Amendement van het lid Ellian c.s. over middelen voor erkenning van ongelijk beloonde vrouwelijke rechters en officieren van justitie in opleiding
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2026
Amendement
Nummer: 2026D03788, datum: 2026-01-27, bijgewerkt: 2026-01-29 17:11, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: U. Ellian, Tweede Kamerlid (VVD)
- Mede ondertekenaar: J.C. Sneller, Tweede Kamerlid (D66)
- Mede ondertekenaar: J.C.G. Straatman, Tweede Kamerlid (CDA)
Onderdeel van kamerstukdossier 36800 VI-70 Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2026.
Onderdeel van zaak 2026Z01580:
- Indiener: U. Ellian, Tweede Kamerlid
- Medeindiener: J.C. Sneller, Tweede Kamerlid
- Medeindiener: J.C.G. Straatman, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
| TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL | 2 | |
| Vergaderjaar 2025-2026 | ||
| 36 800 VI | Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2026 | |
| Nr. 70 | AMENDEMENT VAN HET LID ellian c.s. | |
| Ontvangen 27 januari 2026 | ||
| De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor: | ||
De departementale begrotingsstaat wordt als volgt gewijzigd:
I
In artikel 32 Rechtspleging en rechtsbijstand worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met € 1.000 (x € 1.000).
II
In artikel 32 Rechtspleging en rechtsbijstand worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verhoogd met € 5.000 (x € 1.000).
III
In artikel 33 Veiligheid en criminaliteitsbestrijding worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met € 3.000 (x € 1.000).
IV
In artikel 34 Straffen en beschermen worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met € 1.000 (x € 1.000).
Toelichting
Het inschalingsbeleid binnen de rechterlijke macht was tot voor kort gebaseerd op één criterium: het laatstverdiende loon. Dit resulteerde in ongelijke behandeling van mannen en vrouwen. Waardevollere ervaring kon lager worden ingeschaald, omdat vrouwen veelal andere functies dan mannen hebben voordat zij beginnen aan de opleiding tot rechter of officier van justitie. Om voor nieuwe rechters en officieren van justitie deze ongelijke behandeling weg te nemen, is in juli 2024 een akkoord gesloten over een nieuw inschalingsbeleid voor rechters en officieren van justitie in opleiding. Dit nieuwe beleid geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 juli 2023.
Indieners onderschrijven de noodzaak van het nieuwe inschalingsbeleid. Daarmee is echter de situatie voor bestaande gevallen niet opgelost. Indieners achten het van belang dat de Staat formeel erkenning uitspreekt voor de ongelijke behandeling van vrouwen en de discriminerende effecten die het oude inschalingsbeleid met zich meebracht. Naast erkenning zijn indieners van mening dat ook een compensatieregeling op zijn plaats is voor vrouwelijke rechters en officieren van justitie in opleiding die in het verleden hierdoor zijn benadeeld. Om deze groep af te kunnen bakenen stellen indieners zich voor dat de introductie van de RIO-opleiding als grens wordt gehanteerd. Naar schatting is ongeveer 60% vrouw van de nieuwe instroom bij de rechtelijke macht. Het gaat dan jaarlijks om 105 vrouwen op een totaal van 174 nieuwe rechters en officieren die met de opleiding starten. Aangezien vanaf 1 juli 2023 de ongelijkheid is wegnomen, richt de regeling zich dan op ingestroomde vrouwen van 2015 tot 1 juli 2023. Bij benadering zijn dit 900 vrouwen die ongelijk zijn behandeld. Alhoewel de daadwerkelijke benadeling niet ongedaan kan worden, zijn indieners van mening dat een financiële tegemoetkoming voor deze groep van grote immateriële waarde zal zijn. Indieners stellen middels dit amendement incidenteel vijf miljoen euro beschikbaar voor de regeling.
In het Sectoroverleg Rechterlijke Macht zullen de parameters van de regeling moeten worden uitgewerkt.
Dekking wordt gevonden uit verwachte onderuitputting op het ondermijningsbudget (3 mln), verwachte onderuitputting op het budget van artikel 34 Straffen en Beschermen (1 mln) en verwachte onderuitputting op het budget voor sociale rechtsbijstand (1 mln).
Ellian
Sneller
Straatman