Schriftelijke antwoorden op vragen gesteld tijdens de eerste termijn van de begrotingsbehandeling van Justitie en Veiligheid op 28 januari 2026
Brief regering
Nummer: 2026D04086, datum: 2026-01-28, bijgewerkt: 2026-01-30 10:51, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid (Ooit VVD kamerlid)
- Mede ondertekenaar: A.C.L. Rutte, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van zaak 2026Z01727:
- Indiener: F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid
- Medeindiener: A.C.L. Rutte, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2026-01-29 10:16: Begroting Justitie en Veiligheid (36800-VI) voortzetting (Plenair debat (wetgeving)), TK
- 2026-02-11 14:30: Procedurevergadering Justitie en Veiligheid (Procedurevergadering), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
Preview document (🔗 origineel)
Vraag Nr. |
Vraag | Antwoord | Kamer- lid |
Bewinds-persoon |
|---|---|---|---|---|
| Rapporteurs | ||||
| 1 | De implementatiedatum van de modernisering strafvordering staat gepland voor 2029: is deze datum nog haalbaar, is er een alternatief scenario? | Op dit moment wordt door alle ketenorganisaties uitgegaan van inwerkingtreding van het nieuwe wetboek op 1 april 2029. Alle planningen zijn daarop gericht. Het OM inventariseert momenteel de effecten van de recente ICT-problemen. Ook bestaat er een afhankelijkheid tussen de invoering van het nieuwe wetboek en de bredere IV-opgave van een aantal organisaties in de strafrechtketen om volledig nieuwe zaaksystemen in te voeren. Om deze redenen vindt herbeoordeling van de geplande inwerkingtredingsdatum plaats na het verschijnen van de rapportage van het Adviescollege ICT-toetsing, die door de Eerste Kamer is aangevraagd. Deze rapportage wordt voorzien in het voorjaar van 2026. Bij die beoordeling worden ook de structurele effecten van de vernieuwing van het wetboek betrokken. Gezien de doelstellingen biedt het nieuwe wetboek ook kansen en baten die optimaal benut moeten worden waardoor het uitgangspunt is dat geen sprake zal zijn van structurele uitvoeringsconsequenties (capaciteit en kosten). Bovendien wordt een jaar voorafgaand aan de geplande inwerkingtredingsdatum op 1 april 2029 vastgesteld of de keten op schema is om het nieuwe wetboek in te voeren. |
Ellian, U. | MJenV, SJenV |
| 2 | We krijgen een factsheet en voortgangsbrief. Lastig om meerjarig beeld te krijgen. Wanneer resultaten bereikt moeten zijn, etc. we missen info over digitalisering van de strafrechtketen. Hoe kan de kamer een goed beeld krijgen wanneer deze info niet is vermeld? Kan minister deze punten meennemen de volgende keer en de informatie duidelijker en vollediger meet baar maken? | Er is een concreet verbeterplan voor de
strafrechtketen. Dat hebben MJenV en SJenV toegelicht in de brieven aan
uw Kamer van 5 juni en 16 december 2025. Het plan bestaat uit twee
onderdelen: (1) de gezamenlijke meerjarenagenda van de ketenpartners en
het ministerie van JenV, en (2) maatregelen van het ministerie van JenV
ter versterking van de coördinatie, regievoering en verbetering van het
inzicht in de prestaties van de strafrechtketen. In de meerjarenagenda zijn concrete normen afgesproken over de doorlooptijden jeugd- en zedenzaken, en de aanpak van werkvoorraden van veel voorkomende criminaliteit. Daarbij is ook een meerjarig tijdpad afgesproken voor het behalen van de afgesproken normen. MJenV en SJenV zullen uw Kamer over de voortgang informeren in de eerstvolgende voortgangsbrief van juni 2026 en daaropvolgende voortgangsbrieven. Ten aanzien van digitalisering in de strafrechtketen wordt u jaarlijks geïnformeerd, daarover ontvangt u nadere informatie in de voortgangsbrief van juni 2026. De digitalisering is geen onderdeel van de meerjarenagenda. |
Mutluer, S. | MJenV, SJenV |
| 3 | Kan de Kamer voor de zomer een echt deltaplan krijgen, met daarin gevraagde info en scenarios voor de aanwijzingen, de info over kunnen volgen van een zaak voor de hele strafrechtketen? | Er is een concreet verbeterplan voor de
strafrechtketen. Dat is toegelicht in de brieven aan uw Kamer van 5 juni
en 16 december 2025. Het plan bestaat uit twee onderdelen: (1) de
gezamenlijke meerjarenagenda van de ketenpartners en het ministerie van
JenV, en (2) maatregelen van het ministerie van JenV ter versterking van
de coördinatie, regievoering en verbetering van het inzicht in de
prestaties van de strafrechtketen. De ketenorganisaties en het ministerie van JenV werken met volle inzet aan de implementatie van al deze maatregelen en hebben met elkaar de overtuiging dat de gewenste verbeteringen geleidelijk zichtbaar zullen worden, voor de samenleving, voor de slachtoffers en voor iedereen die in de strafrechtketen werkzaam is. Wij kiezen ervoor om met volle inzet door te gaan op de ingeslagen weg en zo te werken aan duurzame verbeteringen in plaats van nu met een nieuw plan te komen. Over de voortgang wordt uw Kamer twee keer per jaar geïnformeerd. |
Mutluer, S. | MJenV, SJenV |
| 4 | Hoe gaan de bewindspersonen ervoor zorgen dat er een cultuurverandering komt, zodat de strafrechtketen de aandacht krijgt die ze verdienen? | De strafrechtketen krijgt de aandacht
die hij verdient. MJenV en SJenV zitten een aantal keer per jaar met
alle ketenorganisaties om de tafel om de voortgang in de strafrechtketen
te bespreken. De organisaties in de strafrechtketen en het departement
zitten op dezelfde lijn als het gaat om de vraag wat nodig is om de
prestaties in de strafrechtketen te verbeteren. In de brief van 16 december 2025 zijn de maatregelen ter verbetering van de prestaties in de strafrechtketen toegelicht. Het gaat hierbij om maatregelen binnen de organisaties zelf, maatregelen op de koppelvlakken tussen de organisaties en maatregelen op het ministerie van JenV. |
Mutluer, S. | MJenV, SJenV |
| 10 | De motie Mutluer c.s. heeft eerder de minister opgeroepen om desnoods nieuwe wetgeving te ontwikkelen. Ministerie is hier nooit op teruggekomen. Waarom lukt het niet om inzicht te geven in de ketenbrede doorlooptijden? Zijn de data er niet of mogen de data niet gekoppeld worden vanwege juridische knelpunten? | Bij het ontwikkelen van een ketenbrede monitor spelen juridische aspecten van gegevensdeling en technische aspecten van uitvoerbaarheid en administratieve belasting van organisaties. Dat kost inderdaad enige tijd. Binnen de reeds bestaande wettelijke kaders is er nu een goede stap gezet: er is een monitor voor ketenbrede doorlooptijden van jeugdzaken in ontwikkeling. Hiervoor is geen nadere wetgeving nodig. De eerste resultaten hiervan komen in het tweede kwartaal van 2026 beschikbaar. Naar verwachting kunnen deze resultaten in het derde kwartaal van 2026 gedeeld worden met de Kamer. Op basis van de ervaringen hiermee zal worden bezien hoe deze ketenbrede methodiek ook op andere prioritaire thema’s kan worden toegepast. Om een ketenbrede doorlooptijd voor jeugdzaken te ontwikkelen is een uitwisseling van gegevens tussen de verschillende ketenpartners noodzakelijk. Omdat dit om gevoelige informatie gaat, was meer tijd nodig om een zorgvuldige uitwisseling te waarborgen. Dit is inmiddels gereed, de monitor is in ontwikkeling en eerste resultaten zijn in Q2 2026 gereed. Deze kunnen naar verwachting Q3 2026 met uw Kamer worden gedeeld. |
Ellian, U. | MJenV, SJenV |
| 14 | We zien verbeteringen in de strafrechtketen, maar de beloftes t.a.v. strafrechtketen blijven achter. O.a. ten aanzien van de aanwijzingsbevoegdheid. Hoe staat het met de inzet hiervan? Wordt die serieus overwogen? En zo nee, waarom niet? Het gaat om aanwijzingen, waarmee de minister niet op de stoel van de ketenpartners gaat zitten maar over inhoud, prioritering en bedrijfsvoering. | Net als onze ambtsvoorgangers zijn wij om rechtsstatelijke redenen terughoudend met de inzet van dit middel. En als het specifiek om de bedrijfsvoering gaat wijzen we erop dat er geen verschil van inzicht bestaat tussen de ketenorganisaties en ons over wat er moet gebeuren om de prestaties van de strafrechtketen te verbeteren. Tweemaal per jaar sluiten de bewindslieden van JenV, ter invulling van hun politieke verantwoordelijkheid voor het functioneren van de strafrechtketen, persoonlijk aan bij het Bestuurlijk Ketenberaad Strafrechtketen (BKB). Dat geeft ons de mogelijkheid om ook rechtstreeks de vinger aan de pols te houden. De organisaties die in het BKB vertegenwoordigd zijn, hebben tal van maatregelen afgesproken ter verbetering van de prestaties in de keten. Alle organisaties zijn zeer gemotiveerd om de gewenste verbeteringen tot stand de brengen en ook om te bevorderen dat het inzicht in die prestaties verbeterd wordt. Uw Kamer zal voortaan frequenter worden geïnformeerd over de voortgang. Het geven van een aanwijzing zou wat ons betreft daarom op dit moment geen meerwaarde hebben boven op de inzet die al gepleegd wordt. Wij vertrouwen erop dat alle betrokken organisaties zich onverminderd inzetten en dat deze inzet vruchten zal blijven afwerpen. |
Ellian, U. | MJenV, SJenV |
| 15 | De keten werkt alleen als dit soort aspecten (oa. aanwijzingsbevoegdheid) ook aandacht krijgt. Daarvoor is overkoepelende toezichtshoudende instantie nodig met doorzettingsmacht. Deelt de minister dit? | Nee, die conclusie delen MJenV en SJenV niet. De strafrechtketen is een breed netwerk van met elkaar samenwerkende en onderling sterk van elkaar afhankelijke organisaties. Al deze organisaties hebben hun eigen rol en verantwoordelijkheid en soms bijzondere staatsrechtelijke posities. Denk bijvoorbeeld aan de onafhankelijkheid van de rechtspraak als aparte staatsmacht en de eigenstandige rechtsstatelijke positie van het OM en het sui generis karakter van de politie die met diverse gezagen te maken heeft. Staatsrechtelijk past hierbij geen overkoepelende, toezichthoudende organisatie. SJenV en MJenV zijn politiek verantwoordelijk voor het functioneren van de strafrechtketen en leggen daarover verantwoording af aan de Kamer. | Ellian, U. | MJenV, SJenV |
| 16 | Kan de minister scenarios uitwerken over de manier waarop de aanwijzingsbevoegdheid kan worden ingezet? | In een bijlage bij de brief aan uw Kamer
van 29 januari 2024 (29279, nr. 836) hebben de toenmalige bewindslieden
uitvoerig beschreven in welke gevallen zij welke wettelijke bevoegdheden
kunnen inzetten in hun relatie tot de politie, Rechtspraak en het OM,
waarbij ook is ingegaan op wanneer het geven van een aanwijzing aan de
orde kan zijn. Andere scenario’s dan deze zijn er niet. Net als onze ambtsvoorgangers zijn wij om rechtsstatelijke redenen terughoudend met de inzet van het middel van de aanwijzing. En als het specifiek om de bedrijfsvoering gaat wijzen we erop dat er geen verschil van inzicht bestaat tussen de ketenorganisaties en ons over wat er moet gebeuren om de prestaties van de strafrechtketen te verbeteren. Alle organisaties zijn zeer gemotiveerd om de gewenste verbeteringen tot stand te brengen en ook om te bevorderen dat het inzicht in die prestaties verbeterd wordt: we rapporteren frequenter aan uw Kamer over de voortgang. Het geven van een aanwijzing zou wat ons betreft daarom op dit moment geen meerwaarde hebben boven op de inzet die al gepleegd wordt. We moeten ons realiseren dat het om een taai vraagstuk gaat, wij denken dat de inspanningen van de afgelopen jaren geleidelijk hun vruchten zullen afwerpen. |
Ellian, U. | MJenV, SJenV |
| Sneller (D66) | ||||
|---|---|---|---|---|
| 5 | Welke concrete stappen zet de Staatssecretaris om sociale advocatuur in heel Nederland bestendig te maken? | Vanaf 1 januari 2027 komt er structureel 30 miljoen euro extra voor
de sociale advocatuur, waarmee een groot deel van de aanbevelingen van
de commissie-Van der Meer II wordt uitgevoerd. Omdat de problemen urgent
zijn, zijn voor 2026 tevens incidentele middelen vrijgemaakt om de
vergoedingen dit jaar al te verhogen. In de Kamerbrief over ‘voortgang aanpak versterking toegang tot het recht’ van 11 december 2025 is aangegeven dat er samen met de NOvA, RvR en VSAN concrete maatregelen worden uitgewerkt met daarbij gestelde doelen die zien op het verbeteren van het imago van de de sociale advocatuur, meer aandacht hiervoor in het onderwijs, inzetten op succesvolle kantoormodellen en het verbeteren van bedrijfsvoering. Daarnaast zijn in de Kamerbrief van 26 juni 2025 (Kamerstukken II 2024-2025, 31753, nr. 312) ook de korte termijn maatregelen aan uw Kamer meegedeeld. Met de NOvA en RvR zijn ook mogelijke noodmaatregelen geïnventariseerd voor het geval er op rechtsgebieden of in bepaalde regio’s zich acute aanbodproblemen voordoen. Deze verdere uitwerking van alle maatregelen bevindt zich in een afrondende fase. Tot slot is SJenV met commerciële en sociale kantoren in overleg over hun gezamenlijke inzet voor de toegang tot het recht en hun mogelijke rol in het realiseren van de gezamenlijke visie. Uw Kamer wordt vóór het mei-reces per brief over het voorgaande verder geïnformeerd. |
Sneller, J.C. | SJenV |
| 6 | De overheid zou minder (moeten) procederen. Hoe gaat het met deze ambitie? | De afgelopen jaren zijn verschillende initiatieven zijn gestart om een meer burgergerichte en oplossingsgerichte houding bij de overheid te bewerkstelligen, onder andere: Er is een kennisplatform ‘informele aanpak’ gelanceerd. Er is een digitale bezwarentool ontwikkeld die burgers aan de hand neemt bij vragen over een besluit en hun handelingsperspectief. Er wordt gewerkt aan een rijksbreed afwegingskader voor het instellen van hoger beroep. Het gaat daarbij ook over de normen van behoorlijk procedeergedrag. Het WODC zal op ons verzoek op korte termijn starten met een analyse van het aantal bestuursrechtelijke procedures in beroep en hoger beroep. Deze analyse zal een actueel beeld geven van het procedeergedrag en dit zal waar mogelijk worden voorzien van een kwalitatieve duiding. Het onderzoek is bedoeld om erachter te komen in hoeverre alle inspanningen tot het gewenste resultaat leiden. Het onderzoeksresultaat zal SJenV uw Kamer, wanneer gereed, doen toekomen. |
Sneller, J.C. | SJenV |
| 7 | Welke vooruitgang boekt de Staatssecretaris breder om de laagdrempelige rechtshulp structureel te versterken. | SJenV wijst graag op de verbeteringen en reeds gedane investeringen
bij het Juridisch Loket, die al effect tonen qua onder andere betere
lokale en regionale samenwerking. Zo wordt er in Noord- en Midden-Limburg gewerkt aan een regionaal dekkend aanbod van de dienstverlening, waarbij een betere samenwerking tussen landelijke partijen als het Juridisch Loket en lokale partijen uit het sociaal en juridisch domein centraal staat. De komende jaren wordt daarmee verdergegaan, waarbij de focus niet zozeer ligt op nieuwe experimenten, maar juist op het verder brengen van succesvolle werkwijzen. |
Sneller, J.C. | SJenV |
| 8 | Hoe staat het met de uitvoering van de motie om in kwetsbare gebieden met voorrang te werken aan huizen van het recht? | Uit een inventarisatie blijkt dat in de focusgebieden van het
Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid reeds veel voorzieningen
aanwezig zijn zoals het Juridisch Loket, sociaal raadsliedenwerk,
rechtswinkels en initiatieven vanuit het sociaal domein zoals
buurtteams, formulierenhulp, brede inloopspreekuren,
schuldhulpdienstverlening, Informatiepunten Digitale Overheid (IDO,
taalpunten e.d. om inwoners zo goed en zo vroeg mogelijk te
helpen. Focusgebieden hebben aangegeven daarom niet zozeer behoefte te hebben aan nieuwe initiatieven, maar hier en daar wel aan versterking van de huidige inzet (van bijv. sociaal raadslieden). De vraag hoe lokale en regionale (netwerk)samenwerking verder versterkt kan worden is ook onderdeel van de opdracht aan de kwartiermaker sociaaljuridische dienstverlening. Begin 2027 komt de kwartiermaker met de uitkomsten van deze verkenning. |
Sneller, J.C. | SJenV |
| 9 | Er is een maatschappelijke kosten-baten analyse toegezegd t.a.v. de motie om in kwetsbare gebieden met voorrang te werken aan huizen van het recht. Waar blijft die? | Deze motie is afgedaan met het evaluatierapport van de pilot Huizen van het Recht, dat op 3 juli 2023 met de Kamer is gedeeld. Dit rapport bevat reeds het inzicht in de maatschappelijke meerwaarde en effectiviteit van de aanpak. Daarom is er geen aparte Maatschappelijke Kosten Baten Analyse (MKBA) meer gemaakt. | Sneller, J.C. | SJenV |
| 11 | Straffeloosheid tergt samenleving. Straffeloosheid aanpakken, aangiftes niet te lang liggen, criminelen met veroordeling snel gevangenis in. Slimmer en effectiever straffen. Mogelijkheden met elektronische detentie en taakstraffen, draagt bij aan voorkomen criminaliteit. Ook werk van reclassering heeft de maatschappelijke meerwaarde die minimaal dubbele bedraagt van iedere euro die je erin steekt. Erkent de SJenV die meerwaarde ook? | Ja. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid erkent zeker
de maatschappelijke meerwaarde van de reclassering. Dagelijks zetten kundige en bevlogen reclasseringswerkers zich in om aan gedragsverandering van justitiabelen te werken, daarmee recidive te voorkomen en zo Nederland veiliger te maken. |
Sneller, J.C. | SJenV |
| 17 | Welke ruimte is er voor maatwerk voor het CAO van bepaalde sectoren en in het bijzonder van de CAO van gevangenispersoneel? | Het is belangrijk dat het personeel van DJI gewaardeerd wordt. Medewerkers van DJI voeren een belangrijke taak uit en verdienen onze waardering en respect. Het is ook van belang dat DJI een aantrekkelijke werkgever blijft. DJI zet zich hiervoor in en besteedt aandacht aan het behoud en werving van personeel. Medewerkers van DJI vallen onder de CAO Rijk. Een uitzondering enkel voor DJI zou een onwenselijke uitwerking hebben op andere uitvoeringsorganisaties binnen het Rijk. Daarnaast heeft het financiële consequenties. SJenV is gebonden aan de afspraak uit het regeerprogramma voor de invoering van een nullijn voor het rijkspersoneel per 1 januari 2026 en de afspraken uit de lopende CAO. |
Sneller, J.C. | SJenV |
| Van der Werf (D66) | ||||
|---|---|---|---|---|
| 18 | Wat is er met de aangenomen Kamermotie gebeurd die vraagt om de hulpverlening bij het centrum voor seksueel geweld structureel te borgen? | De borging en de financiering van de taken van het CSG, behoort tot de verantwoordelijkheid van mijn ambtsgenoot van Langdurige en Maatschappelijke zorg van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Met de implementatie van de Europese Richtlijn ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld worden taken die nu door de CSG worden uitgevoerd geborgd in de wet. Gemeenten worden verantwoordelijk voor het laten uitvoeren en het financieren van deze taken. Het staat gemeenten vrij bij welke uitvoeringsorganisatie of samenwerkingsverband zij de betreffende taken beleggen. Dat zal voor seksueel geweld in de regel het CSG zijn. |
Werf, J.J. van der | SJenV |
| 19 | Initiatieven als Filomena moeten we niet als uitzonderingen zien, en dat vraagt om duidelijke wettelijke verankeringen en bevoegdheden. Filomena loopt teken hindernissen aan. Kan de minister aangeven welke mogelijkheden MJV ziet om de knelpunten waar centra als Filomena (centrum seksueel geweld) tegenaan lopen op te lossen en aangeven hoe deze oplossingen landelijk kunnen worden geborgd? | Dit vraagstuk valt onder verantwoordelijkheid van de staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg. Filomena is een organisatie in het vrijwillig kader. Dit betekent in beginsel dat Filomena geen grondslag heeft om zonder toestemming van personen om wie het gaat (zowel slachtoffer als pleger) informatie te verwerken. Dit betreft dus ook het spreken van kinderen en het delen/opvragen van informatie over de pleger met andere instanties. De enige organisatie in vrijwillig kader die hier wel bevoegdheden voor heeft, is Veilig Thuis: Veilig Thuis is in de Wmo vastgelegd en heeft, om haar taak goed te kunnen uitoefenen, wettelijke grondslagen om informatie te kunnen opvragen en verwerken, deels zonder toestemming van de betrokkenen, om een goede inschatting te kunnen maken. Op basis van de grondslagen van Veilig Thuis doet Veilig Thuis altijd de uiterste inspanning om ook het kind zelf te spreken. Het is wel zo geregeld dat ouders/verzorgers kunnen weigeren Veilig Thuis met het kind alleen te laten praten. De staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg is met het Landelijk Netwerk Veilig Thuis in gesprek om te kijken of er wettelijke aanpassingen nodig zijn. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de inrichting van de lokale aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Zij kunnen er voor kiezen al dan niet Filomena of een soortgelijke organisatie in te richten. In sommige regio’s is gekozen om Filomena onder de vlag van Veilig Thuis te plaatsen en daarmee dezelfde bevoegdheden als Veilig Thuis te geven, zoals het spreken van het kind. Maar het is dus aan gemeenten zelf om hier keuzes in te maken. |
Werf, J.J. van der | SJenV |
| 20 | Welke mogelijkheden zijn er om kinderen beter mee te nemen in de aanpak tegen femicide? | In het ‘Aanpakplan Kinderen van femicideslachtoffers en
femicide-overlevers’ van de Federatie Nabestaanden Geweldsslachtoffers
en de Blijf Groep en ook in het rondetafelgesprek in uw Kamer van 22
januari jl. naar aanleiding van dit aanpakplan zijn verschillende
aanbevelingen gedaan om (het belang en het perspectief van) kinderen
beter mee te nemen. Een van de verbeteracties die - in samenwerking met
de betrokken organisaties - wordt opgepakt, is het verbeteren van het
gebruik van het ‘Handelingsprotocol gezag, contact/omgang en hulp na
partnerdoding waarbij minderjarige kinderen zijn betrokken’. Verder
zetten we in op het beter verbinden van straf- en familierecht, zodat
relevante informatie over huiselijk geweld - als dat aan de orde is –
wordt meegewogen in beslissingen over gezag en omgang. In de brief aan de Kamer van 19 december jl. met antwoorden op de Kamervragen over het aanpakplan is toegezegd dat de reactie op dit aanpakplan voor het zomerreces van 2026 volgt. |
Werf, J.J. van der | SJenV |
| 21 | Erkent de minister dat huidige aanpak van online seksueel misbruik tekortschiet gezien de hoge stijging in meldingen? | De afgelopen jaren heeft het kabinet ingezet op versterking van de
integrale aanpak van deze problematiek. Hierbij is niet alleen ingezet
op het versterken van de strafrechtelijke bescherming van slachtoffers,
maar is ook breed ingezet op preventie, slachtofferondersteuning en
informatievoorziening met hulplijnen, meldpunten en handvatten voor
professionals. Uiteraard is de aanpak van online seksueel misbruik nooit af. Samen met ketenpartners en experts, blijft het kabinet zich daarom inzetten om de aanpak van dit hardnekkige probleem te versterken waar dit mogelijk is. Door technologische ontwikkelingen kunnen daders helaas makkelijker en laagdrempeliger toeslaan. Mede daarom is in 2024 de Wet seksuele misdrijven ingevoerd met als uitgangspunt dat seksuele misdrijven online en offline even strafwaardig zijn. De stijging in het aantal meldingen kan deels ook komen door hogere meldings- en aangiftebereidheid, mede door meer media-aandacht, het maatschappelijk debat en de campagne rond de invoering van de Wet seksuele misdrijven. MJenV onderkent dat deze problematiek de komende periode de volle aandacht verdient dus ook moet blijven krijgen in het belang van de slachtoffers. |
Werf, J.J. van der | MJenV |
| 22 | Extremisme verschuift naar online. Digitale wereld voor jongeren niet meer te onderscheiden van echte wereld, geen zicht ouders, scholen, overheden. Welke maatregelen worden ondernomen om tot een handelingskader te komen om bij die content in te grijpen? | MJenV heeft het WODC verzocht te onderzoeken of het haalbaar is een
duidingskader voor ‘legal yet harmful’ content te ontwikkelen, aangezien
de afbakening in welke gevallen sprake is van dit soort content in de
praktijk complex is. Het WODC heeft geconcludeerd dat een duidingskader
op dit moment niet haalbaar is gezien de huidige juridische, technische
en ethische omstandigheden. Volgens de onderzoekers zijn er verschillende fundamentele uitdagingen bij het ontwikkelen van een duidingskader voor borderline content. Zo is er geen eenduidige definitie van extremistische content en maken extremistische actoren gebruik van steeds veranderende uitdrukkingsvormen en tactieken. Deze conclusie wordt onderkend door MJenV en hier is uw Kamer op 2 december jl. over geïnformeerd. De onderzoekers constateren dat er wel andere handelingsperspectieven zijn, zoals het samen met de internetsector ontwikkelen van een gedragscode voor online platformen. Nederland heeft, samen met Duitsland en Frankrijk, de Europese Commissie opgeroepen om te komen tot een vrijwillige gedragscode voor online platformen. Ook zet MJenV zich in om te komen tot een werkbare definitie van extremistische content in Europees verband. In het voorjaar zal MJenV in de voortgangsbrief Versterkte Aanpak Online nader ingaan op onder andere deze ontwikkelingen in de aanpak van online extremisme en terrorisme. Daarnaast voert het WODC op dit moment een wetsevaluatie uit op de uitvoeringswet verordening terroristische online-inhoud (TOI). Daarin wordt de juridische reikwijdte van verwijderbevelen onderzocht, waaronder de mogelijkheid en wenselijkheid ten aanzien van ‘legal yet harmful’ materiaal. Uw Kamer wordt naar verwachting na de zomer van 2026 geïnformeerd over de resultaten. |
Werf, J.J. van der | MJenV |
| 23 | Een op twee jongeren krijgt te maken met online seksueel misbruik of intimidatie. Meer meldingen dan het jaar hiervoor. Vraag: Welke concrete maatregelen ziet de minister om dit tegen te gaan? (de vraag hiervoor was: erkend de minister dat de huidige aanpak op dit gebied tekortschiet, dit is het vervolg erop). | Het kabinet pakt online seksuele intimidatie en seksueel misbruik
integraal aan. Preventie, signalering, de strafrechtelijke aanpak en
structurele steun aan slachtoffers zijn hierin essentieel. Met de Wet seksuele misdrijven worden slachtoffers van online seksueel misbruik strafrechtelijk beter beschermd. Uitgangspunt daarin is dat seksueel misbruik offline en online even strafwaardig is. Ook is seksuele intimidatie in het openbaar met deze wet strafbaar gesteld. Daarnaast is de inzet op een schoon internet van enorm belang. Hiervoor verstrekt het ministerie van JenV jaarlijks een subsidie aan Offlimits. Mensen die op het internet beeldmateriaal van seksueel misbruik van minderjarigen tegenkomen, kunnen dit online anoniem melden bij het meldpunt van Offlimits. Ook kan Offlimits slachtoffers ondersteunen in het offline krijgen van seksueel beeldmateriaal. Verder kan de Autoriteit online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal (ATKM) aanbieders van hostingdiensten op bestuursrechtelijke basis verplichten online kinderpornografisch materiaal ontoegankelijk te maken of te verwijderen. Voor alle slachtoffers van strafbare feiten en hun naasten geldt dat zij voor hulp en ondersteuning terecht kunnen bij verschillende organisaties, zoals Slachtofferhulp Nederland en de hulplijn van Offlimits. Ook zet het kabinet met het Nationaal Actieprogramma Aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld (NAP), met een samenwerkingsverband tussen OCW, SZW, VWS en JenV, in op een cultuurverandering waarin seksueel grensoverschrijdend gedrag, ook online, wordt tegengegaan. |
Werf, J.J. van der | MJenV |
| 24 | Heeft de minister zicht op de schaal en aard van online radicalisering en seksueel geweld onder minderjarige en deze digitale omgevingen en kan hij Kamer daar blijvend over informeren? | De online wereld moet een veilige omgeving zijn voor iedereen. Het
is dan ook onacceptabel dat dergelijke netwerken azen op (kwetsbare)
kinderen en volwassenen, waarbij platformen worden misbruikt om hun
ideeën te verspreiden en hun netwerken te versterken. Het ministerie van Justitie en Veiligheid is met de NCTV en partners volop bezig om dit fenomeen te bestrijden. Het systematisch in kaart brengen van de omvang van het fenomeen is op dit moment bijzonder ingewikkeld. Dergelijke activiteiten binnen deze netwerken vinden veelal plaats op besloten online kanalen waarop weinig zicht is. Ook zijn deze netwerken fluïde; dat wil zeggen dat er continu nieuwe online groepen verschijnen of verdwijnen en dat verspreiders van extremistische en zorgelijke uitingen vaak eenvoudig nieuwe accounts kunnen aanmaken. Een afbakening maken van het netwerk blijkt hierdoor ingewikkeld. De NCTV werkt met de Versterkte Aanpak Online aan een gecoördineerde aanpak van specifiek online radicalisering, extremisme en terrorisme. In het voorjaar zal MJenV in de voortgangsbrief Versterkte Aanpak Online nader ingaan op de verdere ontwikkelingen in de aanpak van online extremisme en terrorisme. |
Werf, J.J. van der | MJenV |
| 25 | In het VK bestaat regelgeving omtrent deepfake-apps. Is de minister bereid om dergelijk verbod ook in Nederland in te brengen? | Het is een zorgelijke ontwikkeling die we moeten aanpakken. Op dit
moment wordt naar de beste aanpak voor uitkleedapplicaties gezocht,
waarbij een verbod van de applicaties wordt meegenomen. In de
voortgangsbrief aanpak seksuele misdrijven die voor de zomer wordt
verstuurd, zal ik uw Kamer informeren over de stand van zaken van het
onderzoek. Voordat een inhoudelijke positie bepaald wordt, is verdere studie nodig. Er is nog weinig bekend over de effectiviteit van een mogelijk verbod, de wijze waarop dit vorm kan krijgen en de handhavingsmogelijkheden. Als een verbod, of een andere vorm van regulering, wenselijk, haalbaar en effectief wordt geacht, zijn er verschillende mogelijkheden die kunnen worden verkend, waaronder Europese regelgeving. In het geval van vervolgstappen, dienen vanzelfsprekend eerst de uitvoeringsconsequenties voor de betrokken organisaties in kaart te worden gebracht. |
Werf, J.J. van der | MJenV |
| 26 | Veel knelpunten in aanpak huiselijk geweld, seksueel misbruik en femicide; geweld achter de voordeur of achter scherm. Aanpak hiervan schiet te kort. De Kamer laat zien hoe het wel kan, links tot rechts vereenigt zich, succesvolle samenwerkingen over domeinen heen. Complimenten stichting Filomena en centrum seksueel geweld. Moeten deze organisaties in de wet geborgd zijn als serieuze instanties (zoals in België)? Benieuwd naar reactie van het Kabinet. | De borging en de financiering van de taken van Filomena en het CSG behoren tot de verantwoordelijkheid van mijn ambtsgenoot van Langdurige en Maatschappelijke zorg van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Met de implementatie van de Europese Richtlijn ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld worden taken die nu door de CSG worden uitgevoerd geborgd in de wet. Gemeenten worden verantwoordelijk voor het laten uitvoeren en het financieren van deze taken. Het staat gemeenten vrij bij welke uitvoeringsorganisatie of samenwerkingsverband zij de betreffende taken beleggen. Dat zal voor seksueel geweld in de regel het CSG zijn. Ook voor ondersteuning aan slachtoffers van huiselijk geweld geldt dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de lokale inrichting. Gemeenten maken afwegingen in hoe en met welke partners ze uitvoering geven aan de meld- hulp en ondersteuningsstructuur. Voor onderdelen kan Filomena, of een soortgelijke organisatie, hierin een keuze zijn. Dat gezegd hebbende, het kabinet heeft niet voor niets recent besloten om een Nationaal Coördinator aan te stellen die als belangrijke taak heeft om een nationaal actieplan geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld tot stand te brengen en daarmee overzicht en samenhang in beleid en aanpak te realiseren. Daarbij hoort ook dat Rijk en gemeenten hierover in de toekomst goede afspraken maken over de aanpak en de prioriteiten daarin. |
Werf, J.J. van der | SJenV |
| Michon-Derkzen (VVD) | ||||
|---|---|---|---|---|
| 27 | Is er ruimte voor nieuwe prioriteiten binnen de Taskforce gegevensdeling nu er mooie resultaten zijn op het gebied van gegevensdeling binnen de mainportsaanpak? | Ja, dit jaar zal de Taskforce gegevensdeling aanvullende thema’s oppakken. De opdracht van de Taskforce is verlengd, waardoor ook knelpunten kunnen worden opgelost op de nieuw geprioriteerde ondermijningsthema’s criminele geldstromen, internationale samenwerking en publiek private samenwerking. | Michon-Derkzen, I.J.M. | MJenV |
| 28 | Ook in Nederland komen terrorisme veroordeelden vrij uit de detentie. Hoe houden we deze terroristisch veroordeelden uit detentie in de gaten? | Het Nederlanderschap kan worden ingetrokken wanneer iemand
onherroepelijk veroordeeld is voor een terroristisch misdrijf en daarmee
de essentiële belangen van het Koninkrijk heeft geschonden. Als gevolg
hiervan is een terrorismeveroordeelde onrechtmatig en dient deze
Nederland te verlaten. Dit lukt in de meeste gevallen niet. Dit komt
bijvoorbeeld omdat het land van de overgebleven nationaliteit niet
meewerkt aan vertrek of omdat deze personen niet over geldige
reisdocumenten beschikken.
In aanvulling hierop werkt de minister van Justitie en Veiligheid aan het treffen van extra risico-mitigerende maatregelen om dit zicht verder te versterken, zoals toegang tot verplichte zorg en contactmomenten op lokaal niveau. Daarnaast zet de minister van Justitie en Veiligheid in op permanentmaking van de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding om dit instrumentarium ook op langere termijn beschikbaar te hebben en zo de mogelijkheden tot zicht op vrijkomende terrorismeveroordeelden te kunnen vergroten. De minister van Justitie en Veiligheid stelt vast dat hij nu geen mogelijkheid heeft elektrische monitoring op te leggen in combinatie met een gebiedsgebod. Daarom verkent de minister van Justitie en Veiligheid de mogelijkheid om dit wel op te kunnen leggen, zodat er nog effectiever toezicht kan worden gehouden. De minister van Justitie en Veiligheid zal uw Kamer in het voorjaar van 2026 over de voortgang informeren. |
Michon-Derkzen, I.J.M. | MJenV |
| 29 | Actualiteiten rond Noord-Syrië met ontnspate gevangenen. Is er zicht op dat er ook Nederlandse is'ers zijn ontsnapt? Hoe zorgen we dat het veiligheidsrisico van de ontsnappingen buiten onze landgrenzen houden? | De situatie in Syrië is erg veranderlijk en de ontwikkelingen volgen
elkaar snel op. Dit maakt snelle informatievoorziening en een accuraat
beeld van de ontwikkelingen in Syrië moeilijk. Het is bekend dat er
ISIS-strijders in Syrië zijn ontsnapt en ook weer opgepakt. Er
circuleren verschillende berichten hierover, dus het is op het moment
nog onbekend of hier personen met een Nederlandse link onderdeel van
uitmaken. Ook is het inmiddels bekend dat personen vanuit detentiecentra in Noordoost-Syrië zijn en worden overgeplaatst naar Irak. Er is op het moment nog geen duidelijkheid over in hoeverre uitreizigers met een Nederlandse link hier onderdeel van uitmaken. Wat dit in de toekomst mogelijk gaat betekenen voor Nederlandse uitreizigers wordt in samenwerking met verschillende ketenpartners onderzocht. Ook staan we hierover in contact met gelijkgezinde landen onder andere ter bevordering van het innemen van een gezamenlijk standpunt en het waarborgen van de veiligheid binnen de Europese Unie. Met alle betrokken nationale en internationale partners houden we de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten, in het bijzonder als het gaat het om de opvangkampen en detentiecentra. Hierbij geldt dat we het instrumentarium voorhanden hebben om onopgemerkte terugkeer van Nederlandse uitreizigers tijdig te onderkennen en waar nodig maatregelen te treffen. Zo staan alle onderkende Nederlandse uitreizigers internationaal gesignaleerd en is het Openbaar Ministerie tegen elke onderkende uitreiziger een strafrechtelijk onderzoek gestart. Ook alle betrokken partners zijn alert en staan met elkaar in contact. Onderkende uitreizigers die naar Nederland willen terugkeren kunnen direct bij aankomst worden aangehouden omwille van de lopende strafzaken. Het kabinet hanteert als uitgangspunt dat berechting van uitreizigers in de regio moet plaatsvinden. Dit standpunt is ongewijzigd. |
Michon-Derkzen, I.J.M. | MJenV |
| 30 | Enorme toename in explosies, o.a. in woonwijken. Er is een taskforce opgericht olv burgemeester RTM. Vraag: Hoe gaat het tot nu toe met de taskforce en kunnen we vanuit die taskforce meer grip krijgen op die cobras die nog steeds in EU worden geproduceerd? | Uit voorlopige cijfers van het ‘Offensief tegen Explosies’ (OTE)
blijkt dat er in 2025 sprake is van een daling naar 1525 aanslagen met
explosieven. Dat aantal is nog steeds veel te hoog. De gevolgen zijn
immers ingrijpend. Het offensief richt zich daarom onverminderd op het
terugdringen van aanslagen. Dit doet het Offensief door zich ook te richten op het tegengaan van de brede beschikbaarheid van zwaar vuurwerk, zoals cobra’s. De politie en het Openbaar Ministerie zetten zich al stevig in om de illegale handel in vuurwerk zo dicht mogelijk bij de bron tegen te gaan. Ook wordt samengewerkt met de Inspectie Leefomgeving en Transport en de postsector via internationale opsporingsonderzoeken en controles. Aankomend jaar wordt door de politie, met Europol en het offensief een internationale conferentie georganiseerd over een gezamenlijke aanpak van illegale handel, transport, en opslag. Het offensief draagt actief bij aan een gecoördineerde Europese aanpak van de illegale handel. Er wordt ingezet op het hooghouden van vuurwerk op de Europese agenda. Hoofddoel daarvan is een wijziging in de pyro-richtlijn, waarbij Nederland en Frankrijk samen inzetten op een verbod op de productie van flashbangers, waaronder cobra’s, en het maximeren van de hoeveelheid flitspoeder in verschillende soorten vuurwerk. Over de stand van zaken van de ontwikkelingen op Europees niveau wordt uw Kamer regelmatig geïnformeerd. |
Michon-Derkzen, I.J.M. | MJenV |
| 32 | Online radicalisering. Enorme opkomst op jihadisme en rechts-extremisme, besloten platforms maar ook games van kinderen. Het grote probleem van aankomende periode. Ontstaat eigen persoonlijk wereldbeeld waar we geen zicht op hebben en met grote gevolgen. Vraag: Wat is nu de aanpak op online radicalisering? Er is per definitie een balans tussen veiligheid privacy en vrijheid, maar privacy moet niet heilig verklaard worden. We moeten hierop ingrijpen. | De laatste jaren is er een sterke toename van minderjarigen die online snel radicaliseren. Er heerst een duidelijke oproep voor een meer gecoördineerde aanpak: daar zet het kabinet zich actief voor in. Om online radicalisering en online terroristisch materiaal tegen te gaan, is er de Versterkte Aanpak Online (VAO). Deze aanpak bestaat uit 4 pijlers, te weten:
De afgelopen periode is de samenwerking tussen lokale partners en het
Rijk verstevigd, door intensieve samenwerking binnen het
veiligheidsdomein, maar óók met het jeugddomein en de online platformen.
Met de Autoriteit online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal
(ATKM) wordt nauw samengewerkt om de aanpak te versterken. De ATKM is
een cruciale speler om terroristisch materiaal tegen te gaan en
beschikt sinds recent over een online meldpunt waar gebruikers
terroristische inhoud kunnen melden. Daarnaast wordt de digitale
weerbaarheid van in het bijzonder jongeren bevorderd, samen met
jeugdwerkers, leerkrachten en ouders. Zo wordt, samen met gemeenten,
ingezet op lesprogramma’s, waarin jongeren kritisch leren denken en
leren om te gaan met online bedreigingen. |
Michon-Derkzen, I.J.M. | MJenV |
| 33 | Hoe staat het met de gegevensvergaring door politie en de bevoegdheid van politie om in besloten chatgroepen te kijken? | Er wordt op dit moment de laatste hand gelegd aan het wetsvoorstel
waarmee de politie toegang kan krijgen tot publiek toegankelijke
bronnen. Dat wetsvoorstel zal op korte termijn worden aangeboden aan de
Raad van State. Vervolgens zal het wetstraject inzake de bevoegdheid voor de politie om in besloten chatgroepen te kijken worden opgestart. Dat is uiteraard complexer, gelet op de gevolgen voor de privacy van burgers. Het streven is om dit wetsvoorstel in de tweede helft van 2026 in consultatie te brengen. Dit is mede afhankelijk van het advies van de Raad van State op het eerste wetsvoorstel. |
Michon-Derkzen, I.J.M. | MJenV |
| 34 | Online zien we een enorme opkomst van radicalisering. Hieruit ontstaat een eigen wereldbeeld wat we niet kunnen zien. We moeten op deze content ingrijpen. Bij evident terroristisch online materiaal hebben we voldoende middelen. De uitdaging zit in het grijze gebied, "legal yet harmful". Hoe gaan we om met dat grijze gebied? Zijn er best practices te halen uit andere Europese landen hoe die hiermee omgaan? | MJenV onderkent de zorgen over online uitingen die, hoewel juridisch
toegestaan, maatschappelijk schadelijk kunnen zijn. ‘Legal yet
harmful’-content kan de veiligheid van burgers en instituties
ondermijnen. Dit kan bijvoorbeeld doordat dergelijke uitingen aanzetten
tot haat of opruiing, of doordat extremistisch gedachtengoed erdoor
wordt genormaliseerd. In Nederland geeft de Autoriteit online
Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal (ATKM) uitvoering aan de
Verordening Terroristische Online-Inhoud (TOI-verordening) en is bevoegd
om terroristische content te detecteren en deze te laten verwijderen of
ontoegankelijk te laten maken. De ATKM kan momenteel enkel optreden
tegen online materiaal dat terroristisch of kinderpornografisch van aard
is. Voor het aanpakken van zeer onwenselijke, maar niet strafbare
content is de overheid afhankelijk van de inzet van internetplatformen
zelf. Zij dragen een verantwoordelijkheid om de online veiligheid van
hun gebruikers te waarborgen. Dit brengt uitdagingen met zich mee in de
aanpak van online materiaal. Daarom vraagt MJenV in Europees verband
aandacht voor de mogelijkheden rondom wet- en regelgeving en
instrumentarium inzake ‘legal yet harmful’ content in het kader van
terrorisme en extremisme. Hierbij zal ook aandacht besteed worden aan de
ervaringen en best practices uit andere EU-landen. Daarnaast
heeft Nederland, samen met Duitsland en Frankrijk, de Europese Commissie
opgeroepen om samen onder andere platformen een vrijwillige gedragscode
op te stellen ter bestrijding van online radicalisering, gewelddadig
extremisme en terrorisme. De voorstellen voor de gedragscode richten
zich op de bescherming van gebruikers van online platformen, het delen
van signalen van online radicalisering en het tegengaan van zogeheten
‘platform migratie’ waarbij geblokkeerde gebruikers telkens nieuwe
accounts op nieuwe platformen openen. Kortom, MJenV deelt uw stelling
dat deze problematiek de komende periode onverkort aandacht
verdient. |
Michon-Derkzen, I.J.M. | MJenV |
| 35 | Hebben we zicht op wat de politie kan in het handhaven van gebiedsverbod op online stalking en wat is daar nog voor nodig in de nabije toekomst? | Een contactverbod omvat elke vorm van contact. Dit betekent dat ook
digitaal contact niet is toegestaan als een contact- of locatieverbod is
opgelegd. De opsporingsambtenaar en de officier van justitie hebben bevoegdheden om te onderzoeken wie achter een digitaal account zit. Wanneer de overtreding van het opgelegde verbod tevens een (verdenking van een) nieuw strafbaar feit oplevert – bijvoorbeeld stalking (artikel 285b Wetboek van Strafrecht) – dan kan in voorkomende gevallen een bevel tot verstrekking van gegevens worden gericht aan een aanbieder van een communicatiedienst op grond van artikel 126n (verkeers- en locatiegegevens), artikel 126na, eerste lid (identificerende gegevens) of artikel 126ng (andersoortige gegevens van het Wetboek van Strafvordering (Sv)). Indien de overtreding van het verbod geen nieuw strafbaar feit oplevert, dan kan artikel 6:3:14, vijfde lid, Sv een grondslag bieden om gegevens op te vragen. Deze bepaling geeft de officier van justitie de bevoegdheid om tot eenieder een vordering te richten om inlichtingen te verstrekken indien dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor het toezicht op de naleving van een opgelegd verbod. Indien een slachtoffer bijvoorbeeld wordt benaderd door een digitaal account en er aanwijzingen zijn dat dit account wordt gebruikt door degene aan wie in relatie tot het slachtoffer een contactverbod is opgelegd, dan kan het opvragen van gegevens noodzakelijk zijn voor het toezicht op de naleving van dat contactverbod. De politie heeft aangegeven dat soms een gebrek aan bevoegdheden of mogelijkheden om te komen tot inzet daarvan wordt ervaren, met name als er gebruik wordt gemaakt van anonieme social media-accounts of onbekende telefoonnummers. Daarom verkent MJenV de komende periode samen met de betrokken organisaties of de bestaande bevoegdheden volstaan en of aanvullende beleidsmatige of wetgevende maatregelen nodig zijn. |
Michon-Derkzen, I.J.M. | MJenV, SJenV |
| 36 | Wat zijn resultaten van gegevensdeling bij project preventie met gezag? | Binnen de persoonsgerichte aanpakken, die elke Preventie met Gezag-gemeente inricht, worden concrete afspraken gemaakt over de gegevensdeling. Deze afspraken zien met name op het raakvlak tussen zorg en veiligheid en worden in een convenant gezet, zodat iedereen weet welke partij op welk moment welk deel van de informatie kan inzien en met welk doel. Zulke afspraken maken we ook over het delen van gegevens binnen netwerkanalyses per doelgroep (zoals jonge aanwas of doorgroeiers). Preventie met Gezag-gemeenten worden door JenV ook direct ondersteund in het oplossen van concrete gegevensdelingsproblematiek. We geven een update over de voortgang van de Taskforce op Preventie met Gezag in de komende Halfjaarbrief georganiseerde ondermijnende criminaliteit. | Michon-Derkzen, I.J.M. | MJenV |
| Ellian (VVD) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 37 | Vraag: Zijn we nu echt succesvol bezig met het afbreken van de criminele machtsstructuren? |
|
Ellian, U. | MJenV | ||
| 38 | Hoe staat het met de uitvoering van de motie inzake schoonvegen PI's? Gaan we cellen inspecteren en de telefoons afpakken? | Deze Taskforce die naar aanleiding van de aangenomen motie van het Kamerlid Ellian (24 587, nr. 1077) wordt ingericht, zal in Q2 operationeel zijn. De Kamer wordt overeenkomstig de motie hierover uiterlijk september 2026 geïnformeerd. Hierover is de Tweede Kamer reeds geïnformeerd in de vijfde voortgangsbrief aanpak georganiseerde criminaliteit tijdens detentie en berechting (29 911, nr. 495) die vorige week is verstuurd. | Ellian, U. | SJenV | ||
| 39 | Hoe kan het dat een vrouw minder betaald krijgt voor exact hetzelfde werk als een man in de rechtspraak? | SJenV wil voorop stellen dat gelijke beloning voor vrouwen en mannen
binnen de rechterlijke macht mij na aan het hart ligt. Het algemene
beeld dat een vrouw bij de rechtspraak minder betaald krijgt dan een man
terwijl zij hetzelfde werk doet herkent SJenV niet. Voor diegenen die vóór 1 juli 2023 zijn begonnen met de opleiding tot rechter of officier van justitie, vormde een lange periode het laatst verdiende salaris een belangrijk uitgangspunt voor de inschaling. Dit was gebaseerd op afspraken tussen sociale partners. Op dit moment zijn over het oude inschalingsbeleid tijdens de opleiding enkele klachten in behandeling bij het College voor de Rechten van de Mens. Dit beleid is overigens sinds 1 juli 2023 gewijzigd. SJenV kan niet ingaan op deze individuele zaken. Het standpunt van de Staat is dat er geen sprake was van verboden onderscheid op grond van geslacht. Na afronding van de opleiding is en was er geen sprake meer van een eventueel beloningsverschil. |
Ellian, U. | SJenV | ||
| 40 | Verbazing dat amendement met Dobbe nodig was om financiering geschillencommissie te bestendigen waardoor mensen op eigen manier, buiten rechtelijke route oplossing kunnen vinden, dat scheelt een hoop geld. Vraag: Hoe kijken we nu naar alternatieve geschillen bestendiging? | SJenV is een groot voorstander van alternatieve geschilbeslechting
als onderdeel van goede toegang tot het recht. Daarom deelt SJenV graag
dat hierover een brief in voorbereiding is, die naar verwachting vóór 1
april a.s. aan uw kamer zal worden gestuurd. SJenV vindt het dan ook goed dat bij de vorige begroting via een amendement van het Kamerlid Ellian de subsidie aan de SGC al is verhoogd. De SGC ontvangt daardoor in 2026 een hogere subsidie van €1.298.000. Bovendien heeft de voorganger van SJenV, in het Commissiedebat over Toegang tot het recht afgelopen zomer, desgevraagd toegezegd dat deze verhoging structureel is. |
Ellian, U. | SJenV | ||
| 41 | Het gaat over onderling contact tussen gevangen in de EBI. Criminelen zijn verbonden met elkaar. Hoe voorkomen we dat ze onderling contact hebben over zaken waar wij niet willen dat ze contact over hebben? Vaak wordt gezegd wat er niet kan, wat kan er wel? In Frankrijk en Noorwegen doen ze meer. Kunnen we die kant op (ref. Motie Ellian)? | Gedetineerden die verblijven in de extra beveiligde inrichting (EBI)
worden in een individueel regime geplaatst, en volgen in beginsel een
individueel programma waarbij er geen contact is met andere
gedetineerden in de EBI. Pas na zorgvuldige afweging wordt besloten of de gedetineerde ook in een kleine groep activiteiten kan doen samen met andere gedetineerden binnen het dagprogramma. De directeur van de inrichting kan hiertoe besluiten, ná afstemming met het Landelijk Bureau Inlichtingen en Veiligheid van DJI, het Openbaar Ministerie en de politie. Daarvoor wordt alleen gekozen als dit op basis van een inschatting van de risico’s op voortgezet crimineel handelen vanuit detentie of andere veiligheidsredenen verantwoord wordt geacht. De (her)beoordeling van deze samenstelling vindt maandelijks plaats en indien daarvoor een concrete aanleiding bestaat wordt dit ook tussentijds getoetst. DJI staat in goed contact met buitenlandse collega’s, waaronder collega’s in Frankrijk en Noorwegen. Uit dat contact blijkt niet ze in Frankrijk en Noorwegen hieromtrent verdergaandere maatregelen treffen. |
Ellian, U. | SJenV | ||
| 42 | Hoe staat het met mijn motie over de taskforce om PIs schoon te vegen? Wordt er nu een hoop vergaderd of zijn we nu gewoon die PIs aan het schoonvegen, die cellen aan het inspecteren en die telefoons aan het afpakken? | Zie het antwoord op vraag nummer 38. | Ellian, U. | SJenV | ||
| 79 | Hebben we al voorbeelden waarbij OM heeft gezegd, we hebben telefoon gevonden dus we gaan uw voorwaardelijke invrijheidsstelling intrekken. Doen we dit nu? | Zoals toegelicht in een eerdere Kamerbrief (29911, nr. 465) waarbij
is ingegaan op de motie van het Kamerlid Ellian (24 587, nr. 884) kent
het OM geen voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.) toe als er
veiligheidsrisico’s zijn die niet beheersbaar zijn. Het OM kijkt voor elke gedetineerde naar het gedrag gedurende de detentie (waaronder bijvoorbeeld contrabande die is aangetroffen), risico’s die van de gedetineerden uitgaan en de belangen van onder andere slachtoffers en nabestaanden om te bepalen of iemand v.i. krijgt. Gelet op het voorgaande zag het OM geen reden om huidige Aanwijzing Voorwaardelijke Invrijheidstelling te herzien met het oog op veroordeelden met onaanvaardbare veiligheidsrisico’s. Hiermee is uitvoering gegeven aan bovengenoemde motie. Bij de beoordeling van het gedrag van een gedetineerde gedurende de detentie wordt gekeken naar de gehele detentie periode. Om die reden is niet systematisch te achterhalen of vanwege contrabande de v.i. is afgewezen. |
Ellian, U. | SJenV | ||
| Mutluer (GroenLinks-PvdA) | ||||
|---|---|---|---|---|
| 43 | Kan het tijdelijk huisverbod worden versterkt met ruime verleningsmogelijkheid van in ieder geval een jaar uiteraard met rechterlijke toetsing en uitzonderingsmogelijkheden en verplichtstelling van daderhulp? | Er loopt op dit moment reeds een traject ter verbetering van de inzet van het tijdelijk huisverbod. Deze maand zijn vier pilots gestart in Den Haag, Rotterdam, Groningen en Utrecht om een verbeterde werkwijze te beproeven en deze week heeft hierover een eerste landelijke stuurgroep plaatsgevonden waaraan ook burgemeesters en wethouders van verschillende gemeenten deelnemen. In dit traject wordt onder meer gekeken naar de eerdere inzet van het huisverbod bij signalen van structurele onveiligheid (niet alleen in acute crisissituaties), de risicotaxatie, de duur van het tijdelijk huisverbod en de wijze waarop de juiste zorg en hulpverlening moet worden ingezet voor zowel slachtoffers als plegers. Ook wordt verkend of en welke aanvullende bestuursrechtelijke maatregelen ingezet moeten kunnen worden om slachtoffers van huiselijk geweld en kindermishandeling beter te kunnen beschermen en plegers te kunnen aanpakken, in aansluiting op het civielrechtelijke en strafrechtelijke maatregelen. De pilots lopen tot begin 2027; mede op basis van de bevindingen zal worden besloten of en zo ja hoe het wettelijk kader moet worden gewijzigd. Uw Kamer is over dit traject ook geïnformeerd in de brieven over de voortgang van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling van 10 juli en 18 december 2025. |
Mutluer, S. | SJenV |
| 44 | Slachtoffers van femicide en ander gendergerelateerd geweld. Ligt nu een voorgesteld pakket aan maatregelen en de bewindspersonen hebben maatregelen genomen, zoals een coördinator voor de aanpak van femicide/vrouwengeweld. Vraag aan de staatssecretaris: Hoe staat het met de uitvoering van deze maatregelen, wat wordt het mandaat van coördinator, welke instrumenten krijgt hij/zij en in wanneer kunnen we resultaat verwachten. | De meest recente stand van zaken over de maatregelen uit of
gerelateerd aan het Plan van aanpak Stop femicide! is opgenomen
in de Kamerbrief van 18 december 2025 over de voortgang van de aanpak
van huiselijk geweld en kindermishandeling. In deze brief is tevens de
aanstelling van een Nationaal Coördinator Geweld tegen Vrouwen en
Huiselijk Geweld aangekondigd. De Nationaal Coördinator krijgt de taak om het overzicht, de samenhang en de voortgang te bevorderen van het beleid en de aanpak van alle vormen van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. Daartoe is de Nationaal Coördinator verantwoordelijk voor het tot stand brengen van een nationaal actieplan geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld en voor het sturen op de uitvoering daarvan. De Nationaal Coördinator betreft een ambtelijke functie die onder de verantwoordelijkheid valt van de coördinerend bewindspersoon, op dit moment de staatssecretaris van Langdurige en Maatschappelijke Zorg. De inhoudelijke beleidsverantwoordelijkheid blijft bij de betrokken departementen en bewindspersonen. Dit is noodzakelijk omdat de aanpak van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld meerdere domeinen bestrijkt, waaronder zorg, strafrecht, veiligheid, onderwijs en sociaal beleid, waarvoor specifieke bewindspersonen verantwoordelijk zijn. Het wervingsproces voor de Nationaal Coördinator is recent gestart onder regie van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. |
Mutluer, S. | SJenV |
| 46 | Wapenbezit onder jongeren neemt zorgwekkend toe. Jongeren komen te gemakkelijk aan wapens, luchtdrukwapens en omgebouwde wapens. Wet wapens en munitie had er al lang moeten zijn. Wanneer komt de wet wapens en munitie? | MJenV zet zich in om wapenbezit onder jongeren tegen te gaan met de aanpak wapens en jongeren, zoals gestuurd naar de Kamer op 3 juli 2025. Onder de huidige Wet wapens en munitie geldt al dat jongeren geen wapens mogen bezitten. Daarnaast onderstreept MJenV het belang van en herziening van de Wet wapens en munitie. Naar aanleiding van een interne analyse naar het adviesrapport Ringen rond de Roos heeft de voormalig minister van Justitie en Veiligheid toegezegd om de fundamentele vraagstukken uit te werken die nodig zijn bij de herziening van de Wet wapens en munitie. In het voorjaar van 2026 informeert MJenV uw Kamer over de uitwerking van de fundamentele vraagstukken, de voorstellen voor beleidsaanpassingen en een planning van het wetstraject. | Mutluer, S. | MJenV |
| 48 | Wat zijn concrete resultaten als het gaat om preventie, wat wordt er gedaan om criminele carrières vroegtijdig te stoppen? | In 47 gemeenten wordt hard gewerkt binnen Preventie met gezag aan het voorkomen dat jongeren afglijden of doorgroeien in de criminaliteit. Dit doet MJenV samen met gemeenten en justitiepartners. In het bijzonder wordt ingezet op risicofactoren als schooluitval en werkloosheid. Naast investeren in een positieve toekomst wordt crimineel gedrag aangepakt en afgestraft. Om de resultaten bij te houden, is een stevige monitor ingericht, hierover rapporteert MJenV jaarlijks aan uw Kamer. Uit de monitor over 2024 blijkt dat honderddertien verschillende scholen veiligheidsconvenanten met hun partners hebben afgesloten om te zorgen voor een veilige leeromgeving. Op honderddertig scholen hebben meer dan twaalfhonderd kinderen de bewezen effectieve interventie "Alleen Jij bepaalt wie je bent" gevolgd die jongeren weerbaar maakt tegen criminaliteit. Ook laat de monitor zien dat specialistisch jeugdwerk in bijna alle 47 Preventie met Gezag gemeenten wordt ingezet om jongeren op een passende manier te begeleiden. Omdat specialistisch jeugdwerk zo’n belangrijk thema is, heeft MJenV samen met alle partners uit gemeenten, zorg en veiligheidsdomein een lerend netwerk opgericht waarin geleerde lessen over de uitvoering worden uitgewisseld en het gesprek wordt gevoerd met de wetenschap. Ook zijn deze geleerde lessen met de rest van Nederland gedeeld via de digitale vindplaats en op het jaarlijkse Preventie met Gezag congres. | Mutluer, S. | MJenV |
| 69 | Kan het tijdelijke huisverbod worden uitgebreid naar daders die zowel permanent als tijdelijk bij het slachtoffer inwonen alsook familieleden? | Er loopt op dit moment reeds een traject ter verbetering van de inzet van het tijdelijk huisverbod. Deze maand zijn vier pilots gestart in Den Haag, Rotterdam, Groningen en Utrecht om een verbeterde werkwijze te beproeven en deze week heeft hierover een eerste landelijke stuurgroep plaatsgevonden waaraan ook burgemeesters en wethouders van verschillende gemeenten deelnemen. In dit traject wordt onder meer gekeken naar de eerdere inzet van het huisverbod bij signalen van structurele onveiligheid (niet alleen in acute crisissituaties), de risicotaxatie, de duur van het tijdelijk huisverbod, het ‘anders dan incidenteel verblijven’-criterium en de wijze waarop de juiste zorg en hulpverlening moet worden ingezet voor zowel slachtoffers als plegers. Ook wordt verkend of en welke aanvullende bestuursrechtelijke maatregelen ingezet moeten kunnen worden om slachtoffers van huiselijk geweld en kindermishandeling (dus naast (ex-)partners ook familieleden) beter te kunnen beschermen en plegers te kunnen aanpakken, in aansluiting op het civielrechtelijke en strafrechtelijke maatregelen. De pilots lopen tot begin 2027; mede op basis van de bevindingen zal worden besloten of en zo ja hoe het wettelijk kader moet worden gewijzigd. Uw Kamer is over dit traject ook geïnformeerd in de brieven over de voortgang van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling van 10 juli en 18 december 2025. |
Mutluer, S. | SJenV |
| 71 | Kan een tijdelijk huisverbod worden opgelegd niet alleen bij acuut geweld maar ook bij hele voortdurende dreigingen van geweld stalking. Kan dat opgepakt worden? Zonder acuut gevaar, kan dat technisch binnen het bestuursrecht? Daar is het acuut gevaar gekoppeld. | Er loopt op dit moment reeds een traject ter verbetering van de inzet van het tijdelijk huisverbod. Deze maand zijn vier pilots gestart in Den Haag, Rotterdam, Groningen en Utrecht om een verbeterde werkwijze te beproeven en deze week heeft hierover een eerste landelijke stuurgroep plaatsgevonden waaraan ook burgemeesters en wethouders van verschillende gemeenten deelnemen. In dit traject wordt onder meer gekeken naar de eerdere inzet van het huisverbod bij signalen van structurele onveiligheid (niet alleen in acute crisissituaties), de risicotaxatie, de duur van het tijdelijk huisverbod en de wijze waarop de juiste zorg en hulpverlening moet worden ingezet voor zowel slachtoffers als plegers. Ook wordt verkend of en welke aanvullende bestuursrechtelijke maatregelen ingezet moeten kunnen worden om slachtoffers van huiselijk geweld en kindermishandeling beter te kunnen beschermen en plegers te kunnen aanpakken, in aansluiting op het civielrechtelijke en strafrechtelijke maatregelen. De pilots lopen tot begin 2027; mede op basis van de bevindingen zal worden besloten of en zo ja hoe het wettelijk kader moet worden gewijzigd. Uw Kamer is over dit traject ook geïnformeerd in de brieven over de voortgang van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling van 10 juli en 18 december 2025. |
Mutluer, S. | SJenV |
| Van der Plas (BBB) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 45 | Dierenrechtenextremisme is fenomeen dat wordt onderschat in NL. Kan de minister hier op reageren? | De NCTV rapporteert twee keer per jaar in het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN) over de terroristische en (gewelddadige) extremistische dreiging voor Nederland, de belangen die daardoor kunnen worden aangetast. Het fenomeen dierenrechtenextremisme wordt ook benoemd in het DTN van december 2025. | Plas, C.A.M. van der | MJenV | ||
| 47 | Boeren worden/voelen zich bedreigd door dieren extremisme. Niet alle incidenten komen voor in officiële dreigingsbeelden. Krijgen advies geen aangifte te doen. Klopt het dat de politie verplicht is van strafbare feiten of vermoedde strafbare feiten aangiftes aan te nemen? | In het bestuurlijk overleg met de agrarische sector in oktober 2025 hebben de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en MJenV er bij de sector op aangedrongen om agressie te melden bij de politie (via 0900 of 112 (als het spoed heeft)) en aangedrongen op het doen van aangifte. De politie is wettelijk verplicht om aangifte op te nemen als het gaat om een mogelijk strafbaar feit. | Plas, C.A.M. van der | MJenV | ||
| 49 | Er is een persoon aangehouden op verdenking bedreiging BBB, die is niet vervolgd vanwege gebrek aan bewijs. Kan minister zich voorstellen dat ik en vele boeren en mensen binnen onze partij zich vogelvrij voelen als deze personen niet worden vervolgd? Graag reactie van minister. |
|
Plas, C.A.M. van der | MJenV | ||
| 50 | Meldingen worden wel gedaan maar tellen niet mee in de rapportages en blijven dus buiten bij de NCTV. kan de minister toezeggen dat meldingen worden meegenomen en dat NCTV een volledig dreigingsbeeld maakt van dierenextremisme? | De NCTV rapporteert in het DTN over allerlei vormen van terrorisme
en gewelddadig extremisme, ongeacht ideologische signatuur. Het fenomeen
dierenrechtenextremisme wordt ook benoemd in het DTN van december 2025,
zoals aangegeven in de beantwoording van vraag 45. De NCTV volgt de
ontwikkelingen nauwlettend. |
Plas, C.A.M. van der | MJenV | ||
| 51 | Veel landen verbieden extremistische ideologieën. Waar ligt de grens, welke ideologieën accepteren we wel en niet? | De NCTV beschouwt een ideologie als extremistisch wanneer men bereid
is vanuit ideologische motieven niet-gewelddadige en/of gewelddadige
activiteiten te verrichten die de democratische rechtsorde ondermijnen.
Een extremistische ideologie op zichzelf kan onder de strafrechtelijke
grens blijven, maar extremistische gedragingen kunnen wel strafbaar
zijn. Extremisme komt voor in vele uitingsvormen: religieus, gericht
tegen rechtsstatelijke instituties of rondom een bepaald politiek of
maatschappelijk vraagstuk. Om te bepalen of een gedraging extremistisch
is, wordt deze altijd binnen de context van een ideologisch motief
bezien. Daarnaast weegt mee of dit systematische en doelbewuste
gedragingen zijn, die onze vrije manier van samenleven schaden en de
democratische rechtsorde ondermijnen. |
Plas, C.A.M. van der | MJenV | ||
| 52 | BBB pleit voor juridische verkenning naar begrip extremisme, om op te treden tegen misbruik van vrijheden van anderen. Is de minister bereid een juridische verkenning te doen naar de definitie van extremisme. | De AIVD en de NCTV hanteren de volgende definitie van extremisme: ‘Het uit ideologische motieven bereid zijn om niet-gewelddadige en/of gewelddadige activiteiten te verrichten die de democratische rechtsorde ondermijnen.’ Extremisme kan in zijn uiterste vorm tot terrorisme leiden, als maatschappij-ontwrichtende schade wordt aangericht en/of grote groepen mensen angst wordt aangejaagd. Als bepaalde acties of gedragingen de lat van extremisme halen, dan kunnen personen ook worden opgenomen in de lokale persoonsgerichte aanpak radicalisering. Onder regie van gemeenten kunnen dan maatregelen of interventies genomen worden door het bestuur, de strafrechtelijke instanties of door maatschappelijke instellingen. Doel is (verdere) radicalisering tegen te gaan. Het is dus niet nodig hier een verdere juridische verkenning naar te doen. | Plas, C.A.M. van der | MJenV | ||
| 54 | OM meldde dat een persoon uit Lochem die in augustus 2025 is aangehouden van bedreiging BBB niet wordt vervolgd. Verdachte ontkent, gebrek aan bewijs en dus geen vervolging. Kamerlid verwijst naar post op facebookpagina. Vraag is: waarom heeft hij niet meteen gereageerd dat hij het zo niet heeft gezegd? Kennelijk was hij akkoord met de tekst. Is de minister het daar mee eens? Ik vind het raar dat hij niet vervolgd wordt. |
|
Plas, C.A.M. van der | MJenV | ||
| Faber – van de Klashorst (PVV) | ||||
|---|---|---|---|---|
| 53 | Is er een vergunning aangevraagd voor de demonstratie over Palestina van ambtenaren bij BZ en is de betreffende minister op de hoogte? Hoe zit dit nu eigenlijk? Graag een reactie van de minister. | Voor een demonstratie hoeft geen vergunning te worden aangevraagd. De burgemeester bepaalt onder welke voorwaarden een demonstratie plaatsvindt. Vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vereniging, vergadering en betoging zijn grondrechten. Die worden beschermd in de artikelen 7 en 9 van de Grondwet en gelden voor iedereen. Ook voor ambtenaren. Omdat ambtenaren overheidstaken vervullen, kan het belang van een goede taakvervulling door de overheid voorgaan op het persoonlijk belang van de ambtenaar om gebruik te maken van zijn grondrechten. Om die reden stelt artikel 10 van de Ambtenarenwet 2017 een grens aan deze grondrechten (de“functioneringsnorm”). In artikel 10, eerste lid van de Ambtenarenwet 2017 staat dat een ambtenaar zich dient ‘te onthouden van het openbaren van gedachten of gevoelens of van de uitoefening van het recht tot vereniging, tot vergadering en tot betoging, indien door de uitoefening van deze rechten de goede vervulling van zijn functie of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd’. Daarmee is het kader voor deelname aan demonstraties voor ambtenaren helder. | Faber-van de Klashorst, M.H.M. | MJenV |
| 55 | Innemen perskaarten demonstratie chanoeka bijeenkomst Amsterdam: Journalisten die verslag deden werd door de onmogelijk gemaakt. Journalisten werden bedreigd en uitscholden. Daarnaast vorderden de politie perskaarten in. Faber kan zich niet voorstellen dat de politie dit uit zichzelf doet. Wie heeft hier opdracht toe gegeven? Had men dit liever onder de pet willen houden? Wie is nu verantwoordelijk voor deze situatie? Waarom greep de Amsterdamse burgemeester niet in? En waarom werden de demonstranten niet gehouden aan de uitspraak van de rechter? (De rechter heeft gezegd dat een stille demo mocht, maar demo was niet stil). Graag reactie van minister | Agressie en geweld tegen journalisten is onacceptabel en de
journalistieke vrijheid en persveiligheid is een groot goed in onze
samenleving. Hier wordt vanuit het kabinet met volle toewijding op
ingezet. MJenV treedt niet in individuele casuïstiek. In algemeenheid volgt de politie de leidraad over de positie van de pers bij politieoptreden. In gevallen waarbij de openbare orde ernstig wordt verstoord of ernstig verstoord dreigt te worden, kan de politie overgaan tot beperking van de mogelijkheid om informatie te vergaren. Uitgangspunt is hierbij dat dit nooit mag leiden tot onmogelijk maken van publicaties. Het is vanzelfsprekend dat de politie terughoudend is bij het beperken of aanhouden van journalisten. Tijdens demonstraties heeft de politie, onder verantwoordelijkheid van het lokaal gezag, in het kader van de politietaak een belangrijke rol bij het in goede banen leiden van de demonstratie en het waarborgen van de veiligheid van alle aanwezigen. De wijze waarop de politie wordt ingezet is afhankelijk van de omstandigheden en wordt bepaald in de driehoek. MJenV zal samen met de minister van OCW op korte termijn de gestelde schriftelijke vragen (van de fractie van JA21) beantwoorden. |
Faber-van de Klashorst, M.H.M. | MJenV |
| 56 | Waarom wordt er bij handhaving openbare orde niet vaker opgetreden tegen groepsgedrag? | De handhaving van de openbare orde is een afweging van het bevoegd
gezag, i.c. de burgemeester. Zowel het civiel recht als het strafrecht
(art.141 Sr) biedt voldoende juridische basis om personen die deel
uitmaken van een groep en zich schuldig hebben gemaakt aan strafbare
feiten te vervolgen, Het opsporen en vervolgen van mensen die gedrag in een groep plegen is ingewikkeld. Dat hebben politie en het OM dit aangegeven. Mensen bekogelen en beschieten agenten en andere hulpverleners vanuit een groep met bijvoorbeeld bedekte gezichten en dezelfde soort kleding. Het identificeren van individuen wordt hierdoor vrijwel onmogelijk gemaakt. Gezien de ernst van dit soort gedrag, verkent MJenV of het huidige juridische kader volstaat en bezien welke aanvullende mogelijkheden het strafrecht kan bieden bij de opsporing en vervolging van deze mensen. Ten aanzien van het verhalen van schade op groepen wordt verwezen naar het antwoord op vraag 64. |
Faber-van de Klashorst, M.H.M. | MJenV |
| 57 | Wat doet de taskforce antisemitisme nu concreet? | De Taskforce Antisemitismebestrijding heeft als taak om, binnen
bestaande wet- en regelgeving, concrete voorstellen te doen om de
veiligheid van Joodse studenten en reizigers te waarborgen. Hiertoe is afgelopen jaar gesproken met mensen vanuit de praktijk en de Joodse gemeenschap en met vele andere betrokkenen zoals bestuurders en demonstranten. De werkzaamheden van de Taskforce zijn inmiddels afgerond en de bevindingen vervat in een eindrapport. MJenV mag dit maandag aanstaande in ontvangst nemen en zal op diezelfde dag het rapport ook aan de Kamer aanbieden. |
Faber-van de Klashorst, M.H.M. | MJenV |
| 58 | Gedrag van ambtenaren van BZ staat haaks op de lijnen die minister van justitie uitzet. Hoe zit het in dit geval dan met de eenheid van kabinet? | Ten opzichte van het kabinetsstandpunt antisemitisme verwijst MJenV naar de laatste brief over de antisemitismestrategie en dat is wat MJenV betreft ook kabinetsbeleid. Het uitoefenen van grondrechten door ambtenaren, zoals toegelicht in het antwoord op vraag 53, conflicteert op geen enkele wijze met de eenheid van kabinetsbeleid. | Faber-van de Klashorst, M.H.M. | MJenV |
| 72 | Vakbonden kwamen met het idee om voetbalclubs zelf te laten opdraaien voor kosten inzet. In Engeland en Duitsland betalen profclubs mee aan de politie-inzet. Waarom moet de maatschappij hier voor de kosten van politie-inzet buiten het stadion opdraaien? | De ambtsvoorganger van MJenV heeft onderzoek uit laten voeren naar de voor- en nadelen van het doorberekenen van de kosten van politie-inzet aan voetbalclubs. Het uitgangspunt is dat het Rijk verantwoordelijk is voor de financiering van de politie. Daarmee wordt uitgesloten dat derden, zonder tussenkomst van de minister, budgetten kunnen toekennen aan de politie en daarmee mogelijk inspraak hebben op bijvoorbeeld de omvang van de operationele sterkte of de inzet van de politie. In het tweede halfjaarbericht politie van 2023 heeft de ambtsvoorganger van MJenV aangegeven dat het juridisch niet haalbaar is om maatschappelijke kosten door te berekenen. | Faber-van de Klashorst, M.H.M. | MJenV |
| 73 | Hoe kan het dat de politie partner is van de halal huishoudbeurs? Wat voor soort mensen denkt de politie aan te trekken op deze beurs? | De politie heeft mij laten weten dat het gestelde partnership,
door de organisatie van het Halal Village Festival, vooraf niet bekend
was en tevens onwenselijk is. De politie heeft hier lessen uit getrokken
en zal in de toekomst scherper zijn op het gebruik van beeldmateriaal
van de politie door derden. Zo is de uiting met watermeloensymboliek
zonder toestemming van de politie geplaatst en daarom op verzoek door de
organisatie verwijderd. In het kader van Politie voor Iedereen zet de politie onder andere in op diverse werving, zoals op beurzen. Een diversie politieorganisatie draagt bij de versterking van de verbinding met de samenleving en daarmee aan de uitvoering van de politietaak. |
Faber-van de Klashorst, M.H.M. | MJenV |
| Van Dijk (PVV) | ||||
|---|---|---|---|---|
| 59 | Is de Minister bereid om een voorstel voor minimumstraffen voor de categorie high impact crimes in te voeren? | Tijdens het debat op 25 september 2025 over de anti-immigratierellen
in Den Haag is door de Tweede Kamer op voorstel van de leden
Yesilgoz-Zegerius (VVD) en Van der Plas (BBB) een motie aangenomen
waarin de regering wordt verzocht om wetgeving voor te bereiden waarin
minimumstraffen worden ingevoerd voor opzettelijk geweld tegen
hulpverleners, met inachtneming van het opzetvereiste. De MJenV heeft de motie “oordeel Kamer” gegeven, met de kanttekening dat hij als eerste stap in contact gaat treden met alle betrokken instanties over de wenselijkheid en uitvoerbaarheid in termen van capaciteit en kosten en hierover rapporteert aan de Kamer. De uitkomst van deze gesprekken stuurt de MJenV naar verwachting voor het zomerreces naar de Tweede Kamer. |
Dijk, E. van | MJenV |
| Straatman (CDA) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 60 | Goede informatiedeling tussen instanties nodig in de strijd tegen online criminaliteit en online extremisme. Het CDA staat positief tegenover de taskforce gegevensdeling om knelpunten in informatiedeling aan te pakken. Welke concrete resultaten zijn al geboekt door deze taskforce? | De Taskforce gegevensdeling werkt met partners aan het oplossen van concrete knelpunten en casuistiek op het gebied gegevensdeling. Uw Kamer wordt via de halfjaarbrieven georganiseerde en ondermijnende criminaliteit op de hoogte gehouden van de resultaten. Zo wordt bijvoorbeeld bij het thema Mainports informatiedeling verbeterd tussen de Politie en de Douane, zodat de Douane beter risico’s in kan schatten van verdachte en gevaarlijke situaties op haventerreinen. Naast Mainports zijn Preventie met Gezag en Kind en Gezinsbescherming prioriteiten. Voor Kind en Gezinsbescherming zijn drie proeftuinen opgezet waarin wordt samengewerkt door onder andere Veilig Thuis, de Raad van de Kinderbescherming en de Politie om de onveiligheid in de gezinnen of huishoudens te stoppen door signalen te bundelen. Gegevens die hier worden gedeeld zien onder andere op onveiligheid in gezinnen, meldingen bij Veilig Thuis en politiemeldingen. Binnen Preventie met gezag worden onder andere afspraken gemaakt over het delen van gegevens binnen netwerkanalyses per doelgroep (zoals jonge aanwas of doorgroeiers in de criminaliteit). Nieuwe thema's die bij de kop worden gepakt dit jaar zijn criminele geldstromen, internationale samenwerking en publiek private samenwerking. | Straatman, J.C.G. | MJenV | ||
| 61 | Hoe staat het met wetsvoorstel om crimineel verdiend vermogen sneller en zonder veroordeling af te pakken? | De afgelopen periode zijn de consultatieadviezen in het wetsvoorstel verwerkt. Het streven is het aangepaste wetsvoorstel in februari 2026 voor te leggen aan de Afdeling advisering van de Raad van State en het wetsvoorstel vervolgens in het voorjaar van 2026 aan de Tweede Kamer aan te bieden. | Straatman, J.C.G. | MJenV | ||
| 62 | In de AVG wet ontbreekt wettelijk kader voor drugstesten in de zware industrie, terwijl het veiligheidsbelang groot is en de noodzaak gevoeld wordt. Is nu bij de politiek neergelegd. Wat is de reactie van de minister daarop? | MJenV beantwoordt deze vraag namens de staassecretaris van SZW.
Alcohol en drugs hebben geen plek op de werkvloer, zeker niet in de
zware industrie waar veiligheid voorop staat. Het kabinet is geen
voorstander van wetgeving voor alcohol en drugstesten. Het is niet
proportioneel en niet subsidiair. Een generieke testbevoegdheid voor de
hele zware industrie vormt een zware inbreuk op de privacy en
lichamelijke integriteit van werknemers, terwijl hetzelfde doel met
minder ingrijpende middelen kan worden bereikt. Werkgevers beschikken al
over effectieve instrumenten om veiligheid te waarborgen, zoals Risico
inventarisatie en Evaluatie (RI&E), instructies en toezicht. De AVG kijkt alleen of wetgeving de privacy van werknemer waarborgt. De zorgplicht van de werkgever is geen wettelijke grondslag in de AVG voor alcohol en drugstesten. Werknemers zijn immers niet vrij om toestemming te geven voor testen, door de gezagsrelatie tussen werkgever en werknemer. |
Straatman, J.C.G. | MJenV | ||
| 63 | Toename online extremisme, achter onschuldige memes en berichten gaan extreme en anti-institutionele ideeen schuil. Voor deze nieuwe vormen van criminaliteit moeten we voldoende middelen en capaciteit beschikbaar stellen. zijn die er nu? |
|
Straatman, J.C.G. | MJenV | ||
| 64 | Effectieve criminaliteitsbestrijding vraagt om integrale benaderingen verschillende rechtsgebieden (privaat, bestuur, straf) civielrechtelijke aanpak is van groot belang, bijv. schade verhalen bij rellen en ordeverstoringen. We zien ook relschoppers die misbruik maken van demonstratierecht. Hoe kijkt minister hiernaar en welke stappen neemt hij concreet? | Als relschoppers tijdens een demonstratie schade veroorzaken, kunnen
zij hiervoor aansprakelijk worden gesteld op grond van het civiele
recht. Relschoppers opereren vaak in een groep. Dit maakt het lastig om
aan te tonen wie precies de schade heeft veroorzaakt. Dit hoeft echter
niet aan civielrechtelijke aansprakelijkheid in de weg te staan. Als wel
vaststaat dat de schade door één van de deelnemers van de groep is
veroorzaakt, kunnen alle deelnemers van de groep daarvoor, als aan
bepaalde voorwaarden is voldaan, aansprakelijk worden gesteld. Het
civiele recht biedt daarmee voldoende mogelijkheden om
schadeveroorzakende relschoppers aan te pakken. MJenV onderzoekt,
overeenkomstig de motie-Stoffer, op welke wijze relschoppers die het
demonstratierecht misbruiken, opdraaien voor de kosten voor de
samenleving.[1] Ook het strafrecht biedt – zeker voor feiten zoals bedreiging, vernieling, opruiing, voldoende mogelijkheden. In de brief van MJenV en MBZK van 19 december jl. over het WODC-rapport ‘Het recht om te demonstreren in de democratische rechtsstaat’ is aangegeven dat de onderzoekers dit onderschrijven. MJenV en MBZK zullen voor het meireces in een nadere beleidsreactie ingaan op aanbevelingen van de onderzoekers. [1] Kamerstukken II, 2025-2026, 28684, nr. 81. |
Straatman, J.C.G. | MJenV | ||
| 65 | Toegang tot het recht, ook voor mensen in kwetsbare posities. Eerstelijns rechtshulp is belangrijk, ook sociale advocatuur is cruciaal. Toegang tot recht vraagt om hervorming rechtspraakketen breed. Doorlooptijden onverminderd hoog. Welke stappen onderneemt minister op dit terrein? | Tijdige rechtspraak is een belangrijke voorwaarde voor de
toegankelijkheid. Ook in de komende jaren investeert de Rechtspraak
onverminderd in het terugdringen van de doorlooptijden en het wegwerken
van achterstanden. Vanaf dit jaar worden de inzichten en ontwikkelde instrumenten uit het programma Tijdige rechtspraak structureel bij de gerechten belegd. Voorbeelden hiervan zijn de professionalisering van het roosteren en plannen en het gebruik van dashboard en managementinformatie om voortgang en knelpunten te signaleren. |
Straatman, J.C.G. | SJenV | ||
| 66 | Hoe zorgt de Minister er (in het kader van de taskforce gegevensdeling) voor dat privacykaders werkbaar blijven in de praktijk? | MJenV onderschrijft het belang van goed werkbare privacykaders. Gegevensbeschermingsrecht is immers nooit bedoeld om als rem te fungeren. De Taskforce gegevensdeling houdt zich voor Justitie en Veiligheid onder andere bezig met het zoeken naar oplossingsrichtingen bij gegevensdelingproblematiek. Samen met partners heeft de Taskforce knelpunten geïdentificeerd en stappen gezet in het vinden van oplossingen. De Taskforce concludeert dat er in de meeste gevallen een gebrek is aan implementatieondersteuning, vakmanschap, vakgemeenschap en verankering van gegevensdelingaspecten in beleid. Dit laat onverlet dat in voorkomende gevallen ook sprake kan zijn van complexe wetgeving en/of een gebrek aan juridische mogelijkheden. Door hierin meer te investeren zullen privacykaders in de praktijk beter werkbaar zijn; een wens die ik met de vraagsteller deel. Overigens is de opdracht van de Taskforce verlengd, zodat zij door kan blijven gaan met het oplossen van knelpunten op ook andere thema’s. | Straatman, J.C.G. | MJenV | ||
| 67 | Zorgen over de effecten van online gokken op kwetsbare groepen, m.n. jongeren. Welke maatregelen gaat de minister nemen om kwetsbare groepen te beschermen? En welke maatregelen om online illegale casinos uit de lucht te halen? En welke maatregelen om ervoor te zorgen dat aanbieders hun zorgplicht serieus nemen? | De SJenV werkt aan verschillende maatregelen om de bescherming van
mensen tegen de risico’s van online gokken te verbeteren. Dit met als
doel om onder andere kwetsbare groepen, waar onder andere jongeren onder
vallen, te beschermen, illegale online casino’s uit de lucht te halen en
om de zorgplicht te versterken. Zo wordt er gewerkt aan maatregelen voor
aanscherping van de zorgplicht van vergunde online kansspelaanbieders,
verdere reclamebeperkingen voor deze aanbieders en overkoepelende
speellimieten. Daarnaast beziet SJenV hoe het illegaal aanbod ontoegankelijk gemaakt kan worden. De inzet is dat de Ksa zo veel mogelijk websites, zo efficiënt en effectief mogelijk aan kan pakken. Dit zijn ook prioriteiten van de Ksa, zoals weergegeven in haar Toezichtagenda 2026 waarin de toezichthouder meer focus legt op de bestrijding van illegaliteit en betere spelersbescherming. Hiervoor werkt de Ksa in binnen- en buitenland samen met andere organisaties en toezichthouders. SJenV streeft ernaar om de Tweede Kamer in het voorjaar te informeren over de contouren voor de wetswijziging voor kansspelen op afstand, alsmede de meerjarenagenda bescherming tegen gokschade. |
Straatman, J.C.G. | SJenV | ||
| 68 | Bescherming van kwetsbare groepen. Vorig jaar motie ingediend door CDA om slachtoffers van zedenmisdrijven te beschermen en deze rechtszaken altijd achter gesloten deuren uit te voeren, niet alleen bij minderjarigen. Hoe staat het met uitvoering van deze motie? | Ter uitvoering van de motie wordt op dit moment een WODC-onderzoek
verricht naar de beoordeling van verzoeken voor een zitting achter
gesloten deuren in de praktijk en de mogelijkheden om de privacy van
slachtoffers te borgen. De verwachting is dat dit WODC-onderzoek in het
eerste kwartaal van 2026 wordt afgerond. SJenV zal daarna met een
beleidsreactie komen. |
Straatman, J.C.G. | SJenV | ||
| 70 | Kan de minister in kaart brengen welke extra inkomsten als gevolg van de verhoging van verkeersboetes direct uit de schatkist verdwijnen door noodzakelijke extra investeringen in OM en rechtspraak? | MJenV stelt voorop dat er geen direct verband is tussen de boete inkomsten en de uitgaven die samenhangen met handhaving en inning. De extra boeteopbrengsten mogen niet gebruikt worden om de eventuele extra kosten voor de strafrechtketen mee te dekken. In het algemeen worden er met hogere boetes meer kosten gemaakt. Maar ik acht een dergelijke verkenning niet opportuun. Dit kost capaciteit in de keten en meer inzicht hierin draagt niet bij aan de kern van de problematiek, namelijk het ontbreken van mogelijkheden op de begroting van JenV en rijksbreed om de verkeersboetes te verlagen. Uit een dergelijke verkenning zal naar verwachting blijken dat de verhogingen van de verkeersboetes hebben geleid tot meer bezwaar- en beroepsprocedures en meer werkzaamheden in het kader van het innen van de boetes en dat dit tot een toename van kosten heeft geleid. Het terugdraaien van de incidentele verhogingen heeft echter veel grotere financiële consequenties. Structureel zou hiervoor een bedrag oplopend tot €300 miljoen per jaar nodig zijn. Hiervoor is geen dekking. Hierover hebben mijn voorgangers regelmatig met uw Kamer gesproken. Het zonder dekking verlagen van de verkeersboetes zou noodzakelijkerwijs leiden tot pijnlijke bezuinigingen op de al onder druk staande justitiële keten. Wel heeft dit kabinet besloten de verkeersboetes niet anders dan met de reguliere indexering te verhogen. |
Straatman, J.C.G. | MJenV | ||
| Van den Brink (CDA) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 74 | Drugsbeleid: is geen onschuldig plezier maar onderdeel van een gewelddadige keten. Gebruik in adolescentie blijvende schade. Wietexperiment. Hoe werkt dit technisch en welke gevolgen heeft het voor de volksgezondheid, criminaliteit en handhaving? | Het Experiment gesloten coffeeshopketen is een kleinschalig experiment met een duur van 4 jaar. Er is bij wet geregeld dat het experiment bestaat uit 10 gemeenten en 10 aangewezen telers. Het experiment heeft als doel om te onderzoeken of gereguleerde productie, distributie en verkoop van op kwaliteit gecontroleerde cannabis in een gesloten keten mogelijk is, en wat de gevolgen hiervan zijn voor de problemen die samenhangen met het huidige gedoogbeleid. Jaarlijks worden tussenrapportages aan beide Kamers toegezonden. Er wordt geëvalueerd wat de effecten van de gesloten keten zijn op de openbare orde, veiligheid, overlast en volksgezondheid. | Brink, T.A. van den | MJenV | ||
| 75 | Drugs is niet slechts recreatief, maar zijn onderdeel van gewelddadige keten van ondermijning, intimidatie en verharding. We moeten bij dit beleid niet de verkeerde afslag nemen. Hoe staat het met de toezegging om in die geest een landelijke bewustwordingscampagne drugs te starten? | De Staatsecretaris van Jeugd, Preventie en Sport en MJenV delen dat
gebruikers en mogelijke gebruikers doordrongen moeten worden van de
negatieve gevolgen van drugsgebruik. Die gevolgen zijn onder andere
zichtbaar op het gebied van drugscriminaliteit, het milieu én de eigen
gezondheid. Daarom zijn we in 2025 in verschillende studentensteden een
campagne gestart met een VR-experience. Deze VR-experience heeft
deelnemende studenten echt aan het denken gezet over deze negatieve
gevolgen. Beelden hiervan zijn op social media gebruikt, gericht op
jongeren van 18 tot 29 jaar. Hiermee zijn ongeveer 3 miljoen jongeren
bereikt en is invulling gegeven aan de motie Bikker, die vroeg om een
landelijke bewustwordingscampagne. Experts van o.a. het Trimbos
instituut en Verslavingskunde Nederland hebben ons eerder al
gewaarschuwd voor de mogelijke averechtse effecten van een brede
publiekscampagne. Dit heeft ertoe geleid dat StasJPS en MJenV hebben
geprobeerd de pilot campagne op een manier in te vullen die zoveel
mogelijk tegemoet komt aan de doelstelling van de Kamer én ook zoveel
mogelijk rekening houdt met de adviezen van experts. Momenteel worden de
verschillende elementen van de campagne geëvalueerd. Het kabinet zal uw
Kamer informeren over de evaluatie en het eventuele vervolg van de
campagne. |
Brink, T.A. van den | MJenV | ||
| 76 | Welke concrete stappen neemt de minister om normalisering van drugsgebruik tegen te gaan en welk beleid wordt gevoerd dat drugsgebruik onacceptabel is? | StasJPS en MJenV delen de zorgen van de Kamer en zijn van mening dat drugsgebruik niet past bij een gezonde en normale leefstijl. Zie antwoord op vraag 75 voor de wijze waarop we jongeren bewust proberen te maken van de gevolgen van drugsgebruik. Daarnaast zet de StasJPS in op het voorkomen van drugsgebruik. Voorbeelden van de inzet op drugspreventie zijn het voeren van preventiebeleid op scholen en instellingen voor hoger onderwijs, preventiemaatregelen in het uitgaansleven en het bieden van handvatten aan ouders om op een effectieve manier het gesprek aan te gaan met hun kinderen over drugsgebruik.
|
Brink, T.A. van den | MJenV | ||
| 77 | CDA staat niet te springen voor wietexperiment. Nadelen, bijvoorbeeld stankoverlast Hellevoetssluis, geur van producent. En ernstige veiligheidsincidenten bij legale wietfabrieken zoals overvallen. Hoe beordeelt de minister deze situatie en hoe ziet hij de verantwoordelijkheid voor zichzelf in samenwerking met gemeentes om structurele overlast en veiligheidsrisicos te voorkomen? | Er is bij de opzet van het experiment gesloten coffeeshopketen
rekening gehouden met mogelijke incidenten zoals overvallen of diefstal.
Telers en coffeeshops dienen dan ook beveiligings- en
veiligheidsmaatregelen te nemen om het risico op een inbraak of overval
te beperken en potentiële inbrekers af te schrikken. Ook moeten zij
zich, net als elke andere onderneming, aan de geldende wet- en
regelgeving houden. De Inspectie Justitie en Veiligheid ziet toe op de
naleving van de eisen rondom teeltlocaties. Gemeentelijke handhavers
doen dit bij coffeeshops.Deze combinatie van beveiligingsmaatregelingen
en toezicht werkt goed. Het risico op incidenten kan niet volledig
worden uitgesloten, maar wordt wel sterk gemitigeerd door de
beveiligingsplannen en het toezicht. Daarbij wil MJenV benadrukken dat het hier gaat om incidenten. Onlangs heeft MJenV nog gesproken met de burgemeesters van de deelnemende gemeenten en de teeltgemeenten. De meerderheid gaf aan dat de experimenteerfase goed verloopt en dat er geen overlast wordt ervaren. Het ministerie blijft met hen gedurende dit experiment frequent in gesprek en volgt nauwgezet de ontwikkelingen. |
Brink, T.A. van den | MJenV | ||
| 78 | Hebben twijfels bij aanname dat legalisering van wiet de criminaliteit zal verminderen. Is de minister bereid om het experiment gesloten coffeeshopketen tussentijds te evalueren en niet alleen economisch en logistiek. En ook maatschappelijke effecten, zoals veiligheid en leefbaarheid volwaardig meegewogen. Denk bijvoorbeeld aan de stankoverlast bij Hellevoetsluis of ernstige veiligheidsincidenten bij wietfabrieken door inbraken. | Onderdeel van het experiment is een langdurig WODC onderzoek. Gedurende het experiment zal er een monitoring plaatsvinden, waarbij de onderzoekers ieder jaar een meting zullen verrichten naar de effecten van de gesloten keten op de openbare orde, veiligheid, overlast en volksgezondheid. Deze jaarlijkse tussenrapportages worden aan beide Kamers toegezonden. In de loop van dit jaar zult u de eerste tussenrapportage ontvangen. | Brink, T.A. van den | MJenV | ||
| 80 | Te vaak reageren we achteraf bij femicide, terwijl er al vroeg signalen zijn en vroege signalering levens kan redden. Hoe staat het met de verbetering van monitoring en risico taxatie in het kader van femicide? Worden signalen van veilig thuis en politie aan elkaar gekoppeld? | In de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling heeft Veilig
Thuis de centrale radarfunctie, waarbij verschillende meldingen van
meerdere partijen bij elkaar komen in het registratiesysteem van Veilig
Thuis, zodat patronen van huiselijk geweld en kindermishandeling beter
en eerder kunnen worden herkend. Veilig Thuis en de politie werken
intensief met elkaar samen. De politie meldt vermoedens en gevallen van
huiselijk geweld en kindermishandeling standaard aan Veilig Thuis. Verder wordt onder regie van het ministerie van Justitie en Veiligheid gewerkt aan verbetering van de samenwerking tussen o.a. Veilig Thuis, politie en justitieorganisaties door betere informatievoorziening (‘Samen onder Handbereik’). De eerste resultaten zijn inmiddels bereikt: Vanaf februari 2026 kan elke Veilig Thuis-organisatie digitaal checken of een of meer netwerkpartners bekend zijn met iemand over wie Veilig Thuis een melding heeft ontvangen. Deze tools worden stap voor stap uitgebreid met nieuwe functionaliteiten die samenwerking en gegevensdeling tussen organisaties concreet, toegankelijk en betrouwbaar maken. Daarnaast heeft onderzoeksbureau Regioplan onderzocht hoe de veiligheids- en risicotaxatie kan worden verbeterd. Momenteel wordt met de betrokken partijen afgesproken hoe opvolging wordt gegeven aan de bevindingen en aanbevelingen. Uw Kamer is hierover meer in detail geïnformeerd in de brief (met bijlagen) over de voortgang van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling, die de staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg op 18 december jl. mede namens de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid naar uw Kamer heeft gestuurd. |
Brink, T.A. van den | SJenV | ||
| 81 | Hoe zorgt de minister er in het kader van femicide voor dat bescherming niet blijft steken op papier, maar dat vrouwen en kinderen ook in praktijk veilig zijn en toegang tot opvang hebben wanneer dat nodig is? | Juist om te voorkomen dat bescherming tegen femicide een papieren
werkelijkheid blijft, is in het Plan van Aanpak Stop femicide!
gekozen voor maatregelen die direct ingrijpen op risicosituaties en de
uitvoering in de praktijk versterken. Zo wordt onder meer ingezet op
vroegtijdige signalering en verbetering van risicotaxatie. Door de inzet
en doorontwikkeling van gevalideerde risicotaxatie-instrumenten bij de
politie, Veilig Thuis en het Openbaar Ministerie worden signalen van
(dreigend) femicide eerder herkend en kunnen tijdig beschermende
maatregelen worden getroffen. Dit gebeurt in aansluiting op de aanpak
Veiligheid Voorop, waarin politie, justitieorganisaties en Veilig Thuis
sinds 2018 gericht samenwerken om huiselijk geweld eerder en beter te
signaleren en hierop te interveniëren, met de veiligheid van
slachtoffers en kinderen als leidend uitgangspunt. Daarnaast is in de Kamerbrief van 18 december 2025 uiteengezet dat wordt ingezet op uitbreiding van de opvangcapaciteit, zodat vrouwen en kinderen daadwerkelijk toegang hebben tot een veilige plek wanneer dat nodig is. Gemeenten blijven verantwoordelijk voor de vrouwenopvang; het Rijk ondersteunt deze verantwoordelijkheid met structurele aanvullende middelen van 12 miljoen euro die per 2026 beschikbaar zijn voor het uitbreiden van de opvangcapaciteit. Daarnaast wordt blijvend gewerkt aan de toegankelijkheid van de opvang en passende ondersteuning in de vrouwenopvang. Daarbij is expliciet aandacht voor kinderen als zelfstandige slachtoffers en voor de continuïteit van zorg en begeleiding na uitstroom uit de opvang. |
Brink, T.A. van den | SJenV | ||
| 82 | Hoe staat het met internationale samenwerking op het gebied van mensenhandel, prostitutie, online seksueel misbruik van kinderen? | Internationaal zet Nederland zich ook in om mensenhandel en online seksueel kindermisbruik te bestrijden. Vanwege de online component vergt de aanpak van deze fenomenen vaak een grensoverschrijdende aanpak. Internationale samenwerking is daarom cruciaal. Zo is Nederland driver van het Europese samenwerkingsverband dat ziet op de aanpak van mensenhandel binnen het European Multidisciplinary Platform Against Criminal Threats (EMPACT). EMPACT faciliteert de Europese operationele samenwerking van opsporingsdiensten en het Openbaar Ministerie tussen 44 Europese en niet-Europese landen om alle vormen van mensenhandel op te sporen en te bestrijden. Ook wordt er gekeken naar samenwerkingsmogelijkheden met landen waar veel slachtoffers mensenhandel en online seksueel kindermisbruik vandaan komen of waar een sterke toename te zien is. Omdat bepaalde landen in Zuidoost-Azië voor Nederlandse plegers van online seksueel kindermisbruik aantrekkelijk zijn, werken bijvoorbeeld de politie en het Openbaar Ministerie daar fysiek, op operationeel en strategisch niveau nauw samen met de lokale autoriteiten om kinderen uit misbruiksituaties te bevrijden en te beschermen, en om daders op te sporen en te vervolgen. Daarnaast is Nederland actief binnen verschillende internationale gremia waaronder de Raad van Europa en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) om internationale samenwerking te faciliteren. |
Brink, T.A. van den | MJenV | ||
| 83 | Hoe versterkt de minister de opsporing van mensenhandel netwerken die vooral digitaal en internationaal te werk gaan? | Bij de politie zijn diverse digitaal rechercheurs mensenhandel
aangetrokken, waardoor er inmiddels per eenheid minstens één digitaal
specialist werkzaam is. Met elkaar vormen zij een netwerk, waardoor
digitale kennis en inzicht landelijk kan worden ingezet. In de Veiligheidsagenda 2023-2026 zijn afspraken gemaakt om de online opsporing door de politie door te ontwikkelen. Hierbij is een online opsporingsstrategie ontwikkeld en wordt de samenwerking met partners geïntensiveerd, zowel nationaal als internationaal. De politie werkt daarnaast met een landelijk coördinatiepunt voor signalen van online mensenhandel (LCOM), gericht op betere opsporing in de online omgeving en samenwerking met online platformen om misbruik te voorkomen. Daarnaast zal SPINE[1] (onderdeel van Fier[2]) de komende twee jaar een onderzoek uitvoeren naar de modus operandi van online ronselaars. Verkregen inzichten uit dit onderzoek kunnen handvatten bieden voor beleidsmakers en uitvoerende partijen, zo ook voor de opsporing. Internationaal zet Nederland zich ook in om mensenhandel te bestrijden. Zo is Nederland driver van het Europese samenwerkingsverband dat ziet op de aanpak van mensenhandel binnen het European Multidisciplinary Platform Against Criminal Threats (EMPACT). EMPACT faciliteert de Europese operationele samenwerking van opsporingsdiensten en het Openbaar Ministerie tussen 44 Europese en niet-Europese landen om alle vormen van mensenhandel op te sporen en te bestrijden. Ook wordt gekeken naar samenwerkingsmogelijkheden met landen waar veel slachtoffers mensenhandel vandaan komen of waar een sterke toename te zien is. [1] Spine is een organisatie die zich volledig richt op het ontwikkelen en inzetten van technologie tegen mensenhandel. [2] Fier is een landelijke non-gouvernmentele organisatie gespecialiseerd op het gebied van (seksueel) geweld, uitbuiting en eerkwesties. |
Brink, T.A. van den | MJenV | ||
| 84 | Hoe ondersteunt de minister de gemeentes zodat mensenhandel, prostitutie en online misbruik van kinderen niet door lokale verschillen ongezien blijft? |
|
Brink, T.A. van den | MJenV | ||
| 85 | Wat doet de minister concreet om de aangiftebereidheid te vergroten bij uitbuiting van vrouwen? | In het Actieplan programma Samen tegen mensenhandel wordt onder meer ingezet op het creëren van een brede bewustwording en het vergroten van de meldingsbereidheid. Zo wordt er ingezet op het creëren van een brede bewustwording door een gerichte communicatiestrategie om signalen en vormen van mensenhandel beter te herkennen. Verder wordt er in het Actieplan ook gewerkt aan het oprichten van een centraal informatiepunt voor slachtoffers en andere betrokken partijen. Recentelijk heeft het Centrum Kinderhandel & Mensenhandel, in het kader van het Actieplan, de rapportage over de proeftuin aangiftebereidheid opgeleverd. Deze proeftuin heeft een vijftal interventies getoetst die mogelijk kunnen bijdragen aan een grotere aangiftebereidheid van slachtoffers van mensenhandel. Binnen het Actieplan zal worden verkend in hoeverre het haalbaar is om de uitkomsten uit de proeftuin aangiftebereidheid structureel in te bedden. Het Actieplan zet onverminderd in op het beter signaleren, het creëren van brede bewustwording van wat mensenhandel is en op het meegeven van een duidelijk handelingsperspectief. |
Brink, T.A. van den | MJenV | ||
| 86 | Klopt het dat de omvang van online kindermisbruik toeneemt en heeft de politie voldoende middelen om online kindermisbruik effectief aan te pakken? | Sinds 2021 stijgt het aantal politiemeldingen op het gebied van online seksueel kindermisbruik inderdaad fors. In 2024 ging het om ruim 70.000 meldingen, bijna een verdubbeling ten opzichte van 2021. Binnen de politie wordt de aanpak van online seksueel kindermisbruik uitgevoerd door de Teams ter Bestrijding van Kinderpornografie en Kindersekstoerisme (TBKK). De politie heeft de capaciteit van deze teams in de afgelopen jaren uitgebreid met 26 fte. Het huidige kabinet heeft daarnaast structureel 2 miljoen euro extra beschikbaar gesteld. Deze investering is nodig vanwege de groei van het aantal meldingen, daarmee van data en de toenemende complexiteit van opsporingsonderzoeken, onder meer door AI en end-to-end encryptie. Het streven is om met deze extra gelden de capaciteit verder uit te breiden met specialistische zij-instromers. Daarmee wordt het opsporingsvermogen versterkt, onder andere via de ontwikkeling van specifieke tooling en de inzet van AI. Desondanks blijft de hoeveelheid beeldmateriaal groot, waardoor prioritering noodzakelijk is. De hoogste prioriteit ligt bij zaken waarbij het risico op actueel (‘hands-on’) misbruik het grootst is. |
Brink, T.A. van den | MJenV | ||
| Coenradie (JA21) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 87 | Strafrechtketen is overbelast; niemand heeft echt regie. Waarom wordt deze keten niet bedrijfsmatig aangestuurd met heldere doelen en resultaten? Is de minister bereid om te werken met duidelijke KPI's voor de strafrechtketen als geheel? |
|
Coenradie, I. | MJenV, SJenV | ||
| 88 | Is de regering bereid te werken aan ontwikkeling en invoering van een digitaal systeem waar politie en veilig thuis informatie kunnen delen in realtime? | Onder regie van het ministerie van Justitie en Veiligheid werken de
betrokken organisaties, waaronder Veilig Thuis, politie en
justitieorganisaties, sinds 2023 aan verbetering van de onderlinge
informatie-uitwisseling op basis van het ‘netwerkmodel’ (‘Samen onder
Handbereik’). Hierbij is het uitgangspunt dat data niet worden
gecentraliseerd op één plek, in één systeem, maar dat informatie vanuit
de bron (de betreffende organisatie) toegankelijk is ter inzage. De eerste resultaten zijn inmiddels bereikt: vanaf 2026 kan elke Veilig Thuis-organisatie digitaal checken of een of meer netwerkpartners bekend zijn met iemand over wie Veilig Thuis een melding heeft ontvangen. Deze tools worden stap voor stap uitgebreid met nieuwe functionaliteiten die samenwerking en gegevensdeling tussen organisaties concreet, toegankelijk en betrouwbaar maken. |
Coenradie, I. | MJenV, SJenV | ||
| 89 | Is de regering bereid om het opsporen van online daders van seksueel misbruik en grooming expliciet te prioriteren? | Als bevoegd gezag stuurt het Openbaar Ministerie de opsporing en is het leidend bij de keuzes die daarin worden gemaakt. Dat staat voorop. Eenmaal in de vier jaar worden landelijke beleidsdoelstellingen voor de politie bepaald. Die doen niets af aan de gezagsrol van het OM, maar dienen door het OM bij beslissingen over de inzet van politie wel meegewogen te worden. Conform het bepaalde in de politiewet voert de minister van Justitie en Veiligheid op dit moment besprekingen met OM, regioburgemeesters en politie over de thema’s waarop (in de Veiligheidsagenda 2027-2030) landelijke beleidsdoelstellingen voor de politie zullen worden opgenomen. Op de uitkomst van die gesprekken kan niet vooruit gelopen worden, maar het onderwerp online seksueel kindermisbruik staat nadrukkelijk geagendeerd en zal door de minister actief in de besprekingen naar voren gebracht worden. Het beeld is dat de gesprekspartners dit onderwerp ook van groot belang vinden. Online seksueel kindermisbruik is een groot probleem en vergt vanwege de online component vaak een grensoverschrijdende aanpak. Internationale samenwerking is cruciaal. Daarom investeert Nederland in samenwerking met buitenlandse autoriteiten en internationale partners. Omdat bepaalde landen in Zuidoost-Azië voor Nederlandse plegers aantrekkelijk zijn, werken de politie en het Openbaar Ministerie daar fysiek, op operationeel en strategisch niveau nauw samen met de lokale autoriteiten om kinderen uit misbruiksituaties te bevrijden en te beschermen, en om daders op te sporen en te vervolgen. | Coenradie, I. | MJenV | ||
| 90 | Welke scenarios zijn er voor de Fraudehelpdesk? Er wordt gekeken naar een internationale fraudehub maar wat als deze er niet komt of niet op tijd komt? Valt de Fraudehelpdesk dan tussen wal en schip? | Voor dit jaar wordt de subsidiebijdrage vanuit mijn departement op
hetzelfde niveau als vorig jaar gehouden, waarmee de generale
subsidiekorting van het Kabinet wordt gecompenseerd. Daarnaast wordt in 2026 door de Fraudehelpdesk een verkenning uitgevoerd naar samenwerkingspartners en cofinanciering o.a. voor samenwerking met Slachtofferhulp Nederland en of dat efficiency en schaalvoordelen oplevert. Verder wordt in de eerste helft van 2026 onderzoek uitgevoerd naar de werkwijze, juridische basis etc. van anti-Fraudecentra in andere landen. Op basis hiervan kan gekeken worden of en zo ja op welke wijze zo’n fraudehub of fraudecentrum van nut kan zijn in de Nederlandse context. De uitkomsten hiervan kunnen ook van betekenis zijn voor de positie van de Fraudehelpdesk en andere partners in de aanpak van online fraude. De uitkomsten van deze twee trajecten dragen bij aan het bepalen van de rol van de Fraudehelpdesk binnen het landschap van de aanpak van online fraude. Na afronding van deze verkenningen informeert de minister u over de uitkomsten en keuzes met betrekking tot de Fraudehelpdesk. Dit zal naar verwachting rond de zomer zijn. |
Coenradie, I. | MJenV | ||
| 91 | Mijn vraag aan de minister: Hoe voorkomt hij dat mogelijk toekomstig inzet mbt tot zedenzaken, de politie vastloopt bij het OM? Is hij bereid om ook daar harde keuze te maken in prioritering en capaciteit? |
|
Coenradie, I. | MJenV | ||
| 92 | Is het kabinet bereid om bij hoog risico sneller gebied- en contactverboden op te leggen? Waar alleen gemotiveerd van kan worden afgeweken? | Het is aan het bevoegd gezag om in voorliggende zaken te beslissen
over het al dan niet opleggen van gebieds- en contactverboden, al dan
niet ondersteund door elektronische monitoring. SJenV is met de
betrokken partijen aan het uitwerken hoe beschermingsmaatregelen voor
slachtoffers - zoals contact- en gebiedsverboden - eerder kunnen worden
ingezet, beter op elkaar kunnen aansluiten en beter kunnen worden
gehandhaafd. Niet alleen in strafrechtelijk kader, maar ook in
bestuursrechtelijk kader (tijdelijk huisverbod en aanvullende
bestuursrechtelijke interventies) en civielrechtelijk kader
(systeemgerichte interventies in het kader van het Toekomstscenario
Kind- en Gezinsbescherming). Hierbij wordt ook ingezet op het verbeteren
van veiligheids- en risicotaxatie en een breder gebruik van het
Slachtofferdevice en Aware. Tegelijkertijd spelen hierbij wel
capaciteitsvraagstukken bij de betrokken organisaties een rol. Het
opleggen van gebieds- en contactverboden vraagt immers ook om
handhaving. Ook dit is onderwerp van gesprek. |
Coenradie, I. | SJenV | ||
| 93 | Vraag: - Grote druk op gevangeniswezen en TBS, maar verruiming verlengingssystematiek is niet mogelijk vanwege EVRM. Kan de minister onderzoeken of er binnen de grenzen van het EVRM meer maatwerk mogelijk is? | De verlenging van de tbs-maatregel wordt iedere twee jaar getoetst
door de rechter. SJenV is bereid te onderzoeken of er meer maatwerk
mogelijk is in het verruimen van de verlengingsperiode. Dit onderzoek zal zich richten op tbs-gestelden die zich bevinden op een langverblijfplek in de tbs. Dit is een groep patiënten die niet kan uitstromen uit de tbs, omdat de risico’s onvoldoende kunnen worden wegenomen met behandeling. Voor de groep tbs-gestelden die zich niet op een lang verblijfplek in de tbs bevinden, is dit onderzoek niet zinvol, vanwege het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mensen (EVRM), dat onder meer het recht op een eerlijk proces waarborgt. Voor deze groep geldt dat er een reëel perspectief is op uitstroom, zodat een regelmatige rechterlijke toets plaatsvindt om te waarborgen dat deze tbs-gestelden niet onnodig in tbs blijven. Voor tbs-gestelden die zich bevinden op een langverblijfplek in de tbs, geldt veelal dat er geen behandelperspectief meer is. Een aantal van hen wil ook zelf niet meer terugkeren in de samenleving. Overigens vindt SJenV het belangrijk om te benadrukken dat ook voor de lang-verblijfgroep de EVRM-aspecten nauwgezet bezien moeten worden. |
Coenradie, I. | SJenV | ||
| 100 | Is de minister bereid om te zorgen voor structurele en geoormerkte capaciteit bij politie en recherche voor huiselijk geweld, zedenzaken, en online kindermisbruik zodat deze zaken daadwerkelijk worden opgepakt en niet blijven liggen? | Als minister van Justitie en Veiligheid wil ik terughoudendheid
betrachten bij het oormerken van meer capaciteit, of op nieuwe thema’s.
Als het aandeel gelabelde capaciteit groeit, gaat dat ten koste van de
aanpak van andere thema’s. Het beperkt de ruimte van het Openbaar
Ministerie om, als bevoegd gezag, keuzes te maken in de opsporing. En
datzelfde geldt voor de ruimte voor de politieorganisatie om daar vanuit
de eigen professionaliteit vorm aan te geven. Voor zedenzaken en online seksueel kindermisbruik geldt reeds dat voor de bestrijding van deze problematiek binnen de opsporing in elke regionale politie-eenheid (en voor online seksueel kindermisbruik ook landelijk) gespecialiseerde teams zijn ingericht. Daarmee is er dus structureel specifieke opsporingscapaciteit beschikbaar voor de aanpak van seksuele misdrijven en online seksueel kindermisbruik. Gezien het omvangrijke werkaanbod voor deze teams wordt ingezet op een integrale aanpak, waarbij ook andere partners dan de politie betrokken zijn. Daarnaast is het onvermijdelijk dat er keuzes gemaakt moeten worden in de sturing op de opsporing zodat de beschikbare politiecapaciteit zo effectief mogelijk wordt ingezet. Om hierin te ondersteunen hebben de politie en het OM in 2024 bijvoorbeeld een landelijk sturingsmodel voor seksuele misdrijven opgesteld. De aanpak van huiselijk geweld vindt plaats binnen de gebiedsgebonden politie en kan in principe opgepakt worden door alle agenten binnen de basisteams. De inzet van de politie in de basisteams wordt lokaal bepaald door het bevoegd gezag. Daarbij is het belangrijk dat het gezag de ruimte heeft om de politie daar in te zetten waar dat nodig is. Het oormerken van capaciteit binnen de gebiedsgebonden politie voor de aanpak van huiselijk geweld ontneemt die noodzakelijke ruimte. |
Coenradie, I. | MJenV | ||
| 102 | Is de regering bereid te verkennen hoe procedures rond verblijfsrecht, uitzetting en eventuele internationale tenuitvoerlegging bij tbs-gestelden zonder rechtmatig verblijf sneller en beter op elkaar kunnen worden afgestemd, binnen de geldende juridische kaders, en de Kamer te informeren over de concrete stappen die daarbij worden overwogen? | Ja, SJenV is bereid samen met de MAenM te verkennen hoe
vreemdelingenrechtelijke procedures en de tenuitvoerlegging van de
tbs-maatregel beter op elkaar kunnen worden afgestemd. Deze inhoudelijke
en procesmatige afstemming is een complexe aangelegenheid, zoals ook
blijkt uit het rapport van de Raad voor de Strafrechtstoepassing en
Jeugdbescherming (RSJ) dat bij brief van 17 februari 2021 aan uw Kamer
is aangeboden door de toenmalige MRb. |
Coenradie, I. | SJenV | ||
| 110 | Optreden bij kindermishandeling. Aanpak is nu grillig en versnipperd en leidt tot postcode-afhankelijke veiligheid. Elk kind heeft recht op dezelfde bescherming. Bij herhaaldelijk geweld altijd herbeoordeling thuissituatie met duidelijke termijnen en doorzettingsmacht. Hoe kijkt het kabinet hier tegenaan? | Deze standaard herbeoordeling bestaat al. Veilig Thuis is de
organisatie die bij elke melding een nieuwe beoordeling maakt van de
situatie en deze kan verbinden met informatie van eerdere meldingen.
Daarom is het cruciaal dat alle meldingen -van directbetrokkenen zelf,
van burgers die getuige zijn en van professionals- bij Veilig Thuis
terecht komen. Alleen zo kunnen patronen van huiselijk geweld en
kindermishandeling goed in beeld komen, en blijven signalen van
afzonderlijke incidenten niet bij verschillende organisaties liggen. De
termijnen voor het beoordelen van de melding (maximaal 5 dagen) en voor
het uitvoeren van onderzoek (maximaal 10 weken) zijn wettelijk
vastgelegd in de Wmo 2015. Deze termijnen gelden ook voor nieuwe
meldingen over hetzelfde gezin of huishouden. Veilig Thuis heeft de
bevoegdheid om informatie bij andere partijen op te vragen en kan de
inschatting maken of een interventie in vrijwillig kader kan of dat er
meer verplichte inzet nodig is om het geweld of misbruik te
stoppen. |
Coenradie, I. | SJenV | ||
| El Abassi (DENK) | ||||
|---|---|---|---|---|
| 94 | Aandacht voor (opkomst) rechtsextremisme. Waarom zo weinig preventieve en zichtbare interventies? En waarom worden politici niet aangesproken in dit huis bij normalisering van rechtsextremistische ideeën? | De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV)
schrijft in haar laatste dreigingsbeeld dat het rechts-extremisme een
dreiging vormt voor de democratische rechtsorde. Door het verspreiden
van desinformatie en complottheorieën en het normaliseren van
rechts-extremistisch gedachtegoed jagen rechts-extremisten angst, haat
en racisme aan in de Nederlandse samenleving. Nederland kent een integrale aanpak van extremisme en terrorisme die gericht is op alle dreigingsrichtingen, dus ook de dreiging vanuit het rechts-extremisme. Binnen de aanpak wordt proactief ingezet op het tegengaan van online radicalisering, en het trainen van eerstelijnspofessionals in het herkennen van rechts-extremisme. Aanvullend hebben de NCTV en de Nationale Politie een online Symbolenbank ontwikkeld die professionals kunnen gebruiken om rechts-extremistische en rechts-terroristische verschijningsvormen te herkennen. Het openlijk en kritiekloos bespreken van rechts-extremistische ideeën kan bijdragen aan de sociale acceptatie van bijvoorbeeld antisemitisme, xenofobie en racisme en in het uiterste geval kan het individuen zelfs inspireren tot het plegen van geweld. |
Abassi, I. el | MJenV |
| 95 | Vraag: Verdubbeling aantal incidenten tegen moskeen in NL. Hoe wordt gewaarborgd dat moskee-besturen dezelfde bescherming krijgen als andere kwetsbare instellingen zoals synagogen? | Alle religieuze instellingen moeten zich veilig voelen om het geloof uit te dragen en gelovigen te ontvangen. De beveiliging van religieuze instellingen valt onder de verantwoordelijkheid van lokaal bevoegde gezagen. De beslissing om een persoon of object te beveiligen vanuit de overheid wordt altijd gemaakt op basis van actuele dreigingsinformatie. Waar nodig kan op basis van actuele dreigingsinformatie het lokaal gezag beveiligingsmaatregelen treffen.
|
Abassi, I. el | MJenV |
| 96 | Waarom is er geen structurele landelijke aanpak tegen aanvallen op moskeeën terwijl dit probleem al jaren bekend is? | Hierbij verwijs ik naar het antwoord op vraag 95. |
Abassi, I. el | MJenV |
| 97 | Als we naar cijfers kijken zien we verdubbeling in incidenten tegen moslims. Erkent de minister dat er sprake is van extreme intimidatie tegen moslims? | Discriminatie en racisme zijn onacceptabel en moeten actief voorkomen en bestreden worden. Nederland staat voor een open en inclusieve samenleving. Het betreurt mij dat moslims slachtoffer zijn van discriminerende incidenten, of dit nu intimidatie, vernieling of nog ernstiger uitingen betreft. Op 12 december vorig jaar heeft uw Kamer een brief ontvangen van de SSZW en MBZK over de integrale aanpak van moslimdiscriminatie. De minister van Justitie en Veiligheid adviseert mensen om altijd aangifte te doen, zodat de daders kunnen worden vervolgd. Bij zowel de politie als het OM zijn strafbare feiten met een discriminatoir oogmerk geprioriteerd. |
Abassi, I. el | MJenV |
| 98 | Waarom kiest de minister m.b.t. het rapport 'Blind vertrouwen' om een handreiking te introduceren die volgens de Nationale Ombudsman tekort schiet, in plaats van het systeem inhoudelijk te veranderen? | Zoals uitgebreid toegelicht in de beleidsreactie en in de beide halfjaarberichten politie in 2025 hecht ik er waarde aan om te benadrukken dat de werkwijze ten opzichte van de start van de opkomst van CTER als fenomeen is aangepast, geprofessionaliseerd en waarborgen ten aanzien van deze processen zijn verbeterd. Aangaande de handreiking verwijs ik u naar de beantwoording van vraag 144.
|
Abassi, I. el | MJenV |
| 99 | Vrouw in Utrecht in buik getrapt en geslagen door politieagent zonder aanleiding. Vervolgens is er een man aangehouden en met pepperspray belaagd. Kritiek op politieoptreden in Utrecht. Politie mag alleen geweld gebruiken bij uiterste Vraag: Kan de minister toelichten wat er is gebeurd? Is de minister het met mij eens dat geweld door politie slechts in uitzonderlijke gevallen ingezet mag worden? En is er onafhankelijk onderzoek ingesteld naar dit proces? | MJenV laat zich niet uit over het optreden van de politie in
individuele gevallen. De MJenV heeft begrepen dat de zaak onderzocht
gaat worden door de commissie geweldsaanwending politie. In het algemeen geldt dat de politie bij het gebruik van geweld niet verder mag gaan dan noodzakelijk is voor de uitoefening van haar taken. Iedere geweldsaanwending door de politie wordt gemeld bij, en getoetst door de hulpofficier van justitie. |
Abassi, I. el | MJenV |
| 119 | Wordt gezegd dat Rechts-extremisme serieus genomen wordt, maar anti azc demos lopen uit de hand en politie staat onder druk. DH belaagd door rechts-extremisten. AIVD waarschuwt al jaren voor normalisering van rechts-extremisme en volharding van hen. De aanpak van rechts-extremisme te laat, versnipperd en terughoudend. Hoe kan dit? | Zie het antwoord op vraag 94, waar de aanpak van rechts-extremisme is toegelicht. | Abassi, I. el | MJenV |
| 129 | De Nationale Ombudsman zegt dat het toezicht niet alleen op uitstralingseffecten mag zitten. Een onterechte of foutieve registratie is al op zichzelf een inbreuk op de grondrechten, ongeacht of een burger hier expliciet de gevolgen van merkt. Erkent de minister dit punt en zo ja waarom is het dan nog steeds onafhankelijke toets vooraf of tijdens het registratieproces? | Toezicht kan zich richten op alle stappen in het proces en is niet beperkt tot alleen uitstralingseffecten voor burgers. Het is aan de betrokken toezichthouders om keuzes te maken op welke onderwerpen zij zich richten. In elke fase van het proces zijn waarborgen ingericht, ook voorafgaand aan een CTER-registratie. Deze waarborgen zijn onder andere beschreven in het tweede halfjaarbericht politie 2023 en tevens ook in het rapport van de Ombudsman. | Abassi, I. el | MJenV |
| 144 | De Inspectie JenV heeft nog steeds geen toegang tot CTER. Hierdoor beschikt de toezichthouder niet over een eigenstandige informatiepositie. Hoe kan de minister spreken over versterkt toezicht als de toezichthouder geen toegang heeft tot het systeem? Burgers moeten zich nog steeds wenden tot 6 verschillende instanties. Zonder overzicht, zonder begeleiding, zonder garantie op een inhoudelijk antwoord. Hoe kan de minister dit presenteren als verbetering van de rechtsbescherming?' | Zoals is aangegeven in het tweede halfjaarbericht politie komt de informatiepositie van de Inspectie ten opzichte van politie aan de orde in de komende herziening van de Wet politiegegevens. Het is van belang om in deze op te merken dat de Autoriteit Persoonsgegevens bevoegd is te oordelen over individuele casuïstiek in het kader van de Wet politiegegevens. De verschillende betrokken organisaties kennen elk hun eigen rechtsgronden waar het gaat om het inzien van gegevens van burgers. Alles overwegende heeft dit geleid tot een handreiking ‘inzageverzoeken bij vermoedens van (onterechte) signaleringen in het kader van terrorisme’. Dit is een laagdrempelig hulpmiddel voor de burger waarin staat hoe en op welke wijze zij per (mogelijke betrokken) instantie inzage kunnen krijgen in hun gegevens en op welke wijze zij eventueel een verzoek tot rectificatie of verwijdering kunnen doen. Een inzageverzoek is een eerste stap. Elke oplossing, voor zover voor handen, zal in de praktijk maatwerk vereisen. Voor advies kunnen burgers zich ook wenden tot de Autoriteit Persoonsgegevens. | Abassi, I. el | MJenV |
| 146 | De Nationale Ombudsman heeft vastgesteld dat mensen onterecht op lijsten belanden (CTER). De motie om de aanbevelingen van de Ombudsman op te pakken is bij de vorige begroting aangenomen, maar hoe gaat het met de uitvoering van deze motie? | De Ombudsman heeft in zijn rapport ‘Blind vertrouwen?’ vier aanbevelingen gedaan. In de beleidsreactie en de beide halfjaarberichten politie in 2025 is ingegaan op hoe opvolging is gegeven aan deze aanbevelingen. De motie is afgedaan in het tweede halfjaarbericht politie 2025. | Abassi, I. el | MJenV |
| Van Dijk (SGP) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 101 | Kan de minister een reactie geven op mijn amendement met betrekking tot extra middelen voor uitstapprogramma's voor vrouwen in prostitutie? |
|
Dijk, D.J.H. van | MJenV | ||
| 103 | Is de minister bereid te onderzoeken of elementen van het Zweedse model kunnen bijdragen aan bescherming prostituees in Nederland? | Een onderzoek naar verschillende modellen van sekswerkbeleid is al gedaan. In opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek en Datacentrum (WODC) is door Regioplan in 2022 het rapport ‘Aard en effecten van prostitutiebeleid’ opgeleverd. In dit rapport zijn drie beleidsvormen onderzocht: criminalisering, regulering en decriminalisering. Momenteel kent Nederland een regulerende beleidsvariant: er gelden regels en richtlijnen om sekswerk in de gewenste banen te leiden. Het Zweedse model staat geduid in het WODC-onderzoek onder de criminaliserende beleidsvariant. Er is sprake van gedeeltelijke criminalisering wanneer minstens één actor binnen de seksbranche strafbaar is, zoals de klant. Alhoewel de onderzoekers de kanttekening maken dat er geen harde conclusies kunnen worden getrokken over de effecten van de verschillende beleidsvormen, constateren zij ten aanzien van de invloed van (gedeeltelijke) criminalisering op de juridische en maatschappelijke positie van sekswerkers een aantal negatieve effecten voor sekswerkers, zoals verslechtering in de leefomstandigheden, vermindering van inkomen en gezondheidsrisico’s.[1] Het is daarbij niet met zekerheid te zeggen dat de vraag naar sekswerk afneemt. Onderzoekers vrezen dat criminalisering juist leidt tot een verschuiving naar minder zichtbare plekken, zoals thuis of online. Zoals ook omschreven in de Aanpak versterking sociale en juridische positie, dat mijn voorganger in 2023 naar uw Kamer heeft verstuurd, draagt criminalisering en mede daardoor stigmatisering bovendien bij aan onder andere verminderde toegang tot zorg of politie; uitsluiting van essentiële diensten zoals hypotheken of bankrekeningen; negatieve bejegening door familie, vrienden of derden en psychologische klachten door een negatief zelfbeeld. Mede hierdoor worden sekswerkers kwetsbaar voor geweld en uitbuiting.[2] [1] De aard en effecten van prostitutiebeleid, Regioplan (WODC
2022). |
Dijk, D.J.H. van | MJenV | ||
| 104 | Prostituees die te maken krijgen met geweld, kunnen nauwelijks hun rechten doen gelden, worden ontmoedigd aangifte te doen. Is de minister bereid om in zijn aanpak geweld tegen vrouwen deze praktijk expliciet tegen licht te houden? En kan hij met concrete voorstellen komen om deze vrouwen te beschermen? | De aanpak van geweld tegen vrouwen is gebaseerd op het Verdrag van Istanbul inzake het geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld en richt zich op vormen van geweld waarvan vrouwen onevenredig vaak slachtoffer zijn. Binnen deze aanpak vallen onder meer het Plan van Aanpak Stop Femicide! en het Nationaal Actieprogramma Seksueel Grensoverschrijdend Gedrag en Seksueel Geweld. In dit kader is het kabinet voornemens om stevige maatregelen te nemen, waaronder de aanstelling van een Nationaal Coördinator Geweld tegen Vrouwen en Huiselijk Geweld. De Kamer is hierover in december geïnformeerd. In aanvulling op deze algemene aanpak gericht op de bescherming van vrouwen, heb ik een specifieke aanpak gericht op de bescherming van sekswerkers. Zo heeft Soa Aids Nederland in opdracht van het ministerie in 2022 het platform Ugly Mugs opgericht. Via dit platform kunnen sekswerkers elkaar waarschuwen voor gewelddadige klanten. Het doel van het platform is sekswerk veiliger te maken, de aanmeldingsbereidheid te vergroten en hulp en zorg bieden aan sekswerkers na geweld. Het platform groeit in het aantal leden, wat leidt tot meer waarschuwingen waardoor geweld kan worden voorkomen. Daarnaast zijn Ugly Mugs en politie in gesprek over de mogelijkheden om de aangiftebereidheid te verbeteren. Sinds 2025 werkt Ugly Mugs ook samen met de Centra Seksueel Geweld door het hele land, en worden meldingen van seksueel geweld bij het CSG doorverwezen naar Ugly Mugs. Ugly Mugs had in de afgelopen jaren ook een doorslaggevende rol in een aantal rechtszaken van veelplegers. Ik onderstreep het belang van dit platform. Het ministerie draagt hier dan ook financieel aan bij. Gelet op deze bestaande inzet en ontwikkelingen acht ik het op dit moment niet noodzakelijk om aanvullende, specifieke voorstellen te doen binnen de aanpak van geweld tegen vrouwen. Ik blijf de ontwikkelingen volgen en spreek hierover regelmatig met vertegenwoordigers van de sekswerkbranche, zodat het beleid waar nodig kan worden aangescherpt. |
Dijk, D.J.H. van | MJenV | ||
| 105 | Het vertrouwen in de strafrechtketen daalt al jaren. Aangiftes blijven liggen en vervolging gaat niet goed. Met name onder Joodse Nederlanders vertrouwen sterk gedaald. Welke maatregelen neemt de minister om politie en OM daadkrachtiger op te laten treden, meldingen sneller te verwerken en joodse Nederlanders te beschermen in de openbare ruimte en online? | Dit kabinet staat pal voor de veiligheid van de Joodse gemeenschap. Bij zowel de politie als het OM is discriminatie waaronder antisemitisme geprioriteerd. De politie en het OM pakken iedere aangifte van discriminatie -en dus ook antisemitisme- op en onderzoeken deze. Dit volgt ook uit de Aanwijzing discriminatie van het OM. Binnen het OM is er een Landelijk Expertisecentrum Discriminatie, ook is er per parket een discriminatieofficier en discriminatiesecretaris. Bij de politie is er eveneens een team (ECAD-P) dat binnen de politie en adviseert over zaken met betrekking tot discriminatie, racisme en antisemitisme. Het kabinet zet in op een gecoördineerde aanpak van online discriminatie en hate speech waarbij verschillende departementen betrokken zijn. De aanpak richt zich naast een meer gecoördineerde aanpak van online discriminatie op het beter ondersteunen van slachtoffers, vergroten van bewustwording, online discriminatie beter registreren, meer toezicht op en samenwerking met internetpartijen en vaker (en meer zichtbare) consequenties voor daders. Uw Kamer is op 4 juli jl. (kst-30950-461) bij brief geïnformeerd over deze aanpak. | Dijk, D.J.H. van | MJenV | ||
| 106 | Welke concrete stappen neemt de minister om ervoor te zorgen dat de normen die gelden voor doorlooptijden in de strafrechtketen afdwingbaar gehaald worden? | Samen met de ketenorganisaties wordt hard gewerkt om de prestaties in de strafrechtketen te verbeteren. U bent hierover geïnformeerd in de brief van 16 december 2025. In het kader van het verbeterplan strafrechtketen zijn er maatregelen in gang gezet binnen de ketenorganisaties en op de koppelvlakken om de gestelde normen voor doorlooptijden en werkvoorraden van geprioriteerde werkstromen te kunnen halen. Ook is op het ministerie een aantal maatregelen genomen om de coördinatie- en regierol te verstevigen, die kan bijdragen aan het verbeteren van de prestaties. Doorlooptijden kunnen worden beïnvloed door een groot aantal factoren die niet altijd beïnvloedbaar zijn, zoals veranderingen in het criminaliteitspatroon, in de aard, omvang en complexiteit van zaken en specifieke ontwikkelingen in strafzaken die meer tijd vergen, zoals extra onderzoekswensen of deskundigenrapportages. Daarom kunnen alleen streefnormen worden gehanteerd en geen afdwingbare normen. Zoals toegelicht in de antwoorden op vraag 2 en 3 zijn in het kader van het verbeterplan strafrechtketen maatregelen in gang gezet om de gestelde normen voor doorlooptijden en werkvoorraden van geprioriteerde werkstromen te kunnen halen. Samen met de ketenorganisaties wordt hard gewerkt om de prestaties in de strafrechtketen te verbeteren |
Dijk, D.J.H. van | MJenV, SJenV | ||
| 109 | Aanpak antisemitisme, aangiftebereidheid en bescherming van de Joodse bevolking komen direct samen. Veel incidenten blijken niet adequaat opgevolgd. Vervolging is traag of is er helemaal niet. Welke maatregelen neemt de minister om OM en politie daadwerkelijk te laten optreden? Meldingen beter te verwerken? En om Joden beter te beschermen in publieke en online omgeving? | Zie het antwoord op vraag 105. | Dijk, D.J.H. van | MJenV | ||
| 132 | Drugsexperiment draagt bij aan normalisering drugs. Dit terwijl tegelijktijdig miljoenen worden besteed tegen de normalisering van drugs. Is dit nog wel geloofwaardig beleid? |
|
Dijk, D.J.H. van | MJenV | ||
| 142 | Een vraag over decentralisatie-uitkering uitstapprogrammas prostituees (DUUP). In sommige steden is er sprake van een monopolie van organisaties die minder op uitstap gericht zijn en instap faciliteren (destigmatisering). Echter, geld wat bedoeld is voor uitstap moet daar aan besteed worden. Is de minister bereid om de voorwaarden van de DUUP kritisch tegen het licht te houden incl. toezicht en verantwoording? | Zie het antwoord op vraag 120. | Dijk, D.J.H. van | MJenV | ||
| Teunissen (PvdD) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 107 | Klimaatverandering is in de VK aangemerkt als gevaar nationale veiligheid. Is de minister bereid veiligheidsrisico instorten ecosystemen onafhankelijk in kaart brengen? | Klimaatverandering is ook in Nederland een belangrijk risico waarvan de urgentie wordt erkend. Door klimaatverandering hebben we steeds meer last van dreigingen zoals extreem weer. Maar ook grijpt klimaatverandering in op zaken als migratie en conflict in de wereld. Op mondiaal niveau is klimaatverandering steeds meer een ontwikkeling die bijdraagt aan geopolitieke spanningen, wereldwijde migratie, het verloop van internationale handelsstromen en nationale spanningen en polarisatie. In de Veiligheidsstrategie voor het Koninkrijk der Nederlanden
2023-2029 staat dat klimaatverandering een belangrijke katalysator is
voor verschillende dreigingen tegen de nationale veiligheid. Door
klimaatverandering komt extreem weer steeds vaker voor, wat zorgt voor
een grotere kans op bijvoorbeeld droogte, natuurbranden en
overstromingen. En dit kan weer leiden tot een verstoring van de vitale
infrastructuur, zoals drinkwater-, elektriciteits- en
telecomvoorzieningen. |
Teunissen, C. | MJenV | ||
| 108 | Erkent het kabinet dat voorstellen inzake het verbod op gezichtsbedekkende kleding regelrecht ingaan tegen de bescherming van het demonstratierecht? En komt het kabinet met concrete maatregelen om demonstratierecht te bevorderen en te beschermen? | Het demonstratierecht is essentieel in onze democratische
samenleving. Het grondrecht stelt mensen in staat om zich vreedzaam uit
te spreken en mee te doen aan het publieke debat. Het afgelopen jaar
is het WODC-onderzoek Het recht om te demonstreren in de
democratische rechtsstaat opgeleverd. Daarbij dient te worden
opgemerkt dat (grootschalige) gewelddadigheden en rellen buiten de
reikwijdte van de demonstratievrijheid vallen en dus niet door het recht
worden beschermd. Het overgrote deel van de demonstraties verloopt ordelijk en zonder problemen. Evenwel is er een toename zichtbaar van protestacties waarbij mensen zich opzettelijk niet aan de wet houden, waar de uitoefening van het demonstratierecht in botsing komt met rechten van anderen en die in enkele gevallen zelfs ontaarden in (grootschalige) wanordelijkheden. In de brief aan uw Kamer van 19 december jl. van M BZK en M JenV naar aanleiding van het WODC-rapport is een overzicht gegeven van zowel normerende als beschermende maatregelen ten aanzien van het demonstratierecht. In de uitvoerige beleidsreactie, die uw Kamer voor het meireces zal ontvangen, wordt dit nader uitgewerkt. Het kabinet is van mening dat een verbod op gezichtsbedekkende kleding niet ingaat tegen het demonstratierecht. Burgemeesters kunnen op grond van het huidig wettelijk kader reeds een verbod daarop instellen bij demonstraties. Het wetsvoorstel voor een verbod op gezichtsbedekkende kledij bij demonstraties is thans in consultatie gebracht. Hiermee geeft het kabinet invulling aan de wens van de Tweede Kamer. Overtreding van het verbod kan gestraft worden met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie (ten hoogste € 5150). Het strafmaximum is juist afgestemd op de context van de uitoefening van een grondrecht, waarbij geldt dat de strafbedreiging niet zo zwaar mag zijn dat dit mensen ontmoedigt gebruik te maken van het demonstratierecht (het zogenoemde chilling effect). |
Teunissen, C. | MJenV | ||
| 111 | Verboden worden enkel opgelegd aan houders van gezelschapsdieren en nauwelijks aan houders van vee. Kan het kabinet dat verklaren en is het kabinet bereid dat ook te vorderen bij veehouders die misbruik maken? | Het beeld dat het houdverbod enkel aan de houders van gezelschapsdieren wordt opgelegd klopt niet. Dit verbod kan en wordt ook aan de houders van vee opgelegd. Voor de houders van vee zijn er echter ook andere opties om hen te verbieden om nog dieren te houden. Bijvoorbeeld via de Wet Economische Delicten en via het bestuursrecht. Hierbij wordt altijd gekeken wat het meest passend is bij de overtreding. Belangrijk hierbij is dat het Openbaar Ministerie de afweging maakt welke straf zij vorderen in strafzaken. |
Teunissen, C. | MJenV | ||
| 112 | Meldpunt dierenmishandeling en verwaarlozing. Wordt ook hierdoor ook veel huiselijk geweld en kindermishandeling opgespoord. Te weinig capaciteit, krijgen steeds meer meldingen en zijn steeds minder goed bereikbaar. Vorig jaar ingestemd incidentele ondersteuning om ergste problemen op te lossen, maar er is structureel geld nodig voor genoeg capaciteit. Kan het kabinet hier naar kijken? | Op 15 september 2025 meldde de minister van JenV uw Kamer dat het
meldpunt 144 bij de politie wordt gehandhaafd in de huidige vorm. Naast
het meldpunt 144 zijn er op dit moment 299 themahouders dieren werkzaam
bij de politie, die in het bijzonder beschikbaar zijn voor het oppakken
van diergerelateerde zaken. Een overweging hierbij is dat meldingen van
dierenleed vaak samengaan met andere veiligheidsproblematiek. De
incidentele middelen uit het amendement van het lid Teunissen worden
benut voor het versterken van de deskundigheid van medewerkers via
training en voor de verdere professionalisering van de uitvraag bij
meldingen. Gezien de financiële en organisatorische opgaven waar de
politie voor staat, is een structurele uitbreiding ten behoeve van de
versterking van het meldpunt 144 niet mogelijk. |
Teunissen, C. | MJenV | ||
| 114 | Hoe voorkomt de minister dat deze stapeling van bevoegdheden leidt tot een structurele surveillance van demonstranten en een afschrikwekkend effect op maatschappelijke participatie? |
|
Teunissen, C. | MJenV | ||
| Bikker (ChristenUnie) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 12 | Welke mogelijkheden er zijn om het OM (financieel en technisch) te ondersteunen? | Wat betreft de financiële ondersteuning geldt dat het Openbaar
Ministerie (OM) in het recente verleden extra middelen heeft gekregen
voor de ontwikkelingen van de ICT. Het OM heeft aangegeven daarbovenop
nog structureel extra middelen per jaar nodig te hebben om de ICT op
orde te krijgen. MJenV realiseert zich dat dit een zeer aangelegen punt
is. Hierover worden gesprekken gevoerd met het OM, waarbij ook wordt
vastgesteld dat er nu geen dekking voor is. Wat betreft de technische ondersteuning is het zo dat MJenV doorlopend met het OM in gesprek is over wat het nodig heeft. MJenV heeft bijvoorbeeld samen met het OM een externe onderzoekscommissie ingesteld naar aanleiding van de ICT-inbreuk van afgelopen zomer, waarvan naar verwachting in april het rapport verschijnt. Mede op basis van het rapport zal MJenV beoordelen of, en zo ja, wat er meer aan technische ondersteuning nodig is. Ook zal het Adviescollege ICT-toetsing binnen afzienbare tijd starten met een (vervolg-)onderzoek naar het centrale zaaksysteem van het OM, genaamd Emma. |
Bikker, M.H. | MJenV | ||
| 13 | ICT problemen hebben grote gevolgen voor de strafrechtketen. OM geeft aan 80miljoen nodig te hebben. Hoe gaan we de strafrechtketen ondanks bezuinigingen sterk houden? Kan hier eerder duidelijkheid over komen dan de besluitvorming in augustus? Graag helderheid voor de tweede termijn van de kamer. Daarnaast ook graag informatie over een betere I-strategie in de strafrechtketen, niet alleen een financiële oplossing, maar ook kijken naar organisatie ICT. | Er is op dit moment geen sprake van bezuinigingen op de
strafrechtketen, behoudens indirecte effecten van rijksbrede
maatregelen, met name het deels inhouden van de prijsbijstelling. De
afgelopen jaren is juist veel geïnvesteerd in de strafrechtketen. Het klopt dat het OM heeft aangegeven structureel extra middelen nodig te hebben om de ICT op orde te brengen. MJenV heeft hierover gesprekken met het OM. SJenV en MJenV onderschrijven het belang van een goede informatiestrategie in de strafrechtketen. Samen met de ketenorganisaties zetten we ons ervoor in dat de ICT-inzet van de organisaties goed op elkaar aansluit en elkaar versterkt. In het kader van de Duurzame Digitale Samenwerking (DDS) werken de ketenpartners samen zodat de informatie-uitwisseling in de keten goed verloopt. De partners stemmen afhankelijkheden en koppelvlakken op elkaar af en zorgen voor gezamenlijke architectuur, standaarden en voorzieningen die noodzakelijk zijn voor de keten. |
Bikker, M.H. | MJenV, SJenV | ||
| 113 | Zonder drugsgebruikers geen drugscriminaliteit. Bewustwordingscampagne (zoals rotterdam). Is minister bereid deze campagne te herhalen? | Momenteel worden de verschillende elementen van de bewustwordingscampagne geëvalueerd (zie het antwoord op vraag 75). Het kabinet zal uw Kamer informeren over de evaluatie en het eventuele vervolg van de campagne. | Bikker, M.H. | MJenV | ||
| 115 | cannabis is superverslavend slecht voor gezondheid. Subsidie voor coffeeshop terwijl kabinet inzet om roken te stoppen. Hoe rijmt de minister dat, is hij het er mee eens om wiet experiment te stoppen? | Coffeeshops worden niet gesubsidieerd. Wel hebben de deelnemende
coffeeshopgemeenten vanuit het Rijk een bijdrage ontvangen om het
experiment goed vorm te geven. Dit geld wordt o.a. gebruikt voor
handhaving. Met het wietexperiment wordt juist ingezet op preventie. Het biedt de mogelijkheid om eisen te stellen aan telers, coffeeshophouders en de geproduceerde cannabis. Wettelijk is vastgelegd dat het experiment 4 jaar duurt en ik hecht eraan de evaluatie af te wachten. In het experiment worden onder andere eisen gesteld aan de kwaliteit van cannabis betreffende vervuilende stoffen en aan de verpakking met als doel gezondheidsrisico’s te voorkomen en verminderen. Ook zit bij elke verpakking verplicht een bijsluiter met informatie over risico’s. Zoals elke andere vorm van drugs, wordt ook voor cannabis continu gewerkt aan een preventieve aanpak. Gemeenten richten deze preventiemaatregelen in. |
Bikker, M.H. | MJenV | ||
| 116 | Meer politie op straat en bemande bureaus, investeert het ministerie ook in het OM? Gaat om 80 miljoen. Hoe kan het dat de daarvoor gereserveerde middelen niet worden uitgegeven. Wat gaat er mis? | Zie het antwoord op vraag 12. | Bikker, M.H. | MJenV | ||
| 117 | Cannabis is verslavend, slecht voor gezondheid, leidt tot psychoses. De overheid zet aan alle kanten druk om een rookvrije samenleving tot stand te brengen, maar coffeeshops worden gesubsidieerd. Wil de minister werk maken van een wietvrije generatie zoals kabinet ook het doel heeft te werken aan rookvrije generatie? |
|
Bikker, M.H. | MJenV | ||
| 118 | Waarom is de Motie Ceder over het naar de kamer sturen over wet regulering sekswerk niet uitgevoerd en is er zoveel vertraging? | Het wetsvoorstel regulering sekswerk (Wrs) is aanhangig bij de
Tweede Kamer. Voortgang hiervan was in afwachting van een nota van
wijziging. De aanleiding voor die nota van wijziging werd gevormd door
een coalitieakkoord van een voorgaand kabinet. Consultatie van de nota
van wijziging gaf veel negatieve reacties vanuit het veld. Het huidige kabinet heeft hier verdere afstemming over gezocht, maar dit is nog niet afgerond. De inhoud van de Wrs hangt uiteindelijk samen met het te voeren sekswerkbeleid. |
Bikker, M.H. | MJenV | ||
| 120 | Het besteden van middelen door gemeenten aan instapprojecten van prostitutie kan toch niet de bedoeling zijn? Is de minister bereid hier een einde aan te maken? | Omdat het hier om een decentralisatie-uitkering gaat, leggen centrumgemeenten over de besteding van de middelen verantwoording af aan de gemeenten en hun raden. Aan het ministerie hoeft geen financiële of inhoudelijke verantwoording te worden afgelegd. Eind november 2025 is het onderzoek “Werkverandering onder sekswerkers: ervaringen en ondersteuning vanuit hun perspectief” opgeleverd en aangeboden aan uw Kamer. Uit dit onderzoek blijkt dat in elke centrumgemeente ondersteuning bij uitstap beschikbaar is. Dit onderzoek toont ook aan dat werkverandering onder sekswerkers doorgaans een langdurig proces is en voor iedereen een aanpak op maat vereist is. Uiteindelijk kiest een grote meerderheid (80%) van de sekswerkers die voor het onderzoek zijn ondervraagd voor een functie buiten de sekswerkbranche (bijvoorbeeld horeca, schoonmaak, maatschappelijke zorg, het onderwijs of logistiek). Een kleinere groep (20%) blijft binnen de seksbranche, maar kiest voor veiliger, stabieler of professioneler werk. Er zijn enkele organisaties die naast begeleiding bij uitstap cursussen aanbieden gericht op de uitvoering van sekswerk en de rechten en plichten die je hebt als zelfstandige, zodat mensen die ervoor kiezen sekswerk te doen, dit zo veilig en zelfstandig mogelijk kunnen doen. Dit alles maakt dat ik geen noodzaak zie om de voorwaarden van de DUUP-regeling of de besteding ervan nader tegen het licht te houden. De bevindingen en aanbevelingen ten aanzien van de ondersteuning bij werkverandering van sekswerkers breng ik verder onder de aandacht brengen bij de DUUP-centrumgemeenten. |
Bikker, M.H. | MJenV | ||
| 124 | Gemeenten hebben middelen voor hulp bij uitstappen prostitutie, maar deze middelen worden niet altijd gebruikt. Wat is de ambitie van de minister? hoe gaan we de komende begrotingsbehandeling tot een ander resultaat laten leiden voor al deze uitgebuite vrouwen? | Zie het antwoord op vraag 120. | Bikker, M.H. | MJenV | ||
| 126 | Investeert het kabinet ook in het OM? De strafrechtketen is zo sterk als de zwakste schakel. Wordt de 80 miljoen voor IT geleverd? |
|
Bikker, M.H. | MJenV | ||
| Dobbe (SP) | ||||
|---|---|---|---|---|
| 121 | Hoe staat het met de uitvoering van de motie over een landelijk dekkend netwerk voor sociaal juridische dienstverlening? | Ter uitvoering van de motie is Lilian Marijnissen in september gestart als kwartiermaker landelijk dekkend netwerk sociaaljuridische dienstverlening. Zij is inmiddels enkele maanden actief en voert momenteel intensief gesprekken in het werkveld. Voor de zomer van 2026 verwachten wij een eerste tussenrapportage van haar te ontvangen. Begin 2027 zal de kwartiermaker haar eindrapportage met voorstellen opleveren.
|
Dobbe, S.E.M. | SJenV |
| 122 | Toegang tot het recht voor vrouwen. Recht is gelijk, maar toegang tot recht niet altijd gelijk tussen vrouwen en mannen. Vrouwrechtswinkels in NL die met succes werken als plek waar vrouwen juridische hulp kunnen krijgen. Bv op werkplek waar ze minder verdienen, zwangerschapsdiscriminatie, financiele afhankelijkheid van man, slachtoffer seksuele intimidatie. In recente brief Toegang tot Recht was hier geen aandacht aan besteed. Vrouwrechtswinkels zijn nu niet structureel geborgd. Wij willen dat het vrouwrechtwinkels een structureel onderdeel worden van Toegang tot het Recht en structureel wordt geborgd. Graag reactie hierop. | De visie op de versterking van de toegang tot het recht luidt:
‘Iedereen in Nederland kan een passende en duurzame uitkomst vinden voor
een (juridisch) probleem.’. Dat geldt voor iedere burger, dus ook voor vrouwen. Rechtswinkels dragen in belangrijke mate bij aan de laagdrempelige toegang tot het recht. In Nederland zijn er ruim 100 rechtswinkels, waaronder een aantal rechtswinkels die zich specifiek richten op bepaalde doelgroepen, zoals kinderen en jongeren, migranten en vrouwen. Met ingang van 2025 is er jaarlijks structureel 400.000 euro extra beschikbaar gekomen voor de financiële ondersteuning van rechtswinkels. Samen met de eerder beschikbare middelen van 115.000 euro per jaar, betekent dit dat er voor de rechtswinkels vanaf 2025 jaarlijks structureel 515.000 euro beschikbaar is. In 2025 is ook de vernieuwde subsidieregeling voor rechtswinkels van start gegaan. De regeling is toegankelijk voor alle rechtswinkels in Nederland. Alle rechtswinkels die voldoen aan de basisvoorwaarden komen in aanmerking voor een basissubsidie van 2.500 euro per jaar. Rechtswinkels die extra taken uitvoeren, kunnen een hogere subsidie aanvragen. Ook de vrouwenrechtswinkels komen hiervoor in aanmerking. Rechtswinkels zijn lokaal georganiseerd en ontvangen ook financiële ondersteuning van bijv. gemeenten en universiteiten. |
Dobbe, S.E.M. | SJenV |
| 123 | Hoge werkdruk gevangenispersoneel, zij staken voor beter salaris, ze zijn op nul lijn gezet en zelfs geen sprake van inflatie correctie, ze gaan erop achterruit, we steunen het personeel dus volledig. Graag reactie hierop, gaat u het personeel van de nullijn afhalen/deze schrappen? | Het is belangrijk dat het personeel van DJI gewaardeerd wordt. Medewerkers van DJI voeren een belangrijke taak uit en verdienen onze waardering en respect. Het is ook van belang dat DJI een aantrekkelijke werkgever blijft. DJI zet zich hiervoor in en besteedt aandacht aan het behoud en werving van personeel. Tegelijkertijd is de invoering van een nullijn voor het Rijkspersoneel per 1 januari 2026 een door het kabinet genomen financiële maatregel om haar ambities waar te kunnen maken en raakt daarmee heel veel medewerkers, waaronder het personeel van DJI. Het is aan een volgend Kabinet om weer naar deze afspraken te kijken. |
Dobbe, S.E.M. | SJenV |
| 125 | Is SJenV bereid te kijken en zich in te zetten dat bezoekuren en -dagen in de gevangenis zo zijn ingericht dat kinderen hun ouders kunnen zien? | SJenV vindt het belangrijk dat ouders en kind elkaar regelmatig
kunnen zien. Er wordt op dit terrein al veel gedaan. Zo worden ouder
kind dagen in de inrichtingen georganiseerd waarbij kinderen langer op
bezoek kunnen bij hun ouders. Ook worden door vrijwilligersorganisaties
in diverse vakanties meerdaagse ouder-kind activiteiten georganiseerd.
Daarnaast zet DJI zich er voor in om beeldbellen tussen ouder en kind
mogelijk te maken. In principe is een bezoek van 1 uur per week toegestaan. De directeur kan meer bezoek toestaan. Er zal worden uitgezocht wat daarnaast wenselijk en mogelijk is. U wordt voor de zomer van 2026 bij de volgende voortgangsbrief Gevangeniswezen geïnformeerd. |
Dobbe, S.E.M. | SJenV |
| 130 | Toegang tot het recht is een groot goed. Sociale advocatuur moet voldoende middelen hebben om dit werk te doen, 30 miljoen erbij is te weinig. Graag niet wegkijken maar regelen. Wat is de reactie hierop? | In de beantwoording op vraag 5 is reeds aangegeven welke maatregelen
ten aanzien van de sociale advocatuur zijn en worden genomen. Een aantal
van deze maatregelen komt voort uit de aanbevelingen van Commissie van
der Meer II. De aanbeveling voor de invoering van de kantoortoeslag is (nog) niet overgenomen, omdat dit niet de enige oplossing is om nieuwe aanwas voor de sociale advocatuur te stimuleren. Tevens is het onduidelijk wat de financiële consequenties hiervan zullen zijn. De aanbeveling voor een kantoortoeslag is betrokken in het visietraject voor de toekomst van de sociale advocatuur, waarbij ook de Nederlandse Orde van Advocaten, de Raad voor Rechtsbijstand en de Vereniging Sociale Advocatuur Nederland zijn aangesloten. Zoals ook in antwoord op vraag 5 is aangegeven, bevindt dit traject zich in de afrondende fase en wordt uw Kamer hierover voor het meireces per brief geïnformeerd. |
Dobbe, S.E.M. | SJenV |
| Struijs (50PLUS) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 127 | De onderbezetting in het gevangeniswezen is groot. Wat kan SJenV op korte termijn wel doen zodat gevangenissen en met name personeel hun werk enigszins acceptabel kunnen uitvoeren? | De Kamer wordt periodiek geïnformeerd over de ontwikkelingen van de
capaciteit bij DJI. Sinds de start van de capaciteitsproblematiek zijn
er verschillende noodmaatregelen ingezet. Momenteel zijn de volgende
noodmaatregelen van kracht: het hanteren van een hogere bezettingsgraad,
het zeer beperkt oproepen van zelfmelders, de arrestantenmaatregel,
optimaal benutten van de inzet van meerpersoonscellen en het onder
voorwaarden maximaal 14 dagen eerder heenzenden van gedetineerden.
Daarnaast zoekt DJI continu naar mogelijkheden om de capaciteit uit te
breiden. Een voorbeeld hierbij is de recente opening van de Beperkt
Beveiligde Afdeling in PI Haaglanden. Buiten deze maatregelen zijn er op korte termijn geen andere mogelijkheden om de druk op de capaciteit te verlichten. De druk op het personeel is hoog. Er wordt alles op alles gezet om deze druk te verlichten. Op 19 december 2025 is de Kamer geïnformeerd over mogelijk structurele maatregelen. Het is aan een volgend Kabinet om een passend pakket aan structurele maatregelen te nemen. |
Struijs, J.A. | SJenV | ||
| 128 | Hoe staat de minister tegenover de invoering van enkelband als hoofdstraf? | In het initiatiefwetsvoorstel Slimmer straffen dat op 8 september jongstleden aan de Tweede Kamer is aangeboden wordt elektronische detentie als hoofdstraf geïntroduceerd. SJenV zal dit initiatiefwetsvoorstel – en dus ook deze hierin voorgestelde nieuwe hoofdstraf – voor de plenaire behandeling appreciëren. | Struijs, J.A. | SJenV | ||
| 131 | Hoe staat de minister tegenover een multidisciplinair, klein team dat snel met voorstellen kan komen om 10 miljard euro aan zorgfraude te verminderen en eventueel criminele opbrengsten terug te pakken? Wil hij dit soort onorthodoxe dingen ook proberen? | De genoemde 10 miljard is een schatting waar geen sluitende onderbouwing voor is. Dit neemt niet weg dat het duidelijk is dat het om veel geld gaat. Alle betrokken partijen delen de ambitie om fraude en criminaliteit in de zorgketen te voorkomen en te doen dalen met een effectieve aanpak. Dit is ook zo afgesproken in het Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord (AZWA), waar ook middelen zijn vrijgemaakt voor deze aanpak. Daarnaast is ondermijnende criminaliteit in de zorg een vast gespreksonderwerp in het Strategisch Beraad Ondermijning. Alle partners hebben en nemen hun rol en verantwoordelijkheid hierin. Op dit moment werken de minister van VWS, de minister van OCW en de minister van JenV samen aan duurzame oplossingen hoe we deze criminelen de pas kunnen afsnijden. Uw Kamer is hierover in 2025 geïnformeerd (Kamerstukken II, 28828, nrs. 141 en 161). Daarbij wordt ingezet op (1) het opwerpen van barrières, (2) het vergroten van de weerbaarheid en (3) het verstevigen van toezicht, handhaving en opsporing. Dit sluit aan bij de brede aanpak van georganiseerde misdaad in Nederland. Een extra multidisciplinair team zal daarom op dit moment weinig meerwaarde hebben. Ook bij ondermijning in de zorg is het is aan het Openbaar Ministerie om af te wegen of er bij een strafzaak ook een ontnemingszaak gestart wordt. | Struijs, J.A. | MJenV | ||
| 133 | Wat doet de minister op korte termijn om de ict-problemen bij het OM op te lossen? En hoe kijkt de minister naar de langere termijn? En wat gaat het OM daaraan doen? | Het OM heeft hiertoe in overleg met de medewerkers verschillende
maatregelen getroffen om de problemen op korte termijn zo goed mogelijk
op te lossen, waaronder een uitgebreide monitoring van de prestaties van
de systemen. Daarnaast werkt het aan de oplossing van structurele
problemen, waarvoor een meerjarenplanning in voorbereiding is. Het Openbaar Ministerie (OM) heeft in het recente verleden extra middelen gekregen voor de ontwikkeling van de ICT. Het OM heeft aangegeven - bovenop deze extra middelen - structureel nog meer extra middelen per jaar nodig te hebben om de ICT op orde te krijgen. Zie hiervoor het antwoord op vraag 12. Daarnaast heeft MJenV samen met het OM een externe onderzoekscommissie ingesteld naar aanleiding van de ICT-inbreuk van afgelopen zomer, waarvan naar verwachting in april het rapport verschijnt. Mede op basis van het rapport zal MJenV beoordelen of, en zo ja, wat er meer nodig is op de korte en lange termijn.Ook zal het Adviescollege ICT-toetsing binnen afzienbare tijd starten met een (vervolg-)onderzoek naar het centrale zaaksysteem van het OM, genaamd Emma. Ook dit rapport zal de MJenV gebruiken om te beoordelen welke maatregelen nog meer nodig zijn. |
Struijs, J.A. | MJenV | ||
| 134 | Rijk heeft gezegd te investeren in samenwerking tussen FIOd, Rijksrecherche, Belastingdienst etc. (als een deltaplan) om corruptie tegen te gaan. Er is hier nog weinig van terug te zien. Wat gaat hier mee gebeuren (met het samenwerkingsverband), wat kunnen we op korte termijn van de minister JenV verwachten? |
|
Struijs, J.A. | MJenV | ||
| 145 | De onderbezetting in het gevangeniswezen is zo groot dat het crimineel voortgezet handelen enorm is. Drugshandel gaat ook door. DJI geeft 350 miljoen nodig te hebben voor het gevangeniswezen. Het is code zwart. Ik wil weten van de staatssecretaris, wat is er wel mogelijk? En wat is er mogelijk op korte termijn? | Zie het antwoord op vraag nummer 127. | Struijs, J.A. | SJenV | ||
| Schilder (Groep Marskuszower) | ||||
|---|---|---|---|---|
| 135 | Hoe vaak wordt nou daadwerkelijk maximumstraf opgelegd, hoe vaak is het afgelopen jaar gebeurd? | De Rechtspraak beschikt niet over specifieke cijfers over hoe vaak er maximumstraffen worden opgelegd. De rechter past bij het opleggen van een straf maatwerk toe en weegt daarbij de omstandigheden van het geval. Niet alleen de zwaarte van het feit, maar ook de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd, de persoonlijke omstandigheden en de proceshouding van de verdachte zijn omstandigheden waarmee de rechter rekening houdt bij het bepalen van de hoogte van de straf. Het is van belang dat een passende straf wordt opgelegd. In sommige gevallen zal dit de maximumstraf zijn in andere gevallen kan een lichtere straf meer passend zijn. |
Schilder, J.M.M. | MJenV, SJenV |
| 136 | Strafeisen en systeem zijn gericht op het welzijn van de dader. Lage strafeisen, rechterlijke uitspraken laten slachtoffers verbijsterd achter. Zorgwekkende ontwikkeling. Strafrecht niet alleen juridische maar ook maatschappelijke functie. Onvrede in samenleving hierover. Wantrouwen in de staat zien we steeds vaker, woede slaat om in eigen richting en geweld. Hoe denkt de minister deze gezagscrisis te herstellen? Is de minister bereid in gesprek te gaan met het OM rondom deze gezagscrisis? | MJenV wil niet tornen aan het opportuniteitsbeginsel. MJenV heeft er het volste vertrouwen in dat het Openbaar Ministerie zorgvuldig beoordeelt of vervolging opportuun is. Agressie en geweldszaken tegen mensen met een publieke taak neemt het Openbaar Ministerie bovendien zeer ernstig op: ze worden met prioriteit behandeld en in zo’n 85% van de aangiften leidt dit ook daadwerkelijk tot een strafvorderlijke reactie. MJenV ziet wel dat er in sommige gevallen onvrede is over de strafeis of de opgelegde straf. MJenV is doorlopend met het Openbaar Ministerie in gesprek over zijn strafvorderingsrichtlijnen. MJenV ziet dat het OM zich inzet om deze zorgvuldig tot stand te doen komen, waarbij het OM rekening houdt met signalen uit de samenleving en de politiek. Verder zet MJenV zich in voor benodigde aanpassingen aan het wettelijk kader voor de strafmaat. Zo heeft het kabinet besloten om het bestaande taakstrafverbod te verruimen naar gevallen van geweld begaan tegen handhavers en hulpverleners. Verder gaat MJenV op korte termijn in gesprek met alle betrokken instanties over de wenselijkheid en uitvoerbaarheid van minimumstraffen voor opzettelijk geweld tegen hulpverleners, naar aanleiding van een aangenomen motie op voorstel van Yesilgoz-Zegerius en Van der Plas. |
Schilder, J.M.M. | MJenV |
| 137 | We zien een gezagscrisis bij geweld tegen hulpverleners. Geweld wordt steeds extremer tegen hen. Waarom houden wij vast aan het opportuniteitsbeginsel? Welke concrete ideeën heeft de minister om het systeem te veranderen? | Zie het antwoord op vraag 136. | Schilder, J.M.M. | MJenV |
| 138 | Drugs worden online aangeboden en via pakketdiensten bezorgd, alsof het om reguliere producten gaat. Dat onderstreept hoe diep die criminaliteit is doorgedrongen in onze economie en ons dagelijks leven. Wat heeft de minister nodig om deze vorm van criminaliteit daadwerkelijk terug te brengen? | Net als uw Kamer vindt MJenV het belangrijk dat er zo min mogelijk van dit soort middelen online te koop zijn. Met de invoering van de Digital Services Act (DSA) wordt het makkelijker om de verkoop van criminele ‘content’, waaronder drugs, op het open internet tegen te gaan. Uit gesprekken met onder meer Politie, OM en toezichthouders blijkt dat de handhaving van de online verkoop van drugs niet los te zien is van de online handel in andere verboden middelen. Zoals aangekondigd op Prinsjesdag 2025 wordt extra geld geïnvesteerd in de opsporing van gedigitaliseerde criminaliteit. Met deze investering wordt de capaciteit in de digitale opsporing uitgebreid. Deze investering zal ook de handhaving van de online verkoop van drugs ten goede komen. Er wordt daarnaast samen met de minister van VWS gekeken wat we kunnen doen om er gezamenlijk voor te zorgen dat dit soort middelen minder makkelijk online te koop zijn en dat de vraag hiernaar minder wordt. Daarbij kunnen we de steun van uw Kamer gebruiken om dit weerbarstige probleem over de volle breedte aan te pakken. | Schilder, J.M.M. | MJenV |
| 139 | De maximumstraf van 4 jaar en 6 maanden voor openlijke geweldpleging wordt bijna nooit opgelegd. In de beantwoording bleek de gemiddelde opgelegde gevangenisstraf in 2024 65 dagen, 2 maanden gevangenisstraf. Is de minister net zoals ik geschokt door deze cijfers, deelt de minister de opvatting dat geweldpleging en groepsgeweld zoals bij Marokko wedstrijd onacceptabel is en met keiharde straffen alleen kan worden aangepakt? | Geweldpleging en openlijke geweldpleging zijn volstrekt
onacceptabel. Het is echter aan de rechter om in individuele gevallen te
bepalen welke straf passend is. Minister JenV en SJenV treden niet in
dat oordeel. |
Schilder, J.M.M. | MJenV, SJenV |
| 140 | Wat zegt de minister tegen de hulpverlener die zijn leven riskeert, maar ziet dat de pleger wegkomt met taakstraf terwijl de Kamer strafvermeerdering eist? | Geweld tegen hulpverleners is onacceptabel en moet hard worden
aangepakt. Onderzoek toont aan dat OM daadwerkelijk een hogere straf
eist bij geweld tegen hulpverleners. Welke straf in een concrete zaak gepast is, is niet aan mij als Minister van Justitie en Veiligheid, maar aan de officier van justitie en de rechter. In algemene zin ben ik het met u eens dat geweld tegen hulpverleners niet met een taakstraf bestraft dient te worden. Daarom bereid ik het wetsvoorstel aanscherping taakstrafverbod voor om dit uitgangspunt in de wet vast te leggen. Het wetsvoorstel is momenteel in consultatie bij de Raad van State en wordt daarna naar uw Kamer gezonden. |
Schilder, J.M.M. | MJenV |
| 141 | Is de SJV bereid om waar dit veilig en verantwoord kan eindelijk meerpersoonscellen echt de norm te maken i.p.v. criminelen eerder de straat op te sturen? | Het meerpersoons plaatsen van gedetineerden is reeds een volwaardige
vorm van detentie en ook het uitgangspunt bij plaatsing daar waar dit
veilig en verantwoord kan. Uitgangspunt blijft dat de plaatsingscriteria voor meerpersoonscellen-plaatsingen gehandhaafd blijven, evenals de minimale gebouwelijke vereisten. Ook heeft SJenV in het tweeminutendebat van 26 november 2025 jl. een toezegging gedaan om zich bij renovaties van gevangenissen in te zetten op het creëren van extra meerpersoonscellen. |
Schilder, J.M.M. | SJenV |
| 143 | Kan de staatssecretaris aangeven of nog altijd 70 procent van de cellen in het gevangeniswezen wordt gebruikt als eenpersoonscel? Is het nog steeds beleid dat gedetineerde zelf mogen aangeven of ze een cel willen delen, en dat bij plaatsing rekening wordt gehouden bij hun voorkeuren m.b.t. roken en eventuele dieetwensen? Deelt de staatssecretaris de mening dat dit geen te verdedigen privileges zijn voor mensen die hun straf uitzitten? | Het afgelopen jaar zijn voor het gevangeniswezen gemiddeld 10.568
plaatsen ingezet. Hiervan waren 3.927 plaatsen op een meerpersoonscel.
Dit is circa 37% van het totaal. Een deel van de regimes, zoals de EBI,
Afdeling voor Intensief Toezicht en het Penitentiair Psychiatrisch
centrum, zijn vanwege de veiligheid van zowel de gedetineerden als het
personeel niet geschikt voor meerpersoonscellen. Ook kan een deel van de
eenpersoonscellen niet ingezet worden als meerpersoonscel, omdat deze
cellen fysiek niet voldoen aan de eisen zoals genoeg ventilatie. Dit
past niet bij een humaan detentiebeleid. De directeur van een vestiging kan een gedetineerde een meerpersoonscel toewijzen tenzij zij/ hij daarvoor ongeschikt wordt geacht. Indien mogelijk wordt er rekening gehouden met zaken als de culturele achtergrond van de gedetineerden, of gedetineerden roken en bijvoorbeeld taal. |
Schilder, J.M.M. | SJenV |