Verslag
Wijziging van de Wet op het financieel toezicht, Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek en de Wet handhaving consumentenbeschermingter implementatie van Richtlijn (EU) 2023/2673 tot wijziging van Richtlijn 2011/83/EU wat betreft op afstand gesloten overeenkomsteninzake financiële diensten, en tot intrekking van Richtlijn 2002/65/EG (Implementatiewet richtlijn op afstand gesloten overeenkomsteninzake financiële diensten)
Verslag (initiatief)wetsvoorstel (nader)
Nummer: 2026D02387, datum: 2026-01-21, bijgewerkt: 2026-01-23 11:43, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-36860-5).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: T.M.T. van der Lee, voorzitter van de vaste commissie voor Financiën (GroenLinks-PvdA)
- Mede ondertekenaar: R.A. van der Steur, adjunct-griffier
Onderdeel van zaak 2025Z20629:
- Indiener: E. Heinen, minister van Financiën
- Medeindiener: A.C.L. Rutte, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
- Volgcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Financiën
- 2025-12-02 15:45: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2025-12-04 10:00: Procedurevergadering Financiën (Procedurevergadering), vaste commissie voor Financiën
- 2026-01-20 14:00: Implementatiewet richtlijn op afstand gesloten overeenkomsten inzake financiële diensten (Inbreng verslag (wetsvoorstel)), vaste commissie voor Financiën
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 |
36 860 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht, Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek en de Wet handhaving consumentenbescherming ter implementatie van Richtlijn (EU) 2023/2673 tot wijziging van Richtlijn 2011/83/EU wat betreft op afstand gesloten overeenkomsten inzake financiële diensten, en tot intrekking van Richtlijn 2002/65/EG (Implementatiewet richtlijn op afstand gesloten overeenkomsten inzake financiële diensten)
Nr. 5 VERSLAG
Vastgesteld 21 januari 2026
De vaste commissie voor Financiën, belast met het voorbereidend onderzoek van bovenstaand wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen.
Onder het voorbehoud dat de regering op de gestelde vragen tijdig en genoegzaam zal hebben geantwoord, acht de commissie de openbare beraadslaging over dit wetsvoorstel voldoende voorbereid.
De fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Financiën,
Van der Lee
De adjunct-griffier van de commissie,
Van der Steur
INLEIDING
De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de Implementatiewet richtlijn op afstand gesloten overeenkomsten inzake financiële diensten. Deze leden benadrukken de beperking van regeldruk, ruimte voor digitale innovatie en uitvoerbaarheid voor bedrijven. Deze leden hebben nog meerdere vragen.
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het voorstel tot implementatie van de richtlijn op afstand gesloten overeenkomsten inzake financiële diensten. Deze leden zien de meerwaarde van de daarin voorgestelde toevoegingen aan de consumentenbescherming inzake financiële diensten, namelijk een eenvoudige ontbindingsfunctie bij online afgesloten overeenkomsten (click-to-cancel), betere precontractuele informatie zoals een gericht e-mailadres, het verbod op misleidende websites en het recht op menselijke tussenkomst bij geautomatiseerd advies. Deze leden zien dit als logische toevoegingen in een steeds sterker gedigitaliseerd advieslandschap. Deze leden hebben enkele vragen ter verduidelijking en bij de implementatiekeuzes die Nederland maakt.
De leden van de JA21-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel en zien af van het stellen van vragen.
ALGEMEEN
§ 4. Gebruik lidstaatopties
De leden van de VVD-fractie lezen dat de regering ervoor kiest om bestaande taalvoorschriften voor precontractuele informatie te handhaven. Kan de regering nader motiveren waarom deze voorschriften worden gehandhaafd, terwijl dit mogelijk een belemmering vormt voor grensoverschrijdende dienstverlening?
Deze leden lezen ook dat de consument recht heeft op menselijke tussenkomst in dezelfde taal. Welke kaders worden hier gesteld?
Ten aanzien van de lidstaatopties lezen de leden van de CDA-fractie dat Nederland geen gebruik maakt van de optie om een overeenkomst via de telefoon alleen bindend te verklaren nadat de consument de overeenkomst schriftelijk heeft aanvaard. Als voorbeeld wordt genoemd een reisverzekering of autoverzekering, die direct in werking treedt, maar deze leden vragen de regering waarom schriftelijke bevestiging tegenwoordig nog een drempel zou zijn. Dat kan doorgaans direct op de telefoon via welke de overeenkomst wordt afgesloten, bijvoorbeeld via een bevestigingslink via de mail met het aanbod. Deze leden vragen of de regering dit niet een extra bescherming zou vinden van de consument, ook om simpelweg fouten te voorkomen door de opgegeven informatie nog een keertje schriftelijk te kunnen controleren.
Nederland maakt ook geen gebruik van de lidstaatoptie om een financiële onderneming niet toe te staan te staan een vergoeding te vragen voor gebruik van de financiële dienst aan de consument indien deze gebruik maakt van zijn ontbindingsrecht. De leden van de CDA-fractie vragen of er voorwaarden zijn of een maximum is aan een dergelijke vergoeding.
De leden van de CDA-fractie lezen dat er geen gebruik wordt gemaakt van de optie om te specificeren en te bepalen wat de reikwijdte is van toelichtingen over overeenkomsten inzake financiële diensten aan de hand waarvan een consument kan beoordelen of een dergelijke overeenkomst aansluit op de behoefte en de financiële situatie van de consument.
Deze leden begrijpen dat de regering nalevingskosten niet wil verhogen. Toch vragen deze leden of het, in het kader van financiële weerbaarheid van consumenten bij financiële producten, niet juist goed zou zijn om ook informatie over mogelijke consequenties voor bepaalde persoonlijke situaties te geven. Een paar voorbeelden schetsen zou al volstaan. Deze leden vragen de regering of beter begrip bij consumenten over de implicaties van hun keuzes niet juist tot meer zekerheid en vertrouwen in financiële producten kan leiden.
§ 5. Toezicht en handhaving
De leden van de VVD-fractie lezen dat de ACM opmerkt dat zij geen proactief toezicht kan uitvoeren op de zichtbaarheid en toegankelijkheid van de ontbindingsfunctie. Hoe wordt gecontroleerd of de ontbindingsfunctie op websites daadwerkelijk goed zichtbaar en toegankelijk is?
Deze leden constateren dat de ACM het ontbreken van een ontbindingsfunctie bij telefonisch afgesloten overeenkomsten ziet als een gemiste kans. Waarom is ervoor gekozen om geen ontbindingsfunctie verplicht te stellen bij telefonisch afgesloten overeenkomsten?
Tenslotte lezen de leden van de VVD-fractie dat de AFM in haar uitvoerbaarheidstoets aangeeft dat zij extra capaciteit en expertise nodig heeft voor toezicht op misleidende websites en menselijke tussenkomst bij geautomatiseerd advies. Hoeveel extra middelen worden beschikbaar gesteld aan de AFM en hoe wordt dit gefinancierd?
De leden van de CDA-fractie lezen dat de ACM vraagt waarom de online ontbindingsfunctie ook niet wordt verplicht bij overeenkomsten die op afstand via telemarketing worden gesloten. De ACM ziet dit als gemiste kans. De regering geeft aan dat dit niet verplicht is onder de richtlijn. Deze leden vragen waarom er volgens de regering een verschil is met colportage, waarop de richtlijn wel van overeenkomstige toepassing wordt verklaard, terwijl daartoe ook geen verplichting toe is. De regering schrijft hiervoor te hebben gekozen met het oog op consumentenbescherming en coherentie. Deze leden vragen of het vanuit die twee doelen dan ook niet verstandig is om wel een click-to-cancel optie voor telefonisch gesloten contracten in te voeren. Deze leden zien immers nauwelijks een verschil tussen een overeenkomst die wordt gesloten aan de deur of via de telefoon: voor beide is het in het belang van de klant deze gemakkelijk binnen de gestelde ontbindingstermijn te kunnen ontbinden.
De leden van de CDA-fractie lezen dat de AFM aangeeft aanvullende expertise nodig te hebben om effectief toezicht te kunnen houden op misleidende websites. Deze leden vragen of er ook een mogelijkheid is voor consumenten, consumentenorganisaties zoals de Consumentenbond of zelfs het Kifid om signalen door te geven over misleidende websites.
§ 6.1.2. Betrokken ondernemingen
De leden van de VVD-fractie lezen dat de implementatie van de richtlijn leidt tot aanzienlijke eenmalige regeldrukkosten voor handelaren en financiële dienstverleners, onder meer door het verplicht aanbieden van een ontbindingsfunctie en het aanpassen van websites. Hoe beoordeelt de regering de proportionaliteit van deze regeldrukkosten, met name voor het MKB en welke maatregelen worden genomen om deze lasten te beperken?
§ 7.1 Ontbindingsfunctie
De leden van de VVD-fractie lezen dat brancheorganisaties zoals NVF twijfelen aan de toegevoegde waarde van een ontbindingsfunctie bij financiële diensten, gezien de specifieke aard van deze producten. Kan de regering toelichten waarom ervoor is gekozen om de verplichting tot een ontbindingsfunctie ook van toepassing te verklaren op overeenkomsten inzake financiële diensten? Thuiswinkel.org en NVF uiten zorgen dat de ontbindingsfunctie kan leiden tot meer impulsaankopen en een toename van ontbindingen. Hoe wordt voorkomen dat de verplichting tot een ontbindingsfunctie leidt tot onbedoelde gedragsprikkels bij consumenten?
§ 7.3 Implementatietermijn
De leden van de VVD-fractie lezen dat VodafoneZiggo vraagt of de implementatiedatum van 19 juni 2026 haalbaar is. Kan de regering bevestigen dat deze datum haalbaar is en welke stappen worden genomen om vertraging te voorkomen?
§ 7.5 Citeertitel
De leden van de CDA-fractie lezen dat VodafoneZiggo de titel van het wetsvoorstel onduidelijk vindt omdat deze ziet op overeenkomsten inzake financiële diensten, terwijl het wetsvoorstel ook voorschriften bevat die relevant zijn voor andere producten en diensten. Deze leden vragen of de regering kan toelichten wat precies de scope is van producten en diensten die onder het toepassingsbereik van de richtlijn vallen.
§ 7.6 Overig
De leden van de VVD-fractie lezen dat naar aanleiding van opmerkingen van ING opgemerkt wordt bij de verdere behandeling van onderhavig wetsvoorstel en het ontwerpImplementatiewetsvoorstel herziene richtlijn consumentenkrediet rekening wordt gehouden met samenloop van de wetsvoorstellen. Op welke manier wordt er rekening gehouden met de samenloop van de wetsvoorstellen?