OCW-begroting, onderdeel Media (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D03867, datum: 2026-01-26, bijgewerkt: 2026-01-28 11:55, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-01-26 15:00: OCW-begroting, onderdeel Media (Wetgevingsoverleg), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Preview document (🔗 origineel)
Tweede Kamer, OCW-begroting 2026, onderdeel Media
VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEG
Concept
De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft op 26 januari 2026 overleg gevoerd met de heer Moes, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, over:
de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 14 november 2025 inzake mediabegroting 2026 (36800-VIII, nr. 16);
het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026 (36800-VIII);
de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 12 november 2025 inzake verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden (36800-VIII, nr. 17);
de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 12 januari 2026 inzake reactie op verzoek commissie over de reactie op een burgerbrief inzake NPO Radio 1 en Luister-app (32827, nr. 376);
de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 12 januari 2026 inzake beleidsreactie op zbo-rapport Evaluatie Stimuleringsfonds voor de Journalistiek 2017-2023 (32827, nr. 377);
de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 10 december 2025 inzake de regionale publieke omroepen op NPO Start (32827, nr. 375);
de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 21 november 2025 inzake financiering landelijke publieke omroep en de rol van reclame (32827, nr. 374);
de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 3 oktober 2025 inzake advies van procesregisseur over clustering omroepen in omroephuizen (32827, nr. 373);
de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 10 juli 2025 inzake stand van zaken moties en toezeggingen mediabeleid (32827, nr. 371);
de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 4 juli 2025 inzake kabinetsreactie op WRR-rapport "Aandacht voor Media. Naar nieuwe waarborgen voor hun democratische functies" (32827, nr. 370).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap,
Bromet
De griffier van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en
Wetenschap,
Verhoev
Voorzitter: Bromet
Griffier: Bosnjakovic
Aanwezig zijn twaalf leden der Kamer, te weten: Martin Bosma, Bromet, Ceder, Van Houwelingen, Krul, Markuszower, Martens-America, Mohandis, Nanninga, Oualhadj, Van der Plas en Struijs,
en de heer Moes, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Aanvang 15.00 uur.
De voorzitter:
Goedemiddag, allemaal. Welkom bij het wetgevingsoverleg Media. Ik heet
de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de heer Moes, en zijn
ondersteuning van harte welkom. Ook verwelkom ik graag de volgende
Kamerleden, die op volgorde van fractiegrootte zijn gaan zitten. Dat is
als eerste, voor D66, mevrouw Oualhadj. Dat zijn verder: voor de VVD
mevrouw Martens-America, voor GroenLinks-PvdA de heer Mohandis, voor de
PVV de heer Bosma, voor het CDA de heer Krul, voor JA21 mevrouw
Nanninga, voor Forum voor Democratie Pepijn van Houwelingen en voor de
groep Markuszower de heer Markuszower. Meneer Bosma zei dat hij vorige
week nog veel dichter bij de voorzitter zat, maar zo snel kan het gaan.
Het zijn verder: voor de BBB mevrouw Van der Plas, voor de ChristenUnie
de heer Ceder en tot slot, voor 50PLUS, de heer Struijs. Welkom. Tevens
heet ik iedereen op de publieke tribune hartelijk welkom. Ook de mensen
die online naar deze vergadering kijken en de mensen die in de andere
zalen in de Tweede Kamer kijken — die konden niet meer in deze zaal
zitten, maar zijn wel naar Den Haag gekomen — heet ik van harte
welkom.
We hebben tot 22.00 uur vanavond de tijd. Om 22.00 uur wil ik het debat
ook echt afsluiten. Op de uitnodiging voor het wetgevingsoverleg staan
de indicatieve spreektijden van de fracties vermeld. Twee derde van de
totale spreektijd is voor de eerste termijn en de overige tijd, een
derde, is voor de tweede termijn. De volgorde van de sprekers is, zoals
ik net al zei, de volgorde van de fractiegrootte. Ik wilde het eigenlijk
net zo doen als vorige week bij het Cultuurdebat. Niet iedereen was
daarbij, maar daarbij werd het aantal interrupties op vier gesteld. Dat
betekent vier losse vragen, maar als die vraag onder de 30 seconden
blijft, dan telt die niet mee. Dat is om het debat te verlevendigen.
Duurt de interruptie 31 seconden, dan telt die meteen voor twee
interrupties. Dus pas op, want als je te lange vragen stelt, ga je heel
snel door je interrupties heen en als je er doorheen bent, kan je ook
geen korte vragen meer stellen. Ik hoop dat dat allemaal gaat werken.
Vorige week ging dat hartstikke goed.
Dan kunnen we nu beginnen met de inbreng van het eerste Kamerlid. Dat is
mevrouw Oualhadj voor D66. Aan u is het woord.
Mevrouw Oualhadj (D66):
Dank u wel, voorzitter. Onlangs stopte de iconische presentator Frits
Spits na 52 jaar met radio maken. In zijn programma De Taalstaat bracht
hij ongelofelijk veel verschillende onderwerpen samen: van het
taalgebruik op sociale media tot de taal van de Dichter der Nederlanden.
Ik was niet alleen liefhebber van het programma, maar genoot ook van de
manier waarop hij het presenteerde. Zelf ben ik in mijn studententijd
namelijk ook radiomaker geweest bij FunX. Daar ontdekte ik het verschil
tussen wat de luisteraar hoort en wat erachter zit. Een uitzending lijkt
vanzelf te gaan, maar achter elke minuut zit voorbereiding, zoals in de
redactie en de keuzes. Welke feiten kloppen? Wie moet je vooraf spreken?
Die nieuwsgierigheid naar journalistiek bracht me later naar de redactie
van PowNews. Ook daar was het de kunst om met een groot team elke dag
een verhaal rond te krijgen. Het zijn drie programma's met elk een heel
ander geluid en een andere doelgroep, maar er is ook een grote
overkomst: betrokken en gepassioneerde makers die op eigen,
onafhankelijke wijze verhalen vertellen die er voor Nederland toe
doen.
We kunnen er trots op zijn dat we in Nederland publieke en commerciële
omroepen hebben die zo'n rijk media-aanbod creëren, maar dat is geen
vanzelfsprekendheid. Daar gaat dit debat wat mij betreft vandaag over.
Ik wil graag twee onderwerpen uitlichten. Aan de ene kant wil ik het
hebben over hoe we ervoor zorgen dat journalisten vrij en veilig hun
werk kunnen doen. Aan de andere kant wil ik het hebben over hoe we
bouwen aan een mediastelsel dat heel Nederland bedient met betrouwbaar
nieuws, cultuur en educatie.
Ik begin bij onafhankelijkheid. Journalisten krijgen steeds vaker te
maken met intimidatie, doxing, bedreiging en haatcampagnes, soms op
straat en soms zelfs aan de voordeur. Bovendien zien we dat online
bedreigingen en druk ook uit het buitenland kunnen komen. Dat is niet
alleen een enorme dreiging voor de journalistiek; het is ook een
probleem van ons. Wie zich bedreigd voelt, gaat namelijk risico's mijden
en wie risico's mijdt, publiceert minder. En wie minder publiceert, laat
misstanden langer bestaan. Zo wordt onze democratie verzwakt.
Dat wordt ook uitgedrukt in cijfers. Afgelopen jaar kwamen er 262
meldingen binnen bij PersVeilig, 262 meldingen! Daarom vraag ik de
minister daar drie dingen over. Vindt deze minister dat de meldingen die
bij PersVeilig binnenkomen incidenten zijn of ziet hij een trend, en hoe
duidt hij die dan? Erkent de minister dat deze gemelde zaken de
journalistieke onafhankelijkheid onder druk zetten en daarmee onze
democratie schaden? Deelt de minister de stelling dat intimidatie en
doxing van journalisten schadelijk zijn voor de persvrijheid, en wat
doet de minister hier dan aan?
Voorzitter. Persveiligheid gaat ook over het klimaat waarin journalisten
werken. Wij willen dat journalisten de vrijheid voelen om schurende
verhalen te kunnen maken, om de macht te bekritiseren en om belangrijke
thema's aan te raken waarvan anderen misschien liever hebben dat ze
onberoerd blijven. Dat brengt ons bij een simpele vraag: wat is de rol
van dit kabinet in het beschermen van een klimaat waarin kritische
journalistiek kan floreren? Begrijp me niet verkeerd: zoals ik eerder
heb gezegd en ik hier nog een keer herhaal, zijn journalisten niet
gevrijwaard van kritiek en moet je de publieke omroep natuurlijk
kritisch kunnen bevragen. Er is echter een groot verschil tussen kritiek
en verdachtmaking. Kritiek gaat over feiten, aanwijsbaar en
controleerbaar. Ongefundeerde verdachtmakingen, zelfs subtiel gebracht,
suggereren kwade trouw. Dat heeft een heel concreet gevolg: het maakt
het vertrouwen in onze journalistiek en daarmee in onze instituties
fragieler.
Een vicepremier heeft een verantwoordelijkheid in het beschermen van de
fundamenten van de rechtsstaat. Daar hoort persvrijheid ook bij. Juist
vanwege de machtspositie van een vicepremier moet deze te allen tijde
voorkomen dat ook maar de schijn van politieke druk ontstaat.
Onafhankelijke journalistiek betekent dat er geen enkele journalist, van
hoofdredacteur tot stagiair, ook maar hoeft te denken: als ik deze
bewindspersoon tegen het hoofd stoot, kost dat me straks ruimte, geld of
toegang, dus laat ik het maar niet doen. Daarom stelde ik samen met
collega …
De voorzitter:
Ik zie een interruptie van de heer Van Houwelingen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Ik heb gelijk even een vraag. Wat vindt mevrouw Oualhadj — ik ben uw
naam kwijt — van het feit dat dus, zoals in de rapporten staat,
journalisten ook kunnen worden ingezet door onze geheime diensten? Is
dat dan niet heel zorgelijk?
Mevrouw Oualhadj (D66):
Sorry, uw vraag is …?
De heer Van Houwelingen (FVD):
Excuses. U bent ongetwijfeld bekend met rapporten van de CTIVD dat onze
journalisten kunnen worden ingezet als geheim agent. Maakt dat het niet
moeilijk om je eigen journalisten te vertrouwen en maakt dat ze niet
minder onafhankelijk? Dat is eigenlijk mijn vraag.
Mevrouw Oualhadj (D66):
Ik denk dat we er van journalisten te allen tijde van uit moeten kunnen
gaan dat ze onafhankelijk opereren. Als we daar geen vertrouwen meer in
hebben, hebben we in Nederland instituties die dat kunnen
controleren.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dat laatste is maar heel beperkt het geval. We weten bijvoorbeeld ook
niet hoeveel journalisten het betreft. Zou het wat D66 betreft misschien
wel een goeie zaak zijn als deze minister gaat onderzoeken hoeveel
journalisten er banden hebben met de geheime diensten?
Mevrouw Oualhadj (D66):
Nogmaals, ik heb geen reden om dat aan te nemen, maar ik denk dat we te
allen tijde moeten uitgaan van betrouwbare journalistiek. Als we aan die
betrouwbaarheid twijfelen, zijn er verschillende instituties die daarop
kunnen toetsen. Laten we vooral de instituties gebruiken om dat te doen.
Punt.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
Mevrouw Oualhadj (D66):
Ik kom nu terug op de onafhankelijke journalistiek. Ik stelde samen met
collega Mohandis eerder vragen over het X-bericht van vicepremier
Keijzer. Ik was negatief verrast door de beantwoording van de minister
op mijn vragen over de uitspraken van die vicepremier.
Voorzitter. De minister schetst het wettelijk kader en de noodzaak tot
afstand tussen media en politiek, maar mijn vragen gingen over deze
specifieke casus en de gevolgen dáárvan. Hier ontbrak namelijk juist de
afstand tussen media en politiek. Ik wil van de minister weten: is hij
het met me eens dat een vicepremier geen twijfel zou moeten zaaien over
de betrouwbaarheid van de NOS? Hoe duidt hij dit X-bericht dan zelf?
Daar kreeg ik namelijk geen antwoord op. Kan hij mijn belangrijkste
vragen dan alsnog beantwoorden? Ik herhaal ze nog even. Hoe beoordeelt
de minister deze uitlatingen van de vicepremier in het licht van de
wettelijke waarborg dat de publieke omroep onafhankelijk dient te zijn
van politieke beïnvloeding? Is er binnen het kabinet gesproken over de
mogelijke impact van dit soort uitspraken op het vertrouwen in
journalistiek en publieke instituties?
Voorzitter. Voor onafhankelijke journalistiek is het ook belangrijk dat
er financiële zekerheid is. We willen juist dat makers een nieuw
onderzoek of format kunnen verkennen, maar kiezen ze daar nog voor
wanneer er een forse bezuiniging boven de markt hangt? D66 heeft eerder
al uitgesproken dat we kritisch zijn op grote bezuinigingen die direct
de kerntaak raken. We hebben het niet over kleine bedragen. Er ligt een
structurele bezuiniging van meer dan 15% voor. Mede daarom heeft D66 bij
de vorige OCW-begroting tegengestemd. In een tijd van nepnieuws en
toenemende druk op de journalistiek kun je namelijk niet tegelijkertijd
zeggen dat journalistiek cruciaal is en de bodem onder haar voeten
vandaan trekken. De publieke en commerciële omroepen zorgen elke dag
voor Nederlands nieuws, cultuur en educatie. Daar komt Nederlands talent
tot bloei en wordt onze cultuur ook zichtbaar. Juist daarom vind ik het
zo opmerkelijk dat degenen die zeggen onze culturele waarden te willen
versterken, deze instituties willen afbreken. Wil je de Nederlandse
cultuur versterken, zorg dan voor sterke omroepen. Is de minister dat
met mij eens?
Dan de stelselherziening. Helaas moeten we constateren dat het zeer
goede rapport van Van Geel er inmiddels al sinds 2023 ligt. Inmiddels
liggen er ook de verkenning van de heer Landsmeer over de omroephuizen
en een WRR-rapport. Ook zijn er vaker analyses gedaan en is er een grote
hoeveelheid opinies gedeeld. Ik heb de afgelopen tijd met vrijwel alle
relevante organisaties proberen te spreken, van omroepen tot makers en
producenten. Overal hoor ik hetzelfde: dit kan zo niet doorgaan. Het
piept en het kraakt. We praten al veel te lang over een herziening in
plaats van dat er wordt gebouwd aan mooie producties en innovatie voor
de toekomst. Toenmalig demissionair staatssecretaris Fleur Gräper-van
Koolwijk heeft een jaar extra tijd gekocht om het kabinet-Schoof de
ruimte te geven voor aanpassingen richting nieuwe concessies, maar daar
is door deze minister en de vorige minister niets mee gedaan. Dat vind
ik echt een treurige conclusie. Dit kabinet heeft alleen maar voor meer
vertraging gezorgd.
Dan de inhoud. De publieke omroep moet slagvaardiger. Ook dat zegt
inmiddels iedereen. Ik kan me goed voorstellen dat het met dertien
omroephuizen lastig sturen is en soms kan voelen als een Poolse landdag.
De tijd en energie moeten natuurlijk gaan naar makers en journalistiek.
Hervormingen zijn dus nodig, zoals ook in die rapporten te lezen is. De
publieke omroep moet Nederland vertegenwoordigen en daarmee
pluriformiteit waarborgen. Diversiteit in ons media-aanbod is en blijft
een enorme verrijking. Onze makers zijn als geen ander in staat om juist
binnen die diversiteit verschillen te overbruggen. Zij creëren
programma's die hele verschillende doelgroepen in Nederland bereiken en
ons tegelijkertijd samenbrengen. Hoewel mijn vader niet uit Rotterdam
komt en ook geen buschauffeur is, voelde hij zich namelijk enorm bediend
met het iconische televisieprogramma Toen was geluk heel gewoon.
Gelukkig, zeg ik met een knipoog, herkennen we ons niet meer in de
verzuiling uit de vorige eeuw. De legitimering van ons omroepsysteem,
dat nog stamt uit die periode, moet dus ook echt anders. D66 wil dat
omroepen worden beoordeeld op kernwaarden en kerntaken, niet op hoe goed
ze campagne kunnen voeren om leden te werven. Wij willen dat omroepen
samenwerken in omroephuizen, zoals in de vele rapporten is
voorgesteld.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik dank collega Oualhadj voor haar betoog. Ik heb een simpele vraag. Er
zijn al heel veel programma's bekend die gaan sneuvelen omdat de
bezuinigingen keihard inslaan in 2027. Er is inderdaad nog geen begin
van de gewenste hervorming. Die gaat, als die al lukt, in 2029 in. Wat
vindt u van die volgorde en wat vindt u van de omvang van de
bezuinigingen?
Mevrouw Oualhadj (D66):
Simpele vraag, simpel antwoord. D66 is nooit voorstander van die
bezuinigingen geweest. Ik vind het dan ook verdrietig dat er programma's
sneuvelen. Tegelijkertijd is dat wat er nu voorligt. Dat is dus het
simpele antwoord, denk ik.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Dat begrijp ik. Ik begrijp ook dat er nog geen akkoord is gepresenteerd,
als daarin al iets komt te staan wat hierover gaat. We kunnen nog heel
lang steggelen over de omvang van het bedrag, maar laten we gewoon eens
kijken naar alle programma's waarvan is aangekondigd dat ze gaan
sneuvelen. Dat is best een lijst. Die hervorming komt pas in 2029.
Zullen we die twee zaken niet gewoon gelijk laten lopen,
bijvoorbeeld?
Mevrouw Oualhadj (D66):
Ik wil de heer Mohandis erop wijzen dat ik daar niet over ga. Ik betreur
die volgorde wel, maar ik ga er niet over of omroepen wel of niet
aankondigen dat ze hun programma's willen schrappen. Misschien is dat
een oproep aan de omroepen zelf, maar ik ben inderdaad niet helemaal
blij met die volgorde.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
Mevrouw Oualhadj (D66):
Ik was gebleven bij de omroepen die over de grenzen en verschillen heen
samenwerken in omroephuizen, zoals in de vele rapporten ook is
voorgesteld. Daarbij is het belangrijk dat het bestuurbaarder en
efficiënter wordt. Voor D66 is het belangrijk dat allerlei diverse
geluiden voor iedereen in Nederland daar een plek in kunnen vinden. Op
die manier is er ruimte voor verschillende redactionele profielen en
doelgroepen, zonder dat je alles in een of twee dominante smaken
perst.
Tot slot, voorzitter. Wij vinden het belangrijk dat de commerciële
omroepen en de landelijke, regionale en lokale omroepen samenwerken. Om
collega Mohandis nog te quoten: "De tijd van navelstaren is voorbij." We
moeten keuzes maken om vooruit te komen. Daarom stellen wij, samen met
de VVD en het CDA, voor om te kiezen voor een model met vier
omroephuizen plus een taakomroep van NOS en NTR. Dit voorstel is
gebaseerd op de uitgangspunten en waarden die we graag terug willen zien
in het nieuwe omroepbestel en op de hiervoor genoemde argumenten.
Voorzitter. Een publieke omroep die zich richt op de toekomst moet ook
een duidelijke opdracht hebben voor innovatie en digitalisering. Dat
gebeurt niet vanzelf, maar het is wel noodzakelijk. Het mooie programma
Pointer laat zien dat het kan. Dankzij tijd en ruimte voor innovatie is
het gelukt om nieuwe, jongere doelgroepen aan te spreken. Daar moeten we
dus ook meer op gaan inzetten.
Voorzitter. De publieke omroep is van ons allemaal. Na jaren stilstand
kunnen we wat ons betreft nu eindelijk stappen gaan zetten. Laten we pal
staan voor de onafhankelijkheid van onze journalistiek, laten we zorgen
voor voorspelbaarheid in beleid en financiering en laten we het stelsel
nu echt vernieuwen. Nederland heeft alles in zich voor een rijk,
pluriform medialandschap, maar dan moeten we er wel voor kiezen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Martens-America van de
VVD.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Dank, voorzitter. Ik start dit debat met een uitspraak van iemand die de
publieke omroep een warm hart toedraagt: "Wie van de publieke omroep
houdt, is tegen dit systeem." Ik kan niet anders dan dit beamen. De
publieke omroep is belangrijk en van grote toegevoegde waarde voor een
pluriform media-aanbod in een democratie. Juist daarom ben ik zo
vasthoudend als het gaat over de modernisatie van ons bestel.
We bespreken vandaag de begroting Media. Wat mijn fractie betreft loopt
de hervorming en modernisering van de publieke omroep daar dwars
doorheen. Het uitblijven van perspectief voor de publieke omroep zelf en
het totale gebrek aan besluitvorming maken dat we vandaag de dag nog
steeds debatteren in onduidelijkheid. Ik geef eerlijk toe: na de
minister van Nieuw Sociaal Contracthuize, die er absoluut alles aan
heeft gedaan om weg te rennen voor de grote en lastige besluitvorming,
had ik van deze minister meer verwacht, namelijk daadkracht. Zeker
wanneer je meeweegt dat er een grote meerderheid in dit huis bestaat om
door te gaan met dit werk, en ook dat er deadlines op de planning staan.
Dat had ik ook nog eens verwacht omdat deze minister is aangesloten bij
een partij die volgens mij staat te popelen om wat te doen aan de
publieke omroep. Wat let hem, zou ik hem willen vragen. Mijn eerste
vraag aan deze minister is dan ook: welke knopen zijn er nog niet
doorgehakt? Waar zijn de reacties op de aangenomen moties tijdens het
vorige debat? Dat zijn er volgens mij meer dan 30. Is deze minister zich
bewust van de krappe planning waar we voor staan om te zorgen dat we
niet tot aan 2034 door moeten? Wanneer kunnen wij voortgang verwachten?
Kan de minister in zijn eerste termijn een tijdlijn schetsen?
Voorzitter. Dan de begroting. Dat er een bezuiniging op staat, is geen
geheim. Daar loopt mijn fractie ook niet voor weg.
De voorzitter:
Voordat u daaraan begint, heeft mevrouw Nanninga een vraag.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Wat mevrouw Martens zegt, klinkt op zich als muziek in mijn oren. Wat
mogen we hieromtrent verwachten uit de formatie?
Mevrouw Martens-America (VVD):
Een hele logische vraag. Als het aan mij ligt ontzettend veel. Maar ik
hoop dat mevrouw Nanninga, zeg ik via de voorzitter, begrijpt dat ik
daar vandaag de dag niet op vooruit kan lopen. Volgens mij is de inbreng
van de drie partijen die aan het onderhandelen zijn heel erg duidelijk.
We hebben vandaag ook al aangekondigd dat we met een eerste voorstel
gaan komen om die besluiten te nemen. Dat is het eerste, en over de rest
wordt nog gesproken.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Dat er een bezuiniging is, is geen geheim. Mijn fractie loopt daar ook
zeker niet voor weg. We worden dagelijks, wekelijks, maandelijks
getrakteerd op tranentrekkende persberichten waarin groots wordt
aangekondigd dat programma's moeten stoppen. Het grote samenhangende
plaatje van samenwerking, focus op kerntaken en minder management heb ik
vanuit Hilversum zelf helaas nog steeds niet mogen zien. Blijkbaar ligt
de bal opnieuw in Den Haag. Het is wat de VVD betreft dan ook tijd om
deze knopen door te hakken. Dat is niet leuk, maar wel belangrijk. In
Hilversum komt men er helaas samen niet uit. Deze minister gaat het, zo
vrees ik, ook niet meer doen in de komende dagen.
Voorzitter. Het doorhakken van knopen en het moderniseren van de
publieke omroep zijn niet alleen van belang voor de NPO, maar ook voor
de commerciële partijen. Wat de VVD betreft is het een belangrijk
onderdeel in het invullen van het pluriforme media-aanbod. Het zijn vaak
partijen die vandaag de dag de strijd tegen big tech moeten aangaan. Het
verruimen van Ster-opties kan en heeft impact op het verdienmodel van
dit pluriforme aanbod. Waar de publieke omroep nog veel blijft hangen in
lineaire tv, zetten deze commerciële partijen in op online. Er ligt een
rapport over het verruimen van de Ster. Ik hoop dat de minister dit
meeneemt in zijn plannen. Tot die tijd wil ik graag duidelijkheid en
rust creëren voor de commerciële spelers. Ik zal een voorstel indienen
om de podcast uit te zonderen van de Ster-inkomsten.
Voorzitter. Dan de publieke omroep zelf. Ik begon mijn bijdrage er al
mee: wie de publieke omroep een warm hart toedraagt, is faliekant tegen
dit systeem. Inmiddels alweer anderhalf jaar geleden heb ik zelf een
plan geschreven, gebaseerd op omroephuizen, over focus, samenwerken en
transparantie. Toen werd dit plan in de pers, die hier volop aanwezig
is, aangeduid als "radicaal". Inmiddels spreken we allemaal over
omroephuizen. We kunnen over veel van mening verschillen. Dat lijkt mij
zeer legitiem als je kijkt naar de kleur die alle partijen hier hebben.
Ik voerde als nieuwe woordvoerder Media zo ontzettend veel gesprekken en
kwam tot de conclusie dat de overgrote meerderheid in Hilversum vooruit
wil. Alleen, we zijn gegijzeld door de machtige minderheid.
Voorzitter. Mijn fractie wil op dit dossier niet alleen weg van de losse
quotes, de moties en de relletjes aan de interruptiemicrofoon, maar ook
van een systeem dat niet meer van deze tijd is. Laten we eerlijk zijn:
de samenleving is veranderd, is digitaal, en neemt nieuws op een andere
manier tot zich. Het systeem van de NPO dat we vandaag de dag kennen, is
gebaseerd op de verzuiling: gesloten, besloten en vol met heren die al
tientallen jaren op hun plek zitten, freelancers die geen freelancers
blijken te zijn, managers met een dubbele baan, dubbele functies binnen
een oproep, almachtige bestuurders, verdienmodellen, pv's en onbeperkte
bestuurstermijnen. Het is nu klaar. De publieke omroep verdient
beter.
Ik zie een interruptie.
De voorzitter:
Ja, van de heer Van Houwelingen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Sorry, maar hier moet ik toch even inbreken. Wat hier beschreven wordt,
is natuurlijk de baantjescarrousel, waar de VVD volop aan meedoet. Heel
veel VVD-Kamerleden, zoals Eric van der Burg, zijn ooit begonnen als
Kamerlid, zijn naar de publieke omroep gegaan en zijn weer teruggekomen.
Kees Berghuis, een oud-VVD-persvoorlichter, die nota bene een journalist
van Left Laser belaagd heeft, is nu hoofdredacteur van WNL, zo begreep
ik. Die baantjescarrousel is de VVD. Hoe kijkt u daar dan tegen aan? Dan
moet u ook een beetje kritisch naar uzelf kijken.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Dat is een verhelderende vraag. Ik heb het niet gehad over de
baantjescarrousel. Ik heb het gehad over de totaal afwezige governance
binnen het publieke omroepenbestel, onder de paraplu en de bescherming
van het zijn van een omroepvereniging. Daardoor worden wij
geconfronteerd met schandalen en situaties op de werkvloer, waarbij de
politiek niets anders kan dan toekijken. Dat is waarover ik het heb. Ik
ben daar heel erg duidelijk in. Ik denk dat we met de tijd mee moeten,
naar een systeem van universiteiten en ziekenhuizen, maximale termijnen
en een gezonde governance. Ik heb zelf een plan geschreven — daar wil ik
de heer Van Houwelingen aan herinneren — omdat ik mij hier ook aan
erger. Ik denk dat dit eindig moet zijn. Als je het vertrouwen in de
journalistiek en de publieke omroep hoog wil houden, moeten we hier wat
aan gaan doen met z'n allen. Volgens mij kunnen we elkaar daarin
vinden.
De heer Van Houwelingen (FVD):
We kunnen heel kort afconcluderen dat de VVD er een voorstander van is
om de baantjescarrousel met termijnen te stoppen. Ik bedoel dat je, als
je Kamerlid af bent, vier of vijf jaar lang niet bij de publieke omroep
mag werken. Bedoelt u zoiets?
Mevrouw Martens-America (VVD):
Ik zie uw voorstel graag tegemoet en dan ga ik ernaar kijken,
zeker.
Voorzitter. Ik ben hoopvol. Ik was een beetje pessimistisch, maar ik ben
hoopvol. Hilversum staat bol van talent, mooie verhalen en goede
journalistiek. De oproep is duidelijk: hak een knoop door. In voorgaande
debatten heeft de Kamer moties van mijn partij aangenomen over het
maximeren van bestuurstermijnen voor bestuurders die nu hun gang kunnen
gaan onder bescherming van het verenigingsrecht. Er ligt een aangenomen
voorstel om het ledencriterium niet langer leidend te laten zijn. En er
ligt een voorstel over fatsoenlijke governance en het verschaffen van
transparantie over de uitgaves op programmaniveau.
We hebben reeds historische stappen gezet, maar het is nu blijkbaar
wachten op een bewindspersoon die deze knopen doorhakt. Tot die tijd is
de Kamer aan zet. Ik ben blij dat wij vandaag tegemoet durven te komen
aan die oproep vanuit Hilversum om duidelijkheid te geven. Anderhalf
jaar geleden was het idee om over te gaan tot die omroephuizen inderdaad
superradicaal en vandaag doen we een eerste zet. Zoals net aangekondigd,
kom ik vandaag samen met D66 en het CDA met een voorstel om over te gaan
tot het vier-plus-eenmodel. Wij roepen de minister dan ook op dit mee te
nemen in zijn voorbereiding richting de herziening van de
Mediawet.
Tot slot de digitalisering. Ik kies ervoor om het inmiddels separaat te
benoemen, juist omdat het zo essentieel is voor de publieke omroep.
Omroepen als PowNed en BNNVARA spreken jongerendoelgroepen aan, een
groep die veelal on demand kijkt en geen lid is van verenigingen. Daarom
ben ik ook zo ontzettend blij dat we stoppen met het leidend maken van
de ledencriteria. Een motie over dit onderwerp is verder van links tot
rechts aangenomen. Ik ben dan ook optimistisch en hoop dat we vandaag
opnieuw een signaal kunnen afgeven aan de NPO zelf, namelijk dat het
niet vrijblijvend is.
Commerciële spelers als Netflix lopen technisch voorop en ver vooruit.
Ondertussen blijft de NPO het aantal fte's opplussen om NPO Start te
reanimeren.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Volgens mij is dit nieuws, tenminste … Het is natuurlijk wel een feit
dat ook een minderheidskabinet of een minderheidscoalitie geen
meerderheid heeft, maar dat terzijde. Ik hoor opeens vier-plus-een en de
VVD was volgens mij in haar plannen voor een drie-plus-eenmodel. Op zich
is het prima dat er een voorstel ligt van drie partijen, maar kan ik dat
zien als een compromis tussen die drie?
Mevrouw Martens-America (VVD):
De heer Mohandis vertelde mij net dat hij mijn plan voor zich heeft en
daarin staat vier-plus-een. Dus laten we het daar dan ook maar bij
houden. Daarnaast geef ik maar gelijk toe dat ik goede gesprekken heb
gevoerd met mijn collega's. Ik was uiteindelijk wel degelijk te porren
voor drie-plus-een, maar als je met z'n allen een goed inhoudelijk
gesprek moet voeren over waar je naartoe gaat, vind je elkaar ergens in
het midden. En dat is voor ons vier-plus-een geworden.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Om een semantische discussie te voorkomen, heb ik dat schemaatje maar
voor me genomen. Tenzij de NPO als een omroep wordt aangeduid, zie ik
hier mediahuis A, B en C. Dat zijn drie letters plus een. Dat is
drie-plus-een. En die een is dan de NOS en de NTR. Wij vinden elkaar op
dat punt, want dit is wat onze motie ook vraagt. Die motie is ook
aangenomen. Maar ik lees dus echt drie-plus-een in het plan. Ik wil niet
muggenziften, maar mijn belangrijke vraag is: ligt hier een compromis
tussen de drie, ja of nee?
Mevrouw Martens-America (VVD):
De heer Mohandis mag het omschrijven zoals hij wil. Ik denk dat het
ontzettend belangrijk is dat meerdere partijen hebben besloten deze stap
vooruit te zetten. Ik hoop overigens dat ook de heer Mohandis ons gaat
steunen.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Vier-plus-een staat in ons verkiezingsprogramma, maar ik leg hier ook
maar gelijk op tafel dat het ons erom gaat dat die hervorming … Kijk,
die hervorming staat pas voor '29 gepland. Op het punt van de snelheid
vinden we elkaar, maar wat ik lastig vind, is dat er nog geen begin van
een hervorming is. Er is in Hilversum, zoals u zelf ook zegt, draagvlak
om die omslag te maken, maar dan gaan er wel heel veel programma's
verdwijnen. Er verdwijnt zo veel dat ik me afvraag wat er nog te
hervormen valt als er nu al zo veel verdwijnt. Dat is een vraagteken
richting de VVD.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Ik heb het al genoemd in het eerdere deel van mijn bijdrage: als je elke
week een persbericht naar buiten brengt met de boodschap dat er een
programma stopt, lijkt het inderdaad alsof er helemaal niets meer te
programmeren valt. Dat zou ontzettend verdrietig zijn. Daar is mijn
partij in ieder geval geen voorstander van, maar het is ook geen geheim
dat mijn partij vindt dat de publieke omroep het met een stuk minder zou
kunnen doen en zou moeten doen. De heer Mohandis is me voor, maar ja
dus, ik heb niet zo veel persberichten gezien over het schrappen van een
managementlaag. Nee! Tot mijn schrik is gisteren zelfs ergens een
persbericht naar buiten gebracht met de mededeling dat de
managementlagen met een extra laag en extra bestuurders worden
opgeplust. Volgens mij is dat wat we vandaag niet meer zouden moeten
willen.
Tot slot. Het is te makkelijk om te zeggen "je lost de hele bezuiniging
op met enkel het schrappen van managers", want dat gaat natuurlijk niet
gebeuren. Maar mijn partij vindt wel dat de publieke omroep het met
minder zou moeten doen. Daar kan ik heel erg eerlijk, duidelijk en
transparant over zijn, iets wat ik de publieke omroep overigens ook
toewens.
De voorzitter:
Voordat u verdergaat, is er een interruptie van de heer
Markuszower.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Mijn fractie steunt die bezuinigingen en het liefst zouden we nog veel
verder gaan met bezuinigen. Maar de vraag is of dat nieuwe idee van die
omroephuizen leidt tot die gewenste pluriformiteit, iets wat er ook
volgens mevrouw Martens moet komen. Hoe wordt in het plan van mevrouw
Martens of in het plan over die omroephuizen dus geborgd dat die
kleinere omroepen ook nog steeds een eigen geluid kunnen hebben? Kan
mevrouw Martens daar wat over uitweiden?
Mevrouw Martens-America (VVD):
Ik vind dat een hele mooie en logische vraag. Die is ook welkom hier,
want dit is een debat dat we de afgelopen jaren natuurlijk meermaals
hebben gevoerd. Ik denk dat het een hele legitieme vraag is. Ik denk dat
de grote zorg van de VVD is dat wanneer het een open bestel blijft, het
aantal omroepen dat blijft toetreden uiteindelijk weer zorgt voor die
onbestuurbaarheid door een grote hoeveelheid bestuurders. Op dit moment
moeten ze er volgens mij met meer dan tien verschillende omroepen voor
zorgen dat er besluiten worden genomen over in hoeveel huizen ze
samengaan. Dat besluit is logischerwijs gewoon nog niet genomen, omdat
iedereen anders naar de toekomst kijkt. Ik wil dus dat er
randvoorwaarden en kaders gaan komen. Ik maakte net een grap met de heer
Mohandis — we maken ook nog weleens grappen — over de meer dan 30 moties
die ik had geprint en meegenomen, waarin allang wordt gevraagd om kaders
et cetera op basis waarvan de omroepen samen in een huis gaan. Ik heb
nog niets gezien. Ik weet het niet. Ik wil die vraag dus ook wel
doorgeleiden aan de minister, die hier volgens mij vrij uitgesproken
over was. Waarom hebben we dat nog niet gezien? Ten faveure van
Hilversum moet ik ook zeggen dat wij nu om zaken vragen, zonder dat wij
de kaders hebben geschetst. Op dit moment lijkt het hier wel een Poolse
landdag, waarvan ik hoop dat we er snel uit gaan komen. Dit is dus een
hele logische vraag.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ik heb een vervolgvraag. Is het idee van die huizen voor mevrouw Martens
een noodzakelijkheid om te bezuinigen, of ziet mevrouw Martens dat als
twee aparte trajecten? Zijn dus zowel de huizen als de bezuinigingen
nodig, of hoort dat bij elkaar?
Mevrouw Martens-America (VVD):
Ik denk beide, maar ik denk dat het een op dit moment niet zonder het
ander zou kunnen. Ik denk dat je samen in een omroephuis moet als je die
schaalvoordelen en die efficiëntie zou willen creëren. Ik denk dat
vooral de achterkant van die huizen, zoals de productie en de
faciliterende teams, heel goed en veel zouden kunnen samenwerken. Ik
denk alleen niet dat je daar de voltallige bezuiniging mee opvangt. Ik
loop daar ook niet voor weg. Wat de VVD betreft gaat de publieke omroep
het gewoon met minder doen. Het is daarnaast ook een ideologisch punt.
Het is nu namelijk gebaseerd op een systeem van lang geleden. Ik denk
dat er veel beter kan worden samengewerkt als je naar omroephuizen gaat.
Dat was eigenlijk de reden waarom ik dat plan toentertijd schreef.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Fijn dat de VVD aangeeft dat de minderheidscoalitie er al uit is wat
betreft de vier-plus-een. Dat dit plan ook in het verkiezingsprogramma
van GroenLinks-PvdA stond, zegt al wat over waar dit in het politieke
spectrum landt. Ik heb even een vraag. Ik neem aan dat die "plus een"
over de NOS plus de NTR gaat. Welke rol ziet u voor die specifieke "plus
een"?
Mevrouw Martens-America (VVD):
Dat is een goede vraag. Na jaren in onze loopgraven te hebben gestaan in
dit huis, kwamen we er toch niet uit en hebben we Hilversum op pad
gestuurd met een opdracht, terwijl we zelf niet eens op één lijn lagen.
Ik ben dus ontzettend blij dat we allemaal hebben ingezien dat er gewoon
een besluit moet worden genomen wat betreft die vier-plus-een. Ik had
gehoopt dat dat vanuit de minister zou zijn gekomen, maar dat is niet
gebeurd. Volgens mij hebben deze partijen een stap vooruit gezet. Er
zijn meerdere varianten langsgekomen in dit huis. Ik denk dat je
uiteindelijk een besluit moet nemen. Dit is denk ik een mooi aantal,
waar de meesten mee kunnen leven. Ik ben daar dus ontzettend blij
mee.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik ben blij dat de VVD blij is, maar mijn vraag is of het klopt dat die
"plus een" de NOS en NTR behelst en dat die andere vier dan goed met
elkaar in gesprek moeten gaan. Ik weet dat een aantal partijen al
vergaande afspraken, of tenminste vergaande opties, verkend hebben.
Welke rol ziet u voor die "plus een"? Dat is mijn vraag. Is het plan van
de VVD en de minderheidscoalitie om de NOS en de NTR samen te voegen? En
wat is dan de rol van die "plus een"?
Mevrouw Martens-America (VVD):
Het schrappen van de NTR was het rookgordijn dat de vorige minister van
Media heeft opgetrokken, om maar geen besluit te hoeven te nemen over
het aantal mediahuizen. Dat kwam voor iedereen toen uit de hoge hoed. De
heer Mohandis is daar ook nog voor op de barricade geklommen. We hebben
daar samen nog een voorstel over ingediend, dat volgens mij breed
gesteund werd in dit huis. Voor de VVD zelf zijn die taakomroepen de
kern van wat de publieke omroep zou moeten zijn. Wat ons betreft gaan
zij dus heel goed samenwerken en zorgen ze dat dat aspect blijft
bestaan. Dat is in mijn ogen dus de vier-plus-een. De drie partijen die
dat hebben ingediend, delen dat volgens mij ook op die manier. Als u die
andere partijen nog vragen wil stellen, dan zou ik de heer Ceder daar
zeker tot aanmoedigen. Dit is hoe ik het zie.
De voorzitter:
Tot slot, meneer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Tot slot. Ik vraag dit gewoon om het standpunt te begrijpen, ook in
verhouding tot het eerdere voorstel. Als ik het goed begrijp, zijn er
vijf omroephuizen, de vier-plus-een, die op gelijkwaardige wijze
functioneren, maar wel allemaal een andere rol hebben. Die vier krijgen
de tijd om de komende periode zelf uit te vogelen welke samenstellingen
er mogelijk zijn. Ik weet dat een aantal daarvan al een paar stappen
vooruit gezet heeft. De VVD ziet nu al dat de "plus een" de NOS en de
NTR moeten zijn en dat dat dus de gelijkwaardige basis is waarop wij de
komende jaren met elkaar aan de slag gaan. Begrijp ik dat goed?
Mevrouw Martens-America (VVD):
De verdere kaders waarbinnen de omroepverenigingen met elkaar gaan
samenwerken, moeten nog worden geschetst. Ik had gehoopt dat deze
minister die inmiddels aan de Kamer had doen toekomen. Daar wordt ook
over gesproken aan de onderhandelingstafel. Ik kan de heer Ceder
meegeven dat er ook mensen aan tafel zitten die de omroepverenigingen
een warm hart toedragen. Ik zeg het maar even zo. Volgens mij zitten we
hier niet om dingen stuk te maken, maar omdat er besluiten moeten worden
genomen. Wij willen ook ruimte laten voor de volgende bewindspersoon en
het regeerakkoord om hier verdere invulling aan te geven. De hele
publieke tribune zit vol met mensen die hopen dat we knopen doorhakken.
Daarom hebben deze drie partijen gezegd: laten we een knoop doorhakken,
waardoor we deze minister ook op pad zouden kunnen sturen met een
richting voor het verder uitwerken van de Mediawet. Die richting was mij
namelijk nog steeds volledig onbekend.
De voorzitter:
Nog eentje? Ja, goed.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ja, voorzitter, want het wordt nu wel wat onduidelijker. De VVD geeft
eerst aan dat we duidelijkheid moeten geven, omdat het chaotisch was. Nu
hoor ik dat er ruimte gegeven moet worden aan de minister. De VVD komt
echter wel zelf met een voorstel voor een richting. Betekent dit dat wij
dan nu ook zelf richtinggevende voorstellen moeten doen en gaat de
minister daar een keuze uit maken? Of geldt alleen het voorstel van de
drie partijen en moeten alle andere partijen met moties wachten tot er
een regeerakkoord is? Ik probeer even te kijken wat mevrouw America
vandaag wil dichttimmeren, want als het vier-plus-een is, zou ik graag
verdere kaders meegeven. Is daar ruimte voor bij de VVD?
De voorzitter:
Dit waren twee interrupties.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Dit is natuurlijk wel een beetje een gekke interruptie. Dat kan ik, via
u, voorzitter, toch wel even concluderen, want het staat eenieder in dit
huis vrij om met voorstellen te komen. Dit is het WGO in verband met de
begroting. De heer Ceder doet nu ook alsof dit voorstel uit de hoge hoed
komt. Dat is natuurlijk niet zo, want we zijn hierover al twee jaar met
elkaar in debat. Wij hebben gezegd: laten we een knoop doorhakken over
het aantal om te voorkomen dat dit een onderwerp van gesprek blijft en
wij de omroepbestuurders naar een Poolse landdag blijven sturen. Ik kan
me heel goed voorstellen dat de heer Ceder en ook de heer Krul op een
heel andere manier naar de invulling van de criteria kijken. Daar moeten
we hierover met elkaar in debat. Het staat eenieder vrij om hier met
voorstellen te komen. Daar is een WGO voor. Dit is niet het bespreken
van een regeerakkoord. Wij bespreken hier vandaag de mediabegroting. We
hopen ook dat iedereen meedoet en dat de volgende debatten gaan over het
invullen van de kaders. Stiekem hoop ik nog steeds dat deze minister een
brief uit de hoge hoed tovert met kaders waar we dan weer op kunnen
schieten. De heer Ceder vraagt of hij een motie mag indienen. Ja, ik
hoop het! Ik heb hier nog wel een stapel liggen van de vorige keer
waarop we nog steeds geen antwoord hebben gekregen van deze minister. Ik
weet niet of het helpt, maar we gaan het wel proberen. En ik hoop dat we
op dit vlak ook kunnen samenwerken. Dat hebben de heer Krul, mijn
collega van D66 en ik ook wel laten zien, volgens mij.
De voorzitter:
Een uitnodiging aan de heer Ceder. De heer Markuszower heeft een
vraag.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
De vraagt ligt een beetje in het verlengde van wat ik net vroeg. Het is
een beetje een technische vraag: wat als een omroep nou niet wordt
opgenomen in zo'n omroephuis? Wat gebeurt er dan met zo'n omroep?
Mevrouw Martens-America (VVD):
Dat is oprecht een heel goede vraag. Hier heb ik ook een voorstel op
ingediend, want bepaalde omroepverenigingen sorteerden voor door niet
mee te doen en uiteindelijk alleen over te blijven in een omroephuis. Er
ligt een aangenomen voorstel dat niemand alleen kan overblijven in een
omroephuis. Daarvoor zijn die kaders ook zo ontzettend belangrijk. Op
basis waarvan ga je samenwerken? Doe je dat op basis van je politieke
kleur? Ik weet dat er in Hilversum op dit moment een strategie bestaat
om met een totaal tegenovergestelde omroep in een huis te gaan. Dan mag
je namelijk je eigen redactie houden, omdat je niet kunt samenwerken.
Daarom zijn die kaders zo ontzettend belangrijk. Die kan ik bedenken,
maar volgens mij kunnen we de minister beter daarop controleren.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Aanvullend hierop. Laat wat mevrouw Martens net zegt, dan niet zien dat
de omroepen zelf het gevoel hebben dat ze redactionele vrijheid gaan
verliezen? Daarom hebben ze die strategie. Zegt dat niet wat over die
hele hervorming?
Mevrouw Martens-America (VVD):
Ja, absoluut, maar de heer Van Houwelingen en ik kijken wat dat betreft
net iets anders naar de publieke omroep, denk ik.
De voorzitter:
Volgens mij was uw verhaal nog niet helemaal af. Bijna? Maakt u het
af.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Ja, ik ga jullie nog even belasten met mijn verhaal.
Dan over de commerciële omroepen, want waarom blijven we met zoveel fte
NPO Start reanimeren? Waarom toch die angst om samen te werken met
commerciële partijen? Waarom geen plek op YouTube, waarom geen
samenwerking met Videoland? Neem een serie van PowNed: Hoodfights. Die
had op NPO Start 8.643 views in één week tijd. Maar let op, diezelfde
serie had op YouTube 244.000 views in één week tijd. Dat is een toename
van 2.700%. Dan is de vraag legitiem: in wiens belang houden wij die
samenwerking met de commerciële partijen tegen? Niet in het belang van
de omroepverenigingen zelf, maar wel in het belang van de NPO, want die
is bezig met het opzetten van NPO Start. En nogmaals, dit is geen
kritiek op NPO Start. Het is alleen niet goed genoeg. Hoe reflecteert
deze minister daarop, en wat gaan we doen om de digitale boot niet weer
te missen? Waarom dit prestigeproject binnen de NPO zelf, terwijl we
weten dat we het niet gaan winnen van die grote platforms? Zonde,
zonde.
Tot slot, voorzitter. Welke plannen liggen er op dit moment? Kan de
minister alvast inzicht geven in de brieven die wij de komende tijd, of
wellicht in de komende dagen, zouden kunnen verwachten? En is de
minister het met mij eens dat de tijd dringt?
Ik kijk uit naar de antwoorden.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Mohandis van
GroenLinks-PvdA.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Yes, dank u wel, voorzitter. Hoe houden we Nederlandse omroepen en
kranten relevant in een sterk veranderend medialandschap? Dat is de
inbreng die ik in april leverde, nog met een vorige minister. In de
afgelopen periode hebben we best wat mediaministers gehad. Er is veel
gezegd, maar er is weinig gebeurd. In een tijd waarin big tech, zoals
Meta en Google, aan terrein winnen in het Nederlandse medialandschap, is
er wel echt noodzaak om iets te veranderen. Denk bijvoorbeeld aan hoe
zij de Nederlandse advertentiemarkt leegzuigen. Als we kijken naar de
bestedingen op de digitale advertentiemarkt, zien we dat in de afgelopen
tien jaar internationale platforms 80% van de Nederlandse
advertentiemarkt hebben leeggezogen, en daarmee bijvoorbeeld het
verdienmodel van kranten helemaal kapotmaken. In 2025 ging het om 80%,
in tien jaar tijd. Ze verdienen vooral geld, maar investeren in
Nederlandse media en in een sterk Nederlands medialandschap, ho maar! Ik
zou eens willen weten wat nou echt de visie van het kabinet is op dit
punt. Hoe gaan we ervoor zorgen dat de Nederlandse media, ons cultureel
erfgoed, de publieke omroep, de commerciële omroepen en kranten,
verstevigd worden? Zo kunnen ze relevant zijn in een tijd waarin ook de
democratie onder druk staat, waarin ze hun controlefunctie overeind
moeten houden en waarin de media elkaar en ons en de regering, dus de
macht, moeten controleren.
Volgens mij is er genoeg urgentie en is er genoeg geschreven. Maar we
hebben vooral een kabinet gehad dat heeft stilgezeten. Het kabinet had
grote woorden en heeft een bezuinigingspakket voorgesteld oplopend tot
156 miljoen, zonder plan voor hervormingen, dat maar lekker in 2027 zou
moeten ingaan. Men dacht: we zien wel of we het aantal bestuurders en
toezichthouders in Hilversum halveren. Dat had allang kunnen gebeuren.
Nu verdwijnen daardoor programma's als Kassa, Proefkonijnen en Andere
Tijden — ik kan een hele waslijst aan programma's noemen — die helemaal
niet worden overgenomen door de commerciële omroepen. Totale
gekkigheid.
Ik maak een bruggetje naar reclame. De minister komt met een
wetsvoorstel om de reclame uit te breiden naar 10%, om de bezuiniging
van het ondoordachte amendement-Bontenbal, waardoor er 50 miljoen bij
kwam, een beetje op te vangen. We gaan nu kijken of die via reclame kan
terugkomen. Dat is totale marktverstoring, voor de kleine commerciële
markt in Nederland; denk bijvoorbeeld aan kranten en podcasts van BNR.
Ik kan zo nog een aantal voorbeelden noemen. Waar zit dan die visie? Is
erover nagedacht? Is het gewoon bedacht met de gedachte "we zien wel"?
Wat is er dan werkelijk gebeurd?
Voorzitter. Laat ik dan even de bezuinigingen bij de kop pakken. Ik
noemde al enkele programma's. We zien nu dat die waslijst nog niet eens
klaar is. Ik begreep dat het bedrag van 80 miljoen tot 90 miljoen nog
niet eens de totale bezuiniging dekt, terwijl het in 2027 moet ingaan.
Er komt dus nog meer bij. Dan denk ik: waarom laten we dat landen zonder
dat er een goed plan tegenover staat? Ik zou heel graag van de minister
willen weten wat hij daadwerkelijk heeft gedaan. Welke actie is er ook
echt ondernomen?
Neem ook de oproep vandaag van bijvoorbeeld de FNV en NVJ, die duidelijk
aangeven dat er met alle internationale en nationale ontwikkelingen een
sterke, pluriforme publieke omroep nodig is die een breed publiek
bereikt. De waardering voor de publieke omroep is groot, zoals ook bleek
uit een poll van De Telegraaf dit weekend. Je kunt die interpreteren
zoals je wilt, maar er staat heel duidelijk dat de Telegraaflezer en
veel andere lezers vinden dat de publieke omroep er voor iedereen moet
zijn, dat die breed moet zijn en dat consumentenprogramma's zoals Kassa
gewoon moeten blijven. Of neem de kinderprogramma's die nu verdwijnen.
Er is gewoon brede waardering voor de omroep, van links tot rechts. Wat
ons betreft stoppen we met het afbraakbeleid van de afgelopen jaren en
gaan we weer bouwen aan een breed publiek bestel.
De heer Martin Bosma (PVV):
Ik wist niet dat ze bij GroenLinks-Partij van de Arbeid De Telegraaf
lezen.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Zeker, zeker! Heel pluriform.
De heer Martin Bosma (PVV):
Ik heb die enquête ook bekeken. 85% van de Nederlanders zegt dat die
bezuinigingen prima zijn of dat het hun niks uitmaakt.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Het is altijd leuk om in een enquête datgene te lezen wat voor een
politieke partij interessant is. Mij viel het volgende op, en ik doe het
zo objectief mogelijk. Ik denk dat ik De Telegraaf net zo lang lees als
de heer Bosma mediawoordvoerder is, namelijk al sinds 2006. Hij is
overigens onze langstzittende mediawoordvoerder, de nestor. Ik heb een
heel simpel antwoord. Ik lees ook dat 28% vindt dat de publieke omroep
niet met belastinggeld moet worden gefinancierd. Met andere woorden, 70%
zegt heel duidelijk dat er gewoon een publieke omroep moet zijn met
consumentenprogramma's en een brede opvatting. Natuurlijk zullen kijkers
er individueel opvattingen over hebben of het ene programma wel of niet
past. U kunt er niet aan voorbijgaan, ook niet in het onderzoek van De
Telegraaf, dat dat haaks staat op de opvattingen van de PVV. De PVV
heeft maar één boodschap: sloop die boel in Hilversum, zonder plan. Dat
vind ik een slecht verhaal. Het is overigens een heel saai verhaal, want
u heeft dat verhaal al heel lang. Dat kennen we al heel lang van u. Het
is alleen maar: weg met Hilversum! Dan denk ik bij mezelf: u bent
volgens mij een beetje het contact met uw kiezer kwijt. Dat is wat ik
zie als ik naar deze enquête kijk. U moet u, denk ik, veel bewuster zijn
van het feit dat er ook PVV-kijkers zijn die publieke programma's
waarderen. U hoeft het systeem niet leuk te vinden en u hoeft de
politieke kleur van een bestuurder niet leuk te vinden, maar de
programma's moet u gewoon waarderen. Dat staat ook in het onderzoek van
De Telegraaf.
De voorzitter:
Meneer Mohandis, spreekt u via voorzitter? Ik voel me niet aangesproken.
Meneer Bosma nog? Nee? Oké. We zijn benieuwd naar het verhaal dat zo
meteen volgt, maar eerst is meneer Mohandis nog even.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Dat was het artikel van De Telegraaf. Overigens mag kritiek op de
publieke omroep altijd. Dat hoort er allemaal bij, maar laat de media
dat doen en niet de politiek. Dat lijkt me heel gezond. Dat
terzijde.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Ik ben een beetje zoekende naar wat de heer Mohandis met die opmerking
bedoelt. "Kritiek op de publieke omroep mag, maar laat dat aan de
media." Volgens mij hebben wij hier meerdere rapporten liggen over de
cultuur op de werkvloer bij de publieke omroep, waardoor het aan ons is
om middels kritiek op de publieke omroep het systeem te hervormen. Wat
bedoelt de heer Mohandis dan als hij zegt dat we geen enkele kritiek
mogen hebben op de publieke omroep?
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik ben blij met die vraag. Uiteindelijk gaan wij altijd over het wat,
maar niet over het hoe. Volgens mij gaan we over de kaders, over wat we
willen meegeven, over de richting. Natuurlijk hebben wij daar een
politieke opdracht. Wat betreft "kritiek" gaat het mij er veel meer om
of wij gaan over de vraag welk programma je wel of niet moet schrappen.
Dat is uiteindelijk een redactionele of inhoudelijke keuze. Volgens mij
vinden onze partijen elkaar daar heel goed in. Kritiek hebben kan dus,
maar uiteindelijk gaan wij over de kaders en niet over hoe die kaders
exact worden ingevuld, in de zin van met welk programma of welke
presentator. Volgens mij gaan wij daar gewoon niet over. Dat is mijn
punt. Volgens mij zei ik dat nog een beetje in reactie op wat de heer
Bosma zei en niet richting u. Zegt u het maar, mevrouw Martens-America;
als u daar nog een vraag over heeft, graag.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Ik snap dat niet helemaal. Ik probeer onder de 30 seconden te blijven,
voorzitter. Volgens mij hebben wij het hier juist fundamenteel over de
vraag hoe we gaan hervormen en is het aan ons om die kaders te schetsen.
Is de heer Mohandis het met mij eens dat bijvoorbeeld de stap naar voren
met die vier-plus-een hier vandaag de dag exact onze taak is?
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Dat was ook mijn antwoord. Dat is hoe je de Mediawet inricht. Dat is het
wat. Je geeft kaders mee. Volgens mij geef ik een andere betekenis aan
het hoe. Het hoe is hoe je die kaders exact invult, hoe je bijvoorbeeld
heel simpel de kerntaak van de publieke omroep, Mediawet artikel 2.1,
invult. Wat betekent cultuur, wat voor soort programma's rollen daaruit
en wat betekent informatie? Volgens mij is dat het verschil dat ik heb
willen uitvergroten, niet meer en niet minder. Ik kan mij niet
voorstellen dat wij elkaar niet vinden op dat principiële punt, dat ik
heb willen maken.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ja. We komen aan bij de Ster. Laat ik maar heel simpel zeggen: het
voorstel van het kabinet om dat plafond te verruimen naar 10% wijzen wij
af. Wij willen geen commerciëlere publieke omroep. Wij willen een
maximering van 5%. Dat is enerzijds vanwege principiële redenen. Er moet
wel verschil zitten tussen de publieke omroep en de commerciëlen als het
gaat om hoeveel reclame de kijker ziet. Dat is één. Twee: waarom zou je
dat speelveld tussen commercieel en publiek zo klein maken? Het is een
heel kwetsbare advertentiemarkt. Ik liet net al de poster zien. Volgens
mij willen we die richting niet op. Tot slot: het is een bezuiniging die
bedacht is door meerdere partijen. Dan gaat het om het
amendement-Bontenbal van 50 miljoen. Dat zou ook terug kunnen worden
verdiend via reclame, is toen gezegd. Wij vinden het geen goede vorm om
een bezuiniging waar niet goed over nagedacht is, te dekken met meer
reclame, wat ook heel ingewikkeld blijkt. Dat is een vorm van een
cashcow, waar ik gewoon niet in mee wil gaan. Die richting wijzen wij
af. Wij zullen dat type voorstel niet steunen.
Dan kom ik bij het punt van de hervorming. Er is al veel over gezegd,
ook in mijn interrupties. Wat ik daar nu vooral over wil vragen, is heel
concreet: wanneer kunnen wij het wetsvoorstel verwachten? Komen de
kaders dit jaar nog? Ik heb zitten rekenen. Als het, met het oog op de
Eerste Kamer, niet voor september lukt in de Tweede Kamer … Nou,
succes.
NOS en NTR zijn onderdeel van die hervorming. De motie is aangenomen. Ik
ga er gewoon van uit dat dat onderdeel wordt van het nieuwe
wetsvoorstel. Ik denk graag mee over hoe dat dan moet. Wij zijn ook
altijd bereid om dat te amenderen, maar het is belangrijk dat op die
vier-plus-een — dat cijfer een staat dan voor de NOS en de NTR — ook een
goede governance zit, zodat de positie van de NOS als onafhankelijk
nieuwsmedium in dat bestel gewaarborgd blijft.
Dan ga ik verder, voorzitter. Dit heeft te maken met publiek-private
samenwerking. Dit heeft te maken met wat ik eerder zei over het
verdienmodel van kranten. Het gaat om het prominentiebeleid. Bij het
verdienmodel van kranten moet u denken aan de AI-modus van Google. Die
gebruikt data van kranten zonder dat daar iets tegenover staat, waardoor
het verdienmodel van private media enorm onder druk staat. Mijn simpele
vraag is: wordt dit type voorstel, dat te maken heeft met het
prominentiebeleid en het WRR-rapport, meegenomen in de wetsherziening of
gaat het sec over de publieke omroep? Wij doen een oproep om breder te
kijken. Hervorm de Mediawet. Maak een wet die veel meer gaat over het
Nederlandse medialandschap, waarin ook private media een positie kunnen
verwerven. Er zijn eerder moties aangenomen; mevrouw Martens zei het
terecht. Als het bijvoorbeeld gaat om de publiek-private samenwerking is
er een motie van D66 en ondergetekende die destijds verzocht om de
samenwerking tussen commerciële en publieke omroepen te versterken. Die
ging over een gelijk speelveld met private media en big tech. Is de
minister bereid om bijvoorbeeld met private media te kijken of zij,
vanuit het perspectief van de commerciële omroepen, nog wel een gelijk
speelveld hebben met de nieuwe partijen, die toch allerlei regels aan
hun laars lappen? Er is geen moderatie op X. Dat is inmiddels een totaal
nepnieuwsmedium. Ik hoop dat we daar wat breder naar kijken dan de
achterhaalde achterhoedediscussie die ik al tien jaar hoor over: vind je
de publieke omroep leuk of vind je de publieke omroep niet leuk?
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Hoorde ik nou goed dat de heer Mohandis zei dat X nepnieuws verspreidt?
Wat voor andere kwalificatie gaf je aan X? Het ging heel snel.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Het gaat om moderatie. Ik zal u belonen met een artikel uit Denemarken
waarin staat dat de Deense publieke omroep bijvoorbeeld heeft besloten
van X af te gaan. Daar refereerde ik aan. Maar dat geldt voor steeds
meer media, ook voor private media. Als er geen moderatie is op X … Dan
moet je denken aan allerlei filmpjes die door het algoritme worden
gepusht. Als je vraagt aan Grok "is het waar of is het niet waar?", dan
is het antwoord vaak: het is niet waar. X doet daar heel weinig aan. Er
is nu pas een beetje beweging. Lees het nieuws van CNN vandaag. Daarin
staat dat Europa nu een vuist heeft gemaakt als het gaat om al die
naaktbeelden die je kunt opvragen via de AI-module van X. Bij dat medium
kun je als iets langskomt gewoon niet weten of dat op waarheid is
gebaseerd, omdat het bedrijf dat ook helemaal niet erg vindt. Dat is wat
ik bedoel. De Deense publieke omroep heeft besloten om ervanaf te gaan.
Heel interessant.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Erkent de heer Mohandis ook dat heel veel vooraanstaande journalisten
veel gebruikmaken van X en heel veel van hun bevindingen op X posten?
Erkent hij ook dat bijvoorbeeld de demonstranten in landen als Iran en
zo heel blij zijn met een medium als X, omdat via dat medium nieuws
wordt verspreid? Dat is echt nieuws, reëel nieuws, geen nepnieuws, dat
we anders niet zo snel te zien zouden krijgen.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik ben heel blij dat de heer Markuszower dit punt maakt. Dat is namelijk
precies ook mijn punt. Ik vind het jammer dat achter een medium dat heel
functioneel kan zijn om dingen te agenderen en om dingen voor het
voetlicht te brengen, een bedrijf zit dat er niet voor zorgt dat dit op
een zuivere manier gebeurt. Echt nieuws, dat we moeten zien en dat heel
agenderend kan werken, zoals we ook bij andere socialmediabedrijven
zien, verwatert hierdoor omdat het wordt vermengd met het niet modereren
door Silicon Valley, om het maar even zo te zeggen. Dat is gewoon een
constatering. Ik vind dat. Ik hoop dat X en Musk, voor zover hij dit
Mediadebat hier in Den Haag interessant vindt, daar toch een keer over
gaan nadenken. Europa heeft nu ook een vuist gemaakt en heeft gezegd dat
het niet zo kan zijn dat er niks gebeurt tegen het verspreiden van
bijvoorbeeld naaktbeelden en dat soort zaken. Ik ben het helemaal met de
heer Markuszower eens dat het ook juist een goed doel kan dienen.
De voorzitter:
Het gaat hartstikke goed met de interrupties, alleen worden de
antwoorden wel steeds langer. Die moeten korter.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Vanzelfsprekend is niet alles wat via social media of X wordt verspreid
altijd goed of zuiver. Kan de heer Mohandis ook toegeven dat niet alles
wat op de NPO verschijnt zuiver nieuws is en dat daar soms misschien ook
wel foute boodschappen tussen zitten of boodschappen die niet stroken
met de waarheid of nepnieuws? Kan de heer Mohandis aangeven of dat op
het NPO-platform ook weleens voorkomt, of zelfs bij de NOS for that
matter?
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Als dat gebeurt, dan moet er gefaciliteerd zijn dat er toezichthouders
zijn die hun werk kunnen doen. Ik denk aan de NPO-ombudsman, het
commissariaat et cetera. We hebben allerlei instituten die dat moeten
doen. Volgens mij moeten we dat zo borgen. Maar ik kan u verzekeren dat
er geen reactie komt als u X aanschrijft om te zeggen dat er iets niet
klopt. Het gaat er ook om of er een systeem is dat toezicht uitoefent.
Dat is hoe ik ernaar kijk.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Nu komen we wel bij de kern, want wat klopt? Wat is waarheid? Dat zei
Pilatus al. Dit is een heel serieuze vraag. Hoe gaat de heer Mohandis
bepalen wat wel en niet klopt?
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Kijk, als het harde feiten zijn … Ik ga dat niet bepalen. Het is een
risico als wij gaan bepalen of iets wel of niet klopt. Het is onze rol
als Kamer om erop toe te zien dat er systemen of organen zijn, voor
zover die wel of niet werken, die dat op een onafhankelijke manier
kunnen doen en dat ook doen als er iets misgaat. Ik vind het heel sterk.
Mevrouw Martens refereerde terecht aan misstanden rondom
grensoverschrijdend gedrag. Dan is het sterk als journalisten elkaar
controleren of dat een journalist een omroep controleert. Uiteindelijk
gaat het over een mechanisme waarin je elkaar controleert. Er is zo veel
nepnieuws dat het heel moeilijk is om echt van nep te onderscheiden; dat
ben ik met de heer Van Houwelingen eens. Maar het daarom maar laten gaan
en het oké vinden, is niet mijn soort van politiek. Ik wil ook streng
zijn als het moet.
De voorzitter:
Tot slot, meneer Van Houwelingen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Maar het moet toch ergens op gebaseerd zijn? Hoe komt dan die waarheid
tot stand? Gaat het om wetenschappelijke consensus? Is dat wat we moeten
volgen wat de heer Mohandis betreft?
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik begrijp deze interruptie niet helemaal. Kijk, uiteindelijk is mijn
punt dat er niet wordt gemodereerd of dat er niemand achter een bedrijf
zit. Als er echt nepnieuws of vrouwenbeledigingen in stand worden
gelaten zonder dat daar enige moderatie op zit … Meta doet dat ook, hè.
Dat gaat niet perfect, maar er gebeurt in ieder geval nog iets op dat
vlak. Ik vind dat we wel een punt mogen maken van wat nep is. Ik vind
dat de aarde rond is. Als iemand zegt dat de aarde plat is, dan lijkt
mij dat toch niet waar, want er is wetenschappelijk bewezen dat de aarde
rond is. Sommige dingen zijn volgens mij heel helder, maar je hebt ook
altijd een grijs gebied waar je scherp op moet zijn. Maar dat is niet
iets wat wij moeten doen. Er moeten systemen zijn die nepnieuws kunnen
herkennen en filteren, zodat men weet wat echt en nep is.
De voorzitter:
Ik hoor veel herhaling.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Maar we komen nu wel tot de kern. Ik denk ook dat de aarde rond is, maar
het punt is dat iemand ook moet kunnen zeggen dat de aarde plat is. We
dachten 500 jaar geleden dat de zon om de aarde draaide in plaats van
andersom. Dat is het punt. Dat wordt nu onmogelijk gemaakt. Dat is best
een serieus probleem, maar dat ziet de heer Mohandis blijkbaar
niet.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
We zijn het erover eens dat de aarde rond is; laten we het daarop
houden.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Nou de maanlanding nog; dan komen we ergens. Is de heer Mohandis bekend
met het rapport van José Hak en Maaike van Charante met de titel Wat
leren we onze kinderen? Het is een vuistdik, met feiten en filmpjes
onderbouwd rapport over berichtgeving van de NOS.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik moest even refreshen bij het horen van de titel, maar: ja. Sterker
nog, ik was bij de petitieaanbieding. Ik was een van de Kamerleden die
het heeft ontvangen. Dat waardeerden de petitieaanbieders. Je krijgt
zoiets aangeboden. Ik ben het niet met heel veel eens, maar dat mag ook.
Ik ben het er niet mee eens dat er geen controle is in het mediasysteem.
We hebben als Kamer ooit, in 2015, besloten tot de invoering van een
NPO-ombudsman en we besluiten ook over meer geld voor een commissariaat
of andere systemen. Ik weet dat het rapport ...
De voorzitter:
Meneer Mohandis, u weidt heel erg lang uit. Het moet iets korter.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Het is een serieus debat. Er worden hele serieuze vragen gesteld.
De voorzitter:
Ja, maar ik had beloofd dat we om 22.00 uur zouden stoppen.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Wat was de vraag? O ja. Ja, ik heb er kennis van genomen, maar ik ben
het niet met alles eens. Next question.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Dan is de vervolgvraag: waarom gaat meneer Mohandis nu ineens wél
bepalen waar hij het wel en niet mee eens is? Hebben die toezichthouders
en ombudsmannen adequaat gereageerd op dit rapport volgens meneer
Mohandis? Er is namelijk bitter weinig met de feitelijk onderbouwde
conclusies gedaan. Is dat niet zo?
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Even graven. Volgens mij is er ook een rechtsgang geweest. Ik weet niet
of die met het rapport te maken had en of het vanuit het CIDI kwam of
vanuit een ander orgaan; dat weet ik nu niet precies. Volgens mij is
daar ook een uitspraak over gekomen. Uiteindelijk is het ook aan de
rechter. Ik vind het zo lastig. Ik vind het gewoon ingewikkeld om als
Kamerlid te zeggen dat er in het rapport allerlei verwijten staan, of
constateringen — laat ik het geen "verwijten" noemen, maar
"constateringen" — die ik zelf niet kan verifiëren. Daar hebben we
instituten voor. Ik heb echter ook dingen gezien waarvan ik denk: het is
maar vanuit welk perspectief je redeneert. Wanneer is het nepnieuws?
Wanneer is het echt nieuws? Laat dat alsjeblieft over aan degenen die
daarvoor zijn.
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Nanninga.
Mevrouw Nanninga (JA21):
De laatste. Kan meneer Mohandis dan alstublieft duidelijkheid geven? Is
het nou zijn mening? Is hij het er wel of niet mee eens? Hij heeft net
zitten verkondigen dat het aan onafhankelijke commissies en ombudsmannen
is. Kunnen we dan vaststellen dat het aan ombudsmannen is en aan wat
voor checks-and-balances dan ook?
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Het is altijd aan de checks-and-balances, maar ik ben ook een politicus
van een bepaalde kleur. Ik kijk door die bril, maar dat doen we
allemaal. Uiteindelijk moeten we ook koesteren dat wij er nooit echt
over gaan of een medium wel of niet iets goed heeft bericht in het
nieuws. Daar gaan wij niet over. Daar moeten we ook niet over willen
gaan. Het kan wel zijn dat we een opvatting hebben, maar is het is niet
zo relevant of ik een bepaald bericht wel of niet goed vind. In the end
moeten systemen hun werk doen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik ben het ermee eens dat er soms enorm veel bagger voorbijkomt, zoals
op X. Aan de andere kant is het ook een waardevol medium om op de hoogte
te blijven van nieuws. Mijn vraag aan de heer Mohandis is: wanneer gaat
hij weg van X?
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik wist dat die vraag zou komen. Ik ben minder actief op X. Ik zal
eerlijk zijn, en dat is precies het punt van de heer Markuszower: je
wilt ook een groep bereiken die je niet bereikt. Daar ben ik gewoon heel
open over. Er komt misschien wel een tijd dat andere platforms
effectiever zijn. Ik ben ook steeds meer actief op andere platforms. Die
werken ook goed. Ik kan dus niet zeggen, mevrouw Van der Plas, dat het
morgen gaat gebeuren, maar je sluit niet uit dat het een keer gaat
gebeuren; dat klopt. Dat is het. Ik moet heel eerlijk zeggen: ik ben er
veel minder actief op dan vijf jaar geleden, bijvoorbeeld.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Vandaag was u erg actief, want ik heb de eerste tweet zes uur geleden
gezien en heb u eigenlijk tot kort voor dit debat zien twitteren, maar
dat maakt niet uit. Al zet er 100.000 tweets per dag op: dat is helemaal
aan u. Dank voor het antwoord.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik wilde mijn interview in de Volkskrant en mijn inzet voor dit debat
delen. Ik was inderdaad actief, maar niet meer zo actief als ik was; dat
kan ik u verzekeren. Maar goed, wat niet is, kan nog komen. Misschien
heeft u me wel aan het denken gezet, mevrouw Van der Plas. Wie
weet?
Ja, voorzitter? Ik ga door.
De voorzitter:
Ja, graag.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik kom op het voorstel dat ik ook vandaag heb gedaan om echt te kijken
naar, als we het hebben over publiek-private samenwerking, de
samenwerking tussen bijvoorbeeld omroepen en streamers. We zien dat in
andere landen om ons heen. België is een heel goed voorbeeld. Zij hebben
daar echt stappen in gezet. Denk aan topseries zoals Knokke Off,
Undercover en Rough Diamonds. Je ziet echt dat coproducties ertoe leiden
dat kijkers van bijvoorbeeld Netflix of HBO ook weer worden gegidst naar
de publieke programmering van de VRT. Ik vind dat een hele mooie
wisselwerking. Het voorstel is vandaag ook gesteund door
Streamingdiensten Nederland, BNNVARA en AVROTROS. We zullen in de tweede
termijn ook met een motie komen. We denken echt dat, in aanvulling op
eerdere moties, deze omslag moet worden gemaakt. Wij geloven in het
versterken van het Nederlandse product, de Nederlandse cultuur en
Nederlandse content. Uiteindelijk is dat waarmee wij onze media echt in
positie kunnen brengen om relevant te blijven. Dat voorstel zullen wij
dus straks doen.
Voorzitter. Tot slot, niet onbelangrijk, kom ik bij de hervorming van de
streekomroepen. Ik weet dat de heer Ceder, kondig ik een beetje aan,
daar ook belangrijke dingen over gaat zeggen, maar wij maken ons wel
zorgen nu er een advies ligt van de Raad van State met een negatief
dictum, dictum c. Ik ga dat niet allemaal voorlezen, gelet op de tijd,
maar het komt erop neer dat de middelen niet afdoende lijken om die
omslag te maken en dat er een risico is dat gemeenten denken: als u het
centraliseert, betaalt u het maar zelf; waarom zouden wij dan meer doen
dan we deden? Daar zit een punt van zorg voor mijn fractie. Ik hoor
graag van de minister hoe hij kijkt naar de kritiek van in dit geval
NLPO en VNG op dit punt.
Ook de regionale omroepen moeten echt betrokken worden bij die
transitie. Zij vervullen een belangrijke taak in regionale programma's.
Ik hoop ook dat wij hen niet vergeten in die transitie naar een modern
bestel. Het voorstel dat ik vandaag met het CDA doe, of eigenlijk al
deed voor het kerstreces — het debat was verplaatst — is om in ieder
geval te kijken hoe de dertien regionale zenders in positieve zin totaal
ontsloten kunnen worden. We willen dat ze ook zichtbaar worden op NPO
Start, alle dertien, wat mij betreft live, naast de NPO-kanalen. We zien
dat er een veranderend kijkgedrag is, van lineair naar platforms. Het
zou zonde zijn als regionale omroepen achterblijven. Ik kan u vertellen,
minister, via de voorzitter, dat dit al vijf jaar wordt geroepen. Ik
hoop dus dat het een keer geregeld gaat worden en dat als er wettelijke
belemmeringen zijn, die ook echt uit de weg worden geruimd. Ik hoor
graag van de minister hoe hij hiernaar kijkt.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Bosma van de PVV.
De heer Martin Bosma (PVV):
Voorzitter. Inderdaad, ik ben eerder mediawoordvoerder. Dat gaat al lang
terug. De heer Mohandis memoreerde dat net al eventjes. Dan ga je
bepaalde patronen herkennen. Recentelijk werd ik weer mediawoordvoerder.
Ik had nog niet eens in mijn agenda gekeken, of ik zei al tegen mijn
beleidsmedewerker, die ik ook wel mijn re-integratiemedewerker noem: "Er
komt een mediadebat aan." Hij vroeg: "Hoezo? Hoe weet je dat nou?" Dat
is natuurlijk vrij simpel. Hoe weet je nou dat er een mediadebat
aankomt? Als de publieke omroep allemaal programma's gaat cancelen, de
een na de ander. Er waren tranentrekkende persberichten. Op dinsdag was
het dit programma, de week erna dat programma; er werd echt naar een
soort climax toegewerkt. De rijdende rechter ging er ook aan. Toen bleek
dat dat allemaal verzonnen was, want De rijdende rechter reed gewoon
door naar SBS. De rijdende rechter gaat helemaal niet stoppen, maar
wordt gewoon verkocht. Als klap op de vuurpijl — dit moest voor het
grote, dramatische moment zorgen — werd Zomergasten opgeheven. Daar
kijken geloof ik nog 150 of 200 mensen naar of zo, ik weet het niet. Dat
moest voor een enorme schok zorgen. Toen zou dat Kamerdebat komen, in
december. Maar ja, de minister zegde af en het Kamerdebat ging niet
door. Het onvermijdelijke amendement, dat ongetwijfeld van GroenLinks of
D66 had moeten komen, om al die bezuinigingen in te slikken, kwam
vervolgens niet. Het is een doorzichtig stukje demagogie dat daar
gepleegd is, maar het had geen enkele zin.
Voorzitter. 85% van de Nederlandse bevolking vindt die bezuinigingen
gewoon prima, of zegt: het maakt ons niks uit. Dat wil nogal wat zeggen.
Het vreemde van al die bezuinigingsvoornemens, dat ze met al die
programma's komen aanstrompelen, is dat het gaat om programmatitels
waarvan wij allemaal moeten denken "o, wat erg". Maar vreemd genoeg
komen ze niet met serieuze plannen om eens te hakken in al die
managementlagen, in al die gekke omroepjes anno 1925, in die salarissen
van €28.000 per maand die de mevrouw van de NOS bijvoorbeeld verdient,
of in de NPO, die alleen maar een doorgeefluik is, een verdeelmechanisme
dat 160 miljoen kost. Daar gaat men dus niet in hakken.
Wat krijgen we dan wel? We gaan, en ik ruik hier een nieuw format,
omroepbobo's in omroephuizen opsluiten, begrijp ik — een soort Big
Brother — en die moeten dan allemaal vergaderen. Je gunt het je ergste
vijanden niet, je gunt het je ergste vijanden niet. Ik begrijp dat
tegenovergestelde omroepen met elkaar in een omroephuis moeten. Dat hele
Hilversum doet niks anders dan vergaderen omdat het allemaal niet meer
kan, omdat het niet klopt, omdat die zuilen niet meer bestaan. Daar is
als het ware een neutronenbom op gevallen, maar die huizen, die omroepen
staan er nog en wij doen alsof de Katholieke Radio Omroep nog steeds
katholiek is, maar dat is niet zo. We werken met begrippen anno 1925,
101 jaar geleden. Dat is totaal irrelevant geworden.
Jongere mensen onder de 30 of 40 hebben niks met televisiekijken. Die
zitten met devices op schoot en kijken naar drie schermpjes
tegelijkertijd. Ze snappen niks van de gedachte dat je op een bepaald
moment naar een televisieprogramma moet kijken. Radio vinden ze Spotify
waar iemand doorheen zit te praten. En wij zitten hier te vergaderen
alsof het heel relevant is! In Amerika noemen ze dat cord-cutters:
mensen die gewoon stoppen, die het koordje, het draadje doorknippen en
geen televisie meer kijken.
Waarom hebben we überhaupt nog een staatsomroep? Mag ik dat eens horen
van de minister? Waarom moet de overheid zich hiermee bezighouden? We
hebben geen papieren Staatscourant meer. De schaarste anno 1925 is er
ook niet meer. Waarom moeten we dit soort dingen nog doen? En waarom al
die gekke omroepjes, waarom worden die toch in stand gehouden? Echt
niemand onder de 40 kan uitleggen wat de NCRV was of zo, niemand weet
dat nog. Waarom moeten we een omroep financieren die zich niet aan de
wet houdt, in het bijzonder artikel 2.1.2 van de Mediawet? Waartoe zijn
wij als Tweede Kamer op aarde? Om te kijken of de wet wordt nageleefd.
Want als wetten niet worden nageleefd, kun je de Tweede Kamer wel
opheffen.
Die Mediawet heeft het over een relevant bereik onder "zowel een breed
en algemeen publiek" en "voldoet aan hoge journalistieke en
professionele kwaliteitseisen". In dat licht moeten we dus de
programmering van de NPO bezien en dan kunnen we niets anders
vaststellen dan dat ze zich niet aan de wet houden. Het meest pregnante
voorbeeld hebben we gezien rondom de berichtgeving inzake de
jihadistische aanval op Gaza. De NPO heeft er alles aan gedaan om waar
maar mogelijk Israël in een negatief daglicht te stellen. Alles wat ze
konden vinden, de meest rare geruchten ... "Er is een ziekenhuis
gebombardeerd, 500 doden" wordt meteen in de publiciteit gebracht, maar
daar blijkt niets van te kloppen; de ene leugen na de andere. Alles wat
een beetje leidt tot verzachtende omstandigheden voor Israël wordt
stelselmatig verzwegen. Daarover is dit uitstekende rapport verschenen,
Wat leren we onze kinderen? Iedereen kan dat lezen op
"watlerenweonzekinderen.nl". Alles wat de NOS heeft bericht, speciaal
richting kinderen — het gaat over het Jeugdjournaal — wordt ontkracht;
het blijken allemaal leugens te zijn geweest. Het is een schande.
Over Iran hebben we niks gehoord. De hemel zij geprezen dat we Twitter,
dat we X hebben. Al weken geleden konden we zien wat er in Iran
gebeurde, maar de NPO zweeg.
Mevrouw Nanninga (JA21):
De NPO is natuurlijk, zoals de heer Bosma weet, boven inhoudelijke
kritiek vanuit de politiek verheven, zo vinden veel mensen. Heeft de
heer Bosma een goede inhoudelijke weerlegging door de NPO gezien van het
rapport Wat leren we onze kinderen?
De heer Martin Bosma (PVV):
Dat vind ik zo mysterieus. Er is heel veel kritiek geweest de afgelopen
jaren. Ronald Plasterk en Nausicaa Marbe hebben helemaal gefileerd hoe
men de afgelopen jaren heeft bericht. Dit rapport pakt het nieuwsfeit
voor nieuwsfeit aan en er is nooit enig antwoord op gekomen. Je zou
juist verwachten, zeker van een omroep die zichzelf publiek noemt, dat
dit een prachtige gelegenheid is om eens in contact te treden met hun
afnemers. Maar dat doen ze niet. Ze zitten maar in hun bunkertje
propaganda te verspreiden.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
De heer Bosma is niet alleen langdurig woordvoerder, maar ook een
gezaghebbend woordvoerder. Ik zou eigenlijk willen vragen ...
De heer Martin Bosma (PVV):
Maar ik ga niet overstappen, hoor.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Nou, wat niet is, kan nog komen. Maar ik wil de heer Bosma vragen of hij
de minister, die wat korter op deze portefeuille zit dan de heer Bosma,
kan vertellen wat je als Kamer of als minister kunt doen als je
constateert dat het Jeugdjournaal, de NOS of de NPO desinformatie of
anti-Israëlinformatie de ether in slingert. Wat kunnen we hieraan doen,
behalve een beetje klagen?
De voorzitter:
Dit waren twee interrupties.
De heer Martin Bosma (PVV):
Nou, volgens mij wel drie, voorzitter! We moeten gewoon naar de wet
kijken. Het is heel simpel: de wet moet worden uitgevoerd. Als de wet
niet wordt uitgevoerd, dan moet er gewoon gehakt worden in de subsidie.
Een speeltuinvereniging die andere dingen gaat doen dan het kopen van
schommels en wippen, moet gewoon aangepakt worden in de subsidie. Dat
moet je doen met de staatsomroep. Ze willen niet anders. Ze kunnen niet
anders. Het verval in de NPO is zo diep; je kunt dat niet van buitenaf
nog rechttrekken. Het enige dat je kan doen is gewoon de geldkraan
dichtdraaien.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
De heer Martin Bosma (PVV):
Voorzitter. Het is vrij simpel: elke linkse mode wordt gepromoot door de
NPO. Vliegschaamte, dat was ook zoiets. Het is inmiddels alweer
vergeten, maar laten we eens oog hebben voor dat soort dingen. Ik noem
het feit dat ze hun hele vocabulaire hebben aangepast. Het woord "blank"
is vervangen door "wit". Het woord "illegalen" is tegenwoordig
"ongedocumenteerden". Als links zijn vocabulaire verandert, verandert
ook het vocabulaire van de NPO. Alles inzake de multiculturele
samenleving wordt óf goedgepraat óf, als het verkeerd is, verzwegen. Ik
noem het promoten van Black Lives Matter. 3FM was een totale Black Lives
Matterzender geworden. De crimineel George Floyd werd vereerd als een
held. De vernietiging van Zwarte Piet en de marginalisering van ons
sinterklaasfeest is in belangrijke mate te wijten aan de NPO. Die heeft
maar één type mens aan het woord gelaten, namelijk tegenstanders van
Zwarte Piet. Let wel: twee derde van de Nederlanders zegt gewoon dat
Zwarte Piet zwart is. Ik noem de genderideologie die gepromoot is door
de NPO. Ik noem het feit dat je als je een beetje afwijkt, door de NPO
wordt aangeduid als radicaal- of extreemrechts. Je hoort nooit eens een
radicaal-links iemand. Waarom is dat?
Nu heeft links eigenlijk niet zo veel meer. Over het klimaat hoor je
heel weinig mensen meer. Black Lives Matter is vergeten. De
genderideologie is ook vergeten. Het enige wat links eigenlijk nog
heeft, is de blinde, obsessieve haat tegen de president van de Verenigde
Staten. Dus gaat de NPO daarin mee. Bij WNL zagen we iemand zeggen dat
Trump een fascist is. Bij Buitenhof zat een PSP'er, meneer Mak, die zei
dat Trump een fascist is. Bij Nieuwsuur hadden ze een onderwerp rondom
de vraag of Trump een fascist is. Het hele Media Park is een grote
TDS-inrichting geworden. TDS staat voor "Trump derangement syndrome".
Het is gewoon een van de vele voorbeelden van hoe men tekeergaat.
Vergeet niet dat het linkse idealisme van de NPO enorme gevolgen heeft
voor Nederland. Ik noemde er al een paar: Zwarte Piet et cetera. Maar
het feit dat we hier in Nederland al die Syriërs hebben, is rechtstreeks
te wijten aan het feit dat de NPO met "barmhartigheid", zoals Shula
Rijxman dat noemde, allemaal programma's ging verzorgen waaruit moest
blijken dat die Syriërs heel zielig waren en naar Nederland moesten
komen. We zien de gevolgen van hun idealisme.
Voorzitter. Het gekke is dat terwijl de NOS zelf zegt dat ...
De voorzitter:
De heer Van Houwelingen heeft een vraag.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Een korte vraag. Het is een prachtige opsomming. Als ik dit zo hoor, zou
ik aan de heer Bosma willen vragen of we inmiddels, als er zo veel
desinformatie en propaganda wordt verspreid — dat ben ik met u eens —
niet kunnen concluderen dat de NPO zelf onze democratie ondermijnt. De
NPO is eigenlijk een gevaar geworden voor onze nationale veiligheid, zou
ik bijna zeggen.
De heer Martin Bosma (PVV):
Nou ja, de hemel zij geprezen hebben we nog sociale media. De hemel zij
geprezen hebben we Twitter oftewel X. Ik noem bijvoorbeeld Iran. Dat was
al wekenlang aan de gang. Dat werd verzwegen door de NPO, omdat het niet
in hun wereldbeeld past. Het was namelijk een opstand tegen de
Islamitische Republiek Iran. Dat vinden ze niet prettig, want ze zijn
van de diversiteit. Gelukkig hebben we sociale media. Laten we gewoon
proberen om de NPO wat kleiner te maken.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Meneer Bosma en ik zijn allebei oud-journalisten. We maken ons, denk ik,
ook zorgen over de persveiligheid. Er wordt nog weleens gezegd dat
kritiek op de NPO de veiligheid van journalisten verlaagt. Hoe
beoordeelt de heer Bosma de actie van Akwasi waarbij hij een
EO-journalist de laptop afpakte? Daarna werd de rode loper nog steeds
voor hem uitgerold bij de publieke omroep.
De heer Martin Bosma (PVV):
De publieke omroep heeft een agenda. Dat is bijvoorbeeld de agenda van
diversiteit. Ze vinden de massa-immigratie geweldig. Ze doen er alles
aan om alles wat van buiten komt, zo mooi mogelijk in beeld te brengen
en er op geen enkele manier kritisch over te zijn. Rik van de Rakt —
niemand kent die naam — is een jongen die vermoord is door een
asielzoeker. Dat wordt niet gebracht door de NPO. Waarom niet? Omdat het
niet past in hun wereldbeeld. Wel gaat het over George Floyd, want dan
heb je de zielige zwarte en de hele slechte blanke. Daar kicken ze op.
Dat willen ze weten. Dus wordt de programmering omgegooid en moeten we
maandenlang kijken naar propaganda voor Black Lives Matter.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
De heer Martin Bosma (PVV):
Voorzitter. Het is toch wel heel gek dat de NOS zelf onder het kopje
"Taken & Missie" schrijft, ik citeer: "De NOS streeft ernaar deze
informatie toegankelijk te maken via alle beschikbare media en voor alle
maatschappelijke geledingen." In de Mediawet 2008 staat ook dat het
media-aanbod van de publieke omroep, ik citeer, "voor iedereen
toegankelijk is". Het is dan toch heel gek dat de NOS van Twitter gaat?
Wat is dat voor een raar iets? Ze hebben honderdduizenden volgers via
Twitter, maar daar gaan ze dan van weg. Waarschijnlijk zijn ze bang voor
alle kritiek die ze hebben gekregen op hun linkse idealisme. Wat doen ze
wel? Ze verschuilen zich in het extreemlinkse gettootje Bluesky. Daar
zitten linkse mensen de hele dag elkaars gelijk te bevestigen en te
schelden: "Trump is een fascist. Trump is een fascist. Trump is een
fascist." Waarom? Vindt de minister ook niet gewoon dat, als we dan toch
een publieke omroep hebben, die ook gewoon moet terugkeren op
Twitter/X?
Voorzitter. Er wordt ons altijd maar verteld: "Gaat u allen rustig
slapen. Er is niks aan de hand. Er zijn checks-and-balances en er is
onafhankelijke controle." Wat betekent dat in de praktijk? Nou, de
voorzitter van de NOS is mevrouw De Ranitz. Zij is een voormalig
gemeenteraadskandidaat voor de Partij van de Arbeid. Zij wordt
gecontroleerd door de voorzitter van het Commissariaat voor de Media,
mevrouw Asante, een voormalig Kamerlid van: de Partij van de Arbeid!
Nou, die controle kan ook gewoon plaatsvinden op de partijcongressen van
de PvdA, of misschien op de gezelligheidsavondjes van Extinction
Rebellion.
Voorzitter. Het kan nog erger. We leven namelijk in een land waarin er
de facto een beroepsverbod bestaat tegen PVV'ers. Hoewel wij regelmatig
de grootste of een na grootste partij zijn, zijn we nergens
vertegenwoordigd in de instituten en worden PVV'ers heel vaak niet
aangenomen. De heer Kamphues, recentelijk nog van de NPO, heeft zich
daar vorige week nog vrolijk over gemaakt. We leven in een land waar
mensen worden aangenomen op basis van diversiteit, oftewel: blanke
mannen dienen te worden uitgesloten. In dat verband is het goed om te
kijken naar wie er wél door de ballotage komen. Mevrouw Asante,
voorzitter van het Commissariaat voor de Media, is namelijk een fan van
het racistische, corrupte en gewelddadige Black Lives Matter, met als
belangrijkste slogan "defund the police". Daarnaast is zij een lid van
BIJ1, of dat was ze in ieder geval toen ze werd aangenomen. Dat is een
pro-geweldsorganisatie die bij de recente verkiezingen heeft opgeroepen
tot geweld tegen Israël. Dat is ook een organisatie die rondom de
zogenaamde Jodenjacht in Amsterdam blij was met de rol van de
taxichauffeurs en dat beantwoordde met "taxichauffeurs van Amsterdam,
bedankt". Ze is ook een aanhanger van Akwasi. Die heeft ze ook
verdedigd. Akwasi is een geweldsprediker die Zwarte Piet in het gezicht
wil schoppen. Wat vindt de minister daarvan? We kunnen heel veel praten
over vrijheid van meningsuiting, maar oproepen tot geweld kan niet. Dat
vindt iedereen. Daarover is een brede consensus. Wat vindt de minister
ervan dat de voorzitter van het Commissariaat voor de Media lid is van
een organisatie die pleit voor geweld?
De voorzitter:
Kunt u gaan afronden, tenzij u geen voorstellen wil indienen in de
tweede termijn? U heeft nog 1 minuut en 45 seconden.
De heer Martin Bosma (PVV):
Ik heb één hele simpele vraag aan de minister. Dat is de vraag der
vragen, en ik hoop dat ik er antwoord op krijg. Waar kan ik mijn
abonnement op de NPO opzeggen? Wie moet ik bellen? Heeft hij een
06-nummer? Of kan het ergens op een site? Ik wil van dat abonnement af.
Ik wil er niet meer voor betalen. Hoe kan ik dat regelen?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Krul van het CDA.
De heer Krul (CDA):
Nou, dan zijn we nog niet op de helft.
Goed, voorzitter. In een sterke rechtsstaat is een gezond medialandschap
essentieel. Een gezond medialandschap is de spiegel van onze
samenleving, maar ook het cement tussen regio's, generaties en
overtuigingen. Daarom is het goed om vandaag de Mediabegroting te
behandelen. Deze begroting raakt alle vormen van media. Toch valt op dat
het mediabeleid steeds meer versnipperd raakt. Het gaat te vaak over of
commerciële aanbieders, of het publieke bestel, of regionale
verankering, maar media vragen om samenhang. Het CDA pleit voor een
integraal mediabeleid dat publiek, commercieel en lokaal verbindt. Niet
vanuit belangen, maar vanuit publieke waarden. Onderzoek onderschrijft
die noodzaak. Neem als voorbeeld nieuwsvergaring. In een tijd waarin
feit, mening en fictie meermaals door elkaar lopen, zo ook vandaag, is
het belang van objectieve en onafhankelijke waarheidsvinding essentieel.
Of het nou het NOS Journaal, RTL Nieuws of Hart van Nederland is:
programma's zijn gehouden aan journalistieke codes. En wat blijkt? RTL
Nieuws bereikt kijkers die door de andere twee niet bereikt worden.
Hetzelfde geldt voor Hart van Nederland en het NOS-journaal. Willen we
een vuist maken tegen de invloeden van onlinenepnieuws en
-desinformatie? Is het niet een kwestie van en-en in plaats van of-of?
We hebben zowel commercieel als publiek nodig; daar kom ik later verder
op terug.
Voor nu zal ik deze begroting langs verschillende thema's behandelen.
Allereerst behandel ik het publieke bestel; we ontkomen er eigenlijk
niet aan. Dan behandel ik de commerciële aanbieders en als derde lokale
media en streekomroepen. Als we tijd over hebben, kom ik misschien nog
met een kleine verrassing op het eind. Ik hoor hier "begin daar dan mee"
zeggen, maar dat ga ik zeker niet doen.
Voorzitter. Allereerst de hervorming van het publieke bestel. Wat als
een hervorming begon, is inmiddels een bestuurlijke soap; ik moet het
toch eerlijk zeggen. De clustering van omroepen tot huizen moest leiden
tot helderheid en samenwerking, maar wat rest, is een impasse: meer dan
honderd gesprekken en geen gedragen model. Voor het CDA is het publieke
bestel wel een groot goed. Omroepen zijn geworteld in de samenleving,
verenigd en pluriform en staan op afstand van de staat. Dat is geen
zwaktebod maar, integendeel, een kracht. Deze externe borging zorgt
ervoor dat er geen sprake is van een staatsomroep, maar van een publieke
omroep, waar plaats is voor verscheidenheid, tegengeluid en minderheden.
Ons mediamodel is uniek in Europa en dat moet gekoesterd worden. We
kunnen er lacherig over doen, maar een blik op de geopolitieke situatie
waarin de wereld zich nu bevindt, leert dat we blij mogen zijn dat we
geen staatsomroep hebben waarbij de politiek besluit wat onafhankelijk
is.
Toch is dat bestel aan hervorming toe. Er is inderdaad een beetje
achterstallig onderhoud. We herkennen de roep om duidelijkheid vanuit
het medialandschap. Bewindspersoon na bewindspersoon heeft nagelaten om
die ook te geven. De bal ligt bij Hilversum. Er mag van de politiek
verwacht worden dat zij kaders schetst en niet alle lastige besluiten
over de schutting kiepert.
Voorzitter. Een eerste stap daartoe wordt vandaag hopelijk gezet. Het is
geen geheim dat het CDA eigenlijk voorstander is van een bestel met vijf
omroephuizen. Tegelijkertijd sluiten wij onze ogen niet voor een roep om
richting. Daarom zetten wij vandaag samen met de VVD en D66 de stap om
te pleiten voor vier omroephuizen en een taakomroep. Het moge duidelijk
zijn dat die maatschappelijke verankering voor het CDA wel cruciaal is,
want dan kunnen alle geluiden vanuit de samenleving gezien en gehoord
worden en kunnen verenigingen wortel schieten in de samenleving; dat is
voor ons cruciaal.
Hilversum is meer dan alleen de publieke omroep. Sterker nog, de
publieke omroep is meer dan Hilversum. In Groningen, Limburg, Zeeland en
Noord-Holland werken regionale omroepen elke dag aan programma's die
geworteld zijn in hun gemeenschap. Ze brengen verhalen die dicht op het
leven van mensen zitten, maar wie die verhalen wil terugkijken, moet te
vaak zoeken in uithoeken van apps of achterin zenderpakketten. De heer
Mohandis refereerde er al even aan: wij komen vandaag met een initiatief
dat we al meermaals naar voren hebben gebracht en dat eigenlijk al in
2019 is beloofd, namelijk het voorstel tot het volledig online
ontsluiten van regionale omroepen. Daarvoor moet de Mediawet worden
aangepast, artikel 2.73 en 2.74. Laten we dat gewoon doen.
Dan toch die commerciële aanbieders. De commerciëlemediasector is
onmisbaar in een pluriform landschap, maar het speelveld is scheef.
Techreuzen nemen 61% van de advertentiemarkt en bijna 100% online in.
Buitenlandse eigenaren domineren onze FM-frequenties. Nederlandse media
worden kleiner, afhankelijker en kwetsbaarder. Tegelijkertijd is de NPO
bezig met een uitbreiding van de reclamemogelijkheden. De Kamer nam
vorig jaar meerdere moties aan; daarbij stond het CDA, toegegeven, niet
altijd te springen, bijvoorbeeld als het ging om het bieden op
tv-rechten van sportevenementen. Wij willen graag van de minister horen
— volgens mij heeft mevrouw Martens al een heel stapeltje moties laten
zien — hoe het nou echt met de uitwerking van al die moties gaat. Wat
heeft de minister bijvoorbeeld gedaan met de motie van mijn hand om de
commerciële aanbieders bij de mediahervorming te betrekken? Komt er ook
een modernisering van het eigendomsrecht in de Mediawet? Hoe wordt AI
straks meegenomen? Wie bewaakt publieke waarden als technologie bepalend
wordt?
Voorzitter. Dan de regionale media. Het advies over het voorstel om de
uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau te versterken,
is door de Raad van State gepubliceerd met een dictum c. Dat is jammer.
De regering wil de positie van de lokale publieke omroepen verstevigen;
zij voorzien burgers immers van lokaal nieuws en zorgen voor lokale
verbinding. Volgens de regering staat het werk van de lokale publieke
omroepen onder druk en kunnen zij deze functie niet altijd meer
professioneel uitvoeren. Nu is het voor het CDA bij deze hervorming een
belangrijk uitgangspunt dat de nieuw te vormen streekomroepen een lokale
verbinding hebben en houden, en geworteld zijn in plaats en regio. Denkt
de minister dat hier straks voldoende sprake van is? 80 streekomroepen
is het devies, maar grotere streekomroepen staan verder af van lokale
gemeenschappen, waardoor het moeilijker kan zijn om die verbondenheid te
garanderen.
We hebben hier al heel lang over gesproken, maar de Raad van State zegt
het nu ook. Die waarschuwt voor die 80 en stelt het wettelijk maximum
ter discussie. Het maakt het lastig om het gebied van een omroep te
knippen als blijkt dat het gebied te groot is of onvoldoende een eigen
geografische, economische en sociaal-culturele identiteit heeft. Maar de
fusietrein rijdt maar door. Er zijn er inmiddels al bijna 60. Kan de
minister duidelijkheid geven over hoe hij de komende twintig gaat
bereiken? Moet er misschien nagedacht worden over een hoger
maximum?
Voorzitter. Ik heb het volgens mij gered, dus ik heb wat tijd over. Tot
slot wil ik het hebben over kindermarketing in de mediasector. Kinderen
groeien op in een digitale omgeving waarin zij via televisie,
streamingsdiensten en onlineplatforms structureel worden blootgesteld
aan reclame voor ongezonde troep. Het is een beetje mode in deze
commissie, dus ik ga het ook doen. Ik heb er een rapport over meegenomen
— dat moet je dan zo omhooghouden en laten zien — namelijk de Monitor
kindermarketing voor voedingsproducten. Er was wel interessant nieuws,
want we hebben vorige week gezien dat het Verenigd Koninkrijk daar een
hele grote stap in zet. Dat verbiedt namelijk per 1 januari 2026 reclame
voor ongezonde voedingsmiddelen, niet alleen op televisie, maar ook op
streamingsdiensten en onlineplatforms, met als doel de blootstelling van
kinderen aan dit soort reclames substantieel te verminderen. Deze aanpak
laat zien hoe duidelijke wettelijke normen binnen het mediabeleid
mogelijk zijn, maar dan moet wel de Mediawet aangepast worden. Het CDA
heeft daar een paar vragen over aan de minister. Is hij bereid om binnen
de herziening van de Mediawet ook te bezien hoe de Britse aanpak van
reclamebeperkingen voor ongezonde producten vormgegeven kan worden? Hoe
ziet de minister de verantwoordelijkheid van publieke en commerciële
media om kinderen te beschermen tegen overmatige commerciële
beïnvloeding?
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Eerder in dit debat is door meerdere sprekers al gerefereerd aan het
rapport over de met name ongezonde troep die bijvoorbeeld het
Jeugdjournaal uitzendt. Kan de woordvoerder van het CDA daarop
reflecteren?
De heer Krul (CDA):
Niet veel verder dan de heer Mohandis al gedaan heeft. Heel specifiek
staat in het rapport ook een reactie van de NOS, die weer verwijst naar
een uitspraak van de Ombudsman, die specifiek ging over berichtgeving
rondom het Israël-Gazaconflict. Ik vind het een beetje gek als ik hier
nu vanuit mijn positie een taxatie moet gaan geven van de uitspraak van
de Ombudsman. Daar wil ik het eigenlijk bij laten. In het rapport kon ik
in ieder geval lezen dat die reactie er wel was, maar dat die wel
onbevredigend kan zijn.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Wat vindt de heer Krul eigenlijk van de toezichthouders? Dus van de
politieke kleur van die toezichthouders of van die Ombudsman? Kan hij
daar een beetje over uitweiden? Zijn die in zijn mening altijd
objectief, of zijn dat oud-politici en hebben die een bepaalde politieke
kleur? De heer Bosma refereerde volgens mij al aan een van hen. Hoe ziet
de heer Krul dat?
De heer Krul (CDA):
Ik denk dat er voor de verschillende instituten binnen het publieke
bestel een heel duidelijke taak- en verantwoordelijkheidsverdeling is.
Als je het bijvoorbeeld hebt over de rol van de Ombudsman of van het
Commissariaat voor de Media, dan is het, denk ik, heel mooi dat wij een
publiek bestel hebben waarin mensen zich ook te houden hebben aan
governance codes, aan gedragscodes et cetera, en dat wij er nota bene
invloed op kunnen uitoefenen hoe die eruitzien. Ik vind dat juist heel
mooi. Ik ga ook niet mee in het beeld dat hier geschetst wordt, alsof op
de rummikubavonden van Extinction Rebellion ons mediabeleid bepaald zou
worden. In dat beeld ga ik niet mee. Ik vind het juist mooi — ik heb het
in mijn bijdrage ook gezegd — dat binnen ons publieke bestel juist die
verscheidenheid en onafhankelijkheid geborgd zijn.
De voorzitter:
Tot slot, meneer Markuszower. Wilt u niet meer? Nee? Oké. Dan mevrouw
Nanninga.
Mevrouw Nanninga (JA21):
In het beschermen van het welzijn van kinderen vindt het CDA JA21
natuurlijk aan zijn zijde. Ik ben gewoon even nieuwsgierig: wat vindt
het CDA van die familievlogkanalen waarop kinderen herkenbaar in beeld
commercieel worden ingezet? Heeft het daar een mening over? Ik ben daar
even niet zo goed van op de hoogte uit mijn hoofd.
De heer Krul (CDA):
Zeker: verschrikkelijk. Dat is verschrikkelijk. Het CDA is op niet heel
veel onderwerpen radicaal te noemen, maar laat dit er nou eentje zijn.
Wat het CDA betreft, verbied je dat gewoon. Datzelfde geldt trouwens
überhaupt voor kinderreclame. Waarom moet altijd de ongezonde troep
voorzien worden van PAW Patrol of wat dan ook? We moeten er gewoon mee
stoppen. Het kinderbrein is kwetsbaar. Kinderen hebben er vaak ook geen
zeggenschap over of ze wel of niet aan zoiets willen meewerken. Daar
moeten we mee kappen.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
De heer Krul (CDA):
Wat zonde van mijn slot. Dat was dus één vraag, maar die valt nu
helemaal dood. Ik wil mijn abonnement niet opzeggen; laten we het daar
maar even bij houden.
Nee, ik heb nog één vraag. Die gaat over de kindermarketing. Kan de
minister toelichten welke mogelijkheden hij ziet om de Mediawet
toekomstbestendig te maken, zodat we ook juist bij nieuwe digitale en
online vormen van reclame effectief kunnen handhaven op de bescherming
van minderjarigen en op alles wat we daar zien? Je kunt namelijk wel
lineair een verbod invoeren, maar dan weten we allebei wat er gaat
gebeuren: dan verplaatst de advertentiemarkt zich naar online.
Daar wil ik het bij laten, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Niet dan nadat de heer Mohandis nog een vraag gesteld
heeft.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik dank de heer Krul. Ik dacht: nu komt het. Het amendement-Bontenbal,
nog steeds van uw partij, zou terug worden verdiend via Ster; daarmee
zou het wegvallen. Nou blijkt uit dat rapport dat het maar rond de 11
miljoen oplevert; er is dus een gat van 40 miljoen. Nog los van wat wij
vinden van meer reclame: wat vindt u nou eigenlijk van deze ontstane
situatie en wordt dat vrijdag of volgende week anders?
De heer Krul (CDA):
Het antwoord op de eerste vraag is dat we daar niet per se gelukkig van
worden. We komen ervandaan dat voor miljarden aan onderwijsbezuinigingen
op tafel lagen en dat dit destijds een oplossing was om binnen de
begroting iets van die bezuinigingen te verzachten, met inderdaad — de
heer Mohandis refereerde er al aan — de kanttekening dat het dan
vervolgens terugverdiend zou mogen worden. Als dan blijkt dat dat niet
lukt, of als blijkt dat dat een verstorend effect heeft voor de
advertentiemarkt, in relatie tot wat de commerciële aanbieders doen,
word je daar niet gelukkig van. Het antwoord op de tweede vraag is: de
heer Mohandis loopt misschien net niet zo lang mee als de heer Bosma in
deze commissie, maar lang genoeg om te weten dat de uitkomst daarvan
niet per se beter wordt op het moment dat ik daar iets over ga zeggen.
Daar zullen we dus echt op moeten wachten tot vrijdag. Dat zal hij, denk
ik, wel begrijpen.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Dat heb ik dan te respecteren. Dan gaat doorvragen op dat laatste, denk
ik, geen ander antwoord opleveren. Maar ik hoor in het eerste antwoord
wel iets interessants, namelijk dat ook het CDA eigenlijk gehoopt had
dat het wellicht wel met weinig verstoring kon worden terugverdiend.
Daarmee zou je kunnen zeggen: 10% tot 12% meer reclame. Dat zouden wij
overigens geen goede ontwikkeling vinden, maar daarmee was in ieder
geval de bezuiniging wel gedekt. Ik hoor een beetje in uw verhaal dat
het nog steeds een soort graat in de keel is. Klopt dat?
De heer Krul (CDA):
Op het moment dat wij hier vrijelijk zouden gaan filosoferen over hoe we
het in de toekomst gaan doen rondom reclames op de publieke omroep,
zouden wij zelf niet met zo'n voorstel komen. De context was natuurlijk
dat er voor miljarden bezuinigd werd aan de andere kant van de
OCW-begroting. We zijn op zoek gegaan naar creatieve manieren om die
bezuiniging op onderwijs te verzachten. Deze was er eentje waarvan we op
dat moment hadden gehoopt dat hij in de impact niet per se vervelend zou
zijn, omdat je het met inkomstenverhoging weer kon oplossen. Als blijkt
dat dat niet zo is, dan is dat een graat in de keel. Ja, natuurlijk,
daar ga ik niet moeilijk over doen. Hoe dat zich uiteindelijk
ontwikkelt, zullen we vrijdag hopelijk zien.
De voorzitter:
Vol verwachting klopt ons hart. Mevrouw Nanninga van JA21.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Ik ben nieuw in deze commissie, maar er is
inzake de hervormingen en bezuinigingen al veel zegenrijk werk verricht.
Ik kon me goed vinden in de bijdragen van mevrouw Martens en meneer
Bosma.
Ik ga toch een steen in de vijver gooien. Ik wil het in dit overleg
hebben over de fundamentele noodzaak van een publieke omroep. In de
visie van JA21 bestaat de samenleving uit drie pijlers: de overheid, de
markt en de gemeenschap. De overheid vervult naar onze overtuiging geen
taken die de markt en/of de gemeenschap kunnen oppakken. De overheid is
dus terughoudend en voorzichtig, en laat de gemeenschap en de markt
floreren. Zo kijken wij naar de samenleving; zo kijken wij naar de
NPO.
De begroting voor de gehele NPO ligt rond een miljard euro per jaar. Dat
vinden wij gewoon veel te veel. Dat is ongeveer evenveel als onze
Koninklijke Marine, om het maar even in perspectief te zetten. Dat is
buiten alle proportie, zeker als we kijken naar wat er gebeurt voor dit
geld. Veel van wat de NPO doet, kan namelijk prima door commerciële
partijen worden gedaan. Sport is het klassieke voorbeeld. De NOS
overbiedt met miljoenen om bijvoorbeeld een WK te mogen uitzenden. Dat
kan net zo goed bij een commerciële zender. Die gaat echt niet ineens
wedstrijden achter een betaalmuur knallen, want dat mag ook helemaal
niet; zie de evenementenlijst van het Mediabesluit.
De omvang van de NPO-organisatie is wel een probleem. Al die zenders en
omroepen hebben veel te veel fte's, managementlagen en noem het maar op.
De overhead is gigantisch. Er wordt veel te weinig samengewerkt.
Commerciële partijen worden logischerwijs door de markt gedwongen om zo
lean-and-mean mogelijk te werken, maar bij de NPO is dat niet het geval,
want het belastinggeld stroomt toch wel binnen. Elke keer als ze dan
eindelijk eens willen bezuinigen, luidt iedereen de noodklok. De
voorgestelde bezuinigingen van het kabinet-Schoof zijn al boterzacht.
Elke maand, elke week verschijnt er weer een paniekerig persbericht op
tv dat demonstratief vertelt dat er wéér een programma moet verdwijnen:
publieke opinie bespelen door geliefde programma's te gijzelen. Het is
weinig fraai. Dat terwijl die bezuinigingen volgens mij ook heel anders
opgevangen kunnen worden. Feit is dat er gewoon onnodig veel publiek
geld naar de publieke omroep gaat en dat de markt het grotendeels kan
overnemen. Twee, en uiteindelijk één, publieke zenders is prima. Dat
moet kunnen. Je kunt heus een goede publieke zender neerzetten met een
beperkt budget. Maar meer fte staat niet gelijk aan meer
kwaliteit.
Dan de regelgeving, voorzitter, want ook daar is het scheef. Commerciële
omroepen zitten vast aan een enorme hoeveelheid regels, over
sluikreclames, over uitzendtijden en over inhoud. Maar op aanbieders als
Netflix of Prime kan iedereen gewoon content met het label 16-plus op
ieder moment van de dag aanzetten wanneer men dat wil. Op lineaire tv
gelden daar allemaal eisen voor. Op YouTube kun je alles bekijken wat je
wil. Reclames zijn vrijwel free-for-all. En op tv mag dat allemaal niet.
Dat is geen gelijk speelveld. Ook of zelfs juist voor commerciële
aanbieders geldt: marktwerking is marktwerking. Als de lineaire tv
uiteindelijk onherroepelijk uitsterft omdat de vraag afneemt, is dat
prima, maar dan moet het speelveld nu wel gelijk zijn. En dat is het
niet. Dat past ook weer precies in onze bredere visie als JA21: minder
overheid, minder regels, meer ruimte voor de markt en meer eigen
verantwoordelijkheid voor mensen om zelf te bepalen wat en wanneer ze
willen kijken en wat ze willen maken. De enorme toename van
onafhankelijke contentmakers in elke denkbare niche bewijst dat dit kan:
pluriforme en zeer specifieke doelgroepenmedia maken, zonder
subsidie.
Voorzitter. Dan wil ik het nog even hebben over iets anders wat hier
niet in de haak is. De publieke omroep is al maanden bezig met een grote
campagne tegen het bezuinigingsbesluit. Het is een campagne, ironisch
genoeg gefinancierd door de minister, die zich richt tegen een besluit
van deze minister. Het is ons geld waarmee ze dat doen, met als
boodschap dat de NPO nodig is omdat hij onafhankelijk en verbindend zou
zijn. Maar de NPO is geen politieke partij. De NPO is een
uitvoeringsinstelling, die een taakstelling en een budget heeft voor die
taakstelling. Als je vervolgens dit budget en deze unieke positie, deze
toegang tot het publiek, gebruikt om "Wij van WC-Eend"-achtige campagnes
op te starten, ben je deze positie gewoon gigantisch aan het misbruiken.
Het wordt dan helemaal wrang, want tegelijkertijd wordt er gezegd dat de
publieke omroep zo belangrijk is voor de democratie en voor het
vertrouwen en voor de verbinding, maar juist door dit gedrag politiseert
de NPO zichzelf. Je kunt niet én zeggen dat je boven de partijen staat
én actief campagnevoeren tegen het beleid waar dit parlement en het
ministerie over gaan. Overigens is de ironie dat deze acties precies
laten zien waarom bezuinigingen zo hard nodig zijn.
Onderzoek door De Telegraaf wijst uit dat een meerderheid van de
Nederlanders …
De voorzitter:
Er is eerst een interruptie van de heer Bosma.
Mevrouw Nanninga (JA21):
O. Dan ga ik even inhouden.
De heer Martin Bosma (PVV):
De campagne wordt ook gevoerd in de kranten. Daar stonden vandaag
allemaal advertenties in. Dat is neem ik aan ook allemaal belastinggeld.
Ik zag ook de VandenEnde Foundation. Vorige week heeft meneer Van den
Ende, die miljardair is geworden dankzij allerlei televisieprogramma's
die hij heeft kunnen verkopen aan de publieke omroep, Geert Wilders
aangeduid als een gezwel en heeft hij gezegd dat Geert Wilders het
ergste is wat Nederland ooit is overkomen. Wat vindt mevrouw Nanninga
van de campagne zoals die nu gevoerd wordt, onder andere met al die
advertenties?
Mevrouw Nanninga (JA21):
Ik ga meneer Bosma op zijn wenken bedienen als ik mijn betoog mag
vervolgen, want daar kwam ik net op.
De voorzitter:
Het waren overigens twee interrupties, meneer Bosma.
Mevrouw Nanninga (JA21):
En als hij dan niet bediend is, dan hoor ik het graag wanneer hij nog
een aanvullende vraag heeft, maar daar kwam ik op. Onderzoek door De
Telegraaf wijst uit dat de meerderheid van de Nederlanders een
voorstander is van bezuinigen, hervormen en versoberen. De NPO, van ons
allemaal, zou daar dan ook gehoor aan moeten geven in plaats van het
belastinggeld, van ons allemaal, te verbranden aan spotjes en
advertenties. Kijk, ik toon u hier een paginagroot ding van de makers.
Ik heb 'm al bij me. Meneer Bosma wordt bediend. Daarom zou ik tegen
deze makers willen zeggen: ga dan dingen maken. Wij kopen zelf weleens
een advertentiepagina in De Telegraaf als het campagnetijd is en ik kan
u verzekeren: van het bedrag dat deze NPO-makers spendeerden, uit welk
potje dan ook, kun je minimaal drie boeren een vrouw helpen zoeken op
primetime of vier moeilijke praatfilms produceren. Tegen hen zou ik
willen zeggen: ga intern lobbyen. De NPO alleen al als
verdeelorganisatie — dan is er nog geen minuut zendtijd gevuld, hè —
kost 172 miljoen euro per jaar. Ga het daar dan halen!
Voorts houden wij ons hart vast voor de uitkomst van de
coalitieonderhandelingen. Als we deze hoognodige minimale ingrepen en
bezuinigingen nu niet doorvoeren, dan is de kans tot 2034 verkeken en
blijven we vastzitten aan de verspilling en marktverstoring door de NPO.
Wij dringen bij de minister dan ook aan op spoed. Hij kan dit niet
doorschuiven naar een volgend kabinet. Wij vragen hem terstond een plan
van aanpak van de omroepen te eisen, de moties uit te voeren en toe te
zien op onmiddellijke uitvoering. Verder wil ik ook graag weten waar we
het abonnement kunnen opzeggen. Als de heer Bosma daar achter kan komen,
dan doe ik met hem mee.
Voorzitter, dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Van Houwelingen. O, er is
nog een interruptie van de heer Krul. Neem me niet kwalijk.
De heer Krul (CDA):
Ja, ik heb nog één vraag over die drie pijlers die mevrouw Nanninga
schetst. Zou het ook zo kunnen zijn dat die derde pijler, namelijk de
gemeenschap, zich bijvoorbeeld tegen bezuinigingen keert of een mening
heeft, van zich laat horen of via verenigingen campagne voert? Zou het
kunnen dat het niet allemaal per se belastinggeld is, maar dat het ook
heel mooi is dat er verenigingen zijn, actief, met leden, geworteld in
de samenleving, die via hun omroepvereniging van zich laten horen? Of is
mevrouw Nanninga er echt van overtuigd dat het allemaal belastinggeld is
en vanuit een soort conglomeraat wordt aangestuurd?
Mevrouw Nanninga (JA21):
Ongeacht het spaarpotje waar dat geld uit komt, pretendeert een publieke
omroep er voor ons allemaal te zijn, te willen verbinden, boven de
partijen te staan en wat er verder allemaal in de ronkende teksten op
websites en in missionstatements staat. Dan is er ook nog een soort
oekaze dat je vanuit de politiek geen enkele inhoudelijke kritiek mag
hebben op wat er bij die omroepen gebeurt, anders ben je een soort
Orbán. Het is van tweeën één. Het kan niet allebei waar zijn. Het staat
iedereen vrij om campagne te voeren, maar het is natuurlijk een beetje
merkwaardig om dan een soort verheven rol boven de samenleving te
hebben. Je politiseert jezelf. Je maakt jezelf onderdeel van het
politieke debat, dus dan mag ik er ook wat van zeggen.
De heer Krul (CDA):
Voorzitter, een korte vervolgvraag. Hoe de publieke omroep zich in de
toekomst ook zal presenteren of hoe de hervorming ook gaat lopen, ben ik
gewoon benieuwd hoe JA21 kijkt naar de rol van de maatschappelijke
verankering via verenigingen. Als je het hebt over checks-and-balances
en we willen voorkomen dat — ik parafraseer even — een klein clubje
ergens aan een theetafel bedenkt wat wel en niet goed is, zou het dan
niet heel belangrijk zijn dat die verenigingen in de toekomst een heel
belangrijke rol krijgen in de publieke omroep, juist omdat daar toch ook
een soort democratische borging zit?
De voorzitter:
Dat waren twee interrupties.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Ja, het voelt … Nee, want wij zijn überhaupt geen voorstander van de
omroepverenigingen. Uiteindelijk, als wij vanaf nul het systeem mochten
ontwerpen … Wij snappen dat we nu moeten werken in een bepaalde
realiteit en dat je die niet met één pennenstreek kunt afschaffen. Maar
als wij bij JA21 het systeem mochten ontwerpen, dan kwam er gewoon één
daadwerkelijk neutrale zender met wat nieuwsvoorziening en wat educatie.
Dan hadden we dit hele probleem niet. Verder staat het mensen natuurlijk
vrij om zich te verenigen. Daar zijn wij niet op tegen.
De voorzitter:
Dan is het woord nu aan de heer Van Houwelingen van Forum voor
Democratie.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dank u, voorzitter. Heel veel Nederlanders kunnen de NPO — het is helaas
zo — niet meer aanzien of aanhoren. Dat komt doordat je steeds dezelfde
verhalen hoort van steeds dezelfde personen en steeds vanuit hetzelfde
perspectief, het perspectief van de macht. Ik heb een paar voorbeelden.
Corona is natuurlijk een heel berucht voorbeeld, met alle experts die
toen al zeiden "dat coronabeleid klopt niet". Internationale experts
zoals Mike Yeadon, van Pfizer nota bene, of Robert Melone, mRNA-expert,
of Peter McCullough, een cardioloog, zijn nergens gehoord in de
Nederlandse media. Ook Nederlandse experts, bijvoorbeeld professor
Schetters, die zijn hele leven vaccins heeft ontwikkeld, professor Capel
en Jan Bontinck: ik kan hier allerlei namen noemen, maar die mensen
kwamen niet aan het woord. Dat is al schandalig, vind ik, maar ze werden
zelfs weggedrukt, belachelijk gemaakt en gecensureerd ook, bijvoorbeeld
op YouTube. Daar is de NPO dan niet verantwoordelijk voor.
Dan heb je bijvoorbeeld een journalist van de Volkskrant, Peter Klok,
die daarover zegt — ik citeer hem toch even, voorzitter — "ik denk dat
het verstandig is als land één lijn te trekken", het is een citaat en
gaat over het coronabeleid, "en om die lijn als journalisten dus te
steunen". Ja, zo denken ze er in Noord-Korea ook over.
Een ander voorbeeld is Trump. De heer Bosma heeft het net al gezegd:
alleen maar negatieve berichten over Trump. Hoe kan dat nou? De helft
van de Amerikaanse bevolking heeft hem gekozen. Je ziet alleen maar
negatieve berichten over hem in de Nederlandse media verschijnen, ook
heel veel nepnieuws. Dat moet ook benadrukt worden: de NPO is een groot
verspreider van nepnieuws. Bijvoorbeeld de Russia hoax, dat er Russische
inmenging zou zijn. Hoe vaak ik dat wel niet gezien heb, maar er is
niets van waar. Er wordt ook niet gerectificeerd door de NPO. Of de
Charlottesville hoax, dat Trump gezegd zou hebben "ook aan de
rechterkant, bij de nazi's, zitten er goede personen". Dat is niet waar!
Als je die beelden ziet … En dat wordt door de NPO maar verspreid. Dan
hebben we een Amerikadeskundige die regelmatig langskomt bij de NPO en
dat is de schoonzoon van Pelosi. Moet je je voorstellen dat bijvoorbeeld
Jared Kushner Amerikadeskundige zou zijn; dan zou het land te klein zijn
hier bij de NPO. Maar dat gebeurt dus allemaal.
Of neem bijvoorbeeld Oekraïne. Dat gaat mij aan het hart. Alleen maar
het EU- en NAVO-perspectief. Ik zie nooit een ander perspectief. Alsof
de EU en de NAVO per definitie de waarheid verkondigen. Alsof daar geen
propaganda zou zijn. Waar is Jeffrey Sachs? Waar is bijvoorbeeld Douglas
Macgregor of John Mercer? Waarom zie ik dat soort experts nooit in de
Nederlandse media verschijnen? Als het al een keer gebeurt, zoals
onlangs Ad Verbrugge, dan wordt die weggehoond en weggeketterd. En ja,
het is wel pure propaganda. Ik kan het niet anders zeggen. Bijvoorbeeld
na die aanslag op de Nord Stream wist natuurlijk iedereen: dat hebben de
Amerikanen gedaan, wellicht met hulp van de Oekraïners. Maar dan heb je
Rob de Wijk en Beatrice de Graaf, die bij de NPO zeggen dat Rusland z'n
eigen pijplijn heeft opgeblazen. En die "deskundigen" blijven worden
uitgenodigd! Het is zo hilarisch. Het is ook niet meer geloofwaardig,
die propaganda. Dan ga je je afvragen: hoe kan dat in hemelsnaam?
De mensen die een ander geluid vertegenwoordigen en dat daartegen
inbrengen, worden wel aangepakt door de NPO, want dat zijn natuurlijk
"de populisten", dat zijn "de complotdenkers". Daar wordt ook
desinformatie over verspreid. Dat vind ik heel kwalijk. Neem
bijvoorbeeld de Zembla-uitzending Online hufters. Daarin heeft de NPO
dus tweets bedacht van zogenaamde populisten. Gewoon bedacht door de
NPO! Die zijn uitgezonden en vervolgens hebben sommigen van die mensen
hun baan verloren, door de NPO, door desinformatie die door de NPO is
verspreid.
Of neem bijvoorbeeld de NOS. Toen Charlie Kirk vermoord werd, heel
tragisch, heeft de NOS gezegd dat hij gezegd zou hebben — wat pertinent
onwaar is — dat alle zwarte vrouwen dom zouden zijn. Dat wordt gewoon
uitgezonden! Ik kan u voorbeeld na voorbeeld geven; dan zitten we hier
vanavond nog. Maar de waarschijnlijk grootste desinformatiemachine in
Nederland is toch wel de NPO. Dan ga je je toch afvragen: hoe kan dat?
Een ander geluid is niet welkom en dat is dus heel zorgelijk. Dat is het
centrale punt dat ik hier wil maken, voorzitter.
De NPO zou namens de burgers de macht moeten controleren. Dat geldt voor
de massamedia in het algemeen, de traditionele media: de journalistiek
zou natuurlijk een controleur van de macht moeten zijn. Maar het is
precies andersom. De journalistiek in Nederland is helaas verworden tot
iets wat namens de macht achter kritische burgers aanzit. Dat is wat er
gebeurt. Hoe is dat mogelijk? Ik zou graag, en dat is mijn eerste vraag
aan de minister, horen hoe de minister daartegen aankijkt. Erkent hij
dat? Of vindt hij dat de NPO wel degelijk goed werk doet? Het gevolg is
natuurlijk dat er een gat ontstaat, en daar springen de sociale media
in, dus bijvoorbeeld …
De voorzitter:
Er is een vraag van mevrouw Martens-America.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Een heel betoog van de heer Van Houwelingen, maar ik wil graag toe naar
de oplossingen, want dit betoog kennen we van de heer Van Houwelingen.
Bij een paar politieke partijen hier is men in de pen gekropen en heeft
men zelf een poging gedaan, of ze het nu met u eens zijn of niet, om het
bestel te verbeteren. Ik heb zoiets van Forum voor Democratie nog niet
voorbij zien komen. De discrepantie zit 'm natuurlijk ook in het feit
dat dit het gevolg is van het feit dat dit de omroepverenigingen zijn,
die zich daarna verenigen onder het verenigingsrecht en dus de vrijheid
hebben om te zeggen wat ze willen zeggen. Wat zou dan het alternatief
zijn voor de heer Van Houwelingen om te zorgen dat je daar in de ogen
van de heer Van Houwelingen grip op hebt?
De voorzitter:
Dat waren twee interrupties.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Ik begrijp niet goed wat de omroepverenigingen hiermee te maken hebben,
maar ik zal de vraag proberen te beantwoorden. Kijk, het probleem met de
NPO is — dat probleem zien wij ook bij de Europese Unie — dat die
onhervormbaar is. Ze kunnen zichzelf pas hervormen, denk ik, als hun
problemen worden erkend. Maar ik heb net dit foldertje te lezen gekregen
van de NPO, en ze zien zichzelf — dat is het tweede punt — als
"feitelijk en betrouwbaar". Punt drie: macht controleren. Ik heb nog
nooit meegemaakt van de NPO dat dat gebeurd is. "Gedeelde waarheid" lees
ik in die folder. "Bij oorlogsrampen of grote crises is het cruciaal dat
niet iedereen z'n eigen verhaal roept", zegt de NPO hier, "maar dat er
een gezamenlijke werkelijkheid bestaat." Ja, dat hebben we gezien met de
coronacrisis! Het is juist in tijden van crisis belangrijk dat
informatie vrij kan vloeien.
Dit is dus de NPO. Dit foldertje hebben ze net aan ons allemaal gegeven.
Er is geen probleembewustzijn. Dit is onhervormbaar, ben ik bang, en
daarom willen wij in principe ervan af, hoewel je op zich natuurlijk een
goede NPO zou kunnen hebben. Het idee van een publiek gefinancierde
omroep hoeft niet per se verkeerd te zijn, alleen is in dit geval het
enige goede, de vlag op de modderschuit, Ongehoord Nederland, en die
wordt natuurlijk aan alle kanten aangepakt en aangevallen. Dat is
veelzeggend. Wat de NPO nu met die nieuwe hervormingen gaat doen en waar
de VVD ook voorstander van is, is het lijntje ophalen: er mag nooit meer
een nieuwe omroep toetreden, want we moeten natuurlijk niet nog een
Ongehoord Nederland krijgen! Dat is de situatie. Ik denk dat de NPO
helaas niet hervormbaar is.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Is de heer Van Houwelingen ervan op de hoogte dat de NPO geen omroep of
omroepvereniging is, en dat daarom dus het hele pleidooi van de heer Van
Houwelingen niet opgaat, omdat wij het bestel niet op die manier hebben
ingericht?
De heer Van Houwelingen (FVD):
Kijk, je hebt de NPO-organisatie, de overkoepelende organisatie, en je
hebt de omroepen, maar ik heb het nu gewoon over het hele bestel en dat
noem ik voor het gemak maar even NPO. Dat doen anderen hier aan tafel
ook. Maar ik bedoel het hele publieke mediabestel; dat is de NPO als
overkoepelende organisatie en dat zijn inderdaad de omroephuizen die
daaronder hangen. Ja, voorzitter, daar ben ik mij dus van bewust, maar
ik zeg af en toe dan even het woordje "NPO".
De voorzitter:
Tot slot mevrouw Martens-America.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Ik snap dat het lastig is. Het is ook het makkelijkst om hier een heel
pleidooi te houden met enkel quotes, dat u overal tegen bent. Het is
moeilijker om daadwerkelijk een systeem te willen hervormen. De VVD
vindt überhaupt dat omroepverenigingen wellicht geen plek meer zouden
moeten hebben in het bestel. Ik ben altijd zeer verbaasd dat Forum voor
Democratie wel voor zo'n plek is, omdat die toch gebaseerd is op een
systeem uit de vorige eeuw. Ik begrijp het, want Ongehoord Nederland zit
erin, maar is de heer Van Houwelingen het dan niet met mij eens dat ook
Ongehoord Nederland de ruimte krijgt om te zeggen wat ze willen zeggen,
omdat er redactionele vrijheid bestaat?
De voorzitter:
Uw interrupties zijn nu op.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Inderdaad, dat heb ik net ook al een paar keer gezegd. We willen zeker
niet naar het BBC-model toe, waar het nu naartoe lijkt te gaan, met
straks … Uiteindelijk heb je nog één omroephuis over, laten we eerlijk
zijn, en wordt het een soort BBC-model. Een motie die we hebben
ingediend om dat te voorkomen, werd ook niet aangenomen. Dus daar gaat
het nu naartoe. Daar zijn wij tegen, want dan wordt het nog erger. Met
het eerste heeft u dus gelijk, mevrouw Martens: er is enige variëteit.
De vlag op de modderschuit is inderdaad Ongehoord Nederland. Daar ben ik
heel blij mee. Ik vind het ook heel bijzonder. Laat ik iets positiefs
zeggen: ik had destijds niet verwacht dat Uslu het besluit zou nemen om
Ongehoord Nederland de aspirant-omroepstatus toe te kennen. Dat had ik
niet verwacht. Dat laat zien dat er toch enig zelfreinigend vermogen is.
Daar was ik positief over. Alleen wordt nu met de hervorming waar de VVD
zo'n groot voorstander van is, ook dat laatste laddertje opgehaald
waardoor ON! destijds dat systeem kon binnenkomen. Nu zie ik dat het
straks een closed shop is. Ik heb er dus geen vertrouwen in dat dat wat
kan worden. Dat is onhervormbaar. Daarom zei ik: hoe moet je iets
hervormen wat niet hervormd kan worden?
Mevrouw Nanninga (JA21):
Meneer Van Houwelingen noemt ON! als voorbeeld, Ongehoord Nederland. 75%
van de mensen wil dat NPO-omroepen bezuinigen op personeel en
organisatie. Uitgerekend bij omroep ON! is 14% van het belastinggeld
uitgegeven aan salarissen en vertrekpremies van bestuurders. Dat gaat
dus aardig in tegen hoe veel mensen willen dat de NPO zou moeten zijn.
Ze keren zichzelf ook wel erg veel geld uit.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dank voor de vraag. Ik kan dat niet beoordelen. Ik kan die omroep niet
vergelijken met andere omroepen. Ik moet maar geloven dat wat u zegt
waar is en dat is dan niet goed, nee. Je moet natuurlijk zo min mogelijk
overheadkosten hebben. Het is natuurlijk een beginnende omroep — dat
weet ik wel, mevrouw Nanninga — die heel veel geld kwijt is aan
rechtszaken die tegen de omroep worden aangespannen, door de NPO. Ze
zitten elkaar met ons belastinggeld te bevechten. Dat heeft tonnen
gekost, weet ik toevallig. En ja, daar gaat dus ook veel geld naartoe,
want de NPO wil natuurlijk als overkoepelende organisatie Ongehoord
Nederland, wat een soort fremdkörper is, het liefst eruit werken. En ja,
dat kost ook veel tijd en geld helaas. Dat is waar.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Is het een idee dat je, als je je aansluit bij een organisatie en je
tekent ervoor dat je je gaat houden aan de voorwaarden van die
organisatie, wat je dan ook van die organisatie vindt, dat je dat dan
ook doet en dat dat dan ook een heleboel rechtszaken zou schelen? We
kunnen van alles vinden van de NPO, maar als je daar zelf onder wilt
hangen en er geld van wilt krijgen, zou je je ook gewoon aan de
afspraken moeten houden. Of je moet commercieel gaan.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Ja, ook dat ben ik met u eens, maar ik ben geen woordvoerder van
Ongehoord Nederland. Als u er problemen mee heeft dat de omroep zich er
niet aan zou houden, dan moet u echt even bij Ongehoord Nederland zijn
en niet bij mij. Ze zitten hier en staan u graag te woord, daar twijfel
ik niet aan.
De voorzitter:
Was u al klaar met uw betoog?
De heer Van Houwelingen (FVD):
Nee, nee, ik zou graag verdergaan.
De voorzitter:
Vervolgt u.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dank. Ik heb mijn eerste vraag aan de minister gesteld. Je ziet nu dat
de sociale media, daar was ik, in opkomst zijn. Ik heb ze vaker genoemd:
podcasts, Café Weltschmerz, Blckbx, De Nieuwe Wereld en ook Ongehoord
Nederland dus. Dat is dan positief.
De tweede vraag die ik aan de minister zou willen stellen, gaat over de
ongezonde band — de heer Bosma refereerde er net ook al aan — tussen de
politiek en de media, vooral de NPO en het publieke bestel. Je ziet dat
oud-omroeppresentatoren, bijvoorbeeld Pia Dijkstra of recenter Tijs van
den Brink, in de politiek aan de slag gaan. De Tweede Kamer andersom,
dat vind ik nog zorgwekkender. We hebben natuurlijk heel veel
voorbeelden: Ed Nijpels bijvoorbeeld zat bij de AVROTROS. Eric van der
Burg was voorzitter van de NTS en is nu weer Kamerlid. Martijn van Dam
was PvdA-staatssecretaris en verantwoordelijk voor de verdeling van de
subsidies aan de NPO; vervolgens werd hij lid van de raad van bestuur
van de NPO.
De voorzitter:
Interruptie van de heer Krul. U heeft er nog twee.
De heer Krul (CDA):
Ik doe 'm onder de 30 seconden, voorzitter. Wat vindt de heer Van
Houwelingen van mensen met een politieke kleur die zich bezighouden met
het controleren, die een rol hebben binnen het bestuur? Wat vindt de
heer Van Houwelingen daarvan?
De heer Van Houwelingen (FVD):
Wat bedoelt u? Kunt u een voorbeeld noemen?
De heer Krul (CDA):
Bijvoorbeeld leden van een politieke partij die in een raad van toezicht
zitten binnen het publiek bestel. Wat vindt de heer Van Houwelingen
daarvan?
De heer Van Houwelingen (FVD):
Mijn betoog is … Er zou misschien een afkoelingsperiode … Maar ik vind
het in principe onwenselijk, omdat je het liefst neutrale
vertegenwoordigers zou willen hebben. Maar het hangt er ook vanaf. Als
mensen het kunnen scheiden, is het goed, maar dat is dus — daar wil ik
met mijn betoog naartoe — helaas, denk ik, niet het geval. En ja, dat is
een probleem.
De heer Krul (CDA):
De heer Van Houwelingen vindt het dus niet goed dat Simone Kerseboom en
Paul Cliteur de raad van toezicht van Ongehoord Nederland vormen? Twee
mensen van allebei dezelfde politieke kleur, dat is toch onvoorstelbaar!
Ik hoor de heer Van Houwelingen zeggen: daar moeten we van af.
De heer Van Houwelingen (FVD):
In principe is het inderdaad beter als je dat scheidt, als er een
afkoelingsperiode is. Daar pleiten wij voor. Het is ook in andere landen
heel gebruikelijk dat je een paar jaar … Dat ben ik dus met u eens. Dat
ben ik met u eens. Maar je moet maar roeien met de riemen die je hebt.
Voor Ongehoord Nederland is het natuurlijk ook niet makkelijk om
überhaupt mensen te vinden, omdat die omroep zo verketterd wordt, denk
ik. Maar daarover moet u bij Ongehoord Nederland wezen.
De voorzitter:
Tot slot, meneer Krul.
De heer Krul (CDA):
Pleit de heer Van Houwelingen dan voor een afkoelingsperiode of zegt hij
dat het überhaupt niet mogelijk moet zijn? Wat is het nou? Als we een
afkoelingsperiode hebben, lijkt het mij ook logisch dat we geen mening
meer hebben over mensen met een politieke kleur die op andere plekken in
het publieke bestel een zetel hebben. Of willen we dat überhaupt niet?
Wat is het? Een van de twee.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Ik denk dat een afkoelingsperiode het meest wenselijk is, als u mij dat
vraagt. Die bestaat ook bij ministers en lobbyisten. Dat is helemaal
niet ongebruikelijk. Je ziet het in andere landen ook. Maar oké, daar
kun je over debatteren. Het punt dat ik wil maken, is dus — ik vervolg
mijn betoog, voorzitter — dat je een draaideur ziet …
De voorzitter:
Nou nee, want de heer Mohandis heeft ook een vraag.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Wat ik een beetje lastig vind aan dit hele betoog met verwijten aan
personen die actief waren bij een politieke partij, is dat dat verwijt
omgekeerd ook te maken is. Was de heer Van Houwelingen niet ook
betrokken bij de oprichting van Ongehoord Nederland? Klopt dat?
De heer Van Houwelingen (FVD):
Ja, maar toen was ik in ieder geval geen Kamerlid. Dat maakt uit. Het
probleem is het rouleren. Kijk, het zou nog kunnen werken — laat ik even
met u meedenken — als het zo zou zijn dat ook PVV'ers en FVD'ers bij de
publieke omroep zitten. Dan had je nog een soort balans. Die is er nu
totaal niet en het gevolg daarvan is dus dat die hele publieke omroep —
dat is het grote probleem dat we hebben — niet meer divers is. Je hebt
steeds maar één gezichtspunt, en dat wordt versterkt door dat
baantjescarrousel. Als ooit ook een PVV'er of een FVD'er welkom zou
zijn, wat ik nog dubieuzer vind, dan wordt het in ieder geval minder
problematisch, zou ik zeggen.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Nou, de directeur — of de voormalig directeur, ik weet niet of ze het
nog is — van Ongehoord Nederland is een oud-PVV-Kamerlid. Als we nu echt
naar die verwevenheid gaan kijken, dan kan ik nog de hele avond door;
dat zal ik niet doen. Maar ik vind uw betoog gewoon niet helemaal
logisch. Als u toch zo opkomt voor Ongehoord Nederland, komt u dan ook
op voor die andere aspirant-omroep? Ook zij, Omroep ZWART, zullen immers
door de review moeten om te mogen blijven, of niet. Strijdt u ook voor
hen of krijgen we een halve motie aan het einde van uw betoog?
De heer Van Houwelingen (FVD):
Welke motie bedoelt u?
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Of een voorstel. Ik weet niet of u een voorstel gaat doen, maar u heeft
het vooral over Ongehoord Nederland, dat dat belangrijk is. Dan ben ik
benieuwd of u ook opkomt voor die andere aspirant-omroep waarvan nog
niet zeker is wat zijn toekomst is, want dat zal afhangen van de review
en hoe je die omroephuizen gaat inrichten. Komt u ook op voor die andere
aspirant-omroep, Omroep ZWART, of komt u alleen op voor aspirant-omroep
Ongehoord Nederland? Dat is de vraag.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Ik ben niet van plan, zeg ik via de voorzitter, om moties in te dienen
of wat dan ook voor Ongehoord Nederland of voor welke omroep dan ook. Ik
draag alle omroepen … Ongehoord Nederland vind ik natuurlijk in principe
de beste omroep binnen het bestel, omdat die ten minste nog een ander
geluid vertegenwoordigt. Maar als Omroep ZWART een andere omroep is die
ook weer een ander geluid uitdraagt: het is het idee van het bestel dat
het zo divers mogelijk moet zijn. Dat zou dan mijn antwoord zijn,
voorzitter.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Ja, ik ga door. Het probleem met dat baantjescarrousel is dus dat nu de
situatie is ontstaan dat de publieke omroep vaak partij kiest. Dat zeg
ik ook richting de heer Mohandis. Dat hebben we bijvoorbeeld in de
verkiezingstijd gezien met die Kaag-documentaire. Dan wordt er een
documentaire gemaakt in overleg met een ministerie. Dat zal natuurlijk
nooit met een PVV-politicus gebeuren — dat begrijpt u wel — of met een
van ons. Maar bij D66 gebeurt dat dan wel. Of neem de documentaire
Jesse. Die is weliswaar niet uitgezonden, maar u zult 'm kennen, van
BNNVARA. Het is natuurlijk te gek voor woorden dat de publieke omroep
dat doet, in verkiezingstijd nota bene, en dat men die in het geval van
die Kaag-documentaire nog uitzendt ook. Dan heb je dus een
verwevenheid.
Die verwevenheid is er trouwens ook elders, als ik nog heel kort mag, en
daar wil ik ook nog een vraag over stellen aan de minister. Uit dit
rapport van de CTIVD maak ik op dat die verwevenheid er ook is tussen de
inlichtingendiensten en journalisten. De minister weet dat ongetwijfeld.
Ik heb hier het toezichtsrapport van de CTIVD over de inzet van
journalisten als geheim agent. Dat gebeurt door de AIVD en ook door de
MIVD. We hebben dus journalisten in Nederland rondlopen die betrokken
zijn bij de inlichtingendiensten. We hebben geen idee hoeveel het er
zijn. We weten niet wat ze doen en welke instructies ze wellicht
krijgen. Ik vind dat zorgelijk en heb het natuurlijk ook al aan de
minister van Defensie en de minister van Binnenlandse Zaken gevraagd.
Die geven daar geen antwoord op.
Misschien zou de minister — hij zit daar — het een goed idee vinden om
aan journalisten of aan de NPO te vragen om eens via een enquête na te
gaan hoeveel journalisten in Nederland banden hebben met
inlichtingendiensten, want daar ben ik dus heel bezorgd over. Nogmaals,
journalisten horen de macht te controleren. Ze horen dus geen
verlengstuk van die macht te zijn. Ik ga naar een afronding toe.
De voorzitter:
Kunt u afronden?
De heer Van Houwelingen (FVD):
Ja, ik zag u al kijken, voorzitter. Mijn laatste vraag, die ik ook nog
even gesteld wil hebben, gaat over het Commissariaat voor de Media. Wij
krijgen daar heel veel zorgwekkende berichten over. Niet alleen de NPO,
maar ook alle hoofdredacteuren en alle omroepen hebben brieven gestuurd
naar het commissariaat over dat het niet goed functioneert en dat het
zich heel activistisch opstelt. Hoe kijkt de minister daartegenaan? Is
hij misschien bereid om daar met het commissariaat over te gaan
praten?
Nu rond ik mijn betoog helemaal af, voorzitter. Mijn betoog is kort
samengevat dat de journalistiek — het geldt vooral vooral de NPO — eens
een keer haar werk moet gaan doen en de macht moet gaan controleren in
plaats van dat ze namens de macht elke keer weer een dominant verhaal,
dat de macht goed aanstaat, in markt zet. Zo is het nu. Dat is toch wat
ik zie gebeuren. Zo bewaakt ze het "Overtonvenster", zoals dat dan heet,
en handhaaft ze een opiniehegemonie. Dat is heel zorgwekkend. Dat zou de
journalistiek in Nederland, en dan vooral de NPO, zich aan moeten
trekken.
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. U heeft nog één minuut voor de tweede termijn straks. Dan is
het woord aan de heer Markuszower van de Groep Markuszower.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Dank u wel, voorzitter. Vandaag spreken we over het gedeelte Media van
de begroting OCW. Onafhankelijke media zijn natuurlijk een groot goed in
de democratie. Sterke onafhankelijke media die de machthebbers van een
land kritisch volgen, fungeren als de waakhond van de democratie.
Sommige media worden gefinancierd van belastingcenten. Een miljard euro
per jaar gaat naar de NPO, de publieke omroep, en dus is het niet zo
raar dat wij hier in de Tweede Kamer zo nu en dan eens kritisch bekijken
of dat geld nou goed besteed wordt. Onze fractie wil dat miljard het
liefst aan de mensen thuis teruggeven. Dan houden ze meer geld in hun
portemonnee over en met dat geld kunnen ze bijvoorbeeld wat makkelijker
boodschappen doen of een Netflixabonnementje nemen. De gemiddelde
Nederlander kijkt anno 2026 namelijk heel anders tv dan dertig of zelfs
tien jaar geleden. Een piepkleine bezuiniging wordt voorgesteld en heel
Hilversum is in paniek. De drogredenen vliegen ons om de oren. Zo zou de
publieke omroep ons, de Nederlander, beschermen tegen zogenaamde
desinformatie die verspreid zou worden via socialemediaplatforms of
grote techbedrijven. Laat mij niet lachen. Eenieder die een beetje heeft
gevolgd hoe de NPO verslag heeft gedaan van — de heer Bosma refereerde
er ook al aan — bijvoorbeeld de barbaarse slachting door monsterlijke
Hamasterroristen in Israël op 7 oktober 2023 en de
verdedigingsmaatregelen die Israël daaropvolgend heeft moeten nemen,
weet dat juist de NPO desinformatie heeft verspreid. Als u mij had
gezegd dat die P voor Palestijnse propaganda staat in plaats van voor
publieke omroep, had ik dat veel eerder geloofd.
De NPO-beleidsmakers lijken bevangen door een woke, links, globalistisch
perspectief en staan dus mijlenver af van wat de gewone Nederlander
verwacht van de publieke omroep, namelijk geen indoctrinatie, maar
objectieve en waarheidsgetrouwe berichtgeving. De voorbeelden zijn ook
al door andere sprekers voor mij genoemd, dus die sla ik even over. Er
zijn veel voorbeelden te noemen — die zijn dus net genoemd — van
verspilling van belastinggeld door de NPO. We hebben het dan nog niet
eens gehad over de gang van zaken rondom het Songfestival. Daarbij trekt
de linkse directeur van AVROTROS, die ooit Omroep Groen wilde oprichten,
eigenhandig de Nederlandse deelname in vanwege blinde haat naar Israël.
We hebben het ook nog niet gehad over de talloze optredens van
D66-leider Rob Jetten in NPO-producties als De slimste mens en aan de
NPO-talkshowtafels in aanloop naar de verkiezingen. Uiteraard mag ook de
NOS niet ontbreken in dit rijtje, met haar compleet vooringenomen
verslaggeving: altijd pro-Extinction Rebellion, pro-Hamas en anti-Trump.
Het is al gezegd. Een mooi voorbeeld is de zogenaamde objectieve
verslaggeving over Charlie Kirk. De vorige spreker refereerde
hieraan.
De voorzitter:
Er is een interruptie van de heer Krul.
De heer Krul (CDA):
Nee, voorzitter, ik heb een punt van orde. Het voelt een beetje als
mosterd na de maaltijd, als ik heel eerlijk ben. Maar we gaan nu op
individuele titel mensen Israëlhaat toeschrijven en ik vind dat echt te
ver gaan. Je kan een mening hebben over de publieke omroep en alles; dat
snap ik helemaal. Maar iemand wordt nu bijna op individuele basis zoiets
verweten. Dat vind ik eigenlijk niet kunnen.
De voorzitter:
Ik vind over het algemeen dat er heel veel namen vallen van mensen die
zich niet kunnen verdedigen. Daar zou ik dus sowieso iets van willen
zeggen. Misschien kan meneer Markuszower daar even rekening mee
houden.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ik heb geen naam genoemd, maar heb gerefereerd aan waarom dat
Songfestival nou geschrapt moest worden. In mijn taxatie was de haat
tegen Israël van die omroep, van die omroep, groter dan de liefde voor
het Songfestival. Dat is een zeer geliefd programma. Vele mensen kijken
daar altijd met veel plezier naar. Maar blijkbaar was de haat tegen
Israël groter bij die omroep.
Ik sla wat over, omdat vorige sprekers daar ook wat over hebben gezegd.
De kern van de zaak is duidelijk: in werkelijkheid wil de huidige
publieke omroep de democratie niet per se beschermen, maar vooral de
eigen politiek correcte kijk op de zaak in stand houden en natuurlijk,
niet te vergeten, de luxe baantjes met de royale salarissen die daarbij
horen, behouden. Het is al eerder gezegd: 85% van de Nederlanders is het
eens met de aangekondigde bezuinigingen. De bezuiniging van 150 miljoen
euro die nu voorligt, is een mooie start, maar wat ons betreft slechts
het begin. Er kan veel meer bezuinigd worden. Want waarom werken er
eigenlijk zo'n 500 mensen bij de linkse activistische omroep BNN-VARA?
Waarom werken er 700 mensen bij de politiek vooringenomen NOS? Wat te
denken van de honderden mensen bij de NPO-organisatie zelf, die geen
minuut aan zendtijd vullen, maar enkel en alleen toezicht houden en
toezien op het "coördinatieproces"? Het is allemaal te gek voor woorden
en niet eens pluriform, want het zijn allemaal hetzelfde soort mensen.
De publieke omroep vormt op geen enkele manier een afspiegeling van de
opvattingen en wensen van de Nederlandse bevolking en onderneemt ook op
geen enkele manier een poging om dat wel te zijn. Want wat gebeurt er
als een omroep met een écht ander geluid komt, zoals Ongehoord
Nederland? Zo'n omroep wordt op allerlei manieren tegengewerkt, niet
geaccepteerd en buitengesloten. Het kwam in 2023 zelfs bijna tot een
verbod. Vanwege het eenzijdige geluid dat de publieke omroep uitdraagt,
is deze eerder een ondermijning van de democratie dan een garantie
ervan.
Lokale en regionale omroepen willen wij op dit moment juist ontzien van
bezuinigingen. Die omroepen staan veel dichter bij de mensen en brengen
lokaal nieuws, cultuur en sport. Zij doen er echt toe voor de gewone
Nederlanders, in hun eigen gemeente of provincie. Zij zijn vaak veel
minder ideologisch belast en veel meer gericht op wat er echt leeft in
een samenleving.
Mevrouw Oualhadj (D66):
Ik zou de heer Markuszower graag willen vragen wat hij precies bedoelt
als hij zegt dat de omroep Ongehoord Nederland is tegengewerkt. In welke
zin bedoelt hij dat?
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
De heer Van Houwelingen refereerde er ook aan. Er zijn processen
geweest. Ze zijn tegengewerkt. Kijk naar waar zij van werden
beschuldigd. Vergelijk dat dan met wat andere omroepen tegelijkertijd
doen. Dan is de vraag waarom zij zo'n harde tik kregen, maar de andere
omroepen niet, terwijl die precies hetzelfde deden, namelijk nepnieuws
produceren en uitzenden of steeds heel eenzijdig naar een zaak kijken en
daar heel eenzijdig over berichten. Ongehoord Nederland kreeg daarvoor
op zijn falie, maar die andere omroepen werden met rust gelaten. Dat
noem ik "tegenwerking".
Mevrouw Oualhadj (D66):
Dank voor dit antwoord. Is de heer Markuszower ook bekend met de
journalistieke code? Hoe verhoudt het zogenaamde tegenwerken van
Ongehoord Nederland zich tot die journalistieke code, waar die zich niet
aan heeft gehouden?
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ik wil best met u meegaan in het idee dat er dingen misschien niet pluis
waren bij sommige omroepen. Mijn punt is: waarom krijgt Ongehoord
Nederland zo'n harde aanpak, maar die andere omroepen niet? Ik noemde
net in dit debat het Jeugdjournaal al. Dat wordt ook door een omroep
uitgezonden. Dat verspreidt gewoon gif, pro-Hamas-gif. Onze kinderen
worden daarmee vergiftigd. De woordvoerder van het CDA heeft het dan
over een snoepreclame of iets dergelijks tijdens zo'n uitzending. Dat
zou dan heel erg zijn. Maar tegen het echte gif dat er tijdens zo'n
uitzending wordt uitgezonden, pro-Hamas- en pro-terreurgif, wordt niks
gedaan. Maar als Ongehoord Nederland een verkeerde opmerking maakt of
iets zegt dat niet zo goed valt, huppakee, dan wordt er gelijk met alle
middelen en voor honderdduizenden euro's aan advocatenkosten, gekeken
hoe die omroep kapot kan worden gemaakt. Doe hetzelfde bij die andere
omroepen, of doe het bij helemaal niemand.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Oualhadj (D66):
Tot slot. Mijn vraag was een andere, namelijk hoe dat zich verhoudt tot
die journalistieke code waar alle omroepen zich aan dienen te houden.
Daar gaat mijn vraag over.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ik ben niet de toezichthouder; dat moet u echt met de toezichthouder
bespreken. Ik ga ervan uit dat er vrijwel geen journalisten zijn die
zich daaraan houden. Als ik naar NPO-programma's kijk, vooral naar die
talkshows, dan lijkt het erop dat niemand zich echt aan die
journalistieke code houdt. Ik zie namelijk heel veel nepnieuws mijn
ether binnenkomen.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
De bezuinigingen zijn dan ook geen bedreiging voor de democratie, maar
een terechte besparing waar de belastingbetaler recht op heeft, zodat de
zaken die werkelijk van belang zijn, een dak boven het hoofd of een
goede medische behandeling, weer wat goedkoper kunnen worden.
De aangekondigde hervormingen van het publieke bestel door de inregeling
van de omroephuizen wordt gepresenteerd als een garantie voor
pluriformiteit, maar naar onze mening zorgt die eerder voor nog meer
eenzijdigheid van het geluid van de publieke omroep. De voorgestelde
omroephuizen zijn niets anders dan een machtsgreep van de grote
omroepen. Dit blijkt uit diverse documenten die ze zelf hebben
opgesteld. De grote omroepen willen naar een nieuw systeem van — drie;
ik hoor net vier-plus-een, allemaal ingewikkeld — een aantal huizen. Het
gaat om de eerdergenoemde AVROTROS … Ik zal dat laten gaan vanwege de
tijd.
Ze willen dus naar die omroephuizen. Nogmaals, die omroephuizen zijn
niets meer dan een vorm van verkapte censuur die zorgt voor uitsluiting
van de echt andere geluiden, die binnen dit nieuwe bestel vermorzeld
zullen worden. Naar aanleiding van mijn vraag aan mevrouw Martens: het
is mij ook niet duidelijk. Ik stel de vraag graag aan de minister. Hoe
ziet de minister het voor zich, als sommige omroepen geen dak, geen
thuis kunnen vinden in die omroephuizen? Wat gebeurt er met die
omroepen, welke zijn dat en wat zijn de consequenties? Hoe ziet hij
dat?
Het Nederlandse volk verdient beter dan deze nieuwe machtsgreep: een
totaal eenzijdige publieke omroep met haar waardeloze — vaak, niet
altijd — en politiek gekleurde producties die bakken met belastinggeld
kosten. Ik zal in tweede termijn een motie indienen die oproept de
bezuinigingen te maximaliseren, maar de plannen voor de censuurhuizen
naar de prullenbak te verwijzen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Van der Plas van de
BBB.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel, voorzitter. De publieke omroep speelt voor heel veel mensen
een belangrijke rol bij het duiden van gebeurtenissen in Nederland en
daarbuiten, maar het mediagedrag verandert snel. Jongere generaties
kijken minder gewone televisie, digitale platforms winnen terrein en het
vertrouwen in traditionele media staat onder druk. Juist daarom is het
belangrijk dat de publieke omroep, inclusief de NOS als zelfstandige
taakomroep binnen het NPO-bestel, aantoonbaar voldoet aan de wettelijke
normen. De afgelopen jaren zien we in rectificaties en publieke
discussies signalen dat naleving van die normen niet altijd consequent
verloopt. Het gaat daarbij niet om intenties of individuele fouten, maar
om vragen rondom structuur en borging. In het publieke debat staat nu
vaak een handvol mediavoorbeelden centraal, maar dat leidt af van de
hoofdvraag, die wel aan deze Kamer is: is het toezicht op die wettelijke
normen voldoende ingericht? Die vraag raakt niet alleen de NPO, maar ook
ons als parlement. Publieke media worden met belastinggeld gefinancierd
— we hoorden het bedrag hier al: 1 miljard euro — en publieke taken
vragen ook om publieke verantwoording.
Voorzitter. Andere landen hebben laten zien dat een scherp toezicht
samengaat met redactionele onafhankelijkheid. Het Spaanse model, waarin
een parlementaire commissie niet inhoudelijk stuurt maar toeziet op
naleving van processen en normen, biedt een interessante vergelijking.
Daar wordt gecontroleerd op structuur: hoe werkt hoor en wederhoor, hoe
worden de bronnen gewogen, hoe wordt openheid geborgd? Dat gaat niet
over uitzendingen, maar over governance oftewel bestuur, beheersing en
toezicht. Is de minister bereid om te verkennen hoe een Nederlandse
variant van de Spaanse parlementaire controlecommissie kan bijdragen aan
transparantie, vertrouwen en borging van onafhankelijkheid zonder aan
redactionele vrijheden te tornen? Kan de minister de Kamer een overzicht
sturen van mogelijke modellen voor versterkte democratische
verantwoording van de publieke omroep, inclusief het Spaanse model en
eventuele alternatieven? En is de minister bereid om de voordelen en de
nadelen daarvan per model overzichtelijk in beeld te brengen?
Mevrouw Oualhadj (D66):
Ik zou mevrouw Van der Plas willen vragen hoe het voorstel dat ze
zojuist presenteerde, verschilt van de instituties die wij hebben, dus
van het Commissariaat voor de Media, de Ombudsman et cetera.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Het verschil is een parlementaire commissie.
Mevrouw Oualhadj (D66):
Ja, dat snap ik. Maar wat is dan inhoudelijk het verschil?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Wat ik net al zei; ik ga even terug naar mijn tekst. Het Spaanse model
ziet toe op de naleving van de processen en normen. Ik vind dat een
interessante vergelijking, omdat er wordt gecontroleerd op de structuur.
Wij voeren hier wel debatten, maar een aparte parlementaire commissie
die toetst aan wat het Commissariaat voor de Media doet, lijkt mij een
interessante vorm. Ik zeg niet dat wij het hier moeten invoeren omdat
het allemaal niet klopt wat hier gebeurt. Maar ik vraag wel aan de
minister om daar een verkenning naar te doen en te kijken of dat hier
ook zou passen.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Oualhadj (D66):
Ik vraag dat omdat het, als we het parlementair maken, lijkt op
politieke inhoudssturing. Volgens mij hebben we het in Nederland juist
zo georganiseerd dat het op afstand is georganiseerd, dus via
onafhankelijke toetsing en niet via politieke druk. Is dat dan wat
mevrouw Van der Plas bedoelt?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik heb erbij gezegd dat het niet gaat over de inhoud van de
programma's.
De voorzitter:
Maar meneer Mohandis heeft ook een vraag.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik probeer uw voorstel goed te volgen. Naar aanleiding van uw opiniestuk
heb ik geprobeerd me te verdiepen in het Spaanse systeem, ook al is het
Spaans van mijn ouders wel oké maar van mij niet. Toch heb ik met
Translate geprobeerd het te begrijpen. Dat was wel zoeken naar waarin
dit nou werkelijk verschilt van de rol die wij de afgelopen jaren hebben
vervuld. Dat is mijn vraag aan mevrouw Van der Plas. De heer Bosma is
nestor in deze commissie en ik loop ook al wat langer mee. We proberen
natuurlijk ook vanuit de Mediacommissie te sturen op structuren om
dingen, kaders, mee te geven. De heer Elias heeft de ombudsman in het
leven geroepen via een motie; dan heb ik het over de NPO-ombudsman. Het
is zoeken naar wat zo'n parlementaire commissie meer kan dan onze
controlerende rol via het kabinet, ook op het punt van de financiering,
het bestel en de structuren. Het is voor mij dus zoeken naar wat dit
werkelijk méér gaat doen.
De voorzitter:
Twee interrupties.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank voor deze vraag. Ik dacht overigens dat de heer Mohandis al door
zijn interrupties heen was, maar hij is natuurlijk hartstikke welkom om
deze uitgebreide vraag te stellen.
De voorzitter:
De heer Mohandis geeft lange antwoorden, maar hij had nog niet zoveel
lange vragen gesteld.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
O, hij had geen interruptie. Hij had geen antwoorden meer; daar ging het
eigenlijk om.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Oké, dank u wel. Dat is juist waarom ik de minister vraag om een
verkenning, namelijk om te kijken hoe dit beter kan worden ingericht en
hoe dit beter kan worden geborgd. Het Verenigd Koninkrijk heeft ook een
model en heeft recent de BBC gewoon opgedragen om primetime iets te
rectificeren. Ik ben daar dus gewoon zoekende naar. Ik ben zelf 35 jaar
journalist geweest. Wat ik graag wil, is dat het vertrouwen in de media
in het algemeen, dus in alle omroepen, met welke politieke kleur dan
ook, wordt hersteld. Alles wat wij daaraan kunnen doen, moeten we doen,
want het werkt op dit moment niet. We zien in de samenleving dat het
vertrouwen in de traditionele media gewoon echt fors minder is geworden.
Ik hoor dat ook overal om mij heen, niet alleen in mijn eigen bubbel,
maar overal waar ik kom. Mensen die ik spreek op straat hebben het daar
heel vaak over. Dat is toch niet wenselijk? Dat is eigenlijk de vraag.
Vandaar dat ik naar die verkenning vraag.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Heel kort. Dit is ontzettend interessant. Kunt u misschien wat
voorbeelden daarvan geven? Wat zeggen mensen dan tegen u? Waarom
vertrouwen ze de media niet meer?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik kan daar zeker voorbeelden van geven. Mensen zeggen bijvoorbeeld
tegen mij: hoe kan het toch dat er bijvoorbeeld bij de NOS of bij
programma's die bij de NPO worden uitgezonden, helemaal niets wordt
gezegd over de rol van Hamas in alles wat er in de afgelopen jaren is
gebeurd? Mensen zeggen tegen mij: ik hoor op het nieuws zeggen "Dat
verklaart het ministerie van Gezondheid in Gaza", zonder dat daarbij
verteld wordt dat dat ministerie van Gezondheid Hamas is. Mensen hebben
niet het gevoel dat zij goed genoeg worden geïnformeerd. Daarmee worden
heel veel kijkers in Nederland ook op het verkeerde been gezet, want als
ik vervolgens aan mensen om mij heen vraag of zij ervan op de hoogte
zijn dat het ministerie van Gezondheid Hamas is, een terroristenclub,
kijkt de helft van de mensen mij wezenloos aan. Die hebben echt geen
idee. Het laatste voorbeeld dat ik kan noemen — ik heb heel veel
voorbeelden, want ik heb hier een hele stapel — is heel sprekend: na de
moord op Charlie Kirk werd gewoon gezegd dat hij alle vrouwen "dom" had
genoemd en dat zo'n aanslag wel te verwachten was, terwijl hij dat
volstrekt niet heeft gezegd.
Mensen worden dus gewoon op het verkeerde been gezet. Mensen worden daar
boos over. Mensen voelen zich eigenlijk ook een beetje als dom
neergezet, alsof zij zelf niet naar die informatie kunnen zoeken en
alsof wat hun op televisie wordt verteld de waarheid is. Maar mensen
zoeken wél zelf en zien dan ook dat het allemaal eigenlijk veel
genuanceerder ligt en dat de context helemaal ontbreekt. Dat is gewoon
waarom het vertrouwen in de traditionele media fors is afgenomen. Ik zeg
niet "alle"; ik zeg ook niet "alle programma's" en ik zeg ook niet "alle
nieuwsuitzendingen", maar het komt wel heel vaak voor. Ik vind dat wij
dat signaal serieus moeten nemen. Wij zijn hier de Tweede Kamer en wij
geven hier ook kaders aan. Wij moeten dit onwenselijk vinden en wij
moeten ook proberen daar iets aan te doen, zodat het vertrouwen wél
hersteld wordt.
De voorzitter:
Er komen nog een paar interrupties aan voor u, mevrouw Van der Plas, dus
graag iets korter antwoorden. Eerst de heer Krul.
De heer Krul (CDA):
Het is niet wenselijk dat mensen het vertrouwen in de media verliezen.
We zoeken naar een oorzaak. Zou een oorzaak ook kunnen zijn dat politici
er alles aan doen om dat wantrouwen te voeden, vraag ik aan mevrouw Van
der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Kijk, daar gaan we weer. Dit is precies wat ik ook in mijn opiniestuk
afgelopen week in De Telegraaf schreef. Zodra je kritisch bent op de
media of op wat er ergens in een programma is gezegd, gaat het meteen
over de kritiek die je levert, maar we hebben geen debat over de
argumenten die je daarvoor hebt. Ik vind het zó plat om steeds te zeggen
"dat komt omdat jij dit of dat hebt gezegd" of "dat komt omdat jij dat
en dat hebt gezegd". Ik heb net allerlei voorbeelden genoemd. We moeten
die signalen uit de samenleving ook serieus nemen. Ik wil daar een goed,
inhoudelijk debat over. Mensen mogen het totaal met mij oneens zijn en
ik mag het totaal met anderen oneens zijn, maar dan hebben we in ieder
geval een debat. Hiermee sla je het publieke debat zo plat ... Daar ga
ik gewoon niet aan beginnen.
Mevrouw Oualhadj (D66):
Ik zou mevrouw Van der Plas toch mee willen geven dat er een verschil is
tussen kritiek hebben en verdacht maken op grond van ongefundeerde
meningen en suggesties. Dat is volgens mij een belangrijk verschil. Ik
ben wel blij te horen dat mevrouw Van der Plas graag wil dat het
vertrouwen in de media weer wordt hersteld. Maar dat vertrouwen in
traditionele media neemt natuurlijk ook af — die geluiden hoor ik ook —
wanneer een vicepremier veel twijfel zaait over diezelfde media. Dat is
weer wat ik hoor qua geluiden.
De voorzitter:
Twee interrupties.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik ben het daar niet mee eens. Ik denk dat daarover ook al heel veel
gezegd en geschreven is. U doelt op Mona Keijzer en haar tweet,
overigens niet op haar ministersaccount maar op haar persoonlijke
account, met een tongue in cheek, zoals dat heet. Echt, hoeveel geld het
wel niet heeft gekost qua talkshows om het te hebben over de tweet van
Mona Keijzer ... Letterlijk elke talkshow, elk nieuwsprogramma ging er
een week lang over: disproportioneel. Ik vind dat we er een goed debat
over moeten hebben. Nogmaals, ik ben 35 jaar journalist geweest. Weet u
hoe dat vroeger ging op een redactie? De deur stond open en als een
burger het niet met je eens was, kwam die gewoon binnenlopen, roepend en
schreeuwend dat hij het niet eens was met wat je had opgeschreven. Je
nodigde meneer of mevrouw uit voor een bakje koffie. Dan ging je zitten
en dan was het "we zijn het erover eens dat we het niet eens zijn" of je
zei "schrijf maar een brief of dien een klacht in". Dat is van alle
tijden, kritiek op de media, ook toen ik bij de kranten werkte. Daarom
zei ik in het opinieartikel ook dat persvrijheid ook een kwestie is van
kunnen omgaan met kritiek en daarover een publiek debat of een discussie
voeren.
De voorzitter:
Een vervolgvraag.
Mevrouw Oualhadj (D66):
Begrijp ik nou goed van mevrouw Van der Plas dat mevrouw Keijzer dus een
kopje koffie had kunnen gaan drinken op de redactie? Ik begrijp dan dat
het vroeger anders ging. Ik begrijp ook niet helemaal wat mevrouw Van
der Plas bedoelt met "het persoonlijke account". Is het dan niet de
vicepremier die spreekt? Hoe moet een burger nou precies weten of een
vicepremier al dan niet op persoonlijke titel communiceert? We hebben in
het verleden ook voorbeelden gezien. Oud-politicus Nawijn zei ooit dat
hij als mens weliswaar voor de doodstraf was, maar als minister tegen.
Over wie hebben we het nou precies? Hij kreeg het daar ook niet per se
heel makkelijk mee.
De voorzitter:
Uw interrupties zijn nu op.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
We gaan de discussie weer helemaal opnieuw doen. Nogmaals, een week lang
is het in elke talkshow urenlang hierover gegaan. Tel daar even de
voorbereiding van de redacteuren bij op, de voorbespreking, het
uitnodigen van gasten en alle kosten die daarmee zijn gemoeid. De NPO
wordt gewoon gefinancierd met belastinggeld. Dat is 1 miljard euro. Dan
ben je niet gevrijwaard van kritiek. Daar wordt hier zo ongelofelijk
krampachtig mee omgegaan. Wij vertellen niet wat Pauw en De Wit al dan
niet in het programma mogen hebben of welke gasten ze wel mogen
uitnodigen en welke niet. Wij bemoeien ons niet met de inhoud.
Maar of ze een kopje koffie had moeten drinken? Dat moet u aan mevrouw
Keijzer vragen; daar ga ik niet over. Ik leg alleen uit dat journalisten
vroeger niet zo krampachtig waren over kritiek. Dat hoorde gewoon bij je
vak. Dat was niet altijd leuk, maar het hoorde erbij. Weet je, dan
beginnen we weer hierover en ik wil het hier wel de hele avond over
hebben, maar mij gaat het om de hoofdlijn hierbij, namelijk of je wel of
niet iets van kritiek mag hebben op een organisatie die — mind you — per
jaar 1 miljard euro belastinggeld krijgt en of we wel of niet willen
helpen om het vertrouwen in die publieke media te herstellen. Dat gaan
we niet bereiken door constant dingetjes plat te slaan, zo van: die zei
toen dit en die zei dat en dat mag niet. We moeten het hierover hebben.
Dat blijkt gewoon te leven in de hele samenleving, dat blijkt ook uit de
enquête van De Telegraaf. Laten we dat gewoon doen en laten we niet zo
krampachtig en hysterisch doen.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Mevrouw Van der Plas gaf precies het antwoord op de vraag die ik had.
Een geweldig antwoord; daar ben ik het helemaal mee eens.
De voorzitter:
Goed zo! Vervolgt u uw betoog.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. Behalve bij de journalistieke norm willen we ook stilstaan
bij de pluriformiteit, oftewel de veelzijdigheid binnen het bestel zelf.
Met uitzondering van enkele uitgesproken omroepen is het voor het
publiek vaak moeilijk te herkennen waarin organisaties werkelijk
verschillen. Pluriformiteit, oftewel veelzijdigheid, is een kerntaak van
het bestel, maar dan moet die veelzijdigheid wel zichtbaar zijn.
Daar komt bij dat de NPO-begroting voor 2026 een tweede zorgpunt
blootlegt: de bezuinigingen worden vrijwel volledig neergelegd bij het
programmabudget, terwijl de bestuurslaag en de managementstructuren
grotendeels ongemoeid blijven. Dat betekent dat redacties, programma's
en makers als eerste geraakt worden, terwijl de overhead niet
meebeweegt. Dat is moeilijk uit te leggen en staat haaks op sober
organiseren. Als een publieke taak onder druk staat, moet een
organisatie bij zichzelf beginnen en niet bij de inhoud. Vindt de
minister het verdedigbaar dat de top van een raad van bestuur, raad van
toezicht en directie- en managementlagen nagenoeg volledig worden
ontzien, terwijl programma's en makers al wel fors worden geraakt? Kan
de minister uitleggen op basis waarvan de NPO stelt dat men zich
voorbereidt op bezuinigingen? Is het beeld juist uit de begroting en de
jaarverslagen van de NPO dat er geen concrete plannen zijn om de
bestuurscultuur te verkleinen? Zo niet, waarom is er onlangs een tweede
bestuurder bij de EO gekomen? Is de minister bereid de NPO op te dragen
een transparant bezuinigingsplan aan te leveren waarin duidelijk is
welke interne lagen worden afgeschaald?
Voorzitter. Ik wil heel kort ingaan op de regio. De heer Ceder gaat dat
ook doen. Regionale omroepen zijn essentieel voor de lokale democratie,
voor de controle op gemeentebesturen en voor de herkenbaarheid voor
inwoners. Juist de regionale journalistiek staat onder druk. Hoe
voorkomt de minister dat regionale redacties worden opgeslokt door
landelijke formats en zo hun eigen identiteit en controlefunctie
kwijtraken?
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Ceder van de
ChristenUnie.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Het is goed dat we vandaag spreken over de
media. Er is al veel gezegd. Voor de ChristenUnie zijn een sterke
publieke omroep, pluriforme media en onafhankelijke journalistiek van
groot belang. Logischerwijs gaat er veel aandacht uit naar de publieke
omroep. Over veel programma's hebben we al de aankondiging gehad dat ze
moeten stoppen. De EO liet bijvoorbeeld weten te stoppen met het
ontwikkelen van dramaseries en documentaires, terwijl een serie als De
Joodse Raad veel lof ontving en de omroep ook veel unieke documentaires
heeft gemaakt.
Voorzitter. Het valt me op dat dergelijke keuzes door de NPO worden
gemaakt, terwijl zij slechts beperkt snoeien in de flinke groei van
bijvoorbeeld het aantal medewerkers de afgelopen jaren. Zouden omroepen
daar zelf niet meer over te zeggen moeten hebben? Ik zou daarop graag
een reflectie willen.
In de kaderbrief werd gesteld dat er vier of vijf omroephuizen zouden
moeten komen en dat het aan de omroepverenigingen is om tot een
verdeling te komen. Houdt die belofte stand? Ik heb net kennisgenomen
van het voorstel van de drie formerende partijen; ik zal naar de tekst
kijken. Klopt het dat het nog steeds aan de omroepverenigingen is om tot
een verdeling van de omroephuizen te komen? Zo kan er gesnoeid worden in
de overheadkosten, maar blijft er wel ruimte voor pluriformiteit. Is dat
het uitgangspunt van de minister?
Wordt in de nieuwe wet ook het ledencriterium verankerd als manier om
maatschappelijke verankering aan te tonen? Ik hoor graag een concrete
toezegging van de minister.
Daarnaast zie ik een wonderlijke gang van zaken rondom het
amendement-Bontenbal — het ging er al over — waarin de verlaging van de
rijksbijdrage duidelijk is gekoppeld aan het ophalen van meer
onlinereclame-inkomsten voor de Ster. Mijn fractie is er duidelijk over
en ik weet dat het CDA dat ook is geweest, bijvoorbeeld in het debat
over de gewijzigde begroting eind 2024. Kan de minister nogmaals
reflecteren op de manier waarop hij met huidige besluit recht doet aan
het amendement, dat vervolgens ook de begroting aan een meerderheid
heeft geholpen?
Voorzitter. Dan een paar andere onderwerpen. Vorig jaar werd mijn motie
aangenomen die verzocht om te onderzoeken hoe de schermtijd voor
kinderen onder de 2 jaar kan worden beperkt. Experts waarschuwen immers
voor de gevolgen van schermgebruik voor bijvoorbeeld de
hersenontwikkeling. Het is goed dat in de vorig jaar opgestelde
richtlijn schermgebruik wordt afgeraden voor kinderen onder de 2 jaar.
Terecht wordt gezegd dat het belangrijk is dat de richtlijn landt in de
samenleving. Is de minister bereid om hier met partners een concreet
plan voor op te stellen om zo veel mogelijk ouders te bereiken? Eind dit
jaar kan Nederland voorstellen indienen voor herziening van de richtlijn
over audiovisuele mediadiensten. Het lijkt me goed om te pleiten voor
het verbieden van televisieprogramma's specifiek voor baby's en peuters.
In Frankrijk geldt een dergelijk verbod al. Is de minister bereid om
hier ook in Europees verband voor te pleiten?
Voorzitter. Dan de lokale media. De lokale media zijn cruciaal voor de
lokale nieuwsvoorziening en democratie. Met de nieuwe wet die de
minister voorbereidt, komt er voor de lokale omroepen een
stelselherziening per 1 januari 2028, zo is de planning. Gemeenten zijn
dan niet meer verantwoordelijk voor de financiering van deze omroepen.
De vrees bij de lokale omroepen is dat de vrijwillige bijdrage van
gemeenten — dit jaar is dat circa 9,5 miljoen euro — per 2028 gaat
verdwijnen. Herkent de minister deze zorgen? Is hij het met mij eens dat
lokale omroepen vanaf 2028 per saldo niet minder budget mogen krijgen
dan nu het geval is? Is de minister bereid om via een inventarisatie
onder gemeenten in kaart te brengen hoe groot het risico is op het
grotendeels wegvallen van de vrijwillige bijdrage en duidelijkheid te
geven over hoe wordt geborgd dat de lokale omroepen over voldoende
budget blijven beschikken? Ik wil hierover ook een motie indienen om te
garanderen dat de budgetten niet kleiner worden. Die kan ook rekenen op
steun van een meerderheid van de Kamer. Ik weet dat een aantal partijen
deze motie ook mee willen tekenen. Ik hoop dat we dit kunnen borgen en
dat we vandaag ook een toezegging van de minister krijgen, zodat we
duidelijkheid krijgen.
Voorzitter. Tot slot wil ik aandacht vragen voor omroepen die uitzenden
op plaatsen waar helemaal geen vrije pers en media zijn. Zo staat
Venezuela, een buurland van ons Koninkrijk, zeer laag op de ranglijst
van de Press Freedom Index van RSF. Vanaf Bonaire kan er bijvoorbeeld
via Radio Ayaca 800 uitgezonden worden. Zo zijn er meerdere omroepen in
Nederland. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor Radio Dabanga, die vanuit
Amsterdam-Zuidoost miljoenen Sudanezen bereikt, en zo zijn er nog andere
zenders die internationaal van waarde zijn. Ziet de minister hoe de
lokale media een rol kunnen spelen om deze omroepen te versterken? Is de
minister of zijn collega van BZ of van BZK bereid om via gesprekken met
initiatiefnemers te bezien hoe dergelijke initiatieven steun kunnen
verdienen van Nederland en ons Koninkrijk, en de Kamer hierover op een
later moment te informeren?
Voorzitter. Ik hoop dat de minister dit ter harte neemt. Verder sluit ik
me aan bij de vragen die al gesteld zijn. Voor nu laat ik het
hierbij.
De voorzitter:
Dank u wel. Er is een vraag van de heer Van Houwelingen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Net als de ChristenUnie vinden wij onafhankelijke media ook heel
belangrijk. De collega van de heer Ceder, Eerste Kamerlid Erik
Holterhues, is voorzitter van de raad van toezicht van KRO-NCRV. Hoe
kijkt de heer Ceder daartegen aan?
De heer Ceder (ChristenUnie):
Volgens mij hebben we met elkaar besloten dat er in de Eerste Kamer een
aantal rollen wel verenigbaar zijn en een aantal niet. Deze zijn
verenigbaar. Anders word je ook niet geïnstalleerd. Gezien de aard van
de parttimerol van Eerste Kamerleden zou dat prima te combineren moeten
zijn, mits je op de portefeuilleverdeling let.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan tot slot de heer Struijs van 50PLUS.
De heer Struijs (50PLUS):
Dank u. Wij zijn voor het eerst in deze commissie, dus misschien zal ik
hier en daar wat open deuren intrappen, maar ik vind het toch belangrijk
om het standpunt van 50PLUS voor de toekomst kenbaar te maken.
Laat ik duidelijk zijn: 50PLUS strijdt voor het behoud van
omroepverenigingen binnen het publieke omroepbestel. Omroepverenigingen
zijn dé manier waarop de publieke omroep verbonden blijft met de
samenleving. Ze zijn met gemeenschapsgeld opgebouwd, diepgeworteld in de
maatschappij en ze vertegenwoordigen groepen Nederlanders. Gooi die
krachtige verenigingen dus niet te snel overboord, maar versterk ze in
hun eigentijdse tijdgeest.
Daarbij is structurele interactie met de achterban en met regionale
omroepen cruciaal voor 50PLUS. Onze visie is helder: pluriforme omroepen
met een eigen, herkenbare achterban. Net zoals in de politiek hoort ook
de publieke omroep zo te zijn samengesteld dat het geheel een goede
afspiegeling vormt van de samenleving, zodat iedere Nederlander zich
gehoord, gezien, geïnformeerd, vermaakt en geïnspireerd voelt op een
manier die bij zijn of haar leefwereld of overtuiging past, niet
gestuurd door winst, maar door publieke waarden en onafhankelijke
journalistiek. Dit is voor ons heel belangrijk.
50PLUS is daarom een uitgesproken voorstander van het externe pluriforme
bestel met omroepverenigingen als blijvende en dragende pijlers. Thema's
moeten vanuit verschillende invalshoeken belicht worden, maar dat lukt
alleen als de huidige omroepverenigingen behouden blijven en uiteraard
mee veranderen. Zonder hen verschraalt het aanbod en dreigt er een
eenheidsworst. Dat betekent niet dat alles moet blijven zoals het is.
50PLUS staat zeker open voor hervormingen, mits ze slim en doelmatig
zijn. Een nauwe samenwerking in de zogeheten omroephuizen kan daarbij
helpen. We staan zeker open voor een hervorming naar vijf omroephuizen.
Dat kan leiden tot meer doelmatigheid en een reductie van het aantal
bestuurders. Efficiënt aan de achterkant en pluriform aan de
voorkant.
De vermeende onbeheersbaarheid van het bestel zit echter niet per
definitie in het aantal omroepverenigingen of bestuurders, maar vooral
in de te grote rol van de NPO en in de bureaucratische en
arbeidsintensieve processen, met name rond de intekening van
programmering. Ik verwonder mij daar echt over. Wat nodig is, is een
duidelijke taakverdeling tussen omroepen en NPO. Omroepen moeten meer
zeggenschap krijgen over hun media-aanbod. Daarbij hoort ook dat het
volledige programmabudget rechtstreeks over de omroepen wordt verdeeld.
Het huidige versterkingsbudget dat door de NPO naar believen gedurende
het jaar wordt toegekend, is ondoelmatig en leidt tot onderlinge
concurrentie tussen omroepen. Dat helpt niemand. De NPO zou zich moeten
ontwikkelen tot een ondersteunende organisatie met focus op kwaliteit,
distributieplatforms, vindbaarheid en duidelijkheid. Dat betekent ook
minder overleg, minder bureaucratie en meer ruimte voor de inhoud,
bijvoorbeeld de podcasts. Zo kunnen zowel de NPO als de afzonderlijke
omroepen helder worden beoordeeld op hun bijdrage aan de publieke
opdracht.
Feitelijk is voor een efficiëntere samenwerking misschien niet eens een
ingrijpende stelselhervorming nodig. De vorming van de omroephuizen kost
bovendien, zeker de eerste jaren, heel veel geld. De aanpak die 50PLUS
voorstaat, is effectiever en goedkoper. Ga aan de slag! Het totale
budget van de publieke omroep kan eigenlijk niet omlaag, maar het zij
zo. Het moet wel anders worden ingezet: meer middelen naar de omroepen
voor media-aanbod, innovatie en digitale transitie en binnen de NPO naar
uitstekende, laagdrempelige distributieplatforms die alle Nederlanders
bereiken. Mocht er toch worden bezuinigd, dan kan dat alleen verantwoord
als dat gefaseerd en synchroon met de vorming van de omroephuizen
gebeurt. Alleen zo voorkomen we dat bezuinigingen ten koste gaan van
programma's en journalistieke kwaliteit. Intensieve samenwerking bij de
omroepen is daarbij van essentieel belang. Ik zie hier een heleboel
dingen voorbijkomen. Hoe kijkt de minister hiernaar?
Voorzitter. De publieke omroep is van en voor iedereen en is daarmee de
stem van het volk. Bereik om het bereik is niet het doel, maar impact en
publieke waarden. De kern is: betrouwbare informatie, een veelzijdig
aanbod en hoogwaardige journalistiek. Samen vertegenwoordigen de
omroepverenigingen meer dan 1,8 miljoen leden. Zij vormen bovendien een
belangrijke pijler van de creatieve industrie en werkgelegenheid in de
hele productieketen. Bezuinigingen raken dus niet alleen programma's,
maar een complete sector. 50PLUS staat ook open voor een meer open
bestel, waarbij publieke en private samenwerking veel meer mogelijk is,
maar we waken wel voor de publieke waarden erachter.
Voorzitter. Kortom, 50PLUS is tegen onnodige bezuinigingen, maar voor
verstandige veranderingen. Publieke omroepen zijn onmisbaar voor
onafhankelijke journalistiek, maatschappelijke verbondenheid en onze
cultuur. In mijn verwonderfase die ik heb als fractievoorzitter
...
De voorzitter:
Wilt u afronden?
De heer Struijs (50PLUS):
... van 50PLUS wil ik de minister vragen wat hij met de stapel moties
gaat doen die ondertussen zijn rondgegaan en geaccordeerd. Dat is wel
een vraag in mijn verwonderfase: hoe gaan we verder met alle
veranderingen die vanuit de Kamer zijn gevraagd?
De voorzitter:
Dank u wel. Uw tijd is ook bijna op, maar mevrouw Nanninga heeft een
vraag.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Of omroepen de stem van het volk zijn, weet ik zo net nog niet. Maar
goed, die opmerking is voor uw rekening, meneer Struijs. Ongeveer 75%
van die Nederlanders, het volk dus, vindt dat ook de salarissen van
omroepbestuurders een heel goede bezuinigingspost voor dit kabinet zijn.
Hoe ziet 50PLUS dat?
De heer Struijs (50PLUS):
Zoals ik al zei, zijn we zeer kritisch op de bestuurders, niet alleen op
het aantal maar mogelijk ook hun salariëring. Daar gaan we zeker
kritisch naar kijken, want wij zijn echt gericht op het maken van
programma's, zo pluriform mogelijk.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Van der Plas heeft ook nog een vraag.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Hoe kijkt de heer Struijs van 50PLUS naar de discussie die we hier net
hebben gevoerd? De achterban van 50PLUS bestaat uit 50-plussers, onder
wie ook veel echt oudere mensen, die misschien niet de mogelijkheid
hebben om zelf iets te onderzoeken. Hoe wil 50PLUS waarborgen dat deze
mensen feitelijk onafhankelijke berichtgeving krijgen?
De heer Struijs (50PLUS):
Ik verwerp deze beeldvorming, want ik zie hele verstandige 50-plussers
die juist onderzoeken en ons helpen te valideren. Dat is één. Twee. Ze
hebben wel degelijk een mening op basis van hun ondervindingen. Zij
kijken ook naar platforms. Het zal u verbazen: ik ben verbaasd over het
aantal grootouders met kleinkinderen dat op TikTok zit. Dat is massaal.
Het verbinden van generaties is voor ons cruciaal. Ze hebben wel
degelijk een mening. Ik vertegenwoordig mijn achterban zo goed mogelijk.
Natuurlijk leven er ook bij ons discussies, maar ik verwerp het beeld
dat ze geen mening hebben, want die hebben ze wel degelijk en die heb ik
zojuist proberen te verwoorden.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik heb niet gezegd dat 50-plussers geen mening hebben. Ik ben zelf een
50-plusser en ik heb een hele sterke mening, kan ik u vertellen. Kijk,
mijn moeder is 87. Daar doel ik een beetje op. Die is niet zo heel
handig. Ze kan mij een whatsappje sturen. Dat doet ze heel vaak. Dan
bemoeit ze zich heel veel met mij en dat is helemaal prima. Maar deze
mensen hebben geen computer, ze googelen niet, ze zoeken niet verder;
dat soort dingen. Ik heb het over die groep mensen binnen de 50-plussers
die niet weten hoe ze dat moeten doen en dat ook helemaal niet willen
doen. Ze willen gewoon televisiekijken, naar de NOS, naar Pauw & De
Wit en naar whatever. Ze willen gewoon objectieve berichtgeving, maar
constateren vaak dat ze die kennelijk niet krijgen. Dat was de kern van
mijn vraag. Hoe gaat de heer Struijs, hoe gaat 50PLUS om met deze mensen
die dat niet kunnen, dus niet alle 50-plussers, en ...
De voorzitter:
Duidelijk, duidelijk.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
... hoe gaat 50PLUS binnen wat we nu allemaal bespreken borgen dat dat
wél gebeurt?
De heer Struijs (50PLUS):
Wij zijn te allen tijde voor het zo pluriform mogelijk toegankelijk
maken van deze informatie voor eenieder, of dat nu gebeurt door
studenten die aan huis komen om uit te leggen hoe die platformen werken
of door de bibliotheken te stimuleren om dat te doen. Wij hebben zelf
veel oploopjes georganiseerd om in de mondelinge discussies te valideren
wat er enorm leeft en vele kanten te laten belichten, niet alleen door
onze mensen, maar ook door deskundigen. En ja, ook ik ken 80-plussers
die zeggen: is het nu allemaal waar wat ik hier voor mijn kiezen krijg?
Wij proberen dan toch handreikingen te doen, op de manier die ik
beschreef, om toch die pluriforme meningen … Maar ik herhaal nogmaals:
ik ken ook heel veel 80-plussers die mij zelfs bij dit beleid helpen en
die uitermate goed op de hoogte zijn van hoe je tot onafhankelijke
waarheidsvinding komt.
De voorzitter:
Dank u wel. Deze 50-plusser gaat de vergadering schorsen en wel tot
18.30 uur, zodat de minister de antwoorden kan voorbereiden en wij ook
gelijk even kunnen eten.
De vergadering wordt van 17.44 uur tot 18.30 uur geschorst.
De voorzitter:
Dames en heren, het is 18.30 uur. De minister is stipt op tijd en de
Kamerleden die er nog niet zijn, zullen zo binnendruppelen. We gaan
beginnen met de beantwoording van de vragen van de Kamerleden. De
minister heeft zes blokjes voorbereid en ik stel voor dat hij begint met
die op te noemen.
De minister.
Minister Moes:
Dank, voorzitter, en dank aan de fracties en de Kamerleden voor hun
mooie inhoudelijke uitwisseling van visies en gedachten. Ik heb de
beantwoording inderdaad in zes blokjes verdeeld, te weten: de hervorming
van het landelijke stelsel, de bezuiniging, lokaal en regionaal,
journalistieke vrijheid en onafhankelijkheid, persveiligheid, en overige
vragen over de mediasector. Ik begin maar gelijk met de hervorming van
het landelijke stelsel.
Voorzitter. Er waren een aantal vragen over wat ik ga doen met de stapel
moties die in het verleden zijn behandeld en aangenomen en met de
planning. Die planning zou krap zijn en daarom zijn er ook vragen over
het tempo van de hele stelselwijziging. Het punt is dat de
stelselwijziging echt gezien moet worden als een pakket aan wijzigingen.
Het is dus niet zo dat je er allemaal zaken uit kunt plukken: dit willen
we en dat willen we. Je moet het echt zien als één grote
stelselwijziging. Het kan dus niet in stapjes en vandaar ook dat die
moties er nog als een stapel liggen. Dat wordt allemaal integraal
opgepakt. Dat nemen we allemaal mee in het wetsvoorstel en ik verwacht
dat dat voor de zomer in consultatie gaat. De Kamer zal er dan ook een
brief over krijgen.
Ik zeg daarbij "ik verwacht", want dat zal ik waarschijnlijk zelf niet
meer als bewindspersoon meemaken. Ik moet dus echt even een slag om de
arm houden. We weten dat zoiets nooit helemaal zeker is, maar als het
aan mij en mijn ambtenarenapparaat ligt, dan is het zeer zeker mogelijk.
Dat tempo vinden we dus heel erg belangrijk, want anders krijg je deze
stelselwijziging er niet voor de deadline van 2029 door. We zijn ons
daar heel goed van bewust en daar stuur ik ook op. Het tempo is hoog en
we denken daarom dat het kan, maar hoogstwaarschijnlijk zal mijn
opvolger dat moeten gaan doen. Maar daarin komen al die moties terug,
net zoals een aantal van de richtingen, verkenningen en kaders die ik
vanavond heb gehoord. Die kunnen daar ook nog in meegenomen
worden.
Maar ik geef wel alvast een winstwaarschuwing: alles wat nu voorgesteld
wordt als concrete uitwerking van dat stelsel als geheel, zal ik
ontijdig verklaren, omdat het gezien moet worden als een totaalpakket,
een totaalpakket aan wijzigingen. Ik kan het hooguit meenemen als
verkenning of als kader, want ik hecht eraan dat de Kamer het integraal
en politiek afweegt.
Dat even, zeg maar, als een blokje aan antwoorden, zodat ik niet alle
losse vragen staccato op hoef te pakken.
De voorzitter:
Ik heb verzuimd de Kamerleden te melden dat we net als zojuist vier
interrupties doen die langer zijn dan 30 seconden, maar dan tellen we ze
wel meteen als twee. Maar korte interrupties, dus korter dan 30
seconden, zijn gratis.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik kan me vinden in deze benadering, maar dan hoop ik wel dat de
minister er de komende twee, drie, vier weken dat hij nog minister is,
echt alles aan zal doen dat er nu ook echt tempo gemaakt gaat worden. We
hebben geen week meer te verliezen, willen we '29 halen.
Minister Moes:
Tot mijn laatste snik, voorzitter.
Mevrouw Oualhadj (D66):
Dank aan de minister voor de beantwoording. Heel fijn dat dat gebeurt,
maar waarom heeft de minister hierover dan niet zelf iets naar de Kamer
gestuurd?
Minister Moes:
Precies wat ik net uit probeerde te leggen: je moet dit echt integraal
regelen. Ik ga dus niet hapsnap elke keer stapjes naar de Kamer sturen.
Ik heb wel een belangrijke tussenstap gezet, omdat ik zag dat het de
omroepen zelf niet lukte. Die stap betreft het aantal omroephuizen. Mijn
voorganger heeft geprobeerd om dat via een gespreksleider aan de
omroepen zelf te laten. Die zijn daar gewoon niet goed uit gekomen,
moeten we helaas constateren. Daarom heb ik toen wel gezegd in een
Kamerbrief dat hier meer politieke regie nodig is. Ik zie overigens dat
die politieke regie opgepakt wordt, maar daar zijn straks natuurlijk de
nieuwe kabinetspartijen ook deelgenoot van.
Mevrouw Oualhadj (D66):
De regie is opgepakt, omdat die bleef liggen. Ik begrijp niet helemaal
wat u let, zeg ik via de voorzitter, om een integraal pakket naar de
Kamer te sturen.
Minister Moes:
Wij hebben die tijd gewoon nodig om het wetsvoorstel goed uit te werken.
En ik zei net al dat dat wetsvoorstel wat mij betreft voor de
zomervakantie in consulatie gaat. Er komt dan een brief met een concreet
voorstel naar de Kamer en in die brief wordt dan alles uitgewerkt. Dat
is het hoogst haalbare tempo van mijn kant.
Mevrouw Oualhadj (D66):
Het kabinet-Schoof heeft een jaar extra gekregen. Dat zei ik ook in mijn
bijdrage. Was een jaar extra dan niet genoeg?
Minister Moes:
Het is heel moeilijk om als een bewindspersoon die nog niet zo lang lid
is van wat wel een "dubbeldemissionair kabinet" wordt genoemd, terug te
reizen in de tijd om dingen sneller te hebben gedaan. Ik kan alleen een
inschatting maken van de situatie zoals die nu is.
Ik heb oog voor dat tempo en ik erken dat er echt tempo gemaakt moet
worden, want anders halen we de deadline niet. Het stelsel moet herzien
worden, maar tegelijkertijd moet je dat wel integraal wegen en
aanpakken.
Ik constateer dat de omroepen er zelf niet uit zijn gekomen. Daarom heb
ik nog niet zo heel lang geleden een brief naar de Kamer gestuurd waarin
ik aangeef dat de politiek meer regie moet pakken. Als de Kamer dat
vanavond niet had gedaan, dan had het zomaar gekund dat ik daar zelf een
voorzetje voor had gegeven. Maar de Kamer was dat ook dan niet eerder te
weten gekomen dan wanneer die brief met dat totaalpakket naar de Kamer
was gegaan. Achter de schermen zijn we echt heel hard aan het werk om
dit wetsvoorstel concreet en volledig te maken, zodat het in consulatie
kan gaan en zodat het naar de Kamer kan worden gestuurd.
De voorzitter:
Voor de laatkomers: we zitten in het blokje stelselwijziging. De
minister gaat door met de beantwoording van de vragen.
Minister Moes:
Mevrouw Van der Plas vroeg om de toezegging dat ik een verkenning zal
doen naar de mogelijkheid van een soort van Nederlandse vertaling van
het Spaanse model en dat ik de voor- en nadelen daarvan in kaart zal
brengen. Ik wil dat iets breder pakken, want een dergelijke verkenning
kunnen we nog heel goed meenemen in die brede afweging. Ik zeg daarom
toe dat ik hier wat breder naar zal gaan kijken. Je kunt bijvoorbeeld
het model van toezicht van het Verenigd Koninkrijk hierbij
betrekken.
Hoe werkt nou het toezicht binnen het stelsel en hoe doen andere landen
dat? Daar kunnen we van leren, zeker in Europees verband, want ook
binnen Europa worden het belang dat er vertrouwen in de journalistiek is
en het belang van toezicht en handhaving binnen het stelsel zeer hoog
gewaardeerd. Dat geldt zeker ook voor Nederland en daarom zeg ik toe dat
we dat goed gaan verkennen. Ik zal daarna ook met een soort van voor- en
nadelenlijstje komen, zodat de Kamer ook zelf kan kijken wat wel of niet
passend is voor ons. Ik zeg er tegelijkertijd wel bij dat een van de
onderdelen van het pakket aan maatregelen en de stelselwijzing de
versterking van de toezichthouders binnen dat stelsel is. Dus dat is een
spoor waar we nu al flink op inzetten.
Een vraag van de heer Markuszower: wat als een omroep geen plek kan
vinden in een omroephuis? De kaders waaraan die omroephuizen moeten
voldoen, zijn al eerder gedeeld, maar het uitgangspunt is dus dat alle
omroepen die dat willen, een plek kunnen vinden binnen een van de
omroephuizen. Ik bekijk op dit moment welke wettelijke opties er zijn om
te verzekeren dat alle omroepen die dat willen, een plek krijgen in het
nieuwe bestel.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Heel veel dank voor uw antwoord, minister, maar wat als omroepen dat nou
niet willen? Wat wordt er voor die categorie geregeld?
Minister Moes:
Dan gaan ze niet mee in het nieuwe stelsel als dat uiteindelijk
inderdaad een stelsel met omroephuizen wordt. Het stelsel gaat dan door
binnen de kaders die er nu liggen. Dat moet allemaal nog definitief
worden en daarom zeg ik nogmaals: het wetsvoorstel komt voor de zomer
naar de Kamer. Het uitgangspunt zijn de omroephuizen, maar als omroepen
niet mee willen doen in dat nieuwe bestel, dan doen ze niet mee. Dat wil
overigens niet zeggen dat het geluid dat die omroepen vertegenwoordigen,
niet mee kan doen in het nieuwe bestel. Het hele idee achter die
stelselwijziging is immers nou juist dat we zo veel mogelijk geluiden
uit de samenleving makkelijker toegang willen laten krijgen tot dat
nieuwe bestel.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Twee vervolgvragen. Ik probeer het heel kort in één. Wat als omroepen
wel willen, maar ze er gewoon samen niet uitkomen? Hoe ziet de minister
dat? En twee. Wat als een omroep uiteindelijk niet meegaat? Hoe borgt de
minister dan die pluriformiteit in dat overgebleven huis, zeg
maar?
Minister Moes:
Ik kan niet vooruitlopen op hoe die huizen precies samengesteld gaan
worden. Het uitgangspunt daarbij is, vooruitlopend op een vraag die
daarover is gesteld, dat de partijen daar onderling goed uitkomen. Het
lijkt me niet wenselijk dat we dan één huis voor alle overgeblevenen
hebben, dat we die allemaal bij elkaar in een omroephuis vegen. Ik zei
net al dat het uitgangspunt is dat iedere omroep die dat wil bij zo'n
huis kan. Ik ben aan het kijken naar welke wettelijke opties er zijn om
dat echt kracht bij te kunnen zetten. Tegelijkertijd denk ik dat als dat
problemen mocht opleveren en partijen er zelf niet uitkomen … Het is van
groot belang dat ze er wel zelf uitkomen, maar mocht dan niet het geval
zijn, zou ik zeggen dat daar meer politieke regie op nodig is, net als
op het aantal omroephuizen. Iedereen onderschrijft, ook de omroepen, dat
we een nieuw stelsel nodig hebben, dat het oude stelsel echt te oud is
en niet functioneert als zodanig.
De heer Van Houwelingen (FVD):
De minister vindt het ook belangrijk dat nieuwe geluiden toegang hebben
tot het bestel, maar met die hervorming wordt de ladder opgehaald. Er
kunnen geen nieuwe omroepen meer toetreden. Hoe kijkt de minister
daartegenaan?
Minister Moes:
Volgens mij is dit een hele goede vraag, want dit is precies de essentie
van waarom we die stelselwijziging willen: dat je niet meer met het oude
stelsel van de toetreding van omroepen werkt. Dat is namelijk heel erg
sterk op één manier georganiseerd, namelijk via verenigingen en met
leden, en dan moet je allerlei stappen zetten. We willen de toegang tot
die publieke omroep van nieuwe geluiden uit de samenleving
vergemakkelijken. Wat mij betreft is het niet zo dat het uitgesloten
wordt dat de ledenaantallen en de verenigingsstructuur criteria zijn,
maar er komen meerdere criteria. Het gaat er dus eigenlijk om dat als je
een nieuw geluid vertegenwoordigt of een ander geluid, als je zegt een
groep uit de samenleving te vertegenwoordigen en je toegang wilt tot het
publieke bestel, het heel erg om de manier gaat waarop je kunt aantonen
dat je een nieuw geluid bent en dat je dus ook een groep
vertegenwoordigt. Dat kun je dus bij wijze van spreken doen door te
zeggen "kijk, ik heb zoveel leden", maar het is gewoon niet meer zo dat
elke groep uit de samenleving zich organiseert via een vereniging en via
leden. Sommige wel, andere niet. We willen dus ook de manieren waarop je
die toegang organiseert pluriformer maken, veelzijdiger, met dus
meerdere manieren van toegang.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Een korte vervolgvraag. De beoordeling van de toegang van nieuwe
geluiden ligt in die hervorming toch, als ik het goed begrijp, bij het
bestel zelf? Zou bijvoorbeeld een omroep als Ongehoord Nederland er dan
ook makkelijk inkomen?
Minister Moes:
De bedoeling is natuurlijk dat daar heldere, navolgbare en
controleerbare kaders voor komen, zodat je een heel helder en
transparant proces afloopt, zo van: hé, dit is echt een nieuw geluid en
dit vertegenwoordigt ook een belangrijke doelgroep in de
samenleving.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Dank aan de minister. Jammer dat hij na al die maanden niet al iets meer
kan delen met ons over de hervorming. We voeren dit debat al twee jaar
en volgens mij liggen de aangenomen moties die ik voor me heb al enige
tijd op de stapel. De minister noemt een aantal zaken als "ter
overweging" en "zouden we mee kunnen nemen". Ik heb hier de stapel
moties voor mij en een daarvan is: verzoekt de regering te
verduidelijken dat een omroephuis uit ten minste twee omroepen moet
bestaan en neemt dit mee in de criteria. Aangenomen voorstel. Een
andere: overwegende dat vooraf afgesproken omroephuizen, et cetera, et
cetera, ledenaantallen niet als enige criterium en ons een overige lijst
hier te doen toekomen. Ik hoor de minister filosoferen over wat er
mogelijk is, maar we zijn nu op het moment aangekomen dat we het moeten
hebben over de volgende stap. De hele tribune zit vol met mensen die
graag willen weten wat de minister gaat doen en dan is mijn zorg dat ik
de minister na al die maanden hoor zeggen: het is aan de volgende
bewindspersoon. Dat is natuurlijk best zorgwekkend. Kan de minister
reflecteren op wat er dan wel al gedaan is en ons iets van handvatten
meegeven?
De voorzitter:
Dit waren twee interrupties. We hebben er weer vier, net als de vorige
keer, en onder de 30 seconden is gratis.
Minister Moes:
De criteria zijn eerder met de Kamer gedeeld, in mei heb ik begrepen. Ik
gaf net ook al aan dat het heel belangrijk is om dit als een
totaalpakket aan maatregelen te zien en als een volledige
stelselwijziging en niet als een optelsom van onderdelen daarvan door de
tijd heen. De moties die genoemd zijn, worden daarin meegenomen. Die
worden ook meegenomen in dat wetsvoorstel dat naar de Kamer komt. Ik
bestrijd overigens ten zeerste dat we een halfjaar stil hebben gezeten.
Dat is helemaal niet het geval. Er wordt heel hard hieraan gewerkt. We
willen hier ook tempo op zetten, zoals ik net ook al heb aangegeven,
omdat we heel goed beseffen — ik besef dat ook heel goed — dat dat nodig
is om de deadline te gaan halen.
De voorzitter:
Vervolgvraag.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Ja, heel kort. De minister heeft ervoor gekozen om de voortgang niet met
ons te delen. Het debat is ook twee maanden opgeschoven sinds de vorige
keer. In de tussentijd had er een brief naar de Kamer kunnen komen. Wat
is de reden dat de minister heeft besloten om de voortgang niet al te
delen met de Kamer?
Minister Moes:
Volgens mij liggen er inderdaad een heleboel kaders en moties en is ook
eerder met de Kamer gedeeld wat de uitgangspunten zijn. Daar is dus niet
heel veel nieuws over te melden, anders dan dat het in zijn volledigheid
bekeken moet worden. Dit is overigens wat mij betreft niet hét debat —
al kan natuurlijk alles besproken worden — over die stelselwijziging,
want we hebben het nu voornamelijk over de begroting. Zoals ik net al
zei, neem ik de uitgangspunten en ook de kaders mee, maar ik vind het
echt ontijdig om nu knopen te gaan lopen doorhakken over onderdelen van
die stelselwijziging. Ik vind het belangrijk dat dat in zijn
volledigheid bezien wordt.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
Minister Moes:
Een vraag van de ChristenUnie was of het klopt dat omroepen zelf gaan
over wie met wie een omroephuis vormt. Binnen de kaders gaan de omroepen
daar inderdaad zelf over. Dat is het uitgangspunt, maar ook daarbij is
het natuurlijk van belang dat men daar goed uitkomt samen. Dus ja, ook
dat is een verantwoordelijkheid die we graag primair bij de omroepen
zelf neerleggen, maar een voorwaarde is wel dat men daar goed uitkomt
natuurlijk. Ik heb het net volgens mij al gehad over dat ledencriterium.
Wat ik hierbij wel wil benadrukken, is dat daarmee geen extra
bestuurslaag gecreëerd moet worden. Het is prima als dat een criterium
is om te laten zien "wij zijn relevant, wij zijn een grote groep met
elkaar en wij willen ook toegang tot het bestel", maar dat moet dus niet
weer een soort mini-omroepje worden. Dat is nou juist niet de bedoeling
van die omroephuizen.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Helemaal mee eens. Kan ik als een concrete toezegging noteren dat het
ledencriterium wel degelijk een rol krijgt in het nieuwe bestel?
Uiteraard ervan uitgaande dat er geen nieuwe bestuurslaag komt, want dat
vinden wij ook niet wenselijk.
Minister Moes:
Ik zei net al dat ik zo'n ledenaantal, vanuit het maatschappelijk veld,
juist laat zien dat je een hele groep mensen hebt die een bepaald geluid
willen horen en zien op televisie. Dat vind ik een ontzettend legitieme
manier om aan te tonen dat je een legitiem geluid bent bij de publieke
omroep, dus wat mij betreft kan dat staan als toezegging.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik ben blij met deze toezegging. Ik denk dat dat veel onrust weghaalt.
Een toezegging veronderstelt wel dat er op een gegeven moment wat wordt
teruggekoppeld aan de Kamer. Wanneer zouden we de uitwerking daarvan dan
mee kunnen nemen? Is dat als de kaders verder bekend worden gemaakt
waarin dat expliciet wordt verwerkt?
Minister Moes:
Dit is een van de essentiële uitgangspunten van de stelselwijziging wat
mij betreft. Binnen het stelsel van omroephuizen gaat het heel erg om
hoe die toegang van die geluiden nou geregeld is. Dat is een van de
essentiële onderdelen. In het oude stelsel is dat bekend. Dat is best
een uitdaging als je als nieuwe omroep wilt gaan starten. Inmiddels kan
dat niet meer, want we gaan het sluiten met het nieuwe stelsel. Dus de
manier waarop is ontzettend belangrijk en daarom wil ik het juist als
integraal onderdeel zien. Ik hoop dat ik de Kamer daar voor de zomer
over kan informeren. Ik zei net al dat ik een slag om de arm houd, omdat
het hoogstwaarschijnlijk aan mijn opvolger is, maar qua planning gaat
het zeker lukken om de Kamer daar voor de zomer over te
informeren.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Martens-America.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Dat is een beetje gek, want de minister zegt net heel duidelijk over
aantallen omroephuizen et cetera dat hij daar niet op vooruit wil lopen
en nu gaat er wel een toezegging naar de ChristenUnie over hoe de
toetreding of ledenaantallen worden bepaald. Dus misschien kan de
minister toelichten waarom hier met twee maten wordt gemeten.
Minister Moes:
Dit stond ook al in de eerdere brief, dus dit is geen nieuwe
informatie.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
We hebben met de vorige minister een debat gehad over de gewenste
richting, maar er zaten nog veel open eindjes in de hervormingsbrief.
Wordt die nu het vertrekpunt? Is dat gewoon die brief? Begrijp ik goed
dat wij gewoon moeten wachten op een voorstel om vervolgens te kijken
hoe we dat precies gaan invullen? Is dat nu het vertrekpunt? Wat is dan
het kader waar u mee aan de slag gaat?
Minister Moes:
Het kader is die stapel met eerder aangenomen moties en de eerder
gegeven richting van de Kamer. Dat zijn gewoon de uitgangspunten.
Inmiddels ligt er ook een heel concreet getal op tafel van de formerende
partijen, en ik kan me zo voorstellen dat dat ook meegenomen wordt, al
ik wil daar niet al te vast op vooruitlopen. Dat zou helemaal niet raar
zijn, ook als de Kamer daar een oordeel over velt. Uiteindelijk moet dit
echt gezien worden als een totaalpakket aan wijzigingen en maatregelen
en moet dat in zijn totaliteit worden bezien. Er zijn zeker al over wat
kleine onderdelen in het verleden moties aangenomen en daar is een
richting op meegegeven. Dat moet zich gaandeweg uitkristalliseren. Wij
zijn daar heel hard mee aan het werk en er komt wat mij betreft gewoon
voor de zomer — qua planning is dat haalbaar — een concreet
wetsvoorstel.
De voorzitter:
Gaat u verder.
Minister Moes:
Dan een vraag over de relatie tussen cultuur en sterke omroepen. Cultuur
is gewoon opgenomen in de publieke mediaopdracht waar ook de landelijke
publieke omroep uitvoering aan geeft.
De heer Bosma vroeg waarom we een staatsomroep hebben. Nou, we hebben
geen staatsomroep; we hebben een publieke omroep.
De voorzitter:
Daar wil de heer Bosma iets over vragen.
De heer Martin Bosma (PVV):
Waarom hebben we een publieke omroep?
Minister Moes:
Omdat we dat nog altijd met elkaar in meerderheid belangrijk
vinden.
Dan de vraag van 50PLUS, over hoe ik aankijk tegen de bezuinigingen en
de hervormingen van de NPO. Dat is een vrij brede vraag. Ik zal beginnen
met zeggen dat ik vind dat het in de huidige tijd met een demissionair
kabinet niet aan het huidige kabinet is om verregaand te bepalen hoe dat
er exact uit gaat zien. Dat heb ik net ook al even benoemd.
Tegelijkertijd moeten die bezuinigingen echt als een apart traject
gezien worden, apart van de stelselwijziging als zodanig. Dat kan je
niet op één hoop gooien.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Mevrouw Martens refereerde al aan aangenomen moties. Er zijn ook moties
heel breed aangenomen in april. Er is bijvoorbeeld consensus in de Kamer
dat NTR en NOS één omroephuis moeten vormen. Ik ga er toch van uit dat
het niet weer een discussie wordt bij een wetsbehandeling of dat gaat
gebeuren. Ik leg het maar even uit. Ik verwacht eigenlijk gewoon een
heel mooi wetsartikel.
Minister Moes:
Dat verwacht ik ook.
De heer Ceder (ChristenUnie):
De ChristenUnie vindt het altijd belangrijk dat er qua hiërarchie sprake
is van een gelijk speelveld, dus dat als er inderdaad een meerderheid is
voor die vier-plus-een, NOS/NTR daar geen aparte status of een soort
hiërarchische positie in inneemt en onderdeel is van dat bestel. Mijn
vraag is of de minister het nog steeds op die manier ziet en het ook op
die manier gaat uitwerken.
Minister Moes:
Hier kan ik niet helemaal op vooruitlopen. Dat detailniveau heb ik nou
niet zo paraat. Het is wel zo dat in de keuze voor het aantal
omroephuizen de "plus een" altijd apart zo werd vermeld. Dus of het nou
drie-plus-een, vier-plus-een of vijf-plus-een was: het was altijd "plus
een" en het is ook wel zo dat de NOS en de NTR toch een iets andere rol
hebben binnen die omroephuizen. De significantie daarvan zou ook heel
best kunnen zijn dat er daar bijvoorbeeld niet nog andere omroepen bij
ingeschoven worden, maar dat wil niet per se zeggen dat het dan een
andere hiërarchische status zou hebben. Ik kan daar echter op dit moment
niet op vooruitlopen.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Die "plus een" veronderstelt inderdaad een status aparte en daar ben ik
niet op tegen. Ik denk dat dat goed kan werken, maar ik denk dat je niet
automatisch zou moeten veronderstellen dat in het organogram of in de
verdeling dan opeens een soort hiërarchische rolverdeling gaat ontstaan
tussen de een en de vier. Ik zou er in ieder geval voor willen waken dat
dat de uitkomst is van die status aparte. Het lijkt me ook goed om
mogelijke onrust daarover weg te nemen. Als de minister nu nog geen
antwoord kan geven over hoe hij dat voor zich ziet, kan dat misschien in
de tweede termijn. Het is voor ons in elk geval een belangrijk punt dat
we in ieder geval die duidelijkheid hebben met elkaar.
De voorzitter:
Dat was een lange interruptie, dus die telt voor twee.
Minister Moes:
Ik zal proberen het antwoord het waard te laten zijn. Het gaat hier niet
om een status aparte als zodanig en ook niet om een hiërarchische
verdeling. Het gaat er binnen die omroephuizen vooral om dat ze allemaal
een taakomroep zijn met een specifieke ingekaderde taak, maar dat moet
wel op een gelijkwaardig niveau. Op basis daarvan willen we die
verdeling maken. Nogmaals, ik wil daar niet al te vergaand op
vooruitlopen, ook omdat ik vanavond heb geleerd dat er al ideeën over
zijn in het kabinet dat nu gevormd wordt. Daar kan ik nu al van alles
over gaan zeggen, maar dan zou ik er te ver op vooruitlopen en dat ga ik
niet doen.
De heer Krul (CDA):
Als ik pompoensoep ga maken, dan kan ik wel zeggen dat ik alle
ingrediënten integraal ga afwegen en dat ik niet vooruit wil lopen op
wat ik die soep stop, maar ik kan wel beetje raden wat in ieder geval
één ingrediënt zal zijn: pompoen. Ik ben een beetje zoekende naar waarom
de minister het nou zo verrekte moeilijk vindt en helemaal niks wil
zeggen over wat er in die soep terechtkomt. Hij is toch bezig met een
wetsvoorstel? Hij kan toch even schetsen waar zijn afwegingen zitten,
wat af of b is en dat de voor- en nadelen daarvan zijn? Volgens mij is
daar niks mis mee.
Minister Moes:
Er zijn doorlopend in het proces telkens brieven naar de Kamer gegaan om
haar over die tussenstappen te informeren. Er zijn ook een aantal moties
aangenomen. Die liggen er ook. Dat is allemaal onderdeel van het proces.
Als de Kamer heel veel behoefte heeft aan een brief met een soort
tussenstand vooruitlopend op het wetsvoorstel rond de zomer, een soort
stand-van-zakenbrief, wil ik die best toezeggen, maar ook daarin zullen
nog geen definitieve keuzes gemaakt zijn. Die zal dan gaan over de
status van de uitwerking zoals we die nu hebben.
De voorzitter:
Wanneer kan de Kamer die brief tegemoet zien?
Minister Moes:
Binnen afzienbare tijd. Een paar weken.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Natuurlijk wil de Kamer graag een brief, want wij smeken al twee jaar om
voortgang. De minister had dus zelf ook kunnen aanvoelen dat de Kamer
graag een brief wil, zeker na de 35 aangenomen voorstellen. En dan heel
concreet: ik heb in mijn eerste termijn, in mijn eerste bijdrage,
gevraagd of de minister in zijn eerste termijn een tijdlijn kan schetsen
voor ons. Dat vraagt de heer Krul eigenlijk ook. Betekent dit dat die
niet gaat komen omdat er nu een toezegging komt?
Minister Moes:
Volgens mij heb ik genoemd wat de tijdlijn is, dat het wetsvoorstel voor
de zomer naar de Kamer gaat en dat de bedoeling is dat we de deadline
van 2029 gewoon gaan halen. Dat zijn gewoon de uitgangspunten.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Een verhelderende vraag. Volgens mij moet het voor de zomer in
consultatie. Als dat na de zomer gebeurt, zijn we te laat. Betekent dit
dat we er ervan uit kunnen gaan dat we de wet eerder kunnen verwachten
en dat ervoor gezorgd wordt dat die voor de zomer in consultatie gaat?
Ik hoor de minister die twee dingen namelijk door elkaar halen.
Minister Moes:
Het is de bedoeling dat die voor de zomer in internetconsultatie
gaat.
De heer Struijs (50PLUS):
Staat u mij toe om in deze fase even een basale vraag te stellen, want
ik raak hier een beetje de weg van kwijt. Zijn we nu bezig om een goed
functionerend publiek omroepstelsel te maken of zijn we hier bezig met
bezuinigingen? Dat is echt even een vraag die ik heb.
Minister Moes:
Ik zei net al dat dat echt gezien moet worden als twee verschillende
trajecten. De bezuinigingen zijn ingezet door het huidige kabinet en de
wijziging van het omroepstelsel is echt een apart traject.
Dan ben ik inmiddels — dit was een mooi bruggetje — aangekomen bij het
blokje bezuinigingen. Er was een vraag over het rapport over het
verruimen van de Ster-reclame, of dat meegenomen kan worden in de
besluitvorming. Toekomstige besluitvorming over ruimte voor reclame op
de landelijke publieke omroep is echt aan een volgend kabinet of uw
Kamer. Natuurlijk kan dat rapport daar goed bij gebruikt worden.
Dan de vraag van de heer Mohandis over dat er bezuinigingen zouden zijn
zonder plan. Juist binnen het huidige stelsel gaan de omroepen daar zelf
over. Er is bepaald hoeveel er bezuinigd wordt, maar hoe er precies
wordt bezuinigd, is echt aan de omroepen zelf. Ik word wel regelmatig
geïnformeerd door de NPO en de omroepen over de voortgang van die
bezuinigingen. Verschillende Kamerleden hebben zelf ook al geconstateerd
dat er ook in de media best veel aandacht is voor waar precies bezuinigd
wordt en waar niet.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Uiteraard gaan de omroepen zelf over de vraag op welke programma's er
bezuinigd gaat worden. Het punt is alleen dat we niet weten of we de
hervorming die beloofd was om een deel van die bezuinigingen op te
vangen gaan halen, maar dat we wel een waslijst aan programma's zien
waarvan is aangekondigd dat die zullen verdwijnen. En het einde lijkt
nog niet eens in zicht. Ik weet wel hoe het werkt, maar de vraag is of u
het met mij eens bent dat die volgorde een beetje gek is en dat we
altijd ook hervormen om gewenste besparingen te realiseren. Ik was wel
benieuwd hoe u daarnaar kijkt.
Minister Moes:
Ik snap dat, maar het is niet hoe ik het zie. Het zijn echt twee
trajecten. Je hebt de bezuinigingen. Die staan in principe los van de
stelselwijziging. Natuurlijk is wel de hoop en de verwachting dat er met
die stelselwijziging flink bespaard kan worden op bijvoorbeeld de
bestuurslagen, dat het een stuk efficiënter kan. Dat is wel de
verwachting in de hoop, maar desondanks moest er gewoon bezuinigd
worden. Dat is een apart traject en dat is ook gewoon doorgevoerd.
De heer Bosma vroeg waarom we een omroep zouden financieren die zich
niet aan de wet houdt. Iedere omroep dient zich gewoon aan de wet te
houden. We hebben toezichthouders die daarop toezien en bij overtreding
kan een toezichthouder ook sancties opleggen.
De ChristenUnie vroeg of ik erop kan reflecteren hoe ik met het huidige
besluit recht doe aan het amendement-Bontenbal, dat toch ook die
begroting aan een meerderheid heeft geholpen. Het amendement-Bontenbal
pakte 50 miljoen extra bezuiniging bij de NPO weg, die ging naar het
onderwijs. Daar werd bij gezegd: kijk of dat met uitbreiding van de
reclame opgevangen kan worden. Daar heb ik zorgvuldig naar gekeken. Er
is ook onderzocht wat de impact daarvan zou zijn. Ik heb geprobeerd om
daar een zorgvuldige afweging in te maken en gezegd dat ik die 50
miljoen daarmee niet kan opvangen. Dat werd echt te gek. Dat zou
disproportioneel zijn, ook voor de commerciële omroepen. Dit is echt de
maximale ruimte die ik kon vinden hierin. Zo heb ik geprobeerd om recht
te doen aan dat amendement.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Het probleem is natuurlijk wel dat omdat er minder geld voor wordt
uitgetrokken, het geld op een andere plek wordt weggehaald. Als de
ondertekenende partijen dat geweten hadden, hadden ze nooit dat
amendement ingediend, hadden ze nooit met de begroting ingestemd en had
er nu geen begroting gelegen. Dus eigenlijk zijn we … Ik zoek even een
parlementair correct woord, ook als Kamerlid van de ChristenUnie. Er is
ons onrecht aangedaan en ik vraag me even af of de minister dat erkent
en hoe hij dat vindt tegenover de Kamerleden.
Minister Moes:
Volgens mij is er nooit op voorhand een belofte gedaan dat er 50 miljoen
gevonden kon worden in de verruiming van de reclames. Daar ben ik mij
althans niet van bewust. Het is natuurlijk ook politiek verstandig om
een goede dekking te vinden bij voorstellen, zodat je niet achteraf
verrast wordt. Dat zou helemaal niet onverstandig zijn.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik zie dat er weinig steun overblijft voor het verruimen van reclames.
Die steun brokkelt af. Dat is ook goed trouwens, maar dat terzijde. De
collega's van dat amendement-Bontenbal voelen zich nu wel een soort van
genaaid, zeg ik maar even onparlementair. Het levert immers niet op wat
beloofd was. Dan vraag ik aan de minister: waarom dan toch een
verruiming van 8% naar 10% reclame? Voor wie is dat goed?
Minister Moes:
Dat vind ik een hele lastige, omdat er aan de ene kant wordt gezegd "ga
verder, er is niet genoeg opgehoogd", en tegelijkertijd de vraag wordt
gesteld "waarom dan toch die ophoging?" Ik heb echt geprobeerd om
maximaal recht te doen aan dit amendement. Ik heb echt geprobeerd te
doen wat de Kamer daarmee vroeg. Ik denk dat dit de maximaal haalbare
balans is. Als de Kamer daar echt fundamenteel anders over denkt, dan
word ik daarin natuurlijk graag bijgestuurd door de Kamer.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik heb niets tegen de inspanning van de minister. Waar het om gaat is
het volgende. Er is gezegd: 50 miljoen extra bezuinigen op de publieke
omroep. Het beeld is geschapen dat we dat kunnen terugverdienen via
reclame, via de Ster. De uitkomst is: 20% van wat er in het amendement
stond, rond de 10 miljoen. Dan zeg ik tegen de minister: volgens mij was
dat niet het gewenste doel. En dan zou ik zeggen: begin er niet aan!
Waarom dat wetsvoorstel? 10% lijkt mij slecht, maar misschien kan ik die
vragen beter via de minister aan de partijen stellen die met dit
amendement kwamen. Wellicht gaan zij daar in hun tweede termijn op in.
Ik vind dat dit op een heel rare manier gegaan is, en volgens mij moeten
wij daar heel snel een einde aan maken.
De voorzitter:
Dat waren twee interrupties.
Minister Moes:
Het kabinet heeft niet toegezegd dat er 50 miljoen gevonden kon worden
in reclameruimte. Dat is gewoon nooit zo beloofd. Dan kan ik het helaas
ook niet mooier maken dan het is. Daarmee heb ik volgens mij ook alweer
een vraag beantwoord.
Dan de vraag van BBB of het verdedigbaar is dat de top van de
bestuurslagen nagenoeg volledig wordt ontzien. Ik gaf net al aan dat de
keuzes in de bezuinigingen binnen het huidige stelsel echt aan de
omroepen zelf en aan de NPO zelf is. Daarbij wil ik ook even zeggen dat
het heel ingewikkeld wordt om het politiek te gaan hebben over de hoogte
van de lonen van de topbestuurders, want dat is eigenlijk al bij wet
geregeld in de Wet normering topinkomens. Ik verwacht dat het heel
ingewikkeld wordt als er apart voor de publieke omroep nog weer andere
regels gaan gelden. Het is natuurlijk wel zo dat het met die
stelselwijziging ook de bedoeling is om juist in die bestuurderslaag een
en ander te besparen. Dan gaat het niet over de hoogte van de lonen,
maar over het aantal bestuurders dat nodig is om zo'n omroephuis te
runnen.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Ik denk dat de minister wel degelijk de mogelijkheid heeft om naar de
salarissen te kijken. We hebben namelijk een casus gehad van een van de
topbestuurders bij de NOS, die middels een freelanceovereenkomst die
drie jaar duurde, meer verdiende dan zo ongeveer iedereen in deze zaal
bij elkaar. Dat is volgens mij een van de punten die een gat bleken te
zijn in de Mediawet. Een ander punt is dubbele functies: dat je én
bestuurder kunt worden én een aantal programma's kunt maken én wellicht
nog een bv hebt. Zijn dat dan ook constructies die de minister meeneemt
in de wet, om te kijken hoe we kunnen voorkomen dat mensen zo veel meer
verdienen?
Minister Moes:
Daar is al eerder naar gekeken en er is geen ruimte om dat in de wet te
regelen.
De voorzitter:
Nu gaan er een heleboel vingers omhoog. Eerst nog even mevrouw
Martens-America.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Dat is dan een beetje gek, want ik ben toevallig ook woordvoerder zzp en
wij zijn bezig met een herziening van de wet. Er is dus wel degelijk
heel erg veel mogelijk. Ik doe toch een dringende oproep aan de minister
om dit, aangezien de verontwaardiging hier van links tot rechts groot
was, mee te nemen in de herziening van de Mediawet. En als je het hebt
over dubbele functies: er is ook een voorstel aangenomen dat we gezonde
governance nastreven. Volgens mij is het zeer ongezond dat een
leidinggevende ook bestuurder is. Zegt de minister nu al "dit kunt u
niet terug verwachten in de nieuwe wet straks"?
Minister Moes:
Dat punt over dubbele petten gaan we zeker meenemen. Dat kan namelijk in
de Mediawet. Maar de Mediawet is niet de juiste plek om iets te regelen
voor het hebben van meerdere banen tegelijkertijd; dat hoort echt in een
ander wetstraject thuis.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ik wil me toch een beetje aansluiten bij het pleidooi van mevrouw
Martens. Het is natuurlijk een grote fop als we die graaiers bij de
publieke omroep niet keihard gaan aanpakken; anders zitten we hier voor
niks. Ze verdienen veel te veel geld. Dat zie je op hun salarisstrookje.
Ze graaien links en rechts via allerlei ingewikkelde constructies, die
ik niet kan overzien maar die de minister wel moet gaan zien, en vullen
hun zakken over de ruggen van de gewone Nederlanders. We moeten af van
die miljard euro. Maar er kan veel meer van af als de minister wel die
constructies aanpakt. Ik weet dus niet hoe de minister dat moet doen,
zeg ik erbij, maar de minister moet dat wel gaan weten en ik hoop dat
hij aan de Kamer kan toezeggen dat hij hier zijn speerpunt van maakt.
Dat kan per brief in een ander debat. Als we die graaiers niet gaan
inpakken, heeft dit hele debat, en ook het volgende mediadebat, namelijk
geen zin.
De voorzitter:
Twee interrupties.
Minister Moes:
Ik vind het echt heel ingewikkeld om dan bij wet te gaan bepalen hoeveel
banen iemand tegelijkertijd mag gaan hebben. Dat is gewoon ook wel echt
andere materie dan de Mediawet, denk ik. Nogmaals, naar die dubbele
petten en dat soort dubbele functies gaan we zeker kijken. Ik wil ook
gerust kijken naar welke mogelijkheden er zijn om binnen de redelijkheid
van de wetgeving iets te doen aan de excessen en de situaties die
geschetst worden. Maar ik zeg daar ook gelijk bij dat dat niet via de
Mediawet geregeld zal worden. Dat hoort in een andere wet thuis, maar ik
wil daar best ook wat breder naar kijken en dat dan ook
interdepartementaal oppakken.
De voorzitter:
Een vervolgvraag.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Voor de goede orde: het gaat niet alleen maar om dubbele banen. Daar
gaat het ook om, maar dat is volgens mij heel simpel op te lossen door
dat gewoon te verbieden in een wetje of in een arbeidscontractje. Dat
lijkt me nou niet het meest ingewikkelde, maar dat moet de minister ook
aanpakken. Als dat met collega's samen moet, is dat natuurlijk
goed.
Maar het gaat dus ook om die schimmige, graaierige, bijna diefstallerige
constructies. Er moet naar die constructies worden gekeken. De een heeft
een productiemaatschappij en verkoopt zijn productiemaatschappij aan het
eigen programma dat hij ook nog presenteert. Dus dan toucheert hij de
balkenendenorm met de presentatie en vijf keer de balkenendenorm met
zijn productiemaatschappij. De constructies. Als de minister niet samen
met zijn collega's naar die schimmige, diefstallerige, graaierige
constructies kijkt, dan heeft dit debat geen zin.
De voorzitter:
Uw interrupties zijn op.
Minister Moes:
Er is eerder ook gekeken naar eventuele "schimmige constructies", zoals
de heer Markuszower die noemt. Daarbij zijn geen grote uitwassen
gevonden. Nogmaals, ik heb al toegezegd dat we goed gaan kijken naar
bepaalde constructies die niet zouden moeten kunnen bestaan. Dan gaat
het bijvoorbeeld over combinaties van bestuursfuncties met andere
verdienende functies. Ik heb ook al toegezegd dat we nog iets breder
gaan kijken, maar dan kom je echt op het terrein van de Wet normering
topinkomens en van de sociale wetgeving, dus daar moeten we ook breder
en integraler naar kijken. Dat kan ik niet via de Mediawet
regelen.
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas heeft ook een vraag.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
De raad van bestuur, de raad van toezicht, de directie van de NPO, de
Ombudsman en de centrale ondernemingsraad verdienen samen ruim 12
miljoen euro per jaar. Dan praten we over ongeveer twintig mensen. Dat
is echt heel veel geld. Wat vindt de minister daarvan en waarom kan het
niet anders?
Minister Moes:
Ik denk dat dat wel anders kan. Daarom zijn we met een stelselwijziging
bezig. We richten ons erop dat we minder bestuur nodig gaan hebben, maar
dat zegt niets over de maximale hoogte van het inkomen zelf per
bestuurder. Dat regelt echt de Wet normering topinkomens. Maar we willen
juist toe naar een bestel waarbij je minder management nodig hebt en
minder bestuurslagen, waarmee het publieke bestel ook efficiënter is
georganiseerd, ook qua overhead.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Als iemand 12,2 miljoen per jaar verdient, dan praat je echt over heel
veel geld. Maar de minister zei zonet: we hebben dat al eens bekeken en
het kon niet. Ik zou daar graag een informatiebrief over krijgen. Wat is
er precies bekeken en waarom kon het niet? Ik vraag u om dat
gedetailleerd aan de Kamer te doen toekomen, want dit wordt hier zo even
gezegd en ik kan dat niet beoordelen. Graag dus een brief
daarover.
Minister Moes:
Ja, die zeg ik toe. Ik denk dat dat binnen enkele weken kan, want dat
rapport ligt er in principe gewoon.
De voorzitter:
Vervolgt u de beantwoording. We komen nu bij het blokje lokaal. O, ik
denk dat er nog een vergeten vraag is.
Mevrouw Oualhadj (D66):
Ja. Mijn vraag is in elk geval niet beantwoord. Die ging over de
culturele waarden die we graag met elkaar willen versterken in dit land,
terwijl we hier naar een minister kijken die deze waarden juist wil
afbreken. Ik heb gevraagd hoe de minister daarnaar kijkt.
Minister Moes:
Die vraag heb ik volgens mij wel beantwoord. Ik heb namelijk aangegeven
dat dit onderdeel is van de opdracht. Cultuur is onderdeel van de
opdracht voor het publieke bestel. Daar is dus zeker aandacht
voor.
Mevrouw Oualhadj (D66):
Ja, maar dat is natuurlijk geen antwoord op mijn vraag. Is het dan
onderdeel van de opdracht om onze culturele waarden af te breken?
Minister Moes:
Kan de vraag iets specifieker gesteld worden? Dit vind ik namelijk een
hele …
Mevrouw Oualhadj (D66):
Ja, tuurlijk. Wij hebben met z'n allen culturele waarden die we met
mekaar willen beschermen. Dat doen we deels via de publieke omroep, maar
als we op de publieke omroep gaan bezuinigen, kan dat niet meer. Dat is
dus mijn vraag.
Minister Moes:
Ik denk niet dat de hoogte van de financiering een-op-een te vertalen is
naar de mate waarin culturele waarden al dan niet worden
beschermd.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik heb een vraag omdat het blokje is afgelopen. Komt publiek-private
samenwerking nog apart aan de orde? Even een check of dat niet in blok
één zat, bij de hervormingen.
De voorzitter:
We hebben ook een blokje overig, dus …
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Helder, oké. Dan wacht ik nog even af.
De voorzitter:
Dit was het blokje bezuinigingen. We hebben ook het blokje hervorming
landelijk al gehad. We komen nu aan bij het blokje lokaal en
regionaal.
Minister Moes:
Voorzitter. Eerst over de regio op NPO Start. Daarover heb ik de Kamer
een aantal weken terug, ik geloof op 10 december, in een brief
geïnformeerd. Eigenlijk is het korte antwoord dat de livestreams van de
lokale publieke omroepen binnen afzienbare tijd op NPO Start staan. Dat
is dus goed nieuws.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ja, nee, dat hoop ik. Dat is niet tegen de minister gericht, want ik
geloof echt dat hij dit onderwerp belangrijk vindt, maar we horen het al
vijf jaar. Waar moet ik nu dus de zekerheid aan ontlenen dat dit over
drie maanden opeens wél gaat gebeuren?
Minister Moes:
Ik heb begrepen dat dit inmiddels ook echt gewoon in de planning van de
NPO zit. Er was een brief mijnerzijds voor nodig om dat ook expliciet
toe te staan, omdat het nu her en der nog wat ambigu is, maar ik heb
gezegd dat het kon. Er wordt nu dus ook gewoon doorgezet. Het komt er
gewoon aan.
De voorzitter:
Een vervolgvraag.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
En worden mogelijke wettelijke belemmeringen, als ze er zijn, wat ik
niet denk, dan meegenomen in de wettelijke herziening die we dan nog
gaan krijgen?
Minister Moes:
Zeker.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Nou, ik wacht het af.
Minister Moes:
Ik dank de heer Mohandis voor het gestelde vertrouwen!
Dan de vraag van het CDA over het realiseren van de twintig
streekomroepen. Zou het maximum opgehoogd kunnen worden? Ik heb geen
redenen om dat maximum te verhogen. Dat komt namelijk van de Stichting
Nederlandse Lokale Omroepen zelf en van de VNG. Er zijn gesprekken
geweest en daar kwam dat getal van 80 uit naar voren. Dat is ook vorig
jaar nog weer geactualiseerd, onder andere op basis van sessies met
betrokkenen in het land. Op dit moment wordt er in 79 streken gewerkt
aan een professionalisering van zo'n lokale omroep.
De voorzitter:
Meneer Mohandis, we zijn nog niet klaar met het blokje.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Hervormingen lokale omroep en streekomroepvorming? Is dat klaar? Of ben
ik te snel?
De voorzitter:
Daar zijn we nog niet mee klaar.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Excuus.
De voorzitter:
Als u even uw vragen opspaart totdat alle vragen beantwoord zijn, is dat
heel fijn.
Minister Moes:
BBB vraagt hoe wordt voorkomen dat regionale redacties worden opgeslokt
door landelijke formats en dan hun eigen identiteit en zo en hun
controlefunctie kwijt zouden raken. In het bestel hebben gewoon alle
drie de lagen een bij wet geregelde eigen heldere taak. Het is dus in
principe wettelijk geregeld dat dat apart blijft.
Er zijn meerdere vragen en ik geloof ook zorgen over de hoogte van de
bekostiging van de lokale omroepen, mede door het advies van de Raad van
State. Er zijn ook zorgen of de gemeentelijke bijdragen weg zouden gaan
vallen als de financiering meer vanuit het Rijk zou komen. Ik ga die
inventarisatie doen. Ik neem dat sowieso mee. Dat zeg ik alvast toe. Ik
ben ook voornemens om die extra middelen te zoeken bij de Voorjaarsnota.
Op dat moment wil ik erop ingaan en ernaar kijken. Het staat hoog op
mijn lijstje om te vinden. Daar is ongeveer 15 miljoen extra voor
benodigd, maar ik vind het wel belangrijk en ik wil ook echt kijken of
ik daar ruimte voor kan vinden.
De voorzitter:
Komt dat in een brief voor de Voorjaarsnota? Want dan is het een echte
toezegging.
Minister Moes:
Ik kan niet toezeggen dat ik 15 miljoen ga vinden. Het enige wat ik zeg,
is dat ik daarnaar op zoek ga bij de Voorjaarsnota. Op dit moment heb ik
die middelen gewoon niet.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik snap echt dat dit de positie is van de minister. Het punt is alleen
dat het een dictum c is en dat is best spannend als wij dat als Kamer
moeten gaan behandelen. Dat is niet niks. Ik denk dat er dus echt iets
zal moeten gebeuren aan dat dictum willen wij dit wetsvoorstel … Ik
bedoel, anders blijft het een beetje hangen. Ik snap het antwoord, maar
er zal toch meer moeten gebeuren. En als het aan een opvolger is, is dat
ook prima, maar er moet toch iets van een toezegging komen dat er een
brief komt in april. Dan kan ik ermee leven. Dus dat is de vraag.
Minister Moes:
Ik kan gewoon niet toezeggen dat ik die middelen ga vinden of dat mijn
opvolger ze gaat vinden. Wellicht kunt u deze en gene hier in de zaal
aanwezig vandaag lief aankijken. Ik span mij wel maximaal hiervoor in.
Ik vind het gewoon een heel belangrijk onderwerp, maar op dit moment heb
ik die middelen gewoon niet beschikbaar. Natuurlijk wordt bij de
Voorjaarsnota bekend of het al dan niet gevonden is. Even voor de
helderheid — er was nog een vraag van de heer Ceder, maar die is even
weg — zeg ik toe dat ik die informatie over de gemeentelijke
financiering opvraag bij de gemeenten en kijk of ik de eventuele
risico's in kan schatten.
Er was ook nog een vraag van de ChristenUnie over steun vanuit lokale
omroepen aan internationale media. Dat valt echt buiten mijn
beleidsterrein. Dat gaat over buitenlandse mediapartijen en daar ga ik
niet over. Dat is aan de minister van Buitenlandse Zaken.
De voorzitter:
Dank u wel. Het gaat hartstikke goed. We zijn nu bij het blokje
journalistieke vrijheid.
Minister Moes:
Dat klopt helemaal, voorzitter. Er was een vraag over een X-bericht van
de vicepremier. Die heb ik eerder al schriftelijk beantwoord. Het
kabinet onderschrijft natuurlijk ten volle het belang van een sterke en
onafhankelijke publieke omroep en de noodzaak van afstand tussen media
en politiek. Dat is ongewijzigd.
Hoe beoordeelt de minister de wettelijke waarborgen dat de publieke
omroep onafhankelijk dient te zijn van politieke inmenging? Zoals ik net
ook al zei, vindt het kabinet die onafhankelijkheid fundamenteel voor de
democratie en de samenleving. Deze wettelijke waarborgen en het behouden
hiervan, versterken ook het vertrouwen in de journalistiek.
De heer Krul (CDA):
Vindt de minister dat er een verschil is tussen wat hij op zijn
ministersaccount deelt en wat op zijn privéaccount? Maakt dat dan uit
voor de minister?
Minister Moes:
Ik begrijp die vraag niet goed.
De heer Krul (CDA):
De minister geeft aan dat het kabinet het belang van een sterke publieke
omroep onderschrijft en hecht aan de afstand tussen de politiek of,
zoals hij zelf zei, tussen het kabinet en de mening over de publieke
omroep. Zoiets hoorde ik hem net zeggen. Ik vraag hem of hij dan ook een
verschil ziet tussen of een kabinetslid iets privé zou doen of middels
officiële kanalen.
Minister Moes:
Volgens mij ben je als bewindspersoon in principe altijd in
functie.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Gaat de minister in de hervorming die eraan komt wellicht ook nog iets
doen aan de baantjescarrousels? We hadden het bijvoorbeeld over
termijnen van twee jaar. Met lobbyen is het al zo: je mag niet zomaar in
een industrie werken waar je ook regelgeving voor hebt ingevoerd.
Minister Moes:
We zijn aan het kijken naar een afkoelingstermijn.
De heer Bosma vroeg of de publieke omroep zou moeten terugkeren op
Twitter, of X. Daar gaat de publieke omroep binnen de kaders van de wet
gewoon zelf over. Daar heb ik vanuit mijn functie niks over te
vinden.
De heer Martin Bosma (PVV):
Oké, maar hoe verhoudt het feit dat de NOS is verdwenen van Twitter/X
zich volgens de minister tot hetgeen de NOS zelf zegt? De NOS zegt
namelijk: de NOS streeft ernaar deze informatie toegankelijk te maken
via alle beschikbare media.
Minister Moes:
Dat valt op. Ik kan me voorstellen dat die vragen ook gesteld kunnen
worden aan de NOS en dat zij daar zelf een afweging in maakt. Ik vermoed
zomaar dat zij zelf ook heeft toegelicht waarom zij tot dat besluit is
gekomen, maar daar ga ik dus niet over als minister.
De heer Martin Bosma (PVV):
Maar vindt de minister dat dit bijdraagt aan de geloofwaardigheid van de
NOS?
Minister Moes:
Nogmaals, ik ga hier niet over als minister. Ik denk dat het belangrijk
is dat zo veel mogelijk mensen bereikt worden door goede onafhankelijke
berichtgeving. Ik denk dat het vertrouwen in die berichtgeving
ontzettend belangrijk is en dat dat onmisbaar is voor de samenleving,
maar binnen het huidige stelsel heb ik mij als minister ook gewoon aan
de wetten en regels te houden zoals we die kennen. Ik ga daar niet
over.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Martin Bosma (PVV):
Zeker, maar velen van zijn voorgangers, vanaf Ronald Plasterk, hebben
juist ingezet op digitalisering en nieuwe media. Nu slaat de NOS een
hele andere kant op, wat haaks staat op het beleid van velen van zijn
voorgangers.
Minister Moes:
Nogmaals, ik heb die afwegingen niet gemaakt. Die maak ik ook niet; dat
is aan de NOS zelf. Ik weet wél dat de NOS helemaal openstaat voor
vragen over hoe zij tot die afweging zijn gekomen en hoe zij tot hun
journalistiek komen. Ik zou die vragen graag daarnaar
doorverwijzen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Mag de minister ook vragen stellen wanneer hij in gesprek is met
bijvoorbeeld de hoofdredactie van de NOS?
Minister Moes:
Ik ben weleens op bezoek geweest bij de NOS. Daar heb ik een heleboel
vragen gesteld.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
In dat geval zou de minister in een gesprek nog kunnen vragen: "Waarom
bent u van X weggegaan? Vindt u dat u aan uw eigen journalistieke
onafhankelijkheid voldoet?" Dat kan toch gewoon gevraagd worden?
Minister Moes:
Ik vind dat een uitstekende vraag. De laatste keer dat ik bij de NOS op
bezoek was, speelde die vraag nog niet. Toen zat de NOS nog gewoon op X.
Ik kan me herinneren dat die daar nog best een serieus bereik had. Dat
is ook gewoon publiek bekend. De NOS had best veel volgers, dus het was
een grote doelgroep. Nogmaals, de afweging die de NOS gemaakt heeft om
dat niet meer te doen en niet meer op X te zitten, is niet aan mij. Maar
natuurlijk, mocht het mij gegeven zijn om nog een keer bij de NOS op
bezoek te komen, dan neem ik deze vraag zeker mee.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nou, volgens mij zijn de telefoonnummers wel bekend, dus de minister kan
morgen gewoon de hoofdredactie van de NOS opbellen en vragen waarom ze
die overweging heeft gemaakt. Hij kan ook vragen: wilt u overwegen om
terug te keren op X? Mij lijkt: als u vragen mag stellen, mag u deze
vraag gewoon stellen.
Minister Moes:
De details ontschieten mij, maar ik meen mij te herinneren dat het
behoorlijk besproken is toen de NOS het besluit nam om van X te gaan, op
z'n minst ook op X zelf. Dat wist de NOS dan wellicht niet meer, want
die was er niet meer, maar dit is zeker uitvoerig besproken. Volgens mij
heeft de NOS destijds zelf ook een verklaring gegeven over de reden dat
ze tot dit besluit is gekomen. Dat antwoord is dus beschikbaar.
Natuurlijk is het een volstrekt legitieme vraag onder welke voorwaarden
ze terug zouden willen keren. Maar nogmaals, daar ga ik uiteindelijk
niet over; dat is aan de NOS zelf.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Klopt het dat de NOS nog op acht andere socialmediakanalen actief
is?
Minister Moes:
Ik weet niet uit mijn hoofd of het er exact acht zijn, maar volgens mij
heeft de NOS een heleboel verschillende kanalen beschikbaar en gooien ze
wat dat betreft hun net breed uit. Ze zitten helaas alleen niet meer op
X.
De voorzitter:
We zitten nog steeds in het blokje journalistieke vrijheid. Vervolgt u
uw beantwoording.
Minister Moes:
Een vraag over wat ik vind van het partijlidmaatschap van de voorzitter
van het Commissariaat voor de Media. Nou, ik heb niks te vinden van
partijlidmaatschappen van mensen, maar ik snap de vraag van de heer
Bosma over het partijlidmaatschap natuurlijk heel goed.
De heer Martin Bosma (PVV):
Dat snap ik, hoor. Partijlidmaatschappen zijn niet relevant, maar als de
voorzitter van het Commissariaat voor de Media lid is of was, in ieder
geval bij haar benoeming, van een organisatie die pro geweld is, dan
denk ik toch dat elk lid van dit kabinet daar een streep zou moeten
trekken.
Minister Moes:
Het is niet aan mij om te bepalen of een politieke partij al dan niet
pro geweld is.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Martin Bosma (PVV):
Nee, daarom heb ik de minister ook geholpen en heb ik dit voor hem
meegenomen. Ik heb ook de uitspraken van Tofik Dibi bij me. Tijdens de
laatste verkiezingscampagne riep hij op tot geweld. BIJ1 roept op tot
geweld en we hebben nu iemand op een cruciale positie in de Nederlandse
maatschappij die lid is van een organisatie die pro geweld is.
Minister Moes:
Ik ga daar niet over oordelen, het is niet aan de minister van OCW om te
bepalen of een politieke partij al dan niet een geweldsverheerlijkende
organisatie is.
De voorzitter:
Dat was het blokje journalistieke vrijheid en persvrijheid. Dan gaan we
… O, het volgende blokje is persvrijheid. Klopt dat? Persveiligheid,
sorry.
Minister Moes:
Over de zorgwekkende meldingen bij PersVeilig: is dat een incident of
een trend? Ik zie deze meldingen niet als een incident. Het aantal
meldingen is in 2025 gestegen ten opzichte van 2024, toen het er 249
waren. Ik vind dat zorgelijk. Elke melding is er een te veel, maar die
toenemende trend is zeker zorgelijk. Daarom steun ik PersVeilig ook
structureel. Ik denk dat het heel belangrijk is dat we dit blijven
monitoren en daar flink op inzetten.
Vind ik dat bedreigingen van journalisten de journalistieke
onafhankelijkheid en democratie onder druk zetten? Natuurlijk, wie
journalisten bedreigt, raakt ook aan de kern van onze democratie.
Journalisten moeten gewoon altijd veilig hun werk kunnen doen. Ik vind
het afschuwelijk dat steeds meer journalisten slachtoffer worden van
bedreigingen en van geweld. Dat accepteren we gewoon niet. Het kabinet
kiest ondubbelzinnig voor de bescherming van de vrije pers met
structurele investeringen in PersVeilig, zoals ik al zei, en een stevige
aanpak van intimidatie en geweld, samen met de politie en het Openbaar
Ministerie.
De voorzitter:
Ik zag niet wie er eerder was. De heer Bosma.
De heer Martin Bosma (PVV):
Nu ik zie dat het de heer Markuszower was, ben ik zeker eerder.
Mooie woorden over persvrijheid. Wat vindt de minister ervan dat
Extinction Rebellion, zeg maar de sterke arm van GroenLinks-Partij van
de Arbeid, bezettingsacties uitvoert op het Mediapark, vernielingen
aanricht, met Palestijnse sjaals rondloopt, rookbommen afsteekt en een
ander redactioneel beleid eist van de NPO?
Minister Moes:
Natuurlijk is demonstratierecht een groot goed, maar journalisten moeten
te allen tijde veilig en vrij hun werk kunnen doen. Dat staat in dit
specifieke voorbeeld op gespannen voet met elkaar. Ik vind het niet
kunnen dat één organisatie probeert te bepalen wat de journalistiek al
dan niet zou moeten publiceren en hoe. Dat gaat echt in tegen het
fundament van vrijheid voor het journaille om daarin zelf een afweging
te maken.
De voorzitter:
Meneer Markuszower, dezelfde vraag?
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Nee, ik kan de heer Bosma nooit overtoepen. Ik heb een andere vraag aan
de minister. Geweld tegen journalisten of dreiging daarmee is inderdaad
verschrikkelijk. Ik wil vragen of de minister dit pleidooi wil
ondersteunen en met zijn collega van Justitie kan bespreken of we de
strafmaat kunnen verhogen, want hij is nu heel laag. Als mensen
journalisten bedreigen of nog verder gaan, is de gemiddelde strafmaat
heel laag.
De voorzitter:
Ik zit niet op te letten. Uw interrupties waren op. Maar dan geef ik
iedereen een extra interruptie, dus maak de vraag maar even af.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Mijn nieuwe vrienden van het CDA zijn vandaag niet zo vriendelijk. Ik
wil vragen of de minister die oproep kan steunen en daar iets mee kan
doen om ervoor te zorgen dat mensen die journalisten bedreigen keihard
worden gestraft.
Minister Moes:
Ik ga natuurlijk niet op het terrein van mijn collega zitten, maar we
vinden het wel een hele zorgelijke trend. Dat zei ik net ook al.
PersVeilig ondersteunen we daarom ook structureel. Ik wil best een
gesprek voeren met mijn collega over wat de mogelijkheden daarvoor zijn,
maar ik ga niet toezeggen dat we daar … Ik kan gewoon niet vooruitlopen
op wat het standpunt van het kabinet daarop is, want het gaat echt over
een ander beleidsterrein dan dat van mij.
Ik kom bij de laatste vraag in dit blokje, namelijk of ik de stelling
deel dat intimidatie en doxing van journalisten schadelijk is voor de
persvrijheid. Natuurlijk zijn intimidatie en doxing zeer schadelijk. Ik
noemde PersVeilig al. Doxing is sinds kort ook strafbaar. Ik denk dat
het een goede zaak is dat dat strafbaar is geworden, want intimidatie op
die manier kan gewoon niet. Zoals ik net al zei, is onderdeel van de
journalistieke vrijheid dat je gewoon veilig en vrij je werk moet kunnen
doen als journalist. Ik zie die strafbaarstelling als een goede stap
vooruit om journalisten beter te beschermen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn we bij het laatste blokje. Dat is het blokje
overig.
Minister Moes:
Voorzitter. Er was een vraag over samenwerking met commerciële partijen.
Zoals u vast al weet, is het kabinet voorstander van meer
publiek-private samenwerking. Dat is primair aan de partijen zelf, maar
ik vind het wel ontzettend belangrijk. Ik vind het ook belangrijk dat
die partijen naar elkaar toe komen en dat ze die stappen zetten. Wat ik
wel doe, is het faciliteren daarvan, die gesprekken aanjagen. Natuurlijk
kan ik de partijen niet dwingen om met elkaar samen te werken, maar ik
vind het wel ontzettend belangrijk dat partijen die stap vooruit zetten.
Ik las vandaag in het nieuws hoopvolle berichten daarover. Er zijn op
zich ook wel voorbeelden van succesvolle publiek-private samenwerkingen
te vinden. Ik denk dus dat dat een goede ontwikkeling is.
Dan kom ik bij de vraag over het gelijke speelveld. Ik ben natuurlijk
doorlopend in gesprek met onder andere ook private media. Ik ben bekend
met deze klacht en met deze oproep om op z'n minst voor een gelijk
speelveld te zorgen. Daar zetten we ons ook echt voor in. Er is ergens
ook een balans tussen publieke financiering en een volledig gelijk
speelveld. Dat krijg je nooit honderd procent uitgevlakt, maar we voeren
die gesprekken wel en hebben er zeker oog voor. In het kader van die
publiek-private samenwerking moet dat ook, want anders kom je daar
uiteindelijk geen stap verder mee. We willen zeker doen wat we kunnen
doen.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik had het bij het gelijke speelveld inderdaad over publiek-private
samenwerking, maar mijn specifieke vraag ging ook over de samenwerking
tussen bijvoorbeeld commerciële omroepen en streamers of andere
internationale mediaplatforms en over hoe we dat speelveld kunnen
gelijktrekken. Misschien kunt u binnen drie maanden in ieder geval een
inventarisatie doen van hoe dat zou kunnen en wat er dan op te schrijven
is.
Minister Moes:
Dit is inherent ingewikkeld vanwege het internationale karakter van veel
van die streamingsdiensten en andere diensten zoals social media, en
vanwege het feit dat daar in de praktijk andere regels lijken te gelden
dan bijvoorbeeld op televisie. Het soort medium, het soort dienst, lijkt
haast te bepalen wat wel en niet kan. Ik herken ook dat dat nu ongelijk
is tussen de platforms. In gesprekken met bijvoorbeeld de
streamingsdiensten zelf of social media zie je dat het precieze verschil
daartussen en de kaders daarvoor steeds meer verwateren. Dus ik zie echt
het belang van het gelijke speelveld, meer uniforme regels en de
handhaving van die regels, maar het is in de praktijk heel ingewikkeld
om daar heldere wetgeving over te maken. Daarbij speelt ook Europese
samenwerking een belangrijke rol, omdat het echt ook landsgrenzen
overstijgt. Maar dit belang wordt zeker gezien.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik snap dat, maar mijn simpele vraag is: bent u bijvoorbeeld bereid om
met in ieder geval de commerciële media in Nederland en streamers echt
gezamenlijk te kijken waar nou dat ongelijke speelveld zit? Die
informatie hebben zij wel deels, denk ik. Dat is eigenlijk de simpele
vraag. Ik begrijp dat wetgeving overall moeilijk te maken is. Dat snap
ik. Maar er is wel veel bekend.
Minister Moes:
We gaan hierover in gesprek met de partijen. Volgens mij voorziet dat
overigens ook in een behoefte. Daarover zal de Kamer geïnformeerd worden
met de mediabegrotingsbrief.
De voorzitter:
En wanneer komt die?
Minister Moes:
Vierde kwartaal.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik zou het gewoon meenemen in de herziening van de wet. Dan kunnen we er
nog wat mee. Maar goed, ik doe maar een suggestie.
Minister Moes:
We moeten eerst echt goed verkennen wat kan en wat niet kan, voordat ik
toezeg dat we dat meenemen in een wetsherziening.
De voorzitter:
Er ligt in ieder geval een toezegging voor de mediabrief. Die ga ik zo
herhalen.
Minister Moes:
Nog een vraag van de heer Mohandis: hoe houden we Nederlandse omroepen
en kranten relevant in een veranderend medialandschap en ten tijde van
big tech? We zien als kabinet het belang van het Nederlandse
medialandschap. Er is eerder een rapport geweest, Aandacht voor media,
waarin vier aanbevelingen worden gedaan. Die bestudeert het kabinet op
dit moment samen met de sector. Die vier aanbevelingen zijn:
gebruikmaken van EU-regelgeving, voor de democratie belangrijke info
prominent zichtbaar en vindbaar maken, lokale en regionale journalistiek
versterken en mediaverantwoordelijkheid stimuleren. Deze zomer komt er
een brief naar de Kamer over hoe dit kabinet opvolging geeft aan dat
rapport.
Dan waren er vragen over kindermarketing. De heer Krul vroeg of ik
eventueel bereid ben een verbod op kindermarketing mee te nemen in het
wetsvoorstel voor de hervorming van de landelijke publieke omroep. Ik
ben in overleg met de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport over
het onderwerp kindermarketing. Dit is een portefeuilleoverstijgend
onderwerp. Reclame rondom kinderprogramma's op de publieke omroep is al
verboden. Dat is in principe al een effectieve maatregel, maar ik wil
met mijn collega bespreken in hoeverre dat effectief is. Dit thema neem
ik zeker mee. Ik kan niet gelijk toezeggen dat we bepaalde regels,
maatregelen of verboden gelijk opnemen, want ik moet echt even die
bespreking afwachten over wat haalbaar en billijk is in wetgeving. Maar
dit is zeker een belangrijk onderwerp.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Er werd in het debat al even gesproken over de vlogjes van hippe moeders
die hun kinderen eigenlijk gebruiken om allerlei producten aan te
bieden. Wil de minister dat ook meenemen en kijken wat de mogelijkheden
zijn om daar iets aan te doen?
Minister Moes:
Ik herken heel erg de zorgen hierover. Dat kinderen op die manier
ingezet worden door ouders en dat dat ook commercieel gemaakt wordt,
riekt toch behoorlijk naar kinderarbeid. Ik wil hier zeker wat mee doen.
Ik moet echt eerst even kijken in welke wet dat dan thuishoort en wie
van mijn collega's ik daarbij nodig heb. Daar ben ik even naar op zoek.
Dat vind ik hier nog wel een ingewikkelde. Ik begrijp dat dat ook samen
met SZW opgepakt moet worden, dus dat ga ik ook in gang zetten.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
We hebben natuurlijk te maken met fabrikanten van merken die dat aan die
moeders geven en zeggen: nou, als je dat leuk met je kinderen doet, dan
komt mijn merk mooi in beeld. Misschien kan er dus iets gebeuren via de
weg van de fabrikanten. Ik weet ook niet hoe het moet, hoor. Elke keer
dat ik het zie, heb ik medelijden met die kindjes omdat ze zo worden
ingezet. Ik vraag me echt af of die kinderen beseffen wat er gebeurt als
ze zo geëxpoosd worden op X en dat straks ook de rest van hun leven
moeten terugzien.
Minister Moes:
Ja, helemaal eens dat dit aandacht verdient en dat we hier paal en perk
aan moeten stellen. Het is echt een kwestie van kijken hoe je dit goed
en effectief kunt inperken en in een wet kunt gieten, want in de
praktijk kan het nog best wel een uitdaging zijn hoe je dat goed en
handhaafbaar neerzet. Ik weet dat het Commissariaat voor de Media nu
extra taken oppakt als het bijvoorbeeld gaat over youtubers en
influencers, en dat we daarom het commissariaat extra ondersteunen,
omdat de commerciële belangen van influencers en vloggers ook gewoon een
heel nieuw terrein is. De rol van kinderen verdient hierbij zeker
bijzondere aandacht.
Dan nog een vraag van de heer Krul over het toekomstbestendig maken van
de Mediawet, zodat je niet elke keer een verplaatsing krijgt, zoals we
nu inderdaad zien. We hebben bijvoorbeeld heel veel regels voor reclame
op televisie en radio, zowel voor publieke als commerciële zenders. Op
internet mag schijnbaar alles. Nou, dat is niet helemaal waar, maar daar
zit wel verschil tussen; daar hebben we het net ook over gehad. Een van
de bedoelingen van de wijziging van de Mediawet is juist dat we die
uniformer gaan maken. Ik heb net ook al een en ander gezegd over het
feit dat dat nog wel een uitdaging is, zeker ook gezien het
internationale karakter van veel van die onlinediensten. Maar dit punt
nemen we daarbij zeker mee.
Forum uitte zorgen over het Commissariaat voor de Media. Je mag wat mij
betreft altijd overal vragen bij stellen, maar ik denk wel dat de rol
van het Commissariaat voor de Media belangrijk is als het gaat om de
handhaving van de Mediawet. Nou kun je best vragen stellen bij hoe
effectief zij zijn en of ze genoeg middelen en instrumenten hebben om
effectief hun werk te doen en eventueel sancties uit te delen. Ik
verwacht nog een advies ten aanzien van de evaluatie daarvan, waarbij we
kijken naar de rol van handhaver en toezichthouder binnen het bestel.
Dat loopt nog. Maar ik denk dat dat flink versterkt moet worden; dat heb
ik eerder vanavond ook al aangegeven.
Zoals ik ook eerder al aangaf naar aanleiding van vragen van mevrouw Van
der Plas, ga ik dit breder vergelijken: "Hoe werkt nou zo'n
toezichthoudende functie in andere landen die een publiek bestel kennen?
Hoe hebben ze dat georganiseerd? Welke instrumenten zijn nodig om
effectief sancties op te leggen en te kunnen handhaven?" Je wil
natuurlijk geen tandeloze tijger als toezichthouder hebben. Dat werkt
niet.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dat begrijp ik wel, maar met het Commissariaat voor de Media is wel iets
unieks aan de hand. Ze hebben heel Hilversum tegen zich in het harnas
gejaagd, begrijp ik. Omroepen hebben zich ertegen uitgesproken en dat
geldt ook voor de hoofdredacteur. Moet de minister dan niet op z'n minst
een keer in gesprek gaan?
Minister Moes:
Ik ben natuurlijk doorlopend in gesprek met het Commissariaat voor de
Media.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Zouden we dan de toezegging kunnen krijgen dat de minister hierover in
gesprek gaat en daarover aan de Kamer rapporteert, zodat we iets
concreets hebben?
Minister Moes:
Waar moet ik specifiek over in gesprek gaan?
De heer Van Houwelingen (FVD):
De brieven die er liggen van de omroepen en de NPO waarin wordt gesteld
dat het Commissariaat voor de Media zich eigenlijk activistisch opstelt
en zich bemoeit met de programmering. Misschien kunnen de zorgen van de
heer Bosma over de voorzitter ook worden meegenomen. Het is nogal
wat.
Minister Moes:
Oké, ik ben best bereid om het gesprek aan te gaan met het
commissariaat, ook als er zorg en leven vanuit de Kamer. Maar ik wil wel
heel duidelijk benadrukken dat de onafhankelijkheid van het
commissariaat ontzettend belangrijk is en dat ik me niet inhoudelijk ga
bemoeien met hun werk. Ik wil best een gesprek aangaan over hun rol
binnen het stelsel en hoe dat functioneert. Ik denk dat zij daar
wellicht zelf ook nog wel een en ander over te zeggen hebben. Nou ja,
goed, daar gaan we zeker naar kijken, ook bij de hervorming van die
Mediawet. Maar nogmaals, ik ga niet inhoudelijk op de stoel zitten van
het commissariaat; dat is niet aan mij.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Kunnen we als Kamer dan ook een brief of een rapportage verwachten?
Krijgen we als Kamer iets over dat gesprek te lezen?
Minister Moes:
Ik ga niet elke keer dat ik met deze of gene een gesprek heb, een
gespreksverslag sturen. Dat was ik niet van plan.
De heer Krul (CDA):
Ik heb nog een vraag over kindermarketing en het Commissariaat voor de
Media. Het Commissariaat voor de Media handhaaft nu op personen die
reclame maken op YouTube, Instagram, TikTok et cetera op het moment dat
zij 500.000 volgers hebben of meer en 24 video's in het afgelopen jaar
hebben gemaakt. Ons bereiken signalen dat bepaalde partners dus
eigenlijk ook liever niet in zee gaan met influencers die meer dan
500.000 volgers hebben, want die vallen onder additionele
reclamebeperkingen. Kan de minister dat ook meenemen? Dat aantal kan
namelijk gewoon omlaag. We kunnen ook zeggen: nou, dat geldt ook als je
10.000 volgers hebt. Is dat iets wat de minister ook wil meenemen?
500.000 is echt heel veel. Ik weet niet hoeveel de NOS er op X had, maar
het is echt heel veel.
Minister Moes:
Persoonlijk heb ik nog geen 500.000 volgers op X; iedereen kan zich
gewoon melden. Het commissariaat is al bezig om te kijken naar wat een
redelijk aantal is; dat moet natuurlijk in balans zijn. Enerzijds wil je
voorkomen dat je onnodig aan allerlei regeltjes moet gaan voldoen als je
een beetje leuk doet op YouTube of TikTok of iets dergelijks. Je wil
mensen ook niet al te veel in de weg zitten. Tegelijkertijd wil je
voorkomen dat zonder toezicht op het naleven van regels zomaar op
allerlei gekke manieren geld verdiend wordt; dat snap ik ook. Maar het
commissariaat is daar ook al naar aan het kijken. Naar alle
waarschijnlijkheid zal dat getal ook wat lager gaan worden in de
toekomst.
De heer Krul (CDA):
Heel kort. Het gaat dus niet om mensen die leuke filmpjes maken. Het
gaat heel specifiek om mensen die reclame maken via video-sharing. Voor
die groep gelden additionele beperkingen als ze meer dan 500.000 volgers
hebben. Ik vraag eigenlijk: kan de minister in gesprek gaan om te kijken
of dat getal omlaag kan?
Minister Moes:
Ik heb zelfs begrepen dat dat hele getal losgelaten wordt, dus dat er
vooral ook naar andere criteria wordt gekeken.
Dan een vraag over schermtijd van kinderen: is er bereidheid om een
concreet plan op te stellen? De staatssecretaris van VWS is inderdaad
bezig met de implementatie van de richtlijn. Dat gebeurt dus. De
staatssecretaris werkt hierbij samen met de wetenschap en onder andere
het Netwerk Mediawijsheid en het Trimbos-instituut. Dat loopt dus.
Forum voor Democratie vraagt of ik vind dat de NPO moet vragen hoeveel
journalisten door de AIVD zijn gerekruteerd. Hierover is in 2024 een
brief aan de Kamer gestuurd, ook naar aanleiding van vragen van Forum
voor Democratie. We maken niet openbaar hoeveel journalisten al dan niet
door welke dienst dan ook zijn gerekruteerd.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dat is toch opmerkelijk, want er is geen twijfel over dat er
journalisten worden ingezet door de geheime diensten. Mijn vraag aan de
minister is of hij het als minister van Onderwijs en van Media zorgelijk
vindt dat dat gebeurt?
Minister Moes:
Ik ga niet verder in op de handelswijze van de geheime diensten.
De heer Van Houwelingen (FVD):
We hebben het de hele tijd over de onafhankelijkheid van de media en dan
wordt er contact gezocht met journalisten — het staat in de rapporten
van de Kamer zelf — door onze geheime diensten. De minister zegt dan:
nou ja, is dat is prima; dat moet kunnen. Dat is toch heel
problematisch? Daar zou de minister zich toch zorgen over moeten
maken?
Minister Moes:
Ik heb hier verder geen informatie over te geven.
De voorzitter:
De minister heeft geantwoord.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Ja, dank u, voorzitter, maar dat is dus het probleem. Wij hebben die
informatie ook niet. Niemand heeft die informatie. Daarom vraag ik aan
de minister of hij bereid is de NPO te vragen — dat is toch een heel
redelijk verzoek — of ze misschien een NPO-enquête kunnen verspreiden.
De NPO zou daar zelf ook in geïnteresseerd moeten zijn. Want inderdaad,
we krijgen van niemand wat te horen. In dit land is dus totaal onbekend
in hoeverre de inlichtingendiensten en de media vervlochten zijn. Daar
weten we niets over. We weten alleen dat het gebeurt.
Minister Moes:
Ik begrijp dat het antwoord dat ik geef heel teleurstellend is, maar ik
kan hier verder geen informatie over geven.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Helemaal tot slot. Daarom is er dus wellicht weinig vertrouwen in de
media, omdat we daar niets over te horen krijgen. Daar kan de heer Krul
wel over lachen, maar het is best ernstig.
De voorzitter:
Uw interrupties zijn nu echt meer dan op, dus dit was het.
Minister Moes:
Voorzitter. Tot slot een vraag van de heer Bosma over het abonnement van
de NPO opzeggen. Wat dus kan, is dat u eerst lid wordt van NPO Plus; dan
kunt u het daarna opzeggen.
De voorzitter:
Dat was een tip van de minister en ook de laatste vraag. Zijn er nog
onbeantwoorde vragen? Ik zie een vinger van mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Volgens mij heb ik nog de volgende vraag gesteld. Is het beeld uit de
begroting en de jaarverslagen van de NPO juist dat er geen concrete
plannen zijn om de bestuursstructuur te verkleinen, en zo niet, waarom
is er dan onlangs een tweede bestuurder bij de EO gekomen? Dat antwoord
wil ik graag hebben. Wat vindt de minister daarvan?
Minister Moes:
Wat ik eerder ook al aangaf hierop: ik ga niet over de exacte invulling
van die bezuinigingen. De hoogte van die bezuiniging is vastgesteld,
maar waar dan precies in gesneden wordt, is niet aan mij. Binnen het
huidige stelsel ga ik daar gewoon niet over. Met de stelselwijziging
willen we wel graag invloed krijgen op die tussenlaag. Het doel is ook
om die efficiënter en effectiever te maken, zodat er ook minder
bestuurders nodig zijn. Maar verder ga ik niet over de hoeveelheid
bestuurders die bij de omroepen in dienst zijn. Dat is binnen het
huidige stelsel gewoon niet aan mij.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Dit is geen interruptie, maar gaat over een onbeantwoorde vraag. Ik
vroeg over pps heel concreet naar een eerder aangenomen motie met
Paternotte en wat daar nou concreet van is gekomen, behalve het
nieuwsbericht. Ik kan nog niet helemaal zien wat voor agenda daar uit
gaat rollen. Ik kom in tweede termijn met een motie, weer met D66, als
het gaat om pps tussen omroep en streamers. Maar ik ben wel benieuwd wat
nu de stand van zaken is en wanneer we daarover iets kunnen
verwachten.
De voorzitter:
Hoor ik pps? Publiek-private samenwerking.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Excuus, excuus. Publiek-private samenwerking tussen publieke media en
private media.
Minister Moes:
Ja, over die publiek-private samenwerking zei ik eerder al dat wij daar
geen definitieve sturingskracht op hebben als overheid. Dat is ook
primair aan de partijen zelf. Wat wij doen, is die gesprekken maximaal
faciliteren. Ik stuur er ook op aan dat die gesprekken gevoerd worden.
Maar uiteindelijk moeten de partijen er zelf samen uitkomen en met
voorstellen komen. Wij kunnen niet van overheidswege opleggen op welke
manier zij precies zouden moeten gaan samenwerken.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Dan is een wettelijke basis in de toekomst voor publiek-private
samenwerking in de Mediawet nog best te overwegen, zeg ik via de
minister ook een beetje tegen mezelf, in het kader van hardop denken.
Excuus, voorzitter.
Minister Moes:
Die publiek-private samenwerking is in elk geval nu ook al niet
verboden. Ik wil dus ook de oproep doen om maximaal samen te werken. Ik
denk dat dat uiteindelijk goed is voor de consument, voor de kijker en
de luisteraar. Maar goed, voor de rest is het natuurlijk ook aan de heer
Mohandis zelf om een politiek voorstel te doen.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Voortbordurend op die vraag: ik heb in mijn bijdrage geschetst wat het
verschil in views is tussen NPO Start en YouTube. Ik weet niet of de
minister van plan was om daar nog op terug te komen, maar de
publiek-private samenwerking moet natuurlijk wel een plekje krijgen in
de Mediawet, net zoals de heer Mohandis schetst. Pps is nu namelijk
vrijblijvend, maar het is wel een levensbelang van de publieke omroep.
Ziet de minister niet toch een optie om dit toe te voegen aan de
Mediawet, in plaats van nu te zeggen: het staat er nog niet in, dus we
kunnen het niet aanpassen?
Minister Moes:
Er zit op dit moment gewoon geen belemmering in die wet. Er kan dus
gewoon maximaal samengewerkt worden. Of het bij wet afdwingbaar zou
moeten zijn bij de publieke omroep, is echt een politieke vraag, waar ik
niet op vooruit wil lopen.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Ik ben een beetje zoekende naar waar wij wel en niet over gaan. De NPO
is op dit moment bijvoorbeeld met bijna 100 fte bezig om NPO Start tot
hetzelfde niveau te krijgen als de andere streamers. Hoewel iedereen
daar met de beste intenties aan werkt, voelt dit natuurlijk als water
naar de zee dragen. In hoeverre gaan wij er dus echt niet over om een
opdracht neer te leggen in de zin van: zorg dat dit live komt, in de
lucht gaat en werkt?
Minister Moes:
Dit is binnen het huidige stelsel gewoon echt aan de NPO. Daar kan ik
kort of lang over praten, maar dit is gewoon het feitelijke antwoord. De
overheid gaat er niet over of de NPO NPO Start al dan niet
doorontwikkelt.
Mevrouw Nanninga (JA21):
De minister had het over facilitaire samenwerking van de NPO met de
commerciëlen. Hij zei daarover hoopvolle berichten in de krant te hebben
gelezen. Ik neem aan dat hij doelt op het stukje in het AD, waarin staat
dat ze samen tegen de techreuzen willen optrekken. Dat gebeurt alleen
niet. De NPO belijdt met de mond dat ze wil samenwerken, maar ze
verzuimt, vertraagt en zet het proces niet in gang. Wil de minister mij
toezeggen dat hij de NPO dwingend gaat vragen om op korte termijn aan te
gaan kloppen bij die commerciële partijen, bij Talpa, SBS, RTL en noem
maar op en om dit ook in gang te gaan zetten, zodat we niet vier
verschillende controlekamers en honderd verschillende studio's nodig
hebben? Het kan gewoon gebeuren, maar ik zou graag de toezegging willen
dat de minister de NPO gaat vragen om nu echt concreet aan te gaan
kloppen bij die commerciële partijen om dit mogelijk te maken en zo weer
een bezuinigingsslag te kunnen maken.
Minister Moes:
Ik wil ze maximaal aanmoedigen, maar ik ga ze niet dwingend vragen, want
die rol en die positie heb ik niet.
Mevrouw Nanninga (JA21):
In de term "dwingend vragen" zit ook nog altijd de term "vragen". Ik
denk dus dat het wél kan en ik denk ook dat het moet, want we hebben het
hier gewoon over belastinggeld en over een bezuinigingsoperatie. Er
worden ons allemaal programma's voor de neus gehouden in de zin: kijk,
als we dit moeten bezuinigen, gaat dit programma dood. Dat is niet
nodig, want er kan gewoon facilitair worden samengewerkt. Ik wil dus
graag de toezegging dat de omroepen echt met klem wordt gevraagd om
daarvoor contact te zoeken met de commerciëlen.
Minister Moes:
"Met klem vragen" vind ik nog net binnen de lijntjes kleuren, maar ik
zeg daar heel eerlijk bij dat daar uiteindelijk geen dwang achter zit,
want dat kan ik gewoon niet doen.
De voorzitter:
Dan zijn we bijna toe aan de tweede termijn van de Kamer, maar er is een
verzoek gekomen om vijf minuten te schorsen om de moties af te stemmen.
Ik schors dus tot 20.05 uur.
De vergadering wordt van 20.00 uur tot 20.05 uur geschorst.
De voorzitter:
We gaan verder met de tweede termijn van de Kamer, waarin onder andere
moties ingediend kunnen worden. Als eerste geef ik het woord aan
D66.
Mevrouw Oualhadj (D66):
Voorzitter. Dank aan de minister voor de antwoorden en ook dank aan de
collega's voor het debat in de eerste termijn. Ik zie ernaar uit om de
toekomstige debatten over dit onderwerp met elkaar te voeren. Dit was
namelijk mijn eerste, een heerlijke vuurdoop.
In de eerste termijn heb ik het gehad over de onafhankelijke
journalistiek en over hoe we kijken naar de stelselhervorming. Het debat
hierover bewijst ook hoe noodzakelijk het is dat we ervoor zorgen dat
journalisten onafhankelijk hun werk kunnen doen. Ik heb net naar de
antwoorden van de minister geluisterd over de herziening. Het is toch
bijzonder hoe weinig deze minister voor elkaar heeft gekregen op dat
vlak, zelfs met een jaar extra tijd. Ik maak me dus wel een klein beetje
zorgen over de planning en of we het voor de zomer gaan halen. Ik heb de
minister horen zeggen dat hij er alles aan doet om dat in werking te
stellen, dus daar moeten we hem maar op vertrouwen.
Het is eerlijk gezegd wel een sombere conclusie die we hier trekken,
maar omdat de omroepen ook naar ons kijken om een knoop door te hakken,
ben ik blij met de samenwerking met het CDA en de VVD. Ik ben blij dat
we samen deze stap naar voren hebben genomen, want het is ontzettend
belangrijk dat we dat doen, gegeven ook de planning. Ik hoop daarbij ook
op steun van mijn collega's. Dank.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan de VVD, mevrouw Martens-America.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Ik zal voorkomen dat ik mijn woorden herhaal. De
positie van de VVD met betrekking tot de hervorming van de publieke
omroep moge duidelijk zijn. Ik beperk mij vandaag tot twee moties,
gezien het feit dat er nog ongeveer vijftien aangenomen moties op de
plank liggen. Daarom wacht ik vol vertrouwen op de brief voor het
zomerreces. Mevrouw Nanninga zal zo ook namens mij een motie indienen
over de voortgang en de timing.
Ik ga over op de moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de hervorming van de Mediawet loopt, naar een bestel
waarbinnen zal worden ingezet op samenwerking;
constaterende dat hierover sinds het notaoverleg van april nog geen
definitieve beslissing is genomen;
constaterende dat duidelijkheid gewenst is voor alle betrokken
partijen;
verzoekt de regering het aantal te vormen omroephuizen te concretiseren
tot vier en daarnaast omroephuis NOS/NTR, de zogenaamde vier-plus-een,
en dit te verwerken in de nog naar de Kamer te sturen nieuwe
Mediawet,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Martens-America, Oualhadj en
Krul.
Zij krijgt nr. 52 (36800-VIII).
Mevrouw Martens-America (VVD):
En dan een old-school handgeschreven motie. Dat schijnt hier de
maandagvloek te zijn. Niemand kon me helpen met de printer. Excuus voor
mijn handschrift, want ik denk dat ik niet meer heb geschreven sinds
groep 8.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat een pluriform media-aanbod bestaat uit een combinatie
van commerciële en publieke media;
overwegende dat het wenselijk is om de balans tussen publieke en
commerciële media te bewaken;
overwegende dat het uitbreiden van de reclamemogelijkheden van de
publieke omroep naar de podcast die balans kan verstoren;
overwegende dat hierover in de Mediawet en/of Ster geen duidelijkheid
bestaat;
verzoekt de regering expliciet in de nieuwe Mediawet op te nemen dat de
Ster haar reclameruimte niet uitbreidt naar podcasts,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Martens-America.
Zij krijgt nr. 53 (36800-VIII).
Mevrouw Martens-America (VVD):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Mohandis van
GroenLinks-PvdA.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, dank u wel. Ik dank de minister voor de beantwoording. Ik ga
gelijk met de moties van start. Ik begin met een motie over de
bezuinigingen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regering heeft besloten tot een bezuiniging van 106
miljoen op de publieke omroep en het amendement-Bontenbal deze
bezuiniging heeft verhoogd met nog eens 50 miljoen;
overwegende dat de publieke omroep zich nu gedwongen ziet om tal van
programma’s te schrappen die juist de culturele kerntaak van de publieke
omroep raken;
van oordeel dat het totale bezuinigingsbedrag des te harder op het
programma-aanbod inhakt doordat:
de gesuggereerde extra reclamezendtijd niet de beoogde extra inkomsten gaat opleveren en meer reclame bij de publieke omroep niet gewenst is;
hervormingen die besparingen kunnen opleveren pas kunnen ingaan in 2029 waardoor het aantal bestuurders en toezichthouders tot 2029 in stand blijft;
verzoekt de regering om de besparingen voor het jaar 2027 gelijk te
laten oplopen met de noodzakelijke hervorming met ingang van 2029,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Mohandis.
Zij krijgt nr. 54 (36800-VIII).
Hoeveel moties heeft u? Want u heeft nog 2 minuten en 15 seconden.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik ga heel snel.
De voorzitter:
Maar niet zo snel dat niemand het meer kan verstaan.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Zeker, maar het is ook wetgeving, voorzitter. Ik doe mijn best.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de publieke omroep in diverse Europese landen
succesvol samenwerkt met streamingsdiensten, onder meer via coproducties
zoals Knokke Off, De Club en Undercover, en nog meer films;
constaterende dat streamingsdiensten ook een belangrijke rol spelen in
het Nederlandse medialandschap en in de versterking van kwaliteit en
bereik van Nederlandse producties;
overwegende dat samenwerking tussen streamingsdiensten en publieke
omroepen een groter bereik oplevert voor publieke content, de
maatschappelijke relevantie versterkt, ertoe leidt dat publieke content
nieuwe doelgroepen zoals jongeren beter bereikt en de positie van
makers, productiehuizen en onafhankelijke producenten versterkt;
verzoekt de regering om samen met de NPO, publieke omroepen en
streamingsdiensten een publiek-private samenwerking te bewerkstelligen
met coproducties en samenwerking zoals in andere landen gebeurt als
doel, en voor het zomerreces een voorstel te doen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Mohandis en Oualhadj.
Zij krijgt nr. 55 (36800-VIII).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat regionale publieke omroepen van groot belang zijn in de
publieke informatievoorziening, maar dat de vindbaarheid van hun
programma’s zeer te wensen overlaat;
van mening dat de programma’s van regionale publieke omroepen, in
aanvulling op het analoge aanbod, ook digitaal in livestream en on
demand moeten kunnen worden aangeboden, bijvoorbeeld via apps zoals NPO
Start;
verzoekt de regering om wettelijk te regelen dat alle regionale zenders
in livestream en on demand worden aangeboden via NPO Start en regionale
programma’s desgewenst kunnen worden uitgelicht, en nog dit jaar een
voorstel naar de Kamer te sturen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Mohandis en Krul.
Zij krijgt nr. 56 (36800-VIII).
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Tot slot.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
van oordeel dat de publieke omroep zijn publieke karakter dient te
behouden;
constaterende dat het demissionaire kabinet ervoor kiest om de
commerciële reclamezendtijd op de lineaire televisiekanalen per 2027 te
verhogen naar 10% en het verbod van het plaatsen van reclame bij
kinderprogrammering en het verbod op commerciële reclameboodschappen bij
online video-aanbod terug te draaien;
spreekt uit dat deze verdere commercialisering van de publieke omroep
afbreuk doet aan het publieke karakter en men deze keuzes daarom moet
afwijzen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Mohandis.
Zij krijgt nr. 57 (36800-VIII).
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan de heer Bosma van de PVV.
De heer Martin Bosma (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Het leek een beetje een
dertien-in-een-dozijndebat te worden vandaag, maar er is toch groot
nieuws, want er is een belangrijke doorbraak gerealiseerd. We zien nu
namelijk de contouren van het nieuwe kabinet. Het nieuwe kabinet noemt
zichzelf een minderheidskabinet, maar ik heb daar natuurlijk geen
seconde in geloofd, want een minderheidskabinet heeft geen meerderheid.
Dus hoe kan dat nou? Velen verwachtten dat er op een of andere manier
een deal, een soort deal, een "Kees van der Staaij op de
achterbank"-constructie, of een "Partij van Zeeland"-constructie zou
zijn. Daar zien we nu het eerste bewijs van. Drie fracties, de
formerende fracties, komen met een oplossing met betrekking tot het
mediahuis, namelijk vier-plus-een. Hoe komen ze daarbij? Nou, dat komt
precies uit het verkiezingsprogramma van GroenLinks-Partij van de
Arbeid. Blijkbaar zijn er contacten, of gevoelen, of wat dan ook, die
zichtbaar maken wat er nu aan de hand is.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Dank voor dit grote compliment. Ik zou de heer Bosma erop wil wijzen dat
ik exact deze motie eerder heb ingediend. Toen was de heer Mohandis
tegen en uw partij was ervoor. Dus volgens mij laat dit alleen maar zien
dat dit in dit huis een breed gedragen en geniaal voorstel is, dat
ervoor zorgt dat er volgende stappen worden gezet binnen de publieke
omroep.
De heer Martin Bosma (PVV):
Wat het nu dus gaat halen met de vier partijen die blijkbaar dit nieuwe
kabinet schragen, om het prachtige werkwoord dat Mark Rutte altijd
gebruikt nog maar eens van stal te halen. Dus we zien nu de nieuwe
coalitie.
Ten tweede: volg het twitteraccount "Een blik op de NOS", dat heel veel
informatie geeft over de, laat ik zeggen, vergissinkjes van de NOS. Het
is heel nuttig om dat te volgen. Realtime wordt gewoon de waarheid aan
de orde gebracht, die door de NOS wat speels wordt ingevuld.
Voorzitter. Ik heb twee moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de NOS is gestopt met het delen van nieuwsberichten op
X/Twitter;
overwegende dat dit in strijd is met artikel 2.1 van de Mediawet 2008,
dat stelt dat er een publieke mediaopdracht is die bestaat uit het
benutten van de mogelijkheden om media-aanbod aan het publiek aan te
bieden via de nieuwe media- en verspreidingstechnieken;
overwegende dat dit in strijd is met de eigen missie van de NOS, die
stelt dat de NOS ernaar streeft informatie toegankelijk te maken via
alle beschikbare media;
verzoekt de regering ervoor te zorgen dat de NOS haar nieuwsberichten
weer deelt via X/Twitter,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Martin Bosma.
Zij krijgt nr. 58 (36800-VIII).
De heer Martin Bosma (PVV):
Ten slotte, voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland niet van plan is om deel te nemen aan het
Eurovisie Songfestival 2026 omdat Israël deelneemt;
van mening dat dit laakbaar is;
verzoekt de regering ervoor te zorgen dat Nederland meedoet aan het
Eurovisie Songfestival 2026 en een einde te maken aan de beschamende
anti-Israëlhouding van de omroep AVROTROS,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Martin Bosma.
Zij krijgt nr. 59 (36800-VIII).
De heer Martin Bosma (PVV):
Voorzitter, dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Krul van het CDA.
De heer Krul (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik dank de minister voor de beantwoording in
zijn termijn. We hebben een aantal punten naar voren gebracht, onder
andere over de lokale omroepen, regionale omroepen en streekomroepen. Op
die punten dient het CDA moties mede in.
We dienen uiteraard de motie mede in die mijn collega's van D66 en de
VVD eerder hebben genoemd, over de inrichting van het nieuwe bestel.
Voor ons is het heel belangrijk dat de politiek vandaag richting geeft.
Ik vind het belangrijk dat er op meerdere fronten richting komt, als het
om de herziening gaat. Ik ben er niet helemaal gerust op als ik de
minister hoor over een heel integraal pakket, over afwegen, over
"moeilijk, moeilijk, moeilijk" en over dat we het wel moeten halen. Ik
houd mijn hart vast.
We hebben onszelf vandaag meermaals hardop de vraag gesteld hoe het toch
kan dat steeds meer mensen het vertrouwen verliezen in de media, in de
publieke omroep. Ik vraag me een beetje af of we zelf het idee hebben
dat we daar vandaag aan bijgedragen hebben of dat we het een tikkeltje
erger hebben gemaakt. Maar goed, dat laat ik maar aan de mensen
thuis.
Voorzitter. Ik dank de minister voor zijn inzet op dit dossier. Mocht
het toch de laatste keer zijn — we weten het niet; het kan gek lopen in
Den Haag — dan wil ik hem daar in ieder geval voor danken. Daar laat ik
het bij.
De voorzitter:
De heer Van Houwelingen heeft een vraag.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Een heel korte vraag. Het verbaast me, want er moeten toch redenen zijn
om een instituut te vertrouwen? Als ik de heer Krul hoor, dan lijkt het
erop dat we vertrouwen móéten hebben in de media. Misschien zijn er wel
goede redenen om de media niet te vertrouwen. Het lijkt wel een soort
axioma.
De heer Krul (CDA):
Die redenen laat ik geheel bij de heer Van Houwelingen. De kernvraag is
meer: in hoeverre draag je bij aan het wantrouwen? Hier wordt
bijvoorbeeld de suggestie gewekt, flinterdun, dat er spionnen zouden
rondlopen binnen de publieke omroep. Dat draagt bij aan het wantrouwen,
omdat mensen thuis denken: "Nou, wat ik nou toch op de televisie zie.
Kan ik het wel vertrouwen, want waarde vriend Van Houwelingen zegt op
televisie dat er ook spionnen tussen lopen?" Ik bedoel daarmee dat je
wantrouwen op een bepaalde manier kunt aanwakkeren, door dingen in
twijfel te trekken en door suggestieve vragen te stellen. Dat is wat ik
bedoel met mijn vraag: hebben wij bijgedragen aan het herstellen van het
vertrouwen of hebben wij het wantrouwen een tikkeltje erger gemaakt? Het
oordeel daarover heb ik aan de mensen thuis gelaten. Wat de heer Van
Houwelingen daarvan vindt, moet hij lekker zelf weten.
De voorzitter:
Heel kort.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Maar hoe leest u dan zo'n kop over de inzet van journalisten als agent
door de AIVD? Hoe leest u dat rapport van de CTIVD? Verzin ik dat?
Bestaat dat rapport niet?
De heer Krul (CDA):
Ik lees dat op dezelfde manier als de heer Van Houwelingen. Maar
vervolgens wekt hij de suggestie dat het heel ernstig is en dat we een
overzicht willen. Ik denk dat dit niet bijdraagt aan de kwaliteit van
dit debat.
De voorzitter:
Dan is het woord aan mevrouw Nanninga, voor 2 minuten en 48
seconden.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Voorzitter. De minister zit er nu vier maanden. Hij gaat ook al bijna
afzwaaien, dus is zijn antwoord op alles nu: het is ontijdig, het moet
in samenhang behandeld worden en het is niet meer aan mij. Ik herhaal
wat ik een week geleden tegen dezelfde minister zei in het debat over
Cultuur: dit is echt te makkelijk. Er ligt een stapel aangenomen moties
en er zijn twee jaar lang voorstellen voorbereid. De plannen en
besluiten lagen voor het inkoppen. Het Mediaministerschap van Moes had
een zegetocht vol homeruns kunnen zijn, voor zichzelf en zijn partij.
Een partijgenoot als Mona Keijzer toonde zich uiterst kritisch op de
NPO. En terecht, voeg ik daaraan toe. Het gaat om plannen eisen van
omroepen, kaders stellen, knopen doorhakken en beslissingen nemen over
reclame-inkomsten. Wat JA21 betreft gaan die bij de NPO fors omlaag,
want ze verstoren de markt.
Er moet gewoon uitgevoerd worden wat de Kamer per motie heeft gezegd te
willen, maar het gebeurt niet. Ik hoor: uitstel, vooruitschuiven en
onzekerheid. Het hoeft ook weer geen overkordate opschepperij te zijn in
het kader van "ik ben beleid", zoals sommige ministers zeiden. Maar
dingen zeggen als "het is de bedoeling dat", "we gaan kijken naar", "het
is aan de partijen zelf" blinkt niet uit in daadkracht.
En de tijd dringt. We willen een kleinere, slankere NPO. We willen fors
bezuinigen en de omroepen geleidelijk uitfaseren via omroephuizen. Veel
Nederlanders willen dit blijkens onderzoek ook. Nu de minister nog. Ik
heb een motie, mede namens mevrouw Martens van de VVD.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het huidige publieke omroepbestel nodig hervormd moet
worden;
overwegende dat de minister heeft aangegeven dat hervorming per 2029
alleen haalbaar is indien het wetsvoorstel uiterlijk in de zomer van
2027 door het parlement is behandeld;
overwegende dat verder uitstel ertoe kan leiden dat hervorming pas per 1
januari 2034 kan plaatsvinden;
verzoekt de regering om het wetsvoorstel tot hervorming van het publieke
omroepbestel uiterlijk vóór 1 juni in internetconsultatie te brengen, en
de Kamer uiterlijk voor het zomerreces te informeren over het verdere
tijdpad richting parlementaire behandeling,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Nanninga en
Martens-America.
Zij krijgt nr. 60 (36800-VIII).
Mevrouw Nanninga (JA21):
Voorzitter, dank u wel.
De voorzitter:
Dan de heer Van Houwelingen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dank u, voorzitter. We maken ons dus wel zorgen over de banden tussen de
inlichtingendiensten en de journalistiek, vandaar deze motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat journalisten worden ingezet als agent door zowel de
AIVD als de MIVD en dat dat onomstreden is, want het staat in de
rapporten;
constaterende dat de Tweede Kamer geen enkel idee heeft hoeveel
journalisten door de geheime dienst worden ingezet als agent en dat ook
dat onomstreden is;
overwegende dat dit alles zorgelijk is in een democratie aangezien
journalisten de macht behoren te bekritiseren in plaats van te
representeren;
verzoekt de minister de NPO te vragen, bijvoorbeeld door middel van een
(anonieme) enquête onder hun medewerkers, om te onderzoeken hoeveel
journalisten er banden hebben (gehad) met de inlichtingendiensten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Houwelingen.
Zij krijgt nr. 61 (36800-VIII).
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Markuszower.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Mijn dank is groot aan de minister voor de beantwoording in zijn
termijn. Ik heb één motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het optuigen van nieuwe omroephuizen een ramp is voor
kleinere omroepen, zoals Ongehoord Nederland;
verzoekt de regering maximaal te bezuinigen op de publieke omroep maar
het plan voor het optuigen van nieuwe omroephuizen te schrappen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Markuszower en Claassen.
Zij krijgt nr. 62 (36800-VIII).
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Dank.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Van der Plas, u heeft 2 minuten en 52
seconden.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. Dank aan de minister voor de antwoorden en uiteraard ook
dank aan de staf die de minister heeft bijgestaan. Ik heb twee
moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de NPO-begroting 2026 laat zien dat de totale kosten
voor bestuur, directies, toezicht en organisatie aanzienlijk zijn;
overwegende dat het publiek belang gediend is met een publieke omroep
die zuinig omgaat met belastinggeld;
verzoekt de regering een duidelijke overheadnorm op te stellen voor de
hele publieke omroep, waarbij de raad van bestuur, de raad van toezicht
en de directie van de NPO bij bezuinigingen minstens hetzelfde
percentage besparen als het mediabudget;
verzoekt de regering deze norm en mogelijke alternatieven vóór de
volgende begrotingsbehandeling aan de Kamer te sturen, inclusief een
financieel, juridisch en organisatorisch overzicht,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 63 (36800-VIII).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Mediawet 2008 voorschrijft dat de NPO pluriform,
dus veelzijdig, onafhankelijk en kwalitatief hoogstaand media-aanbod
verzorgt;
overwegende dat transparantie en publieke verantwoording essentieel zijn
voor het vertrouwen in de publieke omroep;
verzoekt de regering de Mediawet te wijzigen zodat naar Spaans voorbeeld
een commissie voor parlementaire controle van de NPO kan worden
ingesteld, die controle uitoefent op zodanige wijze dat de werking en
onafhankelijkheid van de media niet worden belemmerd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 64 (36800-VIII).
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan de heer Ceder, ChristenUnie.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb een paar moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de omroephuizen de opdracht hebben om de in de
samenleving levende geluiden, behoeften en perspectieven in het aanbod
te vertalen;
verzoekt de regering de externe pluriformiteit van het omroepbestel te
borgen en deze binnen de gestelde kaders maximale inrichtingsvrijheid te
geven, waaronder een belangrijke rol voor de omroepverenigingen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder en Stoffer.
Zij krijgt nr. 65 (36800-VIII).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in de vorig jaar opgestelde richtlijn schermgebruik
wordt afgeraden voor kinderen tot 2 jaar;
constaterende dat in Frankrijk een verbod geldt voor tv-programma’s
gericht op baby’s en peuters;
verzoekt de regering om in samenwerking met partners zoals de lokale
GGD's en het NICAM voortvarend aan de slag te gaan met het onder de
aandacht brengen van de richtlijn onder ouders, en de Kamer hier
periodiek over te informeren;
verzoekt de regering tevens om in EU-verband te pleiten voor een verbod
voor tv-programma’s gericht op kinderen tot 2 jaar bij de herziening van
de Richtlijn audiovisuele mediadiensten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.
Zij krijgt nr. 66 (36800-VIII).
De heer Ceder (ChristenUnie):
Tot slot, voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet voornemens is om per 1 januari 2028 een
stelselherziening van de lokale publieke omroepen door te voeren, maar
dat de NLPO en de Raad van State erop wijzen dat er nog onvoldoende
inzicht is in het totale beschikbare budget en het risico bestaat dat
structurele gemeentelijke bijdragen wegvallen als gemeenten hier straks
geen taak meer in hebben;
overwegende dat de aanvullende bijdrage van gemeenten in 2026 ca. 9,5
miljoen euro is en het risico dus groot is dat deze grotendeels weg gaat
vallen;
spreekt uit dat, om een toekomstbestendig stelsel te garanderen,
voorkomen moet worden dat lokale omroepen vanaf 2028 per saldo minder
ontvangen dan nu;
verzoekt de regering nog voor het meireces via inventarisaties bij
gemeenten in kaart te brengen hoe groot bovenstaand risico is en
duidelijkheid te geven over hoe geborgd wordt dat lokale omroepen over
voldoende budget blijven beschikken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder, Mohandis, Krul en Van der
Plas.
Zij krijgt nr. 67 (36800-VIII).
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Als laatste de heer Struijs.
De heer Struijs (50PLUS):
40 seconden? Nou, daar gaat-ie. Ik heb één motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende het belang van het bestaan van een goed functionerend
publiek omroepstelsel naast commerciële omroepen;
overwegende dat de wettelijke taak van de NPO is te zorgen voor een
gevarieerd media-aanbod;
constaterende dat dit met de ingezette bezuinigingen niet gebeurt;
overwegende het belang van een veelzijdig en divers aanbod, ook voor
kleinere doelgroepen, zoals programma’s over kunst,
onderzoeksjournalistiek of klassieke muziek;
overwegende dat de rol van de NPO meer ondersteunend en minder bepalend
zou moeten zijn;
verzoekt de regering het budget voor de publieke omroep niet verder te
verlagen en het initiatief te nemen tot het ontwikkelen van een
toekomstbestendig publiek omroepbestel, met een aantal sterke omroepen
die waarde toevoegen aan het medialandschap en met een ondersteunende
rol voor de NPO,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Struijs.
Zij krijgt nr. 68 (36800-VIII).
De heer Struijs (50PLUS):
Zo!
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Even een verduidelijkende vraag aan de heer Struijs. Stelt de heer
Struijs nu voor om helemaal niet te bezuinigen op de NPO, of om niet
verder te bezuinigen dan het kabinet al heeft aangekondigd?
De heer Struijs (50PLUS):
Het is het laatste, maar de volgordelijkheid moet zijn: eerst de
verbeteringen en dan de begroting. Dat zie ik hier te weinig.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaat de minister zich even buigen over zijn oordeel over
de moties. Daar heeft hij tien minuten voor nodig, dus we komen hier
terug om 20.35 uur.
De vergadering wordt van 20.26 uur tot 20.35 uur geschorst.
De voorzitter:
We gaan weer beginnen. De minister gaat een oordeel geven over de
moties.
Minister Moes:
Dank u wel, voorzitter. De motie op stuk nr. 52 is ontijdig. Ik had
eigenlijk al aangekondigd dat ik soortgelijke moties ontijdig zou
verklaren.
De voorzitter:
Bij de appreciatie "ontijdig" moet ik de indiener eigenlijk vragen of de
motie aangehouden wordt. Alleen is mevrouw Martens-America er nog niet.
Gelukkig is het wel 20.35 uur. Dat ga ik zo meteen dus nog even vragen.
Die motie houden we nog even in de lucht. De motie op stuk nr. 53.
Minister Moes:
Oké, dan houden we de motie op stuk nr. 52 in de lucht.
De motie op stuk nr. 53 moet ik ontraden, omdat dat op dit moment al
kan. Anders hebben we een probleem in de dekking.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 53: ontraden.
Minister Moes:
De motie op stuk nr. 54 moet ik ook ontraden. Die gaat over het gelijk
laten lopen van de bezuiniging met de hervorming. Die heeft ook geen
dekking.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 54: ontraden.
Minister Moes:
De motie op stuk nr. 55: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 55: oordeel Kamer.
Minister Moes:
De motie op stuk nr. 56, over de regionale omroepen bij NPO Start, is
overbodig, want dit doen we al en de wet wordt aangepast.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 56: overbodig.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik wil deze minister oprecht geloven dat dat zo is, maar u moet ook de
Kamer begrijpen. Ik wil een Kameruitspraak. Deze discussie loopt al
sinds minister Slob. Dat is dus best een lange discussie. Ik heb geen
garantie dat het straks met een wisseling wél gebeurt. Dus ja, ik
begrijp het dictum "overbodig", maar het is echt belangrijk dat de Kamer
zich hierover uitspreekt. Het moet namelijk echt geregeld worden, wat
mij betreft binnen zes maanden. Maar ja, dat is waarom ik er toch een
motie van heb gemaakt. Ik begrijp uw toezegging heel goed en die
waardeer ik ook.
Minister Moes:
Ik begrijp de behoefte van de Kamer om dan een motie in te dienen, maar
dit staat al in een brief die ik naar de Kamer heb gestuurd. Er ligt nu
ook een harde toezegging. Ik heb hierbij ook gezegd: dit gaan we doen;
dit gebeurt al. Net hadden we het ook over de vertrouwensvraag bij de
media. Goed, daar laat ik het verder maar bij.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Kunt u de motie overnemen? Dan zijn we klaar.
Minister Moes:
Ik kan 'm ook overnemen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 56 wordt overgenomen. Er wordt gezegd dat dit geen
appreciatie is, maar de motie wordt ook niet ingediend als die
overgenomen wordt. De motie wordt dus ingetrokken.
De motie-Mohandis/Krul (36800-VIII, nr. 56) is overgenomen.
Ik ga even terug naar de motie op stuk nr. 52 van mevrouw
Martens-America, want zij is nu binnen. Die kreeg het oordeel
"ontijdig". Ik wil aan mevrouw Martens-America vragen of ze de motie wil
aanhouden of gewoon in stemming wil brengen.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Excuus dat ik er wat later was. Het is bijzonder dat die ontijdig is.
Misschien zou de minister één zin willen toevoegen waarom, want we zijn
hier toch om richting mee te geven, net als bij die andere stapel
moties. Waarom is deze dan ontijdig?
Minister Moes:
Omdat deze motie aangeeft dat die vier-plus-een een hard uitgangspunt
is, en dus een definitieve keuze. In principe wil ik die definitieve
keuze als totaalpakket naar de Kamer sturen, zoals ik eerder vandaag al
heb gezegd. Ik heb eerder vandaag aangekondigd dat ik de moties die
toezien op het maken van harde keuzes over het bestel terwijl dat nog
integraal moet worden bekeken, ontijdig ga verklaren.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Ik laat de motie voor nu even staan. Als dat verandert, hoort u dat via
de in de Kamer gangbare weg, voorzitter.
De heer Krul (CDA):
Ik ben wel benieuwd hoe de minister dat ziet. Hij geeft zelf aan: er is
politieke regie nodig; zonder politieke regie lukt het niet. Vervolgens
zegt hij: ik wil een totaalpakket naar de Kamer sturen waar dit
onderdeel van is. Hoe ziet hij in zijn eigen proces voor zich dat er tot
een aantal gekomen wordt?
Minister Moes:
Dit is heel simpel. Over een paar weken zit er een nieuwe minister. Die
gaat, hoop ik, uiteindelijk die brief naar de Kamer sturen. Ik heb twee
keer eerder gezegd dat ik een slag om de arm houd met betrekking tot de
brief die in de zomer naar de Kamer gaat en de wet die in
internetconsultatie gaat. Ik wil dat heel graag. Ik zet daar ook
maximaal tempo op. Dat lukt wat mij betreft ook. Maar over een paar
weken gaat iemand anders daar gewoon over. Dan kan ik nu wel zeggen dat
we deze en deze keuze gaan maken, maar dan loop ik vooruit op die
definitieve keuzes. Als mijn opvolger dan zegt dat het allemaal anders
moet … Nou ja, dit is gewoon wat het is in een demissionaire status, dus
ik ga niet overal op vooruitlopen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Ik ben het helemaal eens met mijn collega's hier. De Kamer is gewoon
missionair. We zijn missionair. Via de voorzitter zeg ik tegen de
minister: u zou toch blij moeten zijn als u via moties richtlijnen en
kaders meekrijgt? Dat is toch alleen maar mooi meegenomen? Ik begrijp er
niks van.
De voorzitter:
We krijgen een oordeel van de minister, maar de Kamer mag zelf besluiten
om dat oordeel naast zich neer te leggen. Dus die motie kan gewoon in
stemming gebracht worden en dan kan je voor of tegen stemmen.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Dan toch een vraag. Ik hoor de minister in de toelichting zeggen: het
moet integraal worden afgewogen. Dat voelt een beetje als ambtenarentaal
voor: het hele pakket is nog niet duidelijk. Tegelijkertijd zegt de
minister dat het aan de volgende bewindspersoon is. Betekent dit nu
eigenlijk dat in alle maanden dat deze minister er heeft gezeten, deze
specifieke knoop niet is doorgehakt, dat de Kamer opnieuw moet wachten
en dat we moeten wachten op een volgende bewindspersoon, met het risico
dat we niet op tijd klaar zijn? Nogmaals, de Kamer is missionair. Deze
minister kan ook zeggen: als jullie dit in meerderheid willen, dan geef
ik het door aan mijn opvolger. Maar hij houdt het af. Misschien kan de
minister daar nog op reflecteren.
Minister Moes:
Ik ga ervan uit dat mijn opvolger al deze signalen uiterst serieus
neemt, zeker als ze komen van partijen die nu aan de formatietafel
zitten. Maar ik ga niet nu al allemaal keuzes maken en zorgen dat het
ambtelijk al helemaal wordt doorgewerkt. Daarmee zou ik alle ruimte
wegnemen en de definitieve beslissing nemen over hoe het wetsvoorstel
naar de Kamer gaat en er precies uitziet. Dat ga ik niet meer doen. Ik
vind dat echt aan mijn opvolger. Ik wil die definitieve keuze niet
maken. Ik leg wel alle ballen gewoon voor het doel, zodat het tempo en
de deadline niet in gevaar komen. Dat heb ik al een aantal keer
aangegeven. Dat is gewoon hoe het er nu uitziet. Er wordt niks
vertraagd. Die deadline kan nog steeds gehaald worden. Ík vertraag ook
niks. Ambtelijk zijn we hier ook volle bak mee aan de slag. Het wordt
ook allemaal verder uitgewerkt. Maar ik ga dit nu niet oordeel Kamer
geven. Ik vind dat de definitieve keuze echt aan mijn opvolger is.
De voorzitter:
Mevrouw Martens-America houdt 'm niet aan, dus de motie blijft
vooralsnog gewoon op de stemmingslijst staan. Dan gaan we even terug
naar de motie op stuk nr. 57, want daar waren we gebleven volgens
mij.
Minister Moes:
Dat is een spreekt-uitmotie. Daar hoef ik geen oordeel over te vellen.
Dat ga ik ook niet doen.
De motie op stuk nr. 58 ontraad ik; ik ga daar niet over.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 58 wordt ontraden.
Minister Moes:
Dat geldt ook voor de motie op stuk nr. 59.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 59 wordt ontraden.
Minister Moes:
Die ontraad ik om dezelfde reden. De motie op stuk nr. 60 ontraad ik
ook. Ik gaf net ook al aan dat ik zeker die urgentie voel. Het is
belangrijk om snel te zijn. Maar dit is gewoon echt aan mijn opvolger.
Dat heb ik ook al een aantal keer eerder aangegeven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 60 wordt ontraden. Mevrouw Nanninga heeft een
vraag.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Maar de Kamer kan ook willen dat de opvolger van deze minister dit doet.
Deze motie verzoekt om dit wetsvoorstel tijdig in internetconsultatie te
brengen. Of dat nou onder deze minister is, onder de volgende minister
of pas drie ministers later: dat blijft het verzoek. Daar kan de Kamer
mee instemmen. Ik hoop ook dat ze dat doen. Ik word toch wat bezorgd als
dit ontraden wordt. Dat zou suggereren dat het allemaal niet gaat
lukken. Het enige dat de minister hoeft te doen is dit toezeggen en dan
moet zijn opvolger zich eraan houden. Dat is nou precies het hele punt
van de motie, namelijk dat de Kamer iets vraagt aan het kabinet.
Minister Moes:
Ik heb in het debat al toegezegd dat het voor de zomer in
internetconsultatie gaat.
De voorzitter:
Ook voor deze motie geldt dat zij gewoon in stemming gebracht kan worden
en dat de Kamer dan het oordeel kan uitspreken.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Dank u, voorzitter. Dat zal ik ook zeker doen, maar dan is de motie
hooguit overbodig dus, als de minister zegt dat al is toegezegd dat hij
dit gaat doen.
Minister Moes:
Voor de duidelijkheid: ik heb toegezegd dat dit kan qua planning. Het is
uiteindelijk aan mijn opvolger om dit definitief te gaan doen. Ik ga nu
niet iets beloven dat ik zelf niet waar kan maken.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Impliceert de minister nou dat hij dit tijdpad niet waar kan maken? Dan
begin ik namelijk heel ongerust te worden.
Minister Moes:
Dit tijdpad ís waar te maken, maar ik ga hoogstwaarschijnlijk zelf niet
meer meemaken dat dat gebeurt. Ik vind het aan mijn opvolger om het
besluit daadwerkelijk naar de Kamer te sturen.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Wij debatteren met de minister van OCW, niet met de heer Moes. Ik ga er
dus van uit dat als er voorstellen over tijdlijnen worden gedaan, de
minister inderdaad gewoon kan zeggen: ik heb inderdaad aangegeven dat we
dit moeten halen en het is aan de Kamer om dat een keer te verzilveren.
Maar ik begin me er nu heel erg veel zorgen over te maken dat er geen
besluit is genomen over het aantal omroephuizen, dat deze minister niet
voornemens is om een besluit te nemen en dat hij nu ook nog een keer
geen enkele toezegging wil doen over de timing van de planning. Ik snap
nu eigenlijk niet meer waar we hier een debat over aan het voeren zijn.
De heer Moes zegt: ik ben over twee weken weg, dus over alles wat langer
dan twee weken duurt, heb ik geen mening meer.
Minister Moes:
Volgens mij heb ik hier al een heel aantal keren aangegeven dat het
besluit gewoon voor de zomer naar de Kamer kan.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 60 is ontraden. We gaan verder met de volgende
motie, de motie op stuk nr. 61.
Minister Moes:
De motie op stuk nr. 61 ontraad ik. Ik ga niet over het werk van de
inlichtingendiensten.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 61 is ontraden.
Minister Moes:
De motie op stuk nr. 62 ontraad ik. Ik ga namelijk geen verdere
bezuinigingen opleggen aan de publieke omroep.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 62 is ontraden.
Minister Moes:
De motie op stuk nr. 63 ontraad ik ook. Tijdens het debat heb ik
namelijk gezegd dat ik niet kan gaan over de hoogte van de bezoldiging
van medewerkers zoals leden van raden van bestuur en dergelijke. Ik heb
het ook al gehad over het nieuwe bestel; ik heb gezegd dat het daarbij
wel de bedoeling is dat er minder directie- en managementlagen nodig
zijn. Ik wil ook wel het idee meenemen van benchmarks voor het
percentage dat voor de overhead wordt gebruikt; dat kan ik wel
doen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 63 is ontraden.
Minister Moes:
Ja.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Is wat de heer Moes zegt over mijn laatste punt, over de benchmarks, een
toezegging?
De voorzitter:
Het is pas een toezegging als er een brief naar de Kamer komt en we
weten wanneer die brief dan komt.
Minister Moes:
Ik neem dit dan mee in de mediabegrotingsbrief.
De voorzitter:
Dan zijn we bij de motie op stuk nr. 64.
Minister Moes:
De motie op stuk nr. 64 vind ik ontijdig, maar ik heb al de toezegging
gedaan dat ik op dat punt een verkenning ga doen en dat het resultaat
daarvan dus onderdeel is van het wetsvoorstel dat voor de zomer naar de
Kamer gaat.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 64 krijgt het oordeel ontijdig. Mevrouw Van der
Plas, wilt u 'm aanhouden?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik ga 'm niet aanhouden. Eigenlijk is het dictum dat de regering wordt
verzocht om een commissie voor de parlementaire controle in te stellen.
Ik denk dat het eigenlijk eerder aan de Kamer is om zich daarover uit te
spreken. Ik dien hem dus wel gewijzigd in, in de vorm van een
spreekt-uitmotie, zodat de Kamer hierover gaat. Dat overweeg ik, maar ik
ga dat ook nog allemaal overleggen. Puntje bij paaltje: ik hou 'm niet
aan.
Minister Moes:
Die verkenning loopt, zoals ik al zei. Die heb ik toegezegd. Als het een
spreekt-uitmotie is, dan ga ik daar verder geen …
De voorzitter:
Dan gaan we door naar de motie op stuk nr. 65. Mevrouw Nanninga, neem me
niet kwalijk.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Ik probeer echt niet dwars te doen, maar ik probeer hier dingen te
begrijpen. Naar aanleiding van de motie op stuk nr. 64 wordt nu de
toezegging gedaan dat er voor de zomer een onderzoek wordt gedaan. Dat
is een hele fijne toezegging en die is leuk voor mevrouw Van der Plas,
maar waarom kan er bij deze motie wel iets voor de zomer worden
toegezegd en kan dat volgens de minister weer niet bij een andere motie
en een andere toezegging die al gedaan was? Ik begrijp er echt geen hout
meer van.
Minister Moes:
Volgens mij heb ik toegezegd een verkenning te doen van de opties, de
verhouding tussen de voors en tegens en de andere internationale
voorbeelden. Die afweging wordt dan meegenomen en die wordt inderdaad
uiteindelijk door mijn opvolger gemaakt. Datzelfde geldt wat mij betreft
ook voor het aantal omroephuizen, of het nou drie-plus-een,
vier-plus-een of vijf-plus-een is. Het is prima als de Kamer zich
daarover uitspreekt, maar die verkenning is geweest. Dat is u allen ook
al bekend. Daar is ook al een brief over naar de Kamer gegaan. Dat is
ook nog niet definitief. Die komt voor de zomer, zoals ik al een aantal
keren heb aangegeven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 65.
Minister Moes:
Oordeel Kamer, als we de eerder gestelde kaders die ik vanavond al
geschetst heb als uitgangspunt blijven houden, want anders moet ik 'm
ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 65: oordeel Kamer. Mevrouw Martens-America.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Dit is natuurlijk een beetje gek. Ik merk al dat er gelachen wordt hier,
dus ik ben niet de enige die dit een beetje gek vindt. Er is natuurlijk
wel een dubbele maatstaf tussen wat wel voor de zomer kan en wat niet,
wat al in het onderzoek zit, waar nog een besluit over moet worden
genomen et cetera. Evenals het aantal omroephuizen, kan ik me
voorstellen dat ook dit nog niet verder is uitgewerkt. Dus nogmaals, hoe
komt de minister tot dat het een wel is uitgewerkt en het ander niet,
dat over het een nog besloten moet worden en over het ander niet? Ik ben
oprecht de weg kwijt.
Minister Moes:
Ik heb tijdens het debat al hetzelfde antwoord gegeven. Dit was gewoon
al eerder vastgesteld en dit zijn dezelfde kaders als al eerder naar de
Kamer zijn gegaan en al eerder zijn gedeeld. Dus dit is gewoon staand
beleid.
De voorzitter:
Ja, echt? Oké, mevrouw Martens-America.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Ja, echt. Excuus, voorzitter. Het is inderdaad wetgeving, zoals de heer
Mohandis, die naast mij zit, ook net al zei. Er ligt een hele stapel
aangenomen moties waarvan de minister zegt: dat moet ik nog meenemen,
dat moet ik nog … Ik merk dat de minister geïrriteerd begint te raken,
maar de Kamer probeert gewoon te begrijpen waarom de ene motie oordeel
Kamer krijgt en de andere niet. Er ligt een stapel met moties waarvan we
niet weten wat ermee gaat gebeuren, die integraal moeten worden
afgewogen en meegenomen, en deze moties zijn aangenomen en dus staand
beleid. Dus waarom moet de ene motie nog integraal worden afgewogen en
is de andere dan in één keer staand beleid?
Minister Moes:
Mevrouw Martens heeft hier trouwens een punt, want deze had ik
"overbodig" moeten geven omdat het gewoon staand beleid is. Dit is
gewoon overbodig. Dat is een terecht punt, dus dat trek ik me aan.
De voorzitter:
Dus de motie op stuk nr. 65 wordt bij nazien "overbodig". De heer
Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dan zou ik het waarderen als die wordt overgenomen, want dan kan ik 'm
intrekken.
Minister Moes:
Volgens mij heb ik dat bij een eerdere motie ook gedaan, dus
prima.
De voorzitter:
Dus de motie op stuk nr. 65 wordt overgenomen?
De motie-Ceder/Stoffer (36800-VIII, nr. 65) is overgenomen.
Het helpt wel om vragen te stellen. De motie op stuk nr. 66.
Minister Moes:
De motie op stuk nr. 66: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 66: oordeel Kamer.
Minister Moes:
De motie op stuk nr. 67 is overbodig, want dat heb ik toegezegd. Die zou
ik dan ook kunnen overnemen, inderdaad.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 67 wordt ook overgenomen. De heer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
In deze motie zit ook nog een spreekt-uitelement in en ik wil wel dat de
Kamer uitspreekt dat we dit gaan fiksen. Dus fijn dat er een toezegging
aan zit, maar zou 'm wel in stemming willen laten brengen. Ik neem aan
dat de minister geen bezwaar heeft tegen de motie, maar ook het
spreekt-uitonderdeel is voor onze fractie belangrijk, dus dat de Kamer
zich hier ook aan committeert.
De voorzitter:
Daar gaat de Kamer over. De motie op stuk nr. 68.
Minister Moes:
De motie op stuk nr. 68 moet ik ontraden.
De voorzitter:
De motie op nr. 68 is ontraden.
We zijn bijna aan het einde gekomen het wetgevingsoverleg, maar ik ga
nog even de toezeggingen voorlezen die de minister gedaan heeft.
De Kamer ontvangt voor de zomer van 2026 een brief over de hervorming van de landelijke publieke omroep. In deze brief gaat de minister in ieder geval in op de volgende onderwerpen: een reactie op reeds bestaande verkenningen en onderzoeken omtrent de hervorming, de stand van zaken van de aangenomen moties omtrent de hervorming, een bredere verkenning naar het toezichtmodel van de publieke omroep, waaronder het Spaanse toezichtmodel, een toelichting op hoe het ledencriterium voor omroepen een plek vindt in de hervorming van het wetsvoorstel, constructies rondom dubbele functies in het mediabestel en een afkoeltermijn voor bestuurders.
De Kamer ontvangt over een paar weken een brief over de stand van zaken van de inhoud van het wetsvoorstel over de hervorming van de landelijke publieke omroep.
De Kamer ontvangt over enkele weken een brief over wat er al is onderzocht rondom de normering van topinkomens bij de landelijke publieke omroep.
De Kamer ontvangt in het vierde kwartaal van 2026 in de mediabegrotingsbrief een toelichting op de publiek-private samenwerking met streamingsdiensten. In deze brief wordt ook ingegaan op eventuele benchmarks voor overhead bij de landelijke publieke omroep.
De Kamer ontvangt na de zomer een toelichting op de stand van zaken betreffende de opvolging van de adviezen uit het WRR-rapport Aandacht voor media.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Ik mis een toezegging, namelijk dat de minister de NPO zou gaan vragen
of zij met spoed contract gaat opnemen om een plan op te zetten met de
commerciële partijen voor het delen van faciliteiten. Ik meen die
toezegging in de beantwoording te hebben gekregen.
De voorzitter:
Iets is een toezegging als er een brief volgt. Volgens mij hoorde ik de
minister zeggen dat hij geen brief gaat sturen, maar dat kan hij alsnog
toezeggen.
Minister Moes:
Nou, ik ga niet toezeggen dat ik een brief ga sturen waarin staat dat ik
de omroepen vraag om die publiek-private samenwerking in te zetten. Ik
ga ook geen gespreksverslag sturen van elk werkbezoek dat ik doe bij de
NPO of bij onderdelen daarvan. Dat was ik niet van plan.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Dan zal ik het woord "toezegging" niet gebruiken, maar gaat de minister
die vraag wel met klem overbrengen? Want ik wil op z'n minst dat dat
gebeurt.
Minister Moes:
Ja, natuurlijk sta ik voor mijn woord. Als daar eventueel dingen uit
komen, dus als daar concrete afspraken uit volgen, wil ik die ook wel
delen met de Kamer. Dan deel ik dat ten tijde van die
mediabegrotingsbrief.
De heer Krul (CDA):
Misschien heb ik het niet goed gehoord, maar volgens mij heeft de
minister ook iets toegezegd over kindermarketing, wat al dan niet in de
Mediawet zou kunnen, de gevolgen daarvan et cetera. Volgens mij heb ik
hem dat horen zeggen. Dat ging toen even over de reclamecode. Die
toezegging heb ik nu niet gehoord.
Minister Moes:
Dit is iets wat we interdepartementaal oppakken. Daarom is dit even
lastig. Ik verwacht dat ik de Kamer ook hierover bij die
mediabegrotingsbrief even een update kan geven. Ik denk dat dat tijd
genoeg geeft om dat proces af te ronden.
De voorzitter:
Daarmee is dit ook een toezegging geworden. Dank u wel.
Dan wil ik de minister hartelijk danken voor de beantwoording van de
vragen tijdens dit wetgevingsoverleg. Ook dank aan de aanwezige
Kamerleden, ook voor hun goede en korte vragen, aan alle
geïnteresseerden op de publieke tribune en aan de mensen die thuis
meegeluisterd hebben. Over de moties wordt dinsdag 3 februari gestemd.
Ik sluit hierbij het debat en ik wens u allen nog een fijne avond.
Sluiting 20.57 uur.
ONGECORRIGEERD STENOGRAM Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: verslagdienst@tweedekamer.nl |
|---|