[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Begroting Buitenlandse Zaken (36800-V) 1e TK (ongecorrigeerd)

Stenogram

Nummer: 2026D03793, datum: 2026-01-27, bijgewerkt: 2026-01-28 08:24, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Begroting Buitenlandse Zaken 2026

Begroting Buitenlandse Zaken 2026

Aan de orde is de behandeling van:

  • het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2026 (36800-V).

De voorzitter:
Dan gaan wij nu alsnog door met de begroting Buitenlandse Zaken. Ik heet nog steeds alle, volgens mij bijna dezelfde, leden van de Kamer en ook nog steeds de minister welkom.

De algemene beraadslaging wordt geopend.

De voorzitter:
Ik nodig graag mevrouw Van der Werf uit voor haar bijdrage. Zij spreekt namens de fractie van D66. Gaat uw gang.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Voorzitter, dank u wel. Mijn ouders waren lid van Amnesty International. Mijn moeder was vrijwilliger bij de brievenschrijfacties en mijn vader, geen onverdienstelijk tekenaar, maakte portretten van de demonstranten die werden opgepakt en politiek gevangenen die vastzaten. Zo maakte ik aan de keukentafel via de enveloppen met geel en zwarte letters kennis met de wereldpolitiek. Het waren de vroege jaren negentig en hoewel het grijs van de Sovjet-Unie in delen van Europa nog nadreunde, overheerste er ook één gevoel, dat van hoop. De val van de Muur was op televisie, vrijheid was het woord en democratie het devies. Vrede zou definitief terugkeren op ons continent.

Als kind van die generatie zat het geloof in vrijheid en veiligheid ook in mij. Het bracht me ertoe geschiedenis en later journalistiek te studeren. Mijn aandacht ging niet alleen uit naar politiek in eigen land, maar evenzeer naar die in Washington en Moskou. Misschien is het ook daarom dat de moord op Aleksej Navalny mij zo aangreep. Op die vrijdag in 2024 liep ik de peuterspeelzaal binnen om mijn dochter op te halen toen het NOS-pushbericht verscheen. Hij was dood. Mijn hart zonk in mijn schoenen. Het was het zoveelste bewijs van hoezeer vrijheid en veiligheid wereldwijd onder druk staan en hoe het internationaal recht overal met voeten wordt getreden.

Voorzitter. In de twee jaar na Navalny's dood lijken zich wel twintig jaar aan geopolitiek te hebben voltrokken. Ik kan het eigenlijk niet mooier zeggen dan Mark Carney dat vorige week deed in zijn speech: "De oude wereldorde komt niet terug, maar dat is geen reden tot rouw. Nostalgie is geen strategie" En dus staan wij voor een keuze: buigen voor het recht van de sterkste of bouwen aan iets beters. Laten we bij onszelf beginnen, want misschien waren wij zelf al die tijd wel minder vrij dan we dachten. We zien het pas nu onze belangrijkste bondgenoot zo rap van koers verandert. Dit is, vrees ik, geen incident, maar een nieuwe werkelijkheid. Het Witte Huis kondigt openlijk aan zich te gaan bemoeien met onze interne politiek. Het wil partijen steunen die onze eenheid ondermijnen en openlijk twijfelen aan wat Europa groot maakt: wetenschap, tolerantie voor andersdenkenden en de vrijheid om jezelf te zijn.

Voorzitter. Die verdeeldheid wordt aangejaagd door Trumps techbaronnen en door algoritmes die onze kinderen letterlijk en figuurlijk verzieken, onze samenleving en politiek vergiftigen en onze democratie verzwakken. Daarop moeten wij een antwoord vinden. Dat kunnen wij. Afgelopen week zagen we namelijk ook iets anders: hoe Trump een stap terug moest zetten toen Europa met economische eensgezindheid reageerde. Laten we daar lering uit trekken, want dit is volgende week niet voorbij. Kom in Europees verband met een voorspelbaar economisch escalatiemechanisme ter afschrikking, vraag ik de minister. Wie Trump echt wil kunnen aanspreken, moet zichzelf ook zonder de VS kunnen verdedigen. Laten we daarom bouwen aan een geïntegreerde Europese krijgsmacht. Dan hoeven we nooit meer vast te zitten between a rock and a hard place, zoals de Amerikanen zelf zouden zeggen.

Voorzitter. Nergens op dit continent staan veiligheid en vrijheid zo onder druk als in Oekraïne. Al vier jaar vechten dappere mannen en vrouwen voor hun democratie. In Kiev zit men niet alleen in het donker, maar ook in de kou. De Oekraïners vechten niet alleen voor zichzelf; zij vechten ook voor ons. Het is daarom goed dat de Europese Unie inmiddels tot 90 miljard aan steun is gekomen. Er staat echter nog eens 180 miljard euro aan bevroren Russische tegoeden te wachten om voor Oekraïne te worden ingezet. Kan de minister toezeggen dat Nederland zich onverminderd blijft inzetten om deze middelen voor Oekraïne vrij te maken? Zo ja, hoe?

Voorzitter. Oekraïne steunen betekent ook Poetin pijn doen. Zijn oorlog financiert hij met de schaduwvloot. Nog altijd passeert gemiddeld twee keer per dag een gesanctioneerd schip ongehinderd onze kust. Het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland zijn inmiddels al overgegaan tot het stoppen of enteren van tankers die onder valse vlag varen. Mijn vraag aan de minister is dan ook simpel: wat houdt Nederland nog tegen en wanneer volgt er actie? Oekraïne vraagt namelijk niet om woorden; het vraagt om daden.

Voorzitter. Dan Iran: ten minste 12.000 doden, misschien wel 30.000. Een roep om vrijheid en leven wordt bloeddorstig de kop ingedrukt door een regime dat het laatste schijntje legitimiteit al lang geleden heeft verloren. Ondertussen zitten de dappere Iraniërs ook in het donker, zonder internet, zonder contact met elkaar of de buitenwereld. Ook hier in Nederland zorgt dat voor gekmakende onzekerheid. Van de week sprak ik Iraniërs die wanhopig probeerden contact te krijgen met hun familie. Velen krijgen niemand te pakken. Een enkeling bereikte door de blokkade heen het allerslechtste nieuws.

Het is hartverscheurend, maar Iraniërs vragen niet om medelijden; zij vragen om actie, ook van ons. Onder velen leeft het gevoel dat Europa te weinig doet. Laten wij daarom concrete stappen zetten om dit protest daadwerkelijk te ondersteunen. Dat kunnen we allereerst doen door het internet weer in de lucht te krijgen. Europa kan dat. Wij hebben die technologie. Is de minister bereid Frankrijk aan te moedigen Eutelsat beschikbaar te stellen voor de Iraniërs en zich in EU-verband in te zetten voor Europese financiering hiervan?

Ten tweede kunnen we het repressieapparaat afknijpen. De Revolutionaire Garde is niet alleen een instrument van onderdrukking; het is een terroristische organisatie die een directe dreiging vormt, ook voor ons. Wie ziet wat zij hun eigen bevolking aandoet, weet dat zij nergens voor terugdeinst. Vrijwel de hele Kamer wil de Revolutionaire Garde inmiddels op de Europese terreurlijst, maar zolang dat op weerstand stuit, moeten we haar raken waar dat lukt. Daarom heb ik zojuist een motie ingediend over het volgende. Wil de minister zich binnen de EU inzetten voor een sanctietaskforce tegen Iran, gericht op het volledig afknijpen van de financiering van de Revolutionaire Garde, naar het voorbeeld van de Freeze and Seize Task Force tegen Rusland en Belarus? Laten we nu doorpakken.

Voorzitter. Dan Gaza. Er wordt gesproken over een fragiel staakt-het-vuren, maar Israël gaat gewoon door. Gebouwen worden nog altijd vernietigd en burgers blijven slachtoffer, ook van de barre weersomstandigheden en het gebrek aan humanitaire hulp in de provisorische kampen. De enigen die dit nog kunnen vastleggen en verlichten zijn journalisten en hulpverleners. En juist hen wordt het werken onmogelijk gemaakt. Recent verloren 37 internationale hulporganisaties hun registratie op basis van bizarre criteria. Daarom vraag ik de minister: welke concrete stappen zet dit kabinet om de onredelijke toelatingscriteria voor ngo's terug te draaien en humanitaire toegang te herstellen?

Tegelijkertijd zien we dat ook op de Westelijke Jordaanoever Palestijnen het leven onmogelijk wordt gemaakt. Aangemoedigd door Netanyahu en de zijnen verdrijven Israëlische kolonisten gezinnen van huis en haard. Dit moet stoppen. Daarom vraag ik de minister: hoe staat het met de uitvoering van de in augustus aangenomen motie van mijn partij die oproept tot een EU-handelsembargo op producten uit illegale nederzettingen en tot het gelijktijdig zoeken van draagvlak voor een breder embargo met gelijkgestemde landen?

De voorzitter:
Ik hoorde een punt. Meneer Markuszower, gaat uw gang.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Even over die barre weersomstandigheden in de Gazastrook. Ik was twee, drie weken geleden in Israël. Het was prachtig weer. Ik heb lekker op een terrasje gezeten en ben een beetje bruin geworden. Vandaag is het gewoon 19 graden in de Gazastrook, een beetje bewolkt. Morgen — dat geef ik toe — regent het een beetje. Vrijdag is een prachtige dag: 23 graden, de zon schijnt.

De voorzitter:
En uw vraag in plaats van het …

De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Is het mevrouw Van der Werf bekend dat die weersomstandigheden in Gaza helemaal niet elke dag zo bar zijn? Het is gewoon best lekker weer.

Mevrouw Van der Werf (D66):
De heer Markuszower vindt dit blijkbaar een mooi moment om badinerend te doen over de omstandigheden van mensen die in stormen en overstromingen hebben gezeten de afgelopen maanden, met alle gevolgen van dien voor henzelf, voor hun geliefden en voor hun gezin. Dat vind ik eerlijk gezegd geen serieuze reactie waard.

De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Voorzitter. Na de val van Assad durven veel Syriërs weer te hopen op een vrij en stabiel land, op een leven zonder angst, op een toekomst voor hun kinderen. Maar die hoop staat opnieuw onder druk. De aanvallen van het Syrische leger op Koerdische gebieden zijn onacceptabel. Het geweld is verschrikkelijk en raakt niet alleen Koerden en andere minderheden, maar heel Syrië. Collega's en ik hebben er gisteren al vragen over gesteld, maar ik vraag het nogmaals: is de minister in contact geweest met zijn Syrische ambtsgenoot om dit geweld expliciet af te keuren en, zo nee, is hij bereid om dat alsnog te doen? Wil hij pleiten voor het opnemen van rechten van minderheden in een nieuwe Syrische grondwet? Nederland heeft aantoonbare kennis in transitionele rechtsspraak en het versterken van lokaal bestuur. Ziet de minister mogelijkheden om nationale en lokale overheden te ondersteunen bij inclusieve bestuursvorming, rechtsherstel en verzoening?

Voorzitter. In een wereld waarin Europa sterker moet staan, moet Europa ook sterker gáán staan voor zijn principes, niet alleen in de crises die het dagelijks nieuws beheersen, maar ook richting China, waar nog altijd meer dan een miljoen Oeigoeren zijn geïnterneerd, waar Tibetanen hun cultuur wordt ontzegd en ook Hongkong zijn vrijheid kwijtraakt. Onze macht is alleen iets waard als we hem gebruiken, want vrijheid vraagt moed, overal ter wereld, van hen die erop hopen en van hen die haar bevechten, maar ook van ons om haar te verdedigen.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot een aantal vragen. Mevrouw Dobbe was heel hard aan het lopen en mevrouw Piri was er als eerste, maar mevrouw Dobbe krijgt het woord. Gaat uw gang.

Mevrouw Dobbe (SP):
Ik heb een vraag over Syrië en wat mevrouw Van der Werf daarover zei. Ik zie hier in de Kamer ook het dilemma. We hebben het nieuwe regime dat er nu zit — het zit er al een tijdje trouwens, dus zo nieuw is het allemaal niet meer — allemaal hoopvol bekeken, want het was beter dan het oude, dat verschrikkelijk was. Die hoop slaat op een gegeven moment om, want we zien het geweld tegen druzen, tegen alawieten en nu tegen Koerden. De berichten over de oorlogsmisdaden die ons bereiken zijn echt verschrikkelijk. Wanneer komt dan het punt waarop we moeten zeggen: naast in gesprek gaan met het regime moeten we toch wat steviger optreden, ook tegen dit regime, om te zorgen dat die oorlogsmisdaden, die niet mals zijn, stoppen?

Mevrouw Van der Werf (D66):
Dat is een hele terechte vraag. Volgens mij is dat ook een lastige afweging; dat bleek net ook al uit de reactie van de minister op een paar ingediende moties. De vraag is natuurlijk wie die strengere maatregelen dan raken. Raken die het regime of de mensen die je ermee wilt raken, of raken ze iedereen in het land en dus ook de minderheden die nu zo bedreigd worden of erger?

Mevrouw Dobbe (SP):
Dat vind ik ook weer een heel terecht antwoord, want we hebben bij het vorige regime, dat enorm gesanctioneerd was met algemene sancties, natuurlijk gezien dat de maatregelen vooral de gewone mensen en de normale bevolking raakten. Die kwamen bijvoorbeeld in een enorme hongersnood terecht. Dat willen we natuurlijk niet, want daar is de bevolking niet mee geholpen, maar we kunnen wel kijken met welke andere sancties die meer zijn dan in gesprek gaan, je het regime en niet de bevolking zou raken.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Dat is een terecht punt. Dat is ook de reden dat ik mij dit weekend heb aangesloten bij collega Piri en daar een aantal hele stevige vragen over heb gesteld. Wat mij betreft staan hier dus verschillende opties open, maar ik vind wel dat we die verstandig moeten wegen. Als je bijvoorbeeld hardere economische maatregelen neemt, zullen die namelijk de hele samenleving daar raken. Ik denk dat mevrouw Dobbe en ik het daar snel over eens zijn.

De voorzitter:
Kort en afrondend, mevrouw Dobbe.

Mevrouw Dobbe (SP):
Dan zou je inderdaad bijvoorbeeld kunnen denken aan heel gerichte sancties tegen de mensen die deel uitmaken van het regime en van de regering daar. Ik heb nog een andere vraag; daar gebruik ik dan mijn laatste interruptie in dit blokje voor. Dan zijn we ook direct klaar, voorzitter.

De voorzitter:
Voor de hele avond?

Mevrouw Dobbe (SP):
Nou, nog niet. Dat kan ik niet garanderen. Die vraag gaat over de Board of Peace van Trump. Als je maar heel veel geld meeneemt, 1 miljard euro, mag je daar met wellicht Poetin, Loekasjenko en Netanyahu in zitten. We hebben van dit kabinet gehoord dat het niet gebruikmaakt van de uitnodiging om daar deel van uit te gaan maken. Dan heb ik het over dit gedrocht van een Board of Peace. Ik ben er heel blij mee dat dit kabinet dat heeft gezegd. Wij krijgen straks misschien een nieuwe president en een nieuwe coalitie.

De voorzitter:
Uw vraag, mevrouw Dobbe?

Mevrouw Dobbe (SP):
Ik zou graag van D66 willen horen of we dit standpunt zo gaan houden. Gaan we geen deel uitmaken van die Board of Peace van Trump?

Mevrouw Van der Werf (D66):
Het is heel verleidelijk om op deze vraag antwoord te geven, maar dat doe ik niet. U weet dat er op dit moment wordt onderhandeld en ik ga niet vooruitlopen op uitkomsten van een mogelijk akkoord.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik wou mevrouw Van der Werf net complimenten geven voor de inbreng. Dit laatste antwoord doet wel een beetje pijn, zeg ik heel eerlijk.

De voorzitter:
Complimenten mogen altijd, mevrouw Piri.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Zeker. Die blijven ook staan, hoor, maar dat laatste antwoord …

De voorzitter:
Uw vraag?

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik zou mevrouw Van der Werf aanmoedigen om daar wat moediger gewoon nee op te zeggen. Zelfs de beantwoording van het ministerie was er iets duidelijker over dat dit een onzinnig plan is. Dat gezegd hebbend … Een van onze belangrijkste nationale instrumenten om de wereldpolitiek te beïnvloeden, is ons diplomatennetwerk. Twee jaar geleden, voordat dit kabinet in vak K aan debatten deelnam, heb ik samen met D66 en ook een meerderheid van deze Kamer een motie aangenomen voor het intensiveren van het diplomatennetwerk. Gelet op hoe onrustig de wereld is, is dat superbelangrijk. We weten dat het kabinet van die vier partijen daar niks aan heeft gedaan. Bezuinigingen staan op de rol. Mijn vraag aan mevrouw Van der Werf is hoe D66 daarin staat.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Misschien weet collega Piri dat nog wel beter dan ik. Zij heeft hier vele debatten over gevoerd en heeft hierover ook moties ingediend met mijn collega Paternotte. Hoe verleidelijk het ook is om ook naar aanleiding van deze vraag op dingen vooruit te lopen, ik ga geen dingen zeggen die ik niet weet. Ik zit niet aan tafel bij een mogelijk volgend kabinet. Ik ga daar dus ook niet een uitkomst van noemen. U weet wat onze inzet is. Ik denk dat ik het daar voor nu bij hou.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik neem aan dat de inzet nog steeds is om op het moment dat de wereld zo onrustig is, juist te investeren in dat diplomatennetwerk. Ik zat heel even te twijfelen, want dit is eerlijk gezegd precies waarom ik denk dat dit debat qua timing een beetje op een raar moment komt, want op de vragen aan mogelijke coalitiepartijen krijgen we elke keer dit soort antwoorden en de minister is misschien zijn koffers al aan het pakken. Dus laten we er het beste van maken, maar ik hoop dat er ook iets meer antwoorden komen.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik dank ook mevrouw Van der Werf. Ik nodig de heer Klos uit, die ook namens de fractie van D66 spreekt in deze eerste termijn. Gaat uw gang.

De heer Klos (D66):
Dank u wel, voorzitter. Het Europese Unie-verdrag geeft in artikel 2 de kern weer van ons Europese erfgoed. We leven in tijden die het noodzakelijk maken om die kern in herinnering te roepen. Artikel 2 zegt: "De waarden waarop de Unie berust, zijn eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren. Deze waarden hebben de lidstaten gemeen in een samenleving die gekenmerkt wordt door pluralisme, non-discriminatie, verdraagzaamheid, rechtvaardigheid, solidariteit en gelijkheid van vrouwen en mannen." De Unie heeft als doel de vrede, haar waarden en het welzijn van haar volkeren te bevorderen en haar burgers een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht te bieden, zonder binnengrenzen.

Voorzitter. Hoe onvoorstelbaar het ook is, wij worden op dit moment omringd door wereldmachten die zich tegen deze waarden keren. Wij zijn strategisch verlaten door onze meest vertrouwde partner, onze beschermer. Laten we ons niet langer laten verlammen door het ongeloof daarover en door angst voor onafhankelijkheid. We moeten ons laten leiden door de harde feiten. De versnelde Europese ontplooiing tot wereldmacht vraagt om een nieuwe mentaliteit. Het effectief verdedigen van onze waarden en van onze politieke en economische belangen vraagt onafwendbaar om de enige denkbare remedie: Europese soevereiniteit, Europese macht. Het goede nieuws is dat dit binnen handbereik ligt. De agenda is grotendeels opgesteld en er is al heel veel werk verzet. We kunnen zelf de technologie, software en wapensystemen ontwikkelen die we nu vaak nog elders in de wereld kopen. Het is een kwestie van urgent kiezen. We kunnen onze vrijheid en democratische waarden beschermen door strenge toepassingen van digitale regels. We kunnen met de Green Deal af van fossiele afhankelijkheid en toe naar goedkope energie van eigen bodem. We kunnen meer van onze welvaart gezamenlijk aanwenden, zodat de Europese begroting niet 30 keer kleiner is dan die van Amerika en we niet alles 27 keer half doen, maar 1 keer goed.

De meest acute opdracht ligt bij onze veiligheid. Europa kan haar eigen grondgebied op dit moment niet verdedigen. President Zelensky legde vorige week de vinger op de zere plek. Hij zei: "Wat als Poetin besluit Litouwen in te nemen of Polen aan te vallen? Wie zal er dan reageren?" Op dit moment bestaat de NAVO op basis van het vertrouwen dat de VS zullen optreden. Maar wat als ze dat niet doen? Zolang we onze defensie niet zelf op orde hebben, blijven wij prooi voor rechteloze en redeloze autocraten. Klagen over het verval van de internationale rechtsorde helpt dan niet. Samen investeren en op topsnelheid verder integreren helpt wel. Een ruime meerderheid van alle Nederlanders wil een Europese defensiemacht. D66 wil dat Nederland hierin een aanjagersrol gaat spelen, bijvoorbeeld door een Europese defensietop te organiseren in Den Haag. Kan het kabinet toezeggen de haalbaarheid daarvan te onderzoeken? De Eurocommissaris voor Defensie pleit er deze dagen voor om nu al te beginnen met het instellen van een Europese veiligheidsraad, waarin snelle besluitvorming kan plaatsvinden als de veiligheid van de EU daarom vraagt. Hoe kijkt het kabinet naar het idee van een Europese veiligheidsraad? Is het bereid daarvoor te pleiten bij Europese partners?

Voorzitter. Als Nederlanders zij wij thuis in Europa. De trotse Nederlandse driekleur hoort onverbrekelijk naast de Europese vlag. Europa is de geboortegrond van de democratie, het continent van wetenschap, waarheidsvinding en wetten en de plek waar innovatie bloeit op een voedingsbodem van twijfel en tegenspraak. Op alle lijstjes prijken Europese landen bovenaan als de gelukkigste ter wereld, omdat wij hier een balans hebben gevonden tussen het brute kapitalisme van de VS en de repressieve staatsmacht van China. Het is niet voor niets dat Georgische democraten en Servische studenten voor vrijheid en democratie waterkanonnen trotseren met de Europese vlag in de hand. Het is niet voor niets dat de Europese vlag met zo veel emotie het Oekraïense parlement werd binnengedragen toen het land officieel kandidaat werd voor lidmaatschap. Formeel zou het nog lang moeten duren voordat dat lidmaatschap van Oekraïne daadwerkelijk een feit is, maar de laatste geluiden zijn dat Oekraïne als onderdeel van een mogelijk bestand versneld zou moeten toetreden. Dat zou de nodige juridische en feitelijke hoofdbrekens met zich meebrengen, maar het zou ook een directe versterking betekenen van Europa als machtsblok en als waardengemeenschap. Oekraïne heeft een van de meest geavanceerde legers van alle Europese landen en bezit cruciale grondstoffen. De drang naar vrijheid en de wil om een democratische gezindheid te laten zegevieren, zijn nergens in Europa méér springlevend. De Oekraïners geven er op dit moment massaal hun leven voor. Ierland heeft al laten weten dat het als voorzitter van de Raad versnelde toetreding in dit scenario mogelijk wil maken. Hoe kijkt het kabinet naar versnelde toetreding? Graag een reactie.

Het werk van Europese onafhankelijkheid zal zwaar en langdurig zijn. Het zal het uiterste van ons vergen, maar dat betekent niet dat we er überhaupt maar niet mee moeten beginnen of dat het niet kán. We zijn op onszelf aangewezen. Dat is de werkelijkheid. We moeten geloven in onszelf en in de kracht van onze waarden. Het kan wél.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot vragen, en nu is mevrouw Piri daadwerkelijk de eerste. Gaat uw gang.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dank aan de heer Klos. Ik had eigenlijk een vraag. We gaan het straks hebben over de hele wereld, en ik denk dat er daarin voldoende gebeurt. Ik ken D66 als een zeer pro-Europese partij. Dat bleek zonet ook uit de bijdragen van zowel mevrouw Van der Werf als de heer Klos. Mijn vraag is de volgende. Is het nu geen tijd om ervoor te zorgen dat er opnieuw een minister van Europese Zaken komt in het volgende kabinet?

De heer Klos (D66):
Ik weet dat er een aantal bestuurlijke adviezen liggen om dat te doen. Ik weet ook dat D66 dat in het verleden zeker heeft gezegd, maar ik zal hier de lijn van mevrouw Van der Werf aanhouden en niet vooruitlopen op de uitkomst van de formatie.

De voorzitter:
Mevrouw Dobbe, doet u een poging. Gaat uw gang.

Mevrouw Dobbe (SP):
Dat zou hier inderdaad een interessant debat hebben opgeleverd, denk ik. Ik hoorde de woorden "een Europese defensietop voor een Europese defensiemacht en een Europese veiligheidsraad". Daarmee gaat er bijzonder veel plaatsvinden in Europa. Nu zijn wij als partij ook voor samenwerking in Europa, maar wel altijd met behoud van zeggenschap, zodat ons eigen parlement er altijd over gaat hoe wij omgaan met onze eigen defensie. Is dat ook het beeld dat D66 daarbij heeft? Wat kunnen wij de komende tijd verwachten?

De heer Klos (D66):
Daar kan ik heel kort over zijn. Bij de inzet van onze militairen zal altijd een artikel 100-procedure moeten plaatsvinden.

Mevrouw Dobbe (SP):
Dat is toch iets anders. Artikel 100 houdt in dat het besluit al is genomen. Dan mogen wij er nog wat van vinden, maar daar hoeft het kabinet of misschien Europa in dat geval helemaal niks mee. Dat is iets anders dan echte zeggenschap, publieke zeggenschap en ook nationale zeggenschap van ons eigen parlement over waar bijvoorbeeld mensen naartoe worden uitgezonden, hoe we onze wapens inkopen, wie die wapens mag gebruiken en waar. Dus dat is wel iets anders. Ziet D66 dat ook? Hoe zien zij dan die nationale zeggenschap nog?

De heer Klos (D66):
Ieder besluit dat wij nemen over de verdere defensie-integratie zal een nationaal besluit zijn. Dat is ook waarom ik actief ben in de nationale politiek. Als wij willen dat we ons als Europa beter kunnen verweren — ik weet dat de Socialistische Partij en D66 daar een beetje in verschillen — dan zullen we ook gezamenlijk moeten optreden. Ik vind wel dat ons nationale parlement zal moeten besluiten om tot meer Europese samenwerking te komen. Ik weet niet of we elkaar daarin gaan vinden.

De voorzitter:
Afrondend en kort, mevrouw Dobbe.

Mevrouw Dobbe (SP):
Ik snap dat antwoord. Wij moeten natuurlijk als parlement altijd besluiten of we zeggenschap weggeven of niet. Mijn vraag is: stelt D66 ook voor om zeggenschap weg te geven om deze Europese samenwerking te bewerkstelligen? Dan weten wij ook waar D66 de komende tijd voor staat en dan weten wij ook wat wij gaan vinden van dat beleid.

De heer Klos (D66):
Laat ik heel helder zijn over mijn eigen woorden en over de inzet van D66: wij zijn voor een Europese pijler binnen de NAVO. Wij zijn voor verdergaande integratie van onze krijgsmachten, waar Nederland op dit moment ook al aan werkt met België en Duitsland. Wij zijn ook voor een Europese inzet van troepen waar dat nodig is. Overigens is dat ook helemaal geen revolutionair idee. We hebben al de Rapid Deployment Capacity en die zou beter ingezet kunnen worden.

De voorzitter:
Zie ik de heer Boswijk nu ook een soort beweging maken om een vraag te kunnen stellen? Gaat uw gang.

De heer Boswijk (CDA):
Een soort van beweging. Een mooi pleidooi van collega Klos. Er wordt natuurlijk op defensiegebied al best wel veel samengewerkt. Er zijn heel veel congressen waar heel veel defensiebedrijven elkaar tegenkomen. Met het risico dat we allemaal toppen gaan organiseren: ik moest heel erg denken aan de speech van Carney over middle powers, waar ook collega Van der Werf naar verwees. Zou het dan niet mooi zijn om het juist iets breder te trekken, dus dat je niet alleen defensie bekijkt, maar ook grotere vraagstukken? Ik bedoel dan dat je een top organiseert in de gedachte van de Vredestoppen van 1899 en 1907, maar dan een top voor de middle powers, waarbij je dan niet alleen naar defensie kijkt, maar ook bijvoorbeeld naar hoe we omgaan met internationaal recht, met grondstoffen, met energie, noem het maar op. Misschien is dat zinvoller. Dan maak je de taart ook iets groter. Dan haal je Zuid-Afrika erbij en Canada, noem ze maar op.

De heer Klos (D66):
Als liefhebber van de geschiedenis kan ik de referentie aan de Haagse vredesconferenties zeer waarderen. Ik denk dat dit een uitstekend idee is. Als wij als middenmachten … Daar zonder ik Europa een klein beetje van uit, want als wij goed ons best doen en goed integreren, zijn wij toch iets meer dan een middenmacht in de wereld met 450 miljoen mensen en straks zeker nog meer. Ik kan me heel goed vinden in het idee om gezamenlijk te kijken naar hoe wij iets overeind kunnen houden van onze gezamenlijke waarden die gaan over soevereiniteit, over territoriale integriteit, over internationaal recht of over wereldhandel. Deze waarden staan momenteel onder druk. Dus ik sta zeer positief tegenover dit idee. Ik zeg daar wel bij: ik denk dat het nog steeds loont voor Europa om daarnaast ook in eigen huis de boel op orde te krijgen. Dan kunnen we ook met een zwaardere stem spreken op dit soort conferenties.

De heer Boswijk (CDA):
Oké. Ik wacht het voorstel af. Ik ben ook heel benieuwd hoe de minister ernaar kijkt.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan dank ik de heer Klos voor zijn bijdrage. Ik zie dat de heer Erkens al klaarstaat voor zijn termijn. Hij spreekt namens de fractie van de VVD. Gaat uw gang.

De heer Erkens (VVD):
Voorzitter. De wereld waarin Nederland haar buitenlandbeleid vormgeeft, is niet langer de wereld van tien of twintig jaar geleden. Aannames die decennialang vanzelfsprekend leken over stabiliteit, bondgenootschappen en de kracht van internationale regels staan onder druk en machtspolitiek is terug, terug van weggeweest. Economische afhankelijkheden worden openlijk ingezet als pressiemiddel. Invloed wordt niet langer alleen uitgeoefend via verdragen en toppen, maar via energie, via technologie of via militaire slagkracht. Dat is geen reden voor paniek, maar wel een oproep tot het maken van heldere en duidelijke keuzes, want wie deze werkelijkheid blijft ontkennen, maakt zichzelf onnodig kwetsbaar. Wat we hebben gezien, van Oekraïne tot Groenland en de Rode Zee, laat zien dat mooie woorden alleen onvoldoende zijn. Internationale stabiliteit bestaat niet bij de gratie van goede intenties, maar bij de gratie van de macht die ingezet kan worden om stabiliteit te verdedigen. Samenwerking is uiteindelijk alleen duurzaam tussen partners die ook zelfstandig kunnen handelen. Voor de VVD is dat de kern van dit debat. Met welke mate van realisme durven we als Nederland de wereld tegemoet te treden? Durven we keuzes te maken die misschien ongemakkelijk, maar wel noodzakelijk zijn voor onze veiligheid en welvaart op de lange termijn?

Voorzitter. De tijd waarin Europa zich kon verschuilen achter de vanzelfsprekendheid van de Amerikaanse bescherming en de liberale wereldorde is ten einde gekomen. De vraag is wat daarvoor in de plaats komt en hoe we als Europa daar invloed op kunnen uitoefenen. Dat dwingt ons tot herbezinning. Willen we in deze wereldorde een toeschouwer zijn die de klappen incasseert of een speler die zijn eigen koers bepaalt? Strategische soevereiniteit is geen modewoord of een pleidooi voor isolationisme. Het is een noodzaak om onze eigen vrijheid te beschermen in een wereld waarin afhankelijkheid als wapen gebruikt kan worden. Of het nu gaat om de fysieke dreiging van Rusland, de economische dominantie van China of geopolitieke druk van Trump over Groenland: wie zelf niks in de schaal te leggen heeft, wordt gedwongen tot eenzijdige concessies.

De geschiedenis leert ons dat staten op zulke momenten een keuze hebben: moderniseren of een speelbal worden. In de negentiende eeuw stonden Japen en China voor dezelfde keuze onder druk van de toenmalige Europese grootmachten. Ze maakten allebei andere keuzes, die heel verhelderend waren. Japan koos voor radicale hervormingen en modernisering van de economie en krijgsmacht. Dat deden ze niet uit afkeer van hun tradities, maar vanuit het besef dat onafhankelijkheid alleen behouden kan blijven als je meebeweegt met de realiteit van de tijd waarin je leeft. China maakte toen een andere keuze. Dat keerde naar binnen, hield vast aan het geloof dat het moreel superieur was en weigerde zich aan te passen. Het resultaat was de zogeheten "eeuw van vernedering" en het stap voor stap verliezen van de soevereiniteit.

Europa staat voor een vergelijkbare keuze. Blijven we redeneren vanuit hoe de wereld zou moeten zijn of handelen we naar hoe zij daadwerkelijk is? Kiezen we onze eigen eeuw van vernedering of wordt de eenentwintigste eeuw de eeuw waarin Europa weer tot de top van de wereld gaat behoren? Investeren we in eigen kracht of nemen we genoegen met afhankelijkheden die vroeg of laat tegen ons gebruikt kunnen worden? Voor de VVD is die keuze helder. We moeten onze weerbaarheid vergroten om een serieuze speler en een betrouwbare partner te zijn. Dit vraagt om acties van een kabinet en een parlement die niet terugdeinzen voor het verdedigen van onze technologische voorsprong.

Ik heb daarom de volgende vragen voor de minister. Hoe voorkomen we dat Nederlands kapitaal en Nederlandse kennis onbewust de militaire modernisering van systemische rivalen financieren? Ten aanzien van onze technologische kroonjuwelen vraag ik me af hoe de minister gaat voorkomen dat vitale sectoren, zoals die van de halfgeleiders en kwantumtechnologie, het slachtoffer worden van geopolitieke concurrentie. Wanneer komt er een harde strategie voor het zogeheten friendshoring van kritieke grondstoffen met partners zoals Australië en Canada? En hoe kijkt de minister naar de defensieve inzet van het Europese instrumentarium tegen economische dwang, ook gegeven de discussie van vorige week met minister Brekelmans in deze Kamer? Is het kabinet bereid om dit ook vaker en proactiever in te zetten om onze interne markt te beschermen tegen geopolitieke druk, vanuit welke hoek die druk ook komt?

Voorzitter. Laat ik hierbij wel helder zijn. De NAVO blijft de hoeksteen van onze defensie, juist omdat we ook niet zomaar volledig op eigen benen kúnnen staan. Maar het zou ook naïef zijn om te denken dat de wereld van gisteren vanzelf terugkeert. Het zou naïef zijn om te denken dat we niet ontzettend snel moeten werken aan het herstel van onze eigen militaire macht. De VS zijn intern verdeeld, politiek grillig en ook steeds nadrukkelijker gericht op hun eigenbelangen. Er is op dit moment duidelijk weinig liefde richting Europa. Dat maakt ons kwetsbaar. We kunnen daarover klagen, maar de realiteit is ook dat we hier als Europa zelf debet aan zijn. We moeten erkennen dat we op sommige thema's ook lui en zelfgenoegzaam zijn geworden. We hebben ons moreel verheven gevoeld, met een afschuw voor militaire macht en het inzetten daarvan. We hebben dat geoutsourcet aan anderen. We hebben innovatie en artificial intelligence eerst volledig dichtgereguleerd, om vervolgens te zien dat het op andere continenten plaatsvindt. Ook hebben we economische groei ondergeschikt gemaakt aan bureaucratie en aan andere belangen.

Charles de Gaulle begreep dat blijvende samenwerking alleen mogelijk is tussen partners die zelf in staat zijn hun belangen te beschermen. Strategische soevereiniteit hoeft geen breuk te betekenen met bondgenoten, maar is juist een voorwaarde voor gelijkwaardigheid in de komende decennia. Zolang Europa zijn veiligheid, energie en infrastructuur uitbesteedt, blijft het kwetsbaar voor de binnenlandse politieke ontwikkelingen in andere landen. Afhankelijkheid is immers geen bondgenootschap. Voor de VVD betekent dit dat we sneller moeten investeren in nationale slagkracht. Dat doen we niet om ons af te keren van bondgenoten, maar om een volwassen partner te worden en om serieus genomen te worden.

Voorzitter. Als Europa relevant wil blijven, moet het ook macht kunnen projecteren, zeker in onze directe omgeving. Dat begint bij het inzetten van vrijhandel als een strategisch instrument. Het is dan ook onbegrijpelijk dat het Europees Parlement blijft treuzelen bij akkoorden zoals Mercosur, terwijl anderen hun invloed uitbreiden. Deze continenten gaan daarnaast op zoek naar alternatieve partners, als wij maar niet over de brug komen en we continu besluiten uitstellen. We moeten daarnaast actiever inzetten op — het ging er net al over — gelijkgezinde middelgrote machten. Het partnership dat de Commissie met India gesloten heeft, is daarom geen luxe maar een geopolitieke noodzaak. Hetzelfde geldt wat ons betreft voor Canada, het Verenigd Koninkrijk, Japan en Zuid-Korea. Dit zijn landen die onze strategische zorgen delen.

Europa moet ook durven handelen in zijn directe omgeving. De Westelijke Balkan zit in onze achtertuin. Twijfel en uitstel creëren een vacuüm dat door anderen wordt gevuld. Dat geldt ook voor Noord-Afrika en de Sahel regio. Europa moet een alternatief bieden voor Russische en Chinese investeringen die leiden tot een uitbreiding van invloed in landen die cruciaal zijn voor de economische en veiligheidsbelangen van Europa, en ook voor het tegengaan van migratiestromen richting het Europese continent.

Tegelijkertijd moeten we durven erkennen dat we in deze wereld ook banden moeten blijven aanhalen met landen die niet volledig onze normen en waarden delen. Strategische soevereiniteit bereik je niet door alleen met je beste vrienden te praten en de rest te veroordelen. Onze eigen defensie-industrie heeft schaal nodig om te kunnen concurreren, te kunnen innoveren en uiteindelijk te kunnen overleven. Dat betekent dat we pragmatisch moeten kijken naar export en naar samenwerking met landen als Vietnam en Indonesië. Alleen door schaalvergroting richting dit soort landen kunnen we onze eigen industriële basis versterken en onze afhankelijkheid op dit vlak van verre grootmachten verkleinen.

Een aantal vragen aan het kabinet. Welke concrete stappen onderneemt de minister om de handelsbetrekkingen met India verder te intensiveren nu de EU-handelsdeal een feit is? Ziet het kabinet kansen om de samenwerking buiten dit verdrag om te verdiepen, specifiek op terreinen zoals artificial intelligence, de defensie-industrie en de opkomende technologieën waar Nederland goed in is? Hoe gaat de minister dit vormgeven?

Ziet de minister ook kansen om de samenwerking met het Verenigd Koninkrijk op het gebied van veiligheid verder te formaliseren nu de dreiging aan de grenzen van Europa toeneemt? Steunt het kabinet dan ook de toetreding van het Verenigd Koninkrijk tot SAFE? Volgens mij worden de gesprekken heropend over het alsnog meedoen van het Verenigd Koninkrijk aan dit instrument. Ik zou bij de minister willen benadrukken dat wij als VVD graag zouden zien dat Nederland dat ondersteunt en faciliteert.

Op welke andere terreinen kan het kabinet de samenwerking met het Verenigd Koninkrijk aanjagen, als natuurlijke samenwerkingspartner van het Verenigd Koninkrijk die Nederland in het verleden was? Welke andere dossiers kunnen geagendeerd worden en wat gaat het kabinet daaraan doen?

Voorzitter. Hoe kijkt de minister aan tegen het EU Global Gateway-initiatief, en hoe waarborgen we dat dit op een zodanige manier wordt uitgerold dat het de stabiliteit in de nabije regio bevordert? Ziet de minister kansen om OS-middelen op EU-niveau beter te bundelen, en hoe zorgen we ervoor dat die strategisch worden ingezet om de veiligheid in de regio te bevorderen?

Voorzitter. Dit wordt mijn laatste vraag hierover. Daarna ga ik naar mijn laatste blokje. Is de minister van mening dat landen in Noord-Afrika en de Sahel ook in onze geopolitieke achtertuin liggen, en hoe richten we ons beleid samen met onze Europese partners zo in dat andere grootmachten daar niet de touwtjes in handen krijgen of houden?

Voorzitter. Dan de afgrijselijke beelden uit Iran. We hebben het er net in het kader van de Raad Buitenlandse Zaken al even kort over gehad, ook met moties vanuit de Kamer. Het regime heeft de recente protesten daar met ongekend geweld neergeslagen. Kan de minister informatie delen over het huidige dodental? We zien in Nederlandse media her en der dat het gaat om een aantal duizenden, maar ik zag bij Time Magazine dat bronnen binnen het Iraanse ministerie van Volksgezondheid spreken over mogelijk meer dan 30.000 doden in twee dagen tijd — meer dan 30.000 doden. Kan de minister dit bevestigen of nader duiden in zijn termijn?

We zien ook wreedheid in Oekraïne, waar Rusland de energie-infrastructuur tot puin bombardeert, met als enige doel de bevolking in Kiev deze winter te laten bevriezen. Wat kan het Nederlandse kabinet nog doen om ook op het gebied van de energie-infrastructuur te helpen?

Voorzitter. In al deze regio's staan keiharde Nederlandse en Europese veiligheidsbelangen op het spel. Wat als China morgen Taiwan binnenvalt? De impact op onze economie, onze technologie en onze directe welvaart zou gigantisch zijn. Toch is onze capaciteit om daarop te handelen pijnlijk beperkt. Worden we dan opnieuw verrast en staan we dan opnieuw met lege handen aan de zijlijn? Gaan we wederom statements uitbrengen met Europese partners waarin we dit soort acties veroordelen, zodat wij onszelf als Europese landen goed voelen zonder dat het iets verandert aan de uitkomst?

Voorzitter. Daarom is strategische soevereiniteit zo belangrijk. De opbouw van macht is daarbij geen luxe. Het is juist een overlevingsstrategie. Zolang wij niet macht kunnen en durven projecteren, bepaalt dit soort dictators de feiten op de grond op veel plekken in de wereld en kunnen wij niks aan die uitkomst veranderen. Regimes die alleen geweld gebruiken, trekken zich niks aan van verklaringen. Wie geen vuist kan maken, kan zijn eigen belangen niet beschermen. Dat besef moet ook de kern vormen van hoe wij ons buitenlandbeleid vormgeven met elkaar. Buitenlandbeleid moet niet alleen bestaan uit morele statements zonder invloed; het moet hét instrument zijn om onze eigen veiligheid en welvaart te beschermen. Dat vraagt om een verschuiving: minder focus op het prediken van normen die we niet kunnen afdwingen en meer focus op het opbouwen van die geopolitieke en economische slagkracht, zodat we met een vuist in een pakje boter kunnen slaan. Dat vraagt ook om een modern postennet dat gerichte diplomatie voert en actief aan belangenbehartiging doet.

Afrondend heb ik een aantal vragen aan het kabinet. Wordt de bezetting van ons postennet getoetst aan onze strategische prioriteiten? Moeten we meer investeren in geopolitieke brandhaarden en minder in andere locaties? Welke mogelijkheden ziet de minister om besparingen in te richten langs andere lijnen, bijvoorbeeld door te kijken naar welke efficiency nog mogelijk is op consulaire dienstverlening, die misschien ook prima digitaal zou kunnen terwijl je tegelijkertijd misschien een kleinere post overeind kan houden zodat je wel nog een voet aan de grond houdt?

Voorzitter. De wereld stopt niet met veranderen omdat wij dat onwenselijk vinden. De VVD kiest voor volwassen leiderschap, voor investeren in eigen kracht en voor een buitenlandbeleid dat Nederland veilig houdt in een wereld die steeds minder geduld heeft met alleen maar mooie woorden. Dat is wat deze tijd van ons vraagt.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot een vraag. Meneer Hoogeveen, gaat uw gang.

De heer Hoogeveen (JA21):
Een realistisch betoog van collega Erkens. Hij heeft een rondje om de wereld gemaakt. Ik miste wel nog het punt China. Hoe kijkt de VVD naar de relatie met China, ook in het licht van de geopolitieke veranderingen die we nu zien? We zien ook westerse landen juist ook weer richting China bewegen voor versterkte handelsrelaties. Hoe kijkt de VVD hier precies naar?

De heer Erkens (VVD):
Dat is een uitstekende vraag van JA21 op dit vlak. Ik denk dat die precies het dilemma blootlegt waar we met elkaar voor staan. Aan de ene kant hebben we als Nederland en Europa snel de neiging om alles te veroordelen wat niet voldoet aan hoe wij het hier in Nederland doen. Tegelijkertijd is diversificatie op sommige vlakken waarschijnlijk wel van belang voor onze eigen veiligheid en welvaart. Ik vond het zelf vrij interessant dat Canada, Carney in dit geval, een bezoek had gebracht aan China om die diversificatie vorm te geven. Ik denk dat wij als Nederland inderdaad niet de luxe hebben om volledig tegenover China te staan. Tegelijkertijd moeten we ook niet naïef zijn en onze eigen belangen hierin kunnen verdedigen. Volgens mij betekent dat veel meer focussen op het beschermen van de kernprioriteiten van Nederland. Denk aan ASML, aan het voorkomen dat bedrijfsgeheimen gestolen worden, aan cyberveiligheid, aan ervoor zorgen dat Taiwan niet binnengevallen wordt. Tegelijkertijd moeten we wel openstaan voor kansen die er ook nog zijn in de samenwerking met China, want we kunnen ons niet isoleren van de hele wereld.

De heer Hoogeveen (JA21):
Helder. In het licht daarvan: er lag een aantal jaar geleden een Comprehensive Agreement on Investment met China. Daarin werden veel van de handelsirritaties met China weggeplaveid: joint ventures, technology transfers, dat soort zaken. Toen werd uiteindelijk besloten om toch niet door te gaan met dat akkoord vanwege de mensenrechtensituatie in Xinjiang. Hoe kijkt de VVD ernaar om in het licht van de huidige geopolitieke ontwikkelingen dan toch te kijken naar de zakelijke mogelijkheden die misschien nog in China liggen zonder dat we daarbij inboeten op onze veiligheid?

De heer Erkens (VVD):
Wij zijn als VVD in ieder geval niet tegen bekijken of er additionele kansen zijn op zakelijk gebied. De opmerking daarbij is wel dat we niet naïef moeten zijn, zoals in het verleden op dat vlak. Dus de bescherming van intellectueel eigendom en het inbouwen van waarborgen die ervoor zorgen dat je eigen industrie niet via oneerlijke concurrentie weggeconcurreerd wordt, zijn zaken die we daarbij van belang vinden. U noemde zelf aan het begin van uw vraag een interessante component. We hebben in het verleden natuurlijk gezien dat China aan Europese bedrijven vroeg om technologieoverdracht te laten plaatsvinden bij een investering. Het lijkt mij bijvoorbeeld niet gek om dat andersom ook te eisen als ze in Europa investeren, want op sommige vlakken loopt China nu gewoon voor en kunnen wij die kennis heel goed gebruiken op eigen bodem.

De voorzitter:
Dat geeft nog aanleiding tot een volgende vraag, van de heer Van Baarle. Gaat uw gang.

De heer Van Baarle (DENK):
Ik zou de heer Erkens graag een vraag willen stellen over de situatie op de Westelijke Jordaanoever. We zien dat de plannen voor het vestigen van illegale nederzettingen door de Israëlische regering daar maar doorgaan, dat het geweld dat gepleegd wordt door kolonisten maar doorgaat en dat de illegale bezetting maar doorgaat. Dat is een grove schending van het internationaal recht, al tientallen jaren. Op welke manieren is de VVD nu bereid om in de komende tijd die schendingen van het internationaal recht te stoppen, meer druk uit te oefenen en maatregelen te nemen? Wat is de VVD bereid te doen?

De heer Erkens (VVD):
We hebben als VVD natuurlijk ook een exportverbod vanuit de bezette gebieden gesteund een aantal maanden geleden. Volgens mij is het kabinet trouwens voor een tweede keer gevallen over die discussie, dus het was nogal hoog opgelopen op dat vlak. Dat voorstel hebben wij als VVD gesteund hier in de Kamer. Dat wordt uitgewerkt. Ik denk dat het onverstandig is om als Nederland en Europese landen additionele druk te gaan opvoeren nu die vredesdeal steeds meer bestendigd lijkt te gaan worden. We zien dat de laatste gijzelaar vrijgelaten is en dat een aantal grensovergangen weer opengaan. Wij hopen dat de permanente vrede nu kan terugkeren. Dan kunnen we met elkaar weer gaan kijken naar additionele discussies. Als wij als Nederland nu additioneel zaken op dat schaaltje leggen, kan dat denk ik alleen maar zorgen voor verstoringen in het grotere proces dat moet gaan leiden tot het eindigen van het leed, dat er inderdaad al lang is.

De heer Van Baarle (DENK):
De genocide die in Gaza gepleegd wordt door Israël en de verschrikkingen die plaatsvinden in Gaza tegen de Palestijnen is inderdaad ook een walgelijke misdaad waartegen keihard opgetreden moet worden en een reden voor sancties tegen Israël. Maar dat is iets anders dan die misdaden en schendingen van het internationaal recht die al tientallen jaren gepleegd worden op de Westelijke Jordaanoever. Elke keer weer kondigt de Israëlische regering nieuwe nederzettingen aan en elke keer weer komt er geen reactie van de internationale gemeenschap.

De voorzitter:
En uw vraag, meneer Van Baarle?

De heer Van Baarle (DENK):
Mijn vraag aan de heer Erkens is: als we zien dat die bezetting op de Westelijke Jordaanoever tientallen jaren doorgaat, waarom komt er dan niet eindelijk een sanctie, een maatregel, in plaats van weer een maatregel waar we inmiddels al bijna een halfjaar op aan het wachten zijn?

De heer Erkens (VVD):
We hebben ook sancties gesteund tegen extremistische ministers die oproepen tot illegale bezetting. De wetgeving over de boycot, over dat importverbod, wordt op dit moment uitgewerkt. Ik zie niet in hoe we als Nederland op dit moment met additionele maatregelen gaan zorgen dat de vredesdeal die nu gesloten wordt, het staakt-het-vuren in ieder geval, verder bestendigd wordt. Volgens mij moet nu centraal staan dat het grote leed stopt, dat het conflict stopt dat daar plaatsvindt. Dat staat voor de VVD op dit moment centraal.

De voorzitter:
Kort en afrondend.

De heer Van Baarle (DENK):
Afrondend. Het zou kunnen beginnen met het nemen van nationale maatregelen tegen die gewelddadige kolonisten en ze op die SIS-signaleringlijst te zetten. Ik denk dat dat kan. Het zou kunnen beginnen met in plaats van een slap ontmoedigingsbeleid te hebben, bedrijven ook daadwerkelijk de gevolgen te laten ondervinden als ze ondernemen op illegale nederzettingen. Het zou kunnen beginnen met het sluiten van een coalitie met andere landen die tegen Israël zegt: als je nog één illegale nederzetting wil gaan vestigen, dan zullen er sancties komen. Je kan zo veel doen. Mijn vraag is: waarom gebeurt het niet?

De voorzitter:
Meneer Van Baarle, ik zei "kort en afrondend", dus niet alleen afrondend, maar ook kort.

De heer Erkens (VVD):
Ik heb hier tweemaal een antwoord op gegeven. Volgens mij worden we het gewoon niet eens en heeft de heer Van Baarle een ander standpunt. Ik kan hetzelfde antwoord herhalen, maar volgens mij gaan we elkaar niet vinden hierop.

Mevrouw Dobbe (SP):
Dit is wel onbegrijpelijk, maar goed. Wij hebben hier in de Kamer eerder debatten gehad over het vredesplan dat er ligt en over wat er tegelijkertijd gebeurt als het gaat over mensenrechtenschendingen. Mijn vraag gaat over dat vredesplan. Nu zien we de Board of Peace van Trump. Dat is dan de tweede fase van het vredesplan. In die hele Board of Peace komt Gaza, maar ook de Palestijnen en het zelfbeschikkingsrecht van de Palestijnen, niet terug. Gelooft de VVD dat de Board of Peace in deze vorm gaat leiden tot iets meer dan alleen een staakt-het-vuren — het is natuurlijk goed dat dat er is — en tot rechtvaardige vrede en bijvoorbeeld een toekomst met een Palestijnse staat?

De heer Erkens (VVD):
Ik moet zeggen dat ik niet enthousiast op de banken stond te springen toen de vorming van de Board of Peace op deze manier werd aangekondigd. Als je ziet welke landen daar lid van zijn geworden, dan is dat geen verzameling van onze grootste vrienden en bondgenoten op dat vlak. Ik kan u daarbij wel zeggen dat Israël ook heel kritisch was op het vormen daarvan, omdat het land daar zelf ook geen onderdeel van is. Dat geeft misschien ook aan dat er een soort van balans in kan zitten en dat allebei de participanten toch gaan kijken met welke voorstellen de Board of Peace komt. Ik moet zelf zeggen: we gaan zien wat eruit komt, maar ik sta zelf relatief sceptisch tegenover hoe dit nu opgezet is.

Mevrouw Dobbe (SP):
Laten we ook vooral de Palestijnen niet vergeten, want die worden bij die hele Board of Peace niet genoemd. Volgens mij is een rechtvaardige oplossing voor Palestijnen zonder Palestijnen niet mogelijk. Ik stel deze vraag natuurlijk omdat de VVD haar standpuntbepaling heel erg laat afhangen van de vraag of zij bijvoorbeeld mensenrechtenschendingen door de Israëlische regering veroordeelt of niet op dit moment. Ik hoor de heer Erkens zeggen "op een schaaltje wegen". Dan gaat het over mensenrechtenschendingen, die op dat schaaltje liggen. Er ligt nu een vredesplan en alle inzet moet gericht zijn op het laten slagen van dat vredesplan. Betekent dit dan dat mensenrechtenschendingen die nu worden gepleegd door de Israëlische regering niet meer worden veroordeeld?

De heer Erkens (VVD):
Dit wordt heel zwart-wit gemaakt op dit moment. Het belangrijkste is dat het staakt-het-vuren standhoudt, dat de hulpverlening op gang komt en dat het lijden op grote schaal, dat nu nog steeds plaatsvindt, gestopt wordt. In haar inbreng ging mevrouw Van der Werf ook in op de situatie in de vluchtelingenkampen die er nu zijn. Dat is het grootste belang dat er is. Ga je dan als Nederland additionele sancties opleggen, of ga je proberen op andere manieren druk uit te oefenen, dan kan het zijn dat je ook druk zet op dit proces en dat in plaats van de effectiviteit van wat je voorstelt de uitkomst uiteindelijk slechter wordt. Daar zijn wij huiverig voor op dat vlak.

De voorzitter:
Kort en afrondend.

Mevrouw Dobbe (SP):
Als die huiverigheid leidt tot "dan doen we maar helemaal niets", hebben we aan de ene kant een Board of Peace van Trump, waarvoor we een miljard dollar moeten betalen, waarbij de Palestijnen niet eens worden genoemd en waarin types als Poetin en Loekasjenko hebben plaatsgenomen. Aan de andere kant worden er nog steeds oorlogsmisdaden gepleegd, zowel op de Westelijke Jordaanoever als in Gaza. Die worden nog steeds gepleegd door de Israëlische regering. Daar gebeurt ook niks tegen. Dus wat is het nu? Het kan toch niet zo zijn dat mensenrechtenschendingen onbestraft blijven en straffeloos kunnen gebeuren, zelfs al zijn ze wat minder erg dan eerst omdat er geen bommen meer vallen, maar er alleen nog wordt geschoten? Het kan toch niet zo zijn dat dit de mening is van de VVD?

De heer Erkens (VVD):
Nee, dat is niet de mening van de VVD. Idealiter zouden in de hele wereld alle mensenrechtenschendingen stoppen. Tegelijkertijd was de kern van mijn betoog van daarnet dat we op dit moment als Nederland op bijna geen enkele manier een uitkomst in een regio kunnen beïnvloeden. Je moet bereid zijn je eigen macht op te bouwen, om economisch sterk te staan en militaire macht te hebben, om deelgenoot te zijn van deze gesprekken. De realiteit is gewoon dat de VS en een paar andere landen deze deal hebben opgezet en dat wij eigenlijk nauwelijks aan tafel zaten. Dat vind ik ook schrijnend. Wij voeren hier continu het debat over "er moeten extra maatregelen komen en we gaan dit veroordelen met elkaar", maar het verandert de situatie op de grond op geen enkele manier. Volgens mij moeten wij dus juist met het kabinet kijken hoe de beperkte invloed die wij hebben gericht kan worden ingezet. Volgens mij kunnen wij die invloed beter richten op het ervoor zorgen dat de hulpverlening op gang komt en dat het staakt-het-vuren standhoudt, dan dat wij hier met elkaar een soort illusie hooghouden dat we het daar allemaal gaan oplossen. Dat is gewoon niet zo. Dat klinkt misschien een beetje hard, maar het is wel een beetje een discussie voor de bühne die wij op deze manier met elkaar hebben. Ik geloof niet dat de hele vorm van deze vredesdeal wordt aangepast omdat wij hier met elkaar een motie in dit parlement gaan aannemen.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Mijn vraag gaat over het illegale nederzettingenbeleid. Ik hoor de VVD zeggen — dat is terecht — "we hebben een nationale handelsboycot voor producten uit de illegale nederzettingen gesteund". Maar we zien dat ook Nederlandse banken en instellingen nog steeds direct of indirect bijdragen aan die illegale nederzettingen en bijvoorbeeld aan de bouw daarvan. Mijn vraag is: is de VVD in ieder geval bereid om de handelsboycot uit te breiden tot banken en andere financiële instellingen?

De heer Erkens (VVD):
Ik ga daar niet op vooruitlopen. Ik zal eerst de wetgeving afwachten die het kabinet heeft voorbereid.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik vraag het juist nu, omdat we zien dat er een versnelling plaatsvindt in het bouwen van de illegale nederzettingen. Het E1-nederzettingplan, waar we het eerder over hebben gehad en dat superomstreden is, zorgt ervoor dat een Palestijnse staat feitelijk onmogelijk wordt. Dat probeert Netanyahu nu voor elkaar te krijgen. Er is nu extra internationale druk nodig, ook vanuit Nederland. Daarom vraag ik nu aan de VVD: wat wil de VVD doen om de druk extra op te voeren?

De heer Erkens (VVD):
Nogmaals, als Nederland zijn we deels voorop gaan lopen door te komen met nationale wetgeving. We gaan zien waar het kabinet mee komt, maar ik ga niet nu in dit debat additionele stappen bepalen waarvan ik niet de volledige implicatie overzie.

De voorzitter:
Kort en afrondend, mevrouw Teunissen.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Maar mijn punt is dat het kabinet werkt aan een handelsboycot voor producten. Dat doet helemaal niets aan de financiële invloed die banken en andere financiële instellingen op dit moment hebben in de Westelijke Jordaanoever. Het gaat om hun bijdrage. De VVD kan toch niet instemmen met een handelsboycot voor producten, maar dat andere zomaar z'n gang laten gaan?

De heer Erkens (VVD):
Nogmaals, ik zou willen weten wat de implicaties daarvan zijn. Ik vind het nu moeilijk te overzien hoe zoiets er in de praktijk uit zou zien. Daarom zeg ik: we wachten de wetgeving van het kabinet af. U zou de minister natuurlijk ook kunnen vragen hoe hij ernaar kijkt, wat het zou kunnen betekenen en wat andere landen doen. Ik ga hier nu niet een stap in het debat zetten zonder te weten wat het concreet zou betekenen, hoe uitvoerbaar het is en wat het allemaal zou inhouden.

De voorzitter:
Dan gaan we nu luisteren naar een interruptie van mevrouw Piri. Geef het goede voorbeeld, zou ik zeggen, mevrouw Piri.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Sorry, voorzitter, ik wist niet zeker of de heer Erkens klaar was. Kennelijk was hij klaar. Ik had een vraag. Ik hoorde de heer Erkens een zin zeggen over Iran. Volgens mij is dat iets waar veel partijen zich in deze Kamer zorgen over maken en waar ze net ook meerdere moties over hebben ingediend. Volgens mij gaf het kabinet net een appreciatie in het kader van hoe je demonstranten en oppositie kunt ondersteunen. Het verbaast mij weleens dat we de VVD in Nederland eigenlijk altijd heel specifiek achter één oppositieleider zien staan, namelijk Reza Pahlavi. Ik vroeg me af of dat het standpunt is van de hele VVD-fractie.

De heer Erkens (VVD):
In dit geval is dat het standpunt van de hele VVD-fractie. U kunt de motie bekijken die ik bij de RBZ heb ingediend. Die gaat breder over de diaspora, onder wie de genoemde persoon, maar wat mij betreft ook over andere legitieme krachten die oppositie willen voeren tegen het regime.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Piri, voor haar bijdrage namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid. Gaat uw gang.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Vorige week was ik op een verjaardagsfeest. Mijn neefje werd 7. Over het algemeen is mijn familie bijster weinig geïnteresseerd in politiek, maar nu kwam toch de serieuze vraag hoe groot de kans is dat we ergens in de komende jaren ook in Nederland in een oorlog terechtkomen. Dit zijn gesprekken die waarschijnlijk niet alleen op dit verjaardagsfeest, maar ook op veel andere plekken in Nederland serieus gevoerd worden. Wie het nieuws kijkt, krijgt het ene na het andere conflict voorgeschoteld. De eerste maand van het nieuwe jaar is nog niet eens voorbij en de zorgelijke berichten stapelen zich op: de ontvoering van de Venezolaanse president Maduro, het dreigement van Trump om Groenland in te nemen en daarmee de NAVO op te blazen, de aankondiging van de Amerikaanse importtarieven, de meedogenloze wijze waarop het Iraanse regime demonstraties heeft neergeslagen, de dappere Koerden die in Kobani momenteel belegerd worden door Syrische regeringstroepen en jihadisten, en de brute en steeds intensievere aanvallen van Rusland tegen Oekraïners, die op veel plekken in hun huizen met dikke winterjassen en zonder verwarming zitten. Ik noem ook de beelden van gemaskerde milities in de VS — in de VS! — die een kind van 5 jaar oppakken en hun eigen landgenoten terroriseren en doodschieten.

Voorzitter. Je hoeft geen woordvoerder Buitenlandse Zaken in dit parlement te zijn om te concluderen dat we in een zeer onzekere wereld terecht zijn gekomen. Iedereen voelt aan dat hierdoor onze veiligheid, welvaart en waarden ernstig bedreigd worden. We zien dat grootmachten steeds agressiever optreden, dat de internationale rechtsorde afbrokkelt doordat steeds minder landen bereid zijn om die te verdedigen, en dat mensenrechten en de democratie op veel plekken in de wereld ernstig onder druk staan. Het is aan ons politici om hier antwoorden op te formuleren en er alles aan te doen om Nederland veilig te houden, niet door te sussen en te zeggen dat het allemaal wel meevalt, maar ook niet door onze handen in de lucht te gooien en net te doen alsof we geen invloed hebben op ons eigen lot.

Voorzitter. De Finse president Stubb, overigens een liberaal, heeft het over de noodzaak om in de nieuwe wereldorde een juiste balans te vinden tussen onze waarden, onze belangen en macht. Ik ben het daarmee eens. Met alleen waarden en belangen kunnen we wel iets willen, maar zonder macht krijgen we niets gedaan. Maar als we vergeten om voor onze waarden op te komen, dan hebben we niets meer om voor te strijden. Er staat nog een apart debat op de planning over onze VS-strategie. Daar heeft de heer Boswijk heel hard voor gepleit. Daar kijk ik naar uit. Ik zal er dan uitgebreider bij stilstaan, maar ik noem nu toch een aantal punten, een aantal lessen die we volgens mij moeten toepassen. Eén. Wees consequent in het opkomen voor de internationale rechtsorde en mensenrechten. Zwijgen wanneer traditionele bondgenoten ernstige schendingen begaan tast niet alleen onze wereldwijde geloofwaardigheid aan, maar holt diezelfde rechtsorde ook uit. Twee. Intensiveer de samenwerking met trouwe bondgenoten en ga op zoek naar nieuwe vrienden. Hoe kortzichtig zou het zijn om juist in deze tijd op ons diplomatieke postennet te bezuinigen! Drie. Investeer in Europa. De Europese Unie is het belangrijkste instrument van onze buitenland- en handelspolitiek. Met 27 landen met samen 450 miljoen inwoners kunnen wij een cruciaal machtsblok vormen met een gezamenlijke markt, een gezamenlijke munt en een sterke waardegemeenschap.

Van het nieuwe kabinet, dat hopelijk snel op het bordes staat en aan de slag gaat, verwacht ik dat het hier werk van gaat maken. Dat Nederland zelf weer initiatieven neemt voor intensievere samenwerking en het gezamenlijke Europese belang zwaarder laat meewegen. Dat we straks hopelijk — D66 is inmiddels niet meer in de zaal — een premier hebben die pragmatisme weet te combineren met idealisme — D66 is weer terug in de zaal — en op wie we trots op kunnen zijn op het wereldtoneel. Omdat er straks al genoeg werk ligt voor een minister van Buitenlandse Zaken, hoop ik dat het nieuwe kabinet ervoor kiest om ook een aparte minister van Europese Zaken aan te stellen. Nu zie ik dat de heer Boswijk al is gaan staan. Daar zal een belangrijk zwaartepunt van ons buitenlandbeleid zich de komende jaren namelijk op moeten richten. Zonder de EU stellen we op het wereldtoneel een stuk minder voor. Twee jaar geleden … Ik wacht even, voorzitter.

De voorzitter:
U kunt het ook overnemen, als ik u zo beluister. De heer Boswijk was gaan staan en heeft een vraag, denk ik. Gaat uw gang.

De heer Boswijk (CDA):
Ja, klopt. Het is geen open sollicitatie; laat dat helder zijn.

Ik kan mij erg vinden in een groot deel van het pleidooi van collega Piri: consequent zijn, nieuwe partnerschappen enzovoort. Tegelijkertijd zagen we vorige week de worsteling al een beetje. We hebben natuurlijk de speech van Carney gezien. Daarna was er een interruptiedebat tussen collega's Piri en Hoogeveen waarin het ging over de grens tussen principieel en realistisch zijn. Ik herinner me dat we twee jaar geleden de Afrikastrategie hebben aangenomen. Daarin stond dat we het Afrikaanse continent veel meer vanuit de Afrikaanse context moeten bekijken. Als je die praktisch gaat vertalen, betekent dat dat wij als Nederland soms veel meer discipline moeten hebben in het begrijpen dat niet alles wat wij bedenken of goedachten, een-op-een kan worden gekopieerd in die context. Hoe kijkt mevrouw Piri daarnaar?

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
In zijn algemeenheid kan ik daarin meekomen. Het is natuurlijk altijd een afweging. Hoe zwaar laat je bepaalde dingen wegen? Ik hoorde net een interruptie tussen VVD en JA21 over China. Aan de ene kant maken we ons onwijs veel zorgen over mensenrechten, bijvoorbeeld in Xinjiang. Aan de andere kant weten we dat we China keihard nodig hebben voor het tegengaan van klimaatverandering. Het is ook niet een van de kleinste landen wat betreft het terugslaan met maatregelen, zoals we ook in Nederland hebben gezien. Het is in de buitenlandpolitiek altijd het afwegen van verschillende belangen en daar ook de juiste toonhoogte bij vinden.

De heer Boswijk (CDA):
We zitten nu natuurlijk in een vrij ingewikkelde fase. Enerzijds hebben we die gigantische afhankelijkheden. We moeten heel snel op zoek naar nieuwe bondgenoten. Is mevrouw Piri het ermee eens dat we in deze fase misschien iets pragmatischer moeten zijn, in de hoop dat we heel snel in een positie komen dat we weer iets principiëler kunnen zijn? In de tussentijd moeten we onszelf, ook als Tweede Kamer, disciplineren en soms ook tegenover de druk in de samenleving zeggen: ik snap uw zorgen en uw frustraties; die heb ik ook, maar op dit moment kan ik die kaart niet zo spelen zoals u misschien wil. Dat vraagt ook iets van ons als volksvertegenwoordigers.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik ben iets huiveriger om hier volmondig ja op te zeggen, zeg ik tegen de heer Boswijk. Alexander Stubb, de Finse president — nogmaals, geen sociaaldemocraat, ook geen groene sociaaldemocraat, maar een liberaal — zei: je moet kijken naar belangen, waarden en macht. Ik denk, misschien in tegenstelling tot anderen in deze zaal, dat wij echt een machtspositie hebben binnen de EU als je kijkt naar bijvoorbeeld onze economische macht. Wij zijn een van de grootste spelers. Ik denk dat ik het eens ben met de heer Boswijk dat wij op het gebied van de defensie de komende tijd nog heel veel moeten opschalen. Dat maakt ook dat je inderdaad niet altijd voor die belangen kan opkomen. Maar ik wil er ook voor waken … De afgelopen dagen zagen we een hele discussie in Nederland of je gewoon pragmatisch met dingen moet omgaan, omdat je zo afhankelijk bent, en dus niet te veel moet roepen over je waarden, maar nu vooral moet kijken wat je op korte termijn kan bereiken. Daar hebben we natuurlijk ook met het CDA een hele discussie over gevoerd. Als je die waarden niet op een bepaalde manier naar voren brengt, wat heb je dan aan die macht?

De voorzitter:
Ik wilde "kort en afrondend" tegen u zeggen, meneer Boswijk, maar ik zie dat u geen vraag meer heeft. Dat is dus zeer kort; dat waardeer ik zeer. Mevrouw Piri, gaat uw gang.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Twee jaar geleden heeft de Kamer op mijn initiatief een motie aangenomen die de regering verzoekt om onze diplomatieke slagkracht te verstevigen. Helaas is het tegenovergestelde gebeurd door het kabinet-Schoof, en dat terwijl de wereld er niet veiliger op is geworden. Mijn boodschap aan het aanstaande kabinet is: draai de onverantwoorde bezuiniging terug. In september heb ik een amendement ingediend om 25 miljoen extra te investeren in het postennet, maar de dekking is inmiddels achterhaald. Vandaar dat ik dat amendement wil intrekken en in plaats daarvan morgen met een motie kom.

Voorzitter. Een van de vraagstukken binnen de EU die op ons afkomt, is de uitbreiding. In het vredesplan voor Oekraïne wordt ook gerefereerd aan versnelde integratie in de EU; de heer Klos had het er daarnet al over. Hoe kijkt het kabinet hiernaar? Geldt dat dan ook voor Moldavië? Wat betekent het dan voor de Balkanlanden? Het ziet ernaar uit dat Montenegro en Albanië eind dit jaar groen licht gaan krijgen van de Commissie. Voor mijn fractie is het ook zeer welkom als IJsland zich weer gaat melden. Ik begrijp dat die discussies daarover gaande zijn.

Dan nog een vraag over Matra-gelden. Hoe staat het met de uitvoering van de in deze Kamer breed aangenomen motie over een Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen?

Voorzitter. Dan Oekraïne. De oorlog die door Rusland is gestart, is inmiddels bijna vier jaar bezig. Beter gezegd: die is twaalf jaar bezig, als je teruggaat naar de inval en annexatie van de Krim. Nog lijkt er geen einde in zicht. Elke dag weer bewijst Poetin dat hij geen interesse heeft in vrede. De beste investering in Europese veiligheid is investeren in de Oekraïense defensie. Daar wordt de grootste dreiging voor het continent, de Russische agressie, dag in, dag uit bestreden. De Kamer heeft op initiatief van mijn fractie in december een motie aangenomen om snel 2 miljard euro aanvullende steun aan Oekraïne toe te kennen, die in het eerste kwartaal besteed zou kunnen worden. Op dit moment is daar slechts 700 miljoen euro van vrijgemaakt. Het kabinet beloofde, bij monde van meerdere woordvoerders, begin 2026 met de resterende 1,3 miljard euro over de brug te komen. Waar blijft het? Graag een reactie.

Voorzitter. Dan het Midden-Oosten. Het demissionaire kabinet is voor de zomer voor de tweede keer gevallen. Het onderwerp betrof sancties tegen Israël, en dan met name het nationale verbod op handel met en investeringen in de bezette gebieden. De minister is inmiddels een halfjaar bezig met de voorbereidingen van deze wetgeving. De vraag is nu natuurlijk of hij die nog als minister gaat afronden. Ik ben benieuwd.

Na aandringen van de internationale gemeenschap op toegang van journalisten tot Gaza heeft de Israëlische regering niet alleen besloten om journalisten en internationale waarnemers te blijven weren uit de gebieden, maar ook om internationale hulporganisaties een verbod op te leggen. Niet alleen wordt de genocide op de Palestijnen hiermee voortgezet, maar ook worden de enige ooggetuigen hiermee de mond gesnoerd. Welke maatregelen is het kabinet bereid te nemen als dit besluit door Israël niet ongedaan wordt gemaakt?

Voorzitter. De nieuwsberichten die doorkomen uit Iran, zijn zeer zorgwekkend. 8 en 9 januari zouden tijdens protesten vele duizenden mensen zijn opgepakt, gemarteld en vermoord. Het is frustrerend dat het voorstel binnen de EU om de Iraanse nationale garde op de terreurlijst te zetten, nog steeds wordt geblokkeerd. Eerder heeft mijn collega Farah Karimi de regering opgeroepen om samen met gelijkgezinde landen het Iraanse regime vanwege misdaden tegen de menselijkheid voor de internationale gerechtshoven in Den Haag te brengen. Daartoe ontbrak op dat moment politieke wil bij het kabinet. Is de minister daar nu wel toe bereid? Graag een reactie.

Voorzitter. Tot slot wat betreft het Midden-Oosten. Ik wil stilstaan bij het verraad van de Koerden, onze belangrijkste bondgenoot in de strijd tegen IS en bij de ontmanteling van het kalifaat. Bij die strijd hebben de Koerden een hele hoge prijs betaald, ook voor onze veiligheid. Zo'n 10.000 tot 12.000 strijders zijn daarbij gesneuveld. De afgelopen weken is het leger van de Syrische overgangsregering samen met gelieerde milities een militair offensief gestart tegen het autonome Koerdische gebied in Noord-Syrië. De meest verschrikkelijke berichten over sektarisch geweld, martelingen en moordpartijen komen langzaam naar buiten. In de week tijd dat de stad Kobani was afgesloten van water, elektriciteit en internet zijn er vijf kinderen omgekomen.

Voorzitter. Wat doet het kabinet hieraan? Waarom wordt er weggekeken bij jihadistisch elementen en voormalige IS- en Al Qaida strijders in het regeringsleger? Welke voorwaarden aan hulp zijn er gesteld om de veiligheid en gelijkwaardigheid van alle Syriërs, inclusief minderheden als Koerden, alawieten, druzen, Arameeërs, jezidi's en christenen, te waarborgen?

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel voor uw bijdrage. Die geeft aanleiding tot een vraag. Meneer Klos, ga uw gang.

De heer Klos (D66):
Bedankt voor het mooie betoog over het waardegedreven realisme van Alexander Stubb. Ik deel dat gevoel van een nieuwe wereldorde waarin we verschillende dingen moeten wegen. Een van de dingen die u als principe aanhaalde, is het zoeken van nieuwe vrienden in de wereld. We ontmoeten elkaar nu in de context van de EU-India handelsdeal. Ik vroeg mij af of mevrouw Piri alvast wat kan zeggen over de opstelling die zij zal betrachten richting die handelsovereenkomst. Vindt zij met D66 dat die snel geratificeerd zou moeten worden?

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik ben niet de woordvoerder Handel namens mijn fractie, is het eerlijke antwoord; op dit punt kunt u mijn collega Suzanne Kröger specifiek bevragen. Meer in het algemeen, als woordvoerder Buitenlandse Zaken, denk ik dat het heel belangrijk is dat wij onze banden met de BRICS-landen enorm aanhalen. India en Brazilië zijn toevallig ook twee landen waarmee de EU inderdaad nu handelsakkoorden heeft getekend. In principe zijn dit de landen waarmee je nu alle politieke banden wil aanhalen.

De heer Klos (D66):
Dank. Dat is helder.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel voor uw bijdrage, mevrouw Piri. Dan gaan we nu luisteren naar de heer De Roon, die spreekt namens de fractie van de PVV. Gaat uw gang.

De heer De Roon (PVV):
Voorzitter. Waar zijn we in terechtgekomen? Buitenlandpolitiek is tegenwoordig net een spannende Netflixserie, met elke week en soms elke dag weer een andere plotwending. Maar de rode draad in dat verhaal blijft wel dezelfde. Die vertelt ons dat we midden in een roerige geopolitieke transitiefase zitten: opkomende machten, wisselende bondgenootschappen en instabiliteit, met in het oosten een agressieve Poetin en in het westen een moeilijk voorspelbare Trump, terwijl onze samenleving vanuit het Midden-Oosten en Afrika wordt bedreigd door islamisme en tribalisme; een combinatie van factoren die ons land voor enorme uitdagingen stelt.

In deze geopolitiek onrustige fase zijn een aantal zaken cruciaal voor een sterk buitenlands beleid. Een daarvan is dat we ons hoofd koel houden en niet in paniek raken bij de eerste de beste gebeurtenis die ons verrast. Daarnaast moeten we als Nederland natuurlijk ook lef en daadkracht tonen. Het buitenlandbeleid gaat Nederland en de Nederlanders pas echt goed dienen als we op de juiste momenten soeverein durven op te treden als land.

Samenwerken doen we uiteraard ook, maar dan wel daar waar het ons echt voordeel oplevert, zoals binnen de NAVO. De PVV blijft van mening dat de NAVO de hoeksteen van ons defensie- en veiligheidsbeleid moet blijven. Wij willen daarom dat het kabinet richting de Amerikanen blijft benadrukken dat we samen met die Amerikanen sterker staan als het vrije Westen. Samen zijn we sterker tegen de Russische agressie, tegen de Chinese dreiging en tegen het islamitisch terrorisme.

Het vrije Westen heeft het meeste te winnen bij een sterke NAVO. Bondgenoten moeten elkaar wél helpen en niet bedreigen. Maar het mag ook niet zo zijn dat als er meningsverschillen zijn, er meteen geroepen wordt over onbetrouwbaarheid en afstand nemen van een machtige bondgenoot of, erger nog, dat er gesproken wordt over een breuk. Europa zou er beter aan doen om onder ogen te zien waarom het zo zwak staat ten opzichte van de Amerikanen. Is de minister dat met mij eens? Welke wegen zouden naar zijn mening bewandeld moeten worden om daar verandering en verbetering in te brengen? Is de minister het met mij eens dat de NAVO bij elkaar houden cruciaal is voor onze veiligheid?

De voorzitter:
Ik hoorde een punt dan wel een vraagteken. Mevrouw Van der Werf, gaat uw gang.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Als ik zo het betoog van collega De Roon hoor, dan vraag ik me heel open af wat we de afgelopen weken hebben zien gebeuren, specifiek als het gaat om de houding van de Verenigde Staten.

De heer De Roon (PVV):
Dat de Verenigde Staten bijzonder ongerust zijn over de situatie met betrekking tot Groenland: de geopolitieke situatie, de strategische diepte waar zij behoefte aan hebben. Dat is geen nieuw verhaal, zeg ik er meteen bij, want dat verhaal hoor ik al tien jaar lang. Iedere keer als ik in de Verenigde Staten ontmoetingen heb over buitenlands- of defensiebeleid, komt dat punt ter sprake: de Noordpool is voor ons ontzettend belangrijk en er moet verbetering komen in onze veiligheid. Dat is de laatste weken weer tot uiting gekomen. Dat gebeurt dan op de typische manier van president Trump. Die heeft een onderhandelingstactiek waarbij hij fors uitpakt en inderdaad bedreigt. Dat vinden wij geen goede zaak, maar hij heeft dat wel gedaan. Maar daarmee onderstreept hij wel hoe belangrijk hij het punt vindt. Op een gegeven moment blijkt dan dat er toch wel weer een weg is te vinden om het op een diplomatieke manier tot een betere oplossing te brengen dan een dreigement ten uitvoer te brengen. We weten trouwens helemaal niet of hij dat echt zou doen; dat moeten we natuurlijk in het midden laten. Maar dat is wat ik heb waargenomen: een onderhandelingstactiek van Trump die hem eigenlijk ook nog wel winst heeft opgeleverd. Uiteindelijk heeft hij dat hele verhaal vooralsnog gewonnen.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Dat moeten we nog maar zien. De heer De Roon zegt net: we zullen dit gewoon met de NAVO moeten oplossen, want Amerika blijft onze belangrijkste bondgenoot. Tegelijkertijd hoor ik uit zijn partij heel vaak teksten over soevereiniteit, over het beste voor Nederland en de Nederlander. Maar wat als de Amerikanen helemaal niet zo graag meer met ons willen optrekken als de heer De Roon hier schetst? Wat als wij daar veel meer kracht en samenwerking in Europa bij nodig hebben?

De heer De Roon (PVV):
Het punt dat de Amerikanen eigenlijk niet meer met ons willen, is helemaal niet aangebroken. Ik ga nu dus niet filosoferen over theoretische gedachtespelletjes waar u mee bezig bent en die u wijzen in de richting van een Europees leger. Dat is een fata morgana op dit moment.

De voorzitter:
Kort en afrondend.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Dit gaat veel breder dan een Europees leger. Dit gaat over veel meer samenwerking. Dit gaat over het beste voor Nederland, wat we alleen binnen Europa kunnen bereiken. Blijkbaar geldt het argument van soevereiniteit voor de PVV alleen als het de heer De Roon uitkomt en blijft de heer Trump per definitie buiten schot.

De heer De Roon (PVV):
Dit is nou echt een verdraaiing van de feiten, want ik heb nergens gezegd dat het beste voor Nederland alleen in soevereiniteit te vinden is. Natuurlijk moeten wij samenwerken. Dat heb ik ook net gezegd in het debat. Dat is onontkoombaar. Je moet samenwerken om het beste voor Nederland te realiseren. Dat kan met de Verenigde Staten zijn. Dat is een belangrijke bondgenoot die we te vriend moeten houden, zeg ik uitdrukkelijk. Maar we moeten natuurlijk ook samenwerken met andere landen. Daarom hebben we onlangs, bij de stemmingen, de motie ondersteund waarin ervoor wordt gepleit om ons ook te richten op andere middelgrote landen voor samenwerking. Daar verwacht ik nou ook weer niet de perfecte oplossing van, maar het is een weg die je ook moet bewandelen. U beticht ons er nu van geen samenwerking te willen zoeken, maar daarmee slaat u echt de plank mis.

De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.

De heer De Roon (PVV):
Ik vroeg of de minister het met mij eens is dat de NAVO bij elkaar houden cruciaal is voor onze veiligheid en dat strategische autonomie van het geheel van de NAVO-landen beter is dan strategische autonomie van de VS en, los en apart daarvan, een streven naar strategische autonomie van de Europese landen. Wat kan Nederland doen om aan de VS duidelijk te maken dat we, naast de inzet voor onze eigen veiligheid, ook pal staan voor de veiligheid van alle bondgenoten, inclusief die van de machtigste bondgenoot? Is de regering bereid om te erkennen dat het Amerikaanse strategisch belang bij Groenland legitiem is? Ik zeg niet dat het gedrag legitiem is, maar dat het strategisch belang legitiem is. Op grond daarvan moeten we de onderhandelingen ondersteunen die daar nu over worden gevoerd en die nu vorm en inhoud moeten krijgen.

Voorzitter. Het is belangrijk om te kijken naar de Amerikaanse National Defense Strategy 2026. Die wil geallieerden zien die niet parasiteren op de defensiecapaciteit van de VS, maar die daadwerkelijk bijdragen aan de defensie van het geheel van de VS en de geallieerden. De geallieerden zijn uiteraard de NAVO-landen, maar bijvoorbeeld ook Australië, Nieuw-Zeeland, Japan en Zuid-Korea. Ik citeer uit de National Defense Strategy van de Verenigde Staten de volgende Engelse formulering: "Taken together, our alliance network is far wealthier than all our potential adversaries combined. As a result, if our allies and partners invest properly in their defenses, consistent with the new global standard set at the Hague Summit, together we can generate more than enough forces to deter potential opponents, including if they act concurrently." De Amerikaanse inzet is er ook nog steeds voor onze bescherming. Ik citeer nog een frase: "We want the world's most robust, credible, and modern nuclear deterrent, plus next-generation missile defenses (…) to protect the American people, American assets overseas, and American allies."

Voorzitter. Het Nederlandse belang staat bij de PVV stipt op plek één boven aan onze prioriteitenlijst. Als we kijken naar het buitenlandbeleid van de laatste decennia, dan zien we dat Nederland heeft geïnvesteerd in talloze organisaties en verdragen die het Nederlandse belang niet of nauwelijks hebben gediend, maar die ons wel geld kosten. Van internationale verdragen en organisaties die voor onze burgers niets of weinig toevoegen, moeten we afscheid nemen, zeker nu de internationale rechtsorde, die in wezen nooit echt goed heeft gefunctioneerd, voor onze ogen afbrokkelt. Feit is dat een allesomvattende internationale rechtsorde, waar veel Nederlandse politici zo graag in willen geloven, door driekwart van de wereld helemaal niet serieus wordt genomen. De PVV wil daarom dat Nederland zich niet langer blijft vastklampen aan de internationale rechtsorde, die voor een groot deel vooral op papier bestaat, maar die in werkelijkheid voortdurend tekortschiet en die buiten Europa allang niet meer of nauwelijks serieus wordt genomen.

De PVV wil in het Nederlands belang gaan dereguleren en uit sommige verdragen stappen. Je hoort vaak dat het terugtrekken uit verdragen lastig gaat en moeilijk is, maar het tegendeel is waar. Dat uit verdragen stappen makkelijk is en snel kan, hebben de Baltische staten, Polen en Finland bewezen. Zij stapten uit het Ottawaverdrag, dat een verbod op het gebruik van landmijnen regelt. Binnen een jaar hadden ze dat gefikst. Mijn fractie ziet dat als een goed voorbeeld, dat aantoont dat je met een beroep op de nationale veiligheid simpel en snel uit verdragen kunt stappen. Hoe kijkt de minister naar deze ontwikkeling? Is hij het met mij eens dat Nederland sommige verdragen moet parkeren als dat onze veiligheidsbelangen dient? Concreet wil de PVV dat Nederland het voorbeeld van de genoemde NAVO-bondgenoten volgt en ook uit het Ottawaverdrag stapt, en niet pas op het moment dat we echt landmijnen nodig hebben, want dan zijn we te laat. Voor het produceren en opslaan van die mijnen is het terugtrekken uit dat verdrag nu al relevant. Het zou een enorme plus zijn voor onze veiligheid op de langere termijn. Graag een reactie.

Voorzitter. In de afgelopen weken lag de focus op Venezuela, Groenland en de oorlog in Oekraïne, maar we moeten vooral ook niet vergeten om het islamitisch terrorisme in de gaten te houden. Van Afrika tot het Midden-Oosten en ver daarbuiten ontwrichten islamitische terroristen grote gebieden. Dat kwaad moeten we buiten de deur houden. Ik maak mijn zin nog even af, voorzitter.

De voorzitter:
En u heeft uw zin afgemaakt?

De heer De Roon (PVV):
Ja.

De voorzitter:
Dan hoorde ik dus ook een punt. Mevrouw Dobbe, u bent echt een grootgebruiker van de interrupties. U kunt dan ook werkelijk één vraag stellen en heel kort. Gaat uw gang.

Mevrouw Dobbe (SP):
Ik zou van de PVV willen weten hoe uit het Ottowaverdrag stappen, zodat we weer landmijnen kunnen gaan produceren en overal neerleggen, in vredesnaam gaat leiden tot een veiliger Nederland?

De heer De Roon (PVV):
Als onze militairen ingezet moeten worden om buitengrenzen te beschermen, dan moeten ze ook zeker weten dat ze zichzelf goed kunnen beschermen. Als je dus Nederlandse militairen aan die buitengrenzen zet — en daar staat een machtige vijand tegenover die aanvalt — dan wil je wel weten dat die machtige tegenstander door een mijnenveld moet komen. Dus daar is het mij om te doen. Dat is een heel belangrijk ding. De andere staten die ik heb genoemd, hebben dat gewoon gedaan. Die doen dat want die zien dat dat belangrijk is. De SP wil dat kennelijk niet inzien, maar wij vinden dat wél belangrijk. Wij vinden dat Nederland dat ook moet kúnnen. Ik zeg niet dat we mijnen moeten produceren en die vervolgens over de hele wereld gaan verkopen aan liefhebbers van zoiets. Maar we moeten wel voor onze eigen militairen kunnen opkomen, ook als het nodig is daar landmijnen voor in te zetten.

De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.

De heer De Roon (PVV):
Ik had het over het islamitisch terrorisme. Ik zeg: dat kwaad moeten we buiten de deur houden. Dat vraagt om inzet en maatregelen. In de eerste plaats wil ik horen wat Nederland gaat doen om al die ontsnapte IS-gevangenen uit Syrië bij ons buiten de deur te houden. Wat doet Buitenlandse Zaken daartoe? Wat doen onze diensten? En wat doet onze post in Bagdad? Graag een toelichting van de minister. Ik zeg: zorg ervoor dat ontsnapte IS-terroristen nog geen teen kunnen zetten op de Nederlandse bodem. Graag een reactie.

Wat we in de tweede plaats moeten doen, is islamitische predikers weren die Nederland en onze levenswijze bedreigen. Daarom stelt mijn fractie voor dat het kabinet vanaf vandaag islamitische predikers uit het buitenland geen stap meer laat zetten op Nederlandse bodem, door hen automatisch te trakteren op een inreisverbod. Registreer islamitische predikers als ongewenste vreemdelingen, zeg ik tegen de minister, op het moment dat ze aankondigen naar Nederland te komen. Laat ze het land gewoon niet in. Is de minister bereid om daarvoor de nodige stappen te zetten?

Voorzitter. Dan kom ik bij de Russische agressie. Een sterk en soeverein Nederland is een Nederland dat de baas is over het eigen gebied — "gebied" in de breedste zin van het woord. "De baas zijn over ons gebied" zou daarom ook moeten inhouden dat we ons als maritieme handelsnatie maximaal inzetten om onze eigen Noordzee veilig en onder controle te houden. Helaas moeten we constateren dat Russische schepen van de schaduwvloot ongehinderd door onze zeeën varen. Ze worden wel gemonitord maar nooit geënterd. Met andere woorden: het wordt gedoogd. Dit terwijl de risico's die deze schepen met zich meevoeren, navenant zijn. Er zijn risico's op milieuschade, op spionage en op ernstige vormen van sabotage. De Duitse bondsminister van Buitenlandse Zaken liet juist nog deze maand weten dat zij vaak olietankers in een catastrofale technische conditie met minimaal opgeleide bemanning waarnemen. Dus moeten we harder optreden tegen die schepen, zeker tegen schepen die vaak van vlag wisselen, niet of slecht verzekerd zijn en hun ware identiteit verhullen. Vaak is er gewoon een juridische basis voor ingrijpen.

De laatste tijd zien we gelukkig steeds meer landen optreden tegen die schaduwvlootschepen. Het Verenigd Koninkrijk deed dit in samenwerking met de VS. Frankrijk enterde in 2025 al een schip, en deed dat vorige week opnieuw. De Finnen gingen ons ook al voor. Dus de grote vraag is: wanneer volgt Nederland? Wanneer geven wij het signaal af dat ons deel van de Noordzee niet tegen ons gebruikt mag worden en dat wij hier de baas zijn? Graag een reactie van de minister.

Dan de polaire strategie. De Nederlandse polaire strategie was geldig van 2021 tot 2025. Dus die strategie bestaat nu niet meer, althans zo begrijp ik dat. In dat stuk werd melding gemaakt van de groeiende Russische militaire aanwezigheid in het gebied en de Chinese belangstelling, uitmondend in een whitepaper China's Arctic Policy. Ik heb nog geen aanzet gezien om te komen tot een nieuwe Nederlandse polaire strategie. Het kan zijn dat het mij ontgaan is, maar dan hoor ik het graag van de minister. Als er geen aanzet is gedaan, dan zou ik willen weten waarom dat niet is gedaan. Het lijkt mij in ieder geval goed om de polaire strategie wat betreft de Noordpool te voorzien van een uitvoerige geopolitieke veiligheidsparagraaf, die ook betrekking heeft op de belangen van Nederland en de NAVO-bondgenoten in die regio. De gedachte dat we het met betrekking tot de Noordpool alleen moeten hebben over milieu, flora en fauna en smeltend ijs lijkt me achterhaald.

Voorzitter. Ten slotte wil ik het hebben over het opblazen van Nord Stream. Toen dat pas gebeurd was, wist bijna iedereen vrijwel zeker dat de Russen erachter moesten zitten. Dat was de grote teneur, ook in de media. Onderzoek heeft er inmiddels toe geleid dat er een sterke verdenking tegen individuele Oekraïners bestaat. De rechter zal daar een oordeel over uitspreken. Nu vraag ik aan de minister die hier aanwezig is, onze minister van Buitenlandse Zaken: dat betekent toch niet dat we niet moeten denken dat de Oekraïense staat er geen hand in heeft gehad? Wat kan de minister ons vertellen over eventuele betrokkenheid van Oekraïne bij die gebeurtenissen? Vanwege de perfectie waarmee het is uitgevoerd, kan je je namelijk niet voorstellen dat daar niet ook nog een organisatie achter zit. Als dat zo is, of als daar aanwijzingen voor zijn, hoor ik dat graag van de minister.

Tot zover, voorzitter. Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan wij nu luisteren naar de heer Boswijk, die spreekt namens de fractie van het CDA. Ik doe alvast een vooraankondiging: na de heer Boswijk ga ik schorsen voor het diner. De heer Boswijk heeft dus niet de afterdinnerdip. Ik weet niet welke collega ik dit nu wel aandoe, excuus. Wij zullen, ook voor de medewerkers hier in huis, gewoon keurig moeten schorsen voor het diner. Ik geef nu graag het woord aan de heer Boswijk. Ga uw gang.

De heer Boswijk (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Nu is het aan mijn collega's om zo weinig mogelijk interrupties te doen.

Voorzitter. In de jaren zestig van de zeventiende eeuw stond de Republiek der Nederlanden voor een existentieel dilemma. Engeland was tegelijk onze belangrijkste handelspartner, onze bondgenoot, maar ook onze maritieme rivaal. Frankrijk groeide ondertussen uit tot een agressieve grootmacht. De Republiek was welvarend, maar kwetsbaar. Het had een sterke vloot, maar een zwak landleger en lag strategisch geïsoleerd. Raadspensionaris Johan de Witt wist dat hij alleen maar slechte en nog slechtere opties had. Morele verontwaardiging zonder macht was zinloos, blind vertrouwen op verdragen naïef en openlijke confrontatie zou destructief zijn. Zijn kernvraag was steeds: wat dient onder deze omstandigheden het voortbestaan van de Republiek op de lange termijn? De Witt koos niet voor grote woorden, maar voor koele analyses. Hij koos voor tijd winnen zonder stil te staan en voor rust bewaren zonder in slaap te vallen. Beatrice de Graaf en Rik Peels noemden deze stijl pasgeleden in de NRC "prudentia", een van de vele deugden. Verstandig oordelen, gericht op de lange termijn en in het belang van de gemeenschap.

Voorzitter. Die wereld van Johan de Witt is terug. China verweeft economie en macht, Rusland herschrijft de grenzen met geweld en zelfs binnen ons bondgenootschap, waarop Europa decennialang kon bouwen, is voorspelbaarheid geen vanzelfsprekendheid meer. Laat ik allereerst beginnen met een positief punt. De Europese steun aan Denemarken rond Groenland was snel en eensgezind. Zo hoort Europa te handelen: solidair, duidelijk en zonder interne ruis. Ook de rijen hier in de Tweede Kamer waren gesloten. Dat mag ook gezegd worden. De vraag is: hoe maken we dit structureel? Het Europese buitenlandbeleid oogt namelijk te vaak als geïmproviseerd paniekvoetbal.

Voor het CDA betekent dat vandaag vier duidelijke keuzes. Allereerst moeten we onze afhankelijkheden afbouwen, snel en breder dan tot nu toe. Dat gaat niet alleen om de afhankelijkheden van energie of defensie, maar ook om die van medicijnen, technologie en grondstoffen. Dat vraagt om fortitudo: de moed om macht op te bouwen waar we kwetsbaar zijn. Neem medicijnen: tekorten aan levensreddende geneesmiddelen zijn geen zorgvraagstuk meer, maar een strategisch risico. Handelstarieven en exportrestricties worden steeds vaker politiek ingezet. Vaak als het over medicijnen gaat, hebben we het over de afhankelijkheden van China en India, maar wat betreft de farmacie zijn we het afhankelijkst van de Verenigde Staten, waar ook het meeste geld zit. Trump heeft er al een aantal keer op gehint.

Hetzelfde geldt voor het digitale aspect. 86% van de Europeanen zit op social media die is gelieerd aan het Amerikaanse Meta. Terwijl de VS in 2025 voor 67 miljard investeerden in AI, deed de EU slechts 11 miljard. Dat is geen achterstand meer; dat is een kwetsbaarheid. Onze kracht zit wel op het gebied van Europese wetgeving. Daarom is het cruciaal dat we geen concessies doen op de Digital Services Act, want die gaat uiteindelijk over de bescherming van onze fundamentele waarden en van onze democratie. Het is dan ook goed dat de Kamer zich een halfjaar geleden via mijn motie uitsprak om geen concessies te doen. Daarom doe ik het verzoek aan de minister om deze lijn te bestendigen.

Toch zien we nog steeds vaak dat goede plannen om die afhankelijkheden af te bouwen, sneuvelen, omdat we ze vaak puur markteconomisch beoordelen: te duur, dus niet doen. Deutsche Telekom werkte bijvoorbeeld in 2015 aan haar eigen Europese cloud. Dat was technisch haalbaar en strategisch heel verstandig, maar Microsoft was 35% goedkoper en dus stopte het. Strategische autonomie is niet gratis, maar afhankelijkheid is uiteindelijk altijd duurder. Om deze afhankelijkheid van onder andere de Verenigde Staten goed in kaart te brengen, is de AIV naar aanleiding van mijn motie nu bezig met een Amerikastrategie, maar collega Piri en ik begrepen van de week dat die strategie er waarschijnlijk pas in het derde kwartaal is. Zou dat sneller kunnen, vraag ik aan de minister.

Vandaag wordt het tempo in Europa nog veel te vaak bepaald door de traagste lidstaat of degene die dissident is. Dat kunnen we ons geopolitiek gezien niet meer veroorloven. Hier vraagt prudent beleid ook om temperantia, discipline, focus en het vermogen om keuzes te maken. Wat het CDA betreft verdwijnt daarom ook het veto op het Europees buitenlandbeleid zo snel mogelijk, maar tot die tijd moeten we werken met kopgroepen: een Europa van verschillende snelheden. Laat landen die willen versnellen en dat ook kunnen, dat ook vooral doen, bijvoorbeeld op het gebied van energie, defensie of grondstoffen. Ooit begon Europa ook zo, in de EEG, met kolen en staal, niet met alles tegelijk. Wie geopolitiek serieus genomen wil worden, kan zich geen structurele stilstand veroorloven. Vorig jaar is mijn motie die oproept tot het vormen van kopgroepen op het gebied van grondstoffenbeleid, aangenomen. Kan de minister al iets delen over de uitvoering daarvan?

Dat brengt mij bij het derde punt: de manier waarop wij ons buitenlandbeleid vormgeven. Prudentia staat niet op zichzelf; in de klassieke traditie hoort ze bij andere deugden. Wat we vandaag nodig hebben, is beleid waarin verstand, macht en waarden samenkomen.

Dat brengt mij bij het vierde punt: middle powers. De Canadese premier Mark Carney noemde het value-based realism: je waarden niet loslaten, maar serieus nemen door ze te verbinden aan macht en belangen. Waarden zonder macht zijn woorden, maar macht zonder waarden is willekeur. Vorige week stond iedereen, ikzelf incluis, op de banken te applaudisseren voor deze speech. Als we het naar de praktijk gaan vertalen, begint het echter al meteen te schuren, want juist het enige echte tastbare instrument om value-based realism af te dwingen, onder andere door middel van handelsverdragen, werd meteen alweer ondermijnd. Het is onbegrijpelijk dat het Europees Parlement een voorstel aannam om nog eens een keer een juridische toets uit te voeren. Dat is geen principiële keuze; dat is wat ons betreft strategische blindheid.

Europa moet stoppen met preken en beginnen met handelen. Dat betekent dat we partnerschappen moeten sluiten met landen die niet willen kiezen tussen Washington, Beijing en Moskou, maar op zoek zijn naar stabiliteit en wederzijds voordeel. Dat vraagt rechtvaardigheid en betrouwbaarheid, want in een wereld waarin een grootmacht het internationaal recht steeds vaker behandelt als een hinderpaal, moet Europa laten zien dat afspraken wél gelden, ook als ze iets kosten. Dat doen we niet uit naïviteit, maar uit eigenbelang, want voor veel landen in de Global South is dat het verschil tussen een partner die de regels handhaaft en een wereld waarin het recht van de sterkste geldt. Als Europa dat waarmaakt, wordt het internationaal recht geen beperking, maar ons sterkste geopolitieke wapen, een unique sellingpoint.

Voorzitter. Steeds vaker zien we dat regels en internationale instituties door grootmachten niet worden gebruikt om orde te scheppen, maar juist worden ingezet om ontwikkelingen te blokkeren of te frustreren. Het bekendste voorbeeld is natuurlijk de VN-Veiligheidsraad, waar ingrijpen bij grootschalige mensenrechtenschendingen structureel wordt geblokkeerd door het gebruik van veto's. We zien het zelfs met het oprichten van de Board of Peace, die op zijn zachtst gezegd niet bedoeld is om de VN te versterken.

Een ander, maar toch steeds relevanter voorbeeld is de vastgelopen discussie over diepzeemijnbouw. Ik zocht naar een concreet voorbeeld en dit is wel heel erg actueel. De verantwoording van diepzeemijnbouw valt namelijk onder een VN-orgaan, de International Seabed Authority. In diepzeemijnbouw liggen juist grote kansen om op een verantwoorde manier grondstoffen te winnen. In de praktijk wordt die besluitvorming echter geblokkeerd door onder andere de VS en China, terwijl zij tegelijkertijd buiten de ISA eigen regels aan het maken zijn. Het gevolg is dat Europese bedrijven, die juist binnen duidelijke kaders met hoge milieustandaarden willen opereren, buitenspel worden gezet. Dat is niet alleen gevaarlijk voor het milieu; het vergroot onze afhankelijkheid van grondstoffen alleen maar verder. Is de minister hiervan op de hoogte? Deelt hij de zorgen dat het misbruik van internationale instituties onze strategische autonomie ondermijnt?

Voorzitter. Juist hier ligt een kans om samen te werken met middle powers die met dezelfde dilemma's te maken hebben. Canada is daar een goed voorbeeld van. Dat is namelijk een land dat samen met innovatieve Nederlandse bedrijven zoekt naar een manier om diepzeemijnbouw verantwoordelijk in de praktijk te brengen. Graag een reactie. Hetzelfde geldt voor andere gelijkgezinde landen op andere onderwerpen. Het geldt bijvoorbeeld voor het Verenigd Koninkrijk op het gebied van SMR's, voor Noorwegen en Australië op het gebied van grondstoffen en voor Japan en Zuid-Korea op het gebied van defensie. Juist met deze landen kunnen we laten zien dat regels geen blokkade hoeven te zijn, maar een fundament vormen voor een gezamenlijke strategische autonomie. Ondertussen zijn er ook landen die Europa expliciet opzoeken, maar geen enkel gehoor krijgen. De Chileense minister van Mijnbouw bood de Europese Commissie vorig jaar april een hele lijst met mijnbouwconcessies aan. Het land wil namelijk minder afhankelijk zijn van China, Rusland en de VS. Wat gebeurde er? Er gebeurde niets, terwijl Chili beschikt over de grootste lithiumvoorraden ter wereld, cruciaal voor onze energietransitie en de herbewapening. Is de minister bereid om hier actiever op te sturen, ook bilateraal?

Voorzitter. Ik sluit af met de grootste geopolitieke toets van onze tijd, Oekraïne. Tegen alle verwachtingen in houdt Oekraïne al bijna vier jaar stand tegen de Russische agressie. Daarmee verdedigen de Oekraïners ook onze veiligheid, onze waarden. Daarom moeten we Oekraïne blijven steunen, zo lang als het nodig is. We maken ons echter grote zorgen over de afnemende Amerikaanse steun en het gebrek aan urgentie in delen van Europa. Herkent de minister dat beeld? Hoe gaat Nederland bijdragen aan echte Europese verantwoordelijkheid?

Collega Van der Werf en collega De Roon hadden het net al over de Russische schaduwvloot. Al meer dan een jaar geleden vroegen collega Paternotte en ik om te handhaven, want als wij sancties niet handhaven, zijn ze een dode letter, wat onze geloofwaardigheid ondermijnt.

Voorzitter, tot slot. Johan de Witt handelde met verstand. Toch liep het in 1672 rampzalig af, niet omdat zijn analyse verkeerd was, maar omdat zijn verstand niet genoeg bleek te zijn. Er was te weinig macht, te weinig tempo, te weinig bondgenoten. Dat is een les voor vandaag. Prudentia is onmisbaar, maar ze moet altijd worden gedragen in fortitudo, geoefend met temperantia en geworteld in iustitia.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. De heer Stoffer.

De heer Stoffer (SGP):
Ik heb een vraag. We zijn allemaal benieuwd naar wat hoogstwaarschijnlijk aankomende vrijdag aan stukken naar ons toe komt. Maar daar ga ik geen inhoudelijke vragen over stellen. We hebben al een stuk, namelijk het stuk-Jetten/Bontenbal. Daar zagen we onder andere iets in staan over het postennetwerk vanuit Nederland, om dat te versterken, vooral daar waar opkomende economieën zijn. Nou, dat steunen wij van harte en daar ben ik blij mee. De vraag is ook: hoe kijkt de heer Boswijk aan tegen het openhouden van posten in fragiele staten? Daarbij noem ik heel nadrukkelijk ook Zuid-Sudan, dat op dit moment toch wat onder druk staat. Mevrouw Dobbe staat daar. Wij hebben samen een amendement, met dekking, om te kijken of we die posten daar toch kunnen openhouden. We denken namelijk dat dit van heel groot belang is voor onze positie in de wereld, maar vooral ook voor de mensen daar.

De heer Boswijk (CDA):
Het standpunt van het CDA is dat we altijd voorstander geweest zijn van het openhouden en het stimuleren van een fijnmazig postennetwerk. We zijn ook altijd vrij vocaal geweest tegen de bezuinigingen die op dat gebied hebben plaatsgevonden. Dat is onze inzet. Dat staat ook in het document waar de heer Stoffer net aan refereerde. Tegelijkertijd weet de heer Stoffer ook dat er ergens in deze omgeving nog een onderhandeling aan de hand is. Ik weet natuurlijk niet wat er gegeven en genomen gaat worden. Als woordvoerder Buitenlandse Zaken heb ik dat pleidooi meegegeven aan mijn opperhoofd. Ik ben heel benieuwd of hij dat eruit haalt. Dat durf ik niet te zeggen. Op een amendement ga ik ook echt nog niet vooruitlopen. Gelukkig hoeven we ook nog niet deze week te stemmen over de amendementen. Dat is nog enigszins positief. Ik sta er zeker welwillend tegenover, maar ik heb ook wel een formatie in mijn achterhoofd.

De heer Stoffer (SGP):
Nou, dit klinkt al wel veelbelovend. Mevrouw Dobbe en ik zijn denk ik heel tevreden als er een warme aanbeveling van de heer Boswijk komt aan de mensen die aan de onderhandelingstafel zitten. Dat amendement komt pas daarna, dus dat helpt ons ook om ons een beetje in de buurt van dat kabinet te houden, zeg ik er maar bij. Maar dank voor het antwoord.

De heer Boswijk (CDA):
Heel goed. Ik vond het ook mooi om te zien dat de SGP en de SP onder een amendement staan. Dat vind ik optimistisch.

De voorzitter:
Het kan wél.

De heer Hoogeveen (JA21):
Een interessant betoog van collega Boswijk. Ik heb met interesse geluisterd. Het werpt bij mij wel een vraagteken op. De heer Boswijk begon zijn betoog met kwetsbare afhankelijkheden: medicijnen, China, Verenigde Staten. Vervolgens kwam er later in het betoog juist het inzetten op handelsverdragen, zoals Mercosur. Dan creëer je ook weer wederzijdse afhankelijkheden als we kijken naar bijvoorbeeld de Emiraten, het handelsverdrag waar we nu mee bezig zijn in Europees verband.

De voorzitter:
En uw vraag?

De heer Hoogeveen (JA21):
Kijk ook naar India en het mogelijk meer investeren met China. Hoe rijmt de heer Boswijk nou precies dat schisma in zijn verhaal?

De heer Boswijk (CDA):
Een hele terechte opmerking. Wij als Europa en als Nederland zijn geen eiland, dus nul afhankelijkheid gaat niet gebeuren. Afhankelijkheden zal je altijd hebben. Ik denk alleen dat het vooral de balans is hoe afhankelijk je van iets bent. Ik zei net dat 86% van de Nederlanders op één socialmediaplatform zit. Dat is een ongezonde balans. Hoe kan je dan een gezondere balans creëren? Dat is enerzijds door zelf meer te gaan doen, dus door zelf met alternatieven te komen. Die kosten ook mogelijk wat meer. Ook kun je kijken of je bepaalde afhankelijkheden kunt diversificeren. Je gaat dan kijken: oké, we gaan niet nog meer lng uit Qatar en uit de VS halen, maar we gaan samen met het Verenigd Koninkrijk inzetten op SMR's om onze energievraag te diversificeren. Ik ben dus heel erg voor handelsverdragen, maar alles in balans.

De heer Hoogeveen (JA21):
Dat werpt bij mij de vraag op: waar trekt het CDA dan de grens? Waar wil je dan wel en niet afhankelijk van zijn en wie bepaalt dat?

De heer Boswijk (CDA):
Dat is een terechte vraag. Eerlijk gezegd is die discussie natuurlijk een beetje fluïde, omdat de geopolitieke situatie ervoor zorgt dat we ons elke keer moeten verhouden tot de vraag wie eigenlijk onze bondgenoten nog zijn. Ik heb er altijd al, al jaren, voor gepleit om onze afhankelijkheden van Rusland en China af te bouwen, maar ik denk dat we op dit scharnierpunt helaas moeten concluderen dat de VS daar nu een onderdeel van zijn. Ik wil er ook meteen voor waken dat we ons met allemaal nieuwe bondgenoten tot over onze oren in een nieuwe afhankelijkheid storten. We moeten zorgen dat een volgende generatie te maken heeft met een goede balans, dus een verdeling die een beetje gelijkwaardig is. Eigenlijk gaat het erom dat je niet chantabel bent.

De voorzitter:
Eén korte vraag van mevrouw Dobbe.

Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter, dat u mij nog een vraag toestaat. Mijn vraag gaat ook over de afhankelijkheden van strategische sectoren. Wij zijn er ook heel erg voor om die af te bouwen, zeker de afhankelijkheid van de Verenigde Staten op dit moment. Ik hoorde de heer Boswijk ook spreken over de farmaceutische industrie en de afhankelijkheid daarvan voor onze medicijnen. Een commerciële farmaceut, of die nou uit de VS of uit Europa komt, is commercieel. Vindt de heer Boswijk dat we in dit soort of andere voorbeelden, als we toch zo strategisch gaan kijken en zeggen dat we dit gaan doen, ook moeten kijken naar publieke zeggenschap?

De heer Boswijk (CDA):
Poeh, dat gaat meteen heel erg ver. Als een bedrijf iets in Europa zou kunnen produceren en als dat iets duurder gaat worden dan als je het bijvoorbeeld in India of de VS doet, kan de overheid, zoals ik ernaar kijk, best bijvoorbeeld iets doen met bepaalde onrendabele toppen. Niemand wil een noodvoorraad aanleggen, want dat kost geld; dat kan je als overheid of gemeenschappelijke Europese overheden op je nemen. Ik denk meer aan dat soort manieren. Ik begrijp de vraag vanuit de SP. Ik denk dat wij daar als CDA net iets anders in zitten.

De heer Klos (D66):
Dank voor het mooie betoog. De heer Boswijk zegt: strategische afhankelijkheid is heel erg duur en strategische autonomie is ook duur, maar dat zouden we eigenlijk samen moeten bereiken en dat is binnen de Europese Unie ook makkelijker bereikbaar. Dat is een wereld die Johan de Witt misschien niet helemaal zou herkennen, maar dat is wel een wereld waar wij nu in leven. Ik vind het ook mooi dat de heer Boswijk bepleit dat dat op Europees niveau bereikt zou moeten worden.

De voorzitter:
Uw vraag, meneer Klos?

De heer Klos (D66):
Mijn vraag is: is de heer Boswijk het dan ook met mij eens dat Nederland zich iets minder gierig zou moeten opstellen in de discussie over de Europese begroting? Daarin kunnen we namelijk precies een aantal strategische projecten voor grondstoffen of energie-infrastructuur financieren. Dat zijn dingen die we gezamenlijk zullen moeten doen om die afhankelijkheid af te bouwen.

De heer Boswijk (CDA):
Ik denk niet dat wij zo ver gaan als D66, maar ik denk dat we daar inderdaad iets pragmatischer in moeten zijn. Soms klinkt het lekker als je een van de vrekkige vier of vijf bent, maar dan betaal je op allerlei andere dossiers gewoon de rekening. Zo werkt Europa. Ik denk dat dat uiteindelijk niet in ons belang is. Je zou dit van geval tot geval moeten bekijken, maar wij zijn wat mij betreft wel iets minder vrekkig.

De heer Klos (D66):
Dank.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik dank de heer Boswijk voor zijn bijdrage. Ik ga schorsen voor het diner, maar voordat ik dat doe, heb ik nog een soort kleine huishoudelijke mededeling, want mevrouw Piri heeft in haar inbreng aangekondigd haar amendement op stuk nr. 3 in te willen trekken. Voor ieders duidelijkheid maak ik daar hier nog even melding van.

Het amendement-Piri (stuk nr. 3) is ingetrokken.

Ik schors voor een kleine drie kwartier, zodat alle mensen die hier werken en ons ondersteunen, fatsoenlijk kunnen eten.

De vergadering wordt van 18.39 uur tot 19.29 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de begroting Buitenlandse Zaken. Wij gaan fris en zonder afterdinnerdip naar meneer Hoogeveen van de fractie van JA21 luisteren. Gaat uw gang.

De heer Hoogeveen (JA21):
Dank, voorzitter. Altijd lekker, inderdaad, na de dinerpauze.

Voorzitter. De minister is er door vorige sprekers al naar gevraagd, maar ook mijn fractie is, om te beginnen, benieuwd naar een update over de lopende ontwikkelingen betreffende Groenland, Venezuela en Oekraïne. Verder loopt de spanning inmiddels op rondom ayatollahs in Iran. Een Amerikaanse aanval lijkt op handen en de recente berichtgeving die spreekt over duizenden doden in de protestgolf is ronduit schokkend. Graag hoor ik hierover de laatste stand van zaken en wat de inzet is van de Nederlandse regering.

Verderop in het Midden-Oosten zijn de gevechten tussen de Syrische Democratische Strijdkrachten en de Syrische regering inmiddels beland in een tijdelijke wapenstilstand. Naar verluidt zijn 140.000 mensen op de vlucht geslagen en is de stad Kobani omsingeld. Ik heb samen met mijn collega Boomsma al Kamervragen ingediend over het gevaar dat bestaat rondom het ontsnappen van IS-strijders. Zij zaten in gevangenissen in Noord-Syrië die oorspronkelijk werden bewaakt door de SDF. Kan de minister toelichten welke stappen worden overwogen tegen de huidige Syrische regering?

Voorzitter. Dan consulaire zaken. Anderhalf jaar geleden werd de motie-Van der Burg c.s. aangenomen om personen die zich zonder gegronde reden in een rood reisgebied bevinden een financiële bijdrage te laten betalen voor een door de regering georganiseerde evacuatie. Mijn fractie vond en vindt dit nog altijd een zeer redelijk idee, evenals de motie-Van der Burg/Piri van een maand later die opriep tot het oprichten van een zwart reisadvies. Kan de minister een update geven over beide Kamerverzoeken?

Voorzitter. Nog iets consulairs. JA21 steunt de heroriëntatie van het postennet. In een wereld die steeds transactioneler wordt en waarin machtsblokken elkaar beconcurreren, moet diplomatie worden ingezet waar handel en grondstoffen zijn en waar economische kansen en strategische belangen liggen. Buitenlandse Zaken is daarbij een instrument van nationaal belang, geen ngo.

Voorzitter. Dat brengt mij bij Venezuela, een buurland van het Caribisch deel van het Koninkrijk. In Caracas is Nederland momenteel vertegenwoordigd door een zaakgelastigde, terwijl andere Europese landen wel een volwaardige ambassadeur ter plaatse hebben. De situatie in Venezuela is veranderd en biedt kansen voor Nederland en het Koninkrijk. De minister heeft recent al direct contact gehad met waarnemend president Rodríguez. Hoe kijkt de minister naar de huidige situatie? Is er gesproken over een rol voor Nederland in de transitie van Venezuela, met name in de olie-export? Is er mede in het licht van de heroriëntatie van het postennet ook ruimte voor een volwaardige ambassadeurspost in Caracas?

Voorzitter. Dan kom ik bij hetgeen waar ik de rest van mijn bijdrage op wil richten: eurobonds. Via deze Buitenlandse Zakenbegroting vinden immers de uitbetalingen van het coronaherstelfonds en de Nederlandse afdrachten aan de EU plaats. In de geopolitieke kwesties die zich aandienen is het belangrijk om uit te zoomen en een stap terug te doen. Een van de grootste structurele bedreigingen voor de kracht van het Westen is namelijk de oplopende staatsschuld. Hoge schulden betekenen hogere rentelasten, minder ruimte voor investeringen, bijvoorbeeld in defensie en veiligheid, en een kwetsbaardere economie. Het IMF en de OESO waarschuwen al langer dat juist in een wereld van toenemende geopolitieke spanningen de schuldhoudbaarheid onder druk komt te staan en ons extreem kwetsbaar maakt. Wie een sterk Europa wil, moet dus inzetten op hervormingen: terug naar begrotingsdiscipline en economische groei door rigoureuze deregulering en lastenverlagingen. Groei komt niet uit steeds maar weer nieuwe gemeenschappelijke schulden aangaan, maar uit productiviteit, uit een kleiner en doelmatiger staatsapparaat in de lidstaten en uit vrijhandel, binnen en buiten de EU. Vanuit dat perspectief is de kritiek van JA21 op eurobonds ook geen dogma maar een kwestie van gezond verstand.

Het kabinet-Rutte III heeft destijds getekend voor het peperdure coronaherstelfonds. Eerst dachten we nog dat er van de garantstelling van 48 miljard euro Nederlands geld een kleine 6 miljard terug zou komen, dus een achtste deel. Nu trok de Algemene Rekenkamer aan de bel omdat de helft van deze 6 miljard onzeker is. Kan de minister ons een update geven over waar de rest van die 3 miljard blijft? Kan hij ons laten weten dat die niet door het putje zal wegvloeien? De Europese Rekenkamer ging afgelopen voorjaar al met de spreekwoordelijke vlammenwerper over dit Herstelfonds. Zij schatten dat lidstaten tot 2028 jaarlijks meer dan 20 miljard kwijt zullen zijn aan terugbetaling en rente, terwijl amper meetbaar is wat er van de oorspronkelijke astronomische 724 miljard euro is vernomen. Ik heb het zelf eerder in EW Magazine "erger dan de bekende sigaar uit eigen doos" genoemd: een kwart van die gigantisch pot is naar Italië gevloeid. EW Magazine noemde het zelf daarom ook treffend "het Italiaanse smulfestijn met als voorafje een superbonus". Deze superbonus stond voor de manier waarop het verduurzamen van huizen werd gesubsidieerd met een vergoeding van maar liefst 110%. Om het geld op te krijgen, gaf men Italiaanse kinderen van 4 tot 7 jaar een iPad in het kader van digitalisering, om nog maar niet te spreken van de fraudezaken. Het Europese Openbaar Ministerie heeft er zijn handen vol aan. EW Magazine concludeerde dan ook: een beteren reclame tégen Europees lenen bestaat niet.

Maar afgelopen voorjaar volgde 150 miljard via SAFE, en in december hebben we wederom hetzelfde laten gebeuren. Nu ging het om 90 miljard voor Oekraïne. Dat land heeft een gat op de begroting en dreigt om te vallen als we niet bijspringen. Het moge duidelijk zijn dat JA21 zich wat Oekraïne betreft altijd zeer constructief heeft opgesteld, en ook heeft meegestemd om meer financiering vanuit Nederland los te krijgen. Maar ineens kwamen ook de eurobonds weer uit de hoge hoed. Het kabinet is op papier tegen eurobonds, maar vertikt het om het beestje bij de naam te noemen en houdt het op "gezamenlijk doorlenen". Als kers op de taart bleek onlangs dat de Commissie weigert de miljoenen aan rentekosten zelf te betalen. De belofte van de premier dat Nederland geen extra geld zou hoeven over te maken aangezien deze rentekosten uit de Brusselse begroting zouden worden gedekt, gaat dus ook op de helling. Zo dreigt het weer op beleidsartikel 3 van deze begroting van Buitenlandse Zaken te belanden: de afdrachten aan de Europese Unie.

Voorzitter. Onder dit gesternte zou ik graag de volgende vragen aan de minister willen stellen. Hoe kijkt het kabinet naar het feit dat dit de eerste keer is geweest dat tot gezamenlijke leningen is besloten, maar dat dit gebeurde op basis van optionele deelname? Waarom heeft het kabinet geen opt-out bedongen, zoals Hongarije, Tsjechië en Slowakije hebben gedaan, en waarom heeft het niet besloten in te zetten op verhoogde bilaterale steun aan Oekraïne? Gaat Nederland toch meebetalen aan de rentekosten om de Europese Commissie te redden van deze extra kostenpost? Wij vrezen dat de gevolgen niet te overzien zijn nu het volgende schaap over de dam is en de drempel voor eurobonds wederom lager is komen te liggen.

Voorzitter, afrondend. Uit een brief van gisteren blijkt dat intern onderzoek op het ministerie met betrekking tot het openlijk beschadigen van voormalig minister Veldkamp niets heeft opgeleverd. Hiermee accepteren we dus dat ambtenaren hun ministers in de media mogen afvallen. Iedere minister is vogelvrij. Hoe kijkt de minister hiernaar?

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Dekker, die spreekt namens de fractie van Forum voor Democratie. Gaat uw gang.

De heer Dekker (FVD):
Dank u wel, voorzitter. De buitenlandbijdrages van onze partij in de afgelopen vijf jaar hadden altijd twee centrale componenten: enerzijds stevige kritiek op supernationale structuren, de EU en de NAVO, met de negatieve invloed daarvan op onze onafhankelijkheid en onze mogelijkheden om te doen wat nodig is voor Nederland en anderzijds aandacht voor de diepere, vaak verzwegen oorzaken van conflicten. We wilden en willen verder kijken dan de werkelijkheid zoals die vanuit het Noord-Atlantisch perspectief vaak door vervormde en gecensureerde berichtgeving aan de bevolking wordt gepresenteerd. Dit is de opgelegde preferente werkelijkheid, om met generaal-majoor Van Kappen te spreken. Dat leverde soms standpunten op die afwijken van de hoofdstroom en die niet altijd meteen worden begrepen. Maar juist door deze onafhankelijk en kritische benadering hebben we op cruciale dossiers, zoals rondom Nord Stream 2, ook geopolitieke spelletjes kunnen blootleggen.

In een snel veranderd geopolitiek speelveld hebben wij als Nederland onze eigen benadering en toekomstvisie nodig. Namens Forum voor Democratie zou ik daarom willen voorstellen dat Nederland een aantal heldere criteria formuleert waaraan ons buitenlandbeleid zou moeten worden getoetst. Allereerst: de belangen van Nederland en de Nederlanders staan centraal en zijn onze absolute topprioriteit. In eerste instantie zijn wij Nederland. Pas in tweede instantie zijn we onderdeel van overkoepelende organisaties, waarbij we voortdurend moeten blijven nagaan of onze nationale belangen voldoende worden gediend. Ik bedoel dan: geen blind vertrouwen, altruïstisch handelen, zonder meer vasthouden aan oude afspraken of anderszins handelen tegen onze eigen belangen in. In de tweede plaats gaat het om versterking van onze eigen economische kracht zonder kwetsbare afhankelijkheden op korte en lange termijn. Ten derde heb ik het over vrijheid, vrede en veiligheid als basis voor ons handelen, waarbij op voorhand samenwerking en handel met niemand zijn uitgesloten. Tot slot: een open kritische en pluriforme blik. Vaak zijn zaken niet wat ze op het eerste gezicht lijken. Deze vier criteria vormen het kompas dat ons leidt door de complexe internationale verhoudingen van deze tijd.

Voorzitter. Europa zit in een diepe existentiële crisis, niet alleen economisch, maar ook cultureel, militair en niet in de laatste plaats op het gebied van vrijheid van meningsuiting. Het anker waarop Europa zich altijd slaafs heeft verlaten, de Verenigde Staten, is in beweging. De teloorgang van Duitsland in de afgelopen tien jaar is kenmerkend voor het enorme Europese verval. Economische groei is zo'n beetje tot stilstand gekomen. Grote industrieën als BASF, Volkswagen en BMW, leiden een kwijnend bestaan. Investeringsplannen komen niet verder dan de planfase. De energiesituatie is hopeloos. De langlopende gasleveringscontracten van Nederland aan Duitsland, tegen geheime en voor Duitsland zeer gunstige tarieven, vormen deze dagen voor Duitsland nog de enige betaalbare energievoorziening.

De voorzitter:
Ik hoorde een punt. Daarmee geef ik de heer Boswijk ruimte voor een vraag. Gaat uw gang.

De heer Boswijk (CDA):
De heer Dekker begon zijn inbreng met de basis van Forum voor Democratie. Als ik even kijk naar wat de afgelopen jaren de boodschap van Forum voor Democratie is geweest, dan gaat het heel erg over soevereiniteit en over het idee dat de Nederlandse bevolking vooral haar eigen toekomst moet bepalen. Dat uit zich in het pleidooi voor een referendum en in het pleidooi voor een nexit. Wat ik dan niet begrijp is dat Forum voor Democratie, terwijl zij als partij altijd voor soevereiniteit is, de enige partij is geweest die tegen een motie stemde waarin de oproep stond om de Groenlanders te steunen. Dat gaat toch over soevereiniteit? Of was dat iets wat Forum voor Democratie dan net even niet uitkomt?

De heer Dekker (FVD):
Als wij het hebben over soevereiniteit, iets wat we belangrijk vinden, dan gaat het over de Nederlandse soevereiniteit. We zijn niet de wereldwijde beschermers van soevereiniteit. Dat is, denk ik, een misvatting. De kwestie-Groenland is natuurlijk een heel speciaal verhaal. Ik kom daar nog op, maar ik moet eerlijk zeggen dat ik de argumenten die vanuit de Verenigde Staten naar voren worden gebracht en die duidelijk maken waarom zij het belangrijk vinden aanspraak te maken op Groenland, niet heel vergezocht vind. Die argumenten zijn wel degelijk discussie waard. Ik vind dat de Europese landen daar nogal verhit op reageren, terwijl je ook een heel rustige discussie zou kunnen voeren over de vraag wat we precies willen en wat er precies aan de hand is. Ik vind het geroep over soevereiniteit vanuit landen die zelf op allerlei fronten hun soevereiniteit al lang geleden hebben ingeleverd, aan de EU, de NAVO en al die andere instellingen, over een blok ijs als Groenland nogal overdreven. Ik zou daar een veel volwassener debat over verwachten dan alleen maar het hameren over bestaande landsgrenzen, die inderdaad in formele zin bestaan.

De heer Boswijk (CDA):
Ik vind het een wat warrig verhaal, als ik eerlijk ben. Ik hoor de heer Dekker net zeggen dat we als Nederlanders vooral moeten bekijken wat in ons eigen belang is. Het is in ons belang dat soevereiniteit van landen wordt gerespecteerd. Als wij niet opkomen voor dat principe, waarom zouden andere landen dan opkomen voor onze soevereiniteit? Dat is het hele idee van het internationale recht. Als we dat wegschuiven, en dat is eigenlijk waar Forum voor Democratie voor pleit, dan geldt het recht van de sterkste. Dat zijn de twee smaken waar we tussen kunnen kiezen. Ik hoor Forum voor Democratie hier zeggen: "boeiend, die stukken ijs ver weg. Dat interesseert ons niet. De Amerikanen hebben legitieme ideeën". Dat is hetzelfde wat ik Forum voor Democratie eerder heb horen zeggen wat betreft Oekraïne versus Rusland. Het hele idee is toch dat grenzen wel bepaald zijn? Het idee is toch dat volken wél over hun eigen toekomst gaan en dat andere landen dat niet zomaar met geweld kunnen opleggen? Ik vraag dan dus toch aan Forum van Democratie om een keer consequent te zijn. Als u zegt soevereiniteit belangrijk te vinden, dan kunt u dat niet alleen voor de Nederlandse bevolking vinden. Dan moet u vinden dat alle volken over hun eigen toekomst gaan.

De heer Dekker (FVD):
Dat is toch een beetje met twee maten meten. Als je kijkt wat het Westen, de NAVO, de laatste decennia op dat front heeft gedaan, dan moet je toch zeggen dat de soevereiniteit van heel wat landen blijkbaar niet aan de orde was. De soevereiniteit van Joegoslavië was blijkbaar niet aan de orde. De soevereiniteit van Syrië was blijkbaar niet aan de orde. De soevereiniteit van Libië en Irak was blijkbaar niet aan de orde. Uiteindelijk is het dus blijkbaar toch een machtskwestie. Het internationaal recht is natuurlijk een prachtig stelsel. Je zou dat ook moeten beschermen. Aan de andere kant is macht, als er echt grote zaken aan de orde zijn of als er echt grote partijen een rol spelen, toch de doorslaggevende factor. Daar moet je denk ik realistisch in zijn.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Boswijk (CDA):
Het internationaal recht is nooit perfect geweest. Ik heb daar zelf ook uitgebreid op gereflecteerd. Maar het is toch het begin van het einde als wij, in het geval van Groenland, nu al zeggen dat het ons even niet uitkomt en dat andere landen sterker zijn en we het dus maar laten gaan? Het zou dan toch juist sterker zijn als wij als Europese landen samenkomen met heel veel landen in de wereld, zoals Japan, Zuid-Korea en noem maar op, die allemaal baat hebben bij het internationaal recht? Dat zou toch veel sterker zijn dan om te zeggen dat het even niet anders is? Als we dat namelijk doen, dan bevinden we ons op een glijdende schaal. Dan is soevereiniteit iets van het verleden, waar wij als Nederlanders überhaupt niks meer over te zeggen hebben.

De heer Dekker (FVD):
Ik blijf wijzen op het feit dat wij daar niet consequent in zijn. Als het internationaal recht je niet helpt, zul je uiteindelijk — zoals zelfs de premier van Canada zei — andere wegen moeten zoeken om je recht te organiseren. Dat zijn uiteindelijk toch de wegen van de macht. Dat is in veel gevallen vrees ik het geval. Nogmaals, wij hebben daar niet zo'n geweldig schoon historieverhaal in. We hebben in het verleden namelijk nogal wat grenzen verschoven. We hebben grenzen overschreden van landen waarvoor dat dan blijkbaar niet telt. De heer Boswijk gaat niet in op de voorbeelden die ik gaf, maar dat zijn natuurlijk wel voorbeelden van schending van het internationaal recht, die je met evenveel recht zou kunnen bestrijden. Maar wij deden daar in Afghanistan, en noem het maar op, braaf aan mee.

De heer Erkens (VVD):
De heer Dekker had het over de NAVO. Hij gaf in het interruptiedebatje tussen hem en de heer Boswijk aan dat de NAVO de standaarden van nu ook niet altijd gevolgd heeft. Hoe kijkt de heer Dekker dan naar de oostwaartse uitbreiding van de NAVO en het effect daarvan op de geopolitieke situatie?

De heer Dekker (FVD):
Dat is ook een machtskwestie. Kijk, er wordt vaak gezegd dat ieder land, omdat landen soeverein zijn, vrij is om zich bij welke alliantie dan ook aan te sluiten. Dat klinkt heel mooi, maar wanneer je in het echte machtsgebied van een grootmacht zit, gaat die logica niet op. Om dezelfde reden kan Mexico zich ook niet zomaar aansluiten bij de BRICS, of kan het niet door Chinezen worden voorzien van raketten die op de Verenigde Staten gericht zijn. Dat is hetzelfde. Dat speelt daar nu niet, al speelde dat enige tijd geleden in Cuba natuurlijk wel. Dat vinden we allemaal heel logisch, want dat kan natuurlijk niet waar zijn. Ik vind dat toch een beetje een vergelijkbare situatie. Ik kan me de zorg, in dit voorbeeld van Rusland, rondom de uitbreiding van de NAVO richting het oosten dus wel voorstellen. Ik vind dat niet heel raar. Dat is machtspolitiek. Het is geen internationaalrechtspolitiek, dat klopt. Maar machtspolitiek speelt gewoon een rol in de internationale verhoudingen.

De heer Erkens (VVD):
De heer Dekker gaf net rondom Groenland aan dat er nogal stevig gereageerd werd vanuit Europese landen en dat je daar een rustigere discussie over moet kunnen voeren met elkaar, gegeven ook de machtsbelangen die de VS had. Volgens mij parafraseer ik hem hiermee correct. Geldt hetzelfde dan ook voor de Baltische staten? Moet daar inderdaad ook rustiger over gesproken worden? Of vindt Forum voor Democratie dat, hoewel ze in de oude invloedssfeer van Rusland zitten, ze wel gewoon onderdeel van de Europese Unie en de NAVO zijn?

De heer Dekker (FVD):
Ik denk dat de situatie bij de Baltische staten heel anders is. Sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie zijn dat zelfstandige, soevereine staten. Er is geen bijzondere reden, voor in dit geval Rusland, om die staten in te nemen. Er is ook geen reden om daar, althans op dit moment, een dreiging van te zien uitgaan. Ik zou het dus zeker niet willen toejuichen als daar de grens zou worden overschreden. Dat lijkt mij niet gepast.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Erkens (VVD):
Ja, afrondend. Er rouleren ook best wel vaak Nederlandse troepen in deze Baltische staten. Forum voor Democratie steunt dus ook het feit dat onze troepen daar zitten om Rusland af te schrikken?

De heer Dekker (FVD):
Op dit moment zijn wij gebonden aan de NAVO-richtlijnen en zullen wij ons houden aan wat er in NAVO-verband allemaal is afgesproken. Dit is daar een voorbeeld van.

De heer Klos (D66):
Ik probeer even goed te begrijpen waar de grenzen van deze theorie liggen. Net in het interruptiedebat met de heer Boswijk heeft de heer Dekker een nieuwe maatstaf voor soevereiniteit geïntroduceerd, namelijk: als je een machtig land bent en goed kunt onderbouwen dat je ergens anders een veiligheidsbelang hebt, kun je ertoe besluiten om de soevereiniteit van een ander land te schenden. Dat is de theorie van Forum voor Democratie. Als Duitsland goed zou kunnen onderbouwen dat het een kortere toegang wil hebben tot het Verenigd Koninkrijk en bezit wil nemen van Nederland, vindt u dan dat Duitsland als machtiger land met een grotere economie Nederland zou mogen innemen?

De heer Dekker (FVD):
Dit is weer een beetje een verdraaiing van wat ik zei. Ik zeg niet dat ik het toejuich wanneer grote, machtige landen daartoe overgaan. Ik bepleit het niet. Ik stel alleen vast dat het de feitelijke verhoudingen in de wereld zijn. In het geval van Duitsland en Nederland lijkt het me niet dat de verhoudingen zo liggen, maar in het geval van de grootmachten — dan heb ik het met name natuurlijk over de Verenigde Staten en Rusland, en misschien in zekere mate ook wel over China — is dat op een zeker moment een gegeven en zul je daarmee moeten dealen. In dat soort situaties is het internationaal recht maar een van de overwegingen, helaas.

De heer Klos (D66):
We hebben nu juist een wereld gebouwd waarin dat onmogelijk zou moeten zijn. Na 1945 hebben we gezegd: dat principe accepteren we niet meer. Als Forum voor Democratie dat principe wil herintroduceren, dan moet het daar eerlijk over zijn en horen we dat graag.

De heer Dekker (FVD):
Nogmaals, voor landen in Afrika of landen in het Midden-Oosten lijkt dit allemaal niet te gelden. Dit geldt alleen maar, in de betogen die ik nu hoor, voor de landen in het Westen. Maar ook in Afrika en het Midden-Oosten gaan wij vanuit het Westen vaak grenzen hertekenen, alsof het helemaal niks is. Een land als Libanon schuift heen en weer. We hebben Irak gehad, zoals ik al zei. Iran is ook voortdurend aan de orde. Ik denk dan: als je het internationaal recht zo belangrijk vindt, dan moet je je er in alle gevallen ook aan houden. Maar zo werkt het natuurlijk niet. Wij zijn ook een machtsspeler en wij doen soms dingen die internationaalrechtelijk eigenlijk niet verdragen kunnen worden. Ik heb dit voorbeeld eerder gegeven: wanneer je op het punt staat een zebrapad op te stappen, maar er komt een hele grote truck aan denderen, dan heb je alle rechten van de wereld om te gaan en moet die truck stoppen, maar toch is het verstandig om een stapje terug te doen. Dat is het verschil tussen internationaal recht en internationale betrekkingen.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Klos (D66):
Ik constateer dat Forum voor Democratie schrikt van de consequenties van zijn eigen nieuwe maatstaf voor wanneer soevereiniteit wel en niet geldig is, en met een wat warrig verhaal komt over hoe we dan naar de rest van de wereld moeten kijken.

De heer Dekker (FVD):
Voorzitter, ik vervolg mijn betoog. Waar was ik gebleven? De energiesituatie in Duitsland is hopeloos. De langlopende gasleveringscontracten van Nederland aan Duitsland tegen geheime en voor Duitsland zeer gunstige tarieven vormen deze dagen voor Duitsland nog de enige betaalbare energievoorziening. Nu legt president Trump dat allemaal bloot. In zijn eerste termijn bleek hij volkomen gelijk te hebben over defensie en energie. Nu, in zijn tweede termijn, definieert de recente Amerikaanse nationale veiligheidsstrategie de EU feitelijk als een stervende patiënt die niet meer voor zichzelf kan zorgen. De kritiek op Europa is vernietigend en komt neer op verlies van identiteit en eigenheid, parasitair gedrag op economisch en militair gebied, en bureaucratische tirannie. Brussel bepaalt hoe wij ons moeten voelen, wat we mogen zeggen en hoe we moeten leven.

Echt politiek leiderschap zou deze zware Amerikaanse kritiek opvatten als een wake-upcall. Maar wat zien we? Vooral boosheid en gelach; het is dezelfde verwaande houding die we in 2017 en 2018 zagen, toen Trump zijn eerste waarschuwing uitsprak. De traditioneel leidende landen van Europa en hun regeringen gedragen zich letterlijk als die van Rome tijdens zijn verval in de vijfde eeuw en als die van Nederland in de achttiende eeuw. Ideologie vermengd met arrogante, morele zelfverheerlijking is het recept voor de teloorgang van een samenleving.

De EU is een soort ideologisch bolwerk geworden dat onze welvaart, autonomie, veiligheid en groei in de toekomst aantast. Het is een diep bureaucratisch en technocratisch instituut waar met verve wordt verdedigd dat biologische mannen zwanger kunnen worden, dat massale niet-westerse immigratie een zegening is en dat groene groei bestaat. Maar wat heeft de EU bijgedragen aan de verbetering van Nederland in de afgelopen twintig jaar? We hebben er in die periode minstens 200 miljard euro ingepompt. Daarvan is niet meer dan de helft — dan rond ik naar boven af — teruggekomen. De EU geeft ons het gevoel dat zij economisch van waarde is, maar lijkt ons vooral geld te kosten.

Hetzelfde geldt in zekere zin voor de NAVO, maar dan op het gebied van veiligheid. Zeker, de NAVO heeft een goede rol gehad, maar vanaf de jaren negentig was de rol en de betekenis ervan onduidelijk. De dominante rol van de Sovjet-Unie als ideologische en militaire vijand van het Westen, waarvoor de NAVO is opgericht, is verdwenen, al wordt het Oekraïneconflict wel zo geframed. In de tussentijd maakte de NAVO de VS-wapenindustrie rijk en Europa afhankelijk.

Voorzitter. We zouden onszelf voortdurend twee vragen moeten stellen over onze bi- en multilaterale samenwerkingsverbanden: wat leveren deze concreet op voor Nederlanders en wat is het concrete plan en beoogde resultaat voor de toekomst van Nederland?

Voorzitter. We moeten willen begrijpen dat de geopolitieke realiteit volledig is veranderd, tenminste als we willen dat ons land überhaupt nog relevant blijft. De nieuwe veiligheidsstrategie van de VS zet in op controle over een gedefinieerde invloedsfeer bestaande uit Zuid- en Midden-Amerika, Canada, Groenland, Indonesië, Japan, de Filipijnen, Australië en Nieuw-Zeeland. Dat betreft ruim 50% van het wereldwijde GDP en een zeer grondstofrijk gebied. De invloedssferen van Rusland en China zijn eveneens helder gedefinieerd: het midden en zuiden van Afrika wordt waarschijnlijk een strijdtoneel voor deze drie blokken, gericht op schaarse grondstoffen. Brazilië en India krijgen een aparte status. Oekraïne kan op termijn het Zwitserland van Oost-Europa worden.

Dit nieuwe geopolitieke model draait niet meer om ideologie of mensenrechten. Die waren altijd al selectieve retoriek. Het draait om grondstoffen, voedsel en water, militaire macht en technologisch leiderschap, big tech en kunstmatige intelligentie, en controle over outer space met connectiviteit, navigatie en satellieten. Hierbij — dit is het kritieke punt — vallen Noord-, West- en Midden-Europa buiten deze nieuwe balans en dreigt dat de orphan area, het verweesde gebied, van de wereld te worden. Dit specifieke Europese blok van zo'n 25 landen, met een gezamenlijk GDP van ongeveer 20.000 miljard, staat er niet best voor. Naast enorme culturele en demografische problemen zijn er grote andere zwakten: beperkte eigen grondstoffen en op dat vlak sterke afhankelijkheid van anderen, nauwelijks eigen satellieten en navigatiesystemen, energiezwakte omdat er geen efficiënte en toekomstbestendige strategie is, grote afhankelijkheid van China en Amerika op het gebied van economie, technologie, AI, big tech en medicijnen, een industrie onder grote druk door een razendsnel eroderende concurrentiepositie, de voedselvoorziening die wordt afgebouwd vanwege klimaat- en natuurextremisme, en geen visie voor 2050 en verder.

Voorzitter. Effectief buitenlandbeleid gaat niet alleen over diplomatie. Het gaat vooral om financiële macht, technologische macht en militaire macht, gekoppeld aan relatieve onafhankelijkheid of aan sterke tegenmacht op essentiële producten en diensten. Een verweesd Europa staat voor belangrijke keuzes. Ik zie drie opties. Optie 1 is doorgaan op de huidige weg van afbouw en cultureel-economisch verval en dat samenvoegen in een federaal Europamodel: een rampscenario. Optie 2 is het volledige vazalschap van Amerika, dus het uitgummen van Europa. Optie 3 is autonome kracht en onafhankelijkheid en daarna effectief samenwerken. Optie 3 is de wenselijke strategie en bestaat wat mij betreft uit tien essentiële stappen.

Stap één: onmiddellijk stoppen met de klimaatstrategie, groene groei en niet-westerse massale immigratie, starten met remigratie en met het stimuleren van autonome geboortegroei, en de centrale overheidsapparaten met ongeveer 40% reduceren. Daarmee komt heel veel geld vrij om te herinvesteren.

Stap twee: het terugbrengen van de EU tot alleen economische samenwerking. Geen ideologische dwang of regeldwang meer vanuit Brussel.

Stap drie: energieonafhankelijkheid via kernenergie en moderne fusie-energie en door fossiele energie volledig terug te brengen op niveau.

Stap vier: een volledig Europees satellietsysteem bouwen en eigen toprakettechnologie. Atoomwapens fors uitbreiden en vernieuwen, want wie denkt dat je impact hebt zonder tegenmacht, leeft in een fantasie.

Stap vijf: een industriële en technologische revival in elk soeverein land. Inzetten op big tech en AI. We moeten onze industrie vitaliseren.

Stap zes: vormgeven van de beste militaire industrie ter wereld. In elk land een volledig capabele defensie met een platinum dome, zou ik zeggen, eigenstandig vermogen om jezelf te verdedigen en een eigen militaire industrie.

Stap zeven: herstructureren van elk soeverein land, gericht op betere onderwijsresultaten, vrijheid van meningsuiting, pluriforme media, forse reductie van regels en voorschriften, een zuiver rechtssysteem en het starten van grote transformatieprojecten.

Stap acht: alle afhankelijkheden mitigeren. Inzetten op technologisch leiderschap en vrijhandel op basis van eigen en wederzijds belang.

Stap negen: superieure logistieke systemen en voedselproductiesystemen bouwen. Voedsel en water zijn de basis voor geopolitieke kracht.

En stap tien: de "één plus één is drie"-samenwerking. Werkelijke synergie gebaseerd op sterkte, niet op het verminderen van zwakte, want een schaal met vers fruit en wat rottend fruit wordt snel helemaal rot.

Met andere woorden, Europa heeft nu, 80 jaar na de Tweede Wereldoorlog, opnieuw een wederopbouw nodig. De extra investeringen hiervoor zijn in de orde van 2.000 miljard euro per jaar in de komende 25 jaar. Dat klinkt als veel, maar het is minder dan wat we jaarlijks verspillen aan bureaucratie, regulering en ideologie-gedreven waardevernietiging. Het wordt tijd voor een herziening van ons buitenlandbeleid in brede zin aan de hand van een nbt, een nationaalbelangtoets.

Voorzitter. Dan Buitenlandse Zaken. De Algemene Rekenkamer benadrukt dat de BuZa-begroting relatief weinig beleidsuitgaven bevat omdat het grootste deel, 90%, een doorgeefluik is voor EU-gerelateerde betalingen. De BuZa-begroting van 16,5 miljard is maar een klein deel van de overheidsuitgaven die feitelijk met geopolitiek en buitenlandbeleid te maken hebben. Nederland besteedt per jaar zo'n 61 miljard aan internationale verplichtingen en circa 50 miljard aan binnenlands klimaat-, natuur-, stikstof- en immigratiebeleid. Defensie vormt daar met 35 miljard de grootste uitgavenpost van. Bij implementatie van die 5%-norm verdubbelt dit nog eens naar 62 of 70, 75 miljard. De EU-afdracht is al 15 miljard. Klimaat is structureel zo'n 10 miljard. Dan heb je het stikstofbeleid, de grote waardevernietiging voor de landbouw en economie. Asiel is zo'n 35 miljard. En dan zijn er garanties ter grootte van vele miljarden; dat werd al genoemd. Een vraag aan de minister: ziet de minister ook dat in de rijksbegroting eigenlijk zo'n 110 miljard verbonden is met buitenlandbeleid? Zou dat hele beleidsveld niet aan de orde moeten zijn bij de vormgeving van buitenlandbeleid? Hoe rijmt de minister het sluiten van diplomatieke posten met de enorme geopolitieke uitdagingen voor ons land? Wat vindt de minister van het idee van een nbt, een nationaalbelangtoets, bij het buitenlandbeleid?

Concluderend, voorzitter. We stellen een ontwikkeling voor die gebaseerd is op eigen kracht en gedeelde belangen, niet op dwang uit Brussel en niet op lijdzaam wachten op bevelen uit Washington. Dat is de synergie van de realistische soevereiniteit. Landen die sterk zijn, zijn onafhankelijk. Landen die onafhankelijk zijn, kunnen kiezen. En landen die kiezen, kunnen samenwerken op basis van wat werkelijk telt: wederzijds belang en wederzijds respect. Dit zou het plan voor de toekomst moeten zijn. Forum voor Democratie staat klaar om dit buitenlandbeleid vorm te geven, uit liefde voor Nederland en de Nederlanders.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot een vraag. Meneer Hoogeveen, gaat uw gang.

De heer Hoogeveen (JA21):
Ik heb geluisterd naar het betoog van de heer Dekker en het tienpuntenplan. Ik miste de nexit. Waar is die gebleven?

De heer Dekker (FVD):
Ik heb het gehad over autonomie en soevereiniteit. Ik denk dat wij niet zonder samenwerking kunnen, maar dat kunnen we naar mijn overtuiging niet vanuit de huidige EU. Ik zou er inderdaad voor zijn om de huidige EU te verlaten, de hele EU met het centrale bestuurscentrum te ontmantelen en toe te gaan naar een nieuwe vorm van samenwerking, met name in het verweesde Europa dat ik noemde.

De heer Hoogeveen (JA21):
De heer Dekker zei — maar correct me if I'm wrong — in een van de punten: de EU terugbrengen naar economische samenwerking. Dat impliceert toch dat de EU volgens de heer Dekker tot op zekere hoogte van binnenuit te hervormen is. Klopt dat?

De heer Dekker (FVD):
Dat is een hele goede vraag, want dat is juist wat ik niet denk. Ik denk dat de opzet van de EU, met een hele centrale, sturende bureaucratie die steeds groter wordt, de kern van de problematiek is. Ik denk wel dat soevereine landen op basis van kracht moeten samenwerken, zoals ik al aangaf. Ik denk niet dat wij vervolgens allemaal op ons dooie eentje moeten doorgaan, maar dat we elkaar wel degelijk moeten opzoeken. Dat zou dan moeten op basis van gelijkwaardigheid en soevereine onderdelen, niet op basis van een centraal geleide en steeds meer politieke Unie.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Hoogeveen (JA21):
Met dat laatste punt ben ik het eens. Ik vind het nog wel wat verwarrend hoe de nexit er dan volgens Forum voor Democratie uitziet. We gaan dan uit de Europese Unie. Dan worden we misschien lid van de EFTA of de EER, de Europese Economische Ruimte. Uiteindelijk ben je dan nog steeds afhankelijk van de Europese Unie als wetgevend instituut en qua bureaucratie, want je moet nog steeds voldoen aan die wet- en regelgeving. Of ziet Forum voor Democratie dat anders?

De heer Dekker (FVD):
In mijn ideale plaatje zou de hele EU opgedoekt worden, zouden de landen weer soeverein zijn en zouden we vervolgens vanaf nul, bij wijze van spreken, tot samenwerking komen. Maar we hebben van hieruit helaas niet heel de EU in de hand, dus we zullen er dan in ieder geval zelf via een nexit uit moeten gaan. Hoe dat proces er precies uit zal zien, staat nog te bezien. Maar de uiteindelijke uitkomst van die exercitie moet wel een hele andere samenwerking zijn.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik heb echt zitten twijfelen of ik zou interrumperen. Meestal laat ik het gewoon gaan, maar met de stijging van Forum in de peilingen is het ook zowat om dit onweersproken te laten. Laat ik dus een vraag stellen aan de heer Dekker. Ziet hij zichzelf als een geestverwant van de hele MAGA-beweging en president Trump in de VS?

De heer Dekker (FVD):
MAGA is Make America Great Again. Ik ben geen Amerikaan, dus ik zou voor "Make The Netherlands Great Again" zijn. Maar ik begrijp de invalshoek wel en ik voel me in zoverre verwant dat het patriottisch denken in die omgeving — dat is natuurlijk al helemaal vervormd en er is ook een heel specifieke situatie in de Verenigde Staten — me wel aanspreekt. Alleen, wij horen natuurlijk niet bij die beweging, want dat is een heel andere beweging.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Nou, een hele andere beweging? Ik denk dat ze heel duidelijk eigenlijk heel vaak dezelfde doelen hebben die ik ook van Forum hoor. Ik noem de enorme minachting waarop over Europese samenwerking en over het internationaal recht wordt gesproken. Dat geldt eigenlijk ook voor hoe er wordt gekeken naar landen als China en Rusland. Ik hoor daar in ieder geval heel veel vergelijking in. Dan is mijn vraag aan de heer Dekker: hoe kijkt hij naar bepaalde ontwikkelingen? We hebben het over een land dat geleid wordt door een beweging waarvan de heer Dekker zegt: er zitten raakvlakken met ons. Zij raken Nederland met tarieven van 15%, die binnenkort ingaan en die ons in de portemonnee raken. Zij zorgen ervoor dat gebieden die soeverein zijn, mogelijk worden binnengevallen. Hoe kijkt hij naar de binnenlandse ontwikkelingen in Amerika, waarbij er een militie is van gemaskerde mensen? Ongetwijfeld heeft de heer Dekker de films ook gezien, hoe daar een jongetje van vijf wordt opgepakt en hoe daar mensen worden doodgeschoten. Wat vindt Forum voor Democratie daar nou van?

De heer Dekker (FVD):
Dat zijn een paar vragen in één. Er wordt verwezen naar de ICE-operatie in de Verenigde Staten, die gericht is op het nadrukkelijk laten remigreren van illegale vreemdelingen in de Verenigde Staten. Op zichzelf kan ik die doelstelling helemaal volgen. Of de aanpak die daarbij gekozen wordt nou een verstandige is, vraag ik me af. Je zit daar natuurlijk met een spanning tussen de leiding van staten die soms Democratisch is en daarmee fel tegen iedere Republikeinse richting. Dat betekent dan ook dat er wordt aangestuurd op een geweldige clash tussen die twee krachten. Ik vind het moeilijk om daar een uitspraak over te doen. Als ik die beelden zie, word ik bepaald niet enthousiast over de aanpak; dat zal duidelijk zijn. Maar de achtergronden daarvan kan ik maar ten dele duiden. De doelstelling kan ik wel plaatsen.

De voorzitter:
Afrondend, mevrouw Piri.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dit is eigenlijk wel tekenend voor hoe Forum hiermee omgaat. Het viel ons vorige week al op. In debatten waar het mogelijk ook gaat over Trump en Groenland, komt Forum gewoon niet opdagen. Ik ben blij dat de heer Dekker er vandaag is. Waarom is dat? We zien dat een deel van de achterban idolaat is van Trump en van alles wat hij doet en een deel van de achterban grote zorgen heeft op het moment dat het hier net zo gaat. Ik hoorde net eigenlijk geen veroordeling van wat de Amerikanen doen in de voorbeelden die ik noemde. Als de heer Dekker zegt "de aanpak vind ik zorgelijk", ben ik benieuwd welk deel van de aanpak van ICE hij zorgelijk vindt. Kan hij dat misschien tot slot zeggen?

De heer Dekker (FVD):
Wij zijn bepaald tegen de toepassing van geweld. Er is natuurlijk een geweldsmonopolie aan de kant van de overheid en daar moet je ongelooflijk voorzichtig mee zijn om dat toe te passen. Dat geldt in Nederland ook. In Amerika gelden wat dat betreft andere mores, maar ik kan daar niet warm voor lopen. Die aanpak bevalt mij niet. Aan de andere kan zie ik ook — en dat zei ik aan het begin van mijn betoog — dat de omstandigheden die gecreëerd worden in Minnesota wel heel speciaal zijn. Daar is sprake van een geweldig scherpe tegenstelling tussen de Democratische leiding en de federale kant van de Verenigde Staten. De berichtgeving daarover is ook wat gemengd. Iedere gewelddadige actie van de overheid resulterend in gewonden en doden valt natuurlijk af te keuren, zonder enige twijfel. Maar ik vind het dus moeilijk om van hieruit daarover een alomvattend oordeel te geven.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan wij nu luisteren naar de heer Van Baarle voor zijn bijdrage in deze eerste termijn, namens de fractie van DENK.

De heer Van Baarle (DENK):
Dank, voorzitter. De wereld die wij als ideaal voor ogen zien, lijkt verder weg dan ooit. Een wereld die geregeerd wordt op basis van diplomatie, uitwisseling en dialoog raakt steeds verder weg en maakt plaats voor een wereld gebaseerd op het recht van de sterkste. Hoe Donald Trump wakker wordt en wie wat in zijn oor fluistert, lijkt soms meer te bepalen dan wat we tot nu toe gewend waren in onze wereld. Onze instituties van het internationaal recht worden uitgehold. De VN krijgen niet meer het respect dat ze verdienen. Er liggen sanctiemaatregelen tegen het Internationaal Strafhof. Op steeds meer plekken in de wereld vinden verschrikkelijke schendingen van het internationaal recht plaats, terwijl de wereld toekijkt. Oude bondgenootschappen zijn aan het eroderen. De Verenigde Staten van Trump zijn niet meer onze betrouwbare partner, maar een egoïstische pestkop die zelfs bereid is om bondgenoten te schofferen. En zijn India en China nou handelspartners of rivalen? Ons eigen continent kent niet meer de veiligheid en stabiliteit die het al zo lang had. Er is oorlog, hier vlakbij, door de illegale invasie van Oekraïne door Rusland.

Hoe moeten wij ons als Nederland opstellen in deze veranderende wereld? Hoe kunnen wij in deze wereld onze belangen blijven dienen? Dat is eigenlijk de kernvraag voor de toekomst. Wat is in deze wereld onze rol, als relatief kleine, maar economisch sterke en internationaal verweven staat?

Wat DENK betreft betekent dat meer investeren in onze eigen diplomatie, onze contacten, onze posten en onze uitwisseling, en niet daarop bezuinigen. Want in een wereld waarin ooit vanzelfsprekende verbanden en beschermingen niet meer vanzelfsprekend zijn, zal je beter en ook meer voor je eigen belangen moeten opkomen. Kan de minister aangeven of de huidige staat van onze diplomatie, onze missies en onze posten wel toereikend is om in de toekomst onze belangen te dienen in die veranderende wereldorde? Hebben we voldoende opgebouwd om in een wereld waarin het steeds meer ieder voor zich wordt en om gelegenheidscoalities gaat, onze zaken naar voren te brengen?

Essentieel is ook dat wij investeren in de partnerschappen die nog wel functioneren en dat we nieuwe partnerschappen zoeken om onze positie te versterken. Welke verantwoordelijkheid nemen wij samen met de Europese Unie om een veel krachtigere stem te laten horen op het internationale toneel? Een slagvaardiger, consequent Europees beleid met mechanismen die niet pas reageren als het kwaad al is geschied, is namelijk noodzakelijk. We zien dat het in Europa gewoon structureel te laat is en te verdeeld op internationaal beleid om echt een vuist te kunnen maken. Hoe denkt deze minister dat wij als Europa beter op kunnen komen voor onze belangen en slagvaardiger buitenlandbeleid kunnen voeren? Welke initiatieven kan de regering daarvoor steunen of initiëren? Welke nieuwe partnerschappen gaan wij aan? Hoe verdiepen wij onze samenwerking met andere coalities van landen?

Nederland is een zetel van instituties van het internationaal recht. Dat wordt op steeds meer plekken geschonden. Landen die aangaven het internationaal recht te respecteren, geven nu zelfs publiekelijk aan er gewoon lak aan te hebben. Wij hebben als land de plicht en de taak om hiertegen in het verweer te komen. We moeten dus meer doen, door instituties van het internationale recht meer te steunen, een grotere bijdrage te leveren aan mensenrechtenbeschermers en pal te staan voor de instituties die het internationaal recht dienen. Hoe ziet de minister dat? Gaat hij zich nou eindelijk harder uitspreken tegen bijvoorbeeld de ondermijning van de VN en het Internationaal Strafhof? Gaat hij de sancties die de VS tegen het Internationaal Strafhof hebben ingesteld eindelijk hard veroordelen en daar maatregelen tegen nemen?

Een veranderende wereld betekent niet dat we tandeloos en stilletjes moeten toekijken hoe de situatie verslechtert. De ontwikkelingen rond Groenland en Venezuela laten zien hoe ver Trump bereid is te gaan om zijn neokoloniale agenda te implementeren. Trump heeft zijn dreigementen voorlopig ingetrokken, maar alleen nadat er gedreigd werd met tegenmaatregelen. De Verenigde Staten van Trump glijden af naar een totale internationale wetteloosheid. Neem het ontvoeren van de president van Venezuela, het executeren van mensen op zee, het uitvoeren van illegale bombardementen en het chanteren met handelsmaatregelen. Ook binnenslands zien we dat de VS afglijden naar een land waarin politiegeweld aan de orde van de dag is. Mensen worden vermoord door ICE. De regering van Trump is een despotische regering. Tegelijkertijd zien we dat Nederland, deze regering, bangetjes toekijkt zonder de mond open te trekken en zonder hier echt iets tegen te doen. Waarom spreekt Nederland zich niet duidelijker uit tegen de daden van de regering-Trump? Waarom slaagt Nederland er niet in om het eerlijk te zeggen op het moment dat Trump het internationaal recht schendt en misdaden pleegt? Hoe gaat de regering inzetten op veel meer onafhankelijkheid van de Verenigde Staten?

Dan Palestina. Terwijl wij hier met elkaar praten, gaan de Israëlische misdaden tegen de Palestijnen maar door. In Gaza leven de Palestijnen onder erbarmelijke omstandigheden: te weinig hulpgoederen en vernietiging. Al meer dan twee jaar kijkt de Nederlandse regering toe hoe de genocide in Gaza door Israël wordt gepleegd, met actieve steun van westerse landen. Elke keer weer komt Israël afspraken niet na, of het nou gaat om geen geweld, voldoende hulp of het openen van grenzen. Wanneer is het nou eindelijk genoeg en gaat deze regering sancties treffen tegen Netanyahu en tegen Israël? Hoe gaat de regering nou eindelijk echt de druk opvoeren op Israël?

Onlangs nog is het hoofdkantoor gesloopt van UNRWA, een VN-organisatie met internationaal mandaat. De internationale gemeenschap kijkt toe, zegt wel iets, maar treft weer geen sancties. Wanneer gaat er nou iets gebeuren? Sancties, de Palestijnse Staat erkennen, handelsmaatregelen nemen tegen Israël, geen wapens meer van Israël kopen; er moet nu echt iets gedaan worden. Op de Westelijke Jordaanoever gaan de misdaden die door Israël gepleegd worden, ook door. Steeds meer Palestijns land wordt ingepikt. Gewelddadige kolonisten terroriseren de Palestijnse bevolking; een apartheidsbeleid. Is de regering eindelijk bereid om gewelddadige kolonisten op z'n minst op de lijst te zetten voor een inreisverbod? Wanneer komt eindelijk dat handelsverbod met illegale nederzettingen? Gaat dat ontmoedigingsbeleid eindelijk aangescherpt worden? Wat wordt de consequentie als Israël wéér doorgaat met het maken van plannen voor nog meer illegale nederzettingen? Kortom: wat gaat de regering nou eindelijk doen tegen dat walgelijke nederzettingenbeleid en de illegale bezetting?

Ik kom bij de situatie in Syrië. Het moedige Syrische volk bood jarenlang weerstand tegen de moordlustige en bloeddorstige dictator Assad. Hij vermoordde zijn eigen mensen en buitte zijn land uit. Ik vergeet echt nooit meer de beelden van de verschrikkelijke chemische aanvallen op de Syrische bevolking, van vermoorde kinderen. Dat deze misdadige gek omver is geworpen, is goed voor iedereen. Mijn vraag aan de regering is: hoe blijft de regering zich inzetten voor de vervolging van de leden van het Assad-regime? Wij moeten nu helpen bouwen aan een vrij Syrië, waarin de Syriërs gezamenlijk bepalen hoe hun land wordt bestuurd, in gelijkwaardigheid, een Syrië waarin verschillende volkeren al eeuwenlang als broeders en zusters samenleven en ook hun samen hun toekomst moeten bepalen. Ieder volk moet daarin gelijke rechten hebben. Arabieren, Koerden, christenen, druzen, alawieten, jezidi's, Turkmenen: wie je ook bent, mensen en volken moeten respect krijgen voor hun rechten en mensenrechten. Hoe zet de regering zich in voor die rechten? Hoe kan de regering op dat gebied de transitieregering ondersteunen in het opbouwen van een staat met gelijke rechten?

Voorzitter. Er is gelukkig onlangs, tijdens dit debat, een staakt-het-vuren afgekondigd in Syrië. Ik vraag aan de regering hoe zij zich ervoor in gaat zetten dat het staakt-het-vuren ook stand gaat houden. Hoe gaat de regering zich ervoor inzetten dat de afgekondigde bestanden, inclusief het presidentiële decreet over het borgen van de rechten van Koerden in Syrië, zo snel mogelijk werkelijkheid worden? Deelt de regering ook dat het op dit moment niet aan de orde kan zijn dat ervoor gepleit wordt om opnieuw sancties tegen Syrië in te stellen of hulpprogramma's te stoppen? Juist nu moeten we ondersteuning blijven bieden om de autoriteiten in Syrië te helpen met het opbouwen van een vrije staat en de Syrische economie. Het opnieuw instellen van sancties of het stoppen van de hulpprogramma's zal én die ontwikkeling verder achterop doen raken én ook de Syrische bevolking alleen maar keihard raken. Kan de regering toezeggen dat dat nooit de intentie kan zijn?

Voorzitter. Tot slot nog twee onderwerpen. We hebben een lang en uitgebreid debat gehad over de verschrikkelijke humanitaire situatie in Sudan. Het is niet vaak voorgekomen dat er na een Tweede Kamerdebat zo veel moties over een onderwerp zijn aangenomen als over Sudan. Ik vraag de regering hoe zij zich ervoor inzet om bijvoorbeeld de ondersteuning van de RSF af te knijpen, en om te zorgen dat er geen straffeloosheid kan zijn van de plegers van mensenrechtenschendingen in Sudan en de humanitaire situatie snel verbeterd wordt.

Voorzitter, ik rond af. Deze minister weet, deze regering weet dat DENK altijd consequent aandacht blijft vragen voor de positie van de Oeigoeren in China. Er zijn moties aangenomen van DENK om sancties in te stellen tegen de verantwoordelijken voor de mensenrechtenschendingen tegen de Oeigoeren. Ik vraag de minister hoe hij daar invulling aan geeft.

Dank.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie dat de heer Stoffer al is gaan staan voor zijn bijdrage namens de fractie van de SGP. Ja, ik hou van dit tempo, meneer Stoffer. Gaat uw gang.

De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. De Pax Americana was 80 jaar lang een enorme zegen voor Nederland, maar die tijd is voorbij. Veelzeggend is dat het indammen van de Russische dreiging aan de Europese oostflank pas op nummer drie van de Amerikaanse prioriteitenlijst staat, na de verdediging van eigen grondgebied en het bewaken van het westelijk halfrond én na het afschrikken van China. Dat betekent voor Nederland en Europa dat we militair op eigen benen moeten staan en nadrukkelijk zelf moeten kiezen wie onze economische partners zijn.

Ook internationale vrijhandel, de tweede pijler van de Pax Americana, staat onder zware druk. Voor een land dat een derde van zijn welvaart aan export te danken heeft, is vrijhandel van levensbelang. Zouden we daarom niet veel meer moeten doen om onze bedrijven wereldwijd te positioneren, juist ook ons eigen mkb? Het postennet is hierbij cruciaal. In meerdere groeimarkten met kansen voor Nederlandse bedrijven is nu alleen een ambassade aanwezig en ontbreekt specifieke ondersteuning voor het bedrijfsleven. Deze Netherlands Business Support Offices helpen ondernemers met marktinformatie, netwerk en contacten. Daarom vraag ik de minister of hij kan verkennen waar nieuwe NBSO's kunnen worden opgezet. Ik vraag hierbij specifiek aandacht voor het Afrikaanse continent, waar deze steunpunten ontbreken. Zo wordt waardevol voorwerk gedaan voor het nieuwe kabinet, dat weer wil investeren in ons postennet. Die bereidheid maakt het mogelijk om de ambassade in Zuid-Sudan open te houden. Dat bevordert de coördinatie van noodhulp en is goed voor onze informatiepositie in een regio die geopolitiek aan belang wint. Tot aan de begrotingsbehandeling zou het kabinet pas op de plaats maken wat betreft de post Juba. Daarom is dit het moment om te handelen. Ik dien samen met de SP een amendement in om het financiële gat voor 2026 te overbruggen.

Voorzitter. Over de kernwaarden onder de oude Pax Americana is de afgelopen weken al veel gezegd. Het nieuwe tijdperk vraagt om meer geopolitieke zelfstandigheid van Nederland en Europa, meer pragmatisme en realisme. Maar het is een valse tegenstelling om te doen alsof we moeten kiezen tussen weerbaarheid en welvaart aan de ene kant en waarden aan de andere kant. Neem de situatie in Syrië. We hebben een ereschuld tegenover de Koerden, die het Westen hielpen om IS te verslaan. Maar ons motief voor steun is niet alleen een kwestie van idealisme of geloofwaardigheid. Het voorkomen van nieuwe, fundamentalistische soennitische regimes is ons directe eigenbelang. IS-terroristen mogen niet opnieuw de ruimte krijgen om dood en verderf te zaaien, of dat nu in Raqqa is of op een kerstmarkt in Rotterdam. Dat mogen we niet laten gebeuren. Daarom roept de SGP op om de politieke en financiële steun aan de jihadisten van het Al-Sharaa-regime op te schorten. Wees principieel, in ons eigen belang.

Voorzitter. In Europa klonk na de val van Assad hoop op een vrij Syrië. Maar wie sprak met Syrische christenen in Nederland, hoorde een ander verhaal. Sommigen wilden terug. Hun familie in Syrië raadde dat af, omdat het voor christenen alleen maar erger zou worden, en dat is ook wel gebleken. Christenen in Syrië zijn gedecimeerd, in vijftien jaar tijd. Nu vrezen ze zelfs dat er over tien jaar überhaupt geen christenen meer zullen zijn in het land. Laten we die waarschuwing ter harte nemen. Bij de vorige begrotingsbehandeling is een motie van de SGP aangenomen om bij buitenlandse bezoeken in landen waar veel christenvervolging plaatsvindt, vaker een kerk te bezoeken of christenen te ontmoeten. Daarom vraag ik de minister: hebben er het afgelopen jaar meer werkbezoeken plaatsgevonden dan voorheen? Hoe hebben ze uw beleid daadwerkelijk beïnvloed?

Voorzitter. Dan het Midden-Oosten. Het lichaam van Ran Gvili, de laatste gijzelaar, is aangetroffen op een begraafplaats in Gaza-Stad. Zijn lichaam wordt nu thuisgebracht. Dat is een belangrijk moment, niet alleen voor de familie, maar voor heel Israël. Nu is het zaak dat Hamas ontwapent. Demilitarisering in de Gazastrook is nodig om te voorkomen dat Hamas rustig afwacht om zich in stilte voor te bereiden op een volgende confrontatie in Israël.

Voorzitter. De SGP steunt de lijn van dit kabinet om niet toe te treden tot Trumps vredesraad maar de deur ook niet helemaal dicht te gooien. De opzet reikt verder dan waar de VN-Veiligheidsraad mandaat voor gaf, namelijk een overgangsbestuur voor Gaza onder internationaal toezicht. Ook in de Israëlische politiek is er een levendig debat over hoe Israël zich tot de Vredesraad moet verhouden. Bij toekomstige afwegingen over Nederlands lidmaatschap moet bestendiging van de hoopvolle Abrahamakkoorden nadrukkelijk meegewogen worden.

Voorzitter, zal ik afronden? Ik heb nog één punt. Ik rond namelijk af met het geopolitieke belang van de Rotterdamse haven. Nederland dreigt speelbal te worden in de machtsstrijd tussen Trump en Xi, waarbij onze containerterminals onderdeel kunnen worden van een bredere uitruil van belangen. Het risico bestaat dat China concessies doet ten aanzien van het Panamakanaal in ruil voor invloed in havens elders, waaronder Rotterdam. We moeten daarom niet afwachten, maar actief waken over het eigendom van en de zeggenschap over onze vitale haveninfrastructuur.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dit geeft aanleiding tot een vraag. Meneer Markuszower, ga uw gang.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Dank … Dank u wel …

De voorzitter:
Doet u voorzichtig met het materiaal?

De heer Markuszower (Groep Markuszower):
De kop van de microfoon viel er bijna af, voorzitter. Maar hij is er nog niet helemaal af. Ik wil wat vragen aan de heer Stoffer. Ik deel op zich zijn kritiek op het Syrische regime wel, hoor. Het is allemaal niet fraai wat er daar gebeurt. Maar ja, we zitten ook met 150.000 of misschien wel 200.000 Syriërs hier in Nederland. Kunnen die wel terug naar Syrië, wat de heer Stoffer betreft? Want of dat regime nou wel of niet legitiem is, grote delen van Syrië zijn in mijn optiek wel veilig, in ieder geval veilig genoeg voor de Syriërs die in Nederland verblijven om terug te gaan naar hun thuisland.

De heer Stoffer (SGP):
Het is natuurlijk altijd makkelijk om vanuit mijn stoel in Den Haag, of Elspeet, waar ik woon, te denken "dat kan daar wel." Ik ben zelf nooit in Syrië geweest, maar ga wat dit betreft af op berichten die we via het kabinet krijgen. Als er veilige delen zijn, is wat ons betreft de intentie ook dat mensen teruggaan, of dat in Syrië is of elders. Maar er is op dit moment natuurlijk best veel aan de hand; ik heb niet voor niets zojuist ook de positie van christenen aangekaart. Daar maken we ons wel zorgen over. Wat ons betreft kan er worden teruggegaan, maar dan moet het wel veilig zijn. Daarvoor kijk ik telkens naar wat het kabinet en de minister ons wat dat betreft meegeven.

De heer Hoogeveen (JA21):
Wij ondersteunen het betoog van de heer Stoffer over inzetten op meer vrijhandel en over meer inzetten op economische samenwerkingsverbanden. Maar ik kan zijn betoog niet helemaal rijmen met de kritiek die de SGP nu heeft op de heroriëntatie van het postennetwerk en met het idee dat we de ambassade in Zuid-Sudan of in Burundi weer zouden moeten gaan openen. We zetten juist in op een heroriëntatie op waar meer van onze economische belangen liggen en waar we meer economische slagkracht kunnen verwezenlijken. Hoe rijmt de SGP dit?

De heer Stoffer (SGP):
Twee dingen. Ik vond het mooi om in het eerste stuk dat de heren Jetten en Bontenbal hebben afgerond te zien dat we weer inzetten op een uitgebreid postennetwerk. Ik denk dat dat sowieso goed is voor ons land. Er werd daarbij nadrukkelijk een koppeling gemaakt met de economische potentie in bepaalde gebieden. Dat is één. Het tweede punt is dat ik denk dat hierbij altijd de vraag een rol moet spelen — dat is in ieder geval de intentie van de SGP — of we de levensomstandigheden kunnen verbeteren van mensen die het op bepaalde plekken wellicht niet al te best hebben, als het kan wellicht ook nog in combinatie met economische voorspoed die ook Nederland vooruit kan helpen. Maar het is wel en-en: wij zijn wel altijd de koopman én de dominee. We zijn altijd een domineespartij geweest en dat zullen we ook blijven.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Teunissen, die spreekt namens de Partij voor de Dieren. Gaat uw gang.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. Deze tijden vragen om een stevige en actieve bescherming van internationaal recht, mensenrechten en democratische instituties. Nederland dient daar consequent voor op te komen. Mensenrechten en het internationaal recht moeten de leidraden zijn van het Nederlandse buitenlandbeleid, om niet het recht van de sterkste te doen gelden, maar het meest kwetsbare te beschermen.

Allereerst de situatie in Iran. Het afschuwelijke geweld van het Iraanse regime tegen vreedzame demonstranten heeft geleid tot duizenden doden: een weerzinwekkende massaslachting. Demonstranten zijn opgepakt, gevangengezet, gemarteld en vermoord, ook kinderen. Dit gaat maar straffeloos door. Het Iraanse volk gaat zelf over het volgende bestuur, maar één ding is zeker: wij moeten hen steunen in hun strijd tegen onderdrukking. Daarom heb ik de volgende vragen aan de minister. Het plaatsen van de Revolutionaire Garde op de EU-terreurlijst stuit op een blokkade. Welke mogelijkheden ziet de minister om samen met andere EU-landen te komen tot een juridische veroordeling die plaatsing op de terreurlijst mogelijk maakt? Zijn er aanvullende middelen mogelijk ter ondersteuning van het Iraanse maatschappelijk middenveld, zowel in Iran als in de diaspora-organisaties? Welke mogelijkheden ziet het kabinet om onafhankelijke onderzoekscapaciteit naar het buitensporige geweld tegen demonstranten uit te breiden om slachtoffers en hun families beter te ondersteunen?

Voorzitter. Dan de situatie in Gaza. Die blijft verschrikkelijk. Voedsel en hulp weigeren en het verdacht maken van hulporganisaties blijft aan de orde van de dag. Bombardementen gaan door en dat betekent dat de genocide ook doorgaat. Israël houdt zich niet aan de gemaakte afspraken. De invoer van tenten en andere basisvoorzieningen wordt tegengehouden, terwijl ziekenhuizen ondercapaciteit en materiaaltekorten hebben. Israël heeft vorige week nog elf Palestijnen in Gaza gedood, onder wie drie journalisten en twee 13-jarige jongens. Israël heeft daarnaast de VN-gebouwen van UNRWA in Oost-Jeruzalem gesloopt en de aanwezigheid van internationale hulpstructuren openlijk aangevallen. De vernietiging van de gebouwen is in strijd met het internationaal recht. Op welke manier gaat het kabinet nu eindelijk echt een grens stellen richting Israël? Welke maatregelen stelt de regering voor om de druk op te voeren, ook als het gaat om het zwartmaken van en toegang weigeren aan hulporganisaties? Zo zegt de directeur van Artsen zonder Grenzen: "Het behandelen van humanitaire hulp als speelbal in geopolitieke ontwikkelingen is in hard tempo normaal aan het worden. Het fundamentele principe van onze neutrale, onpartijdige werkwijze als artsen moeten we nu bevechten." Op welke manier bevordert het kabinet nu de bescherming van deze hulporganisaties? Ook het Internationaal Gerechtshof heeft uitgesproken dat hulporganisaties steun moeten krijgen in het toegang verlenen tot de mensen die ook echt die hulp nodig hebben.

Voorzitter. Ook gaat Israël onverminderd door met de uitbreiding van illegale nederzettingen. Tegelijkertijd wordt haast gemaakt met het E1-nederzettingenplan, waardoor de Westelijke Jordaanoever fysiek in tweeën gesneden wordt. Daarmee probeert Netanyahu een levensvatbare Palestijnse staat bewust onmogelijk te maken. Wanneer komt het kabinet nu met het voorstel voor een handelsverbod? Is dit kabinet nog bereid om daarmee te komen of laat het dat aan een volgend kabinet?

Voorzitter. Dan de situatie van de Koerden in Syrië. Die is uiterst zorgelijk, ook al is er nu een staakt-het-vuren. Gebieden die jarenlang een cruciale rol speelden in de strijd tegen ISIS, staan nu onder zware druk van het Syrische leger en door Turkije gesteunde milities. Minderheden worden aangevallen, mensen slaan op de vlucht en fundamentele rechten staan op het spel. De Koerden hebben recht op bescherming en op zelfbeschikking. Dit kabinet moet dan ook het geweld tegen Koerden en andere minderheden in Syrië ondubbelzinnig veroordelen, aandringen op daadwerkelijke bescherming van burgers en in EU- en VN-verband eisen dat autonomie en mensenrechten leidend worden in de toekomst van Syrië. Welke concrete maatregelen gaat het kabinet daar nu voor nemen? Hoe ziet de minister de rol van Turkije in het steunen van verschillende milities tegen de Koerden in Syrië? En tot slot: welke diplomatieke mogelijkheden ziet de minister om Turkije aan te spreken op deze inmenging?

Voorzitter. Dan nog één punt over de VS. Nederland en de EU moeten zo snel mogelijk onafhankelijk worden van de VS, ook voor onze energie. Onze motie om mogelijkheden in kaart te brengen voor afbouw van die afhankelijkheid is aangenomen. Ik ben heel benieuwd hoe de minister aan deze motie uitvoering en vorm gaat geven, want de ene fossiele bron afbouwen en de andere fossiele bron weer opbouwen is geen oplossing. Het rapport van de Britse inlichtingendienst laat zien dat klimaatverandering de grootste bedreiging is voor onze veiligheid. Het afbouwen van fossiel is daarom net zo belangrijk als het afbouwen van onze afhankelijkheid van gevaarlijke autocraten.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Ceder voor zijn bijdrage namens de fractie van de ChristenUnie. Gaat uw gang.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter. Waar het recht van de sterkste geldt, delven de meest kwetsbaren het onderspit. Er zijn weinig plekken waar dit sterker geldt dan op het internationaal toneel. Geopolitieke overwegingen prevaleren boven het opkomen voor minderheden, voor mensen die niet voor zichzelf kunnen opkomen en voor hun vrijheid en veiligheid.

Voorzitter. Juist in deze spannende tijd wil ik daarom aandacht vragen voor een aantal minderheden. Ik wil allereerst beginnen met aandacht vragen voor de, in absolute zin, grootste vervolgde religieuze groep op aarde. Het komt misschien als een verrassing, maar in absolute zin zijn dat de christenen. Naar schatting wordt een op de zeven gelovigen vervolgd. Dat zijn 388 miljoen mensen in totaal. Het gaat om gezinnen en geliefden die midden in tijden van vervolging met gevaar voor eigen leven, soms zichtbaar en soms onzichtbaar, naar de kerk durven te gaan om te zeggen: ik blijf Jezus trouw. Dit essentiële recht op de vrijheid van godsdienst voor christenen en andere religieuze minderheden wereldwijd moet Nederland blijven verdedigen. Ik dien daarom een initiatiefnota in met voorstellen om het buitenlandbeleid te versterken. Ik nodig ook andere partijen van harte uit om mee te doen met deze nota tegen christenvervolging en voor geloofsvrijheid. Laten we samen de handschoen oppakken. Ik zie de heer Stoffer al dankbaar naar de microfoon lopen.

De voorzitter:
We gaan meemaken of het dankbaar is. Meneer Stoffer, gaat uw gang.

De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter, ik zal u verrassen: dat is zo. Als mijn broeder Ceder zo'n mooi initiatief neemt, waarvoor mijn complimenten, dan sluit ik me daar van harte bij aan. Ik pak graag samen de handschoen op.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel. Kijk, dit wordt een mooie avond!

De voorzitter:
Dit gaat wat worden! Meneer Boswijk, gaat uw gang.

De heer Boswijk (CDA):
Voordat ik word aangevallen en er wordt gevraagd "waarom sta je niet op?" zeg ik alvast: ik heb het nog niet gelezen. Ik wil het eerst echt zien, maar ik heb er alle vertrouwen in. Ik ga het zo gelijk lezen en als we ons erin kunnen vinden, dan gaan we ons er vandaag nog bij aansluiten.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel. Ik wacht af of de heer Erkens nog naar voren komt.

De voorzitter:
We gaan niet aan een proactief uitnodigingsbeleid doen. Mensen kunnen iets gaan lezen en u kunt verder met uw betoog. Gaat uw gang.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter.

Ik haal er één punt uit. We hebben inmiddels een paar jaar de Speciaal Gezant voor Religie en Levensovertuiging, maar hij heeft nog geen structureel verankerde positie binnen Buitenlandse Zaken. Dat is zorgelijk. Is het daar niet inmiddels tijd voor? Ik heb daarover een amendement ingediend en ik ben benieuwd naar de appreciatie door de minister.

Voorzitter. Ik wil een aantal minderheden benoemen. Allereerst Syrië. In Noordoost-Syrië heeft het leger in de afgelopen dagen een flinke opmars gemaakt ten koste van de SDF. Berichten over mensenrechtenschendingen, waaronder executies van Koerden, bereiken ons. Met de moorden op alawieten en druzen door milities die gelieerd zijn aan de interim-regering nemen de zorgen toe. Wij hebben hier in het vorige debat ook een motie over ingediend. Ik zal het maar plat zeggen: de Koerden voelen zich in de steek gelaten door het Westen, door Nederland. Zij waren wel goed genoeg om het probleem van Europese IS-strijders op te lossen en om IS-strijders jarenlang vast te zetten zonder oplossing of handreiking vanuit het Westen. Maar op het moment dat ze geen nut meer lijken te hebben, worden ze keihard in de steek gelaten. Hoe beoordeelt de minister dit sentiment, dat ik in de afgelopen weken sterk heb teruggekregen? Daarnaast hebben we gezien dat er tijdens de gevechten IS-strijders zijn ontsnapt. De ChristenUnie heeft hier jarenlang voor gewaarschuwd en aandacht voor gevraagd. Hoe voorkomt Nederland dat dit in Nederland en Europa een bedreiging wordt voor de orde en veiligheid?

Voorzitter. Het staakt-het-vuren in Gaza is broos. We spreken daar geregeld over. Ik heb op deze begroting een amendement ingediend om juist nu geld vrij te maken voor verzoeningsprojecten tussen Israëliërs en Palestijnen. Wij geloven als ChristenUnie dat echte vrede van onderop begint en juist nu extra nodig is en ingezet kan worden. Ik hoor graag de appreciatie door de minister van dit amendement.

Voorzitter. Tijdens het mediadebat van gisteren vroeg ik of radiozenders zoals Dabanga en Ayaca 800, zenders die vanuit Nederland of het Koninkrijk zenden naar landen waar de persvrijheid minimaal is, zoals Venezuela en Sudan, ondersteund kunnen worden vanuit de middelen van Buitenlandse Zaken. Minister Moes verwees naar u, dus vandaar de vraag of u bereid bent om deze vraag te beantwoorden.

Voorzitter. Ik wil even stilstaan bij West-Papoea. Ondanks de historische band hebben we het hier in de Kamer te weinig over de bevolking van West-Papoea. Een meerderheid van de Kamer riep het kabinet op om het rapport-Drooglever eindelijk in ontvangst te nemen door de nabestaanden, niet door een ambtenaar maar door een bewindspersoon, zoals gebruikelijk is. Gisteren kregen we een zeer teleurstellende reactie op de aangenomen motie over een kabinetsreactie en de overhandiging van het rapport. Het kabinet heeft gesteld dat er geen formele ontvangst door de minister gaat plaatsvinden. Kunt u zich voorstellen hoe groot deze klap is in het gezicht van de Papoeagemeenschap in Nederland? Is hiermee echt de kous af wat betreft de Nederlandse regering? Er komen steeds meer gruwelijkheden naar buiten over mensenrechtenschendingen, terwijl we aan het onderhandelen zijn over vrijheidsverdragen. Kan de minister alstublieft ook voor de Papoeagemeenschap in Nederland daar wat woorden aan wijden?

Voorzitter, tot slot. Meerdere aangenomen moties ten spijt, erkent het kabinet de Armeense genocide nog steeds niet. Ik zou ook een reactie van de minister-president krijgen, nadat ik erop wees dat de argumentatie niet kan kloppen. Deze minister kan historisch onrecht rechttrekken door aan het einde van zijn periode de genocide eindelijk te erkennen. De meerderheid van de Kamer wil het al jaren. Wanneer gaat het kabinet over tot erkenning? Ik hoor ook graag van de minister wat hij doet om gevangenen uit Nagorno-Karabach zo snel mogelijk vrij te krijgen en nog iets van het Armeens cultureel erfgoed, dat in rap tempo wordt vernietigd, te behouden. Internationale druk is hard nodig. Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Dobbe, die spreekt namens de fractie van de SP. Gaat uw gang.

Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel. De internationale rechtsorde, die is gebaseerd op menselijke waardigheid, gelijkwaardigheid en solidariteit, is ons kompas voor een rechtvaardige wereld. Het voorkomt dat we een wereld krijgen die overgeleverd is aan het recht van de sterkste of degene met het meeste geld. Wat daar niet bij past, is de nieuwe keizerlijke hofhouding van Trump, de Board of Peace. Als je 1 miljard euro aan Trump geeft, mag je erbij, met onder anderen Loekasjenko, Netanyahu en eventueel Poetin. Canada mag niet meer meedoen, want dat was kritisch op de VS. Deze onzinnige absurditeit is onderdeel van het vredesplan van Trump. Palestijnen en Gaza lijken in fase 2 überhaupt niet meer genoemd te worden. Dit vredesplan gaat op deze manier geen einde maken aan de structurele mensenrechtenschendingen tegen Palestijnen of zorgen voor een rechtvaardige vrede of een Palestijnse staat. Erkent het kabinet dat?

De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik begrijp de zorgen over die raad. Als ik al die kopstukken bij elkaar zie, denk ik ook: wat gaat hier gebeuren? Maar deze raad is wel in de Security Council in een resolutie gegoten en daar is een meerderheid voor gekomen. In de debatten waarin ik de SP zowel naast als tegenover mij heb gehad, is deze resolutie ook een vorm of onderdeel van internationaal recht. Er is dus een mandaat vanuit de VN om die board vorm te geven, even los van het inhoudelijke kader.

De voorzitter:
En uw vraag, meneer Ceder?

De heer Ceder (ChristenUnie):
Mijn vraag is of de SP dat in die vorm erkent, even los van de kritiek, want ik denk dat die legitiem is. Ik wil namelijk even begrijpen hoe u dat taxeert.

Mevrouw Dobbe (SP):
Ik snap deze vraag wel. Het is heel goed dat dit is geborgd binnen de VN met die resolutie. Maar als je, gelet op het doel van de resolutie — dat was om vrede te bereiken, ook voor Palestijnen — kijkt hoe die resolutie vervolgens wordt uitgevoerd ... Er ontstaat een Board of Peace, een soort alternatieve Security Council, onder leiding van Trump, met een basis ergens in Florida. Vervolgens mag iedereen meedoen die Trump aardig vindt en degene die Trump niet aardig vindt, niet. Als die er ook nog 1 miljard euro voor moeten betalen, en de Palestijnen niet eens aan bod komen, dan is dat volgens mij geen goede uitvoering van die resolutie. Maar ik snap de vraag.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Als ik het goed begrijp — ik vraag dat om de beweegredenen van de SP te begrijpen — legt de SP zich neer bij die board, omdat die omwille van een resolutie inmiddels onderdeel uitmaakt van internationaal recht, maar schort het aan de uitvoering van de aangenomen resolutie. Dat is volgens mij dan de argumentatie van de SP.

Mevrouw Dobbe (SP):
Even een stap terug. Sowieso waren wij altijd al heel kritisch op dit vredesplan van Trump, omdat daar een aantal dingen in zaten waarvan we dachten: dit gaat niet de Palestijnen helpen, maar dit gaat vooral de Amerikanen en de Amerikaanse bedrijven helpen. Dan hebben we het over die plaatjes met die mooie gouden torens die Trump heeft verspreid over hoe de Gazastrook eruit zou moeten gaan zien: een soort nieuwe Trump-strip of zoiets. Dus we waren altijd al kritisch over dat vredesplan. Dit is daar onderdeel van. Daarvoor is een resolutie gezocht om dat in te bedden in de VN. Dit was niet de bedoeling van die resolutie, althans, dat zien wij niet zo. We zijn dus niet voor deze Board of Peace, zeker niet in deze vorm, zonder zeggenschap van Palestijnen. We hebben hier altijd gezegd dat er zeggenschap van Palestijnen moet zijn, ook om hun zelfbeschikkingsrecht te kunnen waarborgen. Dat zit er gewoon niet in, maar dat was wel onderdeel van de resolutie. Dus nee.

De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.

Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel. Geweld tegen Palestijnen gaat ondertussen ongestraft door. Ziet het kabinet dat ook? Er wordt door de Israëlische regering doorgewerkt aan de E1-nederzetting en de weg die de Westoever in tweeën knipt. Is de minister het ermee eens dat een Palestijnse staat hierdoor onmogelijk wordt gemaakt? Wat doet Nederland daar dan aan? Hoe staat het met de medische evacuaties van Palestijnse kinderen? Wat is dit kabinet in vredesnaam aan het doen? Terwijl kinderen dringend medische hulp nodig hebben, loopt de minister hier uit te stellen en te traineren. We kunnen niets anders concluderen. Met het eindelijk opengaan van de grensovergang bij Rafah wordt de stroom aan gewonde en zieke kinderen die nergens terechtkunnen naar alle waarschijnlijkheid alleen maar groter. Het is allang duidelijk dat er niet genoeg medische capaciteit in de regio is. Zie wat de Wereldgezondheidsorganisatie en wat humanitaire organisaties hierover aangeven. Waar wacht deze minister op?

Dan Sudan. We hebben het gehad over Radio Dabanga. Ik hoorde collega Ceder daar net ook over. Radio Dabanga is voor veel mensen in Sudan de enige bron van betrouwbare informatie, die levensreddend kan zijn. Het is ook een belangrijke bron van informatie voor de buitenwereld om te weten te komen wat er gebeurt in Sudan. Jarenlang heeft Nederland ervoor gezorgd dat dit radiostation kon overleven vanuit Nederland. De Kamer heeft een voorstel aangenomen om met Radio Dabanga en het Sudan Media Forum in gesprek te gaan en de Nederlandse steun voor Radio Dabanga te waarborgen, maar we horen dat er geen gesprek is geweest en de steun er niet is gekomen. Klopt dat? Graag een antwoord van deze minister.

Dan Syrië. We zagen al onmenselijke aanvallen op alawieten, druzen en andere minderheden. Nu zijn er aanvallen tegen de Koerdische bevolking. Er komen vreselijke berichten uit een belegerd Kobani, waar mensen afgesloten worden van water, elektriciteit en eten. Zij hebben nu onze hulp nodig. Welke maatregelen is het kabinet bereid te nemen tegen de Syrische regering om deze oorlogsmisdaden te stoppen? Hoe wordt het staakt-het-vuren gemonitord en hoe worden mensenrechtenschendingen gedocumenteerd en gerapporteerd?

Voorzitter. Dan Iran. Er wordt gesproken over mogelijk 30.000 doden door het gewelddadig neerslaan van de demonstraties door het regime. Veel vrouwen gingen met gevaar voor eigen leven de straat op en betaalden daar de prijs voor, en doen dat nu nog steeds. Onze motie over het extra steunen van vrouwenrechtenactivisten en mensenrechtenactivisten in Iran is aangenomen. Hoe wordt daar opvolging aan gegeven? Dat is ook nu namelijk keihard nodig. Er is ook nog steeds veel behoefte aan veilig internet, aan communicatie. Dat is wat wij veel terughoren. Wat kunnen wij daarin betekenen? Hoe kunnen wij de fact-finding mission in Iran steunen? Ook zien we straaljagers en schepen van de VS richting Iran gaan. Erkenning van het recht van het Iraanse volk op zelfbeschikking is nu cruciaal. De toekomst van Iran moet door de mensen zelf worden bepaald, vrij van buitenlandse inmenging of dictatuur. Weer een illegale aanval van de VS kan niet aan de orde zijn. Is de minister het daarmee eens?

Tot slot, voorzitter. We zien de ellende en de illegale aanvallen van Poetin op Oekraïne doorgaan, net als de repressie in Rusland zelf. Eerder is onze motie aangenomen over het helpen van Russische mensenrechtenactivisten en journalisten als zij in eigen land gevaar lopen. Hoe staat het met de uitvoering van die motie?

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de laatste spreker van de Kamer. Dat is de heer Markuszower van de Groep Markuszower. Ga uw gang.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Heel veel dank, voorzitter. Vandaag behandelen wij de begroting Buitenlandse Zaken. Ik weet dat een relatief klein land als Nederland een groot buitenland heeft en dat veel woordvoerders in dit huis het vaak reusachtig interessant vinden om over dat buitenland te spreken. Daar is op zich weinig mis mee, ware het niet dat tijdens die beschouwingen, die toch vaak vooral slechts beschouwend zijn en dikwijls gevoerd worden met het bekende Nederlandse opgeheven morele vingertje, het belang van Nederland en de Nederlander uit het oog wordt verloren. Dat is een valkuil waar onze fractie niet in wil vallen. De inzet van onze fractie in deze Kamer is vrij simpel. Bij alles wat we hier in dit huis zeggen en bij alles wat we hier in deze Tweede Kamer doen, moet slechts één vraag leidend zijn: is dit in ons belang en is het dus goed voor Nederland?

Zo'n kleine 2.500 jaar geleden zei de wijze Griekse historicus Thucydides dat de sterken doen wat zij kunnen en de zwakken ondergaan wat zij moeten. Dat is een rake opmerking die elke goede minister van Buitenlandse Zaken in zijn of haar achterhoofd moet hebben. Kracht, niet rechtvaardigheid, bepaalt de resultaten, zeker in de huidige geopolitieke verhoudingen. Als je het tumult dat zich in de internationale arena afspeelt van een afstand aanschouwt, moet je toch wel concluderen dat wat 2.500 jaar geleden waar was ook vandaag niks aan relevantie heeft ingeboet.

De afgelopen decennia heeft Nederland zichzelf op het internationale toneel weggespeeld, haast irrelevant gemaakt. Het internationale recht, de Europese Unie, het NAVO-bondgenootschap, de Verenigde Naties, het werden allemaal belangrijke pijlers van het Nederlandse buitenlandbeleid. Natuurlijk hebben sommige van die afspraken, zoals het NAVO-bondgenootschap, bijgedragen aan de vrede en stabiliteit die Nederland sinds 1945 heeft gekend. Maar het is ook waar dat het blinde vertrouwen in vage begrippen als "internationaal recht" een schijnveiligheid heeft gecreëerd. Een betere garantie tegen oorlog is vooral geen oorlogszuchtige buren hebben.

Wat dat betreft ben ik een aanhanger van Immanuel Kants redenering zoals neergelegd in zijn achttiende eeuwse werk Perpetual peace, dat, kort gezegd en vrij vertaald, twee democratieën in principe geen oorlog tegen elkaar voeren. De oorlog die nu op ons continent woedt, geïnitieerd door Poetin, zou de westerse wereld moet doen realiseren dat internationaal recht nooit in de plaats mag komen van een sterke defensie. Het zou bovendien niet onverstandig zijn als bij de vredesonderhandelingen die nu tussen Oekraïne en Rusland plaatsvinden ook de mondelinge toezeggingen uit 1990, gedaan aan de toenmalige Sovjet-Unie, worden meegewogen. De quotes die ik net aanhaalde, "vertrouw, maar verifieer" en "vertrouwen is goed, maar controle is beter", van Immanuel Kant en, nota bene, van Lenin, zijn in dit kader allemaal toepasselijk.

De panelen van het wereldtoneel zijn drastisch en dramatisch snel aan het verschuiven. Voor een land als Nederland is het belangrijk om de volgende vier waarheden te omarmen. Eén: nationale soevereiniteit en onafhankelijkheid zijn belangrijk. Twee: internationale gremia zijn dat vaak niet. Drie: vertrouw altijd op het meest slechte scenario; dan valt de realiteit altijd mee. Het tegenovergestelde is ook waar: positivisme in de internationale arena is slechts voorbehouden aan de dwazen. Vier: klimaatfanatisme verarmt ons en verlamt ons.

Wat dat laatste punt betreft: ik hoorde afgelopen zondag de demissionaire minister van Klimaat en Groene Groei zeggen dat over 25 jaar 75% van onze elektriciteit wat haar betreft van windmolens moet komen. Als wij ons de komende jaren moeten gaan weren tegen de instabiliteit om ons heen, dan hebben we daar voldoende betrouwbare en goedkope energie en energiebronnen voor nodig. In plaats van ons mooie land en onze prachtige zee vol te bouwen met windmolens, moeten wij kernenergie prominent in ons beleid opnemen. Ik hoor graag of de minister van Buitenlandse Zaken het hiermee eens is. Kan hij, voordat hij antwoord geeft, ook met zijn collega van Defensie contact zoeken op dit punt?

De knop moet echt om, want er is veel aan de hand om ons heen. De afgelopen twee, drie decennia zagen wij dat de Verenigde Staten zwakker werden, zowel militair als economisch gezien, terwijl de macht en invloed van China toenamen. Nu kunnen wij het ons simpelweg niet meer veroorloven om onze industriële, militaire en zelfs maatschappelijke uitholling en verzwakking verder te negeren. Die verzwakking is ontstaan door doorgeslagen klimaatbeleid, ongecontroleerde massa-immigratie en een multicultureel denken dat in stand wordt gehouden door een falend integratiebeleid. Wij hebben onszelf jarenlang wijsgemaakt dat conflicten tot het verleden behoren. Het resultaat is niet fraai: westerse landen zijn verzwakt, zijn intern verdeeld, zijn nauwelijks of vaak niet in staat zichzelf te verdedigen en hebben vaak niet heel helder meer voor ogen wat zij überhaupt moeten verdedigen.

Voorzitter. De vakantie van de geschiedenis is onmiskenbaar voorbij, maar geestelijk liggen nog altijd te veel mensen te luieren op het strand. Nederland heeft op dit ministerie een minister van Buitenlandse Zaken nodig die met verstand en visie zijn weg weet te vinden in deze nieuwe, onzekere wereld, die na decennia van verstikkend supranationalisme weer durft op te komen voor ons Nederlandse nationale belang en die niet vergeet dat hij uiteindelijk verantwoording schuldig is aan de Nederlander en niet aan de technocraten van de EU in Brussel, de globalisten van de Verenigde Naties in New York, de elite in de niet zo transparante corridors van het World Economic Forum in Davos of de losgezongen rechters van de internationale gerechtshoven. Ik hoop dat deze minister en zijn opvolger bereid zijn om zó minister te zijn. Ik hoor het graag van hemzelf tijdens de beantwoording in de eerste termijn.

Veel dank.

De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot een aantal vragen.

De heer Erkens (VVD):
De heer Markuszower begon met de toetssteen van zijn fractie voor het buitenlands beleid: het Nederlandse nationale belang. Laten we daarop doorgaan. Is het in het Nederlandse nationale belang om Oekraïne meerjarig te blijven steunen?

De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Het voelt bijna alsof ik op een soort examen zit. Daar staat de meester. Nu moet ik het goede antwoord geven. Nederland heeft gezegd — ik heb die handtekening zelf ook gezet — dat Nederland Oekraïne steunt, financieel en op alle andere mogelijke wijzen. Dat is daarna ook gebeurd. Ik ben een beetje nieuw op deze portefeuille, maar als ik me niet vergis, hebben we volgens mij inmiddels 17 miljard euro aan Oekraïne overgemaakt. Uit mijn hoofd is dat meer dan Frankrijk en Spanje samen. Dat zijn veel grotere economieën. Zij laten bovendien alle twee hun staatsschuld veel verder oplopen, zeg ik tegen de VVD, dan wij dat doen. Zij hebben dus ook veel meer geld te besteden. Ik wil eigenlijk de bal een beetje teruggooien. Dat mag niet, maar dat probeer ik een beetje te doen.

De voorzitter:
Nee, dat is niet de bedoeling, ook niet als leider van een nieuwe groep.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Dan zal ik het zo zeggen: als ik zo hoor hoelang de onderhandelingen nu duren tussen die drie onderhandelende partijen, denk ik dat het geld op is. Waar is het geld? Ik kan hier wel heel stoer zeggen "we moeten Oekraïne steunen, want dat is belangrijk", maar dan vraag ik me af van welk geld.

De heer Erkens (VVD):
Er is natuurlijk vrij recent op een Europese Raad een deal gesloten tussen de Europese leiders om meerjarig circa 90 miljard aan steun te geven aan Oekraïne. Er komt dus meer geld aan op die manier. Maar ik zal niet doorvragen op dit moment. Ik ben vooral benieuwd naar de standpunten die de nieuwe fractie gaat innemen. Het is geen overhoring, maar we gaan meer horen.

De heer Stoffer (SGP):
Persoonlijk ken ik de heer Markuszower natuurlijk heel goed, maar naar de politieke standpunten zijn we inderdaad een beetje op zoek. Ik vond het wel mooi om te horen dat de heer Markuszower sprak over een sterke defensie. Nu heeft de PVV in de periode dat zij in het kabinet participeerde, volgens mij de 5% omarmd. In haar verkiezingsprogramma zag ik iets staan over een sterke defensie, maar niet exact wat voor bedragen. Ook is er geen doorrekening. We konden dat dus niet zien. Maar mijn vraag is de volgende. Als de heer Markuszower over een sterke defensie spreekt, heeft hij het er dan over dat hij de 5% steunt of moet ik dat anders zien? Zou hij daar iets meer over kunnen zeggen?

De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Allereerst: hoe is die 5% opgebouwd? Je hebt 3,5% en dan mag je volgens mij die andere 1,5% een beetje vrijer spenderen. Die vrije ruimte vind ik prettig, maar die moet natuurlijk wel ten doel zijn van een goede defensie. Als je bijvoorbeeld die tank snel wil laten rijden van Noord naar Zuid, is het wel lekker als de snelweg waar die op rijdt, functioneert. Dus op zich kunnen we ons vinden in een sterke defensie. Daar heb je minimaal 3,5% voor nodig. Als we die 1,5% slim inzetten, kom je op ongeveer 5%. Ik denk dat Nederland daar zowel economisch als defensief sterker uit kan komen. Dus ja, ik steun dat op zich.

De heer Stoffer (SGP):
Ik ben blij met dit antwoord, want dat geeft natuurlijk wel enige helderheid dat we wat dat betreft redelijk op één lijn zitten. Over die 1,5% ben ik het met de heer Markuszower eens dat je daar je logistiek voor op orde moet brengen. Dus de viaducten moeten niet instorten als die tank eroverheen rijdt. Ook denk ik aan innovatie; ik ben benieuwd wat de heer Markuszower daarvan vindt. Je kunt daar natuurlijk ook een heel stuk innovatie mee opzetten, waarbij bedrijfsleven en Defensie combinaties zouden kunnen maken. Kan hij er iets over zeggen of hij die kansen ook ziet? Dan gaat het er niet om dat de overhoring is geslaagd, maar komen we wat dat betreft wel een stukje bij elkaar.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ik zag de heer Erkens ook niet heel ontevreden kijken. Ik kan de heer Stoffer ook blij maken. Ik steun het pleidooi van de heer Stoffer en ben ervan overtuigd dat als je dat geld goed inzet, waar Defensie dan baat bij heeft, er dan ook neveneffecten ontstaan. Denk inderdaad aan technologie die je op andere fronten kan inzetten, aan innovatie die ook andere zaken ten goede komt, misschien aan meer ziekenhuisbedden, zeg ik erbij, die ook in die 1,5% kunnen meetellen. Als je je voorbereidt op een oorlog, krijg je misschien vrede, maar als je je voorbereidt op een oorlog, is het toch ook wel prettig dat als er potentieel gewonden zijn, er genoeg ziekenhuisbedden, genoeg artsen en genoeg infrastructuur in den brede zijn om die dreigingen te mitigeren — om dat woord maar over te nemen van de heer Dekker.

De heer Klos (D66):
Ik probeer ook even te proeven waar de Groep Markuszower ongeveer staat. Ik hoorde een betoog dat natuurlijk leek op wat de PVV vroeger zei, maar wel met een beetje Kant en Thucydides erin verweven. Mijn vraag is waarom u tegen de motie was om meer militaire capaciteiten op te bouwen in Europa, die wij hier vorige week als Kamer hebben aangenomen en waar zelfs ook de PVV voor was.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Daar moet ik serieus echt even naar kijken. Wat was het dictum van de motie?

De heer Klos (D66):
Daar wil ik wel even een stukje van zeggen: "verzoekt de regering om binnen de EU en de NAVO actief te streven naar het wegwerken van militaire tekorten, zodat Europese bondgenoten zelfstandig en structureel in staat zijn bij te dragen aan de collectieve verdediging van Europees NAVO-grondgebied".

De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Nou ja, misschien hadden wij daar ook wel voor kunnen stemmen, maar misschien was ik een beetje afgeschrikt omdat er stond "binnen de EU" of zo. Ik wil niet naar een Europees leger. Het kan zijn dat ik me daardoor — misschien ten onrechte, hoor — liet afschrikken. Ik steun op zich het pleidooi. Ik kan heel ver meegaan in die motie, maar misschien was ik afgeschrikt door het woordje "EU", want anders dan D66 willen wij echt niet richting een Europees leger. Maar we vinden elkaar wel.

De heer Klos (D66):
Dan tot slot. Geert Wilders is groot bewonderaar van de heer Trump. Bent u meer of minder bewonderaar van Trump in die zin?

De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ik weet helemaal niet wie de heer Wilders bewondert. Ik denk dat hij mij op dit moment niet zo bewondert. Of hij de heer Trump bewondert, weet ik niet. Ik weet ook helemaal niet of dat aan mij is. Ik ben een parlementslid in Nederland. Ik denk dat het voor Nederland als klein landje niet onverstandig is om goede verhoudingen met onze bondgenoten te hebben. Amerika is er daar één van. Het Amerikaanse volk heeft een leider gekozen; die noemen ze president Trump. Het is niet aan mij om hem — hoe zeg je dat netjes? — af te vallen of te bekritiseren. Het is ook niet zo nuttig om hem op te hemelen, want van slijmen wordt Nederland niet per se beter.

De voorzitter:
Dank u wel. Nee, dat was uw derde interruptie, meneer Klos. Dank u wel voor uw bijdrage. Morgen gaan wij verder met het vervolg van deze begroting.

De algemene beraadslaging wordt geschorst.

De voorzitter:
Voordat ik de vergadering sluit, wil ik alle leden van de Kamer bedanken voor hun bijdragen, de minister voor zijn aanwezigheid en alle medewerkers en de ondersteuning voor het belangrijke werk dat zij doen. Ik wens iedereen veilig thuis en morgen gezond weer op. Ik sluit de vergadering.

Sluiting

Sluiting 21.01 uur.

ONGECORRIGEERD STENOGRAM
Verslag TK 35 - 2025-2026

Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend.
Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd.