Schriftelijke antwoorden op vragen gesteld tijdens de eerste termijn van de begrotingsbehandeling van Buitenlandse Zaken op 27 januari 2026
Brief regering
Nummer: 2026D03887, datum: 2026-01-28, bijgewerkt: 2026-01-28 13:10, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken
Onderdeel van zaak 2026Z01636:
- Indiener: D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Buitenlandse Zaken
- 2026-01-28 16:15: Begroting Buitenlandse Zaken (36800-V) voortzetting (Plenair debat (wetgeving)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Geachte voorzitter,
Hierbij treft u de schriftelijke antwoorden aan op vragen gesteld tijdens de eerste termijn van de begrotingsbehandeling Buitenlandse Zaken op 27 januari jl.
| De minister van Buitenlandse Zaken, D.M. van Weel |
|---|
Vragen van de leden van der Werf en Klos (D66)
Vraag
Is de minister van Buitenlandse Zaken bereid Frankrijk aan te moedigen Eutelsat beschikbaar te stellen aan de Iraniërs en zich in EU-verband in te zetten voor Europese financiering hiervan?
Antwoord
Het kabinet begrijpt de wens om Iraniërs te voorzien van internettoegang. Frankrijk heeft reeds aangekondigd alle mogelijkheden te onderzoeken, inclusief Eutelsat. Nederland steunt dit Franse initiatief en blijft het belang van internettoegang en –vrijheid onderstrepen. Bij de breed gedeelde Europese wens internettoegang voor Iraniërs te bewerkstelligen, zullen ook technische en juridische overwegingen moeten worden meegewogen in bijvoorbeeld het al dan niet beschikbaar stellen en financieren van Eutelsat.
Vraag
Welke concrete stappen zet het kabinet om onredelijke toelatingscriteria voor ngo’s terug te draaien en humanitaire toegang te herstellen?
Antwoord
Nederland neemt de veiligheidszorgen van Israël serieus, maar ziet de herregistratieplicht niet als de juiste weg voorwaarts. De effecten van de maatregel zijn vergaand, terwijl alle professionele hulporganisaties op dit moment hard nodig zijn gezien de hoge humanitaire noden in de Palestijnse gebieden. Nederland roept Israël daarom structureel op om veilige, ongehinderde humanitaire toegang te faciliteren en heeft de zorgen over de herregistratieplicht in afgelopen maanden veelvuldig, en tot op het hoogste niveau, bij de Israëlische autoriteiten aangekaart. Het kabinet spant zich hier zowel voor als achter de schermen voor in en weegt voortdurend wat de meest effectieve wijze daartoe is.
Het kabinet zal in de aankomende periode bij Israël erop blijven aandringen de VN, het Rode Kruis- en Halve Maanbeweging en de relevante internationale ngo’s ongehinderde toegang te verschaffen tot de bezette Palestijnse gebieden. Het besluit om vertrouwde Nederlandse humanitaire partnerorganisaties te weigeren moet worden teruggedraaid. Nederland zet zich hier zowel in bilateraal als in multilateraal en EU-verband voor in. Zo zal Nederland andermaal aandacht voor dit onderwerp vragen bij de aanstaande Raad Buitenlandse Zaken in Brussel. Europese maatregelen liggen nog op tafel, waarbij de humanitaire situatie een belangrijke overweging is om deze al dan niet van tafel te halen.
Vraag
Hoe staat het met de uitvoering van de in augustus aangenomen motie Paternotte die oproept tot een EU-handelsembargo op producten uit de illegale nederzettingen en tot het gelijktijdig zoeken van draagvlak voor een breder embargo met gelijkgestemde landen?
Antwoord
Het kabinet heeft zich afgelopen zomer, conform motie Van Campen/Boswijk (Kamerstuk 21501-02, nr. 3196), ingezet voor EU-maatregelen tegen onder andere de invoer van producten uit de onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden. Vooralsnog bestaat er onvoldoende draagvlak voor deze en andere beoogde EU-maatregelen. Het kabinet heeft daarom op 10 september 2025 in lijn met de motie Paternotte c.s. (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3236) en motie Van Baarle (Kamerstuk 36 800-V, nr. 27) toegezegd nationale maatregelen voor te bereiden om producten afkomstig uit de onrechtmatige nederzettingen te weren. Dit doet het kabinet zo snel mogelijk. Tegelijkertijd gaat het kabinet zorgvuldig te werk vanwege de complexiteit van de materie. Momenteel bevinden de benodigde wetgevings- en uitvoeringstoetsen zich in de afrondende fase. Het kabinet heeft ook samenwerking gezocht met andere EU-lidstaten die vergelijkbare maatregelen hebben aangekondigd om daarmee de effectiviteit en onderlinge coherentie zoveel mogelijk te bevorderen.
Vraag
Ziet de minister mogelijkheden in Syrië om nationale en lokale overheden te ondersteunen bij inclusieve bestuursvorming, rechtsherstel en verzoening?
Antwoord
Nederland heeft belang bij een stabiel en veilig Syrië. Om die reden zet Nederland zich bilateraal en via de EU in voor wederopbouw, economisch herstel, en versterkt vertrouwen tussen overheid en burgers. Nederland ondersteunt - via partnerorganisaties - nationale en lokale overheden op het gebied van inclusieve bestuursvorming, rechtsherstel en verzoening. Ook bij nieuwe programmering zal naar mogelijkheden hiervoor worden gekeken.
Vraag
Kan Nederland een rol als aanjager hebben voor een Europese defensiemacht? Kan het kabinet toezeggen de haalbaarheid van het organiseren van een defensietop in Den Haag te onderzoeken?
Antwoord
Ten aanzien van het organiseren van een afzonderlijke Europese defensietop in Den Haag merkt het kabinet op dat er reeds een intensieve internationale overlegagenda bestaat op het gebied van Europese veiligheid en defensie. Zo vinden op regelmatige basis bijeenkomsten plaats in NAVO-verband op het hoogste politieke en militaire niveau, evenals in EU-verband, waaronder de Europese Raad en de Raad Buitenlandse Zaken (Defensie). Deze fora zijn leidend voor strategische besluitvorming over de versterking van Europese defensiecapaciteiten. Daarnaast is Nederland actief betrokken bij internationale conferenties waar overheden en defensiebedrijven elkaar treffen om samenwerking, innovatie en capaciteitsontwikkeling te bevorderen. Ook in andere gerichte samenwerkingsverbanden levert Nederland een substantiële bijdrage aan het versterken van de Europese veiligheid. Voorbeelden hiervan zijn de Joint Expeditionary Force (JEF) en de Coalition of the Willing coalities van gelijkgezinde landen die zich richten op het vergroten van de Europese veiligheid. Tegen deze achtergrond ziet het kabinet op dit moment geen meerwaarde in het opstarten van een separaat traject gericht op de organisatie van een nieuwe Europese defensietop in Den Haag.
Vraag
Hoe kijkt kabinet naar het idee van een EU-veiligheidsraad? Is het bereid daarvoor te pleiten richting Europese partners?
Antwoord
Europese coördinatie op het gebied van veiligheid en defensie is van groot belang. Nederland zet zich hiervoor in, binnen de NAVO en in de Europese Unie, evenals in verschillende coalities en samenwerkingsverbanden, zoals de Coalition of the Willing en de Joint Expeditionary Force. Het kabinet heeft in het verleden gekeken naar de mogelijke meerwaarde van een Europese Veiligheidsraad. Destijds bleek hiervoor binnen Europa onvoldoende draagvlak te bestaan.
Het kabinet is bereid te bezien of er inmiddels meer steun voor het idee van een Europese veiligheidsraad bestaat.
Vragen van het lid Erkens (VVD)
Vraag
Hoe voorkomen we dat we met Nederlands kapitaal en Nederlandse kennis onbewust de militaire modernisering van systemische rivalen financieren?
Antwoord
Met verschillende instrumenten voorkomt het kabinet dat Nederlandse sensitieve kennis en technologie ongewenst ingezet kan worden. Voorbeelden hiervan zijn onder andere instrumenten als exportcontrole en (inkomende) investeringsscreening, maar ook initiatieven zoals het loket kennisveiligheid. Met betrekking tot mogelijke risico’s voor de nationale veiligheid als gevolg van uitgaande investeringen op specifieke technologieterreinen wordt momenteel bekeken hoe de desbetreffende Commissieaanbeveling geïmplementeerd kan worden.
Vraag
Welke concrete stappen neemt de minister om de handelsbetrekkingen met India verder te verdiepen nu de EU-India handelsdeal een feit is? Ziet het kabinet kansen om de samenwerking buiten dit verdrag te verdiepen op terreinen zoals AI, de defensie-industrie en opkomende technologieën?
Antwoord
De afronding van de vrijhandelsovereenkomst (FTA) tussen de EU en India is een positieve ontwikkeling voor het Nederlandse bedrijfsleven. Deze overeenkomst vergroot de markttoegang voor Nederlandse bedrijven, vermindert handelsbelemmeringen en biedt kansen op nieuwe samenwerkingen, waaronder die in de halfgeleiderssector en opkomende technologieën zoals AI en quantumtechnologie.
Maar ook breder dan handel, ziet het kabinet het belang van verdieping van de relatie met India – ook op het gebied van veiligheid en in het kader van diversificatie van onze afhankelijkheden. Daarom werken wij als Nederland momenteel toe naar een Strategisch Partnerschap met India waar naast handel ook samenwerking op het gebied van veiligheid en nieuwe technologieën centraal zal staan. Mijn bezoek aan India in december jl. waar ik onder meer sprak met mijn Indiase counterpart Jaishankar, maar ook de minister van Defensie en de National Security Advisor, was nadrukkelijk bedoeld om die banden aan te halen.
In februari zal minister-president Schoof de India AI Impact Summit bijwonen, samen met internationaal opererende Nederlandse bedrijven. Dit bezoek onderstreept onze inzet om de samenwerking op het gebied van AI te versterken.
Vraag
Ziet de minister kansen om de samenwerking met het Verenigd Koninkrijk op het gebied van veiligheid verder te formaliseren en steunt het kabinet toetreding van het VK tot SAFE?
Antwoord
Het kabinet ziet nadrukkelijk verdere kansen voor veiligheidssamenwerking met het Verenigd Koninkrijk. Het VK is een belangrijke bondgenoot binnen de NAVO. Op 3 december 2025 heeft de minister van Buitenlandse Zaken samen met Foreign Secretary Cooper een gezamenlijke verklaring ondertekend over het bilaterale veiligheidspartnerschap tussen het VK en Nederland. Hierin is de ambitie vastgelegd om nauwer samen te werken op het gebied van buitenlands beleid, defensie en veiligheid, economische groei, onderzoek en wetenschap, en diplomatieke betrekkingen. Daarnaast heeft Nederland zich ingezet voor voortgang in de gesprekken met het Verenigd Koninkrijk over het openstellen van het SAFE-instrument voor de defensie-industrie uit het VK, zoals eerder aangegeven in het verslag van de bijeenkomsten van de NAVO-ministers van Defensie (DMM), de Ukraine Defence Contact Group (UDCG) en de Raad Buitenlandse Zaken (RBZ) Defensie.1
Vraag
Op welke andere terreinen, naast veiligheid, kan het kabinet samenwerkingen met het Verenigd Koninkrijk aanjagen?
Antwoord
De samenwerking met buurland Verenigd Koninkrijk is van oudsher hecht en er wordt op veel terreinen samengewerkt. Denk daarbij aan innovatie, energie, handel en defensie. Recent werd een Energie MoU ondertekend met het VK evenals een innovatiepartnerschap, om binnen deze terreinen te streven naar nog nauwere samenwerking. Hieraan wordt op dit moment verdere uitvoering gegeven. Ook tussen het VK en de EU is sprake van hernieuwde toenadering en samenwerking na Brexit, hetgeen het kabinet verwelkomt.
Vraag
Hoe kijkt de minister aan tegen het EU Global Gateway initiatief, en hoe waarborgen we dat dit de stabiliteit in de nabije regio bevordert? Ziet de minister kansen om OS-middelen op EU-niveau beter te bundelen en hoe zorgen we dat het strategisch is om dit in te zetten om veiligheid in de nabije regio te bevorderen?
Antwoord
De Global Gateway strategie biedt kansen voor het versterken van de internationale positie van Europa en vergroten van de impact van ontwikkelingssamenwerking, en ook meer direct, het vergroten van het Nederlandse en Europees verdienvermogen met kansen voor bedrijven in opkomende markten. Nederland heeft ruime ervaring met het combineren van hulp en handel en zet erop in om de Global Gateway strategie succesvol vorm te geven. Deze inzet moet onderdeel zijn van brede partnerschappen met landen, waarmee de belangen van onze partnerlanden en van de EU worden gediend. Deze belangen kunnen onder andere liggen op het terrein van veiligheid, migratie en economische samenwerking. Projecten in het kader van Global Gateway kunnen een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de lokale economie, die bevorderlijk is voor de stabiliteit van partnerlanden, waaronder in de nabije regio.
Het kabinet ziet kansen om OS-middelen op EU-niveau beter te bundelen, bij voorkeur via brede partnerschappen en in Team Europe verband, waarbij de inzet van lidstaten en Europese Commissie samenkomt. Dit kan leiden tot meer effectiviteit, schaal en politieke slagkracht. Het bundelen van middelen is daarbij geen doel op zich, maar een middel om versnippering tegen te gaan, focus aan te brengen en impact te vergroten, onder meer in de nabije regio’s waar sprake is van instabiliteit.
Vraag
Is de minister van mening dat landen in Noord-Afrika en de Sahel ook in onze achtertuin liggen, en hoe richten we ons beleid samen met EU-partners in, zodat grootmachten daar niet de touwtjes in handen krijgen of houden?
Antwoord
Ja, Noord-Afrika en de Sahel zijn regio’s die in onze achtertuin liggen. Ontwikkelingen in deze regio’s hebben directe gevolgen voor Nederland en de Europese Unie, onder meer op het gebied van veiligheid, stabiliteit en migratie.
Samen met EU-partners volgt Nederland een geïntegreerde benadering, denk voor Noord-Afrika hierbij bijvoorbeeld aan onze betrokkenheid bij het vormgeven van de EU-strategie in de zuidelijke nabuurschapsregio.2 Nederland en de EU werken door diplomatieke aanwezigheid, politieke dialoog en partnerschappen met landen in de regio. We steunen verder de EU bij de hernieuwde EU aanpak voor de Sahel die aansluit bij de Nederlandse inzet om te engageren op basis van onze belangen op het gebied van veiligheid en migratie. Deze inzet wordt ondersteund door gerichte ontwikkelingssamenwerking, bijvoorbeeld op water en voedselzekerheid.
Vraag
Kan de minister van Buitenlandse Zaken meer informatie delen over het huidig dodenaantal in Iran?
Antwoord
Momenteel circuleren verschillende cijfers als het gaat om het totaal aantal dodelijke slachtoffers dat is gevallen tijdens de recente protesten. Dit heeft te maken met de internetblokkade, met de omvang en wijdverbreidheid van de protesten en met het ongekende geweld dat gebruikt is tegen de demonstranten.
Mensenrechtenorganisatie HRANA rapporteerde gister dat er zeker 6.126 zijn gevallen en dat 17.019 claims nog onderzocht moeten worden.3
Time Magazine rapporteerde afgelopen zondag op basis van anonieme bronnen binnen het Iraanse ministerie van Volksgezondheid dat er mogelijk meer dan 30.000 mensen gedood zijn, maar stelt dat het nog niet mogelijk is om dit getal te verifiëren.4
Volgens oppositiemedium Iran International zou het Iraanse parlement zijn geïnformeerd dat er 27.500 doden zouden zijn gevallen, zou het Iraanse ministerie van Binnenlandse Zaken uitgaan van meer dan 30.000 doden en zou uit interne rapportages de Inlichtingenorganisatie van het Islamitische Revolutionaire Gardekorps (IRGC) inmiddels spreken van 36.500 doden.5
Vraag
Wat kan het kabinet doen om Oekraïne op het gebied van energie infrastructuur te helpen?
Antwoord
De situatie in Oekraïne is op dit moment hartverscheurend met miljoenen mensen die dagelijks in het donker en de kou zitten als gevolg van de aanhoudende aanvallen van Rusland op de energievoorzieningen. Onlangs heeft het kabinet daarom EUR 23 miljoen aan extra energiesteun vrijgemaakt. Dit betekent dat Nederland dit jaar in totaal EUR 133 miljoen aan energiesteun voor Oekraïne bijdraagt.
Deze steun gaat naar het financieren van gasaankopen, urgente reparaties, herstel van energiecentrales en het leveren van energiemateriaal, zoals generatoren en transformatoren, via Nederlandse marktpartijen.
Daarnaast biedt Nederland Oekraïne steun in het beschermen van de kritieke energie-infrastructuur.
Het kabinet roept de andere partners op om meer te doen, onder andere door deelname aan overleg in G7+ verband. Zo heeft de staatssecretaris Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp vorige week een bezoek gebracht aan Oekraïne met 17 bedrijven op het gebied van energie en gezondheid.
Vraag
Wordt de bezetting van het postennet getoetst aan Nederlandse strategische prioriteiten? Welke mogelijkheden ziet de minister van Buitenlandse Zaken om de besparing in te richten langs andere lijnen, namelijk kijken naar welke efficiency nog mogelijk is bijvoorbeeld door het digitaliseren van de consulaire dienstverlening?
Antwoord
De bezetting van ons postennet wordt voortdurend getoetst aan ontwikkelingen in de wereld daar waar het gaat om strategische doelen. Buitenlandse Zaken heeft een diplomatieke dienst die flexibel ingezet kan worden afhankelijk van onze politieke prioriteiten en we kunnen snel opschalen bij crisissituaties. De invulling van de taakstelling op het postennet, inclusief het sluiten van een aantal posten, is zorgvuldig tot stand gekomen waarbij de Nederlands belangen, ons handelingsperspectief en de kosten van ons netwerk goed zijn afgewogen. De afgelopen jaren is, waar mogelijk, maximaal ingezet op digitalisering van de consulaire dienstverlening. Het ministerie van Buitenlandse Zaken zal dat ook blijven doen in samenwerking met andere betrokken departementen. Tegelijkertijd zijn bepaalde kernonderdelen in het consulaire dienstverlenings- en -bijstandverleningsproces, zoals gedetineerdenbegeleiding of paspoortafgifte, niet digitaal te organiseren en is het op dit moment beperkt mogelijk daarop verdere stappen te maken. Tijdens het Tweeminutendebat ‘Staat van het Consulaire’ van december jl. is de motie Van der Werf (D66) over digitale alternatieven voor de fysieke verschijningsplicht bij het verlengen van paspoorten aangenomen.6 Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zal in dat kader in het vierde kwartaal van 2026 een onderzoek opleveren naar deze alternatieven.
Vragen van het lid Piri (GL-PvdA)
Vraag
Hoe staat het met de uitvoering van de in de Kamer breed aangenomen motie over een Nederlands fonds voor regionale partnerschappen?
Antwoord
De motie Piri c.s.7 verzoekt het kabinet om ruimte te zoeken op de begrotingsposten waar vaak onderuitputting is om het NFRP in 2026 en 2027 budgettair onverminderd ten opzichte van 2025 voort te zetten.
Er is vooralsnog geen sprake van onderuitputting waarmee de volledige bezuinigingen teruggedraaid kunnen worden. Het kabinet komt het lid Piri echter graag tegemoet door voor 2026 en 2027 alvast het budget voor het Politieke Partijen Programma te corrigeren naar het niveau van 2025. Als er zich gedurende het jaar onderuitputting voordoet op de begroting zal, indachtig deze motie, met prioriteit bekeken worden of het NRFP MATRA en Shiraka budget voor 2026 en 2027 verder hersteld kan worden.
Vraag
Hoe is de extra steun voor Oekraïne, de toegezegde EUR 2 miljard ingevuld? Wanneer wordt de motie Klaver uitgevoerd?
Antwoord
Vanwege de hoge noden van Oekraïne, en met brede steun van uw Kamer, heeft het kabinet zo snel mogelijk geld geprobeerd vrij te maken. Zo is er in 2025 nog EUR 700 miljoen additionele urgente steun voor Oekraïne gerealiseerd door gebruik te maken van onderbestedingen op de begrotingen van Defensie en Buitenlandse Zaken. Bij de Voorjaarsnota 2026 zal het demissionaire kabinet, of het nieuwe kabinet, invulling geven aan de rest van de motie.8
Vraag
Welke maatregelen is dit kabinet bereid te nemen als het besluit inzake registraties van non-gouvernementele organisaties door Israël niet ongedaan wordt gemaakt?
Antwoord
Het kabinet zal in de aankomende periode bij Israël erop blijven aandringen de VN, Rode Kruis- en Halve Maanbeweging en de relevante internationale ngo’s ongehinderde toegang te verschaffen tot de bezette Palestijnse gebieden. Het besluit om vertrouwde Nederlandse humanitaire partnerorganisaties te weigeren moet worden teruggedraaid. Nederland zet zich hier zowel in bilateraal als in multilateraal en EU-verband voor in. Zo zal Nederland andermaal aandacht voor dit onderwerp vragen bij de aanstaande Raad Buitenlandse Zaken in Brussel. Europese maatregelen liggen nog op tafel, waarbij de humanitaire situatie een belangrijke overweging is om deze al dan niet van tafel te halen.
Vraag
Hoe denkt het kabinet over de oproep van lid Karimi? Is de regering nu wel bereid samen met gelijkgezinde landen het Iran regime voor misdaden tegen de mens voor het Internationaal Gerechtshof te brengen?
Antwoord
De Kamer is hierover op 12 december 2024 per brief geïnformeerd over de (on)wenselijkheid en de (on)mogelijkheden omtrent het aansprakelijk stellen van Iran voor misdrijven tegen de menselijkheid.9 De positie van het kabinet is sindsdien niet veranderd.
Vragen van het lid de Roon (PVV)
Vraag
Hoe kijkt het kabinet naar de ontwikkeling dat de Baltische staten, Polen en Finland uit verdragen (o.a. Ottawa verdrag) zijn gestapt? Moet Nederland ook sommige verdragen ‘parkeren’ als dat onze veiligheidsbelangen dient?
Antwoord
Nederland betreurt het besluit tot opzegging door deze landen van het Verdrag van Ottawa en door Litouwen van het Verdrag inzake clustermunitie. Tegelijkertijd heeft het kabinet oog voor de context waarin deze landen zich genoodzaakt zien tot deze besluiten en heeft het Kabinet daar gegeven de context begrip voor. Immers, de Russische agressieoorlog tegen Oekraïne leidt tot een veranderende veiligheidssituatie in Europa. Dat dwingt ons en onze bondgenoten tot afwegingen die we eerder niet maakten. Het kabinet ziet op dit moment geen noodzaak tot het opzeggen van deze of dergelijke verdragen.
Vraag
Is het kabinet bereid islamitische predikers als ongewenste vreemdelingen te registreren en om daarvoor de benodigde stappen te zetten?
Antwoord
In algemene zin trekt het kabinet de lijn voor het ontzeggen van toegang tot Nederland bij een bedreiging voor de openbare orde of veiligheid. Voor mensen die in Nederland willen komen om hier ideologisch gemotiveerd gedachtengoed te verspreiden en hierbij een gevaar vormen voor de nationale veiligheid is geen plaats. De vrijheid van meningsuiting is een groot goed. Hierin mag het ook best schuren, maar wel binnen de democratische waarden die we met elkaar hebben afgesproken. Het kabinet is er alles aan gelegen om de verspreiding van extremistisch gedachtengoed tegen te gaan.
Daarbij vindt per geval een beoordeling plaats, zowel op inhoud als op juridische haalbaarheid. Voor het weren van personen tot Nederland zijn meerdere instrumenten beschikbaar, van de ministeries van Asiel en Migratie, Buitenlandse Zaken, en Justitie en Veiligheid. Daarbij geldt dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) kan overgaan tot het weren van sprekers indien er uit informatie van de AIVD en/of lokale driehoek of een duiding van de NCTV blijkt dat de aanwezigheid van de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of de nationale veiligheid. Dat is een individuele en actuele toets, waarbij wel eerst sprake moet zijn van signalen dat er een mogelijk gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid is. Het ministerie van Buitenlandse Zaken waarborgt dit bij visumaanvragen bijvoorbeeld door te toetsen op een bedreiging voor de openbare orde of via een controle op signalering in het Schengeninformatiesysteem (SIS).
Vraag
Wat is huidige stand van zaken met betrekking tot de Polaire Strategie?
Antwoord
Er wordt op dit moment interdepartementaal met urgentie gewerkt aan een hernieuwde Nederlandse polaire strategie. In die strategie zal vanzelfsprekend aandacht zijn voor de veiligheidssituatie in het noordpoolgebied. Eerder is aan uw Kamer medegedeeld dat deze in Q1 2026 zou verschijnen. Met het oog op het aantreden van een nieuw kabinet is de verwachting dat enige speling nodig is met betrekking tot dit tijdspad. Tot die tijd blijft de vorige Nederlandse polaire strategie van kracht.
Vraag
Wat kan de minister ons vertellen over eventuele betrokkenheid van Oekraïne bij de gebeurtenissen rond het opblazen van de pijpleiding Nord Stream?
Antwoord
Duitsland heeft onderzoek gedaan naar de toedracht van de explosies bij Nord Stream. Inmiddels zijn zeven individuen met een Oekraïense nationaliteit als verdachten geïdentificeerd. Het kabinet speculeert niet over verdere details maar wacht het Duitse juridische vervolgproces af.
Vragen van het lid Boswijk (CDA)
Vraag
Geldt nog steeds de lijn van de aangenomen motie Boswijk om zich in Europees verband ervoor te blijven inzetten dat bij contentmoderatie altijd een substantiële vorm van menselijke controle plaatsvindt, en indien nodig zich in te zetten voor de aanscherping van de Digital Services Act?
Antwoord
De kabinetslijn is onveranderd en in lijn met motie Boswijk.10 De EU gaat over haar eigen wet- en regelgeving, ook in het geval van de DSA. Het kabinet steunt de Commissie in de handhaving van Europese wet- en regelgeving. In algemene zin - losstaand van de DSA - geldt dat wanneer aanpassing van Europese
wet- en regelgeving nodig is, bijvoorbeeld in het kader van de simplificatie-agenda, het kabinet dit doet om de Europese concurrentiepositie te versterken, en niet om concessies te doen aan derde landen.
Vraag
Om afhankelijkheid van onder andere de VS goed in kaart te brengen is de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) bezig met een Amerikastrategie. Naar verwachting is dit afgerond in het derde kwartaal. Kan dit sneller?
Antwoord
De AIV gaat over het eigen werkprogramma, maar ik ben graag bereid in overleg te gaan met de AIV om te kijken of het advies eerder kan komen.
Vraag
Vorig jaar is de motie Boswijk aangenomen die verzocht om kopgroepen te vormen op het gebied van grondstoffenbeleid. Hoe staat het met de uitvoering daarvan?
Antwoord
Het kabinet deelt de urgentie om de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen te vergroten. Nederland is actief om in EU verband grondstoffenbeleid te vormen. Nederland is vertegenwoordigd in de Europese Critical Raw Materials Board en speelt een actieve rol in deze discussies, en kijkt samen met gelijkgezinde lidstaten hoe de doelstellingen in de Europese Critical Raw Materials Act gerealiseerd kunnen worden. Daarnaast spreekt de Speciaal Vertegenwoordiger Grondstoffen, Allard Castelein, regelmatig met zijn collega’s in Europese landen, zoals Frankrijk. Conform de motie Boswijk heeft de minister-president tijdens de Europese Raad van 18 december jl. aangegeven graag nauwere samenwerkingen aan te gaan met bereidwillige EU-lidstaten om de winning, verwerking en recycling van kritieke grondstoffen te versnellen en waardeketens te versterken.11
Vraag
Het CDA vraagt naar de vastgelopen discussie omtrent diepzeemijnbouw. Er liggen grote kansen om op verantwoorde manier grondstoffen te winnen. Besluitvorming wordt vaak geblokkeerd door de Verenigde Staten en China die zelf buiten de Internationale Zeebodemautoriteit (ISA) eigen regels aan het maken zijn. EU-bedrijven die binnen duidelijke kaders met hoge milieustandaarden willen opereren worden buiten spel gezet. Dat vergroot onze afhankelijkheid van grondstoffen verder. Is het kabinet hiervan op de hoogte? Deelt het kabinet de zorgen dat misbruik van internationale instituties onze strategische autonomie ondermijnt? Daarnaast ligt er een kans om samen te werken met middle-powers, Canada is hierin een goed voorbeeld. Zo zoekt Canada samen met innovatieve Nederlandse bedrijven naar een manier om op verantwoordelijke manier diepzeemijnbouwdiepzeemijnbouw in de praktijk te brengen. Wat is de visie van het kabinet hierop?
Antwoord
De Internationale Zeebodemautoriteit is de exclusief aangewezen instantie om diepzeemijnbouwactiviteiten op en in de internationale zeebodem te organiseren. Nederland is actief in de onderhandelingen over het sluiten van een exploitatieregeling binnen de kaders van de Internationale Zeebodemautoriteit en werkt daarbij nauw samen met gelijkgezinde landen, waaronder bijvoorbeeld Canada. Nederland zet zich samen met deze landen in voor een exploitatieregeling met strikte milieuvoorwaarden en effectief toezicht, zoals benoemd in het kabinetsstandpunt diepzeemijnbouw. De VS is geen partij bij deze onderhandelingen.
Vraag
Chili bezit de grootste lithiumvoorraden ter wereld. Dat is cruciaal voor onze energietransitie en herbewapening. Is het kabinet bereid om hier actiever op te sturen, eveneens in bilateraal verband?
Antwoord
Chili is een belangrijke partner voor Nederland waar nauw mee wordt samengewerkt, bijvoorbeeld op economisch terrein en in multilaterale fora. Het kabinet deelt uiteraard het gevoel van urgentie van het vergroten van de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen, en zet zich hiervoor in met de Nationale Grondstoffenstrategie (Kamerstuk 32852-224) en op EU-niveau met de Critical Raw Materials Act.
Op kritieke grondstoffen geeft het kabinet de voorkeur aan samenwerking met Chili op EU-niveau, omdat we als EU gezamenlijk meer slagkracht hebben en de EU met Chili samenwerkt onder een bestaand grondstoffen-MoU. Daarnaast importeert Nederland zelf vrijwel geen ruwe grondstoffen en heeft Nederland geen grote mijnbouwbedrijven.
Nederland geeft invulling aan het EU MoU middels diverse activiteiten. Zo hebben het Nederlands Materialen Observatorium en Nederlandse universiteiten een samenwerking met Chileense universiteiten en steunt Nederland een Europa-brede studie op basis van aanbevelingen van CEPAL over hoe de regio zijn lithium- en koperwaardeketens duurzaam kan ontwikkelen. Ook heeft TNO een samenwerking met het Chileense Nationaal Lithiuminstituut (INLiSa).
Vragen van het lid Hoogeveen (JA21)
Vraag
JA21 steunde de motie van der Burg c.s.12, en de motie van den Burg/Piri.13 Kan de minister een update geven over de uitvoering van beide moties?
Antwoord
Motie van der Burg (Kamerstuk 36600-V-27) verzoekt het kabinet om personen die gebruikmaken van een door de regering georganiseerde evacuatie en repatriëringsvlucht een financiële bijdrage te laten betalen als zij zonder gegronde reden in een rood reisgebied zijn geweest.
Het organiseren van een consulaire repatriërings- of evacuatieoperatie is complex, kostbaar en geen vanzelfsprekendheid. Daarom zal het ministerie van Buitenlandse Zaken bij toekomstige repatriëringen/evacuaties die volledig door de Rijksoverheid worden georganiseerd een financiële bijdrage doorberekenen. Daarbij is de inzet om de financiële bijdrage voor alle soorten repatriëringen/evacuaties te hanteren en geen koppeling te maken met de kleurcode van het reisadvies voor een land. De overheid maakt immers bij alle repatriëringen/evacuaties kosten. En het advies aan de consulaire doelgroep is ook een passende reisverzekering af te sluiten die extra kosten dekt. Men dient zich hierbij rekenschap te geven dat een reisverzekering voor een land met een rood reisadvies geen vanzelfsprekendheid is. De verdere modaliteiten van de inning van de financiële bijdrage worden in samenwerking met het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) uitgewerkt. De implementatie van de financiële bijdrage is in de eerste helft van 2026 voorzien.
De motie van de leden Van der Burg en Piri (Kamerstuk 21501-02, nr. 3000) over een zwart reisadvies verzoekt de regering om een zwart reisadvies te onderzoeken voor (regio's van) landen die zich schuldig maken aan gijzeldiplomatie. Het ministerie van Buitenlandse Zaken is tot de conclusie gekomen dat andere methodes effectiever zijn om gijzeldiplomatie te voorkomen. Daarom heeft het ministerie zich ingezet om gijzeldiplomatie te voorkomen door het risico op willekeurige arrestaties nadrukkelijker onder de aandacht te brengen in de reisadviezen, een media-aanpak te ontwikkelen ter preventie van gijzeldiplomatie en gerichte gesprekken met reisorganisaties te voeren die reizen aanbieden naar landen waar het risico op gijzeldiplomatie speelt. Daarnaast blijft Nederland in Europees verband en met gelijkgezinde landen optrekken op het gebied van preventie en – waar effectief – collectieve actie.
Vraag
Hoe kijkt de minister naar de huidige situatie in Venezuela? Is er gesproken over de rol van Nederland in de transitie van Venezuela, met name in de olie-export? Is er in de heroriëntatie van het postennet ruimte voor volwaardige ambassadeurspost in Caracas?
Antwoord
Ik heb kennisgenomen van het feit dat enkele landen een ambassadeur hebben benoemd. Het Koninkrijk der Nederlanden is daartoe, evenals enkele andere landen, op dit moment nog niet overgegaan. Het zal afhangen van verdere ontwikkelingen of wij besluiten ons in Caracas door een ambassadeur te laten vertegenwoordigen. Als buurland van het Koninkrijk blijft de hoogste prioriteit de regionale veiligheid en stabiliteit. Het Koninkrijk zal zich dan ook in EU en bilateraal verband blijven inzetten voor een stabiel en democratisch Venezuela. In deze fase is daarvoor vooral brede outreach en dialoog nodig met partijen in Venezuela, de interim-autoriteiten, de oppositie en met sleutelspelers in de internationale gemeenschap. Met als doel lange termijn stabiliteit, gedragen door het Venezolaanse volk. Dit is waar gesprekken waar Nederland bij betrokken is voor nu over gaan.
Vraag
Kan de minister een update geven waar de rest van de EUR 3 miljard uit het coronaherstelfonds blijft?
Antwoord
Nederland heeft in december 2025 het derde betaalverzoek ingediend ter waarde van 551 miljoen euro onder het nationale Herstel- en Veerkrachtplan (HVP). De Commissie is dit betaalverzoek op dit moment aan het beoordelen. De eerste twee betaalverzoeken ter waarde van EUR 2,5 miljard zijn al eerder goedgekeurd en uitbetaald aan Nederland. Nederland zal in 2026 de laatste twee betaalverzoeken indienen ter waarde van EUR 2,4 miljard. De minister van Financiën heeft op 26 januari jl. een Kamerbrief gestuurd waarin wordt toegelicht wat de stand van zaken is van de nog openstaande mijlpalen en doelstellingen.14
Vraag
Hoe kijkt het kabinet naar het feit dat, in het kader van leningen voor Oekraïne, voor de eerste keer gezamenlijke leningen zijn gesloten op basis van optionele deelname?
Antwoord
Het kabinet verwelkomt het politieke akkoord dat Europese leiders in december bereikten op een steunpakket van EUR 90 mld. Hiermee is voor de komende twee jaar urgente financiële en militaire steun veiliggesteld. Deelname van 24 EU-lidstaten draagt daarbij significant bij aan eerlijkere lastenverdeling tussen EU-lidstaten. In dit licht bekijkt het kabinet het gebruik van de mogelijkheid voor nauwere samenwerking van de lening positief. Europese steun blijft voor Oekraïne van existentieel belang. Hiervoor is het nodig dat de EU effectief kan handelen. Het kabinet blijft zich ervoor inspannen dat alle instrumenten uit de EU-verdragen zo goed mogelijk worden benut. Hier hoort ook nauwere samenwerking bij.
Vraag
Waarom heeft het kabinet geen opt-out bedwongen zoals Hongarije, Tsjechië en Slovenië en ingezet op verhoogde bilaterale steun aan Oekraïne?
Antwoord
Het kabinet blijft Oekraïne actief en onverminderd steunen, zowel politiek, militair, financieel en moreel. Het politieke akkoord op de EUR 90 mld. aan aanvullende EU-steun moet in dit licht worden bezien. Vanwege de aanhoudende oorlogssituatie heeft Oekraïne in 2026 en 2027 ca. EUR 135 miljard aan aanvullende financiële en militaire steun nodig, onder meer als gevolg van de noodzakelijke defensie-uitgaven om weerstand te bieden aan de Russische agressie. In lijn met de motie Erkens c.s. heeft het kabinet zich tijdens de ER ingespannen voor een akkoord om meerjarige steun aan Oekraïne veilig te stellen en hierbij ingezet op een evenredige lastenverdeling over Europese lidstaten. Door gebruik van de headroom staan deelnemende lidstaten naar rato garant, wat bijdraagt aan de eerlijkere lastendeling tussen lidstaten onderling. Het verlenen van deze steun via de EU heeft verschillende voordelen. Zo kan sneller op grote schaal steun worden geleverd en dragen deelnemende EU-lidstaten vanwege het gebruik van de headroom van het MFK naar rato bij. Nationale procedures duren in sommige landen vaak lang en ook is niet af te dwingen dat EU-lidstaten in een dergelijke constructie hun eerlijke bijdragen leveren. Steun via de EU zorgt daarnaast voor beperktere administratieve lasten voor de Oekraïense autoriteiten omdat zij slechts met een partij afspraken hoeven te maken. De steun van de EU alleen is niet genoeg om aan de financiële en militaire noden van Oekraïne te voldoen, daarvoor zullen ook bilaterale bijdragen van landen nodig blijven.
Vraag
Gaat Nederland toch meebetalen aan rentekosten om de Commissie te redden van deze extra kostenpost?
Antwoord
Het kabinet zet in eerste instantie in op herprioriteringen binnen de EU-begroting ter dekking van de rentekosten. Indien dit binnen het huidige Meerjarig Financieel Kader (MFK) niet volledig haalbaar blijkt, dan kijkt het kabinet constructief naar alternatieve dekkingsopties. Dekking van de rentekosten vanaf 2028 worden naar verwachting onderdeel van de onderhandelingen over het volgend MFK (2028-2034).
Vraag
Hoe kijkt de minister naar de brief over het interne onderzoek bij het ministerie van Buitenlandse Zaken over het bekritiseren van minister Veldkamp in de media? Hoe ziet de minister het feit dat ambtenaren hun minister in de openbaarheid kunnen afvallen?
Antwoord
Er is vastgesteld dat de betreffende brief geen gerubriceerde of vertrouwelijke informatie bevatte. Omdat daarmee geen sprake was van het schenden van de geheimhouding was aangifte bij het OM niet aan de orde. Dat laat onverlet dat de brief was gericht aan de voormalig minister en uitsluitend bedoeld voor intern gebruik.
Ambtenaren zijn gehouden aan de ambtenarenwet, waaronder Artikel 10 dat stelt dat de ambtenaar zich dient te onthouden van het openbaren van gedachten of gevoelens of van de uitoefening van het recht tot vereniging, tot vergadering en tot betoging, indien door de uitoefening van deze rechten de goede vervulling van zijn functie of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd. Voor deze kaders van ambtelijk vakmanschap is binnen mijn ministerie veel aandacht, net als voor de mogelijkheid om binnen het ministerie tegenspraak te bieden en in gesprek te gaan over afwijkende meningen of inzichten. Het is echter duidelijk, en die boodschap wordt ook helder uitgedragen dat het delen van interne gesprekken en brieven zeer onwenselijk is en het lekken van Vertrouwelijke informatie niet is toegestaan.
Vragen van het lid Dekker (FvD)
Vraag
Ziet de minister ook dat in de Rijksbegroting eigenlijk EUR 110 miljard verbonden is met buitenlands beleid?
Antwoord
Ik herken het bedrag in de orde van EUR 110 miljard aan uitgaven voor buitenlands beleid niet. De Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) is een budgettaire constructie binnen de Rijksbegroting die alle budgetten voor internationale samenwerking en gerelateerde buitenlanduitgaven over departementen heen bundelt. Hiermee wordt de samenhang en afstemming van het Nederlandse buitenlandbeleid in de begroting zichtbaar. De minister van Buitenlandse Zaken coördineert het Nederlandse buitenlandbeleid én daarmee de HGIS. De staatssecretaris Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp heeft daarnaast de coördinerende verantwoordelijkheid voor de ODA-component binnen de HGIS. De HGIS maakt het mogelijk om buitenlandse uitgaven die verspreid staan over meerdere begrotingen (BZ, FIN, DEF (t/m 2026), KGG, JenV, SZW, BHO, OCW, VWS, EZ, IenW, LVVN, AenM, BZK) in samenhang te presenteren wat essentieel is om beleid coherent te toetsen en te sturen richting uw Kamer. De totale omvang HGIS in 2026 is EUR 8,2 miljard (HGIS NOTA 2026). Hiervan kwalificeert EUR 6,7 miljard als Official Development Assistance (ODA), dit zijn ontwikkelingssamenwerkingsuitgaven die aan internationale ODA-criteria voldoen.
En EUR 1,5 miljard is non-ODA, andere internationale uitgaven binnen de HGIS. Alle internationale uitgaven in de Rijksbegroting vallen onder de HGIS, behalve EU-afdrachten en middelen bij Defensie met een buitenlands beleidsdoel (DEF splitste zich in 2026 af van de HGIS). De EU-afdrachten bedragen in 2026 EUR 9,8 miljard. De HGIS biedt een coherent beeld van de middelen die expliciet voor internationale samenwerking en internationaal beleid zijn geraamd binnen de rijksbegroting. Dit maakt de HGIS een belangrijk instrument voor beleidssamenhang en toezicht.
Vragen van het lid van Baarle (DENK)
Vraag
Is de regering bereid om gewelddadige kolonisten op de lijst voor inreisverboden te zetten?
Antwoord
Het kabinet deelt de zorgen over het geweld op de Westelijke Jordaanoever, en zal daarom blijven pleiten voor aanname van het derde pakket van sancties tegen gewelddadige kolonisten en organisaties zoals voorgesteld door Nederland en Frankrijk. De (inreis)maatregelen tegen de Israëlische bewindspersonen Smotrich en Ben-Gvir zijn maatregelen in het vreemdelingenrecht. Beide Israëlische ministers zijn ongewenst verklaard op grond van de Vreemdelingenwet 2000, omdat ze een gevaar vormen voor de Nederlandse openbare orde en in het belang van de internationale betrekkingen. Deze ongewenstverklaring is een uitzonderlijke stap en de onderliggende motivering is niet zonder meer van toepassing op gewelddadige kolonisten. Europese sancties zijn effectiever vanwege de reikwijdte en economische impact, daarom blijft het kabinet in het geval van gewelddadige kolonisten zich hiervoor inspannen.
Vraag
Wanneer komt er een handelsverbod met illegale nederzettingen?
Antwoord
Het kabinet heeft zich afgelopen zomer, conform motie Van Campen/Boswijk (Kamerstuk 21501-02, nr. 3196), ingezet voor EU-maatregelen tegen o.a. de invoer van producten uit de onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden. Vooralsnog bestaat er onvoldoende draagvlak voor deze en andere beoogde EU-maatregelen. Het kabinet heeft daarom op 10 september 2025 toegezegd, in lijn met de motie Paternotte c.s. (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3236) en motie Van Baarle (Kamerstuk 36 800-V, nr. 27), nationale maatregelen voor te bereiden om producten afkomstig uit de onrechtmatige nederzettingen te weren. Dit doet het kabinet zo snel mogelijk. Tegelijkertijd gaat het kabinet zorgvuldig te werk vanwege de complexiteit van de materie. Momenteel bevinden de benodigde wetgevings- en uitvoeringstoetsen zich in de afrondende fase. De tijdlijn voor deze maatregelen is daarom nog niet volledig uitgekristalliseerd. Het kabinet heeft ook samenwerking gezocht met andere EU-lidstaten die vergelijkbare maatregelen hebben aangekondigd om daarmee de effectiviteit en onderlinge coherentie zoveel mogelijk te bevorderen.
Vraag
Gaat het ontmoedigingsbeleid nog verder aangescherpt worden?
Antwoord
Naast de voorbereidingen voor deze nationale maatregel geldt onverminderd het ontmoedigingsbeleid. Dit ontmoedigingsbeleid wordt nu actief uitgedragen, onder andere via de websites van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en de Nederlandse ambassade in Tel Aviv, alsook via diverse informatiesessies voor het bedrijfsleven. Ook wordt verkend of de toepassing van het ontmoedigingsbeleid kan worden uitgebreid, bijvoorbeeld naar Nederlandse pensioenfondsen. De Kamer zal nader geïnformeerd worden wanneer de verkenning is afgerond.
Vraag
Wat wordt de consequentie als Israël doorgaat met maken van plannen voor nog meer illegale nederzettingen? En wat gaat de regering doen tegen het nederzettingenbeleid en de illegale bezetting?
Antwoord
De Israëlische bezetting van de Palestijnse Gebieden is onrechtmatig. Nederland en de EU veroordelen de bezetting en het nederzettingenbeleid nadrukkelijk. Dit draagt het kabinet ook consequent uit richting Israël. Het meest recent heeft het kabinet op 24 december jl. via een verklaring met veertien gelijkgezinde landen het besluit van Israël om negentien nieuwe nederzettingen te bouwen veroordeeld. Vanwege de verslechterende omstandigheden in de bezette gebieden heeft het kabinet ook in juli besloten om het ontmoedigingsbeleid actiever uit te dragen en te verkennen of de toepassing van dit beleid kan worden uitgebreid naar bijvoorbeeld Nederlandse pensioenfondsen. Ook bereidt het kabinet nationale maatregelen voor om producten uit de onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden te weren.
Vraag
Hoe blijft de regering zich inzetten voor vervolging van leden van het Assad-regime?
Antwoord
Het kabinet blijft zich inzetten voor gerechtigheid in Syrië. Zo heeft Nederland, gezamenlijk met Canada, Syrië aansprakelijk gesteld voor schending van het Antifolterverdrag. De procedure bij het Internationaal Gerechtshof loopt, en deze zaak zal onverminderd worden doorgezet. Daarnaast blijft Nederland de VN-bewijzenbank voor Syrië (IIIM) en het OHCHR Veldkantoor in Damascus financieel en politiek steunen. Zo kan bewijsmateriaal van mensenrechtenschendingen van onder andere het Assad-regime verzameld blijven worden ten behoeve van (inter)nationale procedures om straffeloosheid tegen te gaan. Ten slotte zet Nederland zich in Genève actief in voor de verlening van het mandaat van de VN Commission of Inquiry voor Syrië, zodat onderzoek naar mensenrechtenschendingen wordt voortgezet.
Vraag
Hoe zet de regering zich in om bijvoorbeeld ondersteuning van de RSF af te knijpen, om te zorgen dat er geen straffeloosheid kan zijn van plegers van mensenrechtenschendingen in Soedan, en dat de humanitaire situatie snel verbeterd wordt?
Antwoord
Het kabinet blijft zich inzetten om de situatie in Soedan te verbeteren en om tot een einde aan het conflict te komen. Zo benadrukt het kabinet in bilaterale gesprekken met relevante landen het belang van het stoppen van wapentoevoer naar Soedan. Nederland vraagt voorts binnen de EU aandacht voor het risico op omleiding van wapens naar Soedan.
Nederland zet zich verder onverminderd in voor EU-sancties tegen entiteiten en individuen om het conflict en schendingen van het internationaal recht in Soedan tegen te gaan. Nederland werkt actief aan de bestrijding van straffeloosheid in Soedan. Dit doet Nederland door steun aan het Internationaal Strafhof en de VN-Mensenrechtenorganisatie OHCHR, via welke Nederland ook de Fact Finding Mission for Sudan financieel en politiek steunt.
Internationaal pleit Nederland daarnaast voor ongehinderde humanitaire toegang. Ondanks alle diplomatieke inspanningen bestaan er nog altijd grote problemen met humanitaire toegang als gevolg van onveiligheid en door administratieve belemmeringen. Wel is mede door diplomatieke druk, de belangrijke grensovergang met Tsjaad bij Adré nog altijd open voor humanitaire transporten naar Darfoer. Tevens draagt Nederland ook in 2026 financieel bij aan de verlichting van de humanitaire noden in Soedan. Hierover heeft de staatssecretaris voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp de Kamer recent geïnformeerd via de Kamerbrief over de financiële invulling van humanitaire hulp in 2026 (Kamerstuk 36 180, nr. 189).
Vraag
Hoe geeft de minister invulling aan de moties die zijn ingediend om sancties in te stellen tegen de verantwoordelijke plegers van mensenrechtenschendingen van Oeigoeren?
Antwoord
Zoals aangegeven in de kabinetsreactie op de Initiatiefnota over een nieuwe China-strategie d.d. 3 oktober 2025, zal Nederland zich conform de motie van de leden Van Baarle en Paternotte (Kamerstuk 35 207, nr. 89) inzetten voor het opleggen van aanvullende sancties, indien nieuwe informatie aan het licht komt over betrokkenheid van personen of identiteiten bij mensenrechtenschendingen in Xinjiang. Het instellen van nieuwe sancties vereist unanimiteit onder de lidstaten. Ik zie hiervoor momenteel onvoldoende draagvlak binnen de EU. Nederland dringt met andere landen ook aan op de implementatie door China van alle aanbevelingen van het 2022 OHCHR-rapport.
Vragen van het lid Stoffer (SGP)
Vraag
Kan de minister verkennen waar nieuwe Netherlands Business Support Offices (NBSOs) kunnen worden opgezet, specifiek op het Afrikaanse continent?
Antwoord
NBSOs zijn gevestigd in voor het Nederlandse bedrijfsleven kansrijke regio's, waar geen ambassade of consulaat is. Ze maken deel uit van het economisch buitenlandnetwerk en zetten zich in voor het katalyseren van de internationalisering van het Nederlandse mkb om de handel en investeringen te bevorderen in de regio waar ze gevestigd zijn.
Momenteel zijn NBSOs gevestigd in de landen Argentinië, Australië, Brazilië, China, Duitsland, Frankrijk, India, Indonesië, Mexico, Spanje, Verenigd Koninkrijk (VK) en de Verenigde Staten (VS).
Gezien de beperkte budgettaire capaciteit van het NBSO-netwerk moeten we keuzes maken en ons beperken tot de voor Nederlandse bedrijven (op korte termijn) meest kansrijke markten. Openen van NBSO-kantoren, in aanvulling op het bestaande postennetwerk op de Afrikaanse continent, lijkt dus op korte termijn niet voor de hand te liggen.
Vraag
Hebben de afgelopen jaren meer werkbezoeken plaatsgevonden dan voorheen, in lijn met de aangenomen motie van de SGP?15
Antwoord
Naar aanleiding van de SGP-motie (Kamerstuk 36 600-V, nr. 45) is bij buitenlandse werkbezoeken in landen waar christenvervolging voorkomt nadrukkelijker aandacht besteed aan ontmoetingen met christelijke gemeenschappen en kerkleiders. Deze werkbezoeken, onder meer door bewindspersonen, de Speciaal Gezant Religie en Levensovertuiging, de Mensenrechtenambassadeur en ambassades in landen als Nigeria, Pakistan en Syrië, hebben inzichten opgeleverd die zijn benut bij bilaterale contacten, de Nederlandse inzet in EU- en VN-verband en bij de programmering van mensenrechteninstrumenten. Over de uitvoering van de motie wordt gerapporteerd in de jaarlijkse Mensenrechtenrapportage, die voor het jaar 2025 over enkele maanden aan de Kamer zal worden gestuurd.
Vragen van het lid Teunissen (PvdD)
Vraag
Wanneer komt het kabinet met het voorstel voor een handelsverbod?
Antwoord
Zie hiervoor ook het antwoord op de vraag van het lid Van der Werf (D66). Het kabinet heeft zich afgelopen zomer, conform motie Van Campen/Boswijk (Kamerstuk 21501-02, nr. 3196), ingezet voor EU-maatregelen tegen onder andere de invoer van producten uit de onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden. Vooralsnog bestaat er onvoldoende draagvlak voor deze en andere beoogde EU-maatregelen. Het kabinet heeft daarom op 10 september 2025 in lijn met de motie Paternotte c.s. (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3236) en motie Van Baarle (Kamerstuk 36 800-V, nr. 27) toegezegd nationale maatregelen voor te bereiden om producten afkomstig uit de onrechtmatige nederzettingen te weren. Dit doet het kabinet zo snel mogelijk. Tegelijkertijd gaat het kabinet zorgvuldig te werk vanwege de complexiteit van de materie. Momenteel bevinden de benodigde wetgevings- en uitvoeringstoetsen zich in de afrondende fase. De tijdlijn voor deze maatregelen is daarom nog niet volledig uitgekristalliseerd. Het kabinet heeft ook samenwerking gezocht met andere EU-lidstaten die vergelijkbare maatregelen hebben aangekondigd om daarmee de effectiviteit en onderlinge coherentie zoveel mogelijk te bevorderen.
Vraag
Op welke manier gaat het kabinet nu echt een grens stellen aan Israël, nu naar aanleiding van de sloop van het UNRWA-hoofdkantoor? Welke maatregelen stelt de regering voor om druk op te voeren, ook als het gaat om het zwartmaken van en toegang weigeren van hulporganisaties?
Antwoord
Zoals aangegeven in de kabinetsreactie (d.d. 26 januari jl.) over de sloop van UNRWA gebouwen, veroordeelt het kabinet deze acties van Israël.16
Vraag
De Kamer heeft een motie17 aangenomen om de mogelijke afhankelijkheden in kaart te brengen in relatie tot de Verenigde Staten. Kan de minister toelichten hoe hij de uitvoering van de motie gaat vormgeven?
Antwoord
Via de interdepartementale Taskforce Strategische Afhankelijkheden (TFSA) wordt binnen de Rijksoverheid samengewerkt aan de identificatie en mitigatie van risicovolle strategische afhankelijkheden van landen buiten de EU ter versterking van onze economische weerbaarheid en veiligheid. Dit betreft ook afhankelijkheden op energieterrein. Het kabinet acht het niet verstandig om in het openbaar te communiceren over de resultaten van de TFSA. Wel is het kabinet bereid om uw Kamer via een vertrouwelijke technische briefing hierover nader te informeren.
Vragen van het lid Ceder (CU)
Vraag
Kan de minister toelichten hoe hij ons amendement inzake de speciaal gezant religie en levensovertuiging beoordeelt?
Antwoord
Het kabinet heeft sympathie voor de wens achter het voorstel, maar zal dit amendement echter moeten ontraden. De voorgestelde dekking wordt gezocht binnen artikel 1 (Versterkte internationale rechtsorde), ten laste van het Mensenrechtenfonds. Dit fonds is bedoeld voor de uitvoering van mensenrechtenprogramma’s in 31 landen via lokale partners en is niet bedoeld voor de financiering van het werk van Nederlandse diplomaten. Daarnaast zou het onttrekken van middelen aan het Mensenrechtenfonds de mogelijkheden beperken om lokale partners te ondersteunen, waaronder op het terrein van vrijheid van religie en levensovertuiging. De financiële en personele taakstelling waarvoor Buitenlandse Zaken zich gesteld ziet, betekent dat moeilijke keuzes gemaakt moeten worden. Onderdeel daarvan is het samenvoegen van de functie van Speciaal Gezant voor Vrijheid van Religie en Levensovertuiging met de die van de Mensenrechtenambassadeur, medio 2026. De Mensenrechtenambassadeur beschikt over brede toegang, een uitgebreid netwerk en mogelijkheden voor bilaterale reizen om dit thema actief te blijven agenderen. Wel is het kabinet bereid te bezien of de Nederlandse vertegenwoordiger bij de Heilige Stoel aanvullend kan worden ingezet om werkzaamheden op het gebied van vrijheid van religie en levensovertuiging samen met de Mensenrechtenambassadeur vorm te geven.
Vraag
Kunnen radiozenders als Dabanga en Ayanga 800 - zenders die vanuit NL kunnen uitzenden naar landen waar persvrijheid minimaal is zoals Soedan en Venezuela - ondersteund worden?
Antwoord
Persvrijheid is een prioriteit binnen ons mensenrechtenbeleid. Het klopt dat steun aan onafhankelijke media essentieel is voor de bevolking van restrictieve landen om toegang te houden tot onafhankelijke en objectieve informatie. Het steunen van onafhankelijke mediaorganisaties is een middel om de persvrijheid en daarmee de toegang tot informatie te vergroten. Via het mensenrechtenfond ondersteunen we meerdere onafhankelijke media wereldwijd. Zo is Radio Dabanga in 2025 met EUR 750.000 ondersteund en wordt de mogelijkheid voor een nieuwe bijdrage voor 2026 momenteel bezien.
Vraag
Kan de minister nader ingaan op de ontvangst van het rapport-Droogleever?
Antwoord
Zoals in de Kamerbrief van 26 januari 2026 (Kamerstuk 32735-422) is gedeeld heeft de toenmalig Directeur Politieke Zaken van het ministerie van Buitenlandse Zaken op 3 november 2005 een eerste drukproef van de studie van professor P.J. Drooglever in al formeel in ontvangst genomen. In een brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 22 november 2005 is de Kamer geïnformeerd over het kabinetsstandpunt ten aanzien van het zorgvuldige en gedetailleerde onderzoeksrapport. Dat standpunt is ongewijzigd gebleven. Het kabinet ziet daarom inderdaad geen aanleiding de studie opnieuw officieel in ontvangst te nemen.
De mensenrechtensituatie in de Papoea provincies van Indonesië is zorgelijk. Verschillende (mensenrechten)organisaties rapporteren onder andere over geweld en inbreuken op eigendommen van de inheemse bevolking. Er vallen ook slachtoffers door geweld van lokale gewapende groepen. Het lot van de Papoea’s gaat het kabinet ter harte. Het ministerie van Buitenlandse Zaken volgt de situatie in Papoea nauwlettend, onder andere via de Nederlandse ambassade in Jakarta. De Nederlandse regering respecteert de territoriale integriteit van de Republiek Indonesië, inclusief Papoea.
Vraag
Wanneer gaat kabinet over tot erkenning van de Armeense genocide?
Antwoord
Tijdens het plenaire debat van de Europese Raad van oktober 2025 heeft de minister-president aangegeven, na ratificatie van het vredesakkoord tussen Armenië en Azerbeidzjan, een brief hierover naar de Kamer te zullen sturen. De ratificatie heeft (nog) niet plaatsgevonden dus blijft het kabinet van mening, in overeenstemming met de Kamerbrief van april 2025, dat het de positieve ontwikkelingen tussen Armenië en Azerbeidzjan enerzijds en Armenië en Turkije anderzijds niet wil hinderen. Het kabinet verwelkomt de positieve ontwikkelingen in het vredesproces, zoals berichtgeving over beginnende olie-export van Azerbeidzjan naar Armenië, maar blijft daarnaast benadrukken dat zowel het vredesproces tussen Armenië en Azerbeidzjan, als het normalisatieproces tussen Armenië en Turkije zich in een precaire fase bevindt.
Eind vorig jaar bracht Nederland, in Benelux-verband, een hoogambtelijk bezoek om de ambities en inspanningen van zowel Armenië als Azerbeidzjan, om de stabiliteit in de Zuidelijke Kaukasus te bevorderen, te steunen.
Vraag
Kan de minister toelichten wat zijn inzet is om gevangenen uit de Karabach-regio vrij te krijgen en zet hij zich in voor de bescherming van cultureel erfgoed?
Antwoord
Nederland blijft het belang benadrukken van een alomvattend vredesakkoord, met inbegrip van gevangenen en bescherming van cultureel erfgoed. Het kabinet ziet ook hier positieve ontwikkelingen, daar Azerbeidzjan eerder deze maand vier Armeense gevangenen heeft vrijgelaten.
Vragen van het lid Dobbe (SP)
Vraag
Hoe staat het ervoor met de medische evacuaties van Palestijnse kinderen?
Antwoord
Zoals eerder toegezegd, informeert het kabinet de Kamer voor eind januari over de inventarisatie van de medische capaciteit in Gaza en de regio. In deze brief zal ook verder worden ingegaan op de Nederlandse inzet omtrent medische evacuaties van patiënten uit Gaza.
Vraag
Er wordt door Israël doorgewerkt aan de E1-nederzetting en de weg die de Westelijke Jordaanoever in tweeën knipt. Is de minister het daarmee eens dat een Palestijnse staat hierdoor onmogelijk wordt gemaakt en wat doet Nederland daar aan?
Antwoord
Nederland en de EU veroordelen de bezetting en het nederzettingenbeleid nadrukkelijk, inclusief de nederzettingen in het E1-gebied. Dit beleid is in strijd met het internationaal recht en ondermijnt de tweestatenoplossing. Dit draagt het kabinet ook consequent uit richting Israël. Het meest recent heeft het kabinet op 24 december jl. via een verklaring met veertien gelijkgezinde landen het besluit van Israël om negentien nieuwe nederzettingen te bouwen veroordeeld. Vanwege de verslechterende omstandigheden in de bezette gebieden heeft het kabinet ook in juli besloten om het ontmoedigingsbeleid actiever uit te dragen en te verkennen of de toepassing van dit beleid kan worden uitgebreid naar bijvoorbeeld Nederlandse pensioenfondsen. Ook bereidt het kabinet nationale maatregelen voor om producten uit de onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden te weren.
Vraag
We horen dat er geen gesprek is geweest, ondanks de aangenomen motie inzake Radio Dabanga, en dat die steun niet is gekomen. Klopt dat?
Antwoord
Persvrijheid is een prioriteit binnen ons mensenrechtenbeleid. Het kabinet onderschrijft dat steun aan onafhankelijke media essentieel is voor de bevolking van restrictieve landen om toegang te houden tot onafhankelijke en objectieve informatie. Nederland biedt steun aan verschillende onafhankelijke media wereldwijd om hiermee persvrijheid en toegang tot informatie te vergroten. Zo is Radio Dabanga in 2025 met EUR 750.000 ondersteund en wordt de mogelijkheid voor een nieuwe bijdrage voor 2026 momenteel bezien. Daarover zullen de betreffende partners t.z.t. geïnformeerd worden.
Vraag
Hoe wordt opvolging gegeven aan de aangenomen motie Dobbe inzake het steunen van vrouwenrechtenactivisten en mensenrechtenactivisten in Iran? 18
Antwoord
Het kabinet deelt de zorgen van de Kamer. Momenteel beziet het kabinet hoe deze motie uitgevoerd kan worden en wat de mogelijkheden zijn om vrouwenrechtenactivisten en mensenrechtenactivisten in Iran extra te steunen. Voor Nederland blijft steun aan mensenrechtenverdedigers een prioriteit.
Vraag
We zien aanvallen op Oekraïne en repressie in RF aanhouden. Eerder werd een motie aangenomen om Russische mensenrechtenactivisten en journalisten te helpen als deze in eigen land gevaar lopen. Hoe staat het met uitvoeren van deze motie?
Antwoord
Het kabinet deelt uw zorgen over de moeilijke positie van Russische mensenrechtenverdedigers en journalisten. Op grond van motie Dobbe19 kunnen multiple entry visa worden verstrekt aan Russische journalisten en mensenrechtenverdedigers. Hier is het afgelopen jaar in specifieke casuïstiek uitvoering aan gegeven, waarover in het belang van betrokkenen geen publieke informatie verstrekt kan worden. Als het gaat om Schengenvisa (visa voor kort verblijf) kunnen journalisten gebruik maken van de reguliere aanvraagprocedure. Hierbij wordt getoetst op de voorwaarden zoals vastgelegd in de EU visumcode en het EU visa handboek.
Vragen van het lid Markuszower (Groep Markuszower)
Vraag
De minister van Klimaat en Groene Groei zei op televisie dat 75 procent van ons elektriciteitsverbruik over 25 jaar via windmolens moet komen. We hebben betrouwbare, goedkope en voldoende energie nodig voor om ons te weren in een instabiele wereld. In plaats van windmolens moeten wij kernenergie prominent in ons beleid opnemen. Ik hoor graag of de minister van Buitenlandse Zaken het hiermee eens is en of hij, voordat hij antwoord geeft, ook met zijn collega van Defensie op dit punt contact kan zoeken.
Antwoord
Nederland zet in op opschaling van zowel hernieuwbare- als kernenergie. Om een klimaatneutraal, concurrerend en weerbaar energiesysteem te realiseren is de opschaling en diversificatie van duurzame energieproductie in de Nederland en de EU noodzakelijk. De verantwoordelijkheid voor het nationale energiebeleid ligt bij de minister van Klimaat en Groene Groei.
Kamerstuk 28676, nr. 554↩︎
Kamerstuk 22112-4209↩︎
https://www.en-hrana.org/day-thirty-of-the-protests-from-internet-disruptions-to-the-pursuit-of-the-injured/↩︎
https://time.com/7357635/more-than-30000-killed-in-iran-say-senior-officials/↩︎
Kamerstuk 36800-V, nr. 30↩︎
Kamerstuk 32735-406↩︎
Kamerstuk 36045-243↩︎
Kamerstukken 36200 V, J en 36200 V, M (Gewijzigde motie-Karimi (GroenLinks-PvdA) c.s. over ernstige en systematische schendingen van de mensenrechten in Iran; Verslag van een nader schriftelijk overleg met de minister van Buitenlandse Zaken over de uitvoering van de motie Karimi c.s. over ernstige en systematische schendingen van de mensenrechten in Iran; Begrotingsstaat Buitenlandse Zaken 2023)↩︎
Kamerstuk 29754, nr. 765↩︎
Kamerstuk 21501-20, nr. 2362↩︎
Kamerstuk 36600-V-27↩︎
Kamerstuk 21501-02, nr. 3000↩︎
Kamerstuk 21501-07, nr. 2159↩︎
Kamerstuk 36600-V-45↩︎
Kamerstuk 26150-242↩︎
Kamerstuk 21501-20, nr. 2366↩︎
Kamerstuk 21501-02, nr. 3305↩︎
Kamerstuk 32 735, nr. 386↩︎