[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Tweeminutendebat Landbouw- en Visserijraad van 26 januari 2026 (21501-32-1747) (ongecorrigeerd)

Stenogram

Nummer: 2026D02607, datum: 2026-01-21, bijgewerkt: 2026-01-22 09:13, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Landbouw- en Visserijraad d.d. 26 januari 2026

Landbouw- en Visserijraad d.d. 26 januari 2026

Aan de orde is het tweeminutendebat Landbouw- en Visserijraad d.d. 26 januari 2026 (21501-32, nr. 1747).

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en heet de minister van LVVN van harte welkom voor het tweeminutendebat Landbouw- en Visserijraad van 26 januari 2026. Ik geef als eerste het woord aan mevrouw Van der Plas, maar ik zie de heer Boomsma bij de interruptiemicrofoon staan.

De heer Boomsma (JA21):
Voorzitter. Ik wil heel graag mijn aanwezigheid bij dit debat afsmeken van mijn ambtgenoten.

De voorzitter:
Dat is nodig, omdat u niet mee heeft gedaan aan het schriftelijk overleg. Ik zie dat daar geen principiële bezwaren tegen zijn, dus u bent van harte welkom om deel te nemen aan dit debat.

Het woord is aan mevrouw Van der Plas. Zij is de eerste spreker van de zijde van de Kamer.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel. Ik heb twee moties.

De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat maatregelen ter bescherming van de zwarte zee-eend in belangrijke mate zijn gebaseerd op veronderstelde effecten van verstoring en dat de invloed van verstoring op de instandhouding van de zwarte zee-eend niet is vastgesteld ... Ha, ha, ha. Sorry, dit mag even niet van mijn tijd afgetrokken worden. Ik zie in mijn ooghoek de voorzitter ...

De voorzitter:
Nee, hoor, die heeft een neutraal gezicht, zoals dat hoort.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Maar dit is echt een serieus onderwerp. Ik zag u in mijn ooghoek, dus daarom moest ik even lachen.

De voorzitter:
Nee, nee, zeker niet. U vervolgt.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Mijn eerste motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat maatregelen ter bescherming van de zwarte zee-eend in belangrijke mate zijn gebaseerd op veronderstelde effecten van verstoring, en dat de invloed van verstoring op de instandhouding van de zwarte zee-eend niet is vastgesteld, maar voornamelijk berust op theoretische aannames en modelmatige benaderingen;

overwegende dat instandhoudingsdoelstellingen binnen Natura 2000 geen juridisch bindende streefaantallen zijn, maar richting geven aan de gewenste staat van instandhouding en de draagkracht van een gebied;

overwegende dat desondanks vergaande beperkingen aan de visserij worden opgelegd met als doel verstoring te verminderen, terwijl niet eenduidig is aangetoond dat verstoring een bepalende factor is voor de achteruitgang of instandhouding van de zwarte zee-eend;

verzoekt de regering niet overhaast en zonder de juiste onderbouwingen beslissingen te nemen die drastische gevolgen kunnen hebben voor de visserij;

verzoekt de regering de visserij nauw te blijven betrekken bij het opstellen van de beheerplannen;

verzoekt de regering Wageningen Marine Research opdracht te geven tot onafhankelijk onderzoek naar de daadwerkelijke invloed van verstoring op de zwarte zee-eend en de relatie met de instandhoudingsdoelstellingen van betrokken Natura 2000-gebieden en de uitkomsten van dit onderzoek leidend te laten zijn bij toekomstige besluitvorming,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 1748 (21501-32).

Dank u wel, mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik heb er nog eentje.

De voorzitter:
Gaat uw gang.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat een verdere zeewaartse uitbreiding van de Maasvlakte grote negatieve gevolgen kan hebben voor de visserij;

verzoekt het kabinet bij een eventuele zeewaartse uitbreiding van de Maasvlakte rekening te houden met het behoud van visserij,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 1749 (21501-32).

Dank u wel.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Alstublieft.

De voorzitter:
Het woord is aan het lid Kostić voor de inbreng in eerste termijn namens de Partij voor de Dieren. Gaat uw gang.

Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank, voorzitter. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het oceaanverdrag na bijna twintig jaar onderhandelen in werking is getreden, waardoor internationale wateren eindelijk beter gaan worden beschermd;

overwegende dat dit essentieel is voor het voortbestaan van iconische, maar met uitsterven bedreigde diersoorten, zoals walvissen, zeeschildpadden en albatrossen;

constaterende dat een groot aantal landen het verdrag inmiddels heeft geratificeerd, maar Nederland nog altijd achterblijft;

verzoekt de regering om het oceaanverdrag zo snel mogelijk te ratificeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić.

Zij krijgt nr. 1750 (21501-32).

Kamerlid Kostić (PvdD):
Dan de tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat met de inwerkingtreding van het oceaanverdrag de eerste oceanen-COP (Conference of the Parties) binnen een jaar moet plaatsvinden en dit een cruciaal moment vormt om daadwerkelijke bescherming van internationale wateren vorm te geven;

overwegende dat actieve en geloofwaardige inzet van Nederland belangrijk is om ervoor te zorgen dat oceanen en de daarin levende (bedreigde) diersoorten effectief worden beschermd;

verzoekt de regering om zich actief voor te bereiden op deelname aan de eerste oceanen-COP, daarbij in te zetten op concrete en ambitieuze beschermingsmaatregelen voor kwetsbare gebieden, en de Kamer vooraf en tijdig te informeren over de voorgenomen inzet,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić.

Zij krijgt nr. 1751 (21501-32).

Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Tot slot de heer Boomsma voor zijn inbreng namens JA21.

De heer Boomsma (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de minister en de staatssecretaris voor de beantwoording. Het is heel goed dat het is gelukt om die Haagse preferenties uit die akkoorden te houden, want die drastische daling van het makreelbestand baart zorgen. Het is ook heel kwalijk dat de Noren maar blijven overbevissen, dus ik roep het kabinet op om daar de komende maand in die onderhandelingen stevig tegen in te gaan. Zoals de VVD ook in de inbreng aangaf, is het ook zaak dat we in heel Europa en ook in Nederland een gelijk speelveld krijgen. In dat kader wijs ik erop dat vergunningen voor de sleepnetvisserij op dit moment bij overlijden niet kunnen worden overgedragen. Nu is het goed dat dat in een steeds groter deel van die Noordzee niet meer toegestaan is, maar wij vinden het te ver gaan om dat nou helemaal niet meer overerfbaar te maken. Dat is een soort uitsterfbeleid en dat lijkt JA21 ook niet wenselijk. Kan het kabinet er dus voor zorgen dat die vergunningen wel weer kunnen worden overgeërfd en overgedragen? Zijn er andere vergunningen in de visserij waar dit ook voor geldt? Kan de minister dus toezeggen dat te onderzoeken of misschien met een brief daarover te komen? Dat willen wij namelijk graag bereiken.

Voorzitter. Een gelijk speelveld betekent ook dat je vis kunt aanlanden. Daar is sinds dit voorjaar ook wat mee aan de hand. Er zijn allerlei historische losplekken geschrapt. Dat zorgt voor allerlei problemen in de visserij. Dat lijkt mij ook een nodeloze bureaucratisering. Daarom heb ik ook de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat volgens de Uitvoeringsregeling zeevisserij vissersvaartuigen uitsluitend mogen lossen op officieel erkende losplaatsen;

constaterende dat de NVWA handhavend optreedt tegen het lossen in havens die niet (meer) op deze lijst staan;

constaterende dat in diverse havens de afgelopen jaren structureel is gelost zonder problemen voor voedselveiligheid, controle en handhaving;

overwegende dat deze situatie leidt tot een onwerkbare situatie voor de visserijsector;

overwegende dat het hier gaat om juridisering van bestaande praktijk, niet om aantoonbare risico's;

verzoekt de regering de havens en losplaatsen waar in de afgelopen vijf jaar aantoonbaar en zonder problemen is gelost, aan te merken als erkende losplaatsen;

verzoekt de regering met de visserijvertegenwoordigers in gesprek te gaan over welke plaatsen nog meer mogelijk op die lijst zouden moeten komen te staan;

verzoekt de regering deze locaties op te nemen in de Uitvoeringsregeling zeevisserij en van een juridische status te voorzien en tot die tijd niet handhavend op te treden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Boomsma.

Zij krijgt nr. 1752 (21501-32).

Dank u wel. Ik schors tot 21.35 uur voor de beantwoording en de appreciatie van de moties.

De vergadering wordt van 21.27 uur tot 21.37 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister voor de appreciaties van de ingediende moties.

Minister Wiersma:
Dank, voorzitter. Ik wil benadrukken dat alle moties van de staatssecretaris zijn, die ik vervang. Die kanttekening wil ik even maken.

De motie op stuk nr. 1748, van de BBB, gaat over de zwarte zee-eend. Ik wil 'm oordeel Kamer geven, maar wel met een interpretatie. Het onderzoek komt er. Dat moet tijdig afgerond zijn om dat in de beheerplannen mee te kunnen nemen, maar daar kunnen we met elkaar allemaal alert op zijn. Het voorstel, de interpretatie, is dat we het onderzoek dan betrekken bij de onderbouwing van het beheerplan en de maatregelen op basis van dit onderzoek, maar dat het niet leidend is. Als mevrouw Van der Plas met die interpretatie kan leven, krijgt de motie oordeel Kamer. Uiteindelijk wordt het beheerplan vervolgens natuurlijk aangeboden voor publieksconsultatie, de internetconsulatie. Dan kunnen er zienswijzen op ingediend worden. Mocht de Kamer dan denken dat het er echt niet goed uitziet, dan kunt u altijd een debat aanvragen, zeg ik via de voorzitter.

De voorzitter:
Ik kijk of mevrouw Van der Plas kan instemmen met deze interpretatie. Ik zie nog geen bovenmatig enthousiasme.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik denk dat ik de motie ga wijzigen.

De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas gaat de motie wijzigen. Gebeurt dat conform de appreciatie van de minister? Ik hoorde de minister zeggen dat de huidige motie, als die in stemming wordt gebracht, moet worden ontraden.

Minister Wiersma:
Dat gaat puur om "leidend". Op dat punt heb ik een interpretatie, want we kunnen nu nog niet zeggen of het onderzoek leidend kan zijn. We weten namelijk niet wat er uit dat onderzoek komt. Het is heel ingewikkeld om nu een onderzoek uit te zetten en dat als leidend te beschouwen, niet wetende hoe dat uitgewerkt wordt. Laten we het zo zeggen: als minister heb ik weleens onderzoeken uitgezet waarvan ik, toen ik die terugkreeg, dacht dat dat niet helemaal was wat ik daarmee had beoogd. Als we dan al aan de voorkant hebben afgedicht dat dat leidend is …

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja, met die interpretatie ga ik akkoord.

De voorzitter:
Akkoord. Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 1748 oordeel Kamer, met de door de minister geformuleerde interpretatie.

Minister Wiersma:
Waarvoor dank.

De motie op stuk nr. 1749, ook van de BBB, gaat over de uitbreiding van de Maasvlakte, die we allemaal erg belangrijk vinden. Oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 1750 is van de Partij voor de Dieren, van het lid Kostić, en gaat over het zo snel mogelijk ratificeren van het oceaanverdrag. Oordeel Kamer.

De Partij voor de Dieren had nog een motie over het oceaanverdrag, de motie op stuk nr. 1751. Die geef ik ook oordeel Kamer.

Tot slot heb ik nog een motie en een vraag. Ik begin met de motie op stuk nr. 1752, van het lid Boomsma, over de aanlandhavens. De staatssecretaris is druk bezig om te kijken hoe hij de wet in lijn kan brengen met de praktijk. Bij de beoordeling daarvan zijn de criteria uit de beleidsregels leidend. Het uitgangspunt is om de locaties waar in de huidige situatie wordt aangeland, zo veel mogelijk in de wet te borgen. Daar vinden nu ook gesprekken over plaats met de visserijsector, om te voorkomen dat havens of losplaatsen worden vergeten. Hij kan op dit moment niet op voorhand aanzeggen dat alle havens officieel kunnen worden aangewezen. Het uitgangspunt is wel: zo veel mogelijk. Op een van de eilanden wordt soms bijvoorbeeld ook aangeland. Het is qua reistijden heel ingewikkeld om daar NVWA-inspecteurs naartoe te sturen. De vraag is dus of dat op alle plekken lukt. Met deze interpretatie zou ik de motie oordeel Kamer kunnen geven. Anders moet ik 'm ontraden.

Ik had daarbij nog een opmerking. Het lid Boomsma verzoekt ook om niet handhavend op te treden. Dat kan ik niet op die manier toezeggen. De NVWA heeft natuurlijk de taak om te handhaven bij excessen, maar ze zullen er wel pragmatisch mee omgaan.

De voorzitter:
Kunt u leven met deze interpretatie, meneer Boomsma?

De heer Boomsma (JA21):
Ja, precies. Er staat ook niet per se "alle aanlandplaatsen". Er kunnen natuurlijk hele speciale redenen zijn om er eentje niet toe te staan, maar in principe wel. Ik kan dus leven met die interpretatie.

Dan wat "pragmatisch omgaan" betreft. Het is onzin om allemaal boetes uit te delen terwijl die gesprekken gewoon lopen. Maar als pragmatisch betekent dat daarbij een zeer grote terughoudendheid is, is dat prima. Dan graag.

De voorzitter:
Dan krijgt de motie op stuk nr. 1752 oordeel Kamer.

Minister Wiersma:
Akkoord, voorzitter. Dan had ik nog een vraag van de heer Boomsma, over de vergunningen voor de sleepnetvisserij, inclusief de overdraagbaarheid en overerfbaarheid. De vraag was om daarop terug te komen en daarover informatie te verstrekken. De staatssecretaris zal de Tweede Kamer hierover informeren. In de brief zal ook worden ingegaan op de privaatrechtelijke toestemmingen, die ook nodig zijn. Eind Q1, dus in het eerste kwartaal, zal deze brief met uw Kamer gedeeld worden. Daarin worden de vragen uitgebreid geadresseerd.

Dat was 'm.

De voorzitter:
Ik dank de minister. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Morgen zal over de ingediende moties worden gestemd, bij de stemmingen over het debat buitengewone Europese Raad inzake Amerikaanse importheffingen. Dat is dus morgenmiddag tijdens de plenaire vergadering. Ik sluit de vergadering van 21 januari.