Inbreng verslag schriftelijk overleg over het Fiche: [MFK] Landen en gebieden overzee (LGO)-besluit (Kamerstuk 22112-4187)
Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Inbreng verslag schriftelijk overleg
Nummer: 2026D02780, datum: 2026-01-22, bijgewerkt: 2026-01-22 14:27, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: S. Mutluer, voorzitter van de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties (GroenLinks-PvdA)
- Mede ondertekenaar: A.E.A.J. Hessing-Puts, griffier
Onderdeel van zaak 2025Z18899:
- Indiener: D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken
- Volgcommissie: vaste commissie voor Europese Zaken
- Volgcommissie: vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Koninkrijksrelaties
- 2025-10-16 14:45: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2025-11-26 13:00: Procedurevergadering Koninkrijksrelaties (Procedurevergadering), vaste commissie voor Koninkrijksrelaties
- 2025-12-04 11:30: Procedurevergadering (Procedurevergadering), vaste commissie voor Europese Zaken
- 2026-01-22 12:00: Fiche: [MFK] Landen en gebieden overzee (LGO)-besluit (Inbreng schriftelijk overleg), vaste commissie voor Koninkrijksrelaties
Preview document (🔗 origineel)
22112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Nr. VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Vastgesteld d.d. .. 2026
Binnen de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties heeft een aantal fracties de behoefte vragen en opmerkingen voor te leggen aan de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 10 oktober 2025 inzake Fiche: [MFK] Landen en gebieden overzee (LGO)-besluit (Kamerstuk 22112, nr. 4187).
Bij brief van ... heeft de staatssecretaris deze beantwoord. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.
De voorzitter van de commissie,
Mutluer
De griffier van de commissie,
Hessing-Puts
Inhoudsopgave
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
II Reactie van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het voorstel tot wijziging van het bestaande kader voor Landen en Gebieden Overzee (LGO). Naar aanleiding hiervan hebben zij nog enkele vragen.
Deze leden lezen dat met betrekking tot de dialoogstructuur is besloten de frequentie van het EU-LGO-forum te verlagen naar tweejaarlijks in plaats van jaarlijks, met als doel de strategische waarde van dit gremium te versterken. Hoe verhoudt deze keuze zich tot de politieke en veiligheidssituatie in het Caribisch gebied en tot de mogelijkheid om, indien ontwikkelingen daartoe aanleiding geven, tijdig bij te sturen?
Welke voorbereidingen treffen de eilanden en Nederland zelf om te komen tot plannen voor het nieuwe LGO-budget? Op welke wijze ondersteunt Nederland de eilanden hierbij? Bestaan er tevens mogelijkheden voor de eilanden om gezamenlijke projecten in te dienen? Zo ja, op welke manier faciliteert Nederland dit?
Op welke wijze zal de staatssecretaris het geopolitieke belang van investeringen in het Caribisch gebied onderstrepen, mede gezien de situatie in Venezuela?
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het BNC-fiche en hebben hierover nog enkele vragen en opmerkingen.
Deze leden benadrukken het standpunt van het kabinet dat heldere criteria, transparante besluitvorming en een actieve inzet in de Raad nodig is om te waarborgen dat Nederlandse LGO’s kunnen profiteren van het beschikbare EU-budget. Waar gaat de staatssecretaris nu precies op inzetten? Hoe beoordeelt de staatssecretaris het voorstel tot herziening van het LGO-besluit in verhouding tot het huidige LGO-besluit? Wat is de feitelijke benutting van EU-middelen door Nederlandse LGO’s geweest in de afgelopen periode in relatie tot hun budget? Hoe weegt de staatssecretaris de verhoging van het LGO-budget binnen de totale MFK-onderhandelingen?
Voornoemde leden lezen dat met name de BES-eilanden beperkt zijn uitgerust om te voldoen aan de hogere eisen die in het LGO-besluit worden gesteld. In hoeverre acht de staatssecretaris de huidige ondersteuning van de LGO’s toereikend om de verantwoordelijkheden die bij de LGO’s zelf liggen waar te maken? Hoe borgt de staatssecretaris dat voorspelbaarheid van financiering en begroting behouden blijft zonder vaste meerjarige enveloppes ‘Multiannual Indicative Programmes’ (MIP’s)? Hoe voorkomt de staatssecretaris dat nationale middelen worden gereserveerd zonder zekerheid dat EU-cofinanciering volgt? Hoe beoordeelt de staatssecretaris het risico dat de BES-eilanden minder toegang krijgen tot het niet-toegewezen fonds dan grotere LGO’s?
Daarnaast zijn de aan het woord zijnde leden benieuwd naar de verhouding tussen de leenfaciliteit tot de wet FinBES. Kan de staatssecretaris aangeven hoe de leenfaciliteit invloed heeft op de afspraken over financieel toezicht bij Aruba, Curaçao en Sint-Maarten? Bestaat het risico dat de Nederlandse Staat (mede) aansprakelijk wordt voor de door LGO’s aangegane EU-leningen. Deze leden zouden dit onwenselijk vinden. Zo ja, hoe wordt dit voorkomen?
Hoe wordt de Tweede Kamer gedurende de onderhandelingen en bij de uitvoering van het nieuw LGO-besluit geïnformeerd? Is de staatssecretaris bereid de Kamer structureel te informeren op de momenten dat er aanleiding toe is, dus los van geannoteerde agenda’s en dergelijke?
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het Fiche Landen en gebieden overzee (LGO)-besluit. Zij hebben hierover een aantal vragen en opmerkingen.
Allereerst vragen deze leden of de staatssecretaris verwacht dat het voorstel van de Europese Commissie de komende tijd nog zal wijzigen nu besloten is dat er, gelet op de geopolitieke situatie, meer aandacht komt voor Groenland? Zo ja, wat zou dit betekenen voor de eilanden in het Caribisch deel van het Koninkrijk?
Voornoemde leden lezen dat er voor de LGO-gebieden die bij Nederland en Frankrijk horen 425 miljoen euro beschikbaar zou komen. Kan worden toegelicht wanneer bekend wordt hoe dit precies verdeeld wordt en wat de precieze voorwaarden zijn? Wat is de inzet van de staatssecretaris hierbij? En kan daarbij ook aangegeven worden hoe precies tot dit bedrag gekomen is? Is de staatssecretaris van mening dat met dit bedrag voldoende opgaven kunnen worden gefinancierd?
De Franse overzeese gebieden behoren, in tegenstelling tot de Nederlandse, tot de EU. Kan de staatssecretaris nader duiden wat de precieze formele en praktische verschillen hiervan zijn? De aan het woord zijnde leden begrijpen dat de Caribische delen van het Koninkrijk niet in Europa liggen en dat de schaal van de eilanden een hele andere is dan het Europese deel van Nederland. Dit geldt echter ook voor Frankrijk. Daarom ontvangen deze leden dus graag een uitgebreide analyse van de voor- en nadelen van het formeel onderdeel zijn van de EU van de Caribische delen van het Koninkrijk. En in het verlengde hiervan zijn deze leden benieuwd of de staatssecretaris recent met de eilanden hierover heeft gesproken? Zo nee, is de staatssecretaris bereid dit de komende periode alsnog te doen?
Tot slot horen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie graag op welke wijze de drie zelfstandige landen en de drie bijzondere openbare lichamen door de staatssecretaris betrokken worden bij de onderhandelingen over het voorliggende voorstel.
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het fiche en danken het kabinet hiervoor. Deze leden maken graag van de gelegenheid gebruik om enkele vragen te stellen aan de staatssecretaris hierover.
Voornoemde leden constateren dat de Europese Commissie de LGO’s nadrukkelijk positioneert als ‘strategische buitenposten’ van de Europese Unie. Zij vragen wat deze strategische positionering in de praktijk concreet betekent voor de Caribische delen van het Koninkrijk, bijvoorbeeld op het terrein van veiligheid, weerbaarheid en regionale samenwerking. Hoe wordt voorkomen dat deze geopolitieke ambitie vooral beleidsmatig blijft zonder voldoende uitvoeringskracht?
De aan het woord zijnde leden merken op dat het fiche expliciet wijst op de beperkte uitvoeringscapaciteit van de LGO en de geringe slagingskans bij het benutten van EU-fondsen. Zij vragen welke concrete en afdwingbare vereenvoudigingen zijn inzet om te voorkomen dat middelen opnieuw onvoldoende worden benut en vooral terechtkomen bij beter toegeruste gebieden.
De leden van de CDA-fractie vragen hoe de staatssecretaris borgt dat middelen uit het LGO-besluit aanvullend zijn op nationale middelen en de Koninkrijksmiddelen en niet leiden tot verdringing van bestaande investeringen. Op welke wijze wordt de samenhang tussen EU-financiering en Koninkrijksbeleid in de praktijk georganiseerd en bewaakt?
Voornoemde leden constateren dat het budget voor de Nederlandse en Franse LGO stijgt naar 425 miljoen euro, terwijl nog onduidelijk is op basis van welke criteria en verdeelsleutels deze middelen worden toegekend. Zij vragen hoe wordt geborgd dat deze middelen transparant, voorspelbaar en evenwichtig over de verschillende eilanden worden verdeeld, zodat ongelijke behandeling en beperkte Kamercontrole worden voorkomen. Ook vragen deze leden of de staatssecretaris al een overzicht kan geven hoe deze middelen worden verdeeld.
De aan het woord zijnde leden hebben zorgen over de voorgestelde leenfaciliteit, nu voorwaarden zoals rente, looptijd en garanties nog onduidelijk zijn. Zij vragen hoe de staatssecretaris de risico’s van deze leenfaciliteit beoordeelt in het licht van schuldenproblematiek, financieel toezicht en de autonomie van landen binnen het Koninkrijk, en of kan worden uitgesloten dat hieruit impliciete financiële verplichtingen voor Nederland voortvloeien.
De leden van de CDA-fractie constateren dat de rol van lidstaten bij de totstandkoming en uitvoering van de MIP’s beperkt is uitgewerkt, terwijl lidstaten wel worden aangesproken bij knelpunten. Zij vragen hoe de staatssecretaris de positie van Nederland als lidstaat wil versterken, zodat verantwoordelijkheid en zeggenschap beter in balans worden gebracht.
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie lezen dat er 425 miljoen euro beschikbaar is voor de Nederlandse en Franse LGO samen, maar dat het nog onbekend is hoe dit bedrag over de verschillende gebieden verdeeld gaat worden.
Hoe gaat de staatssecretaris garanderen dat de Nederlandse eilanden, en specifiek de openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint Eustatius, een eerlijk en proportioneel deel van dit budget ontvangen ten opzichte van de Franse gebieden?
De leden van de BBB-fractie lezen dat er wordt ingezet op ‘voedselzekerheid’ als onderdeel van de brede aanpak. Kan de staatssecretaris specifiek toelichten hoe dit geld zal worden ingezet om de zelfredzaamheid van lokale boeren en vissers op de eilanden te vergroten en in hoeverre hierbij gebruik zal worden gemaakt van Nederlandse agrarische expertise?
De leden van de BBB-fractie lezen dat er een nieuwe leenfaciliteit wordt voorgesteld, maar de voorwaarden voor deze leningen zijn nog onduidelijk. Welke risico's loopt de Nederlandse Staat als een LGO de rente of aflossing van een dergelijke EU-lening niet kan betalen, aangezien de lidstaat in het proces vaak als aanspreekpunt fungeert?
Reactie van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties