[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Debat over de buitengewone Europese raad inzake Amerikaanse importheffingen (ongecorrigeerd)

Stenogram

Nummer: 2026D02932, datum: 2026-01-22, bijgewerkt: 2026-01-23 09:15, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Buitengewone Europese Raad inzake Amerikaanse importheffingen

Voorzitter: Krul

Buitengewone Europese Raad inzake Amerikaanse importheffingen

Aan de orde is het debat over de buitengewone Europese Raad inzake Amerikaanse importheffingen.

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het debat over de buitengewone Europese Raad inzake de Amerikaanse importheffingen. Ik geef u even ter overweging mee dat deze buitengewone Europese Raad plaatsvindt tijdens het diner vanavond. Dus willen we het kabinet nog wat boodschappen meegeven, dan hebben we de gezamenlijke verantwoordelijkheid om op tijd over die boodschappen te stemmen. Ik zeg het maar even. We richten ons op 18.00 uur als eindtijd. Het zou mooi zijn als dat lukt. Ik heet de minister van Defensie van harte welkom. Ik wil graag als eerste het woord geven aan mevrouw Piri, die het woord voert namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Allereerst: goed dat de Amerikaanse importheffingen voorlopig van tafel zijn. Waarschijnlijk heeft een combinatie van factoren hiertoe geleid. Aan de ene kant zag je dat Trump op ramkoers lag en dat daar een ferm antwoord op kwam van een aantal Europese landen, waaronder Frankrijk en Duitsland, die duidelijk waren over wat de gevolgen zouden zijn. Je zag dat de beurs meteen reageerde. Je zag ook intern, in Amerika zelf, de grote weerstand. Dat bleek niet alleen uit peilingen; die bleek er ook in de Senaat te zijn. En ongetwijfeld was het ook de rol van NAVO secretaris-generaal Rutte, die de Amerikaanse president gezichtsverlies heeft kunnen besparen.

De afgelopen dagen stond voorop dat dit tekenen van een nieuwe tijd zijn. Of zoals ook de Canadese premier Carney het zei: we hebben te maken met een breuk en de wereldorde zoals we die kennen, is er niet meer. Na de afgelopen weken is er maar één conclusie mogelijk: Europa kan voor zijn veiligheid niet meer vanzelfsprekend rekenen op deze wispelturige en onbetrouwbare Amerikaanse regering. We zullen in de komende tijd versneld onze afhankelijkheden van de VS moeten afbouwen.

Voorzitter. Over naar de overeenkomst die gisteren is gesloten, of beter gezegd: het raamwerk van een overeenkomst die voorligt. Wat is daar de inhoud van? We wachten allemaal in spanning af. Graag hoor ik van de minister of er inmiddels meer details bij het kabinet bekend zijn.

Gisteravond laat berichtten de eerste bronnen in de Amerikaanse media dat er misschien sprake is van een overeenkomst in de stijl van de Britten op Cyprus; de Amerikanen zouden soevereiniteit krijgen over delen van Groenland, zodat die vlag dus toch nog kan worden geplaatst, net zoals het VK bij de dekolonisatie van Cyprus soevereiniteit behield over het grondgebied met twee Britse basissen erop. De Deense premier zei vanmorgen nog klip-en-klaar: wij onderhandelen niet over onze soevereiniteit. Ook NAVO-secretaris-generaal Mark Rutte gaf gisteren aan dat hij niet met Trump over soevereiniteit zou hebben gesproken. Gezien de voorzichtige reactie van de Deense premier doemt dan toch de kernvraag op of Trump — we hebben allemaal zijn speech gehoord — zijn claim op Groenland nu begraven heeft. Heeft hij die laten varen of staat die nog steeds overeind?

Er was al een motie in de maak van de meerderheid van deze Kamer die het kabinet opdroeg om vanuit Europa een assertievere lijn te hebben richting Trump. Een motie die anders zou zijn ingediend, vroeg het kabinet om zich aan te sluiten bij de Frans-Duitse as, die een duidelijke streep trok en heel expliciet het antidwanginstrument op tafel legde. Is het kabinet bereid zich bij de Frans-Duitse as te blijven voegen, mochten deze dreigingen zich in de komende periode nog steeds voordoen?

Voorzitter. Het Europees Parlement heeft besloten om niet te stemmen over de handelsdeal tussen de EU en de VS zolang de claim op Groenland niet expliciet van tafel is. Is het kabinet bereid om dat pakket van 93 miljard nog steeds boven de markt te laten hangen, zodat Europa snel kan schakelen zodra Trump ons weer probeert te chanteren?

Tot slot, voorzitter. Hoewel het nu met een sisser lijkt af te lopen, waren dit ongelofelijk slechte weken voor Europa. We hebben onze aandacht namelijk niet kunnen besteden aan Oekraïne, het land dat in de buitenlandpolitiek de meeste aandacht verdient. Nota bene Denemarken, een van onze belangrijkste voorlopers voor Oekraïnesteun, is al weken bezig met het verdedigen van zijn eigen grondgebied in Groenland. Het moet er zelfs troepen en andere assets naartoe sturen, naar een plek waar geen acute dreiging is. De NAVO is nu gered, maar het vertrouwen in een belangrijke bondgenoot is permanent geschaad.

De heer Hoogeveen (JA21):
Ik zag bij collega Piri gisteren op sociale media de handen op elkaar gaan voor de speech van de Canadese premier Carney. Kan mevrouw Piri aangeven wat zij precies zo goed vond aan die speech?

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dat hij principieel is, dat hij pragmatisch is en dat hij een hoopgevende boodschap had. Het was een geluid dat ik bij heel veel Europese leiders in de afgelopen maanden te veel gemist heb.

De voorzitter:
Een vervolgvraag.

De heer Hoogeveen (JA21):
Helder. Premier Carney zei ook in zijn speech, net als mevrouw Piri net, dat wij onze afhankelijkheden van de Amerikanen moeten afbouwen. Wij als JA21 zeggen dat je dan ook moet kijken naar handelsakkoorden, maar kijk eens hoe GroenLinks-PvdA naar handelsakkoorden kijkt: voor het kersreces nog waren ze tegen het akkoord met de Emiraten en ze waren tegen het Mercosur-akkoord. Deze week stemde de helft van de GroenLinks-PvdA-fractie in het Europees Parlement nog tegen het Mercosur-akkoord, of in ieder geval voor vertraging.

De voorzitter:
En uw vraag?

De heer Hoogeveen (JA21):
Kan mevrouw Piri aangeven hoe die geopolitieke volwassenheid en onafhankelijkheid van de Verenigde Staten er dan uitzien?

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Daar kan ik heel kort over zijn. Op alle terreinen zullen wij die afhankelijkheid moeten afbouwen. Dat gaat inderdaad ook om diversificatie van de handelsrelaties en onze enorme afhankelijkheid op het gebied van defensie. Heel veel discussies in deze Kamer gaan ook over onze techafhankelijkheid. Ik denk dat we dat nu versneld zullen moeten inzetten.

De voorzitter:
Tot slot op dit punt, meneer Hoogeveen.

De heer Hoogeveen (JA21):
Ik denk dat het van belang is om wat minder naar onszelf te kijken als we zeggen dat we geopolitiek volwassen moeten worden, en dat we naar de rest van de wereld moeten kijken. Als er een land is dat misschien wat minder doet aan bepaalde klimaatregelgeving waar wij aan voldoen of dat iets andere waarden heeft, is het dan ook niet van belang om juist met dat land te kijken hoe we onze leveringsketens kunnen diversifiëren en om minder kritisch te worden op allerlei ditjes en datjes in handelsakkoorden?

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Laat ik het zo zeggen: ik zou het geen ditjes en datjes noemen. U gaf het voorbeeld van de Emiraten. Dat had heel expliciet te maken met mensenrechtenschendingen. Dat is de motie waar het om ging. Dat akkoord is trouwens nog in onderhandeling.

Het klopt dat er bij ons zeer kritisch werd en wordt gekeken naar de klimaatonderdelen en de werknemersrechten in het Mercosur-akkoord. Dat zijn voor onze partij altijd hele belangrijke punten geweest. Dat betekent niet dat we tegen handel zijn. Het betekent wel dat we goede akkoorden willen sluiten. Waar ik mijn collega gelijk in wil geven, is dat de wereldorde op z'n kop staat. Ik denk dat dat onze partijen allemaal voor ontzettend grote dilemma's stelt. Dingen die we altijd voor lief namen, zijn niet meer voor lief te nemen. Dat betekent ook voor mijn partij dat het denken daarover niet stilstaat.

De heer Erkens (VVD):
Ik ben blij om te horen dat het denken daarover niet stilstaat. Ik wou eigenlijk doorgaan op de lijn van collega Hoogeveen op dat vlak. Mercosur wordt nu mogelijk één of twee jaar vertraagd. Duitsland heeft een oproep gedaan om het in ieder geval voorlopig in werking te laten treden. Hoe kijkt GroenLinks-PvdA naar dat standpunt?

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Nou ja, volgens mij gaat GroenLinks-PvdA daar niet over, zeg ik heel eerlijk. Ik heb in ieder geval begrepen dat het verdrag voorlopig gewoon in werking gaat treden, dus niet dat die twee jaar wordt vertraagd door het besluit in het Europees Parlement. Dat is waar ik van uitga. Op een gegeven moment komt misschien ook het politieke deel ter ratificatie hier voor te liggen in de Tweede Kamer en de Eerste Kamer. Maar hoe snel of langzaam dat zal gaan, zal moeten blijken.

De heer Boswijk (CDA):
Even doorgaand op dit punt. Ik vond de speech van de Canadese premier goed. Hij had het over values-based realism. Hij gaf ook in zijn speech aan wat dat eigenlijk inhoudt, namelijk dat we soms de realiteit moeten accepteren zoals die is. Daar moeten we ons toe verhouden. Dat schuurt soms wel met de overtuiging die wij misschien hebben. Mevrouw Piri noemt punten als het klimaat en mensenrechten. Ik denk dat er in het verdrag heel veel waarborgen zijn opgenomen. Is dat helemaal honderd procent zoals we dat zouden willen? Nee. Maar zou GroenLinks-PvdA, gezien de recente ontwikkelingen, niet hun standpunt iets minder principieel en iets pragmatischer moeten maken om toch meer van zulk soort handelsverdragen mogelijk te maken?

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik zal deze vraag, meneer Boswijk, meer in zijn algemeenheid beantwoorden. Ik heb hierover gezegd wat ik heb gezegd. Ik ben voor pragmatisch idealisme. Volgens mij kunnen we ons op dit moment ook niks anders veroorloven. Maar ik ben wel voor een rechte rug. Vandaar dat ik zeg: zo'n speech zoals die van de Canadese premier is waar ik naar hunker in Europa. Ik wil dat soort leiders zien opstaan. Ja, je kijkt binnen de mogelijkheden die je hebt wat je kunt doen. Daar zul je soms pragmatischer mee moeten omgaan, maar wel vanuit de waardes waar je voor staat. Dat meer in z'n algemeenheid.

De heer Boswijk (CDA):
Kijk, wij als CDA hadden ook moeite met Mercosur. Wij hebben meer gekeken vanuit de economische kant. Denk aan een gelijk speelveld en de belangen van de agrarische sector. Die hebben wij meegenomen. Tegelijkertijd, als je naar het verdrag kijkt en naar alle onderzoeken, zijn er ook wel heel veel spookverhalen. Eerlijk gezegd denk ik dat ook van de klimaatkant. Uiteindelijk heeft de hele geopolitieke situatie vorig jaar — en eigenlijk is die sinds vorig jaar alleen nog maar slechter geworden — ervoor gezorgd dat wij als CDA hebben gezegd dat we in het grotere plaatje toch iets pragmatischer moeten zijn. Kan ik een klein beetje houvast krijgen van GroenLinks-PvdA dat zij die beweging mogelijk ook gaan maken in toekomstige handelsdeals?

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Daar wil ik echt niet op vooruitlopen. Ik kan hier in ieder geval het volgende zeggen. Nogmaals — ik haal net de Canadese premier aan — er is sprake van een scheuring in de wereldorde. Een scheuring. Wie had gedacht dat wij mogelijk in een handelsoorlog met de Amerikanen terecht zouden komen? Wie had gedacht dat een NAVO-bondgenoot zomaar een claim zou kunnen leggen op de soevereiniteit van een andere NAVO-bondgenoot? Als dit akkoord gisteren niet was gevallen, hadden we hier vandaag moeten concluderen dat de NAVO de facto dood was, met enorme consequenties van dien. Dát is het speelveld waarin we ons bevinden. Daar horen ook handelsakkoorden bij. Bij Mercosur hebben wij kritiek op hele belangrijke onderdelen voor mijn partij. Tegelijkertijd zeg ik: op alle punten moet ook mijn partij het denken niet stilzetten. We zijn daarover in beweging.

De voorzitter:
Dank u wel.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dan nodig ik mevrouw Teunissen uit. Zij spreekt namens de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. Het innemen van Groenland en de importheffingen zijn vooralsnog afgewend, en dat is goed nieuws. Er is dan ook veel druk uitgeoefend op president Trump. Maar hoelang deze deal stand gaat houden en wat deze deal concreet betekent, is de vraag. Daarom is mijn eerste vraag aan het kabinet de volgende. We hebben nog veel onduidelijkheid over het raamwerk, de toenemende militaire aanwezigheid op Groenland. Dus wat gaat de inzet van het kabinet vanavond bij de extra Europese top concreet zijn?

Dit hele proces is toch wel tekenend geworden voor de willekeurigheid en de onzekerheid, de onvoorspelbaarheid en ook wel de onbetrouwbaarheid van president Trump. Daarom wil de Partij voor de Dieren vandaag graag stilstaan bij hoe de Nederlandse regering zich de afgelopen tijd heeft opgesteld richting de VS. De VS vormen onder leiding van president Trump het grootste gevaar voor de internationale rechtsorde en daarmee ook voor onze veiligheid. Wanneer dit kabinet het nalaat daar duidelijk en principieel tegen op te treden zoals bij de inval van Venezuela en het dat niet betitelt als een schending van het internationaal recht, brengt dat uiteindelijk ook Nederland in gevaar. Want Nederland is een klein land dat geen baat heeft bij machtspolitiek, maar juist van internationale bescherming en de bescherming van het internationaal recht afhankelijk is.

Voor de Partij voor de Dieren zijn daarom nu twee stappen onontkoombaar. Ten eerste moet Nederland veel steviger stelling nemen tegen de Verenigde Staten wanneer zij het internationaal recht ondermijnen. Het beschermen van de internationale rechtsorde vraagt om meer dan terughoudendheid of stilzwijgen. Is het kabinet bereid om hierin meer de lijn van Frankrijk en Duitsland te volgen?

Ten tweede is het noodzakelijk dat Nederland en Europa versneld werk maken van strategische onafhankelijkheid van de Verenigde Staten, zowel op het gebied van veiligheid als op het gebied van grondstoffen. Afhankelijkheid van een onvoorspelbare bondgenoot maakt ons kwetsbaar. Ook op het gebied van energie is de noodzaak om los te komen van de Verenigde Staten dus urgenter dan ooit. Hoewel gas voorlopig nog onderdeel is van onze energievoorziening, helaas, is Amerikaans lng volgens deskundigen geen logische keuze. Het is duur, het is klimaatonvriendelijk en het vergroot onze geopolitieke afhankelijkheid van een onvoorspelbare autocraat. Energie is geen neutrale markt. We hebben gezien hoe Rusland energie als politiek drukmiddel tegen Europa gebruikte en we mogen niet opnieuw in een situatie belanden waarin een grootmacht die machtspositie over ons heeft. Strategische autonomie betekent dat we voorkomen dat energie opnieuw als wapen tegen ons kan worden ingezet.

Zoals we hebben gezien, ligt de echte oplossing niet in het vervangen van de ene fossiele afhankelijkheid door de andere. Wat onderbelicht is in deze crisis, is dat ook die fossiele energie nog steeds een machtsmiddel is. Deskundigen zijn het erover eens dat snelle investeringen in hernieuwbare energieopslag en energiebesparing essentieel zijn. Het geld dat nu vastzit in langlopende lng-contracten, kan worden ingezet voor onder andere de grootschalige uitrol van wind- en zonne-energie en energiebesparing. Daarom is mijn vraag aan het kabinet: is het kabinet bereid om versneld met een afbouwplan voor olie en gas uit de VS te komen?

Voorzitter, tot slot. Amerikaans imperialisme en ingrijpen in andere landen is geen incident, maar een patroon: van Chili en Panama tot Irak en nu Venezuela en de dreigingen richting Groenland. Voor landen buiten het Westen is dit al decennialang dagelijkse realiteit. Dat ook Europese landen nu de gevolgen ondervinden, onderstreept hoe urgent het is om niet langer meer blind mee te varen op Amerikaanse machtspolitiek.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan nodig ik de heer Ceder uit, die spreekt namens de ChristenUnie.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter. Op 16 november 1776 klonk er op een klein eiland in het Caribisch gebied een kanonschot. Vanaf Sint-Eustatius, ook bekend als Statia, beantwoordde gouverneur Johannes de Graaff het saluut van het Amerikaanse schip Andrew Doria. Met dat ene gebaar erkende de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden als eerste buitenlandse staat de soevereiniteit van de Verenigde Staten. Dit jaar vieren de Verenigde Staten 250 jaar onafhankelijkheid en dus ook 250 jaar officiële banden met Nederland.

Anno 2026 zien we dat die relatie tussen Nederland, Europa, en de Verenigde Staten echter geen vanzelfsprekendheid meer is. Die relatie moet telkens worden waargemaakt. In het afgelopen jaar hebben we allerlei voorbeelden gezien van hoe er breuken in de relatie tussen Europa en de VS zijn ontstaan, met de toespelingen van Trump over Groenland en de aankondiging van importheffingen in de afgelopen week als dieptepunt. Ik ben blij met het leiderschap van Mark Rutte, die deze heffingen heeft weten af te wenden, maar de vraag is: hoelang nog? En hoelang blijven we afhankelijk van de grillen van de Amerikanen? Ik zal ook maar duidelijk zeggen dat het antidwanginstrument voor de ChristenUnie expliciet op tafel had gelegen als die tarieven waren doorgegaan, omdat we niet chantabel mogen zijn als Europese landen.

Voorzitter. Deze veranderingen en ontwikkelingen betekenen dat we niet kunnen wensdenken over hoe we zouden willen dat de wereld zou zijn. Neem de wereld zoals die is, maar daarbij laat je je eigen overtuigingen niet los. Je spreekt de taal van de macht maar ten dienste van recht. Om met de Canadese premier Carney te spreken, in zijn speech afgelopen week in Davos: "Ons beleid moet principieel en pragmatisch zijn." Dat sluit ook aan op het dubbeldenken, waar historica Beatrice de Graaf over schrijft in een heldere column in het NRC afgelopen week.

Voorzitter. Laat ik helder zijn: wat de ChristenUnie betreft is Europa sterker met Amerika als bondgenoot. Maar Amerika moet het ook zelf willen. Welke stap zou ik zetten? Europa moet geopolitiek verder ontwaken en zich niet laten chanteren. Dat betekent dat het een volwassen rol moet pakken binnen de NAVO. Zoals premier Carney treffend zei: "Nostalgie is geen strategie; we moeten kijken naar de wereld zoals die is en handelen."

Dat betekent een aantal dingen. We moeten onze strategische afhankelijkheden afbouwen. Hoe staat het daarmee? Europa moet zijn eigen defensie op orde brengen, niet omdat Washington of een ander land dat vraagt, maar omdat de vrijheid van onze Nederlandse bevolking dat vereist. Europa moet ook economisch weerbaar en technologisch soeverein zijn, niet om muren te bouwen maar om juist waarden te borgen. Daarvoor moeten we ook borgen dat andere machtsblokken afhankelijk zijn en blijven van Europa. "Control points" noemde de sg van EZ dat. Is het Nederlandse en Europese beleid daar al voldoende op ingericht? Hoe kan dat beter, zo vraag ik aan de minister.

Voorzitter. Vorige week heb ik het er ook al over gehad: we moeten banden aanhalen met wat ik noem "middelgrote landen", zoals Canada, Australië Japan, Nieuw-Zeeland. Mijn motie om als Nederland die banden te gaan versterken, is afgelopen week gelukkig aangenomen. Mijn vraag is of de minister een beleidsplan kan uitwerken en ook een tijdpad hoe dat er concreet de komende jaren gaat uit zien.

Voorzitter. Wat zijn deze woelige tijden een contrast met Bijbelse visioenen over vrede en recht, over hoe de profeet Jesaja spreekt over een vredesvorst die vrede zal stichten tussen de volken en wiens heerschappij zich zal uitstrekken van zee tot zee. Deze vredesvorst maalt niet om Nobelprijzen. Vanuit christelijk denken kwamen de grondleggers van de Europese Unie tot de overtuiging dat we alleen in vrede kunnen leven wanneer we elkaar zien als personen die tot bloei komen in relaties. Voor die wereld, waarin waarden geen luxe maar richtinggevers zijn, blijf ik me met gelijkgestemden inzetten.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan nodig ik mevrouw Dobbe uit. Zij spreekt namens de Socialistische Partij.

Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter. Vanavond is er een buitengewone Europese Raad, met op de agenda de importheffingen die Trump wéér wilde opleggen. Nu zijn die weer van tafel. Er is een geweldige oplossing bereikt, mogen wij geloven, en een raamwerk is afgesproken. Weet de minister al wat die deal inhoudt en wat dat betekent voor Nederland? Zo ja, kan hij dat met ons delen?

Je zou kunnen zeggen dat dit nu om de haverklap gebeurt: niet alleen dreigen met of invoeren van importheffingen maar ook het schenden van het internationaal recht, door het binnenvallen van Venezuela, het dreigen met een militaire aanval op Iran en het dreigen tegen Groenland, militair of niet militair. In wat voor wereld willen wij leven? Daar moeten we het hier over hebben. Willen wij leven in een wereld waarin Nederland en waarin Europa aan de leiband van de VS lopen en het imperialisme van Trump al ons doen en laten bepaalt, waarin het recht van de sterkste geldt en de belangen van de rijke elite binnen de VS boven alles gaan? In die wereld leven wij nu namelijk. Of willen wij leven in een wereld waarin we werken aan een internationale rechtsorde en rechtvaardigheid, aan de-escalatie en aan vrede? Wij zijn voor dat laatste. Dat kan niet als je in Europa en in Nederland aan de leiband van de VS blijft lopen.

De gesprekken die Nederland in Europa voert en de internationale koers die Nederland vaart, moeten wat ons betreft in het licht van een streven naar die rechtvaardige wereld staan, ook vanavond. Dat betekent dat er ook een duidelijke veroordeling moet zijn van de dreigementen van de VS richting Groenland. Is de minister bereid dat te doen en daarvoor te pleiten in Europa? Want de echte veroordeling daarvan heb ik nog niet gezien. De importheffingen waarmee Trump dreigde, zijn nu wel weer van tafel, maar misschien liggen ze er morgen weer. Wie zal het zeggen? Hoe kunnen we het antidwanginstrument inzetten om deze paniek in de toekomst te voorkomen? Ik hoorde mijn collega's daar ook al over.

Dit is toch ook wel de tijd om goed te kijken naar Nederlandse afhankelijkheid voor strategische sectoren van de VS en van andere landen, want de overheid en onze scholen en universiteiten zijn afhankelijk van Amerikaanse techbedrijven zoals Microsoft, Google en Amazon. Solvinity, het bedrijf achter DigiD, wordt bedreigd met opkoping door een Amerikaanse multinational. Farmaceutische bedrijven zijn in handen van Amerikaanse bedrijven, zoals Johnson & Johnson. En neem dan de wapens voor onze eigen defensie. Onze F-35-systemen zijn afhankelijk van de VS. Er liggen Amerikaanse kernwapens op Volkel, die daar snel weg moeten, wat ons betreft. Nog los van dat er een enorm deel van ons publieke geld richting vaak niet transparante winsten van de grote Amerikaanse bedrijven gaat, zijn we afhankelijk gemaakt van een imperialistische staat die vooral de belangen van een rijke elite in de VS dient.

Van die afhankelijkheid van de VS willen we af. Het gaat over onze digitale diensten, over bank- en creditcardsystemen, over openbaar vervoer en over medicijnen. We zouden moeten kijken in hoeverre we dat als Nederland zelf zouden kunnen organiseren. Er is bijvoorbeeld geen enkele reden om ons openbaar vervoer in de uitverkoop te doen richting de VS. We hebben eerder voorstellen gedaan voor een nationaal geneesmiddelenfonds en publieke zeggenschap over bijvoorbeeld Tata en onze staalindustrie. Waar dat niet als Nederland zelf kan, zouden we dat Europees moeten regelen, met nationale en met publieke zeggenschap. Is de minister bereid daar vanavond in Europa mee te beginnen? Wil de minister ervoor zorgen dat het kabinet met de collega's van deze minister aan de Kamer inzichtelijk maakt in welke sectoren Nederland afhankelijk is van de VS en andere landen buiten Europa en welke alternatieven daarvoor bestaan of ontwikkeld zouden kunnen worden?

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan nodig ik de heer Klos uit. Hij spreekt namens D66.

De heer Klos (D66):
Dank u wel, voorzitter. De Amerikaanse militaire invasie van Groenland en de heffingen op de Europese landen die dat wilden voorkomen, lijken voorlopig afgewend. "Lijken", want we weten niet meer dan dat er gisteren is gesproken over een framework voor een future deal. "Lijken", want Trump is alleen onderhevig aan zijn eigen grillige impulsen.

De grootste fout die we nu kunnen maken, is nu maar te hopen dat de storm verder wel overwaait. Hoop is geen strategie. Vertrouwen op een goede afloop zou in het licht van het gedrag van Trump crimineel nalatig zijn. Als je door de afgelopen paar dagen nog steeds niet wakker bent geworden, wanneer word je dan wakker? Nu blijven geloven dat het Amerika van Trump onze veiligheid zal blijven garanderen, is gespeend van iedere realiteitszin; dat is vastklampen aan een nostalgische illusie. We zijn het aan onszelf verplicht om dit moment niet voorbij te laten gaan en om ons nu los te maken van de psychodramatische rollercoaster. We hebben in Europa alles in huis om dat te doen. Het is aan Nederland als groot en belangrijk Europees land om daar met felle urgentie voor te pleiten in Brussel.

In de eerste plaats is dit het moment om te laten zien dat er staal in onze ruggengraat zit. Een Europa dat zichzelf respecteert, stelt duidelijke grenzen. We veranderen onze strategie van appeasement naar afschrikking. De Trump-regering moet van tevoren weten dat wij bij verdere escalatie bereid zijn ons antidwanginstrument te gebruiken, digitale regels streng te handhaven en markttoegang te ontzeggen. Onze economische wapens moeten op tafel liggen, in het zicht, klaar voor gebruik en locked and loaded; dat is de taal die wordt begrepen. Laten we ook eerlijk zijn tegen mensen: dat kan ook hier economisch pijn doen. Maar als wij de principes van zelfbeschikking en soevereiniteit laten varen, dan is het hek van de dam en raken we onze rijkdom pas echt kwijt. In een wereld waarin macht het wint van recht, komt onze vrijheid in gevaar. Daarom vraag ik het kabinet te bevestigen dat het deze top zal aangrijpen om een helder overzicht te bepleiten van tegenmaatregelen bij verdere afpersing of bedreiging.

Voorzitter. We moeten niet meer paaien en aaien, niet meer tutten en sussen, niet meer pleasen en appeasen. Laten we ons hoofd uit de muil van de tijger halen en het fier opheffen, met alle pijn, risico en moeite van dien. Mark Carney zei het inderdaad treffend in zijn toespraak: we bouwen niet langer alleen op de kracht van onze waarden, maar ook op de waarde van onze kracht. Die weg ligt ook open voor Europa: een continent van 450 miljoen mensen met de meest aantrekkelijke consumentenmarkt ter wereld en de een-na-hoogste defensie-uitgaven ter wereld, dat beschermt tegen willekeur, met een unieke balans tussen vrijheid en solidariteit. Het is de enige democratische unie ter wereld waarvoor landen in de rij staan om er deel van te worden.

Ik vraag het kabinet zich in de Europese Raad in te spannen voor niets minder dan een verklaring van Europese onafhankelijkheid. Deze top kan het begin markeren van een nieuwe bloeitijd. De Amerikaanse vrede mag dan wel voorbij zijn, maar de Europese weg lonkt. Laten we stoppen bang te zijn voor onze innerlijke kracht en ons nu eindelijk verhouden tot de wereld zoals die is. We hebben een politieke unie nodig die met één mond spreekt, met één defensiemacht verdedigt en met één markt groeit, die open is naar de wereld, maar onafhankelijk van de grillen van anderen. Dat is de weg naar soevereiniteit.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dat roept een vraag op bij mevrouw Piri.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Of een compliment, voorzitter. Dat mag hier toch ook? Ik vond het namelijk een mooie inbreng van de heer Klos. Het geeft de hoop dat we na twee jaar stilstand straks hopelijk hetzelfde D66-geluid vanuit een Nederlandse premier gaan horen. Dat neem ik maar even voor mijn eigen rekening, want ik kan niet namens de Kamer spreken. We hadden hier dinsdag met deze minister toevallig ook een discussie over in het vragenuur, namelijk over de vraag: waar sta je nou eigenlijk als Nederland wat betreft zo'n thema in Europa? Ik vroeg toen of het kabinet bereid is zich te voegen bij het blok, de kopgroep van Frankrijk en Duitsland, waar de heer Klos net ook aan refereerde. Ze waren duidelijk. D66 wil dat ook, maar van het kabinet horen we: nee, we horen bij een soort vierde groep. Ik heb geen idee welke landen daarin zitten, maar het gaat in ieder geval niet om de kopgroep. Hoe kijkt D66 daarnaar?

De heer Klos (D66):
Ik ben daar ook heel kritisch op, dus dank voor de vraag, zeg ik via de voorzitter. Ik wil de minister daar straks ook over bevragen, want dit kan straks bij de top niet onze inzet zijn. Als wij straks als Nederland bepleiten wat we gaan doen in de toekomst, dan kunnen we daar niet als vierde smaakje achteraanhollen, want dat verstevigt onze positie binnen Europa niet. Bovendien heeft het dan niet het gewenste effect. Uiteindelijk willen we namelijk duidelijk en helder zijn richting de Verenigde Staten. Als vrienden onderling ben je ook duidelijk. Dan moet je een duidelijke lijn volgen. Dat is niet de lijn die Nederland nu ten eerste heeft bepleit.

Mevrouw Dobbe (SP):
Complimenten. Wat een stevig verhaal; ga zo door. Ik heb nog wel wat vragen over de invulling.

De heer Klos (D66):
Fijn.

Mevrouw Dobbe (SP):
Toen we de dreigementen van Trump zagen richting Groenland, waarbij hij de soevereiniteit van Groenland bedreigde, ook niet-militair, maar misschien zelfs met militair ingrijpen, bleven ons kabinet en een heleboel partijen hier best wel stil. Er kwam pas echt een veroordeling toen Trump ging dreigen met importheffingen, terwijl de eerste dreigementen, gericht op de soevereiniteit van Groenland, veel ernstiger waren, ook als je het hebt over internationaal recht. Vindt D66 niet dat wij die dreigementen wel moeten veroordelen en dat we richting de VS moeten zeggen: wat er is gezegd, kan niet? Is D66 het ermee eens dat dat nog niet is gedaan, maar dat dat nu wel gedaan moet worden?

De heer Klos (D66):
Ten principale gaat het inderdaad om de bedreiging. De heffingen waren een supplement op die bedreigingen, namelijk om die bedreigingen af te dwingen. Ik ben het eens met de constatering dat het in de kern gaat om de bedreiging van de soevereiniteit van Europees grondgebied, dat we daar scherp op moeten zijn en dat we die moeten veroordelen.

De voorzitter:
Een vervolgvraag.

Mevrouw Dobbe (SP):
Precies. Maar is D66 het er dan mee eens dat de minister, die nu in Davos zit, of in de EU … Waar zit hij eigenlijk vanavond? Niemand weet het.

De heer Klos (D66):
In Brussel.

Mevrouw Dobbe (SP):
Brussel? Dank u. Is D66 het ermee eens als hij vanavond gaat zeggen: deze dreigementen die zijn gedaan, accepteren wij niet? Ik heb het dan niet alleen over de dreigementen over importheffingen, maar ook over het dreigen met militair ingrijpen, want dat heeft Trump ook gedaan. Vindt D66 dat die keiharde veroordeling er vanavond wel moet komen in Brussel, of waar de minister dan ook zit?

De heer Klos (D66):
Volgens mij ben ik daar heel helder over geweest. Als wij de Frans-Duitse lijn volgen, dan zeggen we dat daar duidelijke consequenties voor moeten zijn. Dan zeggen we dus dat het voor ons niet acceptabel is als grondgebied dat tot het koninkrijk Denemarken behoort, wordt bedreigd, ook al is dat door een bondgenoot.

De voorzitter:
Tot slot op dit punt, mevrouw Dobbe.

Mevrouw Dobbe (SP):
Ja, dan heb ik tot slot een vraag over een ander punt uit het betoog. Als wij strategische onafhankelijkheid zouden willen ontwikkelen — daar heeft D66 zojuist een scherp verhaal over verteld: dat zouden we in Europa en misschien ook in Nederland veel meer moeten doen — betekent dit dat we ook moeten kijken naar de sectoren die de afgelopen tijd in de uitverkoop zijn gedaan. Ik heb bijvoorbeeld verteld over ons openbaar vervoer. Arriva is een Amerikaanse multinational. Moeten we dan ook af van dat neoliberale beleid en moeten we dat gewoon terughalen naar publieke handen, zodat we niet meer afhankelijk zijn van Amerikaanse multinationals?

De heer Klos (D66):
Ik zal proberen me niet door de Socialistische Partij te laten verleiden tot allerlei uitspraken die zeer veel verder strekken dan waar de huidige top over gaat. Waar ik het in principe mee eens ben, is dat wij binnen de Europese Unie naar meer soevereiniteit en dus meer eigen macht moeten streven. Ik denk dat we in beginsel moeten kijken naar wat we kunnen op het vlak van defensie. Ik weet dat D66 en de Socialistische Partij het op dat vlak totaal niet eens zijn.

De voorzitter:
Voordat ik de heer Van Dijk het woord geef: als we deze minister voordat hij aan de carpaccio zit nog wat boodschappen willen meegeven, zullen we onszelf toch ook een klein beetje moeten dwingen om wat vaart te maken. De Europese Raad zal plaatsvinden tijdens het diner vanavond. Ik roep u dus toch op om de interrupties en de antwoorden wat korter te houden. Ik geef nu de heer Van Dijk het woord voor een interruptie.

De heer Diederik van Dijk (SGP):
De heer Klos maakt deel uit van een partij die binnenkort misschien in het kabinet zit en misschien zelfs de post Buitenlandse Zaken zou kunnen gaan bekleden. De stevigheid van zijn bijdrage is dus heel interessant. Die heeft mij ook enigszins verrast. Als ik hem goed beluisterd heb, zegt hij dat we af moeten van dat praten en dat paaien. Dat is dus vooral de stevige lijn. U krijgt niet voor niks zo veel complimenten van de SP en GroenLinks-PvdA. Zelfs mevrouw Piri gaf nog uitdrukkelijk …

De voorzitter:
Uw vraag, meneer Van Dijk.

De heer Diederik van Dijk (SGP):
De vraag is … Zelfs mevrouw Piri — luistert u alstublieft even mee? — gaf credits aan het optreden van Mark Rutte, dat misschien toch heeft bijgedragen aan een iets gelukkiger afloop van de gang van zaken. Hoe kijkt de heer Klos daar dan tegen aan?

De heer Klos (D66):
Dank voor de vraag. Ik denk dat een samenspel van heel veel omstandigheden ertoe heeft geleid dat de heffingen en ook de bedreiging zoals die er lagen nu zijn afgewend. Daar heeft Mark Rutte absoluut een rol in gespeeld. Ik denk wel dat het goed is om hier te zeggen dat de voorzet is gegeven door de Europese landen en de voorzitter van de Europese Commissie en dat de bal is ingekopt door de secretaris-generaal van de NAVO.

De voorzitter:
De heer Diederik van Dijk, kort alstublieft.

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Kort, inderdaad. Dat is misschien wel een hele minimale factor die u aanschrijft aan Rutte. Maar los daarvan hoor ik in ieder geval wel dat het en-en is. Met alleen praten en paaien gaat het natuurlijk niet. Je moet ook met een stok kunnen zwaaien, maar praten en paaien horen er wel uitdrukkelijk bij. Laten de afgelopen periode en hoe het nu eventjes, for the time being, is geëindigd, niet zien dat we af en toe ook even voorzichtig moeten zijn met al te grote woorden?

De heer Klos (D66):
Dank voor de vraag. Praten en paaien zijn natuurlijk een onderdeel van het internationale diplomatieke spel; daar heeft de heer Van Dijk gewoon helemaal gelijk in. Mijn punt is dat we te maken hebben met een factor in de Amerikaanse politiek die kennelijk reageert op duidelijkheid. Die heeft dat gedaan toen China duidelijkheid gaf en toen Canada duidelijkheid gaf en die lijkt dat ook te doen nu de Europese Unie duidelijkheid geeft. Ik denk dus dat wij realpolitikers moeten zijn, dus realistisch moeten zijn en ons moeten verhouden tot de wereld zoals die is en dat we ons dus ook op die manier moeten opstellen.

De voorzitter:
De heer Erkens, met een korte vraag.

De heer Erkens (VVD):
Ja, een korte vraag, voorzitter. De heer Klos geeft terecht aan dat we ook pragmatisch moeten zijn en realpolitikers moeten zijn. De heer Carney is inderdaad op die manier naar China gegaan. Vindt D66 dan ook nog steeds dat wij China op dezelfde manier moeten aanspreken op mensenrechtenschendingen als je er inderdaad voor wil kiezen om de banden verder te diversifiëren, bijvoorbeeld weg van de VS?

De heer Klos (D66):
Ik denk dat we een interessant debat moeten voeren in deze zaal over het vinden van nieuwe vrienden in de wereld. Ik denk dat het Mercosur-verdrag daar een goed voorbeeld van is. Het is ook een heel goed voorbeeld dat de Europese Unie gaat praten met India. China behoort ook zeker tot de lijst landen waarmee je zou moeten praten; Canada doet dat ook op die manier. Ik denk wel dat we stevig moeten blijven op het punt van mensenrechtenschendingen. Dat is precies de balans die we hier in deze zaal moeten gaan vinden met een nieuw kabinet.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik dank u voor uw bijdrage en ik geef het woord aan de heer Hoogeveen, die spreekt namens de fractie van JA21.

De heer Hoogeveen (JA21):
Dank, voorzitter. Een kleine zestien jaar geleden begon ik mijn werkende leven bij het United States Department of Commerce. Ik werkte daar aan handelsmissies tussen Amerikaanse en Nederlandse bedrijven. Heel concreet: bedrijven bij elkaar brengen, handelsbelemmeringen wegnemen, investeringen mogelijk maken. Het doel was helder: beide economieën versterken. Dat was het systeem dat de Verenigde Staten na de Tweede Wereldoorlog hebben ontworpen: economische verwevenheid, vrijhandel, wederzijds voordeel.

Voorzitter. Die trans-Atlantische relatie staat vandaag onder druk. Dat is ernstig. Maar laten we één ding helder houden: importtarieven zijn belastingen. Ze worden niet betaald door buitenlandse regeringen maar door de consumenten en bedrijven in het land dat ze oplegt. De Amerikaanse importheffingen raken dus in de eerste plaats de Amerikanen zelf: hogere prijzen, hogere kosten, minder koopkracht. Als Europa hetzelfde doet, dan raken wij onze eigen bevolking. Dan verhogen wij hier de prijzen, in tijden waarin energie, wonen en boodschappen al duur genoeg zijn. Tegenmaatregelen voelen misschien rechtvaardig als een handelsoorlog dreigt, maar dat is onderbuikpolitiek. En onderbuikpolitiek is een slechte raadgever. Een escalatie van tarieven leidt niet tot winst maar tot een neerwaartse spiraal: minder handel, minder economische groei, meer onzekerheid. Nederland als open handelsland wordt dan keihard geraakt.

Voorzitter. Het Westen staat verenigd sterker dan verdeeld. Gelukkig zijn er nog stemmen van rede. Zoals hier al vaker gememoreerd stelde de Canadese premier Carney in Davos terecht dat de internationale orde niet meer werkt zoals vroeger en dat wij onze blik moeten verbreden. Premier Starmer noemde een handelsoorlog "in no one's interest" en premier Meloni pleitte voor dialoog en de-escalatie binnen de NAVO en met Washington. Die houding heeft ook Nederland gekozen. Daarom herhaal ik mijn complimenten van eerder deze week aan het kabinet. Dit. Was. Niet. Makkelijk. Kalmte was cruciaal. Symbolische spierballentaal en praten over de inzet van handelsbazooka's helpen iemand.

Voorzitter. Nu de tarieven zijn afgewend, is de vraag: hoe nu verder? Het sterkste signaal dat wij als Europa kunnen geven, is het versneld diversificeren van onze handelsrelaties. Als Noord-Amerika zich sluit, gaan wij naar Zuid-Amerika, naar India, naar Indonesië, naar Australië. Er is nog een wereld te winnen. Des te onbegrijpelijker is het dat Europa nota bene deze week het Mercosur-akkoord blijft vertragen op basis van groen en populistisch activisme en een Franse lobby van sectorbelangen. In deze geopolitieke context was dat een eigen doelpunt van formaat. Is het kabinet bereid zich actief in te zetten voor een professionele inwerkingtreding van dit akkoord?

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik vind het wel belangrijk om dingen niet uit hun verband te halen. In het Europees Parlement is een motie aangenomen om aan het Europees Hof te vragen of het Mercosur-akkoord wel in lijn is met andere Europese verdragen. Zelfs JA21 kan het er toch niet mee oneens zijn dat we het toetsen aan rechtmatigheid?

De heer Hoogeveen (JA21):
Ik kan het daar wel mee oneens zijn. Het is inderdaad onderdeel van een democratisch proces; het Europees Parlement heeft daartoe besloten. Dat vind ik jammer — dat geef ik nu ook aan — maar als het zo besloten is … Ik vind het jammer, want er wordt eigenlijk een soort juridisch foefje uitgehaald. Het is eigenlijk een vertragingstactiek op iets dat uiteindelijk al was beklonken door de Raad en de Commissie. Politiek gezien vind ik het dus jammer, maar het is uiteindelijk wel een democratisch proces. Daar heeft de collega zeer gelijk in.

De voorzitter:
Een korte vervolgvraag van mevrouw Teunissen.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dat vind ik goed om te horen, want net zei JA21 nog: dit is gewoon populisme, dit is het gevolg van een lobby. Dat is dus niet aan de hand. Het is gewoon een democratisch proces geweest. Er is gewoon een motie aangenomen. Een advies vragen aan het Europees Hof over een verdrag kan ook gewoon. Dat wil ik even hier gezegd hebben. Ik heb nog een vraag over specifiek het Mercosur-verdrag. Is het niet een beetje te simpel gesteld dat we dan maar een fossiel verdrag moeten gaan afsluiten met de Zuid-Amerikaanse landen? Er zijn toch ook allerlei andere mogelijkheden van samenwerking? Denk aan strategische partnerschappen. Die zijn toch ook mogelijk? Waarom wil JA21 dan inzetten op een fossiel verdrag dat ook nog eens de Nederlandse boeren hier schaadt?

De heer Hoogeveen (JA21):
Om te beginnen met die juridische gang: er zijn talloze handelsverdragen geweest waarbij dit niet is gebeurd. Bijvoorbeeld het handelsverdrag met Nieuw-Zeeland werd gewoon goedgekeurd in het Europees Parlement. Daar heeft uiteindelijk geen haan naar gekraaid. Dat was ook in ons voordeel. En het Mercosur-verdrag is een verdrag dat ons juist in deze geopolitieke tijden heel erg helpt. Kijk alleen al naar rare-earth materials. We zijn daarvoor ongelofelijk afhankelijk van China, Congo en Rusland. Dan is het toch juist ongelofelijk verstandig om nu die handelsketens te diversifiëren, om die te verbreden? Kijk alleen al naar de enorme voorraden lithium in Zuid-Amerika. Dan moeten we toch echt geopolitiek wakker worden en hier gewoon mee akkoord gaan?

De voorzitter:
Heel kort, mevrouw Teunissen. Tot slot op dit punt.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ja, voorzitter, tot slot. Het is niet zo dat we nu opeens dit verdrag op tafel hebben. Er is al twintig jaar over dit verdrag onderhandeld. Het is heel erg verouderd en het kan heel veel schade toebrengen aan de Amazone, aan de bossen. We hebben dus heel veel zorgen over de natuur en heel veel zorgen over de boeren. Dan staat mijn vraag nog steeds overeind. We hebben ontzettend veel mogelijkheden om de banden met Zuid-Amerika aan te halen. We kunnen strategische partnerschappen aangaan. We drijven al veel handel met die landen. Waarom dan niet inzetten op de diplomatieke en strategische banden in plaats van nu een fossiel verdrag goedkeuren?

De voorzitter:
Het zou zomaar kunnen dat de heer Hoogeveen nu hetzelfde antwoord gaat geven. Ik verzoek dus om de vraag kort en bondig te stellen en ook zo te antwoorden. Anders gaan we het gewoon niet halen vandaag. Dat zou zonde zijn.

De heer Hoogeveen (JA21):
Het was inderdaad dezelfde vraag, dus de beantwoording zou ongeveer dezelfde strekking hebben.

De heer Vermeer (BBB):
Ik was wat in de war, want ik dacht dat dit al de tweede spreker namens Volt was, de tweede op rij zelfs. Maar dat is niet zo. Mijn vraag aan de heer Hoogeveen is: wat is er populistisch aan zorgen over een gelijk speelveld en de Europese volksgezondheid?

De voorzitter:
Korte vraag, kort antwoord.

De heer Hoogeveen (JA21):
Ik denk dat de heer Vermeer erop duidt dat er geen spiegelclausule in het Mercosur-verdrag zit. Die discussie heb ik eerder ook gehad met uw collega. Dat is niet aan de orde. Er is in het Mercosur-verdrag een gelijk speelveld ten aanzien van bijvoorbeeld voedselveiligheid. Maar uw partij wil een mirror clause wat betreft de productiewijze. Dat is extreem moeilijk te doen. Hier in Europa is het nu winter. Dan gebruiken we heel andere pesticiden en andere bereidingswijzen dan het geval is in het tropische klimaat in Zuid-Amerika. Dus als je gaat zeggen "wij moeten op ieder moment op dezelfde manier produceren", dan kan je met niemand een handelsverdrag sluiten. Het is dus gewoon een onrealistische eis.

De voorzitter:
Een vervolgvraag van de heer Vermeer.

De heer Vermeer (BBB):
Natuurlijk. Ik heb zelf de agrarische hogeschool gedaan en weet dat je op verschillende continenten op een verschillende manier gewassen teelt. Dat voorbeeld is helemaal niet wat wij als BBB willen. Het gaat er veel meer om dat wij vinden dat als wij op een bepaalde manier niet mogen produceren, wij ook niet mogen importeren wat op die manier is geproduceerd. Als het gaat om kinderarbeid, vindt u waarschijnlijk wel dat, ondanks dat omstandigheden in andere landen anders kunnen zijn, er gespiegeld moet worden. Dat vraag ik via de voorzitter aan de heer Hoogeveen. Sorry.

De heer Hoogeveen (JA21):
Juist in het Mercosur-verdrag staan allerlei waarborgen ten aanzien van werkgelegenheid, arbeidsvoorwaarden, voedselveiligheid en audits die daarop worden uitgevoerd. Ik denk dat dat juist heel positief is. En ja, het klopt natuurlijk dat er bij elk handelsakkoord winnaars en verliezers zijn. Dan moet je altijd onder de streep kijken of het in ons voordeel werkt. Daar konden wij als partij in het verleden ook kritischer op zijn, en dat zijn we ook geweest, maar je ziet nu toch echt dat geopolitiek gezien de wereld heel erg snel gaat. We moeten dus ook echt heel erg snel diversifiëren en echt gaan kijken hoe we zelf ook autonomer worden.

De voorzitter:
Tot slot, de heer Vermeer.

De heer Vermeer (BBB):
De heer Hoogeveen zegt terecht: er zitten allemaal extra veiligheidsmaatregelen in. Alleen, het punt is nu juist dat de Mercosur-landen al gezegd hebben dat ze vinden dat ze zich daar niet aan moeten houden en dat ze die niet als bindend zien. Dat is de reden waarom het nu naar het Europees Hof wordt gestuurd. Is de heer Hoogeveen het met mij eens dat die Mercosur-landen dat gezegd hebben?

De heer Hoogeveen (JA21):
Kijk, er worden over en weer allerlei dingen gezegd. Er liggen op dit moment al heel veel producten die onder het Mercosur-verdrag vallen, in onze winkels. Ze zijn alleen duurder. Daar zitten hogere tarieven op. Die tarieven worden verlaagd. Dat is uiteindelijk het fundamentele punt waar BBB heel erg op zit: de landbouwproducten. Wij van JA21 zeggen: joh, lagere prijzen en minder inflatie is voordelig voor de consument. U kijkt naar …

De voorzitter:
Het moet echt korter, meneer Hoogeveen.

De heer Hoogeveen (JA21):
Dan laat ik het hierbij.

De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.

De heer Hoogeveen (JA21):
Voorzitter. Tot slot: energieonafhankelijkheid. Mijn partijleider werd nog niet zolang geleden verguisd en beschimpt toen hij het dichtstorten van het Groningengasveld met beton "de blunder van de eeuw" noemde. Deze week luidden TNO, Gasunie en het HCSS de noodklok over onze afhankelijkheid van de VS en Rusland voor gasimport, waarbij zij expliciet het permanent onklaar maken van Groningen noemden. Wanneer gaan hier de oogkleppen af?

Tot slot een aanvullende vraag. Het Amerikaanse hooggerechtshof heeft opnieuw geen uitspraak gedaan over de importheffingen. Klopt het dat de eerstvolgende mogelijke datum pas 20 februari is? En hoe weegt het kabinet deze onzekerheid mee in zijn Europese inzet?

Voorzitter, dat was mijn betoog.

De voorzitter:
Dan heeft u nog één vraag, van mevrouw Piri.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Klopt, voorzitter. Ik zal het er bij eentje houden. In de korte tijd dat ik de heer Hoogeveen heb mogen meemaken als collega, heb ik hem tot nu toe eigenlijk in elk overleg de Belgische premier Bart De Wever horen noemen. En net nu heeft Bart De Wever een keer hele goede dingen gezegd. Ik quoot één uitspraak, en het is niet eens de meest stevige: "Lievemoederen en paaien werkt contraproductief; die houding moedigt Trump alleen maar aan om steeds verder te gaan. Het is een rupsje-nooit-genoeg." Hij was heel duidelijk. Je moet bereid zijn om die bazooka in te zetten. Als hij een handelsoorlog wil, dan gáán we in een handelsoorlog zitten. Waar is nu die bewondering van de heer Hoogeveen voor Bart De Wever?

De heer Hoogeveen (JA21):
Ik ben inderdaad fan van Bart De Wever. Ik heb wel begrepen dat er een nieuwe fractie in het parlement is die een nóg grotere fan van hem is, dus misschien zou u dit aan hen moeten vragen. Nee, kijk, wij vinden op zich die handelsbazooka, dat Anti-Coercion Instrument … Ik was medeonderhandelaar in het Europees Parlement, waarin mevrouw Piri ook heeft gezeten, en ik ben ongelofelijk blij dat dat instrument in de handen is gebleven van de Europese Raad, ook dankzij ons werk. De oorspronkelijke insteek was namelijk dat het in de handen zou komen van de Europese Commissie, en dan zouden wij daar als lidstaten niets over te zeggen gehad hebben. Ik ben het in dit geval niet met de heer De Wever eens dat die handelsbazooka al op tafel gelegd moet worden. Ik denk dat dat pas een optie zou zijn geweest als we écht een militaire escalatie hadden gezien ten aanzien van Groenland. Ik denk dat dit een loodzwaar instrument is, waarmee je niet lichtzinnig moet omgaan nog voordat er onderhandelingen zijn geweest.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan nodig ik de heer Vermeer uit. Hij spreekt namens de BBB.

De heer Vermeer (BBB):
Voorzitter. De internationale orde is blijvend veranderd. Tenminste, dat zei bijvoorbeeld Ursula von der Leyen gisteren. Maar die internationale orde ís helemaal niet veranderd. Europa, Nederland inbegrepen, is door welvaart, vrede en stabiliteit in een roes terechtgekomen. Wij zijn gaan geloven dat macht en machtsuitoefening zaken uit het verleden zijn. Diplomatie en internationaal recht leken leidend te zijn geworden, terwijl grootmachten bleven denken en handelen in termen van invloed, grondstoffen en strategische ligging. Harde geopolitiek is feitelijk nooit verdwenen. De dreiging van de Verenigde Staten richting Groenland laat dat pijnlijk zien. De vraag is niet of wij de huidige ontwikkelingen wenselijk vinden, maar of Europa en Nederland bereid zijn om de realiteit onder ogen te zien en daar volwassen geopolitiek handelen tegenover te zetten.

Trump wil Groenland. In 1868 wilde Amerika Groenland en IJsland aanschaffen voor 5,5 miljoen dollar. In 1946 deed de Amerikaanse president Harry Truman, een democraat, een bod van 100 miljoen dollar op Groenland. Denemarken reageerde beide keren afwijzend. En wat doen wij? Wij keuren het af voor de camera en in Brussel wordt opnieuw gezegd dat men diep bezorgd is. Vervolgens sturen we één officier, die na een week weer vertrekt. Vanuit Defensie geredeneerd is dit ongetwijfeld keurig volgens het boekje verlopen, maar de politieke werkelijkheid is dat het er belachelijk uitzag, zeker omdat Trump al gegrapt had dat Groenland bewaakt werd door twee units sledehonden. Diezelfde logica geldt voor de eerst nog aangekondigde Amerikaanse importtarieven. Trump zet die in om zijn belangen af te dwingen. Als Europa en Nederland willen dat de VS ons serieus nemen, is morele afkeuring niet voldoende. Wie Trump wil aanspreken, moet zijn taal begrijpen en bereid zijn om daarnaar te handelen. Is de minister het met BBB eens dat het sturen van één officier geen sterk signaal afgaf richting Trump over onze bereidheid om Groenland te beschermen? Was het aangekondigde Europese tegenmaatregelenpakket qua omvang en impact vergelijkbaar met de economische schade en druk van Trumps eerder aangekondigde importtarieven? Kan deze maatregel door de minister worden gekwantificeerd? Hoe zorgen we ervoor dat eventuele toekomstige tegenmaatregelen onze Nederlandse consumenten en bedrijven het minst raken? Ligt er een pakket klaar met steun voor de Nederlandse bedrijven die hierdoor worden geraakt?

De heer Boswijk (CDA):
Heel kort. Ik hoorde de heer Vermeer een beetje in twijfel trekken of het sturen van één à twee militairen nou zo veel zin heeft. Hoeveel militairen zouden wij volgens de heer Vermeer hebben moeten sturen om wél een afschrikkende werking te hebben richting de Amerikanen?

De heer Vermeer (BBB):
Ik hoef dat niet te kwantificeren in precieze aantallen. Ik wilde duidelijk maken dat het signaal dat ermee afgegeven was volgens Defensie, protocollen en alles wel zou kloppen als je een verkenningsmissie doet, maar dat zulke aantallen geen indruk maken. Daarover kun je redetwisten hoe je wilt, maar ik hoef daar geen tientallen of honderdtallen aan te verbinden, wat mij betreft.

De voorzitter:
Eerst de heer Boswijk tot slot op dit punt. Dan de heer Ceder.

De heer Boswijk (CDA):
Ik denk dat we het helder moeten maken: het idee om militairen naar Groenland te sturen was niet bedoeld om de Amerikanen af te schrikken; het was bedoeld om de veiligheidszorgen van de Amerikanen rond Groenland serieus te nemen. Dan is het best logisch dat je eerst een aantal militairen stuurt om verkenningen uit te voeren in plaats van dat je zegt: "We sturen 500 man. We hebben geen idee waar ze moeten slapen. Kunnen we daar wel landen? Kunnen we überhaupt een schip sturen?" Het is best gebruikelijk dat je eerst een klein groepje mensen uit verschillende landen stuurt. Ik vind het dus helemaal niet zo gek.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Deze redenatie puzzelt mij wel. We hebben namelijk een te kleine groep gestuurd die niet afschrikwekkend was, maar Trump heeft volgens de heer Vermeer wel importtarieven aangekondigd als gevolg van die te kleine groep. De heer Vermeer zou dus meer mensen willen zien. Begrijp ik dan goed dat volgens uw redenatie Trump de importtarieven niet zou hebben ingesteld als wij meer mensen hadden gestuurd? Wat had u gehoopt? Hoe had de reactie van Trump er uitgezien als we meer mensen naar Groenland hadden gestuurd?

De voorzitter:
Dat vraagt u via de voorzitter. De heer Vermeer.

De heer Vermeer (BBB):
Dat is niet het punt dat ik hiermee wilde maken. Ik wil alleen het punt maken dat je, als je een persoon als Trump wilt aanspreken, zijn taal moet begrijpen. Als hij Europa belachelijk probeert te maken door te zeggen "Groenland wordt verdedigd door twee sledehonden" en je dan één of twee officieren stuurt, bevestigt dat voor dit soort mensen natuurlijk dat hij gelijk zou hebben. Het gaat mij erom of dit het juiste signaal was of niet. Hadden we die verkenningsmissie wel moeten sturen of hadden wij in overleg moeten gaan met de Amerikanen over welke eenheden wij naar Groenland konden sturen waardoor zij zich veiliger zouden voelen? Maar het is de vraag of dat überhaupt geholpen zou hebben en of welk signaal wij ook zouden geven Trump zou hebben weerhouden van importtarieven, die hij waarschijnlijk al in zijn achterhoofd had zitten als eerstvolgende stap op welke reactie dan ook.

De voorzitter:
De heer Ceder tot slot op dit punt.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik probeer u te begrijpen. Aan de ene kant zegt u: we hadden meer troepen moeten sturen, want dat had misschien een afschrikkend effect gehad. Maar nu zegt u, in reactie op mijn interruptie, dat het de vraag is of we überhaupt mensen hadden moeten sturen en dat we misschien gewoon aan tafel hadden moeten gaan zitten, omdat we niet weten of de reactie van Trump dan anders zou zijn geweest. Ik probeer een heldere lijn te krijgen; juist in deze tijden probeer ik van de partijen te begrijpen hoe zij staan in de opstelling richting de Verenigde Staten. Ik denk dat het heel goed is geweest om allereerst duidelijk te maken dat wij in staat zijn om mee te denken — daarom hebben we ook mensen gestuurd — maar ook om duidelijk te maken dat wij niet chantabel zijn.

De voorzitter:
Uw vraag, meneer Ceder?

De heer Ceder (ChristenUnie):
Mijn vraag is als volgt. Had de heer Vermeer juist gewild dat we niemand hadden gestuurd en geopteerd hadden voor gesprekken aan tafel, dus bij nader inzien niet gekozen hadden om ons aan te sluiten bij Denemarken of had hij liever gewild dat we met meer mensen die kant op waren gegaan? Kennelijk is de heer Vermeer ontevreden over de uitkomst van waar nu voor gekozen is.

De heer Vermeer (BBB):
Ik heb niet gezegd dat er meer militairen gestuurd hadden moeten worden. Ik zeg alleen: als je militairen stuurt, stuur er dan meer dan één of twee. Dat was mijn portee.

De voorzitter:
Helder. De heer Klos, een korte vraag alstublieft.

De heer Klos (D66):
Een korte vraag. Ik wilde bij de heer Vermeer nog even doorvragen over het kwantificeren, over de cijfers. Ik vond het namelijk best een mooi betoog over het belang van geopolitiek en het punt dat wij met macht moeten spreken. Vindt u dat wij Europees buitenlands beleid moeten voeren met 450 miljoen Europeanen, of dat we China en Amerika tegemoet moeten treden met 18 miljoen Nederlanders?

De voorzitter:
Ook u vraagt dat via de voorzitter.

De heer Klos (D66):
Zeker.

De heer Vermeer (BBB):
Op het internationale diplomatieke terrein is het natuurlijk veel sterker als je dat gebundeld kunt doen. Dat lijkt mij logisch.

De voorzitter:
Dat is een kort antwoord. Nog één vervolgvraag.

De heer Vermeer (BBB):
Dat was toch de opdracht, korte antwoorden?

De heer Klos (D66):
Ja, voorzitter. Een korte vervolgvraag. Ik vraag me af of ik dan met de heer Vermeer ook een bondgenoot heb bij het afschaffen van de veto's op het buitenlandbeleid.

De heer Vermeer (BBB):
Nee, dat staat er wat ons betreft los van, omdat wij de soevereiniteit van een land als Nederland, maar van elk Europees land, zeer hoogachten en wij anders niet weten waar wij terecht gaan komen als die veto's afgeschaft worden.

De heer Klos (D66):
Dan moet ik concluderen dat we toch geen stem hebben op het wereldtoneel.

De voorzitter:
Dan heeft u daar geen bondgenoot bij. U vervolgt uw betoog, meneer Vermeer.

De heer Vermeer (BBB):
Ja, voorzitter. Mensen kunnen conclusies trekken vanuit hun eigen redenatie of vanuit degene die het verhaal vertelt.

Voorzitter. We moeten strategisch minder onafhankelijk worden van de VS, zoals nu ook blijkt uit de discussie rondom de overname van DigiD-technologiepartner Solvinity. Dat dreigt te worden overgenomen door het Amerikaanse Kyndryl. BBB wil dat nieuwe partnerschappen met landen als India en Zuid-Afrika opgepakt worden. Ook met China zullen we wellicht een andere verhouding moeten zoeken. De huidige geopolitieke realiteit leert ons dat we moeten schaken met meerdere machtsblokken. Dergelijke brede betrekkingen, soms ook met landen die we niet aardig vinden, brengen onafhankelijkheid juist dichterbij. Hoe kijkt het kabinet daarnaar?

Voorzitter, ik ga afronden. Zoals de premier van Canada het zei: "De op regels gebaseerde wereldorde is aan het wankelen. We moeten er niet rouwig om zijn, want nostalgie is geen strategie." Nederland moet snel leren zich tot in het diepst van zijn handelen te verhouden tot deze nieuwe wereld.

De voorzitter:
Ik dank u wel. Ik nodig de heer Diederik van Dijk uit. Hij spreekt namens de SGP. Ik herinner u er nog maar eens aan dat we iets meer dan een uur bezig zijn en dat we net over de helft van het aantal sprekers zijn. Het is toch echt de bedoeling dat we de stemmingen doen voordat die Europese Raad begint. Meneer Diederik van Dijk, aan u het woord.

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank, voorzitter. "Wee u, land, als uw koning een kind is," zei ooit een wijze Prediker. Deze Bijbeltekst drong zich op bij het lezen van de brief van Trump aan de premier van Noorwegen. De machtigste mand op aarde voelt zich gekrenkt over een misgelopen Nobelprijs. Dat werkt door in zijn inzet voor vrede en veiligheid. In die wereld zijn we beland. Prediker gaat niet alleen over kinderlijk leiderschap, maar is ook een waarschuwing voor bestuurlijke nalatigheid. Daarom moet dit debat niet zozeer gaan over de grillen van Trump. Trumps ambities veranderen we niet, maar wel zijn afwegingen. Laten we het daarom hebben over wat we zelf kunnen doen.

Ik heb het dan allereerst over het versterken van onze defensie. Kan de minister van Defensie vooruitlopend op de officiële NAVO-cijfers over 2025 aangeven of er inmiddels meer dan 23 landen zijn die aan 2%-norm voldoen? Welke inspanningen levert het kabinet om met name Spanje, Italië en Portugal zo ver te krijgen? Het is tijd dat de Europese bondgenoten ernst maken met de verantwoordelijkheid voor onze collectieve veiligheid. Dat vergt offers door de portemonnee te trekken voor hogere defensie-uitgaven, maar ook door bewuster te kiezen voor Europese alternatieven voor Amerikaanse producten.

Voorzitter. Vanzelfsprekend verschilt de aard en status van de conflicten, maar of het nu gaat om Oekraïne, Taiwan, de Baltische staten of Groenland, telkens staat hetzelfde kernbeginsel centraal, namelijk het recht van volkeren om zelf hun toekomst te bepalen. Dit vraagt om versterkte afschrikking tegenover landen die bereid zijn geweld in te zetten. In andere gevallen moeten we, ook richting bondgenoten, helder markeren dat soevereiniteit geen onderhandelbaar bezit is.

Voorzitter. De afgelopen dagen laten zien hoezeer de internationale politiek wordt bepaald door dagkoersen. Een belangrijke les die de SGP hieruit trekt, is: laten we voorzichtig blijven met grote woorden, maar wel bereid zijn om onze economische invloed te laten gelden; handel is ons effectiefste wapen. Een Belgische minister verwoordde dat eens treffend: "Europa is een economische reus, een politieke dwerg en een militaire worm." We zien dat de kosten-batenafweging in Washington verandert wanneer Europa zijn marktmacht inzet en Trump binnenlandse steun verliest. Groenland blijkt niet de heuvel waar veel Republikeinen bereid zijn op te sterven. Laten we ook ruiterlijk vaststellen dat Ruttes daddy-diplomatie effect heeft gesorteerd.

Voorzitter. De komende dagen zullen er ongetwijfeld interessante reconstructies verschijnen van wat zich achter de schermen afspeelde tussen Amerika en Europa. Ik verneem het echter ook graag rechtstreeks van deze betrokken minister. Beklijft het argument dat de geplande NAVO-oefeningen in het Arctisch gebied op geen enkele manier een bedreiging vormen voor de Amerikanen? Hoe zien de Amerikanen zelf dat ze nog maar één basis op Groenland hebben terwijl dit er op het hoogtepunt van de Koude Oorlog zo'n twintig waren?

Tot slot. De extra importheffingen zijn voorlopig van tafel en militaire actie is uitgesloten, maar ik geloof dat we niemand hoeven te waarschuwen voor valse gerustheid. De oude wereldorde hangt met ducttape aan elkaar. Laten we deze adempauze benutten om de fundamenten te leggen voor een toekomstige Europese veiligheidsarchitectuur. Twee eigenschappen daarvan doemen daarbij op: de relatieve bijdrage van de Amerikanen aan de Europese veiligheid wordt kleiner en Europese veiligheidssamenwerking zal altijd mede uit niet-EU-lidstaten bestaan. Daarom vraag ik hoe het VK en Noorwegen, aanwezig bij de extra Europese top, meegenomen worden in besprekingen en besluitvorming hierover. Voor de SGP is de betrokkenheid van het Verenigd Koninkrijk een cruciaal criterium bij de beoordeling van elk voorstel voor Europese samenwerking op het gebied van defensie en veiligheid.

Dank u wel.

De voorzitter:
Met militaire precisie, precies nul seconden over. Keurig, meneer Van Dijk. Dan nodig ik de heer Erkens uit, die spreekt namens de VVD. Aan u het woord, meneer Erkens.

De heer Erkens (VVD):
Voorzitter. Laat ik beginnen met vaststellen dat de inbreng die ik had geschreven, gisteravond het raam uit kon. Dat is op zichzelf goed nieuws, want de acute crisis lijkt nu bezworen te zijn. Dankzij het doortastend optreden van de Europese landen en Mark Rutte is de angel uit het acute conflict gehaald. Het betrof een strakke lijn in het zand door Europese lidstaten, waarbij helder gemaakt werd dat de soevereiniteit van Denemarken in Groenland niet onderhandelbaar is, en wederom een slimme oplossing en diplomatieke uitweg van Mark Rutte en anderen om tot een oplossing te komen. Complimenten aan alle betrokkenen hierbij.

Maar, voorzitter, dat de acute spanning is afgenomen, betekent niet dat de onderliggende vraagstukken verdwenen zijn. Integendeel, dit is juist het moment om dat bredere debat met elkaar te voeren. De ontwikkelingen rondom Groenland laten zien dat we leven in een wereld die fundamenteel aan het veranderen is, een wereld waarin machtspolitiek en economische chantage openlijk worden ingezet om politieke doelen te bereiken. Aannames die decennialang vanzelfsprekend leken over soevereiniteit, bondgenootschappen en internationale regels, staan daardoor onder druk. Deze tijd vraagt om volwassen leiderschap en het stellen van duidelijke grenzen, die voor de VVD helder waren en zijn: politieke of economische dwang gericht op territoriale uitbreiding is onacceptabel, van wie die druk ook afkomstig is.

Voorzitter. De VVD tilt hier zo zwaar aan omdat presidenten grote consequenties kunnen hebben. Presidenten bepalen immers wat morgen elders als acceptabel gezien wordt. Als druk wordt beloond, wordt die herhaald, als grenzen onderhandelbaar worden, worden die betwist en als internationale regels niet meer verdedigd worden, verdwijnen die van het toneel. Europa heeft deze lessen eerder geleerd, tegen een verschrikkelijke prijs. Uit de puinhopen van de Tweede Wereldoorlog kwam niet alleen een verlangen naar vrede voort, maar ook een harde les: stabiliteit ontstaat niet uit verklaringen of wegkijken, maar uit geloofwaardige afschrikking, duidelijke grenzen en het vermogen die grenzen ook met elkaar te beschermen. Charles de Gaulle in Frankrijk geeft hier mooie inspiratie voor uit het verleden. Hij begreep dat als geen ander. Hij waarschuwde dat staten die hun strategische autonomie uit handen geven, vroeg of laat ook hun politieke vrijheid verliezen, niet omdat samenwerking onwenselijk is, maar omdat blijvende samenwerking alleen kan blijven bestaan tussen partners die op eigen benen kunnen staan.

Voorzitter. Europa is ingehaald door de werkelijkheid. Wie die werkelijkheid blijft negeren, maakt zichzelf onnodig kwetsbaar. Europa zal sneller zijn afhankelijkheden moeten afbouwen op defensiegebied, op economisch gebied, op energiegebied en op digitaal gebied. Afhankelijkheden die vroeger oké leken, worden nu mogelijk ingezet als chantagemiddel. In dat licht hoor ik ook graag of het kabinet bereid is om de risico's van de import van Amerikaans lng in kaart te brengen en te bezien hoe we deze kwetsbaarheden kunnen verminderen.

Voorzitter. Juist nu we spreken over strategische autonomie, is het opvallend dat het Europees Parlement deze week de invoering van het Mercosur-verdrag heeft geprobeerd te vertragen. Ik vind dat beschamend gedrag, want we hebben met elkaar onze mond vol van strategische autonomie, onafhankelijkheid en een krachtig Europa. Kan de minister aangeven hoe het kabinet ervoor gaat zorgen dat het verdrag in ieder geval voorlopig in werking kan treden in afwachting van die uitspraak? De Paraguayaanse leider heeft volgens mij ook al aangegeven dat Zuid-Amerika naar andere partners gaat zoeken als we nu weer twee jaar gaan vertragen. Dan missen wij als Europa de boot.

Voorzitter, afrondend. De situatie waarin wij ons bevinden, vergt geen schreeuwerige politiek of paniekreacties; die vergt de bereidheid om moeilijke keuzes daadwerkelijk te maken en te implementeren, ook als dat pijn doet. Dat is de opdracht waar Europa en Nederland nu voor staan.

Dank u, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan nodig ik de heer Boswijk uit. Hij spreekt namens het CDA.

De heer Boswijk (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Begin deze week zijn wij als CDA meteen duidelijk geweest: het is onacceptabel dat de Verenigde Staten dreigden met unilaterale heffingen als reactie op onder andere Nederlandse betrokkenheid bij de verkenningsmissie in Groenland. Het raakt niet alleen onze economie, maar het ondermijnt bovenal het vertrouwen in het bondgenootschap. Tegelijkertijd is het goed dat Europa hier ferm en eensgezind op heeft gereageerd. Juist die eensgezindheid maakt duidelijk dat we ons niet tegen elkaar uit laten spelen.

We hebben te maken met onvoorspelbare Verenigde Staten. Dat vraagt niet om paniek, maar om rust. Rust houden zonder in slaap te vallen of zelfs beter, iets te graven. Collega Ceder refereerde al even aan het zogenoemde "dubbeldenken": enerzijds je relatie goed houden en normeren, en ondertussen je weerbaarheid heel snel vergroten. Wat mij betreft is dat een verstandige lijn. We zagen het in zekere zin de afgelopen dagen al terug. Europa normeert en is duidelijk, en Rutte heeft daar duidelijk en effectief een andere rol in gespeeld. Wat ons betreft is die combinatie verstandig.

Er lig nu een soort raamwerk. Niemand weet precies wat het inhoudt, maar uiteindelijk is het feit dat het wel tijd zal gaan kosten. Het is van belang dat we deze tijd goed gaan gebruiken. We laten ons niets wijsmaken. Dit is uiteindelijk geen oplossing; het is hooguit uitstel. De dreiging is niet weg. Daarom mogen wat het CDA betreft de tegenmaatregelen nu nog niet van tafel. Wie dat wel doet, verzwakt uiteindelijk zijn eigen onderhandelingspositie. We moeten wat ons betreft eensgezind blijven en Groenland en Denemarken blijven steunen. Ik ben benieuwd hoe de minister daarnaar kijkt. Eerder hebben we als CDA grote steun gekregen voor een motie waarin wij zeiden dat we geen concessies mogen doen als het gaat over big tech. Ik ben ook benieuwd hoe de minister daar op dit moment naar kijkt.

Voorzitter. We hebben volgende week een begrotingsdebat. Dan zal ik hier nog wel iets meer op ingaan. Er is een belangrijke quote die ik al heel vaak heb aangehaald, en dat ga ik vandaag gewoon nog een keertje doen: speak softly, but carry a big stick. Theodore Roosevelt. Dit zegt eigenlijk dat je zo snel mogelijk je big stick, je defensie-handelsdeal moet sluiten, voordat je uiteindelijk je punt kan gaan maken. Zo simpel is de wereld. Dat was die in 1900 en dat is die nu ook. Des te verbijsterender is het dat het Mercosur-verdrag, dat vorige week werd ondertekend, nu opnieuw wordt vertraagd door het Europees Parlement. Onbegrijpelijk. Hoe kan je je mond vol hebben over strategische autonomie als je zó gaat zitten boekhouden? Er ligt ook nog een handelsverdrag met Chili alweer drie jaar stof te happen. Wat mij betreft moet ook daar gas op. De heer Hoogeveen had het al over de enorme voorraden lithium, die wij ook nodig hebben. Ik ben benieuwd hoe de minister daarnaar kijkt.

Tot slot, voorzitter. Dit alles onderstreept mijn eerdere pleidooi om binnen de EU en de NAVO te werken met kopgroepen: landen die vooruit willen en tempo willen maken. Zo laten we ons tempo niet meer afhangen van de hekkensluiters zoals Spanje of de dissidenten zoals Hongarije. Wij pleiten voor meer samenwerking op concrete dossiers, grondstoffen, militaire samenleving en energie, zoals we dat ook ooit zo zijn begonnen met de EEG rond staal en kolen. Hoe kijkt de minister daarnaar?

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik nodig de heer Struijs uit. O, nee, toch niet. Mevrouw Dobbe moest van een heel eind komen. Zij heeft een vraag.

Mevrouw Dobbe (SP):
Bedankt voor het betoog. Ik vroeg me het volgende af. Op het moment dat de dreiging met importheffingen vanuit de VS kwam, kwam er ook een hele duidelijke veroordeling. Daar refereerde de heer Boswijk zelf ook aan. Hij zei dat het CDA daar duidelijk over is geweest. Maar er zat natuurlijk ook nog iets voor; er zat al een dreiging voor. Er waren zelfs al dreigementen voor militair ingrijpen, of dat zou je er in ieder geval uit kunnen afleiden. Toen zagen we die veroordeling eigenlijk niet, of in ieder geval minder stevig. Die zagen we niet vanuit het kabinet en ik denk ook niet vanuit het CDA. Moet die veroordeling niet veel steviger, ook als de VS zeggen Groenland "whatever it takes, whether they like it or not" te gaan innemen? Moeten we dat niet ook veroordelen en niet alleen de importheffingen?

De heer Boswijk (CDA):
Dan heeft mevrouw Dobbe toch niet helemaal opgelet. De dag nadat dit naar buiten kwam, heb ik de ambassadeur van Denemarken hier in het parlement ontvangen. Die kwam linea recta vanuit Brussel via het vliegveld, omdat Schiphol dicht was. Ik heb toen ook meteen aangekondigd dat omdat het demissionaire kabinet op dit moment natuurlijk maar een smalle basis heeft, wij met een motie komen die meteen oproept om Groenland diplomatiek en politiek te steunen. Die kreeg heel snel steun van onder anderen mevrouw Dobbe. Daar stond wel degelijk in dat we dit veroordelen.

De voorzitter:
Ja, dank u wel. Eén vervolgvraag, mevrouw Dobbe.

Mevrouw Dobbe (SP):
Die stevige veroordeling vanuit het kabinet hebben wij nog niet gezien. Kijk, dit gaat natuurlijk door. Nu zijn het importheffingen en dan zijn het weer andere dreigementen. We zien allerlei AI-gegenereerde plaatjes en het gaat maar door. Ik denk dat wij vanuit Europa maar ook vanuit Nederland onvoldoende helder daarop reageren. Ik hoorde deze minister van Defensie bijvoorbeeld op Radio 1 zeggen dat we wat Trump allemaal zegt misschien op een andere manier moeten interpreteren.

De voorzitter:
Uw vraag.

Mevrouw Dobbe (SP):
Het is in ieder geval niet duidelijk. Als wij nu vragen om een duidelijke veroordeling, ook van deze dreigementen en wat voor dreigementen dan ook, hebben we dan de steun van het CDA?

De heer Boswijk (CDA):
Ik vond wel dat het kabinet soms wat traag was; dat heb ik al eerder gezegd. We hebben onder andere het debat met minister Van Weel gehad over Venezuela, herinner ik mij. Ik heb toen gezegd dat het wat mij betreft wat steviger en fermer mag. Ik zie inderdaad dat Frankrijk en Duitsland altijd iets sneller zijn. Ik zou het mooi vinden als we dat meer gelijktijdig doen. Tegelijkertijd snap ik ook wel ergens de terughoudendheid van dit demissionaire kabinet, omdat het natuurlijk maar een smalle basis in dit parlement heeft. Ik heb zelfs destijds contact gehad met minister Van Weel: joh, helpt het als wij als parlement met een uitspraak komen, zodat u weet waar u mee op pad kan? En dat was inderdaad ook het verzoek.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Boswijk. Dan nodig ik nu wel de heer Struijs uit, die spreekt namens 50PLUS. Die stond al te popelen. Aan u het woord.

De heer Struijs (50PLUS):
Voorzitter. De Amerikaanse president is soms onnavolgbaar en slingert vaak van alles en nog wat naar ons hoofd. We kunnen ons daardoor aangevallen of beledigd voelen, maar we moeten het hoofd koel houden. Ik weet dat door mijn levenservaring en vele buitenlandse missies als geen ander. Tegenover instabiliteit hoort stabiliteit en duidelijkheid. Kortom, wij gaan met z'n allen, hoop ik, werken aan een visie.

Het wordt tijd voor een rechte rug en maximale steun aan Groenland en Denemarken vanuit een verenigd Europa. Nederland moet hierbij koersvastheid en zelfvertrouwen uitstralen. Hierbij zijn gezond verstand, moed en diplomatieke vaardigheden belangrijke voorwaarden. Maar laten we ook die duidelijke strepen in het zand blijven zetten en laten we weten waar we staan. Het 50PLUS-standpunt is er een van solidariteit met Denemarken en Groenland én het handhaven van veiligheid en stabiliteit in het gebied, wat door de NAVO als een verantwoordelijkheid wordt gezien. Ook wij vinden het Frans-Duitse standpunt van gisteren nog uitstekend. Ik weet niet wat de dag van vandaag brengt, want de omloopsnelheid ligt wel heel erg hoog.

Voorzitter. Wij zijn blij dat de Amerikaanse president in elk geval heeft aangegeven geen geweld te zullen gebruiken, maar hij is nog steeds erg stellig in zijn wens tot het overnemen van "het stuk ijs", zoals hij het noemt. Na een gesprek achter gesloten deuren met de Trump-fluisteraar Rutte — dat heeft hij trouwens in onze ogen prima gedaan — stelde hij dat er een raamwerk stond voor een overeenkomst. Uiteraard willen wij van deze minister daar waar mogelijk enige duiding waar we nu staan met dat raamwerk. Hoe zit dit in elkaar? Desnoods nodigen wij de minister uit om ons in een later stadium te informeren, eventueel vertrouwelijk. Ik weet als geen ander dat er achter de schermen heel veel gebeurt.

Ik heb ook nog een andere vraag die mij en 50PLUS intrigeerde. In de media lezen we dat het mogelijk ook om een oud defensieverdrag gaat. Klopt dat?

Kortom, ik ben toch blij met de houding van ons kabinet. Ik zit in de oppositie, maar het moet gezegd worden: het is een hele bijzondere tijd en ik ben ook blij met de samenwerking in de Kamer.

Ik dank u.

De voorzitter:
Dank u wel. De laatste spreker van de zijde van de Kamer is de heer De Roon. Hij spreekt namens de PVV.

De heer De Roon (PVV):
Dank, voorzitter. President Trump heeft in Davos duidelijk uitgesproken dat hij de kwestie-Groenland niet met geweld wil oplossen. Dat zou hij makkelijk kunnen doen, maar hij wil een oplossing zónder geweld. Dat is op zich natuurlijk heel goed nieuws. De uitkomst daarvan zou naar zijn mening dan wel moeten zijn dat Groenland aan de VS zal gaan toebehoren. Die ambitie heeft Trump gisteren andermaal bevestigd. En daar houdt hij aan vast, maar hij wil daar wel graag over onderhandelen. Ik kom daar straks op terug.

Voorzitter. Er is ook nog een andere onderhandeling met Trump, en we kunnen positief zijn dat daar weer goed nieuws vandaan lijkt te komen. Trump heeft namelijk ook verklaard dat hij een "productive meeting" heeft gehad met de secretaris-generaal van de NAVO. In dat gesprek is een raamwerk geformuleerd voor een toekomstige deal over Groenland en zelfs over het hele Noordpoolgebied. Als die oplossing werkelijkheid wordt, zo vervolgt Trump, dan zal dat geweldig zijn én voor de VS én voor alle NAVO-landen.

De invoertarieven die per 1 februari aan de kant van de VS in zouden moeten gaan, zijn daarmee nu van de baan, aldus Trump. Het moge duidelijk zijn dat deze berichten op zichzelf genomen fantastisch zijn. Je kunt eigenlijk wel zeggen dat de directe aanleiding voor de buitengewone Europese Raad, waar dit debat een voorbereiding op is, gewoon is weggenomen.

Maar ook op onze lippen branden natuurlijk vragen over wat dat raamwerk voor die deal inhoudt. Wat is hierover nu bekend bij de minister van Defensie, waar we het vandaag mee moeten doen? Dat doen we trouwens met alle plezier. Wat kan hij ons daarover vertellen? Bloomberg denkt het al te weten. Ik ga het bericht daarover, dat net is uitgekomen, toch even voorlezen. Volgens Bloomberg houdt dat framework agreement het volgende in: "Veranderingen aan het verdrag uit 1951 over de Amerikaanse militaire basis op Groenland en versterking van de NAVO-rol in het Arctisch gebied en het hoge Noorden, inclusief een multinationaal NATO-commando in Groenland, onder leiding van de Verenigde Staten." Ook over een economische component moet worden onderhandeld, namelijk over mijnrechten. Ook zou de onderhandeling moeten gaan over "maatregelen om Russische en Chinese economische en militaire aanwezigheid in Groenland te verhinderen". En wat we dus al weten, is dat "de VS stoppen met bedreigende tarieven tegen Europa". Aldus Bloomberg. Mijn vraag aan de minister is natuurlijk: kent u dit? Kunt u dit geheel of ten dele bevestigen?

Ook vraag ik de minister of er al iets duidelijk is over het traject van deze onderhandelingen. Wie zou volgens de regering nu het initiatief voor een vervolg moeten nemen? Laat ik voor alle duidelijkheid namens mijn fractie hier nog wel een belangrijke opmerking maken, namelijk dat een deal ook echt een deal moet zijn, waar ook Denemarken mee instemt. Dat is gewoon essentieel wat ons betreft. Het gesprek tussen de VS en Denemarken over zeggenschap over Groenland moet natuurlijk tussen die twee worden gevoerd. Beide nemen op dit moment nog tegenovergestelde standpunten in. Ik denk dus dat het heel belangrijk is dat het uitwerken van die defensieafspraak snel en goed wordt voortgezet, zodat de spanning eruit komt. Ik zou zeggen: er is nu sprake van een broedende kip; die moeten we vooral niet verder storen met verhalen over zwaaien met een mes of een bazooka, zoals mevrouw Piri dat zojuist nog voorstelde.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn we aan het einde gekomen van de termijn van de Kamer. Ik schors voor een kwartier, dus we gaan verder om 16.45 uur.

De vergadering wordt van 16.29 uur tot 16.46 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Ik geef het woord aan de minister van Defensie voor de eerste termijn aan de zijde van het kabinet. Ik vraag hem gelijk of hij enige structurering kan aanbrengen in zijn beantwoording. Het woord is aan de minister.

Minister Brekelmans:
Uiteraard, voorzitter. Ik zal beginnen met Groenland en alles wat de afgelopen dagen heeft plaatsgevonden, en hoe het daar nu mee staat. Als tweede zal ik stilstaan bij de relatie met de Verenigde Staten, waar allerlei vragen over zijn gesteld. Daarbij zal ik ook iets zeggen over de handelsverdragen waarnaar in verband daarmee ook is gevraagd. En dan heb ik nog de categorie "overige".

Voorzitter. Allereerst dank dat ik hier vandaag mag staan namens het kabinet, want mijn collega-minister van Buitenlandse Zaken en de premier hebben andere verplichtingen. Veel dank voor die flexibiliteit vanuit de Kamer.

Ik denk dat we wel kunnen zeggen dat het een veelbewogen week is geweest en dat er ook de afgelopen dagen de nodige spanningen waren. Een aantal leden schetste het ook al; als we de feiten even op een rij zetten, hebben we natuurlijk eerder de uitspraken van president Trump allemaal kunnen zien. We hebben ook gezien welke reactie die teweeg hebben gebracht. Een reactie vanuit bijvoorbeeld Amerikaanse senatoren, die zich daar kritisch over hebben uitgelaten. Ik heb er zelf ook een enkele gesproken in Davos. Daarnaast de beurzen en de Amerikaanse bedrijven die daarop reageerden. We hebben natuurlijk ook de reactie vanuit Europa gezien. Daarbij was er sprake van enige verschillen tussen de uitspraken die door verschillende landen zijn gedaan. De gemene deler was wel dat we niet zomaar over ons heen moeten laten lopen.

We hebben natuurlijk ook gezien dat er achter de schermen het nodige is gebeurd. Ik denk dat iedereen het heel positief vond dat het gesprek van secretaris-generaal Rutte en Trump gisteren echt tot een ommekeer heeft geleid. Eerder op de dag liet de toespraak van president Trump in Davos al duidelijk zien dat er een eerste stap werd gezet en dat de militaire middelen van tafel waren. De uitkomst na gisteren was dat de dreiging met tarieven van tafel was. Verder was de uitkomst datgene waar wij al langere tijd voor pleiten, namelijk om op een constructieve manier met de Amerikanen verder te spreken over de onderliggende zorgen die er zijn over de veiligheid van Groenland en het Arctisch gebied.

Wat daarover gisteren is besproken, heeft grotendeels al in de media gestaan. Ook hebben de heer Rutte en anderen daar een toelichting op gegeven. Er zal verder worden gewerkt langs twee sporen. Het eerste spoor is het NAVO-spoor. Hoe zorgen we ervoor dat we als bondgenootschap onze aanwezigheid in het Arctisch gebied en specifiek in Groenland versterken? Het gaat erom dat we onze verdediging daar versterken. Ook gaat het erom dat we ervoor zorgen dat het niet mogelijk is dat Rusland en China daar in de regio nog meer actief worden of er zelfs een voet aan de grond zouden krijgen. Dat is een zorg die de Amerikanen hebben.

Het tweede dat is afgesproken, is dat de Verenigde Staten verder zullen spreken met Denemarken en Groenland over de militaire presentie. Er ligt natuurlijk al een verdrag, waar een aantal van u aan refereerde. Dat verdrag biedt zeer veel mogelijkheden. Aan de andere kant is het wel een verdrag uit 1951. Er zal dus verder worden gekeken, gegeven de ontwikkelingen die er nu zijn — de mogelijke dreigingen vanuit met name Rusland en daarachter China — hoe de afspraken die eerder zijn gemaakt verder bij de tijd kunnen worden gebracht en hoe daar verder invulling aan kan worden gegeven.

Ik denk dat het heel positief is voor iedereen, zowel voor de Verenigde Staten als voor Europa en specifiek ook voor Nederland, dat we nu op dat constructieve pad zitten met de Verenigde Staten. Er moet nog wel veel uitgewerkt worden. Er zijn een heleboel vragen gesteld. "Hoe gaat dat er precies uitzien? Hoe wordt dat nader uitgewerkt? Wat wordt die NAVO-presentie precies? Gaan de Amerikanen meer militaire bases openen? Hoe zit dat juridisch precies in elkaar?" Dat zijn allemaal vragen die de komende tijd verder worden uitgewerkt. Die worden deels uitgewerkt in NAVO-verband en deels door de Verenigde Staten en Denemarken en Groenland direct.

Er zijn daarbij een aantal specifieke punten benoemd, bijvoorbeeld het voorstel dat in de New York Times heeft gestaan over sovereign base areas. Die kennen we van het Verenigd Koninkrijk en Cyprus. Dat is een idee dat ik, toen ik zelf gisteren in Davos met een aantal experts sprak, ook heb gehoord. Dat circuleerde. Ik heb zelf geen inzicht in de vraag of dit soort zaken specifiek op tafel hebben gelegen. Ik denk het eerlijk gezegd niet.

Wat we nu weten, is dat er op hoofdlijnen een raamwerk is. Er wordt langs die twee sporen verder gewerkt. De heer Rutte heeft gezegd dat het vraagstuk van soevereiniteit niet op tafel heeft gelegen. Vanzelfsprekend, zou ik willen zeggen, is de soevereiniteit van Denemarken en Groenland het uitgangspunt. Die staat niet ter discussie. Die twee sporen worden uitgewerkt om daar gezamenlijk invulling aan te geven.

De voorzitter:
Dat roept een vraag op van mevrouw Piri.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
De meesten van ons hebben gisteren natuurlijk naar de speech van president Trump gekeken, live of achteraf. Drie uur voor deze doorbraak was hij klip-en-klaar. Er was opeens geen mogelijkheid voor een militaire bezetting, maar hij sprak in zijn speech heel duidelijk over de claim op Groenland. Dat is natuurlijk wel de kernvraag. Is deze minister ervan overtuigd dat die claim op Groenland nu van tafel is?

Minister Brekelmans:
Ik denk dat we echt moeten luisteren naar wat Trump daar gisteren na zijn overleg met secretaris-generaal Rutte over heeft gezegd. Hij heeft heel duidelijk gezegd dat hij Groenland niet wil kopen. Daar heeft hij eerder wel uitspraken over gedaan. Hij heeft ook niet gezegd wat hij eerder wel zei, namelijk dat hij zich Groenland toe wil eigenen. Dat soort woorden heeft hij niet gebruikt. Hij heeft nu gezegd dat zijn zorgen en de punten die hij maakte worden erkend. Dan gaat het over de risico's met betrekking tot de dreiging vanuit Rusland en over de noodzaak tot meer militaire aanwezigheid voor de zelfverdediging van de Verenigde Staten. De uitspraken die hij eerder heeft gedaan heeft hij dus sinds het overleg gisteren heel expliciet niet meer gedaan. Hij heeft gezegd dat hij op een constructief pad verder wil. Volgens mij is daarmee ook heel duidelijk het politieke signaal dat de werkelijkheid na het overleg gisteren met secretaris-generaal Rutte echt anders is dan de paar uur daarvoor, toen hij die speech gaf.

De voorzitter:
Mevrouw Piri, een vervolgvraag.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik heb ook gekeken naar zowel de vragen die president Trump heeft gekregen als zijn antwoorden. Ik krijg eigenlijk geen antwoord van deze minister. Hij probeert uit te leggen wat Trump heeft geantwoord. Ik hoorde Trump vooral de vraag ontwijken, zeg ik heel eerlijk. Hij kreeg een heel concrete vraag: klopt het wat u vanmiddag zei, dat u niet meer geïnteresseerd bent in Groenland? Er kwam toen een totaal ontwijkend antwoord. Mijn vraag aan deze minister is: zijn deze minister en het kabinet ervan overtuigd dat die claim op Groenland nu van tafel is?

Minister Brekelmans:
Er is vanuit de VS geen formele claim gedaan. Hoe dien je überhaupt een formele claim in als je een ander land wilt toe-eigenen? Maar er is geen formele vraag gesteld en er is geen formeel verzoek gedaan. Ook wat betreft de vraag over wat Trump eerder heeft gezegd, baseren we ons op de uitspraken die hij heeft gedaan en de tweets die hij heeft geschreven. Wat hij volgens mij sindsdien nog heel duidelijk heeft gezegd, is dat hij niet voor Groenland wil betalen. Het punt dat hij Groenland wil kopen, is daarmee dus van tafel. Hij heeft ook niet gezegd dat hij zich Groenland wil toe-eigenen. Die uitspraken heeft hij eerder wel gedaan. Hij heeft gezegd dat hij blij is met het raamwerk dat er nu ligt en waarover wordt gesproken met de NAVO. Daar is toe-eigenen van land geen onderdeel van. Mevrouw Piri vraagt of ik zwart-op-wit heb dat die claim van tafel is. Dat hebben Trump of de Verenigde Staten niet op papier gezet, maar die claim stond überhaupt niet op papier. Hij heeft gezegd dat we nu verdergaan met dat raamwerk. Het toe-eigenen of kopen van land is duidelijk geen onderdeel van dat raamwerk. Volgens mij is de politieke realiteit nu dat die claim van tafel is.

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Volgende vraag, in alle voorzichtigheid. We weten niet heel goed hoe openhartig de minister kan zijn, maar toch de vraag: wat beweegt Trump met betrekking tot Groenland? Is dat toch primair veiligheid, waar best vraagtekens bij te zetten zijn, want er kan al zo veel. Zijn het grondstoffen? Daar kun je ook vraagtekens bij zetten. Of is het gewoon plat prestige? Kan de minister daar nog eens op reflecteren? Wat zien we nu precies?

Minister Brekelmans:
Ik denk dat we in ieder geval kunnen zeggen dat de zorgen die de Verenigde Staten hebben voor hun nationale verdediging en hun nationale veiligheid een rol spelen. Die zorgen zijn, denk ik, het belangrijkste element. De Verenigde Staten willen hun luchtafweer uitbreiden met een soort "Golden Dome", zoals president Trump het noemt. Daar zijn meer radarsystemen voor nodig en daar zijn bepaalde vormen van luchtverdediging voor nodig. Het klopt inderdaad wat de heer Van Dijk zegt en wat wij vanuit Nederland en vanuit andere landen ook steeds hebben gezegd: als de Verenigde Staten hun luchtafweer willen uitbreiden, dan is daar met Groenland en Denemarken over te praten. Daar is ook in NAVO-verband over te praten, net zo goed als we dat doen over het verdedigen van de oostflank van de NAVO. Als de Verenigde Staten zeggen dat ze zich op den duur zorgen maken over meer Russische aanwezigheid in het Arctisch gebied en er daarom vaker activiteiten van de NAVO in vlootverband nodig zijn, dan staan wij daar ook open voor. Daarom is ook eerder het idee van Arctic Century naar voren gebracht. Dat is precies een antwoord daarop.

Grondstoffen? Zeker. Wij hebben het hier gehad over de geopolitieke realiteit, namelijk dat grondstoffen worden ingezet als geopolitiek drukmiddel. Dat zal zeker ook een rol spelen. Aan de andere kant is het in Groenland om praktische redenen heel ingewikkeld om grondstoffen te winnen. Ook dat is een realiteit.

In hoeverre prestige een rol speelt? Ik vind dat heel moeilijk om in te schatten. Als dat echt van doorslaggevende betekenis was geweest, dan zou het opmerkelijk zijn dat Trump die grote standpuntwijziging heeft gedaan ten opzichte van een paar dagen eerder. Ik zou daaruit afleiden dat vooral die eerste twee een rol spelen en dat hij heeft gezien dat hij er ook met de NAVO, Denemarken en Groenland, onze bondgenoten, op een constructieve manier over kan spreken. Ik vind het heel belangrijk dat dit nu de weg voorwaarts is.

Mevrouw Dobbe (SP):
Het is, denk ik, toch ook een beetje zoeken naar wat Trump bedoelt en wát hij wanneer zegt en hoe we dat opvatten. Ik ben benieuwd of de minister wat meer kan zeggen over wat dat raamwerk, die deal die is gesloten, inhoudt. Welke gevolgen heeft die deal mogelijk voor Nederland? Wat kunnen wij daarvan merken? Ik weet er eigenlijk niet zo veel meer van dan wat er in de media is verschenen.

Minister Brekelmans:
Ik heb dat zojuist toegelicht, volgens mij. Er wordt langs twee sporen verder gewerkt. Aan de ene kant gaat dat over welke activiteiten de NAVO onderneemt om de verdediging van dat gebied verder te versterken. Daar zal in NAVO-verband over worden doorgesproken. Hoe dat er precies uit gaat zien, is nog niet bekend. Het leidt bijvoorbeeld tot een missie als Arctic Century, waardoor je daar een vlootverband hebt, of het leidt er wellicht toe dat er meer luchtverdediging komt te staan. Dat soort zaken moet nog verder worden uitgewerkt. Daar kan ik op dit moment niet meer over delen. Dat wordt de komende tijd verder uitgewerkt.

Het tweede spoor gaat over de Amerikaanse aanwezigheid op Groenland. We weten inmiddels allemaal dat Amerika in het verleden veel meer militaire bases had dan nu. Dat is teruggebracht tot één. Als Amerika zegt een Golden Dome te willen neerzetten, dan leidt dat mogelijk tot meer radarsystemen die er moeten worden neergezet. Dat zal altijd met meer Amerikaanse presentie gepaard gaan. Hoe dat er precies uit gaat zien, zal in eerste instantie door de Verenigde Staten, Denemarken en Groenland verder worden uitgewerkt. Dat gebeurt natuurlijk in nauwe samenwerking met de NAVO, want het gaat over de totale collectieve verdediging. Gisteren is op hoofdlijnen besloten tot een raamwerk, namelijk: langs deze twee sporen gaan we het uitwerken. Dat moet de komende tijd gaan gebeuren.

Over dat eerste deel, een mogelijke NAVO-missie, is de afgelopen weken al nagedacht en daar zal zeker nog over door worden gesproken. Maar dat is nu nog niet zo concreet dat ik precies kan aangeven hoeveel het gaat kosten en hoe het eruit gaat zien. Daar moet echt nog werk voor verricht worden.

Mevrouw Dobbe (SP):
In hoeverre zijn er ook toezeggingen gedaan aan Trump? Ik vraag mij dat dan toch af. Hij heeft gedreigd met importheffingen en die dreiging heeft hij op basis van dit raamwerk en van deze deal van tafel gehaald, maar welke toezeggingen heeft hij dan gekregen? Ik hoor de minister zeggen dat we het nog allemaal gaan uitwerken, maar in ruil voor welke belofte heeft hij deze importheffingen van tafel gehaald? Dat praten had ie natuurlijk sowieso wel kunnen doen.

Minister Brekelmans:
De toezegging die hij volgens mij heeft gekregen, is wat secretaris-generaal Rutte heeft aangegeven, namelijk dat de veiligheidszorgen worden gedeeld. De NAVO-bondgenoten zijn ook bereid om daar meer aan te doen, bijvoorbeeld door zo'n missie verder vorm te geven. Er is ook gesproken over Russische en eventuele toekomstige Chinese aanwezigheid. Met Denemarken en Groenland zal erover worden gesproken dat het niet de bedoeling is dat de invloed van Rusland en China, laat staan hun aanwezigheid, in de toekomst toeneemt. Op dat niveau is er over de uitgangspunten gesproken. Voor zover ik weet zijn er in ieder geval niet hele concrete toezeggingen gedaan, bijvoorbeeld: als Amerika een nieuwe militaire basis wil, dan moet dat er zo uit gaan zien of als het verdrag uit 1951 bij de tijd moet worden gebracht, dan gaat dat er volgens a, b en c uitzien. Zo concreet zijn er, voor zover ik weet, geen toezeggingen gedaan.

De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Dobbe.

Mevrouw Dobbe (SP):
Ik vraag het natuurlijk ook, omdat ik scherp wil krijgen of er nog een mogelijkheid is dat Nederland of de NAVO kan besluiten om geen NAVO-missie richting Groenland te doen. Is die toezegging bijvoorbeeld al gedaan? Zo ja, dan heeft dat gevolgen voor ons en voor de NAVO. Ik ben daar een beetje naar op zoek, want ik kan toch niet geloven dat Trump dat zomaar heeft gezegd en dat hij op basis van hele vage afspraken en zonder kaders met bepaalde uitkomsten heeft besloten om die importheffingen te schrappen.

Minister Brekelmans:
Een voorbeeld: naar aanleiding van de Russische schepen in de Baltische Zee is Baltic Sentry ingesteld. De NAVO geeft zo'n verdedigingsmissie vorm en daarvoor wordt bekeken welke landen daaraan kunnen bijdragen. Dan kun je net als Nederland aangeven dat je bereid bent om dat te doen. Het betekent dus niet dat daar 32 NAVO-bondgenoten unaniem mee moeten instemmen. Het is namelijk niet zo dat tot elke oefening of missie van de NAVO unaniem moet worden besloten door alle bondgenoten. Dat zal hier ook gebeuren. Eerst zal in een iteratief proces door de bondgenoten worden besproken hoe zo'n missie eruit zou kunnen gaan zien en of landen de middelen hebben om daaraan bij te dragen. Zo wordt dat de komende tijd verder vormgegeven. Maar voor zover ik weet, zijn er niet hele concrete toezeggingen gedaan van: zoveel schepen, zoveel vliegtuigen, als de luchtmacht erbij betrokken is, en zoveel radarsystemen. Dat moet nog allemaal worden uitgewerkt.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Mocht er een NAVO-missie komen, dan ga ik ervan uit dat het dan niet meer om een training gaat maar om een operationele missie en het dus ook onder de artikel 100-procedure valt en de Kamer daar tijdig over geïnformeerd zal worden. Ik wil weten of we die toezegging kunnen krijgen als dat het geval is.

De voorzitter:
Een heldere vraag.

Minister Brekelmans:
De heer Ceder weet dat NAVO-missies binnen het NAVO-grondgebied nooit artikel 100 zijn. Baltic Sentry of onze inzet met F-35's in Polen valt ook niet onder artikel 100. De artikel 100-procedure is er voor missies voor de internationale rechtsorde buiten het NAVO-grondgebied. Toen ik nog Kamerlid was, hebben we het ook heel veel gedaan, bijvoorbeeld bij Bosnië en Irak. Het gaat dan om dat soort zaken, want de artikel 100-procedure is er niet voor NAVO-oefeningen of NAVO-presentie.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik heb juist expliciet aangegeven dat het mij niet om trainingen gaat, maar om een missie die verder gaat dan een training of operationele ondersteuning. Als de minister zegt dat dit niet onder artikel 100 valt, kan ik er in ieder geval van uitgaan dat de Kamer tijdig geïnformeerd wordt voordat het gebeurt.

Minister Brekelmans:
Ja, we informeren de Kamer altijd als het een wat grotere omvang heeft. Dat hebben we bij Baltic Sentry gedaan, bij de luchtverdediging die we nu in Polen doen, en eerder ook bij de F-35's. Daar informeren we de Kamer altijd over.

De voorzitter:
Tot slot, meneer Ceder.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik heb nog geen antwoord gekregen op een vraag. Misschien kan de minister dat nog geven. Het verdrag dat in 1951 is gesloten tussen Amerika en Denemarken, waar Groenland onder valt, kan zeer ruim worden opgevat. Naar mijn weten kan Amerika eigenlijk doen wat ze willen als het gaat om de visie van de veiligheidseisen die ze heel belangrijk vinden. Mijn vraag is of er een concreet verschil zit tussen de ruimte die dat verdrag nu al biedt aan Amerika en de ruimte die Amerika zou krijgen als het Groenland zou kopen of in bezit zou krijgen. Ik krijg namelijk geen helder antwoord op de vraag wat de facto het verschil zou zijn, dus de motieven om "het gewoon te willen hebben" liggen kennelijk elders dan dat je meer ruimte wilt voor veiligheid.

Minister Brekelmans:
Dat is ook precies onze boodschap richting de Amerikanen geweest: het verdrag zoals het er ligt, biedt al heel veel ruimte om de militaire aanwezigheid samen met Denemarken en samen met Groenland verder uit te breiden. Groenland en Denemarken hebben ook vaak aangegeven dat zij daar open voor staan. Het idee dat je Groenland zou moeten bezitten of zou moeten kopen om meer militaire aanwezigheid mogelijk te maken, daarvan hebben wij steeds gezegd dat dat niet het geval is. Wat ik heel goed vind, is dat nu in het tweede spoor de Verenigde Staten, Denemarken en Groenland dat gezamenlijk verder gaan uitwerken en vormgeven, niet door de druk op te voeren, maar door dat in overleg te doen. Dat is volgens mij positief.

De voorzitter:
De minister vervolgt zijn betoog.

Minister Brekelmans:
Volgens mij heb ik hiermee een aantal vragen beantwoord.

Dan was er nog de vraag hoe nu verder. We zien dat de meeste Europese landen op dit moment zeggen: laten we doorgaan op het constructieve pad zoals dat sinds gisteravond vorm is gegeven. De Amerikanen hebben de dreiging met tarieven van tafel gehaald. Natuurlijk is het formeel zo dat je alles waarvan we eerder zeiden "dat zou je kunnen instellen", altijd nog zou kunnen instellen. Maar dat wij nu, op de avond nadat de Amerikanen hun dreiging met tarieven van tafel hebben gehaald, de politieke boodschap zouden afgeven "wij gaan toch door met dreigen dat we andere instrumenten op tafel hebben liggen", is volgens mij niet constructief.

Het is ook niet wat nu het standpunt is van veel landen, waaronder Duitsland. Volgens mij heeft ook Merz daar zojuist in Davos het een en ander over gezegd. Volgens mij moeten we nu het pad op waarbij we zeggen: het is nu het moment om het gezamenlijk met de Amerikanen te doen. De Amerikanen hebben hun dreigement van tafel gehaald; laten wij dan niet opnieuw een politiek dreigement op tafel leggen, zou ik zeggen. Maar formeel ligt natuurlijk altijd alles op tafel.

In dat licht geef ik ook antwoord op een vraag van mevrouw Dobbe. Zij vroeg of op dit moment een veroordeling helpt. Volgens mij heeft die geen zin en werkt die contraproductief. Ik denk ook niet dat de Verenigde Staten daar heel erg van onder de indruk zouden zijn. Volgens mij moeten we ons op het moment richten op het constructieve pad waarop we nu zitten, en niet vanuit Nederland of vanuit Europa meer ruis op de lijn brengen.

Dat is ook een antwoord aan de heer Klos, die ook iets in die richting vroeg. Kijk, volgens mij weet de heer Klos welke mogelijke maatregelen en tegenmaatregelen er op tafel lagen. Van het joint statement heeft eerder het Parlement, dat dat zou moeten goedkeuren, gezegd: dat doen we voorlopig niet. We hebben het "pakket van 93 miljard", zoals dat in de media vaak wordt genoemd. Dat is opgeschort, dus daarvan kun je over een aantal weken zeggen "dat schorten we niet langer op". We hebben eventueel het antidwanginstrument. Die maatregelen kennen we volgens mij. Ik zeg nogmaals dat het me op dit moment niet handig lijkt om het politieke signaal af te geven dat we voornemens zijn om die in te zetten of daarmee te dreigen. Ik denk ook niet dat er in de Europese Raad nu een meerderheid voor zal zijn om dat dreigement te uiten. Maar formeel blijft altijd alles op tafel liggen, want je kunt uiteindelijk het besluit nemen om dingen niet op te schorten of toch dat antidwanginstrument in te stellen. Maar ik zou zeggen: laten we nu niet vanuit Nederland meer ruis op de lijn veroorzaken.

De heer Van Dijk vroeg, heel terecht, hoe we afstemmen met het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen en Canada. Zij zijn natuurlijk NAVO-bondgenoten, dus zij zitten automatisch bij alle overleggen die daar plaatsvinden. Vaak worden zij ook uitgenodigd om aanwezig te zijn bij Europese overleggen waarbij dat relevant is. Volgens mij is dat heel goed. Daarnaast zitten zij bijvoorbeeld aan tafel bij de coalition of the willing, het samenwerkingsverband voor steun aan Oekraïne. Er wordt dus per geval gekeken of zij al automatisch aan tafel zitten. En zo niet, dan worden ze uitgenodigd of vindt er heel nauwe afstemming plaats. We zien namelijk juist dat alles wat met onze veiligheidsarchitectuur te maken heeft, helemaal verweven zit met het VK en Noorwegen, zeker als het om veiligheidsbelangen in het noorden van Europa gaat. Ik moet zeggen dat die afstemming en die samenwerking in de praktijk dus eigenlijk heel erg goed verlopen.

De heer Vermeer vroeg nog naar het signaal van het sturen van officieren — het waren er twee. We wilden, ook richting de Amerikanen, laten zien dat we die onderliggende zorgen serieus nemen en dat we bereid zijn om daarbij militair meer aanwezig te zijn. Dat kan er in de toekomst — dat kan nog steeds, want daar gaan we nu verder over spreken — toe leiden dat meer militairen daar gaan oefenen of een missie uitvoeren. Alleen, als je daar nog niet of nauwelijks actief bent en je gaat dat verder uitwerken, dan stuur je altijd een of twee mensen om dat verder voor te bereiden. Dat is in de media en in de buitenwereld neergezet als: dit wordt nu een grote missie en wij sturen een of twee militairen. Het zou natuurlijk heel raar zijn als dat het geval zou zijn. Dat was ook niet de boodschap. De boodschap was: "Ja, wij zijn bereid om daar meer aanwezig te zijn. Daar willen we ook voor oefenen in dat gebied en daar doen we nu een eerste verkenning voor." Als die boodschap in de Verenigde Staten of in de buitenwereld anders is opgevat, dan is dat niet de bedoeling geweest. Wij hebben in ieder geval geprobeerd om steeds zo duidelijk mogelijk uit te leggen wat we daarmee beoogden en dat het een eerste stapje was in een langdurigere inzet.

De heer Struijs vroeg of het klopt dat het gaat om een oud defensieverdrag. Het gaat inderdaad om een verdrag uit 1951. Dat zal ook het uitgangspunt vormen voor de verdere gesprekken die plaatsvinden.

Voorzitter. Ik denk dat ik daarmee alle vragen rondom Groenland en de ontwikkelingen van de afgelopen dagen heb beantwoord.

De voorzitter:
Dan was dat het blokje Groenland. Er is nog een interruptie van mevrouw Piri.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Naar aanleiding van de antwoorden van de minister ben ik toch benieuwd naar het volgende. Gisteren hoorden we min of meer voor het eerst echt iets van premier Schoof, vanuit Davos. Nog voor het overleg met de NAVO-secretaris-generaal en de Amerikaanse president zei onze premier: "Waarschijnlijk was het dus toch zo dat hij niet goed was geïnformeerd." Nou heb ik deze minister bij Buitenhof ook horen zeggen dat het ook op militair niveau, op het allerhoogste niveau heel duidelijk is gecommuniceerd. Wie heeft er nou gelijk? Probeert premier Schoof net als de NAVO-secretaris-generaal Trump te behoeden voor gezichtsverlies of denkt deze minister echt dat het gewoon één groot misverstand was?

Minister Brekelmans:
Ik zei net ook al, in antwoord op de heer Vermeer, dat wij niet alleen via de militaire lijn, maar ook via andere kanalen hebben proberen toe te lichten waarom we daar nu met twee mensen naartoe gaan. We hebben precies dit uitgelegd. We willen daar meer gaan oefenen. We willen dat gezamenlijk met andere landen doen, omdat we de veiligheid in Groenland serieus nemen. Om dat in de toekomst mogelijk te maken, sturen we nu twee mensen. In de toekomst kunnen dat er meer worden. Je kunt op z'n minst vaststellen dat dat in het Witte Huis en bij de Amerikaanse president niet tot de gewenste reactie heeft geleid. Wij wilden natuurlijk aangeven dat we de onderliggende zorgen serieus nemen en dat laten we hiermee zien. Inmiddels, sinds gisteravond, is die boodschap wel geland. Een persoonlijk gesprek met Mark Rutte is daarvoor nodig geweest. Voor mij is het moeilijk in te schatten hoe de communicatielijn is. Wij dragen het over aan mensen tot op het hoogste niveau en ik vind het moeilijk om te beoordelen hoe dat uiteindelijk president Trump in het Witte Huis bereikt.

De voorzitter:
Dat leidt toch nog tot, hopelijk, één vervolgvraag van mevrouw Piri.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Laat ik de minister hier gewoon een compliment geven. Hij lult er heel mooi omheen. Dank u wel.

Minister Brekelmans:
Goed, dat vat ik van een ervaren politicus als mevrouw Piri inderdaad op als een compliment.

De voorzitter:
Dat laat ik aan de minister. U gaat nu door met het blokje relatie met de VS, inclusief handelsverdragen.

Minister Brekelmans:
Een aantal leden vroegen wat dit zegt over onze relatie met de Verenigde Staten en wat dat vervolgens voor Europa betekent. Ik denk dat wij het er allemaal over eens zijn — er is in ieder geval hele brede consensus over — dat wij ervoor moeten zorgen dat we als Europa meer op eigen benen staan. Dat houdt in dat we meer verantwoordelijkheid nemen voor onze eigen veiligheid en minder kwetsbaar zijn voor geopolitieke grillen. Dat vraagt om twee dingen. Ten eerste moeten we meer zelf doen. Ten tweede moeten we de partners waarmee we samenwerken diverser maken. Dat geldt in ieder geval voor het terrein waar ik iedere dag mee bezig ben, namelijk defensie en veiligheid, maar ook voor onze economische relaties, technologie en grondstoffen. Uiteindelijk hebben die thema's namelijk allemaal geopolitieke componenten en zijn ze allemaal geopolitieke instrumenten. Op het moment dat je dat doet, je daar meer toe in staat bent, minder kwetsbaar bent en meer zelfstandig bent, dan versterkt dat ook je positie op het internationale toneel. Je kunt dan een stevigere positie innemen wanneer de spanningen oplopen. Aan de andere kant zeg ik er ook steeds bij: zeker op het gebied van veiligheid is de realiteit dat we voor de verdediging van Europa en van het NAVO-bondgenootschap de Amerikanen ontzettend hard nodig hebben. Dat is niet alleen de komende paar jaar het geval, maar ook op de middellange termijn.

Als mensen zeggen dat we dat ook zonder de Amerikanen moeten kunnen, dan moeten die mensen zichzelf vervolgens wel meteen de vraag stellen wat dat dan betekent. Als wij ervan overtuigd zijn dat we nucleaire afschrikking nodig hebben richting een nucleaire macht als Rusland, dan zou dat betekenen dat we enorm in kernwapens zouden moeten investeren als de Verenigde Staten niet meer de nucleaire paraplu willen zijn en Europa dat moet doen. Even los van de enorme kosten die dat met zich brengt, is de vraag of je dat met het oog op non-proliferatie moet willen. Dit is even een, en misschien een wat extremer, voorbeeld, maar voor een heleboel andere zaken geldt hetzelfde. Ja, we moeten er vol op inzetten dat we als Europa zelfstandiger, minder kwetsbaar en minder afhankelijk worden. Je moet investeren in allerlei militaire capaciteiten. Anderzijds moeten we ook de realiteit erkennen dat we de Amerikanen niet alleen op de korte termijn nodig hebben, maar ik zou zeggen zeker ook op de middellange termijn. Uiteindelijk is het in sommige opzichten, zoals dat van de nucleaire paraplu, wenselijk dat we de ultieme bescherming van de Amerikanen houden.

De heer Ceder vroeg: moeten we de banden met middelgrote landen versterken? Ja, dat moeten we absoluut. We hebben een aantal partners waarbij dat logischer is, omdat zij dezelfde waarden met ons delen en de relaties al heel goed zijn. Canada, Australië, Japan en Zuid-Korea zijn daar voorbeelden van en ik kan er nog meer noemen. Hetzelfde geldt voor landen die misschien qua waarden en opvattingen wat verder van ons af staan. We zullen onze relaties diverser moeten maken en ervoor moeten zorgen dat we de banden verder verstevigen en aanhalen. Dat zijn niet alleen gesprekken. Het gaat ook om economische samenwerking, grondstoffen en, waar dat eventueel kan, samenwerking op het gebied van veiligheid. Dus ja, dat moeten we zeker doen.

Daarmee heb ik ook meteen antwoord gegeven op de vraag van de heer Vermeer, die heel expliciet vroeg naar de samenwerking met landen die we, zoals hij dat zelf zegt, misschien wat minder aardig vinden.

De heer Hoogeveen had een specifieke vraag over de importheffingen en het Amerikaanse hooggerechtshof. Het zou kunnen dat er een uitspraak komt op 20 februari, zoals hij zei. Het zou ook langer kunnen duren. Wij hebben er geen zicht op wanneer het Amerikaanse hooggerechtshof tot uitspraak komt. Bij die tarieven gaat het erover of daarvoor de juiste rechtsbasis wordt gebruikt. Stel dat het hooggerechtshof zegt dat dat niet gebeurt, dan — ik moet nu even aan verwachtingenmanagement doen — betekent dat niet dat die tarieven van tafel zijn. Het zou kunnen dat de Amerikaanse regering dan zegt: dan zoeken we naar een andere juridische onderbouwing of een andere rechtsbasis om dat te doen. Wij wachten die uitspraak gewoon af. Op dit moment heeft het niet enorme consequenties voor onze onderhandelingsinzet. Ik heb eerder toegelicht wat de insteek van het kabinet is.

De heer Vermeer vroeg naar het Europese pakket aan tegenmaatregelen. Ik heb daarover al gezegd dat die 93 miljard eerder in kaart is gebracht. Voor nu zou ik niet al te diep willen ingaan op als-danvragen, want in die zin ligt het op dit moment niet op tafel. De Amerikanen hebben gezegd: we halen die tarieven van tafel en we dreigen daar niet meer mee. Volgens mij is dat ontzettend belangrijk. Het is niet aan ons of aan Europa om dan te zeggen dat wij nog meer olie op het vuur gooien. Wij moeten ervoor zorgen dat we in rustiger vaarwater blijven en de boel verder kalmeren. Dat eerdere pakket van die 93 miljard — daar vroeg de heer Vermeer ook naar — is juist zodanig samengesteld dat het aan Amerikaanse kant een grote impact zou hebben en aan Europese kant zo beperkt mogelijk.

De heer Vermeer (BBB):
Ik snap wat de minister hierover zegt, maar mochten er toch zaken escaleren, dan staan wij als Kamer meteen weer voor het blok om daar ja of nee tegen te zeggen of onze mening erover te geven, terwijl we feitelijk niet weten wat de precieze impact is. Is het niet mogelijk om bijvoorbeeld een vertrouwelijke briefing hierover te verzorgen, zodat we daar een beeld van krijgen?

Minister Brekelmans:
Een vertrouwelijke briefing kan überhaupt altijd, omdat het om ingewikkelde instrumenten en ingewikkelde procedures gaat. Dit ligt natuurlijk vooral bij de staatssecretaris BHO, dus ik leg het even bij haar neer om te bezien wat een goed moment is om iets te delen, ook gegeven de debatten die nog gepland staan. Ik vind dat je er altijd constructief naar moet kijken als de Kamer die wens heeft.

De voorzitter:
Genoteerd. De minister vervolgt zijn betoog.

Minister Brekelmans:
Volgens mij heb ik dan ook de vragen over afbouw van afhankelijkheden behandeld. De heer Erkens had een vraag specifiek over lng. Als voormalig klimaat- en energiewoordvoerder weet de heer Erkens ontzettend goed hoe ons energiebeleid eruitziet en dat het er met name op gericht is om kwetsbaarheden en risico's terug te brengen. Aan de ene kant is er natuurlijk het spoor waarbij je ervoor moet zorgen dat je meer verduurzaamt en dat de eigen productie wordt geoptimaliseerd. Daar hoort ook bij dat de import wordt gediversificeerd. De grootste aandacht ging in de afgelopen jaren natuurlijk — ik zeg hier allemaal niks nieuws — naar de afbouw van de afhankelijkheid van Rusland. Vervolgens moet je ervoor zorgen dat je een mix hebt die bestand is tegen geopolitieke schokken. Wat betreft onze huidige voorraden is er geen reden tot zorg. Onze opslagen zijn op dit moment voldoende gevuld. Het is ook niet zo dat hetgeen bijvoorbeeld de afgelopen dagen is gebeurd, tot enorme onrust heeft geleid over dat die voorraden in het geding zouden komen. Volgens mij moeten we steeds met een geopolitieke bril kijken naar onze energietoevoer en onze kwetsbaarheden daarin, maar er is op dit moment geen reden om enorme aanpassingen te doen aan het huidige beleid.

De heer Ceder en ook enkele anderen vroegen nog naar onze technologische soevereiniteit.

De voorzitter:
Ik denk dat mevrouw Teunissen op het vorige punt een vraag heeft.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ten aanzien van onze energieafhankelijkheid van de VS zegt de minister dat er geen aanpassing nodig is, maar we zien tegelijkertijd dat het Nederlandse klimaatbeleid is vertraagd. Er liggen wel allerlei maatregelen op tafel om de klimaatdoelen te halen, maar er worden geen extra stappen gezet. Dan zou je denken dat het nú tijd is, nu we versneld onafhankelijk willen worden van de VS, om juist wel die extra maatregelen te nemen.

Minister Brekelmans:
Ik wil hier niet een heel energiedebat van maken, maar volgens mij voeren we al een beleid waarin we inzetten op diversificatie ten aanzien van de invoer van lng. We nemen allerlei maatregelen op het gebied van duurzame-energieproductie, strategische voorraden en het verder optimaliseren van de eigen productie. We hebben natuurlijk een hele discussie over de gaswinning, los van het Groningenveld, op andere plekken in Nederland. Dat is juist allemaal daarop gericht, omdat we zien dat alles wat met energie te maken heeft geopolitiek is en er grote kwetsbaarheden zijn. Op de vraag of het ingezette beleid fundamenteel moet worden herzien gegeven wat er de afgelopen dagen is gebeurd, zeg ik: nee, dat is niet nodig, want we zijn al het pad ingeslagen om kwetsbaarheden af te bouwen. Het is nu niet zo acuut als je kijkt naar onze gasvoorraad en de invoer vanuit de VS, die in die zin gewoon doorgaat. Daar is nu geen concrete aanleiding toe.

De voorzitter:
Ik deel overigens de ambitie van de minister om er geen klimaat- en energiedebat van te maken, maar …

Minister Brekelmans:
Dan heb ik ook een probleem, voorzitter.

De voorzitter:
… er is in ieder geval een vervolgvraag van mevrouw Teunissen.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik wil er ook helemaal geen energiedebat van maken, maar zoals de minister zegt: het gaat ook om geopolitiek. Sinds we de import van gas en olie uit Rusland afbouwen — dat is heel goed — zien we dat we afhankelijker zijn geworden van de VS. Nu constateren we ook met elkaar dat we daar ook iets mee zullen moeten, omdat de hele dimensie rondom grondstoffen en de concurrentie op grondstoffengebied hier natuurlijk ook bij speelt. Mijn vraag is dan of het, nu onze afhankelijkheid van de VS juist is gegroeid met betrekking tot olie en gas, nu dan niet verstandig is om daar in ieder geval een afbouwplan voor te hebben. Ik zie helemaal geen beweging bij het kabinet. Ik zie geen beweging bij de minister van Klimaat, maar ook niet bij deze minister.

Minister Brekelmans:
Volgens mij moeten we twee dingen even scherp uit elkaar halen. Ten eerste wilden we geen gas meer importeren uit Rusland, omdat ze een massale agressieoorlog voeren. We willen die oorlogsmachine niet financieren. In die zin is Rusland de vijand en willen we die import dus zo snel mogelijk afbouwen. Het tweede punt staat daar los van. Je kijkt namelijk natuurlijk naar je energiemix. Op basis van geopolitieke turbulentie kijk je welke risico's er zijn. Wat betekent het voor de energietoevoer als er bijvoorbeeld, zoals we de afgelopen dagen hebben gezien, hoogoplopende discussies met de Verenigde Staten zijn? Het heeft daar geen effect op gehad. De Amerikanen blijven namelijk gewoon onze belangrijkste bondgenoot en handelspartner, ook al hebben we hoogoplopende discussies. In die zin is dat dus een toevoer waar je op kunt rekenen. Je maakt natuurlijk wel steeds de inschatting of onze toevoer divers genoeg is, of we onze voorraden voldoende op orde hebben en of we op een pad zitten waarop we de kwetsbaarheden verder afbouwen. Dan zeg ik: ja, dat is voldoende robuust. We moeten de VS in dat opzicht absoluut niet in dezelfde categorie plaatsen als Rusland, waarvan we, nadat ze Oekraïne massaal zijn binnengevallen, hebben gezegd: we moeten daar zo snel mogelijk mee ophouden.

De heer Hoogeveen (JA21):
Ik ben het ermee eens dat we hier geen energiedebat van moeten maken, maar het is inderdaad wel een geopolitiek debat. Ik heb toch een korte vraag. Deze week stond in vrijwel alle landelijke dagbladen dat TNO, Gasunie en HCSS zeiden: "Het is onverstandig dat we het gasveld in Groningen nu dichtstorten met beton. We kunnen dat het beste nog even als noodreserve vasthouden." Kan de minister op die berichtgeving reflecteren?

Minister Brekelmans:
Ik denk dat de heer Hoogeveen het standpunt van het kabinet kent als het gaat om Groninger gas. Dat is en blijft ongewijzigd. Je kunt iets door een geopolitieke bril bekijken, maar je moet het natuurlijk altijd afwegen tegen de keerzijde daarvan. Wij hebben als kabinet, en volgens mij heel breed in deze Kamer, gezegd dat de gaswinning uit Groningen stopt, na het drama dat zich daar heeft afgespeeld en de last die mensen daar nu nog van ondervinden. Dit is daar de invulling van.

De voorzitter:
Ik hoop dat mevrouw Dobbe niet door wil op hetzelfde punt. Het is breder, oké. Mevrouw Dobbe.

Mevrouw Dobbe (SP):
Als je het door een geopolitieke bril bekijkt, is het denk ik wel heel verstandig om die afhankelijkheden af te bouwen. Daar hoorde ik meerdere collega's hier in de Kamer ook om vragen. Ik weet dat de minister van Defensie hier staat en dat dit onderwerp zich natuurlijk over meerdere ministeries uitstrekt. Maar ik had in mijn inbreng ook gevraagd om vanuit het kabinet in ieder geval inzicht te krijgen in waar deze afhankelijkheden van bijvoorbeeld de VS, maar van ook andere landen buiten Europa, liggen. Welke alternatieven zijn er mogelijk? Want het Gronings gasveld weer openen is dat overduidelijk niet. Maar er zijn wel andere alternatieven op die verschillende gebieden. Die heb ik in mijn inbreng ook genoemd. Daar zou ik nog wel graag een antwoord op willen.

Minister Brekelmans:
Ik begrijp die vraag heel goed. Alleen, ik zou ervoor willen waken dat we nu weer een hele brede analyse gaan maken. Toen ik net Kamerlid was, was dit een van de eerste dingen waar ik aandacht aan besteedde: hebben we het afbouwen van strategische afhankelijkheden wel voldoende in kaart? De reflex is dan: we gaan rapporten schrijven en analyses maken. Die analyses liggen er allemaal al. Die liggen er op het terrein van grondstoffen, energie en technologie. Volgens mij is het vooral een kwestie van uitvoeren en — sommige Kamerleden zeiden dat ook — bereid zijn om keuzes te maken. Je moet ook bereid zijn om keuzes te maken als die pijnlijk zijn. Ik gaf net het Groninger gas als voorbeeld. Daarbij zeggen we heel duidelijk: dat doen we niet, want wat de Groningers hebben ervaren, staat voorop. Maar het kan ook best zo zijn dat je zegt: als wij in Europa meer grondstoffen willen winnen, dan gaat dat ten koste van de omgeving. Dat soort besluiten, namelijk of je daar wel of niet toe bereid bent, moet je met elkaar durven nemen. Ik denk dat we, gegeven de noodzaak en de geopolitieke urgentie, vooral in Europa en ook als Nederland, knopen moeten doorhakken. Die kwetsbaarheden hebben we goed in kaart, maar we moeten vooral doen in plaats van te veel blijven analyseren.

De voorzitter:
Tot slot op dit punt, mevrouw Dobbe. Dan kunnen we daarna echt door.

Mevrouw Dobbe (SP):
Dit lijkt mij toch geen hele ingewikkelde vraag. Deze analyses liggen er blijkbaar allemaal al en de Kamer heeft de behoefte om inzichtelijk te hebben waar onze afhankelijkheden liggen in allerlei strategische sectoren. Dan is het voor het kabinet blijkbaar ook niet zo moeilijk om dat aan te leveren zodat wij hier in de Kamer, ook vanuit geopolitiek oogpunt, kunnen bekijken wat we wenselijk en niet wenselijk vinden. Als die analyses er liggen, dan zou ik zeggen: nietje erdoor en naar ons toe, maar wel in één groot en duidelijk overzicht, zodat wij er hier als Kamer ook wat van kunnen vinden.

Minister Brekelmans:
Ja, maar dat is zo veelomvattend. Er is in bijna iedere economische sector die je kunt bedenken sprake van verwevenheid met de Amerikanen, bijvoorbeeld als het gaat om grondstoffen, om de semiconindustrie, om tech — dat werd al eerder genoemd — en om defensie. Laten we nou niet een heel ambtenarenapparaat vermoeien met documenten maken van duizenden pagina's. Laten we het debat gericht voeren. Laten we het hebben over de vraag: welke maatregelen ben je wel of niet bereid om te nemen? Dat kunt u inderdaad beter doen per vakdepartement, want de dynamiek bij energie is net iets anders dan bij technologie en defensie. Alle rapporten liggen er.

De voorzitter:
Het is nog steeds de ambitie om het debat af te ronden voordat de Europese Raad daadwerkelijk plaatsvindt. De heer Boswijk heeft nog geen interruptie geplaatst in deze termijn, dus dit is zeker geen opmerking richting hem, maar meer een opmerking in algemene zin. Een korte vraag dus, meneer Boswijk.

De heer Boswijk (CDA):
Nee, ik heb een puntje van orde, voorzitter. We behandelen volgende week de begroting Buitenlandse Zaken. Ik zou dus toch willen voorstellen: turbo erop, tweede termijn, zodat we snel kunnen stemmen.

De voorzitter:
Die ambitie kan ik alleen maar delen. De minister was bezig met het blokje relatie met de VS. Hoe staat het daarmee?

Minister Brekelmans:
Als je tegen Defensie zegt "de turbo erop", gaan we dat gewoon doen. Ik ben bijna klaar. Dan heb ik nog één blokje over, maar dat is heel kort. Ik heb dus nog een paar minuten nodig, voorzitter. Want volgens mij heb ik economische weerbaarheid en soevereiniteit gehad.

Concessies doen als het gaat om big tech. Als Europa, zeg ik tegen de heer Boswijk, gaan wij over onze eigen regelgeving. De Commissie moet die handhaven. Wij steunen de Commissie in de handhaving daarvan. Er is bijvoorbeeld een simplificatieagenda, maar dat is vooral vanwege de last die het bedrijfsleven heeft. Dat staat daar dus los van. Het is dus duidelijk hoe technologische regelgeving in elkaar steekt.

Dan de professionele inwerkingtreding van dit akkoord. Ben ik bereid om dat voort te zetten? Ja, zeg ik tegen de heer Hoogeveen. Wij zijn voorstander van het voorlopig in werking laten treden daarvan. Als ook vanuit de Europese Raad dat signaal wordt afgegeven aan de Europese Commissie, heeft de Europese Commissie in die zin vanuit de lidstaten de politieke ondersteuning om dat te gaan doen. Als Nederland pleiten wij daar in ieder geval voor.

De heer Boswijk vroeg naar het handelsverdrag met Chili. Dat ligt inmiddels al een tijdje in de kast, zoals hij zei. Ik heb goed nieuws voor de heer Boswijk. Die handelsafspraken zijn in werking getreden per 1 februari 2025, op basis van een interim-handelsverdrag. Dat zijn onder andere de afspraken over grondstoffen. Maar ik ben het met u eens dat we ook haast moeten maken met de ratificatie van het bredere partnerschapsverdrag. Zie dit als een aansporing aan het volgende kabinet om daar ook de turbo op te zetten.

Dan ga ik naar de categorie overig. De heer Van Dijk vroeg of meer dan 23 landen voldoen aan de 2%-norm in 2025. Ja. Het laatste NAVO-rapport laat zien dat alle landen aan die 2% voldoen in 2025, behalve IJsland. Dat komt omdat IJsland geen krijgsmacht heeft, maar alleen een kustwacht. Het is dus niet zo gek dat ze daar niet aan voldoen. Dat begrijpt iedereen ook.

De heer Boswijk had nog een vraag — dat was een wat grotere vraag, misschien voor de begrotingsbehandeling — over dat we in de EU en de NAVO met kopgroepen werken. Ja, zie de coalition of the willing en in sommige gevallen de Joint Expeditionary Force. Maar de heer Boswijk weet ook: in sommige gevallen zitten de institutionele regels van de EU daarvoor in de weg. Maar ik vind inderdaad: gegeven de geopolitieke realiteit, moet je kijken hoe je daar op een effectieve manier mee om kan gaan.

De voorzitter:
Uitstekend. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van het kabinet. We gaan gelijk door met de tweede termijn van de zijde van de Kamer. Hoeft niet, mag wel. Ik nodig als eerste mevrouw Piri uit voor haar tweede termijn namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Ik zal het zeer kort houden. Dank aan de minister, die de premier en de minister van Buitenlandse Zaken kon vervangen. Ik dacht: voordat de premier begint aan zijn eerste hap, mocht hij meteen het woord krijgen, is het wel goed om te weten waar een meerderheid voor is in deze Kamer. Ik lees dus mijn motie voor.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de soevereiniteit van Denemarken en Groenland nooit ter discussie mag staan;

overwegende dat economische, diplomatieke en/of militaire dwang van de VS om Groenland in te nemen onacceptabel is;

verzoekt het kabinet om in de EU samen op te trekken met Frankrijk en Duitsland en economische tegenmaatregelen, waaronder het antidwanginstrument, achter de hand te houden zolang de Amerikaanse president zijn claim op Groenland niet laat varen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Piri, Boswijk, Klos, Struijs, Ceder, Dobbe en Teunissen.

Zij krijgt nr. 2364 (21501-20).

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. De volgende spreker is mevrouw Teunissen van de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u wel.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland grote hoeveelheden gas en olie uit de VS importeert;

overwegende dat Poetin heeft laten zien dat energieafhankelijkheid als drukmiddel tegen Europa kan worden gebruikt;

overwegende dat de noodzaak om strategisch onafhankelijk te worden van de VS alleen nog maar groter is geworden;

verzoekt de regering om de mogelijkheden voor het afbouwen van de Nederlandse afhankelijkheid van olie en gas uit de VS en de opbouw van schone energie in kaart te brengen, waarbij energiebesparing in de mogelijkheden wordt meegenomen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Teunissen.

Zij krijgt nr. 2365 (21501-20).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland in hoge mate afhankelijk is van wapensystemen en militaire technologie uit de Verenigde Staten, waaronder de F-35, waarbij cruciale onderdelen, software en operationele ondersteuning onder Amerikaanse controle staan;

overwegende dat Nederland en Europa onafhankelijk moeten worden van de VS op het gebied van onze eigen defensie en veiligheid;

verzoekt de regering om de Nederlandse afhankelijkheid van wapensystemen en militaire technologie uit de Verenigde Staten af te bouwen;

verzoekt de regering tevens om alternatieven hiervoor in Europees verband in kaart te brengen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Teunissen en Dobbe.

Zij krijgt nr. 2366 (21501-20).

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dat was nog eens een turbo, zou ik willen zeggen. De heer Ceder, ChristenUnie.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Ik schiet op, want wij hebben zo een borrel met 50PLUS.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het in het strategisch belang van Nederland en Europa is om ongewenste afhankelijkheden af te bouwen en juist control points, economische activiteiten waarbij andere staten afhankelijk zijn van Europa, te verwerven;

verzoekt de regering om het verwerven van control points expliciet onderdeel te maken van het (geo-)economisch beleid, en de Kamer periodiek te informeren over de stand van zaken hiervan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder, Erkens, Hoogeveen en Diederik van Dijk.

Zij krijgt nr. 2367 (21501-20).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat, gezien de veranderde relatie met de Verenigde Staten, het steeds belangrijker en urgenter wordt om de economische, technologische en militaire samenwerking met middelgrote landen te versterken en ook landen als Canada dat erkennen;

overwegende dat de Kamer de regering middels een aangenomen motie al heeft verzocht om zowel bilateraal als in Europees verband de samenwerking met Australië, het Verenigd Koninkrijk en Canada te bestendigen;

verzoekt de regering om in Europees verband in te zetten op het verder bestendigen van de samenwerking met de genoemde en andere middelgrote landen als Japan, Noorwegen en Nieuw-Zeeland, daarmee het afbouwen van strategische afhankelijkheden te versnellen, en de Kamer periodiek over de voortgang te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder en Erkens.

Zij krijgt nr. 2368 (21501-20).

De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. De heer Klos, D66. O, nee, excuus. Mevrouw Dobbe is eerst.

Mevrouw Dobbe (SP):
Twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland in veel verschillende sectoren afhankelijk is van buitenlandse bedrijven;

verzoekt de regering inzichtelijk te maken in welke sectoren en op welke manier Nederland afhankelijk is van de VS en andere landen buiten Europa, en welke alternatieven daarvoor bestaan of ontwikkeld kunnen worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe, Teunissen, Struijs en Diederik van Dijk.

Zij krijgt nr. 2369 (21501-20).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de VS de soevereiniteit van Groenland bedreigen of hebben bedreigd;

overwegende dat de Nederlandse regering consequent moet zijn in het veroordelen van schendingen van het internationaal recht;

verzoekt de regering om de dreiging van de VS tegen de soevereiniteit van Groenland ondubbelzinnig te veroordelen, en zich hier ook voor in te zetten binnen Europa,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe en Teunissen.

Zij krijgt nr. 2370 (21501-20).

Dank u wel. Dan is nu wél het woord aan de heer Klos, die in zijn tweede termijn het woord voert namens D66.

De heer Klos (D66):
Dank, voorzitter. Het zou zomaar de laatste Europese top van premier Schoof kunnen zijn. De minister die het kabinet hier vertegenwoordigt, wekt de indruk dat daar nog maar weinig te bespreken is. Ik hoop dat dat anders zal zijn. Mijn motie luidt als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Europese NAVO-lidstaten tekortschieten in kritieke capaciteiten zoals luchttransport en luchtverdediging;

overwegende dat het ontbreken van deze kritieke capaciteiten de vorming van een volwaardige Europese pijler binnen de NAVO in de weg staat;

verzoekt de regering om binnen de EU en de NAVO actief te streven naar het wegwerken van deze tekorten, zodat Europese bondgenoten zelfstandig en structureel in staat zijn bij te dragen aan de collectieve verdediging van Europees NAVO-grondgebied,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Klos.

Zij krijgt nr. 2371 (21501-20).

De heer Klos (D66):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. De heer Hoogeveen, JA21.

De heer Hoogeveen (JA21):
Dank, voorzitter. Dank aan de minister voor de beantwoording. Ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland in het eerste halfjaar van 2025 10,9 miljard kubieke meter lng importeerde, waarvan 72% uit de Verenigde Staten en nog altijd 10% uit Rusland;

constaterende dat TNO, Gasunie, en HCSS de noodklok luiden over de risico's van overmatige afhankelijkheid van de Verenigde Staten en Rusland voor (vloeibare) gasimport en daarbij expliciet het permanent onklaar maken van het Groningenveld noemen;

verzoekt de regering in het licht van de internationale ontwikkelingen in kaart te brengen hoe het Groningenveld kan bijdragen aan een noodvoorziening voor energiezekerheid;

verzoekt de regering in afwachting van deze verkenning te bezien of een tijdelijke pauzering van het dichtstorten van de gasputten in het Groninger gasveld mogelijk is,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Hoogeveen, Van den Berg en Clemminck.

Zij krijgt nr. 2372 (21501-20).

De heer Hoogeveen (JA21):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. De heer Clemminck heeft aangegeven af te zien van zijn tweede termijn. Daarmee is het woord aan de heer Diederik van Dijk voor zijn bijdrage namens de SGP.

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank, voorzitter. In de eerste motie van mevrouw Dobbe wordt gevraagd om meer inzicht in de afhankelijkheid van Nederland ten opzichte van de VS. Dat is een logische vraag, ook om een zelfbewust buitenlandbeleid te voeren. Dat geldt naar mijn mening ook andersom: waarin zijn de VS nou afhankelijk van in ieder geval de EU, waaronder Nederland? Vandaar de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er afhankelijkheden bestaan van de Verenigde Staten van Europese bedrijven, goederen, diensten en kennis, waaronder Nederlandse;

overwegende dat zelfbewust buitenlandbeleid vraagt om inzicht in deze wederkerigheid;

verzoekt de regering op hoofdlijnen inzichtelijk te maken in welke sectoren en op welke manier de VS afhankelijk zijn van de EU, met bijzondere aandacht voor Nederlandse kennis en bedrijvigheid, welke strategische belangen daarmee gemoeid zijn en hoe deze afhankelijkheden kunnen worden meegewogen in het brede buitenlandbeleid,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Diederik van Dijk.

Zij krijgt nr. 2373 (21501-20).

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. De heer Erkens, die spreekt namens de VVD.

De heer Erkens (VVD):
Voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat een meerderheid in het Europees Parlement voor een motie heeft gestemd om juridisch advies bij het Hof van Justitie van de Europese Unie in te winnen over de verenigbaarheid van het Mercosur-verdrag met de Europese verdragen;

overwegende dat zo'n juridisch advies er mogelijk voor kan zorgen dat de inwerkingtreding van het Mercosur-verdrag jaren vertraging oploopt;

overwegende dat handelsdeals zoals Mercosur cruciaal zijn voor Europa om een eigen volwaardig machtsblok te worden;

verzoekt de regering in de Raad steun uit te spreken voor het voorlopig in werking laten treden van het EU-Mercosur-akkoord,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Erkens, Boswijk, Klos, Struijs en Hoogeveen.

Zij krijgt nr. 2374 (21501-20).

Dank u wel. De heer Boswijk ziet af van zijn tweede termijn. De heer Struijs ziet ook af van zijn tweede termijn. Dan is het woord aan de heer De Roon, die er zo te zien ook van afziet. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de tweede termijn van de zijde van de Kamer. Ik kijk even naar de minister om te zien hoelang hij wil schorsen. We schorsen voor de zekerheid voor tien minuten. Ik kondig alvast aan dat we in de tweede termijn van de zijde van het kabinet enkel interrumperen bij door onszelf ingediende moties, zodat we echt nog even wat haast kunnen maken.

De vergadering wordt van 17.43 uur tot 17.55 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Ik geef het woord aan de minister voor zijn tweede termijn en voor de appreciatie van de moties. Dat kan kort en puntig wat mij betreft.

Minister Brekelmans:
De eerste motie, de motie-Piri c.s. op stuk nr. 2364, ontraad ik om meerdere redenen. De eerste. Zoals ik zei, is de dreiging met tarieven op dit moment niet relevant. Nu de politieke boodschap afgeven dat tegenmaatregelen genomen zouden moeten worden, is in dat opzicht dus niet meer gepast. "Samen optrekken met Frankrijk en Duitsland": mijn indruk is dat Frankrijk en Duitsland daar op dit moment ook zo over denken. Het is verder niet zo dat de Amerikaanse president op dit moment een claim legt op Groenland. Dat zei ik al eerder. Dan even technisch en juridisch gezien: wat betreft een aantal van de instrumenten waarover wordt gesproken, lopen afspraken met de Amerikanen om zaken verder af te bouwen. Dat ligt deels bij het Europees Parlement. In dat opzicht zou het dus ook niet logisch zijn om hier nu mee in te stemmen. Vandaar dat ik deze motie ontraad.

De voorzitter:
U ontraadt de motie. Daar heeft mevrouw Piri een vraag over.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Nou, een vraag … Ik respecteer natuurlijk het standpunt van het kabinet. Ik constateer wel dat dit kabinet een dubbeldemissionair kabinet is dat slechts rust op 26 zetels. Naar mijn mening is er straks een meerderheid voor deze motie, en dan vraag ik het kabinet toch om die gewoon uit te voeren.

Minister Brekelmans:
Ik heb in het debat proberen aan te geven dat na de afgelopen paar dagen vrijwel iedereen zegt: escaleer het nu verder niet. Gelukkig zitten we op dit moment met de Amerikanen in beter vaarwater. Ik vind het daarom niet verstandig om nu hiermee een dreigement of een politiek signaal af te geven. Maar goed, als de Kamer dit op deze manier zegt, dan zullen we, gelet op het krachtenveld, zoals we dat natuurlijk altijd doen, bekijken hoe we hier verder invulling aan geven. Ik stel ook vast dat …

De voorzitter:
U ontraadt de motie.

Minister Brekelmans:
Ja. Ik stel ook vast dat de Amerikaanse president geen claim heeft op Groenland.

De voorzitter:
Tot slot, kort.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Heel kort. Dit is geen escalatie; dit is geen dreigement. Dit is eigenlijk gewoon het kabinet aanmoedigen om meer in de kopgroep van Europa te zitten en alle opties open te houden.

Minister Brekelmans:
Die kopgroep is er niet meer. Die was er eigenlijk ook al niet, maar goed.

De motie-Teunissen op stuk nr. 2365 ontraad ik. Hierbij verwijs ik naar wat ik in het debat heb gezegd over de energierelatie met de VS en de diversificatie.

De motie-Teunissen/Dobbe op stuk nr. 2366 ontraad ik ook. Ik heb bijvoorbeeld ook eerder gezegd dat volledig onafhankelijk worden niet kan, zeker niet wat betreft de F-35's. Europa moet er wel voor zorgen dat het meer zelf kan, maar deze motie gaat wat dat betreft te ver. Dus: ontraden.

De motie-Ceder c.s. op stuk nr. 2367 geef ik oordeel Kamer. Overigens wordt daar al hard aan gewerkt. Ik zeg er toch even bij dat het niet zo is dat de overheid op alle control points volledig de controle heeft, want wij blijven wel een vrije en open samenleving waarin bedrijven ook enige vrijheid hebben, gelukkig. Ik geef de motie oordeel Kamer.

Hetzelfde geldt voor de motie-Ceder/Erkens op stuk nr. 2368: ook deze krijgt oordeel Kamer.

Bij de motie-Dobbe c.s. op stuk nr. 2369 verwijs ik naar het debat dat ik met mevrouw Dobbe heb gevoerd. Ik ontraad deze motie. De onderzoeken liggen er al. Het is ondoenlijk om dat volledig op die manier in kaart te brengen. Dus: ontraden.

De motie-Dobbe/Teunissen op stuk nr. 2370 ontraad ik ook. Juist nu willen we niet verder olie op het vuur gooien. Eerder hebben we heel duidelijk gezegd dat we staan voor de soevereiniteit van Denemarken en Groenland. Dat staat absoluut niet ter discussie, maar nu allerlei veroordelingen doen, terwijl we juist in constructief vaarwater zitten, draagt niet bij aan de weg die we met elkaar op willen.

De voorzitter:
U heeft daar een vraag over van mevrouw Dobbe.

Mevrouw Dobbe (SP):
Mijn vraag gaat over de motie op stuk nr. 2369. Alle informatie is er al. Deze minister zegt dat het ondoenlijk is om die te delen met de Kamer, maar ik neem aan dat dat wél gaat gebeuren als deze motie wordt aangenomen. De Kamer heeft immers wel behoefte aan deze informatie, zodat zij weet waar die afhankelijkheden zich voordoen.

De voorzitter:
Een duidelijke vraag. De minister.

Minister Brekelmans:
Als deze motie wordt aangenomen, zullen we kijken hoe we daar pragmatisch mee om kunnen gaan. Als je dit echt wil weten, komt er een rapport van een pagina of tienduizend. Ik zou dat de Rijksoverheid op dit moment niet willen aandoen. Het werk ligt er allemaal al.

De voorzitter:
Dan de motie-Klos op stuk nr. 2371.

Minister Brekelmans:
De motie op stuk nr. 2370 heb ik net gehad.

De motie op stuk nr. 2371 van de heer Klos geef ik oordeel Kamer. Dank voor de zorgvuldige formulering.

De motie-Hoogeveen c.s. op stuk nr. 2372 ontraad ik.

Bij de motie op stuk nr. 2373 wil ik eigenlijk een voorstel doen aan de heer Van Dijk. Ik snap zijn vraag, want we hebben het heel veel over de afhankelijkheden van anderen. Maar andersom geldt het natuurlijk ook: dat anderen afhankelijk zijn van ons. Daar kun je ook gebruik van maken. Alleen, om dat nou openlijk in een brief te gaan inventariseren en dat vervolgens te communiceren, komt onze positie niet ten goede. Dus wat ik de heer Van Dijk zou willen voorstellen, is dat hij deze motie intrekt of aanhoudt en dat ik hem een vertrouwelijke briefing hierover aanbied, zodat we de Kamer in ieder geval informeren over welke mogelijkheden wij zien om druk op anderen te zetten.

De voorzitter:
De vraag is aan de heer Diederik van Dijk.

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik vind dit een vorm van zeer constructief meedenken met de Kamer, althans met mijn fractie. Bedankt daarvoor. Ik trek 'm bij dezen in.

De voorzitter:
Aangezien de motie-Diederik van Dijk (21501-20, nr. 2373) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van beraadslaging meer uit.

Minister Brekelmans:
Veel dank aan de heer Van Dijk voor zijn constructieve houding.

De motie op stuk nr. 2374 geef ik oordeel Kamer. Wij staan daar als kabinet zeer achter.

De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het eind gekomen van de tweede termijn van de zijde van het kabinet.

De beraadslaging wordt gesloten.