[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Initiatiefnota

Initiatiefnota van het lid Ceder over “Tegen christenvervolging, voor geloofsvrijheid: richtinggevende voorstellen voor een diplomatiek daadkrachtig buitenlandbeleid”

Initiatiefnota

Nummer: 2026D03716, datum: 2026-01-27, bijgewerkt: 2026-01-28 15:22, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36888 -2 Initiatiefnota van het lid Ceder over “Tegen christenvervolging, voor geloofsvrijheid: richtinggevende voorstellen voor een diplomatiek daadkrachtig buitenlandbeleid”.

Onderdeel van zaak 2026Z01534:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


36 888 Initiatiefnota van het lid Ceder over “Tegen christenvervolging, voor geloofsvrijheid: richtinggevende voorstellen voor een diplomatiek daadkrachtig buitenlandbeleid”
Nr. 2 INITIATIEFNOTA
  1. Inleiding

Eén van de artikelen van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens is, artikel 18: godsdienstvrijheid.

“Eenieder heeft recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst. Dit recht omvat tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen, alsmede de vrijheid hetzij alleen, hetzij met anderen zowel in het openbaar als in zijn particuliere leven zijn godsdienst of overtuiging te belijden door het onderwijzen ervan, door de praktische toepassing, door eredienst en de inachtneming van de geboden en voorschriften.”1

Hoewel de Verenigde Naties (VN) dit document in 1948 aannamen, is het miskennen van dit recht – geloofsvervolging - veel ouder. Religieuze vervolging is een van de oudste vormen van onderdrukking en tevens een explosieve bron van polarisatie vandaag de dag. Het treft mensen in hun kern: hun geweten, hun overtuiging, hun zoektocht naar betekenis. Daarom is geloofsvervolging niet alleen een aantasting van rechten, maar een aanval op de ziel. Achter elk incident gaan levens schuil die ontwricht raken op een heel persoonlijk niveau: wie vervolgd wordt om zijn geloof, wordt niet alleen bedreigd in zijn veiligheid, maar in zijn diepste overtuigingen. Wanneer deze vrijheid wordt geschonden, raakt dat niet alleen individuen, maar destabiliseert het hele samenlevingen.

Vervolging kan verschillende vormen aannemen, zoals uitsluiting, discriminatie, onderdrukking, marginalisering, mishandeling en geweld.2

Eén van die groepen die te maken heeft met vervolging vanwege het geloof, zijn christenen. Wereldwijd hebben naar schatting 388 miljoen christenen te maken met ernstige discriminatie, onderdrukking of geweld. Dat betekent dat 1 op de 7 christenen hun geloof niet vrij kan belijden.3 Christenen zijn daarmee is in absolute getallen de grootste vervolgde religieuze groep ter wereld.

Daarnaast worden tal van andere religieuze minderheden geconfronteerd met vervolging, zoals moslims in bijvoorbeeld China en Myanmar, joodse gemeenschappen, bahá’ís, yezidi’s en atheïsten. Wie deze patronen bestudeert, ziet dat religieuze vervolging vrijwel nooit op zichzelf staat. Deze vervolging is onderdeel van bredere processen van polarisatie, extremisme, staatsfragiliteit en geopolitieke spanning en dient te worden bestreden.

In deze nota stelt initiatiefnemer versterking van de vrijheid van religie en levensovertuiging en in het bijzonder christenvervolging aan de orde. Hiermee sluit deze nota aan bij reeds langjarige inzet van kabinet en parlement op het thema van godsdienstvrijheid. Zo is het recht op vrijheid van religie en levensovertuiging sinds 2007 officieel een prioriteit in het buitenlandse mensenrechtenbeleid.4 Ook vanuit het parlement krijgt het thema aandacht. Initiatiefnemer memoreert bijvoorbeeld aan een eerdere initiatiefnota van CDA, ChristenUnie en SGP,5 maar ook aan een nota van D66 dat expliciet ook de vrijheid om niet te geloven agendeert.6

Ondanks deze inzet, is er ook ruimte voor verbetering, zoals wordt gesteld in de derde paragraaf. De initiatiefnemer stelt met deze nota een reeks versterkende maatregelen voor, gericht op (1) religieuze geletterdheid en structurele contacten met religieuze leiders, (2) digitale weerbaarheid, (3) interreligieuze dialoog, (4) structurele monitoring en diplomatie, (5) het werken aan perspectief om de voedingsbodem voor vervolging weg te nemen, (6) het actief betrekken van diasporagemeenschappen bij beleid, en (7) structurele aandacht in diplomatie voor de vrijheid van religie en levensovertuiging, met consequenties.

Gezien de schaal van christenvervolging wereldwijd en gebrek aan aandacht hiervoor in vergelijking met de schaal, stelt deze nota expliciet deze problematiek aan de orde. Veel van de voorstellen beperken zich echter niet tot het tegengaan van de vervolging van christenen en zijn expliciet bedoeld om de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging wereldwijd te bevorderen.

2. Probleemanalyse

Diverse factoren dragen bij aan schending van het recht op vrijheid van religie en levensovertuiging. Hieronder een niet-uitputtende lijst van factoren.

2.1 Politieke instrumentalisering van religie

In verschillende landen wordt religie gebruikt als politiek instrument om groepen tegen elkaar op te zetten, vooral tijdens verkiezingen of crises. Overheden bemoeien zich actief met religieuze organisaties, beperken religieuze activiteiten of geven impliciet ruimte aan vervolging. Aanhangers van andere religies dan de ‘hoofdreligie’ worden dan buitengesloten en weggezet als niet-vaderlandslievend of zelfs als aanhangers van het westen. Politici kunnen ook religieuze groepen tegen elkaar opzetten voor eigen gewin. Dit vergroot polarisatie en maakt religieuze minderheden, waaronder christenen, structureel kwetsbaar.

2.2 Gebrek aan adequate religieuze geletterdheid

Religieuze geletterdheid is het hebben van begrip voor de kennis, vaardigheden en attitudes met betrekking tot religie, wat onder meer inhoudt dat men de geschiedenis, belangrijke teksten en overtuigingen van verschillende religies kent, maar ook in staat is om de betekenis en beleving van religie te begrijpen voor zichzelf en anderen. Een gebrek van religieuze geletterdheid leidt vaak tot:

  • Misinterpretatie van religieuze teksten

  • Legitimering van uitsluiting

  • Versterken van extremisme en polarisatie

Onderzoek laat zien dat schadelijke normen vaak voortkomen uit patriarchale structuren en sociale hiërarchieën, soms als gevolg van nauwe religieuze interpretaties. Mensen in machtsposities binnen deze structuren gebruiken religie tegelijkertijd vervolgens ook om geweld en uitsluiting te rechtvaardigen.7 Kennis en verstand van religie is essentieel om deze dynamieken te doorbreken en om geweld en uitsluiting tegen te gaan.

2.3 Kwetsbaarheid van post-conflictgemeenschappen

In veel post-conflictgebieden kampen gemeenschappen met trauma, verlies van vertrouwen en fragiele sociale structuren. Christelijke minderheden hebben in deze context vaak te maken met verhoogde risico’s op discriminatie, geweld en uitsluiting. Duurzame vrede vergt daarom actieve inzet op traumaverwerking,8 (interreligieuze) dialoog en inclusieve verzoeningsprocessen.9

2.4 Jongeren en digitale risico’s

Christenvervolging is vaak het gevolg van een gebrek aan educatie waardoor men misleidende interpretaties van heilige teksten niet goed kan weerleggen of educatie waarin discriminerend wordt gesproken over andere geloofsgroepen. Extremistische groeperingen maken misbruik van deze onwetendheid en rekruteren hen onder voorwendselen.10 Zeker als jongeren elders weinig toekomstperspectief zien, geeft het horen bij een dergelijke groep status en macht.

Religieuze leiders, ouders, scholen en gemeenschappen spelen allemaal een rol in het begeleiden en wegleiden van jongeren van geweld. Het bevorderen van religieuze geletterdheid onder jongeren bevordert tolerantie, kritisch denken en vreedzaam samenleven. Ook is het belangrijk om jongeren goed wegwijs te maken in de online-wereld. Gebrek hiervan kan leiden tot:

  • Extremistische onlinebubbels

  • Algoritmes die polarisatie in de hand werken

  • Verspreiding van desinformatie en nepnieuws

  • Een gebrek aan alternatieven en gemeenschapsbinding

Digitale veiligheid en voorlichting zijn cruciaal om jongeren buiten extremistische stromingen te houden die vaak gericht zijn tegen religieuze minderheden, waaronder christenen.

Tot slot is in dit verband ook van belang dat noemen dat sommige landen, zoals China, verregaande controle op het internet uitvoeren en grote mate van censuur. Ook dat is een vorm van en draagt bij aan geloofsvervolging.11

3. Stand van zaken van Nederlands beleid omtrent christenvervolging

De Nederlandse overheid kent een lange geschiedenis van investeren in mensenrechten. Sinds 2019 is er een Speciaal Gezant voor religie en levensovertuiging op het ministerie van Buitenlandse Zaken. Daarmee heeft de vrijheid van religie een prominentere plaats gekregen in het Nederlandse buitenlandbeleid. Hieronder staat een overzicht van hoe de vrijheid van religie is verankerd in het Nederlandse buitenlandbeleid.

3.1 Vrijheid van religie als mensenrechtenprioriteit

  • De Nederlandse regering ziet vrijheid van religie (levensovertuiging) als één van de prioriteiten binnen het mensenrechtenbeleid. Bij antwoorden op Kamervragen erkent het kabinet expliciet dat religieuze minderheden, waaronder christenen, onder druk staan in diverse landen.

  • Nederland voert diplomatieke actie via internationale fora zoals de VN (Universal Periodic Review) en de VN-Mensenrechtenraad om religieuze vervolging aan de orde te stellen.12

  • Het zogeheten ‘Joint Initiative for Strategic Religious Action’ (JISRA), een internationaal en interreligieus partnerschap bestaande uit vijftig maatschappelijke organisaties uit onder meer Ethiopië, Irak, Nigeria en Oeganda voerde afgelopen jaar met steun van Buitenlandse Zaken een programma uit om ‘vreedzame en rechtvaardige samenlevingen te bevorderen waar iedereen vrijheid van religie en levensovertuiging geniet.’13

3.2 Kamerinitiatieven en moties

  • Er is, op initiatief van CDA, ChristenUnie SGP, een initiatiefnota “over christenvervolging” ingediend in de Tweede Kamer (mei 2021), met voorstellen zoals: objectievere beleidsbenadering, expliciet misstanden benoemen, en het bezoek van delegaties aan kerken in landen met vervolging.14

  • Een motie ingediend in november 2024 riep de regering op om bij buitenlandse werkbezoeken in landen met veel christenvervolging vaker kerken te bezoeken of christenen te ontmoeten. Deze motie is aangenomen: er was brede steun in de Kamer dat vervolgde christenen een prominentere plek verdienen in ons buitenlandbeleid.15

  • Een motie ingediend in september 2025 riep op om christenvervolging tot een vast gespreksonderwerp van diplomatieke gesprekken te maken met de 50 landen die op de Open Doors-ranglijst christenvervolging staan. Ook deze motie werd aangenomen.16

3.3 Financiële en diplomatieke inzet

  • Het ministerie van Buitenlandse Zaken meldt dat tijdens de VN Mensenrechtenraad (2024) Nederland zich op meerdere momenten heeft uitgesproken over de bescherming van religieuze minderheden, ook in resoluties die (direct of indirect) christenen raken.17

  • In 2024 is aangekondigd dat Nederland een evenement in 2025 organiseert in de marge van de VN-Mensenrechtenraad met speciale aandacht voor vervolging van christenen.18

  • Bij hulpverlening: in beleidsstukken wordt aangegeven dat humanitaire steun (via EU en andere kanalen) mede gericht is op kwetsbare religieuze gemeenschappen, zoals christenen in Syrië.

3.4 Regionale focus

  • Er is Kamerbreed aandacht voor specifieke landen: bijvoorbeeld vragen over de veiligheid van christenen in Syrië.19

  • In EU- en bilateraal contact, bijvoorbeeld met landen als India, China, Saoedi-Arabië, maakt Nederland volgens de minister gebruik van mensenrechtendialogen om religieuze vrijheid aan de orde te stellen.20

  • Ook wordt ingezet op dialoog met lokale maatschappelijke organisaties in landen met religieuze minderheden: in recente beleidsnota’s staat expliciet dat Nederland wil samenwerken met “religieuze maatschappelijke organisaties” in Afrika, het Midden-Oosten (MENA) en Azië.

3.5 Evaluatie van de positie van de vrijheid van religie binnen het Nederlandse mensenrechtenbeleid

Eind 2024 heeft de IOB een evaluatie gepubliceerd van het Nederlandse mensenrechtenbeleid in een veranderende wereldorde (2017-2022).21 Daaruit is op te maken dat er de afgelopen jaren wel degelijk stappen gezet in het bevorderen van de vrijheid van religie wereldwijd. Denk bijvoorbeeld aan de instelling van de Speciaal Gezant voor Religie en Levensovertuiging en groeiende aandacht voor het integraal aan de slag gaan met het thema ‘religie’ binnen het ambtelijk apparaat, bijvoorbeeld via interne cursussen.

Tegelijkertijd legt het rapport wat betreft de initiatiefnemer ook tekortkomingen bloot in het Nederlandse mensenrechtenbeleid met betrekking tot de vrijheid van religie en levensovertuiging. Uit de IOB-evaluatie van 2023 blijkt onder andere het volgende:

  • Dat vrijheid van religie en levensovertuiging in de praktijk de minste prioriteit kreeg binnen de thematische focus bij de Nederlandse inzet voor het Universal Peer Review-mechanisme;

  • Dat circa een derde van het ambassadepersoneel vrijheid van godsdienst en levensovertuiging liever zou schrappen uit de prioriteiten;

  • Dat ambassades vooral inzetten op andere thema’s (LHBTIQ+, vrouwenrechten) en de vrijheid van religie en levensovertuiging een stuk minder aandacht kreeg;

  • Dat de speciaal gezant voor religie en levensovertuiging niet sterk geïntegreerd was binnen het ministerie van Buitenlandse Zaken en slechts beperkt werd ingezet voor het afleggen van (digitale) landenbezoeken.

Dit vraagt wat de initiatiefnemer betreft om versterkte sturing en structurele borging van de vrijheid van religie, waaronder christenvervolging, binnen het Nederlandse buitenlandbeleid. De initiatiefnemer poogt dat te bewerkstelligen met een aantal aanbevelingen.

4. Aanbevelingen om christenvervolging te bestrijden

4.1 Investeer in religieuze geletterdheid en in structurele contacten met religieuze actoren

Verandering begint van onderaf. Lokale religieuze actoren, zoals kerken, zijn bij uitstek in staat om gedragsverandering tot stand te brengen, ook als het gaat om christenvervolging. Want waar in Nederland een steeds groter deel van de bevolking zich seculier noemt, is het overgrote deel van de wereldbevolking religieus. Religie is daarbij niet iets enkel van de privésfeer, maar zit juist verweven in het dagelijks leven en in zaken als het taalgebruik en de cultuur.

Het zijn dus lokale actoren als kerken die de heersende en niet altijd behulpzame overtuigingen in hun gemeenschappen door en door kennen, en ze weten te kantelen in de goede richting. Deze actoren zijn goed ingebed in lokale gemeenschappen en zijn door hun grote kennis van de lokale cultuur en gebruiken in staat lokale gemeenschappen te overtuigen om hun gedrag aan te passen en hen aan te sporen tot verzoening. Ook zijn zij in staat om te pleiten voor het aangaan van de interreligieuze dialoog. De initiatiefnemer onderstreept daarom het belang van samenwerken met religieuze actoren, zowel door ambassadepersoneel als door (hulp)organisaties. Deze actoren zijn van essentieel belang om te werken aan vrede en verzoening. Neem de rol van religieuze actoren, zoals kerken, eveneens mee in analyses van context, machtsverhoudingen en stakeholders als ook in de ontwikkeling van programma’s gericht op het tegengaan van christenvervolging.

Sinds 2019 is er op het ministerie van Buitenlandse Zaken een Speciaal Gezant voor de Vrijheid van Religie en levensovertuiging. Deze functie draagt bij aan een adequate verankering van het recht om te geloven in ons Nederlandse buitenlandbeleid. Er is echter geen structurele commitment vanuit het ministerie om deze functie op de lange termijn in stand te houden en geen structureel budget voor bijvoorbeeld het doen van onderzoek of het geven van cursussen. Het is daarom van groot belang dat de functie structureel verankerd wordt binnen het Nederlandse buitenlandbeleid. Ook is het van belang dat de speciaal gezant beter geborgd wordt binnen het ministerie zodat het thema ‘vrijheid van religie’ een breed gedragen beleidsfocus wordt van ons buitenlandbeleid.

Aanbevelingen:

  • Maak de functie van de Speciaal Gezant voor de Vrijheid van Religie en Levensovertuiging structureel en niet afhankelijk van kabinetswisselingen. Versterk het mandaat, budget en inbedding binnen het ministerie van Buitenlandse Zaken. Geef de Speciaal Gezant een actieve rol in beleidsontwikkeling en crisisdiplomatie, met strategische ontmoetingen en reizen.

  • Zet nog meer in op het trainen van (senior)diplomaten, ambassades en beleidsmakers in religie-sensitief werken.

  • Vergroot op het ministerie en ambassade religieuze geletterdheid, waarbij specifiek aandacht is voor de rol die religie speelt bij conflicten.

  • Maak vrijheid van godsdienst en levensovertuiging écht een prioriteit op alle ambassades, met contextspecifieke en meetbare doelstellingen, zodat dit kan worden gemonitord.

  • Stimuleer de ontwikkeling van programma’s gericht op het tegengaan van religieuze vervolging, ook in EU-verband. Hierbij is ook de aanstelling van een EU-gezant voor geloofsvrijheid van cruciaal belang.

  • Vergroot de inzet van ambassades op het tegengaan van christenvervolging en steun lokale religieuze partners om te werken aan vrede en verzoening tussen religieuze groepen.

  • Investeer actief in het contact en de samenwerking met het lokale maatschappelijk middenveld, waaronder kerken, ook in crisissituaties, en benut het potentieel van lokale religieuze actoren in de strijd tegen christenvervolging.

4.2 Investeer in online weerbaarheid om christenvervolging tegen te gaan

Investeren in online weerbaarheid en internetvrijheid draagt bij aan godsdienstvrijheid. Dit zal lokale mensenrechtenverdedigers en (religieuze) gemeenschapsleiders bijvoorbeeld meer de ruimte geven om hun stem te laten horen bij een breder publiek en inclusie en vrede te promoten. Het is daarin belangrijk dat er wordt ingezet op een digitale vorm van vredesopbouw en dat digitale veiligheid een stevige rol speelt bij digitale innovatie. Dit helpt om de democratie te bevorderen en polarisatie en exclusie tegen te gaan en daarmee om christenvervolging tegen te gaan.

Aanbevelingen:

  • Investeer in programma’s gericht op digitale geletterdheid, factchecking en die werken aan (sociale) mediavaardigheden van jongeren.

  • Steun initiatieven die online schadelijke en religieus geladen narratieven en opruiende desinformatie kunnen weerleggen met gedegen kennis.

  • Investeer in internetvrijheid in repressieve landen zodat mensen toegang krijgen tot bronnen die misleidende informatie kunnen weerleggen, onder andere met religieus geladen argumenten.

  • Zorg ervoor dat surveillancetechnologie en digitale programma’s uit Europa niet worden ingezet bij controlerende en andere repressieve maatregelen.

4.3 Investeer in de interreligieuze dialoog om christenvervolging te voorkomen en te adresseren

Interreligieuze dialoog kan ervoor zorgen dat men bestaande of vroegere houdingen van uitsluiting en vijandigheid los kan laten die de relaties tussen de verschillende religies in het land hebben gekenmerkt.22 Hierdoor kunnen vooroordelen en eeuwenoude vijandigheden worden besproken en kan er gewerkt worden aan verzoening.

Verder kan interreligieuze dialoog en verzoening mensen in staat brengen om gezamenlijk in beraad te gaan over hoe religieuze geschriften kunnen bijdragen aan het oplossen van patronen van vervolging en uitsluiting. Interreligieuze dialoog is daarnaast belangrijk in het preventief adresseren van religieus fanatisme.

Om goed te investeren in de interreligieuze dialoog is verder ook belangrijk om opgedane kennis- en expertise uit het verleden over het tegengaan van christenvervolging op een vaste plaats te borgen, bijvoorbeeld door het opzetten van een kenniscentrum gericht op de rol van religie in het werken aan vrede en verzoening.

Aanbevelingen:

  • Verzamel best practices op het gebied van vredesopbouw, deradicalisering, religiestudies en preventie van (christen) vervolging binnen een kenniscentrum. Dit centrum kan helpen met het ondersteunen van ambassades met religie-expertise.

  • Investeer in programma’s die werken aan het initiëren van de interreligieuze dialoog en verzoening, vooral in gebieden met een lange geschiedenis van religieus geladen geweld. Dit kan goed door het JISRA-programma door te zetten en verder uit te bouwen.

4.4 Structurele monitoring en rapportage inzake christenvervolging

Om christenvervolging te bestrijden is het belangrijk om duidelijk in kaart te hebben wat de specifieke omvang van christenvervolging wereldwijd is. Het is daarom van belang om een structurele samenwerking met christelijke organisaties op te zetten die wereldwijd geloofsvervolging monitoren. Ook is het hierin behulpzaam om parlementaire hoorzittingen met kerkleiders en onderzoekers te organiseren.

Aanbevelingen:

  • Organiseer een jaarlijkse rapportage in de Tweede Kamer over de vrijheid van religie en levensovertuiging, met daarin ook aandacht voor christelijke minderheden.

  • Organiseer parlementaire kennisgesprekken met kerkleiders, onderzoekers en mensenrechtenorganisaties om een beter beeld te krijgen in de oorzaken van christenvervolging.

  • Organiseer een jaarlijks overleg tussen de Speciaal Gezant en de Tweede Kamer.

  • Werk samen met organisaties die christenvervolging monitoren en die bezig zijn met het initiëren van de interreligieuze dialoog of andere initiatieven om vervolging te voorkomen of tegen te gaan.

4.5 Werk aan perspectief om christenvervolging te voorkomen

Onderzoek toont aan dat armoede, werkloosheid, en het gebrek aan perspectief een belangrijke voedingsbodem voor (religieus) extremisme vormt,23 vooral onder jongeren.24

Hoewel armoede niet de enige aanleiding is voor extremisme, wordt het vaak uitgebuit door gewapende milities en politici om onrust aan te wakkeren. Ook religieuze leiders kunnen worden meegesleurd in corrupte praktijken door het gebrek aan perspectief.25

Investeren in rechtvaardig onderwijs is daarom van cruciaal belang om christenvervolging tegen te gaan. Het is belangrijk dat zowel seculiere als religieuze onderwijssystemen versterkt worden om onwetendheid te verminderen en kwetsbaarheid voor extremistische rekrutering te doen afnemen.

Ook is het van belang om onrecht en marginalisering aan te pakken. Zorg voor eerlijke toegang tot identiteitsbewijzen (zonder religie erop), banen en sociale diensten om de perceptie van discriminatie en tweederangs burgerschap te verminderen. Ook eerlijke toegang tot noodhulp is van belang indien van toepassing. Inclusief bestuur bevordert vertrouwen en vermindert de aantrekkingskracht van extremistische bewegingen en draagt daarmee bij aan het voorkomen van christenvervolging.

Aanbevelingen:

  • Investeer ontwikkelingsgelden in (lokale) organisaties die seculier én religieus onderwijs helpen kritisch denken te stimuleren om zo de misleidende narratieven onder christenvervolging te adresseren.

  • Benoem discriminatie en uitsluiting van religieuze minderheden in bilaterale gesprekken met overheden van landen waar christenvervolging plaatsvindt.

  • Zet internationaal in op het bevorderen van rechtsstaat ontwikkeling, anti-corruptie acties en de bestrijding van straffeloosheid om de grondoorzaken van christenvervolging vroegtijdig te adresseren.

  • Werk toe naar een ontwikkelingsbudget dat gelijk staat aan 0,7% van ons BNI om blijvend te investeren in perspectief van mensen in kwetsbare posities om zo een voedingsbodem van religieus extremisme weg te nemen.

4.6 Betrek diasporagemeenschappen bij beleid omtrent christenvervolging

De Nationale Veiligheidsstrategie (NVS) erkent dat maatschappelijke polarisatie, identitaire spanningen en extremisme directe bedreigingen vormen voor de veiligheid van Nederland. Religieuze vervolging elders in de wereld kan via de diaspora, sociale media en geopolitieke verschuivingen direct doorwerken in onze samenleving. Dat betekent dat internationale politiek omtrent geloofsvrijheid niet los gezien kan worden van binnenlandse veiligheid.

Maatschappelijke organisaties, met name religieuze organisaties, spelen hierin een cruciale rol. Zij signaleren vroegtijdig spanningen, bieden opvang aan vervolgde diaspora en slachtoffers van haat, bouwen bruggen over scheidslijnen heen, en hebben toegang tot gemeenschappen die de overheid niet bereikt. Het is belangrijk dat deze organisaties daarom worden gezien als strategische spelers in het voorkomen van polarisatie en extremisme. In binnenland én buitenland. Met hen in gesprek zijn en hen betrekken bij beleid is dan ook van belang.

Aanbevelingen:

  • Zorg voor professionalisering van diasporanetwerken en betrek hen bij de aanpak van christenvervolging.

  • Maak actief gebruik van diasporanetwerken die bijdragen aan signalering van religieuze spanningen en vervolging.

  • Betrek diaspora bij beleidsadvies, crisisrespons en diplomatie omtrent christenvervolging.

  • Zorg voor een veilige omgeving voor alle asielzoekers die naar Nederland komen, inclusief religieuze minderheden en bekeerlingen.

4.7 Vraag structurele aandacht voor geloofsvervolging in de diplomatie

Veel landen hebben allerlei internationale verdragen ondertekend, ook als het gaat over godsdienstvrijheid, maar houden zich er niet aan. Of ze doen mooie beloften over inclusiviteit voor alle minderheden, maar acteren niet of te weinig op misstanden. Het is belangrijk om in te zetten op actieve diplomatie richting landen waar geloofsvervolging hoog is, inclusief sanctiemogelijkheden bij ernstige schendingen. Hierbij geldt: het is vaak beter om op te trekken in EU-verband of met gelijkgezinde landen (denk bijvoorbeeld aan een internationaal initiatief als de Article 18 Alliance, waar Nederland onderdeel van is). Nederland kan hierin een voortrekkersrol vervullen.

Aanbevelingen:

  • Zet in op het conditioneren van handelsrelaties of delegatiebezoeken wanneer ernstige schendingen van de vrijheid van religie aanhouden.

  • Zet specifiek in op het aanspreken van landen die nog de doodstraf hanteren op blasfemie of afvalligheid. Deze wetgeving wordt vaak misbruikt om christenen aan te pakken. Zet in op afschaffing van die wetgeving en de zogenaamde anti-bekeringswetten. Als dat nog een brug te ver is: zet in op een actieve aanpak van misbruik van deze wetgeving.

  • Overweeg actief het hanteren van sancties in extreme gevallen van uitsluiting en vervolging.

  • Terughoudendheid betrachten in het deelnemen aan grootschalige internationale sportevenementen in landen met ernstige geloofsvervolging.

  • Heb specifiek aandacht voor de rechten van bekeerlingen; zij merken de gevolgen van hun overstap in isolatie door de gemeenschap, discriminatie, problemen bij registratie o.a. van kinderen, scholing, hulpverlening, etc.

  • Heb specifiek aandacht voor de impact van gender specific religious persecution en van age specific religious persecution.

  • Monitor wapen- en geldstromen en voorkom dat extremistische groepen wapens of geld tot hun beschikking hebben. Voer een actief beleid om groepen te ontwapenen.

5. Beslispunten

De Kamer wordt gevraagd om de regering te verzoeken om:

Investeer in religieuze geletterdheid en in structurele contacten met religieuze actoren

  • De functie van de Speciaal Gezant voor de Vrijheid van Religie en Levensovertuiging structureel te maken en niet afhankelijk van kabinetswisselingen. Versterk het mandaat, budget en inbedding binnen het ministerie van Buitenlandse Zaken. Geef de Speciaal Gezant een actieve rol in beleidsontwikkeling en crisisdiplomatie, met strategische ontmoetingen en reizen.

  • Nog meer in te zetten op het trainen van (senior)diplomaten, ambassades en beleidsmakers in religie-sensitief werken.

  • Op ministerie en ambassade religieuze geletterdheid te vergroten, waarbij specifiek aandacht is voor de rol die religie speelt bij conflicten.

  • De vrijheid van godsdienst en levensovertuiging écht een prioriteit te maken op alle ambassades, met contextspecifieke en meetbare doelstellingen, zodat dit kan worden gemonitord.

  • De ontwikkeling van programma’s gericht op het tegengaan van religieuze vervolging te stimuleren, ook in EU-verband. Hierbij is ook de aanstelling van een EU-gezant voor geloofsvrijheid van cruciaal belang.

  • De inzet van ambassades op het tegengaan van christenvervolging te vergroten en lokale religieuze partners om te werken aan vrede en verzoening tussen religieuze groepen te steunen.

  • Actief in het contact en de samenwerking met het lokale maatschappelijk middenveld te investeren, waaronder kerken, ook in crisissituaties, en benut het potentieel van lokale religieuze actoren in de strijd tegen christenvervolging.

Investeer in online weerbaarheid om christenvervolging tegen te gaan

  • Te investeren in programma’s gericht op digitale geletterdheid, factchecking en die werken aan (sociale) mediavaardigheden van jongeren.

  • Steun initiatieven die online schadelijke en religieus geladen narratieven en opruiende desinformatie kunnen weerleggen met gedegen kennis te steunen.

  • Te investeren in internetvrijheid in repressieve landen zodat mensen toegang krijgen tot bronnen die misleidende informatie kunnen weerleggen, onder andere met religieus geladen argumenten.

  • Ervoor te zorgen dat surveillancetechnologie en digitale programma’s uit Europa niet worden ingezet bij controlerende en andere repressieve maatregelen.

Investeer in de interreligieuze dialoog om christenvervolging te voorkomen en te adresseren

  • Best practices op het gebied van vredesopbouw, deradicalisering, religiestudies en preventie van (christen)vervolging te verzamelen binnen een kenniscentrum. Dit centrum kan helpen met het ondersteunen van ambassades met religie-expertise.

  • Te investeren in programma’s die werken aan het initiëren van de interreligieuze dialoog en verzoening, vooral in gebieden met een lange geschiedenis van religieus geladen geweld. Dit kan goed door het JISRA-programma door te zetten en verder uit te bouwen.

Structurele monitoring en rapportage inzake christenvervolging

  • Actief samen te werken met organisaties die christenvervolging monitoren en die bezig zijn met het initiëren van de interreligieuze dialoog of andere initiatieven om vervolging te voorkomen of tegen te gaan.

Werk aan perspectief om christenvervolging te voorkomen

  • Ontwikkelingsgelden te investeren in (lokale) organisaties die seculier én religieus onderwijs helpen kritisch denken te stimuleren om zo de misleidende narratieven onder christenvervolging te adresseren.

  • Discriminatie en uitsluiting van religieuze minderheden te benoemen in bilaterale gesprekken met overheden van landen waar christenvervolging plaatsvindt.

  • Zet internationaal in op het bevorderen van rechtsstaat ontwikkeling, anti-corruptie acties en de bestrijding van straffeloosheid om de grondoorzaken van christenvervolging vroegtijdig te adresseren.

  • Werk toe naar een ontwikkelingsbudget dat gelijk staat aan 0,7% van ons BNI om blijvend te investeren in perspectief van mensen in kwetsbare posities om zo een voedingsbodem van religieus extremisme weg te nemen.

Betrek diasporagemeenschappen bij beleid omtrent christenvervolging

  • Zorg voor professionalisering van diaspora-netwerken en betrek hen bij de aanpak van christenvervolging.

  • Maak actief gebruik van diasporanetwerken die bijdragen aan signalering van religieuze spanningen en vervolging.

  • Betrek diaspora bij beleidsadvies, crisisrespons en diplomatie omtrent christenvervolging.

  • Zorg voor een veilige omgeving voor alle asielzoekers die naar Nederland komen, inclusief religieuze minderheden en bekeerlingen.

Vraag structurele aandacht voor geloofsvervolging in de diplomatie

  • In te zetten op het conditioneren van handelsrelaties of delegatiebezoeken wanneer ernstige schendingen van de vrijheid van religie aanhouden.

  • Specifiek in te zetten op het aanspreken van landen die nog de doodstraf hanteren op blasfemie of afvalligheid. Deze wetgeving wordt vaak misbruikt om christenen aan te pakken. Zet in op afschaffing van die wetgeving en de zogenaamde anti-bekeringswetten. Als dat nog een brug te ver is: zet in op een actieve aanpak van misbruik van deze wetgeving.

  • Actief het hanteren van sancties te overwegen in extreme gevallen van uitsluiting en vervolging.

  • Terughoudendheid te betrachten in het deelnemen aan grootschalige internationale sportevenementen in landen met ernstige geloofsvervolging.

  • Specifiek aandacht te hebben voor de rechten van bekeerlingen; zij merken de gevolgen van hun overstap in isolatie door de gemeenschap, discriminatie, problemen bij registratie o.a. van kinderen, scholing, hulpverlening, etc.

  • Specifiek aandacht aandacht te hebben voor de impact van gender specific religious persecution en van age specific religious persecution.

  • Wapen- en geldstromen te monitoren en te voorkomen dat extremistische groepen wapens of geld tot hun beschikking hebben. Voer een actief beleid om groepen te ontwapenen.

De Kamer wordt gevraagd om:

Structurele monitoring en rapportage inzake christenvervolging

  • Een jaarlijkse rapportage in de Tweede Kamer te organiseren over de vrijheid van religie en levensovertuiging, met daarin ook aandacht voor christelijke minderheden.

  • Geregeld parlementaire kennisgesprekken met kerkleiders, onderzoekers en mensenrechtenorganisaties te organiseren om een beter beeld te krijgen in de oorzaken van christenvervolging.

  • Een jaarlijks overleg tussen de Speciaal Gezant en de Tweede Kamer te organiseren.

6. Financiële paragraaf

De financiële consequenties van deze initiatiefnota zijn beperkt en kunnen veelal binnen de bestaande budgetten en kaders worden uitgevoerd, waarbij incidenteel budget in het geval van de Speciaal Gezant Godsdienst en Levensovertuiging structureel wordt gemaakt.

Wel vraagt de initiatiefnota om duidelijke keuzes om vrijheid van godsdienst en levensovertuiging prioriteit te geven binnen de beleidskeuzes. Dit hoeft niet ten koste van andere projecten. Eén van de voorstellen in de nota is het toegroeien naar de investeringen in ontwikkelingssamenwerking als 0,7% van het BNI. Als Nederland die groei weer inzet, is het mogelijk om ruim extra te investeren in het bevorderen van godsdienstvrijheid, naast het investeren in andere beleidsprioriteiten binnen BZ.

7. Conclusie

Wereldwijd nemen schendingen van de vrijheid van religie, waaronder christenvervolging, toe. Dit is wereldwijd een ernstige en groeiende bedreiging voor honderden miljoenen mensen. Nederland heeft zowel een morele verplichting als strategisch belang bij een krachtig, samenhangend en toekomstbestendig beleid voor vrijheid van religie in brede zin en in het specifiek voor christenvervolging.

Door te investeren in religieuze geletterdheid, relaties met religieuze leiders en andere actoren, digitale weerbaarheid, interreligieuze dialoog, monitoring en diplomatie, kan Nederland een betekenisvolle rol spelen in het beschermen van vervolgde christelijke gemeenschappen en bijdragen aan vrede en verzoening in potentiële conflictcontexten.

Deze initiatiefnota biedt middels een groot aantal voorstellen een concrete route om naar toe te werken. Blijvende aandacht, precisie en opvolging is daarbij steeds van belang.

Ceder


  1. https://www.mensenrechten.nl/mensenrechten-voor-jou/betekenis-van-mensenrechten/wat-is-de-universele-verklaring-van-de-rechten-van-de-mens↩︎

  2. https://www.opendoors.org/research-reports/wwl-documentation/WWL-Methodology-Short-version-update-October-2025.pdf↩︎

  3. https://www.opendoors.nl/nieuws/ranglijst-christenvervolging-2026-laat-schokkend-beeld-zien/↩︎

  4. Kamerstuk 35264, nr. 3.↩︎

  5. Kamerstuk 35719, nr. 2.↩︎

  6. Kamerstuk 35264, nr. 2.↩︎

  7. https://pure.rug.nl/ws/portalfiles/portal/56871524/Literature_Review_DFID_.pdf.↩︎

  8. https://www.cccw.cam.ac.uk/wp-content/uploads/2024/01/2019-CCCW-Tearfund-report-on-voices-from-the-local-church.pdf.↩︎

  9. https://www.journal.integritasterbuka.id/index.php/integritas/article/download/62/57.↩︎

  10. Zie voor Nigeria en Kenia: Polinder, S. (2025). Harnessing religious leadership to counter violent extremism and build religious tolerance in Nigeria and Kenya. Harnessing Religious Leadership to Counter Violent Extremism and Build Religious Tolerance in Nigeria and Kenya.↩︎

  11. https://media.opendoorsuk.org/document/pdf/Open%20Doors%20Digital%20Persecution%20Report.pdf↩︎

  12. Aanhangsel Handelingen II, 2024-25, nr. 1320.↩︎

  13. https://jisra.org/↩︎

  14. Kamerstuk 35719, nr. 2.↩︎

  15. https://www.rd.nl/artikel/1086198-kamer-wil-dat-kabinet-vaker-christen-ontmoet-in-land-met-veel-vervolging?↩︎

  16. Kamerstuk 36800, nr. 56.↩︎

  17. https://app.1848.nl/static/pdf/99/0a/990a76597b05394e6b29ad5e8a4385eb9716beaa.pdf.↩︎

  18. https://app.1848.nl/static/pdf/99/0a/990a76597b05394e6b29ad5e8a4385eb9716beaa.pdf.↩︎

  19. Aanhangsel Handelingen II, 2024-25, nr. 3005.↩︎

  20. Aanhangsel Handelingen II, 2024-25, nr. 1320.↩︎

  21. Bijlage bij Kamerstuk 32735, nr. 402.↩︎

  22. https://www.osce.org/odihr/549874.↩︎

  23. https://www.undp.org/sites/g/files/zskgke326/files/publications/Discussion%20Paper%20-%20Preventing%20Violent%20Extremism%20by%20Promoting%20Inclusive%20%20Development.pdf.↩︎

  24. Zie voor Nigeria en Kenia: Polinder, S. (2025). Harnessing religious leadership to counter violent extremism and build religious tolerance in Nigeria and Kenya. Harnessing Religious Leadership to Counter Violent Extremism and Build Religious Tolerance in Nigeria and Kenya.↩︎

  25. Hier is niet gepoogd om een uitputtende verklaring te geven voor het ontstaan van extremisme. Zwakke regimes, tribale conflicten, de invloed van klimaatverandering, een niet-werkend rechtssysteem, etc. kunnen allemaal een rol spelen.↩︎