[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Antwoord op vragen van de leden De Kort en Westerveld over het nieuwsbericht ‘Gehandicapte kinderen spelen vaker alleen in de speeltuin’

Antwoord schriftelijke vragen

Nummer: 2026D02792, datum: 2026-01-22, bijgewerkt: 2026-01-22 15:01, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2025Z20798:

Preview document (🔗 origineel)


AH 935

2025Z20798

Antwoord van staatssecretaris Pouw-Verweij (Volksgezondheid, Welzijn en Sport), mede namens de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (ontvangen 22 januari 2026)

Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 739

Vraag 1

Bent u bekend met het bericht ‘Gehandicapte kinderen spelen vaker alleen in de speeltuin’? Zo ja, wat is uw reactie op dit bericht? 1)

Antwoord vraag 1

Ja, ik ben bekend met het bericht. Ik ben van mening dat alle kinderen, ook kinderen die een beperking hebben, moeten kunnen spelen in een speeltuin, samen met andere kinderen. Er zijn nog steeds te veel gemeenten waar geen speeltuinen zijn waar kinderen met een beperking terecht kunnen. Daarom is in de werkagenda VN-Verdrag Handicap de maatregel opgenomen dat in 2030 in elke gemeente minimaal één inclusieve speeltuin is gerealiseerd.

Vraag 2

In het nieuwsbericht van de NOS wordt beschreven dat één op de drie kinderen met een handicap nooit bij een speelplek in de eigen buurt komt. Als ze dat wel doen speelt een kwart daar vaak alleen. Wat is uw reactie op deze cijfers van Stichting het Gehandicapte Kind?

Antwoord vraag 2

Deze cijfers vind ik zeer verdrietig. Kinderen met en zonder beperking moeten met elkaar kunnen opgroeien en spelen. Al sinds de ondertekening van het SamenSpeelAkkoord in 2019 wordt ingezet op een inclusieve speelcultuur met meer samenspeelplekken en meer en beter toegankelijke kennis over samen spelen. De inzet die Jantje Beton en Het Gehandicapte Kind hierop plegen, is van groot belang voor het realiseren van een echte inclusieve speelcultuur. Ook de VNG maakt onderdeel uit van dit netwerk en denkt actief mee. Zij dragen bij aan activiteiten in het netwerk en verspreiden ook actief informatie via haar kanalen en zullen dit ook in de toekomst blijven doen.

Vraag 3

Bent u het eens dat er nog veel winst te halen valt bij het inclusiever maken van speeltuinen in Nederland? Hoe worden gemeenten vanuit het Rijk gestimuleerd om speeltuinen inclusiever te maken? Zowel wel bij aanleg van een nieuwe speeltuin als bij een herontwikkeling of vernieuwing?

Antwoord vraag 3

Buitenspelen is primair een taak van gemeenten. Binnen GALA en Sportakkoord II is aandacht voor de beweegvriendelijke omgeving en buitenspelen in de openbare ruimte. VWS ondersteunt het SamenSpeelNetwerk, dat informatie en expertise ter beschikking stelt om zowel gemeenten als bedrijven te ondersteunen die werk willen maken van samen spelen. Zoals gezegd is in de werkagenda VN-Verdrag Handicap de maatregel opgenomen dat in 2030 in elke gemeente minimaal één inclusieve speeltuin is gerealiseerd. Daarnaast verkent VWS samen met partners hoe inclusiviteit een plek krijgt in de (interdepartementale) stimulering en ontwikkeling van groen/blauwe schoolpleinen, de speelleeromgeving van scholen.

Vraag 4

Uit het bericht blijkt dat 155 gemeenten in Nederland nog geen aangepaste speelplek hebben. Wat is uw reactie op dit aantal en hoe worden deze gemeenten al ondersteund om hun speeltuinen inclusiever in te richten?

Antwoord vraag 4

Middels een meerjarige subsidie van VWS aan het SamenSpeelFonds wordt ingezet op een landelijke dekking van inclusieve speeltuinen. In samenspraak met het SamenSpeelFonds hebben we de reikwijdte van het programma verbreed waardoor ook gemeenten een aanvraag in kunnen dienen. Doel is om eind 2026 in 70% van de gemeenten een inclusieve speeltuin gerealiseerd te hebben. Eind 2030 moet in lijn met de strategie ‘Sporten voor mensen met een handicap is vanzelfsprekend in 2030’ 100% van de Nederlandse gemeenten een inclusieve speeltuin hebben.

Vraag 5

Welke rol heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties om het verschil tussen gemeenten met en zonder toegankelijke speelplekken te verkleinen en er zo voor te zorgen dat in iedere gemeente er in ieder geval één toegankelijke speelplek te vinden is voor kinderen met een handicap?

Antwoord vraag 5

De overheden, dus ook gemeenten, zijn op basis van het VN-verdrag Handicap verplicht om het mogelijk te maken dat ook kinderen met een beperking mee kunnen doen. Zoals gezegd is buitenspelen primair een taak van gemeenten. Met de eerder in deze brief genomen maatregelen worden alle gemeenten door het kabinet, waaronder de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, gestimuleerd en ondersteund om inclusieve speeltuinen te hebben. De afspraak is dat in 2030 in elke gemeente minimaal één inclusieve speeltuin is gerealiseerd. Het is aan gemeenten om lokaal, in nauwe samenspraak met inwoners met een beperking en vertegenwoordigende organisaties, vast te stellen hoe zij deze verplichting lokaal zo goed mogelijk opvolging kunnen geven.

Vraag 6

Zijn er landelijke richtlijnen voor het toegankelijk maken van speeltuinen? Zo ja, zou daar vanuit het ministerie enerzijds opnieuw aandacht voor gevraagd kunnen worden en anderzijds een doelstelling

aan gekoppeld kunnen worden?

Antwoord vraag 6

Er zijn geen landelijke richtlijnen voor het toegankelijk maken van speeltuinen. Zoals hierboven geschetst, ondersteunt het SamenSpeelnetwerk gemeenten bij het toegankelijk maken van speeltuinen. De VNG maakt in de inspiratiebundel ‘Aan de slag met samen spelen’1 gebruik van de 100-70-50 regel die de speeltuinbende2 heeft opgesteld. Dit wil zeggen dat iedereen op speelplekken 100% welkom is, 70% van de ruimte toegankelijk en 50% van de voorzieningen bespeelbaar is voor ieder kind.

Vraag 7

Bent u van mening dat het toegankelijk maken van speelplekken een verplichting is die voortvloeit uit het VN-verdrag Handicap? Zo nee, waarom niet?

Antwoord vraag 7

Het VN-Verdrag Handicap benadrukt het recht om samen op te groeien en samen te spelen. Wij hebben met elkaar de verplichting om dit mogelijk te maken.

Vraag 8

Bent u bereid om met gemeenten in gesprek te gaan om hen te wijzen op het belang van inclusieve speelplekken en om hen te vragen dit standaard in hun beleid of lokale inclusie-agenda op te nemen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord vraag 8

De VNG is onderdeel van het samenspeelnetwerk. Het belang van samen spelen dragen zij uit naar gemeenten. In de handreiking ‘Lokale Inclusie Agenda’ en praktijkvoorbeeldendatabank van de VNG wordt ook aandacht besteed aan inclusief spelen.


  1. Boekel, M. van; Leidorf, K.; Put, I. van der & Verbeek. P. (2019) Aan de slag met samen spelen; Het VN-verdrag handicap in jouw gemeente. VNG – Iedereen doet mee!↩︎

  2. Hoe inclusief zou een speeltuin moeten zijn? – Allesoversport.nl↩︎