Uitwerking consequenties financiële situatie politie 2026
Politie
Brief regering
Nummer: 2026D02376, datum: 2026-01-21, bijgewerkt: 2026-01-21 13:38, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van kamerstukdossier 29628 -1303 Politie.
Onderdeel van zaak 2026Z00988:
- Indiener: F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2026-01-22 14:40: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-02-11 14:30: Procedurevergadering Justitie en Veiligheid (Procedurevergadering), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
Preview document (🔗 origineel)
In het commissiedebat Politie van 18 december jl. heb ik de leden Michon-Derkzen (VVD), Van der Werf (D66) en Van Dijk (SGP) toegezegd om voorafgaand aan het Wetgevingsoverleg “Begrotingsonderdeel politie” van 26 januari a.s. een brief te sturen met een uitwerking van de financiële situatie bij de politie voor 2026 en de consequenties daarvan voor de basisteams. Met deze brief doe ik deze toezegging gestand.1
Zoals toegelicht in het eerste halfjaarbericht 2025 is bij de politie sprake van meerjarige financiële problematiek. De financiële situatie van de politie staat reeds enige jaren onder druk door verschillende oorzaken: hogere, onvermijdbare kosten voor het politiepersoneel die worden gemaakt vanuit goed werkgeverschap (bijvoorbeeld de vangnetregeling voor veilig en gezond werken en uitgaven in verband met arbeidsongeschiktheid), sterk oplopende kosten voor informatievoorziening en digitalisering, hogere huisvestingskosten en bezuinigingstaakstellingen. Tot nu toe kon deze financiële problematiek worden gedekt uit de onderbezetting op de personele formatie. Dit was echter een tijdelijke oplossing voor een structureel probleem, omdat het financiële effect van de personele onderbezetting terugloopt. Voor de operatie, maar ook voor de maatschappij, is de groei van de bezetting in de allereerste plaats goed nieuws. Het zorgt er echter ook voor dat de mogelijkheid van dekking voor de financiële problematiek terugloopt en keuzes noodzakelijk zijn om de financierbaarheid van de politie structureel te borgen.
De initiële doorlichting van de politie liet een aanzienlijke opgave zien (oplopend tot circa € 850 miljoen structureel). De politie heeft deze opgave zelf teruggebracht door keuzes en financieel-technische maatregelen die de taakuitvoering van de politie niet raken. De financiële restproblematiek bedraagt in 2026 € 46 miljoen en loopt op tot structureel ongeveer € 350 miljoen vanaf 2030.
Uitwerking van de financiële situatie voor 2026
Ik geef u in het onderstaande informatie over de huidige stand van zaken; deze is nog in beweging. De politie is nog volop bezig om samen met de desbetreffende gezagen in de eenheden de precieze consequenties in kaart te brengen.
De financiële problematiek op de begroting voor 2026 kan voor een groot deel gedekt worden door financieel-technische maatregelen, zoals de inzet van het eigen vermogen, het herbestemmen van bijzondere bijdragen, maatregelen zoals temporisering van uitgaven en het inzetten van de middelen die vrijvallen vanwege de voorziene personele onderbezetting. Hiermee kan echter niet de gehele problematiek voor 2026 worden gedekt, er is ook een begrenzing nodig van de personele bezetting (ik verwijs u naar de aan uw Kamer gezonden begroting en beheerplan Nationale Politie 2026-20302).
Hoe de begrenzing van de personele bezetting wordt ingevuld, wordt hieronder toegelicht. In 2026 bedraagt de totale politiebegroting ca. € 8,5 miljard. Op basis van de formatie van de politie zou hiervan ca. € 5,3 miljard benodigd zijn voor de vaste personele kosten van de totale vastgestelde formatie. Gezien de financiële problematiek is het volledig invullen van de formatie binnen de bestaande financiële kaders in 2026 echter niet betaalbaar.
In het najaar is door de politie in politie-eenheden met de desbetreffende gezagen de indicatieve en richtinggevende consequenties voor 2026 besproken op basis van laatst gevalideerde cijferbeeld (zie bijlage 1). In het LOVP van 24 november 2025 is dit cijferbeeld met de consequenties voor 2026 door politie ingebracht. Dit cijferbeeld laat zien dat de financiële opgave leidt tot een noodzakelijke neerwaartse bijstelling van het budget 2026 van in totaal € 156 miljoen. Dit bestaat uit een reeds voorziene onderbezetting van geschat € 110 miljoen en een financiële restopgave van € 46 miljoen die gedekt moet worden uit het actief begrenzen van de personele bezetting. Ik licht dit hieronder nader toe.
De voorziene personele onderbezetting van € 110 miljoen wordt opgevangen door het niet vanzelfsprekend 100% bezetten van de formatie (natuurlijk verloop) en overige voorziene onderbezetting van de formatie. Begroten op een 100 procent bezetting van de formatie is niet realistisch. Net zoals bij andere grote organisaties met veel personeel, en net als in voorgaande jaren, is er namelijk altijd sprake van (onbedoelde) niet gevulde formatieplekken of natuurlijk verloop dat niet direct kan worden ingevuld. Dit komt bijvoorbeeld door de tijd die zit tussen het openstellen van een vacature en de daadwerkelijke start van een nieuwe medewerker. In de voorgaande jaren (voor begroting 2025) werd deze voorziene onderbezetting echter niet op voorhand in de politiebegroting ingeboekt, maar werd enkel achteraf zichtbaar in de jaarverantwoording. Om realistischer te begroten is ter dekking van de financiële problematiek vanaf begroting 2025 in de vastgestelde politiebegroting nu ook de voorziene onderbezetting als technische maatregel ingeboekt. Vanaf 2026 wordt dit ook voorafgaand aan het begrotingsjaar per eenheid verdeeld.
De voorziene personele onderbezetting betreft de raming uit de vastgestelde politiebegroting 2026 (augustus 2025). Politie heeft mij laten weten dat zij constateren dat de bezetting zich positief ontwikkelt, maar zij hebben nog geen nieuwe prognose van de onderbezetting. In de realisatie gedurende 2026 zal moeten blijken in hoeverre de voorziene onderbezetting zich daadwerkelijk voordoet. Wanneer deze voorziene personele onderbezetting lager uitvalt dan in de begroting geraamd, zullen er minder middelen vrijvallen voor het dekken van de financiële problematiek op de politiebegroting. Het gevolg daarvan is dat er een grotere begrenzing van de personele bezetting benodigd zal zijn.
Deze voorziene onderbezetting is niet voldoende om de financiële problematiek 2026 volledig op te lossen. Om tot een sluitende begroting te komen is het naast deze voorziene personele onderbezetting (en een aantal andere technische maatregelen) noodzakelijk om de personele bezetting verder te begrenzen met een bedrag van € 46 miljoen.
Zoals besproken in het LOVP van 24 november 2025 treffen de eenheden, waar nodig in overleg met het gezag, maatregelen om de financiële opgave van hun eenheid in te vullen. Uit het cijferbeeld (zie bijlage 1) blijkt dat in 2026 vooralsnog de verwachting is dat groei van de bezetting in de meeste eenheden mogelijk blijft, maar op een lager niveau dan de eerder vastgestelde formatie (“minder meer’’). Op basis van het huidige cijferbeeld zijn dit bijvoorbeeld de landelijke eenheden.
Bij enkele eenheden en organisatieonderdelen ligt het budget voor de bezetting lager dan de prognose van de kosten van de bezetting in 2026. Die eenheden hebben een opgave om de bestaande bezetting te beperken, ook al ligt die bezetting onder de vastgestelde formatie. Op basis van het huidige cijferbeeld zijn dit bijvoorbeeld de organisatieonderdelen zoals het Politiedienstencentrum en de staf korpsleiding en de eenheden Oost-Nederland, Rotterdam en Noord-Nederland. Op hoofdlijnen betreffen de maatregelen in deze eenheden:
Strakkere vacatureregie (vacatures die er zijn of ontstaan niet invullen)
Afbouw van overbezetting;
Afbouw van personele bezetting door sluiten van al aangekondigde locaties;
Terugdringen van tijdelijke tewerkstellingen.
Met het vaststellen van de begroting voor de politie zijn afspraken gemaakt hoe de personele begrenzing moet plaatsvinden. In alle eenheden zullen bij het treffen van beheersmaatregelen in 2026 de basisteams (gebiedsgebonden politie en opsporing) helemaal buiten beschouwing worden gehouden. Ook wordt in 2026 niet getornd aan de instroom van aspiranten. Er zullen geen mensen worden ontslagen. De niet-operationele capaciteit op de bedrijfsvoering wordt hoger aangeslagen (bijvoorbeeld staf, communicatie, coördinatie, en management).
Hiermee wordt maximaal ingezet op het ontzien van de operationele slagkracht. De precieze keuzes in een eenheid zullen met de desbetreffende gezagen worden gemaakt.
Vervolgtraject
In deze brief informeer ik uw Kamer over het huidige financiële beeld, dat nog in beweging is. De politie is nog volop bezig om samen met de desbetreffende gezagen in de eenheden de precieze consequenties in kaart te brengen. Ik acht het van belang dat zij hiervoor de benodigde ruimte krijgen om tot gedegen oplossingen te komen. Op basis van JenV-ontwerpbegroting zijn de financiële kaders bij de politie vastgesteld. De politie zal hierover nader verantwoording aan mij afleggen in de jaarverantwoording 2026. Daarbij zal ik de politie en de gezagen ook verzoeken de precieze consequenties in beeld te brengen. Deze jaarverantwoording zal ik, zoals gebruikelijk, uw Kamer doen toekomen.
Zoals in het tweede halfjaarbericht 2025 gemeld, treft de korpschef samen met de gezagen voorbereidingen voor het maken van keuzes om te komen tot een sluitende meerjarenbegroting vanaf 2027. U wordt hierover in het eerste halfjaarbericht 2026 nader geïnformeerd.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
Foort van Oosten
Bijlage 1
Tabel indicatieve uitwerking consequenties eenheden en organisatieonderdelen 2026
*Betreft een reserve in geval bijstelling niet gerealiseerd wordt.
Leeswijzer tabel De minister van Justitie en Veiligheid stelt het budget vast voor de politie. Van dit budget wordt een deel gealloceerd voor de formatie. Dit budget is weer verdeeld over de eenheden op basis van de sterkteverdeelsystematiek. Wanneer er geen financiële problematiek zou zijn, zou - we nemen als voorbeeld de eenheid Noord-Nederland - deze eenheid € 321 miljoen budget voor personeel ontvangen op basis van de vastgestelde formatie (kolom 1). Doordat er in 2026 een financiële opgave is wordt dit budget bijgesteld met -12 miljoen (kolom 2). Daarom ontvangt de eenheid Noord-Nederland een bijgesteld budget voor 2026 van € 309 miljoen (kolom 3). De prognose is dat de eenheid Noord-Nederland € 313 miljoen aan kosten heeft in 2026 op basis van de aanwezige bezetting (kolom 4). De eenheid Noord-Nederland moet dus (indicatief) € 4 miljoen minder gaan uitgeven dan dat zij nu denken nodig te hebben voor het reeds aanwezige personeel dit jaar (kolom 5). De cijfers in de tabel zijn indicatief en richtinggevend; het betreft de laatst gevalideerde cijfers, die nog kunnen wijzigen. |
|---|
De totale neerwaartse bijstelling van het budget van € 156 miljoen is met een gewogen gemiddelde verdeeld over de eenheden en organisatieonderdelen. Waarbij de eenheden en organisatieonderdelen die relatief gezien het hardst geraakt werden gecompenseerd zijn, zodat de noodzakelijke beperking van de bezetting uitvoerbaar is.
In de praktijk betekent dit voor elke eenheid en elk organisatieonderdeel iets anders. Dit is mede afhankelijk van in hoeverre er nog ruimte is tussen formatie en bezetting. Specifiek voor de LO en de LX geldt dat deze eenheden relatief meer financiële ruimte hebben dan de regionale eenheden om de aanwezige bezetting in 2026 verder uit te breiden. Dat is het gevolg van de transitie van de voormalige Landelijke Eenheid in twee separate eenheden en investeringen in taken op het vlak van onder meer statelijke inmenging, heimelijk werk en bewaken en beveiligen.