Uitkomsten en vervolgstappen naar aanleiding van de evaluatie van de Wet gewasbescherming en biociden
Wijziging van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (grondslag voor maatregelen inzake het (particulier) gebruik van gewasbeschermingsmiddelen
Brief regering
Nummer: 2026D03995, datum: 2026-01-28, bijgewerkt: 2026-01-29 10:02, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: F.M. Wiersma, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- Mede ondertekenaar: A.A. Aartsen, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (VVD)
- Eindrapport Evaluatie Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden
- Beslisnota bij Kamerbrief over uitkomsten en vervolgstappen naar aanleiding van de evaluatie van de Wet gewasbescherming en biociden
Onderdeel van kamerstukdossier 35756 -29 Wijziging van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (grondslag voor maatregelen inzake het (particulier) gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.
Onderdeel van zaak 2026Z01675:
- Indiener: F.M. Wiersma, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- Medeindiener: A.A. Aartsen, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
- Volgcommissie: vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- 2026-02-04 11:15: Procedurevergadering Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (Procedurevergadering), vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Preview document (🔗 origineel)
Geachte Voorzitter,
De Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Wgb)1 reguleert de toelating, het op de markt brengen en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Artikel 138 van die wet schrijft voor dat de verantwoordelijke bewindspersonen, zijnde de minister van LVVN en de staatssecretaris van IenW, de Staten-Generaal periodiek een rapport toezenden over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. Bureau Kwink is gevraagd de Wgb te evalueren. In deze brief informeren wij u over de uitkomsten en het vervolg.
De evaluatie heeft betrekking op de beleidsontwikkeling van de Wgb en het toezicht op de naleving ervan, met bijzondere aandacht voor de hoogte van de bestuurlijke boete en de algemeen verbindend verklaring. De evaluatie gaat niet over het functioneren van de zelfstandige bestuursorganen (ZBO) in de wet, te weten het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) en Bureau Erkenningen. Evaluatie van deze ZBO’s vindt namelijk plaats op grond van (artikel 39 van) de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen en heeft in 2022 plaatsgevonden. Uw Kamer is daarover geïnformeerd.2
Evaluatieonderzoek 2025
Het rapport is ingedeeld aan de hand van onderzoeksthema’s zijnde: toezicht, bestuurlijke boetes, algemeen verbindend verklaring, beleidsontwikkeling en complexiteit door regelgeving. Voor deze thema’s worden in totaal zes aanbevelingen gedaan. Hieronder wordt puntsgewijs aangegeven hoe daarmee zal worden omgegaan.
1. De verdeling van toezicht gebieden over verschillende toezichthouders
Wij roepen toezichthouders op om met prioriteit samenwerkingsafspraken uit te werken en helder te communiceren over de rolverdeling.
Volgens de onderzoekers spelen rondom het toezicht op de Wgb verschillende uitdagingen, mede door de versnippering van taken en bevoegdheden over meerdere toezichthouders. Zij zien de oplossingen echter veelal buiten de Wgb. Wij onderschrijven de aanbeveling en zullen ons blijven inzetten om een samenwerkingstraject onder verschillende toezichthouders te verbeteren. De verdeling van toezichtgebieden over verschillende toezichthouders resulteert inderdaad in een complex samenspel tussen de toezichthouders. Daarom hebben de betrokken inspectiediensten inmiddels duidelijke afspraken gemaakt over de de onderlinge samenwerking en de afbakening van toezichtsgebieden. Die afspraken zullen volgens planning op korte termijn in werking treden. We vertrouwen erop dat dit akkoord een goede stap is naar een heldere rolverdeling voor toezichthouders.
2. Geïntegreerde gewasbescherming
Aanbevolen wordt om kennisontwikkeling van geïntegreerde gewasbescherming te versnellen en te onderzoeken of gidsen voor goede gewasbeschermingspraktijken effectief zijn om geïntegreerde gewasbescherming te stimuleren.
De onderzoekers bevelen aan om de toepassing van geïntegreerde gewasbescherming door telers verder te stimuleren, maar achten wetgeving niet geschikt om specifieke voorschriften vast te leggen. We onderschrijven deze aanbeveling. Professionele gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen zijn verplicht een gewasbeschermingsmonitor bij te houden, deze is vormvrij.
Hierin moeten zij bijhouden welke maatregelen zij nemen op het gebied van geïntegreerde gewasbescherming. Zoals uw Kamer is geïnformeerd, zet de Minister van LVVN in op het ontwikkelen van een benchmarkingssysteem voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen voor telers en adviseurs door de sector zelf (Kamerstuk 27858-711). Daarbij wordt bekeken om in dit systeem ook digitale registratie van niet-chemische maatregelen te betrekken, zodat telers en adviseurs van elkaar kunnen leren en daarmee hun aanpak kunnen optimaliseren. Hierover loopt het gesprek met de sector.
3. Online aanprijzen van middelen met gewasbeschermings- of biocide claims
We adviseren om de Europese Commissie om verduidelijking te vragen over de reikwijdte van het reclameverbod uit de Verordening Gewasbeschermingsmiddelen en de Biociden verordening.
Volgens de onderzoekers ervaren toezichthouders knelpunten bij toezicht op online reclame voor middelen met gewasbeschermings- of biocideclaims, vooral wanneer de werking van stoffen onduidelijk is. We gaan mee in het advies om nadere duiding te vragen aan de Europese Commissie over de reikwijdte van het reclameverbod voor niet toegelaten gewasbeschermingsmiddelen uit de Verordening Gewasbeschermingsmiddelen (EG) nr. 1107/2009. Het Ministerie van LVVN zal hier het voortouw in nemen en zal uw Kamer nader informeren
over de voortgang. Voor biociden is het reclameverbod in artikel 72 van de Wgb geregeld, hier speelt hetzelfde als voor gewasbeschermingsmiddelen en ook hier zal de Europese Commissie om verduidelijking worden gevraagd.
4. Vergroten van naleving
We bevelen aan om in brede zin onderzoek te doen naar het vergroten van de naleving van de Wgb, waarbij alle dimensies van naleving in ogenschouw worden genomen, waaronder ook de hoogte van de bestuurlijke boete.
Volgens de onderzoekers draagt de bestuurlijke boete, mede door de lage controlekans, op zichzelf beperkt bij aan de naleving van de Wgb. Voor het vergroten van de naleving zou onder andere aandacht moeten zijn voor de inrichting en invulling van het toezicht en het volledige palet aan handhavingsinstrumenten, waaronder de bestuurlijke boete. Zij menen dat grote bedrijven het boeterisico incalculeren en dat het (alleen) vaststellen van hogere boetes waarschijnlijk niet effectief gaat zijn. Zowel het ministerie van LVVN als het ministerie van IenW werken samen met de NVWA, de sector en andere belanghebbende partijen aan een goede naleving en zetten hiervoor in op een breed palet aan interventies. In 2021 liet de NVWA onderzoek doen naar naleefmotieven bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.3 Hieruit blijkt dat telers de wet- en regelgeving complex vinden, wat naleving bemoeilijkt. Ook spelen gebrek aan kennis, laag risicobesef en zorgen over effectiviteit van voorschriften een rol. Samen met een lage gepercipieerde pakkans zorgt dit voor lage naleving.
Om naleving te verbeteren wordt ingezet op meerdere fronten:
Robuustere wet- en regelgeving, waar de minister van LVVN samen met de NVWA, betrokken ministeries en het Ctgb aan werkt4.
Het vergroten van risicobesef, maatschappelijke besef en verantwoordelijkheid bij de sector en kennis over geïntegreerde gewasbescherming. Bijvoorbeeld door middel van een zelfinspectietool, sectoroverleg of via private keuringssystemen.
Vergroten van de gepercipieerde pakkans door samenwerking met andere toezichthouders. Het vergroten van de pakkans zal leiden tot betere naleving van voorschriften en daardoor onder meer tot minder milieubelasting.
5. Bestuurlijke boete
We bevelen aan om de boetemaxima in de Wgb te verlagen naar de corresponderende boetemaxima voor strafrechtelijke boetes uit het wetboek van Strafrecht. Dit sluit aan bij het advies van de Raad van State en heeft waarschijnlijk geen praktische gevolgen, omdat opgelegde boetes nu ruim onder die maxima liggen.
Wij begrijpen deze aanbeveling en zijn voornemens deze over te nemen. De opgelegde bestuurlijke boetes liggen nu ruim onder de passende categorieën uit het wetboek van Strafrecht. Het verlagen van de boetemaxima naar het corresponderende boetebedrag uit het wetboek van Strafrecht zal door zijn gelaagde invulling geen consequenties hebben voor de praktijk. Dat wil zeggen dat de Wgb maximale boetebedragen formuleert, die vervolgens door het Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Bgb) en de Regeling gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Rgb) verder worden ingevuld. Dat wil zeggen dat de boetebedragen in de praktijk nu al aansluiten bij de aanbeveling. Wij vinden een wetswijziging op dit punt daarom nu niet prioritair en urgent. Bij de eerstvolgende grote wetswijziging zullen we deze aanbeveling meenemen.
6. Bijdrage Wgb aan waterkwaliteit
Wij adviseren om de genoemde ontwikkelingen voortvarend door te zetten en de uitkomsten – waar mogelijk en wenselijk –te benutten om de bijdrage van de Wgb aan de urgente uitdagingen op het gebied van waterkwaliteit te vergroten. Nederland ligt niet op koers om doelen uit de Kaderrichtlijn Water voor 2027 te halen, onder andere doordat gewasbeschermingsmiddelen en biociden in het oppervlakte- en grondwater terechtkomen. Er wordt momenteel onderzocht welke voorstellen voor aanpassing van de Wgb het gebruik van chemisch-synthetische gewasbeschermingsmiddelen kunnen verminderen en alternatieve methoden kunnen stimuleren.
We steunen de aanbeveling om de verbetering van de waterkwaliteit en de inzet van de Wgb voortvarend voort te zetten en blijven ons hier actief voor inzetten. We verwijzen u naar een eerder toegezonden brief van de Minister van LVVN waarin deze de stand van zaken en toezeggingen met betrekking tot waterkwaliteit gerelateerde onderwerpen heeft toegelicht5. Een element daarvan is het in overeenstemming brengen van de toelating van gewasbeschermingsmiddelen met de Kaderrichtlijn Water (KRW) voor KRW genormeeerde werkzame stoffen die de KRW norm structureel overschrijden. Hiervoor wordt een selectie en beoordelingsmethodiek ontwikkeld die naar verwachting eind volgend jaar gereed is. Voor toepassing van deze methodiek door het Ctgb is een wijziging van het Besluit of Regeling gebruik gewasbeschermingsmiddelen en biociden vereist die door de bewindslieden van LVVN en IenW gezamenlijk zal worden opgesteld. Daarnaast werkt de NVWA samen met de Unie van Waterschappen en de waterschappen aan een samenwerkingsovereenkomst voor het toezicht op water gerelateerde bepalingen uit de Wgb, zodat een effectief en efficiënt toezicht kan bijdragen aan de verbetering van de waterkwaliteit.
Wel plaatsen we de kanttekening dat de Wgb vooral bedoeld is voor generieke, landelijke maatregelen en productwetgeving, de Wgb leent zich minder goed voor gebiedsgerichte aanpakken indien een probleem met waterkwaliteit zich vooral lokaal voordoet. Omdat in het kader van de KRW is gekozen voor een combinatie van generieke maatregelen en een gebiedsgerichte aanpak (conform de doelen van het Uitvoeringsprogramma Gewasbescherming 2030) is ook de Omgevingswet een belangrijk instrument om normoverschijdingen terug te dringen. Dit is in lijn met de motie Grinwis (Kamerstuk 27 858, nr. 664) om gebruik te maken van bestaande bevoegdheden en wet- en regelgeving en gebiedsgerichte aanpak6. De Omgevingswet biedt provincies, waterschappen en gemeenten ruime en expliciete bevoegdheden ter bescherming van de waterkwaliteit op nationaal, regionaal en lokaal niveau. Ter ondersteuning daarvan is in opdracht van het ministerie IenW de ‘Factsheet aanpassen grondgebruik voor KRW’ opgesteld die in het kader van de KRW-impuls met provincies, waterschappen en gemeenten is gedeeld.
Tot slot
In deze evaluatie is de doeltreffendheid en de effectiviteit van de Wgb onderzocht. Uit het onderzoek zijn geen onevenredige effecten gesignaleerd.
Voorts concluderen we dat de wet voldoende doeltreffend is. De uitgevoerde evaluatie geeft op dit moment geen aanleiding om de Wgb aan te passen.
Hoogachtend,
Femke Marije Wiersma
Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
A.A. (Thierry) Aartsen
Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
wetten.nl - Regeling - Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden - BWBR0021670↩︎
Onderzoeksresultaten naleefmotieven wet- en regelgeving bij gebruik gewasbeschermingsmiddelen in open teelten | Rapport | NVWA↩︎
Gewasbeschermingsmiddelenbeleid - stand van zaken moties en toezeggingen mei 2025↩︎
Gewasbeschermingsbeleid | Tweede Kamer der Staten-Generaal↩︎
verzoekt de betrokken overheden, ofwel het betreffende bevoegd gezag, in gebieden waar sprake is van normoverschrijdingen, ertoe op te roepen bestaande regelgeving optimaal in te zetten en te benutten en adequate en effectieve maatregelen te treffen ten behoeve van waterkwaliteit en veiligheid voor mens, dier en milieu↩︎