Begrotingsonderdeel Politie (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D03563, datum: 2026-01-27, bijgewerkt: 2026-01-27 09:48, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-01-26 09:45: Begrotingsonderdeel Politie (Wetgevingsoverleg), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
Preview document (🔗 origineel)
Tweede Kamer, Begrotingsonderdeel Politie
VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEG
Concept
De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid heeft op 26 januari 2026 overleg gevoerd met de heer Van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid, over:
het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2026 (36800-VI);
de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 12 november 2025 inzake verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden (36800-VI, nr. 15);
de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 17 november 2025 inzake verslag houdende een vraag en een antwoord (36820-VI, nr. 6).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en
Veiligheid,
Ellian
De griffier van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid,
Brood
Voorzitter: Ellian
Griffier: Van Tilburg
Aanwezig zijn tien leden der Kamer, te weten: Coenradie, Diederik van Dijk, Dobbe, Ellian, Faber, Michon-Derkzen, Mutluer, Straatman, Struijs en Van der Werf,
en de heer Van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid.
Aanvang 9.45 uur.
De voorzitter:
Goedemorgen, allemaal. Ik open deze vergadering van de vaste commissie
voor Justitie en Veiligheid. Op de agenda staat een wetgevingsoverleg.
Het is volgens mij de eerste keer dat we in deze commissie een
wetgevingsoverleg hebben over het begrotingsonderdeel Politie. Het is
mooi dat we dat doen. Bij de procedurevergadering vorige week, waar
velen van u aanwezig waren, hebben we de orde van deze vergadering al
een beetje doorgenomen met elkaar, omdat het de eerste keer is dat we
dit zo doen en we dit debat wel moeten zien af te ronden voor de
plenaire begrotingsbehandeling. In de procedurevergadering hebben we
gewisseld met elkaar dat er uiteraard ruimte is voor discussie en debat
— dat is de aard van een wetgevingsoverleg — maar ik wil u nogmaals
verzoeken om te proberen de discussies onderling, hoe verleidelijk ook,
een beetje te beperken. Benut dit overleg vooral als Kamer tegenover de
minister. We moeten namelijk om 14.45 uur klaar zijn, in principe ook
met alle moties. Hou daar dus alsjeblieft rekening mee; ik ga er ook
streng op toezien bij lange interrupties onderling.
De werkwijze van onze commissie is dat we de volgorde van zitplek
aanhouden. Er zijn spreektijden doorgegeven. Ik ga die timen en als het
goed is, weet u zelf uw spreektijd ook. Uiteraard gaan we daarna
schorsen, zodat de minister zijn antwoord kan voorbereiden. Ik ga
proberen om die schorsing meteen te combineren met een mogelijkheid voor
lunch. Interrupties hoeven niet beperkt te worden bij een WGO, maar ik
ga dat wel doen als ik zie dat het er te veel worden.
Eén vraag van mijn kant: is er een inschatting van het aantal moties? Ik
snap dat misschien niet iedereen dat nu wil zeggen, maar heeft iedereen
moties? Ik zie dat dat zo is en dat het er aardig wat zijn. Ik zit zelf
voor tot 13.00 uur, omdat ik namens jullie straks een boek in ontvangst
moet nemen. Dat moet ik dan wel doen. Dan gaat mevrouw Coenradie
voorzitten; dat is superfijn. Het is denk ik goed om met elkaar af te
spreken dat we de tweede termijn reserveren voor het voorlezen van die
moties. Dan kan er daarna geschorst worden en kan vervolgens de minister
reageren. Zo gaan we het allemaal redden. We gaan er iets moois van
maken.
Uiteraard heet ik iedereen welkom die er is. Ik heet ook de minister en
zijn ondersteuning welkom en iedereen die dit debat volgt.
We beginnen met mevrouw Faber. Aan u het woord voor uw eerste
termijn.
Mevrouw Faber (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Waar ooit respect en ontzag voor de politie
vanzelfsprekend waren, zitten wij nu op een hellend vlak van minachting,
agressie en geweld tegen de politie, met als gevolg haat in de straat.
De wettelijke taken van de politie betreffen daadwerkelijk handhaving
van de rechtsorde en het verlenen van hulp. Maar wat je nu ziet, is dat
deze taken vertroebeld worden door linkse hobby's, terwijl er een groot
tekort is aan menskracht en financiële middelen.
Zo wordt de politie gedwongen om mee te gaan in de klimaathysterie. Het
korps moet een CO2-reductie van 95% realiseren. De politie
geeft aan dat dat een probleem is dat in de nabije toekomst kan leiden
tot het niet kunnen uitvoeren van alle wettelijke taken. In plaats van
dat de politie meer agenten de straat op stuurt, breken zij zich het
hoofd hoe dit zwarte scenario te voorkomen en gaan zij zelf op zoek naar
maatregelen om bijvoorbeeld netcongestie tegen te gaan. Maar dat is toch
helemaal geen politietaak? En wat het allemaal kost? Ik heb geen idee;
van dit politiek gecreëerde probleem wordt geen inzage gegeven.
Ondertussen loopt de langlopende schuld op van 2,3 miljard tot 3,2
miljard in 2030. In hoeverre is er een verband tussen deze schuldenberg
en het zinloze doel van 95% CO2-reductie in 2050? Dat is over
24 jaar, terwijl nú de mensen 's avonds hun hondje niet meer durven uit
te laten, terwijl je nú zomaar afgetuigd kunt worden op straat, terwijl
nú vrouwen en meisje worden lastiggevallen. Dáár moeten middelen voor
worden vrijgemaakt.
Zo was in de media te lezen dat op IJburg, in de lieve stad Amsterdam,
groepen tuig 's avonds de straat domineren. Zij intimideren
voorbijgangers, steken scooters en auto's in brand. Wat volgt: huizen,
kerken? Bewoners smeken om permanent cameratoezicht, meer politie op
straat en strenger optreden. Maar ja, daar zijn geen middelen voor. De
onveiligheid in onze straten neemt toe en de politie geeft zelf aan — ik
citeer — "het gebiedsgebonden politiewerk is nooit af."
Toch is dit alles geen belemmering om de gebraden haan uit te hangen in
het buitenland. Politiemensen die in eigen land broodnodig zijn, worden
op missie gestuurd naar landen als Mali, Libië en Somalië om de boel
daar op orde te brengen. Dat zou allemaal goed zijn voor de
rechtsstaatontwikkeling. Gelooft u dat nu echt zelf? Laten wij eerst
maar eens zorgen voor de rechtsorde in eigen rechtsstaat.
Voorzitter. De politie geeft zelf aan dat een van de toelatingseisen om
agent te worden is dat je neutraal moet zijn in hoe je handelt en wat je
uitstraalt. Maar hoe serieus neemt de politietop de door hen gestelde
criteria? Zelfs op de Politieacademie worden iftars georganiseerd en
komt burgemeester Marcouch graag preken. Laten we niet vergeten dat hij
degene was die pleitte voor een superstadsdeel nieuw-west. "Er kan een
bloeiende moslimgemeenschap ontstaan", aldus Marcouch. Verder moet je
als agent neutraal zijn in je handelingen. Je dient je eigen mening en
vooroordelen opzij te zetten. Dat klinkt allemaal goed op papier, maar
de praktijk is weerbarstiger.
De politie geeft aan nadrukkelijk te willen deelnemen aan het publieke
debat. Hiermee begeeft zij zich in de politieke arena. Dan krijg je dat
bijvoorbeeld een sectorhoofd van de politie Flevoland, Ben Nassir
Bouayad, eens lekker losgaat op social media over het Gazaconflict. Hij
geeft aan: stil zijn is geen optie meer. En hij is o zo blij met de Rode
Lijn. Dat is een stelletje antisemieten die dolgraag alle Joden de zee
in willen drijven. Het gevolg was dat er op social media ruzie ontstond
tussen prominente politiemensen. De politie is een uitvoerende
organisatie en moet zich verre houden van de politieke arena. En wil je
dat wel, meld je dan aan bij DENK of zo. PvdA-GroenLinks is ook een
goede tweede; daar kan je gewoon je hoofddoek ophouden. Maar er is veel
meer aan de hand. Ben Nassir Bouayad zou ook betrokken zijn bij gelekte
tapes over een mogelijke aanslag op een synagoge.
De voorzitter:
Ja, een momentje. Mevrouw Faber adresseert GroenLinks-PvdA, dus ik snap
dat daar een interruptie op komt.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Nee, ik wil het graag over de inhoud hebben. We hebben hier een
wetgevingsoverleg over de politie, en ik wil graag van de PVV, die een
jaar terug nog regeringsverantwoordelijkheid had, het volgende horen.
Zeker als je kijkt naar de tekorten die er nu zijn, in dit geval 46
miljoen oplopend naar om en nabij 350 miljoen in 2030, willen zij de
tekorten die de politie dit jaar ondervindt weg hebben? Gaat de PVV
daarmee straks ons amendement steunen?
De voorzitter:
Dat is een concrete vraag.
Mevrouw Faber (PVV):
Ik moet eerst dat amendement nog eens goed bestuderen. Zoals ik al zei,
kan er gewoon gesneden worden in die duurzaamheid. Ik bedoel: het is
helemaal niet inzichtelijk wat de kosten daarvan zijn. Dat vind ik al
heel bijzonder. Ik kom er later in mijn betoog nog op terug waar we ook
op kunnen bezuinigen.
De voorzitter:
Gaat u verder, mevrouw Faber.
Mevrouw Faber (PVV):
GeenStijl schrijft dat Ben Nassir Bouayad ook boven aan de bellijst van
moskeebestuurders zou staan voor als zij informatie nodig hebben over de
politie. Als klap op de vuurpijl heeft hij ook nog aangifte gedaan tegen
een democratisch gekozen volksvertegenwoordiger, Geert Wilders. Dat zijn
allemaal gedragingen die haaks staan op het eigen politiebeleid. En dat
van een sectorhoofd, waarvan je een voorbeeldrol mag verwachten. Hoe kan
het dat deze agent niet op staande voet is ontslagen? Graag een reactie
van de minister.
De voorzitter:
Mevrouw Faber, een klein momentje. Ik heb even geluisterd. Ik laat het
aan de minister hoe hij wil reageren. U noemt een sectorhoofd van de
politie een paar keer bij naam. Ik twijfel even. Ik weet dat dit voor de
PVV een vrij principiële kwestie is, maar de beste man kan zich niet
verdedigen. Kunnen we afspreken dat u in het vervolg, ook straks in
debat met de minister, "het sectorhoofd van de politie Flevoland"
aanduidt? Dat raakt dan ook de medeverantwoordelijkheid van de minister.
Zouden we dat kunnen afspreken?
Mevrouw Faber (PVV):
Voorzitter, ik begrijp uw opmerking en ook de positie van de minister,
maar laten we wel zijn: deze man heeft er bewust voor gekozen om deel te
nemen aan het publieke debat. Het is zijn eigen gedrag dat dit heeft
opgeroepen. Dat punt wil ik toch ook wel maken. Het zijn gewoon zaken
die beschreven zijn.
De voorzitter:
Mevrouw Dobbe?
Mevrouw Dobbe (SP):
Het gaat niet hierover, hoor. Ik wilde alleen even melden dat de
livestream het niet doet.
De voorzitter:
Ai, dat is wel vervelend. Ik vermoed dat menigeen interesse heeft in dit
debat. Dat is vervelend. Kunnen we daar even naar kijken? Dank je wel,
je bent geweldig, zeg ik tegen onze gewaardeerde ondersteuning.
Terug naar mevrouw Faber. Dat is ook waarom ik het heb gelaten. Ik woon
zelf in Flevoland, dus ik ben bekend met de publieke uitlatingen van
betrokkene. Ik vind het ook niet gek dat u als Kamerlid vragen stelt aan
de minister. Ik zou het fijn vinden als we hem aanduiden als
"sectorhoofd van de politie Flevoland". Kunnen we dat afspreken?
Mevrouw Faber (PVV):
Nou, voorzitter, ik wil eerst een punt van orde maken. Dat gaat niet
over u of wat dan ook, maar als de livestream het niet doet … Dit is wel
een heel belangrijk punt. Ik weet niet sinds wanneer die livestream het
niet meer doet, maar ik wil wel dat mijn verhaal ook in de openbaarheid
komt.
De voorzitter:
Tuurlijk, tuurlijk. Ik wacht even op onze gewaardeerde ondersteuning. Ik
vrees dat de buitenwereld hier nog geen kennis van heeft kunnen nemen.
We schorsen even een momentje.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik ga de vergadering heropenen, want ik krijg diverse berichten binnen
dat er wel gewoon meegekeken kan worden. Ik krijg nu een bericht van
iemand die zegt dat hij kijkt via Debat Direct. We houden het goed in de
gaten. Als het op Debat Direct staat, kunt u natuurlijk later online uw
bijdrage gebruiken. Kijkt u even waar u was, mevrouw Faber.
Mevrouw Faber (PVV):
Even kijken, dit heb ik al gehad. Dat zijn allemaal gedragingen die
haaks staan op het eigen politiebeleid. En dat van een sectorhoofd,
waarvan je een voorbeeldrol mag verwachten. Hoe kan het dat deze agent
niet op staande voet is ontslagen? Graag een reactie van de
minister.
Dergelijk gedrag is een vrijbrief voor nog meer ongewenst gedrag. Op
TikTok verschijnen agenten in uniform die geen Nederlands spreken. Er
was een tijd waarin je als agent op het matje werd geroepen als je thuis
een politieke poster voor je raam had hangen. Nu zitten agenten in
uniform op hun knieën op een matje in de moskee. En zit je niet in de
moskee, dan is de kans groot dat je terecht kan in de gebedsruimte op
het politiebureau. Wat is dat allemaal voor onzin? Waarom zijn die
gebedsruimtes er? Graag een reactie van de minister.
De politie voert een diversiteits- en inclusiebeleid. Dat begint al bij
de werving van agenten. De gehele aanpak is gericht op een
diversiteitsdoel van 35%. Ondanks dat etnische minderheden in de watten
worden gelegd, blijkt uit een WODC-onderzoek dat veel rekruten binnen
drie jaar na afronding van de basisopleiding de politie al verlaten. Een
onevenredig hoog aantal hiervan heeft een migratieachtergrond. Studies
en rapporten wijzen erop dat rekruten met een diverse achtergrond zich
onvoldoende herkennen in en erkend voelen binnen de politieorganisatie.
Wat een onzin. Er wordt al van alles gedaan om ze zich thuis te laten
voelen. Ondanks al dat bidden en dat iftarren geeft een groot deel
gewoon niet thuis. Dus, links-liberaal Nederland: pappen en nathouden
werkt voor geen meter. Het is de hoogste tijd dat er wordt geselecteerd
op competentie en niet op afkomst. Iedereen is toch gelijk voor de wet?
Graag een reactie van de minister.
Voorzitter. De politie streeft ook naar transparantie. Hoe kan het dan
dat vanuit het veld geluiden klinken dat onderzoeken inzake inclusie en
diversiteit onder de pet zouden worden gehouden? Want blijkbaar ligt het
al gevoelig. Graag een reactie van de minister.
Voorzitter. De basisteams hebben een prominente rol binnen de politie en
zijn dikwijls de brug naar de burger. De minister geeft aan dat de
bezuinigingen voor het jaar 2026 betreffende basisteams buiten
beschouwing worden gelaten. Maar hoe zit het met de jaren erna? Graag
een reactie van de minister.
Voorzitter, ik rond af. We zitten middenin een gezagscrisis en
normvervaging, waar links beleid en de hel van de multiculturele
samenleving aan hebben bijgedragen, binnen en buiten de politie. De tijd
van de-escaleren is voorbij. Het is tijd om orde op zaken te stellen, te
beginnen met de politie. Die moet niet de-escaleren, maar
de-islamiseren.
Tot zover.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Dat was een kritisch en stevig betoog van mevrouw Faber. Ik ben wel
benieuwd naar wat zij en haar partij de afgelopen twee jaar hebben
gedaan om de problemen die zij hier benoemt op te lossen. En dan heb ik
het niet specifiek over asiel en migratie, want dat kwam vorige week al
even voorbij.
Mevrouw Faber (PVV):
Ik wil toch graag de collega erop wijzen dat de VVD aan de knoppen zat
bij Justitie, ook toen wij nog deelnamen aan het kabinet-Schoof I. Ik
denk dus dat u deze vragen aan de VVD moet stellen, zeg ik via de
voorzitter.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Als dat zo is, klopt dan mijn aanname dat de PVV, ondanks dat zij 37
zetels had in de afgelopen periode en de meeste bewindspersonen mocht
leveren, blijkbaar geen enkele invloed heeft uitgeoefend op het
onderdeel Justitie en Veiligheid?
De voorzitter:
Mevrouw Faber, nog één keer.
Mevrouw Faber (PVV):
Die conclusie zou ik niet te snel trekken, want u weet helemaal niet wat
er in de ministerraad is besproken. Dat kan ik ook niet zeggen, want dan
heb ik een probleem. Daar worden wel degelijk gesprekken over gevoerd,
maar de details ga ik u niet geven, zeg ik weer via de voorzitter.
De voorzitter:
Mevrouw Van der Werf, tot slot.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Het kan niet allebei tegelijk waar zijn, natuurlijk. Of de PVV heeft een
paar mooie dingen geregeld voor de politie en de veiligheid van
Nederland, en kan dat dan ook hier opnoemen, of de PVV heeft het
volledig aan de VVD gelaten, die daar volgens mevrouw Faber in heeft
gefaald. Het is een van die twee opties.
Mevrouw Faber (PVV):
Ik kan ook aanraden om eens het hoofdlijnenakkoord en het
regeerprogramma te bestuderen, en die naast het verkiezingsprogramma van
de PVV te leggen. Dan ziet u zeker overeenkomsten. Maar ik denk dat u
deze vraag ook aan de collega van de VVD zou moeten stellen. Ik denk dat
ze dat zeer goed kan verwoorden. Tot zover. Hier heb ik niks aan toe te
voegen.
De voorzitter:
Helder. Ik kijk even rond. We gaan snel over naar de bijdrage van
mevrouw Michon namens de VVD. Het woord is aan u.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Dank u wel, voorzitter. We hebben voor het eerst een apart debat over de
begroting van de politie. Ik wil dit WGO beginnen met een dankwoord aan
alle politiemannen en -vrouwen. Ik vind het ongelofelijk mooi en
waardevol hoe zij professioneel dag in, dag uit hun werk doen. Ik heb
zelf voor oud en nieuw een dienst kunnen meedraaien en dat zit
vervolgens weer tijden in mijn hoofd. Ik heb diep respect voor het werk
dat de politie doet, ook achter de voordeur. Ze ruimen de rotzooi van
onze samenleving op. Je denkt dat je daar een goed beeld van hebt, maar
als je ziet wat zij allemaal meemaken, dan kun je daar alleen maar diep
respect voor hebben.
Dat gezegd hebbende, gaat het vandaag over de begroting van de politie.
Ik kan niet anders dan hier vaststellen dat het financieel beheer van de
politie een puinhoop is. Sorry, dat ik het zo moet zeggen, maar het is
een puinhoop. We hebben jarenlang heel weinig zicht gehad op de
begroting van de politie. Vorig jaar heeft mijn partij een motie
ingediend, die breed gesteund is, om de begroting van de politie en de
Politieacademie door te lichten om zo meer zicht te krijgen op de
financiën. Dat heeft geleid tot de vaststelling dat men binnen de
politie boven budget leeft. We hebben in een brief gelezen dat er een
tekort van 850 miljoen zou zijn in 2030. Ik meen dat er intern 500
miljoen is gevonden. Er is dus nog een tekort van 350 miljoen. De eerste
46 miljoen moet dit jaar gevonden worden. Ik vind het heel vreemd dat we
op een begroting van 8,7 miljard met een tekort van 46 miljoen zitten,
waarmee de politie heel bestuurlijk Nederland over de kling jaagt.
Overal wordt gevraagd: kan er een autootje minder in de nacht of kan er
ergens een post dicht? Dat leidt natuurlijk tot een hoop onrust.
Voorzitter. Laat ik heel duidelijk zijn: het huidige budget van de
politie van 8,5 miljard is voldoende om de operationele sterkte te
betalen. De politie, de korpsleiding, maakt andere keuzes en zet daarmee
de burgemeesters en de Kamer voor het blok. Dat vind ik onacceptabel. Ik
wil dat het geld dat we hier beschikbaar stellen voor de politie naar
het blauw op straat gaat. Wat de VVD betreft wordt er op de operationele
sterkte niet gekort, dit jaar niet, volgend jaar niet en de jaren daarna
niet. Ik wil van de minister horen hoe hij de 46 miljoen die we dit jaar
zoeken, op een andere manier kan vinden dan via het korten op het blauw
op straat.
Voorzitter ...
De voorzitter:
Een momentje, mevrouw Michon. Meneer Struijs heeft een
interruptie.
De heer Struijs (50PLUS):
Ik heb een vraag aan mevrouw Michon. U zegt dat het een puinhoop is bij
de politie als het gaat om het financieel beheer en bent een hartgrondig
voorstander van het doorlichten daarvan. Toen zat ik nog niet in de
Kamer. Heeft mevrouw Michon in haar analyse ook meegenomen dat er bij de
start van de nationale politie direct werd bezuinigd en dat er
vervolgens heel veel ontwikkelingen waren? Kijk naar de
criminaliteitsontwikkelingen. Er zijn meer verwarde personen en er is
meer digitale criminaliteit. Kortom, ik zie terug dat er veel geld
gespendeerd is om de maatschappij een beetje bij te houden en om de
burger veilig te houden op allerlei domeinen. Is dat ook onderdeel van
de analyse van mevrouw Michon?
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik ben het totaal met meneer Struijs eens. Hij refereert aan de start
van de nationale politie in 2012. Toen werden alle bedrijfsvoeringstaken
geconcentreerd en zaten we in een financiële crisis. Toen is er ook een
bezuiniging bij de politie geweest, waar we nog jarenlang last van
hebben gehad. Het is vreselijk dat dat destijds nodig was, maar van 2017
tot nu is de begroting van de politie van 5,5 miljard naar ruim 8,5
miljard gegaan. Er is in de afgelopen kleine tien jaar dus 3 miljard bij
gekomen. Natuurlijk heeft de politie ook meer taken; daar doe ik niets
aan af. Maar ik zeg in de richting van de heer Struijs dat het mij erom
gaat ... Voor elke euro moet je keuzes maken, thuis en op het werk. Elke
euro die we in de politie steken, moet in eerste instantie gaan naar het
blauw op straat, naar de politie die ons veilig houdt en die je belt als
je een politieman of -vrouw nodig hebt. Daar moet de prioriteit liggen.
We hebben natuurlijk per regio formaties. Per basisteam is er een
formatie. Dat moet gevuld worden. Als er dan inderdaad nog een tekort is
voor allerlei andere taken, dan moeten we het erover hebben. Ik zeg
richting de heer Struijs dat we het hier ook over hebben. We hebben
namelijk een parlementaire verkenning over personen met verward gedrag
gehad. We hebben het vaak over het voetbalgeweld en de demonstraties,
waar zo veel politie bij nodig is. Ik voel me dus ook verantwoordelijk
om een antwoord te geven op al die taken die, niet allemaal terecht, op
hun bord komen. Mijn hoofdlijn is dat ik vind dat de begroting die wij
hier voor de politie vaststellen primair naar de mannen en vrouwen in
operationele dienst moet gaan. Dat is mijn punt.
Mevrouw Straatman (CDA):
Het CDA is het helemaal eens met mevrouw Michon dat de operationele
slagkracht van de politie niet geraakt mag worden, maar mijn vraag aan
mevrouw Michon is wat haar definitie van operationele slagkracht is. Ik
hoor u namelijk zeggen dat dat betekent dat er niet minder blauw op
straat mag zijn, maar bent u het met het CDA eens dat digitale en
financiële experts ook direct maken dat het blauw op straat veel
effectiever kan optreden? Wat is dan operationele slagkracht?
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik heb het zelfs over operationele sterkte. Elk basisteam en elke regio
heeft een formatie. Die hebben gewoon een aantal mensen op die formatie
staan. We kampen al jarenlang met een onderbezetting, want er was enorme
vergrijzing bij de politie. We hebben hier met elkaar in de Kamer de
Politieacademie, de opleiding, verkort van vier jaar naar twee jaar, om
ervoor te zorgen dat er genoeg mensen in de basisteams terecht kunnen
komen. Heel lang was het politieke punt in deze commissie: hoe zit het
nou met het oplossen van de onderbezetting en kunnen we genoeg mensen
opleiden? Nu lijkt het wel alsof niemand meer überhaupt zijn best doet
om de onderbezetting op te lossen en te realiseren dat de teams gevuld
worden. Dat vind ik gewoon verkeerd. Ik vind dat we dan met elkaar
moeten afspreken dat we hele andere formaties gaan maken. Maar we gaan
uit van een formatie per basisteam en per regio. Dat moet gevuld worden.
Natuurlijk, zeg ik via de voorzitter, heeft een wijkagent nu meer een
digitale component in het werk. Dat is evident, maar we kunnen niet
makkelijk afstappen van het kader dat we met elkaar hebben geschetst,
namelijk de mannen en vrouwen in de basisteams en de regio's.
De voorzitter:
Mevrouw Straatman is eerst en ik zie dat mevrouw Dobbe en mevrouw
Mutluer ook een vraag hebben, maar de vragen en de antwoorden moeten
kort.
Mevrouw Straatman (CDA):
Ik zal het kort houden, voorzitter. In het beheerplan van de politie
lees ik ook dat de politie zegt dat ze met de veranderende
criminaliteitsvormen ook een gediversifieerder politiebestand nodig
hebben. De basisteams zijn dus steeds diverser en moeten diverser zijn.
Begrijp ik mevrouw Michon dus goed dat ze zegt dat er meer wijkagenten
op straat moeten komen, maar dat die dan ook de middelen moeten hebben?
Dat kunnen dan ook digitale en financiële experts in de basisteams zijn,
als onderdeel van de operationele sterkte. Anders laat je de
politieagenten de straat op gaan zonder de middelen om daadwerkelijk te
kunnen acteren.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Kort antwoord: dat ben ik met mevrouw Straatman eens. De vraag hoe je
met het aantal agenten zo effectief mogelijk je werk kan doen en wat je
dan anders moet doen, gelet op de veranderende samenleving, zou een
interessante discussie opleveren.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik wil mevrouw Michon-Derkzen toch vragen wat zij de minister nu precies
vraagt. Wij zijn het er hier met elkaar over eens dat er meer taken
terechtkomen bij de politie. Vandaag was het nieuws dat er bijvoorbeeld
meer aangifte gedaan wordt van zedendelicten. Het is op zich goed dat
dat aantal stijgt, want als er geen aangifte wordt gedaan, betekent het
niet dat het niet gebeurt. De taken nemen toe, bijvoorbeeld op het
gebied van zeden en online. De politie heeft al enorm zitten kijken naar
hoe ze elke euro kunnen gebruiken. Het tekort van 850 miljoen hebben ze
kunnen terugbrengen naar een tekort van 350 miljoen over een aantal
jaren. Dit jaar is er inderdaad een tekort van 46 miljoen. U zegt dat de
minister dat niet extra mag bijpassen, maar dat er ook geen blauw op
straat mag verdwijnen. We hebben een brief gekregen waarin een beetje
omfloerst staat dat er — hoe noemde hij het nou? — "vacatureregie" moet
worden toegepast. Volgens mij is dat gewoon een vacaturestop. Dat
betekent dat er mensen verdwijnen, die vacatures niet worden ingevuld en
politieposten sluiten. Zegt mevrouw Michon-Derkzen nu dat dat niet mag
gebeuren?
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Sterker nog, we hebben met de hele Kamer al gezegd dat dat niet mag
gebeuren. We hebben hier met de hele Kamer in een motie gezegd: met alle
financiële uitdagingen die er zijn, gaan wij niet tornen aan de
operationele sterkte bij de politie, dus het moet ergens anders vandaan
komen. Ook de korpschef heeft dat bevestigd. Ik meen dat het in een
halfjaarbericht in 2025 was. In de meest recente brief van de minister
lees ik, inderdaad, net als mevrouw Dobbe, omfloerste zinnen, als waren
wij toch gaan korten op de operationele sterkte. Daarom lijkt het me
goed als de minister daar vandaag helderheid over geeft. Wat de VVD
betreft gaan we dat dus niet doen, niet nu, want dat deden we ook niet,
dat willen ook niet en dat hebben we ook uitgesproken met elkaar. Het is
dus goed om dat nog eens te bevestigen.
Mevrouw Dobbe (SP):
Inderdaad, want die moties hebben we hier in de Kamer aangenomen. Als je
de brief leest en de begroting bekijkt, zie je volgens mij dat die niet
worden nageleefd. Ik zal daar zo meteen zelf ook naar vragen in mijn
bijdrage. Maar wat nu als blijkt dat deze moties niet uitgevoerd kunnen
worden zonder het absolute minimum dat de politie nu zegt dat bijgepast
moet worden, die 46 miljoen? Als die echt nodig is, geeft de VVD dan ook
thuis?
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Nu snijdt mevrouw Dobbe ook precies mijn frustratie aan, want we hebben
dat zicht op de financiën van de politie niet. Ik kan dat dus helemaal
niet beoordelen. Als de minister zegt "het kan echt niet anders", dan
hebben wij niets in handen om dat te beoordelen. Sterker nog, die 850
miljoen die dus op termijn te kort zou zijn bij de politie, die uit die
doorlichting komt, staat als getal in een brief vermeld, maar ik kan
helemaal niet beoordelen of dat inderdaad het getal is. Om maar wat te
noemen: de vakbonden hebben het nog steeds over een tekort van 850
miljoen, maar ik lees via de minister dat de korpsleiding het heeft over
een tekort van 350 miljoen. Alleen al dit enorme verschil maakt dat ik
daar onrustig van word. Wij hebben dus als Kamer geen goed beeld van de
financiën van de politie. Daarmee kunnen wij hier allemaal niet
inschatten of die 46 miljoen inderdaad niet te doen is of goed te doen
is. Dat kunnen wij niet inschatten, want die informatie hebben we
niet.
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Dobbe.
Mevrouw Dobbe (SP):
Hoeveel waarde hecht de VVD dan aan de uitspraken van de politie zelf?
Volgens mij gebruikt iedereen, ook de vakbonden, inmiddels het getal van
350 miljoen, hoor, want bij die 850 miljoen is elk dubbeltje er al vanaf
gehaald, heb ik begrepen. Dan komen ze uit op het absolute minimum van
dat bedrag, wat dit jaar uitkomt op 46 miljoen. De mensen in de
uitvoering zeggen: als dat geld er niet bij komt, krijgen we inderdaad
te maken met vacaturestops — de minister heeft dat ook in zijn brief
geschreven — en met het sluiten van politieposten. Dat gaat nú gebeuren.
Dan kunnen we niet wachten en dat nog eens een paar jaar lang helemaal
doorlichten om te kijken wat er gebeurt, want dit gaat vanaf morgen
gewoon gebeuren. Mijn vraag aan mevrouw Michon-Derkzen is nog steeds de
volgende. Als wij deze signalen krijgen van de politie, hoeveel waarde
hecht zij dan aan wat de politie en de uitvoering zelf zeggen, namelijk:
dit geld is nodig?
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik hecht er wel aan om te zeggen dat de bonden het nog steeds over 850
miljoen hebben, zelfs na oud en nieuw. Dat leidde bij mij ook weer tot
onrust, want ik dacht dat we nu op 350 miljoen zaten. Dat getal is dus
niet helder. Daar is geen eenduidigheid over. Het enige wat ik nu
hoopvol vind als ik de stukken lees, is dat er nog overbezetting is in
de bedrijfsvoering en in staftaken. Ik zou dus zeggen: als er dit jaar
iets moet gebeuren, moet het daar gebeuren en kan het niet worden
ingelost uit de operationele sterkte, laat staan dat je daar nu een
vacaturestop kan instellen. De minister en zijn voorganger hebben eerder
ook gezegd dat de instroom bij de Politieacademie gewoon doorgaat. Er is
dus geen sprake van het ontslaan van operationele agenten. Wat er
gebeurt, is dat de onderbezetting niet wordt opgelost. Dat vind ik
verkeerd. Dat vind ik een verkeerde gang van zaken. Ik hoop dat we
vandaag de bakens wat dat betreft iets kunnen verleggen als Kamer, zodat
we er in ieder geval voor zorgen dat de operationele sterkte die we hier
met elkaar hebben afgesproken, wordt opgevuld. Dan zeggen we: dat zijn
de mannen en vrouwen waar wij voor staan en waar de politie-euro's
volgens ons naartoe moeten gaan.
De voorzitter:
Dan ga ik naar mevrouw Mutluer.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Collega Michon-Derkzen begon haar bijdrage door te stellen dat het een
financiële puinhoop is bij de politie, zeker als het gaat om beheer.
Laten we even de hand in eigen boezem steken. Dit is niet iets nieuws.
Laten we eerlijk zijn: collega Michon-Derkzen en haar partij hebben de
afgelopen jaren regelmatig ministers aangeleverd die de boel op orde
moesten houden. In het kader van zelfreflectie vraag ik: hadden de Kamer
en de ministers hiervoor niet nog beter en scherper toezicht moeten
houden op de financiën? Ik wil graag even haar reflectie daarop
horen.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik vind dit een terechte vraag van mevrouw Mutluer. We hebben als Kamer
vorig jaar de doorlichting gehad. We hebben het er ook vaker over gehad
of we toe wilden naar een apart WGO over de begroting van de politie of
niet. Ik erken dus dat er bij velen van ons hier een soort onrust zat.
Ik denk dat dat heel goed is geweest, want daardoor zijn we nu waar we
zijn en kunnen we vanaf hier de boel alleen nog maar weer verbeteren.
Natuurlijk, over alles waar we niet tevreden over zijn, kunnen we
zeggen: dat had beter gekund. Anders stonden we vandaag niet waar we
staan. Maar ik hoop dat we dat nu ook gaan oplossen met elkaar.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Dit WGO is uiteindelijk tot stand gekomen nadat ik volgens mij twee jaar
terug al het verzoek indiende om een keer apart over de begroting van de
politie te spreken. Je kan niet én roepen dat er meer blauw op straat
moet komen én nu de conclusie trekken dat het een puinhoop is en dat ze
het maar zelf moeten gaan oplossen. Want ondanks het feit dat collega
Michon-Derkzen stelt dat er niet op de operationele slagkracht zou
moeten worden bezuinigd, gaan we dat wel zien. Dat gaat namelijk
gebeuren doordat er straks wordt bezuinigd op ondersteuning, staf en
communicatie. We kregen een brief van Oost-Nederland waarin zij stellen:
we trekken het al niet meer. Rotterdam en Noord-Nederland hebben precies
hetzelfde probleem. Als we een gesprek hebben met de politieleiding,
zeggen zij: als het zo doorgaat, kunnen er straks 3.000 agenten
ontslagen worden. Hoe moet ik in dat licht de bijdrage van collega
Michon-Derkzen bezien? Volgens mij gaat het echt ergens over en moeten
we hier allesbehalve lichtzinnig mee omgaan.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik ben het totaal eens met mevrouw Mutluer. Die zorg deel ik totaal.
Daarom vind ik het goed dat we hier vandaag bij elkaar zijn. Ik hoop dat
de Kamer zich eensgezind uitspreekt, vanwege de geluiden uit Rotterdam,
uit Oost-Nederland en uit Noord-Nederland — die hebben we allemaal
gezien en gelezen — en zegt dat de operationele sterkte in deze teams
niet zal dalen en dat het budget voor de politie voldoende is. Laten we
wel zijn: het budget dat we voor de politie hebben, is voldoende voor de
operationele sterkte. Als je die als eerste financiert, dan kan je
daarna dus dingen waarschijnlijk niet meer doen. Dan moeten we hier dus
met elkaar bepalen wat we niet meer doen. Maar je kan niet op voorhand
zeggen — dat vind ik dus een verkeerde keuze — dat we moeten korten op
operationele sterkte omdat we een financiële kwestie hebben. Je
prioriteit bij het inzetten van het politiegeld moet de operationele
sterkte zijn. Daar sta ik voor, vandaag, morgen en overmorgen. Dat zal
ik te vuur en te zwaard verdedigen.
De voorzitter:
Het laatste. Tot slot.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Tot slot. Je kan wel zeggen dat de operationele sterkte niet mag dalen,
maar zonder daar financiën tegenover te stellen, zijn het in mijn
beleving loze woorden. Is mijn collega het met mij eens dat er in ieder
geval voor dit jaar een oplossing moet worden gevonden voor dat tekort
van 46 miljoen? Zo komt er lucht. Dan kan men nadenken over hoe die
"financiële puinhoop", zeg ik even tussen aanhalingstekens, opgelost kan
worden. Die is de afgelopen jaren tot stand gekomen, mede door toedoen
van vele ministers die aan de overkant van de zaal zaten, maar eigenlijk
ook door toedoen van de Kamer.
De voorzitter:
Dat is een beetje een herhaling, maar: mevrouw Michon, kort.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Dan ga ik ook mijn antwoord herhalen.
De voorzitter:
Laten we dat niet doen.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Het budget is voldoende voor de operationele sterkte. Dan kan je
natuurlijk ook dingen niet meer doen. Daarover moeten we het hebben.
Daarover wil ik het gesprek aangaan. Zolang er overbezetting is bij
bedrijfsvoering en stafdiensten, zie ik ook een oplossing.
De voorzitter:
Gaat u verder
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik vervolg mijn betoog, voorzitter.
De voorzitter:
Momentje, momentje. Er is nog een interruptie van meneer Van Dijk.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik wil toch nog even in deze ronde reageren. Ik begrijp ontzettend goed
dat mevrouw Michon natuurlijk niks kan zeggen over de
formatiebesprekingen, maar we mogen er toch wel van verzekerd zijn dat
het belang van een sluitende begroting, of je dat nou doet via een
herschikking van taken of dat er toch geld bij moet, hoog op de agenda
staat bij de formerende partijen?
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Daar kan ik niks over zeggen, maar het spreekt voor zich dat mijn partij
— "mijn club" wilde ik zeggen — zich altijd breed maakt voor veiligheid.
We hebben in het verkiezingsprogramma ook 1 miljard extra op veiligheid
gezet. Dat zal dus, neem ik aan, in worden gebracht. Maar ik kan er
verder niks over zeggen.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik snap het. Toch zet ik er een streep onder, omdat het wel echt bij de
formatie hoort. Het grotere plaatje is natuurlijk als volgt. Misschien
is er wel zo veel geld voor internationale veiligheid en defensie dat we
eigenlijk grote zorgen hebben of we het ook goed kunnen wegzetten. Het
zal toch niet zo zijn dat we op de nationale veiligheid, op blauw op
straat, moeten gaan beknibbelen? Het zal toch niet zo zijn dat we dan op
de nationale veiligheid, het blauw op straat, moeten gaan
beknibbelen?
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik zal er alles aan doen. Ik hoop dat ik net heel duidelijk heb gemaakt
dat we voor het blauw op straat staan. We "beknibbelen" daar niet op,
zoals de heer Van Dijk het noemde.
De voorzitter:
Nu gaat mevrouw Michon haar betoog afmaken.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ja, voorzitter. Ik heb al veel gezegd over het tekort binnen de politie.
Ik heb daar dus weinig zicht op. Ik lees de strategische visie Stevig
staan en een visie over de huisvesting van de politie, maar de koppeling
met financiën ontbreekt. Dat is mijn bezwaar. Daar gaan wij namelijk
over. Wij moeten de begroting vaststellen, en ook de verantwoording van
dit publieke geld.
Voorzitter. Hoe zitten we met het op orde krijgen van de onderbezetting?
Ik heb een heel dik rapport gezien met een nieuwe verdeelsystematiek
voor nieuwe sterkte. Maar we hebben onderbezetting, dus wie heeft het
nou over "nieuwe sterkte"? Daar begrijp ik helemaal niets van. We zijn
toch met elkaar bezig om de onderbezetting op orde te krijgen, zodat de
formatie van elk basisteam en elke eenheid gewoon op honderd procent
zit? Ik lees dingen over een krappe arbeidsmarkt, maar er is juist
ontzettend veel enthousiasme om bij de politie te werken. Ik vind dat in
dit geval dus een non-argument.
Opleiden. De Politieacademie heeft een monopoliepositie. We hebben daar
met elkaar een rondetafelgesprek over gehad. Ze zit natuurlijk aan de
max. Is de politie dan ook daadwerkelijk bezig om op andere, creatievere
wijzen mensen op te leiden? Bij de eenheden zelf gebeurt dat nu rond
opsporing. Het komt moeizaam over, laat ik het zo zeggen. Ik denk juist:
er is een tekort; zullen we dan in ieder geval de ramen en luiken
openzetten door mensen op een andere, nog steeds kwalitatief voldoende
manier op te leiden?
Voorzitter. Mijn laatste punt gaat over het WODC-rapport "Met vereende
krachten?" Dat haal ik vaak naar voren. Het ziet ook op het opleiden,
dat ik net al noemde. Hoe werkt de politie samen met private partners?
Dat begint al met het opleiden. Wat is nu de agenda met private
partners? In het laatste commissiedebat had ik het over winkeldiefstal,
waarbij sprake is van publiek-private samenwerking van een enorme
omvang. We hebben het eerder gehad over de samenwerking met private
beveiligers. Het WODC-rapport "Met vereende krachten?" geeft aan dat er
mogelijkheden zijn. Welke agenda rolt daar nu uit, wil ik de minister
vragen.
Tot slot, mijn laatste woorden. De fractie van de VVD vindt dus dat er
primair gekeken moet worden naar staf en bedrijfsvoering om die
financiële plaat in evenwicht te krijgen. De operatie van de politie,
het blauw op straat, moet centraal staan. Diensten draaien op het gebied
van handhaving en opsporing is de kerntaak van de politie. Daar moeten
onze politie-euro's naartoe. De operationeel opgeleide mensen die fit
zijn, moeten dan ook diensten draaien om ervoor te zorgen dat ons land
veilig blijft en veiliger wordt.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Mevrouw Faber heeft nog een interruptie.
Mevrouw Faber (PVV):
Ik had nog even een vraag over de opleiding. Ik dacht, ik laat mevrouw
Michon-Derkzen eerst haar verhaal afmaken. Is mevrouw Michon-Derkzen het
met mij eens dat je moet rekruteren bij de Politieacademie op basis van
competentie in plaats van afkomst?
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Daar ben ik het mee eens. Het is ook een enorme selectie. Er zijn heel
veel mensen die het willen en niet iedereen komt erdoorheen. Alleen
mensen die die testen halen, worden toegelaten. En terecht.
De voorzitter:
Oké. Dan gaan we vliegensvlug door naar de eerste termijn van mevrouw
Mutluer namens GroenLinks-PvdA.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Dank, voorzitter. Laat ik ook, traditiegetrouw, mijn waardering
uitspreken voor de politie, want die is enorm. Juist omdat ik die
waardering heel erg serieus neem, maak ik me steeds meer zorgen over de
omgekeerde vraag, namelijk: zijn de politiemensen eigenlijk nog wel blij
met ons, met de politiek en met bestuurders die hun
arbeidsomstandigheden bepalen? Want de samenleving verandert. De
criminaliteit verandert mee. Die verhardt, digitaliseert en wordt
complex. Tegelijkertijd komt de zorg op het gebied van onbegrepen gedrag
te vaak bij de politie terecht. Ik zie ook onlinecriminaliteit
exploderen, terwijl de politie en het OM werken met verouderde systemen.
Bij ieder groot incident worden basisteams leeggetrokken, met directe
gevolgen voor de wijken. Dit alles gebeurt in een organisatie die
onderbezet en overbelast is, en waarvan in mijn beleving de basis gewoon
niet op orde is; dat zeg ik ook maar. Want de rek is eruit. Dat raakt
uiteindelijk, hoe je het ook wendt of keert, slachtoffers. Precies daar
wringt het: de opgaven groeien, maar de ruimte krimpt.
Ik ga het ook even hebben over de financiële tekorten, want die zijn
niet mals. De tekorten kunnen oplopen tot 850 miljoen richting 2030. Als
je dat hoort, maak je je enorme zorgen. Voor dit jaar gaat het alleen al
om 46 miljoen euro. Ook wij stellen vast dat de minister eerder heeft
toegezegd dat de operationele slagkracht zou worden ontzien. Maar in de
recente Kamerbrieven staat, bijna terloops, dat de voorziene personele
onderbezetting van 110 miljoen euro wordt opgevangen door het
niet-vanzelfsprekend 100% bezetten van de formatie. Ik vind dat de
minister gewoon eerlijk moet zijn: dat is bezuinigen op capaciteit. Het
opvangen van de Grijze Wolven verloopt al moeizaam bij de politie. De
voorgenomen nullijn zal ongetwijfeld ook de wijkagent raken. Als je gaat
snijden in ondersteuning, staf, communicatie en arbeidsvoorwaarden — ik
denk aan de PTSS-regeling of politieposten — dan raakt dat uiteindelijk
de agent op straat.
Wat mij bovendien grote zorgen baart, is de passage waarin staat dat
wanneer de personele onderbezetting lager uitvalt dan geraamd, er minder
middelen beschikbaar zijn om financiële tekorten te dekken. Daardoor heb
je dus een grotere begrenzing van de personele bezetting nodig. Plat
gezegd: hoe groter het tekort, hoe kleiner de politiecapaciteit. Er
zullen wellicht nu niet direct ontslagen vallen, maar het structureel
niet invullen van vacatures holt de politie sluipenderwijs van binnen
uit. Zelfs het uitgangspunt dat de operationele slagkracht wordt
ontzien, staat ook gewoon onder druk. Sterker nog, de politieleiding
waarschuwt dat het uitblijven van structurele oplossingen kan leiden tot
wel 3.000 agenten minder. Ik zei het net al: dat is vooral het geval in
de regio's Oost-Nederland, Noord-Holland en Rotterdam. Die voelen dat nu
al. Ik vind dat gewoon onbestaanbaar.
De minister heeft gewoon beloofd: de operationele slagkracht binnen de
politie wordt ontzien bij noodzakelijke taakstellingen. Ook mijn vraag
is helder: wat is er nou eigenlijk van die belofte terechtgekomen? Het
grootste probleem is dat de politie, de minister, maar ook wij als Kamer
weinig zicht hebben op de meerjarige keuzes in de politieformatie. Het
is een beetje een blackbox geworden. Niet voor niets roept de Algemene
Rekenkamer op tot een vervolgevaluatie van de Politiewet. Ik vraag de
minister of deze wet de politie nog wel voldoende ruimte biedt om de
veiligheidsopgave van morgen aan te kunnen. Mijn antwoord daarop is
overigens vrij helder. Los van de verantwoordelijkheid van de politie om
de basis op orde te brengen — die zie ik enorm — is er ook adequaat
budget nodig, want zonder randvoorwaarden is die waardering leeg. Daarom
ligt er ook een amendement van onze hand.
Dan nog even iets over online criminaliteit. De noodzaak tot vernieuwing
zien we misschien wel het scherpst op het digitale vlak. De online
criminaliteit groeit, met alle gevolgen van dien. Ik zie en lees dat met
name jongeren te maken hebben met online criminaliteit of zedenzaken,
terwijl de digitale weerbaarheid van de politie achterblijft. We lazen
ook dat Russische hackers vorig jaar de gegevens van 62.000
politiemedewerkers buitmaakten. Daar was de politie voor gewaarschuwd,
maar daar hebben ze weinig mee gedaan. Dat vraagt dus dat de politie de
hand in eigen boezem steekt, maar het vraagt ook regie vanuit het
kabinet. Zeker in een tijdperk van hybride dreigingen is verouderde ICT
ronduit alarmerend. Daarom vraag ik aan de minister, overigens ook op
verzoek van het OM en de politie, hoe hij aankijkt tegen het instellen
van een begeleidingscommissie of een regeringscommissaris ICT voor de
justitiële keten, die kan zorgen voor samenhang, tempo en structurele
verbeteringen.
De voorzitter:
Was mevrouw Mutluer al klaar? Nee? Ojee. Nee hoor, dat komt goed. Er is
een interruptie van mevrouw Michon.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik deel zeer met mevrouw Mutluer dat het online deel de uitdaging is van
vandaag en de aankomende jaren. Maar is zij het met mij eens dat het ook
gewoon een bevoegdhedenkwestie is? We zitten nu met een wetsvoorstel
waarbij de politie de bevoegdheid gaat krijgen om online informatie te
vergaren vanuit open bronnen, want zelfs dat mag nu nog niet. Je gelooft
dan toch eigenlijk je oren niet? We kunnen dus wel een
regeringscommissaris neerzetten, maar wat gaat diegene doen als we nog
zo achterlopen met de bevoegdheden die de politie heeft in het online
deel?
De voorzitter:
Een kort antwoord alstublieft, mevrouw Mutluer.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Ik denk dat de bevoegdhedendiscussie een andere discussie is. Je hebt
gewoon te maken met ICT die zeer verouderd is. We zagen het recent bij
het OM toen alles een paar weken werd afgesloten omdat moest worden
uitgezocht of er sprake was van een hack of dat er iets anders was
misgegaan. We zagen het ook bij de politie. Over het Wetboek van
Strafvordering zegt de justitiële keten dat ze het gewoon niet aankunnen
als de ICT niet op orde is. Ik weet dat het heel lang duurt om iets aan
te besteden en voordat de ICT weer op orde is, maar die basis moet wel
eerst op orde zijn. Blijkbaar zijn ze daar zelf niet toe in staat, dus
voor mijn part ga je met hen in gesprek om te bekijken of dat ook op een
andere wijze georganiseerd kan worden.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Heel kort. Dan begrijp ik het eigenlijk zo dat mevrouw Mutluer van
mening is dat de politie de eigen ICT beter op orde moet hebben. Maar
moet daar dan een regeringscommissaris voor komen volgens mevrouw
Mutluer? Ik begrijp niet helemaal hoe zich dat verhoudt tot het zelf je
eigen winkeltje op orde hebben.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
De winkel is niet op orde, noch bij het OM, noch bij de politie, en
misschien zelfs ook niet eens bij de rechtspraak. Als je dat echt op
orde wilt krijgen, dan moet je de regie pakken. Of de minister die pakt
of een begeleidingscommissie of een regeringscommissaris: I don't care,
als het maar gebeurt. Zo kan het namelijk niet verder, zeker niet als
het Wetboek van Strafvordering in werking treedt. Dan gaat het helemaal
mis. Dat zien we nu al met al die hacks die plaatsvinden. Uiteindelijk
gaat het ten koste van het werk van deze partners, en dus ook van mensen
en slachtoffers. Dat kan niet meer. We leven in 2026! De ICT moet gewoon
op orde zijn, zeker met de veranderde digitale samenleving.
De voorzitter:
Mevrouw Michon, tot slot. Houd het echt kort.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Tot slot. Als ik het goed begrijp, stelt mevrouw Mutluer hier voor dat
het op het gebied van ICT ook raadzaam kan zijn om de politie onder
curatele te stellen. Dat is wat zij zegt: het kan me niet schelen hoe
het gebeurt, als het maar gebeurt. Dat kan volgens haar dus ook door
externen gedaan worden. In de ogen van mevrouw Mutluer is het dus
dermate ernstig dat een extern persoon of een externe organisatie de ICT
bij de politie op orde zou moeten komen brengen. Dat is in mijn ogen
ondercuratelestelling. Klopt dat?
De voorzitter:
Klopt dat, mevrouw Mutluer?
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Ik ga de woorden van mevrouw Michon-Derkzen van net, toen ze het had
over de puinhoop nu wat betreft het financiële beheer bij de politie,
niet herhalen. Ik herhaal datgene wat zowel politiechef Knol als de heer
Otte van het OM recent in een artikel in de krant hebben geroepen. Zij
zeiden: "Beste allen, ICT is een groot probleem. We zien digitale
criminaliteit toenemen en wij zijn niet in staat om dat als organisatie
goed te tackelen. Help ons daarbij en denk daarbij na over een eventuele
regeringscommissaris die ons daarbij kan helpen". Ik herhaal dus datgene
wat zij hebben voorgesteld. Ik vraag aan de minister hoe hij daartegen
aankijkt. Het is prima als hij zegt dat hij de regie pakt, als het maar
gebeurt.
De voorzitter:
We gaan straks zien wat hij zegt. Gaat u verder, mevrouw Mutluer.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, ik rond af. Ik heb nog één punt: de cultuurverandering.
Alles wat we vandaag bespreken, raakt namelijk ook aan cultuur en
leiderschap. De rapporten van Sorgdrager en Schneiders laten een patroon
zien: zodra de druk afneemt, verslapt de uitvoering; cultuurverandering
vraagt blijvende aandacht, niet alleen visitaties achteraf. Ik vind dat
inspecties dat niet alleen kunnen. Zij hebben namelijk gewoon een andere
taak. Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat structurele monitoring en
bijsturing plaatsvindt? Ook daar geldt weer de vraag of je dan externen
of een bestuurlijke commissie nodig hebt, die helpen om de boel weer
vooruit te brengen. Ook moet er vanuit de politie een takendiscussie
worden gestart. Dat kwam ook nadrukkelijk aan bod toen we het gesprek
hadden over de undercoverteams, de landelijke eenheid en leiderschap.
Wat doen we wel en wat doen we niet? Wat hoort bij de regio's en wat
moet je anders organiseren?
Voorzitter. Collega Michon-Derkzen heeft al het een en ander over de
opleiding gezegd. Ook ik vind dat de Politieacademie weliswaar het
eindniveau moet bepalen, maar dat dat niet de enige partij moet zijn die
dat kan doen. We hebben namelijk gewoon opsporing en recherche nodig.
Ook daarop wil ik graag een reactie van de minister.
De voorzitter:
Okido. Meneer Van Dijk, met een interruptie.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik heb een korte, verhelderende vraag voor mevrouw Mutluer. Ik begreep
uit de amendering dat GroenLinks-PvdA zegt dat er geld bij moet.
Tegelijkertijd viel me op dat er voor een deel overlap zat tussen de
bijdrage van GroenLinks-PvdA en de VVD, in die zin dat u zich allebei
beklaagt over de ondoorzichtigheid en de mist rondom de organisatie en
het geld. Mevrouw Michon zegt heel stellig dat er genoeg geld is voor de
operationele sterkte. Daar kun je vragen bij stellen, maar de keerzijde
is ook waar. Als er namelijk zo veel ondoorzichtigheid is, hoe weet
mevrouw Mutluer dan dat er wel fors geld bij moet?
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Als u het amendement goed leest, dan gaat het om het tackelen van 46
miljoen euro voor dit jaar. Ik ben van mening dat er inzicht moet worden
verkregen. Je moet de politie even lucht geven om te kijken wat wel en
niet kan. Je kunt nu dus niet rücksichtslos, niet zomaar, zeggen dat je
akkoord gaat met die 46 miljoen, omdat dit heel veel consequenties heeft
en een grote impact heeft op de politieorganisatie. Ik zei net al dat
dit ten koste gaat van ondersteuning, van regelingen voor PTSS en van
regelingen om digitale criminaliteit op te sporen. Dat vind ik
onverantwoord. Laten we dus eerst met elkaar gaan zitten en bekijken of
we het een en ander inzichtelijk kunnen krijgen. Geef de politie even
wat lucht en dan kijken we over een jaar wel verder. We moeten echter
niet nu al zeggen dat we gaan korten. Ik denk namelijk dat je daarmee
meer kapotmaakt dan je denkt. Daarom dien ik dit amendement in en ik
hoop op steun daarvoor van de heer Van Dijk. Ik hoor buiten de microfoon
nog een uitdrukking, maar dat is een andere. Ik ben briljant in
uitdrukkingen.
De voorzitter:
Daar gaan we het nu niet over hebben. We gaan door naar de eerste
termijn van mevrouw Coenradie. Zij spreekt namens JA21.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Voorzitter. Vorige week spraken wij hier over geweld tegen
hulpverleners. Ik zeg het maar direct: dat debat was voor mij ronduit
teleurstellend, niet vanwege de Kamer, maar vanwege de beantwoording van
de minister. De minister sprak over voldoende instrumentarium en lopende
trajecten, maar de politiemensen hoorden geen urgentie, geen daadkracht
en geen erkenning. De minister zei dat hij pal achter de politie staat,
maar politiemensen zagen een minister die op afstand bleef. Wat ik zag,
was geen leiderschap. Wat ik hoorde, was geen beheer. Wat ik miste, was
een minister die begrijpt wat er nú nodig is. De dag na dat debat werd
mij door meerdere mensen gevraagd: en, wat gaat er nu veranderen? Mijn
antwoord was pijnlijk simpel: niks, nada, niente!
Voorzitter. Dat is misschien wel het hardste oordeel over het optreden
van de minister. Hij is het niet oneens met de Kamer, maar er ontstaat
simpelweg geen beweging. We hebben een minister die zegt dat hij
vertrouwen heeft in de politie, maar dat vertrouwen niet vertaalt naar
ruimte, middelen of rugdekking, terwijl 65.000 politiemensen dagelijks
van deze minister verwachten dat hij hen ziet, steunt en beschermt.
Precies daarom is dit overleg zo cruciaal.
De Politiewet is gedateerd. De wet is gebouwd op het uitgangspunt dat
veiligheid gelijkstaat aan aantallen: meer blauw op straat, meer
formatie, meer mensen. De minister zegt echter zelf steeds dat de wereld
verandert, dat criminaliteit digitaliseert en dat dreigingen complexer
worden. Dan is de vraag: waarom is de wet die onze politie moet
ondersteunen niet meeveranderd? De realiteit is dat veiligheid vandaag
niet alleen wordt vergroot door meer agenten, maar juist door de slimme
inzet van technologie, data-analyse en cybercapaciteit. Maar wanneer de
politie op verzoek van de politiek meer inzet moet plegen op
cybercriminaliteit, wordt zij belemmerd door een financieringssysteem
dat vastzit in formatie in plaats van dat het gericht is op
effectiviteit. De minister zegt vertrouwen te hebben in de politie.
Waarom vertaalt dat vertrouwen zich dan niet in autonomie? Waarom mag de
politie niet zelf bepalen hoe middelen het beste kunnen worden ingezet
om veiligheid te realiseren? Is de minister bereid de Politiewet te
moderniseren?
Voorzitter. Dan de praktijk op straat. De minister zegt dat hij agenten
ruimte wil geven, maar het handelingskader van de politie vertelt een
ander verhaal. Dat kader is de afgelopen jaren alleen maar dikker
geworden: meer regels, meer uitzonderingen, meer juridische indekking.
Agenten geven aan dat zij, als zij zich zorgvuldig willen voorbereiden
op bijvoorbeeld een fouilleeractie, verdwalen in instructies. Dat is
geen steun; dat is verlamming. Dat sijpelt door op straat.
Kwaadwillenden, relschoppers, criminelen: ze voelen gewoon de ruimte.
Vertrouwen in de politie begint met minder regels voor de politie, met
een handelingskader dat uitgaat van vakmanschap en professionele
oordeelskracht in plaats van wantrouwen en micromanagement. Vorige week
sprak ik een agent uit Utrecht. Agenten krijgen daar de opdracht om
bepaalde wijken zo veel als mogelijk te vermijden, omdat handhaving en
aanhoudingen tot onrust hebben geleid. Dat is geen gezag; dat is
terugtrekken. Dat is het failliet van het geweldsmonopolie. Wat vindt de
minister van zulke ontwikkelingen? Wil de minister samen met de politie
het handelingskader herzien, met als uitgangspunt vertrouwen in
expertise, vakbekwaamheid en bovenal minder regels?
Dan de financiën. De minister stelt dat er dit jaar een tekort van 46
miljoen euro is, oplopend tot 350 miljoen, maar dat dit beheersbaar is
en dat de operatie wordt ontzien. De politie zegt echter iets anders.
Zij waarschuwt dat bezuinigingen onvermijdelijk voelbaar worden op de
werkvloer. Wie spreekt hier nou de waarheid? Hoe kan het dat de woorden
van de minister en de politie zo ver uiteenlopen? Hoe vaak spreekt de
minister hierover met de politieleiding en met de agenten op de
werkvloer? Waarom lukt het niet om tot één gedeeld en realistisch beeld
te komen? Als de minister zegt dat alles onder controle is, terwijl de
politie zegt dat de rek eruit is, dan is dat geen nuanceverschil; dan is
dat een bestuurlijk probleem.
Dan de inzet van het leger ter ondersteuning van de politie en haar
taken, los van de KMar. In België wordt gewerkt aan wetgeving om dit
mogelijk te maken. Is het kabinet bereid om dit voorbeeld te volgen of
op z'n minst deze optie te onderzoeken? Kijkt men überhaupt met een
schuin oog naar waar België mee bezig is? Zo niet, waarom niet?
Tot slot nog een actualiteit. Deze week kwam ook naar buiten dat de
oud-Griffier van de Tweede Kamer die onder vuur kwam te liggen vanwege
het achterhouden en verwijderen van informatie in de Arib-lekaffaire,
stilletjes is vertrokken uit de politietop, maar wel aanblijft als
goedbetaalde adviseur, terwijl onze politiemannen en -vrouwen op straat
op non-actief worden gesteld bij vermoedens van onbehoorlijk gedrag. Dat
roept een ongemakkelijke vraag op: welke geloofwaardigheid heeft het
integriteitsbeleid van de overheid als bestuurlijke misstappen aan de
top niet tot consequenties leiden, maar tot een zachte landing?
Tot zover.
De voorzitter:
Even kijken: zijn er interrupties? Oké, jongens ... Een korte. Mevrouw
Straatman was eerst, dacht ik.
Mevrouw Straatman (CDA):
Ik ben het helemaal eens met het betoog van mevrouw Coenradie dat er
meer flexibiliteit in de politieorganisatie moet komen om in te spelen
op de veranderende vormen van criminaliteit. Vindt mevrouw Coenradie dan
ook dat de politiek wat voorzichter moet zijn met het oormerken van
gelden? Je hoort namelijk ook van de politieorganisatie dat wij als
politiek vaak potjes geld oormerken, bijvoorbeeld voor de zedenpolitie
of andere vormen, terwijl de politie eigenlijk wil inspelen op lokale
punten en niet te veel gebonden wil zijn.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Laat ik even vooropstellen: als wij een heel goed idee hebben met z'n
allen, bijvoorbeeld ten aanzien van PTSS, waarvan wij als Kamer willen
dat het uitgevoerd wordt, dan moeten we daar vervolgens ook de middelen
voor beschikbaar stellen. Mevrouw Straatman was ook bij het bezoek aan
de politietop, vorige week. Daar werd gezegd: ja, we willen dit met de
beste wil goed uitrollen en we geloven in een goede nazorg voor de
politie, maar we hebben de middelen eigenlijk niet volledig. Dat gaat
over tientallen miljoenen. Ik vind dat we heel scherp moeten kijken naar
hoe wij onze moties indienen en daarbij vooral het doel met de middelen
moeten bedienen, want anders zijn het eigenlijk gewoon lege hulzen voor
de politie.
Mevrouw Faber (PVV):
Ik hoorde mevrouw Coenradie over het inzetten van het leger. Volgens mij
kan ik daaruit concluderen dat JA21 daar een voorstander van kan zijn.
Als dat zo is, denk ik dat zij de motie die de PVV heeft ingediend gaat
steunen. Is dat juist?
De voorzitter:
Er is een motie ingediend …
Mevrouw Faber (PVV):
… over het inzetten van het leger.
De voorzitter:
Oké. Die dient u nog in, of is die al ingediend?
Mevrouw Faber (PVV):
Volgens mij is die afgelopen woensdag ingediend.
De voorzitter:
Oké, dan hebben we dat even helder voor iedereen. Er ligt een motie van
de PVV over het inzetten van het leger. Mevrouw Coenradie.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Ik denk dat het goed is dat het leger in ieder geval de bevoegdheid
heeft om de politie te ondersteunen indien dat nodig is. Ik moet nog
even goed naar die motie kijken, maar als dat is wat de motie zegt — wij
zetten het leger in ter ondersteuning van de politie als dat nodig is,
bijvoorbeeld bij een jaarwisseling, bij demonstraties of op andere
momenten — dan zou ik daar inderdaad een voorstander van zijn. Zo is dat
nu ook in België geregeld. Daarvoor ontbreekt nu alleen de juiste
wetgeving, het mandaat. Dat is wel iets waarover ik vragen heb aan deze
minister. Is de minister überhaupt bereid om daarnaar te kijken en
worden daar ook al gesprekken over gevoerd met België?
De voorzitter:
Dan gaan we naar mevrouw Van der Werf voor haar eerste termijn namens
D66.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Dank u wel, voorzitter. Twaalf jaar geleden begon ik hier in Den Haag
als gemeenteraadslid. Mijn eerste prachtige portefeuille was toen
veiligheid. Ik zie mevrouw Michon glimlachen, want wij zijn daar samen
aan de slag gegaan op het onderwerp politie. Hoewel dat nog steeds een
onderwerp is dat ons allemaal in het hart raakt, is het mij de afgelopen
twaalf jaar opgevallen hoe ongelofelijk moeizaam het is om inzicht te
krijgen in de politieorganisatie en daarin bijvoorbeeld via moties of
amendementen een verandering voor elkaar te krijgen bij het ministerie.
Verzoeken en voorstellen van deze Kamer, die soms van links tot rechts
worden gedeeld, blijven gewoon heel lang liggen.
Voorzitter. Een voorbeeld daarvan dat ook raakt aan de discussie die net
al vaker werd gevoerd, is een motie die ik samen met mevrouw Helder heb
ingediend. Helaas zit zij niet meer in deze Kamer, maar ik denk dat
iedereen haar nog wel kent. In 2022 hebben wij een motie ingediend met
verzoek het begrotingsartikel van de politie uit te splitsen, omdat
politici heel lastig kunnen zien wat er nou precies gebeurt met de om en
nabij 8 miljard die de organisatie krijgt. Deze motie is echter nog niet
uitgevoerd, terwijl de daarachter liggende wens om de Kamer meer
transparantie te geven gelet op het begrotingstekort en alle discussie
daaromheen buitengewoon actueel is. Hoe kan de Kamer het
begrotingstekort nou beoordelen als zij niet weet waar het nu
beschikbare geld naartoe gaat? Welke mogelijkheden ziet de minister om
de Kamer daarin mee te nemen, om die benodigde informatie wél te
verstrekken?
Voorzitter. Een andere breed aangenomen motie van mij wacht ook nog
steeds op uitvoering, namelijk de motie over het opstellen van een
nieuwe verdeelsleutel voor de politie. De minister heeft het onderzoek
naar een nieuw verdeelmodel naar de Kamer gestuurd. Daaruit blijkt dat
dit inderdaad geactualiseerd moet worden, want in sommige regio's, zoals
in het oosten, waar ik zelf geboren en getogen ben, zijn de aanrijtijden
gigantisch en is de spoeling heel dun. Er is echter geen informatie
waaruit blijkt of en wanneer een nieuwe verdeelsleutel wordt
geïmplementeerd, terwijl wij daar al met het kabinet voor dit
demissionaire kabinet mee bezig waren. Welke stappen onderneemt de
minister om nu daadwerkelijk door te werken aan het Besluit verdeling
sterkte en middelen politie?
Voorzitter. Een ander punt dat raakt aan transparantie en sturing is
prioritering. Er komen vanuit deze Kamer heel veel wensen, van links tot
rechts, voor waar de politie aandacht voor moet hebben. Maar vaak weten
wij niet ten koste van wat dat zal gaan, want die informatie hebben wij
ook niet. Natuurlijk kun je er suggesties voor doen. Die hebben wij ook
gedaan, maar het is onduidelijk wat daar daadwerkelijk van terechtkomt.
De gesprekken over de nieuwe veiligheidsagenda zijn van start gegaan. Er
ligt een wens van mij, en ik denk ook van meerdere collega's, om in het
veiligheidsbeleid meer aandacht te geven aan femicide en huiselijk
geweld. Kan de minister aangeven of hij deze onderwerpen actief betrekt
in de gesprekken over de veiligheidsagenda? Als hij dat niet doet, is
hij dan bereid om die wens mee te nemen?
Voorzitter. Wij hebben het vandaag vooral over de financiën, maar ik wil
ook aandacht houden voor een veilige werkcultuur binnen de politie zelf.
Het verleden leert dat misstanden snel zijn gemaakt; denk aan het werken
onder dekmantel. De politie is een log schip dat niet zomaar gekeerd is.
Hoe zorgt de minister ervoor dat we ook binnen de vele opgaven die er nu
liggen, aandacht houden voor de menselijke kant van de
politieorganisatie? Wij hebben het volste vertrouwen in de mensen die
voor ons de straat op gaan. Zij staan elke dag voor ons op de bres. Ik
wil hen daar echt van harte voor bedanken, maar ik denk ook dat die
dankwoorden leeg zijn als we er niet voor zorgen dat deze mensen op een
goede manier samen kunnen werken.
Voorzitter, dank.
De voorzitter:
Mevrouw Mutluer, kort.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Collega Van der Werf heeft ook de bijdrage van de VVD gehoord. D66 is de
grootste partij en is aan het formeren. Is collega Van der Werf het eens
met haar VVD-collega dat er geen geld bij moet en dat de politie het
geld voor de tekorten waar ze mee van doen hebben maar binnen de eigen
organisatie moet vinden? Of kunnen we verwachten dat er bij de formatie
wel wat middelen daarvoor vrijkomen?
Mevrouw Van der Werf (D66):
Ik heb de collega van de VVD niet horen zeggen dat er geen extra geld
bij moet komen. Ik vind dat dus een vreemde conclusie die mevrouw
Mutluer hier nu trekt. Wat ik de VVD-collega heb horen zeggen, is dat er
beter geprioriteerd moet worden en dat voor haar blauw op straat daar
zwaar in weegt, om het maar even samen te vatten. Wat ik daar zelf aan
toe wil voegen, is iets wat collega Straatman hier ook al stelde,
namelijk dat je niet zo makkelijk kunt stellen dat je twee categorieën
hebt binnen de politie: blauw op straat dan wel blauw achter een bureau.
De nieuwe criminaliteit en uitdagingen die er zijn, vergen namelijk ook
andere expertises, andere manieren van opsporing en een ander soort
mensen dat daaraan kan werken. Ik denk dat we heel goed moeten kijken
welk bedrag de politie daarvoor nodig heeft. De reden dat ik de motie
met mevrouw Helder zo nadrukkelijk noemde, is dat ik denk dat we het
nodig hebben om inzicht te krijgen in de financiën en hoe we daarop
kunnen sturen.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Ik heb echt de VVD niet horen zeggen dat er extra geld bij moet. Ik heb
de woordvoerder wel horen zeggen dat de operationele sterkte niet mag
dalen, maar dat er moet worden gekeken binnen de eigen middelen hoe je
dat probleem oplost. Deelt collega Van der Werf die mening? Zo niet,
hebben we een hele interessante discussie, want er ligt wel een
amendement dat mevrouw Van der Werf misschien kan steunen.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Volgens mij ligt het iets anders dan mevrouw Mutluer hier schetst. Het
amendement-Mutluer doorkruist in feite waar we nu aan de formatietafel
mee bezig zijn; ik denk dat mevrouw Mutluer dat zelf ook wel weet. Hoe
zij de woorden van mevrouw Michon interpreteert, moet zij vooral met
mevrouw Michon uitvechten, maar ik heb mijn VVD-collega niet horen
zeggen dat er per definitie geen extra geld zou moeten komen.
Mevrouw Dobbe (SP):
De politie zegt: het absolute minimum dat we erbij zouden moeten
krijgen, is voor dit jaar 46 miljoen. Nou is dit jaar al bezig. Dat is
het jammere van een begrotingsbehandeling die wat later komt, want dan
zitten we al in het jaar waar het over gaat. We kunnen dus niet al te
lang wachten met de besluitvorming. Ik weet natuurlijk dat de partijen
aan het formeren zijn, maar ik vraag nu naar de mening van D66. Hoe
waarderen zij deze oproep van de politie? Vinden zij ook dat die 46
miljoen nodig is, los van wat er zo meteen uit de formatie komt?
Mevrouw Van der Werf (D66):
Het ingewikkelde van die vraag is dat die niet losstaat van de formatie.
Ik denk dat mevrouw Dobbe dat ook weet. Maar wij hebben dezelfde
informatie als de andere Kamerleden hier aan tafel. Ik heb die 46
miljoen natuurlijk heel goed gezien, zeg ik tegen mevrouw Dobbe.
Mevrouw Dobbe (SP):
Maar wij moeten zo meteen wel een begroting vaststellen voor dit jaar.
Wat wij nu afspreken voor dit jaar, bepaalt of de politie daarmee
vooruit kan of niet. Dat bepaalt of er vacaturestops komen of niet. Dat
bepaalt of er politieposten sluiten of niet. Dat betekent dus dat wij
als Kamer nu onze verantwoordelijkheid moeten nemen. De politie geeft
aan dat het absolute minimum 46 miljoen euro erbij is, zodat ze al die
zaken kan oppakken die D66 ook heel belangrijk vindt, die wij samen heel
belangrijk vinden. Daar moeten we nu over besluiten. Ik vraag naar de
mening van D66, nog los van de uitkomst van de formatie en de
onderhandelingen. Nemen zij die oproep serieus en gaan ze het dan ook
regelen?
Mevrouw Van der Werf (D66):
Wij nemen elke oproep heel serieus. Wij hebben hier heel goed naar
gekeken.
De voorzitter:
U was ook klaar met uw bijdrage, geloof ik. Ik zou zeggen dat mevrouw
Coenradie en mevrouw Van der Werf mijn woorden tijdens de
procedurevergadering zeer ter harte hebben genomen. Dat is zeer
prettig.
Mevrouw Straatman, aan u het woord voor uw eerste termijn namens het
CDA.
Mevrouw Straatman (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb de afgelopen weken als nieuw Kamerlid het
politievak van dichtbij mogen meemaken. Dat heeft mijn respect en
waardering voor de politiemensen alleen maar verder doen toenemen. De
afschuwelijke geweldsuitbarstingen van de afgelopen jaarwisseling hebben
pijnlijk duidelijk gemaakt dat we hier als samenleving nog een wereld te
winnen hebben, maar laat duidelijk zijn dat het CDA de
professionaliteit, betrokkenheid en immense inzet ziet waarmee
politiemensen en boa's dag en nacht werken aan onze veiligheid op
straat. Dat kan niet genoeg benoemd worden.
Voorzitter. De beperkte spreektijd dwingt mij vandaag om tot de kern te
komen. Hoe zorgen we dat de politie ook in de komende jaren nabij,
gezaghebbend en toekomstbestendig kan opereren? Allereerst het
takenpakket. Hoe komt de politie weer toe aan de kerntaken? Het
takenpakket van de politie stapelt zich de afgelopen jaren op. We zien
dat veel capaciteit opgaat aan de beveiliging van demonstraties. Als
demonstranten misbruik maken van het demonstratierecht, komen zij er
vaak nog straffeloos mee weg. Hoe zorgt de minister ervoor dat de
schaarse opsporingscapaciteit van de politie bij uit de hand gelopen
demonstraties verderop in de strafrechtketen een vervolg krijgt? De
minister heeft eerder toegezegd, naar aanleiding van het WODC-rapport,
met het OM om tafel te gaan. Wat is daarvan de status?
Daarnaast zien wij een sterke toename van onbegrepen gedrag, vaak op het
snijvlak van zorg en veiligheid. Begrijp me goed, juist hier vervult de
politie een belangrijke signalerende rol, maar dat mag niet ten koste
gaan van de eigenlijke taak, namelijk het handhaven van de rechtsorde en
het waarborgen van de veiligheid. De politie moet kunnen optreden
wanneer de veiligheid in het geding is, maar dit mag niet het sluitstuk
worden van tekortschietende zorg. Hoe voorkomen we dat politiemensen
steeds vaker worden ingezet bij problematiek die eigenlijk om zorg
vraagt? De overkoepelende vraag is dan ook: hoe kunnen we de politie
ontlasten, zodat ze weer aan haar kerntaken toekomt?
Voorzitter. Dan de operationele sterkte. Het tekort op de
politiebegroting baart het CDA grote zorgen. De minister schrijft dat de
financiële opgave voor 2026 zal worden gerealiseerd zonder de
operationele slagkracht te raken. Dat is voor het CDA dan ook een
principiële grens. Maar hoe realistisch is dit? In de meest recente
brief verwijst de minister naar ramingen van augustus 2025. Zijn deze
nog accuraat? Ervan uitgaande dat de cijfers nog kloppen, schrijft de
minister in de brief dat in 2026 maatregelen neerslaan bij de
niet-operationele capaciteit. Wat verstaat de minister daaronder? Vallen
daaronder bijvoorbeeld ook specialisten zonder volledig politiediploma,
zoals digitale experts? Zo ja, raakt dat dan niet ook direct de
operationele slagkracht van de politie, zeker in tijden van
digitalisering van criminaliteit? Wat is de reactie van de minister
hierop?
Wat het CDA betreft moet de politie niet alleen zichtbaar zijn in
buurten en wijken, maar ook in de digitale straten, waar steeds meer
criminaliteit plaatsvindt. Kan de minister toezeggen dat de bezuinigen
in ondersteunen en specialistische functies ook de operationele
slagkracht in de aanpak van digitale criminaliteit niet raken?
Voorzitter. Dan wil ik de horizon verbreden voorbij 2026. De minister
geeft aan dat hij voor de jaren daarna op voorhand niets kan uitsluiten.
Wat betekent dat nu voor de organisatie van de politie? Welke
hervormingen en investeringen kunnen door deze onzekerheid nu geen
doorgang vinden?
Als we spreken over de operationele sterkte, gaat het niet alleen over
aantallen en formatie, maar ook over de mentale inzetbaarheid van mensen
in de frontlinie. Politiemensen worden steeds vaker geconfronteerd met
ernstig geweld, maatschappelijke onrust en ingrijpende incidenten. Juist
daarom heeft het CDA samen met D66 en GroenLinks-Partij van de Arbeid de
initiatiefnota over PTSS ingediend. Wij hopen dat deze initiatiefnota in
de Kamer op brede steun kan rekenen, zodat zorg voor politiemensen net
zo vanzelfsprekend wordt als hun inzet voor onze veiligheid.
Voorzitter. Dan de verdeling van politiecapaciteit. De begroting en het
beheerplan laten zien hoe complex deze opgave is. Tegelijkertijd horen
wij signalen over toenemende druk, niet alleen in grote steden, maar ook
in economisch vitale regio's zoals Brainport Eindhoven. Hoe wordt er
omgegaan met deze veranderende economische hubs, zoals Brainport
Eindhoven, die met de groei ook een nieuwe criminaliteitsdynamiek
krijgen? Hoe inzichtelijk is de verdeelsleutel voor lokale gezagen?
Wordt deze periodiek herijkt? Welke mogelijkheden ziet de minister om
capaciteit te herschikken zonder nieuwe ongelijkheid tussen regio's te
creëren?
Voorzitter. Het is duidelijk dat de politie niet gratis is. De inzet van
politiecapaciteit is dat ook niet. Toch zien we bij sommige
grootschalige evenementen, zoals festivals en betaald voetbal, dat een
specifieke groep bezoekers structureel om meer dan gemiddelde
politie-inzet vraagt. In de ingewikkelde puzzel die we moeten leggen,
kunnen we daar niet voor wegkijken. Veiligheid is een gedeelde
verantwoordelijkheid en disproportionele inzet van politiecapaciteit
heeft een prijs. Wat het CDA betreft is het dan ook het verkennen waard
om te kijken of organisaties die structureel om disproportionele inzet
van politie vragen, een financiële bijdrage kunnen leveren. Hoe kijkt de
minister hiertegen aan?
Een disproportionele inzet van politiecapaciteit bij de een gaat altijd
ten koste van de ander. Heel concreet: de blijvende tekorten van
politiecapaciteit zetten de voortgang van verschillende wielerkoersen,
vooral in de regio, onder druk, terwijl juist daar hard gezocht wordt
naar alternatieven om de politie te verlichten, bijvoorbeeld via de
burgermotorverkeersregelaars — dat is een hele mond vol. Wat is de stand
van zaken op dit punt? Wat doet de minister om de landelijke richtlijn
voor burgermotorverkeersregelaars te bespoedigen, zodat deze koersen
doorgang kunnen vinden?
Voorzitter, mijn laatste punt. Het CDA maakt zich grote zorgen over de
verplaatsing van criminaliteit naar het onlinedomein. De inrichting van
de politieorganisatie is daar nog onvoldoende op toegerust. Een
toekomstbestendige organisatie moet meebewegen, maar moet daar ook
ruimte en flexibiliteit voor krijgen, bijvoorbeeld voor het aannemen van
technische zijinstromers. Wij krijgen signalen dat wettelijke bepalingen
en uitvoeringsregels steeds meer knellen bij regionale politie-eenheden
die snel willen kunnen inspelen op nieuwe vormen van criminaliteit, in
afstemming met lokale gezagen. Hoe kan de minister zorgen voor meer
flexibilisering bij de opbouw van regionale en lokale
politieteams?
Voorzitter. Veiligheid is de basis van een rechtvaardige samenleving.
Dat vraagt om een sterke, zichtbare en rechtvaardige politie, offline en
online, voor nu en in de toekomst. Daar zal het CDA zich voor blijven
inzetten.
Mevrouw Faber (PVV):
Mevrouw Straatman heeft het over personen met verward en onbegrepen
gedrag, en dat dat ten koste gaat van de politieactiviteit, terwijl deze
mensen in feite een zorgvraag hebben. Ik heb hierover een vraag aan
haar. Gaat het CDA bij de coalitieonderhandelingen dan niet bezuinigen
op de zorg?
Mevrouw Straatman (CDA):
Mevrouw Faber weet, denk ik, net zo goed als iedereen in de zaal dat ik
over de formatieonderhandelingen niets kan zeggen. Het is wel een
gegeven dat bezuinigingen op een terrein ook andere terreinen kunnen
raken. Dat de politie op dit moment veel te veel bezig is met personen
met onbegrepen gedrag, heeft dus ook te maken met bezuinigingen op en
wachtlijsten bij de ggz. We zullen moeten kijken hoe we dit probleem van
zorg en veiligheid integraler kunnen aanpakken.
De voorzitter:
Mevrouw Faber, kort.
Mevrouw Faber (PVV):
Maar ik had wel begrepen dat mevrouw Straatman zei dat personen met
verward en onbegrepen gedrag niet ten koste zouden mogen gaan van de
politiecapaciteit. Dan is er maar één mogelijkheid, namelijk dat er meer
zorg komt. Het is het een of het ander. Ik begrijp dat u niks mag zeggen
over de coalitieonderhandelingen, maar ik kan wel de vraag stellen: zet
het CDA er in ieder geval wel op in dat er meer capaciteit gaat naar de
zorg, zodat het niet ten koste gaat van de capaciteit van de
politie?
Mevrouw Straatman (CDA):
Zoals ik net al zei, vraagt het om een integrale aanpak. Als je de
politie wilt ontlasten, zul je inderdaad op andere terreinen moeten
investeren. Dan zul je ervoor moeten zorgen dat mensen die een zorgvraag
hebben, eerder bij de zorg terechtkunnen.
De voorzitter:
Zullen we het hierbij laten, mevrouw Faber?
Mevrouw Faber (PVV):
Oké, omdat u het zo aardig vraagt.
De voorzitter:
Fijn. Dit moet een bijzonder moment zijn … O, er is nog een interruptie,
van mevrouw Dobbe.
Mevrouw Dobbe (SP):
Sorry, ik zit nog voor een bijzonder moment. Het is goed om te horen dat
het CDA ons zal steunen als we gaan proberen om de bezuinigingen op de
zorg terug te draaien, want dat is natuurlijk de enige conclusie die je
kunt trekken als je zegt dat de politie niet met zorgtaken bezig kan
zijn.
Ik wilde een vraag stellen over de disproportionele inzet van de politie
bij bijvoorbeeld voetbalwedstrijden, waar het CDA het over had. Er zou
gepraat kunnen worden over een eigen bijdrage van de evenementen of van
degenen die op dat moment die politie-inzet vergen. Ik vraag me af wat
mevrouw Straatman daar precies mee bedoelt. Als dat de kant opgaat van
het privatiseren van politietaken door die te beleggen bij
beveiligingsbedrijven et cetera, dan vind ik dat een hellend vlak. Er is
dan beveiliging voor degenen die het kunnen betalen en niet voor degenen
die het niet kunnen betalen. Wat bedoelt het CDA hier precies mee?
Mevrouw Straatman (CDA):
Ik hoor mevrouw Dobbe allerlei conclusies trekken uit woorden die ik
niet heb gezegd. Ze vroeg naar een bijdrage van organisaties die
disproportionele inzet vragen. We zien nu dat de politie een heel groot
deel van haar capaciteit kwijt is aan met name voetbalwedstrijden, maar
ook aan allerlei festivalorganisaties. We hebben een financiële opgave
met elkaar. De vraag is: moeten we die partijen niet ook
verantwoordelijk maken voor deze disproportionele inzet? Maar dat
betekent absoluut niet dat je het privatiseert. Ik noem een heel
concreet voorbeeld, dat het verkennen waard is. Ik ben heel benieuwd hoe
de minister daarnaar kijkt. Kunnen voetbalclubs een heel kleine bijdrage
leveren aan de disproportionele inzet van de politie? Dat doen ze nu al
binnen het stadion, maar buiten de stadions vraagt het ook heel veel.
Waarom zouden wij de politie uit de algemene middelen moeten bekostigen
als een heel klein groepje mensen veel inzet vraagt van de politie? De
voetbal vraagt heel veel van de politie. Ik ben zelf een groot
voetbalfan, dus ik begrijp dat dat belangrijk is. Maar bij bijvoorbeeld
regionale wielerkoersen is een minimale politie-inzet niet beschikbaar.
Ik zou dit meer in balans willen brengen. Degenen die een
disproportionele inzet vragen, moeten hun maatschappelijke
verantwoordelijkheid nemen. Daar kan een financiële bijdrage tegenover
staan.
De voorzitter:
Mevrouw Coenradie, waarschijnlijk op dit punt.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Ja, voorzitter. Dan kunnen we het rijtje verder afmaken. Ik ben benieuwd
hoe zij aankijkt tegen demonstraties die enorm uit de hand lopen. Denk
aan Extinction Rebellion, die fanatiek op allerlei snelwegen staat of de
wegen blokkeert. Hoe kijkt mevrouw Straatman daartegen aan?
De voorzitter:
Een korte vraag voor mevrouw Straatman.
Mevrouw Straatman (CDA):
Ik denk dat dit een hele terechte vraag is van mevrouw Coenradie: hoe
gaan we om met demonstraties die ook steeds meer vragen van de
politiecapaciteit? Vandaar ook mijn vraag aan de minister. Als de
politie hier schaarse opsporingscapaciteit aan besteedt, dan moet dat
ook leiden tot straffen. Tegelijkertijd zijn demonstraties natuurlijk
wel iets anders dan commerciële organisaties of commerciële evenementen.
Demonstreren is een grondrecht, dus daar kun je niet direct een
financieel plaatje aan hangen. Maar wat het CDA betreft moeten
relschoppers en mensen die het demonstratierecht misbruiken wel de
financiële kosten daarvan dragen. We moeten de schadevergoedingen heel
snel verhalen op die raddraaiers, ofwel via het strafrecht ofwel via het
civiel recht, waar we meermaals aandacht voor hebben gevraagd.
De voorzitter:
Oké. Ik wilde net zeggen dat we nu naar een bijzonder moment gaan. Ik
kan me voorstellen dat het begrotingsonderdeel politie een bijzonder
moment moet zijn voor meneer Struijs. Het woord is aan u.
De heer Struijs (50PLUS):
Dank u, voorzitter. Er zit een klein dilemma in Jan. Hij spreekt nu
namens 50PLUS. Ik wil duidelijk maken aan mijn collega's, aan u,
voorzitter, en zeker ook aan de minister, waar 50PLUS in de komende tijd
voor staat, zodat er een hoge mate van voorspelbaarheid zit in het
verhaal dat ik aan de informateur heb verteld en dat ik nu aan mijn
collega's vertel. De meesten weten dat wel.
De politie staat echt onder water. We hebben een fors probleem. Ik wil
toch even de invalshoek van de burger pakken. Er liggen heel veel
belangrijke zaken op stapel. Denk aan zedendelicten, mishandelingen en
noem het maar op. Dat ligt niet alleen op die stapel, want die stapel
zit daar nog een stukje voor. Er is geen opsporingscapaciteit om tijdig
de filmbeelden van de bus op te vragen van Anja die bij bushalte is
mishandeld of om een buurtonderzoek te doen. Kortom, we hebben het hier
over de veiligheid van de burger, in vele dimensies.
Dan wil ik toch ook even ingaan op de digitale criminaliteit, die zich
enorm ontwikkelt. De ICT van de politie is zorgwekkend. Dat geldt niet
alleen voor de interne ICT, maar met name voor de koppelvlakken richting
de burger. We hebben bureaus gesloten, dus de digitale koppeling om snel
de politie digitaal te kunnen bereiken is heel belangrijk. Die is echter
aan storingen onderhevig en zeker nog niet op orde. Dan hebben we de
koppeling tussen de politie en het OM. Ik was recent nog bij een
rechtbank en daar zag ik de jongens van de DSI. Ik vroeg wat zij daar
deden. Ze zeiden: in een hele zware zaak moeten wij de verbalen komen
brengen, want je moet er niet aan denken dat die verbalen onderweg
onderschept worden. Mensen van de DSI brengen verbalen omdat de
koppelingen anno 2026 nog niet op orde zijn. We gaan het zeker over de
operationele sterkte hebben. Mijn vraag aan de minister is: ziet de
minister dit ook als een probleem, zeker in het licht van de
begrotingsdebatten die wij nu voeren over de operationele sterkte? Ik
sluit me aan bij de woorden van veel collega's over de operationele
sterkte.
Ik heb nog een andere vraag over dit soort vormen van criminaliteit:
ziet de minister mogelijkheden, kijkende naar cybersecurity en andere
vormen van criminaliteit die overlap hebben met Defensie, om met zijn of
haar collega van Defensie — ik weet niet wat er in de toekomst gebeurt —
dit veld te verkennen en uit de begroting van Defensie extra middelen te
halen? Het mes snijdt hier namelijk aan twee kanten. Dat is een vraag
aan de minister. Kortom, de pakkans van criminelen wordt steeds kleiner
en die invalshoek moeten we elke keer erbij nemen. Bij de laatste
demonstraties hebben mensen zich zo misdragen en zijn er echt misdrijven
gepleegd, maar volgens de politiedeskundigen ligt de pakkans tussen de
10% en 17%. Pak 'm beet 80% van de daders loopt dus nog steeds vrij
rond. Heeft de minister daar oog voor en ziet hij mogelijkheden, in wat
voor vorm dan ook, om de pakkans te vergroten?
Dan ga ik nog even terug naar het politiepersoneel zelf. Ik weet als
geen ander dat de waardering uit de Kamer zeer op prijs wordt gesteld,
maar ik weet ook als geen ander dat dat wel boter bij de vis moet zijn.
Laten we onze geloofwaardigheid hooghouden. Wij vinden dat overigens, in
alle malaise die ik nu schets rondom femicide en geweld achter de
voordeur, een zeer belangrijke prioriteit. Wel vraag ik de minister om
met ons oog te houden voor de ouderenmishandeling, die ook toeneemt en
waar we onvoldoende zicht op hebben. Politiemensen geven aan een gebrek
aan capaciteit te hebben voor dat soort softe meldingen. Die zijn soft
in de zin van: er zijn weinig aanwijzingen, maar het is wel gebeurd. Ik
vraag de minister om daar oog voor te hebben en dat mee te nemen in de
hele aanpak rondom geweld achter de voordeur, en uiteraard op straat.
Kijk naar psychisch geweld. Kijk naar de babbeltrucs. We hebben de
eerste dooie te betreuren. Wij gaan ons in de komende tijd dus enorm
hard maken voor de aanpak van geweld tegen ouderen.
Waar het hier natuurlijk met name om gaat …
De voorzitter:
Momentje, meneer Struijs. Er is een interruptie van mevrouw
Mutluer.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Er is één onderwerp waarop wij elkaar echt wel vinden. Wij kunnen het
altijd met elkaar vinden, niet alleen op één onderwerp. Een belangrijk
onderwerp is hoe we omgaan met mensen, met name ouderen, die
bijvoorbeeld te maken hebben met nepagenten die voor de deur staan. We
zien daarin een enorme stijging. Ook de verkoop van hele echte,
authentieke politie-uniformen gebeurt veelvoudig. Die kun je gewoon
online kopen. Welke acties zou de heer Struijs daarin met ons willen
ondernemen? We hebben daar in het verleden ook met het CDA een punt van
gemaakt, maar wellicht is het goed om ook op dit onderdeel samen op te
trekken.
De heer Struijs (50PLUS):
Wat betreft het aanpakken van de babbeltrucs wil ik graag met u
optrekken. We hebben daar informeel weleens over gesproken. Ik wil het
iets verbreden, want ze doen zich ook voor als iemand die de watermeting
komt doen of namens Ziggo komt. Ik wil dus dat we het onderwerp samen in
die zin verbreden, om zo effectief middelen in handen te geven. Een
tweede punt is dat wij de laagdrempelige manier van melden voor ouderen,
en voor iedereen die achter de voordeur zit en hier slachtoffer van kan
worden, willen verbeteren. Dat zit voor een deel in een directe lijn met
de politie. Die moet niet alleen lopen via 112, maar ook via een extra
knop die ingedrukt kan worden om beelden van een deurbel door te zetten
naar de politie, mocht je zo'n deurbel hebben. Er zijn allerlei
particulieren die zo'n bel deurbel hebben. Op het moment dat diegene op
beeld staat, scheelt dat namelijk enorm. Ik heb een pakket van dingen
die ik zou willen, maar dat gaat te ver voor deze discussie. Mijn
vermoeden is dat wij elkaar daar echt op gaan vinden.
De voorzitter:
Gaat u verder meneer Struijs.
De heer Struijs (50PLUS):
Ik ga verder. Ik ben ieder geval blij dat er bij veel partijen inzicht
is dat er toch wel geld bij moet, of het nou linksom of rechtsom is. Ik
ben zeker niet van de blanco cheque. Ik heb wel geconstateerd dat er
binnen de politie inderdaad nog eens even naar de NOS, de
niet-operationele sterkte, moet worden gekeken. Hoe verbindt je dat aan
elkaar? Ook ik ben licht geïrriteerd door het vermorsen van geld bij de
ICT-ontwikkelingen van de laatste jaren, maar het moet nu eenmaal op
orde worden gebracht. Ik wil zeker geen blanco cheque, maar wij zullen
alles steunen dat goed onderbouwd is. Wij zullen zelf ook proberen om de
eerste 46 miljoen te tackelen en op termijn die 350 miljoen voor elkaar
te krijgen. Nogmaals, dat is geen blanco cheque, want alle zinnige
dingen uit de kritische houding die mensen hier hebben, deel ik voor een
groot deel. Kortom, de politie staat onder water en de burgers zijn echt
de klos.
Ik vraag nog aandacht voor één ding. Ik ben enorm geschrokken van de
wijze waarop netwerkcorruptie en corruptie in alle geledingen van onze
democratie momenteel niet kunnen worden aangepakt. Ik heb ook bij de
infiltratiediscussie gehoord dat we er gewoon geen tijd voor hebben. Als
je dit soort dingen laat lopen, heb je echt een probleem.
Dan ga ik nog even naar de demonstraties. Met de demonstraties die
aangekondigd zijn en met wat voor niet-aangekondigde demonstraties eraan
komen door de onrust in de maatschappij staat de politie echt onder
water. Ik sluit een beetje anekdotisch af. Gisteren speelde mijn club
uit tegen Utrecht. Een commandant van Utrecht wilde mij even appen: ik
gun Sparta het allerbeste, maar laat ze niet winnen, want dan zijn we
bang voor de onrust. Dat was een cynische grap, want het dagelijkse werk
van elke politiebaas binnen de politie is het verdelen van de schaarste.
Ik denk dat we hun het voordeel van de twijfel moet geven. Wij zullen
elke motie steunen die die 46 miljoen dan wel op termijn die 350 miljoen
gaat garanderen.
Ik dank u wel.
De voorzitter:
U bedankt, meneer Struijs. Dan gaan we naar Diederik van Dijk, die
spreekt namens de SGP.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u wel, voorzitter. "Waakzaam en dienstbaar". Dit motto van de
politie komt steeds verder in de knel. Wie snijdt in capaciteit en
middelen, raakt onvermijdelijk de kern van het politiewerk. De SGP maakt
zich grote zorgen over de staat van onze politie. De politie zelf geeft
aan dat uitvoering en financiën niet langer in balans zijn. Dat is een
belangrijk alarmsignaal. Terwijl criminaliteit verhardt, taken toenemen
en de maatschappelijke druk groeit, laat de meerjarige financiële
situatie oplopende tekorten zien tot honderden miljoenen euro's per
jaar. Waarom kiest het kabinet op dit moment voor een koers die de basis
verder onder druk zet? En kan de minister concreet maken wat dit
betekent voor de daadwerkelijke inzetbaarheid van agenten op
straat?
Zichtbaar blauw op straat is een randvoorwaarde voor veiligheid.
Wijkagenten zijn de ogen en oren in de wijk, zichtbaar aanwezig in de
haarvaten van de samenleving. Juist die laag staat onder zware druk.
Wijkagenten worden structureel weggetrokken voor noodhulp.
Politiebureaus sluiten of zijn nauwelijks open. Inwoners kennen de
politie steeds minder als vertrouwd gezicht in de buurt. Kan de minister
garanderen dat deze tekorten niet leiden tot verdere afkalving van de
wijkteams?
Tegelijkertijd zien we dat schaarse politiecapaciteit steeds vaker wordt
opgeslokt door grootschalige, uit de hand gelopen demonstraties. Agenten
zijn urenlang bezig met het schoonvegen van snelwegen en het herstellen
van orde waar er al veel eerder had moeten worden begrensd. Hier wordt
de besluiteloosheid van het bevoegd gezag pijnlijk zichtbaar. Wanneer
bestuurders te lang aarzelen, te weinig kaders stellen en te laat
ingrijpen, wordt de politie ingezet als laatste vangnet. Dat gaat direct
ten koste van de beschikbaarheid in wijken en dorpen. Welke lessen trekt
de minister hieruit? Gaat hij samen met het lokaal gezag werken aan
striktere kaders om eerder in te grijpen, zodat de politie niet
structureel als sluitpost fungeert? En hoe wordt voorkomen dat
wijkagenten en basisteams telkens opnieuw het kind van de rekening
zijn?
Voorzitter. De gevolgen van structurele overbelasting zijn nu al
pijnlijk zichtbaar. Te veel zaken blijven op de plank liggen.
Doorlooptijden lopen op, de norm waarbinnen zaken behandeld moeten
worden, wordt in de meerderheid van de gevallen niet gehaald en
slachtoffers blijven in onzekerheid achter. Dat ondermijnt het
vertrouwen van de samenleving in de politie en de rechtsstaat. Deelt de
minister de analyse dat het niet halen van normen genormaliseerd dreigt
te worden? Welke concrete doelen stelt hij zichzelf om te voorkomen dat
achterstanden verder oplopen? En kan hij inzichtelijk maken hoeveel
zaken nu blijven liggen door capaciteitsgebrek?
Daarom pleit de SGP voor conjunctuurongevoelige financiering van de
strafrechtketen. Veiligheid mag geen sluitpost zijn. Politie, Openbaar
Ministerie en rechtspraak zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Als
er ergens wordt geknepen, stokt het geheel. Is de minister bereid om te
verkennen hoe structurele, meerjarige conjunctuuronafhankelijke
financiering vorm kan krijgen?
Voorzitter. Naast geld en capaciteit wil ik graag stilstaan bij de
interne organisatie. Steeds vaker bereiken ons signalen dat de politie
gebukt gaat onder managementlaag op managementlaag. Besluitvorming duurt
lang, verantwoordelijkheid raakt versnipperd en de afstand tot de
werkvloer groeit. Deze waterhoofdstructuur kost niet alleen geld, maar
vooral ook operationele slagkracht. Wat daarbij wringt, is dat er binnen
diezelfde organisatie wel ruimte lijkt te zijn voor steeds verdergaand
diversiteitsbeleid, voor projectstructuren en voor uitgebreide
aanwezigheid op zogenoemde inclusieve evenementen, terwijl de norm om
zaken op te lossen steeds vaker niet wordt gehaald en dossiers blijven
liggen. Dat roept de vraag op of de prioriteiten nog wel scherp in beeld
zijn. Wat de SGP betreft keren we terug naar de kern: opsporing,
handhaving en zichtbare aanwezigheid in de wijk. Is de minister bereid
om kritisch te kijken naar taken, programma's en managementlagen die
niet direct bijdragen aan de kerntaak? Waar ziet hij mogelijkheden om
deze waterhoofdstructuur af te slanken?
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Keurig binnen de tijd. Tot slot mevrouw Dobbe.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter. In de afgelopen paar jaar zijn door Haags
afbraakbeleid uit heel veel buurten en wijken politiebureaus verdwenen.
Nog meer politiebureaus en politieposten dreigen te verdwijnen. Dit
heeft grote gevolgen, juist in de buurten waar al veel voorzieningen
zijn verdwenen, waar de overheid steeds verder op afstand staat en waar
mensen zich steeds minder veilig voelen, waar de samenhang van de buurt
en de samenleving in de buurt onder druk staan en de sociaal-economische
verschillen groot zijn. Als de politie ook steeds verder op afstand komt
te staan, heeft dit gevolgen voor het vertrouwen dat mensen hebben in de
politie. Ik ben met een wijkagent op stap geweest en heb het grote
verschil gezien. In sommige buurten was het zo dat als de politieauto
verscheen, kinderen vroegen of de lampen van de auto aangezet konden
worden, en misschien zelfs de sirene, want dat was cool.
Maar in andere buurten reageerden de kinderen angstig. Wat kwam die
agent doen? De politie was niet cool, maar iets om bang voor te zijn.
Zij zien politie alleen als er iets naars gebeurt, dus als de politie
moet ingrijpen. Voor de rest is de politie namelijk uit de wijken
verdwenen. Met de afbraak van capaciteit en van tijd lukt het als agent
dan niet meer om een band op te bouwen met de buurt en de bewoners en om
zichtbaar te zijn. Dan kan de politie alleen nog maar reageren, niet
voorkomen. Zij kan niet meer weten wat er aan de hand is, wat er speelt
en bij wie. Dat breekt niet alleen de veiligheid in de buurten af, maar
ook de veiligheid van onze politiemensen.
In de brief van de minister van vorige week staat weer precies het
tegenovergestelde van wat hier zou moeten gebeuren. Bij iedereen die
zegt veiligheid en politie belangrijk te vinden, moet dat enorme
alarmbellen laten afgaan. Verwachte onderbezetting wordt alvast
inbegroot, terwijl de reactie op onderbezetting niet het alvast weghalen
van geld zou moeten zijn, maar het maken van een actieplan om deze
onderbezetting weg te werken. Dat is nodig. Het tegenovergestelde
gebeurt echter.
Ik lees ook in de brief dat de financiële opgave onder andere moet
worden ingevuld door een "strakkere vacatureregie" oftewel een
vacaturestop. Lees ik de beleidstaal van de minister goed? Hoe verhoudt
zich dat met onze door de Kamer aangenomen motie, die verzoekt dat
bezuinigingen niet ten koste zullen gaan van politiepersoneel? Aan de
ene kant wordt het aantal personeelsleden bij de politie ingeperkt. Ook
zullen de resterende politiemensen het met minder mensen moeten gaan
doen. Graag een reactie.
Ik lees verder in de brief: "afbouw van personele bezetting door sluiten
van al aangekondigde locaties". Ook dat is het tegenovergestelde van wat
nodig is. Hoe verhoudt dit zich met onze aangenomen motie om een pas op
de plaats te maken bij het sluiten van politiebureaus? Ook hier graag
een reactie op.
De basis moet namelijk op orde zijn. Daarom dienen wij een amendement in
voor 46 miljoen euro om het tekort voor de politie voor dit jaar te
kunnen dichten. Dat is het minimale dat de politie zegt nodig te
hebben.
We zullen ook een motie indienen om te voorkomen dat tekorten oplopen
tot 350 miljoen in 2030. Als we dit namelijk niet doen, dan verdwijnen
er 3.000 banen bij de politie. Dat zijn 3.000 agenten. Dat kan niet. Dat
mogen we niet laten gebeuren.
In het rapport Lokaal signaal van de Inspectie JenV staan belangrijke
conclusies. Dit rapport gaat over de kwaliteit van de opsporing van
basisteams. Daaruit blijkt iets waarvoor wij als SP al lang waarschuwen,
namelijk dat de kwaliteit van de opsporing zwaar onder druk staat. Dit
gaat met name ten koste van zedenzaken, van inbraken en van overvallen.
Slachtoffers zijn de dupe. In 2024 werden er al zo'n 46.000 zaken
stopgezet. Voor 2025 zijn het er misschien wel meer. Dit komt met name
doordat de capaciteit niet op orde is. De gevolgen voor de samenleving
zijn groot. De taken voor agenten nemen toe — daar hebben we het net al
uitgebreid over gehad — en worden complexer, maar het geld blijft uit.
Het is code rood bij onze mensen in blauw.
Bij zedenzaken is dat extra pijnlijk. Slachtoffers van seksueel geweld
moeten namelijk vaak te lang wachten voordat hun zaak wordt opgepakt
door de politie. Ondanks de inzet die er de afgelopen jaren is gedaan om
deze wachttijden te verkorten en ondanks het actieplan over de
doorlooptijden van zedenzaken, blijft het een enorm probleem. Het gaat
hierbij bijvoorbeeld om vrouwen die ontzettend nare en traumatiserende
dingen hebben meegemaakt en eindeloos moeten wachten op iets van
rechtvaardigheid. Dat is onrechtvaardig en heel pijnlijk. Ik vind het
een rijk en welvarend land als Nederland onwaardig hoe er met deze
slachtoffers wordt omgegaan en dat ze er zo lang op moeten wachten. Het
is niet de schuld van de politie of van zedenrechercheurs. Zij doen wat
ze kunnen. Ik weet dat ze er zelf ook enorm mee zitten dat ze het niet
gedaan krijgen. Het is de schuld van de politiek. Die vertikt het om
ervoor te zorgen dat er genoeg geld en capaciteit is om het op te
pakken. Graag een reactie hierop.
Hetzelfde geldt voor de aanpak van online seksueel geweld. Online
seksueel geweld is de laatste jaren namelijk gigantisch aan het groeien.
Parallel hieraan moeten de investeringen bij de politie dit kunnen
bijbenen. Ik hoor graag van de minister of dat kan als we niet het
absolute minimum, dat wat de politie nodig heeft om de basis op orde te
krijgen, bijpassen.
Helaas zien wij op dit vlak echt te weinig gebeuren. Eerder is al een
motie van onze kant, van de heer Van Nispen, aangenomen. Die motie
verzocht om de resultaten uit het rapport Online seksueel geweld uit
maart 2025 over te nemen. Wat is de stand van zaken hiervan? Dat hoor ik
graag.
Dank u wel.
De voorzitter:
Keurig binnen de tijd. Dank, collega's. Het is redelijk gelukt.
Minister, zou u genoeg hebben aan 35 minuten? Lukt dat?
Minister Van Oosten:
Ja. Als u dat zegt, gaan we dat doen.
De voorzitter:
Dat zou top zijn. Ik schors tot 12.00 uur. Ik adviseer de collega's om
dan ook nu meteen te lunchen, als ze dat willen.
De vergadering wordt van 11.24 uur tot 12.03 uur geschorst.
De voorzitter:
Beste mensen, we gaan beginnen. Ik heropen de vergadering. We zijn nog
steeds bezig met het wetgevingsoverleg Begrotingsonderdeel Politie. We
hebben de eerste termijn van de kant van de Kamer gehad. We hebben
geschorst en de minister is terug met zijn ondersteuning. Ik begreep net
dat de minister een inleidende tekst heeft, maar ik heb hem toch wel
vriendelijk gevraagd om daar niet te lang over te doen. Maar er zit een
relevante uitleg in, aldus de minister, dus we gaan onze oren spitsen.
Welke mapjes heeft u?
Minister Van Oosten:
Voorzitter, dank u wel. Ondertussen wordt mij koffie gebracht; bedankt
daarvoor. Ik heb een paar mapjes. Het eerste gaat over financiën. Dat
komt in de spreektekst ook voorbij. Daarna heb ik de kopjes:
politietaak, capaciteit personeel en andere relevante vragen. Die lopen
wat uiteen, zult u begrijpen.
De voorzitter:
Overige belangrijke zaken, bedoelt u.
Minister Van Oosten:
Overige belangrijke zaken, ja.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik heb een heel klein vraagje, puur ter informatie. Zoals u weet, liggen
er al amendementen op het terrein van politie. Komen die nu aan de orde,
of gaat dat van de week plenair gebeuren?
De voorzitter:
Dat is aan de minister wat mij betreft.
Minister Van Oosten:
De appreciatie gebeurt tijdens de begrotingsbehandeling, in lijn met hoe
het ook vorig jaar is gegaan, naar ik begrijp. Als ik dat mis heb, dan
moet ik dat nog even van u horen.
De voorzitter:
Even zodat er geen verwarring is: dit gaat over de amendementen. De
moties gaat u zo meteen …
Minister Van Oosten:
Ja, over de amendementen. De appreciatie van de moties komt na de
indiening daarvan.
De voorzitter:
Helder. De amendementen zien natuurlijk op de fundamentele vraag over
het tekort van 46 miljoen. Ik neem aan dat dat helemaal verweven is in
uw beantwoording, minister. Ik kan me voorstellen dat de collega's daar
ook wel enige duidelijkheid door kunnen krijgen. We gaan snel beginnen.
We gaan luisteren naar de minister. Ik kan me goed voorstellen dat de
collega's een goede discussie willen hebben met de minister. Wees
alstublieft kort bij het stellen van vragen. Dat helpt ook vaak bij het
krijgen van een beter antwoord. Ik ben er tot 13.00 uur of 13.15 uur.
Dan schorsen we even en neemt mevrouw Coenradie het voorzitterschap
over. De griffie en ik hebben het als volgt berekend. We hebben echt wel
een uur en drie kwartier om met de minister even goed de begroting door
te nemen. Als we om 13.45 uur beginnen met de tweede termijn en alleen
maar moties indienen, schorsen en appreciëren, dan gaan we het allemaal
redden. Goed? Dan gaan we snel beginnen. Minister, het woord is aan
u.
Minister Van Oosten:
Voorzitter, dank u wel. De collega's in de Kamer — zij hadden het er al
over — maar ook ik heb ongekende waardering voor al die agenten die elke
dag voor ons klaarstaan. Het vertrouwen van Nederlanders in de politie
is hoog. Dat is iets om te koesteren. Het wordt elke dag opnieuw
verdiend. We zijn allemaal ongekend trots op de agenten die met een
ongekende, nuchtere vastberadenheid bezig zijn om Nederland veilig te
houden. Dan heb je het over de wijkagent die iedereen kent, de collega
die een late dienst oppakt of een rechercheur die doorzet tot de
waarheid boven tafel is. Hun vakmanschap en toewijding vormen het
kloppend hart van het vertrouwen in de politie.
En dus — daarmee kom ik op het vraagstuk dat centraal staat — is het van
cruciaal belang dat de politie financieel in balans komt. Dat is geen
doel op zich, maar dat geeft rust en zorgt voor continuïteit en
voorspelbaarheid. Dat is nodig om het werk goed te kunnen blijven doen.
Ik noem de opsporing van bijvoorbeeld figuren, hufters, die tijdens oud
en nieuw de boel aanvallen, moderne middelen die werken en de politie
die klaar is voor de toekomst. Dan kunnen agenten blijven doen waar ze
voor staan en waarvoor ze zijn: aanwezig zijn als het ertoe doet, snel
handelen, het opsporen van strafbare feiten en ook menselijk blijven.
Dat laatste is zo belangrijk voor het politiewerk in ons land op de
momenten waarop het er echt toe doet.
Als minister ben ik verantwoordelijk voor de politie. Ik ben politiek
verantwoordelijk en ik ben stelselverantwoordelijke. Dat betekent dat ik
afstemming heb te zoeken met de gezagen; dat zijn de burgemeesters en
het Openbaar Ministerie. Daarmee stel ik ook de landelijke prioriteiten
vast. Ik ben verantwoordelijk voor de uitbreiding van bevoegdheden en
draag ook verantwoordelijkheid voor het beheer. Op financieel gebied
houdt dat in dat ik de begroting vaststel. Daar staan we eigenlijk,
goedbeschouwd, bij stil in dit wetgevingsoverleg.
Zoals eerder met uw Kamer is gedeeld, heeft de politie een hele forse
financiële opgave. Ik maak daarbij een duidelijke knip tussen de opgave
voor 2026 en de opgave vanaf 2027. We komen wel echt van heel ver. De
initiële doorlichting van de politie liet een aanzienlijke structurele
opgave zien van 850 miljoen euro. De politie heeft deze opgave zelf
teruggebracht door keuzes voor financieel-technische maatregelen die de
taakuitoefening van de politie niet raken. Denk bijvoorbeeld aan het
nemen van maatregelen rond de informatievoorziening, het binnen de
kaders brengen van huisvesting en het temporiseren van hrm-trajecten.
Alle mogelijke verantwoorde besparingen op posten anders dan personeel
zijn gedaan. Ook vanuit mijn departement is hier heel kritisch op
meegekeken.
Resteert de financiële restproblematiek die moet worden gedekt door de
personele bezetting te beperken. Dat is voor dit jaar 46 miljoen euro.
En ja, dat loopt op tot structureel ongeveer 350 miljoen vanaf 2030.
Daar hoorde ik de Kamer zojuist natuurlijk ook over. Maar we zijn daar
nu nog niet, want vandaag staan we stil bij de begroting voor 2026. Ik
zal straks nader expliciteren hoe die 46 miljoen euro wat mij betreft
ingevuld wordt, maar er is nog heel veel in beweging. Het is pas
januari; het jaar duurt nog ruim elf maanden. Ik kan de Kamer alleen
meenemen in de huidige stand van zaken. De politie is nog volop bezig om
met de burgemeesters en het Openbaar Ministerie de exacte consequenties
voor 2026 in kaart te brengen.
Voor de goede orde wil ik ook het volgende nog zeggen. Ik heb er geen
vragen over gekregen, maar ik wil dit toch gezegd hebben: de totale
begroting is de afgelopen jaren toegenomen. Voor 2026 bedraagt deze 8,5
miljard. Het is binnen dit financieel kader dat de financiële
problematiek moet worden ingepast en de politie maatregelen heeft te
treffen. Uit het laatst gevalideerde cijferbeeld blijkt dat in 2026 de
verwachting is dat de groei van de bezetting in de meeste eenheden
mogelijk blijft. Dat kunt u ook zien in de tabel die ik heb meegestuurd
met de Kamerbrief. U hebt mij hier eigenlijk allemaal naar gevraagd. Bij
de organisatieonderdelen Staf Korpsleiding en het
Politiedienstencentrum, het centrum waar de bedrijfsvoering is
ondergebracht, is de nodige begrenzing veruit — ik benadruk: veruit —
het stevigst.
Dan kom ik bij het punt dat ik graag extra wil toelichten en waarvoor de
voorzitter mij gelukkig enige tijd heeft gegeven. U heeft mij laten
weten bezorgd te zijn over de gevolgen voor de operationele slagkracht
van de politie. Laat mij daar zo veel duidelijkheid als mogelijk over
verschaffen. Bij de dekking van het resttekort van 46 miljoen geldt dat
de korpschef van mijn ambtsvoorganger de volgende opdracht heeft
meegekregen. De basisteams, de gebiedsgebonden politie en de opsporing
in de basisteams worden helemaal buiten beschouwing gelaten. Hiermee
wordt geborgd dat de aanwezigheid van de politie in buurt, wijk, stad en
gemeente en de opsporing in de basisteams niet geraakt worden. Met
andere woorden: wij komen in 2026 niet aan het blauw op straat. Ik hoor
menigeen van u dat wel stellen. Ik haal graag dat misverstand weg. De
politie gaat dus niet komen aan personeel dat belast is met noodhulp, de
afhandeling van 112-meldingen, heterdaadoptreden en eerste hulp bij
levensbedreigende situaties. De politie gaat ook niet komen aan
personeel dat gaat over wijkgericht politiewerk, zoals de wijkagenten en
de informatiepositie voor opsporing. Hetzelfde geldt voor de
informatiepositie van burgemeesters in het kader van de openbare orde,
voor zorg en veiligheid, voor het signaleren van ondermijning, voor
jeugdproblematiek en voor contacten met scholen, ondernemers en
buurtverenigingen. De politie gaat ook niet komen aan personeel dat gaat
over de basisopsporing van diefstal, mishandeling, vernieling,
buurtonderzoek, eerste verhoren en dossiers voor het Openbaar
Ministerie, openbareordehandhaving, optreden bij evenementen, het
ondersteunen bij noodbevelen van burgemeesters en samenwerking met boa's
en gemeenten. Er wordt in 2026 ook niet getornd aan de instroom van
aspiranten. Er worden geen mensen ontslagen. Ik wil ook benadrukken dat
er in 2026 posten zijn die worden gefinancierd met bijzondere bijdragen.
Ook die zijn buiten beschouwing gelaten. We hebben het dan over de
politie-inzet voor bewaken en beveiligen, de Dienst Speciale
Interventies, ondermijning, versterking van landelijke eenheden en de
bijzondere bijdragen inzake zedenzaken, waar velen van u ook op hebben
aangedrongen.
Aan de basisteams en de bijzondere bijdragen komt de politie dus niet.
Daar wordt ook geen begrenzing van de bezetting doorgevoerd, dus ook
niet op blauw op straat. De korpschef gaf aan dat bijvoorbeeld de
samenwerking in de opsporing van criminele samenwerkingsverbanden en
high impact crimes doorgaat. Wat dan wel? Mijn beginpunt en uitgangspunt
is dat de 46 miljoen euro gevonden moet worden bij de besparing op de
niet-operationele personele capaciteit. Het Politiedienstencentrum, de
korpsleiding en de staf zullen fors moeten besparen. Dat geldt ook voor
de bedrijfsvoering in de eenheden. Denk hierbij aan het niet invullen
van vacatures die er al zijn of die ontstaan in staf, ondersteuning,
communicatie, management en coördinerende functies. Daar waar slimmer en
efficiënter kan worden gewerkt, wordt dat ook doorgevoerd. In dat kader
— ik kom tot een afronding van mijn inleiding — ben ik ook tevreden en
blij met het verzoek van de korpschef om de korpsleiding met een CFO uit
te breiden. Ik steun haar daarin van harte. Ik verwacht namelijk dat de
korpschef, en via haar de CFO, prioritair gaat sturen op de oplossing
van de financiële problematiek, namelijk de 46 miljoen euro van dit
jaar. Ik verwacht daarbij dat ze er samen met de gezagen gericht op
stuurt dat de besparing maximaal wordt ingezet op de niet-operationele
capaciteit.
Ten slotte. Ik gaf al aan dat we aan het begin van het begrotingsjaar
staan. Ik kan niet uitsluiten dat de totale politiebegroting bij de
realisatie toch weer wat anders uitvalt dan in de ramingen. De
korpsleiding en de CFO gaan dit ook nauwgezet volgen en zullen mij
daarover informeren. Ik wil ook maximaal transparant met u zijn. De
korpschef zorgt daarom eind mei dit jaar voor een voortgangsrapportage
die inzicht geeft in het actuele beeld, de voortgang en de effecten. Ik
ga die met uw Kamer delen.
Voorzitter, ik heb nog een laatste opmerking. U mag mij erop afrekenen
als blijkt dat — ik meen dit echt — de basisteams, de posten en het
blauw op straat onder de bijzondere bijdrage voor 2026 niet buiten
beschouwing blijven.
De voorzitter:
Helder. Ik heb het volgende voorstel. Ik hoorde dat de minister het over
de volgende blokjes had: financiën, politietaken, capaciteit van
personeel en overig. Ik denk dat er in de uitleg van de minister al best
wel veel toelichting specifiek op die 46 miljoen zat. Laten we eerst die
46 miljoen als onderwerp bij de kop pakken. Ik kijk even wie er allemaal
een vraag heeft op dat onderwerp. Met een beetje mazzel hebben we dan
ook al wat dingen uit de andere mapjes behandeld. We gaan het zo in
goede banen leiden. Mag ik even alle handen zien? Mevrouw Faber, mevrouw
Michon, mevrouw Coenradie … Oké, ik geloof dat ik van iedereen een hand
zie. Vinden jullie het goed als ik gewoon aan deze kant begin?
Mevrouw Faber, gaat uw gang.
Mevrouw Faber (PVV):
Ik heb een hele korte vraag. De minister heeft het enkel over 2026, maar
hoe gaat het ná 2026 met de basisteams?
Minister Van Oosten:
Ik ben daar in mijn inleiding duidelijk over geweest. Vanaf 2026 loopt
het op naar 350 miljoen. Ik kan dat in mijn demissionaire status niet
veranderen. Voor 2026 zeg ik u dat we van de basisteams en het blauw op
straat afblijven.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Dank voor deze inleiding. Het was kraakhelder, en dat was ook nodig.
Dank u wel, zeg ik via de voorzitter richting de minister.
Ik heb een vraag. De minister zegt dat hij stelselverantwoordelijk is,
maar hij is de beheerder van de politie. De minister voert beheer over
de politie. Zou er in dat kader dan eigenlijk geen CFO ten behoeve van
de politie op het ministerie moeten zitten?
De voorzitter:
Een duidelijke vraag.
Minister Van Oosten:
Wij hebben een afdeling FEZ. Dat zijn voor mij kritische geesten die
precies volgen hoe het met de financiën binnen de politie gesteld
is.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Ik hoor een soort van schets. De minister schetst een wensbeeld van wat
hij allemaal niet wil, maar ik denk dat de praktijk veel weerbarstiger
zal zijn. Als de minister zelf in de Kamerbrief zegt dat de voorziene
personele onderbezetting opgevangen wordt door het niet vanzelfsprekend
100% bezetten van de formatie, dan zegt hij eigenlijk: we gaan een
vacaturestop invoeren en ondertussen gaan we kijken of we kunnen korten
op de arbeidsvoorwaarden, de omstandigheden waarbinnen de agenten moeten
werken. Ze moeten dus met minder mensen veel meer doen. Dat raakt
uiteindelijk toch ook de operationele slagkracht? Daar kunnen we toch
gewoon eerlijk over zijn, minister?
Minister Van Oosten:
Ik begrijp deze vraag van mevrouw Mutluer. In de Kamerbrief stonden een
aantal dingen die enkele Kamerleden terecht onder mijn aandacht hebben
gebracht. Zij vroegen: hoe zit dat nou precies ten aanzien van de
operationele slagkracht? De term was "maximaal". Ik ben hier gewoon maar
even heel eerlijk in. Ik ga niet voor mijn kap nemen dat, als we 46
miljoen euro gaan vinden in bijvoorbeeld de bedrijfsvoering, in de
niet-operationele capaciteit, dit dan gaat om werk dat niet bijdraagt
aan de algemene slagkracht van het politiewerk. Daarom heb ik er
problemen mee om in zijn algemeenheid te zeggen dat ik nergens aan kom,
want als je ergens 46 miljoen vindt, dan zit je ergens aan. Dat is de
reden waarom ik dit zeg. Ik probeer ook te expliciteren hoe dit zit in
verband met het politiewerk op straat, met het blauw op straat.
Misschien had ik dat strakker moeten doen in de brief, dus ik ben blij
dat ik dat dan langs deze weg recht kan zetten. Ik snap heus dat er in
de discussie die we met elkaar voeren, een verschil zit tussen
politiemensen, maar ik vecht net zo hard voor de agenten die werk achter
de schermen doen als voor de mensen die op straat lopen. Ik realiseer me
heel goed dat de mensen achter de schermen ook een cruciale bijdrage
leveren aan de slagkracht van de operaties.
De voorzitter:
Dat is op zich een helder antwoord, dus kort mevrouw Mutluer.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
In mijn beleving ontslaat dat de minister er niet van om regie te
voeren. Hij verwijst naar de afdeling FEZ. Dan denk ik: waar was die de
afgelopen jaren? Ik snap dat er een CFO komt. Eigenlijk had het niet
eens zover hoeven komen als de regie beter was opgepakt door het
ministerie. Tot slot wil ik daarop nog zeggen dat ik verwacht dat de
bezuinigingen van 46 miljoen van tafel gaan totdat meer inzichtelijk is
gemaakt waar het probleem zit. Ik denk dat je daarna echt een betere
discussie kan voeren. Begrijpt hij die wens van een aantal van de
Kamerleden hier? Zij zeggen: "Maak nou een pas op de plaats. Ga eerst
even kijken waar het probleem qua bedrijfsvoering, qua financiën en qua
beheer nou zit. Dat is namelijk echt aan onderhoud toe. Ga daarna kijken
welke taakstelling je wel of niet bij de politie neerlegt."
De voorzitter:
Collega Mutluer, u weet dat de minister niet in de hij-vorm wordt
aangesproken, maar als "de minister". Dus: begrijpt "de minister" het?
Dat gaan we nu zien.
Minister Van Oosten:
De eerste opmerking van mevrouw Mutluer zag op de medewerkers van de
afdeling FEZ. Als er bezwaar is of als er commentaar wordt geleverd ten
aanzien van de gevoerde regie, dan ligt die verantwoordelijkheid bij mij
en nooit bij iemand anders. Dat wil ik algemeen opgemerkt hebben.
Er is ontzettend hard gewerkt om van 850 miljoen terug te gaan naar 350
miljoen. Daar begon ik mee en daar begon ook deze hele discussie mee. Ik
ben eerlijk en duidelijk: dat bedrag van 350 miljoen is niet van tafel
met de begroting die we nu hebben, maar dit jaar spreken we over 46
miljoen. Ik geef heel duidelijk de kaders mee voor hoe ik daarop stuur
en voor hoe dus ook mijn mensen binnen het ministerie daarop sturen. Dat
brengt mij tot het tweede deel van de vraag. Dat bedrag van 46 miljoen
is niet van tafel. Ik zou ons allemaal ongelofelijk veel rust gunnen,
maar dat bedrag is er nu eenmaal. Ik zou mijn kop in het zand steken als
ik daar niet serieus mee aan het werk zou gaan. Ik zeg u dus wat volgens
mij het uitgangspunt moet zijn om dat op te lossen en ik ga u daar
maximaal transparant over blijven informeren. Dat hebben we nodig, want
de politie moet ook weten waar ze aan toe is. Er vinden nu veel
constructieve overleggen plaats met de gezagen, met de burgemeesters.
Geef dat dus ook de mogelijkheid om tot ontwikkeling te komen.
Mevrouw Coenradie (JA21):
We kunnen in ieder geval stellen dat het één grote puinbak is en dat er
echt geen regie is. Er is gewoon helemaal geen regie. We praten nu over
een CFO, en dat na al die jaren dat de politie überhaupt bestaat. Dan
denk ik: wat is er al die jaren gebeurd? Dat staat los van het feit dat
ik letterlijk zwart-op-wit van de politie heb gekregen dat voor de
bezuiniging van 46 miljoen met voorrang wordt gekeken naar in ieder
geval niet-operationele functies als staf en bedrijfsvoering, maar dat
niet het volledige bedrag daarvandaan komt. Dat heb ik hier voor mijn
snufferd. Volgens de politie is het dus simpelweg niet waar dat dat
bedrag van 46 miljoen niet ook de operationele slagkracht aangaat. Hoe
kan het nou dat ik deze mail heb gekregen en dit antwoord krijg van de
minister? Ik verwijs weer naar mijn spreektekst: wie spreekt hier toch
in vredesnaam de waarheid?
Minister Van Oosten:
Ik mag verwijzen naar het antwoord dat ik net richting mevrouw Mutluer
gaf wat betreft de algemene slagkracht van het politiewerk. Daarnaast
geldt — misschien is het goed om dat ook te benadrukken — dat er ook wel
wat werkzaamheden zijn die volgens de politie mogelijk onder de
operationele inzet vallen, maar die specifiek geen basisteamwerk zijn en
niet onder blauw op straat vallen. Denk daarbij aan de teams die
informatieproducten voor de politieorganisatie maken. Dat is ook
belangrijk werk. Om binnen de kaders te blijven gaan we daar voor dit
jaar in feite een personele begrenzing op zetten door te sturen op
vacatures. Als je dat doet, heeft dat natuurlijk effect op het team. Dat
is misschien heel goed op te vangen door het met elkaar te hebben over
hoe je dat gaat oplossen. Dat is veel te operationeel voor onze tafel.
Ik ga echter ook niet zeggen dat het helemaal geen effect kan hebben op
de operationele slagkracht. In die zin zijn het beeld dat mevrouw
Coenradie heeft gekregen en het beeld dat ik u geef misschien helemaal
niet zo uiteenlopend. Alleen, we kunnen nog onvoldoende zeggen waar het
toe leidt aan het einde van het jaar, of zich dat ook daadwerkelijk
openbaart en of het ook zo ernstig is als mevrouw Coenradie
vreest.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Tot slot, hoor. Ik vind het echt heel vervelend als we hier semantische
discussies voeren en er toch ruimte is voor ruis, want dan moeten we dit
soort zaken inderdaad op micromanagementniveau met elkaar gaan
betwisten. Alleen al dat gegeven geeft me gewoon geen prettig gevoel bij
de beantwoording over wat hier nu werkelijk de situatie is en wat we dan
met die 46 miljoen moeten. Laat staan wat we moeten doen met die 350
miljoen waar we nog met elkaar over moeten praten. Ik vind het tot nu
toe vrij onbevredigend.
De voorzitter:
Wilt u reageren, minister?
Minister Van Oosten:
Daar hoor ik geen vraag in, voorzitter.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Ik zou toch nog wat meer duidelijkheid willen. De minister geeft net aan
dat het blauw op straat en de basisteams worden ontzien. Maar er zit
natuurlijk nog een hele categorie tussen bestuur, staf en ondersteuning
en de twee precieze groepen die de minister net noemde. Ik denk
bijvoorbeeld aan opsporing, bepaalde recherchetaken en bepaalde
ICT-mensen. Die hebben natuurlijk een heel grote invloed op blauw op
straat en de basisteams. Zegt de minister nu dat hij ook die ontziet? Of
stelt hij die bij dezen gelijk aan de afdeling communicatie die hij net
noemde, de mensen die folders maken voor de politie zelf? Volgens mij is
dit de kern. Van welke mensen kunnen we het komend jaar nog het salaris
gaan betalen?
Minister Van Oosten:
Om te beginnen vallen er geen ontslagen. Mogelijk suggereert de laatste
opmerking van mevrouw Van der Werf voor de toehoorder dat dit wel aan de
orde zou zijn, maar er vallen geen ontslagen. Beginpunt en uitgangspunt
zijn de niet-operationele personele capaciteit. Dat gaf ik net ook aan.
Daarbij heb ik ook aangegeven waarop u mij mag afrekenen. Ik luister
heel goed naar wat u zegt. U maakt zich allemaal terecht druk om blauw
op straat, de basisteams et cetera — mevrouw Van der Werf breidt dat net
als mevrouw Straatman uit naar wat andere onderdelen van de
politieorganisatie — maar daar tornen we niet aan. Tegelijkertijd zei ik
net in mijn antwoord op de opmerking van mevrouw Mutluer en mevrouw
Coenradie dat de slagkracht van de politieorganisatie als geheel
natuurlijk wel op de een of andere manier die 46 miljoen euro moet
dragen en dat er ook functies zijn buiten het zicht van de, zeg maar,
actieve politie op straat. De voorbeelden die mevrouw Van der Werf
noemt, kunnen daar theoretisch gezien onder vallen. Dat kan ik niet
allemaal compleet uitsluiten, maar beginpunt en uitgangspunt zijn dat we
het vinden binnen de niet-operationele personele capaciteit. We staan
aan het begin van het jaar. Ik stuur daar zelf ook op. Ik laat u zien of
dat lukt of niet lukt. Ik maak met de korpschef afspraken, ook over de
terugkoppeling via de CFO. Dat is wat ik u kan bieden. Ik kan echter
niet alles compleet uitsluiten, want ik heb wel te maken met een
financieel kader en het is ook mijn taak om daar regie en sturing op te
geven. Dat mag u van mij verwachten, en dat is ook precies wat ik
doe.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Wat de minister van deze commissie mag verwachten, is dat zij
duidelijkheid heeft en kan krijgen over het politiewerk. De vraag of er
ontslagen vallen of niet, is natuurlijk niet de enige vraag. De vraag is
ook of de politieorganisatie de vraag uit de maatschappij aankan en
bijvoorbeeld het gestegen aantal zedenmisdrijven op een fatsoenlijke
manier kan afhandelen. Er is geen antwoord op die vraag als de minister
bij de basisteams en blauw op straat blijft. Ook nu geeft hij geen
duidelijkheid over waar het dan wél een tandje minder kan om te
voorkomen dat we op deze manier mensen en agenten raken.
Minister Van Oosten:
In de tabellen wordt een heel klein lettertype gebruikt; daarom zet ik
even mijn bril op. Ik denk dat het goed is om tegen mevrouw Van der Werf
te zeggen dat daarin te zien is dat de meeste eenheden kunnen groeien.
Dat ziet precies op het werk waar mevrouw Van der Werf op doelt. En ja,
de financiële kaders zijn strak; dat weet ik wel. Er zijn wel drie
eenheden waar de personeelsbegrenzing nog strakker wordt gevoeld dan bij
andere eenheden, maar daarvan zijn blauw op straat, het gebiedsgebonden
werk enzovoort dus uitgezonderd. Dus dan zul je nog strakker regie
moeten voeren om het elders te vinden. Het is dus niet zo dat de
politieorganisatie stilstaat. Het is ook niet zo dat er niet verder
wordt gegaan met de enorme investeringen die we allemaal de afgelopen
jaren in de politie hebben gedaan. Ik heb alleen wel te maken met de
kaders die er zijn en met die 46 miljoen euro waarvan het begin- en
uitgangspunt die niet-operationele capaciteit is; daar ben ik heel
duidelijk over geweest.
De voorzitter:
Vindt u dat voldoende? Ja. Dan gaan we naar mevrouw Straatman.
Mevrouw Straatman (CDA):
Ik heb een vervolgvraag op de vraag die mevrouw Van der Werf stelde, om
het nog meer toe te spitsen op de opsporing. De minister zegt dat het
niet de gebiedsgebonden politie en de opsporing raakt. Maar hij plaatst
dat telkens in de sleutel van de basisteams. Heel concreet: wat betekent
dat voor de districtsrecherche, wat betekent dat voor de regionale
recherche en wat betekent dat voor de landelijke opsporing?
Minister Van Oosten:
Wat betreft de algemene opsporing heb ik van de korpschef de toezegging
gekregen dat de opsporing van criminele samenwerkingsverbanden,
high-impact crime, echt buiten het basisteam zit en dat het
districtswerk, waar mevrouw Straatman ook op doelde, onverminderd
doorgaat. Hetzelfde geldt voor de aanpak van ondermijning en het
versterken van landelijke eenheden die juist een bijdrage leveren aan
die aanpak. U ziet dat overigens ook in de tabel. Dat blijft dus
doorgaan. Maar ik kan ook niet helemaal niks doen, want dan kom ik niet
uit met die 46 miljoen. Wat ik dus net heb geprobeerd te zeggen in de
richting van twee van uw collega's is dat als ik 46 miljoen ga vinden,
ik niet kan volhouden dat dat in het geheel die slagkracht niet zou
raken, ook al vind ik dat bedrag met name bij bedrijfsvoering et cetera.
Ook is het zo dat als er een vacature is bij met name teams die achter
de schermen aan het werk zijn, bijvoorbeeld met die informatieproducten
— dat is onderdeel van het gesprek dat plaatsvindt met de gezagen — die
vacature wellicht dit jaar niet wordt ingevuld.
Mevrouw Straatman (CDA):
Voorzitter, ik denk dat het aan mij ligt, maar ik begrijp het gewoon
echt niet. Ik denk dat er drie categorieën zijn en dat die nu de hele
tijd door elkaar heen lopen. De eerste categorie waar de minister het de
hele tijd over heeft, betreft de bedrijfsvoering, de
communicatieafdeling, de hrm-afdeling. Dat daarin wordt gesneden, is
duidelijk. Ik denk dat dat heel indirect de operationele slagkracht kan
raken, maar ik begrijp heel goed van de minister dat het niet direct die
operationele slagkracht raakt. De tweede categorie betreft de technische
experts en de digitale experts. Ik denk dat daarin snijden direct maakt
dat het werk van de wijkagent veel minder effectief kan zijn. Wat
gebeurt er met die categorie? Dan heb je nog de derde categorie. Die
betreft gewoon heel direct de mensen op straat en in de opsporing.
Begrijp ik nou goed van de minister dat zelfs in deze derde categorie,
de categorie die de operationele sterkte het meest direct raakt, er
mogelijk gesneden gaat worden in de opsporing?
De voorzitter:
Minister, kunt u ingaan op die drie categorieën?
Minister Van Oosten:
Ik ben een beetje voorzichtig met die categorieën, maar ik heb heel net
heel duidelijk genoemd dat we niet zitten aan de lokale opsporing vanuit
de basisteams. We zitten niet aan die basisteams. Maar wat mevrouw
Straatman categorie 2 noemt, kan tegemoetkomen aan het voorbeeld dat ik
gaf. Daarin heb je teams van specialisten die bijvoorbeeld
informatieproducten maken. Daar kan ik het niet helemaal uitsluiten.
Maar het is dus iets anders dan het blauw op straat. Het is ook een
gesprek dat met de gezagen plaatsvindt.
De voorzitter:
U bent de enige met een derde interruptie, mevrouw Straatman. Ik wil u
daar wel op wijzen. Alle collega's hebben zich aan twee interrupties
gehouden.
Mevrouw Straatman (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik doe dat omdat het gewoon onduidelijk blijft.
Als het gaat om de opsporing focust de minister de hele tijd op de
opsporing in de basisteams. Maar de opsporing is gewoon veel breder. Zou
de minister om een herhaling van veel dezelfde vragen te voorkomen, heel
duidelijk kunnen maken aan de Kamer, misschien op papier of later in een
informatiebrief, welke precieze categorieën en welke functies er binnen
de operationele slagkracht vallen en welke niet? Dat blijft namelijk, in
ieder geval voor mij, heel onduidelijk.
De voorzitter:
Is het mogelijk die informatie zo te verschaffen?
Minister Van Oosten:
Ik heb al toegezegd dat ik maximale transparantie wil geven. Ik ga u
sowieso een voortgang geven, ik dacht in mei. Dan kan ik wellicht ook
dit wat meer duiden. Verder verwijs ik naar wat ik net heel duidelijk
heb uitgesproken. Ik heb echt van de korpschef bevestigd gekregen dat
alle werkzaamheden, ook die we vanuit de bijzondere zaken bijdragen —
dat ziet voor een heel deel op wat mevrouw Straatman bedoelt; dat vind
ik althans — onverkort voortgezet worden. Ik zal het meenemen in de
brief. Daarin zal ik zo veel mogelijk proberen om de duiding te geven
die mevrouw Straatman vraagt, maar belangrijker nog is dat u dan
allemaal zicht kunt hebben op de realisatie van wat ik het beginpunt en
het uitgangspunt vind van hoe je die 46 miljoen euro gaat vinden bij de
niet-operationele capaciteit.
De voorzitter:
Oké. We proberen dit ook te noteren, zodat de collega's later weten wat
we dan krijgen.
De heer Struijs (50PLUS):
Ik richt me alleen op de 46 miljoen. Mocht het lukken — ik weet dat er
nu verdergaande plannen worden uitgewerkt — om binnen de operationele
sterkte de stafdienst van de korpsleiding, het politiedienstencentrum en
de stafeenheden binnen de eenheden bij elkaar te brengen en daar een
forse bezuinigingsslag op te maken, dan spreken wij van een
reorganisatie, met alle terechte arbeidsvoorwaarden van dien. De kortste
reorganisatie die ik heb meegemaakt binnen de politie duurde twee jaar
en twee maanden. Ik deel de analyse van de minister dat je dit jaar die
46 miljoen niet gaat vinden op basis van de huidige spelregels en
arbeidsvoorwaarden.
Minister Van Oosten:
Ja, zeg ik via de voorzitter tegen meneer Struijs, ik ga niet aan de
voorkant op mijn rug liggen. Dit is mijn inzet. Hier ga ik voor. Ik ben
het met u eens dat er nog veel werk te verzetten valt. Maar daar zeg ik
wel bij dat er al heel veel is gedaan. We zijn van 850 miljoen naar 350
miljoen gegaan. Maar we zijn nog niet weg. Ik hoor uw Kamer heel
duidelijk. U zegt tegen mij, terecht, dat ik aan een heleboel dingen
niet mag komen. Dat wil ik ook niet, en daar mag u mij op afrekenen. Dan
moet ik het ergens anders vinden, bijvoorbeeld daar waar de heer Struijs
op doelt.
De heer Struijs (50PLUS):
Dit is mijn laatste interruptie. Ik ken niemand binnen de politie of in
de directe omgeving die deze analyse niet steunt. Wij gaan geen 46
miljoen vinden in deze jaarbegroting. Ik waarschuw de minister voor deze
risicoanalyse, want hij doet een toezegging aan de Kamer. Ik als
volksvertegenwoordiger in een controlerende functie geef deze
waarschuwing heel nadrukkelijk.
De voorzitter:
Oké. Die waarschuwing is ontvangen.
Minister Van Oosten:
Dank u wel. Daarom benadruk ik ook dat dat mijn inzet is. Ik realiseer
me heel goed dat een inzet iets anders is dan dat het zich ook per
definitie openbaart. Dat is wat ik moet laten zien. Dat is ook wat u van
mij mag verwachten. Ik bied u maximale transparantie. We zijn nog aan
het begin van het jaar.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Het is in ieder geval goed dat we deze discussie voeren. De minister, en
dat begrijp ik heel goed, redeneert heel sterk vanuit die
bezuinigingsdoelstelling van 46 miljoen voor dit jaar. Het liefst zouden
we natuurlijk willen redeneren vanuit legitieme behoeften en taken, en
zouden we willen dat het budget volgend is. De minister zegt ook terecht
dat slagkracht breder is dan alleen blauw op straat. Dan rijst de
volgende vraag. Als 46 miljoen bezuinigen neerkomt op het wegsnijden van
vet, dan zal iedereen in de Kamer daar ja tegen zeggen. Maar, zoals ook
de minister terecht zegt, als het toch het inleveren van slagkracht
betekent, dan is het een heel ander verhaal. Dan zal deze Kamer
misschien zelfs zeggen dat er geld bij moet. Hoe krijgen we dat nou
scherp in de besluitvorming, zodat we zien wat die bezuiniging van 46
miljoen doet als het gaat om slagkracht, of dat nou op straat is of
daarbuiten? Hoe gaan we dat doen?
Minister Van Oosten:
Zoals ik al toegezegd heb, blijf ik de Kamer heel goed informeren. Ik
heb in de tabel de ramingen gegeven waar we naar werken. De uitwerking
daarvan gebeurt in de eenheden met de burgemeesters. Hoe dat uitvalt? De
heer Struijs heeft mij ook kritisch bevraagd rondom de inzet die ik zelf
wil plegen om dat echt te realiseren binnen de niet-operationele
capaciteit. Het is aan mij om u te laten zien hoe dat zich vertaalt,
maar het is aan ons allemaal, of aan u, om een begroting vast te
stellen, waarbij ik u kaders meegeef die maken dat je financieel
uitkomt. Beter kan ik het eigenlijk niet maken. Dat is waar ik op stuur.
Dit betekent wel dat er bij diverse eenheden onverkort, maar wel minder
dan aanvankelijk, groei in het politiewerk kan blijven plaatsvinden. Het
is wel belangrijk om ons dat te blijven realiseren.
Mevrouw Dobbe (SP):
Even over een aantal basistaken van de politie. We hebben het gehad over
de wijkagenten, hoe belangrijk de wijkagenten zijn in de buurt om
contact te houden met de buurt, om te weten wat er speelt, om dicht bij
mensen te staan, om te zorgen dat het vertrouwen in de overheid niet
daalt maar stijgt et cetera. We hebben het gehad over het belang van
wijkagenten. Al tijdenlang zien we dat die wijkagenten er onvoldoende
zijn en dat ze onvoldoende aan die taken toekomen. Hetzelfde zien we
bijvoorbeeld met zedendelicten. Als een vrouw wordt verkracht of
aangerand, blijft een aangifte vaak veel te lang op de plank liggen. Dat
is niet omdat de politie het niet wil oppakken, maar omdat ze dat niet
kunnen wegens capaciteitsgebrek. Datzelfde zien we vandaag met het
gestegen aantal aangiften als het gaat om zedendelicten, vooral online.
De politie loopt daarmee achter, niet omdat ze het niet willen, maar
omdat ze het niet kunnen. Hoe moet ik dat rijmen? Wij verwachten daar
oplossingen voor. Ik denk dat de hele Kamer hier oplossingen voor
verwacht. Hoe moet ik dat dan rijmen met het verhaal van deze minister?
Terwijl de politie zegt dat ze minimaal 46 miljoen euro nodig heeft om
in die taken te blijven voldoen, zegt deze minister dat dat helemaal
niet zal uitmaken voor deze taak.
Minister Van Oosten:
Om te beginnen met de wijkagenten: daar komen we dus niet aan, want dat
valt echt binnen de basisteams. Dat blijft dus zo in 2026. Er werd in
het bijzonder gerefereerd naar zedenzaken, maar die bijzondere bijdrage
blijft ook bestaan. Waar we wel ... Maar dat is eigenlijk een ander
vraagstuk. Dat relateert in the end natuurlijk wel aan de financiën, in
theorie zelfs in positieve zin, waar ik overigens niet heel gelukkig mee
ben, zeg ik er gelijk even bij. Als je vacatures hebt binnen de
opsporing, bijvoorbeeld op het gebied van zedenspecialisten, kan dat
financieel positief uitpakken. Maar het is veel belangrijker dat we de
goede mensen daar krijgen, want daar hebben we ook echt werk in te
verzetten. Dat relateert aan de opsporing in het algemeen. Dat werk is
zeker nog niet af.
Mevrouw Dobbe (SP):
De minister spreekt zichzelf tegen. De minister zegt in dit antwoord
namelijk ook: ik kan nu niet garanderen dat deze bezuinigingen de
operationele slagkracht niet raken. Dat zegt de minister ook. Hij kan
dat niet garanderen, want dat is natuurlijk niet zo. De functies
waarvoor nu vacatures worden stilgezet, zijn niet overbodig. Als er 46
miljoen aan compleet overbodige functies bij de politie bestaat, had hij
ons wel wat eerder mogen waarschuwen, want dan hadden we die eerder
kunnen wegsnijden. Maar dat is natuurlijk niet zo. Alles hangt met alles
samen. Mijn vraag staat dus nog steeds. Deze minister — daar wil ik
bevestiging van — kan dus gewoon niet garanderen dat de operationele
slagkracht bij wijkagenten, zedendelicten en allerlei andere taken van
de politie niet wordt geraakt. Het is onverantwoordelijk om te zeggen
"we gaan het in de gaten houden en we zien het aan het einde van het
jaar wel" als we dit van tevoren al weten. Is de minister het daarmee
eens?
Minister Van Oosten:
Ik heb net al aangegeven in antwoord op vragen van collega's van mevrouw
Dobbe dat ik het natuurlijk met u allemaal eens ben dat wanneer je 46
miljoen euro binnen de politieorganisatie gaat vinden, ook al vind je
dat primair — want dat is het uitgangspunt — in de niet-operationele
capaciteit ... Ik ga als minister van Justitie en Veiligheid,
verantwoordelijk voor de politie, niet voor mijn kap nemen dat dat niet
in zijn totaliteit de slagkracht van het politiewerk kan raken. Het zijn
namelijk allemaal, stuk voor stuk, mensen die ongelofelijk belangrijk
werk doen in het hele politieapparaat. Maar u heeft mij hier ook met een
opdracht neergezet om uit te komen binnen die 46 miljoen euro. Ik
luister heel goed naar wat u zegt. U wilt dat dat niet gehaald wordt bij
het blauw op straat et cetera. Dat is dus ook waar ik voor insta en waar
u mij aan het eind van het jaar op mag afrekenen.
De voorzitter:
Collega's. De 46 miljoen en de invulling daarvan waren een belangrijk
deel voor eenieder. De minister had een kopje financiën. Ik wil de
minister vragen: welke andere onderwerpen zitten nog in het blokje
financiën? Het is een dikker pak dan ik zou denken, maar ...
Minister Van Oosten:
Ja, maar heel veel is al gezegd. Over informatiedeling heb ik gezegd dat
ik dat meeneem in de brief in mei et cetera. Als het gaat om
amendementen, nemen we de integrale afweging mee bij de
Justitiebegroting.
Mevrouw Coenradie had een vraag over de autonomie van de politie.
Misschien is die nog onvoldoende aan de orde is gekomen. Eigenlijk
vraagt mevrouw Coenradie: kan de politie niet meer autonomie krijgen en
zelf bepalen waar ze de capaciteit inzetten? Men treedt natuurlijk op
onder het gezag van de burgemeester en het Openbaar Ministerie. Als
minister ga ik daar niet over. Tegelijkertijd lijkt het me belangrijk —
dat illustreert deze discussie ook — dat u ook de minister goed kan
bevragen op wat er financieel staat te gebeuren.
Ik heb volgens mij al het een en ander gezegd over de ramingen. In de
richting van de heer Van Dijk is mogelijk de vraag over het
conjunctuurgehalte in voldoende mate bevestigd.
Mevrouw Straatman had een vraag over de situatie na 2027. Dat heb ik
niet gezegd omdat ik me erg focus op '26, vanuit de rol die ik als
demissionair minister heb. Maar het is natuurlijk wel zo dat als het
gaat om keuzes om te komen tot een sluitende meerjarenbegroting vanaf
'27 op basis van de huidige cijfers, de korpschef met de gezagen
voorbereidingen treft. Daar mag u van uitgaan, want dat heb je als
ordentelijk bestuur te organiseren.
Ik kijk even naar mijn rechterhand. Ben ik op het punt van financiën nog
iets vergeten? Dat lijkt niet het geval te zijn.
De voorzitter:
Oké. Dat is top. Het mapje financiën is afgedaan wat de minister
betreft. Perfect. Dan kijk ik even naar de collega's wat betreft de
invulling van de 46 miljoen en de hele discussie daarover. Ik heb veel
collega's de ruimte gegeven, dus denk goed na of hierover nog een vraag
nodig is. Mevrouw Michon en mevrouw Straatman hebben nog een vraag.
Daarna ga ik strakker voorzitten ten aanzien van mogelijke vragen.
Mevrouw Michon.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Wat betreft de financiën vind ik het dunne lijntje waarop we lopen,
onprettig. Ik heb in mijn eigen bijdrage gezegd dat ik de bonden nog
steeds hoor praten over een tekort van 850 miljoen. Ik hoor nu van de
minister dat het 350 miljoen is. Kunnen we wat preciezere informatie
krijgen over de financiële doorkijk? Wat is er nodig om dat preciezer te
weten, zodat we allemaal wat meer houvast hebben? Ik denk dat veel van
het ongemak vandaag zijn basis heeft in het feit dat we niet een precies
overzicht hebben. Daar krijgen we een unheimisch gevoel van.
Minister Van Oosten:
Misschien mag ik de vraag van mevrouw Michon als volgt uitleggen. U mag
erop rekenen dat ik mijn best doe om daar in de brief van mei nader
inzicht in te geven. Anders mag u mij corrigeren. Dat wil ik zelf ook,
want wij hebben die 46 miljoen euro in te vullen. Het beginpunt en het
uitgangspunt heb ik duidelijk vermeld.
Mevrouw Straatman (CDA):
Ik had nog één verduidelijkende vraag, die de minister volgens mij nog
niet beantwoord heeft. De cijfers zijn nu gebaseerd op de personele
onderbezetting op basis van ramingen uit augustus 2025. Is dat nu ook
nog de stand van zaken of zijn er op dit moment meer accurate ramingen?
Want dat heeft direct invloed op het bedrag.
Minister Van Oosten:
Ik heb naar mijn beste weten geen accuratere ramingen, maar er is
natuurlijk nog wel heel veel in beweging. Dat heb ik net gezegd en dat
staat ook in de brief. We staan aan het begin van het jaar. Ik heb in
mijn inbreng duidelijk willen overbrengen dat ik, via de CFO, ook van de
korpschef verlang dat ik daarvan heel goed op de hoogte word gehouden,
want dat heeft alles te maken met de realisatie van die 46 miljoen op
een manier die mij en u aanstaat. Daar houd ik u dus echt goed van op de
hoogte.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik heb nog een korte vraag. Misschien heb ik het gemist in de inleiding.
In de brief van de minister staat dat de bezuinigingstaakstelling of
-doelstelling ingevuld zal worden door het sluiten van politielocaties.
Mijn vraag is: worden er dit jaar nog politiebureaus of politieposten
gesloten om die bezuinigingsdoelstelling te halen? Als dat niet dit jaar
is, wat wordt er dan in 2017 voorzien? Kunnen we dat in februari of
maart 2017 verwachten?
De voorzitter:
Mevrouw Dobbe bedoelt 2027.
Mevrouw Dobbe (SP):
Sorry, 2027. 2017 is al voorbij.
Minister Van Oosten:
Dat moet ik nagaan. U moet zich voorstellen dat de huisvestingsplannen
lopen via de gezagen. Daar kunnen hele goede redenen voor zijn, waar ik
verder niet over ga speculeren. Misschien kan ik dat meenemen in die
brief. Als dat voor u te lang duurt, dan moet ik kijken langs welke weg
ik u dat eerder kan laten weten. Ik durf nu niet zomaar ja of nee te
zeggen. Daarmee zou ik uw vraag geen recht doen. Ik wil het kritisch
bekijken.
De voorzitter:
Mevrouw Dobbe, kort.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dat is voor ons wel belangrijk om te weten. De minister zegt: het zou
kunnen dat bepaalde locaties worden gesloten of niet doorgaan. Maar het
gaat ons natuurlijk om politiebureaus en politieposten. Dat willen we
heel precies weten, want het jaar is al begonnen.
De voorzitter:
Politiebureaus en politieposten.
Minister Van Oosten:
Ik neem dat op me en ik ga u daarover rapporteren in de brief die ik
sowieso ga sturen. Als dat aan de orde is, dan kunt u dat daar heel
precies in lezen en dan kunt u zien hoe u dat zelf weegt.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Heel kort. Ik wil even doorgaan op wat mevrouw Michon-Derkzen zegt over
de behoefte om meer inzicht te krijgen in de financiën van de politie.
Er is aan deze kant van de tafel gesuggereerd dat het misschien helpt om
het begrotingsartikel voor de politie wat verder op te knippen om zo
meer inzicht te krijgen. Hoe ziet de minister dat soort
oplossingen?
De voorzitter:
De oude "knip het artikel op"-discussie.
Minister Van Oosten:
...
De voorzitter:
Uw microfoon, minister.
Minister Van Oosten:
Sorry, ik dacht dat ik op de knop drukte. Volgens mij was er nog een
vraag over de evaluatie van de Politiewet. Ik ben er nu geen voorstander
van om in één keer van alles te veranderen. Dat leidt af van de opgaaf
die we hebben. Dat is, even flauw gezegd, het realiseren van 46 miljoen
op een manier die ons aanstaat.
De voorzitter:
Oké. Is het blokje financiën, in ieder geval wat betreft de 46 miljoen,
oplopend naar 350 miljoen, nu afgerond? Dan kunnen we namelijk door naar
andere onderwerpen. Minister, u had een mapje financiën. Wat mij betreft
is dat bij dezen afgedaan.
Minister Van Oosten:
Wilt u door naar het mapje politietaak?
De voorzitter:
Ik vroeg me het volgende af, minister. U had een mapje capaciteit
personeel. Kunt u dat nog even duiden? Het zorgt namelijk bij ons voor
verwarring. Wat bedoelt u daarmee?
Minister Van Oosten:
In dat blokje ga ik een vraag behandelen over de Politieacademie,
aspiranten et cetera.
De voorzitter:
Check. Helder. Dank. Dank.
Minister Van Oosten:
Zal ik daar anders mee beginnen? Dan hebben we dat afgewikkeld.
De voorzitter:
Dat is prima. Dan begint u daarmee.
Minister Van Oosten:
Er is gevraagd of er andere manieren zijn om mensen op te leiden et
cetera. Het woord "zijinstromers" viel bij een aantal van u. Mevrouw
Michon-Derkzen en mevrouw Mutluer hebben daarnaar gevraagd. De
Politieacademie maakt voor onderdelen van een aantal specifieke
opleidingen, namelijk opleidingen voor zijinstromende specialisten en de
boa-opleidingen, gebruik van inhuur van derde partijen. De
verantwoordelijkheid van examinering en trainingen ligt wel bij de
Politieacademie, vanwege het geweldsmonopolie. Voor het opleiden van
breed executieve politiemedewerkers maken we maximaal gebruik van de
opleidings- en begeleidingscapaciteit van de academie.
Mevrouw Faber vraagt naar het selecteren van aspiranten op competenties;
laat ik het daar even bij laten. Wat mij betreft is het heel helder:
aanstellingseisen gelden voor alle toekomstige aspiranten, ongeacht de
diverse achtergrond.
De voorzitter:
Mevrouw Faber heeft een vraag.
Mevrouw Faber (PVV):
In de stukken is ook te lezen dat men wel selecteert aan de hand van een
diversiteitsbeleid. Ze hebben namelijk een doel van 35% wat betreft
personen met een etnischeminderheidsachtergrond. In eerste instantie
heeft dat dus de voorkeur, waarna er pas verder wordt gekeken. Moeten we
niet gewoon kijken wie er de beste persoon op de beste plek is? Als we
kijken in het WODC-rapport, lezen we dat "eerder onderzoek laat zien dat
veel rekruten binnen drie jaar na afronding van de basisopleiding de
politie verlaten. Een onevenredig hoog aantal hiervan heeft een
migratieachtergrond." Er wordt een voorkeursbeleid gevoerd, maar aan de
andere kant, als ze zover zijn, blijkt dat een onevenredig groot deel
van deze mensen de politie verlaat. Span je dan niet het paard achter de
wagen? Je stopt er namelijk heel veel energie en geld in, maar het
resultaat is dan toch minder dan verwacht; laat ik het zo stellen.
Minister Van Oosten:
Het WODC-rapport laat ook iets anders zien. Althans, als we het over
hetzelfde WODC-rapport hebben. Er zijn er namelijk meer. Het laat ook
zien dat het voor onze samenleving van belang is dat de politie toont
midden in de samenleving staan. Je kan er dus op verschillende manieren
naar kijken. Voor mij als minister staat uiteindelijk het feit dat je
ervan uit kan gaan dat elke politieagent die door de eisen heen is
gekomen, voldoet aan de hoge normen die we van onze politieorganisatie
mogen verwachten. Ik twijfel daar niet aan.
Mevrouw Faber (PVV):
In het WODC-rapport Samen sterker staat toch echt wat ik u al zei.
Vanwege de tijd ga ik het niet allemaal herhalen. Ik vraag me wel af:
moet je daarvoor zo veel effort inzetten? Het is natuurlijk prima als
mensen solliciteren, maar je hoeft niet per se naar etnische achtergrond
te kijken. Je kan toch gewoon de sollicitatie innemen en dan naar de
competentie kijken? De rest maakt dan in feite niet uit. Als ik dit
rapport van het WODC mag geloven, wordt er aangekoerst op een
diversiteitsdoel van 35%. Ik verzin het allemaal niet zelf. Of het
WODC-rapport moet niet kloppen, maar daar ga ik toch niet van uit.
Minister Van Oosten:
Er worden een paar onderwerpen bij elkaar gehaald. De aanstellingseisen
gelden wat mij betreft onverkort voor iedereen. Daarnaast is de
inspanning er natuurlijk in de algemeenheid van de organisatie op
gericht dat je de mensen die je hebt opgeleid en aan het werk hebt, aan
het werk houdt. Het is voor mij nu onvoldoende inzichtelijk in hoeverre
dat wel of niet altijd een succes is, maar wat mij betreft gelden er
onverkort even hoge normen voor de mensen die aan het werk zijn bij de
politie. Het is wat mij betreft ook niet de bedoeling dat je aan de
voorkant allerlei selecties laat plaatsvinden, anders dan de algemene
aanstellingseisen die je hebt.
Voorzitter, als u mij toestaat …
De voorzitter:
Heel kort nog, mevrouw Faber.
Mevrouw Faber (PVV):
Er staat toch echt een koersdoel van 35% in. Daar doe je dus iets mee,
want dat zet je er niet voor niets in.
Minister Van Oosten:
Dat kan ik hooguit verklaren door de stelling dat de politie ook een
organisatie is die midden in de samenleving moet staan. Onze samenleving
is heel divers en dat kan dus ook vorm krijgen binnen de
politieorganisatie. Dat neemt niet weg — ik voel mee een beetje een
grammofoonplaat — dat die aan dezelfde eisen dient te voldoen. Daar
wordt wat mij betreft ook niet in toegegeven.
De voorzitter:
Oké. De minister gaat verder.
Minister Van Oosten:
De vraag van de heer Van Dijk over de operationele slagkracht et cetera
heb ik al behandeld, denk ik. Die schuif ik dus terzijde.
Mevrouw Faber vroeg nog naar de inclusie en diversiteit. Dat hebben we
misschien net ook al besproken. De politie is een organisatie voor
iedereen. Waakzaam en dienstbaar. Iedereen heeft te handelen naar
dezelfde beroepscode en de gedragscode lifestyle-neutraliteit.
Mevrouw Faber vraagt ook naar de gebedsruimte bij de politie.
Mevrouw Faber (PVV):
Dat zijn eigen regels van de politie, maar in de praktijk zie je dat die
regels worden overtreden. Ik heb ook het voorbeeld gegeven van de
korpschef uit Flevoland, die zich gewoon helemaal mengt in de politieke
discussie.
Minister Van Oosten:
Op dat punt kan ik het volgende zeggen. Ik had die vraag nog liggen,
maar laat ik die gelijk meepakken. Ik ben heel terughoudend in het
recenseren van wat politiemedewerkers al dan niet voor een microfoon
hebben gezegd. Het is wel zo dat als daar een goede reden voor is, die
er misschien kan zijn, het aan de eenheidsleiding is om daarover in
gesprek te gaan met betrokkenen. Dat kan bijvoorbeeld gaan over hoe je
sociale media vormgeeft. Maar de politie is en blijft neutraal en treedt
neutraal op. De beroepscode en de gedragscode lifestyle-neutraliteit
zijn de leidraad. Punt.
De voorzitter:
Ik ga mevrouw Faber de kans geven hierop door te vragen, want het was
een essentieel onderdeel van haar betoog. Graag kort. Dat doet u
prettig.
Mevrouw Faber (PVV):
Deze korpschef geeft op het internet gewoon zijn eigen mening, onder
andere over Gaza en pro-Palestina. Hij heeft het zelfs over het kabinet,
over een bepaalde bijzonderheid van het kabinet en over niet wegkijken.
Dan heb ik het ook nog gehad over die taps en die aanslag op de
synagoge. Ik heb hier een heel feitenrelaas. Dat kan ik allemaal wel
opnoemen, maar dat klopt gewoon niet. Hij is een aanspreekpunt voor een
moskee. Hij staat op de bellijst. Als ze wat willen weten van de
politie, dan bellen ze hem. Dat staat op die taps. Dat kan toch gewoon
niet? Dan ga je toch wel heel erg ver, hoor.
Minister Van Oosten:
Net als iedereen hebben ook politiemedewerkers recht op hun eigen
mening. Dat is een feit. Gelijktijdig staat de neutraliteit van de
politie voorop. Dat benadruk ik. Er is een gedragscode. Hierin zijn de
kaders vastgelegd voor wat je wel en niet zegt. Vervolgens ga je daar
als eenheidsleiding over in gesprek met de betrokkene. Dat past bij goed
werkgeverschap. Men moet zich ook realiseren wat zoiets al dan niet
teweeg gaat brengen. Maar ik ga het voorbeeld dat mevrouw Faber hier
opbrengt echt niet recenseren. Dat vind ik niet mijn rol.
De voorzitter:
Mevrouw Coenradie, wilt u ook iets zeggen over dit punt?
Mevrouw Coenradie (JA21):
Ja, eigenlijk wel.
De voorzitter:
Een momentje, mevrouw Coenradie. Ik kan me wel voorstellen … Rustig aan,
jongens. Ik kan me namelijk best voorstellen, minister, dat dit wat
onbevredigend overkomt op de collega's. Ik snap dat de minister niet een
sectorhoofd wil recenseren, maar ik denk dat dit voor een aantal
collega's een fundamenteel punt is. Mevrouw Coenradie.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Ik moet collega Faber toch eventjes bijvallen wat betreft het koersdoel
uit het WODC-verhaal. Mijn vraag is namelijk ook wel in hoeverre de
politietop scherp heeft wat er nou precies nodig is op de werkvloer, als
dat hele koersdoel zo ontzettend belangrijk is. Het gaat namelijk niet
alleen om de formulering in zo'n rapport; het heeft ook een doorwerking
in de organisatie. Er zijn allerlei diversiteitstrainingen en
inclusiviteitstrainingen, waar heel veel geld mee gemoeid is. Dit staat
dus niet alleen op dit papier gedrukt; dit werkt door in de hele
organisatie. Als je het hebt over focus en de juiste prioriteiten
stellen, dan kun je je afvragen of hiermee de juiste prioriteiten
gesteld worden.
De voorzitter:
Kunt u die vraag beantwoorden, minister?
Minister Van Oosten:
Daarmee gaan we eigenlijk terug naar de vorige vraag. Met uw welnemen
kom ik ook nog even terug op mevrouw Faber, want daar vroeg u ook
aandacht voor.
De voorzitter:
Graag, als dat kan.
Minister Van Oosten:
Met betrekking tot het koersdoel zeg ik even dat de opleidingseisen voor
mij onverkort bovenaan staan. Als politieorganisatie die er voor
iedereen en alles is, probeer je goed in de samenleving herkend te
worden. Daar neem ik kennis van, maar het blijft een feit dat de
opleidingseisen en wat je van de politie mag verwachten op het gebied
van neutraliteit — daarmee sla ik een bruggetje naar mevrouw Faber —
onverkort bovenaan staan. Ik zeg het volgende richting mevrouw Faber en
ook richting u, meneer de voorzitter, omdat u mij de kans geeft om mijn
antwoord op dit punt nog wat aan te scherpen. Ik wil als politiek
verantwoordelijke voor de politie in dit land dat de politie ook echt
die neutraliteit uitstraalt. Ik zou het vervelend vinden als u daaraan
zou twijfelen. Ik hoop alleen dat u er begrip voor kunt opbrengen dat ik
vanuit mijn rol als minister niet op de stoel van de werkgever ga
zitten. Maar op het punt van mevrouw Faber zeg ik u toe dat ik dit punt
in z'n algemeenheid terugkoppel in het periodieke gesprek dat ik
binnenkort weer met de korpschef zal hebben: hoe borgt de politie de
neutraliteit en hoe borgt de politie het naleven van het handelingskader
ten aanzien van lifestyle, of — hoe noemde ik het net nou zo mooi? — de
gedragscode lifestyle-neutraliteit. Dat zeg ik u toe.
De voorzitter:
Dank voor de toezegging. Op welke manier krijgen we dat dan te
horen?
Minister Van Oosten:
Dat neem ik mee in de halfjaarbrief, in de reguliere
halfjaarbrief.
De voorzitter:
Dan doen we dat. Momentje, mevrouw Faber. Dit is uw vierde interruptie
op dit punt, maar gaat uw gang.
Mevrouw Faber (PVV):
Ik zal het heel kort houden. Ik wil graag dat er dan ook op tafel komt
waarom deze persoon aangifte heeft gedaan tegen volksvertegenwoordiger
Geert Wilders. Dat is volgens mij helemaal niet de taak van een
politieman in functie.
Minister Van Oosten:
Ik laat mij nooit uit over individuele zaken, dus ook op dit punt niet.
Daar moet ik echt mijn beperking in vinden. Ik hoop dat u dat
respecteert. Maar ik heb u wel mijn toezegging gedaan. Die ga ik gestand
doen.
De voorzitter:
Momentje. Ik denk dat mevrouw Coenradie nog op die 35% wil ingaan.
Mevrouw Coenradie?
Mevrouw Coenradie (JA21):
Ik heb eigenlijk toch wel moeite met iets wat in mijn optiek een beetje
contrair is. Aan de ene kant zeggen we dat de politie neutraal moet zijn
en aan de andere kant roepen we dat iedereen zich moet herkennen in de
politie. Dat betekent ook iets voor het diversiteitsbeleid. Ik vind dat
contrair aan elkaar. Iedereen herkent de politie. Je herkent ze
simpelweg aan hun uniform. Dat is bij iedereen hetzelfde. Ik vraag me
dus af waarom we toch nog zo ontzettend ons best doen voor het
diversiteitsbeleid. We stellen er geld voor beschikbaar en we maken er
focuspunten van, terwijl er voor de veiligheid van de samenleving toch
echt andere prioriteiten gesteld moeten worden. Ik ben heel erg benieuwd
in hoeverre de minister daarin wil doorpakken richting de
politieorganisatie.
Minister Van Oosten:
Diversiteit is een streven. Het is geen doel op zichzelf. Ik probeer wel
aan te geven dat de politieorganisatie als geen ander — ik denk dat we
dat allemaal wel met elkaar eens zijn — echt midden in de samenleving
staat. Die samenleving is heel divers. Waarop ik wil en blijf
doorpakken, is dat er niet getornd wordt aan de opleidingseisen. Ik
stuur erop dat die onverkort van kracht blijven en dat je van elke
politieagent, van elke politieman of politievrouw, in dit land mag
verwachten dat die op dezelfde manier handelt binnen de kaders die hem
meegegeven zijn.
Ik had nog een vraag en dan ben ik klaar. Die gaat over de gebedsruimte
van mevrouw Faber. Ik rond het blokje even af, als u het goedvindt,
voorzitter. Ik weet niet of er nou een bevestiging werd gevraagd, maar
de politie heeft inderdaad algemene stilte- en gebedsruimtes beschikbaar
op sommige politielocaties, voor zover daar behoefte aan en
belangstelling voor is. Dat is overigens bij meer werkgevers het
gebruik.
Ten slotte nog een vraag van mevrouw Coenradie. Zij vroeg naar een
specifieke casus waarbij iemand uit de korpsleiding is weggegaan. Het
klopt dat betrokkene uit de korpsleiding is gegaan, maar het is niet aan
mij om daar verder op in te gaan. Ik verwijs naar de berichtgeving van
de korpschef. Die gaat daar als werkgever over.
De voorzitter:
Oké, even kijken. Mevrouw Mutluer was volgens mij eerst, of niet?
Momentje, collega's. Mevrouw Mutluer mag als eerste.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Ik wil even terug naar de beantwoording door de minister van mijn vraag
over de politieopleiding. We hebben hier rondetafelgesprekken gehad en
we zijn heel erg kritisch geweest op, onder andere, de Politieacademie,
die een beetje een monopoliepositie blijkt te hebben. We hebben
nadrukkelijk, via drie moties, gevraagd om met een aparte
rechercheopleiding te komen. Ik zie in Kamerbrieven ook dat de instroom
op zich wel goed is geregeld, via de Politieacademie, maar dat de
doorstroom niet goed loopt. Ik stel dus nogmaals de vraag of de minister
bereid is om het gesprek met de politie nog een keertje te voeren en na
te gaan of er een aparte rechercheopleiding kan komen. Daarmee doel ik
op de samenwerking met private partijen en, nog nadrukkelijker, met de
universiteiten.
Minister Van Oosten:
Ik ga dat toezeggen. Ik wil er namelijk gewoon even meer van weten. Ik
sluit niet uit dat het alweer van iets langer geleden is. Ik ga het met
de korpsen bespreken en me laten bijpraten door mijn departement. Dan
geef ik u een terugkoppeling, ik denk in die brief waar we het net al
over hadden. Ik moet er even in duiken. Het spijt me. Ik vind "daar kom
ik op terug in de tweede termijn" net te makkelijk.
De voorzitter:
Oké. Dus in de halfjaarbrief komt het terug. We gaan dit noteren.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Dan hoop ik, zeg ik via u, voorzitter, dat de minister zich niet laat
wegsturen met de opmerking: die moties zijn afgedaan, want de
Politieacademie gaat het allemaal oppakken. Mijn kritische punt, en ik
denk ook dat van mijn collega's, is dat de PA dit niet alleen aankan.
Dit moet je veel breder bekijken, eventueel in samenwerking met andere
partijen. We hebben de opsporing, met name de lokale opsporing, brood-
en broodnodig.
De voorzitter:
Helder.
Minister Van Oosten:
Mijn toezegging ga ik gestand doen. Ik moet daarin duiken.
De voorzitter:
Precies. Bij het halfjaarbericht politie komen we erop terug. Dan kan de
Kamer ook zien hoe de moties zijn opgevolgd.
Mevrouw Faber en mevrouw Coenradie hadden nog interrupties. Heeft u op
dit specifieke punt een vraag, mevrouw Michon? Ja, zie ik. Als jullie
het goed vinden, gaan we dan eerst even mevrouw Michon doen.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Op dit punt, voorzitter. Ik deel de vragen en opmerkingen van mevrouw
Mutluer over de Politieacademie. In mijn bijdrage vroeg ik of de
minister nog steeds voornemens is om de onderbezetting op te lossen. We
hebben structurele onderbezetting. We hebben het er al jaren over dat de
formatie en de bezetting weer in lijn moeten komen. Nu zijn we een
beetje aan het wegdraaien van de discussie, omdat we geld zoeken. Maar
kan de minister bevestigen dat we nog steeds met elkaar bezig zijn om de
onderbezetting op te lossen en er dus voor te zorgen dat de politie op
volle sterkte werkt?
De voorzitter:
Kan de minister dat bevestigen?
Minister Van Oosten:
Wij zoeken onverkort mensen. Maar we hebben ze nog niet altijd overal
gevonden. Dat grijpt terug op de discussie waar we mee begonnen. U kunt
ook zien, voorzitter, dat die groei bij diverse eenheden ook
geprognotiseerd is.
De voorzitter:
Oké. Mevrouw Coenradie had een ander punt. U bent oké? Oké. Mevrouw
Faber.
Mevrouw Faber (PVV):
Even over de gebedsruimtes. De minister noemt het stilteruimtes. Maar
dat is natuurlijk om het een beetje af te vlakken, in mijn ogen; laat ik
het bij mezelf houden. Waarom is dat zo? Dat kan toch gewoon afgeschaft
worden? Je gaat toch niet naar je werk om daar te bidden? Wat zie je dus
ook? Er worden hele provocerende filmpjes gemaakt van agenten die in
zo'n ruimte op hun knieën op een gebedskleedje zitten. Dan vragen ze:
hoe is het bij jullie geregeld? Dat is in mijn ogen alleen maar
provoceren. Moeten we daar niet gewoon mee stoppen? Moeten ze niet
gewoon boeven gaan vangen?
Minister Van Oosten:
Ik val in herhaling. De politie heeft als werkgever ook goed te zorgen
voor het personeel. Dit is een keuze die gemaakt is vanuit goed
werkgeverschap. Daar wil ik verder ook niet aan tornen. Ik ben het
overigens wel eens met het uitgangspunt dat we van onze agenten
verwachten dat ze de straat op gaan om — ik citeer mevrouw Faber — "de
boeven te vangen", en dat doen ze ook allemaal, stuk voor stuk.
De voorzitter:
Ik kijk even rond. We hebben het derde kopje over capaciteit personeel
gehad. Dan resteert politietaak en belangrijke overige vragen. Ik denk
niet dat dat een heel dik mapje is, toch?
Minister Van Oosten:
Nee. Dat loopt nogal uiteen.
De voorzitter:
Oké. Is er nog iemand die een vraag heeft over capaciteit personeel?
Nee? Oké. Met jullie welnemen ga ik jullie verlaten om iets anders te
doen namens jullie, namelijk een boek in ontvangst nemen. Ik schors
even. Mevrouw Coenradie gaat zo voorzitten. Ik vertrouw jullie met de
verantwoordelijkheid om dit goed af te ronden tot 14.45 uur en hoop
daarop. Uiteraard dank ik de minister. Ik schors voor een enkel
ogenblik.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Voorzitter: Coenradie
De voorzitter:
Omwille van de tijd gaan we gelijk aan de slag, voordat iedereen op mij
zit te wachten. We gaan nu naar het kopje politietaak, als ik het goed
heb begrepen, in de beantwoording van de minister. Omwille van de tijd
wil ik eigenlijk alleen de broodnodige interrupties of misschien
helemaal geen interrupties meer toestaan, want we hebben natuurlijk ook
nog de moties die we met elkaar moeten doornemen en de schorsing die
daartussen valt. We moeten even goed kijken hoe we die tijd indelen. Als
eerste geef ik het woord aan de minister.
Minister Van Oosten:
Dank u, voorzitter. Ik zeg u toe dat ik ga proberen om kort en krachtig
te zijn. Er is al veel voorbijgekomen. De heer Van Dijk vroeg of ik
kritisch wil kijken naar politieactiviteiten die niet direct raken aan
de kerntaken. Dat is eigenlijk de discussie die we net hebben gehad
rondom de niet-operationele capaciteit. Ik heb wel benadrukt dat ook die
een bijdrage levert aan de slagkracht van de politieorganisatie als
geheel.
Mevrouw Straatman vroeg naar de kerntaken van de politie. Daarvoor is er
een strategische agenda, Stevig staan in deze tijd, opgebracht door onze
korpschef. Het streven is om de keuzes die worden gemaakt, sluitend te
krijgen met de meerjarenbegroting.
De heer Struijs vroeg naar digitale criminaliteit: de stand van zaken
van de ICT, de koppeling tussen het Openbaar Ministerie en burgers,
enzovoort. Ik denk dat dat een heel thema op zichzelf is, als ik heel
eerlijk ben. Het wordt nu in de behandeling van één vraag meegenomen.
Het volgende zal de heer Struijs ongetwijfeld weten, maar ik durf niet
te zeggen dat iedereen daar even goed van op de hoogte is. Dat geldt in
elk geval niet voor mijzelf, want het is al van even geleden. Er heeft
een uitgebreid onderzoek plaatsgevonden rondom de informatievoorziening
van de zijde van de politie, de dempende effecten en maatregelen die al
dan niet moeten worden genomen en het korpsportfolio-office dat op dit
ogenblik door de politie wordt ontwikkeld ter versterking van de
veranderopgave binnen het korps, juist op het gebied van de
informatievoorziening. Ik zou u op dit punt willen voorstellen om er op
een later moment meer recht aan te doen. Dat zeg ik niet om het nu
zomaar af te doen, maar ik zal het een passage geven in de halfjaarbrief
die sowieso standaard komt. Dan is iedereen weer even bijgepraat over
het onderzoek waarover ik het net had, want ik weet niet of iedereen dat
weet. Aan de hand daarvan, en wellicht aan de hand van het initiatief
van de heer Struijs, kunnen we meer inhoudelijk verder praten met
elkaar. Het is de langetermijnagenda, begrijp ik van de heer Struijs,
dus het hoeft ook niet in een maand opgelost te worden.
De voorzitter:
Ik zie dat de heer Struijs daar toch nog een opmerking over wil
maken.
De heer Struijs (50PLUS):
Ik wil ermee akkoord gaan onder de volgende voorwaarde. Het is inderdaad
voor de lange termijn, maar er is ook een kortetermijnstrategie. Die
raakt ons in de capaciteit en de financiën, want hier zit winst in. Zou
u dan ook de relatie en de samenwerking met Defensie rondom
cyberdreiging en cybercriminaliteit willen meenemen? Ik weet dat daar
wat beweging in zit. Politiemensen en militairen zeggen dat er meer uit
te halen is, zeg ik even huiselijk. Zou u dat kort mee willen nemen in
uw zesmaandenverslag?
Minister Van Oosten:
Ik kom zo nog terug op Defensie. Het zal langs die lijn zijn dat we nog
eens even goed moeten bekijken wat we daar mogelijk kunnen
toevoegen.
Mevrouw Straatman vroeg naar de verplaatsing naar de online wereld. Ook
dat is een thema waar we wat mij betreft op een later moment wat
uitgebreider over moeten praten, want dat is ontzettend in ontwikkeling.
Het doet het onderwerp geen recht als we het met de discussie in dit WGO
geheel afdoen. De aanpak van online criminaliteit moet versterkt worden;
dat ben ik geheel met mevrouw Straatman eens. Er komt ook een
voorziening die zorgt voor landelijk inzicht en overzicht van online
criminaliteit en voor samenhang. Die voorziening ondersteunt de
regionale eenheden bij het gericht opzetten van opsporingscapaciteit.
Verder worden de medewerkers in de basisteams getraind en uitgerust met
middelen voor digitale opsporing. Daar is dus echt wel oog en hart voor,
maar ik denk dat we daar nog niet over uitgepraat zijn naar de toekomst
toe.
De heer Struijs vroeg dus naar cybersecurity en Defensie. Defensie is
een van onze partners. Ik zeg dus graag toe dat ik dit meeneem in dat
halfjaarbericht; we zouden dat al dan niet in de sfeer van een
verkenning op dat punt kunnen toevoegen.
Mevrouw Michon-Derkzen stelde nog een vraag over opleidingen — daar
hebben we het vorige keer ook over gehad volgens mij — maar ook over
winkeldiefstallen et cetera. Welke agenda wordt uitgerold naar
aanleiding van het WODC-rapport "Met vereende krachten?", was haar
vraag. Daarin komen knelpunten en reflecties op dilemma's rondom de
publiek-private samenwerking ook naar voren. Ik meen dat we deze vraag
in december ook gekregen hebben, maar ik weet het even niet zeker. Op
dit ogenblik verkent mijn departement met de politie in hoeverre lessen
nog nader kunnen worden uitgediept en toegepast bij andere vormen van
publiek-private samenwerkingen die nog niet door het WODC zijn
onderzocht. Ook wordt door de politie verkend op welke gebieden nog meer
strategische partnerschappen kunnen worden ontwikkeld. Ik heb er zelf
ook wel een goed gevoel bij dat dit mogelijk moet zijn. Ik meen dat
mevrouw Straatman hier ook naar vroeg in het grotere geheel, maar je
kunt ook op kleinere schaal bepaalde vraagstukken misschien veel meer
met private partners oplossen. Dat kan ook een bijdrage leveren als de
politiecapaciteit schaars is. Ik stel voor dat we dat voorlopig een vast
onderdeel laten zijn van het halfjaarbericht, zodat het niet vergeten
wordt en ik de stand van zaken kan vertellen. Dan zijn we even wat
verder in de tijd.
Ik ga snel door naar de volgende vraag, namelijk over femicide en
huiselijk geweld. Volgens mij vroeg mevrouw Van der Werf daarnaar.
Terecht, want het is een zeer aangelegen punt. De veiligheidsagenda stem
ik altijd af met de regioburgemeesters en het Openbaar Ministerie. Dat
is as we speak going on, zeg ik maar even in fout Engels. Ik mag niet
vooruitlopen op wat daar precies in komt te staan, maar u mag wel weten
dat het thema natuurlijk aan niemand voorbij is gegaan. We moeten even
kijken hoe dat zich doorvertaalt. Maar ik mag hier niet zeggen wat de
veiligheidsagenda specifiek wordt, zoals u vraagt, omdat dat niet alleen
aan mij is.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Mijn indruk is dat de minister daar best een stempel op kan zetten. Is
het ook niet zo dat dit onderwerp per definitie in tegenstelling is met
bijvoorbeeld meer regionale speerpunten of zaken die de mensen in zouden
kunnen dienen die de minister net noemt? Volgens mij leggen we hierbij
ook een heel breed gedeeld sentiment in de Kamer bij de minister
neer.
Minister Van Oosten:
Mevrouw Van der Werf mag erop rekenen, en daarmee ook de burgemeester,
dat het Openbaar Ministerie natuurlijk niet blind is voor dat wat er in
de samenleving speelt en welke heftige incidenten er hebben
plaatsgevonden. U mag er dus van uitgaan dat huiselijk geweld, femicide,
vrouwengeweld et cetera nadrukkelijk worden meegenomen in de bespreking
die we op dit ogenblik voeren.
Dan kom ik bij een ander thema. De heer Struijs vraagt namelijk naar
ouderenmishandeling. Dat is absoluut een belangrijk thema, waar de
politie ook aandacht voor heeft. Dit onderwerp is onderdeel van de brede
aanpak van huiselijk geweld van de politie.
Dan had mevrouw Straatman nog een vraag rondom de zorgproblematiek. Ook
dat is een aangelegen thema. Het kwam van de week al even voorbij, maar
heel binnenkort, op 12 februari, gaan we samen met andere
bewindspersonen hierover in commissieverband met uw Kamer in gesprek. Op
dit moment wordt dit onderwerp in interdepartementaal verband — ik vind
dat een vreselijk woord, maar het is nou eenmaal wat het is — en met
diverse procesregies opgepakt. Dit is gewoon een heel aangelegen punt.
We weten ook allemaal wel dat de politie-inzet hierop door de
politieschaarste wordt beïnvloed. We gaan daarover praten met
elkaar.
Mevrouw Mutluer vroeg nog naar de ruimte binnen de Politiewet voor de
veiligheidsopgaven. Even los van het antwoord wat u daar al dan niet
wenselijk op vindt, gaat er een vervolgevaluatie van de Politiewet 2012
van start. Dat wilde ik eigenlijk eerder zeggen, want dat komt ook
tegemoet aan mevrouw Coenradie, die het ook over de Politiewet had. Daar
zou misschien een antwoord kunnen worden gegeven op uw vraag. Of dat
antwoord u dan bevalt, is weer het volgende. Daar gaan we mee aan de
slag. De eerste stap is nu dat er op dat punt een WODC-onderzoek gaat
plaatsvinden. Dat gaat wel nog even wat tijd innemen, maar dit thema zal
zeker in uw Kamerperiode terug komen.
Mevrouw Straatman had een vraag rondom demonstraties en de schaarse
opsporingscapaciteit. Zoals u weet heeft daar ook een onderzoek naar
plaatsgevonden. Ik kom daar later, samen met mijn collega van
Binnenlandse Zaken, nog nader bij u op terug om te bespreken welke
maatregelen daar al dan niet nog op moeten volgen. U krijgt die reactie
voor het komende meireces. Ik heb dat eerder bij een ander debat in een
andere setting al toegezegd. Datzelfde geldt dan dus ook voor het
gesprek met het Openbaar Ministerie ten aanzien van het WODC-rapport
rondom demonstratierecht. Dat heb ik uw Kamer ook toegezegd. Ik zal dat
dus ook meenemen in de inhoudelijke beleidsreactie die u nog van mij
tegoed heeft.
Dan kom ik bij de wielerkoersen in het bijzonder. Ik zal daar vervolgens
een brug slaan tussen de al dan niet disproportionele inzet bij grote
opgaven. Als het specifiek gaat om de wielerkoersen, zeg ik dat de
evenementenorganisator verantwoordelijk is voor een goed en veilig
verloop. Dat zie je overigens bij allerlei evenementen die je
organiseert, of dat nu feesten, partijen, sportevenementen et cetera
zijn. Als daar politie-inzet voor nodig is, dan is het altijd aan het
lokale gezag om daar toestemming voor te geven. Ik herinner mij uit
eigen ervaring dat je daar binnen een regio aan de hand van een agenda
afspraken over probeert te maken. Burgermotorverkeersregelaars kunnen de
druk op de politie verlichten. De KNWU is bezig met het ontwikkelen van
een richtlijn voor deze groep. Het ministerie van VWS heeft daarvoor een
subsidie versterkt. Met mijn collega van VWS en de wielerunie ben ik in
gesprek over de voortgang van deze richtlijn. Daar ga ik u van op hoogte
houden, maar ik weet even niet wanneer. Ik weet niet wanneer dat past.
Misschien loopt dit het beste via VWS.
Dan sla ik de brug naar de al dan niet disproportionele inzet. Moet
daarvoor een financiële bijdrage worden geleverd? Het is misschien goed
dat ik u meegeef dat we dit eerder hebben verkend aan de hand van een
motie van mevrouw Bikker uit 2022. Wellicht kunt u daar nog een keer
induiken. Daar valt van alles over te zeggen. Ik ben zelf wat
terughoudend hierin, zeg ik eerlijk. Ik snap alle vragen en opmerkingen
wel evenals de sentimenten die kunnen ontstaan, maar als ik het helemaal
platsla, zou ik ervoor willen waken dat we politie-inzet ook afhankelijk
laten worden van commercie, al is het maar voor een stukje. Zo van:
degene die het kan betalen, mag rekenen op de politie. Dat is misschien
ook niet de samenleving waarnaar we verlangen. Wellicht is het ook niet
wat mevrouw Straatman vraagt, maar het kan wel een effect hiervan zijn.
Daarom ben daar wat terughoudend in. Zoals ik net in het antwoord over
de wielerkoers aangaf, moet iedereen in principe in afstemming met het
lokaal gezag kunnen rekenen op politie-inzet. Ik ben het echter met
mevrouw Straatman eens dat ik me, als ik gewoon naar de televisie kijk
of überhaupt in de buurt van een voetbalstadium kom, de vraag stel: goh,
bij dit specifieke evenement staan wel heel veel meer agenten dan bij
een ander evenement. Dat zal de noodzakelijkheid van het moment
zijn.
Mevrouw Van der Werf en mevrouw Mutluer vragen nog naar de ...
De voorzitter:
Excuus, mevrouw Straatman heeft een vraag. Kort graag!
Mevrouw Straatman (CDA):
De minister zei dat het de noodzakelijkheid van het moment is dat er
ergens veel meer politie-inzet is. In de vraag en het idee om het te
verkennen zit niet dat je het weer wilt vercommercialiseren, absoluut
niet. Je wilt juist de maatschappelijke verantwoordelijkheid aanwakkeren
van de partijen die gewoon disproportioneel veel inzet vragen. Het is
precies zoals de minister zegt: de wielrenkoersen doen heel veel en
zoeken naar alternatieven om via allerlei burgerinitiatieven de
veiligheid op orde te brengen. Zouden we niet ook voetbalclubs een
bepaalde prikkel moeten geven om op zoek te gaan naar alternatieve
manieren om bijvoorbeeld hun achterban onder controle te houden in
plaats van dat we dat allemaal afwentelen op politiemensen?
Minister Van Oosten:
Ja, maar dat gebeurt natuurlijk al. Van voetbalclubs mag je al heel veel
verwachten. Dat zie je niet alleen bij professionele clubs, maar ook bij
amateurclubs. Voor nu ga ik dat niet specifiek zo oppakken. Ik heb u wel
een handreiking gegeven, waar u wellicht meer informatie in kan vinden.
Ik wacht even af of er eventueel van uw zijde iets komt.
Mevrouw Van der Werf en mevrouw Mutluer vroegen nog naar de monitoring
van de professionalisering in het heimelijk domein. Daar hebben we het
eerder al over gehad. Ik mag verwijzen naar de visitatiecommissie die is
ingesteld. Die bestaat uit experts met inhoudelijke kennis en expertise,
maar wel met afstand tot de praktijk. U mag erop rekenen dat ik als
minister dit proces nauwlettend blijf volgen en dat ik hierover
doorlopend in gesprek ben met de korpschef. Ik denk dat het goed is dat
we ook dit punt en het verloop van de gesprekken met de korpschef laten
terugkomen in de halfjaarbrief. Het voelt een beetje flauw om elke keer
naar die halfjaarbrief te verwijzen, maar het zijn toch punten die
blijven terugkomen.
De voorzitter:
Kort, mevrouw Mutluer.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Hier ligt gewoon een patroon onder. Als je dat niet voldoende monitort
en de druk ervan afgaat, dan verslapt de boel. Dat was de boodschap die
wij kregen tijdens het openbare gesprek met de heer Schneiders en
mevrouw Sorgdrager. Dit gaat dus niet alleen over undercoveragenten,
maar ook over de Landelijke Eenheid en de eisen die wij na heel veel
rapporten hebben gesteld. Ik verwacht dus meer dan een
visitatiecommissie, die één keer in het jaar even de boel controleert,
of een inspectie, die in mijn beleving een andere taak heeft. Er werd
nadrukkelijk gevraagd om die druk. Ik vraag nu weer aan de minister: hoe
gaat hij daarvoor zorg dragen? Dat is meer dan alleen: ik ga over een
halfjaar wel met berichten komen over hoe ze dat vorm gaan geven. Het
antwoord kan ik zo raden.
Minister Van Oosten:
Maar dan vult u in hoe ik mijn werk achter de schermen doe. Ik
rapporteer in die halfjaarbrief aan u, maar ik heb elke zes weken een
gesprek met de korpschef. Daar is dit ook onderwerp van gesprek. Ik wil
daarover bijgepraat blijven. Dat zeg ik u toe en daarover kan ik dus aan
u terugrapporteren in die brief. Dan kunt u ook controleren of ik dat
heb gedaan. Wat betreft de visitatiecommissie vind ik, met uw permissie,
voorzitter, dat u ... Ik heb vertrouwen in de werking van deze
visitatiecommissie en in de experts waarmee die gaat worden gevuld. Het
moet momentum kunnen krijgen.
Mevrouw Faber vroeg nog of politie in het buitenland bijdraagt aan de
rechtsstaat in Nederland. Ik zou willen zeggen: ja. Ik hoor mevrouw
Faber die vraag stellen, maar in de paar maanden dat ik minister ben
geweest, heb ik zelf ook een aantal bezoeken aan het buitenland mogen
brengen. Ik wil daar misschien bij de begrotingsbehandeling nog iets
meer over vertellen. Daar heb ik ook regelmatig politieliaisons mogen
ontmoeten. Ik ben ongelofelijk onder de indruk van het werk dat men daar
doet en de belangen die men daar dient. Dat geldt ook voor liaisons van
het Openbaar Ministerie die we in het buitenland hebben. Voor de
bestrijding van georganiseerde criminaliteit, waar wij hier in Nederland
echt ongekend veel last van hebben, is het cruciaal voor je
informatiepositie dat je goede contacten in het buitenland hebt.
Mevrouw Coenradie stelde een vraag over een verkenning naar structurele
civiel-militaire ondersteuning. U vroeg niet naar de KMar, maar die is
wel een onderdeel van Defensie, zeg ik er even bij, en daar kunnen we
een beroep op doen. Politiebijstand heeft altijd een incidenteel
karakter en kan nodig zijn om verschillende redenen, bijvoorbeeld omdat
er onvoldoende capaciteit is om een taak uit te kunnen voeren et cetera.
Dan kunnen er extra mensen of middelen bij wijze van bijstand worden
ingezet. De KMar is dan het eerste waar je aan denkt, maar het kan ook
een ander defensieonderdeel zijn. Ik heb het zelf ook weleens meegemaakt
toen de explosievendienst moest worden ingeschakeld bij mensen die van
alles en nog wat in elkaar hadden gesleuteld. Dat gebeurt dus. Voor
structurele bijstand zie ik geen aanleiding. Ik heb wel toegezegd dat ik
best eens een keer wil verkennen met de collega van Defensie hoe men
elkaar kan versterken. Daar ben ik toe bereid en daar kom ik op terug.
Dat ziet wel op iets anders dan waar mevrouw Coenradie specifiek op
doelt, denk ik. Het is misschien niet helemaal wat u bedoelt, maar het
kan wellicht een haakje zijn om daar later weer over door te
praten.
Mevrouw Dobbe van de SP stelde een vraag over online seksueel geweld.
Hoe zorgen we ervoor dat we dit kunnen blijven bijbenen? Het aantal
meldingen maakt dat het kabinet nadrukkelijk inzet op een integrale
aanpak van online seksueel kindermisbruik en dan met name op nauwe
samenwerking. Dat ziet op van alles: preventie, signalering,
strafrechtelijke aanpak. De politie is daarmee één van de partijen die
daar absoluut een rol in speelt. Ik mag u ook verwijzen naar de
maatregelen die bijvoorbeeld in Europees verband op dat vlak worden
genomen.
Voorzitter. Daarmee heb ik dit blokje, meen ik, af.
De voorzitter:
Oké. Ik zie een hand omhooggaan. Volgens mij heeft mevrouw Dobbe een
vraag.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ja, over online seksueel geweld. Dank aan de minister voor het antwoord,
maar het was niet helemaal waar ik naar vroeg. Ik heb namelijk specifiek
gevraagd naar de resultaten van het rapport Online seksueel geweld. Er
is een motie van de heer Van Nispen aangenomen waarin is verzocht de
aanbevelingen die daarin zijn gedaan, over te nemen. Ik snap dat er een
integrale aanpak is die, in de woorden van de minister, "op van alles
ziet", maar hoe zit het met de resultaten van dat rapport?
Minister Van Oosten:
Het spijt me. Dat antwoord moet ik u nu schuldig blijven. Misschien lukt
het in de tweede termijn. Zo niet, dan moet ik de terugkoppeling anders
organiseren. Dat kan ik even niet overzien, maar u heeft wel recht op
een goed antwoord.
De voorzitter:
Minister, dan gaan we volgens mij naar het laatste kopje. Ik zit een
beetje te duwen gelet op de tijd, maar dat heeft er alles mee te maken
dat het mooi zou zijn als we om 13.45 uur met de tweede termijn zouden
kunnen beginnen, want dan is daarvoor nog voldoende ruimte. Dus als het
niet heel prangend is, mevrouw Faber …
Mevrouw Faber (PVV):
Ik laat de motie het werk wel doen.
De voorzitter:
Oké. Dan zou ik de minister graag het woord willen geven voor, bij mijn
weten, het laatste kopje.
Minister Van Oosten:
Ja, dat klopt, voorzitter. Ik doe echt mijn best om snel te praten en
kort en bondig te blijven, maar u moet het ook kunnen verstaan.
Onder anderen mevrouw Straatman en mevrouw Van der Werf vroegen naar het
nieuwe verdeelmodel. De verdeelsleutel heb ik met u gedeeld in het
tweede halfjaarbericht 2025. Maar goed, dan hebben we het wel over de
nieuwe sterkte, en dat is in de toekomst. Maar "die kunt u kennen". Is
dat goed Nederlands? Die heb ik u in elk geval toegezonden.
Mevrouw Coenradie vroeg nog wat de minister ervan vindt dat agenten de
instructie zouden krijgen om bepaalde wijken niet in te gaan om daar te
controleren et cetera. Ja, dat trek ik mij wel aan. Ik heb dus meteen
geverifieerd of dat zo is; dat hebben we net nog gedaan. Als ik lieg,
lieg ik in commissie, maar ik heb niet begrepen dat er een instructie op
die weg ligt. Het zou mij ook verbazen als dat wel zo is, want de
overheid in Nederland geeft nooit op. Ik heb eerder in antwoord op
vragen van een van u ook gesteld dat er in het kader van de acties die
je hebt te ondernemen, de veiligheid van de politiemensen et cetera,
soms reden kan zijn om even een stap terug te doen, maar dat gebeurt
altijd om daarna weer een stap vooruit te zetten, want de overheid geeft
nooit op.
De voorzitter:
Minister, er is een interruptie. Om even hierop in te gaan: iedereen kan
dit zien; het is dus een heldere boodschap. Ik zou graag aan mevrouw
Michon-Derkzen het woord willen geven voor, denk ik, een interruptie op
het vorige punt.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ja, over de nieuwe verdeelsystematiek. Daar had ik in eerste termijn ook
een vraag over. Uit de stukken begreep ik dat de nieuwe
verdeelsystematiek ziet op een nieuwe sterkte. Maar wie heeft het over
nieuwe sterkte als we nog over de volle breedte met onderbezettingen
kampen? Ik vraag mij dus zeer af of de nieuwe verdeelsystematiek
überhaupt wel in Frage komt als we met elkaar nog zo ons best moeten
doen om überhaupt op sterkte te komen. Laat staan dat we het over een
nieuwe sterkte kunnen hebben, en dat geldt zowel voor mensen en opleiden
als voor geld.
Minister Van Oosten:
Ik hoor mevrouw Michon-Derkzen deze vraag stellen. Ik geef u netjes
terug wat de afspraak is rondom de nieuwe verdeelsleutel. Dit is ook zo
besproken in wat we het LOVP noemen, de samenwerking met de
regioburgemeesters. Ik wil niet in herhaling vervallen, maar mijn inzet
is er nu op gericht die 46 miljoen zo te organiseren dat we uitkomen
binnen de kaders die we hebben gesteld. Dit is inderdaad wat mevrouw
Michon-Derkzen zegt: toekomstgericht.
Mevrouw Coenradie stelde een vraag over de herziening van het
Handelingskader Professioneel Controleren begin 2025. De korpschef en ik
zien geen aanleiding om het opnieuw te herzien. Dat was, meen ik, haar
vraag.
De heer Van Dijk vroeg nog welke doelen de minister voor zichzelf ziet
om achterstanden et cetera verder te voorkomen. Hoeveel zaken zouden er
eventueel blijven liggen? Ik maak er geen geheim van dat er vragen zijn
rondom doorlooptijden en voorraden in bijvoorbeeld zedenzaken,
jeugdzaken en bij veelvoorkomende criminaliteit. Dat moet dus onverkort
aandacht blijven krijgen. Op 16 december jongstleden heb ik u daar nog
een brief over gestuurd met de precieze cijfers. U vroeg daarnaar. Van
de 800.000 misdrijfzaken in 2024 zijn er 137.000 vroegtijdig beëindigd.
Dat is 17%. Daar kunnen echter allerlei redenen voor zijn, bijvoorbeeld
ook dat het geen vervolgbare zaak is of omdat er gekozen voor een
niet-strafrechtelijke interventie. In de Strafrechtmonitor wordt u daar
altijd over op de hoogte gebracht.
Ik heb nog twee vragen liggen, mevrouw de voorzitter. Mevrouw Dobbe
stelde een vraag over de huisvesting van de politie. Ik heb toegezegd
dat ik dit preciezer wil uitzoeken in het licht van het punt in de motie
van de heer Van Nispen. Daar gaat u op een later moment dus iets over
horen.
Dan de vraag van mevrouw Straatman naar de politiecapaciteit in zijn
algemeenheid. Het is aan de lokale driehoek om de schaarse
politiecapaciteit op de juiste wijze in te zetten.
De voorzitter:
Oké. Daarmee bent u aan het eind van uw beantwoording, als ik zo goed
naar u kijk. Dan hebben we ruimte om te schorsen voor de tweede termijn,
als daar behoefte aan is. Ik kijk even rond. Ik zie dat daar geen
behoefte aan is. Dat is mooi; dan kunnen we gelijk door naar de tweede
termijn. Dan zal er zo meteen wel behoefte zijn om even te schorsen voor
de appreciatie.
Ik zou graag als eerste het woord willen geven aan mevrouw Faber.
Mevrouw Faber (PVV):
Dank u, voorzitter. Ten eerste wil ik natuurlijk de minister bedanken
voor zijn beantwoording. Ik zal er verder niet inhoudelijk op reageren,
maar alleen mijn moties indienen, zoals is afgesproken. De eerste is een
motie van Wilders en Faber.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Marokkaans tuig keer op keer onze Nederlandse straten
terroriseert met vernielingen, geweld en gerichte aanvallen tegen
politie en hulpverleners;
verzoekt de regering Marokkaans tuig terug te sturen naar Marokko door
over te gaan tot denaturalisatie,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Faber en Wilders.
Zij krijgt nr. 44 (36800-VI).
Mevrouw Faber (PVV):
Dat was een motie die er nog lag van afgelopen woensdag, toen ik die
niet kon indienen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat een van de kerntaken van de politie de bescherming van
de rechtsorde is;
constaterende dat de islam in strijd is met de democratische
rechtstaat;
verzoekt de regering islamitische gebedsruimtes op politiebureaus te
verbieden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Faber en Wilders.
Zij krijgt nr. 45 (36800-VI).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er jaarlijks politiemensen op missie worden gestuurd
naar het buitenland, naar landen zoals Libië, Mali en Somalië, ten
behoeve van hun rechtsstatelijke ontwikkeling;
constaterende dat de politie kampt met zowel grote personeelstekorten
als een tekort aan financiële middelen;
constaterende dat de onveiligheid in Nederland allengs maar
toeneemt;
van mening dat de bestaande politiecapaciteit broodnodig is voor de
inzet in Nederland;
verzoekt de regering te stoppen met de uitzending van politiemensen naar
het buitenland,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Faber.
Zij krijgt nr. 46 (36800-VI).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de politie een diversiteitsdoel van 35%
nastreeft;
overwegende dat uit het WODC-rapport Samen sterker blijkt dat veel
rekruten binnen drie jaar na afronding van de basisopleiding de politie
al verlaten en dat een onevenredig hoog aantal hiervan een
migratieachtergrond heeft;
verzoekt de regering de politie de opdracht te geven te selecteren op
competentie in plaats van afkomst,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Faber.
Zij krijgt nr. 47 (36800-VI).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de politie in haar beleid harde eisen stelt voor de
toelating tot de politieorganisatie, waaronder neutraliteit, wat inhoudt
dat een politieagent neutraal dient te zijn in zowel uitstraling als
handelen;
overwegende dat men aan gepubliceerd beleid rechten kan
onttrekken;
constaterende dat er talloze praktijkvoorbeelden zijn waarin de politie
niet handelt naar het eigen beleid, zoals deelname aan het politieke
debat, het indienen van een aangifte tegen een volksvertegenwoordiger,
het organiseren van iftars en agenten in uniform die bidden in de
moskee;
verzoekt de regering de politie erop te wijzen dat zij haar eigen
gepubliceerde beleid ook in de praktijk dient uit te voeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Faber.
Zij krijgt nr. 48 (36800-VI).
Mevrouw Faber (PVV):
Dat was het, voorzitter.
De voorzitter:
Goed, dank. Mevrouw Michon-Derkzen.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Voorzitter. Ik dank de minister voor zijn beantwoording van de vragen
van de Kamer. Ik denk dat zijn statement aan het begin van zijn betoog
kraakhelder en ook nodig was. Ik wil hem iets vragen op twee punten
waarvan hij zegt erop terug te komen in de eerste halfjaarrapportage in
mei. Ik meen dat dat dezelfde is. Ik hoor hem positief over die
publiek-private samenwerking, maar wil hij daar dan echt een agenda voor
neerleggen, zodat wij ook weten wat we samen met de politie en private
partijen gaan doen? Hetzelfde geldt eigenlijk voor het ervoor zorg
dragen dat we de onderbezetting oplossen en dus formatie en bezetting in
lijn krijgen. Wat gaan we daarvoor doen? Op die twee punten zou ik graag
een agenda zien in de eerstvolgende brief die wij van de minister
krijgen, of van zijn opvolger. Wie zal het zeggen?
Dan heb ik twee moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Kamer het budgetrecht heeft en voor 2026 de
begroting van de politie van 8,8 miljard euro vaststelt;
constaterende dat het politiebudget primair moet worden ingezet voor de
operationele sterkte, in lijn met de geldende wet- en regelgeving,
waaronder artikel 4a van het Besluit verdeling sterkte en middelen
politie;
constaterende dat de Kamer bij motie-Michon op stuk nr. 1282 (29628)
heeft aangegeven dat tekorten binnen de politie niet neer mogen slaan op
de operationele politieorganisatie;
overwegende dat de korpsleiding niettemin andere keuzes maakt en
mededeelt aan het LOVP waardoor de operationele slagkracht in 2026 wordt
beperkt;
verzoekt het kabinet om de eigen regels en uitspraken van de Kamer te
eerbiedigen en te garanderen dat de financiële problematiek niet wordt
afgewend op de operationele sterkte,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Michon-Derkzen, Coenradie,
Straatman en Struijs.
Zij krijgt nr. 49 (36800-VI).
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Voorzitter. Mijn tweede motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Kamer heeft gevraagd om een doorlichting van de
politiebegroting inclusief de Politieacademie, met de motie op stuk nr.
80 (36600-VI);
van mening dat deze motie tot nu toe niet op een volledige en juiste
manier is uitgevoerd;
constaterende dat uit de Strategische Evaluatie Agenda (SEA) van het
kabinet blijkt dat de Politiewet 2012 in 2026 wordt geëvalueerd;
verzoekt het kabinet om in het kader van deze evaluatie in overleg te
treden met de Algemene Rekenkamer om de eerdergenoemde motie alsnog
volledig en juist uit te voeren en te betrekken bij de geplande
evaluatie van de Politiewet 2012, zodat de Kamer nog scherper zicht kan
krijgen op de financiën van de politie en de Kamer voor de zomer over de
opzet en inrichting van deze evaluatie te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Michon-Derkzen, Mutluer,
Coenradie, Straatman, Struijs en Van der Werf.
Zij krijgt nr. 50 (36800-VI).
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Dank u wel.
De voorzitter:
Mevrouw Mutluer.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. "De politie heeft groot politiek onderhoud nodig", zo kopt
de NRC in een column. Ik ben het daar volledig mee eens. Bij dat
politiek onderhoud hoort in mijn beleving ook stevige regie. Ik vind het
zelf onverantwoord om dit jaar al die grote taakstelling op de politie
neer te laten slaan, terwijl we niet concreet weten hoe dat uiteindelijk
gaat landen en wat dat voor de politie en de operationele slagkracht
gaat betekenen. Daarom hebben wij eerder een amendement ingediend,
waarvan ik de appreciatie bij de begroting verwacht.
Voor de rest wil ik inzichtelijk hebben gemaakt wat de meerjarige keuzes
in de politieformatie en de gevolgen daarvan zijn, vandaar deze
motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de financiële tekorten bij de politie structureel
oplopen en worden opgevangen door het niet volledig bezetten van de
formatie;
constaterende dat dit leidt tot een sluipende afname van
politiecapaciteit, terwijl is toegezegd de operationele slagkracht te
ontzien;
verzoekt de regering de Kamer voor het zomerreces inzichtelijk te maken
en te informeren over de meerjarige keuzes in de politieformatie en de
gevolgen daarvan voor operationele functies per regio, en daarbij
expliciet aan te geven in hoeverre en op welke wijze de operationele
politieslagkracht wordt ontzien, en de Kamer te betrekken bij de
vervolgevaluatie van de Politiewet 2012,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Mutluer, Michon-Derkzen,
Straatman, Coenradie en Diederik van Dijk.
Zij krijgt nr. 51 (36800-VI).
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Er is ook een opmerking gemaakt over onlinecriminaliteit. Ik vind dat de
regie op ICT strakker mag en moet. Daarom roep ik de minister op het
volgende te doen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat onlinecriminaliteit snel toeneemt, terwijl politie en
Openbaar Ministerie werken met verouderde ICT, waardoor de digitale
weerbaarheid onvoldoende is;
van mening dat deze digitale kwetsbaarheid in een tijd van hybride
dreigingen een direct risico vormt voor de opsporing en de rechtsstaat
en vraagt om duidelijke regie binnen de justitiële keten;
verzoekt de regering te onderzoeken hoe de centrale regie op ICT binnen
de justitiële keten kan worden versterkt, waarbij expliciet de optie van
een regeringscommissaris of onafhankelijke begeleidingscommissie ICT
wordt betrokken, en de Kamer hierover te informeren voor het einde van
2026,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Mutluer.
Zij krijgt nr. 52 (36800-VI).
Heel goed. Met jullie welbevinden ga ik als laatste in deze huidige rol.
Ik ga nu dus naar mevrouw Van der Werf.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Dank, voorzitter. Ik heb één motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat per 1 januari 2027 de nieuwe veiligheidsagenda met
daarin de landelijke doelstellingen ten aanzien van de politie opnieuw
wordt vastgelegd;
constaterende dat geweld tegen vrouwen en intieme terreur een hardnekkig
en diepgeworteld probleem zijn in de Nederlandse samenleving en
prioritering essentieel is om de aanpak daarvan te verbeteren;
verzoekt de regering femicide en huiselijk geweld expliciet mee te nemen
in de gesprekken over de veiligheidsagenda en geweld tegen vrouwen op te
nemen in de landelijke beleidsdoelstellingen van de Veiligheidsagenda
2027-2030,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Werf, Mutluer,
Straatman, Becker en Coenradie.
Zij krijgt nr. 53 (36800-VI).
Mevrouw Straatman.
Mevrouw Straatman (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik dank ook de minister voor de beantwoording.
Ik denk dat in de hele discussie die hebben we gehad over de 46 miljoen
heel duidelijk werd dat er nog onduidelijkheid bestaat over wat
operationele slagkracht is in dit digitale tijdperk, vandaar mijn eerste
motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de minister van Justitie en Veiligheid op grond van de
Politiewet 2012 verantwoordelijk is voor de vaststelling van de
politiebegroting en voor de verdeling van sterkte en middelen over de
politie-eenheden;
overwegende dat effectief politiewerk in toenemende mate vraagt om
flexibiliteit in de inzet van personeel, materieel en
informatievoorziening, mede gezien veranderende criminaliteitsvormen,
regionale veiligheidsopgaven en de behoefte aan specifieke
expertise;
overwegende dat uit signalen uit de politiepraktijk blijkt dat bestaande
wettelijke kaders of uitvoeringsregels de flexibele inzet van
politiecapaciteit soms beperken;
verzoekt de regering om in kaart te brengen welke wettelijke bepalingen
of uitvoeringsregels in de praktijk belemmerend werken voor een
flexibele en doelmatige inzet van politiecapaciteit;
verzoekt de regering de Kamer hierover te informeren vóór het
meireces,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Straatman, Coenradie, Van der
Werf, Struijs en Mutluer.
Zij krijgt nr. 54 (36800-VI).
Mevrouw Straatman (CDA):
Voorzitter. Ik heb nog een andere motie over de wielrenkoersen. Dat
lijkt misschien een klein onderwerpje in het geheel waar we het vandaag
over hebben. Tegelijkertijd wil ik organisaties belonen die zich
maximaal inzetten om de politie te ontlasten, vandaar mijn tweede
motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat door aanhoudende tekorten aan politiecapaciteit
meerdere regionale wielrenkoersen in 2026 dreigen te worden
afgelast;
constaterende dat in opdracht van onder meer het ministerie van JenV
onderzoek is gedaan naar alternatieven voor politie-inzet bij
wielrenkoersen, waaruit blijkt dat burgermotorverkeersregelaars onder
voorwaarden taken van de politie kunnen overnemen;
constaterende dat met het amendement-Van Dijk c.s. middelen zijn
vrijgemaakt voor de landelijke uitrol van een richtlijn voor de inzet
van burgermotorverkeersregelaars;
overwegende dat regionale koersen en andere sportevenementen van grote
maatschappelijke en regionale waarde zijn;
overwegende dat een doelmatige en evenwichtige inzet van schaarse
politiecapaciteit vraagt om structurele oplossingen die de politie
ontlasten;
verzoekt de regering om samen met de Koninklijke Nederlandsche Wielren
Unie (KNWU) en in overleg met de nationale politie en andere
veiligheidspartners, de landelijke richtlijn voor de inzet van
burgermotorverkeersregelaars met prioriteit te bespoedigen en landelijk
te implementeren, zodat de politie-inzet bij wielrenkoersen kan worden
verminderd en regionale wielrenkoersen doorgang kunnen blijven
vinden;
verzoekt de regering tevens de Kamer hierover vóór het zomerreces van
2026 te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Straatman en Inge van
Dijk.
Zij krijgt nr. 55 (36800-VI).
De heer Struijs.
De heer Struijs (50PLUS):
Voorzitter. Ik dank de minister voor de beantwoording. Ik heb nog maar
één motie over, want op mijn vragen over de samenwerking met Defensie en
ouderenmishandeling heeft u antwoorden gegeven waar wij op zitten te
wachten. Mijn motie luidt als volgt.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat ouderen worden opgelicht door nepagenten die
beschikken over online gekochte politie-uniformen en -uitrusting;
overwegende dat dit misbruik het vertrouwen in de politie ernstig
ondermijnt;
verzoekt de regering:
te regelen dat politie-uniformen en herkenbare politie-uitrusting niet langer online te koop zijn voor onbevoegden;
te zorgen voor landelijke voorlichting over het herkennen van nepagenten, met speciale aandacht voor ouderen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Struijs en Mutluer.
Zij krijgt nr. 56 (36800-VI).
Meneer Struijs, u mag uw microfoon uitzetten, waarna ik graag het woord
geef aan de heer Van Dijk.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank, voorzitter. Dank aan de minister voor de beantwoording. Ik heb
twee moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de kerntaak van de politie opsporing, handhaving en
zichtbare aanwezigheid in de wijken is;
overwegende dat doorgeschoten managementlagen en projecten, waaronder
een omvangrijke diversiteitsagenda, middelen onttrekken aan deze
kerntaak;
verzoekt de regering om overbodige managementlagen en projecten kritisch
te beoordelen en de vrijkomende middelen structureel te heralloceren
naar blauw op straat, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Diederik van Dijk.
Zij krijgt nr. 57 (36800-VI).
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dan mijn tweede motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat politie, Openbaar Ministerie en rechtspraak gezamenlijk
de strafrechtketen vormen en dat een stabiele financieringsbasis
noodzakelijk is voor het tijdig en effectief uitvoeren van hun
taken;
overwegende dat de strafrechtketen de afgelopen jaren structureel meer
en zwaardere taken heeft gekregen, terwijl de financiële kaders daarbij
onvoldoende zijn meegegroeid, wat leidt tot oplopende werkdruk,
capaciteitsproblemen en achterstanden;
verzoekt de regering om uiterlijk bij de eerstvolgende begrotingscyclus
concrete voorstellen te doen om de begroting van de strafrechtketen
structureel, meerjarig en conjunctuurongevoelig in overeenstemming te
brengen met de taken, en deze zodanig in te richten dat de kerntaken van
politie, Openbaar Ministerie en rechtspraak zonder structurele tekorten
kunnen worden uitgevoerd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Diederik van Dijk.
Zij krijgt nr. 58 (36800-VI).
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Mevrouw Dobbe.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Kamer de motie-Van Nispen heeft aangenomen om een
pas op de plaats te maken en geen politiebureaus meer te sluiten;
constaterende dat de Kamer de motie-Van Nispen heeft aangenomen om
eventuele bezuinigingen niet ten koste te laten gaan van het personeel
en om ze niet te laten leiden tot minder inzetbaarheid en zichtbaarheid,
een hogere werkdruk, minder collega's of minder veiligheid van
politiemensen;
overwegende dat het kabinet aankondigt dat er een vacaturestop wordt
ingesteld en er politielocaties zullen sluiten om te kunnen voldoen aan
de financiële opgave bij de politie;
verzoekt de regering deze aangenomen moties uit te voeren en te borgen
dat er geen generieke vacaturestop zal komen bij de politie, dat er
inzet zal zijn om de onderbezetting bij de politie op te lossen en dat
er geen politiebureaus meer gesloten zullen worden, en de Kamer te
informeren op welke manier de minister hier invulling aan zal
geven,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 59 (36800-VI).
Mevrouw Dobbe (SP):
Mijn excuses, want ik heb er het een en ander bij geschreven. Ik hoop
dat u het allemaal kunt lezen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de politie aangeeft dat zelfs na eigen
bezuinigingsmaatregelen de politie met structurele tekorten zal kampen
die oplopen tot 350 miljoen euro in 2030;
overwegende dat als dit begrotingsgat niet zal worden gedicht, dit op
termijn zal betekenen dat er 3.000 banen verloren zullen gaan;
overwegende dat een politie op goede sterkte essentieel is voor de
veiligheid van Nederland en het onacceptabel is dat de doorlooptijden in
bijvoorbeeld zedenzaken verder zullen gaan oplopen en dat
onlinecriminaliteit of georganiseerde criminaliteit niet goed aangepakt
kan worden;
verzoekt de regering ervoor te zorgen dat tekorten bij de politie
voorkomen worden en dit in de komende begrotingen te verwerken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 60 (36800-VI).
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik heb er bewust voor gekozen om geen bedrag te noemen, juist omdat ik
hoor dat het 350 miljoen kan zijn of misschien wel minder.
De voorzitter:
Goed. Dank. Tot slot heb ik zelf nog drie moties, niet in mijn rol als
voorzitter, maar namens JA21. Die zou ik graag willen indienen, waarna
we overgaan tot een kwartier schorsing. We zullen om 14.05 uur weer
terug zijn.
Voorzitter: Michon-Derkzen
Mevrouw Coenradie (JA21):
Voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat veel politieagenten op de werkvloer aangeven een grote
afstand te ervaren tot de politietop;
overwegende dat deze afstand kan leiden tot een mismatch tussen
beleidskeuzes en de dagelijkse praktijk van het politiewerk;
verzoekt de regering het gesprek aan te gaan met de politietop met het
doel de afstand tussen de politieleiding en de werkvloer te verkleinen,
en de Kamer te informeren over welke concrete vervolgstappen hieruit
volgen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Coenradie.
Zij krijgt nr. 61 (36800-VI).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de politie werkt met een handelingskader voor hoe te
handelen in diverse situaties;
overwegende dat dit handelingskader dikker en dikker wordt en ervoor
zorgt dat de agent verdwaalt in regels;
verzoekt de regering in samenspraak met onze agenten dit handelingskader
te vereenvoudigen en de uitkomsten met de Kamer te delen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Coenradie.
Zij krijgt nr. 62 (36800-VI).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat geweld tegen hulpverleners een ernstig probleem is en
dat beeldmateriaal cruciaal kan zijn voor het opsporen en vervolgen van
daders;
overwegende dat privacy geen absoluut recht is en kan worden beperkt ten
behoeve van strafrechtelijke handhaving;
verzoekt de regering ervoor te zorgen dat bij de opsporing en vervolging
van geweld tegen hulpverleners het belang van opsporing expliciet
zwaarder weegt dan privacybelangen, en zo nodig wet- of regelgeving te
verduidelijken om beeldmateriaal rechtmatig te kunnen gebruiken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Coenradie.
Zij krijgt nr. 63 (36800-VI).
Mevrouw Coenradie (JA21):
Tot zover.
Voorzitter: Coenradie
De voorzitter:
We gaan een kwartier schorsen. Oftewel: om 14.05 uur zijn we hier
allemaal weer terug. Bedankt.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Goed, we gaan over tot de appreciatie door de minister. Omwille van de
tijd — we gaan om 14.45 uur uit deze zaal — wil ik vragen of de
commissie kan instemmen met het volgende. De minister zal wat
voortvarend door de appreciaties heen gaan. Als er toch vragen zijn
zonder dat er enige toelichting aan vooraf is gegaan, dan moet er
aangegeven worden dat er wat verduidelijking nodig is. Anders gaat de
minister gewoon door de appreciaties heen. Het piepsysteem, zullen we
maar zeggen.
Minister Van Oosten:
Voorzitter. Ik heb nog één openstaande vraag, van mevrouw Dobbe van de
SP. Die ging over de beleidsreactie op het rapport Online seksueel
geweld. U heeft daar op 11 november jongstleden een beleidsreactie over
ontvangen. Een voorbeeld daaruit is dat er door de politie en het
Openbaar Ministerie een landelijk sturingsmodel wordt opgesteld dat
ondersteunt in de sturing op zedenzaken. Ik kan mij voorstellen, zeg ik
via de voorzitter tegen mevrouw Dobbe, dat u na het lezen van de
beleidsreactie weer vragen et cetera heeft, maar ik mag er wel eerst
naar verwijzen. Uit ervaring weet ik dat we altijd óf met mij óf met de
staatssecretaris van Justitie debatten hebben over zedenzaken. Daarin
kan dat aan de hand van vragen uwerzijds wellicht een vervolg
krijgen.
Dan kom ik bij de moties. De motie op stuk nr. 44, van mevrouw Faber en
de heer Wilders, ontraad ik.
De motie op stuk nr. 45 ontraad ik ook, met klem. Dat wil ik er toch
even bij zeggen. Die motie gaat over het verbieden van islamitische
gebedsruimtes op politiebureaus. Ik wil daarbij opmerken dat
politiemedewerkers in het kader van veilig en gezond werken de
mogelijkheid moeten hebben tot bezinning in het algemeen, ongeacht de
religie. Ik wil ook benadrukken dat dat ook is omdat ze soms hele
heftige dingen meemaken.
De motie op stuk nr. 46, van mevrouw Faber, ontraad ik. Er wordt heel
belangrijk werk gedaan, dat ook voor de bestrijding van de criminaliteit
in Nederland van betekenis is. Ik gaf dat net al aan.
De motie op stuk nr. 47 beschouw ik als overbodig.
De motie op stuk nr. 48 beschouw ik eveneens als overbodig.
Bij de motie op stuk nr. 49 moet ik iets heel specifieks noemen, dus
geeft u mij die gelegenheid, voorzitter. Als ik de motie mag uitleggen
zoals ik 'm nu ga voorlezen, kan ik 'm oordeel Kamer geven. Anders dien
ik 'm te ontraden. De motie op stuk nr. 49 is van Michon-Derkzen en
anderen. Ik heb er een strakke duiding bij te geven en ik hoop dat
mevrouw Michon-Derkzen die deelt. Ik spreek de duiding nu uit. Wat
betreft de operationele sterkte en de 46 miljoen heb ik in mijn eerste
termijn gezegd dat u mij erop kunt afrekenen dat de basisteams en de
posten onder de bijzondere bijdrage buiten beschouwing blijven in 2026.
Blauw op straat blijft dus ook buiten beschouwing. Uitgangspunt en
beginpunt is besparingen maximaal vinden in niet-operationele personele
capaciteit. Dat is waar u mij aan kunt houden. In mijn eerste termijn
heb ik eerlijk aangegeven dat ik niet geheel kan uitsluiten dat de
operationele capaciteit op enigerlei wijze geraakt wordt. Ik zie de
motie als een inspanningsverplichting om dit waar mogelijk te voorkomen.
Als ik de motie zo mag duiden, dan geef ik 'm oordeel Kamer.
De voorzitter:
Ik kijk naar mevrouw Michon-Derkzen.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Mag ik nog een keer de laatste zin van de minister horen? Waarvoor spant
hij zich dan in? Hij is er heel duidelijk over dat de operationele
sterkte in '26 niet wordt aangetast. Dank daarvoor.
Minister Van Oosten:
Dat ziet op de slagkracht, de operationele sterkte. Daarover heb ik
onder andere met mevrouw Mutluer een discussie gehad. Ik herhaal wat ik
in mijn eerste termijn eerlijk aangegeven heb, namelijk dat ik niet
geheel kan uitsluiten dat de operationele capaciteit op enigerlei wijze
geraakt wordt. Daarom zie ik de motie op dit punt als een
inspanningsverplichting om dit waar mogelijk te voorkomen. Ik heb hier
ook aangegeven waar mijn beginpunt, mijn uitgangspunt ligt als het gaat
om het bereiken van de doelstelling. Ook heb ik heel duidelijk
aangegeven, zeg ik in het bijzonder via de voorzitter tegen mevrouw
Michon-Derkzen, dat ik mijzelf heel precies in de positie heb gebracht
dat u mij allemaal mag afrekenen op het blauw op straat en de basisteams
in het bijzonder. Dat zijn precies de woorden die mevrouw Michon-Derkzen
eraan heeft gegeven. Voor de rest kan ik het niet geheel uitsluiten —
daarin heb ik mevrouw Mutluer gelijk gegeven — omdat iemand dat zomaar
kan vinden, maar mijn inzet is het niet.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik begrijp het en ik breng de motie in stemming. Dank voor de
toelichting van de minister.
Minister Van Oosten:
Dan hou ik dus oordeel Kamer aan.
De motie op stuk nr. 50, ook van mevrouw Michon-Derkzen en anderen, ziet
op de doorlichting van de politiebegroting et cetera. Laat ik het voor
het gemak even zo zeggen. Mijn verzoek aan de indieners zou zijn om 'm
aan te houden. Er komt binnenkort namelijk een rapport van de Rekenkamer
en het lijkt me heel wenselijk om dat goed te bekijken en te bezien of
er dan aanleiding is om daarnaar te vragen waarnaar wordt gevraagd en of
dat verder uitgewerkt moet worden et cetera. Mijn verzoek zou dus zijn
om 'm tot dan even aan te houden. Hier heb ik de datum ook: de geplande
publicatiedatum van het onderzoek is 17 juni '26. Dat is dus
nabij.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ja, maar ik vraag in deze motie juist om van die evaluatie, die we
sowieso moeten houden over de Politiewet, de opdracht en invulling met
de Kamer te delen. Dat is dus ook voor de zomer. Dan hebben we ook het
onderzoek van de Rekenkamer voor de zomer en dan brengen wij dat hier
samen. Volgens mij kan het juist naast elkaar bestaan. Voor de zomer
gaan we er dan, met alles wat we dan hebben, met elkaar over in debat.
Ik hou 'm dus niet aan.
Minister Van Oosten:
Dan moet ik 'm nu ontraden, vanwege de samenloop in het geheel.
De voorzitter:
Goed. U vervolgt.
Minister Van Oosten:
De motie op stuk nr. 51 van mevrouw Mutluer en verder over structurele
politiecapaciteit: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 52 van mevrouw Mutluer alleen, over ICT algemeen:
oordeel Kamer, met dien verstande dat u eind 2026 bedoelt en er rekening
wordt gehouden met de onafhankelijkheid van de rechtspraak en de
rechtsstatelijke positie van het Openbaar Ministerie. Dat spreekt voor
zich, zegt mevrouw Mutluer erbij.
De motie op stuk nr. 53 van mevrouw Van der Werf en verder: oordeel
Kamer. Die ziet op geweld tegen vrouwen et cetera; dan weet iedereen
even waar ik ben.
Dan de motie op stuk nr. 54 van mevrouw Straatman en anderen. Om dit op
een gedegen manier in kaart te brengen, zou ik hier graag iets meer tijd
voor nemen en uw Kamer informeren in het eerste halfjaarbericht politie
2026. Met die toelichting kan ik de motie oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
Ik zie dat dit akkoord is.
Minister Van Oosten:
De motie op stuk nr. 55 van mevrouw Straatman en mevrouw Van Dijk over
de Wielren Unie, om het even algemeen te zeggen: oordeel Kamer. Mijn
ambtsgenoot van VWS is hiermee aan de slag. Ik verwijs naar wat ik daar
net over zei.
Dan de motie op stuk nr. 56 van de heer Struijs en mevrouw Mutluer
inzake politie-uniformen en inzake voorlichting. Daar heb ik toch twee
opmerkingen over. Ik wil de motie oordeel Kamer geven, maar ik wil daar
wel bij opmerken dat ik het dan als een inspanningsverplichting voor
mijzelf beschouw ten aanzien van de eerste bullet, die ziet op het niet
langer online te koop laten zijn van politie-uniformen et cetera. Daar
wil ik echt even goed in duiken. Ik laat u weten of het me lukt of niet.
Ten aanzien van het tweede punt, over landelijke voorlichting met
speciale aandacht voor ouderen: "overbodig" vind ik flauw klinken, want
het is nog niet klaar, maar landelijke voorlichting vindt al plaats. Zo
is er een campagne met Omroep MAX. Ik hoorde dat er daarmee ook een
prijs is gewonnen.
De voorzitter:
Wat is dan nu de appreciatie?
Minister Van Oosten:
Oordeel Kamer, maar het zijn twee verschillende onderwerpen, waarbij het
ene echt al wel gebeurt en voor het andere geldt dat ik daar even in
moet duiken.
Dan de motie op stuk nr. 57. Even heel precies richting de heer Van
Dijk: hoewel ik het niet eens ben met de stelling dat er overbodige
managementlagen zijn, zal ik het idee met de korpschef bespreken.
Daarmee kan ik de motie oordeel Kamer geven, als u zich daarin kunt
vinden. Ik zie de heer Van Dijk knikken.
De motie op stuk nr. 58 van de heer Van Dijk ontraad ik, want u stelt
voor om de begroting te verhogen en dat vereist dekking.
De motie op stuk nr. 59 van mevrouw Dobbe ontraad ik. Ik verwijs naar de
brief van mijn ambtsvoorganger van 12 juni vorig jaar en mijn eerste
termijn.
De motie op stuk nr. 60, ook van mevrouw Dobbe, ontraad ik ook. De
begroting van de politie moet sluitend zijn.
De motie op stuk nr. 61 van mevrouw Coenradie om in gesprek te gaan met
de politietop et cetera acht ik overbodig, want de politieleiding staat
in goed contact met de werkvloer. Daar sta ik ook voor in. Men legt
diverse bezoeken af et cetera.
De voorzitter:
Maar dat betekent dus: ontraden.
Minister Van Oosten:
Overbodig. Ik heb even hulp nodig. Sorry, mevrouw de voorzitter.
De appreciatie "overbodig" mag ik ook geven, begrijp ik. Dan gebeurt het
al.
De voorzitter:
Ik heb mij dit laten ingeven door de griffie; vandaar dat er even een
beetje verwarring was. Overbodig dus. Ik heb in het verleden zelf ook
nog weleens andere appreciaties gebruikt.
Minister Van Oosten:
Het komt er eigenlijk op neer dat we er hetzelfde over denken. We doen
het al, dus in die zin zijn we het met elkaar eens.
De motie op stuk nr. 62 ontraad ik.
Ten slotte de motie op stuk nr. 63. Die is ook overbodig, omdat het al
strafbaar is, de officier van justitie dit zwaarder kan laten wegen,
beeldmateriaal kan worden gebruikt, et cetera.
Dank u wel, voorzitter. Daarmee heb ik alle moties gehad, meen ik. De
motie op stuk nr. 62 was ontraden, en de motie op stuk nr. 63
overbodig.
De voorzitter:
Dank, minister. Dan wil ik tot slot het woord nog even geven aan de heer
Van Dijk.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik moest mijn eigen motie nog even teruglezen, omdat ik een beetje
verrast werd door de reactie. De minister heeft het erover dat er een
verhoging van budget in de motie op stuk nr. 58 zou zitten, maar dat is
niet het geval. In die zin gaat zijn verhaal over ontbrekende dekkingen
ook niet op. Het gaat simpelweg om de vraag om ervoor te zorgen dat de
begroting van de strafrechtketen spoort met de taken die we aan de
politie geven. Dit is dus geen verzoek voor meer geld aan de
voorkant.
Minister Van Oosten:
Zo kan je 'm ook lezen, zeg ik dan via de voorzitter aan de heer Van
Dijk. Ik ontraad de motie nog steeds, omdat zij vraagt om de hele
begroting anders vorm te geven. Voor dit jaar ben ik echt bezig — mag ik
dat even zeggen? — om die 46 miljoen te organiseren. Met de
korpsleiding, de gezagen et cetera stuur ik het zo dat we de jaren
hierna binnen de kaders van de huidige begroting uit kunnen komen. Als
we deze discussie met elkaar willen voeren, zou ik dat liever op een
ander moment doen dan aan de hand van deze specifieke motie. Ik voel me
genoodzaakt om 'm te ontraden, ook omdat ik het geheel niet helemaal kan
overzien.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
We komen er van de week wellicht nog op terug. Bedankt.
Minister Van Oosten:
Ik had al het vermoeden.
De voorzitter:
Goed. Over deze week gesproken: de verdere behandeling van de overige
onderdelen van de JenV-begroting wordt deze week plenair voortgezet. Dan
voorziet de minister ook de amendementen van een advies. De stemming
over de moties is voorzien op dinsdag 3 februari. Dat is dus volgende
week. De stemming over de amendementen en het wetsvoorstel is voorzien
op 10 maart dit jaar.
Tot slot wil ik de toezeggingen formuleren.
Eind mei 2026 stuurt de minister de Kamer de voortgangsrapportage met betrekking tot de financiële situatie van de politie.
In het volgende halfjaarbericht politie informeert de minister de Kamer over het volgende. Eén: een terugkoppeling van zijn gesprek met de korpsleiding over de gedragscode lifestyle-neutraliteit. Twee: het opleiden van politiepersoneel en de Politieacademie. Drie: de stand van zaken rondom digitalisering en cybersecurity politie. Vier: de stand van zaken rondom heimelijk werk en de visitatiecommissie. Vijf: de stand van zaken rondom het huisvestingsbeleid van de politie.
Tot zover.
Ik wil iedereen hartelijk danken: de minister, de medewerkers van de
minister, aan mijn linkerzijde de griffie en alle mensen uit de
commissie, de mensen op de tribune, de mensen die hebben meegekeken en
uiteraard de ondersteuning voor alle koffie en thee. Veel dank.
Sluiting 14.19 uur.
ONGECORRIGEERD STENOGRAM Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: verslagdienst@tweedekamer.nl |
|---|