in de keuzes die in de begroting worden gemaakt. Kunnen de
bewindspersonen toezeggen om dat in het vervolg explicieter te maken in
de begrotingen?
Ondertussen spelen er rechtszaken van bezorgde burgers tegen grote
vervuilers als Schiphol, Tata Steel en Chemours, niet omdat die burgers
het zo leuk vinden om rechtszaken te voeren, maar juist omdat ze merken
dat ze geen andere keuze hebben, omdat wij hier in de politiek hen
onvoldoende beschermen. Helaas wordt dat ook bevestigd door
wetenschappers en instanties als de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Die
laatste kwam in 2023 met de duidelijke conclusie dat belangen van
burgers onvoldoende worden beschermd ten opzichte van het belang van de
industrie. De Onderzoeksraad adviseerde snelle maatregelen en een
aanscherping van de regelgeving.
Wat er vervolgens gebeurde, is tekenend voor hoe de politiek omgaat met
zulke kwetsbare belangen. Dat advies van de raad lag er in 2023. We
hebben als Kamer een jaar lang moeten wachten op enige soort van actie.
In 2024 kwam er een Actieagenda Industrie en Omwonenden. Toen zat ik
hier ook, aan de andere kant, samen met de VVD, D66 en GroenLinks-PvdA.
We zeiden allemaal, in onze eigen woorden: dit is geen actieagenda, maar
een doorschuifagenda; dit is gewoon nog meer onderzoeken en verkennen.
De boodschap aan het kabinet was duidelijk: dit moet veel beter; we
willen concrete acties en niet nog meer verkenningen.
Er werd toen ook een motie van de Partij voor de Dieren aangenomen
waarin staat dat we echt aan de slag moeten en dat er een concrete
tijdlijn moet komen voor wanneer die acties echt zouden worden
uitgevoerd. Het is nu twee jaar later en die motie is nog steeds niet
uitgevoerd. Zo'n tijdlijn waarin wordt geschetst wanneer welke actie
wordt gestart en afgerond is er nog steeds niet. Kan de staatssecretaris
toezeggen uiterlijk voor het volgende debat over de leefomgeving alsnog
met kwantificeerbare doelen, bijbehorende acties en, niet te vergeten,
een tijdlijn te komen, gericht op de bescherming van de gezondheid van
burgers en hun leefomgeving, zoals eerder gevraagd?
Nu, twee jaar na die laatste slappe uitwerking van de Actieagenda
Industrie en Omwonenden, krijgen we opnieuw een langverwachte brief van
de staatssecretaris. Wat zien we daarin? Het is zó tekenend. Het begint
er al mee dat de industrie zo essentieel voor ons is. De ambtelijke nota
bij de brief van de staatssecretaris laat zien dat er achteraf nog veel
formuleringen zijn aangepast om de economische belangen van de industrie
maar goed te blijven borgen. Er staat gewoon: we hebben door de hele
brief heen meer aandacht voor concurrentievermogen en verdienvermogen
van de industrie verwerkt. Dat terwijl de aanleiding voor het opstellen
van de actieagenda juist de conclusie van de onafhankelijke
Onderzoeksraad voor Veiligheid was dat de belangen van de burgers
onvoldoende werden beschermd en geborgd. Dan is het echt wel schandalig
— ik wil niet al te kritisch zijn — dat het kabinet dan met zo'n briefje
komt. Dan heb je je prioriteiten niet op orde. Het is veelzeggend dat de
VNO-NCW-lobby heel tevreden is met het beleid van de staatssecretaris
dat er nu ligt, maar dat verder bijna iedereen kritisch is, zoals
medeoverheden, toezichthouders, omwonenden en maatschappelijke
organisaties. Ziet de staatssecretaris ook dat hier iets niet helemaal
goed gaat?
De staatssecretaris schrijft dat hij op zoek is naar balans tussen de
verschillende belangen. Dat is hem voorlopig dus nog niet gelukt.
Medeoverheden willen meer en verdergaande maatregelen, waaronder
wijziging van de regelgeving. In de brief doet de staatssecretaris alsof
de maatregelen die hij neemt in lijn zijn met het advies van de
Expertgroep Gezondheid IJmond, terwijl de ambtelijke nota duidelijk
stelt: de maatregelen die de Expertgroep adviseert, gaan veel verder dan
wat in de brief wordt voorgesteld. Ook dat is kwalijk. Het is kwalijk
dat de staatssecretaris eigenlijk de Expertgroep Gezondheid gebruikt om
zijn gebrek aan beleid te groenwassen. Kan de staatssecretaris toezeggen
opnieuw te kijken naar die scheve balans en voor het eerstvolgende debat
met een brief te komen waarin hij uitlegt hoe hij medeoverheden,
maatschappelijke organisaties en burgers meer tegemoet kan komen, zoals
optie vier uit de ambtelijke nota adviseert?
Voorzitter. Na jarenlange onderzoeken ligt er nu wel een lijstje van wat
we echt concreet zouden kunnen doen om die gezondheid goed te borgen.
Dat is verwerkt in die factsheets. Echter, daar wordt bijna niets mee
gedaan. Mijn verzoek aan het kabinet is dus nog steeds om daar nog een
keer naar te kijken en de uitvoering van de actieagenda serieuzer in te
richten.
De pilot over de metingen blijft nog steeds vaag, ondanks aangenomen
moties van de Partij voor de Dieren hierover. In de actieagenda staat
dat er wordt gewerkt om snel betere toegang tot milieugegevens te
regelen voor burgers. Bedrijven zouden mogelijk worden verplicht om
bijvoorbeeld continue metingen openbaar te maken. Ik was benieuwd hoe
het daarmee staat. Dat vraag ik ook even aan de staatssecretaris.
Voorzitter. De vervuiler zou meer moeten betalen in plaats van bepalen,
maar we zien toch nog steeds dat de kosten voor vervuiling worden
afgewenteld op burgers. Er ligt een motie-Kostić/Soepboer, die het
kabinet aanspoort om daar beter naar te kijken. Het kabinet zegt dan
tegen ons: maar de huidige regelgeving is erop ingericht dat de
vervuiler betaalt, dus we doen eigenlijk niks met jullie motie. Echter,
we zien in de praktijk dat dat niet zo is. We zien dat milieuschade heel
vaak wordt afgewenteld. Gemeenten moeten het oplossen. Provincies moeten
het oplossen. Soms moet het Rijk het oplossen. En dat terwijl de
vervuiler niet hoeft te betalen. Dat betekent dat de burger moet
betalen. Ik verzoek de staatssecretaris om hier toch nog een keer goed
naar te kijken.
Voorzitter. Ik ga nog even naar de luchtvaart. Dat onderwerp is een
onderdeel van de gezonde leefomgeving, zou je zeggen. Daar is al heel
veel over gezegd. Er is ook een uitspraak geweest van de rechter. Die
zei: ook hier worden de belangen van de omwonenden van Schiphol
structureel genegeerd. Mensenrechten worden overtreden en dat moet meer
in balans komen. Ondanks alle mooie woorden van dit kabinet op sommige
punten, zien we dat niet gebeuren. Er wordt nu weer een beeld geschetst
waarbij er een mogelijkheid bestaat dat Schiphol gewoon weer kan
groeien, terwijl we allemaal weten dat de grenzen voor de gezondheid,
voor een gezonde leefomgeving, voor het klimaat en voor de natuur allang
zijn overschreden.
Gisteren stuurde het kabinet ons nog een brief over het
Luchthavenverkeerbesluit, dat het kabinet nog even snel door de Kamer
heen wil drukken. Dat is zo ontzettend complex, met meerdere bijlagen en
door de voornemens die daarin worden vermeld. Dat is niet goed voor de
omwonenden. Het zou op z'n minst goed zijn om de Kamer echt goed de kans
te geven om daar goed naar te kijken. Ik wil het kabinet dus toch
verzoeken — anders kom ik met een motie — om hierin geen onomkeerbare
stappen te zetten totdat de Kamer er goed naar heeft kunnen kijken, er
een debat over heeft gehad en er vervolgens een uitspraak over heeft
gedaan. Dat vraag ik aan de minister.
Een laatste gedeelte van het milieuaspect betreft het vuurwerkverbod. We
weten allemaal dat vuurwerk helaas veel milieuschade en maatschappelijke
kosten met zich meebrengt. Het is dus goed dat het vuurwerkverbod er
komt. Maar ik wil graag van de staatssecretaris horen wat er nog moet
gebeuren en hoe het staat met het regelen van de compensatie van de
vuurwerkbranche. Ik vraag hem ook er toch op te letten dat er niet zo
veel maatschappelijk draagvlak is om die financiële compensatie heel
hoog te maken. Ten eerste wist de branche al heel lang dat het
vuurwerkverbod eraan zat te komen. Ten tweede zijn de milieukosten en
-impact jarenlang afgewenteld op de samenleving, op de burgers dus. Ik
zou zeggen: let daar goed op.
Het laatste wat ik wilde benadrukken als het gaat om veiligheid, is de
circulaire economie. Het is al eerder gezegd, maar ik wil het graag
benadrukken omdat het niet in de begroting naar voren komt. Weer zijn er
woorden versus daden. De staatssecretaris zegt dat de circulaire
economie heel belangrijk is voor onze veiligheid, onafhankelijkheid,
economie, een gezonde leefomgeving, voor van alles en nog wat. Maar wat
zien we gebeuren? Er werd vorig jaar iets van 92 miljoen euro
gereserveerd voor de circulaire economie. Nu is dat 65 miljoen euro
geworden en dat wordt de komende paar jaar met nog 30% verder
verminderd. Om dat een beetje in de context te plaatsen:
statiegeldbedrijf Verpact heeft nog 140 miljoen op de plank liggen aan
nog te innen statiegeld. Als je dat vergelijkt met ons budget voor een
circulaire economie, waarvan zelfs de staatssecretaris zegt dat het
cruciaal is voor onze onafhankelijkheid van andere regimes, voor onze
economie en voor onze gezondheid, dan slaat het helemaal nergens op. Ik
zou dus toch een reflectie hierop willen van de staatssecretaris.
Daarnaast wil ik de Kamer oproepen om dit te corrigeren, of in ieder
geval een hele duidelijke boodschap af te geven aan een nieuw kabinet.
Dit valt namelijk niet met elkaar te rijmen.
Tot slot. Misschien is het van een geheel andere orde, maar het is wel
iets wat te maken heeft met de veiligheid van mens en dier. De
leerindustrie houdt een systeem in stand waarin dieren worden uitgebuit
voor winst, terwijl de productie gepaard gaat met gifvervuiling en
ontbossing. De huid van dieren hoeft geen onderdeel te zijn van onze
kleding. We hebben een aangenomen motie om een plan te maken om
producten met dons en bont van levend geplukte dieren, angorawol en
angoraleer in Nederland te weren. Het onderzoek dat het ministerie naar
aanleiding daarvan heeft laten uitvoeren, laat zien dat de productie van
angorawol, kangoeroeleer en dons van levend geplukte dieren gepaard gaat
met ernstig dierenleed. Het onderzoek laat ook zien dat 72% van de
mensen negatief staat tegenover het gebruik van die producten als ze
weten wat voor dierenleed erachter staat. Er is dus enorm veel draagvlak
voor maatregelen van dit kabinet. Het onderzoek biedt volgens het
ministerie zelf aanknopingspunten voor beleid dat gericht is op
regulering van de verkoop en import van materialen met ernstige
dierenwelzijnsproblemen. We hebben echter nog geen maatregelen gezien.
Is de staatssecretaris bereid om alsnog maatregelen te treffen in de
geest van de al aangenomen motie?
Voorzitter, ik rond af. Ik snap dat er onderhandelingen bezig zijn, maar
ik zeg nogmaals dat ik ook ooit gewoon een burger ben geweest die naar
de politiek keek en dacht: kom op lieve mensen, dit kan toch sneller. We
hebben zo veel waardevols om te beschermen. Dat kan inderdaad met het
bedrijfsleven, maar we moeten keuzes maken. Die gezondheid is ons zo
waardevol. Laten dus wel stappen vooruit nemen, ook al zijn die
onderhandelingen nog bezig.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, lid Kostić. Het woord is aan de heer Grinwis voor zijn
inbreng namens de ChristenUnie in de eerste termijn. Gaat uw gang.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Proficiat met de maidenspeech, zeg ik aan
collega's Huidekooper, Schutz en Jumelet, met opnieuw mooie inzichten:
"je hoeft er niet geboren te zijn om er vandaan te komen" en "waar een
wil is, is een weg". Dank.
Voorzitter. Vandaag gaat het over een verbonden land. Dan doel ik niet
alleen op het overbruggen van de figuurlijke afstanden in onze
samenleving, maar ook op de fysieke. Dan gaat het ook over bruggen,
sluizen, tunnels en viaducten, over dammen, duinen en dijken, en over
141.000 kilometer wegen, 7.000 kilometer spoor en 5.700 kilometer
vaarwegen, zo zagen we zojuist nog bij de petitie, waarbij we met z'n
allen met de neus op het feit werden gedrukt dat zonder onderhoud
Nederland vastloopt. Er is een tekort van tientallen miljarden in de
komende tien jaar. Dat betekent dat het volgende kabinet naast 1 à 2
miljard euro per jaar voor de aanleg van nieuwe infrastructuur
structureel ook 2 à 3 miljard per jaar voor onderhoud en vervanging zal
moeten reserveren. Delen de bewindspersonen deze inschattingen, en wat
is hun dringende advies aan hun opvolgers om niet hetzelfde mee te maken
als wat zij hebben meegemaakt?
Om de grote onderhouds- en vervangingsopgave concreet te maken, leg ik
de vinger even bij het Spui- en Gemaalcomplex IJmuiden. U hoort het al
vanuit vak K. Dank voor de brief in reactie op de motie van collega
Schutz en mij over de o zo noodzakelijke vernieuwing van dat complex in
IJmuiden. De kans dat dit complex faalt, wordt groter en groter. We
staan erbij en kijken ernaar, samen met 4 miljoen mensen, bewoners van
ons land, die worden beschermd door dit cruciale kunstwerk. Waar zijn de
gevraagde jaartallen? Waar is de urgentie? We kunnen dit besluit wel aan
een volgend kabinet laten, maar wat kan en wil de minister nog doen om
te borgen dat het vervangingsbesluit daadwerkelijk snel genomen gaat
worden?
Voorzitter. Hoe belangrijk goed en veilig reizen is, ontdek je vooral op
momenten dat dat even niet zo vanzelfsprekend is, zoals een paar weken
terug. Er was flinke uitval van treinen en bussen. Ook was er gladheid
op de wegen, die met man en macht werd bestreden. Dat verdient een
compliment. In de antwoorden op de door mij gestelde vragen over dit
weer lees ik weinig over wat er de volgens de staatssecretaris de
volgende keer anders zou moeten gaan. De staatssecretaris geeft
bijvoorbeeld aan hoeveel geld het deels uitzetten van de
wisselverwarming bespaart, maar het gaat dan niet over de vraag welke
maatschappelijke kosten dat met zich meebrengt. Natuurlijk moeten we
weinig voorkomende verstoringen niet gaan overdrijven met een enorme
hoeveelheid aan geld dat we daaraan spenderen, maar toch: worden de
maatschappelijke kosten ook meegenomen in de evaluatie en bij
toekomstige wijzigingen van het basiskwaliteitsniveau spoor?
Belangrijker dan deze incidenten is dat ons openbaar vervoer tussen onze
dorpen en steden gewoon goed en betaalbaar is. Helaas waren de woorden
van de vorige coalitie mooi, maar de bezuinigingen keihard. Het leidde
er zelfs toe dat ik vorig jaar bij de begrotingsbehandeling dreigde
tegen de volgende begroting te stemmen als de bezuinigingen niet zouden
worden teruggedraaid. Gelukkig heeft de staatssecretaris ingegrepen. De
BDU-bezuiniging van 110 miljoen op het ov in en rond grote steden is
voor één jaar teruggedraaid en voor één jaar voor een klein deel, maar
de bezuiniging van meer dan 200 miljoen per jaar op ons ov door de
herijking van het studentenreisproduct staat nog. Dat laat mijn fractie
niet over haar kant gaan. Zoals we eerder in de nasleep van de gevolgen
van corona voor het ov zijn gekomen met de motie-Bikker over 300 miljoen
per jaar, zo hebben we nu een amendement klaarliggen waarin in 2026 en
2027 224 miljoen opzij gezet wordt voor het vervoeren van reizigers per
bus, tram, metro en trein. Dan kan de NS ook mooi de dierbare
jongerendagkaart herinvoeren. Graag een reactie daarop. Ik hoop en reken
op mijn collega's bij de stemmingen binnenkort.
Ten slotte wil ik heel kort nog iets zeggen over circulariteit. Ik sluit
me aan bij de woorden van collega Stoffer. Ik ben benieuwd of de
staatssecretaris kan toezeggen dat de doelen voor productgroepen zo hoog
mogelijk op de ladder komen te staan. Kan hij dus toezeggen dat hij ook
doelen maakt voor hergebruik en reparatie? Hoe staat het met de
uitvoering van de motie over vraagcreatie die ik samen met collega
Rooderkerk heb ingediend? Er moet namelijk een markt komen voor
circulariteit. Als we dat niet doen, dan gaat het gewoon niet
goed.
Tot zover, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Er is een interruptie van de heer De Groot.
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik wil de bijdrage van de heer Grinwis van de ChristenUnie via u best
wat verlengen. Ik hoorde in de opsomming van de heer Grinwis over het
belang van infrastructuur niet de luchthavens. Die hoorde ik ook niet
toen hij had het over het ijsvrij maken, terwijl er tijdens de
sneeuwstorm toch echt een heel aantal vliegtuigen zijn uitgeweken naar
Groningen. Ik stel de vraag dan maar zo, via u, voorzitter: hoe kijkt de
heer Grinwis aan tegen het belang van luchtvaartsystemen en regionale
luchthavens in Nederland? Wat vindt hij ervan als we daar op die manier
naar kijken en als we die een beetje ondersteunen? We zien nu namelijk
toch dat heel veel vakantievliegers naar Weeze of Brussel gaan, allebei
net over de grens. Hoe kijkt de heer Grinwis aan tegen de visie van één
luchtvaartsysteem en het belang van de regionale luchthavens?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Het is fijn dat de heer De Groot terug is en dank dat hij mij de
gelegenheid geeft om mijn spreektijd wat te verlengen. Ik moet met de
paar minuten die ik heb inderdaad keuzes maken. Ik heb ervoor gekozen om
het belang van het openbaar vervoer te onderstrepen en de vinger te
leggen op de verstoring van het openbaar vervoer door het winterweer.
Collega Van der Plas heeft uitgebreid stilgestaan bij het vliegverkeer,
en zo hebben deze zeven zetels samen toch een heel evenwichtig verhaal
over de verstoringen neergelegd. Alle gekheid op een stokje, natuurlijk
is het luchtvaartsysteem, inclusief luchthavens zoals we die kennen,
hartstikke belangrijk voor ons land. Dat geldt voor zowel de nationale,
grote luchthavens als Schiphol, als voor het systeem van regionale
luchthavens. Tegelijkertijd is het voor de heer De Groot geen geheim dat
wij anders denken over de prijzen van vliegen en dat wij vinden dat het
een tandje minder mag met vliegen.
Dat neemt niet weg dat het van belang is dat regionale luchthavens in de
toekomst een bestaan hebben. Collega De Groot heeft eerder ingegrepen in
de begroting, met een voorstel om Eelde infrastructureel gezien
daadwerkelijk een kans te geven. Ik zag nu een nieuw amendement van hem
langskomen. Ik ga dat met belangstelling bestuderen. Ik zeg nu niet toe
dat ik voor ga stemmen. Ik let ook altijd goed op de dekking en die vond
ik er nog niet heel jofel uitzien. Ik snap heus wel dat de heer De Groot
zegt dat we ons niet alleen bijziend op één vorm van vervoer — in mijn
geval is dat het openbaar vervoer — moeten focussen, maar dat we ook oog
moeten hebben voor de luchtvaart. Ik nodig van de weeromstuit collega De
Groot dan uit om ook liefde te hebben voor die andere vormen van
vervoer; die hebben zijn steun namelijk ook heel hard nodig.
De heer Peter de Groot (VVD):
Daar zal ik zeker naar kijken. Dat is zeker waar. Ik kan de heer Grinwis
via de voorzitter ook alvast geruststellen dat ik nog even goed naar de
dekking van mijn amendement zal kijken. U zult dus denk ik morgen in
ieder geval een gewijzigd amendement ontvangen. Dat kan ik alvast
toezeggen. Kijk, de luchthavens hier ploeteren gewoon ten opzichte van
luchthavens van dezelfde omvang in bijvoorbeeld Duitsland. De
luchthavens in Nederland ploeteren gewoon om hun hoofd boven water te
houden, om het rond te krijgen.
De voorzitter:
En uw vraag?
De heer Peter de Groot (VVD):
Ze ploeteren — dat hebben we bijvoorbeeld met het weer van de afgelopen
weken ook gezien — terwijl ze een ontzettend belangrijke rol spelen in
dat luchthavensysteem. We zien dat ook als het gaat over de vracht bij
Maastricht. Dat is economisch van groot belang. Ik ben dus blij om te
horen dat de heer Grinwis daar nog met een warme blik naar gaat kijken.
Ik zou graag op zijn steun rekenen om dat luchthavensysteem wat verder
te stutten in Nederland.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik ga er welwillend naar kijken. Ik ga ook wel luisteren naar wat de
bewindspersonen daarover en over het amendement te zeggen hebben. We
kunnen het geld namelijk maar één keer uitgeven. Ik snap heel goed wat
de heer De Groot zegt. We leven niet op een eiland. Er liggen ook
vliegvelden net over de grens, die zich ook mogen verheugen in
Nederlandse bezoekers. Als zij dan toch gaan vliegen, dan natuurlijk
liever vanuit Nederland. Ik begrijp dat helemaal. Dat neemt niet weg dat
wij in algemene zin mensen ook de mogelijkheid willen laten zien dat het
dicht bij eigen huis soms ook heel mooi is. Je hoeft dus niet per se
heel ver te vliegen. Ik erken dat er ook veel noodzakelijke vluchten
zijn, bijvoorbeeld naar een Waddeneiland zoals Terschelling. Daar moet
de haven worden opgeknapt. Ik sluit me daarmee mooi aan bij collega Van
der Plas.
De voorzitter:
Nou, wat een intermodale benadering. Dank u wel, meneer Grinwis. Dan is
het woord aan mevrouw Beckerman voor haar inbreng namens de SP.
Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter, goedenavond.
De voorzitter:
Gaat uw gang.
Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter. Door politieke keuzes is ons ov een blamage. Eerst werd het
door het blinde geloof in marktwerking en privatisering, dat zou zorgen
voor efficiëntie en dalende kosten, uitgekleed met een veel te kleine
bijdrage van de overheid. Daar is vervolgens nog weer verder op
bezuinigd. Honderden bushaltes verdwenen de afgelopen jaren. Steeds meer
dorpen, wijken en voorzieningen zijn steeds slechter bereikbaar.
Ondertussen betaal je als reiziger veel en veel meer. Laten we het
hebben over die ticketprijzen. Tussen 2008 en 2024 werden de tickets
voor het openbaar vervoer 40% duurder. Dit jaar komt er bij de NS weer
6,25% bij. En wat zegt het kabinet dan in antwoord op de vragen bij deze
begroting? Het kabinet zegt dat het ook veel erger had kunnen zijn.
Vervolgens wordt er niks meer aan gedaan.
Het is op sommige plekken helaas ook nog veel erger. Arriva gooit ook
nog eens €0,02 per kilometer boven op de stijging van die 6,25%. Dat kan
oplopen tot een stijging van 17,7%. Arriva is inmiddels in handen van
een Amerikaans private-equitybedrijf. Een dienst van zo groot belang als
openbaar vervoer! Zo ver hebben opeenvolgende kabinetten het laten
komen. De allereerste kleine stap moet toch zijn om deze prijsstijgingen
te blokkeren. De SP wil toe naar gratis ov. Betaalbaar of zelfs gratis
en goed ov, zeg ik ook even in de richting van D66, kan immers wél. In
Luxemburg is het ov gratis. In Duitsland heb je voor €63 per maand vrij
reizen. In Wenen kun je elke dag onbeperkt overal heen voor €1,25 per
dag. Maar in Nederland kost zo'n kaart €4.800. Het goedkoper en op
termijn gratis maken van het ov en het zorgen voor betere bereikbaarheid
zou nou echt goed klimaatbeleid zijn.
Er is allerlei klimaatbeleid waar je last van hebt als inwoner. Er is
allerlei klimaatbeleid waar je alleen wat aan hebt als je veel geld
hebt. Dat is leuk voor een groene elite, maar beleid maken waar inwoners
en het klimaat echt van zouden profiteren, doen opeenvolgende kabinetten
niet. Ik doel dan op fors investeren in de bereikbaarheid van het
platteland en de stad met het ov en ervoor zorgen dat het ov voor
iedereen betaalbaar of zelfs gratis wordt. Een nieuw kabinet moet daar
wat de SP betreft direct mee aan de slag. Maak het ov weer publiek en
maak het tot iets waar we trots op kunnen zijn. Vooralsnog kunnen we
daar niet wachten. De eerste stap moet echt zijn om de ticketprijs op
zijn minst alsnog te bevriezen. Graag een reactie. Dit geldt voor de NS
en ook voor de regionale trein-, bus- en metrovervoerders.
Voorzitter. Terwijl steeds meer mensen last hebben van de
betaalbaarheidscrisis, stijgen ook de kosten voor ons drinkwater. Mede
doordat de overheid haar milieubeleid niet op orde heeft, betalen
inwoners de rekening. Tot twee jaar geleden deed ik de portefeuille
milieu. Nu moest ik me opnieuw inlezen, maar daar was ik heel snel klaar
mee. Het is wel pijnlijk dat we zo weinig zijn opgeschoten. Een
nationaal verbod op pfas is er bijvoorbeeld nog steeds niet. Bedrijven
krijgen nog steeds vergunningen om te lozen. Illegale lozingen komen aan
het licht. Zo loosde Sabic 25 jaar lang illegaal pfas op de
Westerschelde. Ook het Limburgse afvalbedrijf CFS loosde illegaal pfas.
Dat bedrijf krijgt nu een vergunning om een grote hoeveelheid te blijven
lozen, terwijl daar ook voor 4 miljoen huishoudens drinkwater moet
worden gewonnen. Die huishoudens draaien op voor de kosten.
Het huidige kabinet kenmerkt zich door het eeuwige zoeken naar
mogelijkheden om de kool en de geit te sparen. De verantwoordelijkheid
voor een gezonde leefomgeving en een hoge milieukwaliteit wordt vooral
afgeschoven naar lagere overheden, waterschappen, omgevingsdiensten, de
EU en vooral naar de verschillende sectoren zelf. Alleen als zaken na
jaren onderhandelen uiteindelijk niet lukken, grijpt het kabinet
in.
Voorzitter. Een aantal vragen. Hoe zorgt het kabinet dat huishoudens
niet de rekening van vervuilers betalen? Erkent het kabinet dat er
tekorten zijn bij gemeenten en provincies voor het uitvoeren van hun
toezichttaken? Wordt het niet alsnog tijd voor een nationaal verbod op
het lozen van pfas? Wil het kabinet komen tot een samenhangende
interdepartementale nationale pfas-aanpak tegen de vervuiling?
Dan heb ik nog tien seconden om de mensen te feliciteren die hun
maidenspeech hebben gehouden.
Dank u.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Beckerman. Tot slot geef ik het woord aan de heer
Heutink als laatste spreker van de zijde van de Kamer in de eerste
termijn, die zijn bijdrage zal doen namens de Groep Markuszower.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voorzitter. U zult begrijpen dat ik hier vandaag met een dubbel gevoel
sta, maar het Kamerwerk gaat altijd door. Nederland kan niet wachten. De
kiezer kan niet wachten. Daarom behandelen wij vandaag gewoon de
begroting van Infrastructuur en Waterstaat.
Voorzitter. Nederland is echt een prachtig land; ik zeg het maar even.
Onze infrastructuur was de beste van de wereld. Ze is zo'n 70 jaar
geleden door de politiek aangebracht en bracht ons welvaart, rijkdom en
vrijheid. Van oost naar west of van zuid naar noord: het was allemaal te
doen binnen afzienbare tijd. Hoewel we een klein landje zijn, is het
verbluffend om te zien wat we in al die jaren hebben weten klaar te
spelen. Mobiliteit heeft de afgelopen 70 jaar ook een enorme
technologische vooruitgang meegemaakt. Zo werd 70 jaar geleden
bijvoorbeeld de Citroën 2CV nog gemaakt. Ik weet niet of iedereen weet
welke auto dat is, maar de kenners onder ons weten: dat is de lelijke
eend. Ik zie meneer Jumelet lachen. Wie nu in een nieuwe auto stapt,
waant zich bijna in een ruimteschip: ze zitten vol met technologie,
foefjes en andere slimmigheden om autorijden veiliger dan ooit te
maken.
Al die technologische vooruitgang hebben we kunnen boeken omdat er 70
jaar geleden politici waren die de moed en het lef durfden te tonen om
massaal te investeren in onze infrastructuur, omdat zij zagen dat onze
infrastructuur het fundament is voor een sterke economie. Laten we heel
eerlijk zijn tegen elkaar: zonder infrastructuur zijn er geen woningen,
zonder infrastructuur kom je niet naar een ziekenhuis en zonder
infrastructuur kun je het vergroten van onze weerbaarheid vergeten.
Daarbovenop waren onze wegen ooit zo vlak als biljartlakens. We hebben
ze met elkaar laten verloederen. We hebben ze laten verslonzen, met alle
gevolgen van dien. Het is zo ongelofelijk zonde.
Maar ook de vrijheid van autorijders staat onder druk, want ook op onze
wegen sta je vaker stil dan je lief is. De fileproblematiek in Nederland
wordt alsmaar groter. Hoe kan het ook anders? Met een migratiesaldo van
meer dan 100.000 mensen per jaar, die allemaal vervoer nodig hebben, is
het niet zo gek dat onze wegen voller en voller worden. Het aantal
mensen en het aantal auto's in dit land nemen alsmaar toe, ieder jaar
opnieuw. We zijn maar een klein landje, maar ook afgelopen jaar werden
er weer 388.000 nieuwe auto's geregistreerd.
In plaats van dat het kabinet de wegen verbreedt, zet men zonder succes
in op een campagne die Spitsmijden heet. Verspreid over twee keer vier
weken werd er maar liefst €350.000 aan uitgegeven. De helft ging naar
radio- en tv-spotjes en de andere helft ging naar onlinefilmpjes en
socialmediabedrijven. En wat blijkt? Het heeft dus nul komma nul effect
gehad. De campagne heeft volgens onderzoeksbureau Verian-Validators nog
geen aantoonbaar effect gesorteerd op de doelstellingen. Mensen zien het
nut van spitsmijden wel in, maar het is allemaal wat ingewikkelder om
het in het dagelijks leven in te passen. Bovendien ervaren sommige
mensen nog de druk om op tijd op kantoor te zijn. Dit had bijna mijn
bijdrage van vorig jaar kunnen zijn. Toen classificeerde ik dat als
pure, pure armoede, en dat is het ook.
Voorzitter. Ook andere soorten infrastructuur zijn aan het einde van hun
levensduur. Dat is voor de directe veiligheid van ons land misschien nog
wel veel gevaarlijker. Ik heb het hier over al die bouwwerken die ervoor
zorgen dat wij hier vandaag de dag nog met droge voeten kunnen staan, al
die dammen, sluizen en, niet te vergeten, Deltawerken. Ik zei het net
al: ongeveer 70 jaar geleden nam de politiek de beslissing om
belangrijke stappen te zetten binnen de infrastructuur. Dat die
Deltawerken ons vandaag de dag nog steeds droge voeten bezorgen, geeft
aan hoe belangrijk die investeringen in infrastructuur zijn. Daarom
hebben wij vandaag opnieuw politici nodig die door muren gaan, die
zeggen: infrastructuur is het fundament van onze economie. We hebben
politici nodig die de keuze durven te maken om te investeren in
infrastructuur, ook al is dat niet altijd sexy. Het eerlijke verhaal is
dat investeren in infrastructuur weinig nieuwe stemmen oplevert. Dat is
de realiteit. Dat is ook precies de reden dat heel veel politici het
niet aandurven, maar ik denk dat we het allemaal met elkaar eens zijn
dat het heel erg goed is voor ons land om het wel te doen.
Voorzitter. Ik ben hier vandaag helemaal niet om de hele
infrastructuursector af te zeiken, heus niet. Bij Rijkswaterstaat, bij
ProRail en bij de NS werken allemaal mensen, stuk voor stuk met hart
voor de Nederlandse infrastructuur. Ik heb echt diep respect voor al die
mensen die elke dag hun bed uit komen om Nederland bereikbaar te houden.
Tegelijkertijd kunnen we er niet meer omheen dat het al heel erg lang
één voor twaalf is als het gaat om de staat van onze wegen, onze dijken,
ons spoor en alle andere infrastructuur. Keer op keer — dat zien we in
deze begroting ook weer — wordt nagelaten om genoeg geld uit te trekken
voor onze infrastructuur. De vraag is heel simpel: waarom ontbreekt bij
het kabinet iedere vorm van urgentie als het gaat om de staat van onze
infrastructuur? Horen zij de noodkreten uit de diverse sectoren dan
niet? Ik hoor het graag van de minister.
Voorzitter. Daarom sta ik hier vandaag met dit pleidooi. Deze problemen
moeten allemaal gewoon worden opgelost. De Nederlander verdient dat. De
prijs van een treinkaartje moet omlaag. De files op de wegen moeten
worden verminderd. De risico's op wateroverlast moeten we aanpakken door
te blijven investeren. Ik kan nog wel even doorgaan, maar ik zie dat
meneer Schutz leuke dingen gaat doen.
De voorzitter:
Of het leuk is, gaan we zien, maar ik geef hem het woord voor een
interruptie.
De heer Schutz (VVD):
Ja, ik ga een vraag stellen. Ik hoor een stevig pleidooi voor de
sectoren. Dat ziet met name op de aanleg en het onderhoud van al die
infrastructurele werkzaamheden. Ik heb in mijn bijdrage een verhaal
gehouden over hindermanagement. Van af en toe eens een incident gaan we
eigenlijk naar een structurele hinder omdat er aan de weg gewerkt wordt.
Als je werkt, heb je hinder. Dat begrijpt iedereen.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
De heer Schutz (VVD):
Zou de heer Heutink ook daar aandacht voor kunnen hebben? Kan hij
aangeven wat hij daarvan vindt en of er meer structurele aandacht zou
moeten zijn voor hindermanagement bij het plannen en organiseren van al
dat werk dat wij samen noodzakelijk vinden?
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik denk dat als je hinder kunt beperken, je dat zeker moet doen. Heel
eerlijk gezegd kan ik mij niet voorstellen dat een organisatie als
Rijkswaterstaat het nalaat om hinder voldoende te beperken. Je kunt maar
zoveel doen. Denk bijvoorbeeld aan omleidingen. Maar op het moment dat
zo'n weg eruit ligt, dan ligt die er gewoon uit. Dan moet je omrijden.
Natuurlijk steun ik de oproep om te kijken hoe je hinder nog verder kunt
beperken. Daar ga ik helemaal in mee. Maar ik wil wel van het kabinet
horen of Rijkswaterstaat überhaupt bij kracht is om daar extra op in te
zetten.
De heer Schutz (VVD):
Uit eigen ervaring kan ik zeggen dat die intentie er bij Rijkswaterstaat
zeker is, maar met name bij het vaarwegverkeer is het niet zo makkelijk
om een stukje om te varen. Dat zijn vaak grote stukjes. Daar moet je het
af en toe toch hebben van maatregelen als bloktijden of één kolk openen
en de ander niet. Rijkswaterstaat denkt daarin best mee. Maar de
uitkomst daarvan wordt door de natte sector nog weleens als bedroevend
ervaren. Is de heer Heutink het met mij eens dat daar meer aandacht voor
zou moeten zijn zijdens het ministerie en Rijkswaterstaat?
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Meer aandacht daarvoor is altijd goed, maar dan wil ik toch even een
voorbeeld aanhalen van vorig jaar, als ik het goed heb, namelijk het
Julianakanaal en de drooglegging daarvan. We hebben gezien hoe enorm de
effecten waren van die omleidingsroute. Toen ging er ook nog een ander
waterwerk kapot, wat ook weer problemen opleverde. Dus ik denk dat ik
heel goed begrijp waar de bottleneck zit. Als we daar meer aandacht voor
kunnen vragen met elkaar, dan kan ik dat alleen maar toejuichen.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Schutz (VVD):
In Noord-Holland denken ze daar wel heel anders over. Daar is gewoon
sprake van een structurele stremming op de westelijke en de oostelijke
Staande Mastroute. Bij de Algerabrug vindt het werk met name precies in
het hoogseizoen plaats, als al die bootvaarders op een veilige manier
het land doorkruisen, op zoek naar een jachthaven waar mensen hun brood
verdienen. Dat gaat altijd op plaatsen en tijden waar het knelt voor
bepaalde sectoren. Ik zou meneer Heutink, en natuurlijk ook de
bewindslieden, willen vragen om daar toch meer aandacht voor te hebben
dan we nu zien.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Point taken. Meneer Schutz zegt terecht dat hij de aandacht nu beter zou
kunnen focussen op het kabinet, maar ik neem het mee. Dank voor de
suggestie.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik wil eerst even zeggen dat ik het goed vind dat de heer Heutink
vandaag hier staat. Er is nogal wat gebeurd.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ja, dat kun je wel zeggen.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Maar nu hij er toch staat, stel ik ook gelijk een vraag. Ik hoorde de
heer Heutink in zijn bijdrage uitgebreid pleiten voor investeringen in
onze infrastructuur, want dat is broodnodig. Dat heb ik de afgelopen
jaren weleens gemist. Toen ging het toch vooral over alles wat er
misging bij de NS. Over investeringen ging het heel weinig. Daar stond
ook bijna geen geld voor in het vorige coalitieakkoord. Is dit het
nieuwe geluid van de Groep Markuszower dan wel de Nederlandse Vrijheids
Alliantie, de NVA?
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik hoop dat meneer Grinwis eraan kan wennen.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voorzitter. Ik wil nog door over de Nederlandse luchtvaart. De
ontwikkeling van de Nederlandse luchtvaart is een van de meest prachtige
dingen uit onze geschiedenis en moeten we koesteren. In 1919 wordt de
Koninklijke Luchtvaart Maatschappij, de KLM, opgericht. KLM is de enige
luchtvaartmaatschappij die nog onder haar originele naam fungeert.
Alleen dat al is geschiedenis op zich. Op 17 mei 1920, meer dan 100 jaar
geleden, opent KLM de eerste geregelde vliegroute tussen Amsterdam en
Londen. Op Schiphol landt die dag vlieger Jerry Shaw met een geleasede
De Havilland DH.16 met, jawel, maar liefst twee passagiers, een pak
kranten en een brief van de burgemeester van Londen voor zijn
ambtsgenoot in Amsterdam.
Hoe anders is het nu? In het kalenderjaar 2025 verwerkte Schiphol meer
dan 477.000 vliegbewegingen. 477.000! Dat zijn gemiddeld 1.130 vluchten
per dag. Er zijn het afgelopen jaar bijna 70 miljoen reizigers via
Schiphol vervoerd. De effecten op onze economie zijn weergaloos. Hoeveel
welvaart onze luchtvaartsector ons wel niet heeft gebracht, is niet in
een simpele beleidsnotitie weg te schrijven. Maar natuurlijk zien we ook
dat er mensen zijn die overlast ervaren. Daarom moeten we ook de inzet
van KLM om de vloot te vervangen met stillere vliegtuigen volledig
steunen. Maar om nu onze hele geschiedenis en de economische effecten de
nek om te draaien, gaat ons echt veel te ver. We zijn daarom tegen een
nachtsluiting, simpelweg omdat dat kapitaalvernietiging is.
Voorzitter. Dat geldt niet alleen voor Schiphol. Kijk naar Lelystad, een
hagelnieuwe, fonkelnieuwe luchthaven die morgen open zou kunnen. En we
doen er helemaal niets mee. Het is werkelijk onbestaanbaar. Gooi dat
ding toch open, zeggen we tegen de minister. Of wilt u er een
natuurgebied van maken, net als van Twente Airport, nog een triest
voorbeeld? Ik zeg het opnieuw: het is kapitaalvernietiging in drievoud.
Het is heel simpel. Niet de plantjes en bloemetjes moeten floreren op
zo'n luchthaven. Nee, onze economie, onze welvaart en onze vrijheid
moeten floreren op al die luchthavens.
Voorzitter, ik rond af. De tijd van wegkijken is voorbij. Wij moeten met
elkaar opstaan voor een sterke en een gezonde infrastructuur. Daarom
zeggen wij: gebruik de mogelijkheden binnen de extra miljarden die we
mogen lenen voor defensie om ook te investeren in onze infrastructuur.
Want er is gewoon geld; er gaat gewoon geld komen. Laten we dan nu ook
die slag gaan maken, want zonder een stabiele en robuuste infrastructuur
is er ook geen defensie.
Dank u wel.
De voorzitter:
Ik dank u wel, meneer Heutink, voor uw bijdrage als laatste spreker van
de zijde van de Kamer. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de
eerste termijn van de zijde van de Kamer bij deze behandeling van de
begrotingen van Infrastructuur en Waterstaat en het
Mobiliteitsfonds.
De algemene beraadslaging wordt geschorst.
De voorzitter:
De voortzetting hiervan vindt plaats aanstaande donderdagochtend, waarna
het woord is aan de leden van het kabinet.
Daarmee zijn we ook gekomen aan het einde van de vergaderdag van dinsdag
20 januari 2026. Ik sluit de vergadering.
Sluiting
Sluiting 19.15 uur.
ONGECORRIGEERD STENOGRAM Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden
ontleend. |
|---|