36822 Nota van wijziging inzake Wet nadere uitvoering BRRD-implementatie
Nota van wijziging
Nummer: 2026D03102, datum: 2026-01-23, bijgewerkt: 2026-01-23 15:27, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: E. Heinen, minister van Financiën (VVD)
Onderdeel van zaak 2026Z01304:
- Indiener: E. Heinen, minister van Financiën
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Financiën
- 2026-01-29 10:00: Procedurevergadering Financiën (Procedurevergadering), vaste commissie voor Financiën
Preview document (🔗 origineel)
36 822 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Faillissementswet en de Bankwet 1998 in verband met aanpassingen van het crisisraamwerk voor banken en beleggingsondernemingen ter aanvulling op de implementatie van Richtlijn 2014/59/EU en Richtlijn (EU) 2019/879 betreffende het kader voor herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen (Wet nadere uitvoering BRRD-implementatie)
NOTA VAN WIJZIGING
Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel I, onderdeel M, komt te luiden:
M
Artikel 3A:6 wordt gewijzigd als volgt:
1. In het eerste lid wordt “dit hoofdstuk, met uitzondering van afdeling 3A.1.2” vervangen door “de afdelingen 3A.1.3, 3A.1.4 en 3A.1.5 of de artikelen 16, 18 en 21 van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme”.
2. In het tweede lid wordt “dit hoofdstuk alsmede de voorbereiding en uitvoering ervan, met uitzondering van afdeling 3A.1.2” vervangen door “de afdelingen 3A.1.3, 3A.1.4 en 3A.1.5 of de artikelen 16, 18 en 21 van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme, alsmede de voorbereiding en uitvoering ervan”.
3. In het derde lid wordt na “kapitaalinstrumenten” ingevoegd “en de in artikel 3A:21, tweede lid, bedoelde in aanmerking komende passiva”.
B
In artikel I, onderdeel O, wordt het voorgestelde vierde lid vervangen door drie leden, luidende:
4. De Nederlandsche Bank kan met inachtneming van artikel 4, eerste en tweede lid, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen besluiten dat het eerste en tweede lid op vereenvoudigde wijze worden toegepast als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van die richtlijn, indien het falen van de entiteit of groep waarschijnlijk niet gepaard zal gaan met significante nadelige gevolgen voor de financiële markten, op andere instellingen, op de financieringsvoorwaarden of op de economie in ruimere zin.
5. De Nederlandsche Bank kan op grond van artikel 4, achtste en negende lid, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen besluiten dat vaststelling van een herstel- of afwikkelingsplan niet noodzakelijk is.
6. Indien er vereenvoudigde verplichtingen worden toegepast kan de Nederlandsche Bank te allen tijde de bevoegdheden bedoeld in artikel 4, derde en vierde lid, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen uitoefenen.
C
Artikel I, onderdeel X, komt te luiden:
X
Artikel 3A:17 wordt gewijzigd als volgt:
1. Het eerste en tweede lid komen te luiden:
1. De Nederlandsche Bank besluit onverwijld tot afschrijving en omzetting van relevante kapitaalinstrumenten en de in het zesde lid bedoelde in aanmerking komende passiva van een entiteit als bedoeld in artikel 3A:2 die niet valt onder de werking van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme, indien wordt voldaan aan een van de omstandigheden, bedoeld in artikel 59, derde lid, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen, met inachtneming van artikel 59, eerste lid, laatste alinea, eerste lid bis, en vierde tot en met zesde lid, van die richtlijn.
2. De bevoegdheid om relevante kapitaalinstrumenten en in het zesde lid bedoelde in aanmerking komende passiva af te schrijven of om te zetten kan als volgt worden uitgeoefend:
a. zonder dat er een afwikkelingsmaatregel genomen wordt; of
b. onmiddellijk voorafgaand aan of tegelijk met een afwikkelingsmaatregel, indien wordt voldaan aan de voorwaarden voor afwikkeling, bedoeld in artikel 32, 32 bis of 33 van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen en deze afwikkelingsmaatregel tot gevolg zou hebben dat schuldeisers verliezen lijden of dat hun vorderingen zouden worden omgezet.
2. Het vierde lid vervalt, onder vernummering van het vijfde tot en met zevende lid tot vierde tot en met zesde lid.
3. In het vierde lid (nieuw) wordt “zevende” vervangen door “zesde”.
4. Het vijfde lid (nieuw) komt te luiden:
5. Ter voorbereiding van een besluit als bedoeld in het eerste lid, wordt een waardering verricht, overeenkomstig artikel 36, eerste tot en met dertiende lid, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen, van de activa en passiva waarop de voorgenomen maatregelen bedoeld in het eerste lid zien.
D
Artikel I, onderdeel EEE, komt te luiden:
EEE
Aan paragraaf 3A.1.5.5 wordt een artikel toegevoegd, luidende:
Artikel 3A:56a Verzoek opschorting gerechtelijke procedures
Onverminderd artikel 3A:53, kan de Nederlandsche Bank indien nodig voor de doeltreffendheid van een of meer afwikkelingsmaatregelen een bevoegd gerecht verzoeken elke gerechtelijke maatregel of procedure waaraan een entiteit in afwikkeling onderworpen is, op te schorten gedurende een in het licht van de nagestreefde doelstelling passende termijn.
E
Na artikel I, onderdeel GGG, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:
GGGa
In de artikelen 3A:65 en 3A:66 wordt “dit hoofdstuk, met uitzondering van afdeling 3A.1.2, of ingevolge” telkens vervangen door “de afdelingen 3A.1.3, 3A.1.4 en 3A.1.5 of”.
Toelichting
A
Artikel 3A:6, tweede lid, Wft bevat een bepaling die regelt welke besluiten niet onderworpen zijn aan kennisgevingsvereisten of procedurele voorschriften. De formulering die gebruikt werd “ingevolge dit hoofdstuk, met uitzondering van afdeling 3A.1.2” strookt niet met de reikwijdte die gebruikt wordt in artikel 3A:64 Wft met betrekking tot de rechtsbescherming. Deze reikwijdtes zijn nu gelijk getrokken, waarbij wordt aangesloten bij de formulering als gebruikt in artikel 3A:64 Wft.
B
In het voorgestelde vierde lid van artikel 3A:9 Wft, over de toepassing van vereenvoudigde verplichtingen bij het opstellen van afwikkelingsplannen wordt voor de duidelijkheid een aantal dynamische verwijzingen naar de BRRD uitgeschreven. Inhoudelijk verandert er niets. Het vierde lid bevat nu nog steeds de bevoegdheid om afwikkelingsplannen bedoeld in het eerste en tweede lid van het voorgestelde artikel 3A:9 op vereenvoudigde wijze vast te stellen. Ook wordt bij nader inzien ervoor gekozen twee bevoegdheden voor DNB uit te schrijven in twee nieuwe leden. Voorheen waren deze bevoegdheden impliciet opgenomen in een dynamische verwijzing in het vierde lid. In het nieuw vijfde lid (ter implementatie van artikel 4, achtste en negende lid, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen) is de bevoegdheid voor DNB uitgeschreven om te besluiten dat vaststellen van een herstel- of afwikkelingsplan in bepaalde gevallen niet noodzakelijk is. Het zesde lid regelt dat DNB de bevoegdheid heeft om, op grond van artikel 4, derde en vierde lid, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen, bepaalde maatregelen toch te nemen, ook als er vereenvoudigde verplichtingen gelden.
C
In artikel 3A:17 Wft zijn enkele wijzigingen aangebracht.
In het gewijzigde tweede lid is aan onderdeel b de zinsnede ‘en deze afwikkelingsmaatregel tot gevolg zou hebben dat schuldeisers verliezen lijden of dat hun vorderingen zouden worden omgezet’ toegevoegd. Deze zinsnede volgt uit artikel 37, tweede lid, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen1 maar was voorheen niet opgenomen in de implementatie van dit artikel. Voor beleggingsondernemingen is het noodzakelijk om dit toe te voegen aan artikel 3A:17 Wft. Voor banken volgt dit al uit artikel 22, eerste lid, van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme.2 Hierbij moet opgemerkt worden dat de toevoeging van de zinsnede aan artikel 3A:17, tweede lid, onderdeel b, Wft niet betekent dat wanneer schuldeisers wél verliezen zouden lijden dan wel dat hun vorderingen zouden worden omgezet, dat de bevoegdheden van artikel 3A:17 Wft altijd onmiddellijk voorafgaand of tegelijk met een afwikkelingsmaatregel moeten worden ingezet. De bevoegdheden worden niet ingezet indien de afwikkelingsmaatregel (de overgang van onderneming uit artikel 3A:28 Wft of de overbruggingsinstelling uit artikel 3A:37 Wft) ziet op overgang van activa en passiva van de entiteit in resolutie aan een koper, respectievelijk, de overbruggingsinstelling, en vervolgens de achterblijvende entiteit in faillissement moet worden afgewikkeld uit hoofde van artikel 3A:30, respectievelijk, artikel 3A:39, eerste lid, Wft. In die laatste twee genoemde artikelen is artikel 37, zesde lid, BRRD geïmplementeerd. In dat geval zullen de verliezen van de aandeelhouders of houders van andere eigendomsinstrumenten en de achterblijvende crediteuren (van relevante kapitaalinstrumenten) en overige passiva in faillissement worden genomen. Deze lijn is ook af te leiden uit de beantwoording van de Europese Commissie van een tweetal EBA Q&A’s3 over de reikwijdte en toepassing van artikel 37 BRRD. Deze uitzondering geldt ook voor de toepassing van artikel 22 SRMR door DNB ingeval het entiteiten betreft die vallen onder de SRMR, of in het geval van niet-significante banken waarop DNB toezicht houdt.
Daarnaast is in het tweede lid en het nieuwe vierde lid een verwijzing naar het zevende lid aangepast naar het zesde lid.
D
In artikel 3A:56a Wft, dat ziet op de bevoegdheid van DNB om opschorting van gerechtelijke procedures op een entiteit in afwikkeling te vragen, worden enkele tekstuele onvolkomenheden hersteld en wordt qua formulering aangesloten bij een gelijkluidend artikel ter implementatie van de richtlijn herstel en afwikkeling van verzekeraars. Er wordt verwezen naar gerecht, in plaats van rechtbank, aangezien de verzoeken van DNB tot aanhouding op meer gerechtelijke instanties dan rechtbanken kunnen zien. Daarnaast is de verwijzing naar afwikkelingsdoelstellingen vervangen door een verwijzing naar afwikkelingsmaatregelen en is verduidelijkt dat de aanvraag gedaan kan worden voor een entiteit in afwikkeling.
E
De artikelen 3A:65 en 3A:66 Wft met betrekking tot het rechtsvermoeden bij een voorlopige voorziening en het in stand laten van de rechtsgevolgen bij een beroep tegen een besluit van DNB bevatten beiden de formulering “ingevolge dit hoofdstuk, met uitzondering van afdeling 3A.1.2” om aan te duiden welke besluiten uit hoofdstuk 3A.1 Wft hieronder vallen. Deze reikwijdte strookt niet met de reikwijdte die gebruikt wordt in artikel 3A:64 Wft met betrekking tot de rechtsbescherming. Deze reikwijdtes zijn nu gelijk getrokken, waarbij is aangesloten bij de formulering als gebruikt in artikel 3A:64 Wft.
De Minister van Financiën,
E. Heinen
Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012, van het Europees Parlement en de Raad. Hierna BRRD naar de Engelse afkorting Banking Recovery and Resolution Directive.↩︎
Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010. Hierna SRMR naar de Engelse afkorting Single Resolution Mechanism Regulation.↩︎
Zie voor deze lijn de Q&A’s van de EBA in https://www.eba.europa.eu/single-rule-book-qa/qna/view/publicId/2016_2720 en https://www.eba.europa.eu/single-rule-book-qa/qna/view/publicId/2017_3117. In de voorgestelde wijziging van de BRRD die op dit moment wordt uitonderhandeld worden deze Q&A’s omgezet in een artikel in de richtlijn.↩︎