[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Voortgang herziening mbo-bekostiging: aanbieding van de doorrekeningen van verschillende opties door PwC

Beroepsonderwijs en Volwassenen Educatie

Brief regering

Nummer: 2026D02343, datum: 2026-01-21, bijgewerkt: 2026-01-22 17:04, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 31524 -691 Beroepsonderwijs en Volwassenen Educatie.

Onderdeel van zaak 2026Z00977:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


31524 Beroepsonderwijs en Volwassenen Educatie

Nr. 691 Brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 januari 2026

Het aanpassen van de bekostiging van het mbo is nodig om ervoor te zorgen dat studenten in heel Nederland toegankelijk, kwalitatief hoogwaardig en divers mbo-onderwijs kunnen volgen. De huidige manier van bekostigen van mbo-instellingen – grotendeels op basis van studentenaantallen – kan in combinatie met krimp leiden tot meer concurrentie in plaats van onderlinge samenwerking. Het levert risico’s op voor regio’s die te maken hebben met fors dalende studentenaantallen en daarom minder bekostiging ontvangen. Het kan de reistijd voor studenten, het behoud van cruciaal en kwalitatief goed onderwijs en de leefbaarheid onder druk zetten. Dat vind ik zorgwekkend, want het mbo is hard nodig om veerkrachtige vakmensen voor bijvoorbeeld de zorg, onze veiligheid, de woningbouw en de energietransitie op te leiden. Daarom werk ik door aan het toekomstbestendig maken van de bekostiging van het mbo.

Met deze brief bied ik uw Kamer het tweede rapport aan van PwC over de herziening van de mbo-bekostiging. Mijn ambtsvoorganger heeft uw Kamer in 2025 geïnformeerd over de aanleiding voor de herziening, de ontwerpeisen en inhoudelijke doelen voor de nieuwe bekostiging. Ook is het eerste rapport met een brede inventarisatie van de mogelijkheden en het advies van de ingestelde Commissie herziening bekostiging mbo met uw Kamer gedeeld.1

Dit tweede rapport is een van de bouwstenen om te komen tot een voorkeursoptie voor de nieuwe bekostiging. Er zijn drie zeer uiteenlopende invalshoeken voor de herziening van de bekostiging geanalyseerd:

  • een pakket met elementen gericht op vereenvoudiging van de bekostiging en maatwerk voor krimp;

  • een pakket met elementen gericht op het verbeteren van toegankelijkheid en samenwerking tussen mbo-instellingen en in de regio;

  • een pakket met elementen gericht op het bevorderen van arbeidsmarktrelevantie en prestaties.

Voorbeelden van elementen in de pakketten zijn het vereenvoudigen van de prijsfactoren, het introduceren van een vaste voet, het bieden van een gerichte oplossing voor regio’s die kampen met fors dalende studentenaantallen of het invoeren van een arbeidsmarktfactor. Deze aanpak biedt mij de gelegenheid om de voorkeursoptie voor de nieuwe bekostiging gebalanceerd samen te stellen door het verstandig combineren van elementen uit de verschillende pakketten. De voorkeursoptie is daarom nadrukkelijk geen keuze uit één van deze drie pakketten.

De effecten van de elementen zijn zowel afzonderlijk als in de samenhang van de pakketten voor verschillende soorten mbo-instellingen – zoals beroepscolleges, kleine of grote roc’s - en voor regio’s doorgerekend. Om de financiële effecten inzichtelijk te kunnen maken, zijn de elementen concreet uitgewerkt. Andere operationalisaties van de elementen leiden tot andere resultaten. Er zijn in de analyse daarom gevoeligheidsanalyses toegevoegd. Ook zijn de elementen getoetst aan de inhoudelijke doelen, bijvoorbeeld op het bijdragen aan de toegankelijkheid, doelmatigheid en arbeidsmarktrelevantie van het mbo. Ik versta onder arbeidsmarktrelevantie het vergroten van de bijdrage van het mbo aan de toekomst van Nederland door bijvoorbeeld op te leiden voor maatschappelijke uitdagingen in de zorg en de energietransitie. De elementen zijn daarnaast getoetst aan de ontwerpeisen, zoals het belang van eenvoudigheid, voorspelbaarheid en uitvoerbaarheid van de bekostiging. Ten slotte biedt het rapport inzicht in de kostenstructuur van het mbo.

Het rapport biedt in mijn ogen waardevolle analyses van de mogelijkheden voor de herziening en de financiële effecten daarvan op de mbo-instellingen. Maar er is meer nodig om verantwoorde keuzes te maken. Het is bijvoorbeeld belangrijk om te begrijpen welke gedragsprikkels er van de bekostiging uitgaan voor mbo-instellingen. Ik betrek in mijn besluitvorming de praktijkinzichten van de mbo-sector, waaronder docenten, studenten, mbo-bestuurders, werkgevers en de uitvoering. Ook hecht ik veel waarde aan de inzichten van de Commissie herziening bekostiging mbo. De commissie reviewt dit voorjaar de voorkeursvariant en beoordeelt onder meer het doorlopen proces, de inhoudelijke juistheid en de consistentie van de onderbouwing. Bovendien zijn er naast de bekostiging andere instrumenten om inhoudelijke doelen als een meer doelmatig en arbeidsmarktrelevant mbo te realiseren, zoals aanpassingen in wet- en regelgeving, toezicht en handhaving of het maken van bestuurlijke afspraken. Ik wil daarin zorgvuldige en doeltreffende afwegingen maken.

Het is voor de herziening van de bekostiging van belang tijdig te starten met het wetgevingstraject, zodat de nieuwe bekostiging per 2029 kan ingaan om een structurele oplossing te bieden voor een toegankelijk mbo in de regio. De tijdelijke Regeling aanvullende middelen studentendaling mbo loopt namelijk van 2025 tot en met 2027. Om de continuïteit en kwaliteit van het onderwijs te borgen wordt een oplossing voor 2028 meegewogen in de budgettaire besluitvorming in het voorjaar 2026.

Uiterlijk in het vierde kwartaal van 2026 zal ik uw Kamer ook nader informeren over de verkenning van de herziening van de bekostigingssystematiek in het hoger onderwijs.

Voor het hbo en wo onderzoek ik, samen met de hbo- en wo-sector, of de bekostigingssystematiek moet worden aangepast om deze zo goed mogelijk te laten aansluiten bij de uitdagingen van de toekomst. Ik verken bijvoorbeeld mogelijkheden voor een stabielere bekostiging zodat de onderwijsinstellingen ook bij dalende studentenaantallen een goed onderwijsaanbod op peil kunnen houden. Daarnaast verken ik manieren om, bijvoorbeeld via de bekostiging, instellingen te stimuleren om tot verdergaande samenwerking te komen op een macrodoelmatig onderwijsaanbod. In de beleidsbrief vervolgonderwijs, onderzoek en wetenschap (14 maart 2025) is aangegeven dat het streven is om de voorkeursopties die uit de verkenning herziening bekostigingssystematiek hoger onderwijs komen in 2026 te presenteren.

Om de herziene bekostiging in het mbo tijdig te kunnen invoeren, streef ik ernaar om uw Kamer voor de zomer te informeren over de voorkeursoptie voor de nieuwe mbo-bekostiging. Ik stuur het oordeel van de commissie over de voorkeursoptie dan mee. Daarmee kan uw Kamer goed geïnformeerd het debat voeren over een manier van bekostigen die het mbo in staat stelt om toegankelijk en kwalitatief hoogwaardig beroepsonderwijs te bieden voor de vakmensen van morgen.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

G. Moes


  1. Kamerstukken II, 2024/25, 31524 nr. 674 en bijlagen (link)↩︎